Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021.pdf
Tekst van het document
43
3. Actualisatie financieel beeld In dit hoofdstuk geven we meer in detail een toelichting op het actuele financiële beeld. We beginnen met het financiële beeld en de financiële ontwikkelingen. Vervolgens gaan we in op de groei en ontwikkelingen en de onvermijdelijke coronakosten. We ronden het hoofdstuk af met de financiële strategie die ons in staat stelt om tot een sluitend meerjarenbeeld te komen.
3.1. Financieel beeld Onderstaande tabel laat de samenhang zien tussen de beschikbare financiële ruimte en de bestemming van deze middelen. Samenvattend financieel beeld Omschrijving Financiële ontwikkelingen Bijsturingen maatregelenpakketten Nieuwe activiteiten Groeikader Knelpunten Aanvulling scenario C Financiële strategie Totaal Financiële ruimte Vereveningen via de algemene dekkingsreserve Saldo
x € 1.000 2025 Structureel -7.104 -7.104 0 0 -1.885 -1.885 -3.122 -3.122 -8.617 -8.527 0 0 20.638 20.638 -90 0
2021 5.127 -880 -4.868 1.350 -7.973 -1.969 -773 -9.986
2022 -7.039 0 -8.961 -3.122 -9.400 0 20.638 -7.884
2023 -8.065 0 -2.525 -3.122 -9.177 0 20.638 -2.251
2024 -7.509 0 -1.885 -3.122 -8.067 0 20.638 55
9.986
7.884
2.251
-55
90
0
0
0
0
0
0
0
In deze tabel staan de positieve bedragen voor voordelen ten opzichte van de vastgestelde meerjarenraming (minder uitgaven of meer inkomsten) en negatieve bedragen voor nadelen (meer uitgaven of minder inkomsten). De meerjarenraming is in de actuele Programmabegroting 2021 vastgelegd. Een aantal onderdelen van bovenstaande tabel zijn al toegelicht in hoofdstuk 2, te weten: • Bijsturingen maatregelenpakketten (zie hoofdstuk 2.1) • Nieuwe activiteiten (zie hoofdstuk 2.2) • Knelpunten (zie hoofdstuk 2.4) De overige onderdelen in de tabel worden in onderstaande hoofdstukken onderbouwd en toegelicht.
45
3.2. Financiële ontwikkeling Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2021 zijn er ontwikkelingen geweest die het gemeentelijke financiële beeld beïnvloeden. Hiermee wordt de ruimte bepaald om knelpunten, nieuwe activiteiten en uitgaven voor de groeiende stad te kunnen dekken. In dit beeld zijn de autonome ontwikkelingen verwerkt (accres gemeentefonds, bijstellingen in verband met onder andere loon- en prijscompensatie), de middelen die we verwachten als gevolg van de groei van de stad en overige ontwikkelingen. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Financiële ontwikkelingen Omschrijving Te bestemmen resultaat 2020 Autonome ontwikkelingen Groei van de stad Overige ontwikkelingen Totaal
2021 15.679 -10.584 -950 982
2022
2023
2024
x € 1.000 2025
-9.789 3.122 -372
-10.965 3.122 -222
-10.559 3.122 -72
-10.154 3.122 -72
5.127
-7.039
-8.065
-7.509
-7.104
Hierboven zijn de mutaties geordend per onderwerp. In onderstaande paragrafen lichten wij deze mutaties toe.
3.2.1. Te bestemmen resultaat 2020 Het voorlopige resultaat over het begrotingsjaar 2020 bedraagt 28,613 miljoen euro (exclusief winsten uit grexen) voor bestedings- en dekkingsvoorstellen. Op dit resultaat wordt per saldo 12,934 miljoen euro in mindering gebracht als gevolg van de (technische) bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de Jaarrekening 2020. Bij de behandeling van de jaarstukken worden de bestedings- en dekkingsvoorstellen in een separaat raadsvoorstel voorgelegd. Voorgaande cijfers zijn nog onder voorbehoud van de uitkomsten uit de accountantscontrole.
3.2.2. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen bestaan uit externe, niet beïnvloedbare nominale (loon en prijs) en reële (volume) ontwikkelingen in 2021 en 2022. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt conform vastgesteld beleid. x 1.000 Omschrijving Gemeentefonds Loon- en prijscompensatie programma’s Vrijval weerstands- vermogen Belasting en heffingen (inflatiecorrectie) Totaal
2021 -5.017 -5.567 0 0
2022 17.254 -30.835
2023 16.078 -30.835
2024 16.484 -30.835
2025 16.889 -30.835
3.792
3.792
3.792
3.792
-10.584
-9.789
-10.965
-10.559
-10.154
Gemeentefonds Met het Interbestuurlijk Programma dat is overeengekomen tussen het nieuwe kabinet en de decentrale overheden zijn uitgangspunten afgesproken die doorwerken in de systematiek en de omvang van het gemeentefonds. Het gemeentefonds beweegt mee met een breed deel van de rijksuitgaven. De begroting, en dus ook de algemene uitkering wordt in constante prijzen geraamd. Voor het jaar t+1 worden jaarlijks bij de voorjaarsnota de budgetten gecompenseerd voor stijgende kosten. Dat is ook het moment om de raming van de algemene uitkering te gaan prognosticeren inclusief de loon en prijsontwikkeling voor t+1 (het is een combinatie van correctie van het prijspeil en herverdeelnadelen).
46
Loon- en prijscompensatie programma’s De bijstelling van het gemeentefonds hebben we nodig om een deel van onze uitgaven te indexeren voor loon- en prijsontwikkelingen. De uitkomst van de cao-onderhandelingen is nog niet duidelijk. We werken in deze Voorjaarsnota, gezien de financiële krapte, met voorzichtige aannames. Hierin is tevens een volledig jaar van de huidige CAO (effect: 1,75%) opgenomen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. Die bedraagt 2,15%. In de berekening van de prijsindex 2022 is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex. We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren, de GWW index bedraagt 3,35% en de BDB index bedraagt 2,5%. Zowel de looncorrectie over 2021 als de loon- en prijsontwikkeling 2022 vertalen we vanaf 2022 naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten. Met de geschetste ontwikkelingen bedraagt die 3,3% voor 2022. Weerstandsvermogen Op basis van de voorlopige jaarrekeningcijfers blijkt de stand van het weerstandsvermogen 0,8. Er is dus geen afroming of toevoeging nodig om het weerstandsvermogen op 0,8 te krijgen (zie hoofdstuk 3.6 voor spelrelgels van het herstelplan). Momenteel vindt de controle van de jaarrekening door de accountant plaats.
Eventuele correcties die daaruit voortvloeien kunnen impact hebben op het weerstandvermogen. Belastingen (inflatiecorrectie) Jaarlijks indexeren we de belastingopbrengst met de inflatie. Evenals voorgaande jaren bepalen we die aan de hand van de verwachte loon- en prijsontwikkeling vanaf 2022. De indexering komt daarmee op 3,3%.
3.2.3. Groei van de stad x € 1.000 Omschrijving Gemeentefonds, groei van de stad Belasting en heffingen Toename OZB Afdracht ondernemersfonds Totaal
2021
2022
2023
2024
2025
-2.728 1.778 2.000 -222
854 2.268 2.551 -283
854 2.268 2.551 -283
854 2.268 2.551 -283
854 2.268 2.551 -283
-950
3.122
3.122
3.122
3.122
Groei van de stad (volumeontwikkelingen) Op basis van ramingen die de afdeling Onderzoek opstelt, worden de parameters van de algemene uitkering jaarlijks geactualiseerd bij de voorjaarsnota. We actualiseren het lopende jaar en ramen de groei voor het komende jaar. De groei voor het komend jaar trekken we structureel door. We ramen dus niet de groei voor de jaren t+2+3+4. We ramen immers ook niet de eventuele extra lasten die zich in de jaren t+2+3+4 gaan voordoen. Belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Met de groei van de stad neemt het bestand aan woningen en niet-woningen toe waarover onroerendezaakbelasting (OZB) wordt ontvangen. We ramen extra OZB-inkomsten omdat uit de jaarrekening van 2020 blijkt dat er een toename van OZB is en deze is te danken aan extra opbrengsten uit woningen. Er is rekening gehouden met een areaaltoename voor woningen van 2 miljoen euro. Daarnaast is, door het uitbreiden van het woningenbestand, rekening gehouden met 0,551 miljoen euro extra opbrengsten als gevolg van een toegenomen areaal woningen. Deze toename is exclusief de OZB toename zoals beschreven in hoofdstuk 3.5. Afdracht ondernemersfonds Conform de spelregels wordt 11% van de OZB-inkomsten aan het ondernemersfonds afgedragen.
47
3.2.4. Overige ontwikkelingen Naast de bovenstaande ontwikkelingen zijn er nog andere ontwikkelingen die invloed hebben op het financiële beeld. x € 1.000 Omschrijving 2021 2022 2023 2024 2025 Toevoegjaar 0 0 0 0 0 Rente 574 0 0 0 0 Dividend 480 -300 -150 0 0 Erfpacht -72 -72 -72 -72 -72 Totaal
982
-372
-222
-72
-72
Toevoegjaar Iedere voorjaarsnota wordt er een nieuwe jaarschijf toegevoegd aan de meerjarenbegroting. Door wijzigingen in de begroting die wel meerjarig maar niet structureel zijn, kan er daarbij een saldo in de begroting ontstaan. Dat saldo wordt opgenomen in de voorjaarsnota onder de noemer toevoegjaar. Het saldo van de begroting uit de nieuw toegevoegde jaarschijf 2025 is echter nihil. Rente Over 2021 wordt ten opzichte van de geldende begroting een voordeel verwacht van per saldo 0,574 miljoen euro. Als gevolg van een gedaalde marktrente wordt in 2021 voor 1,387 miljoen euro aan lagere externe rentelasten voorzien. Door een verwacht verminderd extern beroep op met name kredietfaciliteiten wordt 0,3 miljoen euro minder aan rentebaten voorzien. Tenslotte wordt door afwijkende boekwaarden van activa, grondexploitaties en van vaste activa-reserves vanuit de interne rentetoerekening een nadeel voorzien van 0,506 miljoen euro. Dit is een inschatting op basis van de balanscijfers 2020 na afsluiting periode 13. Met betrekking tot de jaren 2022 t/m 2025: de sterk gedaalde marktrente heeft bij her- en aanvullende financieringen een verlagend effect op de gemiddelde rente van de gemeentelijke leningenportefeuille. Op grond van BBV-voorschriften moet de interne toerekening zoveel mogelijk aansluiten bij de werkelijke rentelasten, dit met inachtneming van een beperkt toegestane marge.
Op dit moment voorzien wij dat de dalende gemiddelde rente van de leningenportefeuille ons noodzaakt om de interne rente met ingang van 2022 te verlagen van 2% naar 1,5%. Voor de interne rentetoerekening is dit gemeentebreed budgetneutraal: tegenover de verlaging van het financieringsresultaat op centraal niveau staat verlaging van de kapitaallastenbudgetten van organisatieonderdelen. Vandaar dat de effecten hiervan voor de jaren 2022 t/m 2025 vooralsnog op nihil gesteld zijn. Wel kunnen er buiten de interne rentetoerekening budgettaire effecten optreden bij onderdelen waarbij met de interne rente wordt gerekend, zoals rioolheffingen. Dividend De gemeente Utrecht is aandeelhouder van de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en bezit 1,37% van de aandelen. Er ligt een aanbeveling van de Europese Centrale Bank om over de boekjaren 2019 en 2020 (normaal te ontvangen en te verantwoorden in resp. 2020 en 2021) vooralsnog niet meer dan circa 26 miljoen euro aan dividend uit te keren. Die aanbeveling heeft een looptijd t/m eind september 2021. BNG heeft te kennen gegeven binnenkort dit bedrag tot uitkering te brengen. Het dividendbesluit over 2019 bedroeg 71 miljoen euro. De resterende 45 miljoen euro blijft in principe gereserveerd voor uitkering maar dan na september 2021 en er van uit gaand dat er niet nog meer (ECB-)beperkingen komen.
Recent heeft BNG Bank haar resultaat over 2020 gepubliceerd. Ten opzichte van de raming geeft dit voor 2021 een voordeel van 0,48 miljoen euro. Ook voor dit bedrag heeft BNG laten doorschemeren dit na september 2021 tot uitkering te willen brengen maar ook dit is onder voorbehoud van mogelijke toekomstige ECB-aanbevelingen. Op grond van de huidige economische ontwikkeling met mogelijke kredietrisico’s verwachten wij voor 2022 en 2023 een daling van het nettoresultaat van de bank en/of verlaging van de door haar toegepaste payout ratio. Als gevolg daarvan worden lagere dividendbaten voorzien. Wel verwachten wij met ingang van 2024 een herstel naar de geldende ramingen Erfpacht
48
In het rekeningresultaat 2020 zijn incidentele opbrengsten opgenomen uit de conversie van erfpachtcontracten naar eeuwigdurende afkoop. Met deze conversie vervallen echter ook de structurele inkomsten in de vorm van de canons. De structurele inkomstendaling verwerken we in deze voorjaarsnota.
3.3. Groei en investeringen In de jaren voor corona groeide de bevolking jaarlijks met tussen 4.100 en 5.400 inwoners. De helft van deze groei komt uit geboorte(overschot) en vestigingsoverschot (vestiging minus vertrek). Het aantal op te leveren woningen fluctueert de komende jaren rond 3.000, met een bandbreedte tussen 2.000 en 4.000 woningen. Dat sluit aan bij de woningbehoefte van 60.000 tot 2040. In 2020 groeide de stad ‘slechts’ met 1.636 Utrechters. De belangrijkste oorzaken houden verband met Corona: afgenomen immigratie en toegenomen binnenlands vertrek. In 2019 was er nog een sterke toename van immigratie. In 2019 was er ook al een toename van binnenlands vertrek, maar die toename is in het afgelopen jaar versterkt. Landelijke prognoses zeggen dat in 2021 en 2022 nog een coronaeffect optreedt in de bevolkingsgroei door beperkte buitenlandse immigratie, daarna bereikt de groei weer het oude niveau. Voor Utrecht geldt in 2021 en 2022 dat we verwachten met respectievelijk 2.281 en 685 minder mensen te groeien dan de prognose van eind 2020. Deze vertraging’ in de groei lijkt vooralsnog niet significant van invloed op langetermijngroei en het bereiken van de mijlpaal van 450.000 inwoners. De vertraging van de groei leidt tot een nadeel in de begroting 2021. De gerealiseerde groei in 2020 is veel lager dan de prognose.
Daardoor neemt het Gemeentefonds in 2021 minder toe dan begroot. Deze groeivertraging werkt structureel door naar de Begroting 2022. De nieuwe groeiprognose voor 2022 maakt het verschil maar deels goed. In Utrecht hanteren we het uitgangspunt groei voor groei: extra inkomsten (gemeentefonds en belastingen) dankzij de groei worden bestemd voor uitgaven in verband met de groei. Dit is vastgelegd in het coalitieakkoord. De begrote groei-inkomsten 2021 zijn in de programmabegroting deels bestemd voor noodzakelijke extra exploitatie-uitgaven als gevolg van de groei (referentiekader) en deels voor groei-investeringen. Omdat er minder inwoners zijn in 2021, worden er minder onvermijdelijke exploitatiekosten gemaakt. Daarom stellen wij voor een deel van de toegekende middelen uit het referentiekader terug te halen uit de programma’s en toe te voegen aan het financiële beeld ter compensatie van het nadeel. Opbouw en verdeling groeiruimte Omschrijving Groei van de stad Referentiekader groei Voorzieningen Leidsche Rijn Investeringen groei Totaal
2021 -950 1.350
2022 3.122 478 -1.000 -2.600
2023 3.122 478 -1.000 -2.600
2024 3.122 478 -1.000 -2.600
x € 1.000 2025 3.122 478 -1.000 -283
400
0
0
0
0
Referentiekader groei Door de tegenvallende groei van het aantal inwoners is bij het referentiekader groei meer budget toebedeeld dan achteraf gezien nodig was voor de uitvoering van (wettelijke) taken, zoals publieksdienstverlening en zorg. We brengen nu de budgetten in lijn met de noodzakelijke middelen voor de taakuitvoering door een budgetuitname. Deze uitname wordt naar evenredigheid gedaan en heeft alleen effect op onze eigen organisatie. In 2021 halen we geen middelen terug bij partners in de stad, die taken uitvoeren die deels uit het referentiekader groei worden bekostigd.
Referentiekader groei Bewoners en Bestuur Stedelijke ontwikkeling Openbare ruimte en groen Werk en inkomen Onderwijs Ondersteuning op Maat Samenleven en Sport
2021 -80 -57 -430 -190 -3 -440 -85
2022 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30
2023 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30
x € 1.000 2024 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30
49
Volksgezondheid Veiligheid Totaal
-55 -10 -1.350
-20 -5 -478
-20 -5 -478
-20 -5 -478
Voorzieningen Leidsche Rijn Bij de start van de ontwikkeling van Leidsche Rijn is ervoor gekozen de voorzieningen te realiseren voordat de bewoners zich vestigen. De gedachte hierachter was dat het stadsdeel van meet af aan kon functioneren op een vergelijkbaar niveau als de bestaande stad. In het referentiekader Leidsche Rijn is in verband hiermee een frictiesysteem opgenomen. De structurele dekking voor de (instandhouding van) de voorzieningen komt uit de extra gemeentefondsinkomsten en belastingopbrengsten dankzij de groei van Leidsche Rijn. Omdat de voorzieningen eerder zijn gerealiseerd ontstaan er kosten. Die komen ten laste van de stelpost referentiekader Leidsche Rijn en worden gedekt door de reserve Leidsche Rijn. Vooruitlopend op de realisatie van de groei in Leidsche Rijn zijn en worden dus via de stelpost referentiekader Leidsche Rijn incidentele bedragen toegekend voor opgeleverde (maatschappelijke) voorzieningen en openbare ruimte. De structurele kapitaallasten, exploitatie-uitgaven en onderhoudslasten worden gedekt uit de groeiruimte. Op basis van de huidige bevolkingsprognoses komen er na 2022 of 2023 geen structurele kosten van voorzieningen in Leidsche Rijn meer ten laste van de groeiruimte. Investeringen Uit de groeimiddelen is 2,6 miljoen euro beschikbaar voor investeringen in verband met de groei van de stad.
Met de RSU 2040 werken we verder toe naar één integrale stedelijke investeringsagenda met verschillende dekkingsbronnen, waaronder de groeimiddelen. Daarbij hanteren we de lijn dat meeropbrengsten in de fysieke leefomgeving (i.c. grondexploitatie, erfpacht en parkeerinkomsten) in beginsel worden ingezet voor dekking van de investeringsopgaven uit de RSU 2040, tenzij zwaarwegende financiële overwegingen andere bestuurlijke afwegingen vragen. De lijn ‘herinvesteren, tenzij …’ is onderdeel van de voorgestelde investeringsstrategie bij de RSU. Het investeringspakket is opgenomen in hoofdstuk 2.3. Investeringsruimte Omschrijving Groei Vrijval reserve grondexploitaties Verdichting Leidsche Rijn
2021 0 32.770 0
2022 2.600 0 9.000
2023 2.600 0 2.000
2024 2.600 0 2.000
x € 1.000 2025 2.600 0 2.000
Totaal
32.770
11.600
4.600
4.600
4.600
Vrijval reserve grondexploitaties Door de positieve ontwikkeling van het actueel geprognosticeerd resultaat op de grondexploitaties Leidsche Rijn, Stationsgebied en Binnenstedelijk is er financiële ruimte beschikbaar in de reserve grondexploitaties (32,77 miljoen euro). Het resultaat grondexploitatie Leidsche Rijn is positief (15,9 miljoen winstneming en 4,5 miljoen vrijval risicoreservering) met name door het vervallen van het stikstofrisico bij deelgebied Haarrijn. Het geprognosticeerd resultaat grondexploitatie Stationsgebied is verbeterd (10,6 miljoen euro) door de realisatie van de uitgifte van Wonderwoods in het Healthy Urban Quarter. Wij stellen voor financiële ruimte in de reserve grondexploitatie te onttrekken en te bestemmen voor het investeringspakket in paragraaf 2.3.
50
Verdichting Leidsche Rijn Naast de in de Jaarstukken 2020 verwerkte verbeterde geprognosticeerde resultaten op de grondexploitatie is de verwachting dat er komende jaren aanvullende financiële ruimte beschikbaar zal zijn vanwege een verdichtingsopgave in Leidsche Rijn. In lijn met de RSU 2040 gaan wij ervan uit dat wij 1000 woningen extra kunnen toevoegen in Leidsche Rijn. Daarvoor zullen wij komend jaar een voorstel aan de Raad voorleggen. Als de Raad instemt met deze verdichting, zal dit in de Jaarstukken 2021 en bij het Meerjarenperspectief Ruimte 2022 onderdeel zijn van de actualisatie van de grondexploitatie Leidsche Rijn, die dan een verbetering van het saldo laat zien. De verbetering van het saldo leidt conform de BBV-richtlijnen tot een hogere tussentijdse winst in van 9 miljoen euro in 2022 en de drie daarop volgende jaren tot een hogere tussentijdse winstneming van 2 miljoen euro. De financiële ruimte van in totaal 15 miljoen euro door de verwachte hogere opbrengsten koppelen wij in paragraaf 2.3 aan het deel van het investeringspakket dat geprogrammeerd is in jaarsneden 2022-2025. Randvoorwaarde voor het uitvoeren van deze investeringen is de verwerking van voornoemde geprognosticeerde opbrengsten in de Jaarstukken 2021 en in de besluitvorming over het MPR 2022. Daarna kunnen de uitgaven voor deze investeringen worden geautoriseerd.
3.4. Aanvulling Scenario C In de begroting 2021 is scenario C uitgangspunt. In de Voorjaarsnota 2021 blijft dit scenario het uitgangspunt. We hebben wel te maken met langere en strengere lockdowns. De omvang van de onvermijdelijke kosten in dit scenario is daarom geactualiseerd. Deze kosten komen voort uit het feit dat de gemeente meer kosten maakt, of dat de gemeente als gevolg van corona minder baten heeft. In deze paragraaf lichten we de financiële effecten van de actualisatie toe. Scenario C Begroting 2021 -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x € 1.000 Programma
2020
VJN 2021
Algemene Middelen
31 1.035 1.400 3.500 150 1.100 -835 3.163 3.690 800 635 2.000 557 761 8.200 5.518
Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal
2.100
Compensatie rijk VJN 2021 -4.000
Saldo VJN na Rijkscompensatie 2021 -1.900
2022 1.600
2023 1.100
2024 500
925 0 0 0
0 0 0 0
925 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
900 11.000 1.344 1.746 0 1.335 1.000 398 476
0 -3.000 0 0 0 0 0 0 0
900 8.000 1.344 1.746 0 1.335 1.000 398 476
0 3.200 300 328 0 1.125 0 0 0
0 0 300 328 0 0 0 0 0
0 0 300 328 0 0 0 0 0
3.950 25.174
-1.500 -8.500
2.450 16.674
2.750 9.303
3.050 4.778
0 1.128
51
Scenario C actualisatie -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x€ 1.000 Programma
JS 2020
Algemene Middelen Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal
-2.662 2.975 1.840 248 0 -1.623 0 3.864 3.770 525 590 1.000 503 747 -7.691 4086
VJN Compensatie Saldo VJN na 2021 rijk VJN Rijkscompensatie 2021 2021 2022 2.233 -7.964 -5.731 1.513 9.563 -10.340 -777 720 3.788 -685 3.103 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 12.700 -5.500 7.200 8.000 3.109 -2.467 642 585 3.140 0 3.140 459 0 0 0 0 1.233 0 1.233 553 500 0 500 0 650 0 650 0 805 -25 780 0 1.500 -1.000 500 2.400 39.221 -27.981 11.240 14.230
2023 713 0 0 0 0 0 3.200 235 459 0 0 0 0 0 3.250 7.857
2024 413 0 0 0 0 0 0 185 459 0 0 0 0 0 900 1.957
Verschil B2021 en actualisatie scenario C -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x€1.000 Programma
Algemene Middelen Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal
2020
VJN 2021
-2.693 4.010 440 -3.252 -150 -523 835
133 8.638 3.788 0 0 -900 1.700
Compensatie rijk VJN 2021 -3.964 -10.340 -685 0 0 0 -2.500
701 1.765 80 1.394 -275 0 -45 -102 -1.000 -500 -54 252 -14 329 509 -2.450 -1.431 14.047
-2.467 0 0 0 0 0 -25 500 -19.481
Saldo VJN na Rijkscompensatie 2021 -3.831 -1.702 3.103 0 0 -900 -800
2022 -87 720 0 0 0 0 4.800
2023 -387 0 0 0 0 0 3.200
2024 -87 0 0 0 0 0 0
Totaal -7.085 3.028 3.543 -3.252 -150 -1.423 8.035
-702 285 -65 1.394 131 131 0 0 0 -102 -573 0 -500 0 0 252 0 0 304 0 0 -1.950 -350 200 -5.434 4.927 3.079
-115 131 0 0 0 0 0 900 829
104 1.867 -275 -720 -1.500 198 290 -691 1.969
De actualisatie leidt per saldo tot een stijging van de totale verwachte onvermijdelijke kosten (en derving van inkomsten) van 1,969 miljoen euro. Het bedrag dat in de algemene reserve wordt gereserveerd voor de dekking van deze onvermijdelijke kosten wordt daarom met dit bedrag verhoogd. Met name voor 2021 is de verwachting dat de gederfde inkomsten hoger zullen zijn dan begroot als gevolg van de langere en strengere lockdowns. Op basis van toezeggingen door het Rijk rekenen we op compensatie van het Rijk, vergelijkbaar met 2020, waardoor het financieel effect van de gemeente per saldo beperkt is. In de jaren daarna zijn met name de onvermijdelijke kosten van de extra en zwaardere zorgvraag hoger ingeschat. Hieronder worden de mutaties per programma groter dan 0,5 miljoen euro ten opzichte van de begroting nader toegelicht.
52
Algemene Middelen Het programma Algemene Middelen laat een groot voordeel zien. Dit wordt veroorzaakt omdat we voor een groot deel van de stijging van de onvermijdelijke kosten rekenen op compensatie van het Rijk. Dit betreft met name compensatie voor gederfde inkomsten uit toeristen- en precariobelasting, en markt- en evenementenleges (5 miljoen euro voor 2020 en 2021). Daarnaast hebben wij vanuit het Rijk compensatie ontvangen voor het gemeentelijke schuldenbeleid, voor noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep en voor voorschoolse voorziening peuters die in het programma Algemene Middelen zijn geland (2 miljoen euro 2020 en 2021). Voor een bedrag van 3,9 miljoen euro zijn er wel toezeggingen van het Rijk, maar zijn nog geen concrete toekenningen gedaan. Dit betreft gederfde toeristen- en precariobelasting voor 2021. Deze Rijkscompensatie is dus nog onzeker. Het saldo van 2021 is positief, omdat een deel van de Rijkscompensatie over 2020 nog in 2021 wordt ontvangen. Bereikbaarheid De coronamaatregelen leiden tot een sterke afname van het aantal parkeerbewegingen. De gemiste parkeerinkomsten in 2020 waren hoger dan de compensatie van het Rijk. Door de lockdowns in de eerste helft van 2021 zijn ook de gemiste opbrengsten voor 2021 hoger dan eerder verwacht en dat deze ook naar verwachting (deels) worden gecompenseerd.
De definitieve compensatie hiervan zal plaatsvinden in 2021, derhalve worden deze opbrengsten als voordeel naar 2021 verschoven. Bij een versoepeling van de coronamaatregelen per medio 2021 is de verwachting dat het corona-virus nog enig effect zal hebben op de parkeerbaten in de eerste maanden van 2022 (0,720 miljoen euro). Bewoners & Bestuur De extra onvermijdelijke kosten van het programma Bewoners & Bestuur zijn voor het jaar 2021 niet bij de begroting 2021 geprognotiseerd. Met deze actualisatie van scenario C zijn deze wel geprognosticeerd. Ongeveer een derde van de onvermijdelijke kosten wordt veroorzaakt door de extra kosten van de Tweede kamer verkiezing waarbij rekening moest worden gehouden met de RIVM maatregelen en de extra eisen vanuit het rijk (onder andere early voting, centrale stemopneming en briefstemmen). De extra kosten worden maar gedeeltelijk gecompenseerd vanuit het rijk. Een deel van de kosten zit in een minder efficiënte manier van werken. Daarnaast wordt er een ‘boeggolf’ verwacht als de reisrestricties worden opgegeven (opeenstapeling vraag naar onder andere reisdocumenten). Om dat te kunnen wegwerken zal er extra personeel moet worden ingehuurd. De langere en diepere lockdown van 2021 leidt tot een verdere inkomstenderving van de leges. Huwelijken blijven voorlopig klein en verlopen reisdocumenten worden maar beperkt (rond de 40%) aangevraagd.
Diverse programma’s Compensatie van het Rijk voor het jaar 2020 voor overige onderwerpen. Deze gecompenseerde bedragen zijn niet toebedeeld aan een programma. Openbare ruimte & groen Hogere lasten komen deels door de gederfde inkomsten en deels door de hogere lasten met betrekking tot afvalinzameling. Door de coronamaatregelen zullen in 2021 naar verwachting minder leges- en huurinkomsten binnenkomen (0,485 miljoen euro). Het betreft de leges en huur voor o.a. evenementen, standplaatsen en verkeersontheffingen. Bij het inzamelen van het huishoudelijk afval wordt tijdens de lockdown door het vele thuiswerken en internet bestellingen meer afval opgehaald ondanks het feit dat de winkels en horeca gesloten zijn. Bij de afvalscheidingsstations zijn tijdens de lockdown erg veel bezoekers en dit leidt tot meer afval. In 2021 is een aanname gedaan voor de rijkscompensatie 2020 en 2021 waardoor het saldo onvermijdelijke kosten in 2021 lager is geworden. Vastgoed De huurderving als gevolg van de coronamaatregelen en extra personele inzet is in 2020 1 miljoen euro lager dan verwacht bij de begroting 2021. Overhead De hogere lasten komen door de aanhoudende coronamaatregelen. Hierdoor zijn interne maatregelen genomen om het werken mogelijk te maken. Ten behoeve van het thuiswerken is het aantal telefoonabonnementen en de mogelijkheid om te streamen uitgebreid.
Ook om de gemeentelijke kantoren na de lockdown weer veilig en gezond te kunnen gebruiken, moet er extra schoongemaakt
53
worden, zijn preventieve middelen aangeschaft en worden er maatregelen getroffen om werken met 1,5 meter afstand mogelijk te maken. Bovendien heeft er een eerste investering plaatsgevonden in de techniek voor videoconferenties, om elkaar hybride te kunnen ontmoeten. Om de crisis en de nasleep daarvan het hoofd te bieden is extra menskracht ingezet op de helpdesk en op het gebied van communicatie, bezwaar en beroep, crisismanagement, business continuïteitsmanagement en securitymanagement. Stedelijke ontwikkeling Het gaat bij Stedelijke ontwikkeling voornamelijk om de inkomstenderving leges omgevingsvergunningen en woonruimtezaken. Het Economisch Instituut voor de Bouw verwacht in 2021 en 2022 een krimp in de bouw door de economische gevolgen van de corona-pandemie. Er wordt daarom een daling verwacht van het aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen. Naar verwachting zal er in 2021 vanwege de corona-crisis 1,105 miljoen euro minder legesopbrengsten worden ontvangen dan begroot. Scenario C gaat uit van versoepelingen van coronamaatregelen per medio 2021 waardoor de prognose van lagere baten in 2022 bijgesteld is. Ondersteuning op maat Het is op basis van de prognoses te zien dat de maatschappelijke effecten van deze crisis groot zijn.
De groep die al kwetsbaarder was, wordt extra geraakt door de gevolgen van de coronacrisis en wordt ingeschat dat een nieuwe groep ontstaat door de verwachte recessie die in de problemen komt. De extra middelen worden ingezet op korte en lange termijn om de negatieve gevolgen in de ontwikkeling van de zorgvraag zo veel mogelijk te beperken. Veiligheid en Volksgezondheid Deze programma’s hebben geen mutatie die groter is dan 0,5 miljoen euro. Werk & Inkomen De onvermijdelijke kosten laten een daling zien ten opzichte van de begroting 2021. Bij armoede & schulden is sprake van een vertragend effect in de kosten. De nieuwe prognose laat zien dat de verwachtte boeggolf later komt en de extra kosten stijgen (0,750 miljoen euro). Tegenover deze stijging is er sprake van een daling van de extra kosten voor het verstrekken van de bijstand. Dit is naar beneden bijgesteld op basis van de laatste prognose van het Central Planbureau (1,7 miljoen euro).
3.5. Financiële strategie In hoofdstuk 1 hebben we reeds kort toegelicht hoe we met de financiële strategie komen tot een sluitend financieel beeld. In dit hoofdstuk geven we per onderdeel meer in detail weer hoe de financiële strategie is opgebouwd. Voordat we de financiële strategie toelichten informeren we u over de stand van zaken van de opdracht om 0,8 miljoen te besparen door Vernieuwing Sociaal Domein per 2023. Stand van zaken Vernieuwing Sociaal Domein Zoals in de programmabegroting 2021 aangegeven informeren we u in deze voorjaarsnota over de lopende opdracht om door middel van vernieuwing in het sociaal domein 0,8 miljoen euro te besparen per 2023. Er worden vier zoekrichtingen genoemd die invulling moet geven aan de bezuinigingstaakstelling van 0,8 miljoen euro op het sociaal domein per 2023. Dit zijn de Regeling Tegemoetkoming Ziektekosten (RTZ), Dyslexiezorg, Social Return (SROI) en MBO-teams. We onderzoeken momenteel per onderdeel de haalbaarheid van een aanpassing, versobering of afschaffing waarbij we ook kijken naar de impact op de transformatie binnen het sociaal domein. We kijken daarbij naar het besparingspotentieel qua bedrag in relatie tot de impact op de inwoners en de zorg die we bieden. • Volledige afschaffing van de RTZ levert maximaal 0,5 miljoen euro op.
De afweging die nog gemaakt moet worden is of het voor de gebruikers van deze regeling hanteerbaar is dat ze een tegemoetkoming van 200 euro per jaar kunnen missen. We onderzoeken of versobering een optie is, zodat degene die deze tegemoetkoming het hardst nodig hebben wellicht gespaard kunnen worden. • Voor het dossier EED (dyslexie) realiseren we de functie van poortwachter. Deze functie heeft als belangrijk doel om de kwaliteit van de ketenzorg rond leren spellen en lezen te verbeteren én de
54
•
•
relatief hoge kosten terug te dringen. Daarbij houden we in ere dat elk kind die deze zorg nodig heeft ze ook krijgt. Samen met mbo’s en regiogemeenten willen we de jeugdhulp en het mbo-onderwijs beter op elkaar aan laten sluiten We zijn in gesprek met bestuurders van de mbo’s en omliggende gemeenten. Dit kan er voor zorgen dat deze aansluiting inhoudelijk eenvoudiger en financieel duurzamer wordt. Het meer inzetten van social return (SROI) kan een besparing op onze uitkeringslasten opleveren. Om dit te bereiken is er een investering nodig in de social return organisatie en de inbedding in de gehele inkooporganisatie. Momenteel wordt uitgewerkt wat er nodig is en welke besparing dit dan kan opleveren.
Financiële strategie In onderstaande tabel en uitwerking geven we een overzicht van en toelichting op de wijze waarop we tot een sluitend financieel beeld komen bij het eerder gepresenteerde tekort van 20,6 miljoen euro. Samenvatting financiële strategie Omschrijving Risico's vergroten Vrijval onderuitputting gladheidsbestrijding Inboeken te verwachten accres GF Financiële techniek Kapitaallasten als gevolg van vrijval activareserve Minimale set versoberingen Slimmer organiseren en begroten representatie, volksfeesten en internationale activiteiten Btw-voordeel reïntegratiebudget Vrijvallen subsidie Landhuis Oud Amelisweerd Btw-verlaging sport
2022
2023
2024
x € 1.000 2025
200 8.000
200 8.000
200 8.000
200 8.000
-848
-848
-848
-848
-848
75
100
100
100
100
400
400
400
400
100
100
100
100
450
450
450
450
2021
Inkomsten verhogen Verhoging OZB Totaal
-773
12.236
12.236
12.236
12.236
20.638
20.638
20.638
20.638
Vrijval onderuitputting gladheidsbestrijding Als gevolg van zachtere winters zien we een jaarlijkse onderuitputting van het budget gladheidsbestrijding van 0,2 miljoen euro. Daarmee kan 0,2 miljoen euro structureel vrijvallen. Eventuele extra kosten, bijvoorbeeld bij een strenge winter, komen ten laste van het jaarrekeningresultaat. Inboeken te verwachten accres gemeentefonds De omvang van het gemeentefonds loopt mee met de uitgaven van het Rijk. Dit noemen we ‘de trap op en trap af’-methode. Deze toename en afname noemen we het accres. Als gevolg van corona is het accres tijdelijk bevroren. Onduidelijk is wat het nieuwe accres wordt. Voorafgaand aan de coronacrisis bedroeg de groei van het accres gemiddeld 1,2%. De verwachting is dat het nieuwe Kabinet zal kiezen voor een strategie waarbij zij zal investeren in plaats van stevig bezuinigen. Wij houden hierdoor dus rekening met inkomsten vanuit het Rijk. Door uit te gaan van 1,2% gaan we ervan uit dat het accres voor Utrecht 8 miljoen euro structureel bedraagt.
55
Kapitaallasten als gevolg van vrijval activareserve Naast structurele middelen is er ook behoefte aan incidentele middelen. Bijvoorbeeld omdat knelpunten spelen in 2021 en maatregelen pas ingaan per 2022. Net als bij de financiële strategie in de begroting 2021 zien we een manier om incidentele middelen vrij te spelen door een vaste activareserve te laten vrijvallen en dit op te lossen door een extra last op de structurele middelen. Slimmer organiseren en begroten representatie, volksfeesten en (inter)nationale activiteiten Door onze activiteiten effectiever te organiseren en meer in lijn te brengen met de organisatie kan een kostenbesparing gerealiseerd worden zonder dat we aan kwaliteit inboeten. Dat doen we door beter en meer digitaal samen te werken. Zo hebben we bijvoorbeeld minder reis- en verblijfkosten en minder fysieke ontvangsten. De geringe onderuitputting op het budget voor volksfeesten wordt ingeleverd. Btw-voordeel reïntegratiebudget Onze inzet is erop gericht dat bijstandsgerechtigden gaan werken of participeren naar vermogen. Dit bereiken we door het begeleiden en faciliteren van werkzoekenden. Dit doen we deels zelf en deels door inkoop van dienstverlening. Hiervoor zetten we vooral het re-integratiebudget in. Tot voorkort was een deel van de btw op ingekochte dienstverlening niet ‘compensabel’ en daardoor kostprijsverhogend.
In de praktijk bestond hier veel weerstand tegen. Als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad in 2020 en daaropvolgende afstemming met de Belastingdienst is deze btw voortaan wel compensabel. Dit voordeel van 0,4 miljoen euro kan vrijvallen aan de algemene middelen. Vrijvallen subsidie Landhuis Oud-Amelisweerd In 2017 is door de raad besloten om 0,1 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de exploitatie van Landhuis Oud-Amelisweerd onder de voorwaarde dat het landhuis 250 dagen per jaar opengesteld werd voor publiek en de exploitant de verantwoordelijkheid op zich nam voor het op een zorgvuldige manier conserveren van het landhuis. Nu er met Stadsherstel weer een permanente exploitant is gevonden zou Stadsherstel aanspraak kunnen maken op dit budget. Echter Stadsherstel heeft aangegeven daar geen gebruik van te willen maken. Dit budget kan dus met ingang van 2022 vrijvallen. Btw-verlaging sport Het btw-tarief op de sportaccommodaties is verlaagd van 6% naar 0%. Door de tarieven voor sportclubs niet te verlagen maar gelijk te houden leidt dit tot een voordeel van 0,45 miljoen euro per 2022. Verhoging OZB De wetgever gaat er echter vanuit dat gemeenten tot een bepaalde mate haar belastingcapaciteit benut om een bepaald voorzieningenniveau te waarborgen.
Omdat de nominale heffingen op afval en riool kunnen worden verlaagd met 9,50 euro als gevolg van onder andere een lagere interne rekenrente en vertraging van investeringen, stelt het college voor om de OZB bovenop de inflatie met 12,9 miljoen euro te verhogen. Het totaal komt daarmee uit op 16,6 miljoen euro. Het bedrag van 12,2 miljoen euro dat in bovenstaande tabel is opgenomen is inclusief de kosten die de gemeente Utrecht maakt als vastgoedeigenaar. Een hogere OZB raakt ook ondernemers die, als gevolg van de coronacrisis, momenteel mogelijk in een kwetsbare positie zitten. Hoewel de hogere OZB van toepassing is in 2022 en er via de BghU mogelijkheden zijn voor het maken van betaalafspraken, stelt het college eenmalig 0,75 miljoen euro beschikbaar om kwetsbare ondernemers te ondersteunen. Vereveningen via de algemene dekkingsreserve In de eerste jaren bestaat in het financieel beeld nog een tekort omdat de knelpunten zich al in 2021 voordoen, terwijl de structurele dekking pas vanaf 2022 kan worden gerealiseerd. Ook zijn in 2022 en 2023 nog een aantal incidentele knelpunten en nieuwe activiteiten, die we dekken met incidentele middelen. Normaal gesproken kan dit worden opgevangen vanuit de algemene dekkingsreserve. Omdat deze bijna volledig is ingezet om de kosten van de crisis op te vangen, is dat niet mogelijk.
Om de tekorten te kunnen opvangen, vullen we de algemene dekkingsreserve daarom eerst aan door een deel van de vaste activareserves en de reserve riolering naar de algemene dekkingsreserve over te hevelen. Op deze manier kan de verevening plaatsvinden via de algemene dekkingsreserve en worden de incidentele tekorten in het financieel beeld gedekt.
56
3.6. Herstelplan weerstandsvermogen In de begroting 2021 is, mede als gevolg van kosten om de coronaeffecten te bestrijden, de weerstandsratio gedaald van 1 naar 0,8. Tevens is in de Begroting 2021 afgesproken om in de winter te bepalen of bepaalde risico’s zich opnieuw voordoen en is aangegeven met een plan te komen om het weerstandsvermogen opnieuw aan te vullen. De weerstandsratio bedraagt in het voorjaar van 2021 nog steeds 0,8. Een weerstandsratio van 0,8 wordt door de VNG gezien als ‘matig’. Omdat het weerstandsvermogen is bedoeld om negatieve effecten als gevolg van een crisis op te kunnen vangen, vinden wij een ratio van 0,8 op dit moment passend. Om de weerstandsratio de komende jaren te herstellen naar 1 formuleert het college een aantal spelregels. Spelregel 1 Vanaf de Voorjaarsnota 2022 brengen we de weerstandsratio, zo snel als de financiële omstandigheden toelaten, terug tot 1. Dit doen we door in te zetten op de vrijval van (een groot deel van) het risico Stationsgebied Spelregel 2 Als het risico Stationsgebied bij de Voorjaarsnota 2022 nog niet of onvoldoende is vrijgevallen, of het risicoprofiel verslechtert, waardoor de weerstandsratio nog niet volledig naar 1 is teruggebracht, dan doteren we jaarlijks 4 miljoen euro en indien mogelijk meer aan de algemene dekkingsreserve vanuit de incidentele baten totdat de weerstandsratio 1.
Spelregel 3 Uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2024 moet de weerstandsratio zijn aangevuld tot 1.
57
Deel 2: Eerste Bestuursrapportage Naast de bijstellingen die wij in het samenvattende financiële beeld hebben verwerkt in 2021 in de Voorjaarsnota (zie ook hoofdstuk 2 en 3), zijn er ook nog andere ontwikkelingen. In deze bestuursrapportage lichten wij deze andere ontwikkelingen zoals de stand van zaken met betrekking tot de grote investeringen, de budgettair neutrale wijzigingen en de inhoudelijke wijzigingen in de doelstellingen en effecten in de programma’s toe.
59
4. Uitvoering programma's 4.1 Financiële ontwikkelingen maatregelenpakketten Corona In hoofdstuk 2.1 van de Voorjaarsnota 2021 is de stand van zaken van de pakketten beschreven, waarbij de ontwikkelingen ook financieel zijn toegelicht. De uitgaven in 2021 komen ten laste van de Bestemmingsreserve corona. In de Tweede bestuursrapportage 2021 doen wij een onttrekkingsvoorstel.
4.2. Incidentele middelen voor Jeugd Op 22 april maakte het Rijk een incidentele tegemoetkoming in 2021 voor gemeenten bekend voor de acute problematiek in de jeugdzorg van 613 miljoen euro landelijk. De middelen worden deels beschikbaar gesteld via het gemeentefonds en deels via specifieke uitkeringen. Voor de specifieke uitkeringen geldt dat Utrecht de middelen krijgt als coördinerende gemeente namens de provincies Utrecht en Flevoland. De exacte bedragen per gemeente zijn nog niet bekend gemaakt. Op basis van de bekende verdeelsleutels voor het gemeentefonds en de betreffende specifieke uitkeringen verwachten we ongeveer € 12 miljoen euro via het gemeentefonds en € 10 miljoen via een specifieke uitkering als coördinerende gemeente. De middelen zijn hard nodig om de acute problematiek die we, ondanks onze extra inzet vanuit bijvoorbeeld Versneld vernieuwen en perspectief voor jongeren al doen, ook in Utrecht zien op te kunnen pakken. Gezien het moment dat de middelen beschikbaar komen is het echter niet reëel dat de middelen volledig ingezet worden in 2021. De druk op de jeugdhulp is de afgelopen periode alleen maar toegenomen en dit maakt dat we met name in moeten zetten op het realiseren van tijdige beschikbaarheid van passende jeugdhulp.
Deze inzet vraagt een goede afweging in de balans tussen korte termijn interventies en transformatiegerichte oplossingen, en daarom ook langduriger inzet dan alleen in het tweede deel van 2021. Bij de behandeling van de begroting 2022 informeren we de raad nader over de inzet van deze incidentele middelen.
4.3 Impact Corona op inhuurplafond In de begroting 2021 is het uitgavenplafond voor externe inhuur vastgesteld op 55,8 miljoen euro. Dit is het reguliere plafond, exclusief de effecten van extra inhuur als gevolg corona. Net als in 2020 hebben we door corona te maken met extra werkzaamheden en een verhoogd ziekteverzuim. Met name de extra taken die wij uitvoeren als gevolg van de coronapandemie, leiden tot een extra benodigde capaciteit, die wij tijdelijk moeten invullen via inhuur. Dit betreft onder andere extra capaciteit benodigd voor het behandelen van aanvragen voor TOZO en TONK, het opvangen van een verwachte boeggolf voor uitgestelde publieksdienstverlening (onder andere reisdocumenten) en extra handhavingsinzet in de openbare ruimte. De impact op de externe inhuur voor deze extra taken en het opvangen van ziekteverzuim als gevolg van corona bedraagt naar verwachting circa 6,2 miljoen euro. Dit zal leiden tot een verwachte overschrijding van het inhuurplafond van circa 5 miljoen euro. De budgettaire effecten zijn verwerkt in scenario C, inclusief de verwachte compensatie van het Rijk voor een aantal van deze taken, zie paragraaf 3.4.
60
5. Investeringen 5.1 Uitvoering grote investeringsprojecten 2021 In deze paragraaf lichten we de ontwikkelingen bij grote investeringsprojecten toe. Criteria voor grote investeringsprojecten zijn een door uw gemeenteraad beschikbaar gesteld krediet van 10 miljoen euro of meer, een lange looptijd, de mate van complexiteit en het risicoprofiel. Per project worden in het kort de bijzonderheden aangegeven met betrekking tot de voortgang van het project en de kaders als planning en budgetuitputting ten opzichte van het geautoriseerde budget. Tevens worden de grootste risico’s of bijzonderheden benoemd met betrekking tot realisatie van het project. Waar u separaat over een project wordt geïnformeerd, wordt daarnaar verwezen.
5.1.1. Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Project
Parkeergarage P&R Berlijnplein
Startjaar
Geautoriseerde uitgaven
Prognose uitgaven einde project
Project gereed in jaar…
2018
17.820
17.662
2021
x € 1.000 Verwachte wijzigingen in geld of planning 2021
Parkeergarage P&R Berlijnplein De parkeergarage P&R Berlijnplein is eind 2020 technisch opgeleverd en in gebruik genomen. Er vinden nog aanvullende werkzaamheden plaats waardoor de garage nog niet volledig geëxploiteerd kan worden. De aanvullende werkzaamheden betreffen de elektra aansluiting van de commerciële ruimtes en een onderzoek door bouwbedrijf BAM naar aanleiding van de technische storingen in de afgelopen periode in een electraverdeler. Er is sprake van overmatige condensvorming en wateroverlast in de parkeergarage. Uit voorzorg is de parkeergarage gesloten. Er wordt gewerkt aan een plan met de aannemer zodat de garage zo snel mogelijk weer open kan. De inschatting is nu dat de parkeergarage dicht blijft totdat er een oplossing ligt. Het is nog te vroeg om een indicatie van de duur van de sluiting te geven.
5.1.2. Programma Bereikbaarheid Voor een aantal projecten geldt dat deze zo goed als afgerond zijn: Uithoflijn, Daphne Schippersbrug, Busbaan Transwijk en Busbaan Dichterswijk. De overige projecten bevinden zich nog niet in de uitvoeringsfase. Over de Uithoflijn en de NRU wordt en werd u separaat uitgebreider geïnformeerd middels een aparte voortgangsrapportage en betreft deze rapportage een korte samenvatting.
61
De bedragen in onderstaande tabel betreffen de vrijgegeven kredieten. Project
Uithoflijn Bijdrage Allonge Uithoflijn Dafne Schippersbrug Busbaan Dichterswijk (Z90) Busbaan Transwijk (Z80) Integrale aanpak NRU Westelijke stadsboulevard Uitvoeren visie Kanaalstraat Damstraat Uitvoeren visie Amsterdamse Straatweg
Startjaar
Geautoriseerde uitgaven
2006 2018 2013 2011 2011 2012 2016 2019
139.061 17.500 18.462 36.337 63.802 45.100 36.420 7.900
Prognose uitgaven einde project* 127.092 15.100 18.462 36.337 63.802 45.100 36.420 7.900
2019
3.267
3.267
x € 1.000 euro Project gereed in jaar… 2020 2020 2020 2021 2020 2029 2025 2024 2023
* Het betreft de prognose ten opzichte van het geautoriseerde/ vrijgegeven budget. Uithoflijn en bijdrage Allonge Uithoflijn Mijlpalen/planning De aanleg van de tramlijn is afgerond en op 15 december 2020 hebben colleges GS en B&W het einddossier vastgesteld en het project beëindigd. Over de eindafrekening zijn afspraken vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst tussen partijen. De laatste nog resterende werkzaamheden zijn met een lumpsum bijdrage ondergebracht bij de organisaties van provincie of gemeente. Financieel In de beëindigingsovereenkomst van de bestuursovereenkomst Uithoflijn zijn afspraken vastgelegd over de eindafrekening tussen provincie en gemeente. Het positief saldo Werkend Tram Vervoer Systeem (WTVS) wordt verrekend tussen partijen, wanneer onderstaande nog af te hechten onzekerheden zijn afgerond: 1. Een goedkeurende project controleverklaring over 2020. Er is inmiddels een brief ontvangen van de accountant waarin wordt aangegeven dat er in de eerste drie kwartalen van 2020 geen onrechtmatigheden of onzekerheden zijn geconstateerd. Er is nog geen controleverklaring afgegeven. De projectaccountant wacht op het oordeel van de concernaccountant van de provincie over de laatste Uithoflijn dossiers die ter beoordeling voorliggen. Verwacht wordt dat dit proces in Q2 wordt afgerond, waarna de controleverklaring over 2020 kan worden afgegeven. 2.
Het ontvangen van de laatste tranche van de rijkssubsidie. De laatste 30 miljoen euro (plus resterende indexering) wordt aangevraagd zodra de goedkeurende project controleverklaring over 2020 is ontvangen. Het einddossier wordt met de aanvraag meegestuurd als eindverantwoording van het project Uithoflijn. 3. Een positieve evaluatie van de combideklaag proefvakken in Utrecht Science Park. Het vervangen van de combideklaag is voor een lumpsum bedrag als restpunt overgedragen aan de provincie. Hiervoor zijn eind november 2020 twee proefvakken aangebracht. Indien in het voorjaar van 2021 blijkt dat de aangebrachte proefvakken geen acceptabele oplossing bieden, kan het zijn dat er nog een aanvullend budget nodig is om tot een goede oplossing te komen. Dit risico is klein en de kans van optreden onwaarschijnlijk (tussen 1% en 5%). Maar als het risico zich voordoet kan het financiële gevolg aanzienlijk zijn (orde grootte enkele miljoenen). De eventuele benodigde minder- of meerkosten die voortkomen uit bovenstaande onzekerheden zijn ten laste gebracht van het positief resultaat, voorafgaand aan de definitieve eindafrekening die naar verwachting in het derde kwartaal van dit jaar plaatsvindt.
Op basis van de verdeling 76%/24% zal de gemeente circa 1,9 miljoen euro minder bijdragen aan het projectdeel WTVS dan voor de bijdrage aan het tekort UHL in het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid was gereserveerd. Dit betekent dat er straks ruim 2 miljoen minder wordt betaald uit de reservering hiervoor binnen het MPB. Daarnaast zit binnen het krediet van 17,5 miljoen euro voor de Allonge nog een ruimte van 0,480 miljoen euro.
62
Met de Provincie Utrecht en de Uithofpartners UU en UMC Utrecht zijn ook afspraken gemaakt over het beheer en de beheerkosten van het Uithoflijntracé. Deze zijn vastgelegd in twee beheerovereenkomsten. Het accres voor areaaluitbreiding voorziet niet in de dekking van alle kosten voor dagelijks beheer en onderhoud van de gemeente. Zoals we vorig jaar hebben gemeld zijn er meerkosten voor dagelijks beheer, met name in het stationsgebied. Deze zijn meegenomen in de knelpunten voor de begroting 2021. Voor het Groot onderhoud van gezamenlijke kunstwerken (gebruik door tram en bus) draagt de gemeente 24% van de jaarlijkse kosten bij aan de eigenaar provincie. Deze structurele lasten van 0,096 miljoen euro vallen binnen het programma Beheer openbare ruimte en groen en zijn onderdeel van de besluitvorming bij de voorjaarsnota 2022. De provincie wordt eigenaar van deze kunstwerken. De gemeente zal een Recht van Opstal vestigen, voor de objecten die op gemeentelijke grond staan. Dafne Schippersbrug (voorheen fietsbrug over het Amsterdam Rijnkanaal) Mijlpalen/planning/risico's Zoals in de Eerste Bestuursrapportage 2020 reeds vermeld, is het project begin 2019 volledig opgeleverd en in beheer overgedragen naar Stadsbedrijven. Daarmee is het project afgerond.
In verband met de juridische procedure met de aannemer, die in hoger beroep is gegaan, kan het project financieel nog niet worden afgesloten. De verwachting is dat het Hof pas medio 2022 arrest zal wijzen. Financieel Eventuele hogere kosten als gevolg van de juridische procedure kunnen worden opgevangen binnen de resterende reservering. Busbaan Transwijk (Z80)/Bereikbaarheid stationsgebied en Busbaan Dichterswijk (Z90) inclusief maatregelen auto- en langzaam verkeer (incl. onderdoorgang) Mijlpalen/planning/ risico’s De busbaan Transwijk (Z80) is op 13 juli 2019 in gebruik genomen. De restpunten zijn opgelost. Vanuit de wijk zijn zorgen geuit over een veilige afwikkeling van het fietsverkeer van en naar het voorrangsplein ter plaatse van de Churchilllaan. Met de bewoners worden mogelijke oplossingen verkend en deze worden zo spoedig mogelijk gerealiseerd. Na deze eventuele aanpassingen zal de Busbaan Transwijk financieel worden afgerond. De Busbaan Dichterswijk (Z90) is eind 2020 gefaseerd opengesteld. Dit is de allerlaatste nog ontbrekende HOV-schakel over de Dr. M.A. Tellegenlaan en de Van Zijstweg. In het eerste kwartaal 2021 wordt de gehele infrastructuur, dus naast de busbaan ook alle fietsvoorzieningen, shared space en de auto rijbanen, opgeleverd, waarna de onderhoudstermijn ingaat. Hergebruik van het brugdek van de Nelson Mandela brug is niet mogelijk gebleken.
Uit de meetresultaten naar vermoeiingsgebreken en na aanvullend onderzoek en beoordelingen door diverse experts volgde het nadrukkelijke advies om de brugval/brug te vervangen. Met name het niet kunnen garanderen dat de brug minimaal 20 jaar mee kan (zonder buitensporige onderhoudslasten) en het voldoen aan de wettelijke Europese richtlijnen, is hierin doorslaggevend geweest. Inmiddels is de tijdelijke situatie voor veilig gebruik gedurende maximaal 3 jaar ingevuld, tegen de laagst mogelijke kosten. Uiterlijk in 2023 dient de brug te zijn vervangen en er wordt daarom overgegaan tot de aanschaf van een nieuwe brug. De aanbesteding voor de selectie van een aannemer is opgestart. Financieel De provincie Utrecht heeft één subsidiebeschikking afgegeven voor de aanleg van de HOV Leidsche Rijn waarvan de busbaan Transwijk en de busbaan Dichterswijk de laatste twee tracédelen zijn. De Busbaan Dichterswijk is het laatste te realiseren deel binnen deze subsidiebeschikking. Met de provincie zijn de afspraken nagenoeg afgerond, waarmee de vervanging van de brug ten laste kan worden gebracht van subsidiebeschikking. Wij verwachten beide projecten, zowel busbaan Transwijk als de busbaan Dichterswijk, binnen het verleende raadskrediet te realiseren, waarvan de subsidiebeschikking met de provincie onderdeel uitmaakt.
Noordelijke Randweg Utrecht Mijlpalen/planning In het tweede kwartaal 2021 is de raad geïnformeerd over de definitieve uitkomsten van de kostenraming van de Extra Ontwerploop. De uitkomsten van de extra ontwerploop zijn gebruikt voor het opstellen van een bijgestelde financiële raming die daarna nog extern is getoetst. Het eerder aan de raad gecommuniceerde tekort voor een variant met twee onderdoorgangen is op basis van de extra
63
ontwerploop gedaald van 94 miljoen euro naar 62 miljoen euro (beide bedragen exclusief BTW). In dit tekort is de prognose van toekomstige prijsstijgingen opgenomen. Gezien de omvang van het tekort heeft het college in 2020 besloten een twee-sporenaanpak te volgen. Hierin wordt parallel gewerkt aan: 1) het verkrijgen van voldoende financiële middelen voor een kwalitatief goede variant met in ieder geval twee onderdoorgangen 2) het verkennen van een alternatieve oplossing voor de NRU die past binnen het beschikbare budget, waarbij het uitgangspunt van drie ongelijkvloerse kruisingen wordt losgelaten. Met provincie en rijk zijn afspraken gemaakt om spoor 2 te intensiveren in verband met het ontbreken van zicht op dekking van spoor 1. Op basis van de met provincie en Rijk gemaakte afspraken is de ‘Aanpak uitwerking spoor 2 NRU 2021’ opgesteld, en op basis daarvan wordt in 2021 een variantenstudie uitgevoerd. Inzet is om op het BO-MIRT in het najaar van 2021 een aantal kansrijke varianten te kunnen presenteren. Op basis daarvan wordt besloten of partijen de budgetten blijven aanhouden voor de NRU. Risico’s Het grootste risico in spoor 1 dat er geen dekking wordt gevonden voor het verschil tussen de geraamde kosten (van het VO) en huidige beschikbare budget, is opgetreden. Om die reden wordt spoor 2 geïntensiveerd.
De grootste risico’s voor spoor 2 op dit moment zijn: • de uitspraak van de Raad van State over het tracébesluit A12/A27; als het tracébesluit niet wordt goedgekeurd, zijn de veranderende uitgangspunten te groot om een kwalitatief goede studie uit te voeren. Een aanzienlijke vertraging zal het gevolg zijn. • Aankoop van stikstofrechten: in spoor 1 is een aanbod ontvangen van een veehouder in de gemeente Stichtse Vecht. Deze is bereid zijn stikstofrechten te verkopen wanneer hij met de gemeente Stichtse Vecht tot afspraken kan komen over bestemmingsplanwijziging van zijn perceel. Het aanbod is dusdanig interessant dat overwogen wordt deze rechten aan te kopen met het uitgangspunt deze voor spoor 2 in te zetten. Er is echter een risico dat deze rechten bij nader inzien niet voldoende of niet nodig zijn. In dat geval zijn de kosten onnodig gemaakt. De kans wordt echter klein geschat. Stikstofrechten kunnen ook als compensatie voor andere projecten worden ingezet. Financieel Het beschikbare budget voor de NRU spoor 1 is 230,1 miljoen euro. Hiervan is 45,1 miljoen euro vrijgegeven voor o.a. de voorbereidingen. De gemaakte plankosten om te komen tot een voorlopig ontwerp binnen spoor 1 bedragen 16,6 miljoen euro. De provincie betaalt 2/3 van deze kosten, de gemeente Utrecht het restant.
Afhankelijk van de uitkomsten van de planstudie die de komende maanden wordt uitgevoerd, wordt in het najaar in het BO-MIRT besloten over de bijdragen van provincie en rijk aan de NRU. Over de plankosten in spoor 2 is met de provincie afgesproken dat de gemeente Utrecht deze kosten dekt, vooruitlopend op de nieuwe subsidieafspraken met de provincie Utrecht over het vervolg van de NRU. Binnen het resterende gemeentelijke voorbereidingskrediet is voldoende dekking beschikbaar om deze kosten op te vangen. Westelijke Stadsboulevard Mijlpalen/planning Op 27 oktober 2020 is het Voorlopig Ontwerp (VO) van de Westelijke Stadsboulevard vastgesteld door het college B&W. In het Voorlopig Ontwerp is gekozen voor een scenario waarin versoberingen zijn doorgevoerd en waarbij niet eerder gestart wordt met de herinrichting van de Majellaknoop voordat duidelijkheid is over sloop/nieuwbouwplannen van de woningen in het Thomas a Kempisplantsoen. De Raad is hierover op 29 mei 2020 geïnformeerd. Op 4 februari 2021 heeft de Raad het uitvoeringskrediet van 30,32 miljoen euro beschikbaar gesteld. Samen met de besluitvorming over het uitvoeringskrediet, is er een motie (motie 27: behoud parkeerplaatsen ventweg Cartesiusweg) aangenomen en zijn een aantal toezeggingen gedaan.
Deze motie en de toezeggingen worden samen met de nog opstaande toezegging uitvoeringsplan (17/T322) voor het zomerreces van 2021 afgehandeld. Begin 2021 is gestart met het uitwerken van het definitief ontwerp. Naar verwachting is het Definitief Ontwerp rond de zomer van 2021 gereed waarna de werkzaamheden worden aanbesteed. Volgens planning starten we in het 1e kwartaal van 2022 met de uitvoering en leveren we het werk medio 2024 op. De wegdelen van de WSB leggen we gefaseerd aan. Waar mogelijk starten we met de aanleg van de Marnixlaan, st. Josephlaan en de Cartesiusweg. Daarna volgende de Majellaknoop, Lessinglaan, Joseph
64
Haydnlaan en Pijperlaan. De precieze fasering stellen we op bij het Definitief Ontwerp. We benaderen omwonenden en andere belanghebbenden om hierover mee te denken en we stemmen af met geplande werkzaamheden aan bijvoorbeeld kabels en leidingen en andere projecten in en om de stad. Risico's Op basis van het concept voorlopig ontwerp is een risicoanalyse uitgevoerd en is in de raming een reservering opgenomen voor voorziene en onvoorziene risico’s waaronder hogere plankosten, rentekosten en vertraging. Andere voorziene risico's, opgenomen in het risicomodel van de WSB, zijn het aanpassen van het faseringsplan tijdens de uitvoering, onvoldoende dekking voor DVM systeem, bezwaren op verkeersbesluiten, PFAS en meerkosten door onverwachte kabels en leidingen. Financieel Na versobering van het ontwerp, maar inclusief geluidsmaatregelen woningen, komt de totale kostenraming uit op 36,42 miljoen euro. De WSB is een project waarover wordt afgeschreven. Op 4 februari 2021 heeft de Raad een krediet van 30,32 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de realisatie van de Westelijke Stadboulevard. Daarnaast was er reeds een voorbereidingskrediet beschikbaar van 6,1 miljoen euro. Herinrichten Kanaalstraat-Damstraat Mijlpalen/Planning In 2020 is het Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp (IPvE-FO) vastgesteld door het college.