01-03-05 Nota Zeehavens Noord-Holland definitief
Tekst van het document
De IJmond behoort tot de meest ongezonde gebieden in Nederland.22 En in de nabijgelegen stikstofgevoelige natuurgebieden neemt de biodiversiteit snel af. Het Rijk, de provincie en de gemeenten in de IJmond zijn daarom medeondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord. De afgelopen jaren is ingezet op het behalen van Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Het Schone Lucht Akkoord gaat hierin verder: gezondheidswinst staat centraal, waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden (gezondheidswaarden).23 Alleen door het drastisch inperken van het gebruik van fossiele brandstoffen en het overschakelen op duurzame energiebronnen en productieprocessen kan de uitstoot van CO2, stikstof
(NOX) en fijnstof (PM10/PM2,5) in voldoende mate worden teruggedrongen. De energietransitie is daarin onontbeerlijk.
21 Natuurlijk zijn vraagstukken als ruimte voor landschap en ruimte voor piekwaterberging belangrijke thema’s in zowel het Noordzeekanaalgebied als in de Kop van Noord-Holland. Omdat deze functies naar verwachting geen ruimte zullen vragen in de havengebieden zelf, zijn ze in deze Nota Zeehavens niet tot hoofdopgaven benoemd. Ze dienen daarom wel betrokken te worden in de integrale gebiedsgerichte aanpakken zoals NOVEX-NZKG en de ruimtelijke studie die wordt verricht in de Kop van NoordHolland in het kader van de Nationale Omgevingsvisie. 22 Eindverslag Verstedelijking MRA en Gezondheid, RIVM 2021 23 Schone Lucht Akkoord 2020
Nota Zeehavens Noord-Holland
29
Provincie Noord-Holland
Tot slot is het vanuit de ambitie om op de lange termijn een duurzame en vernieuwende economie te realiseren noodzakelijk om de transformatie van de traditionele (maar eindigende) doorvoerfunctie van de havens voor fossiele brandstoffen zoals kolen en benzine te realiseren. Ook het beheer en onderhoud van de olie- en gasinstallaties op zee is eindig. Daarbij is er voor de zeehavens, dankzij de reeds aanwezige bedrijvigheid en energie-infrastructuur, de kans om internationaal een koppositie in te nemen als innovatieve clusters van duurzame economie.
Reduceren uitstoot CO2, fijnstof en stikstof In het, mede door Noord-Holland ondertekende, Klimaatakkoord uit 2019 is geformuleerd dat de CO2-uitstoot in
2030 landelijk met 49 procent gedaald moet zijn ten opzichte van 1990, als tussenstap naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. In het regeerakkoord, en binnenkort de Klimaatwet en ook de Europese Green Deal, zijn de doelen van het klimaatakkoord voor 2030 aangescherpt tot 55% CO2-reductie, waarbij plannen voor 60% reductie ontworpen moeten worden. De havengebieden spelen daar een belangrijke rol in. Zo is de industrie in het
Noordzeekanaalgebied met 18,3 megaton CO2 verantwoordelijk voor 11% van de CO2-uitstoot in Nederland als
geheel. Twee derde hiervan is afkomstig van Tata Steel (inclusief de Velsen centrales). De rest is hoofdzakelijk afkomstig van de andere elektriciteitscentrales in het gebied.24 Ook in het reduceren van de stikstofuitstoot en fijnstofuitstoot spelen de havengebieden een belangrijke rol. De industrie en energiesector hebben een aandeel van 2% tot 6% in de totale stikstof depositie op de Natura 2000-gebieden in Noord-Holland. De uitstoot van de scheepvaart heeft een aandeel van 4% tot 6% (waarvan 25% door binnenvaart).25 De belangrijkste bronnen van fijnstof in de provincie Noord-Holland zijn verkeer en huishoudens. Echter in de IJmond is meer dan de helft van de gemeten fijnstof afkomstig van de industrie. Ook in Zaanstad leidt dit tot hogere concentraties.26
De haven in de nabijheid van de stad. Beeld: Port of Amsterdam/Jesse Kraal
Walstroom voor de binnenvaart. Beeld: Port of Amsterdam/Jesse Kraal
Het vergroten van het aanbod van duurzame energie biedt de mogelijkheid voor de aanwezige industrie om hun productieprocessen, die nu kolen en aardgas als energiedrager hebben, naar elektriciteit en waterstof te transformeren en daarmee de emissie sterk te verlagen. Door de huidige netcongestie op het elektriciteitsnet wordt deze ontwikkeling vertraagd. Op basis van Rijksmilieuwetgeving zijn vergunningplichtige industriële bedrijven verplicht te investeren in de zogeheten Best Beschikbare Techniek (BBT). Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht in de sector industrie en energie op basis van staand beleid een verdere reductie van stikstofemissie van ca 27% tot 2030 ten opzichte van 2018.27 Uit een eerste inventarisatie onder de 15 industriële piekbelasters in Noord-Holland is de verwachting dat voor de Noord-Hollandse industrie in deze periode een reductie van ca 27% tot 35% realistisch is. Daarnaast is in de, mede door de provincie Noord-Holland ondertekende, ‘Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens’ vastgesteld dat ook in de zeevaart en binnenvaart nog veel milieuwinst te behalen is door verduurzaming. Schepen zijn lokaal grote emissiebronnen van onder meer stikstof en fijnstof. De ambitie voor de binnenvaart is de stikstofuitstoot met 35%-50% voor 2035 te verminderen ten opzichte van 2015.
Voor de zeevaart is het moeilijker af te dwingen maar richt de markt zich zelf op 20% minder stikstofuitstoot en fijnstofuitstoot in 2030. Deze ambitie wordt onderschreven door Port of Amsterdam als tussenstap naar emissievrije scheepvaart in de Amsterdamse Haven in 2050.28 24 Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied, Programmabureau NZKG 2021 25 Aerius monitor 2020, RIVM 26 Luchtkwaliteit Noord-Holland, RIVM 2018 27 Analyse stikstof bronmaatregelen, PBL 2020 28 Visie Schone Scheepvaart, Port of Amsterdam 2022
30
Nota Zeehavens Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Wind op zee In 2022 is door het Rijk besloten middels windparken op de Noordzee 21 gigawatt aan elektriciteit te realiseren per 2030. Dit moet groeien tot 50 gigawatt in 2040 en uiteindelijk 70 gigawatt in 2050.29 Deze opgewekte energie, aanvankelijk elektriciteit en later waterstof, dient aan land te worden gebracht. De Kop van NoordHolland en het Noordzeekanaalgebied zijn hiervoor bijzonder geschikt vanwege de nabijheid tot de te realiseren windparken en de reeds aanwezige energie-infrastructuur. Beide gebieden zullen worden aangesloten op het hoofdnet van elektriciteit en waterstof en op deze manier een rol krijgen in aanlanding, opslag, doorvoer en verdeling van duurzame energie.
Routekaart Windenergie op zee 8
1 Kavel V Two Towers, 19 MW
Borssele
Kavel III en IV Blauwwind, 731,5 MW
Hollandse Kust (zuid)
Kavel I en II Ørsted, 752 MW
Kavel I en II Vattenfall, 760 MW
3
Hollandse Kust (noord) Kavel V CrossWind, 759 MW
2
5
Luchterduinen 129 MW
Hollandse Kust (west) 2.100 MW
Kavel III en IV Vattenfall, 760 MW
7
4
6
tender kavels VI en VII: 2022 tender kavel VIII: nader te bepalen
Egmond aan Zee 108 MW
3
4
Prinses Amalia 120 MW
2 5
Ten noorden van de Waddeneilanden 700 MW
IJmuiden Ver 6.000 MW
6
tender(s) kavels I t/m IV: 2023 tender(s) kavels V en VI: 2025
tender nader te bepalen
Gemini 600 MW
1
7
Nederwiek 6.000 MW
Doordewind 4.000 MW
8
tender(s) kavels I en II: 2027 (indicatief)
tender kavel I: 2025 tender(s) kavels II en III: 2026 (indicatief)
Legenda Bestaande windparken ~2,5 GW Toekomstige windparken ~11 GW Zee
7
8
6
5 4
1
2
100
77
62 56 53
24
18,5
3
Kust
Nog te verkavelen windenergiegebieden ~8 GW
0 km
Totaal ~21,5 GW Juni 2022
Routekaart Rijk windenergie op zee tot en met 2030. Beeld: windopzee.nl
29 Kamerbrief windenergie op zee 2030-2050, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Nota Zeehavens Noord-Holland
31
Provincie Noord-Holland
Ook de bouw en het onderhoud van de windparken voor de kust van Noord-Holland, en mogelijk het Verenigd Koninkrijk, zal voor een groot deel vanuit de Noord-Hollandse zeehavens moeten worden uitgevoerd. Vanuit het Noordzeekanaalgebied zijn al diverse windparken gebouwd, waardoor het inmiddels een sterke positie op de markt heeft verworven. Den Helder onderscheid zich – mede dankzij de aanwezige helikopterluchthaven – met een sterk offshore operations & maintenance profiel. Het uitbouwen van het offshore windcluster draagt bij aan de versterking van de internationale concurrentiepositie en van de werkgelegenheid in de zeehavens.
Ruimte voor de energietransitie Ondanks de goede uitgangspositie van Noord-Holland voltrekt de energietransitie zich niet vanzelf. Het is een enorme opgave. Gezamenlijk met het Rijk en de partners in het Noordzeekanaalgebied en Den Helder wordt daarom bekeken wat de precieze energievraag is die wordt verwacht, welke projecten nodig zijn, in welke volgorde deze kunnen worden gerealiseerd en op welke wijze deze worden bekostigd. In dit kader worden ook gezamenlijk met het Rijk voorstellen uitgewerkt voor bekostiging middels projectsubsidies (nationaal en Europees) en het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). In het Noordzeekanaalgebied loopt dit via de Cluster Energie Strategie die jaarlijks wordt herijkt.30 Daarnaast stelt de provincie een provinciaal MIEK op, met energieprojecten van regionaal belang. Voor het Noorzeekanaalgebied is door overheden en bedrijfsleven inzichtelijk gemaakt wat de verwachte ontwikkelingen zijn voor de energievraag en het energieaanbod inclusief de benodigde energie-infrastructuur. Door het uitfaseren van fossiele brandstoffen zal de vraag naar elektriciteit minimaal verdrievoudigen in de periode tot aan 2030 met ook daarna nog een forse groei. Waterstof speelt, naast elektriciteit, een cruciale rol in de energietransitie omdat het ook geschikt is voor productieprocessen met extreem hoge temperaturen.
Bovendien is er de mogelijkheid om waterstof op te slaan en over langere afstand te vervoeren waardoor het ook een rol kan spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet. De vraag naar waterstof in het Noordzeekanaalgebied zal toenemen naar ruim 200 kiloton in 2030 en doorgroeien naar 500 kiloton in de jaren daarna. Driekwart van deze vraagt komt vanuit Tata Steel.31
Assemblage windmolens in de haven Beeld: Port of Amsterdam/Ed vd Pol TMA Logistics
Deze ontwikkelingen gaan gepaard met een aanzienlijke ruimtevraag. Er is fysieke ruimte nodig voor de transformatorstations, waterstoffabrieken, opslag van biobrandstoffen, grote hoeveelheden kabels en leidingen, zonnepanelen en windenergie. En ook voor de aanleg en het onderhoud van windparken op zee is kaderuimte nodig. De precieze ruimtevraag voortkomend uit de energietransitie is moeilijk te voorspellen. Toch ontstaat een steeds beter gevoel voor de orde van grootte. De huidige inschatting, die weliswaar met de nodige onzekerheden is omgeven, is dat er voor de voorgenomen energieprojecten in het Noordzeekanaalgebied zo’n 150 hectare aan fysieke ruimte nodig is.32 Voor een deel zullen de projecten in het Noordzeekanaalgebied kunnen worden gerealiseerd op terreinen die reeds zijn uitgegeven. Terreinen die nu dienst doen voor opslag of verwerking van fossiele brandstoffen zoals benzine en kolen zullen op termijn immers niet langer nodig voor zijn en zullen anders ingevuld worden. Toch zal er voor de energietransitie ook extra ruimte nodig zijn. Soms op bestaande industrieterreinen maar mogelijk ook daarbuiten.
30 Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 2022, Programmabureau NZKG 2022 31 Actualisatie Cluster Energie Strategie 1.0 Noordzeekanaalgebied, Programmabureau NZKG 2022 32 Inventarisatie ruimte en milieucontouren energieprojecten NZKG, Generation Energy in opdracht van het Programmabureau NZKG 2022
32
Nota Zeehavens Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Naast fysieke ruimte moet rekening worden gehouden met milieuruimte en de effecten op de gezonde leefomgeving. Complicerende factor is dat het hierbij om nieuwe technieken gaat waarbij nog niet goed duidelijk is welke milieucontouren gehanteerd moeten worden en wat de effecten zijn. Voor de Kop van NoordHolland vinden op dit moment vergelijkbare studies plaats naar het ruimtebeslag van de benodigde energieprojecten.
De aanpak Tijdig beschikbare energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor het behalen van de afgesproken klimaatdoelen, het behouden van de aanwezige industrie en aantrekken van nieuwe bedrijvigheid en innovatie. Het gaat zowel om het uitbreiden van bestaande infrastructuur als het ontwikkelen van nieuwe infrastructuur. De strategie van de in het Noordzeekanaalgebied samenwerkende overheden en bedrijfsleven voor de energietransitie bestaat uit vijf pijlers.33 1. Introductie in het Noordzeekanaalgebied van waterstof op industriële schaal vanaf 2025/2026. Gedreven door de transitie van de staalproductie. Gasunie werkt met het Ministerie van EZK aan de aanleg van een hoge druk waterstofleiding die Velsen (inclusief IJmuiden en Tata Steel) en het havengebied van Amsterdam aan elkaar én met de landelijke waterstofbackbone van Gasunie verbindt. Per saldo zal het Noordzeekanaalgebied een importerende regio zijn. De benodigde waterstof moet komen uit elektrolyse op land, elektrolyse door wind op zee en via import van waterstof. Ten behoeve van dit laatste wordt de mogelijkheid om een waterstofterminal in de haven van Amsterdam te realiseren onderzocht. 2. Ondersteuning van de elektrificatie van de industrie onder meer door uitbreiding stroomnet.
Er wordt gewerkt aan 8 MIEK-projecten34 voor de verzwaring van het hoogspanningsnet (TenneT) en aan 15 regionale projecten voor de uitbreiding van het middenspanningsnet (Liander). Deze projecten zijn inmiddels opgenomen in de investeringsplannen van de netbeheerders. 3. Uitbouw van de productie van, en infrastructuur voor, synthetische brandstoffen ter vervanging van fossiele brandstoffen in de haven van Amsterdam. 4. Ontwikkeling en ondersteuning van lokale en regionale warmte en stoom initiatieven. Voor sommige bedrijfsprocessen kan dit als alternatief voor gas dienen. 5. Ontwikkeling en ondersteuning van een CO2 distributienetwerk, waarbij
CO2 wordt afgevangen en wordt
ingezet als grondstof.
Waterstofbackbone in Nederland. Beeld: Programmabureau NZKG, bewerking provincie Noord-Holland
33 Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 2022, Programmabureau NZKG 2022. De Cluster Energie Strategie is tevens een bouwsteen voor de ruimtelijke afweging die wordt gemaakt in NOVEX-NZKG. 34 En 1 kandidaat-MIEK project
Nota Zeehavens Noord-Holland
33
Provincie Noord-Holland
Naast de Cluster Energie Strategie Noorzeekanaalgebied, is in de Regionale Energie Strategie voor de gehele provincie beschreven op welke wijze, en in welke gebieden, op korte termijn al duurzame energie kan worden opgewekt middels bijvoorbeeld windmolens, warmte en zonnepanelen. Daarbij zijn onder meer de havengebieden van Amsterdam, Velsen en ook de Noorder IJ-Plas aangewezen als zoekgebieden voor windmolens. In en rondom Den Helder is juist ruimte voor de aanleg van relatief grote zonnevelden.35 Zonneparken en windmolens vragen wel ruimte in havengebieden maar hebben doorgaans een exploitatietermijn van 20 tot 30 jaar. Het is dus vooral zaak dit op de juiste wijze te faseren in relatie tot de totale ruimtelijke afweging. De provinciale inzet voor wind op land en zonnepanelen staat opgenomen in het Noord-Hollands Perspectief op de RES. Daarnaast worden in de Taskforce Energie-infrastructuur door de provincie, netbeheerders en betrokken gemeenten de belangrijkste knelpunten aangepakt om de reeds optredende netcongestie tegen te gaan. De noodzaak om snel te handelen op dit onderwerp is groot. In sommige delen van het Noordzeekanaalgebied kunnen bedrijven niet of nauwelijks uitbreiden of verduurzamen door te elektrificeren.
Aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de benodigde energie-infrastructuur is het effect op de bodem en de mate van toekomstbestendigheid van de tracés waarbij geanticipeerd wordt op eventuele wateroverlast en overstromingsrisico’s. Door het Rijk is het uitgangspunt geformuleerd dat water en bodem sturend zijn in de locatiekeuze van dit soort ontwikkelingen.36 eNose in haven Amsterdam. Beeld: Provincie Noord-Holland
De provincie Noord-Holland spant zich in de in de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied uitgezette strategie te bewerkstelligen. Dit is ook de reden dat in de Omgevingsverordening NH 2022 bij de aanwijzing van Industrieterreinen van Provinciaal Belang de energietransitie als één van de vier thema’s is benoemd. Het is voorstelbaar dat voor sommige in de Cluster Energie Strategie opgenomen projecten gebruik wordt gemaakt van een Provinciale Coördinatieregeling ten einde de realisatie te bespoedigen. Voorts werkt de provincie in de Taskforce Energie-infrastructuur samen met de netbeheerders en gemeenten aan het versnellen van de geplande netuitbreidingen. Daarnaast wordt door de provincie ingezet op het aansluiten van de Kop van Noord-Holland op het nationale elektriciteitsnetwerk en waterstofnetwerk. Bovendien zet de provincie Noord-Holland in op de bouw en het beheer en onderhoud van windparken op zee vanuit de havens van IJmuiden en Den-Helder.
Om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen heeft de Provincie Noord-Holland in 2022 vanuit het Programma Gezonde Leefomgeving een subsidieregeling opengesteld voor industrie en havenbedrijven waarmee zij maatregelen kunnen nemen om de uitstoot van fijnstof, stikstofdioxide, geur en geluid te verminderen.37 Bovendien is, in aanvulling op het bestaande luchtmeetnet, innovatieve monitoring opgesteld met Hollandse Luchten en het eNose-netwerk om de belasting op de leefomgeving beter in beeld te brengen. Zo speelt het eNose-netwerk inmiddels een belangrijke rol in het toezicht op varend ontgassen. Door de provincie is een doelbank stikstof ingesteld specifiek gericht op energietransitie, circulaire economie en verduurzaming industrie voor het havengebied.
35 In de Regionale Energie Strategie beschrijven energieregio’s, overheden, inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samen hoe en waar duurzame elektriciteit (zon en wind) wordt opgewekt en hoe de warmtetransitie (duurzame alternatieven voor aardgas) mogelijk wordt gemaakt. De RES 1.0 is in 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. De zoekgebieden worden uitgewerkt naar concrete projectlocaties. 36 Kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening, Ministerie van BZK 17 mei 2022
Nota Zeehavens Noord-Holland
34
Provincie Noord-Holland
3.2 Economisch toekomstbestendige havens Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven, leveren de zeehavens lokaal, regionaal en nationaal een aanzienlijke economische bijdrage aan een vitale economische structuur. Om deze positie vast te houden en door te ontwikkelen is het cruciaal dat er voldoende ruimte blijft voor havengebonden bedrijvigheid. Ook dient de positie als nautisch en logistiek knooppunt behouden te blijven. Maar om economisch relevant te blijven dienen de havens en de daar gevestigde bedrijven zich zelf ook door te ontwikkelen. Alleen dan kan er sprake zijn van het realiseren van de in de Omgevingsvisie NH2050 geformuleerde ambitie van een Duurzame en vernieuwende economie. Zoals uit de vorige paragraaf reeds bleek is het voor economisch toekomstbestendige havens noodzakelijk de energietransitie te realiseren. De afhankelijkheid van de fossiele brandstoffen en de daarop gebaseerde bedrijvigheid moet worden omgezet in een volledig circulaire economie inclusief de daarbij behorende verdienmodellen.
Voldoende ruimte voor havengebonden bedrijvigheid Voor het economisch goed laten functioneren van de haven is voldoende ruimte nodig voor bedrijven die voor de bedrijfsvoering afhankelijk zijn van de haven. Dit gaat zowel om ruimte op terreinen direct gelegen aan een havenbekken of diep vaarwater met laad- en losfaciliteiten (kadegebonden terreinen) als om ruimte op terreinen binnen 2,5 km van een havenbekken, bestemd voor activiteiten gerelateerd aan de haven zoals logistiek of dienstverlening (havengerelateerde terreinen). Niet-havengebonden terrein is areaal dat daar weer achter ligt. De totale omvang van de industrieterreinen in het Noordzeekanaalgebied bedraagt ruim 3.000 hectare. Hierin zijn de terreinen in de IJmond meegenomen, de Zaanse havens direct gelegen aan het Noordzeekanaal en de Amsterdamse haven. Op deze terreinen is nog ongeveer 300 hectare beschikbaar voor uitgifte, waarvan ongeveer de helft havengebonden terrein betreft.38 Uit de monitor Plabeka blijkt dat dit tot 2030 voldoende is om aan de vraag te kunnen voldoen. De vraag richting 2040 is echter groter dan het aanbod. Met name de niet havengebonden activiteiten in het Noordzeekanaalgebied, zoals groothandel en logistiek, hebben een grote additionele ruimtevraag.
Daarnaast is veel afhankelijk van of het volume van overslag juist toeneemt of afneemt.39 Ondanks alle onzekerheden is het wel duidelijk dat de ruimte in het Noordzeekanaalgebied schaars is en dat niet iedere (economische) vraag gehonoreerd kan worden.
37 Het Programma Gezonde Leefomgeving (Provincie Noord-Holland 2020) is een provincie-breed programma en bevat naast luchtkwaliteit ook geluid, geur en omgevingsveiligheid. Het past in een bredere aanpak waarin wordt ingezet op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Zo wordt samen met de IJmondgemeenten, en als regionale uitwerking van het landelijke Schone Lucht Akkoord, gewerkt aan de gezondheid en luchtkwaliteit IJmond. En ook wordt binnen de provincie invulling gegeven aan het Programma Tata Steel 2020-2050, gericht op de milieuproblematieken rond de staalfabriek. 38 Monitor Ruimte-intensivering Noordzeekanaalgebied (zevende meting), Programmabureau NZKG 2021 39 Monitor Werklocaties Plabeka, Buck Consultants International en Tymphaan in opdracht van het Platform Bedrijventerreinen en Kantoren 2022
Nota Zeehavens Noord-Holland
35
Provincie Noord-Holland
Om te voorkomen dat de beschikbare ruime volstroomt met functies die ook elders gehuisvest kunnen worden, wordt door verschillende partijen in het Noordzeekanaalgebied al actief gestuurd op de invulling van de havengebieden. De havenbedrijven doet dat bijvoorbeeld door havengerelateerde kavels alleen uit te geven aan havengerelateerde bedrijvigheid, de energietransitie en circulaire economie. De Provincie Noord-Holland heeft in de Omgevingsverordening Industrieterreinen van Provinciaal Belang aangemerkt in het Noordzeekanaalgebied met als doel de schaarse ruimte die er is in te zetten voor havengebonden bedrijvigheid, zware industrie, de energietransitie en circulaire economie.40 In Den Helder is in de kernzone van het Maritiem Cluster een gebrek aan zowel kaderuimte als aan de kade gelegen kavels om de geplande windparken op zee te kunnen beheren en onderhouden. Wel is er nog zo’n 50 hectare beschikbaar op de nabijgelegen bedrijventerreinen Kooypunt en Kooyhaven. Elders in de Kop van Noord-Holland zijn alleen nog kleinere locaties beschikbaar. Bij elkaar is dit genoeg om in de autonome groei van bedrijvigheid te kunnen voorzien.41 De betrokken gemeenten en de provincie hebben dan ook afgesproken om uit te gaan van de huidige bedrijventerreinen en nu beoogde uitbreidingslocaties.
Daarbij is wel aangegeven dat de betrokken partijen tijdig anticiperen op additionele ruimtevraag die de energietransitie met zich meebrengt voor bijvoorbeeld aanlandpunten voor offshore opgewekte energie, transformatorstations en productie van waterstof.42
De haven van Den Helder. Beeld: Port of Den Helder
40 Omgevingsverordening NH 2022, Provincie Noord-Holland 2022. De Omgevingsverordening wordt periodiek aangepast waarbij wijzigingen op zowel inhoud als werkingsgebied mogelijk zijn. 41 Behoefteraming werklocaties Noord-Holland Noord, Stec Groep in opdracht van de Provincie Noord-Holland 2021 42 Convenant werklocaties Kop van Noord-Holland 2022
Nota Zeehavens Noord-Holland
36
Provincie Noord-Holland
De provincie zet er op in de schaarse ruimte op de industrieterreinen in de havengebieden zoveel als mogelijk in te zetten voor havengebonden bedrijvigheid, zware industrie, de energietransitie en circulaire economie. Het in de Omgevingsverordening aangemerkte werkingsgebied Industrieterrein van Provinciaal Belang blijft daarom van kracht. Andere (economische) activiteiten dienen in beginsel buiten de havengebieden te worden gerealiseerd.43 De Provincie Noord-Holland zet in Den Helder en in de IJmond in op het vergroten van de zeekade-ruimte en het aantal havengebonden kavels onder meer ten behoeve van de ontwikkeling en het beheer en onderhoud van windparken op zee. Hiervoor wordt een subsidieregeling ingericht. Daarnaast wordt ingezet op de aanleg van de Energiehaven in de gemeente Velsen – een haventerrein van 15 tot 20 hectare inclusief zeekade. De provincie trekt het proces en doet een financiële bijdrage. Zie ook paragraaf 4.4.
Circulaire Economie Tezamen met de rijksoverheid heeft de provincie Noord-Holland de ambitie geformuleerd om een 100% circulaire economie te hebben in 2050.44 Daarvoor is het nodig dat er voldoende duurzame energie beschikbaar is. Maar ook dienen de bedrijfsprocessen zelf circulair te worden ingericht. Het verwerken van reststromen zal daarbij op grotere schaal plaats vinden dan nu het geval is. Er zal ook extra ruimte nodig zijn voor tijdelijke opslag van materialen. De komende jaren valt daarom een toenemende behoefte aan fysieke ruimte en milieuruimte te verwachten om circulaire activiteiten te huisvesten. In de circulaire economie is een belangrijke rol weggelegd voor de havengebieden. Met name het Noorzeekanaalgebied is door de aanwezigheid van de maakindustrie, de kennis met de Techport in de IJmond en de milieuruimte goed gepositioneerd om de circulaire economie vorm te geven. Ook de aanwezigheid van havenfaciliteiten, voor grootschalige transport van grondstoffen en materialen, draagt daar aan bij. Voor het Noordzeekanaalgebied zijn de verwerking en productie van duurzame brandstoffen, de afvang en distributie van CO2, het hergebruik van warmte en de bouw als kansrijke circulaire stromen geïdentificeerd.45 De
onderwerpen warmte en CO2 zijn prominent in de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied
ondergebracht. En binnen de haven van Amsterdam wordt vol ingezet op de productie en overslag van duurzame brandstoffen. Zo is in de Amsterdamse haven inmiddels een circulaire grondstoffen-hub voor de bouw gerealiseerd die nog altijd groeit. In het verlengde daarvan liggen er ook kansen om een groter aandeel van de stadslogistiek op het vlak van voedsel over het water af te wikkelen.
Metaalrecyclingbedrijf Blom en Zonen. Beeld: Johannes Abeling
Afval Energie Bedrijf. Beeld: Port of Amsterdam/Jesse Kraal
Naast de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof, zoals beschreven in paragraaf 3.1, gaat een deel van de
economische activiteit ook gepaard met depositie en lozingen van andere stoffen die een negatief effect kunnen hebben op de bodem- en waterkwaliteit. Het streven naar een gezonde leefomgeving en het vergroten van de biodiversiteit betekent dat ook deze effecten teruggedrongen dienen te worden.
43 Beleidskeuzes hoe hiermee wordt omgegaan in Noord-Holland worden in samenwerking met andere overheden gemaakt binnen bijvoorbeeld het Platform Bedrijven en Kantoren van de Metropoolregio Amsterdam en in het convenant werklocaties Kop van Noord-Holland. 44 Actieagenda Circulaire Economie 2021-2025, Provincie Noord-Holland 2021 45 De ruimtebehoefte van een meer circulaire Metropoolregio Amsterdam, Ecorys 2018 in opdracht van Schiphol, Greenport, Haven Amsterdam, provincie Noord-Holland, AMS-IX, SADC, Vervoerregio en gemeenten Amsterdam, Aalsmeer en Haarlemmermeer
Nota Zeehavens Noord-Holland
37
Provincie Noord-Holland
Bovendien neemt ook de watervraag van de industrie toe. Ook dit dient uiteindelijk circulair – zonder schadelijke onttrekking van zoet water aan het watersysteem – te worden vormgegeven. Aandachtspunt is dat de transitie naar circulaire economie (inclusief energietransitie) gepaard gaat met de implementatie van veel nieuwe technieken. Het is zaak dat deze nieuwe technieken en ontwikkelingen vroegtijdig worden gesignaleerd door de omgevingsdiensten om te voorkomen dat er vertraging ontstaat in de beoordeling bij de vergunningverlening. Kennisopbouw aan de voorkant is nodig. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door mee te werken aan pilotprojecten (naar voorbeeld van DCMR Milieudienst Rijnmond bij projecten in de haven van Rotterdam). Maar ook door vroegtijdig afwegingen te maken over de inzet van het juiste instrumentarium. Tot slot is voor circulaire economie (inclusief energietransitie) nodig dat de arbeidsmarkt zich door ontwikkeld. Nu al is er een tekort aan mensen in de maak- en onderhoudsindustrie. En de vraag naar technisch geschoold personeel van MBO tot universitair niveau neemt alleen maar toe. Alleen al binnen Noord-Holland leidt de energietransitie tot een vraag van 16.000 FTE aan werkgelegenheid.46 Tegelijkertijd zullen de transities tot gevolg hebben dat meer klassieke havengerelateerde banen verdwijnen.
Middels opleidingsprogramma’s kan geanticipeerd worden op de toenemende vraag. Onder meer door jongeren op te leiden en door programma’s aan te bieden waarbij mensen die al werkzaam zich kunnen door ontwikkelen. De provincie Noord-Holland onderschrijft de ingeslagen weg in het Noordzeekanaalgebied met betrekking tot circulaire economie. In de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is het ontwikkelingsprincipe vastgelegd dat op strategische locaties ruimte wordt gereserveerd voor opslag en verwerking van reststromen. Dit is ook de reden dat in de Omgevingsverordening NH 2022 bij de aanwijzing van ‘Industrieterreinen van Provinciaal Belang’ circulaire economie als één van de vier thema’s is benoemd. De provincie treedt in overleg met de omgevingsdiensten om te bezien wat er vanuit de omgevingsdiensten nodig is in de bijdrage aan circulaire economie (inclusief energietransitie).47 De provincie zet in op een arbeidsmarkt die aansluit op de vraag voorkomend uit de circulaire economie (inclusief energietransitie). Daarom worden vanuit de provincie onder meer de Techport in het Noordzeekanaalgebied en Tech@connect in de Kop van Noord-Holland ondersteund. Ook zet de provincie in op een bijdrage vanuit het Just Transition Fund voor de transitie naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt in de IJmond.
Nautisch en Logistiek Knooppunt Havens zijn knooppunten bij uitstek. Met name in het Noordzeekanaalgebied vindt veel overslag plaats tussen zeeschepen, binnenvaart, goederentreinen en verkeer over de weg. In 2020 bedroeg de totale overslag in het Noordzeekanaalgebied ruim 90 miljoen ton, waarvan 71,3 miljoen ton binnen de Amsterdamse haven.48 Het Noordzeekanaalgebied speelt een grote rol in de internationale netwerken rondom staal, cacao, koffie en energie. Maar ook zijn de havens de vertrekpunten voor de aanleg en het onderhoud van energieprojecten op zee en de verdeelstations voor alle vervoerstromen in relatie tot de visserij. Tot slot vervullen ze natuurlijk ook een rol in het (recreatief) personenvervoer als aanlandpunten voor cruiseschepen en met de veerverbindingen tussen Den Helder en Texel en tussen IJmuiden en Newcastle. Een goede zeewaartse toegankelijkheid, een havenontsluitende bereikbaarheid en betrouwbare multimodale verbindingen met het achterland zijn onderscheidende factoren in het vestigings- en investeringsklimaat voor de havens.49 Om als nautisch en logistiek knooppunt te kunnen blijven functioneren is het borgen van de bereikbaarheid van de Noord-Hollandse zeehavens dan ook essentieel. Dat beperkt zich niet alleen tot de bereikbaarheid in de directe omgeving van de havens. Maar ook op netwerkniveau.
Voor zowel vervoer via het water, per spoor, per buisleiding en over de weg.
46 Manifest Werken en Ontwikkelen 2030 Noord-Holland, Provincie Noord-Holland et al. 2021 47 Samen met de Omgevingsdienst NZKG is de provincie reeds gestart met de ‘pilot scherper vergunnen’. Vergunningverlening vindt plaats op basis van de best beschikbare technieken om zodoende de emissie van fijnstof en stikstof te verlagen. 48 Monitor Ruimte-intensivering Noordzeekanaalgebied, zevende meting 2021 49 Havennota 2020-2030, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2020
Nota Zeehavens Noord-Holland
38
Provincie Noord-Holland
Het Noordzeekanaalgebied is verbonden met het (inter)nationale achterland via de Goederenvervoercorridor Zuid en de aansluiting op de Goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost.50 Andere belangrijke verbindingen zijn die via de kust- en zeevaart via de Noordzee en de verbinding met Flevoland, Noord-Nederland en verder via het Markermeer. Eind 2022 krijgt de Goederenvervoercorridor Zuid ook de MIRT status. Dat heeft drie voordelen. Ten eerste worden knelpunten op netwerkniveau in kaart gebracht. Ten tweede komen deelprojecten op deze corridor dan gemakkelijker in aanmerking voor (co-)financiering van projecten door het Rijk en Europa. Ten derde wordt verwacht dat hier uit voortvloeiende dialoog tussen (zeehaven)bedrijven en overheid leidt tot snellere implementaties van maatregelen. Deze Goederenvervoercorridors omvatten alle modaliteiten.
MIRT Goederencorridor Zuid.51
50 Deze corridor door loopt van Noord-Holland/regio Amsterdam via Zuid-Holland/Rotterdam-Rijnmond, West-Brabant en Zeeland naar Vlaanderen. De Goederenvervoercorridor Oost loopt van Rotterdam-Rijnmond via de A15/Waal/Betuweroute corridors naar Zevenaar en Duitsland, en de Goederenvervoercorridor Zuidoost loopt van Rotterdam-Rijnmond via Moerdijk en Tilburg naar Venlo en Duitsland. 51 MIRT-onderzoek Corridor Zuid - Programma Eindrapport, Buck Consultants International, RHDHV en Panteia 2021
Nota Zeehavens Noord-Holland
39
Provincie Noord-Holland
Modal Shift Omdat het wegennet in de Metropoolregio Amsterdam steeds zwaarder belast wordt en naar verwachting rond 2040 vastloopt52, zal een groeiend deel van de goederenstromen moeten plaatsvinden via het spoor, water en buisleidingen. Het Rijk zet daarom met de Goederenvervoeragenda in op het verplaatsen van transport van goederen over de weg naar spoor, water en ook buisleidingen.53 Een beweging die ook in Noord-Holland54 en door de Europese Unie55 wordt onderschreven. Onder meer met als doel om de CO2-emissies terug te dringen. Daarbij dient aangetekend te worden dat ook de capaciteit op het spoor niet eenvoudig vergroot kan worden en vervoer over het water dus een steeds belangrijker rol zal moeten spelen. De provincie Noord-Holland neemt, samen met de Port of Amsterdam, het voortouw om het lopende programma modal shift van het Amsterdam Logistics Board te verlengen, te versterken en te verbinden aan het MIRT-traject Goederenvervoer Corridor Zuid. Hiermee kunnen extra financiële middelen voor de regio worden ontsloten waarmee onder meer subsidies kunnen worden ingezet voor ondernemers die goederenvervoer van de weg naar spoor, binnenvaart en/of buisleidingen omzetten. Maar ook wordt bijvoorbeeld bekeken welke investeringen ter plaatse van kades nodig zijn om deze overslag makkelijker te laten verlopen.
Voor logistiek over de weg streeft de provincie naar een dekkend netwerk van waterstofvulpunten voor zware mobliteit waaronder logistiek. Hierin zijn zowel de havens van Den Helder als Amsterdam en de IJmond opgenomen als knooppunten waar in de eerste fase een tankstation gerealiseerd moet worden. De modaliteit buisleidingen komt steeds vaker in beeld als alternatief voor transport van gassen, vloeistoffen of industriële restproducten. Vervoer per buisleiding kan een bijdrage leveren aan het oplossen van knelpunten in het wegen-, vaarwegen- of spoorwegennet. Ook kan transport via buisleidingen bijdragen aan het reduceren van risico’s en het vergroten van de gezonde leefomgeving door een alternatief te bieden voor vervoer van milieubelastende of gevaarlijke stoffen die nu nog via het water, spoor of de weg, worden vervoerd.56 Zeker binnen de havengebieden zelf is dat kansrijk. Maar ook op grotere schaal. Het aansluiten van de NoordHollandse zeehavens op het nationale waterstofnetwerk is hiervan een goed voorbeeld. Vervoer over water Om de bereikbaarheid vanaf zee voor de komende decennia te borgen, is in 2022 de zeesluis bij IJmuiden in gebruik genomen. Voor zowel zeecruise als goederenvervoer over water wordt gebruik gemaakt van steeds grotere schepen. Met deze sluis kunnen deze schepen toegang krijgen tot het Noordzeekanaal.
Bovendien wordt continuïteit geboden als de Noordersluis in 2029 is afgeschreven. Aandachtspunt is de staat van het Noordzeekanaal zelf en de verbinding naar de grote rivieren via het Amsterdam-Rijnkanaal. Het huidige waterbeheer zit aan de grens op het gebied van wateroverlast, waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Er is nu al sprake van een grote wateropgave (bestrijding wateroverlast, verzilting en droogte) en die opgave wordt alleen maar groter door klimaatverandering, zeespiegelstijging en ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen.57 Ook zit een aantal technische installaties zoals gemalen binnenkort aan het einde van de levensduur. Dit brengt risico’s met zich mee op het vlak van waterveiligheid, voldoende en schoon water en de betrouwbaarheid van de routes voor de binnenvaart. Er zullen overstroomgebieden moeten worden aangewezen voor de zogeheten piekwaterberging. Bovendien zijn zowel het Noordzeekanaal als het Amsterdam-Rijnkanaal wat betreft breedte en diepte en inrichting van de kades gedimensioneerd op kleinere schepen en een lager aantal scheepvaartbewegingen dan vandaag de dag het geval is. Ook daarmee zitten deze vaarwegen aan de technische limiet.
De provincie Noord-Holland zal binnen het traject NOVEX-NZKG aandacht vragen voor voldoende (piek) waterberging in het Noordzeekanaalgebied waarbij onder meer de Houtrakpolder wordt betrokken als mogelijke locatie. De provincie Noord-Holland pleit, samen met de waterbeheerders, in het verlengde van het traject Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaalgebied, voor het starten van 52 Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040, Metropoolregio Amsterdam & het Rijk 2021 53 Goederenvervoeragenda, Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat 2019 54 Perspectief Mobiliteit, Provincie Noord-Holland 2021 55 Green Deal, Europese Unie 2019 56 Havennota 2020-2030, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2020 57 Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaalgebied, Deltaprogramma 2021
40
Nota Zeehavens Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Narvik
Luleå Oulu
Aarhus
Kiel
Shannon-Foynes Bremerhaven
Łódź Kraków
Nantes/Saint-Nazaire Tours Salzburg
A Coruña
Gijón Toulouse Montpellier
Nice
Palma de Mallorca
Cordoba
Cagliari
Huelva Tenerife
Larnaka
Augusta
Gran Canaria
Heraklion
TEN-T corridors. Elke kleur geeft een Europese route weer.58
een integrale studie waarin de toekomstbestendigheid van het Noordzeekanaal en het AmsterdamRijnkanaal centraal staat zodat waterkwaliteit, waterveiligheid en de continuïteit van de binnenvaart geborgd zijn. Bij voorkeur onder coördinatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in een op te starten MIRT traject.
PLEASE FIND BELOW THE ANNEXES, AS ADOPTED BY THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL IN DECEMBER 2013 COVERING THE COMMISSION REGULATION (EU) 1315/2013, AS AMENDED BY COMMISSION DELEGATED REGULATIONS (EU) 2019/254 FROM 9 NOVEMBER 2018 AND (EU) 2017/849 FROM 7 DECEMBER 2016 AND REGULATION (EU) 2021/1153 FROM 7 JULY 2021 FOR THE CORE NETWORK CORRIDORS EXTENSIONS.
De provincie werkt mee aan het RH2INE consortium, samen met de provincie Zuid-Holland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, met als doel om langs de binnenvaart corridor naar het Ruhrgebied een dekkend netwerk van gestandaardiseerde waterstofvulpunten te realiseren. Vervoer per spoor Specifiek voor goederenvervoer per spoor is het Trans-European Transport Network (TEN-T) van belang. Dit zijn corridors die vrijwel heel Europa bereiken en waarop een bepaalde standaardisatie in het spoorvervoer plaatsvindt, bijvoorbeeld op het vlak van materieel, beveiliging en het toelaten van personeel.59 Het Noordzeekanaalgebied is aangesloten op drie van deze corridors: North Sea – Baltic, North Sea – Medditerranean en Rhine – Alpine.60 Dat betekent niet dat het goederenvervoer per spoor in het Noordzeekanaalgebied nu al optimaal geregeld is. Er is per spoor slechts één route vanuit het Noordzeekanaalgebied richting het achterland via station Amsterdam Centraal (en in veel gevallen ook via station Amsterdam Sloterdijk). Treinen van en naar Tata Steel moeten zelfs keren in Uitgeest. Vervoer van
58 TEN-T Core Network Corridors, European Commission 2020 59 De TEN-T netwerken bestaan ook uit weg- en binnenvaart netwerken en stedelijke knopen. Ook daar is sprake van standaardisatie en regelgeving. 60 De corridor North Sea – Baltic verbindt het Noordzeekanaalgebied met onder meer midden- en oost-Duitsland, Polen en de Baltische staten. De corridor North Sea – Mediterranean verbindt het Noordzeekanaalgebied met onder meer België, Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De corridor Rhine-Alpine verbindt het Noordzeekanaalgebied met onder meer midden- en zuid-Duitsland, België, Zwitserland en Noord-Italië. Deze laatste twee corridors worden naar verwachting in de nabije toekomst samengevoegd.
Nota Zeehavens Noord-Holland
41
Provincie Noord-Holland
gevaarlijke stoffen via Haarlem en Rotterdam is niet mogelijk door beperkingen in de tunnel bij Rijswijk. Bovendien kent het spoor grote capaciteitsproblemen in het reizigersvervoer en wordt goederenvervoer steeds moeilijker in te passen. De provincie Noord-Holland zet er op in om de aansluiting van het Noordzeekanaalgebied per spoor op het Trans-European Transport Network zo goed mogelijk in te richten. Daar waar bij keuzes ten aanzien van het spoornetwerk het reizigersvervoer vaak leidend is, spant de provincie zich er voor in dat het goederenvervoer nadrukkelijker in deze afweging wordt betrokken. Milieuruimte voor goederenvervoer Naast voldoende capaciteit op de infrastructuur dient er ook voldoende milieuruimte beschikbaar te zijn om de Goederenvervoercorridors te kunnen benutten. Knelpunten op het vlak van luchtkwaliteit, stikstof, geluid, biodiversiteit, trillingen, externe veiligheid en verkeersveiligheid dienen te worden opgelost. Bijzondere aandacht dient de komende jaren uit te gaan naar het transport van gevaarlijke stoffen. In Nederland is hiervoor het Basisnet vastgesteld waarbij wettelijk is bepaald wat er waar, en in welke hoeveelheid, vervoerd mag worden. Ook zijn er grenzen aan bebouwing toegestaan rond het Basisnet.
Voor het goederenvervoer vanuit de Amsterdamse haven is het belangrijk dat de routes beschikbaar blijven voor transport van gevaarlijke goederen per schip, spoor en weg. Bij afwegingen aangaande nieuwe ontwikkelingen langs de routes dient dit betrokken te worden. Ook dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat de transitie naar duurzame brandstoffen zoals waterstof mogelijk hogere eisen aan de externe veiligheid zal stellen dan de nu gangbare fossiele brandstoffen. De provincie Noord-Holland toetst de ontwikkelingen op of nabij het spoor, de weg en waterwegen op eventuele nadelige effecten voor het goederenvervoer van gevaarlijke stoffen en treedt in overleg met gemeenten indien dit tot onaanvaardbare knelpunten leidt.
Goederenvervoer per trein. Beeld: Port of Amsterdam/Eveline Renaud
Nota Zeehavens Noord-Holland
42
Provincie Noord-Holland
3.3 Voldoende woningen in de Metropoolregio Amsterdam Er is sprake van grote krapte op de woningmarkt in de Metropoolregio Amsterdam. Daarom hebben het Rijk en de regio in het Verstedelijkingsconcept 2050 van de Metropoolregio Amsterdam afgesproken tot 2030 175.000 extra woningen te bouwen. Omdat de vraag naar woningen zo groot is, wordt zelfs bekeken of de bouwproductie tot 2030 verhoogd kan worden tot 220.000 woningen. Na 2030 lijkt de behoefte aan nieuwe woningen af te nemen, maar de prognoses kennen flinke bandbreedtes. Vooralsnog wordt uitgegaan van een bouwopgave van 75.000 woningen tussen 2030 en 2040 en nog eens 75.000 woningen tussen 2040 en 2050. Het vinden van woningbouwlocaties is geen sinecure. In de steden zelf is betrekkelijk weinig ruimte. En het volbouwen van de open ruimte in de nabijheid van de steden is onwenselijk. Sterker nog, het gevarieerde en samenhangende landschap is een unieke, onderscheidende kwaliteit van de metropoolregio Amsterdam.61 Om de in de Omgevingsvisie NH2050 geformuleerde ambities Ontwikkeling van stad en land en Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans.
Ruimte voor economie met behoud van landschap en cultuurhistorie te realiseren, is daarom het behoud en waar mogelijk zelfs versterken van de Noord-Hollandse landschappen, inclusief objecten van grote cultuurhistorische waarde, zoals bijvoorbeeld de stelling van Den Helder en de stelling van Amsterdam waartoe ook Forteiland IJmuiden behoort, het uitgangspunt.
Plancapaciteit woningbouw in Metropoolregio Amsterdam tot 203062
Gegeven de schaarse ruimte in de Metropoolregio Amsterdam is een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave voorzien in het Noordzeekanaalgebied. Dit brengt extra uitdagingen met zich mee. De voor de industrie benodigde ruimte op het vlak van geur, geluid, stofoverlast en externe veiligheid verhoudt zich niet automatisch goed tot een gezonde leefomgeving. In het Verstedelijkingsconcept 2050 zijn locaties in Amsterdam, Zaanstad en Beverwijk benoemd om te transformeren naar woonwerkmilieus. Havenstad Amsterdam betreft de realisatie van een nieuw stadsdeel waar ruimte is voor 40.000 tot 70.000 woningen en 45.000 tot 58.000 arbeidsplaatsen. Het projectgebied bestaat uit twaalf deelgebieden waaronder de Minervahaven, Coenhaven en Vlothaven aan het IJ. In Zaanstad zijn de Achtersluispolder en het Hembrugterrein aangewezen om te transformeren naar woon- en werkgebied waarbij tot 10.000 woningen zouden kunnen worden toegevoegd. Tot slot heeft de gemeente Beverwijk de ambitie geformuleerd om de Spoorzone te transformeren tot een gebied met circa 10.000 woningen en 5.000 extra arbeidsplaatsen. Een deel van deze laatste ontwikkeling is door Beverwijk gepland in een Industrieterrein van Provinciaal Belang hetgeen de uitvoering allerminst zeker maakt.
Sowieso geldt voor alle gebieden dat de combinatie met de 61 Verstedelijkingsconcept 2050, Metropoolregio Amsterdam 2021 62 Verstedelijkingsconcept 2050, Metropoolregio Amsterdam 2021
Nota Zeehavens Noord-Holland
43
Provincie Noord-Holland
huidige havenfunctie een flinke uitdaging vormt met het oog op bijvoorbeeld geluidsoverlast, geuroverlast en risico’s op het vlak van externe veiligheid. Daarnaast zijn de beoogde transformatielocaties veelal ‘buitendijks gelegen’ waardoor de waterveiligheid extra aandacht behoeft.63 Per transformatielocatie dient daarom per deelgebied zorgvuldig te worden afgewogen welk deelgebied op welk moment getransformeerd kan worden. Waarbij zowel de gezonde leefomgeving gegarandeerd moet zijn, inclusief waterveiligheid, als het in stand houden van een toekomstbestendige haveneconomie.64 Daarbij dient ook te worden beoordeeld of de ondergrond (bodem en water) na decennialang industrieel gebruik, geschikt is voor gevoeliger functies zoals woningbouw. In praktijk zal dit betekenen dat alle transformatielocaties die in het Verstedelijkingsconcept 2050 van de Metropoolregio Amsterdam benoemd staan vroeg of laat aan de orde komen. Maar ook dat er binnen deze locaties deelgebieden zijn die pas na 2050 of helemaal niet getransformeerd zullen worden. In hoofdstuk 4 wordt per gebied in meer detail beschreven wat de provincie Noord-Holland hier de komende jaren mogelijk en wenselijk acht.
Minervahaven in Amsterdam. Beeld: Johannes Abeling
In Den Helder is de druk op de woningmarkt minder groot en is de haven ook niet in beeld als woningbouwlocatie. Wel speelt de haven een belangrijke rol in het regionaal voorzieningenniveau (cultureel, recreatief en onderwijs). De haven is echter nog niet optimaal verbonden met de omgeving. Eén van de ambities in Den Helder is dan ook om een betere verbinding tussen stad, haven en Waddenzee te realiseren. Dat gaat om zowel de fijnmazige verbindingen met de stad als om de regionale bereikbaarheid.
63 Klimaatbestendige Nieuwbouw, Metropoolregio Amsterdam 2021 64 Natuurlijk is het aantal aandachtspunten bij het realiseren van nieuwe woon- werkgebieden breder dan de hier genoemde factoren. Het is niet het streven hier uitputtend te zijn. Wel om enkele specifieke aandachtspunten met betrekking tot transformatie in havengebieden aan te halen.
Nota Zeehavens Noord-Holland
Beeld: Port of Amsterdam/Max Dijksterhuis
44
Provincie Noord-Holland
4 Nota Zeehavens Noord-Holland
45
Provincie Noord-Holland
DE PROVINCIALE INZET IN DE HAVENGEBIEDEN In de voorgaande hoofdstukken is de door de provincie gewenste koers op het vlak van economie, energietransitie en woningbouw al aan de orde gekomen. Op een aantal plekken is het wenselijk nog preciezer te worden over de provinciale inzet in de diverse havengebieden. Daarbij is het belangrijk om rolvast te blijven. Gemeenten zijn de eerst aangewezen partij om het ruimtelijk beleid in de havengebieden vorm te geven. Voor de uitvoering zelf, zoals de aanleg van nieuwe haveninfrastructuur, keuzes voor het soort bedrijvigheid en de wijze waarop het areaal zo strategisch mogelijk benut kan worden, zijn de havenbedrijven leidend. De provincie zal samenwerking tussen de partijen bij havenontwikkeling in de eerste plaats stimuleren en faciliteren maar zal de regie nemen indien het regionaal belang daar om vraagt. Dat kan door gewenste ontwikkelingen aan te jagen en door het inzetten van juridisch instrumentarium zoals de Omgevingsverordening. Ook zal de provincie de eigen invloed en het eigen netwerk aanwenden om de gewenste ontwikkelingen dichterbij te brengen.
4.1 Samenwerking als aanpak Het Rijk stelt in de Havennota 2020-2030 “Om ervoor te zorgen dat de havens zich kunnen ontwikkelen naar een krachtige positie in de economie van de toekomst moet meer dan voorheen de nadruk liggen op de samenhang binnen het logistieke systeem van zee- en binnenhavens en op samenwerking tussen zeehavens onderling en met overheden.”65
De provincie Noord-Holland onderschrijft dit ten volle. Het ter hand nemen van de in de voorliggende Nota Zeehavens geschetste opgaven zal een grote inspanning en grote investeringen vergen waarbij vele partijen een rol spelen. Natuurlijk de inwoners en (haven)bedrijven in de gebieden zelf. Maar ook de verschillende overheden – gemeenten, provincie, de waterschappen en het Rijk – met ieder eigen taken en verantwoordelijkheden. Deze partijen vinden elkaar in overkoepelende trajecten om gemeenschappelijke koers te bepalen, zoals de Verstedelijkingstrategie van de Metropoolregio Amsterdam, en in diverse samenwerkingsverbanden zoals het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied en de overleggen met betrekking tot de ontwikkeling van het Maritiem Cluster Den Helder. Geheel in lijn met de Omgevingsvisie NH2050 zal de provincie vanuit het adagium ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ het voortouw nemen in de samenwerking in de havengebieden.
Het Noordzeekanaal. Beeld: Port of Amsterdam/Foto Video Honing Heemskerk
65 Havennota 2020-2030, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2020
46
Nota Zeehavens Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Samenwerking in het Noordzeekanaalgebied Binnen het Noordzeekanaalgebied is er een lange traditie van samenwerking. Vanuit het Bestuursplatform NZKG werken de gemeenten langs het Noordzeekanaal, de provincie Noord-Holland, het Rijk en het bedrijfsleven aan de verdere doorontwikkeling van dit gebied. Vanuit deze samenwerking worden de grootste opgaven gezamenlijk ter hand genomen. Zoals de ruimtelijke afweging binnen NOVEX-NZKG en het werken aan de Energietransitie. Deze regionale samenwerking wordt gefaciliteerd vanuit het Programmabureau NZKG. De samenwerking in het Noordzeekanaalgebied wordt doorontwikkeld. De provincie Noord-Holland blijft bestuurlijk betrokken door het voorzitten van het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied en de onderliggende overlegstructuren. Daarnaast wordt kennis ingebracht en wordt een jaarlijkse financiële bijdrage alsmede ambtelijke capaciteit geleverd ten behoeve van het Programmabureau NZKG. Naast het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied en de hiervan afgeleide overleggen wordt vanuit de provincie deelgenomen aan de relevante overlegstructuren op deelonderwerpen en/of deelgebieden. Bijvoorbeeld als het gaat om het samen optrekken in de stikstof-dossiers en het borgen van de bereikbaarheid van de havengebieden over het water, per spoor en over de weg.
Samenwerking in Den Helder De samenwerking in Den Helder is de afgelopen jaren op initiatief van de gemeente Den Helder, de Koninklijke Marine en de provincie Noord-Holland geïntensiveerd. Samen met het Rijk, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Port of Den Helder en de gemeente Den Helder is gewerkt aan de visie Maritiem Cluster Den Helder/Kop van Noord-Holland. Hierin wordt de ontwikkelrichting voor de haven, Den Helder zelf en de nabije omgeving beschreven. In 2022 is de samenwerking met Defensie bekrachtigd in een intentieovereenkomst. De komende jaren wordt de visie nader uitgewerkt in het juridisch-planologisch instrumentarium van de diverse deelnemende overheden, waaronder de Kopgemeenten, een omgevingsprogramma en uitvoeringsafspraken. Ook participeert de provincie samen met het Rijk en de gemeente Den Helder in de Regiodeal Maritiem Cluster Kop van Noord-Holland met drie programmalijnen Human Capital, Waterstofeconomie en opkomende innovatieve maritieme technologieën. De samenwerking in Den Helder en Kop van Noord-Holland wordt doorontwikkeld. De provincie blijft bestuurlijk betrokken door het voorzitten van de bestuurlijke overleggen met betrekking tot het programma voor de Ontwikkeling van het Maritiem Cluster Den Helder.
Daarnaast wordt kennis ingebracht, een financiële bijdrage gedaan aan het planvormingsproces en wordt ambtelijke capaciteit ter ondersteuning geleverd.
Samenwerking tussen de zeehavengebieden Voor het succesvol kunnen adresseren van de in deze Nota Zeehavens geschetste opgaven is er niet alleen samenwerking nodig binnen het Noordzeekanaalgebied en binnen de Kop van Noord-Holland maar ook tussen de havengebieden onderling. In de vakliteratuur worden verschillende niveaus van samenwerking tussen zeehavens onderscheiden. Van louter informele samenwerking tot het opzetten van joint ventures.66
Informele samenwerking Informele uitwisseling van informatie zusterhavens, informatieve bijeenkomsten, nieuwsbrieven, internet Lobby, klankbordfunctie Gezamenlijke lobbyactiviteiten, werkbijeenkomsten Uitwisseling van diensten op non-profit basis Harmonisatie van ICT, statistieken en prijsstructuur, uitlenen van diensten, delen voorzieningen (baggeren, training, onderzoek, kustwacht), technische hulp etc. Uitwisseling van diensten op winst basis Commerciële samenwerking, marketing, bundeling diensten, specialisatie Directe investering Opzetten van joint venture t.b.v. financiering
Formele samenwerking
66 Samenwerking tussen zeehavens, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid 2008
Nota Zeehavens Noord-Holland
47
Provincie Noord-Holland
De havenbedrijven in Noord-Holland onderhouden goede relaties met elkaar en trekken langzaam maar zeker meer met elkaar op. Er wordt kennis uitgewisseld. Er wordt gezamenlijk opgetrokken in het nationale Branche Overleg Zeehavens. En de grotere havens ondersteunen de kleinere havens met technische of specialistische kennis. Er lopen initiatieven met betrekking tot gezamenlijke acquisitie en ontwikkeling. Zo presenteren de Zeehaven IJmuiden NV, Port of Amsterdam en Port of Den Helder zich internationaal gezamenlijk als ideale uitvalsbasis voor aanleg en onderhoud van windparken op zee (marketing) onder de noemer ‘Creating Clean Energy Together’. Daarnaast werken Port of Den Helder, Port of Amsterdam en Groningen Seaports (Eemshaven) onder de noemer Hydroports samen om één van de waterstofknooppunten van Europa te worden. Er is ook sprake van kleinschalige commerciële samenwerking. Zo spannen Port of Amsterdam en Zeehaven IJmuiden NV zich in voor de ontwikkeling van de Energiehaven. Een traject dat wordt ondersteund door de Provincie NoordHolland. Toch is er naar de mening van de provincie nog winst te boeken in de samenwerking. Dit heeft te maken met schaal. Waar Port of Amsterdam één van de grootste havens van Europa is, zijn de Zeehaven IJmuiden NV en Port of Den Helder bescheidener van omvang en is het havenbedrijf van de gemeente Beverwijk zelfs piepklein te noemen.
Op dit moment wordt niet het gehele gezamenlijke potentieel van de havens benut, simpelweg omdat de kleinste havenbedrijven niet in staat zijn op alle ontwikkelingen in te spelen. Er is wel reeds sprake van uitwisseling van diensten op non-profit basis waarbij Beverwijk ondersteund wordt door IJmuiden en waarbij Den Helder ondersteunt wordt door Port of Amsterdam. Maar nauwere samenwerking kan het geheel sterker maken. Daarbij kan gedacht worden aan Service Level Agreements waarbij bijvoorbeeld specialistische kennis door Port of Den Helder kan worden ingekocht bij Port of Amsterdam. Maar ook op meer strategisch niveau waarbij havenbedrijven gezamenlijk optrekken bij het ontwikkelen van kavels ten behoeve van windparken op zee. Daarnaast zou de provincie Noord-Holland graag zien dat de havenbedrijven in de IJmond nader onderzoeken op welke wijze de schaarse kaderuimte in de IJmond beter benut kan worden waarbij het intensiveren van de samenwerking tussen de Zeehaven IJmuiden NV en de haven van Beverwijk voor de hand ligt.
4.2 Amsterdam De Amsterdamse haven is en blijft één van de belangrijkste economische gebieden binnen de provincie NoordHolland. Dit is één van de weinige gebieden binnen de provincie waar (milieu)ruimte is voor het realiseren van de energietransitie, circulaire economie, havengebonden bedrijvigheid en zware industrie. De haven staat voor de grote opgave te transformeren van fossiele brandstoffenhaven naar een duurzame brandstoffenhaven en plaats te bieden aan de voor de energietransitie benodigde industrie en infrastructuur. Daarnaast dient de transitie te worden gemaakt naar schone scheepvaart en dient de bedrijvigheid in zijn totaliteit circulair te worden. Tot slot wordt het havengebied gelegen binnen de ring A10 de komende decennia getransformeerd naar hoogwaardige woon-werkmilieus. Maar de ruimte is schaars. De komende jaren zullen tientallen hectares aan in gebruik zijnde percelen een andere invulling krijgen en zullen grote investeringen worden gedaan. De gemeente Amsterdam stuurt, als grootste grondeigenaar binnen de haven en als enige aandeelhouder van Port of Amsterdam, op de realisatie van vijf publieke belangen bij de ontwikkeling van de Amsterdamse haven, waar de Port of Amsterdam vervolgens invulling aan geeft.67 1.
Duurzaamheid: Klimaatneutraal en Circulair.
2.
De haven als nautisch logistiek knooppunt.
3.
De haven als industrieterrein.
4.
Verstedelijking: Hoogstedelijke woonwerkmilieus.
5.
Veilig gebruik van de nautische ruimte.
67 Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040, Gemeente Amsterdam 2020
Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 Alle zeilen bijzetten!
48
Nota Zeehavens Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
De provincie Noord-Holland kan zich goed vinden in de ingezette koers. Hierbinnen wil de provincie in het bijzonder bijdragen aan het aanjagen van de energietransitie en de circulaire economie. Daarnaast zijn door de provincie zijn de garantie op een gezonde leefomgeving ter plaatse van de beoogde woonwerkmilieus en het borgen van een toekomstbestendige haveneconomie randvoorwaarden. De ruimtelijke afwegingen welke functie aan welke locatie wordt gekoppeld, wordt gemaakt in het kader van NOVEX-NZKG. Daarbij hanteert de provincie Noord-Holland het volgende vertrekpunt: Gezien de grote economische betekenis en het feit dat de Amsterdamse haven één van de weinige plekken in de provincie is waar (milieu)ruimte is voor het realiseren van de energietransitie, circulaire economie, havengebonden bedrijvigheid en zware industrie, blijft het volledige gebied Westpoort aangemerkt als Industrieterrein van Provinciaal Belang in de Omgevingsverordening. De gebieden Coen- en Vlothaven en Alfadriehoek zullen onder voorwaarden kunnen transformeren en blijven daarom aangemerkt als Transformatiegebied Industrieterrein van Provinciaal Belang. Bij de ontwikkeling van Havenstad en de verdichting rondom station Amsterdam Sloterdijk zijn het bieden van een gezonde leefomgeving en het borgen van het in stand houden van een toekomstbestendige haveneconomie uitgangspunt.