Verslag raadsvergadering 22 juni 2023
Tekst van het document
2023 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 6e vergadering – 22 juni 2023 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 22 juni 2023 te 10.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer Zwanenberg en de heer Bakker.
Aanwezig zijn de leden: Alblas, Al-Saqaff, Assen, Bakker, Bode, Bos, Bosch, Dada-Anthonij, Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Heijne, Hessel, Van Heuven, Te Hoonte, Hornsveld,
Kendir, Kleinrensink, Koning, Maas, Meerding, Nolten, Oudejans, De Pagter, Passier, Peters, Ramaker,
Raaijmakers, Snippe, Stam, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Vasters, Vermeulen, De Vries, Van der Wilt, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Afwezig zijn de leden: Hellevoort en Van Vliet. Aanwezig zijn de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk, Oosters, Schilderman, Streefland, Voortman en De Vries.
Griffier: mevrouw Van Hall.
1. Opening en mededelingen. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Zij geeft een van de aanwezigen op de publieke tribune de gelegenheid om een spandoek uit te vouwen. Bericht van verhindering is ontvangen van de leden Hellevoort en Van Vliet.
De voorzitter deelt mede dat zij namens de raad een petitie over het standplaatsenbeleid heeft ontvangen. De petitie is bij de griffie in te zien. 2. Vaststellen agenda. De voorzitter meldt dat agendapunt 23 Raadsvoorstel (Benoeming leden commissie Welstand en Monumenten) is doorgeschoven vanuit de vorige raadsvergadering. De agendapunten 6
(Raadsvoorstel Benoeming commissieleden) en 8 (Raadsvoorstel Benoeming Utrechts Ombudsloket) worden om 19.30 uur behandeld tijdens het ceremoniële deel.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de strekt ter vervanging bij agendapunt 36,
Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting BghU 2024-2027, naar wens is en dat dit agendapunt daarom geen bespreekstuk meer hoeft te zijn.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
2
De heer Bosch (PVV) verzoekt om de agendapunten die nu als A-stuk worden bestempeld, vanavond wél op de stemlijst te zetten. De voorzitter zegt dat toe. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat agendapunt 18, Afrondende besluitvorming debat Reactie
ontwerp-bestuursagenda Veiligheidsregio Utrecht 2024-2027, na de wijziging van het college een A-stuk kan zijn.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat door de strekt ter vervanging bij agendapunt 28, Raads-
voorstel Zienswijze ontwerp Programmabegroting 2024 Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht, dit punt een A-stuk kan worden.
De heer Bakker (D66) stelt voor om agendapunt 27, Raadsvoorstel Nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen, eveneens tot A-stuk te bestempelen.
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het stuk op verzoek van de VVD als bespreekstuk is opgenomen. De VVD zal haar standpunt bij de stemming met een stemverklaring uiten. Dat is voldoende. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) sluit zich hierbij aan. De heer Bakker (D66) meent dat agendapunt 32, Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie, ook een A-stuk kan worden.
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat Volt bij het agendapunt 15, Tussentijdse Besluitvorming
Standplaatsenbeleid, niet als agenderende partij staat, maar wel een motie wil indienen. De voorzitter zegt dat de griffier heeft laten weten dat vandaag nog coulance wordt betracht bij de nieuwe regels.
De heer Bosch (PVV) meent dat een raadslid te allen tijde een motie bij een agendapunt kan indienen. De voorzitter zegt dat dat klopt, maar dat er dan geen toelichting mag worden gegeven. De heer De Pagter (VVD) denkt dat agendapunt 33 wellicht niet besproken hoeft te worden. Mevrouw Stylianou (D66) wil dit als bespreekstuk handhaven. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) ziet op de raadsagenda punt 72 en 73 staan. De voorzitter zegt dat dit niet correct is. Zij concludeert dat de agendapunten 27, 28, 32 en 36 als A-stuk op de stemmingslijst worden opgenomen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) zou graag na het ceremoniële deel vanavond een actuele motie willen indienen en bespreken, in plaats van in de ochtendvergadering.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
3
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) maakt daar bezwaar tegen. Als dit wordt toegestaan, wordt een precedent geschapen dat tot willekeur leidt.
De heer De Pagter (VVD) sluit daarbij aan en verzoekt de agenda aan te houden. De heer Bosch (PVV) meent dat eerder besloten is om actuele moties in de ochtend te behandelen en niet ’s avonds.
De heer Koning (D66) hecht ook waarde aan gemaakte afspraken. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft in principe geen bezwaar, maar is wel van mening dat er goede afspraken moeten worden gemaakt.
De heer Sungur (DENK) heeft geen bezwaar om de motie vanavond te behandelen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt de mening van het college hierover. De voorzitter merkt op dat de mening van het college in dezen niet relevant is. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft geen bezwaar om de motie vanavond te behandelen. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil graag stemming over haar ordevoorstel. Hierna wordt bij handopsteken gestemd over het ordevoorstel om de behandeling van de actuele moties te verplaatsen naar de avondvergadering, waarna de voorzitter constateert dat het ordevoorstel is verworpen.
De agenda wordt hierna vastgesteld, met inachtneming van de daarin aangebrachte wijzigingen. 3. Ingekomen stukken. Over de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.
4. Geheimhouding. De voorzitter stelt voor om, conform artikel 89, lid 4 van de Gemeentewet, de door het college
opgelegde geheimhouding van de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, op te heffen.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. 5. Notulen raadsvergadering 11 en 16 mei 2023. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
4
6. Raadsvoorstel Benoeming commissieleden. Dit agendapunt wordt om 19.30 uur behandeld. 7. Raadsvoorstel Verordening Utrechts Ombudsloket. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 8. Raadsvoorstel Benoeming Ombudsloket. Dit agendapunt wordt om 19.30 uur behandeld. Voorafgaand aan de benoeming is er een kennismaking met de twee kandidaten.
9. Raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening op de financiële bijdrage aan fracties gemeente Utrecht. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 10. Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbegroting 2024 en Jaarrekening 2022 Recreatieschap Stichtse Groenlanden.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 11. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2024 en geactualiseerde begroting 2023 VRU. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 12. Raadsvoorstel Zienswijze voorlopige jaarstukken 2022 VRU. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 13. Actuele moties. Motie 124. Groenstrook Tolsteeg eerste tien jaar nog in eigendom gemeente. De heer Dijkstra (EenUtrecht) licht toe dat er een langlopende discussie is of bij de verkoop van de
begraafplaats aan de FUMO de omliggende groenstrook ook moet worden verkocht of niet. De VUMO wil dat graag, maar de omwonenden niet. Hij heeft met beide partijen gesproken en naar aanleiding daarvan dient hij deze motie in.
De heer Sungur (DENK) meent dat het hier gaat om een transactie tussen twee partijen. Stelt de heer Dijkstra nu voor om het eigendom bij de gemeente te houden en om VUMO op te zadelen met het onderhoud?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dit op uitdrukkelijke wens van VUMO zelf gebeurt. Het
gesprek over de kosten moet nog plaatsvinden. Daarover is in de motie bewust niets opgenomen. De
Raadsvergadering van 22 juni 2023
5
groene buffer bedient twee functies. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meent dat het al heel lang geduurd heeft voordat er een islamitische begraafplaats is. Zij meent dat het voorstel de zaak weer traineert.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil juist een oplossing bieden door een gulden middenweg te kiezen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt niet wat de bewoners ermee opschieten als het eigendom bij de gemeente ligt en het onderhoud bij de VUMO.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat er in die tien jaar een moment komt waarin geëvalueerd kan worden hoe het gaat en dat er in die periode vertrouwen kan ontstaan.
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat de gemeente met VUMO en met de bewoners heeft gesproken, in een poging om op dezelfde lijn te komen. Dat is tot op heden niet gelukt. Beide
partijen willen dat de groenstrook groen blijft. Het is gemeentelijk beleid om groenstroken niet te verkopen, maar de raad heeft in het aanwijzingsbesluit de groenstrook wel betrokken. Zij laat het oordeel over de motie aan de raad.
De heer Sungur (DENK) vindt de realisatie veel te lang duren. Hij vraagt hoever de gemeente wil gaan met de inspraak. Het gaat hier om een transactie tussen twee partijen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) wijst op het beroep dat is aangetekend en dat bij GS ligt. Die factor zorgt ook voor vertraging.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoopt dat de raad de motie aanneemt, zodat deze impasse kan worden opgelost.
Motie 125. Steun voor het voortbestaan van SUL. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat SUL van grote waarde is voor Utrecht en dient daarom een motie in over het voortbestaan van SUL. De motie wordt mede ingediend door de fracties van EenUtrecht en VVD.
Mevrouw Voortman (wethouder) deelt de sympathie voor SUL als organisatie. Naar aanleiding van een juridische reactie die van SUL is ontvangen, is er overleg over het mogelijk continueren van de
erfpacht. De motie moet zij echter ontraden. Alle oplossingen die in de motie worden genoemd, zijn onderzocht. Elke oplossing strandt echter bij de financiën. De gemeente heeft SUL aangeboden om
een HARVO (huurafhankelijk recht van opstal) aan te gaan, zodat SUL nog minimaal tien jaar op deze locatie kan blijven, maar SUL wil dat niet. Ook een subsidie is door SUL van de hand gewezen. De
gemeente kan niet afwijken van het gemeentelijk beleid, omdat dit onredelijk zou zijn naar andere verenigingen. De subsidie die SUL kreeg voor techniekonderwijs, kan niet meer worden gegeven omdat die activiteiten zijn gestopt.
De heer Bakker (D66) vraagt of de wethouder nog aanknopingspunten ziet voor een vervolg.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
6
Mevrouw Voortman (wethouder) zegt dat alle oplossingen zijn onderzocht. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt welke stappen nog gezet worden in de continuering van de erfpacht.
Mevrouw Voortman (wethouder) heeft niet meer informatie voorhanden. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wijst op de astronomische huur van € 40.000, waardoor SUL de stad uitgejaagd wordt. Dit is een organisatie die Utrecht ook internationaal op de kaart zet.
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert dat zij zich houdt aan de grondprijzenbrief die door de raad is vastgesteld. De huur is volgens haar niet astronomisch.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat de wethouder bij oplossingen die de regels overschrijden, bij de gemeenteraad terug kan komen voor een aanpassing.
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat met het aanbod dat is gedaan, de mogelijkheden al zijn opgerekt. Verder oprekken is volgens haar niet uit te leggen aan andere verenigingen.
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat andere verenigingen huur betalen voor een gemeentelijke
sportaccommodatie. Zou de relatie met SUL kunnen worden gelijkgetrokken met de regeling voor andere verenigingen?
Mevrouw Voortman (wethouder) heeft daarnaar gekeken. De situaties van de verschillende sportverenigingen zijn heel divers.
Mevrouw Zwinkels (CDA) voegt nog toe dat de beleving van het proces vanuit SUL anders is dan die
van de wethouder. Kan de wethouder met deze motie opnieuw het gesprek aangaan, zodat dit mooie initiatief niet stukloopt op een harde financiële afweging?
Mevrouw Voortman (wethouder) meent dat het initiatief stukloopt omdat de gemeente consequent moet zijn. Zij wil geen valse hoop geven door het gesprek opnieuw aan te gaan. Alles is al onderzocht.
De voorzitter deelt mee dat besluitvorming over beide moties vanavond plaatsvindt. 14. Afrondende besluitvorming Onderzoek Sportbestuurders over discriminatie en inclusie bij Utrechtse sportclubs.
De voorzitter geeft de heer Stam van de PvdA het woord voor zijn maidenspeech. De heer Stam (PvdA) schetst de aanloop naar zijn politieke carrière. De politiek is het waard om je
voor in te zetten. Hij wil zich hard maken voor het toegankelijk maken van sport voor iedereen. De
Utrechtse sport is dat nog niet voor iedereen. Daarom ondersteunt de PvdA de motie die GroenLinks gaat indienen. De gemeentelijk expertise in de aanpak van discriminatie en het verbeteren van
inclusiviteit moet gebruikt worden. Daartoe dient hij mede namens de Partij voor de Dieren, BIJ1,
Raadsvergadering van 22 juni 2023
7
GroenLinks en Volt een motie in (motie 126). De voorzitter feliciteert de heer Stam met zijn maidenspeech.
(Applaus)
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de PvdA onderkent dat er weinig mensen vrijwilliger zijn en dat die mensen gekoesterd moeten worden. De motie geeft een signaal af dat deze mensen niet goed genoeg zijn.
De heer Stam (PvdA) is zelf sportbestuurder geweest en weet hoe lastig het is om vrijwilligers te
werven. Een actieve benadering kan hierbij helpen. De expertise kan alle vrijwilligers betrekken bij de sportverenigingen.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) zegt dat sport verbroedert, omdat mensen met verschillende achtergronden samen plezier maken. Tegelijkertijd is discriminatie in de sport nog altijd een
hardnekkig probleem. GroenLinks wil meer stevige acties zien van de gemeente. Zij dient samen met PvdA, DENK, D66, BIJ1, Volt, PvdD, EenUtrecht en Student & Starter een motie in om racisme en discriminatie aan te pakken via subsidievoorwaarden (motie 127).
De heer Van Steeg (CDA) voegt nog toe dat het CDA een van de mede-indieners is. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) dient voorts samen met PvdA, DENK, BIJ1, PvdD, EenUtrecht en Student & Starter een motie in om naming and faming in te zetten om Utrechtse verenigingen te
inspireren om zich in te zetten voor een actieve aanpak van racisme en discriminatie (motie 128). Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is mede-indiener van motie 128. De heer Bosch (PVV) vraagt naar de criteria bij naming and faming. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) heeft in de stukken gelezen dat er campagnes komen met een positieve stimulans. Het is belangrijk om daarin verenigingen te noemen die op een goede manier bezig zijn.
De heer Bosch (PVV) concludeert dat naming and faming positief is bedoeld en niet negatief. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) reageert bevestigend. Het kan een inspiratie zijn voor andere verenigingen.
De heer Sungur (DENK) begint met een felicitatie aan SV Nieuw Utrecht, die is gepromoveerd tot de tweede klasse. Hij wenst de vereniging veel succes in de tweede klasse.
Twee jaar geleden heeft DENK voorgesteld om onderzoek te doen naar discriminatie binnen
sportverenigingen. Uit het onderzoek is een aantal aanbevelingen gekomen. DENK wil de actie daarop versterken met twee moties. Hij dient mede namens Volt en BIJ1 de motie “Anti-
discriminatieprotocol voor alle Utrechtse sportverenigingen” in (motie 129). Voorts dient hij een motie in voor mystery guests om discriminatie bij sportverenigingen op te sporen (motie 130).
Raadsvergadering van 22 juni 2023
8
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) vraagt hoe de motie inzake de mystery guests vorm krijgt en wat wordt gecontroleerd.
De heer Sungur (DENK) reageert dat gecontroleerd kan worden op toelating, bijvoorbeeld dat iemand met een niet-westerse achtergrond op een wachtlijst komt, terwijl iemand met een westerse
achtergrond wel meteen in een team wordt opgenomen. Een mystery guest kan ook helpen om te
zien welke verenigingen een goed beleid hebben. Hij wijst in dit kader op de motie inzake naming and faming.
De heer Bosch (PVV) vraagt of het gaat om een brede vorm van uitsluiting. De heer Sungur (DENK) vindt dat het moet gaan om alle gronden van discriminatie die bij wet verboden zijn.
De heer Van Steeg (CDA) constateert in het voorliggende debat een verschil van mening over de wijze waarop resultaten moeten worden behaald. Het CDA wil niet weer nieuwe protocollen opstellen, die uiteindelijk niet tot verandering leiden. Volgens hem moet de positieve energie die bij veel
sportverenigingen aanwezig is, worden gebruikt. Hij dient daartoe mede namens EenUtrecht, D66 en Volt een motie in (motie 131).
De heer Van Heuven (PvdD) vraagt naar de verhouding van de in de motie voorgestelde pilot en het plan van aanpak van de gemeente. Zorgt de pilot niet voor vertraging?
De heer Van Steeg (CDA) kent veel sportverenigingen die graag een stap willen maken. De gemeente kan daarbij een positieve rol spelen. Zo kan Utrecht laten zien hoe een inclusieve sportcultuur eruit kan zien.
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt hoe verenigingen betrokken worden die die bereidheid nog niet hebben.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat de motie is bedoeld om juist de positieve energie te gebruiken en de maatschappelijke discussie te starten.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af wat de meerwaarde is van weer een pilot. De verenigingen hebben handvatten nodig en daar kan aan gewerkt worden.
De heer Van Steeg (CDA) weet dat sportverenigingen graag hulp willen om hiermee te starten en te laten zien dat het anders kan.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op de NOC*NSF en dergelijke. De gemeente heeft beperkte menskracht.
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat verenigingen juist bij NOC*NSF en de KNVB tegen grenzen aanlopen.
De heer Van Heuven (PvdD) memoreert dat de PvdD in de commissie als belangrijk punt heeft
Raadsvergadering van 22 juni 2023
9
genoemd het actief in gesprek gaan met alle sportverenigingsbesturen. Hij had daarvoor een motie, maar gezien de motie van de PvdA kan hij bij die motie aansluiten.
Mevrouw Oosters (wethouder) feliciteert de heer Stam met zijn maidenspeech. Vervolgens reageert zij op de moties.
Motie 126 kan zij overnemen, omdat die ruimte biedt voor de gemeente om het gesprek aan te gaan. In de commissie is besproken of het tegengaan van discriminatie in de subsidievoorwaarden mogelijk is.
Motie 127 kan een extra aanmoediging bieden en daarom kan zij de motie overnemen. Ook motie 128 inzake naming and faming kan zij overnemen.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) vraagt of het dictum van de motie wordt overgenomen. Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt bevestigend.
Over het anti-discriminatieprotocol is in de commissie het een en ander gewisseld. In reactie op motie 129 zegt zij dat zij niet het middel op die manier wil vastleggen. Daarom ontraadt zij die motie.
De mystery guest die in motie 130 wordt voorgesteld, is volgens haar geen bruikbaar middel. De
ongelijke kansen ontstaan niet alleen door uitsluiting. Er is volgens haar veel winst te behalen bij de impliciete vooroordelen. Daarover wil zij met de sportverenigingen in gesprek. Zij ontraadt daarom motie 130.
De heer Sungur (DENK) zegt dat de mystery guest niet alleen bedoeld is om te kijken of er sprake is
van discriminatie. Het is ook een handhavingsinstrument en een instrument om een norm te stellen. Mevrouw Oosters (wethouder) herhaalt dat het ook gaat om de wereld binnen de sportwereld. Dit handhavingsinstrument is daarvoor niet het juiste middel.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder de motie ontraadt omdat zij principieel tegen is of vanwege de onuitvoerbaarheid.
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat een mystery guest niet het juiste middel is om discriminatie bij sportverenigingen tegen te gaan.
Met het voetbalconvenant is Utrecht precies bezig met wat in motie 131 gevraagd wordt. Zij zegt toe dat de inhoud van het dictum hierbij wordt meegenomen, maar wil geen pilot starten. Daarom ontraadt zij de motie.
De heer Van Steeg (CDA) meent dat voetbalverenigingen dat niet genoeg vinden. Daarom vindt hij een stap extra nodig.
Mevrouw Oosters (wethouder) herhaalt de toezegging om met de verenigingen in gesprek te gaan, maar wil dat niet in pilotvorm doen.
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de motie oproept om een stap verder te gaan dan het convenant dat er nu is. Hij handhaaft zijn motie.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
10
De heer Stam (PvdA) trekt motie 126 in, omdat de wethouder die heeft overgenomen. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) zegt dat hetzelfde geldt voor motie 127 en motie 128. De heer Dijkstra (EenUtrecht) roept op om moties niet te snel in te trekken. Het is voor het democratisch proces goed als erover gestemd wordt.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.
15. Tussentijdse Besluitvorming Standplaatsenbeleid. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD zorgen heeft over de inhoud van het raadsvoorstel dat na de zomer naar de raad komt. Zij vindt dat niet het college maar de raad de bevoegdheid moet
hebben om standplaatsen aan te wijzen en dient hiertoe namens VVD, PVV en Utrecht Solidair een
motie in (132). Voorts vindt zij dat het college duidelijker moet zijn over de communicatie. Sommige standplaatshouders hebben onlangs een vergunning voor een hoge prijs overgekocht, terwijl nu blijkt dat de vergunningen niet automatisch verlengd worden. Om dat tegen te gaan, dient zij namens VVD, Utrecht Solidair en Volt een motie in (motie 133).
De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA heeft getracht om binnen de geldende juridische kaders de huidige standplaatshouders zo veel mogelijk tegemoet te komen en recht te doen aan nieuwe toe-
treders. Dit heeft geleid tot een motie met het verzoek om een en ander te onderzoeken (motie 134). De heer Peters (D66) zegt dat in april uitgebreid over kwaliteitscriteria is gesproken. Toen was de
conclusie van de raad om hiermee niet aan de slag te gaan. Welke nieuwe informatie heeft het CDA? De heer Stellinga (CDA) zegt dat de Europese rechtelijke implicaties niet zo zwart-wit zijn als wordt gesuggereerd. Het gaat erom wat juridisch mogelijk en onmogelijk is. De heer Peters (D66) concludeert dat er geen nieuwe informatie is. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat die er wél is. Er zijn dringende redenen van algemeen belang en hoe meer er wordt onderzocht, hoe meer informatie er boven komt.
De heer Peters (D66) begrijpt niet waarom hij voor of tegen de motie moet stemmen, als de onderbouwing niet gegeven wordt.
De heer Stellinga (CDA) wijst op de acht overwegingen die in de motie staan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) snapt niet hoe kwaliteit objectiveerbaar kan zijn. De heer Stellinga (CDA) meent dat deskundigen dit kunnen beoordelen, eventueel in combinatie met buurtbewoners.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt die beoordeling redelijk subjectief.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
11
De heer Sungur (DENK) vraagt hoe kwaliteit gemeten wordt bij startende ondernemers. De heer Stellinga (CDA) meent dat ook een startende ondernemer kan concurreren op kwaliteit. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat de standplaatshouders niet gebaat zijn bij het uitstellen van de besluitvorming. De toekomst blijft ongewis. Tot 2025 blijft de onzekerheid bij de
ondernemers bestaan. Een ondernemer kan niet investeren als in 2025 mogelijk blijkt dat hij geen standplaats heeft. Anticiperend op een onzekere toekomst moet hij misschien gaan werken met
tijdelijke contracten. Het college stelt dat het uitgiftebeleid voor vergunning van standplaatsen per
1 januari 2024 onderworpen is aan de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet. Die wet gaat uit van een juridisch begrip “schaarste”. Utrecht hanteert een limietstelsel. Dat zorgt voor een beleidsmatige schaarste. Als de raad besluit om de schaarste op te heffen, is de Dienstenwet niet meer van
toepassing. Dan is Utrecht zelfstandig bevoegd om vergunningen te verlenen. Dan kunnen per
1 januari 2024 vergunningen voor 12 jaar verleend worden en kunnen nieuwe standplaatshouders hun wensen kenbaar maken. Hij dient hiervoor een motie in (motie 135). Omdat het college die
motie waarschijnlijk gaat ontraden, dient hij een tweede motie in om het limietstelsel op te heffen en voor de begroting 2024 te komen met een toekomstbestendig standplaatsenbeleid met maximaal perspectief voor de huidige en toekomstige standplaatshouders (motie 136).
Mevrouw Bode (Volt) meent dat het proces alleen maar verliezers kent. Volt heeft samen met VVD en PVV een juridisch advies gevraagd over de mogelijkheden van een overgangstermijn, maar helaas bleek dat die er niet zijn. Een grote groep Utrechters komt in de problemen door het falen van de gemeente. Er is te weinig gecommuniceerd en te lang gewacht met het maken van beleid. De
gemeente heeft de plicht om te zorgen dat deze mensen niet in de problemen komen als zij hun standplaats kwijtraken. Daarom dient zij een motie in (motie 137).
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) zegt dat de standplaatshouders een ellendig halfjaar achter de rug hebben. De onzekerheid wordt nu nog eens opgerekt tot oktober 2025. Dit zorgt voor extra stress.
De juridische adviezen waarom de raad had gevraagd, spreken elkaar tegen. Zij doet een oproep aan de raad om deze mensen niet in de kou te laten staan en dient hiertoe een motie in (motie 138).
Mevrouw Bode (Volt) vindt dat uit het juridisch advies duidelijk blijkt dat een overgangstermijn geen stand houdt. Wat is het nut van deze nieuwe oproep voor een overgangstermijn?
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) denkt dat de gemeenteraad daartoe kan besluiten. Het juridisch
advies zegt dat de gemeente door een nieuwe ondernemer aansprakelijk kan worden gesteld voor schade, maar dat betwijfelt zij. Zij wil dat risico wel nemen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat hij is vergeten te melden dat de heer Bosch van de PVV zijn moties heeft medeondertekend.
De heer Bosch (PVV) reageert dat dat klopt. Hij vindt dat de gemeente in dit dossier niet goed is
omgegaan met ondernemers. Hij trekt uit het juridisch advies de conclusie dat de gemeenteraad
moet staan voor de ondernemers. De raad neemt wel vaker beslissingen die tegen wetten of regels ingaan. De raad kan zijn nek uitsteken. Sommige standplaatsen hebben een omgevingsvergunning
Raadsvergadering van 22 juni 2023
12
en andere niet. Dat is niet eerlijk. Daarom heeft hij de motie van de heer Bos ondertekend inzake de termijn van 12 jaar.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat EenUtrecht hierin ook ver wil gaan. Wat in het juridisch advies maakt dat er toch enige hoop is dat de overgangstermijn stand houdt?
De heer Bosch (PVV) wijst op uitspraken in het verleden. Hij vraagt zich af wie een eventuele rechtszaak gaat voeren.
De heer Stam (PvdA) meent dat de wens van de PvdA is dat er een goede overgangsperiode is en dat
er objectieve criteria zijn voor de loting. Hij is blij met de brief waarin staat dat er meer tijd nodig is,
maar vraagt de wethouder waarom dat eerst niet kon en nu wel. Als een raadsvoorstel voorligt, is dat het moment om aanpassingen aan het voorstel te doen.
De heer Bosch (PVV) vraagt of wat in de raadsbrief staat voldoende is voor de PvdA. De heer Stam (PvdA) weet dit pas bij het definitieve voorstel, maar vindt de twee jaar extra winst. De heer Bosch (PVV) meent dat de PvdA bij andere voorstellen ook de nek uitsteekt. Waarom bij dit voorstel niet?
De heer Stam (PvdA) heeft sympathie voor een aantal moties om zaken aan te passen, maar vindt het niet kies om nu al grote veranderingen aan te brengen.
De voorzitter zegt dat de raadsbrief nu niet op de agenda staat. Die gaat naar de commissie ter bespreking.
De heer Bosch (PVV) vraagt wat het verschil is tussen de motie over Venezia en de moties die er vandaag liggen.
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat er hier geen raadsvoorstel voorligt. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de heer Stam aan standplaatshouders heeft gevraagd of zij blij zijn met de gedoogperiode.
De heer Stam (PvdA) heeft signalen gekregen dat een deel van de standplaatshouders blij is. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) reageert dat in de standplaats-app geen enkele standplaatshouder blij is.
De heer Stam (PvdA) ontkent niet dat er nog veel moet gebeuren, maar wil dat bij het raadsvoorstel bespreken.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat met het uitstel geen perspectief wordt geboden, alleen dat ondernemers langer op de plek kunnen blijven staan. Waarom wil de PvdA geen perspectief bieden en duidelijkheid geven voor de ondernemers?
Raadsvergadering van 22 juni 2023
13
De heer Stam (PvdA) wil perspectief bieden, maar wil dat eerlijk, fair en haalbaar doen. Hij wil geen
dingen toezeggen die niet waargemaakt kunnen worden. Met de criteria is al gedeeltelijk duidelijkheid geboden.
Mevrouw Schilderman (wethouder) heeft in eerdere debatten aangegeven hoe zij terugkijkt op het
proces in het verleden. Er is een nieuw voorstel in voorbereiding dat gebaseerd is op het standpunt van de meerderheid van de raad. De planning van de uitwerking staat in de brief.
Motie 132 van de VVD gaat over het aanwijzen van standplaatsen. Het is de bedoeling om met de raad te bespreken waar de standplaatsen zouden moeten komen. Uit de tekst van de motie blijkt echter dat de raad precies op de millimeter moet bepalen waar er een standplaats komt. Dat lijkt haar niet de bedoeling, gezien mogelijke geringe afwijkingen door de plaats van bijvoorbeeld
lantaarnpalen. Zij zegt toe bij het raadsvoorstel een complete lijst van plaatsen te voegen, zodat de raad over die lijst kan besluiten.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op de twee standplaatsen die weggaan bij de Oudegracht. Hoe wordt in het raadsvoorstel geborgd dat de raad daar ook over gaat?
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat de raad in de Omgevingsvisie heeft vastgesteld dat bruggen vrij moeten blijven en dat er in de binnenstad minder ambulante verkoopplekken moeten zijn. Nu de meerderheid van de raad die plaatsen wil behouden, zal het college daar gehoor aan
geven en die opnemen in het voorstel, zodat de raad zich daarover kan uitspreken. Die waarborg kan zij geven.
Motie 133 kan zij overnemen, omdat dit in het voorstel wordt meegenomen.
Zij begrijpt de bedoeling die het CDA heeft met motie 134. Dat is de reden waarom het college de mogelijkheden en de wenselijkheid van kwaliteitscriteria heeft onderzocht. Het voorstel inzake de kwaliteitscriteria had geen meerderheid in de commissie en daarom zullen die niet in het raadsvoorstel worden opgenomen.
De heer Stellinga (CDA) vindt, los van een meerderheid, de argumenten belangrijk. In de motie is een aantal punten van de in de brief opgenomen passage nader uitgewerkt. Hij verzoekt de wethouder die nader te onderzoeken.
Mevrouw Schilderman (wethouder) zegt dat dit eerder onderzocht is. Een belangrijk probleem is dat er een mate van subjectiviteit ontstaat. Zij ontraadt de motie.
De heer Stellinga (CDA) meent dat een beoordeling op kwaliteitscriteria kan worden geobjectiveerd. Mevrouw Schilderman (wethouder) zegt dat ook met de branche is gesproken, maar dat er geen goed voorstel tot objectivering is ontstaan.
Motie 135 gaat over de (on)wenselijkheid van een limietstelsel. Zij vindt een limietstelsel wenselijk, omdat anders op iedere plek een standplaats ingenomen zou kunnen worden. Gezien de andere ambities in de openbare ruimte is dat niet wenselijk. De motie gaat ervan uit dat, als er geen
limietstelsel is, er niet langer sprake is van schaarste. Er is echter sprake van economische schaarste en sommige plekken zijn zeer gewild. Het verdeelstelsel moet dus voldoen aan de vereisten van de wet.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
14
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of er geen andere instrumenten zijn om tot regulering over te gaan. Volgens hem is de situatie die de wethouder schetst, prima te controleren en te beheersen. Mevrouw Schilderman (wethouder) deelt dat niet. In de binnenstad is een beperkt aantal standplaatsen en dan moet er alsnog sprake zijn van een eerlijke verdeling.
De heer Bosch (PVV) denkt in dit verband aan de stalletjes op het Janskerkhof. Waarom geldt daar een uitzondering voor?
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat kiosken onder de regelgeving voor kiosken vallen. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt waarom de standplaatshouders er nooit op gewezen zijn dat ze een omgevingsvergunning konden aanvragen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) stelt voor om bij het raadsvoorstel verder in te gaan op de verschillen tussen het recht vanuit de Omgevingsvisie en de situatie rondom kiosken.
De heer Bosch (PVV) vraagt wat het verschil is tussen een kiosk die pizza’s verkoopt of een standplaats in Overvecht die pizza’s verkoopt.
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat het te maken heeft met het feit of iets vast aan de grond zit of niet.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) zegt dat er in gelijke gevallen omgevingsvergunningen zijn
aangevraagd, maar dat het antwoord was dat die niet meer werden afgegeven. Wanneer is dat beleid gewijzigd? En waarom zijn de ondernemers daar niet op gewezen?
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat een standplaats verplaatsbaar is en een kiosk niet. Zij zegt toe daar uitgebreider op in te gaan bij het voorstel.
Motie 136 moet zij ontraden, vanwege dezelfde argumenten als bij motie 135. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of het loslaten van het limietstelsel uiteindelijk een
oplossing biedt die beter rechtdoet aan huidige en toekomstige standplaatshouders. Erkent het
college dat bij het loslaten van dit stelsel ook de Dienstenrichtlijn en Dienstenwet niet meer van toepassing zijn?
Mevrouw Schilderman (wethouder) wijst nogmaals op de economische schaarste. Als er meer
geïnteresseerden voor een plek zijn, moet er alsnog een verdeelsystematiek worden gebruikt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat er volgens het college dan nog steeds sprake is van onderworpenheid aan de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet.
Mevrouw Schilderman (wethouder) heeft eerst iets gezegd over de wenselijkheid en vervolgens
gewezen op de economische schaarste. Ook daarin moet een eerlijke verdeling worden gemaakt, die de toets van het recht doorstaat.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
15
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat de wethouder niet denkt in oplossingen en niet wil werken aan perspectief voor huidige en toekomstige standplaatshouders.
Mevrouw Schilderman (wethouder) wijst op de juridische aspecten. Het gaat erom wat je mensen belooft en waar zij op kunnen rekenen.
Motie 137 kan zij overnemen. De gemeente zal vanuit Ondernemers Centraal die hulp actief bieden en zal dit verder uitwerken en met het raadsvoorstel meesturen.
Motie 138 gaat over het overgangsrecht. Door de interne juristen is hier onderzoek naar gedaan en
er is een second opinion gevraagd. Helaas behoort een overgangsperiode niet tot de mogelijkheden. De motie wordt daarom ontraden.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meent dat een overgangsrecht niet onmogelijk is, maar dat alleen gewezen is op het risico van rechtszaken.
Mevrouw Schilderman (wethouder) wijst op het juridisch oordeel dat het niet leidt tot een houdbaar besluit. Daarmee ontstaat een juridische onzekerheid, die zij de mensen niet wil aandoen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder anderhalf jaar gedogen geen onzekere situatie vindt.
Mevrouw Schilderman (wethouder) erkent dat er dan ook onzekerheid is. Daarom had het college aanvankelijk geadviseerd om dat niet te doen. De raad wilde een ander stelsel invoeren en heeft
gevraagd dat uit te werken. De ingangsdatum is daarmee niet meer haalbaar, waardoor iets wordt
gedoogd wat eigenlijk niet mag. Aan het feit dat ondernemers langer mogen blijven staan, kan geen recht ontleend worden.
Tot slot gaat zij in op de vraag van de PvdA. In de commissie is aangegeven wat de wensen ten
aanzien van het raadsvoorstel zijn. Omdat het tijd kost om dat voorstel uit te werken, leidt dat naar alle waarschijnlijkheid tot een gedoogtermijn. In de commissie is een inschatting van de lengte van die gedoogtermijn aangegeven.
Mevrouw Bode (Volt) trekt motie 137 in omdat die is overgenomen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) trekt motie 132 en 133 in, na de toezeggingen van de wethouder. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.
De voorzitter schorst hierna de vergadering voor tien minuten. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 16. Afrondende Besluitvorming Debat Vernieuwen Sociaal Makelen in Utrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) memoreert dat in 2018 met een aantal organisaties is gesproken om
het sociaal makelen door bewoners zelf te laten doen. Sociaal makelen is het verbinden en activeren
Raadsvergadering van 22 juni 2023
16
van bewoners in de eigen buurt. Uiteindelijk is het de stichting DOCK geworden die dit uitvoert. Per 1 januari 2025 loopt die periode af en kunnen andere organisaties daar een aanbod voor doen. In het najaar komt de wethouder met een nota van uitgangspunten. Vooruitlopend daarop dient hij
twee moties in. De eerste motie pleit, gezien de omvang van het bedrag dat hiermee gemoeid is, voor een grondige evaluatie (motie 139). De tweede motie roept op om in de nota van uitgangspunten ruimte te bieden voor bewonersinitiatieven (motie 140).
Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het belangrijk dat in de nieuwe aanbesteding wordt ingezet op meer ruimte voor bewoners en ondersteunt daarom motie 140 van harte.
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient een motie in met de oproep om de raad te informeren na de nota van uitgangspunten (motie 141).
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meent dat deze motie bij een ander agendapunt hoort. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft zich inderdaad vergist. De voorzitter constateert dat die motie later wordt ingediend en geeft het woord aan de wethouder. Mevrouw Voortman (wethouder) moet motie 139 ontraden vanwege het eerste dictumpunt. Vorig jaar heeft een tussenevaluatie plaatsgevonden en die gaf geen aanleiding om specifiek DOCK te
evalueren. Het tweede punt ondersteunt zij wel. Medio vorig jaar zijn duidelijke afspraken met DOCK
gemaakt over de inzet op het overhevelen van budget. DOCK levert elk kwartaal een overzicht aan en daarin is een positieve ontwikkeling te zien. Dit jaar verwacht DOCK uit te komen op ten minste 3% en volgend jaar op 5%. Het behalen van het streefpercentage moet geen doel op zich zijn.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat de evaluatie niet de doelstellingen voor DOCK betrof. Mevrouw Voortman (wethouder) reageert dat de tussenevaluatie niet specifiek over dit punt ging. Zij stelt voor om de energie te richten op de nota van uitgangspunten en niet op een aparte evaluatie van DOCK.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het belangrijk om te weten waar het misgaat met het overdragen van de regie aan bewoners.
Mevrouw Voortman (wethouder) meent dat dat in het proces richting de nota van uitgangspunten zit. In dit proces zullen verschillende gesprekken worden gevoerd over hoe het in de afgelopen periode is gegaan en hoe het in de komende periode moet.
Motie 140 moet zij eveneens ontraden. In het proces om te komen tot een nota van uitgangspunten wordt gekeken naar ruimte voor bewonersinitiatieven in de uitvoering van de nieuwe opdracht
Sociaal Makelen. In dat proces wordt ook gekeken naar de criteria voor de nieuwe organisatie die het sociaal makelen gaat uitvoeren. Er zijn verschillende opties: één stedelijke opdracht, opdrachten per wijk/buurt, een of meerdere uitvoerders of een consortium. Ook wordt er gesproken met de
partners, professionals, bewonersinitiatieven en bewoners in de stad over hun zienswijze op de
nieuwe opdracht en op de criteria. De uitkomsten daarvan komen in de nota van uitgangspunten.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
17
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat fantastisch klinken, maar begrijpt dan niet waarom de wethouder de motie ontraadt.
Mevrouw Voortman (wethouder) meent dat de motie hierop vooruitloopt. Het doel moet zijn de sociale cohesie in wijken en niet meer ruimte voor bewonersinitiatieven.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat het gelijkwaardig te beoordelen alternatieven zijn. Mevrouw Voortman (wethouder) heeft uitgelegd wat zij al gaat doen en meent dat de heer Dijkstra ook kan zeggen dat hij het daarmee eens is. In de motie is ruimte voor bewonersinitiatieven een voorwaarde en dat gaat haar te ver.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.
17. Afrondende besluitvorming verblijfplekken voor jongeren. Mevrouw Stylianou (D66) is blij met dit voorstel. Jongeren moeten zich welkom voelen. Om het
proces een boost te geven, dient zij mede namens PvdA, CDA, GroenLinks en Student & Starter twee moties in. De eerste motie draagt het college op een extra impuls en bekendheid te geven aan de
mogelijkheid om verschillende vormen van jongerenontmoetingsplekken aan te vragen (motie 141). De tweede motie draagt het college op om bij de ontwikkeling van de visie met de betrokken jongeren plekken te realiseren (motie 142).
Mevrouw Assen (PvdA) dient na een aantal toezeggingen in de commissie één motie in. De motie draagt het college op om te zoeken naar middelen om meer plekken voor jongeren te realiseren (motie 143).
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient mede namens Student & Starter een motie in om jongeren te betrekken bij nieuwe ontmoetingsplekken (motie 144).
De heer De Vries (wethouder) vindt motie 141 een goede aanvulling op de bestaande inzet en kan de motie daarom overnemen.
Ook motie 142 kan hij overnemen, met de kanttekening dat het ook om een andere voorziening in de wijk kan gaan. Een aanvraag kan maximaal voor € 35.000 zijn en er moet een breed draagvlak zijn.
In reactie op motie 143 zegt hij dat het goed is om de financiële implicaties uit te zoeken en inzichtelijk te maken. Wel zijn de mogelijkheden beperkt. Hij kan de motie overnemen.
Wat in motie 144 wordt gevraagd, heeft hij letterlijk toegezegd in de commissiebehandeling. Ook deze motie kan hij dus overnemen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het goed om te horen dat dit in de praktijk gebeurt. De voorzitter concludeert dat alle vier de moties zijn overgenomen. Mevrouw Stylianou (D66) trekt de moties 141 en 142 in.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
18
Mevrouw Van der Wilt (D66) kan motie 143 intrekken als de wethouder de motie overneemt. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat hetzelfde geldt voor motie 144. 19. Afrondende besluitvorming debat Vaststelling IPvE/FO Doorfietsroute Utrecht-Amersfoort. De heer Van Heuven (PvdD) wijst op het nieuwe voetpad dat is opgenomen bij de Alexander
Numankade. Bewoners willen dit niet en de PvdD ook niet, omdat de oever deel uitmaakt van de
hoofdgroenstructuur. Daarom dient hij samen met CDA en Volt een motie in op dit punt (motie 145). De heer Vasters (D66) wijst op andere bewoners die dit voetpad wél graag willen. De heer Van Heuven (PvdD) meent dat uit het inspraaktraject is gebleken dat dit bewoners zijn die daar niet wonen. Hij wijst echter ook op de belangen van biodiversiteit en natuur.
De heer Vasters (D66) zegt dat uit de quickscans blijkt dat het voetpad geen grote invloed heeft op de ecologie. Van het olifantenpaadje dat er nu is, wordt al gebruikgemaakt.
De heer Van Heuven (PvdD) meent dat er ook scans zijn geweest over de mogelijke aanwezigheid van een aantal dieren. Het onderzoek spreekt niet over ringslagen, maar bewoners hebben die wel gezien. Hij wil het olifantenpaadje niet legaliseren, maar wil er liever natuur van maken.
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) is bang dat bij het doortrekken van het groen naar de straat het olifantenpaadje er in no time weer is, omdat iedereen daar weer gaat lopen.
De heer Van Heuven (PvdD) meent dat dit te voorkomen is door er natuurlijke boomstammen neer te leggen, die als een afscheiding fungeren.
Mevrouw Zwinkels (CDA) steunt de motie van de PvdD van harte. Zij dient mede namens Volt een motie in op het punt van verkeersveiligheid van de doorfietsroute (motie 146).
Mevrouw Passier (Volt) dient een motie in om te onderzoeken of extra groen en de aanplant van bomen in het projectgebied mogelijk zijn (motie 147).
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt het ecologisch onderzoek duidelijk. Er zijn geen negatieve effecten en geen grote verstoringen. Inderdaad getuigt het olifantenpaadje ervan dat in de praktijk
daar al mensen lopen. Wel zal naar een zo goed mogelijke inpassing worden gezocht. Daarom moet zij motie 145 ontraden.
Motie 146 bevreemdt de wethouder enigszins. Er is een extern verkeersveiligheidsonderzoek gedaan en daaruit blijkt dat de situatie er beter en veiliger op wordt. Zij heeft in de commissie toegezegd de punten uit het onderzoek langs te gaan en er een reactie op te geven. Zij ontraadt de motie.
Motie 147 wil zij graag overnemen. Een deel van de grond is in het bezit van de Rijksvastgoeddienst en daarmee zal de gemeente het gesprek aangaan om zo veel mogelijk bomen en struiken toe te voegen.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
19
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Besluitvorming over dit agendapunt en over de moties vindt vanavond plaats.
De voorzitter schorst hierna de vergadering tot 13.50 uur. De voorzitter heropent vergadering en stelt aan de orde: 20. Afrondende besluitvorming Energietoeslag studenten. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt al sinds het begin van de zomer 2022 veelvuldig de aandacht
voor de problemen van studenten door de stijgende energiekosten. Voor een generieke oplossing voor alle uitwonende studenten bestaat geen of niet voldoende draagvlak in deze raad en bij de
wethouder, wel proefde zij de wens om echt een stap harder te lopen voor deze studenten, gezien
hun financiële kwetsbaarheid. Dat vraagt om een toegankelijker vangnet dan het huidige, zonder de knellende eis van een eigen energiecontract en met ruimte voor maatwerk voor de leennorm. Ook dat is ongelijk investeren voor gelijke kansen in een studentenstad als Utrecht. Zij dient daarom motie 148 in, waarin het college wordt opgedragen:
1. Binnen de beleidsvrijheid die het college heeft aanpassingen te doen in de criteria voor de individuele bijzondere bijstand waardoor ook studenten zonder eigen energie contract in aanmerking kunnen komen voor individuele bijzondere bijstand;
2. Daarnaast te komen met een oplossing binnen dezelfde beleidsvrijheid waarin maatwerk verleend
kan worden rondom de leennorm, zoals in de gemeente Den Haag, waardoor minderen studenten buiten de boot vallen;
3. De regeling voor individuele bijzondere bijstand voor studenten niet te beëindigen per 1 juli maar deze nog in Q3 2023 om te zetten naar deze aangepaste versoepelde regeling, en deze in ieder geval in stand te houden tot eind 2023;
4. Deze versoepelde regeling opnieuw breed te communiceren via studentenverenigingen, studieverenigingen, onderwijsinstellingen en professionals zoals het buurtteam;
5. Bij nieuwe aanvragen voor de IBB te registreren of de aanvrager een student is zodat we meer zicht krijgen op het daadwerkelijk bereik; en de raad hierover in Q4 te informeren.
Daarnaast dienen D66 en Student & Starter een motie in om het geld dat gericht is op studenten ook echt daarvoor in te zetten.
Ten slotte vraagt spreekster om de toezegging van de wethouder dat zij de noodsteun in het derde
kwartaal nog extra onder de aandacht van studenten zal brengen bij alle buurtteamprofessionals van het MBO buurtteam en het Utrecht Science Parkteam, zodat deze benut kan worden bij acute
geldzorgen. Zij roept de wethouder op om deze extra stappen voor de studenten in deze stad te
zetten. Zij verdienen een toegankelijk vangnet en een gemeente die voor hen klaarstaat bij financiële zorgen.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat die studenten die het echt lastig hebben al in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand. Wat houdt de oproep nu precies in?
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft begrepen dat de individuele bijzondere bijstand gericht op
studenten door de strenge eisen eigenlijk niet of nauwelijks wordt uitgekeerd. Het niet beschikken over een eigen energiecontract en de leennorm blijken hiervan oorzaak te zijn en daarom heeft zij haar motie ingediend.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) concludeert dat volgens mevrouw Van der Wilt een student die het lastig heeft maar geen eigen energiecontract heeft afgesloten alsnog niet in aanmerking komt voor IBB, terwijl hij daar wel recht op heeft.
Mevrouw Van der Wilt (D66) keert het om. Die student heeft namelijk mogelijk al recht op IBB en zij
wil nu juist dat de student die geen eigen energiecontract heeft maar daar ook geen invloed op heeft – bijvoorbeeld doordat hij met meerdere mensen in een woning verblijft – daar ook voor in
aanmerking komt. De poule studenten die financiële hulp kan krijgen, moet vergroot worden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of mevrouw Van der Wilt dan ook een beeld heeft van het aantal studenten dat dit betreft.
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft dat nog niet. Zij roept het college op om helder te maken wat haar oproep teweegbrengt en hoeveel studenten daarop afkomen. Zij zou daar graag zicht op krijgen om het gesprek in de raad breder te voeren over wat de studenten nodig hebben.
Volgens mevrouw Oudejans (Student & Starter) mag het duidelijk zijn dat studenten net als iedereen
in deze stad veel geleden hebben onder de gestegen energieprijzen, maar in tegenstelling tot andere krijgt deze groep geen steun van het Rijk ter compensatie van deze kosten. Bovendien, om in
aanmerking te komen voor IBB moeten deze studenten over een eigen energiecontract beschikken. Zij sluit zich van harte aan bij de motie van D66 om de voorwaarden voor het toekennen van de
individuele bijzondere bijstand te herzien. Na vooronderzoek met ambtenaren en collega’s van D66 bleek er bovendien vanuit het Rijk wel geld beschikbaar te zijn gesteld om studenten met gestegen
energiekosten binnen de individuele bijzondere bijstand te ondersteunen. Deze 2,6 mln. zijn echter niet volledig benut voor studenten in nood. Om dat resterende bedrag voor 2023 binnen de
bestemmingsreserve van W&I te behouden, dient Student & Starter samen met D66 en de VVD motie 149 in (Steun voor studenten in financiële nood), zodat deze middelen via de mogelijkheden van de gemeente bij deze studenten terechtkomen.
Mevrouw Bode (Volt): Voorzitter! “De gemeente staat hier met de rug tegen de muur. De pijnlijke
conclusie is dat door falend rijksbeleid een groep inwoners is klemgezet, omdat wij niet de middelen of juridische mogelijkheden hebben om studenten goed te helpen.” Met deze woorden heeft de
wethouder aangegeven meer voor studenten te willen doen, maar dat niet kon. Studenten leken buiten de boot te vallen voor compensatie voor de hogere energiekosten. Het is echter
verbazingwekkend dat, nu dat geld er is, de wethouder deze compensatie wil uitgeven aan andere doelgroepen. Zij kan dus meer doen voor studenten, maar wil het niet. Samen met CDA en VVD dienen wij een motie in onder de noemer Laat studenten niet in de kou staan. (motie 150)
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat in deze motie wordt gevraagd dit geld niet naar de
algemene reserve van W&I te laten gaan. Als geld ergens voor bestemd wordt, gaat het ergens anders ervan af. In dit geval betekent dat dus eigenlijk dat er minder andere mensen geholpen kunnen
worden die ook in de problemen zitten, dus gezinnen in armoede, kinderen in armoede en werkende armen. Is dat de keuze die Volt maakt?
Mevrouw Bode (Volt): Volt kiest ervoor dat geld dat bestemd is voor studenten in financiële nood ook
Raadsvergadering van 22 juni 2023
21
daarvoor wordt gebruikt en dat het niet wordt afgepakt om het aan andere mensen te geven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat het geld is herbestemd met dit doel. Zij begrijpt dat mevrouw Bode het misschien niet wil afpakken, maar dan moet wel geconstateerd worden dat het ten koste gaat van de andere groep als zij zegt dat het volledige bedrag daar naartoe gaat.
Mevrouw Bode (Volt) gaat graag op een ander moment met GroenLinks in gesprek over de manier
waarop de andere groep kan worden geholpen, want dat is ook belangrijk. Zij roept nogmaals op om het geld niet weg te halen bij een groep die het ook nodig heeft.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) haalt aan dat politiek inhoudt dat keuzes en afwegingen moeten worden gemaakt. Het is heel fijn om het daar later nog een keer over te hebben, maar het moet
ergens vandaan komen, want het geld kan maar één keer uitgegeven worden. GroenLinks kiest dan voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Wat dat betreft, heeft zij veel sympathie voor de motie van D66, omdat kwetsbare studenten worden geholpen. Maar het moet uit de lengte of de breedte komen.
Mevrouw Oudejans (Student & Starter) vraagt of mevrouw Bode het met haar eens is dat studenten die in financiële nood zitten ook onder de personen vallen die dit het allerhardst nodig hebben? Mevrouw Bode (Volt) antwoordt bevestigend. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op de twee moties die mevrouw Oudejans en zij hebben ingediend om geld via de individuele bijstand beschikbaar te maken en vraagt wat nu het verschil maakt met wat de fractie van Volt aankaart.
Mevrouw Bode (Volt) is blij met deze vraag, want Volt steunt ook de moties van Student & Starter en D66. Het verschil zit erin dat in de andere moties het geld wordt bestemd om in 2023 te besteden. Volt wil hoe dan ook dat het bij de studenten komt. Lukt dat niet dit jaar, dan trekt haar fractie dat door naar 2024 en verder.
Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat in de motie wordt gevraagd om een plan. Als de
individuele bijzonder bijstand wordt opengesteld en dat goed wordt gepromoot, zal dat geld ook echt daar gaan landen. Wat wil Volt dan nog meer?
Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat het niet een separaat plan hoeft te zijn. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de energietoeslag een duur maar effectief middel is gebleken om inwoners tegemoet te komen. Dat studenten geen of nauwelijks toegang hebben gekregen tot deze vergoedingen kan het CDA niet uitleggen, zeker niet omdat deze middelen wel beschikbaar
waren gesteld door het Rijk. Nu dreigen ze alsnog niet te landen bij deze groep en het CDA vindt dat onacceptabel. Samen met Volt heeft het CDA een motie (150) opgesteld om die middelen wel
beschikbaar te stellen voor studenten. Hij begrijpt dat Student & Starter en D66 de motie kunnen steunen, zodat het geld ook daadwerkelijk wordt bestemd voor studenten. Dat doen de andere moties namelijk niet.
Raadsvergadering van 22 juni 2023
22
Mevrouw Van der Wilt (D66) blijft bij haar vraag wat de motie toevoegt omdat in beide vorige moties exact staat wat in deze motie van het CDA wordt voorgesteld.
De heer Van Steeg (CDA) wijst erop dat dit niet het geval is want de motie handhaaft de beperkende voorwaarden die nu al gelden. Bovendien wordt het geld alleen voor 2023 bestemd. Daarna valt het vrij aan de middelen van W&I en wordt het niet bestemd voor studenten.
Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft mee dat dezelfde beperkende regelingen niet worden
gehandhaafd. In de motie wordt ervoor gepleit om de IBB te versoepelen en zij vraagt of de heer Van Steeg het met haar eens is dat daarmee een grotere claim zal worden gelegd op de financiën.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij daarom die motie wel heeft gesteund maar hij gaat ervan uit dat die 1,7 mln. niet in 2023 wordt besteed en dat er nog over is. Dat regelt die motie niet. Als mevrouw Van der Wilt dat ook een probleem vindt omdat dat deel ook aan studenten moet toekomen, dan moet zij deze motie ook steunen.
Mevrouw Oudejans (Student & Starter) wijst erop dat het bedrag in de motie betrekking heeft op
2023 en dat dit ook het bedrag is waar de raad nu de controle over heeft. Technisch gezien, kan de bestemming van het bedrag in 2024 alleen maar via de Voorjaarsnota gewijzigd worden. In die zin past haar motie juist beter in het verhaal over het lopende begrotingsjaar. Waarom ziet de heer Versteeg dit als een motie die geen nut heeft?
De heer Van Steeg (CDA) praat graag over financiële technieken en hoe het precies geregeld wordt. Als mevrouw Oudejans het gehele bedrag wil toekennen aan studenten maar alleen om technische
redenen de motie heeft aangepast, vindt spreker het prima en kan hij die motie ook steunen. In deze motie wordt het geld alleen voor 2023 via die route beschikbaar gesteld. Daarna zouden de
middelen toevallen aan W&I en worden ze niet meer aan studenten besteed. Mevrouw Oudejans weet dat heel goed, want er waren bezwaren gerezen.
De heer Sungur (DENK) vraagt in hoeverre de heer Van Steeg denkt dat het bedrag vanaf 2024 nog nodig is voor studenten in dit kader.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het hier om het principe gaat. Het Rijk heeft het geld
beschikbaar gesteld voor studenten. Heel veel aanvragen zijn afgewezen en het geld is niet bij die studenten gekomen, terwijl andere mensen heel makkelijk gebruik konden maken van de
energietoeslag. Dat was ook nodig, maar het zou fair zijn als dan wel het hele bedrag bij die groep wordt gelaten. Er zullen heel goede redenen zijn om dat geld na 2024 aan die doelgroep te
besteden. Samen met Volt en de VVD blijft het CDA van mening dat het geld beschikbaar moet zijn voor studenten. Zij zijn al tekortgekomen wat betreft de energietoeslag en de raad zou moeten uitspreken dat het ook echt voor die groep bestemd is.
De voorzitter deelt mee dat de PvdA-fractie afziet van een bijdrage in deze termijn. Het woord is aan de wethouder.
Mevrouw Voortman (wethouder) gaat allereerst in op motie 148 over een toegankelijk vangnet voor
iedere student. Zij blijft graag even wat verder van de techniek en de uitvoering, maar zij loopt de vijf
Raadsvergadering van 22 juni 2023
23
punten wel helemaal langs. Het grote probleem is in de eerste plaats het energiecontract, waardoor de facto studenten niet in aanmerking kwamen voor de IBB, omdat heel weinig studenten een eigen
energiecontract hebben. Het college gaat daar dus zeker mee aan de slag. Spreekster is in de tweede plaats bereid om naar een oplossing te zoeken binnen de bestaande richtlijnen voor individuele
bijzondere bijstand. In de derde plaats zullen inwoners en dus ook studenten bij een bijzonder hoge energierekening volgens de algemene richtlijnen bijzondere bijstand ook na 1 juli worden
ondersteund. In de dashboardbrief gaat het college in op de vorm waarin dat zal worden gedaan. Dat zal ook zeker breed worden gecommuniceerd, met onderwijspartners en met studentenpartners.
Spreekster zal een manier zoeken om bij nieuwe aanvragen te registreren of de aanvrager student is. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt hoe wordt omgegaan met de leennorm. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat er bij de individuele bijzondere bijstand een
evenwichtig model van de draagkrachtberekening is en dat er bij maximaal lenen eigenlijk al geen
sprake meer is van draagkracht. Zij beantwoordt de vraag dus met “ja” en zal de manier waarop dat zal worden gedaan verder uitwerken. Desgevraagd antwoordt zij dat dit bij dashboard Q3 zal gebeuren, dus in september.
Spreekster is bereid om het “voorkom erger”-potje onder de aandacht te brengen van professionals. Een tijdje geleden is hierover een bijeenkomst gehouden, want het is van groot belang dat zij weten dat het er is en dat dit kan worden ingezet in die situaties waarin mensen tussen de regels door vallen.
Wat betreft motie 149, merkt spreekster op dat dit bedrag bestemd zal blijven voor studenten in financiële nood, inderdaad via onderwijs- en studentenpartners. Zij hoopt dat het Rijk met een
nieuwe oplossing komt. Zij is optimistisch omdat de energietoeslag is uitgesteld omdat de minister dat nog eens wil bekijken voor studenten. Mochten er toch nieuwe middelen naar de gemeentes
komen, dan wordt bezien hoe die primair worden ingezet voor studenten in schrijnende situaties.
Motie 150 van Volt moet spreekster ontraden. Wat er overblijft, gaat niet naar de algemene reserve
maar naar armoede en schulden. Er is gekozen voor een vangnet voor studenten en andere inwoners die het echt nodig hebben en dat is de individuele bijzondere bijstand. Zoals eerder aangegeven,
kiest het college er conform het coalitieakkoord verder voor om in te zetten op kinderen in armoede, op kinderen die al jarenlang geen perspectief hebben en op werkenden die nauwelijks rond kunnen komen.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt waarom de wethouder dit geld niet wil blijven bestemmen voor studenten die het nodig hebben?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat deze studenten worden geholpen, onder andere met wat in de moties van Student & Starter en D66 wordt gevraagd en die het college zal uitvoeren. De motie van Volt vraagt om het geld sowieso aan studenten te geven en stelt niet voorop de situatie waarin mensen zich in bevinden. Dat is het verschil.