CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-01 voorontwerp bestemmingsplan C.W. Lubbersstraat noordzijde

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen22.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

33

Voor de ontwikkeling is een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. Deze is toegevoegd onder bijlage 6. Uit de Quickscan is gebleken dat er mogelijk algemene broedvogels, verblijfplaatsen en vliegrouteondersteuning van vleermuizen en verblijfplaatsen van steenmarter en kleine marterachtigen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen, dienen voor algemene broedvogels enkele mitigerende maatregelen genomen te worden. Het heeft de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden aan het begin van het vogelbroedseizoen, dan dient het plangebied ruim voor aanvang van het broedseizoen preventief ongeschikt gemaakt te worden door het verwijderen van bomen en struiken in het plangebied; Het kort maaien en kort houden van de oevervegetatie en het gras, zodat er geen nestgelegenheid is voor watervogels en door het plaatsen van rode vlaggetjes op het dak van het kantoorpand zodat kan worden voorkomen dat soorten als scholekster daar komt te broeden. Daarbij is het wenselijk om nieuwe nestmogelijkheden te creëren, of nestmogelijkheden elders te verbeteren door het plaatsen van inheemse vegetatie. Tevens mogen de genoemde maatregelen niet in strijd zijn met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming voor wat betreft andere beschermde soorten.

Indien gestart wordt te midden van het vogelbroedseizoen, dient er eerst een controle plaats te vinden door een ter zake kundige ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld. Voor vleermuizen die mogelijk een verblijfplaats en/of vliegroute hebben binnen de verstoringszone van het plangebied, dient verstoring door bouwverlichting te worden voorkomen door eventueel te gebruiken verlichting weg te draaien van met name de woningen ten zuiden van het plangebied, de brede watergang ten oosten van het plangebied en de bomenrij langs de doorgaande weg ten oosten van het plangebied. Bij voorkeur wordt bij het plaatsen van een licht gekozen voor amberkleurige verlichting. Om de aanwezigheid van steenmarter en gewone grootoorvleermuis te toetsen dient nader onderzoek te worden uitgevoerd, welke al dan niet tot een ontheffingsprocedure lijdt. Dit onderzoek vindt plaats in 2022. Wat betreft aanwezigheid van bunzing, wezel en hermelijn geldt de zorgplicht en mogelijk moet vanaf 2022 nader onderzoek plaatsvinden voor bunzing en hermelijn. Indien er nesten of vaste verblijfsplaatsen worden aangetroffen, dient er eerst een ontheffing op de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij de Provincie.

Om deze ontheffing te verkrijgen, moeten er mitigerende maatregelen worden genomen door bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve nestgelegenheden in de omgeving. Voor de overige voorkomende soorten dient bij de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het broedseizoen van deze soorten. Er mag dan ook niet tijdens het broedseizoen gewerkt worden. Tot slot geldt de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat men de plicht heeft om schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wnb. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans genoemd Natuurnetwerk Nederland.

34

Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. Directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging, versnippering etc. zijn op deze afstand uit te sluiten. Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen zijn ook niet aan de orde, omdat autoverkeer de natuurgebieden niet hoeft te kruisen om de planlocatie te bereiken. Natuurnetwerk Nederland Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Er worden daarom geen ingrepen voorgesteld. Vanuit de NNN zijn geen belemmeringen voor dit plan aan de orde. Stikstofdepositie Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 toegevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven de 0,00 mol N/ha/jaar uit komt.

Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen.

4.6

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Maatgevende stoffen in Nederland zijn hiervoor stikstofdioxide en fijn stof. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit in Nederland zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden slechts 24 wooneenheden mogelijk gemaakt. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

35

4.7

Bodem

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Voor de ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 opgenomen. Op basis van de onderzoekresultaten is sprake van een tweetal verontreinigingen die belemmeringen kunnen geven voor de ontwikkeling van de locatie naar woningbouw. Het betreffen: • Deellocatie A: Xvlenen verontreiniging voormalige benzinepomp Voor deze verontreiniging geldt geen directe saneringsnoodzaak. Er zijn geen directe contactrisico's. • Deellocatie E) Asbestverontreinieing puinlaag Voor de asbestverontreiniging zijn eveneens geen contactrisico's. De verontreiniging is afgedekt met stelconplaten.

Aanbevolen wordt om beide verontreinigingen voorafgaand aan de ontwikkeling van de locatie te verwijderen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat middels het aanvullend onderzoek ter plaatse van deellocatie E is gebleken dat de bodemopbouw en bodemkwaliteit op dit deel van het terrein zeer heterogeen is. Puinlagen en dempingsmateriaal (huisvuil) wisselen elkaar, op verschillende dieptes en plaatsen, af. Het is niet uitgesloten dat buiten de reeds onderzochte delen op dit terreindeel verontreinigde puinlagen/dempingsmateriaal kan worden aangetroffen. Bij eventueel toekomstig grondverzet vormt dit onderzoek geen geldig bewijsmiddel, maar geldt het als indicatie voor de kwaliteit van de af te voeren grond. Bij grondverzet en afvoer van grond vanaf de locatie kan het daarom noodzakelijk zijn een partijkeuring volgens de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit uit te voeren. Vanwege de aanleiding van het huidige onderzoek, transactie, is geen onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van PFAS. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan eventuele afvoer van grond hier rekening mee te houden. Ter plaatse van de met asbest verontreinigde puinlagen (> 100 mg/kg d.s. aan asbest) is voor eventuele grondroerende werkzaamheden veiligheidsklasse Zwart niet vluchtig van toepassing. Voor puinlagen en bodemlagen waarin gehalten aan asbest zijn gemeten < 50 mg/kg d.s. is de basishygiëne van toepassing.

36

4.8

Water

De initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Het plan wordt via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is als bijlage 4 toegevoegd. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat via de digitale watertoets deze standaard waterparagraaf wordt verstrekt, met voor het plan relevante adviezen. Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij de doorbraak van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle belangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid. Dit plan voorziet niet in een extra risico voor de waterveiligheid.

Ook bevinden zich geen beschermingszones in het plangebied waar rekening mee gehouden moet worden. Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak de zorg voor voldoende water in droge perioden als de afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden. Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater dat tot afvoer komt volgt de trits ; "vasthouden, bergen, afvoeren". Met dit plan neemt de verharding af. in de huidige situatie bedraagt de verharding 7.753 m^ en in de nieuwe situatie 6.985 m^. Zie hiervoor figuur 4.3 en 4.4. De ontwikkelaar is derhalve niet verplicht om compenserende maatregelen te nemen.

37

Figuur 4.4

Verharding huidige situatie van 6.985

Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen. Daarnaast is een

38

goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Dit volgt de trits ; "schoonhouden, scheiden, zuiveren". Met dit plan is geen sprake van vervuiling van het oppervlaktewater. Alle woningen zijn aangesloten op het drinkwaternet en de riolering. In de nieuwe situatie wordt het (huishoudelijk) afvalwater afgevoerd naar het gemeentelijk gescheiden rioolstelsel. Ook wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen en vinden er geen bedrijfsmatige activiteitenplaats die voor vervuiling kunnen zorgen. Overleg waterbeheerder De initiatiefnemer(s) van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen.

Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij onderhavige procedure wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf.

4.9

Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysiek leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De gemeente Veendam heeft een archeologische beleidsnota en een archeologisch beleidskaart vastgesteld (januari 2009). In september 2014 zijn een geactualiseerde nota en kaart vastgesteld waarin ook de cultuurhistorie een plek heeft gekregen. De beleidskaart is in 2016 en 2018 geactualiseerd. De beleidsnota en -kaart dienen als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het geldende bestemmingsplan zijn voor de gronden waar mogelijk archeologische waarden kunnen voorkomen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming waar de woningen gebouwd gaan worden. Wel geldt voor het zuidelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.

Op dit deel van het plangebied vindt geen woningbouw plaats. Nader onderzoek naar archeologie is niet nodig. Wel wordt de dubbelbestemming ook in dit bestemmingsplan overgenomen. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet.

39

4.10

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig zo blijkt uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Veendam. Zie hiervoor figuur 4.5. Er is geen sprake van aantasting van cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van het dorp. Het aspect cultuurhistorie heeft dan ook geen gevolgen voor het project.

40

Legenda ■1 AMK-terreinen (WR-a1) Oude kerken, pastorieën, synagoge en begraafplaatsen (WR-a1) Veerborgen en buitenplaatsen (WR-a1) Veerborgen en buitenplaatsen (aandachtspunt)

CZl Boerderijen (WR-a2) ^ Historische kernen, bebouwing en vallaten (WR-a2) — Cultuurhistorisch en -landschappelijk waardevolle wegen en dijken (WR-a2) — Cultuurhistorisch en -landschappeiijk waardevolle waterlopen (WR-a2) — Cultuurhistorisch en -landschappelijk waardevolle waterlopen (WR-a2) - gedempt Hoge verwachting (WR-a3) Lage verwachting

■i Lag^ verwachting n.a.v. onderzoeken 2016 - 2018 % Molens (aandachtspunt) ►

Overige aandachtspunten: fabrieksterreinen en overige objecten Semslinie (aandachtspunt) Spoorlijnen van paardentram en NOLS (aandachtspunt)

Figuur 4.5

4.11

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart

Kabels en leidingen

Bi] de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het gebied.

41

4.12

MER (Milieu effect rapportage) verantwoording

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • de kenmerken van de projecten; • de plaats van de projecten; • de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (Dll.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt slechts 24 woningen mogelijk en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is.

In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerdergenoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije mer. Deze is als bijlage 7 opgenomen.

42

Hoofdstuk 5

Toelichting op de planregels

5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan 'Wildervank'. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2 Beschrijving juridische regeling Bestemming Woongebied De toekomstige woningen krijgen de bestemming Woongebied. De woningen dienen binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het op de verbeelding aangeduide aantal per bouwvlak. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt 11 meter. Binnen de bestemming Woongebied zijn de gronden ook bestemd voor verkeer en verblijf. De ontsluitingswegen en de parkeervoorzieningen zijn derhalve mogelijk binnen de bestemming Woongebied. Groen Het stedelijk groen heeft de bestemming 'Groen' gekregen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Tevens vormt dit groen een afscherming van de nieuwe woonwijk tot het omliggende bedrijventerrein. Verkeer - Verblijfsgebied De

ontsluitingswegen

in

het

plangebied

hebben

de

bestemming

'Verkeer - Verblijf'

gekregen.

groenvoorzieningen en water worden in deze bestemming meegenomen. Water Het bestaande water aan de noordwest kant van het plangebied heeft de bestemming 'Water' gekregen.

43

Ook

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie In het zuidelijk deel van het plangebied kunnen mogelijk archeologische resten voorkomen. Daarom is voor deze gronden de dubbel bestemming Waarde - Archeologie opgenomen. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m^ moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd. Ook voor onder andere afgraven, egaliseren en ophogen van gronden over een oppervlakte groter dan 200 m^ is archeologisch onderzoek nodig. Gebiedsaanduiding geluidzone - industrie De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn naast de voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten vanwege het geluidgezoneerde industrieterrein.

44

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Algemeen In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het overleg voorgelegd aan de betrokken overleginstanties.

Het

bestemmingsplan wordt voor inspraak ter inzage gelegd.

Er is

inmiddels een

informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Verslaglegging hiervan wordt met de gemeente gedeeld. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.3 Grondexploitatie Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De ontwikkelaar kan het project volledig financieren. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst.

45

De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt. Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van eventuele planschade.

46

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1

Onderzoek wegverkeerslawaai

VEENDAM ÖN: tUBBERSSTRAAT akoesti^ onderzoek ‘

/

18 januari 2022

r i

«

^

^

%

RHO ADVISEURS

( /<■

1

i

1

f

..Si ***

INHOUD 1. INLEIDING 2. PLANBESCHRIJVING 3. TOETSINGSKADERS GELUID

5 6 7

3.1 Wegverkeerslawaai 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Nieuwe situaties 3.1.3 30 km-wegen

7 7 8 8

3.2 Industrielawaai 3.3 Cumulatie

8 8

4. BEREKENINGEN

9

4.1 Rekenmethoden 4.2 Uitgangspunten wegen 4.3 Rekenmodel

9 9 10

5. BEREKENINGSRESULTATEN 11 5.1 C.W. Lubbersstraat 5.2 Meihuizenweg 5.3 Nijverheidsstraat 5.4 Industrielawaai

11 12 13 13

6. BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE

14

BIJLAGEN

3/14

1

BEGRIPPEN

2

INVOERGEGEVENS

1. INLEIDING Aan de C.W. Lubbersstraat te Wildervank worden maximaal 24 grondgebonden woningen gerealiseerd. Op basis van het geldende bestemmingsplan "Kernen" kent het plangebied momenteel de bestemming "Bedrijventerrein". Binnen deze be¬ stemming zijn woningen niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. De locatie ligt binnen de wettelijke geluidzone (Wet geluidhinder) van de Poststraat/Nijverheidsstraat, de Apollolaan/C.W. Lubbersstraat en de Meihuizenweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gereali¬ seerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Naast de zoneringsplichtige wegen is gekeken naar de geluid¬ belasting vanwege de aanwezige 30 km-wegen in het kader van de beoordeling van goede ruimtelijke ordening/aanvaard¬ baar woon-/leefklimaat. Het plangebied maakt momenteel deel uit van het gezoneerde industrieterrein "Bedrijventerreinen Veendam". Woning¬ bouw is momenteel niet toegestaan en kan planologisch mogelijk worden gemaakt door het plangebied de dezoneren. Daar¬ mee komt het plangebied binnen de geluidzone te liggen.

Realisatie van de woningen is mogelijk als wordt voldaan aan de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Dit aspect is onderzocht door de Omgevingsdienst Groningen (ODG); de resul¬ taten hiervan worden meegenomen in voorliggend onderzoek. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.

5/14

2. PLANBESCHRIJVING Een overzicht van het voorgenomen plan is gegeven in figuur 2.1. In het gebied komen maximaal 24 woningen, waarvan één vrijstaande (koop)woning aan de westkant van het plangebied ter hoogte van de bestaande watergang. Deze woning krijgt een oriëntatie op het Oosterdiep. Verder bestaat het plan uit 14 twee-onder-één-kap woningen en een rij van acht aaneen gebouwde woningen. Tevens wordt het bestaande kantoorgebouw aan de noordkant van het plangebied omge¬ bouwd tot reguliere woning. De woningen worden ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg. Deze sluit aan op de Meihuizenweg en de C.W. Lubbersstraat. Daarnaast worden in het plangebied een aantal parkeerplaatsen gerealiseerd. Het openbaar gebied krijgt verder een groene uitstraling. Figuur 2.1: nieuwe situatie plangebied C.W. Lubbersstraat

6/14

3. TOETSINGSKADERS GELUID 3.1 Wegverkeerslawaai 3.1.1 Algemeen

Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken buitenstedelijk gebied

5 of meer 3 of 4 lof 2

600 400 250

breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied 350 350 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een

autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het

betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de be¬ bouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een et¬ maal. Aftrek op basis van artikel IlOg Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel IlOg van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbe¬ lastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

7/14

3.1.2 Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluid¬ zone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vast¬ stelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltref¬ fend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, land¬ schappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnel¬ weg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het nieuwe woningen binnen het plangebied geldt dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie. De maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. 3.1.3 30 km-wegen

Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzich¬ telijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

3.2 Industrielawaai Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, die betrekking hebben op gronden gelegen binnen de geluidzone, dienen voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen/terreinen grenswaarden in acht te worden genomen. Daarbij geldt een systematiek van voorkeursgrenswaarden en hogere grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. De algemene maximale grenswaarde bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties.

3.3 Cumulatie Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken¬ en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccep¬ teerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.2:

8/14

kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Uum [dB]

geluidkwaliteit

<45

zeer goed

46-50

goed

51-55

redelijk

56-60

matig

61-65

slecht

>65

zeer slecht

4. BEREKENINGEN 4.1 Rekenmethoden Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode ii uit het Reken- en meetvoorschrift geiuid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodeiien zijn opgesteid in het softwareprogramma Geomiiieu, versie V2020.2 van dgmr-software. De relevante invoergegevens (brongegevens) zijn gegeven in bijlage 2. De objectgegevens (gebouwen) zijn niet weergegeven in een bijlage. Voor de hele omgeving worden deze ingevoerd vanuit PDOK-bestanden en zijn dermate omvangrijk, dat het niet meer informatief is. De gebouwhoogten in het rekenmodel zijn afgestemd op een effectieve bouwhoogte die toegestaan wordt binnen het plangebied.

4.2 Uitgangspunten wegen Intensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur/etmaal passeert. Door de gemeente Veendam zijn alleen telgegevens aangeleverd/beschikbaar van de C.W. Lubbersstraat die dateren van 2018. Deze intensiteit is op basis van 1% autonome groei per jaar doorgerekend naar het peiljaar 2032 (10 jaar na plandatum). De verkeersintensiteit bedroeg voor de C.W. Lubbersstraat ca. 5.200 mvt/etmaal in 2018 en afgerond 6.040 mvt/etmaal in 2032 (wegvak tussen Vijverlaan en M. Hardenbergstraat). In de berekeningen is uitgegaan van een doorgaande verkeersstroom van deze intensiteit op de Apollolaan/C.W. Lubbersstraat/Dalweg 12. Van de Meihuizenweg zijn geen gegevens bekend. Wel is er een afvalbrengstation gevestigd. In de berekening is daarom uitgegaan van 2.000 mvt/etmaal op dit wegvak. Voor de Nijverheidsstraat zijn eveneens geen gegevens bekend. In het Mobiliteitsplan gemeente Veendam van 2006 is voor het peiljaar 2020 een intensiteit aangegeven van 6.550 mvt/etmaal voor een gemiddelde werkdag. Voor een gemiddelde weekdag in 2032 is uitgegaan van 1% autonome groei en bedraagt de etmaalintensiteit 6.640 mvt/etmaal op basis van dit uitgangspunt. De voertuig- en etmaalverdelingen zijn gebaseerd op de tellingen van 2018 en voor alle wegvakken gelijk aangehouden (bij gebrek aan andere gegevens).

Rijsnelheid De in te voeren rijsnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een voertuigcategorie voertuigen. Dit is in het algemeen de wettelijke toegestane rijsnelheid. Voor de omliggende relevante wegen geldt een rijsnelheid van 50 km/uur. Wegdekverharding Geluid ten gevolge van wegverkeer kan men onderscheiden in motorgeluid en rolgeluid. Het rolgeluid is een gevolg van de wisselwerking tussen banden en wegdek. De aard van het wegdek is hierbij van invloed. Daarom worden in het rekenschema verschillende typen wegdek onderscheiden. Bij lichte motorvoertuigen is de bijdrage van het rolgeluid aan het totale geluid groter dan bij de zware en middelzware motorvoertuigen. Als gevolg hiervan heeft het wegdek een grotere invloed op de geluidsbelasting naarmate het percentage vrachtverkeer kleiner is. De wegdekverhardingen zijn overeenkomstig de feitelijk situatie te beschouwen als referentiewegdek.

9/14

4.3

Rekenmodel

Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (modelfiguur en wegen). Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 4.1. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde harde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5). De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Ter plaatse van de bouwvlakken zijn toetspunten zijn ingevoerd met een hoogte ho = +1,5 m t/m ho = 7,5 m (maximaal twee bouwlagen + kap). Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2°, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuurte minimaliseren. Figuur 4.1: overzicht van het akoestisch rekenmodel met de ligging van objecten, de harde bodemvlakken (Bf = 0,0) en de toets-Aekenpunten

10/14

5. BEREKENINGSRESULTATEN 5.1

C.W. Lubbersstraat

In figuur 5.1 zijn de berekende geluidbelastingenvanwege de C.W. Lubbersstraat weergegeven (Lden in dB). De geluidbelas¬ tingen op de toetspunten zijn inclusief aftrek op basis van art. IlOg Wgh (5 dB). Figuur 5.1: overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de C.W. Lubbersstraat (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel IlOg Wgh)

11/14

5.2

Meihuizenweg

In figuur 5.2 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege de Meihuizenweg weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen op de toetspunten zijn inclusief aftrek op basis van art. IlOg Wgh (5 dB). Figuur 5.2: overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Meihuizenweg (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel IlOg Wgh)

12/14

5.3

Nijverheidsstraat

In figuur 5.3 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege de Nijverheidsstraat weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastin¬ gen op de toetspunten zijn inclusief aftrek op basis van art. IlOg Wgh (5 dB). Figuur 5.3: overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Nijverheidsstraat (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel IlOg Wgh)

5.4

industrielawaai

Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, die betrekking hebben op gronden gelegen binnen de geluidzone, dienen voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen/terreinen grenswaarden in acht te worden genomen. Daarbij geldt een systematiek van voorkeursgrenswaarden en hogere grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. De algemene maximale grenswaarde bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. Met het zonebeheersmodel van het gezoneerde industrieterrein industrieterrein "Bedrijventerreinen Veendam" is door de ODG de geluidbelasting berekend op het plangebied/bouvwlakken. Uit deze berekeningen blijkt dat de geluidzone momen¬ teel gevuld is en dat de geluidbelasting op de bouwvlakken niet hoger is dan 51 dB(A) als etmaalwaarde. Door de ODG is geadviseerd om hogere grenswaarden vast te stellen van generiek 55 dB(A).

13/14

6. BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE Aan de C.W. Lubbersstraat te Wildervank worden maximaal 24 grondgebonden woningen gerealiseerd. De locatie ligt binnen de wettelijke geluidzone (Wet geluidhinder) van de Poststraat/Nijverheidsstraat, de Apollolaan/C.W. Lubbersstraat en de Meihuizenweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Uit het onderzoek blijkt dat de alleen de berekende geluidbelasting vanwege de (gezoneerde) Nijverheidsstraat hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB (zie figuur 5.3), en dan uitsluitend ter plaatse van de grondgebonden woningen aan het Oosterdiep. De geluidbelasting bedraagt daar ten hoogste Lden = 55 dB (zie figuur 5.3). Dit betekent dat alleen voor deze woning een hogere waarde nodig is voor wegverkeerslawaai. Omdat het slechts één woning betreft zijn geluidreducerende maatregelen (stiller asfalt, snelheidsverlaging) niet kosteneffectief. Daarnaast zijn er stedenbouwkundige bezwaren (geluidschermen). Door de ODG is de geluidbelasting vanwege "Bedrijventerreinen Veendam" berekend op ten hoogste 51 dB(A) op de nieuwe woningen aan de oostzijde van het plangebied, slechts 1 dB hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Om geen belemmeringen te laten ontstaan voor de het gezoneerde industrieterrein wordt een generieke hogere waarde van 55 dB(A) voorgesteld.

Omdat het plangebied vanaf de oostzijde door industrielawaai wordt belast en de hoogste geluidbelasting vanwege wegver¬ keer vanaf de westzijde is (Nijverheidsstraat), is er geen sprake van cumulatieve effecten. Samenvattend kan worden gesteld dat de woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wgh met een hogere waarde procedure en hogere waarden van 55 dB(A) voor uitsluitend industrielawaai (generiek) en 55 dB voor wegverkeerslawaai (één woning).

14/14

BIJLAGEN

RHO ADVISEURS

Bijlage 1:

begrippen

Decibel A, afgekort dB(A); een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargeno¬

men, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10'^ Pa. Equivalent geluidsniveau Ueq.r in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau U in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde

bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau Ueqi.iT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau Uftri.LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr.a in dB{A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde

deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaai in dB(A):

de

hoogste van de volgende drie waarden: LAr.LT over de dagperiode; LAr.LT over de avondperiode + 5; LAr.LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A):

gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,

avondperiode en nachtperiode. Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) Lqmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsni¬ veau, meterstand "fast" gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht

plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan

die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege

dit terrein niet wordt overschreden.

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Naam

Omschr.

1 2 3 3 5

C.W. Lubbersstraat rotonde Nijverheidsstraat Dalweg 12 Meihuizenweg

6

C.W.

Lubbersstraat

(30 km)

X-1

Y-1

X-n

Y-n

H-1

253908,23 254472,75 254033,46 254471,89 254398,86

567620,06 567374,89 567267,77 567370,01 567404,43

254398,76 254472,75 254246,31 254683,33 254592,50

567404,47 567374,89 567888,55 567272,87 567923,88

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

254445,59

567379,77

254398,86

567404,43

0,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai

- RMG-2012, wegverkeer

Naam

H-n

M-1

M-n

ISO_H

Type

Cpl

Cpl_W

1 2 3 3 5

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

False False False False False

1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

6

0,00

0,00

0,00

0,00

Verdeling

False

1,5

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

V(MR(D))

V(MR(A))

V(MR(N))

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Naam

V(MR(P4) )

V(I,V(D) )

V(LV(A) )

V(LV(N) )

V(LV(P4)>

V{MV(D) )

V(MV(A))

V(MV(N))

V(MV(P4))

V(ZV(D) )

1 2 3 3 5

------

50 50 50 50 50

50 50 50 50 50

50 50 50 50 50

--

50 50 50 50 50

50 50 50 50 50

--

--

50 50 50 50 50

50 50 50 50 50

6

--

50

50

50

__

50

50

50

----

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

__ ---

--

50

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, Naam

V(ZV(A) )

V{ZV(N) )

V(ZV(P4)>

30 km/uur

Totaal aantal

%Int(D)

%Int (A)

%Int(N)

1 2 3 3 5

50 50 50 50 50

50 50 50 50 50

--

False False False False False

W1 W1 W1 W1 W1

6040,00 6040,00 6640,00 6040,00 2000,00

6,39 6,39 6,39 6,39 6,39

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

0,67 0,67 0,67 0,67 0,67

6

50

50

False

W1

6040,00

6,39

4,50

0,67

-__ --

--

Wegdek

wegverkeer

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%Int(P4)

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Naam 1 2 3 3 5 6

%MR(D)

%MR(A)

%MR(N)

%MR(P4)

%LV(D)

%LV(A)

%LV(N)

%LV(P4)

%MV{D)

%MV(A)

%MV{N)

--

--

__

--

--

__

----

---

---*

--__

98,80 98,80 98,80 98,80 98,80

98,00 98,00 98,00 98,00 98,00

__

--

96,50 96,50 96,50 96,50 96,50

--

3,10 3,10 3,10 3,10 3,10

1,10 1,10 1,10 1,10 1,10

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

--

--

__

96,50

98,80

98,00

__

3,10

1,10

2,00

--

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

-__

--

%MV(P4) --

----

%ZV(D) 0,40 0,40 0,40 0,40 0,40 0,40

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Naam

%ZV(A)

%ZV(N)

1 2 3 3 5

0,10 0,10 0,10 0,10 0,10

---

%ZV(P4)

MR(D)

MR(A)

MR(N)

--

--

--

--

--

6

0,10

--

--

--

--

--

MR(P4) -----

..

LV(D)

LV(A)

LV(N)

LV(P4) MV(D)

268,54 268,54 295,21 268,54 88,92

39,66 39,66 43,60 39,66 13,13

--

--

372,45 372,45 409,45 372,45 123,33

--

11,96 11,96 13,15 11,96 3,96

--

372,45

268,54

39,66

--

11,96

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

__

-__

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Naam

MV{A)

MV(N)

MV{P4)

ZV(D)

2V(A)

ZV{N)

ZV(P4)

1 2 3 3 5

2,99 2,99 3,29 2,99 0,99

0,81 0,81 0,89 0,81 0,27

--

1,54 1,54 1,70 1,54 0,51

0,27 0,27 0,30 0,27 0,09

--

--

--

__

--

6

2,99

0,81

1,54

0,27

__

__

---

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

--

LE

(D)

Totaal

LE

(A)

Totaal

--

108,46 108,46 108,87 108,46 103,66

106,67 106,67 107,08 106,67 101,87

__

108,46

106,67

---

5-1-2022 12:47:29

Veendam - C.W. Lubbersstraat Model: eerste model Groep: (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, Naam

LE

(N)

Totaal

1 2 3 3 5

98,46 98,46 98,88 98,46 93,66

6

98,46

LE

(P4)

Bijlage 2.1: ingevoerde wegen

wegverkeer

Totaal

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

5-1-2022 12:47:29

Bijlage 2.2: overzicht akoestisch rekenmodel

Rho - Rotterdam

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek industrielawaai_versie 24-1-2022

Omgevingsdienst

Groningen Advies Geluid Extern Advies

Aan Opsteller Collegiale toetser Onderwerp

Datum 24-01-2022 Andre Hollander Zaaknummer Z2021-011065 Erik Halsema Bevoegd gezag Gemeente Veendam Folkert Grond Kenmerk BC Woningbouw op voormalig bedrijventerrein GW Lubbwersstraat 51 /49 Wildervank

Samenvatting In opdracht van de gemeente Veendam is door de Omgevingsdienst Groningen een geluidsberekening Industrielawaai gemaakt op de geprojecteerde nieuwbouw van 23 woningen op het bedrijventerrein aan de C.W. Lubbertsstraat 51 /49 in Wildervank, gemeente Veendam. Zoals in figuur 1 is weergegeven grenst het bedrijventerrein (paars) aan de lintbebouwing van het dorp Wildervank. Het bedrijventerrein is onderdeel van het geluidgezoneerd industrieterrein Veendam. Dit onderzoek richt zich enkel op de ruimtelijke inpassing en de gevolgen voor een woon en leefklimaat als gevolg van het geluidsgezoneerd industrieterrein Wet geluidhinder en gevolgen voor de toekomstige ontwikkelingen van het industrieterrein. Uit de berekening blijkt dat de geluidsbelasting op de geprojecteerde woningen de grenswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde niet overschrijdt. Geadviseerd wordt middels een hogere waarden procedure voor de woningen een hogere geluidsgrenswaarde vast te stellen waardoor de toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein niet worden bedreigd. Met een hogere geluidsgrenswaarde is nog steeds sprake van een goede ruimtelijke ordening. Geadviseerd wordt om de gevolgen voor de bestaande gemelde of vergunde rechten van naast gelegen bedrijven niet in geding komen. Voor geluid zijn dit de bestaande rechten voor activiteiten waarbij maximale geluidsniveaus kunnen ontstaan.

Naast het milieuaspect geluid spelen de milieuaspecten geur, luchtkwaliteit en externe veiligheid eveneens een rol.

Casus In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat rond industrieterreinen waarop krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aangewezen inrichtingen (de zogenaamde grote lawaaimakers conform artikel 2.1 lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) zijn gevestigd of zich mogen vestigen, een geluidzone moet zijn vastgesteld (artikel 41 Wgh). Deze zone maakt deel uit van het bestemmingsplan (en/of omringende bestemmingsplannen). Het bestemmingsplan bedrijventerrein Veendam maakt vestiging van de bovengenoemde inrichtingen mogelijk. Op de geluidszone geldt dat het industrielawaai van dit industrieterrein op de zonegrens niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. In meeste gevallen overlapt deze geluidszone gebieden met woon en soortgelijke gevoelige bestemmingen. Afhankelijk van de situatie is dit mogelijk tot een maximale geluidgrenswaarde. Voor nieuwe situaties geldt hiertoe een maximale geluidsgrenswaarde tot maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde. In deze situatie wordt de bestemming van een deel van dit industrieterrein gewijzigd in de bestemming wonen om woningbouw mogelijk te gaan maken. Dit plangebied met woonbestemming maakt geen onderdeel meer uit van het geluidsgezoneerd industrieterrein. De gemeente heeft hierbij niet het voornemen om de geluidszone te willen gaan wijzigen.

Dit betekent dat de geprojecteerde woningen binnen de bestaande geluidszone komen te liggen. De vraag is of dit mogelijk is in verband met de geluidbelasting door het aanwezige industrieterrein rekening houdend met toekomstige geluidreserveringen en de wat zijn hiervan de gevolgen voor de ontwikkelingen op het gezoneerd industrieterrein. Mocht blijken dat de geluidsbelasting van het industrieterrein niet hoger

Bundelt kennis b ervaring

IB AIT Omgevingsdienst

Groningen te zijn dan 55 dB(A) etmaalwaarde dan wordt geadviseerd om voor deze woningen een ontheffing tot maximaal deze waarde vast te gaan leggen met een hogere waardenbesluit (bijlage 3). Indien de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein hoger bedraagt dan 55 dB{A) etmaalwaarde dan is woningbouw binnen de geluidszone niet mogelijk.

Een ander aandachtspunt zijn de vergunde of gemelde bestaande rechten van de activiteiten van naast gelegen bedrijven. In een melding of vergunning worden naast het Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ook beperkingen gesteld tegen maximale geluidsniveaus. Maximale geluidsniveaus worden beoordeeld op een gevel van de te beschermen gevoelig object. Omdat de afstand tussen gevoelige objecten en inrichtingsgrens kleiner wordt heeft dit gevolgen voor de vergunde activiteiten. Naast geluid spelen tevens andere zaken zoals luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook deze aspecten dienen te worden beschouwd voor het realiseren van de bestemmingswijziging. Omdat dit advies zich enkel richt op de gevolgen voor het industrieterrein en de (on)mogelijkheden die de Wet geluidhinder kent is het advies om de overige milieu aspecten op melding of vergunningenniveau nader te laten onderzoek

Figuur 1: grens geluidgezoneerd terrein Veendam

Zaaknummer Z2021-01J065

Bundelt kennis 8 ervaring

| Pagina: 2 /16

LHAIT Omgevingsdienst

Groningen Beoordeling Het plan betreft het realiseren van 23 woningen (donkergrijs) op het voormalig bedrijventerrein zoals weergegeven in figuur 2. Tevens zijn plannen voor het realiseren van een aardenwal om geluid van wegverkeer en industrie af te schermen. Met behulp van het zonebeheer rekenmodel van het geluidsgezoneerd industrieterrein Veendam is een geluidsberekening gemaakt op de geprojecteerde geluidgevoelige objecten. In figuur 3 is de situatie ten aanzien van de ligging geluidszone (oranje lijn) weergegeven

Type A; 10 Type B: 8 Type C: 4 Type D: 1 Totaal: 23 Parkeren Privé: 30 Openbaar: 16 Totaal: 46 Norm 46/23= 2,0 bebouwing bestaand bebouwing nieuw nu kantoor, te wijzigen naar wonen

V/\ZET Figuur 2: plangebied met geprojecteerde woningen

Zaaknummer Z2021-0J1065

Bundelt kennis 8 ervaring

Omgevingsdienst

Groningen Destijds, bij de vaststelling van de geluidszone, is gekozen om de geluidszone op de grens van het plangebied van het bedrijventerrein vast te stellen. Met het omzetten van de bedrijfsbestemming in een woonbestemming wordt van een aantal percelen die dicht bij de zonegrens (50dB(A) contour,( oranje lijn in figuur 3) liggen de aanwezige of gereserveerde geluidsruimte verwijderd. Door het dezoneren van dit deel van het industrieterrein ontstaat op de geluidszone meer geluidsruimte. Om te voorkomen dat de nieuwe gevoelige bestemmingen een beperking geven voor toekomstige ontwikkelingen op dit industrieterrein dient in het ruimtelijkspoor een hogere waarden procedure te worden gevolgd. Hiertoe dient de wettelijke procedure gelijk te lopen met de procedure van de bestemmingswijziging.

Zaaknummer Z2021-011065

Bundelt kennis 8 ervaring

ti AIT Omgevingsdienst

Groningen

Figuur 3 Plangebied t.a.v. geluidszone

Geluidsberekening Uit de geluidsberekening (achter dit advies in de bijlagen opgenomen) komt naar voren dat de geluidsbelasting ter plaatse van de geprojecteerde woningen varieert tussen minder dan de voorkeurswaarde en de maximaal toegestane grenswaarde. Afgerond bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste 51 dB(A) etmaalwaarde. Hierbij is geen rekening gehouden met afscherming als gevolg van een geprojecteerde aarden wal. Dit omdat nog niet zeker is of deze ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden, temeer ze nu geen noodzakelijke functie heeft als geluidswal en het dus alleen een 'zichtwal' betreft. In Bijlage 1 zijn de toetspunten per woningblok in beeld gebracht. In bijlage 1 zijn de geprojecteerde objecten met ontvangerpunten schematisch weergegeven. In bijlage 2 vindt u de rekenresultaten op de toetspunten per woningblok per etmaalperiode weergeven. Als beoordelingshoogte is naast de hoogte van 5 meter welke voor zonebewaking wordt aangehouden ook de geluidbelasting op een hoogte van 1,5 meter boven het plaatselijk maaiveldniveau aangehouden. Uitzondering is de beoordelingshoogte bij woonblok 10. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat dit gebouw (bestaand) een hoogte heeft van 4 tot respectievelijk 7 meter. Bij gebouwhoogte van 4 meter is een beoordelingshoogte van 2 meter aangehouden.

Zaaknummer Z2021-011065

Bundelt kennis 6 ervaring

Omgevingsdienst

Groningen Conclusie en advies Uit de geluidberekeningen blijkt dat ten aanzien van de Wet geluidhinder er geen onoverkomelijke beperkingen aanwezig zijn. Indien de woningen op het voormalige bedrijventerrein binnen de geluidszone zullen worden gerealiseerd zal de geluidbelasting afgerond met ten hoogste 1 dB(A) hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) maar lager dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 55 dB(A). Omdat het bouwbesluit 2012 aangeeft dat de minimale geluidwering van een uitwendige gevelconstructie 20 dB bedraagt is het mogelijk een hogere geluidsbelasting tot maximaal 55 dB(A) middels een hogere waarden besluit vast te leggen, zonder dat daarvoor extra bouwkundige maatregelen nodig zijn om aan het vereiste binnen niveau van 35 dB(A) te kunnen voldoen. Bijkomend effect van het onttrekken van de bedrijfsbestemming op deze percelen is dat deze wijziging gunstig zal zijn voor de beschikbare geluidsruimte op de zonegrens van het industrieterrein. Een punt van aandacht is de maximale geluidsniveaus welke worden veroorzaakt door activiteiten binnen de inrichtingsgrenzen van de nabijgelegen bedrijven op het industrieterrein. In het kader van deze opdracht, beoordelen of het past binnen de geiuidzone, is naar dit onderdeel waarbij de Wabo en het Activiteitenbesluit een belangrijke rol spelen, geen verder onderzoek gedaan.

Geadviseerd wordt om dit nader te onderzoeken. Naast het onderzoek naar piekgeluiden wordt ook geadviseerd om de aspecten geur/lucht, externe veiligheid en de geschiktheid van de bodem (bodemverontreiniging) in kaart te brengen voordat de planologische procedure in werking wordt gezet.

Zaaknummer Z2021-011065

Bundelt kennis 8 ervaring

T

ï

ï

LBHIT Omgevingsdienst

Groningen Bijlage 2 Rekenresultaten Rekenresultaten LAr.LT totaal (Industrie met reservering toekomstige invulling) LAr,Lt in dB(A) ontvanger

ETMAAL

Li

Blok 1

254182,26

567595,46

1,50

48,2

43,0

38,4

48,4

67,0

Blok 1

254182,26

567595,46

5,00

48,7

43,9

39,3

49,3

66,7

Blok 1

254186,04

567594,16

1,50

47,8

42,7

38,0

48,0

67,0

Blok 1

254186,04

567594,16

5,00

48,6

43,7

39,1

49,1

66,8

Blok 1

254186,04

567594,16

1,50

47,8

42,7

38,0

48,0

67,0

Blok 1

254186,04

567594,16

5,00

48,6

43,7

39,1

49,1

66,8

Blok 1

254190,14

567592,70

1,50

47,8

42,7

38,1

48,1

67,0

Blok 1

254190,14

567592,70

5,00

48,7

43,8

39,2

49,2

66,9

Blok 1

254192,86

567591,72

1,50

47.8

42,5

38,0

48,0

67,0

Blok 1

254192,86

567591,72

5,00

48,9

44,2

39.5

49,5

67,0

Blok 1

254192,96

567587,10

1,50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11399845/1