05-01 voorontwerp bestemmingsplan C.W. Lubbersstraat noordzijde
Tekst van het document
gemeente Veendam
Aan de raad van de gemeente Veendam Postbus 20004 9640 PA Veendam
Uw kenmerk: Zaaknummer: Start zaak: Behandeld door: E-mail adres: Tel. Nummer: Datum: Bijlagen: Verzenddatum:
2022-009168 16 maart 2022 Omgevingsbeleid en Ontwikkeling infogiveendam.nl 0598-652222 16 maart 2022 2
3 0 MRT 2022
Betreft: voorontwerp bestemmingsplan C.W. Lubbersstraat noordzijde Geachte leden van de raad, Voor het terrein van het (voormalige) natuursteenbedrijf De Weijs ten noorden van de C.W. Lubbersstraat heeft ontwikkelaar Vazet een woningbouwplan ontwikkeld. Dit plan bestaat uit 22 projectmatig te bouwen woningen, de verbouw van het voormalige kantoor tot woning en een bouwkavel voor een vrijstaande woning aan het Oosterdiep. Daartoe worden de overige bedrijfsgebouwen gesloopt. Het projectmatige deel van het plan bevat 14 twee-onder-één kap-, dan wel vrijstaande woningen en een rij van acht aaneen gebouwde woningen. De woningen worden ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg. Deze sluit vervolgens aan op de Meihuizenweg en de C.W. Lubbersstraat. De ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Veendam'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk. Het voorontwerp van dit plan is bijgevoegd. Inspraak en overleg als eerste stap Ten behoeve van de voorbereiding van ruimtelijke plannen is vooroverleg met de officiële instanties, zoals Waterschap, Provincie Groningen etc., vereist.
Inspraak is in de Wet ruimtelijke ordening niet meer voorgeschreven, maar in de gemeentelijke inspraakverordening is inspraak op ruimtelijke plannen wel verplicht gesteld. Daarom wordt het plan binnenkort 6 weken ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft op 21 maart jl. een informatieavond georganiseerd voor omwonenden. Na de inspraakprocedure en de ontwerpfase wordt het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.
Gemeente Veendam Postbus 20004,9640 PA Veendam telefoon 0598 652222 e-mail info@veendam.nl pag. 1 van 1 Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam fax 0598 652250 websitewww.veendam.nl bank nr. NL64BNGH0285008676
Plangebied
rm
Plangrens
Enkel bestemmingen Groen Verkeer - Verbfijfsgebied I
WA
~| Water
[
WG-3
I Woongebied - 3
Dubbelbestem mingen Waarde - Archeologie 2
Gebiedsaanduidingen [
y
^ geluidzone - industrie
Bouwvlakken I
^ bouwvlak
Bouwaanduidingen t! aaneengebouwd
\[ [i^
platdak
Maatvoeringen (ü] maximum aantal wooneenheden
Gemeente Veendam Wildervank - C.W. Lubbersstraat Bestemmingsplan PROJECT 20211580 FORMAAT A2 SCHAAL 1:1000
Vastgesteld
KAART 1/1
Ontwerp
GETEKEND FJP
Voorontwerp
28-03-2022
IDN NLIMR0.0047.05BPCWLubbersNZ-0201
Concept
12-01-2022
RHO ADVISEURS
info9rho.nl _ K| « www.rho.nl
RHO ADVISEURS DATUM IMRO IDN PROJECT PROJECTLEIDER
28-03-2022 NLIMR0.0047.05BPCWLubbersNZ-0201 Wildervank - C.W. Lubbersstraat J. Posthumus
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20211580
AUTEUR
Rho adviseurs vooront\werp
STATUS
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Begrenzing
9
1.3
Geldende bestemmingsplan
11
1.4
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
13
2.1
Huidige situatie
13
2.2
Toekomstige situatie
15
2.3
Verkeer en parkeren
17
Beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
20
3.3
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
25
4.1
Algemeen
25
4.2
Geluid
25
4.3
Externe veiligheid
26
4.4
Bedrijven- en milieuzonering
30
4.5
Ecologie
33
4.6
Luchtkwaliteit
35
4.7
Bodem
36
4.8
Water
37
4.9
Archeologie
39
4.10
Cultuurhistorie
40
4.11
Kabels en leidingen
41
4.12
MER (Milieu effect rapportage) verantwoording
42
Toelichting op de planregels
43
5.1
Algemeen
43
5.2
Beschrijving juridische regeling
43
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
45
6.1
Algemeen
45
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
6.3
Grondexploitatie
45
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industrielawaai_versie 24-1-2022
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Watertoets
Bijlage 5
Stikstofberekening
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
65
Artikel 1
Begrippen
65
Artikel 2
Wijze van meten
68
Bestemmingsregels
69
Artikel 3
Groen
69
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
70
Artikel 5
Water
71
Artikel 6
Woongebied - 3
72
Artikel 7
Waarde - Archeologie 2
76
Hoofdstuk 3
Algemene regels
79
Artikels
Anti-dubbeltelregel
79
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
80
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
81
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
82
Artikel 12
Overige regels
83
Overgangs- en slotregels
85
Overgangsrecht
85
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Artikel 14
Slotregel
Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding
Overzicht toegestane bedrijven aan huis
86
Toelichting
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Op een gedeelte van de gronden van het gezoneerde bedrijventerrein van Veendam, aan de C.W. Lubbersstraat te Wildervank, zijn plannen om de gronden te herontwikkelen ten behoeve van 23 woningen. Daarnaast wordt een bestaand kantoor aan de noordkant van het plangebied omgebouwd tot woning. In totaal worden 24 woningen in het plangebied voorgesteld. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel waar natuursteenhandel De Weijs is gevestigd. De bedrijfsvoering wordt op korte termijn beëindigd. De ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk.
1.2
Begrenzing
Het herontwikkelingsgebied wordt begrensd door de kadastrale percelen bekend als (kadastrale) gemeente Wildervank, sectie A, nummers 2494, 2560, 2559, 2886 en 2696. De ligging van het plangebied is opgenomen in figuur 1.1,1.2 en 1.3.
Figuur 1.1
9
Ligging plangebied
Figuur 1.2
Ligging plangebied
Figuur 1.3
Ligging plangebied
10
1.3
Geldende bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein', dat is vastgesteld op 11 juli 2011. In figuur 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. In dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein - Industrie'. Binnen de bestemming zijn bedrijven tot milieucategorie 3.1 en voor een klein deel milieucategorie 3.2 toegestaan. Verder zijn bedrijven gericht op transport, distributie, industriële en ambachtelijke productie/reparatie en groothandel behorende tot de categorieën 1 tot en met 4.2 van de in bijlagen opgenomen Staat van bedrijven voorzover de gronden zijn aangegeven met 'specifieke vorm van bedrijventerrein - logistiek' toegestaan. De bebouwing dient binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. Deze aanduiding bevindt zich over het gehele plangebied. Tot slot is de aanduiding 'standaard geluidsruimte in dB(A)/m^:40' van toepassing.
Er zijn
namelijk
geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan op het bedrijventerrein. Ter plaatse van de aanduiding 'standaard geluidsruimte in dB(A)/m^:40' mag de geluidsruimte ten hoogste 40 dB(A) bedragen. Deze aanduiding ligt over het gehele plangebied. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - Industrie' zijn alleen bestaande bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' toegestaan. Het bouwen van 23 woningen en het bestemmen van een kantoor tot woning is binnen de bestemming niet toegestaan. Het initiatief is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan.
Figuur 1.4 Uitsnede geidend bestemmingsplan
11
1.4
Leeswijzer
De juridisch-planologische regeling van dit bestemmingsplan wordt in de volgende hoofdstukken nader toegelicht en gemotiveerd. Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het plangebied en komt het plan aan de orde. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een uiteenzetting van het relevante beleid. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de voor het plangebied relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld en onderbouwd. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 wordt tot slot de uitvoerbaarheid beschreven.
12
Hoofdstuk 2
2.1
Pianbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen in de kern Wildervank en bevindt zich in het overgangsgebied tussen het dorp en het bedrijventerrein van Veendam. Het plangebied maakt deel uit van de gronden van dit gezoneerde bedrijventerrein. Ontstaan Wildervank Wildervank is een veenkolonie uit de 17e eeuw. Het is een lintdorp in noordoost zuidwestelijke richting. De as wordt gevormd door twee evenwijdig lopende kanalen: het Ooster- en het Westerdiep. Wildervank is een van de weinige veenkoloniën waar dit dubbele kanalenstelsel behouden is gebleven. In de negentiende eeuw beleefde Wildervank een bloeiperiode. Daarin speelde de veenkoloniale scheepvaart een belangrijke rol. Tevens vestigden zich aan het eind van de negentiende eeuw enige industrieën, bijvoorbeeld strokarton- en aardappelmeelfabrieken. De bebouwing van Wildervank en die van Veendam lopen in elkaar over. Functioneel Ten noorden en oosten van het plangebied bevinden zich de bedrijventerreinen van Veendam. Hier komen bedrijven tot milieucategorie 4.2 voor. Deze bedrijvigheid bevindt zich echter op grotere afstand van het plangebied. Meer in de nabijheid van het plangebied komen bedrijven uit milieucategorie 2 en 3.1 voor. Even ten noorden van het plangebied is een kleinschalige jachthaven gevestigd. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een spoor. Nu nog alleen een museumspoorlijn.
In de toekomst is gebruik voor personenvervoer naar Stadskanaal voorzien (als spoorverbinding van de lijn Groningen - Veendam). Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het agrarisch gebied van de gemeente Veendam. Ook is hier nog een uitbreiding van het bedrijventerrein voorzien. Ten zuiden en westen van het plangebied bevindt zich de bebouwde kom van Wildervank. Hier bevinden zich voornamelijk woningen. Bebouwingsbeeld In de omgeving is het bebouwingsbeeld gevarieerd. Het gaat zowel om vrijstaande woningen, twee-onder- en kapwoningen als rijwoningen. De woningen zijn voornamelijk uitgevoerd uit één woonlaag met kap. Her en der komen ook twee bouwlagen met kap voor. De kapvorm is hierbij ook zeer divers. De woningen staan over het algemeen zeer kort op de openbare weg. Verder ten noorden en oosten van het plangebied bevindt zich de bebouwing van het bedrijventerrein. Hier is sprake van grootschalige bebouwing tot een hoogte van maximaal 15 meter.
13
Het plangebied Het plangebied wordt aan de noordkant begrensd door een jachthaven en het bedrijfsperceel aan de Meihuizenweg 11. Hier is een bedrijf uit milieucategorie 2/3.1 toegestaan. Aan de oostkant wordt het plangebied begrenst door een aantal bedrijven uit milieucategorie 3.1. Deze bevinden zich aan de Meihuizenweg 1 en 3. De zuid -en westkant van het plangebied wordt begrensd door de bebouwde kom van Wildervank. Hier bevinden zich woningen. Tevens is hier de kenmerkende watergang Oosterdiep van Wildervank aanwezig. Op het perceel is natuursteenhandel De Weijs gevestigd. Het betreft een perceel aan de C.W. Lubbersstraat te Wildervank. Het perceel is grotendeels verhard en bestaat uit een aantal gebouwen en verharde gronden ten behoeve van buitenopslag. De westkant van het plangebied kent een meer groen karakter. Deze zijde van het plangebied oriënteert zich meer op de Oosterdiep. Verspreid over het plangebied bevinden zich ook enkele bomen. Ontsluiting Het plangebied wordt aan de oostkant ontsloten door de Meihuizenweg en aan de zuidkant door de C.W. Lubbersstraat. Een luchtfoto van de huidige situatie is weergeven in figuur 2.1 Een aanzicht op het plangebied vanaf de Meihuizenweg is weergeven in figuur 2.2.
Figuur 2.1
14
Huidige situatie plangebied
Figuur 2.2
2.2
Aanzicht huidige vanaf de Meihuizen weg (het gebouw links maakt geen deel uit van het plangebied)
Toekomstige situatie
Het plan bestaat uit de herontwikkeling van de locatie door het gebied te ontwikkelen tot een woningbouwlocatie. In figuur 2.3 is het stedenbouwkundig ontwerp van de ontwikkeling opgenomen. In figuur 2.4 is een referentiebeeld opgenomen. In het gebied komen maximaal 24 woningen, waarvan één vrijstaande (koop) woning aan de westkant van het plangebied ter hoogte van de bestaande watergang. Deze woning krijgt een oriëntatie op het Oosterdiep. Verder bestaat het plan uit van 14 twee-onder-een kap, één vrijstaande woningen en een rij van acht aaneen gebouwde woningen en daarnaast één kantoor wat wordt verbouwd tot woning. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 6 en 11 meter. Tevens wordt het bestaande kantoorgebouw aan de noordkant van het plangebied omgebouwd tot reguliere woning. In totaal worden 24 woningen in het plangebied voorgesteld. De woningen worden ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg. Deze sluit vervolgens aan op de Meihuizenweg en de C.W. Lubbersstraat. Daarnaast worden in het plangebied een aantal (openbare) parkeerplaatsen gerealiseerd. Het openbaar gebied krijgt verder een groene uitstraling. De woningen worden, net als de woningen in de omgeving, gebouwd met de voorgevel gericht op de weg. De rooilijn volgt hierbij de ligging van de weg.
Hierdoor is sprake van een stedenbouwkundig plan dat aansluit op het stedenbouwkundige karakter van de omgeving.
15
L’
Figuur 2.3. Stedenbouwkundig ontwerp
worgevel
Figuur 2.4. referentiebeeld
16
Afwaardering bedrijventerrein In het geldende bestemmingsplan is het gehele plangebied aangeduid als 'standaard geluidsruimte (dB(A)/m20:40' met mogelijkheden voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen. Door de transformatie van het plangebied wordt, ten behoeve van een verbetering van het woon- en leefklimaat, deze mogelijkheid niet meer in het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt dus uit het zoneringsplichtige deel van het bedrijventerrein gehaald en komt hiermee in de geluidzone voor industrielawaai te liggen. Hier is in dit bestemmingsplan een regeling voor getroffen.
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer en infrastructuur
Het gebied wordt ontsloten via een tweetal nieuwe ontsluitingswegen. Aan de noordoostkant wordt het plangebied ontsloten op de Meihuizenweg en aan de zuidkant wordt het plangebied ontsloten op de C.W. Lubbersstraat. De Meihuizenweg gaat in zuidelijke richting over op de C.W. Lubbersstraat welke in oostelijke richting aansluiting heeft op de N33. In westelijke richting gaat de C.W. Lubbersstraat over op de ontsluitingswegen van de kernen Wildervank en Veendam. Het plangebied is hiermee zeer goed te bereiken. De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (Publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren). Voor de verkeersgeneratie dient rekening gehouden te worden met de categorieën 'Koop, huis, vrijstaand', 'Koop,huis, tussen/hoek' en 'Koop, huis, twee-onder-een-kap'. De locatie ligt in 'rest bebouwde kom' in een 'matig stedelijke' gemeente. Op basis van de genoemde kenmerken geldt een verkeersgeneratie tussen de 6,9 en de 8 mvt/etmaal. De toename van de verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling bedraagt 198 mvt/etmaal. De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld in het drukste uur van de dag, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalwaarde wordt afgewikkeld. Op het drukste uur zullen de ontsluitende wegen een verkeerstoename van circa 20 mvt ondervinden.
Deze verkeerstoename zal merkbaar zijn in de drukkere uren maar naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende ontsluitingswegen en niet leiden tot een verminderde doorstroming op de wegvakken en de relevante kruispunten. Berekening verkeersgeneratie functiegroep functietype
verkeersgeneratie programma
kencijferCROW
per
per
mvt/etmaal mvt/etmaal weekdag werkdag
Wonen
Koop, huis, vrijstaand
2 woning
8 woning
16,0 17,8
Wonen
Koop, huis, twee-onder-een-kap
14 woning
7,6 woning
106,4 118,1
Wonen
Koop, huis, tussen/hoek
8 woning
6,9 woning
55,2 61,3
totale verkeersgeneratie
178 198
Openbaar vervoer
Het plangebied is met het openbaar vervoer ontsloten door middel van de bushaltes langs de Poststraat en de Nijverheidsstraat. Deze bushaltes worden aangedaan door het reguliere stads- en streekvervoer en voorzien in een verbinding met het centrum en het hoofdstation van Veendam. De bushaltes bevinden zich op loopafstand van het plangebied.
17
Fietsstructuur Het gebied is goed aangesloten op het fietsnetwerk in de gemeente. Het plangebied zal hierop aansluiten. Parkeren
In principe geldt voor parkeren als uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein opgelost wordt. Ook voor parkeren wordt in de gemeente Veendam de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' gehanteerd. Daarbij wordt als parkeerkencijfer het gemiddelde van de in die publicatie aangegeven minimum en maximum aangehouden. Dat leidt voor de verschillende woontypen in het plangebied tot onderstaande parkeerkencijfers. De gemeente hanteert voor de verschillende woningen de onc erstaand normen: Omschrijving
kencijfer
totaal
Koop, huis, vrijstaand
2,2
4,4
Koop, huis, twee-onder-een kap
2,1
29,4
Koop, huis, tussen, hoek
1,9
15,2
Totaal
49
Op basis van het toekomstige plan zijn er 49 parkeerplaatsen nodig. Hiervoor worden er 17 in het openbaar gebied in het plangebied gerealiseerd en 32 parkeerplaatsen bij de woningen zelf. Hiermee wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Conclusie
Door de ontwikkeling op het plangebied neemt de verkeersintensiteit op de ontsluitingswegen beperkt toe. Er zullen naar verwachting geen problemen ontstaan op het gebied van de verkeersafwikkeling. De toekomstige parkeerbehoefte kan worden opgevangen in het plangebied en omgeving. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
18
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het beleid van het rijk, de provincie én de gemeente geeft uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk zijn deze uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Noord is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. in een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI zijn twee instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Groningen onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.
19
Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels over de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking.
Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro en waarbij een voormalige bedrijfsfunctie wordt vervangen door een woonfunctie. Daarom hoeft alleen een beschrijving van de behoefte te worden gegeven. Uit het beleid van de gemeente dat is beschreven in paragraaf 3.3, blijkt dat er een behoefte is aan woningen.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie 2016-2020 en Omgevingsverordening Op 1 juni 2016 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 2016-2020 vastgesteld. Deze is op 3 februari 2021 geconsolideerd. De Omgevingsvisie bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Deze is in de plaats van het Provinciaal Omgevingsplan (POP) gekomen. Uit de Omgevingsvisie vloeien richtlijnen en voorschriften voort, die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen'. Voor de ontwikkeling is het thema 'ruimte' met de daar bijbehorende belangen 'ruimtelijke kwaliteit' en 'aantrekkelijk vestigingsklimaat' van belang.
20
Ruimtelijke kwaliteit De provincie streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebied en buitengebied. Dit plangebied ligt in het stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals woningen, toegevoegd worden. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied. Er worden vanuit het provinciale beleid dan ook geen aanvullende eisen gesteld. Beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen De provincie wil voorkomen dat waardevolle, karakteristieke gebouwen zomaar gesloopt worden als er sprake is van aardbevingsschade. Zij vraagt daarom in artikel 2.9.1 en de direct werkende regel 2.9.2 van de Provinciale Omgevingsverordening van alle Groninger gemeenten om te inventariseren welke karakteristieke gebouwen er zijn en om die te beschermen met een sloopvergunningstelsel. Binnen het aardbevingsgebied is het verboden om gebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen. Het verbod vervalt, als uit een gemeentelijke inventarisatie blijkt dat een gebouw niet zonder meer als karakteristiek is aan te merken. In het plangebied komen geen specifieke cultuurhistorische waarden voor.
Aantrekkelijk vestigingsklimaat De kwaliteit van het wonen levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de provincie. Een hoge woonkwaliteit kan worden bereikt door het woningaanbod optimaal te laten aansluiten bij de wens van de inwoners; ook als het gaat om het soort kern waar men wil wonen. De provincie geeft aan dat inbreidingslocaties geschikte locaties zijn voor woningbouw. De provincie heeft hierin zelf een faciliterende rol. Verordening In artikel 2.15.1 van de verordening worden regels gegeven met betrekking tot woningbouw. Een ruimtelijk plan kan alleen in woningbouw voorzien, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale Woonvisie. In paragraaf 3.3 wordt beschreven dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling past binnen het gemeentelijk woonbeleid. Conclusie
Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met de Omgevingsvisie 2016-2020 en de Verordening van de provincie Groningen.
3.3
Gemeentelijk beleid
Woonvisie 2019-2023 In de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam verwoordt het gemeentebestuur zijn visie op het toekomstbestendig houden van de bestaande woningvoorraad en de voornamelijk kwalitatieve nieuwbouw die als afgeleide daarvan nodig is. De gemeente wil door middel van nieuwbouw inspelen op de veranderende bevolkingssamenstelling. Centraal staat hierin de uitspraak in het Coalitieakkoord "Iedereen in Veendam moet geschikte woonruimte kunnen vinden die aansluit bij de eigen behoefte".
21
In de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam is de woningbehoefte die naar voren komt uit de regionale huishoudensprognose 2016 en het regionaal woningmarktonderzoek 2017, als uitgangspunt genomen. Dit is in lijn met de afspraken die in de regio met provincie woningcorporaties en gemeenten in Oost-Groningen zijn gemaakt en vastgelegd in het Regionaal prestatiekader 2018-2023. De gemeente ziet nieuwbouw in Veendam als essentieel onderdeel om te komen tot modernisering van de woningvoorraad. Bij nieuwbouw gaat het voor Veendam enerzijds om uitbreiding van de voorraad en anderzijds om 'verversing' van de bestaande voorraad. De gemeente voert daarom een tweesporenbeleid: bouwen voor de groei van de woningbehoefte en voorzover uitbreiding niet meer nodig is, verversing. Bij verversing hanteert de gemeente als uitgangspunt: eerst nieuw bouwen en dan pas onttrekken. De gemeente is van mening dat eerst nieuw bouwen een belangrijke "boost" geeft aan het imago, de uitstraling en beleving van zijn gemeente. Hierbij kan er overigens ook worden gekozen voor verdunning (minder terugbouwen op bepaalde locaties). Voorrang geven aan nieuwbouw kan tot een tijdelijke voorraad uitbreiding leiden, die later zonodig weer kan worden teruggebracht.
Dit houdt in dat in verband met de transformatie-opgave in eerste instantie een hoger bouwtempo nodig is dan blijkt uit de woningbehoefteberekeningen van de regio. Deze houden immers geen rekening met de transformatie. Dit sluit ook aan bij de gemeentelijke ambitie om actief in te zetten in de transformatie van winkelpanden, wonen boven winkels, herontwikkeling van monumenten en het ontwikkelen van nieuwe woonzorgconcepten. Hierdoor ziet de gemeente een extra (ver-) nieuwbouwopgave in zijn gemeente. Voor de periode van 2019-2023 gaat de gemeente uit van een minimale toevoeging van 105 woningen aan de bestaande woningvoorraad in de gemeente om de huishoudensgroei te faciliteren, want dit correspondeert met de verwachte huishoudensgroei volgens de prognose en volgens het woningmarktonderzoek. Inbreiding gaat hierbij voor uitbreiding. Dit plan voorziet in 24 woningen op een inbreidingslocatie in Wildervank. Het aantal van 24 woningen is passend in het woningbouwprogramma van de gemeente. Daarnaast wordt met de ontwikkeling, door het verwijderen van een bedrijfsfunctie, de leefbaarheid in de omgeving versterkt. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het woonbeleid van gemeente Veendam. Toetsingskader wonen Onlangs is de nieuwe bevolkingsprognose voor de regio Oost-Groningen gepresenteerd.
Voor de periode van 2020 tot 2030 bevindt de verwachte woningbehoefteontwikkeling voor de gemeente Veendam zich in een bandbreedte van minimaal 524 tot maximaal 825 woningen. De gemiddelde trendprognose wordt door de gemeente als uitgangspunt genomen voor het kwantitatieve woningbouwprogramma. In de nieuwe prognose is rekening gehouden met actuele migratietrends (groei buitenlandsmigratiesaldo, toename migratiesaldo t.o.v. Groningen stad, Noord-Nederland en de Randstad). In de regionale prognose uit 2016, die als input is gebruikt voor de woonvisie, werd de ontwikkeling van de woningbehoefte nog ingeschat op +75 woningen, voor een periode van tien jaar (en + 105 voor de eerste vijf jaar). De woningbehoefte in de meest recente prognose ligt hiermee dus 449 tot 750 woningen hoger. De gemiddelde trendprognose wordt door de gemeente als uitgangspunt genomen. Dit verschil biedt ruimte voor kwalitatieve toevoegingen in de woningvoorraad.
22
De gemeente wil sturen op realisatie van plannen en bouwt daarin meer flexibiliteit binnen de planningslijsten. De gemeente Veendam geeft bij het in behandeling nemen van nieuwe plannen prioriteit aan inbreidingsplannen, transformatie van bestaand vastgoed (specifiek monumenten en vastgoed boven en nabij winkels) en locaties die de ruimtelijke structuur van de gemeente versterken. Onderhavig plan is door de gemeente beoordeeld en als kansrijk beoordeeld. Structuurvisie Veendam De structuurvisie is een richtinggevend instrument voor het ruimtelijk beleid voor het grondgebied van de gehele gemeente tot ongeveer het jaar 2030. De structuurvisie geeft een integraal toetsing- en afwegingskader voor nieuwe, in bestemmingsplannen nog niet voorziene, ontwikkelingen op ruimtelijk terrein. In de visie wordt ook inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente de visie denkt te realiseren. Het plangebied maakt volgens de structuurvisie deel uit van het gebied 'Tussengebied lint en spoor'. Op de Waardenkaart is dit gebied aangemerkt als zeer interessant. Doordat de spoorlijn op enige afstand van de toenmalige bebouwing is neergelegd, ontstond een tussengebied waar uiteindelijk wonen en werken is gerealiseerd. Het geeft een soort tijdsbeeld van de (economische) geschiedenis van Veendam.
Door de al voorgenomen veranderingen in het gebied (stationszone en omgeving) ligt hier een grote ruimtelijke uitdaging. Hedendaagse milieueisen dwingen tot extra zorgvuldigheid ten aanzien van eventuele nieuwe invullingen. Bij het invullen daarvan zal rekening worden gehouden met de historie van het gebied (nieuw). Het gebied is daarmee een revitaliseringsgebied met bijzondere kansen voor nieuwe woonvormen (voorzover milieutechnisch geen bezwaar), woon-werkcombinaties en voorzieningen waarbij rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van de diverse bedrijventerreinen, het Masterplan centrum Veendam en ontwikkelingen binnen de stationszone. Dit bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van een bedrijfslocatie naar een woningbouwlocatie en is daarmee in lijn met de visie voor het gebied 'Tussengebied lint en spoor'. In paragraaf 4.4 wordt beschreven dat de ontwikkeling milieutechnisch geen bezwaren oplevert. Omgevingsvisie Veendam In de omgevingsvisie van de gemeente Veendam staat beschreven wat de gemeente met elkaar belangrijk vinden als het om onze leefomgeving gaat. De leefomgeving gaat over alles wat de gemeente buiten zien, ervaren, horen en ruiken. In de omgevingsvisie kijkt de gemeente niet alleen naar de leefomgeving die we kunnen aanraken of voelen. De gemeente kijkt ook naar sociale onderwerpen zoals veiligheid en gezondheid.
Met de omgevingsvisie wil de gemeente samen met inwoners, ondernemers én bestuurders een toekomstbeeld schetsen om onze gemeente nog mooier te maken om in te wonen, werken en verblijven. Op basis van de omgevingsvisie ligt het plangebied binnen het gebied 'Bedrijventerreinen' en aan de rand van het gebied 'Woongebieden' en 'Lintdorpen'. De gemeente vindt het belangrijk dat mensen in de toekomstig fijn kunnen blijven wonen. De gemeente staat daarbij wel voor een aantal uitdagingen. De bevolking wordt steeds ouder (vergrijzing) en de huishoudens worden steeds kleiner. Dit vraagt om voldoende levensloopbestendige woningen en het toevoegen van twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen. Daarom gaan ze aan de slag met het bouwen van nieuwe woningen en het verbeteren van bestaande woningen.
23
Op 1 januari 2021 telde de gemeente 27.417 inwoners. Volgens de bevolkingsprognose van de regio Oost-Groningen en provincie Groningen neemt de bevolkingsomvang af met ongeveer 1.000 personen in de periode 2020-2040. Ondanks deze verwachte bevolkingskrimp wordt voorspeld dat het aantal huishoudens in deze periode met ruim 600 huishoudens toeneemt. Dit komt omdat steeds meer mensen alleen wonen en vanuit de regio (Groningen en Assen) steeds meer richting Veendam trekken door de gevolgen van de overspannen woningmarkt. De gemeente wil dat er nieuwe woningen worden gebouwd. De komende jaren wil de gemeente 820 woningen bouwen. De gemeente maakt daarbij afspraken met projectontwikkelaars, bouwers, particuliere en sociale verhuurders over het realiseren van betaalbare woningen, met name voor één- en tweepersoonshuishoudens. De afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over de prijs van nieuwe woningen. Dit bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van een bedrijfslocatie naar een woningbouwlocatie en is daarmee in lijn met de omgevingsvisie ten aanzien van het bouwen van nieuwe woningen in de gemeente. Met het woningbouwprogramma wordt aangesloten bij de vraag naar nieuwe woningen. Mobiliteitsplan Veendam 2022-2030 De gemeente heeft een mobiliteitsplan opgesteld.
In het Mobiliteitsplan geeft de gemeente zichzelf de volgende ambities mee: • Realistisch opvangen van de groei van Veendam en daarmee de toenemende behoefte aan (duurzame) mobiliteit; • Doorlopende aandacht hebben voor de verkeersveiligheid; • Dominantie van en het ruimtegebruik en de uitstoot door verkeer in onze kern en buitengebieden te beheersen; • Vitale en gezonde mobiliteit te stimuleren. Het nieuwe Mobiliteitsplan is gebouwd op 4 pijlers (thema's), met de eigen specifieke doelstellingen: Verkeersveilig en Toegankelijk, Duurzaam en Vitaal, Aantrekkelijk en Leefbaar, Bereikbaar en Bedrijvig. Met de ontwikkeling van dit bestemmingsplan wordt bij de concrete uitwerking van het bestemmingsplan rekening mee gehouden met de 4 pijlers. Zoals in paragraaf 2.3 is beschreven ontstaat er met de afwikkeling van het toekomstig verkeer een veilige verkeerssituatie. Door de ontwikkeling in de directe nabijheid van voorzieningen te realiseren en het plangebied te laten aansluiten op het fietsennetwerk, wordt het gebruik van fietsgebruik bevordert. Er is daarmee sprake van een duurzame en vitale ontwikkeling. Ook is de ontwikkeling aantrekkelijk en leefbaar. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en in de directe nabijheid bevinden zich diverse openbare vervoerspunten. Verder betreft het plangebied geen doorgaande verkeersroute.
Ter plaatse is daarmee sprake van langzaam verkeer. De auto is er te gast. Het gebied wordt ontsloten via een tweetal nieuwe ontsluitingswegen. Aan de noordoostkant wordt het plangebied ontsloten op de Meihuizenweg en aan de zuidkant wordt het plangebied ontsloten op de C.W. Lubbersstraat. De Meihuizenweg gaat in zuidelijke richting over op de C.W. Lubbersstraat welke in oostelijke richting aansluiting heeft op de N33. In westelijke richting gaat de C.W. Lubbersstraat over op de gebiedsontsluitingswegen van de kernen Wildervank en Veendam. Het plangebied is hiermee zeer goed te bereiken.
24
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1 Algemeen Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voortkomen voor dit bestemmingsplan. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. In de volgende paragrafen zijn de randvoorwaarden die voortvloeien uit de omgevingsaspecten beschreven.
4.2 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft als belangrijkste doel het bestrijden en voorkomen van geluidhinder. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat de geluidsbelasting op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. In veel gevallen is deze norm 48 dB. Voor wegverkeersgeluid is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd omdat de te realiseren woningen in de geluidzone liggen van de C.W. Lubbersstraat en de Poststraat/Nijverheidsstraat. Het onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de (gezoneerde) Nijverheidsstraat hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB en dan uitsluitend ter plaatse van de grondgebonden woning aan het Oosterdiep. De geluidbelasting bedraagt daar ten hoogste Lden = 55 dB. Dit betekent dat alleen voor deze woning een hogere waarde nodig is voor wegverkeerslawaai. Omdat het slechts één woning betreft zijn geluidreducerende maatregelen (stiller asfalt, snelheidsverlaging) niet kosteneffectief. Daarnaast zijn er stedenbouwkundige bezwaren tegen (geluidschermen^. Industrielawaai
Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Buiten de geluidzone mag de totale geluidbelasting vanwege alle op het gezoneerde industrieterrein gelegen bedrijven niet meer bedragen dan 50 dB(A) als etmaalwaarde. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidzone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In de huidige situatie maakt het gehele plangebied deel uit van het gezoneerde industrieterrein "Bedrijventerreinen Veendam" op grond van de Wet geluidhinder. Om deze reden is rondom het plangebied een geluidzone opgenomen. Zoals in paragraaf 2.2 is aangegeven, worden de bedrijfsmatige mogelijkheden in het plangebied afgewaardeerd. Dit heeft de consequentie dat het plangebied niet meer als gezoneerd industrieterrein wordt aangemerkt en dat de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen komt te vervallen. In plaats daarvan wordt een geluidzone voor industrielawaai aan het plangebied toegekend. Voor de nieuwe woningen is een akoestisch onderzoek door de Omgevingsdienst Groningen uitgevoerd (zie bijlage 2) om de geluidbelasting te bepalen op basis van het actuele zonebewakingsmodel van "Bedrijventerreinen Veendam".
25
De berekende geluidbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) op 4 rekenpunten (zie bijlage 2). De
hoogst
berekende
geluidbelasting
bedraagt
51
dB(A)
etmaalwaarde.
Om
de
geluidruimte
voor
"Bedrijventerreinen Veendam" niet te beperken, wordt voor alle nieuw te realiseren woningen een generieke hogere waarde vastgesteld van 55 dB(A), zijnde de maximale ontheffingswaarde. Omdat de zonegrens (buitengrens = 50 dB(A)-contour) niet wordt gewijzigd, zal dit maatgevend blijven voor de geluidruimte. Op basis van de minimale geluidwering van 20 dB(A) conform het Bouwbesluit kan het binnenniveau voldoen aan een maximum van 35 dB(A). Conclusie De Wet geluidhinder is voor zowel industrielawaai als wegverkeerslawaai geen belemmering voor het plan. Voor alle nieuwe woningen binnen het plangebied wordt een hogere waarde vastgelegd van 55 dB(A) als etmaalwaarde voor industrielawaai. Voor wegverkeer wordt voor één woning, aan het Oosterdiep, een hogere waarde vastgesteld van Lden
4.3
= 55 dB.
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: • bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna; Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
26
Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10'^ per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10 ® per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10 ® waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10 ® contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, vindt er in de omgeving geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water. Zie voor een uitsnede van de risicokaart figuur 4.1.
27
Risicocontour 10-6/jr LI risicoJnrichting_10-6 (.1 trnsp_rtr_6 Inrichtingen A 1000D-125000 LPG • 10000-125000 overig Q Terreingrens □ 10000-125000 BRZO Basisnet spoor / Basisnet-spoortrajectzonder PAO Basisnet weg Basisnet-wegtrajectzonder PAG / Buisleidingen
\ allen^ Wildervank O.ökm
Figuur 4.1 Uitsnede risicokaart met het plangebied paars gemarkeerd Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Rondom het plangebied bevinden zich verschillende buisleidingen. Deze zijn in de volgende tabel opgenomen. Tabel 1 Overzicht buisleidingen in de omgeving van het plangebied Buisleiding
Afstand tot het
Grootte
Werkdruk
Invloedsgebied
plangebied
Plangebied in invloedsgebied
A-619
Circa 2 kilometer
48 inch
66 bar
540 meter
Nee
A-519
Circa 2 kilometer
48 inch
66 bar
540 meter
Nee
A-661
Circa 2 kilometer
48 inch
80 bar
580 meter
Nee
N-524-21
Circa 2 kilometer
6 inch
40 bar
70 meter
Nee
Uit tabel 1 blijkt dat het plangebied niet in het invloedsgebied van een buisleiding is gelegen. Het groepsrisico hoeft niet berekend of verantwoord te worden. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Ten oosten bevindt zich de N33 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het invloedsgebied wordt bepaald door stofcategorie LT2 en bedraagt 880 meter. Het plangebied bevindt zich met een afstand van circa 1,12 kilometer niet in het invloedsgebied. Het groepsrisico hoeft niet berekend of verantwoord te worden.
28
Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Ten noorden bevindt zich een spoorlijn waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer door het vervoer van stofcategorie D4. De afstand van het plangebied tot het spoor is circa 2,2 kilometer. Omdat de afstand groter is dan 200 meter tot de spoorlijn, kan er volgens het Bevt worden voldaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Het plangebied bevindt zich niet in het plasbrandaandachtsgebied of de PR-contour. Risicovolle inrichtingen De risicovolle inrichting SITA Ecoservice bevindt zich ten noorden van het plangebied op een afstand van circa 313 meter. Het betreft een bedrijf waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De plaatsgebonden risicocontour van 10 ® per jaar van de risicovolle inrichting betreft 50 meter. Het plangebied bevindt zich niet in de PR-contour. Het invloedsgebied van de inrichting is 500 meter, het plangebied bevindt zich hierin. In 2007 is een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (Save; Kwantitatieve risicoanalyse SITA EcoService Veendam; 18-1-2007). Uit de berekening blijkt dat het groepsrisico zodanig laag is, dat er geen fN-curve wordt getoond.
Doordat het groepsrisico zo laag is, het plangebied op een grote afstand is gelegen en de ontwikkeling beperkt is met de realisatie van 24 woningen, kan er voldaan worden met een beknopte verantwoording. Door het grote invloedsgebied waarin een groot gedeelte van Wildervank zich in bevindt, zal tevens de beoogde ontwikkeling met de realisatie van de woningen op deze afstand geen significant effect hebben op het groepsrisico. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de C.W. Lubbersstraat. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van \A/ildervank. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.
Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen bij risicovolle inrichtingen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen.
29
waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichting SITA Ecoservice. Er kan worden volstaan met een beknopte verantwoording gezien het groepsrisico van de inrichting zeer laag is, de afstand tot het plangebied groot is en de beoogde ontwikkeling beperkt is. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Bedrijven- en milieuzonering
Algemeen Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009). in deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten, bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: "Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties)
is weinig verstoring door verkeer.
Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare
milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied." De definitie van een gemengd gebied is: "Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden én hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend."
30
In tabel 4.2 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën (t/m 4.2). Tabel 4.2:
richtafstanden per milieucategorie t/m 4.2 Richtafstand
Milieucategorie
Rustige woonwijk en rustig buitengebied
Gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
Behalve een aantal specifieke bedrijfstakken, is het milieu-aspect geluid vaak maatgevend voor de richtafstand. De achterliggende geluidnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3:
geluidnormen (richtwaarden) vooreen rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied
Periode
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
Maximale geluidniveaus (lAmax)
(LAr.Ll)
rustige woonwijk/
gemengd gebied
rustig buitengebied dagperiode
rustige woonwijk/
gemengd gebied
rustig buitengebied
45 dB(A)
50dB(A)
65 dB(A)
70 dB(A)
40 dB(A)
45 dB(A)
60dB(A)
65 dB(A)
35 dB(A)
40dB(A)
55 dB(A)
60 dB(A)
(07:00-19:00 uur) avondperiode (19:00-23:00 uur) nachtperiode (23:00-07:00 uur) Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B5.3 van de VNG-publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek: stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen enandere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/55 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen enandere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in
31
gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan- en afrijdend verkeer. In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient dit grondig onderzocht, onderbouwd, en gemotiveerd te worden, waarbij cumulatie met andere geluidbronnen/geluidbelastingen moet worden meegenomen. Deze laatste stap wordt aangeduid als stap 4. Beoordeling en toetsing Een deel van het plangebied maakt momenteel nog deel uit van het gezoneerde industrieterrein "Bedrijventerreinen Veendam". Om het plan mogelijk te maken, wordt dit deel gedezoneerd. Dat wil zeggen dat de grens van het gezoneerde industrieterrein zodanig wordt aangepast, dat het plangebied niet meer op het gezoneerde industrieterrein ligt (zie ook paragraaf 4.2.).
Het meest nabijgelegen gedeelte van het gezoneerde industrieterrein dat grenst aan het plangebied in de nieuwe situatie, is bestemd voor bedrijven in de milieucategorie 2 en 3.1/3.2. Gezien de ligging van het plangebied nabij een industrieterrein en een invalsweg van Veendam, is sprake van "Gemengd gebied" met een richtafstand van 10 m voor bedrijven in milieucategorie 2 en 30/50 m voor milieucategorie 3.1. Aan de richtafstanden wordt niet voldaan, maar omdat het aspect geluid maatgevend wordt geacht en dit vanuit de Wet geluidhinder wordt geregeld, kan van de richtafstanden worden afgeweken. De nieuwe woningen liggen binnen de bestaande geluidzone en krijgen een hogere waarde van 55 dB(A) vanwege "Bedrijventerreinen Veendam". Daarmee is nog steeds sprake van een aanvaardbaar te achten woon- en leefklimaat. De berekende geluidbelasting is op basis van het actuele zonebeheer lager, maar om geen belemmeringen voor bestaande bedrijven te laten ontstaan, wordt een generieke hogere waarde van 55 dB(A) vastgesteld. De beoordeling van het geluid in het kader van de Wet geluidhinder heeft betrekking op de equivalente geluidniveaus vanwege alle bedrijven op het gezoneerde industrieterrein. Ten noorden van het plangebied blijft een steenhandel aanwezig, waarvan de equivalente geluidemissie is geregeld in de zonering Wgh.
Omdat er opslag is van materiaal ten noorden van het plangebied, dienen maximale geluidniveaus (pieken) eveneens te worden afgewogen in het kader van de milieuzonering/geluid. De steenhandel is uitsluitend in de dagperiode geopend. De kortste afstand tot de nieuwe woningen in het plangebied bedraagt ca. 15 m. Op basis van een maximale bronsterkte van = 115 dB(A) tijdens laad-/losactiviteiten in de dagperiode, zal het maximale geluidniveau bij de woningen in de ordegrootte 75 dB(A) bedragen. Omdat dergelijke niveaus in hoofdzaak alleen voorkomen in de dagperiode, kunnen Lwmax
deze als aanvaardbaar worden geacht (geen slaapverstoring). Daarnaast geldt dat in het kader van milieuregelgeving maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten zijn uitgesloten van beoordeling, zodat de steenhandel niet wordt belemmerd. Tenslotte geldt dat op basis van de minimaal vereiste geluidwering er wordt voldaan aan de
32
algemeen aanvaarde binnenwaarde van 55 dB(A) voor maximale geluidniveaus. Voor de overige (overblijvende) bedrijfsloodsen aan de Meihuizenweg (en blijvend onderdeel van het gezoneerde industrieterrein) geldt dat dit opslagloodsen zijn met de toegang aan de Meihuizenweg. Relevante maximale geluidniveaus worden niet verwacht. Voor wat betreft het afvalbrengpunt aan de Meihuizenweg geldt dat er aan de richtafstand van 30 m (milieucategorie 3.1) wordt voldaan. Tot slot ligt aan de noordzijde van het plangebied nog een kleinschalige jachthaven met de bestemming "Recreatie". De afstand van dit bestemmingsvlak tot aan het bestaande woongebied aan de Nijverheidsstraat is vergelijkbaar met de afstand tot de grens van het plangebied van dit bestemmingsplan. De omvang/schaal van de jachthaven is zodanig dat dit vergelijkbaar is met milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand geldt van 10 m in "Gemengd gebied". De afstand van het meest nabijgelegen bouwvlak voldoet hieraan. Andere aspecten dan geluid Voor wat betreft het aspect milieuzonering is geluid het maatgevend aspect. Bedrijven met een relevante geuremissie of gevaarsafstand zijn niet in de directe omgeving aanwezig. Conclusie Het aspect milieuzonering staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.
Het belangrijkste aspect is industrielawaai vanwege "Bedrijventerreinen Veendam", geregeld via de systematiek van de Wet geluidhinder (par. 4.2).
4.5
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een ecologisch quickscan uitgevoerd. Dit onderzoek wordt als bijlage 6 bij de toelichting toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek besproken. Soortenbescherming Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect, omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming.