CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Werklocaties 203520.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zienswijzenota beleidsnota Werklocaties 2035 Beleidsnota Werklocaties 2035 juni 2025

Inhoudsopgave 1. Inleiding

3

2. Samenvatting van zienswijzen en reacties

6

1.1 Doel zienswijzenota 1.2 Opbouw zienswijzenota 1.3 Inspraak en participatieproces 1.4 Zienswijzen 1.5 Wijze van beoordeling zienswijzen 1.6 Aanpassing aan Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 1.7 Wijze van vaststelling

3 3 3 4 4 4 5

2.1 Betrokkenheid bij participatie en inspraak 2.2 Samenwerking met ondernemers en partners noodzakelijk bij beleidsuitvoering 2.3 Concreetheid profielen werklocaties 2.4 Instrumentarium en financiële draagkracht om doelen te realiseren, is onvoldoende uitgewerkt 2.5 Op met name de bedrijventerreinen is onvoldoende aandacht voor randvoorwaardelijke onderwerpen 2.6 Behoud lokaal (kleinschalig) ondernemerschap 2.7 Flexibiliteit in bestemmingsplannen

6 7 8 9 10 10 11

3. Aanpassingen op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties

12

Bijlage 1: Inspraakreacties en beantwoording

15

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

2

1. Inleiding 1.1 Doel zienswijzenota

Van 13 maart tot en met 23 april 2025 hadden we de kans om ieders mening te horen over de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 (hierna Ontwerp Beleidsnota Werklocaties). Gedurende deze periode van zes weken kon iedereen reageren door een zienswijze aan de gemeente te versturen. Het opsturen van een zienswijze is een manier om te reageren op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. Door deze zienswijzen kunnen we de opgestelde Ontwerp Beleidsnota Werklocaties beter maken. In deze zienswijzenota vindt u de opmerkingen van vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen en andere belanghebbenden, met onze reacties daarop. Vervolgens wordt de Beleidsnota Werklocaties 2035 (hierna Beleidsnota Werklocaties) met daarbij deze zienswijzenota door het college van B&W aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd.

1.2 Opbouw zienswijzenota

In het volgende gedeelte van hoofdstuk 1 krijgt u een beknopte uitleg over het participatieproces, de belangrijkste thema’s uit de zienswijzen en hoe we deze hebben beoordeeld en wat de volgende stappen zijn voor de vaststelling van de plannen. In hoofdstuk 2 beginnen we met een samenvatting van enkele onderwerpen die aan bod zijn gekomen uit de zienswijzen en lichten op hoofdlijnen toe hoe we hierop hebben gereageerd. In hoofdstuk 3 bieden we een overzicht van de verbeteringen of wijzigingen die in

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

de Beleidsnota Werklocaties zijn doorgevoerd naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. In bijlage 1 van deze zienswijzenota vindt u een overzicht van alle inspraakreacties en onze antwoorden.

1.3 Inspraak en participatieproces

Volgens de Utrechtse participatieleidraad is er bij het opstellen van deze Beleidsnota Werklocaties participatie uitgevoerd. Het participatietraject van de Beleidsnota Werklocaties is gestart voordat de Beleidsnota Samen Stad Maken is vastgesteld. Daarom is de participatieleidraad gevolgd. De participatie hebben we op niveau ‘raadplegen’ uitgevoerd. Hierbij bepaalt de gemeente zelf de agenda, en ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Tijdens het opstellen van de Beleidsnota Werklocaties zijn de volgende belanghebbenden en experts gepeild: trekkingsgerechtigden van het Ondernemersfonds Utrecht (waaronder directeuren van parkmanagement, ondernemersverenigingen of ondernemers) en de meest betrokken medeoverheden (Provincie Utrecht, U10, ROM en het ministerie van EZK (nu: EZ)). Ook hebben we experts van MKB Utrecht, SKBN, KvK, ROM, OMU, Utrecht Development Board, KERN/Retail, Stipo, CBRE, APF, AM en Stadkwadraat gesproken.

3

Op de volgende manier zijn de belanghebbenden en experts gepeild: ࡟ In de onderzoeksfase van het traject zijn inhoudelijk experts geïnterviewd met als doel het aanscherpen van doelstellingen en ambities. ࡟ De medeoverheden zijn betrokken tijdens een drietal strategische sessies om de gezamenlijke opgave te verkennen en om te verkennen hoe hierop gezamenlijk gestuurd en samengewerkt kan worden. ࡟ De trekkingsgerechtigden van het Ondernemersfonds Utrecht, waaronder directeuren van parkmanagement en ondernemers, zijn uitgenodigd voor en betrokken tijdens een tweetal bijeenkomsten met als doel te verkennen hoe de gemeente kan samenwerken met deze partijen om doelstellingen uit deze nota te realiseren, en om te peilen wat zij van de doelstellingen van de Beleidsnota Werklocaties vinden. De inbreng van de participanten heeft geleid tot aanscherping van de Beleidsnota Werklocaties. In het participatieverslag is opgenomen in hoeverre en op welke manier de opmerkingen van de participanten zijn meegenomen. Sinds 13 maart 2025 is de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties online te vinden op de website van de gemeente Utrecht en tot en met 23 april 2025 kon iedereen een zienswijze indienen bij de gemeente

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

1.4 Zienswijzen

Er zijn in totaal elf zienswijzen ingediend. Het gaat om de zienswijzen van een bewoner, sport branchevereniging, ontwikkelaar, ondernemersverenigingen en de Rijksoverheid.

1.5 Wijze van beoordeling zienswijzen

Een zienswijze bevat de mening, zorgen, wensen en suggesties van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit te beoordelen als goed of fout. Elke zienswijze is bestudeerd, om te bezien of deze aanleiding biedt om de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties aan te passen. Doel is dat de zienswijzen met de reacties kenbaar worden gemaakt aan de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad alle belangen kan afwegen en in de raad transparante besluitvorming plaatsvindt over de Beleidsnota Werklocaties.

1.6 Aanpassing aan Ontwerp Beleidsnota Werklocaties

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft de gemeente de Beleidsnota Werklocaties op meerdere punten aangepast of verduidelijkt. In hoofdstuk 3 zijn de aanpassingen aan de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties weergegeven.

4

1.7 Wijze van vaststelling

De Beleidsnota Werklocaties en deze zienswijzenota wordt vastgesteld door de raad. Het college van burgemeester en wethouders legt de Beleidsnota Werklocaties en de zienswijzenota voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Voordat de gemeenteraad de Beleidsnota Werklocaties vaststelt, kan het voorstel van het college besproken worden in de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. Ook kan de raad besluiten om een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren, waarin ze zich breder laat informeren en ondernemers en andere belanghebbenden vraagt hun mening te geven over de Beleidsnota Werklocaties. Na vaststelling wordt de Beleidsnota Werklocaties toegevoegd aan de Omgevingsvisie Utrecht. Met vaststelling van deze Beleidsnota Werklocaties kan de Bedrijventerreinenstrategie Utrecht uit 2012 en de Beleidsnotitie Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken uit 2013 worden ingetrokken.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

5

2. Samenvatting van zienswijzen en reacties De algemene lijn van de zienswijzen is positief. De brede inhoud van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties wordt namelijk herkend en er wordt onderstreept dat op de juiste thema’s is ingegaan. In de zienswijzen wordt een aantal thema’s, waarover zorgen zijn, vaker aangestipt. Dit hoofdstuk bevat per thema een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen en onze reactie daarop. We geven aan of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in de Beleidsnota Werklocaties. Alle wijzigingen die zijn doorgevoerd zijn zichtbaar in hoofdstuk 3. In bijlage 1 (2-kolommentabel) zijn alle zienswijzen los terug te lezen en is per vraag of opmerking van iedere zienswijze een antwoord gegeven.

2.1 Betrokkenheid bij participatie en inspraak Zienswijzen

Het merendeel van de indieners van een zienswijze is positief over het participatietraject. In de zienswijzen van een aantal partijen wordt echter aangegeven dat zij het gevoel hebben dat zij onvoldoende zijn meegenomen bij de totstandkoming van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Reactie

Bij de totstandkoming van de Beleidsnota Werklocaties hebben wij ons uiterste best gedaan om partijen zo goed mogelijk te betrekken. Dit hebben we gedaan in lijn met de Utrechtse participatieleidraad. Het participatietraject van de Beleidsnota Werklocaties is gestart voordat de Beleidsnota Samen Stad Maken is vastgesteld. Daarom is de participatieleidraad nog gevolgd. Zo zijn in de onderzoeksfase van het traject inhoudelijk experts van MKB Utrecht, SKBN, KvK, ROM, OMU, Utrecht Development Board, KERN/Retail, Stipo, CBRE, APF, AM en Stadkwadraat geïnterviewd met als doel de doelstellingen en ambities aan te scherpen. De medeoverheden zijn betrokken tijdens een drietal strategische sessies om de gezamenlijke opgave te verkennen, en te verkennen hoe hierop gezamenlijk gestuurd en samengewerkt kan worden. Ook zijn de trekkingsgerechtigden van het Ondernemersfonds Utrecht, waaronder directeuren van parkmanagement en ondernemers, uitgenodigd voor en betrokken tijdens een tweetal bijeenkomsten. De bijeenkomsten hadden als doel te verkennen hoe de gemeente kan samenwerken met deze partijen om de doelstellingen uit deze nota te realiseren, en om te peilen wat zij van de doelstellingen van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties vinden. De inbreng van de participanten heeft geleid tot aanscherping van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties.

6

Wij vinden het jammer dat enkele partijen zich onvoldoende betrokken voelt bij de totstandkoming van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. Deze partijen geven aan dat ze wel een uitnodiging hebben ontvangen om mee te denken tijdens de bovengenoemde bijeenkomsten. Van deze uitnodiging heeft één van deze partijen gebruik gemaakt, de andere twee partijen niet. Daarnaast hebben partijen een mail ontvangen dat de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties ter inzage lag. Een zienswijze is ook een manier voor betrokkenen in de stad om te reageren op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. We zijn blij dat twee partijen een zienswijze hebben ingediend. Beide partijen hebben we uitgebreid gesproken tijdens het maken van deze zienswijzenota. Ook een derde partij, die geen formele zienswijze heeft ingediend, hebben wij uitgebreid gesproken. Hun feedback over essentiële randvoorwaarden voor werklocaties, zoals bereikbaarheid, hebben we verwerkt, zie ook hoofdstuk 2.5. Zoals aangegeven in de Beleidsnota Werklocaties is samenwerking met partijen die actief zijn op de Utrechtse werklocaties essentieel. Met deze partijen willen we een duurzame relatie opbouwen (of verder uitbouwen) om tot toekomstbestendige werklocaties te komen.

Tijdens het opstellen van het uitvoeringsprogramma (een document dat direct na het vaststellen van de Beleidsnota Werklocaties wordt opgesteld) gaan we (opnieuw) het gesprek aan met relevante partijen in de stad. Van de zienswijze vanuit de sportorganisaties herkennen we het geschetste beeld. We hebben er voor gekozen om geen brancheorganisaties te betrekken. Dit omdat de Beleidsnota Werklocaties niet gaat over specifieke sectoren, zoals horeca of

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

hotels, maar over geografische locaties waar gewerkt wordt. De uitwerking van de mogelijkheden van sportbedrijven op bedrijventerreinen is door onvoorziene omstandigheden uitgebreider en genuanceerder geworden. Daarom hebben we de periode waarin we deze zienswijzenota gemaakt wordt, aangegrepen om de sportorganisatie uitgebreid te spreken. Ook hier zien we het opstellen van een uitvoeringsprogramma (huisvesting Sport) als een kans om deze partij(en) nauw te betrekken bij het vervolgproces. We blijven als organisatie daarmee voortdurend leren en verbeteren.

Aanpassing

We geven in de Beleidsnota Werklocaties aan dat we ook in het uitvoeringsprogramma de samenwerking opzoeken met partijen in de stad. We zetten in het vervolgtraject (uitvoeringsprogramma) nog sterker in op het betrekken van relevante partijen.

2.2 Samenwerking met ondernemers en partners noodzakelijk bij beleidsuitvoering Zienswijzen

De Ontwerp Beleidsnota Werklocaties geeft een overzicht van de belangrijkste doelstellingen voor de vijf typen werklocaties. In de zienswijzen wordt de oproep gedaan om ondernemers, vastgoedeigenaren en vertegenwoordigende partijen te betrekken bij de uitvoering van deze doelstellingen.

7

Reactie

Voor de gemeente is het noodzakelijk om bovengenoemde partijen te betrekken bij de beleidsuitvoering. Samenwerking met bedrijfsleven en andere maatschappelijke organisaties is immers nodig om de ambities uit de beleidsnota te realiseren. We geven daarbij prioriteit aan het bouwen van allianties, nemen de belangrijkste stakeholders mee in ons verhaal en werken samen met gebiedspartijen en vertegenwoordigers van werklocaties. Na vaststelling van de Beleidsnota Werklocaties starten we met het uitvoeringsprogramma waarbij nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen gezocht wordt. Ook zal verdere uitwerking en concretisering van doelen in de gebieden en op de werklocaties gebeuren in nauwe samenwerking met partijen in het veld.

Aanpassing

Er zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot de samenwerking met ondernemers en andere partijen. Wel geven we expliciet aan in de Beleidsnota Werklocaties dat we ook in het uitvoeringsprogramma de samenwerking opzoeken met partijen in de stad.

2.3 Concreetheid profielen werklocaties Zienswijzen

In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties zijn van tien werklocaties profielen uitgewerkt. In deze profielen wordt onder andere ingegaan op de kenmerken van het gebied in 2025, de belangrijkste opgave in het gebied richting 2030 en het benodigde instrumentarium. In een aantal zienswijzen wordt aangegeven dat meer concreetheid in de profielen wenselijk is.

Reactie

De tien profielen van de werklocaties zijn onderdeel van een beleidsnota. De Beleidsnota Werklocaties is een doorvertaling van gemeentelijke ambities uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) in doelstellingen en risico’s. De beleidsnota is kaderstellend. In een beleidsnota zijn doelstellingen niet vertaald naar concrete resultaten en acties. Dit betekent dat de profielen in de Beleidsnota Werklocaties een zekere mate van abstractie hebben en daarmee een doorvertaling nodig hebben richting uitvoering, bijvoorbeeld in gebiedsprojecten.

Aanpassing

Er zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot de concreetheid van profielen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

8

2.4 Instrumentarium en financiële draagkracht om doelen te realiseren, is onvoldoende uitgewerkt Zienswijzen

In diverse zienswijzen wordt aangegeven dat voor financiën, instrumentarium en organisatie onvoldoende is uitgewerkt hoe de in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties benoemde doelen worden gerealiseerd. Bij (gemeentelijke) sturing hoort immers ook financieel en organisatorische ondersteuning vanuit de gemeente.

Reactie

In hoofdstuk C van de Beleidsnota Werklocaties gaan we in op de financiën. De mogelijk in te zetten instrumenten staan in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties weergegeven in de ‘gereedschapskist’ en bij de profielen. De financiën en instrumenten kunnen helaas niet concreter worden opgeschreven, omdat deze projectafhankelijk zijn. De Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad weer en er zijn mogelijke acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen en budget al zijn uitgewerkt. Het bestedingsbudget van de Beleidsnota Werklocaties bevat alleen personele inzet en onderzoeksgeld. De kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkelingen zijn binnen de Beleidsnota Werklocaties niet in beeld gebracht. Voor realisatie van werklocaties is de gemeente mede afhankelijk van de mate en snelheid waarin door private partijen ontwikkeld wordt. Samenwerking met deze partijen voor specifieke projecten is randvoorwaardelijk om de doelstellingen uit de Beleidsnota Werklocaties te behalen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

We hebben daarom in de Beleidsnota Werklocaties opgeschreven dat een veelheid aan partijen noodzakelijk is om de doelen op de werklocaties te realiseren. Uitgangspunt is dat financiën, instrumentarium en organisatie nader uitgewerkt worden in het uitvoeringsprogramma (dat een vervolg is op de Beleidsnota Werklocaties), in de verschillende gebiedsprocessen of bij de aanpassingen van het omgevingsplan. Tot slot is relevant dat de Beleidsnota Werklocaties een thematische nota is, die integraal is afgewogen, maar wel met name gericht is op het ruimtelijk-economisch domein. In de gehele stad moeten op tal van onderwerpen en op tal van locaties keuzes worden gemaakt met betrekking tot schaarse ruimte, middelen en personele inzet. Dat betekent dus dat de (politieke) werkelijkheid is dat er keuzes moeten worden gemaakt over het tempo en het realisatieniveau van deze randvoorwaarden. Dit staat ook beschreven bij de risico’s in de Beleidsnota Werklocaties.

Aanpassing

Er zijn op hoofdlijnen geen aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot het uitwerkingsniveau van het instrumentarium en financiën. Wel is in hoofdstuk C van de Beleidsnota Werklocaties beter uitgelegd welke kosten in beeld zijn gebracht voor de Beleidsnota Werklocatie en welke niet. Op basis van de zienswijze is wel één instrument toegevoegd, als instrument dat al in uitvoering is op een werklocatie. Dit betreft een instrument voor het profiel Werkspoorkwartier, zie hiervoor bijlage 1.

9

2.5 Op met name de bedrijventerreinen is onvoldoende aandacht voor randvoorwaardelijke onderwerpen Zienswijzen

In verschillende zienswijzen wordt genoemd dat in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties, met name op het gebied van bedrijventerreinen, te weinig aandacht is voor randvoorwaardelijke onderwerpen als bereikbaarheid, (betaald) parkeren, veiligheid en vergroening. Deze randvoorwaarden zijn noodzakelijk voor goed functionerende werklocaties.

Reactie

We onderkennen dat bovengenoemde randvoorwaarden essentieel zijn voor goed functionerende en toekomstbestendige werklocaties. Deze noodzakelijke randvoorwaarden zijn daarom ook opgenomen in het kader in hoofdstuk A1 (essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties). De Beleidsnota Werklocaties is een thematische nota die met name gericht is op het ruimtelijkeconomisch domein. In de gehele stad moeten op tal van onderwerpen en op tal van locaties keuzes worden gemaakt met betrekking tot schaarse ruimte, middelen en personele inzet. Dat betekent dat de (politieke) werkelijkheid is dat meer tijd nodig is voor realisatie van deze randvoorwaarden en dat wellicht niet alle randvoorwaarden voor alle gebieden even goed op orde gebracht kunnen worden.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Aanpassing

In het kader in hoofdstuk A1 benoemen we duidelijk(er) dat deze randvoorwaarden essentieel zijn voor goed functionerende en toekomstbestendige werklocatie én we benoemen daarbij dat dit in hoge mate wordt onderschreven door partijen die actief zijn op of om de Utrechtse werklocaties.

2.6 Behoud lokaal (kleinschalig) ondernemerschap Zienswijzen

Een aantal zienswijzen geeft aan dat er meer inzet nodig is op het behoud van lokaal kleinschalig ondernemerschap. Dit biedt ruimte voor startende ondernemers en mogelijkheden voor een betere verbinding met de wijk. Deze doelgroep is belangrijk voor het Utrechtse economische ecosysteem en wordt door het prangende ruimtetekort en de druk van woningbouw de stad uitgedrukt.

10

Reactie

Kleinschalige, betaalbare werkruimte/kantoorruimte is van groot belang voor de vestiging van maatschappelijke organisaties, creatieve diensten, startups en kleine ondernemers uit de wijk. Ruimte voor deze doelgroepen willen we, waar dat kan, beschermen. Sinds een aantal jaren biedt het bestemmingsplan van de binnenstad op veel plekken grote flexibiliteit om ruimten zonder afwijkingsprocedure te transformeren naar andere functies. Dat heeft voordelen maar inderdaad ook risico’s. We zijn ons bewust van het risico van verdringing van kwetsbare kleinschalige werkruimte in de binnenstad en omliggende wijken. De beleidsnota heeft de binnenstad en omliggende wijken daarom ook aangewezen als onderdeel van de beschermingszone voor kleinschalige, betaalbare kantoorruimte. Bij toekomstige afwijking en functiewijziging van kleinschalige betaalbare kantoorruimte wordt getoetst aan dit economisch adviesmodel. Over het algemeen geldt dat een afwijking van het omgevingsplan (eerder: bestemmingsplan) een zorgvuldige integrale afweging is van alle belangen.

Aanpassing

Er zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot behoud van lokaal kleinschalig ondernemerschap.

2.7 Flexibiliteit in bestemmingsplannen Zienswijzen

In diverse zienswijzen wordt verzocht om meer flexibiliteit in bestemmingsplannen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan flexibiliteit in toegestane functies. De indieners stellen dat een grotere mate van flexibiliteit kan bijdragen aan een betere ontwikkelingsdynamiek van gebieden, en dat dit de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid ten goede komt.

Reactie

In de Beleidsnota Werklocaties wordt het principe toegepast van mengen waar mogelijk en scheiden waar moet. Op deze manier blijven bedrijventerreinen met hoge milieucategorieën (HMCbedrijventerreinen) zo veel mogelijk behouden voor bedrijfsfuncties en kan in gemengde gebieden sterker ingezet worden op de noodzakelijke functiemenging om tot aantrekkelijkere gebieden te komen. In de profielen is daarom expliciet aandacht besteed aan de mate van menging die per locatie mogelijk is. Deze profielen bieden een eerste richtinggevende indicatie van hoe met functiemenging kan worden omgegaan. De verdere uitwerking en juridische borging van deze mengingsmogelijkheden vindt, indien noodzakelijk, deels plaats in (deel)omgevingsvisies en hoofdzakelijk in het omgevingsplan. Een beleidsnota is niet de juiste plek voor deze afweging, zie hiervoor ook paragraaf 2.3.

Aanpassing

Er zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot flexibiliteit in bestemmingsplannen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

11

3. Aanpassingen op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft de gemeente de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties op meerdere punten aangepast of verduidelijkt. In de onderstaande tabel zijn de wijzigingen bijgehouden per onderwerp en pagina. Daarnaast is de Beleidsnota Werklocaties aangepast op basis van één ambtelijke wijziging. Onderwerp

Pagina ontwerp

Pagina definitief

Aanpassing

Zienswijze of ambtelijk

Randvoorwaarden

15

16

In het kader “essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties” wordt de eerste alinea vervangen voor de volgende tekst: “Voor het realiseren van de in deze beleidsnota omschreven doelen, is een aantal randvoorwaarden essentieel. Werklocaties zijn pas toekomstbestendig en kunnen pas goed functioneren, als deze randvoorwaarden op orde zijn. Het zijn randvoorwaarden die voor de gehele stad gelden, maar voor werklocaties en onze doelen soms nog specifieker van belang zijn, zo benadrukken de partijen die actief zijn op de Utrechtse werklocaties, waaronder Parkmanagement Lage Weide, Ondernemersvereniging Nieuw Overvecht, Ondernemersvereniging Business Eiland Utrecht, Bedrijvenkring Cartesius, Stichting Utrecht Science Park en BIZ vereniging Woonboulevard Utrecht.“

Zienswijze

Randvoorwaarden

15

16

In het kader ‘essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties’ wordt de volgende alinea toegevoegd aan de opsomming: “Verkeersveiligheid: op verschillende werklocaties, met name de bedrijventerreinen en de meubelboulevard, zijn er onveilige verkeerssituaties door o.a. het ontbreken van gescheiden fiets- en voetpaden. Investeringen hierin zijn nodig om het gemotoriseerde (vracht)verkeer veilig af te wikkelen, om medewerkers en bezoekers te stimuleren vaker met de fiets te gaan, en personeel de mogelijkheid te geven in de pauze (prettig) een rondje te lopen.”

Zienswijze

Samenwerking met partijen in de stad

17

18

In paragraaf A.3 wordt de volgende tekst toegevoegd: “In de uitvoering van het beleid en bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma zoeken we de samenwerking op met partijen in de stad”

Zienswijze

Kader ‘Uitwerking in de nota werklocaties’

22

23

Onder dit derde tussenkopje wordt een opsommingsteken toegevoegd met: “in het gebied dat valt onder het bestemmingsplan Vleutensevaart 100 zijn verschillende functies, conform bestemmingsplan, mogelijk.”

Zienswijze

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

12

Onderwerp

Pagina ontwerp

Pagina definitief

Aanpassing

Zienswijze of ambtelijk

Regionale samenwerking 23 bedrijventerreinen

24

We werken verder uit hoe de regionale samenwerking rond bedrijventerreinen vorm krijgt, door onder “Utrecht werk samen met de regio (U10) aan de planning en uitgifte van bedrijventerreinen” de volgende tekst toe te voegen aan het einde van de paragraaf: “We werken daarom samen met de regio aan een regionale bedrijventerreinenstrategie waarin duidelijk wordt hoe we vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief, in balans brengen en de ruimte voor bedrijventerreinen evenwichtig in de regio faciliteren. De strategie richt zich op regionale afspraken over bestaande én nieuwe bedrijventerreinen. In de strategie moeten afspraken staan over de rol en functie van regionale bedrijventerreinen. Maar ook over hoe we regionaal omgaan met het beschermen, mengen/ ontmengen, intensiveren en compenseren van bedrijventerreinen. De inhoud van deze beleidsnota is leidend voor onze inbreng voor het gesprek over regionale afspraken.”

Zienswijze

Profiel Kenniscluster Oost

43

44

Onder “Doorontwikkeling van dit gebied tot een samenhangend innovatiecluster” vervangen we de laatste zin bij het eerste opsommingsteken door: “Het uitwerken en uitvoeren van de Omgevingsvisie USP is voor dit gebied ook een opgave. Hierbij is expliciet aandacht voor modalshift waardoor het verdichtingspotentieel qua aantal arbeidsplaatsen verdubbeld kan worden tot maximaal 8.000.”

Zienswijze

Profiel Kenniscluster Oost

44

45

Onder randvoorwaarden voegen we toe: ࡟ “Private vastgoedeigenaren zijn bereid te investeren in vastgoedontwikkelingen; ࡟ Innovatieve bedrijven die tot de doelgroepen behoren beschikken over passende ruimte en de juiste faciliteiten.“

Zienswijze

Profiel Lage Weide

55

56

Bij ‘Instrumentarium’ vervangen we de tekst voor: “We gaan de volgende instrumenten inzetten, omdat een radicale mobiliteitstransitie nodig is voor het behalen van de doelstellingen op Lage Weide”.

Zienswijze

Profiel Nieuw Overvecht

59

61

Bij ‘Uitgangspunten 2030’, derde opsommingsteken vervangen we de tekst voor: “Betaalbare werkplekken voor o.a. startende (maak)bedrijven uit de (omliggende) wijk(en) en/of creatieve ondernemers”.

Zienswijze

Profiel Nieuw Overvecht

59

60

Bij ‘Het gebied in 2030’ voegen we toe: “Nieuw Overvecht is in 2030 van het ‘etiket’ ondermijningterrein af. Nieuw Overvecht is hierdoor een volwaardige en betrokken buurt binnen de wijk Overvecht, ook buiten de courante uren. Bij integrale afwegingen is community building en sociale veiligheid meegewogen.”

Zienswijze

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

13

Onderwerp

Pagina ontwerp

Pagina definitief

Aanpassing

Zienswijze of ambtelijk

Profiel Nieuw Overvecht

60

61

Bij ‘Menging’ vervangen we de tekst voor: “Minder menging, maar op Franciscusdreef zijn wel verschillende functies mogelijk, niet zijnde woningen”

Zienswijze

Profiel Nieuw Overvecht

60

61

Bij ‘Instrumentarium- we onderzoeken of we de volgende instrumenten ook kunnen inzetten’ voegen we toe: “,omdat deze randvoorwaardelijk zijn voor het behalen van de intensiveringsopgave op Nieuw Overvecht:”

Zienwijze

Profiel Werkspoorkwartier

69

70

Bij ‘Instrumentarium – we onderzoeken of we de volgende instrumenten ook kunnen inzetten’ voegen we het instrument “doorontwikkeling samenwerking gemeente en bedrijven” toe.

Zienswijze

Profiel Werkspoorkwartier

69

70

Bij ‘Instrumentarium – we onderzoeken of we de volgende instrumenten ook kunnen inzetten’ voegen we het volgende instrument toe: “Infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte in samenwerking tussen gemeente en bedrijven: bijvoorbeeld op het gebied van prettig verblijfsklimaat met meer groen en biodiversiteit en ruimte voor langzaam verkeer én op collectief parkeren.”

Zienswijze

Profiel Andere stadsverzorgende bedrijventerreinen

70

71

Bij ‘Doelgroepen 2030’ voegen we een vierde bullet toe: “in het gebied dat valt onder bestemmingsplan Vleutensevaart 100 zijn verschillende functies, conform bestemmingsplan, mogelijk.”

Zienswijze

Indicatoren en subdoelstellingen

89

90

Ambtelijk Toevoegen indicator bij subdoelstelling B1.5.1, met effectindicator “Kwalitatieve beschrijving stand van zaken ecosysteem innovatielocaties in de regio (via (onafhankelijk onderzoek vanuit) BO innovatie-locaties)”. Bij 0-meting 2024: “Vindt in 2025 plaats”. Bij 2027, 2030, 2033, 2035: “n.t.b.” Bij Programmabegroting: “Nee, rapportage via raadsbrief.”

Financiën

93 - 94

94 - 95

Bij hoofdstuk C.3 Financiën voegen we een betere uitleg toe welke kosten wel en niet in beeld zijn gebracht voor de Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Zienswijze

14

Bijlage 1: Inspraakreacties en beantwoording De reacties zijn per indiener gegroepeerd, dus reactie A1 is het eerste punt van persoon A. Nr

Zienswijze

Reactie

A1

Het centrum als unieke werklocatie ontbreekt als profiel Hoewel winkelgebieden en de wijkeconomie worden benoemd, ontbreekt het centrum als apart profielgebied. Terwijl het centrum van Utrecht juist een bijzondere combinatie van wonen, werken, winkelen, ontmoeten, verblijven en cultuur biedt. Dit multifunctionele karakter vereist specifieke beleidsaandacht, zeker gezien de hoge druk op ruimte, veranderende winkelstructuren en de opgave om cultureel en ambachtelijk ondernemerschap te behouden (zie o.a. DNWS-publicatie De moderne agora en de Kansenkaarten voor de binnenstadskwartieren). Zelf zien wij bijvoorbeeld dat er, naast wonen, ook vraag is naar werkplekken op verdiepingen van locaties die nog niet in gebruik zijn in het centrum. Het huidige bestemmingsplan biedt maar beperkt de ruimte voor verschillende functies omdat traditioneel gezien vaak een relatie werd gezocht met de invulling van de begane grond. De nieuwe ondernemersconcepten die zich melden in het centrum laten zich steeds minder goed in de traditionele kaders van retail, horeca, cultuur en (maatschappelijke) dienstverlening vatten. Het werken in deze silo’s zou moeten worden doorbroken. Integraal beleid op dit gebied kan bijdragen aan het realiseren van dynamische plekken waar wonen, werken en ondernemen worden gecombineerd.

Om op die manier bij te dragen aan een levendig, weerbaar en toekomstbestendig centrumgebied.

In de beleidsnota definiëren we het centrum als de binnenstad. Ofwel, het gebied binnen de singels. De binnenstad is inderdaad een unieke werklocatie in de stad, die specifieke aandacht verdient. We hebben hiervoor een profiel opgenomen onder het kopje ‘bovenregionale strategische werklocaties’. De overeenkomst tussen de werklocaties onder het kopje bovenregionale strategische werklocaties is dat ze een uniek gebied vormen binnen het Utrechtse werklocatielandschap. Deze unieke locaties zijn inderdaad niet in te delen in de overige profielen en verdienen daarmee specifieke aandacht. Ook hebben deze gebieden een enorme bovenregionale aantrekkingskracht voor bezoekers en bedrijven. De kracht in de Binnenstad is de bijzondere combinatie van functies. Deze kracht willen we nog beter benutten. In het profiel van de binnenstad geven we aan dat de gemeente onderzoek doet hoe andere functies, zoals kantoren of bedrijfsfuncties, boven winkels mogelijk is te maken in het omgevingsplan. In het vervolg op de aanpak Morgen Mooier Maken starten we daarom pilotprojecten om het gebruik van de ruimte boven winkels – ook voor werkplekken – beter mogelijk te maken. De hierdoor opgedane ervaring kan leiden tot regels die op termijn in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Dit hebben we ook zo in het profiel Binnenstad in de beleidsnota opgenomen.

Het profiel geeft een richtinggevende indicatie van de wijze waarop met functiemenging kan worden omgegaan. De verdere uitwerking en juridische borging van deze mengingsmogelijkheden vindt, indien noodzakelijk, plaats in het omgevingsplan. De reden waarom dit niet gebeurt in een beleidsnota staat in paragraaf 2.3 en 2.7 van deze zienswijzenota.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

15

Nr

Zienswijze

Reactie

A2

Leefbaarheid en functiemix onvoldoende afgewogen. Het beleid benoemt terecht de spanning tussen wonen en werken, maar blijft abstract over hoe deze belangen worden afgewogen in het centrum, waar functiemenging cruciaal is. Het recent door CmU uitgevoerde Bewonersonderzoek Binnenstad 2023 toont aan dat bewoners waarde hechten aan kleinschalige bedrijvigheid, cultuur, horeca en ambacht, mits deze goed zijn ingepast.

De Beleidsnota Werklocaties is onderdeel van het thematisch beleid van de Omgevingsvisie Utrecht. Zo is er naast thematisch beleid voor werklocaties, ook thematisch beleid voor bijvoorbeeld groen of wonen. Indien thematisch beleid elkaar tegenspreekt vindt binnen de Utrechtse Omgevingsvisie belangenafweging plaats bij gebiedsbeleid en niet bij thematisch beleid, waarbij ook belanghebbenden in de stad worden betrokken. In de Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040 leest u hoe belangen zijn afgewogen voor de Binnenstad. Ook bij gebiedsprojecten of bij vergunningaanvragen wordt op basis van de werkwijze van Omgevingsvisie Utrecht een belangenafweging gemaakt. In de Beleidsnota Werklocaties kunnen wij dit dus niet concreter maken. Zie ook paragraaf 2.3.

A3

Vastgoed en huisvesting kleinschalige functies. Een risico dat niet expliciet wordt benoemd, is de verdringing van sociaal-maatschappelijke of ambachtelijke werkfuncties door commerciële exploitatie, met name in de binnenstad. Wij pleiten voor actieve inzet op functieflexibiliteit, behoud van werkruimte voor makers, cultuur en ambacht en een ondersteunend instrumentarium.

We zijn het met u eens dat kleinschalige en betaalbare kantoorruimte van groot belang is voor de vestiging van maatschappelijke organisaties, creatieve diensten, startups en kleine ondernemers uit de wijk. Ruimte voor deze doelgroepen willen we – waar dat kan – beschermen. Sinds een aantal jaren biedt het bestemmingsplan van de Binnenstad op veel plekken grote flexibiliteit om ruimten zonder afwijkingsprocedure te transformeren naar andere functies. Dat heeft voordelen maar inderdaad ook risico’s. We zijn ons bewust van het risico van de verdringing van kwetsbare kleinschalige werkruimte in de binnenstad en omliggende wijken. In de Beleidsnota Werklocaties is de binnenstad en omliggende wijken daarom ook aangewezen als onderdeel van de beschermingszone voor kleinschalige, betaalbare kantoorruimte (Zie pag. 28 en 29 van de ontwerp beleidsnota). Bij toekomstige afwijking en functiewijziging van kleinschalige betaalbare kantoorruimte wordt in dit gebied getoetst aan een economisch adviesmodel. Ook voor werkruimte is in het hoofdstuk over wijkeconomie de doelstelling opgenomen om deze te behouden of te laten meegroeien met de groei van de stad. Over het algemeen geldt dat een afwijking van het bestemmingsplan of omgevingsplan een zorgvuldige integrale afweging is van alle belangen.

Voor antwoord op functieflexibiliteit en ondersteunend instrumentarium zie reactie op zienswijze 1 en paragraaf 2.4 van deze zienswijzenota.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

16

Nr

Zienswijze

Reactie

A4

Monitoring en samenwerking. De rol van centrummanagement en andere gebiedsorganisaties bij monitoring en implementatie ontbreekt. Wij zouden graag samen optrekken bij het vertalen van de beleidsdoelen naar gebiedsniveau, met name binnen de singels.

We betrekken gebiedsorganisaties zoals centrummanagement graag bij de uitvoering van ons beleid. Dit is immers nodig om de ambities uit de beleidsnota te realiseren. We geven prioriteit aan het bouwen van allianties en nemen de belangrijkste stakeholders mee in ons verhaal. In het profiel van de binnenstad is expliciet opgenomen om de samenwerking met Centrummanagement Utrecht en VCOC voort te zetten. De Beleidsnota Werklocaties vullen wij aan door op te nemen dat we bij de uitwerking van het uitvoeringsprogramma ook de samenwerking opzoeken met gebiedsorganisaties op werklocaties, zie ook paragraaf 2.2. De monitoring van de beleidsnota vindt niet plaats op gebiedsniveau, maar op doelstellingenniveau. De gemeente Utrecht werkt wel voor andere doeleinde met centrummanagement en andere partijen in het centrum samen aan monitoring van onder andere bezoekersstromen. We continueren deze inzet.

A5

Wij waarderen in het bijzonder de volgende elementen: Brede blik op werklocaties: De beleidsnota erkent dat werklocaties meer zijn dan bedrijventerreinen alleen, en neemt ook winkelgebieden, innovatielocaties en werkplekken in de wijken mee. Aandacht voor circulaire economie en duurzaamheid: De focus op innovatieve en duurzame economische functies sluit goed aan bij de opgaven van onze tijd. Ruimte voor lokaal ondernemerschap: De aandacht voor kleine, lokale ondernemers in de wijkeconomie en binnenstad past bij het streven van CmU naar een diverse functiemix en levendige binnenstad. Sturingsmechanismen via profielen en de ‘Utrechtse gereedschapskist’: Dit biedt handvatten om per locatie maatwerk te leveren.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Bedankt voor uw positieve zienswijze op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties.

17

Nr

Zienswijze

Reactie

B1

Via via vernamen wij recent dat gemeente Utrecht de ontwerp-beleidsnota Werklocaties 2035 terinzage heeft gelegd en dat een eventuele zienswijze kan worden ingediend t/m 23 april 2024. Wij zijn ontstemd dat wij hier niet eerder over geïnformeerd zijn en vooral over de wijze waarop deze thematische visie tot stand is gekomen. In onze mailbox is alleen een uitnodiging voor de bijeenkomst ‘Toekomst van werklocaties en besparing van energie in zakelijk vastgoed’ gevonden die door gemeente Utrecht werd georganiseerd op 7 of 11 oktober 2024. Hierna hebben wij niets meer vernomen over de gemeentelijke beleidsvorming met betrekking tot Werklocaties van de Toekomst. Als relevant bedrijventerrein in Utrecht zijn wij bij de totstandkoming van de ontwerp-beleidsnota geheel niet betrokken geweest, er is geen enkel gesprek met ons hierover gevoerd. Ook is ons niet formeel om een reactie gevraagd. Het voortraject is in alle stilte voltrokken, waar wij ons over verbazen. Wij waren graag eerder geïnformeerd en leveren ook graag onze inbreng voor de beoogde toekomst van onze werklocatie. Wij dienen deze zienswijze in met ons 15-puntenplan en de Ontwikkelrichting van Nieuw Overvecht in de hoop dat u dit meeneemt in uw beleidsnota.

Wij vinden het jammer dat u zich onvoldoende betrokken voelt bij de totstandkoming van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties. U geeft aan dat u een uitnodiging heeft ontvangen om mee te denken tijdens de bijeenkomsten “Toekomst van werklocaties en besparing van energie in zakelijk vastgoed ”. Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd in lijn met onze werkwijze voor ‘Samen Stad Maken’. Van deze uitnodiging heeft u geen gebruik gemaakt. Daarnaast heeft u een mail ontvangen dat de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties ter inzage lag. Een zienswijze is een manier voor betrokkenen in de stad om te reageren op de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties, waardoor wij de nota kunnen verbeteren. Via deze weg heeft u als zienswijze, uw zienswijze (het 15-puntenplan) op de Omgevingsvisie Overvecht gedeeld. Bedankt voor deze reactie. We zien veel zaken uit uw 15-puntenplan die wij ook verwerkt hebben in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties, bijvoorbeeld behoud kleine stedenbouwkundige korrel, het niet mengen met wonen op het bedrijventerreinen of uw uitspraken over de grootschalige logistiek. Daarnaast zijn we met u uitgebreid in gesprek gegaan over uw zienswijze. Dit gesprek hebben we gebruikt om de Beleidsnota Werklocaties, waar nodig, aan te scherpen.

Voorbeelden van onderwerpen die in het profiel Nieuw Overvecht aangepast zijn, zijn aandacht voor betaalbare maakindustrie, community building en sociale veiligheid. Ook is aangegeven dat onderzoek naar infrastructurele aanpassingen en inrichting openbare ruimte randvoorwaardelijk is voor de intensiveringsopgave op Nieuw Overvecht. Tevens is verkeersveiligheid benoemd als essentiële randvoorwaarde voor werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

18

Nr

Zienswijze

Reactie

B2

Een concretere visie op functies (in het vastgoed) Ter illustratie delen wij de belangrijkste thema’s die afgelopen twee jaar vanuit ONO en vanuit Ondernemersloket hebben gespeeld, die de noodzaak van meer richtinggevende kaders t.a.v. functies op het bedrijventerrein aantonen. Vanuit ONO benadrukken we het belang van de maakindustrie vanwege hun meerwaarde voor de wijk en voor de stad en regio. Niet iedereen heeft gestudeerd, werken met je handen past bij Overvecht en makers vinden Nieuw Overvecht interessant, gezien de vele toeleveranciers die al op het bedrijventerrein zitten. Ruim 25% van de bedrijven op het bedrijventerrein is nu autobedrijf. Gezien de energie- en mobiliteitstransitie is de vraag of een dergelijk aandeel in de toekomst nog realistisch is. Wanneer dit aantal terugloopt, moet een duidelijke visie op mogelijke of toegestane functies houvast geven. Bovendien geeft dit een kans om bedrijven met een milieuklasse van 3.2 ruimte te bieden, waar elders in de stad steeds minder ruimte voor is.

Het belang van de maakindustrie voor de wijk, de stad en regio vinden wij net zoals u zeer groot. De Beleidsnota Werklocaties markeert een omslag in de gemeentelijke ambitie om niet alleen op het toevoegen van voldoende extra banen te sturen, maar ook op de kwaliteit van de banen. Een van deze kwaliteiten is een baankans voor de gehele Utrechtse beroepsbevolking, ongeacht opleidingsniveau of geografische herkomst. Banen op bedrijventerreinen en bijvoorbeeld bij maakbedrijven zijn daarin dus van groot belang. Specifiek voor het bedrijventerrein Nieuw Overvecht hebben wij het volgende uitgangspunt opgenomen: betaalbare werkplekken voor onder andere startende ondernemers uit de (omliggende) wijk(en) en/of creatieve ondernemers. Juist omdat we zien dat de verbinding tussen het bedrijventerrein en de rest van de (omliggende) wijken van essentieel belang is voor Overvecht. We voegen in de Beleidsnota Werklocaties toe dat de betaalbare werkplekken op Nieuw-Overvecht ook zijn voor startende maakbedrijven. In de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties benoemen we ook dat de focus voor Nieuw Overvecht ligt op stadsverzorgende bedrijven, (creatieve) maakbedrijven, bouw-, techniek-, circulaire- en verduurzamingsbedrijven, MKB en stadsdistributie. Daarnaast willen wij net als u sturen op het optimaal benutten van de beschikbare milieucategorieën.

Dit doen we via het adagium ‘juiste bedrijf op de juiste plaats’. Wij zien daardoor geen woningbouwmogelijkheden op bedrijventerreinen, in verband met het ruimte bieden aan bedrijvigheid en het optimaal benutten van de milieucategorieën.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

19

Nr

Zienswijze

Reactie

B3

Borging van en grote behoefte aan kleinschalige en betaalbare werkplekken We zien de kleine stedenbouwkundige korrel op het bedrijventerrein als een belangrijke kwaliteit die we willen behouden. Dit draagt bij aan lokaal ondernemerschap, ruimte voor startende ondernemers en mogelijkheden voor een betere verbinding met de wijk. Delen op het bedrijventerrein zijn verouderd en vragen herontwikkeling, verduurzaming en intensivering. Behoud van kleinschalige en betaalbare werkplekken vinden we belangrijk omdat dat past bij de doelen / kansen die in de Ontwikkelrichting Nieuw Overvecht zijn benoemd en omdat die bijdragen aan het totale ecosysteem van Utrechts ondernemerschap. Wij denken aan de introductie van een sociaal werkruimte segment waarbij minimaal 10% van herontwikkelde ruimte verhuurd kan worden onder de marktwaarde, aan makers die geen marktconforme huur kunnen opbrengen. Deze doelgroep is belangrijk voor het Utrechtse economische ecosysteem, omdat die door het prangende ruimtetekort en de druk van woningbouw uit de stad wordt gedrukt.

De kleine stedenbouwkundige korrel op Nieuw Overvecht vinden wij net als u een zeer grote kwaliteit van het terrein. De relatief fijnmazige stedenbouwkundige korrel van het bedrijventerrein wordt gewaarborgd doordat in profiel Nieuw Overvecht de bedrijfskavels een omvang van XS tot en met M mag hebben. De behoefte aan een sociaal werkruimte segment wordt onderschreven. Zeker ook in Overvecht is dit van belang. De Beleidsnota Werklocaties geeft de hoofdlijnen van de ontwikkelrichting voor de werklocaties in de stad en er zijn mogelijke acties opgenomen om tot uitvoering te komen. Het is echter geen uitvoeringsprogramma waarin een dergelijke concrete maatregel en budget al zijn uitgewerkt. We herkennen het tekort aan betaalbare werkruimte als een stedelijk probleem dat zowel op bedrijventerreinen als in de wijken voorkomt. In het op te stellen uitvoeringsprogramma besteden we hier aandacht aan. Waarbij opgemerkt wordt dat we dit niet kunnen afdwingen bij bestaande eigenaren en lopende huurcontracten. We kunnen als gemeente via het grondbeleid hierop wel sturen bij nieuw-/verbouwontwikkelingen.

B4

Grootschalige logistiek ongewenst Een bedreiging die op ons afkomt is speculatie in bedrijfsvastgoed door logistieke beleggers. Zij kopen panden op het bedrijventerrein op en willen hun rendement verhogen door hier beter betalende huurders in te plaatsen. Grootschalige logistiek levert per m2 meer op dan reguliere bedrijfsruimte. Wij zouden graag zien dat de omgevingsvisie uitspraken doet en/of beperkingen oplegt voor deze functie, die immers (vrijwel) geen bijdrage levert aan de (her) ontwikkeling van het bedrijventerrein en/of aan lokale binding. Bovendien creëert deze sector weinig van de gewenste banen.

Wij zien ook dat grootschalige logistiek een kapitaalkrachtige sector is die hoge grondprijzen kan betalen en daardoor zonder kader en sturing een groot aandeel op bedrijventerreinen kan krijgen. Dat vinden wij onwenselijk, omdat daardoor de grond en huurprijzen stijgen en het MKB minder vestigingskansen heeft. Door robotisering in delen van de logistieke sector zijn deze arbeidsplaatsen bovendien niet altijd toekomstbestendig. Ook zorgt de logistiek voor veel vervoersbewegingen en druk op het wegennet. Daarom beperken we in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties de groei van (inter) nationale distributie op bedrijventerreinen. In profiel Nieuw Overvecht ligt de focus op stadsverzorgende bedrijven, (creatieve) maakbedrijven, bouwtechniek-, circulaire- en verduurzamingsbedrijven en culturele en creatieve makers. Ook is de relatief kleine vastgoedmaat (XS tot en met M) in het profiel opgenomen. Hiermee hebben we naast de genoemde ambitie ook een concreet handvat om bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen grootschalige logistiek tegen te gaan.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

20

Nr

Zienswijze

Reactie

B5

Ruimte voor wonen ongewenst op het bedrijventerrein. Langs de Franciscusdreef is al jarenlang een mogelijkheid om woningen te realiseren via een wijzigingsbevoegdheid. Daar is in 12 jaar tijd echter geen gebruik van gemaakt en een heroverweging van die regeling vinden wij daarom belangrijk. Gezien de ruimtetekorten op bedrijventerreinen en het belang van ondernemerschap voor de stad Utrecht vinden wij dat het bedrijventerrein zoveel mogelijk voor bedrijven beschikbaar moet zijn en moet blijven. Daarom willen wij geen plek voor nieuwe woningen. Woningen op en rond het bedrijventerrein drukken namelijk niet alleen ondernemers de stad uit, maar zorgen door speculatie door beleggers en ontwikkelaars voor stijgende vastgoedprijzen van bedrijfsvastgoed. Uitbreiden of vestigen wordt voor ondernemers daardoor ten onrechte duurder. De verdichting met voorzieningen nabij De Vechtsebanen is in de huidige versie van de omgevingsvisie te vaag omschreven en zet de deur alsnog in de toekomst open voor woningbouwontwikkelaars. Een ander argument tegen wonen is het belang om ruimte te houden voor bedrijven met milieuklasse 3.2, hetgeen niet goed samengaat met wonen.

Daarnaast heeft het bedrijventerrein ook een belangrijke functie in het kader van de realisatie van aanzienlijk meer arbeidsplaatsen (3.000 voor geheel Overvecht) richting 2040 en zal een brede branchering van werkgelegenheid verschaffende bedrijven nodig zijn.

Om ruimte beschikbaar te houden voor bedrijven (met een zwaardere milieucategorie) wordt er geen woningbouwontwikkeling toegestaan op bedrijventerreinen. Zo ook op Nieuw Overvecht. Dit is opgenomen in profiel Nieuw Overvecht waarbij wordt aangesloten op de uitgangspunten uit de vastgestelde Omgevingsvisie Overvecht. Om dit nog duidelijker te maken voegen we in het profiel van Nieuw Overvecht bij het kopje menging nogmaals toe dat woningbouw niet is toegestaan. Wonen aan de noordzijde van de Franciscusdreef nabij de Vechtsebanen past dus niet in het beleid van de gemeente Utrecht. Conform de Omgevingsvisie Overvecht zien wij in de zone aan de noordzijde van de Franciscusdreef en rondom de Vechtsebanen wel meer ruimte voor andere voorzieningen. In de omgevingsvisie staat voor het profiel rondom de Vechtsebanen het volgende: Deze zone ontwikkelt tot een gemengd gebied met bedrijvigheid, (sport) voorzieningen en onderwijs. De oversteekbaarheid van de Franciscusdreef en verbinding met de zuidelijker gelegen buurten zijn daarbij van belang. Deze dynamische en levendige omgeving dient als aantrekkelijke stadsentree en visitekaartje voor het bedrijventerrein. Er wordt geen woningbouw gerealiseerd in deze zone, maar wel plek gemaakt voor levendige functies met een actieve begane grond.

Een heroverweging van de regeling die u benoemd is niet aan de orde in een traject van een beleidsnota. Op de doelstelling geen wonen in het gebied aan de Fransicusdreef zal worden gestuurd via het vergunningsproces. De gemeente zal vooraf sturen en toetsen op beleid bij beoordeling van vergunningsaanvragen. Later moet worden onderzocht of de beleidskaders per gebied kunnen worden vertaald in het omgevingsplan; op basis daarvan kan worden gehandhaafd. Dit mogelijke traject kan volgen na het eventuele vaststellen van de Beleidsnota Werklocaties.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

21

Nr

Zienswijze

Reactie

B6

Efficiënt gebruik van ruimte. Om efficiënt ruimtegebruik te stimuleren, vragen we de gemeente nader te onderzoeken hoe in bestemmingsplannen soepeler om kan worden gegaan met deelverhuur. Zie het voorbeeld van het broedplaatsen concept: dus meerdere bedrijven maken samen gebruik van een bedrijfshal en bijbehorende kantoren, waarbij ook enige flexibiliteit zou moeten bestaan ten aanzien van toegestane functies en de verdeling kantoor-/ bedrijfsruimte bij groei van een bedrijf. Bovendien moet er een duidelijk afwegingskader komen voor de beoordeling van vestigingsverzoeken van ondernemers die een duidelijke bijdrage leveren aan het behalen van de in de ontwikkelrichting benoemde ambities. Graag zien wij dat de omgevingsvisie ontwikkelruimte biedt in het verouderde middendeel. Dit is de meest kansrijke zone voor herontwikkeling, waar eigenaren en ontwikkelaars door duidelijke richtlijnen in de omgevingsvisie verleid kunnen worden tot actie. Een minimale vereiste is om in deze zone de bouwmogelijkheden te verruimen. Randvoorwaarden hierbij zijn wat ons betreft het hierboven genoemde functieprofiel, een hogere bouwhoogte en parkeeroplossing op eigen kavel.

Intensivering van werkgelegenheid met Utrechts en regionaal MKB is de belangrijkste opgave voor Nieuw Overvecht. Binnen de vastgestelde Omgevingsvisie Overvecht is gesteld dat intensivering plaats kan vinden door bedrijven te clusteren in één gebouw, meer stapeling en bouwen in een hogere dichtheid. Doorvertaling naar de praktijk vraagt om het geval van Nieuw Overvecht om een eventueel nieuw omgevingsplan waar onder andere schaalvergroting mogelijk kan worden gemaakt evenals het faciliteren van de ophoging van bouwhoogte. Voor de Beleidsnota Werklocaties is een duidelijk afwegingskader voor de beoordeling van vestigingsverzoeken te concreet, dat vraagt het niveau van een omgevingsplan. We spannen ons in om in geval van omgevings-vergunningaanvragen bij te dragen aan efficiënt ruimtegebruik op pandniveau, mits ruimtelijk verantwoord. Zie ook paragraaf 2.3 en 2.6 van deze zienswijzenota.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Naar aanleiding van het gesprek dat is gevoerd over uw zienswijze voegen wij aan het profiel Nieuw Overvecht toe dat het terrein in 2030 van het ‘etiket’ ondermijningterrein af is. Nieuw Overvecht is hierdoor een volwaardige en betrokken buurt binnen de wijk Overvecht, ook buiten de courante uren. Bij integrale afwegingen is community building en sociale veiligheid meegewogen.

22

Nr

Zienswijze

Reactie

B7

Uitspraak over impact-projecten. De ambities t.a.v. vergroening en OV in de omgevingsvisie zijn voor het bedrijventerrein nu dusdanig globaal, dat deze komende jaren onvoldoende het verschil maken voor het bedrijventerrein. Wij willen enkele impactvolle projecten terugzien die als ambitie voor het bedrijventerrein wel het verschil helpen maken om tot substantiële verbetering te komen. Daarbij denken wij o.a. aan: Herontwikkelen van het parkeerplein aan de St. Laurensdreef, waarbij het deel van de Laurensdreef voor BBQrestaurant Otantik en Bourdif Gym bij het plein wordt getrokken. Dat levert een win-win-situatie op, omdat zo meer vergroening plaats kan vinden, de verkeersveiligheid kan worden aangepakt (drempels bij opgaan en afgaan van het plein), de verblijfsruimte en langzaamverkeersroutes verbeterd kunnen wordenetc. Dit helpt bij het kantelen van het negatieve imago van het bedrijventerrein, naar een modern, groen, duurzaam, veilig en aangenaam bedrijventerrein. Concreter onderzoek naar de mogelijkheden voor een parkeerhub en/of collectieve parkeervoorzieningen. De ervaring is dat de parkeergarage van De Vechtsebanen nooit vol staat en parkeeroverlast in de omgeving ervaren wordt, met name in het winterseizoen. Onderzoek zou moeten uitwijzen of deze parkeergarage als eerste HUB kan worden ingezet. Invulling van de ontwikkelruimte die onstaat als Daelwijck deels vertrekt.

We doen binnen de Beleidsnota Werklocaties geen uitspraken op projectniveau, maar geven slechts de kaders en gewenste ontwikkelrichting aan. We sluiten hierbij aan op de vastgestelde Omgevingsvisie Overvecht, waarin al in meer detail kansen en uitgangspunten zijn opgenomen. Zo is een ster ‘Ruimte voor voorzieningen’ toegevoegd op het binnenplein van Nieuw Overvecht, zodat vastgoedeigenaren van panden aan dit plein ook getriggerd worden om op die manier naar het gebied te kijken en dat uitgestraald wordt dat een ster een mogelijkheid biedt tot verandering. In de Uitvoeringsstrategie van de Omgevingsvisie Overvecht is opgenomen dat we onderzoeken of een parkeerhub Nieuw Overvecht als een gedeelde hub voor zowel de sportfuncties als overige functies in de omgeving kan functioneren. De bestaande parkeergarage Vechtsebanen zal bij dit onderzoek betrokken worden. Het realiseren van deze hub dient als katalysator voor de gebiedsontwikkeling in de gemengde (roze) zone. Projecten als de ster “Ruimte voor voorzieningen”, parkeerhubs en de vergroeningsprojecten passen in de geest van de visie en Beleidsnota Werklocaties. De visie biedt daarbij handvatten om tot verdere concretisering van fysieke projecten te komen.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

Beide documenten blijven echter abstract, omdat het gaat over een visie en een beleidsnota. In een beleidsnota zijn doelstellingen niet vertaald naar concrete resultaten en acties. Dit betekent dat de documenten een zekere mate van abstractie hebben en daarmee de basis vormen voor de concrete doorvertaling hiervan in een uitvoeringsprogramma. Kortom het verder concretiseren van de ambities en doelstellingen vindt niet in de Beleidsnota Werklocaties plaats, maar in het uitvoeringsprogramma, dat volgt op de Beleidsnota Werklocaties of de Omgevingsvisie Overvecht. Zie ook paragraaf 2.3.

23

Nr

Zienswijze

Reactie

B8

Ambitieniveau ruimtelijke kwaliteitseisen bepalen. Veel vastgoed op het bedrijventerrein is gebouwd in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Dit raakt verouderd en door achterblijvende investeringen ontstaat verloedering en een slechte uitstraling. De omgevingsvisie legt de ruimtelijke ambities en kaders vast, wat kan bijdragen aan het creëren van een betere uitstraling en hoger gevoel van sociale veiligheid. De vele verharding, gesloten gevels en monotone bouw maken dat de menselijke maat ontbreekt. Ook hier moet het belang van de kleine korrel in beeld blijven, zie ook punt 1. Bij vastgoed(her)ontwikkeling moet rekening worden gehouden met draagkracht van daken t.b.v. zonnepanelen en/of groene daken. Maar de omgevingsvisie zou ook eisen moeten stellen t.a.v. verticaal groen.

Wij zijn het met u eens dat sociale veiligheid en klimaatadaptatie randvoorwaarden zijn voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op bladzijde 15 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties staat dit ook zo benoemd bij de essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties. En ook in het profiel Nieuw Overvecht is de veiligheidsaanpak als randvoorwaarde benoemd. In de vastgestelde Omgevingsvisie Overvecht is het belang van een klimaatadaptieve en groene openbare ruimte uitgebreider benoemd, net als de wijze waarop dit op Nieuw Overvecht plaats zou moeten vinden. De kleine korrel blijft uitgangspunt op Nieuw Overvecht: in profiel Nieuw Overvecht van de Beleidsnota Werklocaties blijft de vastgoedmaatvoering XS - M de norm. De Beleidsnota Werklocaties en de Omgevingsvisie Overvecht blijven echter abstract, omdat het gaat over een visie en een beleidsnota. In een beleidsnota zijn doelstellingen niet vertaald naar concrete resultaten en acties. Dit betekent dat de documenten een zekere mate van abstractie hebben en daarmee de basis vormen voor de concrete doorvertaling hiervan in een uitvoeringsprogramma. Kortom het verder concretiseren van de ambities en doelstellingen vindt niet in de Beleidsnota Werklocaties plaats, maar in het uitvoeringsprogramma, dat volgt op de Beleidsnota Werklocaties of de Omgevingsvisie Overvecht. Zie ook paragraaf 2.3.

Zienswijzenota Beleidsnota Werklocaties 2035

24

Nr

Zienswijze

Reactie

B9

Aanpak openbare ruimte. Wij vinden dat de omgevingsvisie moet bijdragen aan de verbetering van het bedrijventerrein. Daarom stellen wij voor om bij de aanpak van de openbare ruimte rekening te houden met de knelpunten die nu spelen. Wij vragen daarom de volgende uitgangspunten te hanteren en over te nemen in de omgevingsvisie, in geval van ingrepen in de openbare ruimte: in ieder geval ook rekening te houden met het verbeteren van de verkeersveiligheid met de focus op langzaam verkeer; maak daarbij gebruik van slim-sturen-maatregelen waar ze op andere Utrechtse bedrijventerreinen (o.a. Werkspoorkwartier, Houten) al ervaring mee hebben; vergroen waar het kan, hittestress en waterberging vragen een toenemende aandacht op ons bedrijventerrein; sluit aan bij de ambitie 030 gaat voor 30: het bedrijventerrein wordt een 30 km peruur zone, met brede fietspaden, om hard rijden tegen te gaan; houd rekening met het zicht van de geplaatste camera’s i.v.m. veiligheid.

Wij zijn het met u eens dat een gezonde en groene leefomgeving met meer ruimte voor voetgangers en fietsers belangrijke randvoorwaarden zijn voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op bladzijde 15 van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties staat dit ook zo benoemd bij de essentiële randvoorwaarden voor toekomstbestendige werklocaties. En ook in het profiel Nieuw Overvecht is dit als randvoorwaarden benoemd. In de vastgestelde Omgevingsvisie Overvecht is het belang van een gezonde en groene leefomgeving met meer ruimte voor voetgangers en fietsers ruimte uitgebreider benoemd, net als de wijze waarop dit op Nieuw Overvecht plaats zou moeten vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a4c7a61d-5da0-46a2-ba45-143543690082