05-03 Bijlage 2 Jaarstukken 2022 - getekend verklaring 16-03-2022
Tekst van het document
Vakbekwaamheid In 2022 heeft de GHOR bijgedragen aan het voorbereiden en uitvoeren van een aantal multi- disciplinaire oefeningen. Daarnaast hebben diverse workshops plaatsgevonden in het witte netwerk over bijvoorbeeld stress en de rol van de GHOR. De crisisfunctionarissen hebben naast de reguliere ROT-oefeningen ook deelgenomen aan de nis-oefeningen. Deze oefeningen zijn ontwikkeld om iedere crisisfunctionaris (bij GRIP 2) bekwaam en voorbereid te houden als het gaat om de processen in de backoffice van de GHOR. In het voorjaar van 2022 heeft een wisseling plaatsgevonden voor de functie van DPG. Vakbekwaamheid GHOR heeft de DPG wegwijs gemaakt met betrekking tot zijn crisisrol.
Informatiemanagement Na de COVID-19 crisis is er veel aandacht besteed aan het onderhoud en de nieuwe ontwikkeling van applicaties. De crisisfunctionarissen zijn geïnformeerd, getraind en geoefend in de nieuwe functies van de programma’s. In 2022 is een werkwijze ontwikkeld om periodiek een informatiebeeld te delen met de GHOR- crisisfunctionarissen. Daarnaast dragen de GHOR-medewerkers bij aan de ontwikkeling van IM-crisisbeheersing, het ontwikkelen en invullen van de IM-functie bij het kernteam en wordt er aangesloten bij de multi-briefings van de meldkamer Tot slot is de eerste stap gezet in het aanhalen van de banden 3-noord en Acute Zorg Netwerk Noord Nederland op gebied van informatiemanagement. De bezetting is in de verschillende regio’s weer dusdanig dat er gesproken kan worden over een doorstart van het projectplan LCMS Geneeskundige Zorg (LCMS GZ).
4.4.1 Baten en lasten programma GHOR (* € 1.000)
Primitieve begroting
Actuele begroting Realisatie
Verschil
Baten
1.745
1.751
1.798
47 V
Lasten
1.745
1.751
1.586
165 V
Resultaat voor reserve mutaties
-
-
212
212 V
Reserve mutaties
-
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
-
-
212
212 V
27
5
Paragrafen
5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: •
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.
•
Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
•
Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit.
Onlangs is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen herzien voor de periode 2023-2026. De hierin opgenomen kaders worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen=
beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Om die reden is een zekere buffer aan te raden. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Zoals bekend heeft de VRG bij de jaarrekening 2019 een voorziening moeten treffen van ruim €15 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht. Dit had een grote impact op de algemene reserve van de VRG, die daardoor €12,5 miljoen negatief werd. Op grond van de gemeenschappelijke regeling vangen de deelnemende gemeenten eventuele tekorten op in de gemeenschappelijke regeling. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door jaarlijkse extra gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
Resultaat31-12-2021
bestem-
1-1-2022
ming 2021
Beschikbare
Mutatie
31-12-2022 weerstands-
2022
capaciteit
Algemene reserve VRG
-7.189
228
-6.961
2.952
-4.009
-
2.011
-
2.011
-100
1.911
-
Ontwikkeling stedelijk gebied
59
270
329
-
329
-
Egalisatiereserve kapitaallasten
-
490
490
1.184
1.674
-
Tweede loopbaanbeleid
-
400
400
-44
356
-
ICT
-
370
370
-
370
-
-5.119
1.758
-3.361
3.992
631
Bestemmingsreserve Materieel VRG
Totaal
28
De algemene reserve van de VRG wordt tot het beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening 2019 is de algemene reserve ultimo 2022 negatief. Niet tot het beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: •
Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022.
•
Onderzoek stedelijk gebied. De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. Met het vaststellen van de jaarstukken wordt deze reserve verbreed naar Huisvesting om fluctuaties in de vastgoed opgave op te kunnen vangen.
•
Kapitaallasten. Deze is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen.
•
Tweede loopbaanbeleid. De reserve is bestemd voor kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid.
•
ICT. Deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent.
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregio-taken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief benoemd zal met name de nieuwbouw stedelijk gebied Groningen en het strategisch huisvestingsplan voor de rest van de regio in de toekomst naar verwachting tot een forse financiële opgave leiden. Dit hebben we als risico toegevoegd. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor 2 jaar worden voorzien. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties:
Risico
Actueel vanaf
Bedrag*
Klasse
I/S
Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
600.000
30%
S
180.000
Onderhoud huisvesting
2023
1.100.000
50%
S
550.000
Programma aardbevingen
2024
550.000
10%
S
55.000
Verzekeringen
2019
500.000
10%
S
50.000
Omgevingswet
2023
100.000
50%
S
50.000
FLO
2023
2.000.000
50%
I
1.000.000
Totaal
1.885.000
Risicobedrag (*0,9)
1.696.500
*I/S; indien het bedrag structureel is, is het bedrag voor 2 jaar voorzien
De onderstaande risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen. 29
Actueel
Risico
vanaf
Bedrag
Klasse
I/S*
Risicobedrag
Wet op de Veiligheidsregio's
2019
PM
30%
S
PM
Taakdifferentiatie/WNRA
2019
PM
30%
S
PM
Corona, asiel- en vluchtelingencrisis
2021
PM
30%
I
PM
BON
2021
PM
50%
S
PM
Cyber- en informatiebeveiliging
2021
PM
30%
S
PM
Cybercriminaliteit
2022
PM
30%
S
PM
Beoordeling weerstandsvermogen De VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: •
de geschatte financiële omvang van het risico;
•
de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet;
•
het effect van bijsturingsmaatregelen.
Structurele risico’s worden voor 2 jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd worden dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van 90%. Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit € 1,8 miljoen bedraagt. Op dit moment is er geen weerstandsvermogen beschikbaar doordat sprake is van een negatieve algemene reserve. Dit betekent dat indien deze risico’s zich voordoen, de VRG zich moet beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren niet aan worden voldaan.
Financiële kengetallen
Kengetallen
Realisatie
Begroting
Rekening
Begroting
2022
2022
2021
2021
Netto schuldquote
30,7%
46,4%
34,0%
57,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
30,7%
46,4%
34,0%
57,5%
Solvabiliteitsratio
1,9%
-7,1%
-14,7%
-18,2%
Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,0%
0,7%
0,3%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote 30
Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen •
0% t/m 100%: normaal
•
100%: weinig leencapaciteit
•
130%: zeer hoge schuld
De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De VRG scoort normaal. Dit betekent dat de VRG ruim voldoende mogelijkheden heeft tot het opnemen van langlopende geldleningen. De netto schuldquote is ten opzichte van vorig jaar gedaald, hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door een afname van de boekwaarde van de investeringen en hogere baten op de exploitatie.
Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio: het eigen vermogen als percentage van het vreemd vermogen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Een normaal solvabiliteitsratio is tussen de 20% en 70%. De ratio van de VRG is vanaf 2022 positief, dat wordt veroorzaakt door een positief eigen vermogen in 2022.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de VRG heeft om de eigen lasten te dragen. Daarmee wordt de weerbaarheid van de VRG aangegeven. Een positief percentage geeft een overschot aan en een negatief percentage een tekort. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is minimaal.
31
5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Vastgoed De VRG werkt vanuit meerdere locaties die overwegend in eigen bezit zijn en voor een aantal locaties is een huurovereenkomst afgesloten. Daarmee draagt de VRG zorg voor het onderhoud en beheer van 39 gebouwen waarvan 28 in eigendom. De boekwaarde van de gebouwen in eigendom bedraagt tezamen ultimo 2022 € 8,9 miljoen. Voor de gebouwen in eigendom is het gewenste kwaliteitsniveau gesteld op niveau drie (redelijk) volgens NEN 2767. Om deze kwaliteit te waarborgen zijn voor de eigendomslocaties meerjarige onderhoudsplanningen opgesteld. De planningen worden periodiek tegen het licht gehouden en zo nodig op onderdelen herijkt. Bij de huurlocaties wordt gestreefd naar een vergelijkbaar kwaliteitsniveau. Aangezien de kosten van groot onderhoud fluctueren over de jaren is er voor gekozen deze te egaliseren met behulp van de in 2017 gevormde voorziening groot onderhoud. Er hebben zich in 2022 de volgende ontwikkelingen voorgedaan binnen de kapitaalgoederen/huisvesting. De verbouw van de kazerne Bellingwolde en Haren zijn afgerond. Ze voldoen hiermee weer aan de huidige te stellen huisvestingseisen en voor Haren kan opgemerkt worden dat hiermee een einde gekomen is aan een jarenlange zoektocht naar een geschikte kazernelocatie. De kazerne Baflo heeft een upgrade gehad om de periode tot aan de beoogde nieuwbouw te overbruggen.
In Winsum is alternatieve huisvesting gevonden voor dagdienstpersoneel vanwege de verkoop van het gemeentehuis in Bedum door de gemeente Het Hogeland. Door de veranderingen in werken de afgelopen jaren, is het mogelijk gebleken Sontweg 8a af te stoten en het dagdienstpersoneel te concentreren in Sontweg 10. Toch hebben een aantal onderhoudswerkzaamheden geen doorgang kunnen vinden in 2022. De oorzaak hiervan ligt in de onzekerheid bij de nieuwbouwplannen en het tekort aan capaciteit van mensen en materialen die de werkzaamheden kunnen uitvoeren.
Materieel De VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materieel. Op basis van het Organisatieplan 2022-2025 (voorheen Regionaal Dekkingsplan) wordt gewerkt aan een visie voor de invulling van het benodigde materieel en bezetting. Op basis van een brede inventarisatie van risico’s en ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons afkomen, zal een prioritering en aanpak bepaald worden om te komen tot een toekomstbestendige inzet met de juiste middelen. Dit project zal ook een berekende grondslag vormen voor de toekomstige kapitaallasten.
32
5.3 Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat investeringen in beginsel uit eigen middelen worden gefinancierd. Wanneer deze ontoereikend zijn, wordt hiervoor een lening aangetrokken. De omvang en looptijd wordt afgestemd op de omvang en levensduur van het te financieren materiële vaste actief. De aflossingsbedragen vallen binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, uit de Wet Financiering Decentrale Overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en geen afgeleide financiële instrumenten ingezet. Eind 2022 staan er elf leningen in de boeken voor een totaalbedrag van € 11,8 miljoen.
Liquiditeitspositie Met de huisbankier, Bank Nederlandse Gemeenten (hierna: BNG), is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van € 3,3 miljoen voor de kortlopende negatieve saldi in rekening-courant. In 2022 zijn geen kasgeldof langlopende leningen aangetrokken.
Schatkistbankieren De ‘Wet verplicht schatkistbankieren’ verplicht overheden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Hiervoor geldt een drempelbedrag va n 2% van het begrotingstotaal geworden met een minimum van € 1 miljoen. Voor de VRG is het drempelbedrag voor 2022 berekend op € 1.024.560. De naleving van de regeling is opgenomen in de toelichting op kortlopende vorderingen van de balans.
Kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet moet berekend worden bij de aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage Begrotingstotaal 2022
€
51.228.000
Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet
8,2% €
4.200.696
In het overzicht op de volgende bladzijde is de werkelijke omvang van het kasgeldlimiet getoetst aan de norm overeenkomstig de Wet FIDO.
33
Kasgeldlimiet gemiddeld per kwartaal (euro) Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Omvang begrotingsjaar 2022
51.228.000
51.228.000
51.228.000
51.228.000
1. Toegestane kasgeldlimiet (8,2%)
4.200.696
4.200.696
4.200.696
4.200.696
2. Omvang vlottende schuld
-
-
-
-
- opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
- schuld in rekening-courant
-
-
-
-
- gestorte gelden door derden
-
-
-
-
1.197.532
2.677.599
3.005.571
3.041.727
2.458
2.429
3.429
3.626
1.195.074
2.675.170
3.002.141
3.038.102
-
-
-
-
4. Totaal netto vlottende schuld (2 minus 3)
-1.197.532
-2.677.599
-3.005.571
-3.041.727
Ruimte (+) Overschrijding (-) (1 minus 4)
5.398.228
6.878.295
7.206.267
7.242.423
3. Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening courant - overige uitstaande gelden (niet vast)
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De samenstelling van de leningenportefeuille is zodanig dat ook in de toekomst bij herfinanciering de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisico norm
2022
Begrotingstotaal
51.253
Voorgeschreven percentage
20%
Rente risico norm
10.251
Rente herzieningen
-
Aflossingen
443
Rente risico
443
Renterisico norm
10.251
Rente risico
443
Ruimte onder de renterisico norm
9.808
34
5.4 Bedrijfsvoering Binnen de sector Bedrijfsvoering worden alle ondersteunende taken verricht ten aanzien van financiën, personeelszaken, facilitaire zaken, inkoop en informatiemanagement.
Informatieveiligheid en Privacy De VRG heeft zich, net als alle andere veiligheidsregio's, gecommitteerd aan het Versnellingsprogramma Informatieveiligheid van het NIPV. Dit heeft ertoe geleid dat de VRG in 2022 flinke stappen moest zetten in de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). Mede door de cyberdreigingen rondom Log4J aan het einde van 2021 en het begin van dit jaar en het binnenvallen van Rusland in de Oekraïne is de urgentie betreffende het op orde krijgen en houden van de maatregelen rondom Informatieveiligheid en Privacy sterk toegenomen. Door het aanstellen van een CISO (maatregel uit de BIO) en ondersteuning van een medewerker Security en Privacy, zijn er de nodige stappen gezet en heeft de VRG de versnelling er goed in zitten voor wat betreft de BIO. Zo heeft er onder andere een phishing campagne plaatsgevonden en is er samen met studenten van de minor Privacymanagement van de Hanzehogeschool diverse projecten opgepakt (i-bewustzijn onder vrijwilligers, updaten verwerkingsregister). Daarbij heeft de VRG een E-learning ontwikkeld op het gebied van Informatieveiligheid en Privacy die is toegesneden op dagdienstmedewerkers van de VRG. In 2023 moeten alle medewerkers van de VRG verplicht deze E-learning volgen (maatregel uit de BIO).
Tevens zijn bij alle teams awereness sessies gehouden met als doel I-bewustzijn te verhogen en worden interne maatregelen getroffen om de cyberweerbaarheid van de VRG te vergroten. Momenteel ligt de focus sterk op het aanstellen van een landelijk CERT (Computer Emergency Response Team), wat gezamenlijk wordt gedaan met alle veiligheidsregio’s. Daarnaast is de VRG druk bezig met het aanbesteden van diensten betreffende een SOC (Security Operations Center). Dit is een dienstverlener die 24/7 de netwerkomgeving en de endpoints (laptops, tablets) van de VRG monitort en bij een onregelmatigheid de VRG direct informeert, zodat de kans op een geslaagde cyberaanval afneemt.
Vastgoedbeleid De huidige vastgoedportefeuille van de VRG is sterk verouderd wat ertoe leidt dat locaties qua ARBO-eisen of functionaliteit te kort schieten. Andere locaties hebben vanwege ouderdom hoge exploitatie- of onderhoudskosten. Na de vorming van de VRG en bij het overgaan van de panden van de gemeenten is ten aanzien van de boekwaarden en bijbehorende kapitaallast geen rekening gehouden met vervanging. Hierdoor is er een discrepantie ontstaan tussen de staat van de portefeuille en de financiële middelen voor vernieuwing van de portefeuille. Zodoende is er tot op heden in de begroting geen sprake van reële kosten. Bij het onderzoek naar de vervanging van de huisvesting aan de Sontweg werd dit in alle scherpte zichtbaar en is besloten om - in samenhang met het onderzoek brandweerzorg 2030 - voor de gehele vastgoedportefeuille een strategisch huisvestingsplan op te stellen. In dit plan is de staat van de portefeuille, het bij een hedendaagse brandweerorganisatie horende kwaliteitsniveau van de huisvesting, de vervangingsbehoefte en de prioritering met betrekking tot de verschillende vestigingen in beeld gebracht. Doel van het strategisch huisvestingsbeleid is om inzicht op de lange termijnvisie (20 jaar) van de gehele portefeuille te verkrijgen, uitmondend in een vervangingsplanning.
Op basis hiervan kunnen beleidsuitgangspunten worden geformuleerd op het gebied van onder andere duurzaamheid en circulariteit, flexibiliteit en herbestemming, eigendomssituatie, uitstraling en bij een hedendaagse brandweerorganisatie behorende functionele eisen. Aan de hand van een aantal scenario’s zijn de financiële consequenties doorgerekend van beleidskeuzes en zijn zowel de investeringskosten als de totale exploitatiekosten voor huisvesting in kaart gebracht. Gesteld kan worden dat de VRG voor een grote vernieuwingsopgave staat. De verwachting is dat het Strategisch huisvestingsplan en de daaruit voortkomende keuzes maart 2023 bestuurlijk kan worden voorgelegd. 35
Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Na juridisch onderzoek is de conclusie getrokken dat er een duidelijker onderscheid gemaakt moet worden tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door beroepsmedewerkers en brandweervrijwilligers. De kern hiervan is dat gelijke werkzaamheden niet ongelijk mogen worden beloond. De huidige vorm van consignatie en kazernering is daarmee niet meer mogelijk. De landelijke ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ heeft daarom een implementatieplan gemaakt voor het afschaffen van consignatie en kazernering van brandweervrijwilligers. Het Veiligheidsberaad stelt daarbij als voorwaarde dat de minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke alle structurele en incidentele kosten die hieruit voortvloeien voor haar rekening neemt. Ook moet er een uitzondering op de Arbeidstijdenwet worden gemaakt. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over hoe de implementatie gaat gebeuren en hoe dit wordt gefinancierd. Daarnaast staat de VRG voor de uitdaging om het aantoonbaar onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid te verenigen met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn.
Werkgeverschap In de jaarrekening 2021 is aangegeven dat de ‘werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s’ (WVSV) is opgericht, waarvan de VRG ook lid is geworden. Dit is een werkgeversvereniging die de taak van VNG op het terrein van gezamenlijke, landelijke arbeidsvoorwaardenvorming overneemt. Vanuit WVSV is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Per 1 januari 2022 heeft de WVSV het werk daadwerkelijk van de VNG overgenomen. De VNG-afspraken zijn in 2022 nagenoeg allemaal gevolgd door de WVSV en de vakbonden. Eind 2022 zijn de onderhandelingen voor een zelfstandige arbeidsvoorwaardenregeling 2023 gestart, waarbij voor WVSV nog altijd uitgangspunt is zo veel mogelijk aan te sluiten bij de gemeentelijke CAO. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) altijd niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgagaan. Verzekeringen Een ander onderwerp waarover veiligheidsregio’s gezamenlijk afspraken maken, betreft verzekeringen.
In 2021 zijn de eerste stappen hierin gezet met de oprichting van de stichting risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in gezamenlijkheid te financieren wordt gekeken naar de oprichting van een waarborgfonds. Daarin zijn de eerste stappen gemaakt. Insteek is dat vanaf 2024 een landelijke werkwijze wordt gehanteerd.
36
5.5 Communicatie Team Communicatie zet zich in om als organisatie betrouwbaar, zichtbaar, bereikbaar, transparant en betrokken te blijven communiceren met onze inwoners, netwerk- en crisispartners, gemeenten en natuurlijk onze eigen collega's in Stad en ommeland. Dat doet het team door de positionering en de profilering van zowel Veiligheidsregio Groningen als Brandweer Groningen te bewaken en te verstevigen. Wij vertellen waar we van zijn, wat wij doen, met wie wij dat doen en voor wie wij dat doen. We willen als organisatie zichtbaar, bereikbaar en transparant zijn. Zodat inwoners van Groningen betekenis kunnen geven aan de mensen en het werk van Veiligheidsregio Groningen en zich verbonden voelen met onze organisatie.
Merkverhaal en positionering Afgelopen jaar hebben we een grote stap in de goede richting gezet door samen met creatieve bureaus RTRN creative agency en Open Communicatie ons relevante verhaal en onze uitingen nog eens onder de loep te nemen. En dat leverde onderstaande merkverhaal en positionering op.
Merkverhaal We zijn in Groningen. Hier wonen en werken we. Hier verblijven we, met alle risico’s van dien. Een bijzondere regio met een eigen karakter en met eigen problemen. Veiligheidsregio Groningen is de regio, is Groningen. Diepgeworteld, met de poten in de klei. Nuchter en kalm, vriendelijk doch duidelijk. We zijn aanpakkers en mouwopstropers. Van niet zeuren, maar doen. Van gewoon doen. Onverzettelijk in tijden van nood, niet-aflatend in onze missie om Groningen veilig te houden. Want veiligheid is niet vanzelfsprekend. Ook hier niet, met onze ligging aan zee, chemische industrie en aardbevingen. Bovendien ondervinden we – net als overal - de gevolgen van ecologische, demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, energietransitie, vergrijzing en individualisering. Dit verhoogt de kans op risico’s in onze regio en maakt de noodzaak tot effectieve risicobeheersing en incidentbestrijding steeds belangrijker. Onze bijzondere regio vraagt om passende hulpverlening. En dus om een hulpverleningsorganisatie die bij de regio past.
Positionering Bij Veiligheidsregio Groningen zijn we oprecht geïnteresseerd in wat mensen drijft, in wat ze nodig hebben. Wij helpen ze te navigeren in wat veiligheid vandaag de dag betekent en wijzen ze op wat ze zelf kunnen doen. Zo zijn we samen verantwoordelijk voor de veiligheid in onze regio, met elkaar en voor elkaar. In tijden van rust werken we vooral achter de schermen. Dan creëren we de randvoorwaarden voor onze veiligheid. Met oefening en voorbereiding. En met advies en preventie. Onze rol verandert bij een ramp of crisis. Dan schakelen we op en treden we op de voorgrond. En werken we samen met andere crisisorganisaties om zo snel mogelijk terug te keren naar een veilige situatie. Want onze veiligheid is van iedereen. De brandweer is een cruciaal onderdeel van onze veiligheidsregio. Wij zijn de experts op het gebied van brandveiligheid en incidentbestrijding. We zijn zichtbaar en betrouwbaar, waakzaam en alert. We staan altijd paraat, voor anderen en voor elkaar. Mensen vertrouwen op ons, op onze kennis en kunde. En dat we juist en adequaat handelen als ze ons nodig hebben. Want wij zijn de brandweer, vaklieden in veiligheid
37
Nieuwe huisstijl Bij een nieuw verhaal hoort ook een nieuw beeldmerk. Een groen en een rood logo, op zichzelf staand, maar wel zo dat je meteen ziet dat ze bij elkaar horen. Oftewel, twee merken onder één dak. De tien gemeenten, in verbinding, richtinggevend, komen erin terug. Groningse kleuren, afgeleid van de provincievlag. Kortom, ons verhaal ligt onder de mooie nieuwe huisstijl. Waarin we laten zien dat we als Brandweer Groningen en de crisisorganisatie. één organisatie zijn. Met Veiligheidsregio Groningen als moederschip. En samen kunnen we zeggen: Veiligheidsregio Groningen. Onze veiligheid. Voor elkaar! Vanwege de huidige krappe arbeidsmarkt, is de volgende stap onszelf beter op de kaart zetten als werkgever. In 2022 hebben we al de eerste stappen gezet op dit gebied en aankomend jaar gaan we hiermee verder.
Crisiscommunicatie Team Communicatie ondersteunt de crisisorganisatie zowel in de koude als in de warme fase. Bij flitsrampen (grote branden in Leek en op de A7, gaslekkages Stadskanaal) zijn we aangehaakt om ons verhaal intern en extern te vertellen. Dat doen we ook als de crisis wat langer duurt, zoals tijdens de coronacrisis (samenwerking met GGD en gemeenten) en tijdens de opvangcrisis in de asielketen. Die laatste was heel manifest in 2022. Team Communicatie ondersteunde de eigen crisisorganisatie, maar ook de betrokken gemeenten, met name Westerwolde.
Convenant RTV Noord De regionale omroep was ook in 2022 een belangrijke partner voor de hulpdiensten, ook voor Veiligheidsregio Groningen die in voorkomende gevallen RTV Noord kan inzetten als rampenzender om inwoners snel te informeren. Natuurlijk kunnen inwoners zich via allerlei platforms laten informeren, maar de omroep heeft nog altijd een groot bereik, ook onder de minder zelfredzamen. In het convenant, dat is vastgelegd in 2022, hebben we nog eens afgesproken wat we van elkaar kunnen verwachten als het erom gaat. Ook hebben we vastgelegd dat we medewerkers van de omroep betrekken bij oefeningen en dat we eens per jaar ervaringen willen delen.
Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) ‘Eerste Hulp Ben Jij’ zetten we in voor risicocommunicatie. Met EHBJ bereiden we onze inwoners voor op een noodsituatie, zodat ze zichzelf en anderen kunnen helpen. Kortom, het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners. We focussen ons hierbij op de risico’s uit ons regionaal risicoprofiel. In 2022 is EHBJ nog meer verankerd in onze regio. Een artikel op de website van Een Vandaag waarin EHBJ als hét voorbeeld voor risicocommunicatie in Nederland werd genoemd, zorgde voor regionale media-aandacht en interesse in EHBJ vanuit andere veiligheidsregio’s. Aanleiding hiervoor was de Russische inval in Oekraïne, de informatiebehoefte vanuit de samenleving en de wijze waarop de VRG reageerde op deze informatiebehoefte. Dit zorgde onder andere voor een significante stijging van het aantal bezoekers op ehbj.nl.
38
Figuur 14 en 15. Statistieken van ehbj.nl
Een belangrijk onderdeel van EHBJ is het in gesprek gaan met inwoners over risico’s, hoe je je daarop kan voorbereiden en wat doe je als het je overkomt. Zo hielden we in juni in samenwerking met gemeente en de dorpsvereniging een buurtbijeenkomst in ‘t Zandt. Deze buurtbijeenkomsten zetten we door in 2023. Voor studenten ging tijdens de KEI-week een speciale pagina voor studenten op ehbj.nl online. Via het netwerk zoals de KEI-organisatie, studentenverenigingen, de RUG en Hanzehogeschool kregen eerstejaars het EHBJnoodplan voor studenten en is social media ingezet om studenten kennis te laten maken met EHBJ. Samen met Veiligheid Oosterhorn is een start gemaakt met risicocommunicatie vanuit EHBJ met omwonenden van het Chemie Park in Delfzijl. Dit wordt in 2023 voortgezet en kan als voorbeeld dienen voor andere BRZO’s in onze regio. Verschillende incidenten, GRIP-opschalingen in onze regio en maatschappelijke ontwikkelingen zijn nadien benut voor regionale risicocommunicatie. Denk hierbij aan de gaslekkages in november in Stadskanaal, de Russische inval in Oekraïne, hoe je voorbereid het ijs op gaat toen er geschaatst kon worden en de oproep van de NCTV in december om een noodpakket samen te stellen.
Figuur 16. Voorbeeld van promotiemateriaal van EHBJ
39
Onze kanalen We gebruiken verschillende communicatiekanalen om onze verhalen te vertellen, Groningse risico’s te duiden en handelingsperspectieven te bieden. Onder onze externe communicatiekanalen vallen voornamelijk onze websites (veiligheidsregiogroningen.nl, brandweer.nl/groningen en ehbj.nl) en social-mediakanalen (Twitter, Instagram, Facebook, LinkedIn en YouTube). Daarnaast maken we regelmatig gebruik van fysieke kanalen zoals kranten, bijeenkomsten en drukwerk (spandoeken, posters en flyers). Graag nemen we je mee in onze cijfers van 2022.
Figuur 17, 18 en 19. Statistieken veiligheidsregiogroningen.nl in 2022
Figuur 20 en 21. Statistieken van onze social-mediakanalen
40
5.6 COVID-19 In tegenstelling tot voorgaande jaren is de verantwoording meerkosten als gevolg van COVID-19 verwerkt in het jaarrekening gedeelte (conform de VerantwoordingsInstructie 2022 Meerkosten COVID-19).
5.7 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) De bestuurlijke deelname van de VRG, samen met de VRF en de VRD, in de Stichting BON, benadert de definitie van een verbonden partij. Er is volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting BON. De stichting BON is aandeelhouder in de BON Holding BV. De BON Holding B.V. heeft een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V., Brandweeropleidingen Noord B.V. en Brandweer Flexpool Noord B.V. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de governance structuur en toekomstbestendigheid van de BON.
41
42
6
Balans en overzicht van baten en lasten
6.1
Balans
Activa
31-dec-22
31-dec-21
(* € 1.000)
Vaste activa Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut
-
-
34.269
30.642
34.269
Financiële vaste activa
Totaal vaste activa
30.642
-
-
34.269
30.642
-
-
Vlottende activa Voorraden
Uitzettingen korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in Rijks schatkist - overige vorderingen
907
637
643
339
-
-
264
298
Liquide middelen
296
108
- kas
4
3
- bank
292
105
Totaal vlottende activa
Totaal activa
1.203
745
35.472
31.387
43
Passiva
31-dec-22
31-dec-21
(* € 1.000)
Vaste passiva Eigen vermogen - algemene reserve
1.740
-3.361
-4.009
-7.189
- bestemmingsreserves
4.639
2.070
- gerealiseerd resultaat
1.110
1.758
Voorzieningen - voorzieningen
14.869 14.869
Vaste schulden van langer dan één jaar - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
15.567 15.567
11.790 11.790
Totaal vaste passiva
12.233 12.233
28.399
24.439
Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar - bank- en girosaldi - overig schulden
4.961 -
4.961
5.397
Overlopende passiva - overige vooruit ontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
5.397
-
2.112 2.112
1.551 1.551
Totaal vlottende passiva
7.073
6.948
Totaal passiva
35.472
31.387
44
6.2 Overzicht van baten en lasten Primitieve begroting 2022
Actuele begroting 2022
Realisatie 2022
(x € 1.000)
(x € 1.000)
(x € 1.000)
Veiligheidsregio Groningen
Baten
Lasten
Brandweerzorg
44.165
Saldo
34.832
9.332
Baten
Lasten
Saldo
44.426
33.332
11.094
Baten
Lasten
Saldo
44.427
35.836
8.591
Crisisbeheersing
669
1.175
-506
676
1.178
-502
676
3.559
-2.883
GKG
1.225
1.227
-2
1.237
1.317
-80
1.236
1.076
160
GHOR
463
1.745
-1.282
468
1.751
-1.283
469
1.586
-1.117
7.495
-
7.495
7.635
-
7.635
10.507
-
10.507
Overhead
-
12.249
-12.249
166
13.676
-13.510
164
10.320
-10.156
Heffing VPB
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
-
-
54.016
51.228
2.788 54.608
51.254
3.354
57.479
52.377
5.102
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg
-
2.788
-2.788
-
3.317
-3.317
-
3.955
-3.955
Crisisbeheersing
-
-
-
-
37
-37
-
37
-37
GKG
-
-
-
-
-
-
-
-
-
GHOR
-
-
-
-
-
-
-
-
-
54.018
54.018
- 54.608 54.608
-
57.479
56.369
1.110
Resultaat
45
6.3 Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de BBV-voorschriften. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de betreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarde. De jaarrekening is opgesteld in euro’s en afgerond op duizenden.
Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling.
Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende zaken zich een oordeel vormt en dat de leiding een schatting maakt die essentieel is voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.
Materiële vaste activa De vaste activa van de VRG heeft een economisch nut en is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. De activa wordt lineair afgeschreven vanaf het jaar na ingebruikname waarbij geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de financiële verordening.
Vlottende activa De vlottende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde.
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en bestemmingsreserves en het resultaat voor bestemming van het lopende jaar. De algemene reserve heeft geen bestuurlijk vastgelegde bestemming en dient als buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers of andere niet te kwantificeren risico’s. Aan een bestemmingsreserve is door het Algemeen Bestuur een specifiek doel gekoppeld.
Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. Met uitzondering van de voorziening FLO, deze voorziening wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: •
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR;
•
De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende caoloon. De huidige cao loopt tot en met 2022. Na 2022 is rekening gehouden met 2,13% indexatie per jaar. Dit is de gemiddelde stijging over de afgelopen jaren; 46
•
Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2,5%;
•
Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop.
Ten aanzien van de onderhoudsvoorziening heeft een schattingswijziging plaatsgevonden, vanaf 2023 wordt gerekend met een indexatiepercentage van 2,5%, voorheen werd gerekend met een indexatiepercentage van 1%.
Vaste en vlottende passiva Vaste en vlottende passiva worden opgenomen tegen de nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor het bedrag waarvoor zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar worden opgenomen indien zij bekend zijn voor het opstellen van de jaarrekening.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen worden niet in de balans opgenomen. De lasten die hieruit voortvloeien worden onder de bedrijfslasten verantwoord.
47
7
Toelichtingen
7.1
Toelichting balans
7.1.1
Vaste activa
Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2021
Investeringen 2022 -
(x € 1.000)
Desinvesteringen 2022
Boekwaarde 31-12-2022 2.171
Gronden
2.171
Bedrijfsgebouwen
8.493
1.856
-
377
9.973
11.480
3.835
-
1.645
13.670
386
1.019
-
58
1.347
3.510
2.466
-
843
5.133
26.040
9.174
-
2.923
32.292
Vervoermiddelen Machines en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2021
-
Afschrijvingen 2022 -
Investeringsprojecten in uitvoering
4.602
Investeringen 2022 6.511
Totaal
4.602
6.511
Omschrijving
Materiële vaste activa
Activeringen 2022 9.136
(x € 1.000) Boekwaarde 31-12-2022 1.977
9.136
1.977 (x € 1.000)
Boekwaarde 31-12-2022 32.292
Boekwaarde 31-12-2021 26.040
1.977
4.602
34.269
30.642
Investeringsprojecten in uitvoering Totaal
7.1.2 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
Omschrijving
Rijksschatkist
(x € 1.000) Boekwaarde 31-12-2022
Boekwaarde 31-12-2021 -
-
Vorderingen op openbare lichamen
643
339
Overige vorderingen
264
298
Totaal
907
637
Rijksschatkist Met de BNG is een overeenkomst schatkistbankieren gesloten, daarin is vastgelegd dat het banksaldo boven de € 1,024 mln. automatisch door de BNG wordt afgeroomd. Dit is 2,0 % van het begrotingstotaal.
48
Per kwartaal was dit saldo gemiddeld als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Verslagjaar Drempelbedrag
1.024 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
126
144
195
251
Ruimte onder het drempelbedrag
899
880
830
773
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Vorderingen op openbare lichamen Enkele grote vorderingen zijn: •
declaratie inzake de landelijke compensatieregeling meerkosten Covid-19 € 102.000.
•
vordering op diverse gemeenten inzake de gemeentelijke bijdragen € 452.000
•
vordering op diverse gemeenten inzake de compensabele BTW van de GKG € 70.000
Gelet op het karakter en de kredietwaardigheid van de debiteuren wordt voor deze vorderingen geen voorziening getroffen.
Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit vooruitbetaalde bedragen/nog te ontvangen bedragen inzake: •
Licentiekosten en onderhoudskosten.
Liquide middelen Omschrijving
(x € 1.000) 31-dec-2022
31-dec-2021
Kas
4
3
Bank
292
105
Totaal
296
108
7.1.3 Vaste passiva Algemene reserve
Omschrijving 31-12-2021
Resultaat bestemming 2021
(x € 1.000) 1-1-2022
Toevoeging
VRG
-7.189
228
-6.961
3.650
Onttrekking 698
Totaal
-7.189
228
-6.961
3.650
698
31-12-2022 -4.009
-4.009
De bestemming van het resultaat 2021 is verwerkt conform de vastgestelde jaarstukken 2021. Bovenstaand overzicht betreft de opstelling voor resultaat bestemming. In hoofdstuk 2 is het voorstel voor het bestemmen van het resultaat 2022 opgenomen. 49
Bestemmingsreserve
Omschrijving 31-12-2021
Resultaat bestemming 2021
1-1-2022
Toevoeging
-
2.011
-
Onttrekking 100
31-12-2022
2.011
-
-
329 1.673
Materieel VRG Ontwikkeling stedelijk gebied
59
(x € 1.000)
270
329
1.911
Egalisatiereserve kapitaallasten
-
490
490
1.183
-
Tweede loopbaanbeleid
-
400
400
-
44
356
ICT
-
370
370
-
-
370
2.070
1.530
3.600
1.183
144
4.639
Totaal
Materieel VRG Deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. De onttrekking is conform begroting en vastgestelde beleidsregels.
Ontwikkeling stedelijk gebied De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. Met het vaststellen van de jaarstukken wordt deze reserve verbreed naar Huisvesting om fluctuaties in de vastgoed opgave op te kunnen vangen.
Egalisatiereserve kapitaallasten In 2021 is besloten om de egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt ingesteld om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. De toevoegingen zijn conform begroting en vastgestelde beleidsregels. Specificatie toevoeging: •
In begroting opgenomen toevoeging € 758.000
•
Extra toevoeging in verband met verkoop activa € 109.000
•
Toevoeging voordeel kapitaallasten 2022 € 316.000
Tweede loopbaanbeleid Deze reserve is bestemd voor kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. De onttrekking is conform de vastgestelde beleidsregels. De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2022 met betrekking tot het tweede loopbaanbeleid.
ICT Deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent.
Voorzieningen (x € 1.000)
Omschrijving 31-12-2021 Personeel
Toevoeging
Vrijval
Aanwending 90
1.433
31-12-2022
14.293
707
13.477
Materieel
1.274
290
-
171
1.392
Totaal
15.567
997
90
1.604
14.869
50
Voorziening personeel •
De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komen voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. In 2022 is een medewerker aan de voorziening toegevoegd en is een kleine toevoeging gedaan aan een bestaande medewerker in de voorziening. Dit betreft een totale toevoeging van € 9 duizend.
•
In 2021 is een nieuwe voorziening gevormd van € 52 duizend voor boventallig personeel. Dit bedrag is in 2022 volledig aangewend voor de persoon waarvoor dit gevormd was, waardoor deze voorziening per einde jaar op nul staat.
•
In 2017 is een voorziening gevormd voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65 jarige leeftijd op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW leeftijd bezorgt hen een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. Na herrekening van deze voorziening bleek het bedrag voor toekomstige verplichtingen te hoog te zijn, waardoor een bedrag van € 16 duizend vrijgevallen is.
•
In de jaarrekening 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln voor de verplichting van het FLOovergangsrecht. De toekomstige FLO kosten zijn bij de jaarrekening 2022 opnieuw herrekend door een externe adviseur. Deze herrekening heeft ertoe geleid dat een aanvulling van € 698 duizend gedaan is en € 1,165 duizend aangewend.
Voorziening materieel Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering van de kazernes in de gemeente Groningen en Haren, een koopdan wel huurovereenkomst getekend. De VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan is de voorziening gevormd. Dit om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken.
Vaste schulden
(x € 1.000) BNG 110.778
(x € 1.000) Hoofdsom 1.100
31-12-2021 942
Opgenomen
Afgelost
31-12-2022
-
32
910 1.520 1.020
BNG 110.857
2.000
1.600
-
80
BNG 110.858
1.200
1.050
-
30
BNG 110.949
1.200
600
-
120
480
33
800
BNG 110.950
1.000
833
-
BNG 111.111
1.100
808
-
73
735 875 2.500
BNG 111.110
1.000
900
-
25
BNG 111.605
2.500
2.500
-
-
BNG 111.935
750
750
-
-
750
-
1.400
WSB 29286
1.400
1.400
-
WSB 29892
1.000
850
-
50
800
Totaal
14.250
12.233
-
443
11.790
51
Het merendeel van de leningen zijn afgesloten voor de financiering van kazernes. De totaal betaalde rente in 2022 bedraagt € 154.500. Zie bijlage 9.6 ‘Geldleningen’ voor meer informatie.
7.1.4 Vlottende passiva Schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Omschrijving Overige schulden
(x € 1.000) 31-dec-2022 4.961
Banksaldi Totaal
31-dec-2021 5.397
-
-
4.961
5.397
Overige schulden De overige schulden bestaat uit de volgende nog te betalen bedragen groter dan € 150 duizend: •
Aanschaf hoogwerkers € 677 duizend
•
Pensioenpremie € 347 duizend
•
GHOR, vierde kwartaal salarissen, GAGS, piket € 129 duizend
•
Aanschaf uitrukkleding € 276 duizend
•
Belastingdienst loonheffing december €1.877 duizend
•
Gemeente Groningen diversen € 166 duizend
Overlopende passiva Omschrijving
(x € 1.000) 31-dec-2022
31-dec-2021
-
-
2.112
-
Vooruitontvangen bedragen Totaal
2.112
1.551
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel
1.551
De vooruitontvangen bedragen worden voornamelijk gevormd door: •
Van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een bijdrage vooruit ontvangen ter compensatie van het uitwerkingskader van de Meldkamer. Vanuit de samenwerking met Veiligheidsregio Drenthe en Veiligheidsregio Fryslân wordt voor de uitwerking van het akkoord verwacht kosten te maken € 500.000.
•
Vooruit ontvangen NCG gelden voor het aardbevingsdossier voor te maken kosten € 286.000
•
De eindafrekening CTB-gelden € 1,052 duizend.
7.1.5 Niet in de balans opgenomen verplichtingen De niet in de balans opgenomen verplichtingen hebben betrekking op: •
Meldkamer Noord Nederland (MKNN).
De kosten van het brandweeraandeel in het meldkamerpersoneel worden gedragen door de drie noordelijke Veiligheidsregio’s. Op grond van het convenant worden de gezamenlijke personeelskosten op basis van inwoneraantal verrekend, dit betekent een aandeel van ongeveer 34% voor de VRG. Deze kosten worden 52
verantwoord onder programma brandweerzorg. Veiligheidsregio Drenthe is formeel werkgever van dit personeel en zij belast de kosten door aan de VRG en VR Fryslân.
De huurverplichtingen met betrekking tot gebouwen zijn als volgt:
Verplichting(x € 1.000)
< 1 jaar
Huurverplichtingen gebouwen Totaal huurverplichtingen
> 5 jaar
1.328
1 – 5 jaar 1.271
1.328
1.271
129
129
53
7.2 Toelichting baten en lasten Primitieve begroting 2022
Actuele begroting 2022
(x € 1.000) Veiligheidsregio Groningen Brandweerzorg
Realisatie 2022
(x € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
44.165
34.832
9.332
(x € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
44.426
33.332
11.094
44.427
35.836
8.591
Crisisbeheersing
669
1.175
-506
676
1.178
-502
676
3.559
-2.883
GKG
1.225
1.227
-2
1.237
1.317
-80
1.236
1.076
160
GHOR
463
1.745
-1.282
468
1.751
-1.283
469
1.586
-1.117
7.495
-
7.495
7.635
-
7.635
10.507
-
10.507
Overhead
-
12.249
-12.249
166
13.676
-13.510
164
10.320
-10.156
Heffing VPB
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
-
-
54.016
51.228
2.788 54.608
51.254
3.354
57.479
52.377
5.102
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg
-
2.788
-2.788
-
3.317
-3.317
-
3.955
-3.955
Crisisbeheersing
-
-
-
-
37
-37
-
37
-37
GKG
-
-
-
-
-
-
-
-
-
GHOR
-
-
-
-
-
-
-
-
-
54.018
54.018
- 54.608 54.608
-
57.479
56.369
1.110
Resultaat
Het resultaat van de VRG bedraagt € 1,110 mln. positief. In de volgende paragrafen zijn de baten en lasten per programma opgenomen. Tevens wordt in de toelichting op het resultaat aangegeven of deze een structureel of incidenteel karakter heeft.
Overhead Voor de bepaling van de overhead is Notitie Overhead (juli 2016) geschreven door Commissie BBV gehanteerd. Dit wordt verder toegelicht in bijlage Taakvelden.
Heffing VPB Als gevolg van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen is de VRG met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Op basis van eerder uitgevoerde inventarisaties is gebleken dat de VRG geen ondernemingsactiviteiten heeft. Dit heeft tot gevolg dat de VRG, naar het nu lijkt, evenals in voorgaande jaren geen opgave hoeft te doen.
Financiële toelichtingen bij de programma’s Hieronder zijn de financiële toelichtingen per programma (inclusief algemene dekkingsmiddelen en overhead) opgenomen, waarbij per programma een toelichting op de afwijking in de baten en lasten (personeel en materieel) van groter dan € 25 duizend is gegeven.
54
7.2.1 Brandweerzorg Realisatie
Primitieve
Actuele
Realisatie
2021
begroting
begroting
2022
2022
2022
Brandweerzorg (X € 1.000)
Verschil
Gemeentelijke bijdrage
39.949
40.515
40.942
40.942
-
FLO Bijdrage gemeenten
1.050
1.050
1.050
1.050
-
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600
2.600
2.600
-
Rijksbijdrage BDuR
5.261
5.264
5.264
5.476
212
917
440
469
628
159
Totaal baten
49.777
49.869
50.325
50.696
371
Personele lasten
31.245
31.941
32.250
31.638
-612
Overige baten
Materiële lasten
14.167
15.140
14.758
14.518
-240
Totaal lasten
45.412
47.081
47.008
46.156
-852
Resultaat voor reserve mutaties
4.365
2.788
3.317
4.540
1.223
Reserve mutaties
-3.094
-2.788
-3.317
-3.955
-638
1.271
-
-
585
585
Resultaat na reserve mutaties
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Rijksbijdrage BDuR
Voordeel
Incidenteel
212
Overige baten
Voordeel
Incidenteel
159
Totaal
Voordeel
Omschrijving
371
Rijksbijdrage BDuR (voordeel € 212 duizend) Het voordeel heeft betrekking op de toegekende loon- en prijscompensatie over het jaar 2022.
Overige baten (voordeel € 159 duizend) Door verkoop van materieel is een voordelig resultaat van € 199 duizend ontstaan, deze wordt conform geldende beleidslijn gestort in de egalisatiereserve kapitaallasten. Daartegenover staat een lagere detacheringsbate van € 40 duizend.
Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Salariskosten
Voordeel
Incidenteel
350
Vrijwilligersvergoedingen
Nadeel
Incidenteel
275
Opleidingen repressief
Voordeel
Incidenteel
40
Flexibele schil
Voordeel
Incidenteel
215
Mutatie personele voorzieningen
Voordeel
Incidenteel
113
PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond
Voordeel
Incidenteel
52
Opleidingen algemeen
Voordeel
Incidenteel
119
55
Overige personele lasten
Nadeel
Incidenteel
2
Totaal
Voordeel
Incidenteel
612
Salariskosten (voordeel € 350 duizend) Het invullen van vacatures blijft achter bij de gewenste formatie-omvang. Ten dele lukt dit met (duurdere) inhuur en desondanks blijft er voor € 350 duizend euro aan financiële ruimte over.
Vrijwilligersvergoedingen (nadeel € 275 duizend) Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op meer uitrukken in 2022 dan begroot, hetgeen leidt tot een nadeel op de vrijwilligersvergoedingen.
Opleidingen repressief (voordeel € 40 duizend) In 2022 is één opleiding manschap A en bevelvoerder minder opgestart dan gepland. Daarentegen zijn er 10 brandweerchauffeurs meer opgeleid dan was voorzien. Dit heeft geresulteerd tot een positief saldo voor vakbekwaam worden van € 132 duizend. De kosten van het realistisch oefenen voor de repressieve functies zijn hoger uit gekomen dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal realistische rijtrainingen op locatie. Hierdoor laat vakbekwaam blijven een negatief saldo zien van € 92 duizend. Per saldo resteert dan een positief saldo van € 40duizend.
Flexibele schil (voordeel € 215 duizend) Voor de uitvoering van een aantal projecten en additionele werkzaamheden is budget vrijgemaakt. Door uitstel van projecten, de krappe arbeidsmarkt en inzet via Externe Consultancy is het budget niet benut.
Mutatie personele voorzieningen (voordeel € 113 duizend) Actualisatie van de voorzieningen leidt per saldo tot een lagere dotatie aan de personele voorzieningen.
PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond (voordeel € 52 duizend) Op het onderwerp Arbo was meer budget ingezet om eventuele gevolgen van corona op te kunnen vangen wat achteraf niet nodig bleek. Ook de lasten voor keuringen vallen lager uit dan gebudgetteerd.
Opleidingen algemeen (voordeel € 119 duizend) Trajecten voor de ontwikkeling van de organisatie is door onder andere de crises waar wij als organisatie voor staan beperkt tijd geweest. Het geraamde budget is daarom niet ingezet maar beperkt voor individuele ontwikkeling.
Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Externe consultancy
Nadeel
Incidenteel
57
Kapitaallasten
Omschrijving
Voordeel
Incidenteel
314
Informatisering/automatisering
Voordeel
Incidenteel
172
Huisvesting
Voordeel
Incidenteel
205
Persoonlijke uitrusting
Voordeel
Incidenteel
118
Materieel/materiaal
Voordeel
Incidenteel
48
Catering
Nadeel
Incidenteel
128
56
Mobiliteit
Nadeel
Incidenteel
340
Overige materiële lasten
Nadeel
Incidenteel
92
Totaal
Voordeel
Incidenteel
240
Externe consultancy (nadeel € 57 duizend) Werkzaamheden die waren begroot op inhuur van personeel zijn uiteindelijk uitgevoerd door externe partners waardoor een verschuiving van lasten ten nadeel van dit onderwerp is ontstaan.
Kapitaallasten (voordeel € 314 duizend) Het voordeel van € 314 duizend wordt in hoofdlijnen veroorzaakt door investeringen waarvan de aanbesteding nog niet of later is gestart. Het voordeel wordt, conform de vastgestelde beleidslijn toegevoegd aan de egalisatiereserve kapitaallasten. Zie ook toelichting reservemutaties.
Informatisering/automatisering (voordeel € 172 duizend) De vervanging van defecte communicatiemiddelen is lager uitgevallen en van een aantal applicaties is het contract opgezegd.
Huisvesting (voordeel € 205 duizend) Een aantal geplande werkzaamheden bij diverse kazernes zijn niet uitgevoerd in afwachting van de huisvestingsplannen en het gebrek aan personeel bij installateurs en bouwbedrijven.
Persoonlijke uitrusting (voordeel € 118 duizend) Het voordeel van € 118 duizend is voornamelijk het gevolg van de nog lopende landelijke aanbesteding voor kleding. Aangezien dit nog steeds niet is afgerond, wordt alleen het hoognodige vervangen en wordt voornamelijk uit de aanwezige reservevoorraad geput.
Materieel/materiaal (voordeel € 48 duizend) In 2022 is er minder materiaal/materieel aangeschaft hetgeen leidt tot een voordeel van € 48 duizend.
Catering (nadeel € 128 duizend) De oorzaak van de overschrijding van het budget voor catering heeft een aantal oorzaken. Diverse overleggen met lunch vanwege de vanwege de crises, de catering tijdens langdurige uitrukken en de hogere carteringskosten van oefenen zijn de voornaamste oorzaken.
Mobiliteit (nadeel € 340 duizend) Het nadeel heeft voor € 125 duizend betrekking op hogere brandstofkosten. Door een inhaalslag op onderhoud zijn er meer kosten gemaakt ten bedrag van € 150 duizend. Vooruitlopend op het vernieuwd lagedruk afleg systeem zijn extra kosten gemaakt voor een bedrag van € 55 duizend. Het dan nog resterende nadeel heeft betrekking op een aantal kleine over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden.
Overige materiële lasten (nadeel € 126 duizend) Het nadeel heeft voor € 57 duizend betrekking op de onder overige materiele lasten opgenomen taakstelling. Het dan nog resterende nadeel heeft betrekking op een aantal kleine over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden.
Reserve mutaties Specificatie verschil reserve mutaties ten opzichte van de begroting: 57
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Toevoeging egalisatiereserve kapitaallasten
Nadeel
Incidenteel
426
Onttrekking algemene reserve FLO
Nadeel
Incidenteel
31
Overigen
Nadeel
Incidenteel
181
Totaal
Nadeel
Incidenteel
638
Omschrijving
Toevoeging egalisatiereserve kapitaallasten (nadeel € 426 duizend) Het nadeel heeft betrekking op een hogere storting in de egalisatiereserve kapitaallasten door enerzijds lagere kapitaallasten en anderzijds hogere opbrengsten verkoop activa. Tegenover dit nadeel staat een voordeel op de kapitaallasten en hogere overige baten.
Onttrekking algemene reserve FLO (nadeel € 31 duizend) Het nadeel heeft betrekking op een lagere onttrekking uit de algemene reserve in verband met een nieuwe berekening inzake de FLO-voorziening. Tegenover dit nadeel staat een voordeel op de post mutatie personele voorzieningen.
7.2.2 Crisisbeheersing Crisisbeheersing
Realisatie
Primitieve
Actuele
Realisatie
2021
begroting
begroting
2022
2022
2022
(X € 1.000)
Verschil
Gemeentelijke bijdrage
659
669
676
676
-
Rijksbijdrage BDuR
508
509
509
2.685
2.176
Overige baten
293
-
30
308
278
Totaal baten
1.460
1.178
1.215
3.669
2.454
Personele lasten
977
809
869
1.527
658
Materiële lasten
198
369
309
2.032
1.723
Totaal lasten
1.175
1.178
1.178
3.559
2.381
Resultaat voor reserve mutaties
285
-
37
110
73
-
-
-37
-37
-
285
-
-
73
73
Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Rijksbijdrage BDuR
Voordeel
Incidenteel
2.176
Overige baten
Voordeel
Incidenteel
278
Totaal
Voordeel
Incidenteel
2.454
Omschrijving
Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 2.176 duizend) Het voordeel van € 2,176 duizend wordt veroorzaakt door de rijksbijdrage die de VRG heeft ontvangen inzake kosten voor ontheemden Oekraïne. Deze bijdrage is niet begroot en is gelijk aan de kosten die gemaakt zijn in 2022 voor ontheemden Oekraïne. 58
Overige baten (voordeel € 278 duizend) Het voordeel van € 278 duizend heeft 2 oorzaken. Enerzijds is een bijdrage van € 205 duizend ontvangen inzake de kosten voor opvang asielzoekers in Ter Apel. Deze bijdrage is niet begroot en is gelijk aan de kosten die gemaakt zijn in 2022 voor de opvang van asielzoekers in Ter Apel. Anderzijds heeft een voordeel van € 73 duizend betrekking op een nieuwe detacheringsafspraak die per maart 2022 is ingegaan. Echter, is voor ditzelfde voordeel een nadeel te zien bij de personele lasten, omdat de gedetacheerde persoon wordt vervangen.
Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Salariskosten
Nadeel
Incidenteel
150
Opleidingen repressief
Voordeel
Incidenteel
82
Flexibele schil
Nadeel
Incidenteel
581
Overige personele lasten
Nadeel
Incidenteel
9
Totaal
Nadeel
Incidenteel
658
Salariskosten (nadeel € 150 duizend) Het nadeel van € 150 duizend wordt enerzijds veroorzaakt door € 77 duizend aan niet begrote kosten die betrekking hebben op ontheemden Oekraïne. Hiertegenover staat een bijdrage vanuit het Rijk. Anderzijds veroorzaakt vervanging van een gedetacheerd persoon hogere lasten van € 73 duizend, zie ook de uitleg bij overige baten.
Opleidingen repressief (voordeel € 82 duizend) Het voordeel van € 82 duizend heeft twee oorzaken. Enerzijds zijn meer opleidingen in eigen beheer uitgevoerd, anderzijds is het geplande programma niet volledig voltooid in verband met de lopende crises.
Flexibele schil (nadeel € 581 duizend) Het nadeel van € 581 duizend wordt voornamelijk veroorzaakt door niet begrote kosten die betrekking hebben op ontheemden Oekraïne voor een bedrag van € 566 duizend. Hiertegenover staat een bijdrage vanuit het Rijk. Het dan nog resterende nadeel heeft betrekking op een aantal kleine over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden.