CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Werklocaties 203520.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

De Beleidsnota Werklocaties en de Omgevingsvisie Overvecht blijven echter abstract, omdat het gaat over een visie en een beleidsnota. In een beleidsnota zijn doelstellingen niet vertaald naar concrete resultaten en acties. Dit betekent dat de documenten een zekere mate van abstractie hebben en daarmee de basis vormen voor de concrete doorvertaling hiervan in een uitvoeringsprogramma. Kortom het verder concretiseren van de ambities en doelstellingen vindt niet in de Beleidsnota Werklocaties plaats, maar in het uitvoeringsprogramma, dat volgt op de Beleidsnota Werklocaties of de Omgevingsvisie Overvecht. Zie ook paragraaf 2.3.

25

Nr

Zienswijze

Reactie

B10

Verbinding met Natuurgebied Zuilen. De groene omzoming van het bedrijventerrein enerzijds en het versteende karakter binnen het bedrijventerrein vragen om een koppeling. Maak verbinding met Natuurgebied Zuilen door straten te vergroenen en routes te maken van en naar de groene zoom. Maak de fysieke ingrepen mogelijk door de groenvoorziening in het bedrijventerrein budgettair te koppelen aan de herinrichtingsplannen voor Natuurgebied Zuilen. Te denken valt aan het vergroenen van de Manitobadreef en deze aan te laten sluiten op het thans overwoekerde pad bij de Floridadreef (en Flora’s hof). Ook het Frans Heinrichspad biedt kansen. Zie hiervoor ook de kansenkaart, opgesteld voor adviesbureau Cistain.

De genoemde voorstellen vallen buiten de reikwijdte van de Beleidsnota Werklocaties. Wel staat in het profiel Nieuw Overvecht van de Beleidsnota Werklocaties dat verbinding met omliggende groene gebieden een randvoorwaarde voor de doorontwikkeling van Nieuw Overvecht is. In de Omgevingsvisie Overvecht hebben we de ambitie om routes te vergroenen en het bedrijventerrein en omgeving meer doorwaadbaar te maken en beter te verbinden met zijn groene omgeving. Een budgettaire koppeling vraagt een uitwerking op projectniveau. Voor Natuurgebied Zuilen wordt een aparte gebiedsvisie opgesteld. Het beter verbinden van het natuurgebied vanuit de omliggende wijken, waaronder bedrijventerrein Nieuw Overvecht, is daarbij een uitgangspunt. Een vertegenwoordiger vanuit Ondernemersvereniging Nieuw Overvecht zit in de werkgroep van bewoners en betrokkenen. Op bladzijde 15 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties staat klimaatadaptatie benoemd bij de essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties.

B11

Opheffen Ons Genot. Wij verbazen ons over het voorstel om tuindersvereniging Ons Genot mogelijk te verplaatsen om sport te kunnen uitbreiden. Naar onze mening behoort Ons Genot te blijven als buren van Natuurgebied Zuilen. Het complex wordt veelvuldig gebruikt door ondernemers om een lunchrondje te maken in het groen. De huidige sportvoorzieningen worden thans niet intensief gebruikt en zouden met een andere ondergrond (kunstgrasvelden) meer intensiteit aan kunnen. Bovendien leidt een mogelijke uitplaatsinng tot een juridische en dus dure strijd. Daarom pleiten wij ervoor om sport evt. uit te breiden in het Noorderpark, mocht dit op termijn noodzakelijk zijn.

Dit valt buiten de reikwijdte van de Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

26

Nr

Zienswijze

Reactie

B12

Opheffen parallelweg Franciscusdreef. De parallelweg aan de Franciscusdreef is dusdanig ingericht dat deze gevaarlijke situaties oplevert voor fietsverkeer. Door de parallelweg op te heffen wordt het mogelijk om het bedrijventerrein een entree te geven en tevens te vergroenen.

Dit valt buiten de reikwijdte van de Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

We delen het achterliggende doel van uw opmerking: een verkeersveiligere en aantrekkelijkere Franciscusdreef. Verkeersveiligheid hebben we in de Beleidsnota Werklocaties toegevoegd als randvoorwaarde voor toekomstbestendige werklocaties. Randvoorwaarden voor een aantrekkelijk bedrijventerrein, zoals vergroenen, staan al genoemd in de Beleidsnota Werklocaties. In de Omgevingsvisie Overvecht wordt verkeersveiligheid op de Franciscusdreef ook gedeeld. De uitwerking is uit verkeerskundige overwegingen alleen – op advies van onze verkeersexperts – niet gericht op opheffen van de parallelweg. In de omgevingsvisie deel B pagina 78 en 79 is een principeprofiel opgenomen van de Franciscusdreef, dat als richtinggevend kader dient voor eventuele toekomstige aanpassing en herontwikkeling van deze straat. We gaan daarbij uit van een zoveel mogelijke vermindering van 2x2 naar 2x1 rijstroken. De parallelweg maakt onderdeel uit van dit principeprofiel en is noodzakelijk voor de ontsluiting van de aanliggende bedrijven.

27

Nr

Zienswijze

Reactie

B13

Beheer en onderhoud. Dit onderwerp staat regelmatig op de agenda van het KVO en blijft een punt een aandacht. Vergroening leidt onherroepelijk tot een kostenverhoging. Vandaar dat wij pleiten om ook in de visie aandacht te hebben voor duurzame vergroening en de betaalbaarheid ervan. Dus pleiten wij ervoor budgetten hieraan te koppelen en hierbij ook aandacht te hebben voor het bedrijventerrein Nieuw Overvecht.

In hoofdstuk C van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties gaan we in op de financiën. Op bladzijde 15 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties staat schoon, heel en veilig als essentiële randvoorwaarde benoemd, ook klimaatadaptie is hier benoemd. De mogelijk in te zetten instrumenten staan in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties weergegeven in de ‘gereedschapskist’. Keurmerk Veilig Ondernemen is een voorbeeld van een faciliterend instrument uit deze gereedschapskist. De financiën en instrumenten kunnen helaas niet concreter worden opgeschreven, omdat deze projectafhankelijk zijn. De Ontwerp Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad weer en er zijn mogelijke acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen en budget al zijn uitgewerkt. Zie ook paragraaf 2.3.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

28

Nr

Zienswijze

Reactie

B14

Maak een verbinding/lijn tussen station Overvecht, winkelcentrum en bedrijventerrein. Wat ONO betreft, is de invoering van betaald parkeren niet los te zien van een verbetering van het OV. De omgevingsvisie moet antwoord geven op de consequenties van de invoering van betaald parkeren en wat dit vraagt van de rest van het mobiliteitssysteem. ONO vraagt randvoorwaarden op te nemen in de omgevingsvisie, die gaan helpen om het OV op (van/naar) het bedrijventerrein te verbeteren. Onderzocht moet worden onder welke (financiële) voorwaarden beter OV mogelijk wordt. In hoeverre kan bijvoorbeeld vanuit andere potjes maatwerkvervoer op het bedrijventerrein worden gefaciliteerd: kleinere busjes, meer maatwerk, meer tevreden gebruikers. Evident is dat de provincie het OV aanbesteedt. De ervaring leert dat het toevoegen van HOV-verbindingen een verschraling inhoudt van buurtontsluitend OV. Naar onze mening dient de visie hiermee rekening te houden. Ook zal het toekomstig OV rekening dienen te houden met de werktijden van de bedrijven, wil het een volwaardig alternatief kunnen zijn voor de werknemers op het terrein.

Wij zijn het met u eens dat goede bereikbaarheid een randvoorwaarde is voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. In de Omgevingsvisie Overvecht zijn de ambities voor de bereikbaarheid met OV voor het terrein beschreven. Het uitgangspunt hierin is dat Nieuw Overvecht beter bereikbaar gaat worden met het openbaar vervoer: de HOV-lijn stopt aan of op het bedrijventerrein en op het terrein rijdt tenminste buurtgericht OV. De gemeente is van mening dat het toevoegen van de HOV-verbinding niet ten koste mag gaan van het buurtontsluitend OV en dit is ook zo in de omgevingsvisie opgenomen. De omgevingsvisie gaat niet over exacte lijnvoering, rijtijden en de financiering van lijnvoering.

Verbeter de bereikbaarheid per fiets. Ook de bereikbaarheid per fiets hangt samen met de invoering van betaald parkeren. De omgevingsvisie moet erin voorzien dat de fiets een betere plek op de weg krijgt en fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Hiermee wordt bovendien de snelheid voor overig verkeer verminderd (een hardnekkig knelpunt op het bedrijventerrein) en kan worden aangehaakt op bestaande TOP- fietsroutes die al bestaan en zorgen voor een betere verbinding met het groene gebied in de regio.

Wij zijn het met u eens dat goede bereikbaarheid, ook per fiets een randvoorwaarde is voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op bladzijde 15 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties staat dit ook zo benoemd bij de essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties. In het profiel Nieuw Overvecht is de gebiedsaanpak Anders Reizen benoemd. Ook staat hier dat we onderzoeken of we infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte als instrumenten kunnen inzetten. De profielen in de Beleidsnota Werklocaties kennen een zekere mate van abstractie. De doorvertaling van het beleid naar uitvoering volgt via het uitvoeringsprogramma. Zie ook paragraaf 2.3.

B15

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties is de bereikbaarheid als essentiële randvoorwaarde voor toekomstbestendige werklocaties genoemd op bladzijde 15. In het profiel voor Nieuw Overvecht staat dat we onderzoeken of we infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte als instrumenten kunnen inzetten. De Beleidsnota Werklocaties gaat evenmin niet over exacte lijnvoering, rijtijden en de financiering van lijnvoering. Dit betekent dat de profielen in de Beleidsnota Werklocaties een zekere mate van abstractie hebben, zie ook paragraaf 2.3.

29

Nr

Zienswijze

Reactie

B16

Collectief parkeren en parkeerhubs. ONO ziet graag dat de omgevingsvisie inzet op collectief parkeren, wanneer betaald parkeren wordt ingevoerd. Dit geeft ruimte om in de straten te vergroenen, de openbare ruimte fiets- en voetgangervriendelijk in te richten en te verdichten op private kavels. In de omgevingsvisie moet een locatie bepaald worden waar de parkeervoorziening en/of parkeer-hub (P&R) moet komen. Daarnaast moet bij nieuwe ontwikkelingen parkeren kadastraal gekoppeld worden. Een nieuwe ontwikkeling krijgt de voorwaarde mee dat parkeren op eigen kavel opgelost moet worden.

Wij zijn het met u eens dat inzet op collectief parkeren belangrijk is. In het profiel Nieuw Overvecht staat dat we onderzoeken of we infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte als instrumenten kunnen inzetten. Onderdeel hiervan onderzoek naar een collectieve parkeergarage. In de Omgevingsvisie Overvecht deel B is het volgende hierover opgenomen: Onderzoeken of een parkeerhub op Nieuw Overvecht als een gedeelde hub voor zowel de sportfuncties als overige functies in de omgeving kan functioneren. De bestaande parkeergarage Vechtsebanen zal bij dit onderzoek betrokken worden. Het realiseren van deze hub dient als katalysator voor de gebiedsontwikkeling in de gemengde (roze) zone”. Bij de grotere ontwikkelingen zoals de Hoogstedelijke gebieden en de Stedelijke buurten van nieuwe woningen en werkplekken is het uitgangspunt dat parkeerplekken gebouwd moeten worden uitgevoerd. De hiervoor geldende parkeernorm zal, afhankelijk van de locatie, worden teruggebracht als gevolg van de introductie van betaald parkeren en afstand tot een (H)OV-verbinding. Alle nieuwe parkeervoorzieningen dienen toegankelijk te zijn voor collectief gebruik. Behalve het parkeren op eigen kavel kan parkeren ook in bijvoorbeeld hubs worden opgelost. De profielen in de Beleidsnota Werklocaties kennen echter wel een zekere mate van abstractie.

De doorvertaling van het beleid naar uitvoering volgt via het uitvoeringsprogramma. Zie ook paragraaf 2.3.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

30

Nr

Zienswijze

Reactie

C1

Op 21 maart jl. zijn wij per e-mail geïnformeerd dat gemeente Utrecht de ontwerp-beleidsnota Werklocaties 2035 ter inzage heeft gelegd en dat een zienswijze kan worden ingediend t/m 23 april 2025. Het bestuur van Stichting Kantorenpark Rijnsweerd (SKR) heeft kennisgenomen van de beleidsnota en is positief gestemd dat met onze ambities voor kantorenpark Rijnsweerd rekening wordt gehouden. Het zou nog beter zijn als we daarover met elkaar om de tafel kunnen zitten. Onze visie voor de beleidsnota Werklocaties vindt u ook terug in de samenvatting van het bijgesloten Masterplan voor kantorenpark Rijnsweerd. Graag bereid tot een gesprek over onze toekomstige werk- en woonlocatie. Met vriendelijke groet Bestuur Stichting Kantorenpark Rijnsweerd

Bedankt voor uw positieve reactie op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties.

D1

Verzoek tot invoering betaald parkeren i.v.m. overlast. Wij ervaren ernstige overlast van de grote parkeerplaats tegen over onze woning (woonerf) Door de sportschool, die van vroeg tot laat open is, is er dagelijks veel geluid en parkeerdruk, met name tot laat in de avond (tot 23.00uur), wat onze nachtrust en woongenot verstoort. Wij verzoeken dringend om de invoering van betaald parkeren gedurende de hele dag om de overlast te beperken en de leefbaarheid voorbewoners te verbeteren.

Bedankt voor uw reactie. De invoering van betaald parkeren wordt uitgevoerd door de afdeling mobiliteit. Als u er behoefte aan heeft kunt u een melding doen op onze website: https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/parkeren/ contact-over-parkeren/stel-een-parkeervraag Zij kunnen met u meedenken over eventuele oplossingen op korte of langere termijn.

E1

De Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 van de gemeente Utrecht biedt een visie op de toekomst van Utrechtse werklocaties, met aandacht voor duurzaamheid, ruimtelijke efficiëntie en maatschappelijke transities. Die uitgangspunten onderschrijven wij van harte!

Bedankt, fijn dat u de insteek van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties van harte onderschrijft.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

We gaan graag in op uw uitnodiging om het gesprek aan te gaan over de economische invulling van kantorenpark Rijnsweerd. De eerste contacten hiervoor zijn ambtelijk al gelegd. Het Masterplan voor kantorenpark Rijnsweerd is ons bekend. In juni 2025 wordt er een bestuurlijk overleg gepland om de vervolgstappen naar aanleiding van het Masterplan te bespreken.

31

Nr

Zienswijze

Reactie

E2

Erkenning van de economische kracht van Lage Weide: formuleer visie op logistieke functie. De nota onderkent de schaarste aan werklocaties en benadrukt de noodzaak alle bestaande bedrijventerreinen in Utrecht te behouden, inclusief Lage Weide. Dit vinden wij een positieve ontwikkeling. Echter, de specifieke economische functie van Lage Weide als logistiek knooppunt en industriële motor van Utrecht blijft onderbelicht. De beleidsnota legt een sterke nadruk op circulaire economie en innovatie, maar een realistische visie op de brede industriële en logistieke functie van Lage Weide ontbreekt. Net zoals de hubfunctie die de stad Utrecht voor spoorwegen vervult, hebben we ook een (boven)regionale verantwoordelijkheid voor goederenververvoer over de weg. Dat bredere perspectief mist. Waar de beleidsnota terecht op diverse bedrijventerreinen in Utrecht ruimte wil toekennen aan stadsdistributie, mist een visie op het (al decennia lang) functioneren van Lage Weide als nationale distributie hotspot.

Fijn dat jullie ook de schaarste aan werklocaties en de noodzaak voor het behoud van werklocaties erkennen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Lage Weide is, zoals ook benoemd in de door de Raad vastgestelde Uitgangspuntennotitie Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide, de machinekamer van Utrecht. Hier hoort ook de industrie bij. Lage Weide heeft de unieke eigenschappen die het geschikt maken voor de industrie: grote kavels, hoge milieucategorieën en multimodale bereikbaarheid. In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties geven we hier voorbeelden van, zoals recycleaars en bouwhubs. Deze industriële functies passen binnen de vijf economische speerpunten, die ook in de uitgangspuntennotitie naar voren komen: circulaire economie, stadsdistributie, duurzame energie, circulaire maakindustrie en dienstverlenende bedrijvigheid. Voor logistiek zien wij veel mogelijkheden op Lage Weide, met name in de stadsdistributie (stedelijke regio). Ook op het gebied van circulariteit kan de logistiek een meerwaarde voor de stad betekenen, zoals voor retourlogistiek van goederen. Door krapte op de bedrijventerreinen zijn de grondprijzen hoog. Daardoor kan een kapitaalkrachtige sector zoals de (inter)nationale distributie een steeds groter aandeel krijgen op bedrijventerreinen waaronder Lage Weide. Hiermee is er een gevaar op verdringing van minder kapitaalkrachtige sectoren, die ook hard nodig zijn voor onze stad.

Met de Beleidsnota Werklocaties zoeken we hierin een balans, die we verder uitwerken in de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide. Voor de zittende (inter)nationale distributie geldt, net als voor alle andere bedrijven op het terrein, dat de randvoorwaarden zoals bereikbaarheid op orde moeten zijn.

32

Nr

Zienswijze

Reactie

E3

Ruimtelijke druk en beperkende maatregelen: los bouwstop op. De nota stelt dat Utrecht een tekort van 74 hectare aan bedrijventerrein heeft en wil tegelijkertijd restricties opleggen aan sectoren zoals grootschalige logistiek. Lage Weide kent nu al beperkingen door mobiliteitsdruk en bouwrestricties. Hierdoor worden door verschillende overheden gekoesterde beleidsambities voor intensivering van ruimtegebruik niet gerealiseerd. Met name, omdat de afgelopen decennia veel te weinig is geïnvesteerd in de hiervoor benodigde verkeersinfrastructuur, wat een ‘bouwstop’ tot gevolg had op ons bedrijventerrein. Deze rem op vastgoedexpansie zonder een uitgewerkt alternatief voor ruimte-intensieve bedrijven lijkt een economische verzwakking in plaats van een strategische verbetering.

In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties is aangegeven dat mobiliteitsmaatregelen randvoorwaardelijk zijn voor het intensiveren op bedrijventerreinen. Dit geldt zeker ook voor Lage Weide, omdat hier alleen geïntensiveerd kan worden na een radicale mobiliteitstransitie. Deze noodzakelijke randvoorwaarden zijn daarom ook opgenomen in het kader in hoofdstuk A1 (essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties). In het profiel van Lage Weide passen we aan dat infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte, waaronder ook investeringen in verkeersveiligheid randvoorwaardelijk zijn voor het behalen van de doelstellingen op Lage Weide. De Beleidsnota Werklocaties is een thematische nota die met name gericht is op het ruimtelijk-economisch domein (zie hiervoor ook paragraaf 2.4). In de gehele stad moeten op tal van onderwerpen en locaties keuzes worden gemaakt met betrekking tot schaarse ruimte, middelen en personele inzet. Niet alle ingrepen kunnen tegelijk plaatsvinden. Dat betekent dat in een aantal gevallen meer tijd nodig is voor realisatie van deze randvoorwaarden dan wellicht gehoopt, en dat mogelijk niet alle randvoorwaarden voor alle gebieden even goed op orde gebracht kunnen worden.

E4

Bereikbaarheid en infrastructuur: investeer! Lage Weide kampt met een hoge mobiliteitsdruk. De beleidsnota erkent dit probleem, maar biedt weinig concrete oplossingen. Van de aan het einde van de nota genoemde 11 risico’svoor-succesvolle-uitvoering-werklocatiesbeleid zien wij als grootste risico voor Lage Weide: ‘Mobiliteitsinvesteringen blijven achter, waardoor ontsluiting werkgebieden (nog meer) onder druk komt en de juiste groei belemmert.’ De voorgestelde maatregel stelt ons vervolgens niet gerust: ‘Participeren in (lobby) trajecten rond deze mobiliteitsinvesteringen, proberen externe financiering aan te boren t.b.v. de ontsluiting. Zoeken naar manieren om te intensiveren zonder vervoersbewegingen te laten toenemen; dit vraagt om een integraal gebiedsplan.’ Waarom stelt ons dit niet gerust? Omdat als wij terugkijken naar de afgelopen 10 jaar er niets veranderd is in de slechte fietsinfrastructuur, de (ontbrekende) fietsbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal voorop. Al minimaal 10 jaar pleiten wij voor verbreding en verbetering van het fietspad van de Demkabrug, inclusief opritten.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Specifiek voor Lage Weide geldt in de Beleidsnota (deel)Omgevingsvisie dat er meer in detail wordt ingezoomd op de radicale mobiliteitstransitie voor Lage Weide. Aan deze (deel)omgevingsvisie wordt ook een uitvoeringsstrategie gekoppeld. We werken hiervoor samen met het Parkmanagement Lage Weide (PMLW). Voor een radicale mobiliteitstransitie heeft de gemeente u nodig, en daarnaast ook medeoverheden en andere partijen die actief zijn in het gebied. Zie ook onze reactie op zienswijze E3.

33

Nr

Zienswijze

Reactie

vervolg E4

Ook lanceerden wij begin 2018 een ook door de politiek goed ontvangen ontwerp voor een nieuwe fietsbrug (de Anton Geesinkbrug) die Utrecht-Noord met Lage Weide verbindt. Al die jaren lagen nut en noodzaak van deze verbeteringen onbetwist op tafel. Maar anno 2025 is er geen enkel concreet zicht op realisatie. De eerlijke vaststelling is dat Lage Weide nu slecht bereikbaar is met het OV en op te veel plekken onveilig is voor fietsers (verkeersonveilig en sociaal onveilig). En dan gaat het niet alleen om fietsbruggen, maar zeker ook om de herinrichting van wegen en andere infrastructuur op het terrein zelf. Graag verwijzen we hierbij naar het in onze opdracht door Antea opgestelde rapport hierover, met kraakheldere aanbevelingen (‘Kwantitatief onderzoek Verkeersveiligheid & Bereikbaarheid Bedrijventerrein Lage Weide’ - eindrapport 25 maart 2020). We werken onder meer via Goedopweg samen met de gemeente en provincie Utrecht aan het oppakken van de aanbevelingen, maar zien met name op het punt van nieuwe infrastructuur na 5 jaar nog veel te weinig progressie. We zijn daarom benieuwd naar de mogelijkheden die u met deze nota in de hand ziet voor versnelling van de benodigde infrastructuuraanpassingen. Investeringen in betere OV-verbindingen en fietsinfrastructuur zijn kortom een must, maar blijven al jarenlang achter én lossen de congestie voor vrachtverkeer niet op.

De focus op een ‘radicale mobiliteitstransitie’ (zoals bepleit in de Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Lage Weide) voor personenvervoer moet gepaard gaan met realistische oplossingen voor goederenstromen, anders loopt het bedrijventerrein nog steeds vast. Een laatste punt van bereikbaarheid is parkeren. De gemeente heeft bedacht in de hele stad betaald parkeren in te gaan voeren, waarbij tegelijk het voorheen verplichte instrument ‘draagvlakmeting’ overboord is gezet. In andere woorden: de gebruiker van parkeerplaatsen wordt niets meer gevraagd. Wij missen in de beleidsnota een analyse over de wenselijkheid van betaald parkeren voor bedrijventerreinen en vragen u die toe te voegen. Een specifieke vorm van parkeren is vrachtwagenparkeren. Dit geeft op Lage Weide op veel plekken overlast. In de passage over het optimaliseren van ruimtegebruik op bedrijventerreinen schrijft u: ‘Voor vrachtvoertuigen geldt dat er op eigen terrein geparkeerd, geladen en gelost moet worden’. Wij vragen u specifiek voor Lage Weide uit te leggen hoe u dit vanuit de huidige situatie voor zich ziet en in hoeverre een truckparking bij het toekomstig museumdepot een oplossing kan zijn.

Zie vorige pagina

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

34

Nr

Zienswijze

Reactie

E5

Milieuruimte en toekomstbestendigheid. Het voornemen om milieucategorieën en ruimtelijke functies strikter te reguleren is begrijpelijk, maar kan in de praktijk leiden tot rigiditeit. Lage Weide huisvest een breed spectrum aan bedrijven, van zware industrie tot high-tech. Beperkingen op milieuruimte kunnen innovaties in de weg staan, de gewenste intensivering van ruimtegebruik belemmeren en bedrijvigheid naar buiten de stad verplaatsen. De beleidsnota zou daarom meer aandacht moeten besteden aan flexibelere regelgeving binnen milieucategorieën. Zo is optoppen om te intensiveren nu lastig. Doordat een milieucategorie nu als minimum geldt, i.p.v. een maximum, is het stapelen van verschillende typen bedrijvigheid al lastig. Laat staan meerlaagse functiemenging naar het voorbeeld van de IKEA in Utrecht, met sportvelden boven op het dak.

Op Lage Weide geldt op basis van het huidige bestemmingsplan, met uitzondering van de watergebonden kavels aan de haven, alleen een maximale milieucategorie. Bij de haven geldt een minimale milieucategorie, omdat daarmee watergebonden activiteiten gestimuleerd kunnen worden. U noemt in zienswijze 29 dat u het beter benutten van bedrijfslocaties aan het water en het vrij maken van ruimte voor HMC-bedrijvigheid, ondersteunt. Om de ambities het beter benutten van bedrijfslocaties aan het water en het vrij maken van ruimte voor HMC-bedrijvigheid kracht bij te zetten hebben we in de Beleidsnota Werklocaties ingezet op het juiste bedrijf op de juiste plaats. Een van de te onderzoeken instrumenten hiervoor is het instellen van een minimale milieucategorie, ook op andere plekken op Lage Weide dan alleen aan de kade. Slimme functiemix, zoals het benutten van dakoppervlakken, past binnen de gemeentelijke ambities. Voor flexibiliteit in bestemmingsplannen verwijzen we naar paragraaf 2.7 van deze zienswijzenota. In het traject Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide gaan we hierover graag met u nader in gesprek.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

35

Nr

Zienswijze

Reactie

E6

Lage Weide als Werklandschap van de Toekomst: maak het bedrijventerrein aantrekkelijker voor de werknemer. De beleidsnota legt veel nadruk op de multimodale HMC-kwaliteiten van Lage Weide. Wij zijn het eens met u dat dit noodzakelijke kwaliteiten zijn voor specifieke onderdelen van de circulaire economie zoals die zich de komende jaren verder gaat ontwikkelen. Zoals ook de logistieke kracht van Lage Weide een kwaliteit is voor diezelfde circulaire economie, bijvoorbeeld in het optimaliseren van retourlogistiek. Het beter benutten van bedrijfslocaties aan het water en het vrij maken van HMC-ruimte op Lage Weide voor circulaire bedrijven ondersteunen wij. Dit vergt in de woorden van de nota een ‘schuifpuzzel die nu niet voldoende op gang kan worden gebracht (…) omdat de maximale autocapaciteit op Lage Weide is bereikt’. U constateert daarom correct dat ‘de gemeentelijke inspanning om de schuifpuzzel op gang te brengen moet liggen op infrastructurele maatregelen ter verbetering van fiets en ov-bereikbaarheid van Lage Weide. Dit is dus niet alleen belangrijk voor de intensiveringsopgave op Lage Weide maar ook (…) om woningbouw elders mogelijk te maken <door daarvoor noodzakelijke uitplaatsing van HMC-bedrijven>.’ Circulair is naast logistiek, zakelijke diensten en energie(eiland) dus een belangrijke bouwsteen voor Lage Weide als Werklandschap van de Toekomst. Maar er is echt meer.

Namelijk een snelgroeiende behoefte om Lage Weide aantrekkelijker te maken voor de werknemer. Daarbij horen termen als verkeersveilig, groen, sociaal veilig, wandelmogelijkheden, horeca, sport, vertier. Om tot een radicale mobiliteitstransitie te komen en Lage Weide op een krappe arbeidsmarkt aantrekkelijk te maken om te werken, is het nodig om niet-werk functies te bieden aan medewerkers. Denk aan sport, leisure, horeca tot wellicht zelfs (kleinschalig) boodschappen doen of kinderopvang. Wij vinden daarom de uitgebreid toegelichte nullijn voor commerciële voorzieningen voor Lage Weide te kort door de bocht. Slimme functiemenging is wat wij voorstaan. Zie ook onze bovenstaande opmerking over flexibelere regelgeving binnen milieucategorieën. Wij vragen u in de beleidsnota hiervoor specifiek voor Lage Weide ruimte te creëren.

Werklandschappen van de toekomst moeten inderdaad aantrekkelijk zijn voor werknemers en werkgevers. In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties worden in het kader in hoofdstuk A1 onder andere de volgende randvoorwaarden genoemd: bereikbaarheid; schoon, heel, veilig en klimaatadaptief. Ook de randvoorwaarde verkeersveiligheid wordt specifiek bij het profiel Lage Weide benoemd. Op basis van uw zienswijze voegen we verkeersveiligheid toe aan de lijst met randvoorwaarden in hoofdstuk A1, zodat dit nog duidelijker als belangrijke randvoorwaarde is omschreven.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

We zijn het met u eens dat sommige publieksfuncties een bedrijventerrein aantrekkelijk kunnen maken. Bedrijventerreinen zijn en blijven wel primair bedoeld voor bedrijven die enige geur, geluid en stof veroorzaken. Op bladzijde 22 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties is omschreven hoe wij met de nullijn een goede balans proberen aan te brengen tussen een aantal publieksfuncties én bedrijvigheid die vanwege hun aard op bedrijventerreinen aanwezig moeten zijn. Op Lage Weide zijn circa 15 sportbedrijven aanwezig, die op grond van deze beleidsnota daar mogen blijven ondernemen. Daarnaast maken we in de toekomst in het Vierde Kwadrant extra ruimte voor grootschalige sportbedrijven, die vanwege hun aard wel op bedrijventerreinen moeten ondernemen. In het Ontwikkelkader Horeca Utrecht uit 2018 staat omschreven welke mogelijkheden er voor horeca op bedrijventerreinen zijn. Volgens ons detailhandelsbeleid is en blijft detailhandel niet mogelijk op bedrijventerreinen. Er zijn verder veel belemmeringen voor kinderdagverblijven op bedrijventerreinen zoals Lage Weide, vanwege de milieucategorieën.

36

Nr

Zienswijze

Reactie

E7

Ontwikkeling van het Vierde Kwadrant en investeringen in Lage Weide: maak dit laatste expliciet. In het profiel van Lage Weide (beleidsnota pp. 53-55) stelt u dat Lage Weide cruciaal is voor de doorontwikkeling van de stad, met name vanuit haar kwaliteiten als multimodaal HMC-terrein. En dat het terrein een grote bijdrage kan leveren aan de circulaire economie, energietransitie en de duurzame mobiliteitstransitie. Onduidelijk blijft wat de ontwikkeling van het Vierde Kwadrant toevoegt aan Lage Weide. Toevoeging van kantoren en scholen is in tegenspraak met de conclusie elders in de nota dat er een tekort aan bedrijventerrein is, zeker voor bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën (3.2 en hoger). Wij verzoeken u daarom de meerwaarde van het Vierde Kwadrant voor de ontwikkeling van Lage Weide expliciet te maken. Diverse zittende bedrijven in het plangebied van het Vierde Kwadrant Lage Weide (het plangebied zoals aangegeven in de recente Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Lage Weide), hebben een hoge milieucategorie en vertrouwen op een goede bereikbaarheid met vrachtverkeer. Bedrijven zoals een voor de ontwikkeling van de stad belangrijke betoncentrale en een autobergingsbedrijf.

Hoe helpt de gemeente hen aan een passende plek wanneer hun bedrijfsvoering door de Vierde Kwadrant-ontwikkeling onmogelijk wordt gemaakt? Ons valt op dat hiervoor geen passend instrumentarium (denk aan grondpolitiek) is opgenomen in de beleidsnota. En wat voor maatregelen gaat de gemeente nemen in het kader van de veel hogere aantallen vervoersbewegingen die het Vierde Kwadrant met zich mee zal brengen? Dit gaat over investeringen in fietsroutes, het beter ontsluiten van station Leidsche Rijn voor de voetganger, investeringen in de verschillende aanrijroutes (we noemen als voorbeeld nog even de Demkabrug) en meer. Mocht het Vierde Kwadrant vooral wenselijk zijn als gemeentelijke inkomstenbron, dan stellen wij voor de revenuen ten goede te laten komen aan een investeringsfonds voor infrastructurele verbeteringen voor Lage Weide.

Het Vierde Kwadrant, is een uniek gebied in de stad. Het vormt zowel onderdeel van het bedrijventerrein Lage Weide, als van Leidsche Rijn Centrum. Omdat er in Utrecht een tekort is aan bedrijventerreinen en we de ambitie hebben voor een polycentrische stad (met Leidsche Rijn centrum als één van de centra) is het de uitdaging in dit gebied om beide ambities te verenigingen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Investeringen in de gebiedsontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum kan voordelen voor het gehele bedrijventerrein Lage Weide opleveren: • Lage Weide wordt met een volwaardige aansluiting op het station van Leidsche Rijn Centrum beter bereikbaar per openbaar vervoer. Het wordt aantrekkelijker om met de trein naar Lage Weide te gaan, waardoor het personenautovervoer op Lage Weide kan afnemen, zeker als de fiets- en loopinfrastructuur op Lage Weide beter wordt aangesloten op station Leidsche Rijn Centrum. • Het toevoegen van praktijkgericht MBO-onderwijs op Lage Weide nabij het station biedt kansen voor bedrijven op het aantrekken van nieuw talent. • In uw zienswijze geeft u aan dat Lage Weide behoefte heeft aan bepaalde publieksfuncties om het terrein aantrekkelijk te maken. Juist het Vierde Kwadrant kan hiervoor geschikt zijn. • De gebiedsontwikkeling Vierde Kwadrant kan betekenen dat er een schuifpuzzel van functies op Lage Weide teweeg kan of moet worden gebracht. Ruimte voor solitaire kantoren op andere delen van Lage Weide kunnen worden verplaatst naar het Vierde Kwadrant. Zo ontstaat er op de achtergebleven kavels ruimte voor nieuwe bedrijfsruimte. De planontwikkeling van Het Vierde Kwadrant moet nog worden opgestart. In de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide doen we hiervoor de eerste aanzet.

In de planvorming van het Vierde Kwadrant volgt later een gedetailleerdere uitwerking. Welke instrumenten precies ingezet kunnen en moeten worden zal dan pas duidelijk worden. De gereedschapskist in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties (blz. 97-100) schetst mogelijk in te zetten instrumenten.

37

Nr

Zienswijze

Reactie

E8

Samenwerking met ondernemers. Hoewel de nota spreekt over samenwerking met ondernemers, ontbreekt een duidelijke aanpak om bedrijven actief te betrekken bij beleidsvorming en uitvoering. Lage Weide heeft zoals u weet een goed georganiseerde parkmanagementorganisatie, die een essentiële partner zou moeten zijn bij de uitwerking van de plannen. Wij staan graag paraat om samen door te blijven werken aan de vitaliteit van ons bedrijventerrein en dat van Utrecht!

Wij gaan graag in op deze uitnodiging. Zoals u weet maken we momenteel in samenwerking met u de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide. En vragen we bij het maken van de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide de bedrijven om advies.

F1

De BIZ onderschrijft de inzet van de gemeente om met deze nota het fundament te leggen voor toekomstbestendige werklocaties, met oog voor de grote maatschappelijke transities en het streven naar een circulaire, inclusieve en duurzame economie. Het belang van voldoende en kwalitatief hoogwaardige werkplekken, in balans met de sterke woningbouwopgave, wordt helder benoemd. De keuze om in deze beleidsnota nadrukkelijk te sturen op functies met maatschappelijke meerwaarde wordt door ons dan ook gewaardeerd.

Bedankt voor de positieve zienswijze op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties.

F2

Versterk de gebied specifieke sturing binnen de A12-zone met scherpere profielen. De A12-zone is een van de belangrijkste strategische ontwikkelgebieden van Utrecht. Wij pleiten ervoor om binnen deze zone niet generiek te blijven, maar de verschillende deelgebieden (zoals de WBU, delen van Westraven, en Galecopperzoom) van scherpere ontwikkelprofielen te voorzien. Voor de WBU vragen wij om erkenning van de huidige functie als detailhandelscluster met substantiële werkgelegenheid, en om heldere beleidsuitspraken over gewenste mengvormen en ontwikkelgrenzen richting wonen.

De Woonboulevard is binnen de stad inderdaad een uniek detailhandelscluster met substantiële werkgelegenheid. U geeft terecht aan dat de A12zone één van de belangrijkste strategische ontwikkelgebieden is van Utrecht. Op dit moment lopen er diverse (onderzoeks)trajecten vanuit U Ned, gemeente Utrecht en gemeente Nieuwegein voor (delen van) dit gebied. De onderzoeken gaan onder andere over mobiliteit, wonen, economie, groen, voorzieningen en de samenhang daartussen. Daarbij blijven we niet generiek, maar hebben we ook aandacht voor het onderscheidende karakter van elk deelgebied in de A12-zone, en voor alle werkfuncties die daar nu en in de toekomst gevestigd (kunnen) zijn. Omdat de onderzoeken nog lopen en veel aspecten met elkaar samenhangen, is het nu te vroeg om in de Beleidsnota Werklocaties specifieke beleidsuitspraken te doen over onder andere ontwikkelgrenzen, welke functies waar gepositioneerd kunnen worden, en welke combinaties er gemaakt kunnen worden.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

38

Nr

Zienswijze

Reactie

F3

Onderken de potentie van werkfuncties en mengvormen buiten woningbouw. Wij constateren dat de beleidsnota in sterke mate focust op behoud van ruimte voor startups, scale-ups en innovatieve bedrijvigheid – bijvoorbeeld zoals thans geboden op locaties als Dotslash. De WBU ziet kansen om hieraan actief bij te dragen. Het gebied biedt, mede door de relatief royale opzet en aanwezige voorzieningen, mogelijkheden om inpasbare werkplekken te faciliteren voor kleinschalige maakindustrie, creatieve sector en innovatieve ondernemingen. Uit diverse onderzoeken, waaronder de whitepaper “Wonen op de woonboulevard” (DTNP en INretail), blijkt bovendien dat deze mengvormen aanzienlijk beter realiseerbaar zijn binnen het bestaande ruimtelijk-functionele profiel dan grootschalige woningbouwverdichting. Wij zouden dit aandachtspunt graag willen inbrengen voor de gebiedsvisie of als uitwerking/aanscherping van het ontwikkelprofiel voor dit gebied.

We zijn blij dat u hier actief en constructief aan wil bijdragen. We betrekken in de trajecten die in het gebied lopen ook de input uit het zinvolle onderzoek dat u noemt. Daarnaast hebben we intensief contact met partijen in het gebied, waaronder de Bedrijven Investeringszone (BIZ)Woonboulevard. Zie verder ook de reactie op zienswijze F2.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

39

Nr

Zienswijze

Reactie

F4

Agendeer investeringen in de ruimtelijke kwaliteit op korte termijn. Het versterken van de aantrekkelijkheid, verblijfswaarde en uitstraling van de openbare ruimte is essentieel om de economische vitaliteit van de WBU te behouden. Uit eigen onderzoek, evenals het passantenonderzoek van Strabo en de KSO-data, blijkt dat het gebied ondermaats scoort op beleving, groen en voorzieningen. Wij verzoeken u dringend om investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte op te nemen als expliciet onderdeel van het beleid, in plaats van deze onder het voorbehoud van lange termijnvisies te blijven uitstellen.

We zijn het met u eens dat ruimtelijke kwaliteit een essentiële randvoorwaarde is voor goed functionerende en toekomstbestendige werklocaties. Deze noodzakelijke randvoorwaarde is daarom ook opgenomen in het kader in hoofdstuk A1 (essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties). De financiën kunnen helaas niet concreter worden opgeschreven, omdat deze projectafhankelijk zijn. De Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad weer en er zijn mogelijke acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen en budget al zijn uitgewerkt. Het bestedingsbudget van de Beleidsnota Werklocaties bevat alleen personele inzet en onderzoeksgeld. De Beleidsnota Werklocaties is een thematische beleidsnota, die integraal is afgewogen, maar wel met name gericht is op het ruimtelijk-economisch domein. In de gehele stad moeten op tal van onderwerpen en op tal van locaties keuzes worden gemaakt met betrekking tot schaarse ruimte, middelen en personele inzet. Dat betekent dus dat de (politieke) werkelijkheid is dat er keuzes moeten worden gemaakt over het tempo en het realisatieniveau van deze randvoorwaarden. Dit staat ook beschreven bij de risico’s in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. Zie ook paragraaf 2.4.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

40

Nr

Zienswijze

Reactie

F5

Werk gezamenlijk scenario’s uit met betrokken partijen. Tot slot stellen wij voor om, in het vervolgtraject, gezamenlijk met gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers scenario’s te ontwikkelen voor het toekomstig functioneren van de WBU binnen de A12 zone op de lange termijn. Door in deze scenario’s verschillende richtingen (zoals behoud, functiemenging of geleidelijke transformatie) uit te werken, ontstaat meer beleidsmatige scherpte en handelingsperspectief. Het is hierbij belangrijk om toe te zeggen wat de verschillende scenario’s betekenen voor de bedrijvigheid in het algemeen en de WBU in het bijzonder. Op deze wijze kan ook in beeld worden gebracht wat er op de korte termijn mogelijk is. Wij zijn uiteraard bereid om hierin zelf ook actief bij te dragen.

Hartelijk dank voor uw uitnodiging. We hebben en houden contact met u over de toekomst van de Woonboulevard. Hiervoor verwijzen wij naar onze eerdere reactie op zienswijze F2 en F3.

F6

Tot slot vragen wij om een vervolgproces waarin de gemeente actief in gesprek gaat met de ondernemers, vastgoedeigenaren en vertegenwoordigers van de WBU over de ruimtelijke toekomst van het gebied. Alleen in goed partnerschap kunnen we komen tot een toekomstvisie waarin werk, wonen, winkelen en verblijven in balans zijn.

Wij betrekken u in het vervolgproces voor de A12-zone. Zoals benoemd bij de reactie op zienswijze F5.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

41

Nr

Zienswijze

Reactie

G1

De gemeente geeft aan dat deze beleidsnota een verandering markeert ten opzichte van het verleden. Strengere regels worden ingesteld om werkplekken te beschermen en te realiseren. De focus ligt hierbij op het creëren van ruimte voor locaties waar innovaties ontstaan in de duurzaamheidseconomie en de gezondheidszorg. Waar circulariteit en nieuwe bedrijfsmodellen worden doorontwikkeld. Met deze beleidsnota wordt gestuurd op een economie die bijdraagt aan een duurzame toekomst van de stad, met werk voor iedereen en een lokale economie waarin kleine ondernemers een belangrijke rol spelen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) is een kwantitatieve ambitie opgenomen voor de economie van Utrecht. De stad moet zich niet alleen doorontwikkelen in aantal inwoners (+100.000), maar ook in aantal banen (+70.000) (gerekend vanaf 2021). Op deze ambitie te kunnen realiseren moeten er veel werkplekken bijkomen; door beperkte ruimte zal de beschikbare ruimte intensiever moeten worden gebruikt. Dit vraagt om actieve sturing op de ruimtelijke inrichting en dan met name in het faciliteren dat er door bedrijven geïnvesteerd kan worden in herontwikkeling van locaties en het beschikbaar stellen van plekken van de gemeente Utrecht die nog niet zijn ingevuld.

Bij deze actieve sturing hoort ook financieel en organisatorische ondersteuning die gepaard gaan met de noodzakelijke transformatie van het gebied.

De gemeente Utrecht heeft een aantal grondposities op het Werkspoorkwartier of werkt met private partijen samen in gebiedsontwikkelingsprojecten. Voorbeelden zijn Entreegebied Station Zuilen, het project omtrent het Upcycle centrum en het project ‘Vlampijpateliers’. De gemeente stuurt op deze plekken actief op herontwikkeling. Dit gaat gepaard met investeringen, bijvoorbeeld op organisatorisch vlak. De gemeente is actief in gesprek met het Bedrijvenkring Cartesiusweg (BKC) over deze gebiedsprojecten. De in te zetten instrumenten zijn projectafhankelijk en worden dus ook per project bezien. De mogelijk in te zetten instrumenten staan in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties weergegeven in de ‘gereedschapskist’. De Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad en er zijn mogelijkheden en acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen en budget al zijn uitgewerkt. Dit is ook eerder benoemd in paragraaf 2.4 van deze zienswijzenota.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

42

Nr

Zienswijze

Reactie

G2

p. 17: Sturen kost tijd en gaat stap voor stap. Bedrijven, voorzieningen en organisaties mogen namelijk te allen tijde handelen binnen de bestaande regelgeving (omgevingsplannen). Daarom pakken we deels zelf de regie, maar moeten we ook samenwerken met gronden vastgoedeigenaren, ontwikkelaars, werkgevers, ondernemersverenigingen en andere overheden om onze doelstellingen te halen. Reactie: De aanpak vergt een actieve inzet c.q. ruimte bieden aan bedrijven/gebiedsorganisaties om invulling te geven aan de ambitie uit de omgevingsvisie (intensiveren ruimtegebruik) inclusief daarbij behorende financieel en organisatorische ondersteuning vanuit de gemeente.

Naast de faciliterende rol (bijvoorbeeld bij het omgevingsplan) die we als gemeente hebben, zijn we deels afhankelijk van de inzet van private partijen en samenwerking met private partijen om onze ambities te kunnen realiseren. We gaan graag in een vroegtijdig stadium in gesprek met het BKC en andere betrokkenen over nieuwe plannen die bijdragen aan het behalen van onze gezamenlijke ambities. Dit is ook vastgelegd in de visie Werkspoorkwartier. We bepalen per project welke rol we hier als gemeente in kunnen spelen en welke instrumenten we daarbij kunnen inzetten. Eén van de instrumenten is de samenwerking met de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) bij de herontwikkeling van private kavels, waarbij ook intensivering van bedrijfskavels centraal staat. We voegen het instrument ‘samenwerking gemeente en bedrijven’ toe aan het instrumentatrium bij het profiel Werkspoorkwartier. Dit is ook eerder benoemd in paragraaf 2.4 van deze zienswijzenota.

G3

p. 23: samenwerking binnen regio vwb voldoende aanbod aan bedrijventerreinen. Reactie: Dit is wat vrijblijvend geformuleerd en moet concreter om daadwerkelijk tot resultaat te komen. Het is namelijk van cruciaal belang om invulling te kunnen geven aan de ambities uit deze beleidsnota.

Utrecht werkt in regionaal/U10 verband (gemeente Utrecht en omliggende vijftien gemeenten) aan een regionale bedrijventerreinenstrategie. De regio heeft zich tot doel gesteld om gezamenlijk te werken aan voldoende ruimte voor werken, het in balans brengen van vraag en aanbod (kwantitatief en kwalitatief) en aan een complementair aanbod van werklocaties. De ontwikkeling van twee à drie regionale bedrijventerreinen maakt hier deel van uit. We zijn het met u eens dat we dit in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties te beknopt en vrijblijvend hebben geformuleerd. Dit hebben we aangepast door uit te leggen wat deze regionale bedrijvenstrategie behelst en wat de inzet hierin is vanuit de gemeente Utrecht.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

43

Nr

Zienswijze

Reactie

G4

p. 68: Profiel Werkspoorkwartier: aanpak van losse initiatieven op kavelniveau is succesvol gebleken. Reactie: de volgende stap in de gebiedstransitie vraagt een meer integrale benadering en doorpakken in de transformatiestrategie (incl. pps en financiering). Anders valt het stil.

Wij zijn het met u eens. Een integrale benadering is belangrijk om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst samenhang is in het gebied en de ruimte efficiënt wordt benut. Deze integrale benadering sluit ook aan bij de Omgevingsvisie Werkspoorkwartier (2021) waarin vanuit verschillende invalshoeken een integrale toekomstvisie op het terrein wordt gegeven. De omgevingsvisie functioneert als kader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Een van de deelgebieden die hier in wordt genoemd, is het entreegebied bij station Zuilen. Hier ontwikkelen we de komende jaren in samenwerking met partijen in het gebied plannen voor. Om de samenwerking tussen de gemeente en bedrijven te waarborgen voegen we het instrument ‘samenwerking gemeente en bedrijven’ toe aan het instrumentatrium bij het profiel Werkspoorkwartier.

G5

p. 69 wat hebben we nodig om dit te bereiken: investeringen in openbare ruimte. Instrumentarium: concept bewaken door toetsing op vergunningen? Reactie: Het voorgestelde instrumentarium past niet bij wat hebben we nodig; Bij wat we nodig hebben staan maatregelen die te maken hebben met investeringen in de openbare ruimte; het instrument biedt aan toetsen op bouwplanniveau. Dat sluit dus niet goed op elkaar aan.

Het voorgestelde instrument ‘vergunningen: concept bewaken door toetsing op strijdige functies’ slaat hier op de opgave om Werkspoorkwartier als bedrijventerrein te behouden. En om ervoor te zorgen dat de balans in ruimtegebruik tussen enerzijds stadsverzorgende bedrijventerrein bedrijvigheid, creatieve- en circulaire bedrijvigheid en anderzijds stedelijke voorzieningen en publieksbestemmingen bewaart blijft. Dit instrument blijven we inzetten. We zoeken hierin, zoals opgeschreven in de Omgevingsvisie Werkspoorkwartier samenwerking op met het BKC onder het mom van conceptbewaking van het economisch profiel van het terrein. Collectief parkeren is een voorbeeld van een oplossingsrichting in de openbare ruimte die we onderzoeken in samenwerking met de bedrijven op het terrein. Partijen in het gebied hebben hierin een voortrekkingsrol. Dit voorbeeld nemen we op in de Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

44

Nr

Zienswijze

Reactie

G6

p.69 in te zetten instrumenten: actief grondbeleid voor verplaatsen bedrijven en anterieure overeenkomst. Reactie: de inzet van PPS samenwerking om de transformatie te kunnen versnellen (wordt in de omgevingsvisie genoemd) wordt hier gemist bij het in te zetten instrumentarium. Daarnaast is actieve sturing op verplaatsing van bedrijven nodig; omschrijf hoe hier invulling aan gaat worden gegeven.

Bij publiek-private samenwerking (PPS) werken bedrijven samen met de gemeente. PPS kent in de praktijk verschillende verschijningsvormen. In de gereedschapskist beschrijven we de instrumenten. Overkoepelend kunnen deze instrumenten al dan niet gecategoriseerd worden als PPS of onderdeel zijn van een PPS. Het klopt inderdaad dat het instrument ‘samenwerking gemeente en bedrijven’ wordt genoemd in de Omgevingsvisie Werkspoorkwartier. We voegen dit ook toe aan het profiel Werkspoorkwartier van de Beleidsnota Werklocaties. In sommige gebieden kan het nodig zijn om een bedrijf te verplaatsen. In het Werkspoorkwartier ligt de focus op stadsverzorgende bedrijven. Hoewel er geen actief uitplaatsingsbeleid op wordt gevoerd is er vanzelf een verschuiving aan de gang. Bedrijven met een focus buiten de stad en met veel transportbewegingen passen niet meer op deze plek en vertrekken uit het gebied. Perspectief op een alternatieve vestigingsplek is hierbij echter wel noodzakelijk om dit natuurlijke verschuiving in gang te blijven houden. De gemeente werkt hieraan middels de eerder genoemde inzet op de regionale bedrijventerreinenstrategie of middels onze samenwerking met de OMU. Dankzij onze samenwerking met de OMU kan er een sneeuwbaleffect ontstaan van bedrijfsverplaatsingen en intensivering.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

45

Nr

Zienswijze

Reactie

G7

p.84 B.2.2. De Utrechtse gereedschapskist: 1. Publiekrechtelijke sturing 2. Privaatrechtelijke sturing 3. Faciliteren Reactie: wordt bij 2. Privaatrechtelijke sturing ook de inzet van een derde partij bedoeld? Bijvoorbeeld een PPS of een ontwikkelingsbedrijf? De beschrijving van de gereedschapskist mag concreter en actiever (meer actie gericht). En meer gericht op Samen Stad maken.

Ja, ook de inzet van een derde partij wordt hiermee bedoeld. Een voorbeeld is de samenwerking met de OMU. Via cofinanciering van een herontwikkeling wordt er (privaatrechtelijk) gestuurd op de ontwikkelrichting.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

De mogelijk in te zetten instrumenten staan in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties weergegeven in de ‘gereedschapskist’. De instrumenten kunnen helaas niet concreter en actiever worden opgeschreven, omdat deze projectafhankelijk zijn. De Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad en er zijn mogelijkheden en acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen en budget al zijn uitgewerkt. Daarnaast bevat het bestedingsbudget van de Beleidsnota Werklocaties alleen personele inzet en onderzoeksgeld. De kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkelingen zijn binnen de Beleidsnota Werklocaties niet in beeld gebracht. Voor realisatie van werklocaties is de gemeente mede afhankelijk van de mate en snelheid waarin door private partijen ontwikkeld wordt. Hierdoor is samenwerking met deze partijen voor specifieke projecten deels randvoorwaardelijk voor het behalen van de doelstellingen uit deze beleidsnota. Ook om de reden dat doelstellingen uit de nota alleen in samenwerking met de stad kunnen worden behaald kan de gereedschapskist niet concreter en actiever worden opgeschreven.

46

Nr

Zienswijze

Reactie

G8

Bij toeval hebben wij kennis genomen van de ontwerp beleidsnota werklocaties 2035 die momenteel ter inzage ligt. In het kader van Samen Stad maken en het belang van de werklocaties voor de economische vitaliteit van de stad Utrecht en haar inwoners vinden wij het teleurstellend om te constateren dat wij niet actief betrokken zijn bij de totstandkoming van dit beleid. Wij zijn van mening dat samenwerken en het benutten van de aanwezige kennis in de stad van waarde is om tot gedragen en inhoudelijk goed beleid te komen.

Wij vinden het jammer dat u zich onvoldoende betrokken voelt bij de totstandkoming van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. U geeft aan dat u een uitnodiging heeft ontvangen om mee te denken tijdens de bijeenkomsten “Toekomst van werklocaties en besparing van energie in zakelijk vastgoed”. Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd in lijn met onze werkwijze voor ‘Samen Stad Maken’. Van deze uitnodiging hebben ondernemers uit het Werkspoorkwartier ook gebruikt gemaakt. Daarnaast bent u erop geattendeerd dat de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties ter inzage lag. Een zienswijze is een manier voor betrokkenen in de stad om te reageren op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties, waardoor wij de nota kunnen verbeteren. Via deze weg heeft u uw zienswijze gedeeld. Bedankt voor deze reactie.

Als gevolg van de korte tijd die wij hebben gehad om dit stuk te kunnen beoordelen hebben wij een eerste inhoudelijke als bijlage toegevoegd aan deze zienswijze. Het zou ons inziens een gemiste kans zijn om nu niet de tijd te nemen om met elkaar te brainstormen over de voorgestelde richting van dit beleid en de keuzes die worden gemaakt om richting te geven aan een aantrekkelijke werkstad van de toekomst. Graag gaan wij hierover met u in gesprek om samen te bekijken welke waarde we vanuit het werkveld kunnen toevoegen aan dit beleid.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Daarnaast zijn we met u uitgebreid in gesprek gegaan over uw zienswijze. Dit gesprek hebben we gebruikt om de Beleidsnota Werklocaties, waar nodig, aan te scherpen. Voorbeelden van aanscherpingen in de Beleidsnota Werklocaties is een nadere uitleg van onze inzet op de regionale bedrijventerreinenstrategie en het noemen van het instrument doorontwikkeling samenwerking gemeente en bedrijven.

47

Nr

Zienswijze

Reactie

H1

In de beleidsnota schetst de gemeente het beleid en de ambities ten aanzien van werklocaties. In de nota wordt aangegeven dat het vooral gaat om bestaande bedrijventerreinen en één nieuw bedrijventerrein (circulair bedrijventerrein Strijkviertel). Bij bestaande bedrijventerreinen gaat het om het beter benutten (intensivering) en optimaliseren van de bedrijventerreinen. Goed om te zien is dat in de beleidsnota ook wordt geconstateerd dat het beter benutten niet mogelijk is zonder bereikbaarheidsmaatregelen. Aangegeven wordt dat de gemeente inzet op meer stimuleren thuiswerken, betere fiets- en OV-verbindingen, aantrekkelijker maken loop- en fietsverbindingen, bundelen goederenstromen. Wat mij betreft is het positief dat wordt ingezet op dergelijke maatregelen, desondanks wil ik u er (wellicht ten overvloede) op wijzen dat intensivering ondanks de genoemde maatregelen kan leiden tot extra automobiliteit en daarmee extra druk op het toch al belaste hoofdwegennet rondom Utrecht.

Daarom wil ik u vragen bij nadere uitwerkingen/concrete planontwikkelingen op de bedrijventerreinen ook de effecten op het hoofdwegennet (en dan in het bijzonder de nabij de bedrijventerreinen gelegen aansluitingen) in beeld te brengen en hierover in een vroeg stadium afstemming te zoeken met Rijkswaterstaat Midden-Nederland, zodat nadere afspraken gemaakt kunnen worden hoe dergelijke effecten zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.

We zijn ons bewust van de mogelijke effecten van intensivering van het ruimtegebruik op het hoofdwegennet. We zijn en blijven met Rijkswaterstaat Midden-Nederland in gesprek over de mogelijke effecten daarvan, in een zo vroeg mogelijk stadium.

H2

Ook vraag ik u nadere afstemming te (blijven) zoeken met Rijkswaterstaat bij nadere planuitwerking/concretisering van het, in de beleidsnota genoemde, voornemen om in te zetten op hubs voor goederenvervoer aan de randen van de stad ten behoeve van een duurzamere stadslogistiek. Dit gezien de relaties met het hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet.

We blijven graag met Rijkswaterstaat Midden-Nederland in gesprek over de mogelijke effecten van de hubs voor goederenvervoer op het hoofdwegennet.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

48

Nr

Zienswijze

Reactie

I1

Tijdelijk vergunde sportaanbieders op bedrijventerreinen: die laten we toch niet in de steek? De meest dringende zorgen vanuit SportUtrecht zien we voor de sportaanbieders met een tijdelijke vergunning op bedrijventerreinen met een ‘nullijn’ in de toekomst. Hoe wordt dit gedwongen vertrek vanuit zowel het perspectief van de sportclubs zelf als van de Utrechters die hier sporten adequaat opgevangen? Deze sportaanbieders hebben in de afgelopen periode in tijd, materialen en financiën geïnvesteerd in hun huidige locatie en ledenbestand en hebben nu een onzekere toekomst. Het gaat om vitale sportaanbieders die belangrijke doelgroepen in de stad aan het sporten krijgen en die in het verleden zich veelal uit (noodzakelijke) praktische overwegingen op bedrijventerreinen hebben gevestigd. Elders in de stad krijgen zij al jarenlang moeilijk vat op betaalbare en geschikte locaties. Ze kunnen in de praktijk geen aanspraak maken op gemeentelijke hallen omdat deze alleen in volledigheid gehuurd kunnen worden en niet altijd de fysieke eigenschappen bezitten om de sporten te huisvesten die anders georganiseerde aanbieders veelal aanbieden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vechtsporten in allerlei vormen, fitness, bepaalde dansvormen, lifestyle sporten zoals yoga etc.

Daarnaast is de hoge bezettingsgraad in de hallen al – zeker bij de gemeente zelf – een bekende situatie en lijkt het er voorlopig niet op dat er nieuwe sporten en aanbieders bij kunnen, met name op populaire (avond)tijden die vrijwel elke aanbieder wilt. Gymzalen en sportzalen bieden significant duurdere huurtarieven voor anders georganiseerde aanbieders zonder dezelfde ruimtelijke flexibiliteit en eigenaarschap te geven die eigen locaties in bedrijventerreinen wel bieden. Kortom: deze categorie aanbieders heeft al enorm weinig keuze in locaties en het beleidsmatig verdrijven van een gedeelte van deze aanbieders uit de bedrijventerreinen met een nullijn versterkt dit bestaande probleem verder. Een tonend voorbeeld van een sportclub met zo’n tijdelijke vergunning op een bedrijventerrein is Impact Fit: een MMA/ kickboksen/BJJ/Grappling aanbieder aan de Overste Den Oudenlaan met een focus op een warme, inclusieve sfeer. Deze club is sinds een paar jaar gehuisvest in Utrecht en biedt voor haar deelnemers naast gecertificeerde vechtsporttrainers ook gecertificeerde therapeuten aan op het gebied van trauma therapie, emotieregulatie en cognitieve gedragstherapie.

We begrijpen uw zorgen. Ook vanuit ander MKB is de vraag naar bedrijfsruimte groot. Deze bedrijven passen in veel gevallen vanwege hun hogere milieucategorie niet in woonwijken. Dit in tegenstelling tot veel sportbedrijven.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Sportbedrijven op een aantal specifieke locaties én alle permanent vergunde sportbedrijven kunnen gewoon blijven ondernemen op bedrijventerreinen. Voor sportaanbieders, die een tijdelijke vergunning hebben op een bedrijventerrein, houden we vast aan de lijn uit de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. Dit betekent dat we de tijdelijke vergunning niet verlengen. Bij deze aanbieders is bekend dat zij een tijdelijke vergunning hebben en dat zij dus ook tijdelijk gevestigd zijn op het bedrijventerrein. Van een gedwongen vertrek is dus geen sprake omdat het een tijdelijke vergunning betreft. De sportaanbieder die u noemt (ImpactFit) is niet gevestigd op een bedrijventerrein. Dit is een mooi voorbeeld van een sportbedrijf in de wijk. Deze valt dus buiten de scope van de nullijnregeling in de Beleidsnota Werklocaties, waardoor de sportfunctie ook in het getransformeerde gebied passend zou kunnen zijn. De gemeente beschikt ook over reguliere kanalen (het Utrechts Makelpunt) om sportbedrijven met een tijdelijke vergunning te ondersteunen bij een zoektocht naar een alternatieve vestigingslocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a4c7a61d-5da0-46a2-ba45-143543690082