CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Merwedekanaalzone, deelgebied 5, Europalaan fase 1.docx

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan, Chw. Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 138.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Op en rond het terrein van Stedin liggen diverse Hoge druk gasleidingen met overdrukken van 8bar en 16bar. Dit vanwege de aanwezigheid van een gasdrukregelstation (Gas-Overslagstation). Gezien deze leidingen een grote diameter hebben (groter dan 200mm) is hierbij een minimale veiligheidsafstand geldig van 3,5

36

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

meter tot gebouwen waar frequent mensen in aanwezig zijn. Ook diepwortelende beplanting dient minimaal 1m van deze leidingen verwijderd te zijn. Voor bomen geldt een afstand van 2,5 meter. 8

9

Gasdrukregelstation

In artikel 4.1 lid 1 van de regels, is bepaald dat locaties met de functie ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ zijn bedoeld voor nutsvoorzieningen die in de Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemening zijn opgenomen en die zijn ingedeeld in categorie A of B1. Het gasdrukregelstation moet naar de mening van Stedin, op basis van NEN 1059:2019 aangemerkt worden als een installatie in categorie C (op basis van het Activiteitenbesluit). Dit station heeft namelijk een ontwerpcapaciteit van groter dan 6.000Nm3/u met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner dan of gelijk aan 16 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelinstallatie in categorie A. De veiligheidsafstand tot kwetsbare objecten, zoals woningen en openbare horeca, is daarmee minimaal 15 meter. Tot beperkt kwetsbare objecten is dat 4 meter.

4.1.10 Indiener 9 – Roeiverenigingen Triton, Orca en Viking Nr. Punt Inhoud 9 1 Afstemming op afspraken

De Utrechtse roeiverenigingen Triton, Orca en Viking constateren dat de tekst in de toelichting onvoldoende is afgestemd op de afspraken die in de afgelopen periode in bestuurlijke overleggen en met de raad zijn gemaakt over het behoud van het roeien voor de stad. Tevens doen de roeiverenigingen suggesties om negatieve effecten voor het roeien (en andere gevestigde watersporten) te beperken. Deze suggesties betreffen zowel plan, regels als toelichting.

Adviesbureau LBP SIGHT heeft in haar rapportage (zie bijlagen bij de toelichting) het gasdrukregelstation aangemerkt als categorie 2 bedrijf. De gemeente heeft dit vertaald naar de Lijst van Bedrijfsactiviteiten functiemenging (LvB, bijlage bij de regels), om aan te sluiten bij de systematiek van functiemenging in Merwede. In de LvB functiemenging is opgenomen: ‘gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C’. Een dergelijke voorziening is ingedeeld in milieucategorie B1. Deze activiteiten zijn op grond van artikel 4 van de regels toegestaan. Om de voorziening heen, is een zone van 15 meter opgenomen. Artikel 4.4 onder 7 maakt het niet mogelijk dat hier (beperkt)kwetsbare objecten worden gerealiseerd.

Beoordeling De Utrechtse roeiverenigingen zijn vitale en sterke sportorganisaties met een belangrijke sportieve en sociale rol voor de stad. Daarbij voorzien ze in aanbod van recreatie tot aan topsport en zijn ze met hun Olympische rolmodellen een bron van inspiratie voor de stad. Wij hechten waarde aan het karakter van het water als sportzone, het behouden van de vaarbreedte, de doorvaarthoogte en de aanwezigheid van een goed zichtbaar en toegankelijk coachpad. Daarnaast hebben wij met de verenigingen afgesproken om te verkennen wat de mogelijkheden van een sportzone op het Merwedekanaal zijn. Ontwikkelingen op het water, een divers gebruik van het kanaal door zwemmers, suppers, sloepen, rondvaartboten, recreatievaart etc. maakt het onveilig voor de roeisport. Voor de grote groep competitieroeiers, recreanten en jeugd, is het noodzakelijk om het Merwedekanaal als roeiwater te blijven gebruiken, vanwege de bereikbaarheid van deze locatie voor de leden en de locatie van De Driewerf het clubgebouw en botenloods voor de 3 verenigingen. Vanuit dat belang wordt op dit moment een convenant opgesteld met de

37/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

roeiverenigingen. De problematiek van drukte op het water en belang om afspraken te maken hoe om te gaan met water heeft ervoor gezorgd dat wij ook een visie gaan ontwikkelen voor stadswater in de gemeente Utrecht. In deze Visie stadswater Utrecht zal nadrukkelijk rekening gehouden worden met de belangen van de roeisport op het Merwedekanaal, de roeiverenigingen zijn ook betrokken bij het opstellen hiervan. Uitgangspunt van de visie Stadwater is om de roeisport op het Merwedekanaal te behouden. Bij het ontwerp van de nieuwe bruggen zonder pijlers wort daar rekening mee gehouden. Over sommige onderwerpen zijn de afspraken of het proces dat doorlopen wordt om tot afspraken te komen nog verder uitgewerkt. In het convenant worden afspraken gemaakt over het borgen en monitoren van de afspraken in de projecten en blijvende betrokkenheid van de roeiers bij de ontwikkeling en uitwerking van de plannen/projecten en de Visie Stadswater beschreven. In de regels van het bestemmingsplan komen deze aspecten terug. In artikel 11.2 is het gebruik ten behoeve van recreatie expliciet genoemd. In artikel 11 is ook bepaald dat de minimale vrije doorvaartbreedte van de watergang ter plaatse van aanduiding ‘brug’ tenminste 25 meter moet bedragen. Nu niet het gehele Merwedekanaal in het plangebied valt, kunnen geen uitspraken gedaan worden over het overige deel van het kanaal.

Hier geldt het bestemmingsplan Rivierenwijk. In artikel 11 hebben wij ook de minimale doorvaarthoogte van bruggen vastgelegd, zowel in gesloten als open stand. In de bestemming Groen (artikel 6) zijn voet- en fietspaden mogelijk gemaakt. De gemeente is/wordt eigenaar van deze gronden en zal ervoor zorgen dat de aan te leggen fietspaden en bij uitzondering ook voetpaden, ook als coachpad gebruikt kunnen worden. Wij verwijzen naar wat wij hierna nog over het coachpad opmerken. Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij de activiteit ‘recreatie’ in artikel 11.2 verplaats naar lid 1. Daarbij is ook de activiteit ‘sport’ toegevoegd. Dit verduidelijkt het beoogde toegestane gebruik. Voor het overige zijn wij van mening dat de bepalingen aansluiten bij het amendement en het convenant.

38

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

Voor het coachpad geldt dat de exacte ligging nog niet bekend is en onderwerp is van uitwerking samen met de verenigingen. Wat betreft het coachpad is in het convenant aangegeven dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt gaat worden van het fietspad, maar waar nodig kunnen de roeiers/coaches, als enige partij/uitzondering ook gebruik maken van het voetpad. Het uitsluiten van andere vormen van gebruik van het water en het groen is onwenselijk omdat dit ten koste gaat van de flexibiliteit van de uitwerking. De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van deze openbare ruimte en betrekt hier de verenigen bij de inrichting. De strekking van het convenant en ook de bestuurlijke overleggen is dat het Merwedekanaal geen exclusief roeiwater is maar op het Merwedekanaal hebben de roeiers een bijzondere positie, omdat ze afhankelijk zijn van dit water voor hun sport. Het convenant wordt binnenkort aan het college van B&W aangeboden. Ook de raad wordt vervolgens geïnformeerd. 9

2

Verwijzing en inhoud amendement

In paragraaf 3.3.1 van de toelichting ‘recreatieve functie Merwedekanaal’ staat op pagina 54 een gedateerde tekst over het roeien en het huidige gebruik. Indiener verzoekt de raad om de tekst van het ontwerp bestemmingsplan aan te passen naar de actualiteit, waaronder een verwijzing naar het amendement dat op 7 oktober door de raad is aangenomen inzake het convenant over het roeien (A130 convenant roeien). Indiener constateert dat de bestemming ‘water’ enkel aan het Merwedekanaal gegeven wordt (voor zover dat binnen het plangebied valt) en bovendien de huidige waterkant strak volgt. Dit biedt de kans om middels de regels negatieve effecten van de ontwikkelingen van de Merwedekanaalzone voor de roeisport te beperken. Indiener vraagt daarom, in lijn met het de bestuurlijke afspraken en amendement 103 over het convenant roeien, de regels in artikel 11 aan te passen. Onze suggesties zijn: - bij het doel (11.1) “warmte koude opslag, ecologie, groen” weg te laten; - 11.2 te beperken tot: “activiteiten voor het waterbeheer en voor waterberging, het aanleggen, gebruiken en in stand houden van taluds, beschoeiingen, kademuren, beweegbare bruggen voor

Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen door de tekst in de toelichting aan te vullen met een expliciete verwijzing naar het amendement van 7 oktober 2021. Zoals hierboven aangegeven hebben wij de regels van het bestemmingsplan al afgestemd op het af te sluiten convenant en de belangen van de indiener van de zienswijze. Het schrappen van de door de indiener genoemde activiteiten/bouwmogelijkheden is niet nodig en levert ook een beperking op voor de uitwerking. Voor wat betreft de functie WKO wordt opgemerkt dat hiervan geen hinder wordt ondervonden. In de huidige aanvraag Waterwetvergunning (en Keurvergunning) is het volgende opgenomen voor de maximale stroomsnelheden rond het innameen lozingspunt:

‘Om negatieve invloeden op het oppervlaktewater te voorkomen (t.b.v. ecologie en scheepvaart) moet de in- en uitstroomopening worden gedimensioneerd op een maximale stroomsnelheid (uitlaat <0,3 m/s en inlaat <0,15 m/s). Deze maximale snelheden komen alleen voor op de scheiding van het systeem met de watergang. In het Merwedekanaal zal de stroomsnelheid als gevolg van het TEO systeem vele malen lager zijn. Uitgaande van onderstaande uitgangspunten namelijk: • Gemiddelde diepte Merwedekanaal: 3,6 m

39/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

langzaam verkeer uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'brug' met dien verstande dat de afstand tot de aanduiding 'woonschepenligplaats' tenminste 10 meter bedraagt, duikers en sluizen.” - 11.5 uit te breiden met: “het plaatsen van bouwwerken”.

• Gemiddelde breedte Merwedekanaal: 30 m • Maximaal debiet TEO: 560 m³/uur Stroomsnelheid = Debiet/(diepte*breedte): 560/(3,6*30) = 5,18 m/uur = 0,0014 m/s.’ Ook heeft het Merwedekanaal een ecologische waarde. Het is een waterlichaam vanuit de Kader Richtlijn Water. Dit betekent dat er geen ecologische achteruitgang mag plaatsvinden. Wel hebben wij naar aanleiding van de zienswijze de activiteit ‘groen’ in artikel 11.1 verwijderd, nu het niet de bedoeling is om het water te dempen ten gunste van groen.

9

3

Tekst amendement

We hebben de tekst in de toelichting aangepast, aan de letterlijke tekst van het amendement.

9

4

Doorvaartbreedte

Het plangebied omvat alleen de oostelijke oever ter hoogte van de toekomstige bruggen. Aanpassing van de regeling is onnodig; aan de oostelijke zijde ligt reeds een rij met woonboten (in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan). Daarnaast hebben wij de vrije doorvaarbreedte van het water ook in de regels opgenomen (tenminste 25 meter). Dit biedt een waarborg voor voldoende vrije ruimte voor de roeiers. Overigens zal een landhoofd/basculekelder ten behoeve van de brug in de kade en deels onder het water worden gerealiseerd, maar nooit breder zijn dan de breedte van de aanwezige woonboten. De indiener van de zienswijze wordt overigens ook geïnformeerd bij de verdere uitwerking van de brug en de inpassing.

De inhoud van de bestuurlijke afspraken is op pagina 78/79 van de toelichting deels wel en deels niet correct verwerkt. Zo staat in de laatste zin van de eerste alinea op pagina 79 “we verkennen de mogelijkheid van een sportzone op het Merwedekanaal en een coachpad”. Het eerste deel van de zin is een correcte weergave van de afspraken. De tweede niet. De raad heeft op 7 oktober besloten dat de teksten als volgt worden aangevuld: “(…) het verkennen van de mogelijkheid van een sportzone op het Merwedekanaal én de aanleg van een goed zichtbaar en toegankelijk coachpad”. Wij verzoeken de raad om de tekst van het ontwerp bestemmingsplan hierop aan te passen.

Op pagina 78 van de toelichting en in paragraaf 11.4 van de regels worden eisen gesteld aan de maatvoering van de bruggen. Wij verzoeken de raad aan deze eisen toe te voegen dat de doorvaartbreedte aan de zijde van de oostelijke oever niet wordt beperkt. Of anders gezegd, dat de huidige oeverlijn dezelfde blijft en een landhoofd aan die zijde dus binnen de oostelijke oever blijft.

40

Datum Rapport

9

9

2022 Vaststellingsrapport

5

6

Monitoring

In paragraaf 5.2.4 op pagina 99 van de toelichting geeft de gemeente weer hoe zij middels monitoring wil leren van deze manier van gebiedsontwikkeling. In bijlage 13 is het plan van aanpak toegevoegd. Verenigingen verzoeken de raad om ook het effect van de stedelijke ontwikkeling op het roeien op te nemen in deze monitor. Reeds eerder is immers gesteld dat ‘het roeien niet sluipenderwijs onmogelijk moet worden gemaakt’. De roeiverenigingen verzoeken de raad om deze belofte concreet te blijven toetsen en het plan ook in monitoringsopzicht ‘watersensitief’ te maken. Indiener verwacht dat effecten op het roeien kunnen optreden omdat een deel van het Merwedekanaal, waarop wij voor al onze activiteiten zijn aangewezen, binnen het plangebied valt. Temeer omdat uit de toelichting op het bestemmingsplan niet blijkt, hoe voor het roeien nadelige gevolgen worden voorkomen.

Maar het plan wel ruimte biedt aan activiteiten, bouwwerken en voorzieningen op en in directe nabijheid van het water met potentiële hinder voor het roeien en andere gevestigde watersporten: - Ruimte voor activiteiten op het gebied van leisure en sport (niet nader toegelicht, maar ook niet beperkt tot leisure en sporten op land); - Beplanting langs de oever: zichtbeperking vanaf het coachpad, overhangende planten, bladafval/takken in het water en andere ‘seizoenseffecten’, et cetera; De ruimte die de regels laten (artikel 11.2) voor de realisatie van bouwwerken, geen gebouw zijnde: denk aan meerpalen, terrassen (functie: recreatie), groen, kunst et cetera.

Belangen verenigingen

Daarnaast is voorstelbaar dat de 12.000 nieuwe bewoners van het gebied zelf activiteiten gaan ontplooien op het Merwedekanaal en daarbij (figuurlijk, maar indiener vreest ook letterlijk) botsen met onze roeiers. Deze activiteiten zijn niet via bestemmingsplannen en vergunning te reguleren maar naar de mening van de indiener wel een te verwachten gevolg van uw keuze om de Merwedekanaalzone te ontwikkelen tot een hoogstedelijk woongebied. Monitoring is hier ons inziens een probaat middel om al dan niet te besluiten tot

Separaat van het Plan van Aanpak monitoring maken wij met de roeiverenigingen afspraken over monitoring in het convenant. Dit vinden wij de juiste plaats voor de specifieke afspraken die over het gebruik van het water en de oevers worden gemaakt. Verwezen wordt naar de reactie hierboven. De oever van het Merwedekanaal heeft de bestemming Groen. Uitwerking van de inrichting moet nog plaatsvinden. Dit zal conform bovengenoemd convenant in overleg met de roeiverenigingen gebeuren zodat een coachpad wordt ingepast en hinderlijke beplanting en/of bouwwerken worden voorkomen. Voor het coachpad is van belang dat de bestemming voet- en fietspaden mogelijk maakt. Daarnaast zijn activiteiten in deze bestemming mogelijk gemaakt die passen bij het gebruik als groen cq parkzone. Leisure en sport komen in artikel 6 van de regels niet voor. Het is juist dat artikel 11 van de regels ruimte geeft voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Evenwel is ook een vrije doorvaartbreedte voorgeschreven, zodat dergelijke bouwwerken niet de doorvaart cq gebruik door roeiers belemmeren.

Wij verwijzen naar onze reactie onder 1.

41/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

het treffen van maatregelen en/of over te gaan tot handhaving van zwemverboden en dergelijke. In aanvulling hierop willen de verenigingen hierbij de raad nogmaals oproepen om een aanvullende roeiaccommodatie aan ander roeiwater mogelijk te maken waar wij onze toproeiers kunnen huisvesten. Om hinder tijdens ontwikkeling van de nieuwe woonwijk zoveel mogelijk te voorkomen dringen de verenigingen aan op spoedige besluitvorming.

Dit onderwerp is onderdeel van het convenant, en valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.

9

7

Risico planschade

Wij merken op dat het bij planschade als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, gaat om waardedaling van onroerende zaken die in eigendom zijn. Daar is in dit geval geen sprake van. Wij verwijzen voor het overige naar onze reactie onder 1.

9

8

Inrichtingsplan

Het FO IP zal worden uitgewerkt in een VO en DO voor de inrichting van de openbare ruimte. Conform het convenant betrekken wij de roeiverengingen bij de uitwerking van de inrichting. Bij de inrichting wordt rekening gehouden met de roeiactiviteiten.

Hierbij brengen de verenigingen onder de aandacht dat op pagina 162 (paragraaf 6.1.5) van de toelichting wordt gesproken over een reeds opgestelde inschatting van het risico op planschade. Indiener weet hier niets van, terwijl de ontwikkelingen in de Merwedekanaalzone (deelgebied 5, maar ook in andere deelgebieden) verstrekkende gevolgen hebben voor de roeisport. Denk aan de kosten van het verplaatsen van roeiactiviteiten naar een andere locatie (eenmalig en structureel) en het risico op vermindering van het ‘roeigenot’ (en als gevolg daarvan vertrekkende leden) en onderbenutting van de bestaande accommodatie (ook vanwege het verplaatsen van een deel van de activiteiten). Indiener kan deze schade niet zelf (financieel) opvangen en verzoeken de raad om deze nadrukkelijk mee te nemen in de planschaderisico-inventarisatie. De verenigingen zijn altijd bereid tot overleg hierover.

Paragraaf 5.12 van de toelichting gaat over bomen in het plangebied. Er wordt verwezen naar het FO IP in bijlage. De verenigingen wijzen de raad erop dat dit FO IP niet is afgestemd op de recente bestuurlijke afspraken en het convenant in wording inzake de inrichting van de oevers en het coachpad. Dit is het beste zichtbaar op de plaatjes op de pagina’s 56/57/58/60/61. Indiener gaat er vanuit dat bij de verdere uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte de afspraken alsnog worden nagekomen. Verzocht wordt om deze aanname te bekrachtigen.

42

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

4.1.11 Indiener 10 Nr. Punt Inhoud 10 1 Strijd met goede ruimtelijke ordening Het ontwerp is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Cliënten wonen in een woonboot pal naast de locatie van de beoogde brug die moet aansluiten op Zijldiepstraat en die in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Hiervoor is in het ontwerpbestemmingsplan een functieaanduiding 'brug’ opgenomen, waarmee het plangebied verbonden wordt met de Zijldiepstraat en fietsers en voetgangers zodoende het kanaal kunnen oversteken. De brug is zoals gezegd echter direct gelegen naast de locatie van de woonboot van cliënten. Zij menen dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

10

2

Aantasting woon- en leefklimaat

De beoogde brug is in het ontwerpbestemmingsplan veel te dichtbij de woonboot opgenomen waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig zal worden aangetast. Wanneer deze brug zal worden gerealiseerd betekent dit dat er vrijwel de gehele dag mensen heen en weer lopen c.q. fietsen langs de woonboot van cliënten. In paragraaf 4.2.1.6 van de Toelichting op het ontwerp wordt geprognotiseerd dat er per etmaal maar liefst ca. 6000 - 7000 fietsers van deze brug gebruik gaan maken. Dat is een enorm aantal. Hoeveel voetgangers van de brug gebruik gaan maken, is niet berekend, maar die komen daar nog eens bovenop.

Beoordeling Wij verwijzen naar de algemene thema’s in paragraaf 2.4. In aanvulling daarop merken wij op dat in de regels (artikel 11) is opgenomen dat de afstand tussen de brug en de woonboten tenminste 10 meter moet bedragen. Deze afstandsnorm is genoemd in de rapportage van Goudappel. Om de regeling te verduidelijken hebben wij naar aanleiding van de zienswijze de regeling aangepast; het plangebied en de aanduiding ‘brug’ is verkleind. De plangrens van het bestemmingsplan dat een brug mogelijk maakt ligt nu op (tenminste) 10 meter vanaf de woonboot van de indiener van de zienswijze. Hiermee wordt een vrije ruimte gemaakt die voldoende is voor een goede inpassing van de brug op voldoende afstand. Een afstand van 10 meter achten wij voldoende voor een goed woon- en leefklimaat. Dit mede naar analogie met de ligging van andere fietspaden ten opzichte van woningen in het stedelijk gebied. Wij erkennen dat de situatie voor de indiener van de zienswijze veranderd. Het belang van de aanleg van de brug weegt voor ons zwaarder dan het belang van de indiener van de zienswijze, bij handhaving van het huidige woon- en leefklimaat (zie ook hoofdstuk 2). Zoals aangegeven verandert de situatie voor de bewoner. Dit maakt niet dat een brug niet aanvaardbaar is in het stedelijk gebied.

De belangen van de bewoner (wijziging woonklimaat door geluid van fietsers, privacy) worden meegewogen bij het bestemmingsplan. Met de bewoners zijn en worden gesprekken gevoerd. De exacte inpassing van de brug moet nog worden uitgewerkt. Omwonenden worden hierbij betrokken. In Q1 van 2022 zal dit worden opgestart. We zijn van mening dat er sprake is van een zorgvuldige belangenafweging. Voor wat betreft het gebruik door bromfietsen en scooters wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Daarnaast zouden ook scooters van de brug gebruik kunnen maken. Er is geen onderzoek gedaan naar de belasting van de totale mobiliteit op het woon- en leefklimaat van mijn cliënten. Dat levert een fundamenteel gebrek in de besluitvorming op.

43/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

10

3

Overlast

Wij verwijzen wordt naar hoofdstuk 3 met betrekking tot de noodzaak van de bruggen en het verboden gebruik door bromfietsen en scooters. Zoals onder 2 aangegeven volgt nog een proces van uitwerking van de inpassing. Hierbij worden omwonenden betrokken. Fietsen en lopen geeft geen relevante geluidemissie. Voor zover sprake is van stemgeluid van passanten merken wij op dat hier sprake is van een doorgaande route in het stedelijk gebied, waar omgevingsgeluid inherent is aan de stedelijke omgeving en het gebruik van de openbare ruimte.

10

4

Waarborgen

Er is nog geen ontwerp van de brug beschikbaar. In de rapportage van Goudappel zijn uitgangspunten benoemd. Een van de uitgangspunten is dat hellingen van en naar bruggen worden ingepast in de oevers van het Merwedekanaal zelf en dat ze niet de omliggende wijken binnendringen. Dit betekent dat de loop- en fietsbruggen zo laag mogelijk moeten worden. Dit geeft voetgangers en fietsers ook minimale hinder, omdat er een minimale helling genomen moet worden. In de uitwerking van de inpassing kan met de indiener worden gekeken naar het plaatsen van groen. Het vergroten van de tuinen is niet mogelijk. De ruimte rondom de brug en de route wordt openbaar.

Het is voor de bewoners verder onduidelijk waarom er is gekozen om een brug op dusdanig korte afstand te realiseren (lees: tien meter afstand !). In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt hierover eigenlijk enkel aangegeven dat het voor uw gemeente belangrijk is om “voor fietsers en voor voetgangers nieuwe bruggen over het Merwedekanaal te bouwen”. De bewoners zijn echter van oordeel dat zij in de toekomstige situatie de gehele dag geluidsoverlast zullen ervaren en dat de komst van een brug pal naast de woonboot zal zorgen voor een onevenredige aantasting van hun privacy. Dat dit een realistisch gevolg is blijkt uit het feit dat in de toelichting van het bestemmingsplan reeds wordt aangegeven dat circa 6.000 tot 7.000 fietsers (en voetgangers en scooters dus nog niet eens meegerekend) gebruik zullen gaan maken van deze brug. Tevens wordt daarover aangegeven dat er aan weerzijden van de brug maatregelen worden getroffen die ervoor moeten zorgen dat “fietsers en brommers afremmen”. Naast voetgangers en fietsers moet er dus ook rekening gehouden worden met (geluid afkomstig van) gemotoriseerd verkeer in de zin van bromfietsen (en scooters). Onduidelijk is in laatstgenoemd verband hoe uw gemeente geluidsoverlast door brommers gaat tegenhouden.

Dit lijkt in de praktijk volgens bewoners eigenlijk niet handhaafbaar, waardoor inbreuk op het woon- en leefklimaat onvermijdelijk is. Verder zijn er ook onvoldoende geluidswerende maatregelen aan de nieuwe brug getroffen, bijvoorbeeld in de vorm van geluidwerende (en groene) wanden.

Bewoners menen dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten onrechte onvoldoende rekening is gehouden met de woon- en leefsituatie die zij in deze kwestie hebben. In dit kader wijzen zij er onder meer op dat er door de gemeente onvoldoende rekening is gehouden met de ruimtelijke effecten voor de bewoners van de naastgelegen woonboten. Naast dat de hele dag er mensen heen en weer lopen c.q. rijden, gaan bewoners in de toekomstige situatie tegen een ‘blinde muur’ van minstens zeven meter lang en twee meter hoog aankijken. Bovendien menen bewoners dat de gemeente er geen rekening mee heeft gehouden dat de woonboten

44

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

onder het maaiveld liggen, waardoor de brug ruimtelijk gezien een nog kolossalere impact zal krijgen. Hierdoor menen bewoners ook dat er zonlichtderving zal optreden. In het bestemmingsplan is echter geen rekening gehouden met deze mogelijke zonlichtderving, omdat een bezonnings- studie op dit punt ontbreekt. Ook dit levert specifiek strijd op met een goede ruimtelijke ordening. Volgens bewoners had het bovendien op de weg gelegen om, als uw gemeente de plannen voor deze brug echt door zou willen zetten, grotere waarborgen met betrekking tot het woon- en leefklimaat te implementeren in de plannen. Dit had de gemeente volgens cliënten bijvoorbeeld kunnen doen door de tuinen aan weerzijden van de brug te vergroten, (groene en) geluidswerende wanden aan te brengen of door nabij de woonboten in het water drijvende tuinen aan te leggen.

De huidige bruggen in het Merwedekanaal gaan ongeveer 50 keer per jaar open, iets vaker in de zomerperiode dan in de winterperiode. De bruggen kunnen open tijdens bedientijden. De bediening moet 24 uur van tevoren worden aangevraagd. Dat gaat ook gelden voor de nieuwe bruggen. De huidige bedientijden zijn: • Maandag tot en met vrijdag: 09.00-12.00 uur en 13.00-16.30 uur • Zaterdag: 9.00-12.00 uur • Zondag: gesloten Deze tijden zijn vastgelegd in de gemeentelijke Havenverordening. Alle bruggen gaan op termijn op afstand bediend worden. De eventuele hinder die hierdoor wordt veroorzaakt wordt gelet op het niet frequente karakter en het optreden daarvan in de dagperiode, in het stedelijk gebied aanvaardbaar geacht. Ten aanzien van het geluid van de techniek van de brug merken wij op dat dat de motor een elektromotor zal zijn, en deze ondergebracht wordt in de basculekelder. De geluidsproductie en immissie daarvan is minimaal. Bij de brug is uit veiligheidsoverwegingen, ook een akoestische signalering verplicht bij open en sluiten. De signalering is in gebruik voordat de aandrijving van de brug in beweging komt. Het signaal moet in de gevarenzone hoorbaar zijn. Op basis van de Richtlijn Vaarwegen 2020 (Rijkswaterstaat) heeft het signaal in de regel een sterkte van 112 dB. In de bebouwde kom is maximaal 85 dB toegestaan.

Een afstand van 10 meter van de sirene geeft circa -29 dB afstand reductie. Dit betekent en een geluidsniveau van circa 56 dB(A) op die afstand. Dit vinden wij aanvaardbaar gelet op het incidentele karakter, het moment van het optreden van het geluid (overdag) en de ligging in het stedelijk gebied. Eventuele geluidoverlast voor omwonenden wordt beperkt door het geluid te richten op de gevarenzone en zo min mogelijk te laten uitstralen. Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij artikel 11 aangevuld door het maximale bronvermogen van de akoestische signalering van 85dB in de regels op te nemen, met daarbij aangegeven dat de signalering gericht moet zijn op de gevarenzone. Hierbij is aansluiting gezocht bij de genoemde Richtlijn Vaarwegen. Negatieve effecten opgetreden door schaduwwerking zijn niet aannemelijk omdat een van de uitgangspunten is om de brug zo laag mogelijk uit te

45/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

voeren, zij het rekening houdend met de minimale doorvaarthoogten. In het stedelijk gebied vinden wij enige schaduwwerking aanvaardbaar gelet op het belang van de bruggen. Om daadwerkelijk negatieve effecten te voorkomen wordt aan artikel 11 een maximale bouwhoogte van 5,68 meter opgenomen voor een brug. Deze bouwhoogte is gerelateerd aan N.A.P. Dit komt overeen met een hoogte van 5 meter vanaf het hoogste waterpeil. Een beschouwing van de bezonning is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. 10

5

Nut en noodzaak

Wij verwijzen naar de beantwoording in hoofdstuk 3.

10

6

Zwaarwegende argumenten

Wij verwijzen naar de beantwoording in hoofdstuk 3.

Bewoners vragen zich daarentegen hardop af welke zwaarwegende belangen er aanwezig zijn om op deze locatie een (nieuwe) brug aan te leggen. Op de plankaart is in ieder geval terug te zien dat er circa 400 tot 500 meter afstand is tussen een andere nieuwe brug die ter hoogte van de Waalstraat zal worden gerealiseerd. Daarnaast wordt er in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat “de nieuwe bruggen tussen een aantal bestaande bruggen worden gerealiseerd” (zie paragraaf 4.2.1.6). Bewoners hebben hierover reeds eerder al naar voren gebracht dat de gemeente niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom het niet kan volstaan om de bestaande bruggen aan te passen c.q. te verbeteren.

Het is voor de bewoners gelet op het bovenstaande dan ook onduidelijk welke zwaarwegende belangen er precies zijn om specifiek op de locatie naast hun woonboot een nieuwe brug te realiseren. Het realiseren van nog een nieuwe brug op dusdanig korte afstand van een aantal andere (bestaande) bruggen heeft volgens bewoners voor de mobiliteit weinig toegevoegde waarde, daar er in de omgeving dus al voldoende (bestaande) mogelijkheden zijn om de overkant van het kanaal te bereiken. Het is verder door de gemeente ook niet voldoende onderbouwd of er daadwerkelijk een maatschappelijke behoefte bestaat aan het realiseren van een nieuwe brug op deze locatie. De enkele globale aanname dat dit de mobiliteit zou verbeteren en voet- en fietsverkeer zal stimuleren, maakt nog niet dat er ook daadwerkelijk noodzaak is om een nieuw brug op deze locatie te realiseren. Bovendien is dit volgens de bewoners ook niet noodzakelijk. Het centrum van Utrecht wordt

46

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

immers (sneller) bereikt via de Kanaalweg en het is dan ook de vraag of mensen daadwerkelijk veelvuldig gebruik zullen gaan maken van deze brug, te meer wanneer er dus reeds meerdere bruggen zijn die een verbinding vormen met de overzijde van het kanaal. Het komt bovendien de verkeersveiligheid niet ten goede om dusdanig veel bruggen te hebben op een dermate kleine afstand. Ook hier is onvoldoende rekening mee gehouden. Het ontwerp komt hiermee in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb, die voorschijven dat er een zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering aan uw besluit ten grondslag dient te liggen. 10

7

Geen aandacht voor praktische bezwaren

Voorts zijn de bewoners nog van oordeel dat de gemeente onvoldoende rekenschap heeft gegeven van een aantal praktische knelpunten met betrekking tot de nieuw te realiseren brug op de desbetreffende locatie. Zo heeft is in het bestemmingsplan niet aangegeven wat de te verwachten effecten zijn van het realiseren van een damwand (bruggenhoofd) in het kanaal en daarmee de effecten op de naastgelegen woonboten. Het water verplaatst zich en maakt golven door wind, stroming en boten (zeker bij de roeiers ‘Mannen 8’). Momenteel kan het water aan weerszijden van de woonboten wegstromen. Na realisatie van een damwand zal het water echter ‘terug klotsen’, waardoor er meer golven en geluid zullen ontstaan. De bewoners vragen zich verder af wat de werkzaamheden aan de brug zal betekenen voor de betonnen bakken van de woonboten, aangezien deze hierdoor mogelijk vast zullen komen te liggen. Tot slot vragen bewoners zich hardop af op welke manier er rekening is gehouden met aanvaarbeveiliging en eventuele gevolgen daarvan voor de woonboten. Onduidelijk is verder of er na aanleg van de nieuwe brug ook voldoende ruimte is om onderhoud te plegen, aangezien er werkpontons moeten worden geplaatst tussen de woonboten en de nieuwe brug. Hier lijkt niet voldoende ruimte voor te zijn.

Er wordt in het ontwerp melding gemaakt van een Programma van Eisen maar wat die eisen precies inhouden is niet duidelijk.

In verband met de eisen van de gebruikers van het kanaal (geen middelpijler, minimale doorvaarthoogte van 1.60 meter en een minimale doorvaartbreedte van 25 meter - vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan) worden veel typen bruggen uitgesloten. Tevens is er een financieel kader en zijn er stedenbouwkundige uitgangspunten voor de bruggen van toepassing, zoals: rank en slank, geen landmark. Verder moeten de bruggen open kunnen om de woonboten en historische schepen uit de Veilinghaven door te kunnen laten. Dit alles leidt ertoe dat de toekomstige bruggen over het Merwedekanaal van het type ‘basculebrug’ zullen zijn. Een schetsontwerp wordt op dit moment uitgewerkt en zal in Q1 2022 met omwonenden worden besproken. Daarbij zal worden aangegeven op welke onderdelen nog keuzes gemaakt kunnen worden. Een basculebrug heeft aan één kant een basculekelder en aan de andere kant een landhoofd. In dit geval zit de basculekelder aan de kant van de Rivierenwijk. Dit heeft te maken met de benodigde doorvaartbreedte van het kanaal. De basculekelder moet daarom in de rij van woonboten worden aangelegd. Ten behoeve van de kelder worden damwanden in het kanaal en de oever aangebracht. In de basculekelder bevindt zich het contragewicht van de brug. Deze kelder is afgesloten en bevindt zich grotendeels ondergronds.

De basculekelder en het landhoofd zullen niet leiden tot meer golfslag dan in de huidige situatie, waarin nu nog een woonboot aanwezig is. Er worden remmingswerken (in de vorm van een houten paal) geplaatst in de tien meter tussen de brug en de woonboot. Het is nog steeds mogelijk om met een ponton onderhoud te plegen aan de woonboot.

47/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Op het moment dat duidelijk is wat voor brug wordt gemaakt en hoe de aanlanding zal zijn, zal met de indiener van de zienswijze worden gesproken over de uitvoering van de werkzaamheden. 10

8

Treffen van maatregelen

Mocht de gemeente onverhoopt toch van oordeel blijven dat het realiseren van de brug op de locatie naast de woonboot van de bewoners kan worden gerealiseerd en geen strijd met een goede ruimtelijke ordening oplevert, dan menen bewoners dat de gemeente de verplichting heeft om aanvullende voorwaarden in het bestemmingsplan op te nemen omtrent het realiseren van de brug. Zo menen de bewoners dat er dan onder meer gedacht kan worden aan het treffen van maatregelen aan of op de brug, waardoor het zicht op de woonboot van de bewoners wordt beperkt dan wel het geluid zal worden gedempt. Indien de brug bovendien definitief doorgang zal krijgen, dan menen bewoners dat de aantasting van het woon- en leefklimaat tevens aanleiding vormt voor het bieden van (financiële) compensatie voor de waardedaling van de woonboot c.q. de onevenredige aantasting van het woon- en leefgenot. De bewoners hebben hier reeds contact over gehad met een medewerker van de gemeente (Omgevingsmedewerker Kanaalzone). Laatstgenoemde hebben de bewoners aangegeven dat de gemeente compensatie kan bieden door een deel van de geplande verbouwingskosten te vergoeden. De bewoners willen de woonboot namelijk verduurzamen en renoveren, maar worden de afgelopen jaren door de onzekerheid over de voornemens zijnde plannen en de komst van deze brug daarin gehinderd.

Bewoners hebben echter hierover vanuit de gemeente nog geen terugkoppeling ontvangen.

Het bestemmingsplan maakt dergelijke voorzieningen mogelijk. Zoals aangegeven moet de brug nog worden ontworpen en de inpassing nog worden uitgewerkt. Ondanks dat wij de inpassing aanvaardbaar vinden is aan de bewoners aangegeven dat zij desgewenst in aanmerking voor een maatwerkvergoeding. Bij het vaststellen van de vergoeding wordt uitgegaan van redelijke kosten, die noodzakelijk zijn om de inbreuk te beperken en die in de gegeven omstandigheden redelijk zijn te achten (de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets). Dit betekent dat niet noodzakelijkerwijs alle kosten die de woonbooteigenaar heeft gemaakt of gaat maken, voor vergoeding in aanmerking komen. Toekenning van de vergoeding kan pas aan de orde zijn nadat het onherroepelijk bestemmingsplan is. Wel kan de inventarisatie van de kosten eerder plaatsvinden. Bij de verdere uitwerking van de brug kunnen de effecten op de privésituatie ook beter in beeld worden gebracht en kan het gesprek over mogelijke aanpassingen die voor een vergoeding in aanmerking komen concreter worden gevoerd. Wij voeren al gesprekken met de bewoners.

De bewoners benadrukken dat zij primair van oordeel zijn dat de komst van de brug niet nodig is en strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. 10

9

Voorbehoud

De bewoners behouden zich nadrukkelijk het recht voor om deze zienswijze nog nader aan te vullen.

Wij nemen hiervan kennis.

48

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

4.1.12 Indiener 11 Nr. Punt Inhoud 11 1 Namens cliënten wordt een zienswijze ingediend 11 2 Herhaling inspraakreactie De standpunten uit de inspraakreactie zijn en blijven onverkort van toepassing op het ontwerp bestemmingsplan en maken derhalve onderdeel uit van de zienswijze. Een brief van 30 augustus 2021 is toegevoegd, namens een aantal bewoners naar de gemeente verstuurd. Ook deze brief maakt onderdeel uit van deze zienswijze. 11

3

Strijd met een goede ruimtelijke ordening en de beginselen van behoorlijk bestuur.

Beoordeling Wij verwijzen naar de beantwoording in hoofdstuk 3. De eerdere inspraakreactie is ongeveer van gelijke inhoud als de nu ingediende zienswijze. De inhoud van de brief van 30 augustus 2021 is betrokken bij de reactie op de zienswijze. Wij verwijzen naar onze beantwoording bij zienswijze 10.

Naast de locatie waar de woonboot van bewoners is gelegen, is het in het ontwerpbestemmingsplan planologisch de mogelijkheid gecreëerd om een brug te realiseren. Hiervoor is in het ontwerpbestemmingsplan een functieaanduiding 'brug' opgenomen, waarmee het plangebied verbonden wordt met de Zijldiepstraat en men zodoende het kanaal kan oversteken. De brug is echter direct gelegen naast de locatie van de woonboot van cliënten. Bewoners menen dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Meer specifiek menen de bewoners dat de brug zorgt voor een onevenredige aantasting van hun woon- en leefbelangen. Wanneer er een brug zal worden gerealiseerd betekent dit dat er vrijwel de gehele dag mensen heen en weer lopen c.q. fietsen langs de woonboot van cliënten. Het is voor bewoners verder onduidelijk waarom er is gekozen om een brug op dusdanig korte afstand te realiseren (lees: tien meter afstand). De bewoners zijn echter van oordeel dat zij in de toekomstige situatie de gehele dag geluidsoverlast zullen ervaren en dat de komst van een brug pal naast de woonboot zal zorgen voor een onevenredige aantasting van hun privacy. Dat dit een realistisch is blijkt uit het feit dat in de toelichting van het bestemmingsplan reeds wordt aangegeven dat circa 6.000 tot 7.000 fietsers (dus voetgangers nog niet eens meegerekend) gebruik zullen gaan maken van deze brug.

Tevens wordt daarover aangegeven dat er aan weerzijden van de brug maatregelen worden getroffen die

49/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

ervoor moeten zorgen dat "fietsers en brommers afremmen". Naast voetgangers en fietsers moet er dus ook rekening gehouden worden met (geluid afkomstig van) gemotoriseerd verkeer in de zin van bromfietsen (en scooters). Onduidelijk is in laatstgenoemd verband hoe de gemeente geluidsoverlast door brommers gaat tegenhouden. Dit lijkt in de praktijk volgens de bewoners eigenlijk niet handhaafbaar, waardoor inbreuk op het woon- en leefklimaat onvermijdelijk is. Verder zijn er ook onvoldoende geluidswerende maatregelen aan de nieuwe brug getroffen, bijvoorbeeld in de vorm van geluidwerende (en groene) wanden. 11

4

Woon- en leefklimaat

De bewoners menen dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten onrechte geen rekening is gehouden met de woon- en leefbelangen die zij in deze kwestie hebben. Bovendien menen bewoners dat de gemeente er geen rekening mee heeft gehouden dat de woonboten onder het maaiveld liggen, waardoor de brug ruimtelijk gezien een nog kolossalere impact zal krijgen.

Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 10.

Volgens cliënten had het op de weg gelegen om, als uw gemeente de plannen voor deze brug echt door zou willen drukken, grotere waarborgen met betrekking tot het woon- en leefklimaat te implementeren in de plannen. Dit had uw gemeente volgens cliënten bijvoorbeeld kunnen doen door de tuinen aan weerzijden van de brug te vergroten, (groene en) geluidswerende wanden aan te brengen of door nabij de woonboten in het water drijvende tuinen aan te leggen. 11

5

Zwaarwegende belangen

De bewoners vragen zich hardop af welke zwaarwegende belangen er aanwezig zijn om op deze locatie een (nieuwe) brug aan te leggen. Op de plankaart is in ieder geval terug te zien dat er circa 400 tot 500 meter afstand is tussen een andere nieuwe brug die ter hoogte van de Waalstraat zal worden gerealiseerd. Daarnaast wordt er in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat "de nieuwe bruggen tussen een aantal bestaande bruggen worden gerealiseerd" (zie paragraaf 4.2.1.6 van de toelichting). De bewoners

Wij verwijzen naar de beantwoording bij zienswijze 10.

50

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

hebben hierover reeds eerder al naar voren gebracht dat de gemeente niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom het niet kan volstaan om de bestaande bruggen aan te passen c.q. te verbeteren.

11

6

Het is voor de bewoners gelet op het bovenstaande dan ook onduidelijk welke zwaarwegende belangen er precies zijn om specifiek op de locatie naast hun woonboot een nieuwe brug te realiseren. Het realiseren van nog een nieuwe brug op dusdanig korte afstand van een aantal andere (bestaande) bruggen heeft volgens bewoners voor de mobiliteit weinig toegevoegde waarde, daar er in de omgeving dus al voldoende (bestaande) mogelijkheden zijn om de overkant van het kanaal te bereiken. Het is verder door uw gemeente ook niet voldoende onderbouwd of er daadwerkelijk een maatschappelijke behoefte bestaat aan het realiseren van een nieuwe brug op deze locatie. De enkele globale aanname dat dit de mobiliteit zou verbeteren en voet- en fietsverkeer zal stimuleren, maakt nog niet dat er ook daadwerkelijk noodzaak is om een nieuw brug op deze locatie te realiseren. Bovendien is dit volgens de bewoners ook niet noodzakelijk. Het centrum van Utrecht wordt immers (sneller) bereikt via de Kanaalweg en het is dan ook de vraag of mensen daadwerkelijk veelvuldig gebruik zullen gaan maken van deze brug, te meer wanneer er dus reeds meerdere bruggen zijn die een verbinding vormen met de overzijde van het kanaal. Het komt bovendien de verkeersveiligheid niet ten goede om dusdanig veel bruggen te hebben op een dermate kleine afstand. Ook hier is onvoldoende rekening mee gehouden.

Bewoners menen op basis van het bovenstaande dat uw gemeente evident in strijd handelt met de beginselen van behoorlijk bestuur. Meer specifiek is dit in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, die voorschijven dat er een zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering aan het besluit ten grondslag dient te liggen.

Praktische bezwaren

Voorts zijn de bewoners nog van oordeel dat uw gemeente onvoldoende rekenschap heeft gegeven van een aantal praktische knelpunten met betrekking tot de nieuw te realiseren brug op de desbetreffende locatie. Zo is in het bestemmingsplan niet aangegeven wat de te verwachten effecten zijn van het realiseren

Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 10.

51/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

van een damwand (bruggenhoofd) in het kanaal en daarmee de effecten op de naastgelegen woonboten. Het water verplaatst zich en maakt golven door wind, stroming en boten (zeker bij de roeiers 'Mannen 8'). Momenteel kan het water aan weerszijden van de woonboten wegstromen. Na realisatie van een damwand zal het water echter 'terug klotsen', waardoor er meer golven en geluid zullen ontstaan. De bewoners vragen zich verder af wat de werkzaamheden aan de brug zal betekenen voor de betonnen bakken van de woonboten, aangezien deze hierdoor mogelijk vast zullen komen te liggen. Tot slot vragen bewoners zich af op welke manier er rekening is gehouden met aanvaarbeveiliging en eventuele gevolgen daarvan voor de woonboten. Onduidelijk is verder of er na aanleg van de nieuwe brug ook voldoende ruimte is om onderhoud te plegen, aangezien er werkpontons moeten worden geplaatst tussen de woonboten en de nieuwe brug. Hier lijkt niet voldoende ruimte voor te zijn. 11

7

Aanvullende voorwaarden

Mocht de gemeente onverhoopt toch van oordeel blijven dat het realiseren van de brug op de locatie naast de woonboot van de bewoners kan worden gerealiseerd en geen strijd met een goede ruimtelijke ordening oplevert, dan menen bewoners dat de gemeente de verplichting heeft om aanvullende voorwaarden in het bestemmingsplan op te nemen omtrent het realiseren van de brug. Zo menen de bewoners dat er dan onder meer gedacht kan worden aan het treffen van maatregelen aan of op de brug, waardoor het zicht op de woonboot van bewoners wordt beperkt dan wel het geluid zal worden gedempt. Indien de brug bovendien definitief doorgang zal krijgen, dan menen de bewoners dat de aantasting van het woon- en leefklimaat tevens aanleiding vormt voor het bieden van (financiële) compensatie voor de waardedaling van de woonboot c.q. de onevenredige aantasting van het woon- en leefgenot. De bewoners hebben hier reeds contact over gehad met een medewerker van de gemeente (Omgevingsmedewerker Kanaalzone). Laatstgenoemde heeft bewoners aangegeven dat de gemeente compensatie kan bieden door een deel van de geplande verbouwingskosten te vergoeden. Zie voor correspondentie in bijlage 3. De bewoners willen de woonboot namelijk verduurzamen

Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 10.

52

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

en renoveren, maar worden de afgelopen jaren door de onzekerheid over de voornemens zijnde plannen en de komst van deze brug daarin gehinderd. Bewoners hebben echter hierover vanuit de gemeente nog geen terugkoppeling ontvangen. Bewoners benadrukken dat zij primair van oordeel zijn dat de komst van de brug niet nodig is en strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening.

4.1.13 Indiener 12 - Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) Nr. Punt Inhoud 12 1 Aandacht voor noodzakelijke verbindingen HDSR concludeert dat hun opmerkingen (wateradvies) in het kader van het vooroverleg over het bestemmingsplan goed in het bestemmingsplan zijn verwerkt. In lijn met het eerdere wateradvies vraag HDSR nogmaals aandacht voor de nieuwe noodzakelijke verbinding van het Merwedekanaal en de singels van Park Transwijk. Dit moet gebeuren door een nieuwe watergang en een eco-duiker onder de Europalaan aan te leggen. In het SP Merwede is dit als volgt geformuleerd: “Een nieuw diagonaal kanaal vormt de drager voor het water. Het

watersysteem, als onderdeel van de ecologische zone, vormt een schakel tussen Merwedekanaal en de vijvers in Park Transwijk. Hierlangs komt ook een aantrekkelijke voetgangersroute van Merwede naar Park Transwijk”.

Park Transwijk valt echter buiten het bestemmingsplan. Het HDSR vraagt om een robuuste waterverbinding als uitgangspunt mee te nemen bij het opstellen van een visie voor Park Transwijk en het participatieproces met omwonenden. De verbinding in het park en de eco-duiker vervullen geen primaire waterhuishoudkundige functie en gaan als zodanig onderdeel uitmaken van het tertiaire watersysteem dat in beheer is van de gemeente.

Beoordeling Terecht merkt het HDSR op dat Park Transwijk buiten de scope van het bestemmingsplan valt dat voor de ontwikkeling van Merwede is opgesteld. Het bestemmingsplan gaat over de gronden die nodig zijn om deelgebied 5 van de Merwedekanaalzone te kunnen ontwikkelen en niet over de daaromheen liggende gebieden. Het park valt wel binnen de scope van de besluitvorming over het SP Merwede dat 7 oktober 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. In de besluitvorming over de Merwedekanaalzone hebben wij budget opgenomen voor het verbeteren van Park Transwijk. Momenteel verkennen wij de mogelijke verbeteringen in het park. Deze verkenning ziet ook op de aansluiting van de nieuwe watergang (met ecoduiker onder de Europalaan) in het park. In de huidige projectfase leggen wij nog niet concreet de uitgangspunten vast. In het vervolgtraject van onze verkenning zal duidelijk worden hoe de aansluiting op de nieuwe watergang in Park Transwijk als ‘robuuste waterverbinding’ kan worden vormgegeven en of dit als concreet uitgangspunt benoemd kan worden. Wij blijven hierover graag met u in gesprek.

53/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

4.1.14 Indiener 13 Nr. Punt Inhoud 13 1 Strijd met fundamentele rechten Indiener stelt dat het bestemmingsplan in strijd is met fundamentele rechten en vrijheden met betrekking tot de mobiliteit van toekomstige bewoners van het gebied. De gemeente Utrecht heeft de ambitie om tot het jaar 2040, 100.000 extra inwoners te huisvesten binnen de huidige stadsgrenzen. Om in de Merwedekanaalzone de verdichting van woningbouw te bereiken die de gemeente nodig acht om dit te realiseren, wil zij maatregelen nemen die voor (toekomstige) bewoners een beperking van hun vrijheden m.b.t. mobiliteit inhouden, zie de bijgevoegde toelichting. Uit de omgevingsvisies m.b.t. Merwedekanaalzone en RSU 2040 blijkt niet dat er sprake is van een dwingende noodzaak om 100.000 extra inwoners te huisvesten. Dit betekent dat de gemeente gehouden is de Merwedekanaalzone zo in te richten dat binnen het gebied volledig aan rechten en vrijheden van bewoners wordt tegemoetgekomen inclusief die m.b.t. hun (auto)mobiliteit. De inrichting volgens dit bestemmingsplan betekent een beperking van de rechten en vrijheden van (toekomstige) bewoners m.b.t.

hun mobiliteit, zoals die zijn vastgelegd in het Vierde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Artikel 2.1: Een ieder die wettig op het grondgebied van een Staat verblijft, heeft binnen dat grondgebied het recht zich vrijelijk te verplaatsen […], en het Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Artikel 1, Bescherming van eigendom: Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom.

Het recht zich vrijelijk te verplaatsen

T.b.v. de autoluwe inrichting van de Merwedekanaalzone neemt de gemeente maatregelen die een beperking betekenen van het recht zich vrijelijk te verplaatsen. Voor hun mobiliteit zijn (toekomstige) bewoners aangewezen op één aanbieder, waarvan de gemeente met

Beoordeling Wij reageren als volgt op de verschillende punten van de zienswijze. In het algemene deel van de zienswijzennota (hoofdstuk 3) hebben wij het mobiliteitsconcept voor het plangebied toegelicht. Indiener stelt terecht dat wij door middel van het mobiliteitsconcept het autogebruik willen terugdringen. Naar ons oordeel komt dat de leefbaarheid in het toekomstige woongebied ten goede. Er is daardoor bijvoorbeeld meer ruimte voor openbaar groen en minder autoverkeer levert een positieve bijdrage aan de luchtkwaliteit. Bovendien blijft de verkeersdoorstroming in Utrecht op peil. Voor ons wegen deze pluspunten zwaarder dan de beperkingen in de keuze van de vervoersmodaliteiten die daarvan het gevolg is. Mensen die veel waarde hechten aan het parkeren van de auto bij de voordeur, zullen minder snel kiezen voor een woning in het plangebied. Indiener vindt dat de beperkingen in de keuze van de vervoersmodaliteiten in het plangebied, in die zin dat het autobezit en autogebruik worden ontmoedigd en de auto niet voor de deur geparkeerd kan worden, in strijd is met het recht op vrije woonplaatskeuze (artikel 2 lid 1 van het Vierde Protocol) en het recht op eigendom (artikel 1 van het Eerste Protocol). Wij zijn dat niet met indiener eens. Voor het recht van woonplaatskeuze merken wij op dat eenieder vrij is zich in het plangebied te vestigen.

Het bestemmingsplan beperkt dat recht niet. Wel dienen de toekomstige bewoners zich te houden aan de (spel)regels die op grond van het bestemmingsplan voor het plangebied gelden. Artikel 2 lid 1 van het Vierde Protocol beperkt het recht van gemeenten om dergelijke (spel)regels in het bestemmingsplan vast te leggen niet. Voor het recht op eigendom geldt het volgende. Volgens artikel 1 van het Eerste Protocol tast het daarin vastgelegde recht op eigendom op geen enkele wijze het recht van de gemeente aan om regels vast te stellen die in het algemeen nodig zijn en/of om belastingen te heffen. Het bestemmingsplan bevat dergelijke regels en deze regels zijn daarom niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol.

54

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

haar vetorecht de belangrijkste aandeelhouder is. Het gebruik van een eigen auto wordt praktisch onmogelijk gemaakt door een uitzonderlijk lage parkeernorm en parkeren op meer dan loopafstand.

Recht op ongestoord genot van eigendom

Door de inrichting van de Merwedekanaalzone beperkt de gemeente het recht van (toekomstige) bewoners op het bezit en gebruik van een eigen auto. Het bestemmingsplan, en de omgevingsvisies m.b.t. Merwedekanaalzone en RSU 2040, bevatten geen rechtvaardiging voor deze beperkingen. 13

2

Het gebruik dat de gemeente, in het kader van dit plan, wil maken van haar bevoegdheden tot parkeerregulering, is onrechtmatig. Voor de wijze waarop de gemeente de mobiliteit wil reguleren bestaat binnen de huidige wettelijke kaders geen legitimering. De gemeente dient de inrichting, en daarmee het bestemmingsplan, te herzien. Bij de inrichting maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid tot parkeerregulering volgens de Gemeentewet, artikel 225. Volgens het bestemmingsplan is het reguleren van parkeren niet het doel waarvoor deze bevoegdheid wordt gebruikt.

Wij verwijzen naar de reactie onder 1.

Regulering verkeersaanbod en autogebruik

Volgens het bestemmingsplan en onderliggende rapporten van een verkeersadviesbureau gebruikt de gemeente haar bevoegdheid tot parkeerregulering om het verkeersaanbod in omliggende straten en het gebruik van een eigen auto door bewoners te beperken.

‘Proactief’ betaald parkeren in omliggende wijken

De gemeente wil in omliggende wijken ‘proactief’ betaald parkeren invoeren om het parkeergedrag van bewoners te reguleren. De parkeeroverlast die de gemeente in omliggende wijken verwacht is een direct gevolg van de wijze waarop zij de Merwedekanaalzone wil inrichten. In beide gevallen is er geen sprake van regulering van parkeren in de zin van Gemeentewet artikel 225 en gebruikt de gemeente haar bevoegdheid voor een ander doel dan waarvoor die verleend is. Volgens artikel 3:3 van de Awb is dit niet toegestaan.

55/80

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

4.1.15 Indiener 14 – Rijkswaterstaat (RWS) Nr. Punt Inhoud 14 1 Suggesties bij planontwikkeling Bij de procedures van de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone en het Mobiliteitsplan 2040 heeft Rijkswaterstaat (RWS) de mogelijkheid gehad om mee te denken en praten. Dat waardeert RWS zeer. Ook over onderhavig bestemmingsplan is vooroverleg gevoerd. In vervolg hierop maakt RWS graag van de mogelijkheid gebruik om aan de raad een aantal zorgen en suggesties voor te leggen. De ontwikkeling van het plangebied staat niet los van grotere plannen en ambities op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Het maakt onder andere onderdeel uit van een Woondeal met het Rijk, het gezamenlijke perspectief Utrecht Nabij en kan bijdragen aan en een goede leeromgeving zijn voor de noodzakelijke transitie naar duurzame mobiliteit. Als beheerder en ontwikkelaar van het hoofdwegennet in Utrecht vindt RWS het belangrijk dat dit alles niet het functioneren van de Draaischijf Midden-Nederland in gevaar mag brengen. Momenteel heeft RWS nog veel zorgen bij de ontwikkeling van de hoeveelheid verkeer die in de praktijk door dit plan in combinatie met andere plannen gegenereerd gaat worden. Zonder volledigheid na te streven geeft RWS daarbij enkele overwegingen.

Gegeven het vorengaande stelt RWS voor om de feitelijke ontwikkeling boven- en buitenplans te monitoren (komen alternatieven op orde, gedragen toekomstige gebruikers zich zoals voorspeld, wat zijn effecten van alle ontwikkelingen in de stad of Utrecht Zuidwest bij elkaar opgeteld en dergelijke). En dit mede vanuit het perspectief van de hogere orde netwerken (doelen en effecten) en dus gezamenlijk te doen. Resultaten van deze monitoring moeten alle betrokken partijen vanuit hun respectievelijke verantwoordelijkheden in staat stellen om bij te sturen.

Beoordeling Omdat plaatselijke, regionale en nationale verkeersnetwerken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn achten wij het overleg met de andere wegbeheerders van cruciaal belang voor het slagen van ons mobiliteitsbeleid. Wij waarderen het dat er vanuit het rijk steeds meer positieve aandacht is voor de wijze waarop in de grote steden gewerkt wordt aan autoluwe gebiedsontwikkelingen. Wij zijn ervan overtuigd dat plaatselijke, regionale en rijksbelangen gediend zijn met deze wijze van gebiedsontwikkeling. Het functioneren van het stelsel van rijkswegen is en gezamenlijk belang. Als de ‘draaischijf’ zoals u dat formuleert niet functioneert zal er meer verkeer uitwijken naar stedelijke wegen en komt onze doelstelling in gevaar om hier autoverkeer terug te dringen. Onze zorg is hoe de stad leefbaar kan blijven terwijl we tegelijkertijd voldoen aan de grote woningbouwopgaven. Het sturen op autoverkeersluwe ontwikkeling is een belangrijke pijler bij het leefbaar houden van de stad voor onze bewoners. Tegelijkertijd zorgt dit voor beperking van de groei van autoverkeer en daarmee draagt het bij aan de door u gestelde doelen. Flankerend daaraan ontplooit Utrecht ook steeds meer beleid gericht op de huidige bewoners van de stad waarbij zij worden verleid om te kiezen voor alternatieve vormen van mobiliteit.

Tegelijkertijd begrijpen wij uw zorgen vanuit uw verantwoordelijkheid voor de doorstroming op de rijkswegen. Wij zullen hier nader op ingaan bij uw opmerkingen over monitoring. Het beperken van het aantal beschikbare parkeerplaatsen binnen het plangebied is een belangrijke maatregel om het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de planontwikkeling zo laag mogelijk te maken. Bewoners en werknemers zullen alleen naar het gebied rijden als zij een abonnement hebben en daarmee kunnen beschikken over een parkeerplek. Zij hebben geen recht op een parkeervergunning in het gebied of in omliggende gebieden. Omdat er naast abonnementen nauwelijks vrije plekken aanwezig zijn voor bezoekers zullen zij ook niet naar het gebied rijden, wanneer zij eenmaal op de hoogte zijn van de situatie. In het rapport van Goudappel (bijlage 7 van de toelichting) is op basis van de CROW-normen voor

56

Datum Rapport

2022 Vaststellingsrapport

Zo zal RWS bij probleem verhogende extra druk vanuit de stad op de A2 en A12 eerst de gemeente vragen om passende maatregelen te treffen alvorens RWS die zelf in overweging gaat nemen.

verkeersgeneratie en het maximale programma dat het bestemmingsplan mogelijk maakt, rekening houdend met de beperking van het aantal beschikbare parkeerplaatsen, vastgesteld dat de hoeveelheid verkeer vanuit het plangebied in de spitsen binnen het gestelde maximum blijft. Zoals bekend is het maximum aan het begin van de planvorming bepaald aan de hand van de hoeveelheid verkeer die de destijds aanwezige functies genereerden en de beperkte verkeersruimte op het netwerk in de omgeving Door deze aanpak sturen we, met behulp van ht beperken van het aantal parkeerplaatsen in het plangebied, op het aantal verkeersbewegingen. Een andere belangrijke functie van het maximeren van het aantal parkeerplaatsen is dat hiermee wordt verzekerd dat er niet meer programma wordt gerealiseerd dan passend is binnen het mobiliteitsconcept, het aantal aanwezige parkeerplekken in het plangebied en op afstand en, zoals hiervoor uitgelegd, daardoor passend binnen de verkeersruimte. In de voorfase van de onderbouwing van ons rekenmodel hebben wij het deskundig verkeersbureau Goudappel gevraagd of het nodig was om een ophoogpercentage op onze berekeningen te hanteren gelet op bijvoorbeeld bezorgbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bba204a7-17f4-4d73-9333-f5997482c014