CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag vergadering gemeenteraad, 2012-11-15 (1).pdf

Adviescommissie Controle en Financiën 2 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Ingekomen en verzonden stukken26.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

"Amendement 71 Jaarlijks inzicht in stand suppletiesubsidie De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het raadsvoorstel Verzelfstandiging Centraaf Museum constaterende dat het college de meerkosten van de verzelfstandiging en het bijbehorende inverdien- en bezuinigingstraject in twintig jaar wil verevenen met een suppletiesubsidie via de algemene reserve; dit in gewone mensentaal betekent dat er meerkosten zijn voor het verzelfstandigen van het Centraal Museum, het Centraal Museum hiervoor nu een (forse) subsidie ontvangt die wordt terugbetaald door over een paar jaar minder subsidie te gaan geven; in 2013 een suppletie plaatsvindt voor het bedrag van 2.816.000 euro; vanaf 2019 gedurende 14 jaar een inhouding plaatsvindt van 201.143 euro per jaar,

Avondvergadering van 15 november 2012

18

overwegende dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het Centraal Museum in de toekomst in staat is om de korting op de subsidie op te vangen; het daarom geen vanzelfsprekendheid is dat de gemeente de oorspronkelijke subsidie uiteindelijk terugbetaald krijgt; ook toekomstige gemeenteraden daarom in staat moeten worden gesteld om de stand van de suppletiesubsidies te monitoren, besluit, aan beslispunt 1 toe te voegen de zin: "Jaarlijks in de jaarrekening inzicht te geven in de stand van de suppletiesubsidie", zodat het nieuwe beslispunt luidt: 1. in te stemmen met de begroting van de meerkosten van de verzelfstandiging en het bijbehorende inverdien- en bezuinigingstraject (bijlage l, specificatie) en dit in twintig jaar met een suppletiesubsidie via de algemene reserve te vereven. Deze wijzing per datum verzelfstandiging in de begroting te verwerken. Jaarlijks in de jaarrekening inzicht te geven in de stand van de suppletiesubsidie. De begroting en de looptijd zijn onder voorbehoud van de uitkomsten van het sociaal plan." Het amendement is ondertekend door de heren Oldenborg, Schipper, Ravesteijn en Kuijper, mevrouw Bikker, mevrouw Hakbijl en mijzelf. Voorzitter! Ik maak een klein uitstapje naar een besluit dat we eerder hebben genomen. We hebben besloten de Stadsschouwburg te verzelfstandigen. In dat voorstel stond ook een suppletiesubsidie.

We vragen een toezegging van de wethouder om ons ook daarin inzicht te geven. Als het college dan toch inzicht geeft in de stand van de suppletiesubsidie aan het Centraal Museum, kan het daarbij dan meteen de stand van zaken bij de Stadsschouwburg meenemen? Dit kost geen extra moeite, het gaat gewoon om gemeentelijke cijfers. We hopen dat het college hiermee instemt. Het tweede kritiekpunt dat we in de commissievergadering hebben geuit betrof de kredietfaciliteit die ter beschikking wordt gesteld aan het verzelfstandigde Centraal Museum. Het Centraal Museum krijgt namelijk een zeer forse bankrekening bij de gemeente. Dit kun je schatkistbankieren noemen, maar het is in ieder geval bankieren bij de gemeente door de zelfstandige stichting. We hebben daarover enkele vragen gesteld. Hoe is het mogelijk een stichting bij private partijen geen krediet kan krijgen, als ze een zeker inkomen heeft omdat ze subsidie krijgt? Waarom kan deze stichting geen krediet krijgen van private partijen, maar wel een eeuwigdurende rekening bij de gemeente met een limiet van EUR 4,7 mln.? Want dat is het als we de cijfers goed lezen.

Op welke termijn verwacht de voorzitter dat deze kredietfaciliteit kan worden afgebouwd? We geven het Centraal Museum nu een zekere mate van slagkracht om in de toekomst als culturele onderneming te kunnen functioneren, dan mogen we ook verwachten dat het lukt om bij private partijen krediet te verwerven. We hebben een motie achter de hand, maar waar wachten de reactie van de wethouder af. De heer VAN ASPEREN (D66): Voorzitter! Het Centraal Museum zelfstandig, voor de D66-fractie een lang gekoesterde wens. Deze wens komt niet voort uit negativisme of kritiek. In de ruim 100 jaar dat het Centraal Museum een gemeentelijke dienst is geweest, heeft dit museum juist veel goeds gebracht voor de stad, haar inwoners en haar bezoekers. De D66-fractie vindt de verzelfstandiging een stap vooruit op weg naar een nog beter museum. Verzelfstandiging betekent een eigentijds flexibel museum met een programma dat inspeelt op de wensen van bezoekers. Het betekent een museum dat inhoudelijk en financieel ondernemend is. Het betekent een museum dat voortgaat met zijn wetenschappelijk werk en dat op die manier bijdraagt aan de ontwikkeling en het behoud van kunst, cultuur en stadsgeschiedenis. Bij het laatste plaatst de D66-fractie evenwel een kanttekening. De gemeente Utrecht is een unieke gemeente met een zeer rijke geschiedenis.

We hebben weliswaar geen stadshistorisch museum, maar wel een grote collectie die een grote betekenis en hoge kwaliteit heeft. We zouden het waarderen als deze in de toekomst nog zichtbaarder kan worden gemaakt dan tot op heden het geval is. We hopen dat het college met de nieuwe stichting hierover in gesprek blijft. Willen we het heden begrijpen, dan dienen we het verleden te kennen, zei mijn oude geschiedenisleraar altijd tegen mij en hij was een geboren Utrechter uit Wijk C, dus hij wist waarover hij sprak.

Avondvergadering van 15 november 2012

19

De D66-fractie heeft begrip voor de gevoelens die deze omschakeling bij de medewerkers teweeg heeft gebracht. Enkelen gaan elders in de gemeentelijke organisatie werken, voor anderen zijn er verschuivingen in werkzaamheden en/of voorwaarden. Hoewel er kleine veranderingen zijn in de rechtspositie, zijn deze voor de D66-fractie acceptabel. De rechtspositie die de cao VRM biedt is gelijk aan die van het merendeel van de particuliere musea in Nederland en alleszins acceptabel. We staan positief tegenover de motie van de PvdA-fractie over het recht van de OR om een voordracht te doen voor de raad van toezicht en zijn zeer benieuwd naar het antwoord van de wethouder. De D66-fractie wenst de medewerkers, de directie en het bestuur veel succes met hun werk en blijft bezoeker van het museum. Mevrouw HAKBIJL (CDA): Voorzitter! Een beetje in lijn met de vraag die ik eerder stelde aan de PvdA-fractie, heb ik een vraag aan de heer Van Asperen, omdat hij heeft gezegd dat de D66-fractie de motie van de PvdA-fractie over de voordracht van de OR voor de raad van toezicht sympathiek vindt en die mogelijk zal steunen.

Heeft de D66-fractie onvoldoende vertrouwen in wat er in de Cultural Governance Code is geregeld over de samenstelling van de raad van toezicht? Moet die code niet voldoende waarborg bieden voor een brede gevarieerde samenstelling, in plaats van dat dit via de OR loopt? Is de positie van de OR niet afdoende geborgd in de Wet op de ondernemingsraden? De heer VAN ASPEREN (D66): Wij zien deze mogelijkheid als een verbetering van de raad van toezicht vanwege de korte communicatielijn tussen de basis en het bestuur; wij zien dit als een kwaliteitsmaatregel. Dat gaat inderdaad wat verder dan wat er is geborgd in de Wet op de ondernemingsraden. Juist omdat we gaan voor een beter museum, willen we hier heel serieus over nadenken. Mevrouw HAKBIJL (CDA): Ik constateer dat het amendement niet alleen verder gaat, maar dat er een vermenging van verschillende rollen van organisaties zal plaatsvinden. Ik vind het vreemd dat de D66fractie daar voorstander van is. De heer VAN ASPEREN (D66): Dat is onze mening, u hebt kennelijk een andere. De heer RAVESTEIJN (GroenLinks): Als ik de heer Van der Roest goed heb begrepen, gaat het om een voordracht zonder last of ruggespraak en is er dus geen enkele sprake van vermenging. De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Er zijn al diverse zaken langsgekomen. Mijn fractie maakt zich zorgen over de financiële afhechting van de huisvesting van het museum.

In de commissievergadering heeft het college nogal wat mitsen en maren neergelegd, in het bijzonder over de complexiteit die ontstaat door de verzelfstandiging van het museum en de tegelijkertijd plaatsvindende vorming van het Utrechtse vastgoedbedrijf. De opmerking van de wethouder dat er eventueel vanuit de cultuurportefeuille bijgepast zou moeten worden als er problemen in de financiering ontstaan, heeft ons de wenkbrauwen doen fronsen. Op zich is investeren vanuit de Portefeuille Cultuur geen novum, maar wij voorzien bij de vorming van dit soort zaken nogal wat getouwtrek tussen gemeentelijke diensten over de nieuwe vastgoedorganisatie. In de commissievergadering is al gewisseld dat sommige zaken niet helemaal duidelijk zijn. In het verleden heeft het onderhoud van de verhuurder en de huurder nogal door elkaar gelopen. Om dit goed uit elkaar te trekken, moet dit in ieder geval helder zijn. Ik vraag van het college de toezegging dat de raad op de hoogte wordt gehouden om te kunnen constateren dat er op bestuurlijk niveau een aantal stappen wordt gezet. Ik kan me de motie van de PvdA-fractie over de raad van toezicht goed voorstellen. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van het college, want volgens mij hangt het ook een beetje af van de omvang van een dergelijke raad van toezicht.

Als je de raad van toezicht selecteert op basis van specifieke kwaliteiten en je die zo klein mogelijk wilt houden, kan dit elkaar bijten. Ik kan me voorstellen dat je bij een raad van toezicht bestaande uit drie personen minder gemakkelijk tot een specifieke voordracht van de ondernemingsraad overgaat dan bij een bestaande uit vijf personen. Ik wacht de reactie van het college hierop af. De heer RAVESTEIJN (GroenLinks): Voorzitter! Dit college maakt vaart met de verzelfstandiging van een aantal gemeentelijke diensten en dat doet de GroenLinks-fractie deugd. We spreken nu over het Centraal Museum en straks over de bibliotheek.

Avondvergadering van 15 november 2012

20

De GroenLinks-fractie vindt over de hele linie dat dit college dat goed en zorgvuldig doet. Met name bij het Centraal Museum zijn er zeer heldere afspraken gemaakt over de bruikleen van de collectie; die is zeer zorgvuldig geregeld. Het achterstallig onderhoud van de collectie is een tegenvaller. Het is goed dat dit nu in kaart is gebracht. Dat er achterstallig onderhoud is, heeft niets te maken met het besluit dat we nu gaan nemen over de verzelfstandiging. De zaken rondom het personeel zijn goed geregeld: er is een sociaal akkoord met de bonden en er ligt een duidelijke toezegging van de wethouder om de hardheidsclausule ruimhartig toe te passen. Ik heb inmiddels begrepen dat daarvoor een commissie in het leven wordt geroepen, waarin een personeelsvertegenwoordiging wordt benoemd, die de wethouder gaat adviseren. Ik heb het gevoel dat dit allemaal keurig is gewaarborgd. Kortom, de fractie van GroenLinks geeft groen licht. De motie van de PvdA-fractie over de tarieven steunen wij niet. We begrijpen de intentie die erachter zit, maar we vinden dat je geen dwingende uitspraken moet doen, want dat is juist de intentie van de verzelfstandiging. We doen ook geen uitspraken over de tarieven voor de bejaardengym in de buurthuizen. Die laten we over aan de bedrijfsvoering. Uiteraard kan de raad altijd corrigerend optreden als hij vindt dat er echt zeer vreemde dingen gebeuren.

Dat doet de raad dan via de subsidievoorwaarden en de contracten. Het amendement van de VVD-fractie hebben we mede ondertekend. Wij zijn het ermee eens dat de kredietfaciliteit zo snel mogelijk moet worden afgebouwd, maar wij willen er eigenlijk geen dwingende datum aan verbinden, omdat het Centraal Museum heel weinig onderpand heeft. De kunstschatten heeft de gemeente nog steeds in bezit. Ik wacht het antwoord van de wethouder af of er steun voor die motie is, als wij die überhaupt zullen indienen. Voor het overige sluit ik me aan bij de succeswensen van de D66-fractie aan alle mensen van het Centraal Museum in hun nieuwe verzelfstandigde leven. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! In 2007 vonden de fracties van de VVD en de SP het een goed plan om het Centraal Museum te verzelfstandigen. Je zou zeggen dat het dan haast wel een goed idee moet zijn. De uitwerking valt ons behoorlijk tegen. De VVD-fractie sprak er al over, het Centraal Museum blijft met gouden ketenen vastzitten aan de gemeente. De duurdere bedrijfsvoering wordt vertaald in een hoger tarief, het boventallig verklaren van personeelsleden en slechtere arbeidsvoorwaarden. Het oordeel van de tijdelijke ondernemingsraad was dan ook niet mals. Met de verzelfstandiging van de diensten, schrijft deze OR, worden steeds kleine plukjes medewerkers slechtere arbeidsomstandigheden opgedrongen.

Dat kan volgens ons nooit de bedoeling zijn van Via B. Al met al gaat de SP-fractie niet akkoord met deze invulling van de verzelfstandiging van het Centraal Museum. De heer LINTMEIJER (wethouder): Voorzitter! De vraag over de personele kant van de zaak zal collega Kreijkamp beantwoorden; hij heeft het sociaal plan afgesproken. Ik zal mij beperken tot de opmerkingen die over de inhoud, de organisatorische vormgeving en de financiën zijn gemaakt. De heer Van der Roest vroeg jaarlijks het jaarplan van het museum te mogen zien. Dit is akkoord, want de raad heeft er recht op van alle gesubsidieerde instellingen het jaarplan te zien. Het is aan de commissie om jaarlijks te bekijken of de culturele instellingen op de goede weg zijn. In die zin zie ik dit als onderdeel van de reguliere wijze waarop wij naar de begrotingen van de instellingen kijken. Ik waardeer de terughoudendheid waarmee doorgaans in de commissie en de raad op individuele instellingen wordt gereageerd en het feit dat er echt in grote lijnen wordt gekeken naar het jaarplan. Over de tarieven het volgende: je verzelfstandigt of je verzelfstandigt niet. Ik vind het echt aan de cultureel ondernemer zelf om een inschatting van zijn risico te maken en te bekijken met welk tarief hij zijn begroting op orde krijgt, het huishoudboekje compleet krijgt en voldoende mensen naar binnen haalt.

Met een zekere mate van concurrentie kun je altijd op de markt bekijken wat een redelijk tarief voor een kaartje is. Ik heb niet gezien dat er in 2015 sowieso al EUR 1,00 bij komt; volgens mij staat dit niet in de stukken. Ik weet niet precies waar dat vandaan zou moeten komen. Het bedrijfsplan gaat uit van een tariefsverhoging in 2013 van EUR 2,00. We gaan met deze tariefsverhoging akkoord, als we instemmen met de verzelfstandiging en het onderliggende bedrijfsplan. Je zou aan het museum kunnen vragen om hetzelfde tarief in 2014 te hanteren als een soort overgang, maar ik vind het principieel –hoewel dit een groot woord is– redelijk passen bij een verzelfstandiging dat je daarna de cultureel ondernemer de vrijheid geeft om te acteren op de markt; daar hoort ook een eigen tariefstelling bij.

Avondvergadering van 15 november 2012

21

Het Centraal Museum heeft mij één en andermaal verzekerd dat men geen enkele neiging heeft, ook niet in een verzelfstandigde situatie, om de U-pashouders anders te behandelen, dus de U-paskorting blijft. Gaan we het museum opdragen om onderdelen van de collectie met voorrang tentoon te stellen? Ook hiervan vind ik dat we dit wel in de jaarlijkse bespreking met het museum naar voren kunnen brengen, maar ik wil dit niet op voorhand vastleggen. Ik vind dat het collectiebeleid en de wijze waarop die wordt geëxposeerd bij uitstek hoort bij de zelfstandige rol die het museum heeft. Natuurlijk kunnen we als gemeente, als subsidiegever, in gesprek gaan over wat er van jaar tot jaar op het programma staat en of we daar wat van vinden, maar uiteindelijk bepaalt het verzelfstandigde museum op welke wijze de collectie tentoon wordt gesteld. We hebben voor het Centraal Museum, zoals overigens ook voor de bibliotheek, dezelfde formulering gekozen voor de voordracht van leden van de raad van toezicht als bij de Stadsschouwburg. Die formulering komt erop neer dat de profielschetsen voor de leden van de raad van toezicht worden besproken met de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft invloed gehad op de samenstelling van de profielen. Veel voorstellen van de ondernemingsraad op dat gebied zijn overgenomen.

In de statuten is geregeld dat de raad van toezicht periodiek overleg pleegt met de ondernemingsraad. In mijn optiek zijn dit voldoende voorwaarden om ervoor te zorgen dat er een goede relatie is tussen de raad van toezicht en de ondernemingsraad. Die ziet erop toe dat het toezicht echt onafhankelijk is en zonder last tot stand komt. De heer VAN DER ROEST (PvdA): Dit punt leeft bij de tijdelijke ondernemingsraad. De wethouder zegt dat er een goed contact is tussen die twee. Maar ik heb begrepen dat het advies van de tijdelijke ondernemingsraad om juist wel iemand voor te dragen in zijn optiek is afgewezen zonder argumentatie. Wat kan er op tegen zijn, behalve het argument van de heer Oldenborg, dat er misschien te weinig specifieke functies beschikbaar zijn? De heer LINTMEIJER (wethouder): Ik zei zojuist dat de OR invloed heeft gehad op de profielschets. Dit is wat anders dan invloed op de voordracht en de benoeming zelf. Er zijn afspraken gemaakt over die profielschets en over de wijze waarop de contacten tussen ondernemingsraad en raad van toezicht worden geregeld. Die waarborgen in belangrijke mate de rol van de ondernemingsraad richting raad van toezicht en omgekeerd. In principe stel ik me op het standpunt dat de raad van toezicht wordt benoemd zonder last en ruggespraak; ik meen dat ruggespraak tegenwoordig een achterhaalde term is, maar in ieder geval zonder last.

In moderne statuten regel je niet meer dat selectieve partijen met selectieve voordrachten komen. Er kleeft geen groot bezwaar aan, maar als we de lijn doorzetten die we bij de Stadsschouwburg hebben ingezet, waar we het op deze manier hebben geregeld, en bij de bibliotheek hebben doorgezet, dan zie ik er maar weinig toegevoegde waarde in zitten, gegeven het feit dat wij de relatie tussen raad van toezicht en ondernemingsraad op een goede manier regelen. Ik ga ervan uit dat de heer Rijpma met zijn opmerking over de suppletiesubsidie bedoelt dat we in de jaarrekening van de gemeente opnemen hoe de suppletieverlening verloopt. Dat lijkt me niet bezwaarlijk, maar hoe dit technisch moet, is een kwestie van overleggen met de wethouder Financiën en haar staf. Ten aanzien van het bankieren bij de gemeente is het goed om twee vormen van kredietverlening uit elkaar te halen. Er is een normale rekening-courantfaciliteit bij een commerciële bank die pieken en dalen in de liquiditeit opvangt. Het bekende voorbeeld is dat in mei de vakantiegelden moeten worden betaald en daarvoor soms eventjes geld nodig is. De kredietverlening via een rekening-courant wordt door het Centraal Museum met een bank afgesproken. Dat ligt anders bij vervangingsinvesteringen en het gebruikersonderhoud aan het pand. Dat gaat om bedragen die behoorlijk fors kunnen zijn.

Dit is terug te zien in de kleine lettertjes van de bijlage. Het is heel moeilijk voor een museum om dat zonder trackrecord en zonder onderpand zelfstandig te regelen. Alle onderpanden blijven bij de gemeente, zowel de collectie als het eigendom van het pand. We hebben gekozen voor een kredietverlening die echt ten goede komt aan de vervangingsinvesteringen aan de kant van de gebruiker in de vorm van een langlopende kredietfaciliteit bij de gemeente, juist vanwege die relatie met het onderpand. In de stukken staat dat een evaluatie daarvan rond 2027 aan de orde is. Als die heel veel eerder plaatsvindt, wordt het zeer lastig om als zelfstandige stichting de financierbaarheid van vervangingsinvesteringen en gebruikersonderhoud rond te krijgen.

Avondvergadering van 15 november 2012

22

De heer VAN ASPEREN (D66): Voorzitter! Wij vragen ons af of de wethouder checkt waaraan het geld wordt uitgegeven. Kijkt hij ook echt naar de verantwoording? De heer LINTMEIJER (wethouder): Waar dat geld aan wordt uitgegeven, staat in grote lijnen in het plan. In de bijlagen wordt dit redelijk gedetailleerd weergegeven. Ik kan op dit moment niet zeggen dat het in 2017 om nieuwe schilderijen en in 2020 om nieuwe installaties gaat. De heer VAN ASPEREN (D66): Het gaat er niet om dat het museum in 2017 dit en in 2019 dat doet, maar of de gemeente jaarlijks checkt of dit nog steeds goed gaat. De heer LINTMEIJER (wethouder): Uiteraard checken we dat jaarlijks. Als het museum als zelfstandige stichting een beroep doet op de kredietfaciliteit, kijken we natuurlijk als gemeente vanuit twee optieken: vanuit de optiek van huisbaas voor het pand en vanuit de optiek van wethouder Cultuur voor de collectie en de inhoud. Bekeken wordt dan waar het krediet aan wordt besteed, of het Centraal Museum het kan terugbetalen en onder welke condities het krediet wordt verstrekt. Het kader daarvoor is geregeld in de stukken, de feitelijke invulling is altijd een maatwerkafspraak tussen de gemeente als kredietverlener en het Centraal Museum als kredietaanvrager.

De heer VAN ASPEREN (D66): Als de wethouder dit doet en het mocht onverhoopt fout gaan, dan heeft hij een actieve informatieplicht naar de raad. De heer LINTMEIJER (wethouder): Zeker, zonder twijfel. De heer RIJPMA (VVD): Voorzitter! Het Centraal Museum zal nooit een onderpand of een eigen collectie hebben. Dit betekent dat de wethouder met "een langdurige kredietfaciliteit" eigenlijk bedoelt: een eeuwigdurende kredietfaciliteit. De VVD-fractie overweegt in de tweede termijn een motie in te dienen, omdat ze vindt dat op zo kort mogelijke termijn moet worden gekeken of de kredietfaciliteit kan worden afgebouwd, of dit nu is omdat de subsidie als een vorm van inkomen kan worden gezien of vanwege iets anders. Het gaat ons erom dat het krediet geen eeuwigdurende kredietfaciliteit mag zijn. Daarover willen we graag een uitspraak van de raad. Ik kom daarop in tweede termijn terug. De heer LINTMEIJER (wethouder): Voorzitter! Ik noemde niet voor niets het jaar 2027, dat is vijftien jaar na nu. Het gaat de komende periode om forse investeringen voor het gebruikersonderhoud van het pand, zoals in de stukken staat. Daarvoor is een reële afschrijvingstermijn nodig. Het gaat wat mij betreft uitdrukkelijk niet om een eeuwigdurende kredietfaciliteit. Het gaat erom in de huidige fase, met de investeringen die er aankomen, een krediet mogelijk te maken.

Vijftien jaar lijkt heel erg lang, maar in termen van afschrijvingen op panden en gebouwen – die discussie hebben we al een keer op een andere manier gevoerd – is dit geen onoverzienbare lange periode. Daarom stellen we voor dit in 2027 te evalueren. Ik zeg nadrukkelijk dat dit geen automatisme is voor een eeuwigdurende kredietfaciliteit. De heer RIJPMA (VVD): Dat is geruststellend. Als ik een huis huur en er intern iets aan ga verbouwen, ga ik niet naar mijn huisbaas voor een lening, maar naar de bank. Daar krijg ik een lening en daar betaal ik een marktconforme rente over. Dat doet het Centraal Museum in deze situatie niet. Vijftien jaar lang betaalt het de interne rekenrente, een rente die fors lager ligt dan de marktconforme rente. Is dit eigenlijk niet een vorm van extra subsidie aan de Stichting Centraal Museum? De heer LINTMEIJER (wethouder): Ik begeef me op glad ijs als ik deze vraag ga beantwoorden, maar de interne rekenrente is zeker niet lager dan de marktconforme rente in veel gevallen is. Het is dus niet automatisch een subsidie. Ik denk zelfs dat de interne rekenrente op dit moment hoger ligt dan de marktrente. Wat dat betreft is er geen sprake van een cadeautje of een indirecte subsidie. De vraag van de heer Van Asperen leek een beetje op de vraag van de heer Van der Roest over het etaleren van grote delen van de collectie.

Het Centraal Museum doet hier veel aan. Zojuist werd ook nog even Google Art genoemd – dank voor de suggestie – waarop al heel veel zichtbaar is. We zullen blijven bekijken hoe we de collectie in overleg met het museum kunnen exposeren, met nadrukkelijk de eigen zelfstandige keuze die de directie van het museum daarin kan maken.

Avondvergadering van 15 november 2012

23

Bij de financiële afhechting van de huisvesting is misschien sprake van een misverstand over wat ik in de commissievergadering heb gezegd. Daar heb ik toegelicht wat de spelregels zijn die we intern gemeentelijk hebben afgesproken over huisvestingssubsidies. We worden daarin steeds zuiverder dankzij de vorming van de UVO. Als je inhoudelijk iets wilt, of dit nu een sportvereniging, een welzijnsclub of een cultuurclub betreft, dan zorg je dat je vanuit de inhoudelijke subsidiepot wordt gefinancierd. Dit betekent dat de huur van het Centraal Museum gewoon vanuit de subsidieregeling van Culturele Zaken wordt gefinancierd. Het is niet de bedoeling –dit geldt voor geen enkele instelling– dat je via de huur of via andere huisvestingslasten tot verkapte subsidies komt; dat is een open proces. Als de huur hoger worden of anders uitpakt, wordt er een inhoudelijke afweging gemaakt of er vanuit de cultuursubsidie een bijdrage wordt gegeven. Daarmee is niet op voorhand gezegd dat de gemeente alles bijlapt wat er bijgelapt zou moeten worden. Die inhoudelijke afweging maken we altijd hier met de raad. Ik heb gepoogd dit te zeggen in de commissievergadering. De heer OLDENBORG (SLU): De normale spelregels zijn duidelijk.

De wethouder zei in de commissievergadering terecht dat vanuit het verleden allerlei zaken door elkaar lopen en dat niet meer duidelijk is wat voor wiens rekening komt in termen van afschrijvingsperiodes. Ik begreep uit het commissieverslag dat daarover nog afspraken moeten worden gemaakt en daar ging met name mijn bijdrage over. Wij willen graag weten wat er uit die afspraken komt en wat uiteindelijk de definitieve afspraak is, zodat de raad zich daaraan in de toekomst kan vasthouden. De heer LINTMEIJER (wethouder): Dit gaat over een specifiek punt dat in de commissievergadering aan de orde is geweest en in de stukken is benoemd. In het bedrag zitten nog overgebleven lasten uit het verleden die binnen de gemeente moeten worden gealloceerd. We hebben afgesproken dit nu eenmalig op te lossen. Binnen de wijze waarop we met de huisvestingslasten omgaan bij de vorming van de UVO, moeten we bij de voorjaarsnota bekijken hoe we dat in dit specifieke geval oplossen; daarin heeft de heer Oldenborg gelijk. Uiteraard hoort u bij de voorjaarsnota hoe dit gebeurt. Het antwoord op de vraag van de heer Schipper over de personele consequenties staat nog open. Het technische deel laat ik graag over aan wethouder Kreijkamp.

Het feit dat het Centraal Museum verzelfstandigt, betekent niet dat er nooit een bezuiniging of tariefsverhoging aan de orde zou zijn geweest nodig als het een gemeentelijke dienst was gebleven. Ook de gemeente moet op tal van plekken bezuinigen, zoals op de inkoop en de overhead. Er zijn allerlei redenen waarom het huishoudboekje kleiner en krapper wordt. Dit is allemaal in het verzelfstandigingsproces meegenomen. Het is niet zo dat het Centraal Museum als gemeentelijke dienst niet een aantal van deze bezuinigingen voor zijn kiezen zou hebben gekregen. De heer RIJPMA (VVD): Ik dank de wethouder voor zijn toezegging aangaande het inzichtelijk maken van de stand van de suppletiesubsidie, of in ieder geval zijn steun aan het amendement. Ik ga ervan uit, gezien het feit dat de wethouder sprak over "suppletiesubsidies", dat daarbij dan ook de Stadsschouwburg wordt meegenomen. De heer LINTMEIJER (wethouder): De heer Rijpma heeft goed geluisterd. Ik heb inderdaad het meervoud gebruikt; dat klopt. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Als wethouder Personeelszaken beantwoord ik enkele vragen die gesteld zijn over het sociaal plan en hoe daarmee wordt omgegaan. Zoals de raad weet, heb ik samen met de vakorganisaties AbvaKabo en CNV een sociaal plan vastgesteld om de overgang te regelen van de cao van de gemeente naar die van de Vereniging Nederlandse Rijksmusea.

Het sociaal plan is bedoeld om een overgangsregeling te treffen voor de specifieke regelingen in de ene cao die niet in de andere zitten. We zijn er met de vakbonden uitgekomen. Het college heeft voor het uitgangspunt gekozen dat er op termijn geen grote verschillen zijn tussen medewerkers die voor en medewerkers die na de verzelfstandiging in dienst zijn gekomen. De vakorganisaties, die hiermee hebben ingestemd, begrijpen dit. Daarom worden de specifieke toeslagen die alleen in de gemeentelijke cao zitten afgebouwd. Daarvoor is in het sociaal plan een periode van een aantal jaren in opgenomen. De raad heeft het sociaal plan als bijlage gekregen.

Avondvergadering van 15 november 2012

24

In het sociaal plan wordt de hardheidsclausule genoemd. Deze is bedoeld voor die gevallen waarin meerdere afbouwregelingen bij elkaar opgeteld een grote teruggang betekenen in de secundaire arbeidsvoorwaarden. Met deze hardheidsclausule worden die regelingen langzamer afgebouwd, zodat ze een minder groot effect hebben in de eerste jaren. Als wethouder Personeel heb ik daartoe de bevoegdheid. Ik heb daarvoor een specifieke commissie benoemd waarin de directeuren van het museum en de bibliotheek zitten, de personeelsfunctionaris van de gemeente en een werknemersvertegenwoordiger. Zij zullen mij adviseren. Ik zal op het moment dat ik het advies krijg de hardheidsclausule van toepassing verklaren. Uiteraard moet er eerst door de individuele medewerkers een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule. De heer Van der Roest heeft gevraagd of daarvoor een budget beschikbaar is in het bedrijfsplan. Ja, het bedrag dat daarin genoemd is, is ook daarvoor bedoeld. Ik kan niet toezeggen welk deel daarvan gebruikt zal worden, want dat hangt natuurlijk af van de individuele toepassingen van die hardheidsclausule. De heer VAN DER ROEST (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor zijn uitleg. Ik begrijp dat de hardheidsclausule van toepassing wordt op al die mensen die ik zojuist heb genoemd: de laagstbetaalden die met 10% inkomensachteruitgang worden bedreigd.

Klopt dit? De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Dat kan ik niet zo zeggen. Ik kan alleen maar zeggen dat er een hardheidsclausule is. Niet voor niets hebben we die met de vakbonden afgesproken, omdat we juist voor een aantal mensen die hardheidsclausule in het leven hebben geroepen. Ik begrijp wat de heer Van der Roest zegt, ik erken de staatjes en ik zie dat een aantal mensen er een aantal procenten op achteruitgaat. Maar nogmaals, er moet een beroep op de hardheidsclausule worden gedaan. Een commissie adviseert mij en haar advies zal ik overnemen en van toepassing verklaren. Ik kan niet toezeggen voor wie dit wel of niet gaat gelden; daarover adviseert de commissie mij. De heer RIJPMA (VVD): Voorzitter! Ik zal de motie niet indienen. Wij blijven vinden dat de gemeente dit soort schatkistbankieren niet moet toepassen. Er is niet voor niets bij de verzelfstandiging van de rijksmusea niet voor gekozen. Wellicht dat de tijd tot wijsheden zal leiden. We zien er maar van af om nu een motie in te dienen over hoe dat over vijftien jaar moet worden gedaan. De heer VAN DER ROEST (PvdA): Voorzitter! Ik ben blij met de uitleg van de wethouder over de hardheidsclausule. Hij heeft duidelijk toegezegd dat hij het advies van de commissie zal volgen, waarvoor dank. We hebben ook gehoord hoe het met het tarievenbeleid gaat in 2014.

De wethouder zou het mogelijke tarievenbeleid nog ter sprake kunnen brengen, maar ik begrijp heel goed dat dit met een zelfstandige stichting anders komt te liggen. Aangezien de wethouder zegt dat het Centraal Museum heeft toegezegd de U-paskorting te blijven volgen, trekken wij motie 113 (Houdt het Centraal Museum toegankelijk) in. Wij gaan ervan uit dat die wordt uitgevoerd. Wel zullen wij motie 114 (Benut participatie personeel door voordracht OR) in stemming laten brengen, omdat de wethouder in zijn betoog geen grote bezwaren zag. Hij vergeleek dit met de raad van toezicht bij de Stadsschouwburg en daar hebben we misschien een fout gemaakt. Tegelijkertijd besef ik dat niet alles op elkaar hoeft te lijken. Dat we voordelen kunnen overnemen betekent niet dat we overal alles hetzelfde dienen te doen. Ik benadruk dat dit door de tijdelijke ondernemingsraad is gevraagd, daarom brengen we deze motie graag in stemming en hopen we die met een meerderheid aan te kunnen bieden. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat motie 113 is ingetrokken. Aan de orde is de afhandeling van amendement 71 (Jaarlijks inzicht in stand suppletiesubsidie). Amendement 71 wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de afhandeling van het geamendeerde voorstel.

Mevrouw HAKBIJL (CDA): Voorzitter! De CDA-fractie is groot voorstander van deze verzelfstandiging – ondanks het feit dat ze destijds, in 2008, geen initiatiefnemer was – niet als doel op zich, maar vanuit het oogpunt dat de organisatie beter en flexibeler op de markt kan opereren, en de gemeente afslankt en zich meer gaat richten op haar regietaak.

Avondvergadering van 15 november 2012

25

De CDA-fractie sluit zich aan bij de opmerkingen van de VVD-fractie over het schatkistbankieren. Dat is in onze optiek niet helemaal in lijn met de verzelfstandiging. Wellicht dat we daarop op een ander moment nog een keer terugkomen, maar nu zullen we instemmen met dit voorstel. De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Voorzitter! Groep Kuijper kan het bij een korte stemverklaring houden. We vinden dit een goed raadsvoorstel. We zijn altijd voor cultureel ondernemerschap geweest. Wij menen dat cultureel ondernemerschap uiteindelijk zal leiden tot een afgewogen cultureel aanbod en dat het aanbod zal verbreden. Daarbij hoort ook vrijheid bij het vaststellen van de tarieven. Het is niet leuk het die misschien hoger worden, maar dit kan wel leiden tot een betere kwaliteit. We zijn blij dat de wethouder heeft gezegd dat de U-paskorting volgens het museum in stand blijft. Het amendement van de VVDfractie hebben we gesteund; dat vormt een waardevolle toevoeging. We kunnen het voorstel volledig steunen. Het geamendeerde voorstel wordt daarop bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van D66, PvdA, SLU, ChristenUnie, Groep Kuijper VVD, CDA en GroenLinks ervoor hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen hebben gestemd. Aan de orde is de afhandeling van motie 114 (Benut participatie personeel door voordracht OR).

De heer RIJPMA (VVD): Voorzitter! Deze motie is in de stijl van het oude denken. Gelukkig heeft de wethouder dit ook gezegd. Dit moet je dus absoluut niet willen. De VVD-fractie is tegen. De heer RAVESTEIJN (GroenLinks): Voorzitter! De GroenLinks-fractie zal voor deze motie stemmen, ook omdat die niet strijdig is met de Cultural Governance Code. De heer VAN ASPEREN (D66): Voorzitter! De motie is inderdaad niet strijdig met de code en we zien haar als een belangrijk instrument voor kwaliteitsverbetering. Motie 114 wordt hierna bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van PvdA, D66, SP, Groep Kuijper en GroenLinks ervoor hebben gestemd en de leden van de fracties van VVD, CDA, SLU en ChristenUnie ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER stelt daarop aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 2.

Voorstel inzake de voorgenomen belastingsamenwerking tussen de gemeenten Utrecht en De Bilt en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (Jaargang 2012, nr. 126). De VOORZITTER: Dames en heren! Uit onderzoek van het archief is gebleken dat er is wel een wensen- en bedenkingenprocedure is geweest over de belastingsamenwerking. De Gemeenschappelijke Regeling zelf zit daar niet bij, maar het bedrijfsplan. Op het idee hadden dus wensen en bedenkingen kunnen worden ingebracht. Maar los daarvan, mag men in de raad altijd zeggen wat men wil, zeker ook de SP-fractie. De procedure is dus gevolgd en er ligt een amendement. Het gaat om een huwelijk, hoewel een huwelijk met de handschoen, want de partner is er niet bij. Ik stel voor het amendement in stemming te brengen. Als dat wordt aangenomen, houden we het voorstel aan, moet er onderhandeld worden en komt het later aangepast weer terug. De andere huwelijkspartner is er namelijk niet bij, dus daarmee moet eerst overlegd worden. Kan de raad met dit praktische voorstel leven? De heer EGGERMONT (SP): Dat is praktisch. Ik heb met de wethouder overlegd dat ik een aangepast amendement zal moeten indienen, zodat het juridisch klopt. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat amendement 69 is ingetrokken en dat daarvoor in de plaats door de heer Eggermont het volgende amendement is ingediend.

Avondvergadering van 15 november 2012

26

"Amendement 72 Huwelijkse voorwaarden goed regelen I De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het raadsvoorstel inzake de voorgenomen belastingsamenwerking tussen de gemeenten Utrecht en De Bilt en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, constaterende dat • De taakstelling inkoop (€ 51.000) niet in het raadsvoorstel is opgenomen waardoor het geprojecteerde structurele batige saldo van € 30.000 omslaat in een structureel nadelig saldo van € 21.000; • in artikel 48 van de gemeenschappelijke regeling is vastgesteld dat het algemeen bestuur een bijdrageverordening vaststelt met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel en dat deze verordening alleen bij unanimiteit kan worden aangenomen; • in het bedrijfsplan is opgenomen dat de kosten van De Bilt zijn verdeelt conform de verdeling van de kosten van Utrecht; • in het bedrijfsplan een weging is overeengekomen waarbij de aanslagregels, de aanslagbiljetten en klantcontacten l/5de wegen van de gemeenten, overwegende dat • de samenstelling van de onroerende zaken in De Bilt erg afwijkt van die van Utrecht (In De Bilt heeft 44% van de woningen een hogere WOZ-waarde dan € 300.000, terwijl dit in Utrecht slechts voor 19% van de woningen geldt, bij niet-woningen zijn de percentages nagenoeg gelijk); • het niet aannemelijk is gemaakt dat de kosten t.a.v. de WOZ (m.n.

de gemiddelde kosten voor bezwaar) voor De Bilt conform de kosten in Utrecht zijn; • met het instemmen van de meer- en minderkosten op grond van het bedrijfsplan de kostenverdeelsleutel impliciet vast ligt, niet alleen nu, maar ook voor toekomstige toetreders aangezien de verdeelsleutel alleen bij unanimiteit kan worden gewijzigd; • in het bedrijfsplan is aangegeven dat de directe kosten per aanslagregel voor de waterschappen 63/286e van die van de gemeente bedragen en de directe kosten per aanslagbiljet 36/131e van die van de gemeente en dus hoger dan 1/5de; • indien de weging van de aanslagregels van het Hoogheemraadschap 63/286c van de gemeenten wordt genomen, de weging van de aanslagbiljetten en klantcontacten 36/13le van de gemeenten wordt genomen en bij de kosten voor de WOZ een weging wordt toegepast waarbij objecten tot 3 ton één maal tellen en objecten boven de 3 ton anderhalf maal tellen, de gemeente structureel € 270.000 bespaart (zie bijlage), besluit, beslispunt 2 als volgt aan te passen: achter "[…] zoals opgenomen in bijlage 5" in te voegen: "waarbij de regel Begrote kosten belastingsamenwerking (BghU) voor gemeente Utrecht (maximaal) voor de jaren 2014 t/m 2017 wordt gewijzigd in -8.630.000 waarmee het structureel batig saldo op €300.000 komt," en draagt het college op, om door middel van aanpassing van de bijdrageverordening of op elke andere manier binnen de

Gemeenschappelijk Regeling tot deze bezuiniging van € 270.000 te komen, en gaat over tot de orde van de dag." Dit amendement is ondertekend door de heer Schipper. Wij zullen het op een later moment in deze vergadering bespreken, om schorsingen te voorkomen. De beraadslaging over het voorstel wordt geschorst. 4.

Voorstel inzake het Bedrijfsplan Verzelfstandiging Bibliotheek (Jaargang 2012, nr. 129). Mevrouw HAKBIJL (CDA): Voorzitter! We beperken ons tot het indienen van een amendement, want de CDA-fractie is voorstander van deze verzelfstandiging op basis van dezelfde argumenten die we zojuist hebben gedeeld over het Centraal Museum, dus zelfs die zal ik niet herhalen, want dat scheelt weer tijd. We lopen wel tegen een zaak aan die ook bij het Centraal Museum speelt, de kredietfaciliteit.

Avondvergadering van 15 november 2012

27

In dit geval ligt het iets anders, want de bibliotheek beschikt wel over een onderpand. Daarom dienen we een amendement in dat mede wordt gesteund door de fracties van de VVD en de ChristenUnie, waarin we besluiten beslispunt 1 te wijzigen. Het luidt als volgt. "Amendement 73 Een ondernemer moet ook zelf bankieren De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het voorstel inzake het bedrijfsplan Verzelfstandiging Bibliotheek, constaterende dat de Stichting Bibliotheek via de gemeente Utrecht van een kredietfaciliteit/rekening-courant tegen interne rekenrente tot een maximum van € 800.000 wordt voorzien ten behoeve van de financiering van ICT-investeringen met een looptijd tot 2030; aan de Stichting Bibliotheek het eigendom van een tweetal vestigingen (Tuinwijk en Zuilen) voor een boekwaarde van € 651.032 en een taxatiewaarde van € 1.700.000 wordt overgedragen in het kader van de vorming van het eigen vermogen, overwegende dat de verzelfstandiging wordt ingegeven om de Stichting Bibliotheek slagvaardiger en bedrijfsmatiger te laten werken en zich beter te kunnen ontplooien als cultureel ondernemer; de gemeentelijke organisatie slanker en meer regievoerend kan worden; de verzelfstandigde Stichting Bibliotheek tot 2030 voor een deel van haar financiën afhankelijk blijft van de gemeente Utrecht; het gewenst is dat de Stichting Bibliotheek een eigen

trackrecord opbouwt qua kredietwaardigheid; de Stichting Bibliotheek in tegenstelling tot andere verzelfstandigde of te verzelfstandigen gemeentelijke organisaties wel beschikt over eigen onderpand, zodat daarmee deels ook tegemoet kan worden gekomen aan de zekerheidstelling voor het aangaan van bancaire (private) kredieten; het streven op de kortst mogelijke termijn zou moeten zijn om de Stichting Bibliotheek écht zelfstandig te laten zijn en zodoende ook verantwoordelijk te maken voor haar eigen kredieten, besluit, beslispunt 1 te wijzigen door toevoeging van de zin: " De mogelijkheid van een rekeningcourant bij de gemeente Utrecht vervalt en in plaats daarvan wordt door de Stichting Bibliotheek externe financiering aangetrokken voor de noodzakelijke ICT-investeringen," en gaat over tot de orde van de dag." Het amendement is ondertekend door de heer Ikkersheim, mevrouw Bikker en mijzelf. De heer IKKERSHEIM (VVD): Voorzitter! Ik zal een voorbeeld nemen aan mijn voorganger en zal mijn punten heel kort, maar vol passie brengen. Ik heb twee opmerkingen over het voorstel. Natuurlijk is de VVD-fractie voorstander van deze verzelfstandiging. We denken dat de Utrechtse burger een betere kwaliteit en betere service in het vooruitzicht heeft. Ik sluit me uiteraard van harte aan bij het amendement van de CDA-fractie, waaronder wij onze handtekening hebben gezet.

We vinden het plan voor de kredietfaciliteit niet goed, zeker omdat de bibliotheek een eigen onderpand heeft. Daarom verwachten we hierop echt een actie van de wethouder en steun van de andere fracties. Ik ben zeer benieuwd naar de inbreng van anderen. Ik dien twee amendementen in. Het eerste gaat over het inzicht in de stand van de subsidiesuppletie, analoog aan het amendement van collega-raadslid Rijpma bij het Centraal Museum. Het tweede gaat over de kaderstellende rol van de raad en heeft betrekking op beslispunt 4. Ik pleit ervoor hieraan toe te voegen: "Hierna zal eens in de vier jaar het beleidskader geactualiseerd worden en in de raad besproken en vastgesteld worden." Ik hoor graag van de wethouder of dit impliciet is verwoord in dat beslispunt. Ik wil voorkomen dat we na 2014 ieder jaar een nieuw beleidskader krijgen en ervoor zorgen dat we hiermee de kaderstellende rol van de raad verankeren. De twee amendementen luiden als volgt.

Avondvergadering van 15 november 2012

28

"Amendement 74 Jaarlijks inzicht in verloop subsidiesuppletie De gemeenteraad van Utrecht bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het raadsvoorstel Verzelfstandiging Bibliotheek constaterende dat het college de meerkosten van de verzelfstandiging en het bijbehorende inverdien- en bezuinigingstraject in twintig jaar wil verevenen met een suppletiesubsidie via de algemene reserve; dit in gewone mensentaal betekent dat er meerkosten zijn voor het verzelfstandigen van de bibliotheek en dat hiervoor de bibliotheek nu een subsidie ontvangt die wordt terugbetaald vanaf 2019-2031, overwegende dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het Bibliotheek in de toekomst in staat is om de korting op de subsidie op te vangen; het daarom geen vanzelfsprekendheid is dat de gemeente de oorspronkelijke subsidie uiteindelijk terugbetaald krijgt; ook toekomstige gemeenteraden daarom in staat moeten worden gesteld om het verloop van de suppletiesubsidies te monitoren, besluit, beslispunt 1 te wijzigen door toevoeging van de zin: "De gemeenteraad krijgt jaarlijks in de

jaarrekening inzicht in het verloop van de subsidiesuppletie (begroot anno 2012 versus gerealiseerd)", zodat het nieuwe beslispunt luidt:

1.

in te stemmen met de begroting van de meerkosten van de meer- en minderkosten als gevolg van de verzelfstandiging, het bijbehorende inverdientraject en de pro forma financiële afwikkelstaat zoals opgenomen in de bijlage 1 en 2, en dit in twintig jaar via een subsidiesuppletie te verevenen via de algemene dekkingsreserve. De effecten hiervan per datum verzelfstandiging te verwerken in de begroting; één en ander onder voorbehoud van het Sociaal Plan. De gemeenteraad krijgt jaarlijks in de jaarrekening inzicht in het verloop van de subsidiesuppletie (begroot anno 2012 versus gerealiseerd)."

Dit amendement is ondertekend door mijzelf. "Amendement 75 Kaderstellende rol raad: niet jaarlijks koffie en thee zetten De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het raadsvoorstel Verzelfstandiging Bibliotheek constaterende dat de bibliotheek verzelfstandigd wordt, overwegende dat er sprake moet zijn van een echte verzelfstandiging, waarin de raad meerjarige kaders op hoofdlijnen stelt. besluit, beslispunt 4 te wijzigen door toevoeging van de zin: "Hierna zal eens in de vier jaar het beleidskader geactualiseerd worden en in de raad besproken en vastgesteld worden.", zodat het nieuwe beslispunt luidt: 4. Het Moderniseringsplan Bibliotheek Utrecht als kaderstelend voor de subsidierelatie met de stichting Bibliotheek Utrecht te benoemen en het college op te dragen in 2014 met een voorstel te komen met een geactualiseerd beleidskader Bibliotheek Utrecht. Hierna zal eens in de vier jaar het beleidskader geactualiseerd worden en in de raad besproken en vastgesteld worden." Het amendement is ondertekend door de heer Oldenborg, mevrouw Hakbijl en mijzelf.

Avondvergadering van 15 november 2012

29

Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Voorzitter! Bij de behandeling van de voorjaarsnota heeft de GroenLinks-fractie betoogd dat een bibliotheek meer is dan een boekenkast. Een bibliotheek is een basisvoorziening die laagdrempelig en toegankelijk moet zijn voor onze bewoners, een bruisende plek in de wijk, waar jonge kinderen hun eerste boekjes kunnen lenen, waar oudjes hun krantjes kunnen lezen en waar de werkende mensen een populair boek kunnen lenen. Naast de boekenkast is de bibliotheek op dit moment ook een gemeentelijke dienst. Een gemeentelijke dienst werkt niet zo doelmatig als mogelijk is om snel in te spelen op veranderende ontwikkelingen. De voordelen van een verzelfstandiging liggen juist op dit vlak. Dit hebben we kunnen lezen in de doorlichtingsrapporten: snellere interne besluitvorming, meer autonomie in het bepalen van het beleid en de bedrijfsvoering, en beter kunnen aangaan van samenwerkingsrelaties met derden. Volgens de GroenLinks-fractie is dit het doel wat we nastreven met de verzelfstandiging: een slagvaardiger bibliotheek die bedrijfsmatiger kan werken. Een nadeel is dat de korte lijn met de Utrechtse bestuurders vervalt, maar de GroenLinks-fractie denkt dat dit voldoende wordt ondervangen door de sturingsinstrumenten die we hebben via de subsidiestaat en de kaders die we stellen, zoals het moderniseringsplan.

De GroenLinks-fractie is dus zeer tevreden dat dit moderniseringsplan is toegevoegd in het vierde beslispunt. Wij gaan ervan uit dat het staand beleid is om het bibliotheekbeleid om de vier jaar te vernieuwen. Dit is altijd zo gegaan. De raad heeft budgetrecht, en stuurt op afstand en op hoofdlijnen. De uitvoering laten we over aan de wijsheid van het personeel van de bibliotheek. De GroenLinks-fractie heeft enige zorg over het personeel, maar de wethouder heeft hierover al iets gezegd bij de behandeling van de verzelfstandiging van het Centraal Museum, namelijk over de sterke daling in het inkomen die sommige werknemers staat te wachten. Daar is een sociale regeling voor met de mogelijkheid om de afbouw over een langere periode uit te smeren, zodat er geen abrupte terugval komt in het inkomen. Ik hoor graag een bevestiging van de wethouder op dit vlak. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Met de GroenLinks-fractie delen we de opvatting dat de bibliotheek een basisvoorziening is, maar anders dan de GroenLinks-fractie denken we dat de bibliotheek een gemeentelijke taak inhoudt waarop de raad rechtstreeks zeggenschap mag hebben. Hiermee had ik kunnen volstaan als stemverklaring, maar ook ik zie hoe de hazen hier lopen. Een meerderheid is voor verzelfstandiging. Als dit dan toch gebeurt, doe het dan zorgvuldig.

We hebben na de commissiebehandeling een uitgebreid gesprek gevoerd met de ondernemingsraad. Daaruit kwam naar voren dat tal van zaken niet of onvolledig zijn geregeld: er is nog geen convenant over de politiek maatschappelijke doelen van de bieb, geen stem in de raad van toezicht, het managementteam en het scholingsprogramma zijn nog niet op orde en er is nog geen concreet jaarplan voor 2013. Kortom, met dit gesprek in het achterhoofd denken wij dat dit voorstel nog niet voldragen is, waarbij de arbeidsvoorwaarden van het personeel ook nog eens zwaar onder druk staan. We hoeven dit voorstel nog niet vast te stellen, want de bieb staat gewoon op de begroting als gemeentelijke dienst in 2013. Het moderniseringsplan, het beleidskader, loopt tot eind 2013. Wij stellen voor om die tijd te benutten om de zaken die nog niet zijn geregeld alsnog goed te regelen, zodat we hopelijk een betere basis hebben om de zaak los te laten en de SP-fractie erin kan meegaan. Dat geeft tevens ruimte om de vele mist rond de kunstuitleen op te klaren die is ontstaan rond de commissiebehandeling. Ik dien het volgende amendement in, met als beslispunt om de verzelfstandiging even uit te stellen en om het college met de personeelsvertegenwoordiging en de directie te laten komen tot een nadere invulling van de punten die ik zojuist heb genoemd.

"Amendement 76 'Neem de tijd voor de bieb' De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het Bedrijfsplan Verzelfstandiging Bibliotheek, van mening dat • essentiële zaken voor een succesvolle verzelfstandigingsoperatie van de bibliotheek nog niet of onvoldoende zijn uitgewerkt,

Avondvergadering van 15 november 2012

30

overwegende dat • er met het Moderniseringsplan Utrechtse Bibliotheken een vastgelegd beleidskader ligt voor de bibliotheken; • dit beleidskader een looptijd heeft tot einde 2013; • in de Begroting 2013 de bibliotheek is opgenomen als onderdeel van de gemeentelijke diensten, besluit, • de beslispunten 1 tot en met 4 te schrappen en te vervangen door een nieuw beslispunt, luidende: "De beslissing over de verzelfstandiging van de bibliotheek uit te stellen tot uiterlijk november 2013," en draagt het college op, • in samenspraak met de directeur en de personeelsvertegenwoordiging in de tussentijd te komen tot een nader uitgewerkte invulling van de politiek-maatschappelijke doelen, een scholingsplan voor het personeel, de invulling van de staf- en managementfuncties en een beroepsmogelijkheid binnen de hardheidsclausule; • in de statuten op te nemen dat bij de samenstelling van de raad van toezicht ten minste één lid kan worden voorgedragen door de ondernemingsraad; • bovengenoemde zaken te verwerken in een nieuw te formuleren raadsvoorstel, en gaat over tot de orde van de dag." Dit amendement is ondertekend door mijzelf. De heer VERSCHUURE (D66): Voorzitter! Na de verzelfstandiging van de Stadsschouwburg en het Centraal Museum is nu de verzelfstandiging van de bibliotheek aan de orde.

Volgens de D66-fractie zijn dit de stappen die nodig zijn om te komen tot de regiegemeente die ons voor ogen staat: een slanke, slagvaardige en kostenbewuste organisatie. De verzelfstandiging van de bibliotheek is een goede stap om deze slagvaardiger te maken. Hierdoor kan deze zich beter als culturele onderneming presenteren. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerking te zoeken met culturele instellingen, zoals in de toekomst wellicht de kunstuitleen. De taken en de uitvoeringen van de bibliotheek blijven gewaarborgd door het moderniseringsplan en de blijvende subsidierelatie. Hierin staan de kaders en de voorwaarden voor de financiering. Daarnaast zal een stevig raad van toezicht toezien op het goed functioneren van de bibliotheek. De ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie hebben grote gevolgen voor het personeel. De D66-fractie spreekt haar waardering uit voor het overeengekomen sociaal plan en de hardheidsclausule. Daarmee toont dit college zich een goed werkgever naar de medewerkers. De D66-fractie vindt het goed dat het voorstel voor de privatisering van de kunstuitleen uit dit verzelfstandigingsvoorstel is gehaald en dat we hier op een later moment op terugkomen. Het betreft een goede ontwikkeling die een gedegen bespreking verdient. De bibliotheek gaat vanaf januari 2013 zelfstandig verder.

Wij wensen het personeel, de directie en de raad van toezicht veel succes. Mevrouw BIKKER (ChristenUnie): Voorzitter! De ChristenUnie-fractie heeft in de commissie kritiek gehad op het ontbreken van een convenant over de politiek maatschappelijke doelen waarover bibliotheek en college het eens zijn. De wethouder heeft doorverwezen naar het moderniseringsplan en heeft gezegd dat dat het beleidskader is van waaruit wordt geopereerd en waarin de afspraken staan. De ChristenUniefractie vindt het wel een gebrekkig kader, omdat daarin de ontwikkeling naar de bieb++ eigenlijk niet zit, dus hierbij hebben we onze twijfels. Tegelijkertijd is dit onvoldoende om te stellen dat de verzelfstandiging niet door moet gaan. De ChristenUnie-fractie zal in die zin positief naar dit plan kijken, te meer omdat we het wijs vinden dat de wethouder de verzelfstandiging van de kunstuitleen er uit heeft geknipt. Wij wachten het voorstel daarover verder af. Ik wens de mensen om wie het gaat bij de kunstuitleen, die opnieuw in een onzekere periode terechtkomen, sterkte. Ik hoop dat de raad in wijsheid snel ook over de kunstuitleen een goed besluit kan nemen.

Avondvergadering van 15 november 2012

31

Mevrouw BOUAZANI (PvdA): Voorzitter! Ik sluit mij aan bij de laatste woorden van mevrouw Bikker over de kunstuitleen en het personeel van de kunstuitleen dat in onzekerheid zit. We zijn zeer benieuwd naar het nieuwe raadsvoorstel waarmee het college zal komen. Vanaf deze plek wensen wij het personeel sterkte in deze onzekere periode. Mijn fractiegenoot Van der Roest heeft zojuist gezegd dat verzelfstandiging de PvdA-fractie niet in het bloed zit. Desalniettemin zijn wij tevreden met de toezeggingen die zijn gedaan door wethouder Kreijkamp waarmee hij het raadsvoorstel heeft aangepast, vooral in het kader van de kaders. Het moderniseringsplan wordt meegenomen als kaderstellend, zodat de raad kan sturen op zaken als vestigingen, tarieven en openingstijden. Ook heeft de wethouder toegezegd om bij de eerste subsidiebeschikking te komen met een activiteitenplan, zodat we kunnen zien of daarin staat wat we erin willen hebben staan en of de bibliotheek zich beweegt in de richting van die modernisering en de culturele onderneming. Hoe is het met het personeel? Ook anderen hebben dit genoemd. Wij hebben signalen ontvangen over onrust en onzekerheid over wat er gaat gebeuren met het inkomen. Er ligt een sociaal plan.

De wethouder heeft bij de beantwoording van de vragen over het Centraal Museum duidelijk aangegeven dat er over de hardheidsclausule een advies wordt gegeven door de commissie, dat vervolgens door het college wordt overgenomen. We gaan ervan uit dat dit ook geldt voor de bibliotheek en vragen de wethouder dit te bevestigen. Het college is bekend met de mening van de PvdA-fractie over coöptatie. Bij de raad van toezicht, die zichzelf benoemt, pleit de PvdA-fractie ervoor om de OR een voordracht te laten doen. Ik dien hierover de volgende motie in, waarin het college wordt verzocht in de statuten op te nemen dat bij de samenstelling van de raad van toezicht ten minste één lid kan worden voorgedragen door de ondernemingsraad. "Motie 115 Benut participatie personeel door voordrachtsrecht OR De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op 15 november 2012, ter bespreking van het raadsvoorstel Bedrijfsplan Verzelfstandiging Bibliotheek; constaterende dat • de stichting Bibliotheek een raad van toezicht krijgt, met een minimum van drie en een maximum van zeven leden; • gestreefd wordt naar een evenwichtige samenstelling van de raad van toezicht; • de ondernemingsraad geadviseerd heeft de ondernemingsraad een lid van de raad van toezicht te laten voordragen; • in de 'Code Cultural Governance' de rol van de ondernemingsraad belangrijk gevonden wordt.

overwegende dat • het college het advies van de ondernemingsraad niet heeft overgenomen; • dat in de voorliggende statuten de complete raad van toezicht door middel van coöptatie zelf beslist over de bemensing van vacatures; • toekenning van het voordrachtsrecht aan de ondernemingsraad de betrokkenheid van het personeel en de evenwichtigheid van de samenstelling van de raad van toezicht bevordert; • dit voordrachtsrecht tevens het risico van eenvormigheid van netwerken door coöptatie verkleint en bevordert dat alle belangen in de afwegingen van de raad van toezicht worden betrokken, verzoekt het college, • in de statuten op te nemen dat bij de samenstelling van de raad van toezicht ten minste één lid kan worden voorgedragen door de ondernemingsraad, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door mevrouw Bottse, de heer Schipper en mijzelf. Voorzitter! Wij hebben de U-pas niet in de commissievergadering genoemd, maar deze is wel genoemd door mijn fractiegenoot Van der Roest bij de behandeling van de verzelfstandiging van het Centraal Museum. Wij gaan ervan uit dat het ook bij de bibliotheek straks vanzelfsprekend is dat de Upaskortingen worden meegenomen. Ik hoor hierover graag een bevestiging van de wethouder.

Avondvergadering van 15 november 2012

32

De heer KREIJKAMP (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Vanavond praten we over de verzelfstandiging van de bibliotheek. Dit is een belangrijk besluit voor de raad, voor de stad en voor de bibliotheek. Ik vind dat de bibliotheek een heel belangrijke, maatschappelijke functie heeft voor de stad, en dat die functie heel toegankelijk moet zijn. Het college kiest ervoor de bibliotheek niet door te laten gaan als gemeentelijke dienst, maar als een zelfstandige stichting, zodat ook de bibliotheek een culturele onderneming kan zijn, meer autonomie heeft en samenwerkingen aan kan gaan met derden. Daarom hebben we dit voorstel hier neergelegd. Het sluit helemaal aan bij organisatievernieuwing Via B en bij de ontwikkeling naar een gemeentelijke regiefunctie. Er is een aantal dingen gezegd en ik zal puntsgewijs ingaan op de opmerkingen die zijn gemaakt. Ik heb inderdaad het voorstel voor de kunstuitleen er uitgehaald, omdat ik er zeer zorgvuldig naar wil kijken. Ik ben vanmiddag bij de kunstuitleen geweest om met het personeel verder te praten over zijn positie. Als wethouder Personeel vind ik het van zeer groot belang dat de onzekerheid zo kort mogelijk duurt, maar ik wil wel met een gedegen, zorgvuldig voorstel naar de raad komen. Ik zal er alles aan doen om dit zo snel mogelijk met de raad te kunnen bespreken. Er is een aantal vragen over het personeel van de bibliotheek gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6f0102b4-e090-4b40-be72-f04e89a56508