Verslag raadsvergadering 22 juni 2023
Tekst van het document
30. Raadsvoorstel Startdocument Burgerberaad. Mevrouw Van der Wilt (D66) is superenthousiast dat er wordt begonnen met een burgerberaad. In de commissie heeft ze een lang betoog gehouden over hoe belangrijk het is dat je, als je ermee begint, dat ook echt doet met een goede start. Veel partijen doen mee met haar amendement, zelfs de PVV,
die in het commissiedebat nog kritisch was. Mevrouw Van der Wilt dient amendement 29 (Een goede start is het hele werk!) in, mede namens de fracties van PvdA, PvdD, EenUtrecht, Student & Starter, Volt, GroenLinks, ChristenUnie, PVV, BIJ1 en CDA. De strekking is dat er voor het begin een
duidelijke opdracht gegeven moet worden, waarin heel concreet de randvoorwaarden gesteld worden. Hierbij gaat het om zowel het praktische als het juridische en financiële aspect. Met
inachtneming van het beslisrecht van de raad moet er een stevig politiek-bestuurlijk mandaat zijn.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
61
De heer Maas (Volt) sluit zich graag aan bij mevrouw Van der Wilt. Het debat in de commissie was
zeer interessant. Volt is een groot voorstander van burgerberaden. De fractie is er heel enthousiast over dat de stad en de organisaties in de stad betrokken waren bij het ontwerp van het
startdocument. Dat is echt heel goed. Minder enthousiast is de heer Maas over het gekozen
onderwerp. Hij vindt het jammer dat er voor het onderwerp van de jaarwisseling is gekozen, omdat iedereen in de raad uit allerlei onderzoek weet hoe de stad hierover denkt en wat de meningen hierover zijn. Daarom vindt Volt dit geen geschikt onderwerp.
De heer Bosch (PVV) hoort hier de welbekende enquête weer voorbijkomen. Hij wil de enquête een
keer niet in twijfel trekken, maar de heer Maas eens iets vragen. Worden er tegenwoordig besluiten genomen op basis van enquêtes? In dat geval zou hij aan de heer Maas willen voorstellen om een enquête te houden over betaald parkeren en hierbij ook de uitkomst uit te voeren.
De heer Maas (Volt) heeft niet gezegd dat er besluiten worden genomen op basis van enquêtes. Hij heeft gezegd dit onderwerp niet geschikt te vinden voor een burgerberaad. Dat heeft niks met de inhoud van het onderwerp te maken. Er zijn geschiktere onderwerpen voor een burgerberaad.
De heer Bosch (PVV) stelt dat dit er wel mee te maken heeft. De heer Maas zal zo een amendement indienen waarin wordt verwezen naar deze enquête. Uit deze enquête zou blijken dat Utrechters geen vuurwerk bij de jaarwisseling willen en dat dit onderwerp daarom niet geschikt is voor een
burgerberaad. Daarom vraagt de heer Bosch nogmaals aan de heer Maas of hij zich voortaan bij alle enquêtes van gerenommeerde onderzoeksbureaus zal neerliggen bij de uitkomst.
De heer Maas (Volt) antwoordt dat hij dit zeker niet zal doen. Dat doet hij ook hier niet. Hij zegt
alleen dat hij het een minder geschikt onderwerp vindt voor een burgerberaad. Daar is inderdaad een onafhankelijk onderzoek voor, maar hij is het met de PVV eens dat dit niet zegt dat het daadwerkelijk zo is.
In het startdocument zijn diverse andere onderwerpen genoemd, waaronder wonen, luchtkwaliteit en klimaat. Volt vindt deze onderwerpen veel interessanter. Daarom dient de heer Volt amendement 30 (Ander onderwerp burgerberaad) in, mede namens de fracties van PvdD en Utrecht Solidair. Hierin wordt beslispunt 2 vervangen door: “Zodra er middelen beschikbaar zijn voor organisatie en
opvolging van een burgerberaad, het eerste burgerberaad over de invulling van de klimaatvisie van
Utrecht te laten gaan, en de deelnemers samen met experts een aantal subvragen te laten bedenken die relevant zijn voor de gemeente om haar klimaatvisie vorm te geven”.
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vraagt of Volt, gesteld dat het onderwerp hetzelfde blijft, zich toch wil committeren aan de uitslag.
De heer Maas (Volt) antwoordt dat dit zeker het geval is. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat het geen geheim is dat haar partij het ook mooi zou vinden om zoiets over klimaat te doen. Tegelijkertijd is er nu wel een panel dat al aan de slag is met dit
vraagstuk. Hier is al een tijd geleden een knoop over doorgehakt. Dit is nu live. Hoe kijkt de heer
Maas naar het gegeven dat er al een club mee bezig is? Het zou geen fijn signaal naar hen en naar hun input zijn.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
62
De heer Maas (Volt) begrijpt dit en heeft hier veel begrip voor, maar wil graag het punt maken dat hij een ander onderwerp veel geschikter vindt voor een dergelijk burgerberaad. Zo’n visie waaraan men echt met z'n allen invulling aan moet geven leent zich daar veel beter voor. Dat laat onverlet dat hij begrip heeft voor de opmerking van mevrouw Van der Wilt.
Mevrouw Van der Wilt (D66) probeert mee te denken. Ze kan zich voorstellen dat zo'n panel, dat al bezig is, op dilemma’s komt die voor een potentieel later beraad interessant zouden kunnen zijn.
Zou de heer Maas het interessant vinden om aan dit panel te vragen of dit een geschikt onderwerp zou zijn voor een volgend beraad?
De heer Maas (Volt) vindt dit een fantastisch idee. Volt zou sowieso heel blij zijn als het überhaupt tot een burgerberaad over klimaat zou komen. Linksom of rechtsom zou Volt dit zeker steunen. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de heer Maas bereid is om het amendement hierop aan te passen.
De heer Maas (Volt) vindt dit dan weer net iets te veel gevraagd. Volt wil graag het punt maken, mede omdat de fractie vindt dat het vuurwerkverbod al lang ingevoerd had kunnen worden.
De heer Bosch (PVV) vindt dit onderwerp op zich niet geschikt. Hij vindt dit niet het beste onderwerp om mee te beginnen. Betaald parkeren zou hij wel een geschikt onderwerp vinden. Daarom dient de heer Bosch amendement 31 (Een beter burgerberaad vraagt een ander onderwerp) in. Hierin wordt
beslispunt 2 als volgt gewijzigd: “Zodra er middelen beschikbaar zijn voor organisatie en opvolging van een burgerberaad, het eerste burgerberaad over het voornemen te laten gaan om betaald
parkeren in de gehele stad in te voeren, waarbij de discussie wordt gevoerd over de wenselijkheid
van dit plan en over andere eigentijdse oplossingen om parkeerdruk tegen te gaan”. De vraag zou gesteld kunnen worden hoe het dan met het geld zit, maar de raad vindt het burgerberaad zo
belangrijk. Er wordt gezegd dat de burger een stevig mandaat moet krijgen. De heer Bosch heeft het liever over “inwoners” dan over “de burger”. Als zij zeggen dat ze het betaald parkeren niet willen,
dan is het vervolgens ook aan de raad om daar dekking voor te zoeken. Zo werkt het ook nog eens.
Dan geef je de burger echt iets te zeggen over een onderwerp. Het is aan de raad om dan dat geld te vinden. Dan komt het allemaal goed.
Tot slot vraagt de heer Bosch nog een toezegging van de wethouder. Een van de kernwaarden van
zo’n burgerberaad is dat er gekomen moet worden tot een goed gemêleerd gezelschap. Daar moeten allerlei bevolkingsgroepen in zitten, van jong tot oud, van praktisch geschoold tot hoogopgeleid en
van een Utrechtse achtergrond tot een migratieachtergrond. Iedereen moet hier een stem in krijgen.
Dit is een belangrijk criterium voor de PVV. De heer Bosch wil hier een toezegging van de wethouder op. De raad moet altijd achteraf kunnen toetsen of bepaalde criteria zijn aangestipt en wat de
problemen daarbij waren. Hij heeft hier voor de tweede termijn nog een motie over achter de hand. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het laatste punt dat de heer Bosch maakt belangrijk. Ze heeft het
idee dat ze hem daarin heeft gevonden in een amendement. Daar staat dit ook in. De raad moet dat
kunnen toetsen. Mist de heer Bosch iets in dat amendement? Het college wordt scherp gehouden met dat amendement.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
63
De heer Bosch (PVV) wil na zo’n burgerberaad als raadslid kunnen kijken hoe het gegaan is en of hij een aantal dingen kan terugzien. Was het niet toch weer een groep met alleen maar oudere mensen
uit de wijk Utrecht-Oost? Hij vindt dit van belang. De raad heeft gezegd het te zullen overnemen. Dit wil de heer Bosch ook wel, maar alleen als die hokjes dan ook zijn aangeklikt. Anders wil hij het recht houden om tegen te stemmen.
Mevrouw Van der Wilt (D66) is het hier helemaal mee eens. Tijdens het debat was de PVV kritisch
over het onderwerp, maar niet per se over de vorm. Is de PVV, nu ze instemt met het amendement, ook enthousiast over het burgerberaad, wat de inhoud ook mag zijn?
De heer Bosch (PVV) heeft natuurlijk zijn kanttekeningen bij het burgerberaad. De vorige keer heeft hij, als enige dacht hij, tegengestemd. Als voldaan wordt aan de criteria die zijn omschreven in het
amendement van D66, dan wil hij het een kans geven. Zo moet het gezien worden. Daarom vindt hij
dit onderwerp niet geschikt. In Zeist is er een burgerberaad geweest over de jaarwisseling en daar is niks uitgekomen. Daar is geen vuurwerkverbod komen. Daar zijn wat extra vrije zones aangewezen. Het is dus niet helemaal het onderwerp voor wat iedereen hier zo’n belangrijk middel vindt. De heer Dekkers (GroenLinks) is blij dat het burgerberaad toegevoegd wordt aan de
gereedschapskist om samen stad te maken. GroenLinks staat ook onder het amendement van D66 om de criteria van het burgerberaad aan te scherpen. De raad heeft met motie 288 in 2022 het
college de opdracht gegeven te onderzoeken hoe een lokaal vuurwerkverbod in Utrecht voor de
jaarwisseling van 2023 op 2024 eruit zou kunnen zien en daarbij actief het gesprek met de stad aan te gaan. De motie geeft opdracht om het hoe te onderzoeken en niet het of. Voor het burgerberaad zijn een duidelijke opdracht en een duidelijk mandaat nodig. Daarom dient de heer Dekkers
amendement 32 (Opdracht burgerberaad oud & nieuw in Utrecht een feest voor iedereen met lokaal vuurwerkverbod) in. Hierin wordt besloten het tweede deel van beslispunt 2 van het ontwerp
raadsbesluit Startdocument Burgerberaad als volgt te wijzigen: “waarbij de vraag gesteld wordt hoe oud & nieuw in Utrecht een feest kan zijn voor iedereen met een lokaal vuurwerkverbod.”
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat Eva Roovers altijd aangehaald wordt wanneer het gaat
over het burgerberaad. Haar eerste en grootste les is dat je de uitkomsten niet moet vastleggen aan de voorkant. Dan is het burgerberaad een mislukking in de dop, omdat je de bewoners al een kant op probeert te sturen. Dat stelt GroenLinks nu toch voor?
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij voorstelt om aan de voorkant helder te zijn over
waar het burgerberaad wel en niet over gaat. Wat GroenLinks betreft gaat het niet over het of van het vuurwerkverbod, maar vooral over het hoe. Dan is er nog een heleboel te bespreken.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat het dan wel heel erg ingekaderd wordt. Hij heeft nog een
andere vraag. Loopt de heer Dekkers niet wat op de zaken vooruit? Er is in de raad nog nooit voor een lokaal vuurwerkverbod gestemd en nu wordt dat wel geïnsinueerd. Er wordt dus een stap overgeslagen.
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks het van belang vindt dat er een mandaat gegeven wordt. Er is ruimte om dingen te besluiten. Het is bekend dat de fractie zeer voor het
Raadsvergadering van 22 juni 2023
64
instellen van een lokaal vuurwerkverbod is. Ze wil dit dan ook graag aan de voorkant markeren en dat niet zomaar openlaten.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat dit een voorstel is dat nog nooit een meerderheid in de raad heeft gehaald. Dan wordt er aan de voorkant dichtgetikt wat bewoners zouden moeten
besluiten. Had GroenLinks dan niet gewoon met een heel ander onderwerp moeten komen in plaats van dit halve voorstel?
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij nog steeds dit onderwerp, wanneer het gaat over het hoe, heel geschikt vindt. Hij is niet enthousiast over andere voorstellen die nu voorliggen.
De heer Van Heuven (PvdD) is een groot voorstander van een burgerberaad, maar niet over de
jaarwisseling. Er is al een heel mooi belevingsonderzoek gedaan. Volt wees daar al op. 79% van de
inwoners zou een vuurwerkverbod met alternatieve vieringen steunen. Een vuurwerkverbod past ook in een veel bredere ontwikkeling. Van dierenorganisaties tot oogartsen is er overeenstemming over
dat er een vuurwerkverbod zou moeten zijn. De Partij voor de Dieren vindt dat een burgerberaad er niet voor bedoeld is om dergelijke onderwerpen op af te schuiven. De raad zou zelf het lef moeten hebben om tot een vuurwerkverbod te komen. In de afgelopen maand hebben vier gemeentes een
vuurwerkverbod ingesteld. Waarom doet Utrecht dit niet? De raad schuift het af op een burgerberaad. De heer Van Heuven noemt dit “participatie-washing”. Het burgerberaad moet maar eens dunnetjes overdoen wat de raad niet durft. Dat gezegd hebbende kan de fractie meegaan in het amendement van Volt om naar een thema te gaan dat het burgerberaad wel volledig in zijn recht zet.
Het startdocument bevat geen randvoorwaarden over voldoende financiële middelen om de adviezen van een beraad uit te voeren. Het is belangrijk dat deelnemers weten dat er gewoon geld is voor die uitvoeringen. Het is schipperen. Enerzijds wil je het geld garanderen. Anderzijds wil je geen blanco
cheque uitschrijven. Na uitvoerig overleg en afstemming heeft de heer Van Heuven een amendement
opgesteld. Hierop dient de heer Van Heuven amendement 33 (Financiële zekerheid burgerberaad) in, mede namens de fracties van D66, Volt en CDA. Hierin wordt besloten aan beslispunt 1 van het
Raadsvoorstel Startdocument Burgerberaad een sub h. toe te voegen dat luidt: “Er zullen, in ieder
geval na het uiteindelijke besluit van het burgerberaad, middelen beschikbaar zijn om de uitkomsten uit te voeren, waarbij voor aanvang van het burgerberaad duidelijk is wat de bandbreedte van de kosten voor de uitvoering is” en dit te verwerken op de relevante plekken in het startdocument.
De heer Dekkers (GroenLinks) kan deze gedachtegang goed volgen. Je wilt bij een burgerberaad
garanderen dat er iets mee gedaan wordt. Tegelijkertijd moet er geen blanco cheque uitgeschreven
worden. Deelt de heer Van Heuven ook de twijfel van GroenLinks dat het eigenlijk bijna onmogelijk is
om aan de voorkant te voorspellen wat de kosten zullen zijn om de adviezen uit te voeren? Is het niet slim om in plaats hiervan in de loop van het proces een soort afstemming te hebben over wat de adviezen zouden kosten en of dit consequenties zou hebben voor de adviezen zelf?
De heer Van Heuven (PvdD) denkt dat het slim is om beide te doen. Vooraf kan op basis van de vraagstelling ongeveer ingeschat worden waar men op uit zou kunnen komen. In het geval van
vuurwerk weet je dat een vuurwerkverbod met een alternatieve viering ongeveer €450.000 zou
kunnen kosten. Dat kun je als bedrag met een bepaalde bandbreedte meegeven. Je kunt ook werken met een signalering tijdens een burgerberaad, mocht duidelijk zijn dat het wel heel duur gaat
worden en dat de adviezen meer financiering nodig hebben. Dan zou het burgerberaad een extra
Raadsvergadering van 22 juni 2023
65
signaal uit kunnen geven dat ze eigenlijk meer geld nodig hebben. Ze zouden een aantal
basisadviezen kunnen geven die in het vooraf gecommuniceerde bedrag passen, maar extra adviezen geven die nog meer geld kosten.
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft een punt van orde. Ze had de fracties met wie D66 amendement 29 indiende nog niet opgenoemd en doet dit nu alsnog.
De heer Maas (Volt) merkt op dat hij ook bij amendement 30 vergeten was de fracties op te noemen met wie hij dit amendement indiende en doet dit nu alsnog.
Mevrouw Meerding (VVD) heeft eerder in de commissie kritiek geuit op het burgerberaad. Haar
fractie heeft na die tijd nog overlegd hoe ze tegen het burgerberaad aankijkt. Hoewel de fractie
participatie van bewoners heel belangrijk vindt, vindt ze het burgerberaad hiervoor niet het juiste
instrument en heeft ze te veel kritiekpunten. De VVD vindt dat het echte mandaat om besluiten te
nemen uiteindelijk bij de raad hoort te liggen. Daar is ze immers voor gekozen. Het college kiest er
ook niet voor om het woord “mandaat” te gebruiken, maar spreekt van een zwaarwegend advies dat in principe wordt overgenomen, ook door de raadsleden. Dat is in de ogen van de VVD-fractie toch min of meer hetzelfde. Daarnaast heeft de fractie zorgen over kosten, de representativiteit en de
vraagstelling. Dat zijn te veel punten om nu moties over te gaan indienen en dus stemt de fractie gewoon tegen.
De heer Bosch (PVV) vraagt waarom de VVD de vorige keer dan wel heeft ingestemd met de motie, toen de PVV dat niet deed, en nu een soort omgekeerde beweging maakt.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat precies deze vraag in de commissie ook al aan de orde is gekomen. Ze zal dan ook precies hetzelfde antwoord geven. In de vorige raadsperiode vond de
woordvoerder participatie het een goed idee. Die heeft dan ook ingestemd. Nu maakt die geen deel meer uit van de fractie. Dat is overigens niet om die reden. De huidige fractie kon niet precies
achterhalen wat de gedachtegang toen was en heeft er nu een besluit over genomen. Dit besluit heeft mevrouw Meerding zojuist toegelicht.
De heer Bosch (PVV) merkt op dat men nu weet dat de VVD garantie geeft tot de volgende verkiezing. Hij ziet het zelf als volgt. Na een burgerberaad komt er nog een voorstel naar de raad. De VVD kan dan toch alsnog tegenstemmen?
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat dit in principe zou moeten kunnen, maar daar is dit
startdocument heel onduidelijk over. Er staat dat het in principe overgenomen dient te worden, ook door de raadsleden. Natuurlijk hebben de raadsleden altijd nog hun eigen stemrecht. De VVD vindt dit echter een onduidelijke constructie.
De heer Bosch (PVV) deelt die zorgen wel. Hij wil als raadslid altijd nog tegen kunnen stemmen. In
het amendement van D66 staat ook juist dat een raadslid, zonder last gekozen, tegen moet kunnen stemmen.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat dit klopt, maar vindt het ook in dit amendement niet heel
duidelijk verwoord. Ze had aan mevrouw Van der Wilt nog willen vragen wat ermee bedoeld werd. Er
Raadsvergadering van 22 juni 2023
66
staat dat het in principe overgenomen wordt, ook door raadsleden, maar dat die altijd nog tegen
kunnen stemmen. Wat betekent dat dan? Wekt dat niet de verkeerde verwachtingen bij mensen die meedoen aan een burgerberaad?
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat in het amendement duidelijk staat dat er vooraf
duidelijkheid geboden wordt over de randvoorwaarden waarop afgewezen wordt. Dat doet de raad
met elkaar en stemt ze met z’n allen mee in. Daarop wordt het advies dan op getoetst. Dan kan een fractie altijd nog zeggen dat ze, als daar niet aan voldaan is, daar niet mee instemt. Mevrouw Van
der Wilt dacht te horen dat de VVD-fractie wel oren had naar dit amendement. Ze is dus benieuwd of de VVD het burgerberaad dan niet toch zou kunnen omarmen, omdat ze dezelfde wens hebben.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat mevrouw Van der Wilt wel heel grote stappen maakt. Ze
vraagt zich af of alle raadsleden het allemaal precies eens kunnen worden over die randvoorwaarden. Er zijn vaak genoeg verschillen in de raad. Voorstellen worden zelden unaniem aangenomen. Ze ziet dit dus niet gebeuren.
Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt de raad voor het debat over dit mooie onderwerp. Dit is zeker een debat waard. Dat laat het amendement van mevrouw Van der Wilt zien. Met dit besluit geeft de raad een stukje van haar mandaat weg. Daarom is het belangrijk dat dit goede gesprek gevoerd wordt.
In amendement 29, Een goede start is het hele werk!, staan mooie suggesties om de beslispunten
van het burgerberaad en de randvoorwaarden verder aan te scherpen. De wethouder wil de raad wel meegeven dat hier het woord “mandaat” wordt gebruikt. Dat is zwaarwegend, ook al is dat niet het
juridisch mandaat. Dat staat in de overwegingen van het amendement. De wethouder kan dan ook de heer Bosch toezeggen dat het beslisrecht bij de raad blijft. Met dit amendement zegt de raad echter wel dat ze, als aan de randvoorwaarden van het burgerberaad is voldaan, ermee instemt. De wethouder kan het amendement positief adviseren.
De heer Bosch (PVV) wil dat de raad kan toetsen of aan de randvoorwaarden is voldaan. Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat dit absoluut moet kunnen. Dat is ook de waarde van de raad in dat laatste stadium. Die bekijkt of aan de objectieve criteria, die hij aan de voorkant heeft vastgesteld, is voldaan in het traject.
Amendement 30, van Volt, over het klimaatberaad, ontraadt de wethouder. De gemeente is met
betrekking tot de Klimaatvisie al begonnen met een klimaatpanel. Dat is een mooi middel om de Klimaatvisie uit te werken. Daarbij is het ook nog eens de vraag of je op dezelfde manier een
zichtbaar resultaat krijgt. Dat is een van de criteria die in het startvoorstel van het burgerberaad is genoemd. Bij de jaarwisseling is dat evident wel zo. Daar kun je zien wat het burgerberaad heeft
besloten. Daarbij wil de gemeente graag snel starten met het burgerberaad. De onderwerpen zijn op die voorwaarde in het startdocument gestart. Daarom wil het college liever de jaarwisseling dan het onderwerp dat in het amendement wordt genoemd.
In amendement 31, van de PVV, over betaald parkeren, is niet voldaan aan het criterium van het
juiste middel. Het voorstel over het betaald parkeren ligt al voor. Dat is vrijgegeven ter consultatie. Het tweede argument is dat de gemeente snel wil starten met het burgerberaad. Dat is hetzelfde
argument als bij het klimaatberaad. Dit vraagt om nog veel meer uitwerking. De wethouder ontraadt dit amendement dus.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
67
Amendement 32, van GroenLinks, gaat over het verbod uit de vraag aan het burgerberaad halen. Wat
het college betreft kleedt dat het onderwerp te veel uit. Ook een keuze voor een verbod is een helder kader dat aan het burgerberaad meegegeven kan worden. De wethouder wil ook dit amendement dan ook ontraden.
In amendement 33, van de Partij voor de Dieren, wordt gevraagd of het burgerberaad niet nog meer
duidelijkheid kan krijgen aan de voorkant door ze met een budget op pad te sturen. Het college kan dit amendement positief adviseren. Dit is belangrijk en een van de kaders dat is meegegeven door
mensen die goed over het burgerberaad hebben nagedacht. Het is waardevol om dat in het voorstel op te nemen.
De voorzitter constateert dat geen van de fracties behoefte heeft aan een tweede termijn. De voorzitter schorst hierop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 31. Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Plan Beurskwartier. De voorzitter merkt op dat het bijna 21.10 uur is. Formeel staat er nog 3:40 uur op de teller. Die tijd is er niet meer. Er zijn echter nog wel negen plus één agendapunten. Het zou mooi zijn als die nog op deze dag zouden kunnen worden afgerond.
De heer Bakker (D66) heeft de lofzang op dit plan al in de commissie gezongen. De heer Bakker dient motie 196 (Zoek de ruimte op om in Beurskwartier nog net iets meer te bouwen) in, mede
namens Student & Starter, GroenLinks en ChristenUnie. Hierin wordt het college opgedragen om zich maximaal in te zetten om via optimalisatie en/of andere creatieve manieren zo veel betaalbare
woningen als mogelijk en wenselijk toe te voegen bovenop de 2.500 die in het Stedenbouwkundig
Plan genoemd worden en daarbij de leefbaarheid van de buurt en voldoende woonoppervlakte van deze woningen als uitgangspunten te nemen.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de heer Bakker het ook een groot goed vindt dat het nu lukt
om in dit plan zo dicht in het centrum ook sociale huurwoningen van gemiddeld 65 m² voor elkaar te krijgen.
De heer Bakker (D66) had deze vraag al zien aankomen. D66 vindt het belangrijk om woningen te
bouwen met kwaliteit. Daar hoort ook oppervlakte bij. Daarom heeft hij het ook expliciet genoemd. Hij vraagt het college nu om hier goed naar te kijken en te kijken wat er mogelijk is. Als het 64 m2
wordt, zal hij niet klagen. Het uitgangspunt dat dit belangrijk is en dat daaraan vastgehouden moet worden, deelt hij met de PvdA.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat hier een ongelooflijk plan voorligt, waar mogelijk duizenden
mensen plezier aan gaan beleven. Het is wel jammer dat het een versteende en volgepropte wijk lijkt te moeten gaan worden. Bij het Beurskwartier is een plan gepland dat leidt tot gemiddeld 10 m2
Raadsvergadering van 22 juni 2023
68
tuin-, straat- en buurtgroen per woning. Deze zelfde gemeenteraad heeft in een zogenaamde
barcode een paar jaar terug vastgesteld dat dat in elke buurt minimaal 34 m² moet zijn. Dat is dus drieënhalf keer meer. Daar is geen speld tussen te krijgen. Er wordt dus een wijk gecreëerd met
7.000 mensen die slechts gebruik kunnen maken van twee kleine parkjes op een totaaloppervlak van 10 hectare. Het voorstel is om 2.500 extra woningen te gaan bouwen. Dan wordt het met afstand de meest dichtstbevolkte wijk van Nederland. Daarom dient de heer Dijkstra motie 197 (Leefbaar én
groen, dus maximaal 1.500 woningen op het Beurskwartier) in, mede namens Utrecht Solidair. Hierin wordt het college opgedragen een maximum van 1.500 woningen op gemeentelijke grond te hanteren bij de ontwikkeling van het Beurskwartier.
Vervolgens dient de heer Dijkstra motie 198 (Transparante overheid, dus wees eerlijk in de
communicatie; Beurskwartier wordt geen groene wijk) in, mede namens de fractie van Utrecht
Solidair. Hierin wordt het college opgedragen om open en eerlijk te zijn in haar communicatie over
het plan voor het Beurskwartier en ermee te stoppen het Beurskwartier een groene wijk te noemen. Men probeert te redden wat er te redden valt. Als de barcode doorgerekend zou worden, zou er op deze locatie minimaal 1.200 m² sociaalmaatschappelijke culturele buurtruimte gecreëerd moeten
worden. Dat zit er totaal niet in. Er is wel 5.033 m2 sociaalmaatschappelijke ruimte opgenomen in
het plan. Dat blijken een school, een apotheek en een huisarts te zijn. Daarom dient de heer Dijkstra motie 199 (Ook het Beurskwartier heeft recht op sociaal-culturele buurtruimte ingevuld door de buurt) in. Hierin wordt het college opgedragen om aanvullend op de gereserveerde 5.033 m2
sociaalmaatschappelijke voorzieningen in het Beurskwartier minimaal 500 m2 voor een ‘sociaalculturele buurtruimte’ op te nemen als vereiste voor ontwikkelaars en toekomstige
vastgoedeigenaren en toekomstige bewoners en gebruikers de ruimte te geven deze buurtruimte gezamenlijk in te vullen.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het een mooi, maar ook ingewikkeld plan. Het is in de loop der tijd wat ingewikkelder voor de VVD geworden, dus de fractie is blij dat er in plaats van 100 deelauto’s toch 200 deelauto’s kunnen komen. De heer Te Hoonte hoort graag nog een bevestiging van die
toezegging uit de commissie. In de commissie heeft hij begrepen dat de GFT-oplossing een pilot is. Hier kan hij mee leven, maar hij zou graag via Afval een terugkoppeling willen hebben op die pilot.
In één punt kan de VVD zich echt niet goed vinden. Dat is een doorsteek van de Croeselaan naar blok 2E. Daarom dient de heer Te Hoonte amendement 34 (Geen rondjes rijden op de Croeselaan) in, mede namens Utrecht Solidair. Dit heeft als strekking om de ontsluiting van blok 2E via de Van
Zijstweg te laten lopen, bij de nieuwe aansluiting voor de Beursstraat die er toch al komt. Zo wordt de Croeselaan niet doorsneden.
De heer Stellinga (CDA) dient motie 200 (Breng een knip aan tussen middenhuur en betaalbare koop in het Beurskwartier) in. Hierin wordt het college opgedragen om in het Stedenbouwkundig Plan
Beurskwartier een knip te maken tussen middenhuur enerzijds en betaalbare koop anderzijds en voor beide het door het SP vereiste percentage te noemen.
Daarnaast dient de heer Stellinga amendement 35 (Verhoog percentages middensegment in het
Beurskwartier) in. De strekking hiervan is dat het CDA graag een hoger percentage ziet voor zowel betaalbare koop als middenhuur.
De heer Bakker (D66) vraagt wat er met de motie wordt beoogd.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
69
De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat de motie voortborduurt op het debat dat hij met wethouder Eerenberg heeft gehad in de commissie op 25 mei. De heer Bakker was daar ook bij. Wethouder
Eerenberg heeft hier min of meer een toezegging over gedaan. Als het geen consequenties hoeft te hebben voor het stedenbouwkundig plan, dan kan er een onderscheid gemaakt worden tussen
betaalbare huur enerzijds en middenhuur anderzijds. Dat is ook aanbevolen in het rapport van de Rekenkamer. Het college heeft dat ook overgenomen.
De heer Eerenberg (wethouder) bedankt de raad voor de vele moties en amendementen.
Over motie 196, van D66, Zoek de ruimte op om in Beurskwartier nog net iets meer te bouwen, zou je kunnen zeggen dat er een mooi compromis in zit. Er wordt opgeroepen om net iets meer dan
2.500 woningen te bouwen, richting de 3.000, maar dat op zo’n manier te doen dat er voldoende
woonoppervlakte is. De heer Van der Zweth zei al dat hier ook allerlei besluitvorming uit de vorige periode aan ten grondslag ligt. Dat was een ingewikkeld besluit, omdat ook de sloop van de
Croeselaan eraan verbonden was. Dat respecteert het college. Gezien die optelsom der dingen, laat
de wethouder het oordeel over deze motie aan de raad. Ze is zeker uitvoerbaar, ook omdat gepoogd is het compromis te vinden.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder kan duiden of dit ook mogelijk is met het oog op het bestemmingsplan.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er tot nu toe steeds met een maximum is gewerkt. Er zit dus ruimte. Het bestemmingsplan komt dus niet in gevaar.
In motie 197, van EenUtrecht, Leefbaar én groen, wordt gesproken over veertien woontorens. Het zijn er acht. Er wordt gesproken van een hoogte van 105 meter. Ze zijn 70 tot 90 meter. De
wethouder ontraadt de motie, omdat er eerder andere afspraken zijn gemaakt over het aantal. Een
meerderheid van de raad heeft zich daarover uitgesproken. Heel veel mensen willen heel snel in de stad wonen. Het is belangrijk dat er voldoende gebouwd wordt.
Motie 198, Transparante overheid, dus wees eerlijk in de communicatie; Beurskwartier wordt geen groene wijk, is ook van EenUtrecht. Hier is in de commissie lang over gesproken. In het
Stedenbouwkundig plan staat: het Beurskwartier wordt een stadswijk met veel groen. Dat is op zijn minst al een andere stelling dan waar EenUtrecht vraagt om afstand van te nemen. Het Croesepark
wordt overigens net zo groot als Lepelenburg. “Parkje” en “weinig groen” zou de wethouder dan ook niet willen zeggen. Voor het overige blijft de wethouder erbij dat het een stadswijk wordt met veel groen. Dat is altijd meer en beter dan de parkeerplaats van de Jaarbeurs wat het was. Ook deze motie ontraadt de wethouder dus.
Motie 199, Ook het Beurskwartier heeft recht op sociaal-culturele buurtruimte ingevuld door de
buurt, kan de wethouder overnemen, want er zit nog extra ruimte in het Stedenbouwkundig plan voor voorzieningen van deze aard. De oproep om dit vorm te geven samen met de toekomstige bewoners is een mooie en leuke opdracht, passend bij deze tijd.
De VVD vroeg om een herbevestiging van de toezegging in de commissie. Dit kan de wethouder uiteraard doen, want de toezegging uit de commissie staat. Dit is overigens ook in de brief geschreven.
De wethouder geeft een compliment voor het kaartje in het amendement van de VVD. Hier wordt hij als wethouder RO altijd blij van. Helaas gaat hij het amendement toch ontraden. Het is
ontegenzeggelijk waar dat mensen met de auto in het voorstel van het college het lusje over de
Croeselaan moeten maken, waar dat in het voorstel van de VVD niet zo is. Gelukkig zijn dat niet zo
Raadsvergadering van 22 juni 2023
70
heel veel auto’s. De prijs van de ontsluiting die de VVD voorstelt is een doorkruising van de Parkweg, die daar niet op ingericht is. Het zou ook minder groen betekenen, want de lus van de Croeselaan is
nog steeds nodig, en fietsers vanuit de stad zouden moeten omfietsen. Die krijgen een langere route naar de minihub van blok 2E. Dit amendement ontraadt de wethouder dus.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort allerlei argumenten die uit de hoge hoed komen, want hij verandert niks aan de fietsroutes. Hij verandert alleen de ingang van de parkeergarage. Die hub ligt in het
midden van het blok en dat blok kan nog niet ontworpen zijn, want dat wordt pas in 2029 gebouwd. Er is alleen een stedenbouwkundige schets. Het argument van de wethouder gaat dus wel heel ver. Hoe weegt de wethouder het argument dat er in het bestemmingsplan maar drie ontsluitingen van het gebied zijn genoemd en geen doorkruising van de Croeselaan voor blok 2E?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het kaartje dat bij het amendement zit gebaseerd is op het stuk van het college. Daarin is de ingang getekend aan de Croeselaan. In het kaartje in het
amendement is die in gang weggehaald en vervangen door een oranje gestippelde lijn. Uit het feit dat de heer Te Hoonte de zwarte lijn heeft weggehaald, maakt hij op dat ook de fietsers de oranje
lijn zouden moeten volgen. Als de zwarte lijn er ook voor fietsers is, dan zou het verlies van groen
twee keer zo zwaar wegen. Dan blijft namelijk zowel de fietsverbinding als de autoverbinding intact. In de commissie is gezegd dat er gaandeweg wordt ontworpen. Men zit in een trechter. Deze
afweging maakt het college. Als het via de Croeselaan loopt, blijft de Parkweg vrij. Dat blijft dan een voetgangersgebied. De VVD heeft er gelijk in dat de prijs is dat de auto’s het lusje moeten maken. Het college vindt het die prijs waard.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort de wethouder spreken over een paar auto’s. Hij heeft het dan ook over de vrachtwagens voor de supermarkten. Die kunnen best een stukje samen rijden op een
fietsstaat. Dat gebeurt wel vaker. De heer Te Hoonte vindt het dus onzin. Daarnaast had hij gevraagd hoe de wethouder het duidt dat de ontsluiting van blok 2E waar het college die tekent niet in het bestemmingsplan staat.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat men het elkaar hier op de inhoud oneens mag zijn. Hij probeert geen onzin te vertellen. Dit vindt hij ook niet van de opvattingen van de heer Te Hoonte. In het bestemmingsplan betreft het de in- en uitrit van het blok. Het andere betreft de ontsluiting van de gehele wijk. Daar zit allicht de verwarring wanneer de kaartjes uit het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan naast elkaar worden gelegd.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er op de plek waar de wethouder dat nu suggereert ook geen in- en uitrit voor het blok staat getekend.
De heer Eerenberg (wethouder) gaat terug naar het kaartje dat in het amendement zit. De keus is nu
of het aan de noord- of aan de oostkant gedaan wordt. De wethouder heeft de argumenten genoemd waarom het college kiest voor de noordkant. Dat heeft te maken met het voetgangersgebied op de
Parkweg. De argumenten van de heer Te Hoonte over het lusje zijn valide, maar het college is bereid om dat nadeel te dragen ten gunste van de voordelen. De heer Te Hoonte maakt de weging andersom.
De wethouder heeft inmiddels amendement 35 en heeft een minuut nodig om dit goed te lezen.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
71
De voorzitter schorst hierop de vergadering enkele ogenblikken. De heer Eerenberg (wethouder) begrijpt van het CDA dat ze het middensegment in het plan wil
verhogen. Waar het college 25% voorstelt en doorgerekend heeft, wordt daar in het amendement 35% van gemaakt, bestaande uit 20% middenhuur en 15% betaalbaar. Het zou kunnen, maar achter het voorstel zit een grote rekensom. Het voorstel van het college past. Het amendement krijgt de
wethouder, zeker niet zonder middelen, niet meer gewijzigd in het plan. De wethouder ontraadt het amendement dan ook.
De heer Stellinga (CDA) heeft deze discussie ook in de commissie met de wethouder gevoerd. Hij
betreurt het dat de gemeente voor sociale huur wel teruggaat naar de tekentafel en voor middenhuur niet. Dat standpunt is bekend.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt het goed dat het CDA het college scherp houdt over hoe het
met het middensegment gaat. Het punt van de sociale huur werd echter op een ander moment in de besluitvorming gemaakt. Dat is nog in de vorige periode opgehoogd. Daar waren toen ook de
middelen voor geregeld. In die zin is de lijn consistent. De wethouder begrijpt het standpunt van het CDA echter.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het klopt dat dit, als het gedaan zou worden in deze fase, waarin het bestemmingsplan al lang is vastgesteld, ook zou leiden tot een enorme vertraging.
De heer Eerenberg (wethouder) bevestigt dit. In de commissie had hij dit al aan het CDA geantwoord. Het CDA zei toen dat het, als men het zou willen, zou kunnen. Dat klopt, maar de wethouder constateert dat het nu financieel ook niet geregeld is.
Motie 200, Breng een knip aan tussen middenhuur en betaalbare koop in het Beurskwartier, ontraadt
de wethouder. Zoals de wethouder in de commissie zei deelt hij de opvatting van de Rekenkamer dat men hier scherp op moet zijn. Wat is het verschil tussen middeldure huur en betaalbare koop en hoe
stuur je daarop? Die knip is al aangebracht. Die staat in de grondexploitatie: 11% middeldure huur en 14% betaalbare koop. Er is gekeken of dat ook in het stedenbouwkundig plan verwerkt zou kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat alles kan, maar de aard van het stedenbouwkundig plan is dat het behoorlijk star is. Dat is een van de planologische documenten in de cyclus. Stel dat men in de
tender binnen die 25% wil schuiven, dan is dat makkelijker te doen in de grondexploitatie. Dat zal
het college dan nog steeds in openheid met de raad bespreken. De raad zou zichzelf erg vastzetten door al in het stedenbouwkundig plan die percentages zo vast te leggen. Als het plan gered zou kunnen worden door er 12% en 13% van te maken, dan zou dat niet kunnen. De knip is dus aangelegd. De flexibiliteit via de grex is het college wel wat waard.
De heer Stellinga (CDA) vraagt hoe de wethouder dan reflecteert op dat vernietigende rapport van de Rekenkamer waarin staat dat er voor middenhuur totaal geen meetbare doelen zijn vastgelegd. Daar is dit SP een unieke kans voor. Het CDA wil meer, maar wil in ieder geval die 11% middenhuur planologisch vastgelegd zien, zodat de raad zeker weet dat die er komt.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het middensegment al vaststaat. Dat is, zoals de heer
Van der Zweth net zei, die 25%. Binnen die 25% is er een knip gemaakt. Dat is niet in elk plan zo. Die knip is gemaakt in de grondexploitatie conform de aanbeveling van de Rekenkamer. Dat heeft de
Raadsvergadering van 22 juni 2023
72
raad ook vastgesteld. Daar stuurt het college op. Als het college in deze moeilijke tijden iets zou
willen verschuiven binnen het middensegment, dan kan dat makkelijker via de grondexploitatie dan
via een stedenbouwkundig plan. Het college komt hiervoor altijd terug bij de raad. Het college stuurt op de 11-14-verdeling via de grondexploitatie. De knip is aangelegd. Het gaat om de keuze in welk document je wat doet.
De heer Stellinga (CDA) spreekt de stellige verwachting uit dat dit ertoe leidt dat er straks 25% betaalbare koop is en 0% middenhuur. Dat wil het CDA niet accepteren.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dit niet zijn conclusie zou zijn. Het college schrijft niet zomaar iets op in de grondexploitatie. Hier gaat het college voor. Om nu al de conclusie te trekken dat dit de uitkomst zal zijn, werpt de wethouder van zich.
De voorzitter constateert dat geen van de aanwezige leden behoefte heeft aan een tweede termijn en dat niemand een motie wil intrekken.
Agendapunt 32 is een A-punt geworden; daar zal later in de vergadering over worden gestemd. 33. Raadsvoorstel Zienswijze conceptbegroting 2024 GGDrU. Mevrouw Stylianou (D66) merkt op dat het in de zienswijze echt even zoeken was naar wat precies de beweegruimte van de raad is. Vanavond wordt enkel gestemd over de zienswijze die zal worden
ingediend. De GGD-bestuursvergadering vindt al over twee weken plaats, maar pas gisteren heeft de raad de gevraagde informatie van de GGD ontvangen. Daarnaast gaat het om een collegeregeling.
Allereerst wil haar fractie een reactie van de wethouder op de informatie die de GGD gisteren heeft
ingezonden. Verandert dit de inzet in de vergadering die volgende week zal plaatsvinden? Wat haar fractie betreft, moet de wethouder die bestuursvergadering nog steeds zo afhoudend mogelijk ingaan: geen geld naar extra taken en graag een kritisch gesprek over wat er nodig is om de
basistaken uit te voeren. Volgens haar zit daar nog wel ruimte in. Gelet op het commissiedebat
vertrouwt haar fractie erop dat de wethouder dit ook zal doen, maar ze wil de wethouder nog een extra aanmoediging geven.
Ten slotte nog een opmerking over het proces. Zij wil een dergelijk proces in de volgende jaren
voorkomen. Het was echt last minute, een onduidelijk proces en ook nog eens ongedekt. Zij vindt het vreemd dat er naast € 6 miljoen extra kosten voor loonindexatie opeens € 4 miljoen extra
gevraagd wordt voor basistaken, terwijl dat niet in de Voorjaarsnota wordt meegenomen. Dan maak je toch een schatting? € 4 miljoen is echt een groot bedrag. Graag de bevestiging van de wethouder
dat hij in de bestuursvergadering duidelijk zal maken dat de raad volgend jaar niet hetzelfde proces voor de kiezen wil krijgen.
De heer Eerenberg (wethouder) is het ermee eens dat het proces niet goed verlopen is. Dat vinden
ook meerdere deelnemers in de GGD. Dat heeft er ook mee te maken dat er voor het eerst een flinke rekening aankomt; dan wordt duidelijk dat de tijdlijnen knellen. Dat was ook in de afgelopen jaren het geval, maar toen kwam er geen rekening aan, dus toen had men er geen last van.
De aanmoediging om kritisch te blijven en de vergadering kritisch in te gaan, neemt hij ter harte. Zo zit hij er overigens ook in. Hij heeft de zienswijzen van enkele andere gemeenten gezien; die zitten allemaal in deze hoek. Natuurlijk blijft het democratie; afgewacht zal moeten worden wat de
Raadsvergadering van 22 juni 2023
73
meerderheid van de AB-leden in de GGD uiteindelijk besluit over de conceptbegroting. De opbouwend-kritische houding neemt hij mee naar de AB-vergadering.
Gevraagd wordt om een reflectie op de informatie die de GGD nog heeft gezonden aan de raad. Het gaat om best veel informatie. Hij wil er een paar punten uit halen.
De raad heeft een onderbouwing gekregen van de autonome ontwikkelingen. Veel van de genoemde zaken worden door het college ondersteund. Wel vindt het college dat er over het gestelde over de
Woo en de forensische zorg nog wel wat vragen te stellen zijn. Klopt dat wel, vooral als het gaat om de omvang? Als het gestelde juist is, moet er natuurlijk iets mee gedaan worden.
De GGD zegt dat ze op het punt van de arbeidsvoorwaarden een benchmark heeft gedaan bij de
andere deelnemers. Het college kent die benchmark niet. Hij zou dus graag meer informatie willen krijgen die aantoont dat de GGD netjes in de pas loopt.
Hij zegt toe dat hij de raad snel na afloop van de AB-vergadering zal informeren over het verloop van de discussie en wat dat betekent. Die informatie zal de raad ook van de GGD ontvangen, maar dat zal misschien wat langer duren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat er meer komt. De voorzitter beschouwt dit als een belofte.
Ze stelt vast dat hiermee dit agendapunt is behandeld. Aan het eind van de vergadering zal over het voorstel gestemd worden.
34. Raadsvoorstel beleidskader snelle boodschappenbezorging. De heer Van Steeg (CDA) dient motie 201 in (Blijf doorlopend in gesprek over verkeersveiligheid) met een aanvullend voorstel over de verkeersveiligheid, waarin het college wordt opgedragen:
1. De afspraken met flitsbezorgers uit te breiden met afspraken over de manier waarop de verkeersveiligheid van bezorgers doorlopend kan worden verbeterd;
2. Hierover jaarlijks een verkeersveiligheidsoverleg te voeren om de voortgang te bespreken;
3. En dit waar nodig en mogelijk te integreren in de breder te maken G4-afspraken en mogelijke revitalisering van de bezorgdeal;
4. En de raad te informeren over de uitwerking.
De motie wordt mede ingediend door ChristenUnie en PvdA. De heer Stam (PvdA) dient motie 202 in (Veilig flitsbezorgen), waarin het college wordt opgedragen: 1. Om verkeersveiligheid rondom (flits-)bezorging actief te monitoren op de volgende punten: a. De veiligheid van de aanrijroutes b. Het aantal verkeersongevallen c. Het aantal verkeersgewonden
d. Tevredenheid over verkeersveiligheid (lees: snelheid, locatie, infrastructuur, verkeersdeelname) e. Persoonlijke ervaring riders
2. En de raad hierover te informeren in Q1 2024.
Deze motie wordt mede ingediend door GroenLinks, ChristenUnie, Utrecht Solidair, Student & Starter en CDA.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
74
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af waarom dit op microniveau moet worden bijgehouden. Dat
wordt toch ook niet gedaan voor andere sectoren? Los daarvan is zij benieuwd hoe men aanrijroutes wil monitoren.
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat een op de negen flitsbezorgers betrokken is bij een
verkeersongeluk en dat daar in 15% van de gevallen een ambulance aan te pas moet komen. Het is niet bekend in hoeverre deze cijfers ook voor Utrecht gelden. Daarom is er een noodzaak om te
observeren, zodat duidelijk wordt welke aanvullende maatregelen genomen moeten worden om deze sector veiliger te maken.
Het monitoren van aanrijroutes bestaat er onder meer uit dat wordt gekeken naar waar de incidenten plaatsvinden. Een van die plekken in het verleden was het knooppunt bij het begin van de ASW.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) verduidelijk dat zij graag wil weten wie dat monitoren op zich zal nemen. De boa's hebben al genoeg te doen. Hoe ziet de heer Stam dat?
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat de indieners van de motie hebben gesproken met de ambtenaren. Zij zijn van mening dat er sprake is van een uitvoerbare motie.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat als ambtenaren zeggen dat iets technisch uitvoerbaar is, dat
natuurlijk niet betekent dat het praktisch een goed idee is. De boa's hebben het al druk genoeg. Kunnen de boa's niet beter voor andere zaken worden ingezet?
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat duidelijk is dat er nu al veel verkeersincidenten zijn bij
flitsbezorging, wat gevolgen heeft. Ook in Utrecht is er op de ASW een dodelijk incident geweest
waarbij een flitsbezorger betrokken was. Een deel van de informatie is al bekend, maar in feite moet nog duidelijker worden in hoeverre er al dan niet flitsbezorgers zijn betrokken bij de incidenten. Als dat centraal wordt bijgehouden, kan de raad daar beter op sturen.
De heer Peters (D66) vraagt of het niet beter zou zijn om hier geen extra capaciteit aan te besteden, maar dit gewoon mee te nemen in de bestaande verkeersveiligheidsrapportages. De heer Stam (PvdA) vindt het idee van de heer Peters heel charmant, maar in de
Verkeersveiligheidsmonitor wordt de categorie flitsbezorging niet meegenomen. Als dat in de
monitor als een aparte categorie kan worden meegenomen, zou dat een goede zaak zijn, als de raad dan wel de ruimte heeft om op basis daarvan te sturen.
De heer Peters (D66) begrijpt dat de informatie over pakket- en maaltijdbezorgers wel wordt meegenomen in de Verkeersveiligheidsmonitor.
De heer Stam (PvdA) heeft begrepen dat de categorie flitsbezorging niet apart wordt meegenomen. De heer Peters (D66) concludeert dat naast de pakket- en maaltijdbezorgers ook de flitsbezorgers worden meegenomen in de Verkeersveiligheidsmonitor. Dat is een kleine aanpassing, waardoor er niet iets nieuws hoeft te worden opgetuigd.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
75
De heer Stam (PvdA) merkt op dat de pakket- en maaltijdbezorgers eenmalig zijn meegenomen in de verkeersveiligheidsrapportage. Hij zou graag zien dat dit consequent gebeurt, zodat daar de komende jaren op gestuurd kan worden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat in de commissievergadering onder andere is gesproken over de beleidsregels. In het raadsvoorstel staat nog steeds dat het college gaat over de beleidsregels,
ondanks het feit dat de raad daar al een keer een discussie over heeft gehad. Om die reden dient zij
samen met de fracties van de Partij voor de Dieren en de PVV amendement 36 in (De raad achter het stuur bij snelle boodschappenbezorging), waarin wordt geregeld dat bij een voornemen van het college om een beleidsregel te wijzigen, toe te voegen of te schrappen, eerst de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd. Die kan zich dan desgewenst hierover uitspreken voordat de
aanpassing daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Het idee van het college dat de raad niet snel genoeg is, vindt zij niet fair.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat zijn fractie flitsbezorging het toppunt van luiheid en
overconsumentisme vindt. Zijn fractie heeft daarom een aantal voorstellen mee ingediend, en dient zelf ook twee voorstellen in.
Amendement 37 strekt ertoe dat de levertijden van de bezorgdiensten analoog aan die van de
supermarkten in Utrecht gesteld worden. Waarom zou een flitsbezorger de hele nacht door mogen bezorgen, terwijl supermarkten op een gegeven moment dichtgaan? Het amendement wordt mede ingediend door ChristenUnie, PvdA, Utrecht Solidair, GroenLinks en Volt.
De heer Peters (D66) merkt op dat tijdens de commissiebehandeling duidelijk is gezegd dat dit
alleen mogelijk is als flitsbezorgdiensten als detailhandel worden aangemerkt. Is de heer Van Heuven het daar nog steeds mee eens?
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij de brief die de raad extra heeft gekregen nog eens goed heeft gelezen. Daarin staat dat een voorwaarde voor een vergunning ook te maken moet
hebben met de ruimtelijke aspecten van een pand. Volgens hem is het vertrekken en aankomen van bezorgers gewoon een ruimtelijk aspect van een pand. Wat hem betreft zou je dat kunnen
meenemen in de vergunningverlening. In ieder geval zou aan de flitsbezorgers kunnen worden meegedeeld dat de raad dat op deze manier zou willen hanteren.
De heer Peters (D66) vindt dat de raad van alles kan zeggen over wat hij zou willen, maar het moet
wel juridisch haalbaar zijn. De heer Van Heuven wil dat het juridisch haalbaar en uitvoerbaar is, maar heeft hij dat ook laten checken?
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij daar geen nader juridisch onderzoek aan gewijd heeft. Wel heeft hij de beleidslijnen gevolgd die hij in de diverse stukken gelezen heeft.
De heer Peters (D66) vraagt zich af of het verstandig is om een amendement in te dienen terwijl het überhaupt niet duidelijk is of het daarin voorgestelde praktisch en juridisch uitvoerbaar is.
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het volgens hem praktisch en juridisch uitvoerbaar moet
zijn, aangezien er voorwaarden gesteld kunnen worden op basis van de ruimtelijke aspecten van een pand. In het beleidskader worden een aantal voorbeelden gegeven die onderdeel uitmaken van die
Raadsvergadering van 22 juni 2023
76
ruimtelijke omgeving. Volgens hem kan daar het aspect van vertrekkende en aankomende bezorgers prima aan worden toegevoegd.
In het amendement heeft hij de tijden van middernacht tot 8.00 uur genomen. Daarbij is hij gul
geweest, want hij had ook kunnen kiezen voor de tijdsperiode van 22.00 uur tot 8.00 uur, die ook voor de meeste supermarkten gehanteerd wordt.
Het bezorgen van boodschappen of maaltijden gaat gepaard met afval. Als er bezorgd wordt in de
openbare ruimte, kan dat ook bijdragen aan zwerfafval. Daarom wil hij graag dat de snelle bezorging van boodschappen of maaltijden alleen op woon- of werkadressen kan plaatsvinden. Hiermee wordt niet voorkomen dat mensen zelf met hun waren naar een park of andere openbare plek gaan, maar de drempel wordt hiermee wel hoger. Het opleggen van een dergelijke regel aan bezorgers kan
juridisch lastig zijn, maar afspraken maken is wel mogelijk. Daarom dient hij motie 203 in (Alleen leveren op woon- en werkadressen).
Mevrouw Bode (Volt) merkt op dat Volt blij is met de stappen die zijn gezet om flitsbezorgers op een fatsoenlijke manier in te bedden in de stad. Volt blijft zich echter zorgen maken over de overlast van flitsbezorgers die direct onder of naast een woning gevestigd zijn. Ze is nog niet tevreden met de
toezegging van de wethouder op dit punt, namelijk dat dit een onderdeel is van het participatieplan, waarbij de flitsbezorger zelf contact opneemt met bewoners en moet kunnen aantonen dat er
voldoende draagvlak is. Volt vindt dat de bewoners die zorg niet hoeven te hebben. Zij hoeven niet de stress en de angst te hebben dat er een flitsbezorger komt en hoeven daarom wat Volt betreft niet zelf in actie te komen. Samen met de Partij voor de Dieren dient zij hierover amendement 38 ingediend.
De heer Peters (D66) vraagt of dit amendement is gebaseerd op één casus of op meerdere casussen. Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat het amendement in ieder geval op één casus is gebaseerd. De heer Peters (D66) vraagt of Volt het verstandig vindt om op basis van één casus een hele
beleidsregel aan te passen. Of kan Volt zich ook voorstellen dat er misschien wel woningen boven een bezorgdienst zijn waar het prima wonen is, omdat aan alle eisen wordt voldaan?
Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat de vestiging van flitsbezorgers voor veel commotie heeft gezorgd. Dat moet voor de toekomst worden voorkomen.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat Amsterdam onlangs uit het convenant over
verkeersveiligheid rond flitsbezorgers is gestapt. Zij is benieuwd of het proces nu stilligt. Of gaat het proces door met de rest van de G4-steden?
Zij dient motie 204 in (Veilig en duurzaam on demand eten bezorgen), mede namens PvdA, D66, PvdD en Student & Starter, waarin het college wordt opgedragen:
1. Samen met flitsbezorgbedrijven zoals Getir en Flink, en maaltijdbezorgbedrijven zoals
UberEats en Thuisbezorgd, een convenant te sluiten en daarin doelen op te nemen in het kader van de verkeersveiligheid, arbeidsomstandigheden van bezorgers zoals een veilige
werkvloer en duurzaamheid en circulariteit, en hierbij ook in te zetten op de transitie naar elektrische voertuigen;
2. Hier ook vertegenwoordigers van de bezorgers bij te betrekken, alsook de vakbonden; 3. In eerste instantie in te zetten op een convenant in G4-verband;
Raadsvergadering van 22 juni 2023
77
4. De raad uiterlijk in Q1 2024 te informeren over de voortgang. Mevrouw Schilderman (wethouder) merkt op dat al in verschillende debatten is gesproken over hoe om te gaan met deze nieuwe vorm van bezorging, waar niet iedereen even enthousiast over is. Het
lastige is dat de gemeente alleen gaat over wat er ruimtelijk ingepast gaat worden. De gemeente gaat niet over de soort bedrijven die zijn toegestaan en de wijze waarop zij hun business voeren; dat wordt geregeld in landelijke wetgeving.
In motie 201 (Blijf doorlopend in gesprek over verkeersveiligheid) wordt gevraagd om continu
aandacht te hebben voor verkeersveiligheid. Dat gebeurt al via de bezorgdeal waaraan gewerkt wordt. In de brief is daar al aandacht aan gegeven. Daar is ook al met de ondernemers over gesproken. Motie 201 is in lijn daarmee, dus die kan worden overgenomen.
In motie 202 wordt voorgesteld om een aantal dingen te monitoren waar de gemeente niet direct
data over heeft. De flitsbezorgbedrijven zou gevraagd kunnen worden om deze data aan te leveren, maar dan is men wel afhankelijk van de kwaliteit van de aangeleverde data. Dan rijst de vraag of
bereikt wordt wat beoogd wordt. Er is al een bedrijf geweest dat vooruitlopend al wat data gestuurd heeft over de ongevallen bij dit bedrijf, maar het aantal ongevallen was zeer laag. De data in
onderzoeken gaan vaak breder over bezorgdiensten - pakketbezorgers, maaltijdbezorgers e.d. De vraag is in hoeverre die data ook gelden voor de flitsbezorgers.
De heer Stam (PvdA) heeft geconcludeerd dat er op basis van de genoemde percentages in 15
gevallen een ambulance nodig was. Dat vinden de indieners van de motie te veel. Ziet de wethouder ook kans om de riders te benaderen met de vraag hoeveel verkeersincidenten zij ervaren?
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat de gemeente geen informatie heeft over de
aanrijroutes van de betrokken bedrijven. Als zij zich op de openbare weg begeven, zijn zij vrij om te rijden waar zij willen. Wel is zij bereid om het gesprek aan te gaan met bezorgers die daar iets over willen zeggen. Zij wil echter niet het beeld scheppen dat de gemeente een totaalbeeld zou kunnen creëren op basis van door de gemeente geverifieerde data. Om die reden moet zij motie 202 ontraden.
Amendement 36 gaat over de beleidsregels. Vandaag gaat het over het beleidskader voor snelle boodschappenbezorging. De raad geeft de kaders aan en het college handelt altijd binnen die
kaders. Als de raad strakkere kaders wil stellen, is het aan de raad om die kaders mee te geven. De beleidsregels worden door het college vastgesteld. Het lijkt haar niet verstandig om dat te
veranderen. Wel kan zij toezeggen dat het college de raad zal informeren als het van plan is om een majeure wijziging door te voeren, zodat de raad daar dan iets van kan vinden. Het amendement moet zij ontraden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe wordt vastgelegd dat de raad sowieso geïnformeerd wordt over majeure wijzigingen in de beleidsregels.
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat het college altijd de actieve informatieplicht heeft
als het gaat om majeure wijzigingen. Dat heeft het college altijd gedaan en dat zal het blijven doen. De Partij voor de Dieren heeft amendement 37 ingediend over levertijden en alcoholtijden. Zij snapt de behoefte om daar grip op te hebben, maar de wijze om dit te doen, zou zijn om de snelle
boodschappenbezorgers te kwalificeren als detailhandel. Als dat wordt gedaan, is men weer terug bij af, want in dat geval mogen zij zich vrij vestigen in winkelpanden en is men terug bij de darkstore-
Raadsvergadering van 22 juni 2023
78
situatie die de raad niet wilde. Daarbij is de bezorging van alcohol een zaak van de NVWA; de
gemeente is op dit geen bevoegd gezag. De gemeente kan op dit punt dus geen beperkende regels
opleggen. Het amendement is dus juridisch niet haalbaar. Zij moet het dan ook ten zeerste ontraden. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat het probleem met alcohol kan worden opgelost door de
levertijden op een andere manier te beperken. Er kan bijvoorbeeld 22.00 uur van worden gemaakt. Los daarvan wordt in de raadsbrief ook gesproken over laden en lossen binnen geldende
venstertijden. Wat is dan het verschil tussen laden en lossen binnen de geldende venstertijden en het laten binnenkomen en uitgaan van bezorgers binnen de geldende venstertijden?
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat het een flitsbezorger is geclassificeerd als een
distributiebedrijf. De eisen op het vlak van sluitingstijden zijn onderdeel van de Winkeltijdenwet. Die geldt niet voor distributiebedrijven.
De heer Van Heuven (PvdD) heeft om die reden in het amendement niet het woord "sluitingstijden" gebruikt, maar "levertijden".
De wethouder is er heel stellig over dat gestelde in het amendement niet mogelijk is. De in het
amendement verwoorde wens leeft breed in de raad. Is zij daarom wel bereid om te onderzoeken op welke manier de levertijden van bezorgdiensten iets beperkt kunnen worden, zodat er in ieder geval in de nacht geen overlast is?
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat zij bereid is om dat verder te onderzoeken, waarbij
zij opmerkt dat zij al iets heeft gezegd over wat er naar verwachting uit dat onderzoek zal komen. Zij zal de raad daar dit jaar in een raadsbrief over informeren.
De heer Van Heuven (PvdD) zal het onderzoek afwachten en amendement 37 intrekken. Mevrouw Schilderman (wethouder) vervolgt dat ook het gevraagde in motie 203 (Alleen leveren op woon- en werkadressen) niet te handhaven is. Een boodschappenbezorgingsbedrijf heeft niet de
mogelijkheid - dat mogen zij ook niet - om te verifiëren of iemand echt woont op het opgegeven
adres, dus de gemeente kan dat dan ook niet verplichten. Gelet op de wens die op dit punt leeft in de raad, wil zij met de bezorgdiensten het gesprek hierover aangaan.
De heer Van Heuven (PvdD) zou het een goede zaak vinden als de wethouder het gesprek daarover zou willen aangaan met de bezorgdiensten. Als de bezorgdiensten alleen leveren op woon- en werkadressen, werpt dat wel een drempel op voor het ontstaan van zwerfafval.
Mevrouw Schilderman (wethouder) vraagt zich af of zwerfafval daarmee te voorkomen is, aangezien