CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 22 juni 2023

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering en stemraad50.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Mevrouw Oudejans (Student & Starter) vraagt of het college de motie over de financiële steun overneemt.

Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat zowel motie 148 als motie 149 wordt overgenomen.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

24

Mevrouw Oudejans (Student & Starter) geeft mee dat aan het einde van het commissiedebat de wethouder uitsprak niet goed te weten hoe de gemeente dat moet aanpakken als er inderdaad

middelen vanuit het Rijk hiervoor komen. Ze vraagt hoe de wethouder daar nu over denkt, gezien haar uitspraken.

Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het debat natuurlijk voortgaat. Zij doet haar uiterste best voor een landelijke oplossing, maar als er toch geld vanuit het Rijk beschikbaar komt primair voor studenten in schrijnende situaties moet daarvoor in de gemeente een oplossing worden gezocht.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.

21. Afrondende besluitvorming over de ontwikkeling van sportvastgoed en gemeentelijke organisatie van sport.

De heer Van Steeg (CDA) merkt allereerst op dat sport nog niet de plek in Utrecht heeft die het

verdient. Herhaaldelijk is de afgelopen jaren door de raad stilgestaan bij incidenten in de huidige

situatie met Sportpark Overvecht, pijnlijke voorbeelden van hoe het niet moet. Met de keuzes om

fors te groeien binnen de bestaande stad komt sport verder onder druk te staan. Het is daarom hoog nodig om sport eerder te betrekken bij ruimtelijke vraagstukken en actiever te handelen richting

sportverenigingen in onze stad. Daarvoor heeft de D66-fractie anderhalf jaar geleden al een motie

ingediend die het CDA toen van harte steunde. De uitvoering duurt echter veel te lang, zo bleek ook

uit het commissiedebat, zeker gezien de druk op sport en ook op accommodaties in de stad. Om dit proces te versnellen en om de vinger aan de pols te houden, dient het CDA mede namens

EenUtrecht, PvdA, Utrecht Solidair, D66, Volt en de VVD een motie in om met de raad te delen welke stappen worden gezet richting visie en uitvoeringsplan sportcapaciteit (motie 151).

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt ten koste van wat deze prioritering dan gaat. Haar fractie zou dat liever niet ten koste van groen en bomen zien.

De heer Van Steeg (CDA) wijst erop dat sport onder druk staat. Binnenstedelijk wordt almaar

gebouwd en dat gaat ten koste van sportcapaciteit. Te laat in het proces moet een keuze worden gemaakt waar sport komt. Of er is helemaal geen ruimte en neemt de capaciteit af. Binnen het

ambtelijk apparaat is er onvoldoende contact bijvoorbeeld tussen vastgoed en sport en bovendien

worden verenigingen onvoldoende bij de besluitvorming betrokken. Van daaruit zou naar de mening van de CDA veel sneller plekken zichtbaar worden om bijvoorbeeld accommodaties te delen. Het

hoeft dus niet tot meer accommodaties te leiden, hoewel de RSU daar wel een knelpunt ziet. Het gaat

spreker er in ieder geval om dat sport eerder in de ruimtelijke ontwikkeling naar voren wordt gehaald en verenigingen eerder wordt gevraagd wat zij nodig hebben qua accommodatie.

Het is mevrouw De Vries (PvdD) nog steeds niet duidelijk of het CDA in ruimtelijke ontwikkeling dan liever voor een sporthal kiest in plaats van voor groen en bomen.

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het in ieder geval een keuze voor sport is maar zeker niet tegen groen. Het CDA is van mening dat sport een wat hogere prioriteit moet krijgen. Er is al heel

Raadsvergadering van 22 juni 2023

25

veel te halen door het eerder mee te nemen in ruimtelijke ontwikkeling en door actiever aan

verenigingen te vragen welke sportaccommodatie zij nodig hebben. Dat hoeft per definitie dus niet ten koste te gaan van ruimte van anderen, maar wel kunnen heel veel ongelukken zoals wij in de afgelopen jaren hebben gezien, worden voorkomen.

Mevrouw Oosters (wethouder) merkt in de eerste plaats op dat zij motie 151 als een goede

aanmoediging ziet om te kijken hoe sport een mooie plek in de stad kan worden gegeven. Punt 1, 2 en 5 van de motie wil zij betrekken in de procesbrief die zij in de commissie heeft toegezegd en die zij voor het einde van het jaar wil sturen en de punten 3 en 4 wil zij in het plan van aanpak in 2024 opnemen. Het college neemt de motie dus over.

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat de motie daar niet om vraagt. De motie vraagt de raad ruim voor het einde van het jaar over deze punten te informeren.

Mevrouw Oosters (wethouder) herhaalt dat zij, zoals zij heeft toegezegd in de commissie, in de

procesbrief terugkomt op de punten die echt over het proces gaan. De punten 3 en 4 gaan echt over de toekomstvisie en de uitwerking in een plan van aanpak hoe sport een mooie plek in de stad kan krijgen, die in Q2 van 2024 wordt verwacht. Eerder gaat het niet lukken.

Het lijkt de heer Van Steeg (CDA) dan goed om de motie in stemming te houden en vraagt of de

wethouder dan wel kan toezeggen dat het ruim voor het einde van het jaar lukt om de raad op de genoemde punten te informeren.

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt bevestigend. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.

De voorzitter schorst daarop de vergadering.

(Bij heropening van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 22. Afrondende besluitvorming sekswerkbeleid in Utrecht. De heer Van Vliet (D66) heeft alleen nog tijd om het dictum van zijn zojuist rondgestuurde motie

152 uit te spreken. In deze motie (Raadsbrief ‘Modernisering Sekswerkbeleid’ als beleidskader), die mede namens GroenLinks, PvdA, Student & Starter en de ChristenUnie wordt ingediend, wordt het college opdragen:

1. De voorstellen uit deze raadsbrief te zien als formeel beleidskader voor het sekswerkbeleid van Utrecht.

2. Waarbij dus de volgende onderwerpen met bijbehorende raadsvoorstellen uit de brief onderdeel vormen van dat beleidskader:

a. Samen met de stad te werken aan het sekswerkbeleid;

Raadsvergadering van 22 juni 2023 b.

Een proeftuin te starten waarbij we thuiswerken voor 1 persoon per woning onder

c.

Een proeftuin te starten waarbij we ruimte scheppen voor 1 à 2 kleinschalige locaties door:

26

voorwaarden toestaan en hierbij niet werken met een vergunning of registratie; - de mogelijkheid te bieden een collectief van sekswerkers te ondersteunen, - de regelgeving aan te passen en

- de mogelijkheid open te houden voor een kleinschalige locatie op gemeentegrond of in gemeentelijk vastgoed tegen marktconforme prijs;

d. De vergunningprocedures voor privéhuizen en seksclubs te vereenvoudigen; e.

Vooralsnog geen nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een kleinschalige tippelzone;

f. In te blijven zetten op toegankelijke hulp- en dienstverlening en uitstaptrajecten; g. De beleidswijzigingen en proeftuinen lerend te evalueren;

h. In te zetten op het veranderen van belemmeringen die volgen uit landelijke regelgeving;

3. De bijbehorende raadsvoorstellen t.a.v. de aanpassing van de regelgeving uit te werken en aan de raad voor te leggen;

4. De raad te informeren en actief te betrekken over de voortgang. Mevrouw Meerding (VVD) krijgt het idee dat de heer van Vliet probeert hier een raadsvoorstel in een motie te proppen en vraagt waarom deze motie wordt ingediend als het college al heeft toegezegd hierover een raadsvoorstel te sturen.

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat het nog geen beleidskader is en dat er, zoals hij ook in de

commissie heeft gezegd, vaart moet worden gemaakt. Hij ziet graag dat dit vandaag tot beleidskader wordt gemaakt.

Mevrouw Meerding (VVD) wijst erop dat dit beleidskader in een raadsvoorstel wordt vervat. Daarna

kan de raad er nog een informatiebijeenkomst over houden en kunnen mensen worden gehoord. Zij begrijpt echt niet waarom dit nu zo moet.

De heer Van Vliet (D66) herhaalt dat zijn fractie van mening is dat hiermee haast moet worden gemaakt.

De heer Sungur (DENK) wil toch ook enige zorgvuldigheid. D66 spreekt over proeftuin hier en proeftuin daar, maar dat moet toch zorgvuldig gebeuren.

De heer Van Vliet (D66) wijst erop dat de zorgvuldigheid juist in dat haast maken zit. In het

commissiedebat heeft hij al aangegeven dat daar waar sekswerk niet goed wordt georganiseerd de

vrouwen in onveiligheid werken. Het moet dus zo snel mogelijk worden georganiseerd en daarom nu in een beleidskader.

De heer Van Steeg (CDA) blijft hier moeite mee houden. In het commissiedebat vertelde de heer Van Vliet heel blij te zijn met de uitwerking van de plannen en er sprak enige voorzichtigheid uit. Nu

dient hij deze motie in om weer vaart te maken. Hoe betrouwbaar is dat en wat wil hij nu werkelijk voor deze periode?

De heer Van Vliet (D66) ziet graag dat deze brief aan de raad zo snel mogelijk als beleidskader door

Raadsvergadering van 22 juni 2023

27

de raad wordt vastgesteld. De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat het betekent dat de andere punten in de motie niet worden uitgevoerd, in relatie tot wat er nu gaat gebeuren.

De heer Van Vliet (D66) heeft alle kopjes uit de brief aan de raad in de opsomming van A. tot en met H. opgenomen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de heer Van Vliet toch nog eens kan uitleggen waarom in één keer die enorme haast moet worden gemaakt.

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat sekswerkers die op dit moment aan de slag gaan illegaal

bezig zijn en dus strafbaar zijn. Daardoor werken zij in onveiligheid en dat moet worden voorkomen door het zo snel mogelijk te organiseren.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of D66 niet bang is dat dit ten koste gaat van de

zorgvuldigheid en ook de bescherming van de vrouwen. Er wordt hier gesproken over zonder vergunning uit huis werken maar er wordt niets gezegd over beschermende maatregelen.

De heer Van Vliet (D66) wijst erop dat dit het slotakkoord is van een heel lang lopend proces en het is gek om te doen alsof er nu ineens iets bedacht is. Waarom D66 ziet dat het thuiswerken kan werken, is dat het bijvoorbeeld in Tilburg heel goed functioneert.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) weet ook dat het al tien jaar loopt, dus waarom nu dan die haast? Het blijft haar verbazen, buiten het feit dat het alleen in Tilburg functioneert, maar niet in Lelystad,

Hilversum en heel veel andere plaatsen die ook als voorbeeld kunnen worden genomen. Zij vraagt of zorgvuldigheid bij deze kwetsbare vrouwen niet voor alles moet gaan.

De heer Van Vliet (D66) vindt het leuk dat Utrecht Solidair het voorbeeld van Hilversum aansnijdt, want daar is net het voorstel ingediend om het mogelijk te maken, ook naar aanleiding van het

rapport van de commissie-Sorgdrager. Nogmaals, het is een zorgvuldig proces geweest, want het loopt al tien jaar. D66 staat hier volledig achter.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of D66 het met de ChristenUnie eens is dat

zorgvuldigheid moet blijven worden betracht en dat dit ook betekent dat de raad wel degelijk door

voorstellen of brieven gekend moet worden in wat verderop in de uitvoering tot beleidskader wordt gemaakt.

Dat lijkt de heer Van Vliet (D66) prima. De heer Sungur (DENK) meent dat D66 nu doet alsof het allemaal heel veel haast heeft maar deze

mensen zitten al tien jaar in de illegaliteit of in een onveilige situatie. Volgens spreker komt dat deels doordat D66 de tippelzone heeft afgeschaft en het Zandpad heeft ontmanteld. Vanwaar die haast nu opeens wel?

De heer Van Vliet (D66) beaamt dat die inderdaad gesloten zijn en dat dit reden temeer vormt om

Raadsvergadering van 22 juni 2023

28

het nu goed te zetten. Mevrouw Meerding (VVD) heeft twee moties voorbereid, maar vraagt zich af hoeveel zin die nog hebben, aangezien D66 zojuist met steun van een groot aantal coalitiepartijen een soort

raadsvoorstel heeft ingediend. Blijkbaar is een en ander al beklonken, maar zij heeft nog wel wat aan te merken op de uitgangspunten voor het thuiswerken en daarover dient zij een motie in (motie 153).

De VVD vindt een looptijd van de proeftuinen van drie jaar wel heel erg lang, ook zeker gezien het feit dat zij pas beginnen te lopen wanneer het kader is uitgewerkt en worden afgerond in een volgende coalitieperiode. Ook daarover dient zij een motie in (motie 154).

Mevrouw Fattal (GroenLinks) vraagt hoe de VVD exploitanten wil lokken met zo’n korte looptijd. Mevrouw Meerding (VVD) wijst op de uitkomst van het debat in de commissie dat deze looptijd wordt gehanteerd vanaf het moment dat de proeftuinen ook echt aan de slag kunnen.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat de exploitanten er natuurlijk wel mee moeten instemmen dat zij meedoen aan het project. Als de gemeente alleen maar een jaar lang zekerheid kan bieden, zullen geen exploitanten kunnen worden aangetrokken.

Volgens mevrouw Meerding (VVD) gaat het er juist om dat de sekswerkers zoveel mogelijk uit

zelfbeheer gaan doen en ook zelf eigenlijk de touwtjes in handen hebben. Het gaat dus niet om heel grote commerciële exploitanten met een terugverdiencapaciteit. Dat kan best binnen een jaar. Doordat dit een pilot is, kan hiermee geëxperimenteerd worden.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) spreekt nogmaals haar dank uit aan het college en aan alle ambtenaren voor deze heel pittige klus. Zij zal een aantal moties indienen, onder andere over het

decriminaliseren van sekswerk en het opkomen voor gemarginaliseerde sekswerkers en een actieve rol van de gemeente in het traject met de proeftuinen. De eerste motie dient zij mede namens de PvdA, D66 en Student & Starter over straatsekswerk (motie 155). De tweede motie gaat over het

verlengen van de looptijd van de proeftuinen, die zij mee namens D66, de PvdA, de PvdD en Student & Starter indient. (Motie 156)

Mevrouw Meerding (VVD) meent dat door de verlenging van de proeftuinen naar zes jaar de sekswerkers juist heel lang in onzekerheid verkeren.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) is blij dat de VVD zich zorgen maakt om het welzijn van sekswerkers in

Utrecht. Om die reden vraagt de motie ook om na drie jaar nog steeds te evalueren of het goed gaat. Als het inderdaad goed gaat, kunnen de proeftuinen permanent worden gemaakt. Daarmee wordt zekerheid geboden aan de sekswerkers die meedoen aan de proeftuin.

De heer Sungur (DENK) ziet dat GroenLinks de motie van D66 heeft medeondertekend. Hij vindt het een vreemde gang van zaken om via een motie een heel beleidskader vast te stellen. Hoe rijmt ook GroenLinks dat met de zorgvuldigheid?

Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt wat D66 naar voren heeft gebracht over het feit dat sekswerkers in

Raadsvergadering van 22 juni 2023

29

Utrecht lang genoeg in onzekerheid hebben verkeerd en dat nu haast moet worden gemaakt met de inrichting van een traject. In de motie worden ook kaders meegegeven aan het college om aan de slag te gaan met deze proeftuinen.

Volgens de heer Sungur (DENK) heeft het niet aan de raad gelegen dat het zo lang heeft geduurd

maar aan het steeds weer terugkeren van GroenLinks in het college. Hij begrijpt niet waarom de raad en vooral de oppositie nu buitenspel wordt gezet door als coalitie zo’n motie in te dienen, waarmee zijns inziens de verhoudingen tussen coalitie en oppositie op scherp worden gezet.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) wijst erop dat de brief en de motie kaders meegeven aan het college om verder te gaan met het beleid voor sekswerk in Utrecht. Als partijen in deze raad het niet eens zijn met dat kader, kunnen zij daartegen stemmen.

De heer Sungur (DENK) wijst erop dat kaders niet aan de hand van moties worden gesteld maar aan de hand van raadsbesluiten. Daarvoor moet een zorgvuldig proces worden doorlopen, waarin recht

wordt gedaan aan de partijen die er iets anders in zitten. Op deze manier wordt een deel van de raad buitenspel gezet.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt deze mening niet, omdat het hierin juist ook aan de raad is om het college kaders mee te geven om met het beleid aan de slag te gaan.

Ook de heer Van Steeg (CDA) is hogelijk verbaasd over de procedure die hier wordt gevolgd en de motie die zojuist is ingediend, zeker omdat het op geen enkele manier past bij het debat in de

commissie. Hij is eveneens van mening dat de raad hiermee buitenspel wordt gezet en eigenlijk niets meer te zeggen heeft.

De CDA-fractie ziet de donkere kanten van sekswerk en de problemen die dit oplevert. Ook is voor haar niet voldoende zichtbaar hoe de insteek van de commissie-Sorgdrager van decriminalisering

automatisch leidt tot minder problemen op het gebied van veiligheid. Zij is daarom bezorgd over de pilots, met name die met het legaliseren van thuiswerk. Daarom steunt zij de motie van de

ChristenUnie daarover. De CDA-fractie is wel positief over de motie van Volt over het Overweeghuis. Over de tweede proeftuin en twee kleinschalige plekken heeft spreker een motie waarin het college wordt gevraagd af te zien van het faciliteren van sekswerk in gemeentelijk vastgoed. (motie 157)

Mevrouw Assen (PvdA) vond de reactie van het college op het rapport van de commissie-Sorgdrager lang duren. De PvdA is blij dat met dit voorstel de aanbevelingen van de commissie-Sorgdrager

worden opgevolgd, maar echte blijdschap is er pas als de legale sekswerkplekken gerealiseerd zijn. Evenals D66 wil de PvdA graag samen met sekswerkers voortvarend werk maken van die

aanbevelingen. De PvdA heeft de moties van GroenLinks over de verlenging van de proeftuinen en

straatsekswerk op lange termijn, van Volt over het Zandpad behouden als locatie en actieve regie van de gemeente bij het vinden van locaties en van BIJ1 om het Belgisch model te verkennen, inclusief

gemeentelijk vastgoed en het decriminaliseren van sekswerk, mede ondertekend. Zij vraagt tot slot

of de wethouder bereid is toe te zeggen dat het thuiswerken vanaf de start gedurende dat jaar wordt gemonitord en geëvalueerd en daarin te betrekken wat het effect zou zijn als thuiswerken met twee mensen mogelijk wordt gemaakt.

De voorzitter geeft het woord aan mevrouw De Vries van de PvdD voor haar maidenspeech.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

30

Mevrouw De Vries (PvdD) gaat kort in op haar beweegredenen om als tijdelijk raadslid Anne Sasbrink te vervangen. Om de realiteit in deze raadzaal te krijgen, zijn mededogen en zorgzaamheid van

groot belang. Zorgzaamheid uiteraard voor dier, natuur en milieu, maar ook voor de medemens. Zij vindt het een morele verplichting van volksvertegenwoordigers om op te komen voor hen die niet

gelijkwaardig worden behandeld. Dat de Partij voor de Dieren een emancipatiepartij is, maakt dat zij zich daar thuis voelt.

De positie van sekswerkers ligt haar na aan het hart. Het aanpakken van het stigma waaronder zij

lijden, gaat helaas niet van de ene op de andere dag. Het is een stroperig proces. Gelukkig is haar

fractie er een van de lange adem en zal zij nooit de lange termijn uit het zicht verliezen. Sekswerkers wachten wel al veel te lang en hopelijk lukt het om op korte termijn legale sekswerkplekken in het

leven te roepen. Om de ideeën van het college een extra zetje in de goede richting te geven, dient zij drie moties in. De eerste motie is mede ondertekend door GroenLinks, BIJ1, Volt, D66, Student & Starter en EenUtrecht over het voortzetten van deze proeftuinen bij succes. (motie 158)

Het legaliseren van thuiswerken voor sekswerkers is logisch, maar het is minder logisch dat de

beperking wordt ingebouwd dat zij dat alleen maar in hun eentje mogen doen. Daarom dient zij de motie met als titel Thuiswerken moet samen kunnen mede namens BIJ1, Volt en EenUtrecht in. (motie 159)

De PvdD wil niet dat eerste hele stad wordt afgezocht naar geschikte locaties voor kleinschalig

sekswerk, terwijl er al een locatie beschikbaar is. Mede namens BIJ1, Volt en EenUtrecht dient de PvdD de motie over een gebiedsvisie voor het Zandpad in. (motie160) De voorzitter feliciteert mevrouw De Vries met haar maidenspeech.

(Applaus.)

De heer Maas (Volt) is het in het commissiedebat opgevallen dat de wethouder zei dat de

woningbouwcorporaties bereid zijn sekswerk toe te staan in hun huizen. Bij navraag bleken zij hierin toch weinig ruimte te zien en wellicht kan de wethouder hierop reflecteren. Zijn fractie maakt zich er toch een beetje zorgen over of het startschot voor de oplossing van deze problematiek er wel zal

komen. Het beleid staat mooi op papier maar het is wel wat weinig en het gaat langzaam. Daarom heeft zijn fractie drie moties opgesteld. Allereerst de motie mede namens BIJ1, PvdD, D66, PvdA,

GroenLinks en Student & Starter met als titel lokale locaties vinden zichzelf niet, waarin het college wordt opgedragen uiterlijk in Q4 2023 de raad een duidelijk plan voor te leggen hoe de gemeente zich zal inspannen om locaties te vinden voor kleinschalig sekswerk. (motie 161)

In de tweede motie, mede namens GroenLinks, Student & Starter, D66 en PvdA, wordt het college gevraagd informele zorg- en ontmoetingsplekken voor sekswerkers te organiseren. (motie 162) De laatste motie, die mede namens BIJ1, D66, PvdA, GroenLinks en Student & Starter wordt

ingediend, wordt het college gevraagd een geschikte tijdelijke invulling voor het Zandpad te vinden. (motie 163)

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt allereerst op dat de ChristenUnie achter het begrip “sekswerk” een wereld vol onrecht en misstanden ziet waarvoor men de ogen niet kan sluiten.

Tegelijkertijd ziet zij ook dat daar in de raad andere ideeën over bestaan. Er wordt gezocht naar nieuwe locaties en de gemeente gaat stevig inzetten op goede hulpverlening en het bieden van mogelijkheden voor mensen om uit deze branche te stappen. Voor de ChristenUnie is het erg

belangrijk om de proeftuinen ook goed te kunnen volgen, zodat een goede evaluatie mogelijk is.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

31

Daarom dient de ChristenUnie mede namens CDA, VVD en Stadsbelang Utrecht een motie in over centrale aanmelding voor thuiswerkende sekswerkers in, waarin het college wordt gevraagd om centrale aanmelding voor thuiswerkende sekswerkers mee te nemen In het opzetten van de proeftuin. (motie 164)

Mevrouw Meerding (VVD) vraagt hoe de heer Van der Graaf zijn betoog rijmt met de motie van de coalitie die hij heeft mede ondertekend, waardoor de moties die hij nu indient eigenlijk voor de Bühne zijn omdat het beleidskader al wordt vastgesteld.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat de moties van de ChristenUnie en de moties van de VVD niet voor de Bühne zijn. De raad moet een besluit vormen over dit onderwerp en daarom

heeft hij de toezegging van de wethouder gevraagd dat het college bij de uitvoering van de motie voorstellen zal doen aan de raad en dat daarna de raad aan zet is om daarover te spreken.

Mevrouw Meerding (VVD) wijst erop dat het raadsvoorstel al in de commissie was toegezegd. Zij vraagt zich af waarom nu alle beleidskaders al worden vastgelegd.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst erop dat een beleidskader wordt vastgelegd. In de brief worden punten genoemd waarmee verder kan worden gegaan. De raad komt over die punten te spreken en kan daarover ook een besluit nemen. Dat is de volgorde die is afgesproken.

Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat in de commissie is gesproken over de brief die toen voorlag. Toen is gezegd dat er nog een raadsvoorstel kwam waarover de raad ook nog kon spreken. Zij hoeft hier geen antwoord op, maar nu wordt dat doorkruist door toevallig alle coalitiepartijen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het hier om een verplichte aanmelding gaat. De heer De Pagter (VVD) verzoekt om een schorsing. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer De Pagter. De heer De Pagter (VVD) legt uit dat de irritatie voor de schorsing is ontstaan doordat zijn fractie van mening was dat de motie van D66 die namens deze coalitie is ingediend, geen recht doet aan het debat en de raad ook buitenspel zet. Daarover is tijdens de schorsing met de andere fracties

gesproken en hij wil hier duidelijk gemarkeerd hebben dat deze gang van zaken volgens hen echt niet kan.

De heer Koning (D66) begrijpt de gevoelens en beaamt dat dit geen fijne gang van zaken is en dat

dit niet met zo’n motie had mogen gebeuren. Hij trekt deze motie dan ook in, ook om de indruk weg te nemen dat hier een kader wordt neergezet waarover vervolgens niet meer kan worden gesproken

in deze raad. Hij stelt voor in tweede termijn een bondiger motie in te dienen, waarbij elke fractie de gelegenheid krijgt zich daarbij aan te sluiten.

De voorzitter deelt mee dat motie 152 is ingetrokken.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

32

Vlak voor de schorsing stelde EenUtrecht een bondige vraag aan de heer Van der Graaf. Het was een goede vraag en daar moet natuurlijk antwoord op worden gegeven.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat die registratie verplicht is. Daarbij moet wel worden gekeken naar wat er volgens de AVG en binnen de wetgeving kan. Over een dergelijke verplichting moet nog worden gesproken, maar het zou wel de wens van zijn fractie zijn.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt hoe de heer Van der Graaf de situatie ziet van een thuiswerkende alleenstaande moeder met drie kleine kinderen die met haar klant bezig is?

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat daarover ook nog moet worden gesproken.

Thuiswerken gebeurt al op heel veel plekken en het zal straks met het voorstel worden gelegaliseerd. Tegelijkertijd wil zijn fractie heel veel aandacht voor die vrouw of man in die situatie, zodat hij of zij zich kan melden bij de gemeente, dat er zorg- en hulpverlening is en dat uitstapprogramma’s en laagdrempelige zorg mogelijk zijn.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) antwoordt dat er altijd een verkeerde klant tussen kan zitten. Hoe ziet de ChristenUnie dat in de door haar hiervoor geschetste situatie? Dat kan voorkomen worden door geen thuisprostitutie toe te staan.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) herhaalt dat achter het begrip “sekswerk” een wereld van

onrecht en misstanden schuilgaat. De ChristenUnie ziet die en zal daar ook aandacht voor hebben op elk van de momenten waarop in de gemeente met de punten uit de brief aan de slag wordt gegaan, ook in de komende periode.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt waarom de ChristenUnie dan wel de zojuist ingetrokken motie mede had ondertekend.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is het met de heer Koning eens dat dit niet goed is gedaan. Hij heeft al naar voren gebracht dat dit niet betekent dat alle voorstellen in de raad niet door deze raad gewogen mogen en moeten worden. Dat gebeurt straks ook bij de raadsvoorstellen.

De heer Van Steeg (CDA) is blij dat wordt erkend dat het procedureel niet goed is gegaan. Inhoudelijk was de ChristenUnie het er dus wel mee eens, zo begrijpt hij. In zijn eigen motie gaat de heer Van der Graaf tegen de andere motie in.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) weet niet tegen welke andere motie het ingaat, maar hij had die motie ondertekend omdat hij tegelijkertijd zag dat er breed in de raad andere ideeën zijn dan die

van de ChristenUnie. Daar is deze raadsbrief uit voortgekomen. Omdat dat in de raad is afgesproken, wilde de ChristenUnie er voor staan. De ChristenUnie kan ook gekend worden als een partij die staat voor haar afspraken. Dat was het doel hierbij.

De heer Van Steeg (CDA) geeft mee dat de ChristenUnie een motie indient om die registratie te gaan onderzoeken, terwijl in de motie die net is ingetrokken werd gepleit voor juist geen registratie bij

thuiswerk. Dat is toch niet met elkaar te rijmen en ook niet in overeenstemming met het debat dat is gevoerd.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

33

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is het daarmee eens. Dat is onzorgvuldig. Hij heeft met die motie alleen bedoeld om aan de slag te gaan met die brief. Het betekent niet dat er niet nog

voorstellen kunnen worden gedaan die een meerderheid in deze raad kunnen behalen en waarmee het college aan de slag kan. Dat kan over registratie gaan maar ook over andere punten.

De heer Sungur (DENK) is blij dat de coalitiepartijen op zijn duidelijke interruptie hebben

gereflecteerd en hij spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de motie wordt ingetrokken.

Het is tijd om definitief afscheid te nemen van het nieuwe Zandpad in Overvecht als prostitutiezone. Het is tijd om recht te doen aan de duizenden handtekeningen van Overvechters, Zuilenaren en

Utrechters uit Ondiep. Het is tijd om te stoppen met het verspillen van nog meer miljoenen euro's

aan gemeenschapsgeld die veel beter besteed kunnen worden dan aan het faciliteren van prostitutie. Hij heeft vier moties voorbereid. In de eerste motie wordt het college verzocht om definitief af te zien van het Nieuwe Zandpad als prostitutielocatie. (motie 165)

In de tweede motie wordt het college verzocht om de kleinschalige prostitutielocaties en elke andere vorm van prostitutie niet toe te staan in woonwijken. (motie 166)

In de derde motie wordt het college verzocht om af te zien van het plan om prostitutie vanuit huis toe te staan. (motie 167)

In de vierde motie wordt het college verzocht om in het nieuwe prostitutiebeleid een afstand van minimaal 250 meter te houden van scholen en andere door kinderen gebruikte gebouwen, zoals opvang, kerken en andere religieuze instellingen. (motie 168)

Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat, zoals al aangegeven in het commissiedebat, BIJ1 blij is dat door het college eindelijk concrete stappen worden gezet om veilige sekswerkplekken in Utrecht te

faciliteren. Toch is zij nog niet tevreden met de in de raadsbrief voorgestelde aanpak. Daarom heeft zij vijf moties voorbereid.

De proeftuinen zoals nu voorgesteld zijn een goede aanzet, maar richten zich nog te veel op meer

geprivilegieerde sekswerkers, waardoor sekswerkers met een meer gemarginaliseerde positie buiten de boot vallen. Als zij niet in de verschillende proeftuinen worden betrokken, kan ook niet worden beoordeeld of het ook voor hen werkt. Daarom dient zij samen met EenUtrecht, Volt, GroenLinks,

PvdA en Student & Starter een motie in, waarin het college wordt gevraagd met Belle hulpverlening, de Tussenvoorziening en de Klankbordgroep in gesprek te gaan over wat nodig is om ook gemarginaliseerde sekswerkers een plek te geven binnen de proeftuinen. (motie 169)

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of BIJ1 kan duiden welke groep hier precies mee wordt bedoeld.

Mevrouw Nolten (BIJ1) doelt op transsekswerkers, sekswerkers met een vluchtstatus dan wel degenen die ongedocumenteerd zijn, thuisloos of verslaafd zijn.

Mevrouw De Vries (PvdD) heeft de motie mede ondertekend maar is niet genoemd. Mevrouw Nolten (BIJ1) antwoordt dat dit klopt.

BIJ1 is teleurgesteld dat de specifieke wens vanuit de sekswerkgemeenschap en de commissie-

Sorgdrager om een kleinschalige tippelzone te heropenen, niet wordt ingewilligd. Juist aan deze vorm van straatsekswerk is grote behoefte bij met name de meer gemarginaliseerde

Raadsvergadering van 22 juni 2023

34

straatsekswerkers. Of dit straatsekswerk gefaciliteerd wordt of niet, doorgaan zal het sowieso maar dan onveiliger en in de illegaliteit. Samen met EenUtrecht dient zij een motie in, waarin het college wordt gevraagd alsnog uiterlijk begin 2024 te starten met een proeftuin voor een nieuwe

kleinschalige tippelzone en niet te handhaven op onvergund sekswerk op straat. (motie 170)

Omdat de ervaring leert dat het zoeken naar een locatie voor sekswerk en met name straatsekswerk

een lange aanloop heeft, dient zij met EenUtrecht, Volt en PvdD nog een motie in, waarin het college wordt gevraagd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op zoek te gaan naar geschikte locaties voor een kleinschalige tippelzone voor sekswerk en straatsekswerk. (motie 171)

Spreekster wil ook het Belgisch model bespreekbaar maken. Het is jammer dat dit niet in de

proeftuin is opgenomen, want juist door als gemeente een actieve en langdurige positie in te nemen in de keten, kan aan continuïteit, herstel en vertrouwen van sekswerkers gewerkt worden. Zij ziet er geen heil in om het vinden van een geschikte kleinschalige sekswerklocatie over te laten aan de grillige en onbetrouwbare markt. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, Volt, de PvdD,

GroenLinks, D66, PvdA en Student & Starter de volgende motie in, waarin het college wordt gevraagd alsnog te onderzoeken of het Belgisch model ook in Utrecht als proeftuin kan worden uitgezet en

alle mogelijke locaties te verkennen, inclusief gemeentelijk vastgoed, die geschikt zijn als sekswerk locatie voor dit model. (motie 172)

Tot slot is BIJ1 als partij al jaren pleitbezorger van het volledig decriminaliseren van sekswerk.

Volledige decriminalisering hangt echter af van landelijke wetgeving. Wel kan de gemeente de lokale aanpak decriminaliserend insteken. Hiermee kan Utrecht een progressief voorbeeld stellen aan

andere gemeenten in Nederland. Daarom dient zij hiertoe samen met EenUtrecht, PvdD, GroenLinks, D66, PvdA en Student & Starter een motie in. (motie 173)

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) herhaalt zijn woorden tijdens de algemene beschouwingen dat

deze vergadering, dit huis en de democratie aan slijtage onderhevig zijn. Hij ziet weinig dualiteit in

deze raad en het lijkt er stellig op dat het college en de collegepartijen de raad structureel uit positie willen brengen en de raad, na enig gemorrel, slikt het vervolgens als zoete koek. Hij roept iedereen op zijn eigen rol te vervullen.

Alle sekswerkers zijn het over één ding eens en dat is dat sekswerk gewoon werk is. Een zelfstandig sekswerker dient gewoon zijn ondernemingsgerelateerde kosten zelf te betalen en niet af te

wentelen op de samenleving. Kosten voor zorg en veiligheid moeten als ondernemingsgerelateerde kosten beschouwd worden en dienen als zodanig te worden betaald. De gemeente moet daar niet

aan bijdragen. Hij heeft een motie ingediend, waarin het college wordt opgeroepen niet bij te dragen aan kosten voor zorg en veiligheid van sekswerkers. (motie 174)

Als sekswerk gewoon sekswerk is, dienen zelfstandige sekswerkers net als andere zelfstandigen

gewoon te voldoen aan de wet- en regelgeving in Nederland, zoals het ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en het beschikken over een btw-nummer. Het stadsbestuur dient geen

medewerking te verlenen aan de vestiging van sekswerkers die hieraan geen gevolg geven, want

daarmee wordt eigenlijk illegaal zwartwerken gefaciliteerd. Daarom draagt Stadsbelang Utrecht in

een motie het college graag op om op zijn minst een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en

een btw-nummer te eisen van de sekswerkers die meedoen aan proeftuinen in de stad. (motie 175) De heer Bosch (PVV) vindt dat er heel veel moties zijn ingediend en kan zich vinden in de meeste

daarvan. Voor de rest mag duidelijk zijn hoe de PVV denkt over het Nieuwe Zandpad. Over prostitutie in het algemeen denkt hij misschien wat anders.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

35

De voorzitter merkt op dat hiermee een einde is gekomen aan de eerste termijn van de raad en geeft vervolgens het woord aan wethouder Eerenberg.

De heer Eerenberg (wethouder) is er blij mee dat dit debat wordt gevoerd, vooral vanwege de

geschiedenis van de stad waarin vaak is gesproken over wat er niet kan op het gebied van sekswerk en het eindelijk gaat over wat er wel kan voor zowel sekswerkers in de stad als voor degenen die vinden dat het op een schone en legale manier moet kunnen plaatsvinden. Hij zal alle moties in volgorde van indiening behandelen.

Spreker geeft aan het eens te zijn met het eerste punt van motie 153 van de VVD over schoon, veilig en transparant thuiswerken. Vervolgens wordt echter gesteld meteen met de proeftuin te staken

zodra dat niet het geval zou zijn en dan moet hij de motie ontraden. Proeftuinen zijn bedoeld om te leren en te verbeteren. Dit tweede punt van de motie hangt als een zwaard van Damocles boven de proeftuin. Mocht een halve motie ontstaan, dan weet de VVD wat het oordeel van het college is. Het lijkt mevrouw Meerding (VVD) dat vooraf die voorwaarden geformuleerd moeten worden.

Gaandeweg kunnen dingen misschien worden aangepast, maar het moet toch al schoon, veilig en transparant zijn voordat er begonnen wordt.

De heer Eerenberg (wethouder) beaamt dat dit belangrijk is, maar benadrukt dat proeftuinen volgens de commissie-Sorgdrager bedoeld zijn om te leren. In de praktijk zal blijken in welke mate het punt “schoon” in die context van thuiswerken goed te waarborgen is, wetende dat dit nu ook al het geval is. Zijn stelling is dat dit een vooruitgang zal betekenen. Het is moeilijk om vooraf een definitieve

beslissing te nemen over het al dan niet stoppen van de proeftuin en daar lijkt de tweede oproep om te vragen. Daarmee wordt het idee dat een proeftuin een pilot is best ingewikkeld.

Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of de wethouder er wel iets mee kan als in de motie wordt gesteld dat er altijd een optie is om te corrigeren als er gaandeweg iets mis gaat.

De heer Eerenberg (wethouder) meent dat dit dicht bij zijn eerdere beantwoording ligt, maar dat dan wordt gesproken over de bedoeling van een motie. Hij doet het toch maar met wat er staat.

Motie 154 heeft als titel een proeftuin is een pilot. Hij verwijst naar zijn antwoord in de commissie, namelijk dat een jaar echt te kort is om te leren, aan te passen en weer te leren. Hij ontraadt deze motie.

Motie 155 vraagt om straatsekswerk te onderzoeken op lange termijn. In de commissie heeft hij al

naar voren gebracht dat om allerlei redenen, praktische – geld en tijd – en draagvlak in de stad niet wordt begonnen aan straatsekswerk, wat inderdaad een zware dobber is voor gemarginaliseerde

sekswerkers. Als wordt gevraagd om nog eens nadrukkelijk uit te spreken dat dit op langere termijn wel zou kunnen, is dat in lijn met het standpunt van het college en kan de motie worden overgenomen.

Motie 156 vraagt om de proeftuinen langer dan zes jaar te laten duren. De titel dekt niet helemaal de lading, want hier wordt een stoplichtmodel beschreven: gaat het goed na drie jaar, dan dient de

proeftuin op permanent te worden gezet, zit het in oranje, dan komt de herkansing van nog een keer drie jaar en is het rood na drie jaar, dan werkt het echt niet en moet ermee gestopt worden. In die

zin kan hij de motie overnemen, maar wellicht kan nog eens naar de titel worden gekeken en moet er drie jaar staan in plaats van zes jaar.

Het CDA wil met motie 157 afzien van gemeentelijk vastgoed voor sekswerk. In de commissie heeft

Raadsvergadering van 22 juni 2023

36

hij al duidelijk gemaakt dat het niet het beleid van het college is om ervoor te gaan, maar dat het

niet wordt uitgesloten. Als sekswerk in gemeentelijk vastgoed zal landen, wordt dat nog ingewikkeld vanwege het Didam-arrest en dergelijke. Hij blijft bij het standpunt dat het niet wordt uitgesloten, terwijl de motie het juist wel vooraf wil uitsluiten. Daarom dient te motie te worden ontraden.

De PvdA vraagt of al bij het monitoren van de proeftuin kan worden bekeken hoe eventueel in de toekomst thuiswerken met twee mensen mogelijk kan worden gemaakt.

Spreker zegt dat toe. Wat ermee wordt gedaan, is later voor een politiek debat. De PvdD heeft in motie 158 gevraagd of proeftuinen bij succes permanent kunnen worden. Dat zat ook een beetje in de stoplichtmotie van GroenLinks en hij kan deze motie dus ook overnemen.

Motie 159 moet spreker ontraden, omdat die vooruitloopt op het onderzoek gedurende de proeftuin en omdat thuiswerken wordt gedaan als bewoners van het huis, net als bijvoorbeeld bij een nagelsalon aan huis.

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt zich af hoe de wethouder ertegenaan kijkt dat dit in andere steden al wel gebeurt en dat ook gewoon goed gaat.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er inderdaad voorbeelden zijn waarin dit goed gaat. Tegelijkertijd maakt het heel veel dingen veel ingewikkelder, bijvoorbeeld de gesprekken met de woningbouwcorporaties. In antwoord op de vraag van Volt merkt spreker op dat het niet over de

eigen woning van mensen gaat, maar dat uitdrukkelijk mensen worden uitgenodigd om in de woning medesekswerker te zijn. Volgens het college wordt dit dan ook weer heel ingewikkeld gemaakt. De overlastmeldingen komen voornamelijk van plekken waar meerdere sekswerkers actief zijn. Het

proces moet worden gestart bij wat behapbaar is en wat zeker gaat werken. Zoals al aan het adres van de PvdA is gemeld, zou hier een groeimodel in kunnen zitten, mits de feiten dat aantonen.

Mevrouw De Vries (PvdD) vindt het verwarrend. De wethouder meldde in de commissie dat er bij het

thuiswerken weinig overlast is, omdat dit ook helemaal niet in het belang van de sekswerkers zelf is. Hij zegt ook dat een en ander onderzocht moet worden en gekeken moet worden hoe het gaat. Dat is dus in andere steden al gebeurd en daar kan dan navraag worden gedaan.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt het sowieso verstandig om dat laatste te doen. Het past mooi in de lijn van de toezegging van de PvdA. Op de vraag waar begonnen moet worden met deze proeftuin antwoordt hij dat het college wil beginnen bij de mensen die vanuit hun eigen woning zelf sekswerker kunnen zijn. Wie weet wat er daarna nog mogelijk blijkt.

Het standpunt van het college inzake het Zandpad is bekend. Motie 160 van de PvdA vraagt om af te wijken van de zin uit het coalitieakkoord inzake het Zandpad, maar dat wordt natuurlijk heel

ingewikkeld. Gezien de bezwaren rondom het Zandpad en de lange looptijd van allerlei projecten op het Zandpad zal echt eerst naar andere plekken in de stad worden gezocht. Deze motie doorkruist deze strategie en moet dus worden ontraden. Ten slotte feliciteert hij mevrouw De Vries met haar maidenspeech op een zeer dankbaar onderwerp.

Ten aanzien van de opmerking van Volt over de zienswijze van de woningbouwcorporaties merkt

spreker op dat in alle gesprekken consequent de opvatting naar voren kwam dat sekswerk gewoon

legaal is en een normaal beroep is, net als nagelstylist en kapper. Binnen die voorwaarden moet het dus kunnen, dus ook in woningen van woningbouwcorporaties en dus ook in socialehuurwoningen.

Individuele woningbouwcorporaties kunnen echter een andere afweging maken wat betreft overlast.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

37

Er zijn corporaties die wat spreker betreft ten onrechte op het standpunt staan dat er bij sekswerk automatisch overlast aan de orde is. Uitzonderingen daargelaten, maar dat is echt niet het geval. Zolang die er niet is, is het gewoon hetzelfde beroep als elk ander beroep aan huis en gelden de

praktische regels van de woningbouwcorporaties, dat wil zeggen geen verbouwing van de woning en de bewoner mag niet te veel verdienen.

De heer Maas (Volt) begrijpt dat de wethouder inmiddels de officiële reactie gezien heeft. Hoe verklaart hij dat juist de corporaties die ruimte nadrukkelijk niet zien?

De heer Eerenberg (wethouder) vermoedt dat dit een inschatting is. Zijn inschatting, die van

sekswerkers en die van Belle is dat je er echt voor zorgt dat buren prettig in hun woning kunnen leven als je een goede buur wil zijn, net als bij alle andere beroepen. Sommige bestuurders van woningbouwcorporaties schatten dit anders in.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of er ook overweeghuizen voor nagelstylistes komen. Zij

heeft ervaring met overlast door thuiswerkende sekswerkers, bijvoorbeeld omdat klanten zich in de bel vergissen of het geluid van wachtende taxi’s. Zij is ervan overtuigd dat dit overlast gaat geven.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er op dit moment zo’n 400 sekswerkers actief vanuit huis werken. Het aantal overlastmeldingen is geen 400 adressen op jaarbasis. Het zal ongetwijfeld

gebeuren zoals mevrouw Hessel het voorstelt, en dan moet de overheid duidelijk maken dat overlast niet wordt getolereerd. Maar in heel veel gevallen is daar geen sprake van.

Volgens mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) kloppen heel veel zaken niet in het rapport van de 75jarige mevrouw Sorgdrager. Zij noemt er enkele waar er helemaal geen sprake is van buren.

Bovendien worden de vrouwen veel vaker mishandeld dan de gemiddelde nagelstyliste. Tijdens haar

werkzaamheden bij Slachtofferhulp heeft zij veel sekswerkers geholpen die veel agressie meemaken. Zij maakt zich zorgen om het thuiswerken, om kinderen en gezinnen, en vraagt de wethouder voor een veilige omgeving te zorgen met anderen in de buurt. Zij vraagt of het college nog meer informatie heeft dan alleen uit het rapport-Sorgdrager.

De voorzitter wijst erop dat mevrouw Hessel in de gelegenheid is gesteld een vraag te stellen, maar dat zij in plaats daarvan een heel betoog heeft gehouden.

De heer Eerenberg (wethouder) meent dat de leeftijd van mevrouw Sorgdrager hier niet ter zake

doende is. Hij ontkent geenszins dat er een donkere kant aan sekswerk zit en dat de overheid daar veiligheid en bescherming moet bieden. Maar iets uit de onzichtbaarheid halen, kan daaraan bijdragen.

Motie 161 van Volt met als titel Locaties vinden zichzelf niet, vraagt om een plan van aanpak om

geschikte locaties te vinden. Hij haakt aan bij de rol voor gemeentelijk vastgoed: hij sluit dat niet uit, maar daar begint de zoektocht niet. Die begint bij de vraag wat een goede locatie is. In die zin kan hij de motie overnemen.

In motie 162 wordt gevraagd om informele zorg en ontmoetingsplekken voor sekswerkers te

verzorgen. Deze motie wil hij ontraden, omdat het principe “gelijke monniken, gelijke kappen” hier

moet opgaan. In de commissie heeft hij een toezegging gedaan over het Overweeghuis en die blijft staan, maar een snel vergunningsproces en maatwerk voor het Overweeghuis met betrekking tot

Raadsvergadering van 22 juni 2023

38

regelgeving, riekt toch naar de suggestie dat sommige initiatieven het college dierbaarder zijn dan andere. Hij ontraadt deze motie.

In motie 163 wordt gevraagd het Zandpad beschikbaar voor sekswerk te houden. Hij ontraadt deze motie en verwijst naar zijn eerdere beantwoording.

Motie 164 vraagt om een centrale aanmelding voor thuiswerkende sekswerkers. Hij twijfelt over wat

wijsheid is bij deze motie. Enerzijds kan zo’n onderzoek natuurlijk nooit kwaad, maar anderzijds zijn in de aanloop naar dit debat wat dit betreft heel wat barrières met betrekking tot AVG en privacy

zichtbaar geworden. Zodra iemand zich meldt, zijn er al persoonsgegevens en dan kan er nog maar vrij weinig. Hij is geneigd deze motie over te nemen, maar landelijke wet- en regelgeving kan een

nieuw licht op deze motie werpen en het college heeft met deze motie een jaar de tijd. Mocht er in

dat jaar niets veranderen in de landelijke wet- en regelgeving, dan is de uitkomst van het onderzoek al bekend, omdat de overheid deze mensen dus niet mag kennen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is er blij mee dat de wethouder er op deze manier mee aan de slag wil gaan, maar voordat ermee aan de slag wordt gegaan, moet nog een aantal dingen worden

uitgewerkt. Hij vraagt of de wethouder het in die uitwerking wil meenemen. De ChristenUnie wil ook met een meldpunt aan de slag en wil het graag in die brede context uitgezocht hebben.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de motie is overgenomen en dat het college daarmee aan de slag gaat.

De moties van DENK vragen het college om juist niet aan de slag te gaan met alle individuele

aanbevelingen uit het rapport-Sorgdrager. Hij zal op alle moties ingaan. Motie 165 vraagt het college om prostitutie aan het Nieuwe Zandpad nooit toe te staan. Het college heeft aangegeven het nu niet toe te staan, maar niet nooit. Hij moet de motie dan ook ontraden.

De heer Sungur (DENK) vraagt wat de wethouder bedoeld met “nu niet”. Is dat in het kader van de komende plannen, of bedoelt hij dat het over tien jaar weleens kan gebeuren?

De heer Eerenberg (wethouder) heeft geen glazen bol, maar de locaties waarover nu gesproken wordt, betreffen niet het Zandpad.

Motie 166 vraagt om geen prostitutie in woonwijken toe te staan. Spreker wijst in dit verband op

motie 410 uit 2021 over geen prostitutiezone bij woonwijken van de fractie van DENK met hetzelfde advies, namelijk dat de motie werd ontraden. Het is een legaal beroep, het hoort in deze stad en dat kan ook gewoon prima op plekken waar mensen wonen. De motie is in 2021 verworpen.

Motie 167 vraagt geen thuisprostitutie in Utrecht. Het is er al en dan kan het maar beter gefaciliteerd worden. Het college ontraadt de motie.

Motie 168 vraagt geen prostitutielocaties bij scholen en religieuze instellingen. In de commissie is daar lang over gesproken, maar ook die motie moet het college ontraden. Sekswerk moet

gedestigmatiseerd worden en wat dichtbij is maar niet zichtbaar, kan soms weer net anders zijn dan iets wat toch wat verder weg is maar wel zichtbaar. Goede ruimtelijke ordening vraagt goed

nadenken over wat er naast een school kan. De fractie van DENK hoeft zich geen zorgen te maken. Ramen naast een school is ook geen goed idee, maar er zijn ook andere vormen van sekswerk die best dichterbij kunnen omdat het niet zichtbaar is of overlast veroorzaakt.

De heer Sungur (DENK) wijst erop dat de wethouder en het college principieel een ander standpunt hebben, maar hij heeft wel moeite met het argument dat het maar beter gelegaliseerd kan worden

Raadsvergadering van 22 juni 2023

39

omdat het er al is. Zou dat worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld drugshandel, dan zou dit land een groot probleem hebben.

De voorzitter wijst erop dat dit onderwerp nu niet aan de orde is. De heer Eerenberg (wethouder) laat zich niet verleiden tot opvattingen over het legaliseren van drugs.

Motie 169 van BIJ1 gaat over sekswerkbeleid dat ook werkt voor gemarginaliseerde sekswerkers. Spreker trekt dit zich aan, want dit is een kwetsbare groep die het meeste baat heeft bij goede

voorzieningen waar de overheid ook zorgt voor veiligheid. Tegelijkertijd is het de groep die het

moeilijkst te plaatsen is wat betreft overlast in buurten. Daar zijn eerder helaas negatieve ervaringen mee opgedaan, ook in dit stadhuis. In de commissie heeft hij uitgesproken zijn uiterste best te doen om de kleinschalige voorzieningen ook bereikbaar te maken voor deze groep, maar dat is wel

moeilijk. Het zijn vaak sekswerkers met een kleine portemonnee en het moet passen. Het college neemt de motie over en spreker zal zich ervoor inspannen, maar het is wel een heel moeilijke

opdracht, alleen al voor verslaafde sekswerkers om in te stappen in een kleinschalige locatie waar het voornamelijk over emancipatie en eigen ondernemerschap gaat.

Mevrouw Nolten (BIJ1) dankt de wethouder voor deze toelichting en zij is blij dat hij de motie wil

overnemen. Zij plaatst echter wel de kanttekening bij het ondernemen en het emanciperen. Dat geldt natuurlijk ook voor deze sekswerkers.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt bevestigend, maar dan zou de gemeenschap van

sekswerkers op die locatie bereid moeten zijn een andere groep sekswerkers onder haar hoede te

nemen en te ondersteunen. Hij zal zich ervoor inspannen, maar het is een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting.

Motie 170 over nu straatplekken voor sekswerkers ontraadt hij. Hij wil beginnen met iets wat gaat werken.

Mevrouw Nolten (BIJ1) verwachtte dit antwoord natuurlijk en is benieuwd naar de reflectie dat het straatsekswerk dan alsnog doorgaat.

De heer Eerenberg (wethouder) beaamt dat. Hij heeft wel iets toegezegd op de langere termijn en hij hoopt dat het snel genoeg gaat, ook voor deze groep.

Daarmee heeft hij ook iets gezegd over motie 171. De eerdere motie die het college heeft overgenomen, dekt de lading beter.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of de wethouder motie 171 overneemt of niet. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het college in motie 171 wordt gevraagd om nu al op zoek te gaan naar een locatie. Dat gaat te ver. Daarom ontraadt hij deze motie, maar de motie van GroenLinks over dit onderwerp heeft hij overgenomen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) is blij dat de motie van GroenLinks is overgenomen. Tegelijkertijd zou zij wel graag de bezwaren willen horen om motie 171 niet over te nemen.

Raadsvergadering van 22 juni 2023

40

De heer Eerenberg (wethouder) wijst op het dictum, waarin staat dat nu geschikte locaties moeten

worden gezocht voor een tippelzone en dat er gesprekken moeten worden gevoerd met de stad. Dat wordt heel ingewikkeld en dan wordt dát waar het over gaat bij sekswerk, terwijl spreker het liever over de proeftuinen heeft die sneller tot succes leiden.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt waarom niet nu, wetend dat er een lange aanlooptijd is. Het is juist

kostbare tijd die gebruikt kan worden voor het vinden van die locatie. Zij zou het nog fijner vinden als zij op beide punten een toezegging kreeg.

De heer Eerenberg (wethouder) zal in dat geval ook in gesprek moeten treden met de stad en

locaties moeten zoeken in buurten. Dat gesprek zal in de inschatting van het college niet bijdragen aan meer draagvlak voor sekswerk.

Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert dat de wethouder daarmee zegt dat het belangrijk is en de mogelijkheid openhoudt in de toekomst.

De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat best een goede samenvatting.

Motie 172 gaat in op het Belgisch model. Dan is de vraag wat het Belgische model is. Deze vraag zat ook verstopt in de motie van Volt om op zoek te gaan naar locaties. Dat gedeelte gaat goed, maar

wat betreft instappen, zelf exploiteren en het zelf bijdragen van de overheid aan de exploitatie van een sekswerkonderneming gaat het college te ver en dat lijkt onderdeel te zijn van het Belgisch model. Daarom ontraadt hij de motie.

Volgens mevrouw Nolten (BIJ1) heeft de wethouder ook gehoord dat dit wel een expliciete wens is

van de sekswerkers. Vanuit de klankbordgroep en vanuit Belle is dit ook gezegd, maar hoe rijmt de wethouder dat?

De heer Eerenberg (wethouder) heeft dat inderdaad ook gehoord, maar Volt vraagt de gemeente om zich te committeren door zelf een actieve en langdurige rol in te nemen in de keten, dus in het sekswerk zelf. Dat is een hellend vlak, want dan zou de gemeente zelf sekswerk helpen bij de

exploitatie. Hoe zit het met de verantwoordelijkheid als er iets mis gaat? Het college vindt dit een brug te ver.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dat jammer, maar tegelijkertijd komt haar oproep natuurlijk niet uit het niets. Er is veel gesproken over de aanloop en de ramp voor het Utrechtse sekswerk die nog steeds

aan de gang is. Zij roept het college op om dit te doen om juist het vertrouwen te herstellen. Wellicht gaat het verder dan waarbij de wethouder zich comfortabel voelt, maar het is wel een duidelijke roep en het heeft een grotere kans van slagen.

De heer Eerenberg (wethouder) kan geen nieuwe argumenten verzinnen anders dan de rolvastheid van de gemeente. Zij zal helpen met de zoektocht, de sekswerkers, de hulpverlening en de

emancipatie, maar zelf echt instappen in de keten van sekswerk en als gemeente actief worden, is zijns inziens een groot risico.

Motie 173 zal dadelijk door de burgemeester worden opgepakt.

Motie 174 van Stadsbelang Utrecht spreekt uit dat de ondernemers de kosten zelf moeten betalen. In de commissie heeft hij al gezegd dat heel veel groepen in deze stad zorg en ondersteuning nodig

Raadsvergadering van 22 juni 2023

41

hebben en waarvoor de gemeente klaarstaat om dat te doen. De gemeente komt allerlei

ondernemers op allerlei manieren tegemoet, bijvoorbeeld de horecaondernemers. Bovendien, na de afgelopen jaren zo vaak tegen sekswerkers gezegd te hebben wat er niet kan, moet nu ook worden gezegd wat er wel kan en hoe de gemeente daarbij kan helpen.

Motie 175 spreekt uit dat sekswerkers tenminste een inschrijving bij de KvK en een btw-nummer

moeten hebben. Het college ontraadt die motie om twee redenen. Er zijn allerlei vormen van werk

waarvoor inschrijving bij de KvK verplicht is en daar wordt door de KvK ook op gehandhaafd. Die aap op de schouder te nemen en ook zelf te controleren of er een KvK-inschrijving is, kan de gemeente gewoon niet waarmaken. Sekswerk is normaal en legaal werk en dat betekent dat sekswerkers zich als elke andere ondernemer dienen te gedragen. Maar het gaat een stap te ver om daar als stadsbestuur de handhaver van te worden.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat de wethouder en dit college daarmee zwartwerkers de ruimte geven om zwart te werken.

De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de heer Bos het omdraait. Het is wel heel slim, maar

hij is van mening dat sekswerkers net als alle andere zzp’ers netjes moeten doen wat iedereen doet in dit land. Overigens is het voor sekswerkers heel ingewikkeld om een bankrekening te vinden. Zo heeft de maatschappij dus nog een hoop andere dingen goed te regelen als het normaal wordt

gevonden. Hij ziet geen mogelijkheid om als gemeente de handhavende partij hierin te zijn. Het college ontraadt dus deze motie.

De heer Sungur (DENK) meent dat de gemeente niet per se daarin de handhaver hoeft te zijn. Net als in de horeca kan om een KvK-nummer gevraagd worden. Waarom kan dat hier niet?

De heer Eerenberg (wethouder) wil daarover de volgende afspraak maken. Er komen nog

raadsvoorstellen, ook om de APV te wijzigen, en over spelregels. Hij wil in dat raadsvoorstel terugkomen op de vraag hoe dat op een zo normaal mogelijke manier gaat gebeuren. Voor

thuiswerkers is dat echt heel ingewikkeld, omdat de gemeente een hoop vragen niet mag stellen,

gezien de AVG-discussie. Voor een vergunning voor een privéhuis moet je echt door de wasstraat.

Het is een continuüm, een spectrum en voor het thuiswerken kan de gemeente het zijns inziens niet waarmaken in de handhaving en ook niet om het op te vragen. Hij zal het echter uitzoeken en het komt terug in het voorstel dat de raad hierover ontvangt.

(De heer Zwanenberg draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Bakker.) De voorzitter dankt de wethouder voor de beantwoording en geeft het woord aan mevrouw Dijksma. Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat motie 173 van mevrouw Nolten oproept tot

decriminalisering en een lokale aanpak. De titel van de motie is briljant en is iets wat het college zich echt voorneemt, maar in de praktijk vraagt de motie aan het college om weg te kijken en niet of heel beperkt te handhaven op elke vorm van sekswerk. Dat vindt spreekster onverstandig, omdat er ook situaties zijn waarin er bijvoorbeeld sprake is van uitbuiting of waarin de exploitant misschien iets minder goeds van plan is. Als de gemeente dit over de hele linie zou uitdragen, zou zij echt het verkeerde pad op gaan hoezeer spreekster het ook eens is met het feit dat sekswerkers zelf

Raadsvergadering van 22 juni 2023

42

gedecriminaliseerd moeten worden. BIJ1 heeft daar zeer gelijk in, maar het middel acht spreekster onverstandig. Zij moet de motie dan ook ontraden.

Mevrouw Nolten (BIJ1) begrijpt de zorg van de burgemeester maar hoopt tegelijkertijd dat deze zich niet laat afschrikken door het dictum waarin wordt gesproken over onderzoeken of het kan en om samen met deze partijen een aanpak te formuleren. Het kan een kans bieden om dat tijdens de proeftuinen te doen, als sowieso al wordt geëvalueerd.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) wijst erop dat BIJ1 het college niet alleen vraagt om zaken te

onderzoeken maar ook een opdracht meegeeft. In het tweede punt van het dictum wordt namelijk met zoveel woorden gezegd dat zeer beperkt gehandhaafd moet worden op alle vormen van

sekswerk. Dat is niet verantwoord. Zij wil de komende tijd de gesprekken ook met de sekswerkers

aangaan over de betekenis van decriminalisering en daar zet het college dus stappen in, maar dat is echt iets anders dan wat de motie vraagt. Spreekster zal echt niet wegkijken.

Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt de burgemeester niet om weg te kijken. Het dictum spreekt ook over

“beperkt" en dus niet helemaal, juist om ook nog wel ruimte te geven. En daarin staat ook nog een

verduidelijking, vooral op het verbod van straatsekswerk, wetende ook dat nu niet is gekozen voor de aanpak van een tippelzone straatsekswerk gewoon doorgaat. Vandaar die specificering en

spreekster hoopt dat de burgemeester snapt hoe BIJ1 met deze motie daarop heeft ingestoken. Mevrouw Dijksma (burgemeester) snapt het heel goed en daarom ontraadt zij de motie ook. Dat is

precies het punt. Zodra er situaties aan de orde zijn waarin mensen bijvoorbeeld ook in handen van

mensenhandelaren zijn gevallen, of dat nu op straat is of elders, grijpt zij in. Dat blijft zij ook doen. Dat is ook haar bevoegdheid.

Mevrouw Nolten (BIJ1) kan de burgemeester dan misschien meegeven dat het decriminaliseren van sekswerkers en het criminaliseren van uitbuiters natuurlijk wel twee verschillende dingen zijn. Het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=87020c00-7f5f-49e5-88ba-a7ba32899db2