Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Merwedekanaalzone, deelgebied 5, Europalaan fase 1.docx
Tekst van het document
dat door verschillende architecten gemaakt gaat worden. Het Stedenbouwkundig Plan is hiervoor het ruimtelijk kader, een ontwerp op hoofdlijnen, dat flexibel meebeweegt met veranderende ontwikkelingen.” Blz 63: "Het Stedenbouwkundig Plan Merwede en het nog vast te
stellen Bestemmingsplan Merwede voor Fase 1 en Fase 2 vormen een invulling van de kaders uit de Omgevingsvisie, waarbij op een aantal specifieke punten in het Stedenbouwkundig Plan Merwede gemotiveerd wordt afgeweken van de Omgevingsvisie." Blz. 182 + 188, plattegrond bij het rode sterretje: "Indicatieve locatie voor hoge gebouwen (met speciale richtlijnen)" Blz. 183, hoofdstuk 6.2 spelregels: "De spelregelkaart en de
spelregels bieden de basis om tot uitvoering van het stedenbouwkundig plan met alle onderliggende principes te komen. Dit zijn geboden waaraan iedereen zich moet houden en waarvan, enkel met een goede bewijslast en in samenspraak met het kwaliteitsteam, beperkt kan worden afgeweken. De spelregelkaart toont de kwantitatieve mogelijkheden en onmogelijkheden van het stedenbouwkundig plan met betrekking tot het bouwvolume,
Beoordeling Met het vaststellen van het Stedenbouwkundige Plan Merwede (SP) en het bijbehorende Beeldkwaliteitsplan (BKP) zijn de ruimtelijke kaders vastgesteld voor de ontwikkeling van Merwede. Het SP kenmerkt zich door inzet op innovatie en hoogstedelijkheid met hoge ambities op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid, groen en leefbaarheid. Het SP is een plan op hoofdlijnen en geen blauwdruk voor de bouwplanontwikkeling die over meerdere jaren wordt uitgesmeerd. Het SP en het BKP geven de spelregels om de kwaliteit te borgen. In het SP zijn twee voorbeeldverkavelingen opgenomen die laten zien hoe het programma binnen deze spelregels kan worden uitgevoerd maar er zijn vele manieren mogelijk. Dit wordt uitgelegd op pagina 131 van het SP. Omdat het SP de basis is voor de planologisch-juridische vertaling in het bestemmingsplan voor de verdere bouwplanontwikkeling, is de bedoelde flexibiliteit terug te zien in het bestemmingsplan voor Merwede. Zij het dat in de regels ook harde voorwaarden zijn gesteld (zoals maximale bouwhoogten, maximale bouwgrenzen, zones zonder hoogbouwaccenten), en de in de regels opgenomen beoordelingskaders, en de spelregels uit het SP waar in de regels naar wordt verwezen voor de nadere invulling, voldoende concreet zijn. Het bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.
De grondslag voor de vaststelling van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is gegeven in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Op grond van artikel 7g lid 4 onder p van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet mogen voor het hele grondgebied van de gemeente Utrecht bestemmingsplannen met verbrede reikwijde worden vastgesteld. Met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte kan vooruitgelopen worden op de omgevingsplannen die onder de Omgevingswet moeten worden vastgesteld. Het is de bedoeling dat omgevingsplannen flexibeler van opzet zijn dan de huidige bestemmingsplannen. Dat geldt (dus) ook voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Het bestemmingsplan voor Merwede bevat meer flexibiliteit/uitwerkingsruimte dan een traditioneel bestemmingsplan.
17/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
rooilijnen, bouwhoogte en de gebouwkorrel. De spelregelkaart bestaat uit verschillende regels die afzonderlijk van elkaar worden toegelicht. Daarnaast zijn voor enkele spelregels aanvullende richtlijnen opgesteld die een voorkeursrichting bieden in de geest van het plan. In specifieke situaties kunnen richtlijnen anders worden uitgewerkt dan voorgeschreven, mits het geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige principes en de ruimtelijke kwaliteit." En "Binnen de spelregels is er nog veel vrijheid en flexibiliteit om in
de daadwerkelijke uitwerking van de plannen de verschillende gebouwen en ambities vorm te geven."
Zie ook blz.189, afwisselende goot- en bouwhoogtes: "... afwijking
van 5% van de hoogte als richtlijn en wordt enkel bij hoge uitzondering een afwijking van maximaal 10% gehonoreerd." Blz. 190: "Maximale dakhoogte (excl. hoge gebouwen)"
Blz. 193, richtlijnen hoge gebouwen: "... maar kunnen in specifieke
situaties mogelijk anders worden uitgewerkt dan voorgeschreven, mits het geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige principes en de ruimtelijke kwaliteit." En bij uitwerking hoge gebouwen: "Daarmee komen torens overal in het plan voor” Blz. 213: "Het kwaliteitsteam heeft de bevoegdheid om na een
integrale afweging een positieve beoordeling te geven op een ontwerpoplossing die niet expliciet in de aanwijzingen van het SP en of BKP is beschreven. Hierbij dient de indiener van het ontwerp op overtuigende wijze aan te tonen dat het gewenste eindresultaat in relatie tot de bedoeling van het SP en of BKP ook met de voorgestelde ontwerpoplossing kan worden bereikt."
Indiener stelt dus terecht dat de planregels meer afwegingsruimte bevatten dan een traditioneel bestemmingsplan, zij het wel binnen kaders. Daaraan ligt een bewuste keuze ten grondslag, die past bij het gedachtegoed van de Omgevingswet. Volgens de rechtspraak moet de flexibiliteit die in de planregels van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gegeven wordt, voldoende concreet en objectief begrensd zijn. Aan deze eis voldoet het bestemmingsplan voor Merwede. Indiener illustreert zijn vrees voor teveel uitvoeringsruimte aan de hand van een aantal passages uit de plantoelichting. Aan de plantoelichting komt geen verbindende betekenis toe. De gebruiks- en bouwmogelijkheden in het plangebied zijn vastgelegd in de planregels en op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding. Aan het grootste deel van het plangebied is de functie ‘Gemengd’ toegekend. Het is niet toegestaan nieuwe activiteiten te starten of voorzieningen te realiseren zonder omgevingsvergunning. Dit staat in artikel 5.3 van de planregels. Het beoordelingskader voor de benodigde omgevingsvergunning is vastgelegd in artikel 5.4 van de planregels. Anders dan indiener zijn wij van mening dat het beoordelingskader voldoende concreet en objectief begrensd is. Zonder uitputtend te zijn, geven wij enkele voorbeelden: - de minimale en maximale bouwhoogte is vastgelegd.
Zie artikel 5.4.1 lid 7 tot en met 11 en tabel 2 van de planregels; - op de verbeelding zijn zones opgenomen waar hoogbouwaccenten niet zijn toegelaten; - op de verbeelding zijn uiterste bouwgrenzen opgenomen; - bebouwing moet voldoen aan het SP Merwede. Zie artikel 5.4.1 lid 14. De plannen die door architecten worden ontworpen moeten voldoen aan de spelregels in hoofdstuk 6 van het SP Merwede; - om de bedoelde beeldkwaliteit voor Merwede te kunnen realiseren, is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld (BKP). Het BKP is bijgevoegd als bijlage 11 bij de plantoelichting. In de plantoelichting staat hierover: ‘Voor het gebied is
een Beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 11) opgesteld waaraan de nieuwe ontwikkelingen worden getoetst. Voor de kwaliteitsbewaking wordt een
18
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
proces ingericht met een kwaliteitsteam en een supervisor. Het kwaliteitsteam toetst het Structuurontwerp (de bouwenvelop per bouwblok), het Voorlopig Ontwerp en Definitief Ontwerp op basis van het Stedenbouwkundig Plan en het bijbehorend Beeldkwaliteitsplan. Het kwaliteitsteam beoordeelt zowel gebouwen, openbare ruimte als civiele werken. Het kwaliteitsteam wordt zodanig samengesteld dat een integrale, kwalitatieve toetsing is geborgd. Een vertegenwoordiger van Welstand maakt deel uit van het kwaliteitsteam Merwede.’ Wij merken hierbij op dat wij (ook mede naar aanleiding van uw zienswijze) de planregels en de verbeelding van het bestemmingsplan hebben aangescherpt. De locaties waar de hoogbouwaccenten van 70 en 100 meter zijn toegestaan hebben wij op de verbeelding concreter begrensd met aanduidingsvlakken (in plaats van sterren op de kaart in het SP) en de borging van de beeldkwaliteit (BKP) hebben wij beter in de regels laten terugkomen door in artikel 5.4.1 een verwijzing naar het Beeldkwaliteitsplan op te nemen. 4
2
Fiets-loopbruggen en bromfietsers
Indiener maakt bezwaar tegen de mogelijkheid dat toch bromfietsers over de loop/fietsbruggen mogen rijden! Indiener geeft aan dat dit volkomen tegenstrijdig is aan de redenen van de gemeente om bepaalde doelgroepen een rustige en veilige loop- en fietsgelegenheid te bieden door van deze nieuwe bruggen gebruik te maken.
Het klopt dat ons doel is om een rustige en veilige loop- en fietsgelegenheid te bieden. In tegenstelling tot wat indiener aangeeft, is het niet onze bedoeling om toe te staan dat bromfietsers en scooters over de nieuwe bruggen mogen rijden. Dit hadden wij anders in het bestemmingsplan moeten opschrijven. Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij de toelichting van het bestemmingsplan hierop aangepast.
De nieuwe bruggen moeten verboden worden voor gebruik door bromfietsers stelt indiener. Voorbeeld uit de tekst: Blz. 85: "Doel is een vormgeving die fietsers beweegt de bruggen in
Op de nieuwe bruggen voor Merwede worden verkeersborden geplaatst (verplicht fietspad, blauw bord met witte fiets) waardoor bromfietsers (geel kenteken) en scooters niet zijn toegestaan. Het ‘verkeersregime’ voor de bruggen zal te zijner tijd geregeld worden door het nemen van een verkeersbesluit. De leefbaarheid op en rond de bruggen is een belangrijk aandachtspunt in de verdere uitwerking.
een rustig tempo over te gaan. Bij de op- en afritten van de bruggen aan beide zijden wordt aandacht besteed aan het afremmen van de snelheid van zowel fietsers als brommers."
De functionele en technische eisen zoals het type, de breedte en de hoogte van de bruggen liggen al vast als gevolg van de eisen van de gebruikers van het kanaal. Dit is door de gemeenteraad besloten in dezelfde vergadering als waarin het SP Merwede is vastgesteld (7 oktober 2021).
19/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
De participatie voor omwonenden van de bruggen wordt in de loop van 2022 gestart. Daarbij zullen wij de omwonenden informeren hoe de bruggen eruit komen te zien en op welke (enkele) onderdelen nog keuzes gemaakt kunnen worden, waarover de omwonenden kunnen meepraten. 4
3
Afstand woonboten
In artikel 11 (Water) staat een regel die een minimale afstand van 10 meter tussen de woonboot en de nieuwe brug voorschrijft. De ligplaatsen ‘onder’ de nieuwe brug zijn geheel onder het overgangsrecht gebracht. Overigens hebben wij hier een aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan door de plangrens van het bestemmingsplan en daarmee de aanduiding ‘brug’ te verkleinen. Hierdoor ligt de plangrens van het bestemmingsplan op 10 meter afstand van de bestaande, te handhaven woonboten buiten het plangebied. Dit maakt de regeling duidelijker.
4
4
Woningdichtheid/oppervlakte
Ons doel voor Merwede is een inclusieve stadswijk te realiseren voor meerdere doelgroepen. Wij denken dat de bedoelde hoge dichtheid in Merwede voor veel woningzoekenden juist een aantrekkelijk aspect kan zijn en geen reden is om na korte tijd te verhuizen. De aantrekkelijkheid van de wijk in relatie tot hoge kwaliteit wonen, openbare ruimte, openbare voorzieningen, de ligging dichtbij park Transwijk en op redelijk afstand van de stad zijn daarbij belangrijke elementen. Het voorkomen van verhuisbewegingen naar buiten de wijk kunnen wij niet voorkomen en wij vinden dat dit ook niet nodig is. Wel doen wij er alles aan om een blijvend aantrekkelijke stadswijk te bouwen, die uitnodigt om langdurig in te blijven wonen.
Indiener stelt dat de toegezegde minimale afstand van nieuwe bruggen tot de woonboten van 10 meter nergens wordt genoemd. Blz. 85: "Voor de overgebleven woonboten wordt rekening gehouden met voldoende afstand tot de brug."
Indiener vraagt hoe de gemeente voorkomt dat Merwede een wijk wordt waar veel bewoners, door de te hoge dichtheid en te kleine vloeroppervlakte, toch na korte tijd weer wegtrekken uit de wijk. Door veelvuldig nieuwe bewoners wordt Merwede een anonieme wijk, waar men zich niet verantwoordelijk voor voelt. Blz. 97: "Voor een woningbouwopgave met dichtheden die in
Utrecht gebruikelijk zijn, heb je een gebied nodig dat ruim 3,5 tot meer dan 7 keer zo groot is." Het te bebouwen gedeelte van Merwede meet nu 24 hectare! Daar komen dus ook nog alle Maatschappelijke voorzieningen in!
De volgende aspecten dragen hieraan bij: - De spelregels in hoofdstuk 6 van het SP zorgen ervoor dat de kwaliteit is geborgd. - Gezond stedelijk leven en gemeenschapsopbouw zijn belangrijke aandachtspunten voor de ontwikkeling van Merwede en daarom hebben wij hier ook expliciet aandacht aan besteed in het SP. De autovrije opzet zorgt voor veel mogelijkheden voor ontmoeting en ruimte voor bewoners en organisaties om initiatieven te ontwikkelen in de openbare ruimte. - De binnentuinen zijn publiek toegankelijk en bieden ruimte voor ontmoeten en spelen. - Ook worden er veel voorzieningen in Merwede gerealiseerd die voor ontmoetingen zorgen en sociale cohesie stimuleren.
20
Datum Rapport
4
2022 Vaststellingsrapport
5
Energie neutraal
Behalve aardgasvrij wordt in Merwede zoveel mogelijk in het gebied zelf duurzame energie opgewekt. Voor verwarming en koeling van de gebouwen maken we gebruik van bodemenergie. Elke kubieke meter grond onder Merwede wordt optimaal benut voor uitwisseling van warmte en koude, om zoveel mogelijk aan de energievraag te voldoen.
gebouwgebonden energie in het gebied op te wekken zonder dat dit ten koste gaat van de hoeveelheid groen op de daken."
Ook wordt energie opgewekt met zonnepanelen op de daken. Daarbij wordt rekening gehouden met beperkingen zoals installaties op de daken en schaduwwerking van hoogbouw. Bovendien krijgt de helft van het dakoppervlak een groene inrichting voor klimaatadaptatie en ecologie.
Indiener vraagt om uitleg over hoe de gemeente op termijn wil uitkomen op 100% energie neutraal in de wijk Merwede? Blz. 104/105: "Het streven is 100% opwekking van gebouwgebonden energie in Merwede in de latere fases." Blz. 108: "Het streven is om op termijn 100% van de
Al met al kan met de huidige technieken voor maar liefst 75 procent in de energiebehoefte voor gebouwen worden voorzien. De ontwikkelingen bij energieopwekking en -opslag gaan snel. Bovendien biedt de grootte van Merwede kansen om deze ontwikkeling aan te jagen. In het Merwede LAB wordt jaarlijks een scan gedaan op alle nieuwe toepasbare en haalbare manieren om meer energie op te wekken dan de, nu binnen dit integrale plan mogelijke, 75% opwekking van de gebouwgebonden energie.
4.1.6 Indiener 5 Nr. Punt Inhoud 5 1 Overlast bouw woningen Indiener maakt zich ernstige zorgen over de bouw van de woningen. Hierbij stelt indiener dat hij hierdoor ongetwijfeld ernstige overlast gaat ervaren.
Beoordeling Wij begrijpen uw zorg voor wat betreft overlast van de bouw, maar deze zal onvermijdelijk zijn. Ons streven is deze overlast te beperken, hiervoor zijn verschillende maatregelen denkbaar. Dit thema heeft ook bij de behandeling van het SP Merwede in de raad de nodige aandacht gekregen. Afgesproken is dat de gemeente met de ontwikkelaars en de (beoogde) bouwers om de tafel gaan en concrete afspraken te maken om bouwhinder te voorkomen. De gemeente neemt hierin een proactieve rol met duidelijke communicatie naar bewoners over wat er wanneer gaat gebeuren, voor hoe lang en welke afspraken er gemaakt zijn om hinder te beperken. Voor maatregelen rondom bouwoverlast gelden al wettelijke kaders. Er dient bijvoorbeeld een ‘BLVC-plan’ te worden ingediend bij de gemeente voorafgaand aan de bouw. In dit plan staat uitgewerkt hoe met de Bereikbaarheid, Veiligheid, Leefbaarheid en Communicatie tijdens de (voorbereiding van) de bouw wordt omgegaan. BLVC-plannen worden getoetst door de gemeente en er zal handhaving en toezicht plaatsvinden
21/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
door de gemeente. Om de bouwhinder verder te beperken stelt de gemeente aanvullend aan het wettelijk kader zelf ook een overkoepelend BLVC-plan op en is met de ontwikkelende partijen afgesproken dat de BLVC-plannen van de ontwikkelende partijen hieraan worden getoetst voorafgaand aan de publieke toetsing. Dit laatste zorgt ervoor dat bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie niet enkel rond het betreffende project wordt geregeld maar samenhangend voor het hele gebied. De communicatie vanuit de gemeente vindt plaats via de gebruikelijke kanalen. Voor de projecten in en om Dichterswijk is eind 2020 een nieuwsbrief gelanceerd over alle projecten die tegelijk lopen. We zijn voornemens om een vergelijkbare nieuwsbrief te maken tijdens de bouw van Merwede en alle gerelateerde projecten in de omgeving. Daarnaast blijven de verschillende bouwers verantwoordelijk voor het informeren van de omgeving over de werkzaamheden. Ook wordt er een aanspreekpunt aangesteld vanuit de bouwers, waar omwonenden en andere belanghebbenden contact mee op kunnen nemen bij klachten of vragen. Voor de volledigheid vermelden wij dat het voorkomen van overlast tijdens de bouw, geen aspect is dat in een bestemmingsplan geregeld wordt. Zaken die de uitvoering van het bestemmingsplan betreffen worden, zoals wij hiervoor hebben toegelicht, op een andere wijze geregeld. 5
2
Afname woonplezier
De raad heeft op 7 oktober 2021 de Omgevingsvisie en het SP Merwede vastgesteld. De planvorming past in de opgave voor Utrecht. Merwede wordt een gemengde stadswijk. Naast de bouw van woningen worden ook openbare ruimte en voorzieningen toegevoegd aan Zuid-west die een positieve impact op de omgeving hebben. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording over nut en noodzaak in hoofdstuk 3.
5
3
Autovrije zone
Onze reactie op dit punt van uw zienswijze is opgenomen in onze algemene beantwoording over nut en noodzaak van de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone, en de invoering van betaald parkeren in hoofdstuk 3.
Ook verwacht indiener dat de bouw van 10.000 woningen flink ten koste gaat van zijn woonplezier op het Europaplein. Vanwege het toenemende inwoneraantal verwacht indiener veel drukte en stress op langere termijn.
Ook stelt indiener dat het voor hem, net als voor een hoop andere bewoners, een grote impact op het leven heeft dat er van de Merwedezone een autovrije zone wordt gemaakt. Al met al, het bestemmingsplan is een enorm ingrijpende verandering op het leven van indiener, en indiener vindt dat de gemeente daar geen rekening mee houdt.
22
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
4.1.7 Indiener 6 Nr. Punt Inhoud 6 1 Aanzien, leefbaarheid en overlast Volgens indiener zijn hier al veel flats en dat veroorzaakt overlast. Het bouwen van nog meer flats is niet positief voor het aanzien en de leefbaarheid. Ook is het niet positief dat er weer een lange periode gebouwd gaat worden in de omgeving.
Beoordeling Voor onze reactie verwijzen wij naar onze reactie bij zienswijzen 4 en 5.
6
2
Betaald parkeren
Onze reactie op dit punt van uw zienswijze is opgenomen in onze algemene beantwoording over de invoering van betaald parkeren in hoofdstuk 3.
6
3
Aantal woningen
Wij verwijzen naar de algemene beantwoording over nut en noodzaak in hoofdstuk 3. Bij het besluit van de gemeenteraad om de Omgevingsvisie deel 2 Merwedekanaalzone vast te stellen is het verschil met omgevingsvisie deel 1 beargumenteerd inclusief de groei van 6.000 woningen naar 10.000 woningen.
Indiener is het niet eens met het invoeren van het betaald parkeren. Het wonen is hier al duur genoeg en voor bewoners en bezoekers moet het niet duurder worden.
Tot slot stelt indiener dat er meer woningen gebouwd gaan worden dan in het eerste plan staat.
De Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 1 (vastgesteld in de gemeenteraad in februari 2018) met bijbehorende milieueffectrapportage (kort: MER) maakte duidelijk dat met het huidige beleid de gemeente ongeveer 6.000 woningen kan toevoegen in het gebied (verspreid over de deelgebieden 4, 5 en 6, ofwel: het gebied tussen de Villa Jongerius en de A12). Omdat de ambities van de gemeente verder gaan (tot 10.000 woningen) is daarna onderzocht hoe we verder kunnen groeien naar deze 10.000 woningen en wat voor (beleids)maatregelen hiervoor nodig zijn. Dit is beschreven in de Omgevingsvisie deel 2 met een aanvulling op de MER. Deze 2 planproducten zijn vastgesteld in de gemeenteraad in oktober 2021. Het Stedenbouwkundig Plan Merwede (en het nu voorliggende bestemmingsplan) zijn hiervan een verdere uitwerking en passen binnen de koers om uiteindelijk in de Merwedekanaalzone deelgebied 4, 5 en 6 naar 10.000 woningen door te groeien. De ontwikkeling van de Merwedekanaalzone gaat gefaseerd. Zo ziet nu voorliggende bestemmingsplan op de bouw van 4.250 woningen als eerste fase van deelgebied 5 Merwede. Na deze fase vindt een evaluatie plaats op
23/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
basis van monitoringsgegevens die wij gaan verzamelen. Mede aan de hand van deze monitoringsgegevens zal de besluitvorming over de volgende fase(n) gestalte worden gegeven.
4.1.8 Indiener 7 Nr. Punt Inhoud 7 1 Woongenot en bereikbaarheid
Indieners constateren dat de bereikbaarheid en het woongenot van indieners veel slechter wordt door de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone. Indieners hopen dan ook dat het bestemmingsplan wordt aangepast naar aanleiding van hun zienswijze en willen afspraken maken met de gemeente om de negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Hieronder hebben indieners puntsgewijs hun opmerkingen op een rij gezet.
Toelichting
Paragraaf 4.1.2 van het bestemmingsplan: zoals in deze paragraaf wordt vermeld, zijn indieners inderdaad in gesprek met de gemeente. De gesprekken betreffen een passende oplossing voor zaken als parkeerplaatsen, bereikbaarheid, grondgebruik en afvalcontainers. Op al deze punten geven bewoners aan dat zij er op achteruit gaan. Vooralsnog zijn er nog geen concrete afspraken. Er is dan ook geen sprake van een uitvoerbaar bestemmingsplan.
Beoordeling Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone en het SP Merwede. Het bestemmingsplan is de juridisch planologische vertaling hiervan. De plannen leiden tot een wijziging van de omgeving van de bewoners. De woningen van de indieners van de zienswijzen worden in de huidige situatie ontsloten via de Kanaalweg en het gebruik van parkeerplaatsen en (voor)tuinen van de woningen bevinden zich aan de zijde van het Kanaal. Deze situatie is niet te verenigen met het SP Merwede. Langs het Merwedekanaal is het Merwedepark voorzien. Dit park biedt ruimte voor ontmoeting, beweging, ontspanning en is daarmee bij uitstek geschikt om te lopen, fietsen, skaten, wandelen, joggen of gewoon verblijven. Merwede wordt een autoluwe wijk, waarbij het parkeren plaatsvindt aan de zijde van de Europalaan De gemeente is intensief met de bewoners van de Kanaalweg in gesprek over de planvorming. Hierbij wordt gesproken over het parkeren, de bereikbaarheid, grondgebruik en afvalcontainers. Ten aanzien van het parkeren hebben wij aan de bewoners aangegeven dat er verschillende alternatieven mogelijk zijn; parkeren in Rivierenwijk, of parkeren in een parkeergarage. Deze opties worden uitgewerkt. De geboden alternatieven bevinden zich op redelijke loopafstand van de woningen. Ook bezoekers kunnen op deze plekken parkeren.
Voor leveringen, bijvoorbeeld het bezorgen van pakketten, geldt dat dit plaatsvindt via logistieke wijkhub’s. In deze hub’s vindt overslag plaats naar kleinschalig zero emissie vervoer, zoals cargobikes en handkarren, die het autovrije gebied in mogen. Ook wordt gekeken naar het toepassen van pakketmuren. Kleine leveringen, bijvoorbeeld voor boodschappen, maaltijden, horeca/detailhandel, etc. vinden plaats met zero emissie vervoer (LEV’s, cargobikes en handkarren) die (eventueel via de hub’s) het autovrije gebied in mogen. Bij hoge uitzondering en onder strikte voorwaarden kan (logistiek) verkeer worden
24
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
toegelaten tot het gebied, daarvoor moet ontheffing worden aangevraagd. Ontheffing kan van toepassing zijn bijvoorbeeld bij bijzondere werkzaamheden (bijvoorbeeld een verbouwing) of voor bijzondere functies. Voor wat betreft het huidige gebruik van de voortuinen is gekeken naar de inpassing in de beoogde openbare parkzone langs het Merwedekanaal, en het ‘Rondje Merwede’. Wij zijn ons ervan bewust dat een deel van het Merwedepark wordt aangelegd op de locatie die door u als tuin is ingericht. Het Merwedepark dat langs het Merwedekanaal is gepland, is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte waar toekomstige inwoners van Merwede kunnen verblijven en recreëren. Daarnaast vormt de daarin geprojecteerde doorgaande fietsroute en looproute een belangrijke schakel in het fietsnetwerk van de gemeente. De gronden zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de inrichting van de openbare ruimte. Hierbij is ook rekening gehouden met de ruimte die nodig is voor kabels en leidingen. De gemeente is echter bereid om met de bewoners te onderzoeken hoe de in gebruik genomen tuin kan worden ingepast en onder welke voorwaarden. Dit is op de verbeelding en in de regels van het (ontwerp)bestemmingsplan opgenomen door een maximale diepte van 9,5 meter de aanduiding ‘tuin’ te geven in de bestemming Groen. De gronden zijn in eigendom van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat zal de gronden leveren aan de gemeente die daarmee het eigendom verkrijgt en het beheer op zich neemt. Indien indiener van de zienswijze door verjaring eigenaar geworden zou zijn van het meerdere boven de 9,5 meter, dan zullen wij met u in overleg treden om de betreffende gronden van u te kopen. Mochten wij er niet onderling uitkomen, dan kan de gemeente de voor de aanleg van het Merwedepark benodigde gronden onteigenen. Overigens is de aanduiding ‘tuin’ aan de zuidzijde iets verruimd, mede naar aanleiding van de zienswijze. Ten aanzien van de afvalcontainers merken wij op dat in Merwede straks afval inpandig wordt ingezameld. De bouwblokken krijgen inpandige afvalruimtes, voor grofvuil wordt een grondstoffenpunt ingericht. De reguliere wijze van afvalinzameling past niet in Merwede (6.000 woningen op een klein gebied). Ook voor de woningen aan de Kanaalweg geldt dat het afval op een andere wijze zal worden ingezameld. Wij hebben aangeboden om gebruik te kunnen maken van de ruimte in het te bouwen gebouw van ontwikkelaar G&S, of gebruik te maken van de ophaaldienst in Rivierenwijk.
25/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
7
2
Lage parkeernormen
Paragraaf 4.2.1.14/15: De gestelde parkeernormen van de gemeente vragen volgens de indiener om parkeerproblemen, een grote toename van verkeersintensiteit en daarmee ook een hogere stikstofdepositie. Indieners verwijzen in dit kader naar het onderzoek van Vereniging Eigen Huis: https://www.eigenhuis.nl/docs/defaultsource/downloads/actueel/onderzoek-veh-parkeren- bij-dewoning-juni-2018.pdf?sfvrsn-6fa8cc96 0. Uit dit onderzoek blijkt dat een lage parkeernorm in binnensteden niet past bij de realiteit dat de auto voor veel mensen onmisbaar is. Hier komt nog bij, dat uit recent onderzoek van het Kennisinstituut Mobiliteit is gebleken dat het deelautogebruik veel minder populair is dan verwacht: https://www.kimnet.nl/actueel/nieuws/2021/10/05/deelautogebrui k-bliift- nog-laag-deelfiets-vervangt-vooral-bus-tram-en-metro.
Op basis van het mobiliteitsconcept voor Merwede hebben wij onderzoek laten uitvoeren naar de parkeerbehoefte en de verkeersafwikkeling. Hiervoor wordt verwezen naar de rapportage van Goudappel (bijlage 7 van de toelichting van het bestemmingsplan). Juist het gemengde karakter van de wijk maak het mogelijk dat de noodzaak voor het in bezit hebben van een auto afneemt. Het landelijke kennisinstituut CROW hanteert al jaren een lagere parkeernorm naarmate een gebied “stedelijker” is. In Utrecht zien we al jaren in de monitoring terug dat het autobezit in de stedelijke gebieden laag is. We zien dit ook terug in de hoeveelheid verkeer binnen de ring die, ondanks het toevoegen van functies en woningen, al een aantal jaar niet meer stijgt. De groei van de stad zorgt voor meer mobiliteit. De groei treedt voornamelijk op bij fiets en openbaar vervoer. Het autoverkeer groeit relatief minder hard. Deze ontwikkeling per vervoerwijze is al enkele jaren gaande en niet nieuw. De mobiliteitsmonitor 2019 laat zien dat het aandeel fiets fors groeit en het autoverkeer eigenlijk nauwelijks meer groeit. Ook een analyse van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid over de periode van 2005-2015 laat een forse groei van het aandeel fiets zien en tegelijkertijd een daling van het aandeel auto. Naar verwachting zet deze verschuiving door richting 2040.
Deze verschuiving in welk vervoermiddel mensen gebruiken in stedelijk gebied komt enerzijds doordat inwoners van steden minder belang hechten aan het reizen per auto en vaker kiezen voor een duurzamer alternatief. In Merwede zijn deze duurzame alternatieven ruim voor handen. Tegelijkertijd kiest Utrecht voor het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte ter ondersteuning van lopen, fietsen en OV en het geven van minder prioriteit en ruimte aan de auto. Dit kan vaak ook niet anders, omdat de ruimte er niet is meer auto’s te faciliteren. In oktober 2021 is de update van het rapport ‘Deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland: ontwikkelingen, effecten en potentie’ van het Kennisinstituut voor de Mobiliteitsbeleid’ verschenen. Het aantal ritten met deelauto’s ten opzichte van het totaal aantal autoritten in Nederland is inderdaad nog beperkt. Echter, zoals het KiM ook stelt in zijn rapport: autodelers wonen vooral in stedelijke gebieden zoals Utrecht. Een deelauto in Utrecht werd in de periode januari tot en met oktober 2021 gemiddeld
26
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
0,67 keer per dag gereserveerd (in deze cijfers ontbreken Snappcar en Onzeauto). In deze periode waren de verkeersbewegingen door de lockdown vanwege corona in het algemeen beperkt. Het aanbod is gegroeid van 299 deelauto’s eind 2019 tot 531 deelauto’s in 2020 en groeit door tot 700 deelauto’s eind 2021. In 2022 verwachten we een doorgroei naar meer dan 1.000 deelauto’s. Daarnaast zijn er ruim 4.500 particuliere auto’s die gedeeld worden via bijvoorbeeld het platform Snappcar (cijfers 2020). Voor wat betreft stikstof verwijzen wij naar de bijlagen van het bestemmingplan. Voor het opstellen van het bestemmingsplan hebben wij een onderzoek laten uitvoeren naar de depositie. De conclusie luidt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 7
3
Parkeerprobleem
Paragraaf 4.2.1.23: Uit deze paragraaf blijkt naar de mening van de indieners dat ruim een kwart van de parkeerplaatsen niet in het plangebied zelf wordt gerealiseerd. Dit geeft een nog groter parkeerprobleem dan toch al te verwachten is door de lage norm.
In de bovengenoemde rapportage (bijlage 7 van de toelichting) is de parkeerbehoefte in beeld gebracht. In het plangebied zelf wordt ruimte geboden voor maximaal 1.200 parkeerplaatsen. Op afstand is ruimte voor 437 parkeerplaatsen. Het hanteren van lage parkeernormen en het betrekken van parkeren op afstand is conform het gemeentelijk parkeerbeleid. Door grenzen te stellen aan de hoeveelheid parkeerplaatsen in het gebied beperken we automatisch de hoeveelheid auto’s die van en naar het gebied rijden. Bewoners van Merwede, die geen parkeerplek hebben in het plangebied en toch een auto willen bezitten, stimuleren we om hun auto op een parkeerplek aan de rand van de stad te parkeren. De huidige P+R Westraven en de toekomstige Mobiliteitshub XL (Papendorp) is hier geschikt voor. Vanaf deze parkeerplek kunnen de bewoners immers makkelijk de snelweg op in alle richtingen. We zorgen voor goede verbindingen van en naar deze parkeervoorzieningen op afstand.
7
4
Autoparkeren bij de woning
Indieners merken bij deze paragraaf nog op dat gesteld is dat een ander autogebruik verwacht en gevraagd mag worden van nieuwe bewoners. Voor bestaande bewoners ligt dat toch echt anders. De woningen zouden de bestaande parkeerplaatsen verliezen en
Zoals wij hierboven hebben aangegeven is het bestaande gebruik niet op alle onderdelen te verenigen met de ambities die wij hebben voor Merwede. Zoals hierboven aangegeven is de gemeente met de bewoners in overleg en zijn toezeggingen gedaan over het parkeren, de bereikbaarheid, het gebruik van de tuinen en het ophalen van afval.
27/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
worden niet alleen onbereikbaar voor praktische zaken als boodschappen maar ook voor familieleden die slecht ter been zijn. Opgemerkt wordt nog dat, hoewel indieners in gesprek zijn met de gemeente, voor hen als bewoners nog geen oplossing in zicht is voor het parkeren van hun auto's. Daarnaast blijven indieners bij het standpunt dat hun woningen beschikken over een oprit en dat een oprit tot doel heeft een auto te parkeren. Dit doel moet dan ook bereikt kunnen worden. Dat is op basis van het bestemmingsplan echter niet meer mogelijk. 7
5
Parkeerplaatsen
Paragraaf 5.3.2.4.2: Er wordt een verkeersoplossing gezocht voor Mobach. Wellicht biedt dit mogelijkheden voor parkeerplaatsen ter compensatie van de parkeerplaatsen van indieners die zouden komen te vervallen.
Wij merken op dat de bewoners de woningen hebben gekocht op het moment dat bekend was dat Merwede ontwikkeld zou worden tot een hoogstedelijk, autoluw gebied.
Alleen voor uitzonderlijke situaties is het gebruik van de Kanaalweg door auto’s aanvaardbaar. Bij Mobach gaat het om een bedrijfsbelang. Het is niet de bedoeling om bij de inpassing van Mobach het aantal parkeerplaatsen de vergroten. Merwede wordt een autoluwe wijk, waarbij parkeerplaatsen aan de rand van het plangebied, aan de zijde van de Europalaan zijn gesitueerd. De Kanaalweg krijgt een ander karakter en wordt onderdeel van de parkzone met gebruik als langzaam verkeersroute. Met een verkeersbesluit wordt de Kanaalweg in de toekomst afgesloten voor autoverkeer. Het autoverkeer wordt daardoor minimaal. Voor bijzondere gevallen zijn ontheffingen mogelijk.
7
6
Verkeerde huisnummer
Deze verschrijving in de toelichting wordt gecorrigeerd.
7
7
Aanduiding karakteristiek
De karakteristieke waarde van het dubbel woonhuis (1932) wordt bepaald door de karakteristieke jaren dertig stijl; bakstenen gevels, serre en pannen kap, en daarnaast de situering op perceel met deels nog middeleeuwse kavelrichting. De ontwikkeling van Merwede doet niets af aan deze waarden.
7
8
Bouwjaar
Op de bouwtekening van de woningen is het jaartal 1931 aangegeven. Daarom is als bouwjaar 1932 opgenomen.
Paragraaf 5.15.2.8: Het gaat om de woningen Kanaalweg 20 en 21, niet 21 en 22. Dit speelt ook in bijlage 5 van de regels.
De woningen van indieners worden hier aangemerkt als karakteristiek. Het lijkt indieners dat karakteristieke woningen tot hun recht moeten komen zonder volledig ingebouwd te worden door veel hogere bebouwing.
Overigens dachten indieners dat het bouwjaar eerder was dan 1932. Uit hun documenten volgt bouwjaar 1926.
28
Datum Rapport
7
2022 Vaststellingsrapport
9
Opmerkingen verbeelding
Kanaalweg 22: Het bouwvlak betreft hier het hele bestemmingsvlak. Indieners verzoeken het bouwvlak te beperken tot de bestaande bebouwing, zoals dat ook bij Mobach is gedaan. De aanduiding voor de tuinen is niet diep genoeg. De bestaande tuinen zijn een stuk dieper. Deze diepte is reeds verjaard. Door verjaring zijn de tuinen in eigendom van Kanaalweg 20 en 21. De gemeente heeft dit erkend op basis van luchtfoto's en de door de bewoners overgelegde materialen (zie bijlage email "onderbouwing verlopen verjaringstermijn voortuinen d.d. 24 september 2020"). De gemeente kan dus niet beschikken over dit eigendom. De feitelijke situatie is dat tot (bijna) aan de straat de inrichting tuin betreft. Ook in de geldende beheersverordening wordt uitgegaan van de bestaande feitelijke situatie. Wij verzoeken u dan ook in het bestemmingsplan de feitelijke situatie aan te houden. Aandachtspunt hierbij is de riolering. Indieners hebben van de gemeente begrepen dat deze vergroot zou moeten worden. Hiervoor moeten mogelijk diverse bomen sneuvelen (bijlage 29, bomen in Merwede), terwijl deze juist meerwaarde hebben voor het park. Kan het nieuwe riool niet elders in het gebied worden aangelegd? Bv achter de tuinen van indieners. Daarnaast staan er nieuwe (grote) bomen gepland (bijlage 29, pagina "inpassing bomen") direct naast de schutting van de zij/achtertuin van indieners.
Deze bomen kunnen leiden tot minder zonlicht en daardoor invloed hebben op het woongenot van indieners. Indieners begrijpen niet waarom de bestaande mooie grote bomen hier niet behouden kunnen worden, gelet op het feit dat hier een binnentuin gepland staat. Het duurt namelijk jaren voordat nieuwe aanplant dezelfde grootte heeft bereikt. Bovendien staan de bestaande bomen wel op een goede plek. Indieners missen de maximale hoogte in het gemengde gebied grenzend aan hun woningen. Dit is volgens het stedenbouwkundig plan een zone waar geen hoge bebouwing is toegestaan. Het gemengde gebied, waar in strijd met het punt hierboven, wel hoge bebouwing lijkt te komen, begint direct naast de percelen van indieners. Dit geeft voor indieners schaduwwerking (zoals ook volgt
Voor het bedrijfspand Kanaalweg 22 geldt dat net als bij de overige bedrijfspercelen de bestaande bebouwing maatgevend is. Ten onrechte is er geen bouwvlak opgenomen. Dit wordt gecorrigeerd op de verbeelding. Wij verwijzen naar de reactie hierboven. De parkzone langs het Merwedekanaal is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte van Merwede. Het beoogde openbare gebruik is niet verenigbaar met het private gebruik als tuin, voorzover het een grotere diepte dan 9,5 meter betreft. Wij verwijzen ook naar de reactie hierboven. In dit stuk voortuin van de woning aan de Kanaalweg 21 staan 3 bomen. De voorste 2 bomen staan direct aan de Kanaalweg op het beoogde hoofdtracé voor de nutsleidingen, de boom meer in het midden net daarachter staat nu al op het riool. Deze 3 bomen moeten verdwijnen. Onder het voorste gedeelte van de voortuin van de woning Kanaalweg 21 ligt nu een gemengd gemeentelijk riool. Dit riool wordt vervangen door nieuwe riolering. Dit doen we enerzijds om te kunnen voorzien in de toekomstige benodigde capaciteit en anderzijds om het vuil water en hemelwater gescheiden te verzamelen. De 2 kapper wordt ook op dit gescheiden systeem aangesloten. Direct naast dit riool is er op deze locatie ook ruimte nodig voor het hoofdtracé voor de nutsleidingen.
In bijlage 29 van de toelichting (Bomeninventarisatie) is te zien dat de bestaande bomen achter de woningen niet ingepast kunnen worden vanwege de geplande woningbouw, De hier aanwezige bomen zijn niet verplantbaar. Wel komen er nieuwe bomen in de binnentuinen. De locatie van de nieuwe bomen zoals opgenomen in bijlage 29 is indicatief. Wij stemmen de locatie graag met de bewoners af. De verbeelding geeft in combinatie met de regels de maximale bouwmogelijkheden voor het gebied grenzend aan de woningen. Direct naast en achter de woningen is geen bouwvlak opgenomen. Gebouwen zijn hier niet toegelaten, zodat afstand wordt gehouden tot de woningen van de indieners van de zienswijze. In de strook langs het Merwedekanaal is op de verbeelding de aanduiding ‘zone-3’ opgenomen en de ‘specifieke bouwaanduiding 1’. De regels geven aan dat hier gebouwen tot een hoogte
29/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
uit de zonnestudie, bijlage 31) en vermindering van privacy en uitzicht. Uit bijlage 31 (pagina 8) blijkt zelfs dat de woningen van indieners op 21 december tussen 0 en 1 uur zonlicht hebben. Dit heeft veel invloed op het woongenot en is daardoor niet acceptabel. De zone voor gebouwen van 31 meter hoog bevindt zich ook nog eens vlak achter de woningen van indieners. Dit versterkt de genoemde schaduwwerking en vermindering van privacy en uitzicht nog eens.
van maximaal 25 meter zijn toegestaan. Hoogte accenten zijn in deze zone langs het Merwedekanaal, niet toegelaten. Achter de woningen Kanaalweg 20/21, en binnen het bouwvlak is op de verbeelding de gebiedsaanduiding ‘zone-2’ opgenomen. De maximale bouwhoogte bedraagt hier 31 meter. Er zijn hoogte accenten tot 43 meter toegestaan. Naar aanleiding van de zienswijze is de regeling voor de bebouwing aan de achterzijde van de percelen Kanaalweg 20/21 aangepast. De bouwhoogte wordt hier begrensd op maximaal 25 meter, en hoogbouwaccenten (tot 43 meter) zijn hier niet langer toegestaan. Naast het bezonningsonderzoek dat reeds voor het bestemmingsplan is uitgevoerd (zie bijlage bij de toelichting), is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn de aangepaste maximale bouwhoogten beschouwd. Uit deze studie kan voor de woningen Kanaalweg 20/21 worden opgemaakt dat in het Noord-oostaanzicht (voorgevel beide woningen) sprake is van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren op de toetsdatum 19 februari (lichte TNO-norm). Ook in de achtertuin van de woningen zijn tenminste 2 bezonningsuren mogelijk op toetsdatum 21 maart die voor buitenruimten in de planontwikkeling in het SP is aangehouden. Voor de bestaande woningen sluiten wij bij dit toetsingskader aan.
Wij concluderen dat de bezonning ten opzichte van de huidige situatie mogelijk zal verminderen, maar dat de situatie uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is in hoogstedelijk gebied. Wij merken overigens ook op dat het nu geldende bestemmingsplan direct grenzend aan de percelen de bouw van bedrijfspanden met een goothoogte van 18 meter mogelijk maakt. Aanpassing van de maximale bouwhoogten aan de achterzijde leidt derhalve voor de bewoners tot meer uitzicht/bezonning en een verbeterd ruimtelijk effect van de nieuwbouw op de woningen waardoor het woon- en leefklimaat verder verbeterd.
7
10
Verwijzing SP
In de gemengde bestemming (artikel 5) wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan. Wat gebeurt er als het stedenbouwkundig plan wordt aangepast? Dit lijkt indieners in strijd met
De woonomgeving van de woningen Kanaalweg 20/21 zal veranderen met de ontwikkeling van Merwede. De mate van privacy vinden wij in een hoogstedelijk gebied uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening, aanvaardbaar. De aanpassing van de maximale bouwhoogte aan de
30
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
rechtszekerheid. In dit kader wordt verwezen naar een uitspraak van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2020:2004. Hieruit volgt dat een bestemmingsplan voldoende concreet moet zijn. Het bestemmingsplan is te algemeen en voor de lezer is niet duidelijk welke hoogtes en bouwmogelijkheden verwacht kunnen worden.
westzijde van de woningen is vanuit dit oogpunt voor de bewoners ook positief.
7
11
Bestemming wonen voor de tuinen
In de regels van het bestemmingsplan wordt verwezen naar het Stedenbouwkundig Plan Merwede. De hyperlink verwijst naar de bijlage van de regels. Hier is het door de raad op 7 oktober 2021 vastgestelde SP opgenomen. Er is geen sprake van een zogenaamde ‘dynamische’ verwijzing. Ook in het geval het SP wordt aangepast blijft het SP van oktober 2021 toetsingskader. Tenzij het bestemmingsplan ook wordt aangepast. De regels zijn in combinatie met de verbeelding voldoende concreet en toetsbaar.
7
12
Geen autoverkeer Kanaalweg
Wij willen dat de voortuinen zoveel mogelijk aansluiten bij de parkzone en het karakter daarvan. Om die reden is een beperkte tuinbestemming aan de gronden gegeven. Dit biedt waarborg voor het groene karakter. In de bestemming Groen zijn paden voor onderhoud en calamiteiten toegestaan.
7
13
Beperkte aanduiding Tuin
Zoals ook onder punt 1 aangegeven verandert de omgeving van de bestaande woningen en wordt Merwede een autoluwe wijk, waarbij parkeerplaatsen aan de rand van het plangebied, aan de zijde van de Europalaan zijn gesitueerd. De Kanaalweg krijgt een ander karakter en wordt onderdeel van de openbare parkzone met gebruik als langzaam verkeersroute.
In de groenbestemming (artikel 6) is de aanduiding voor tuinen opgenomen. Gelet op de verjaring en de reeds genoemde beheersverordening is de bestemming Wonen beter geschikt voor de tuinen. Bovendien maakt de huidige regeling in de groenbestemming ook ander gebruik dan uitsluitend tuin mogelijk.
Verder merken indieners op dat in de groenbestemming geen autoverkeer mogelijk is, anders dan voor calamiteiten. Dit betekent dat de woning van indieners onbereikbaar wordt. Dit is onacceptabel, zoals indieners bij §4.2.1.23 al hebben benoemd. Zelfs verhuiswagens of verkeer voor onderhoudswerkzaamheden zijn niet in de groenbestemming toegestaan.
In de tuinaanduiding is het verboden om bestaand groen te verwijderen, anders dan in het kader van regulier onderhoud. Het kan niet zo zijn dat het weghalen van bijvoorbeeld een heg verboden is; dit zou de parkzone namelijk zelfs verbeteren. Het is overigens opmerkelijk dat deze bepaling geldt voor de tuinaanduiding, maar niet voor de rest van de groenzone.
Voor het opnemen van een dergelijke bepaling is geen aanleiding omdat de gemeente het park als toekomstig grondeigenaar gaat aanleggen en het gebruik als tuin slechts een zeer smalle strook betreft. Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen door de bepaling over het gebruik als tuin aan te passen. De regeling in artikel 6 wordt zo aangepast dat de bestaande omvang van de verharding niet mag worden vergroot, en gebruik als tuin mag worden voortgezet binnen de aanduiding, mits het
31/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
groene karakter in stand blijft. Hiermee blijft aanpassing van de tuin mogelijk. 7
14
Beroep aan huis
In de woonbestemming (art. 12) ontbreekt een regeling voor beroep en bedrijf aan huis. Indieners gaan ervan uit dat deze functies ondergeschikt aan de woonfunctie mogelijk zijn.
Ten onrechte is in artikel 12 van de regels geen verwijzing naar artikel 20 van de regels opgenomen, waarin bij het wonen behorende activiteiten mogelijk gemaakt worden. Dit wordt gecorrigeerd door de verwijzing alsnog op te nemen.
7
15
Parkeren
Wij verwijzen naar de reactie hierboven.
7
16
Aanduiding karakteristiek
Gelet op de karakteristieke waarden (zie hierboven) is het ongewenst om sloop van (delen van) de woningen zonder meer toe te staan. De bepaling houdt geen sloopverbod in, wel een expliciete afweging. Deze is erop gericht om het bijzondere karakter van de woningen te behouden.
7
17
Toename bouwhoogte
In artikel 18 van de regels hebben wij een flexibiliteitsbepaling opgenomen. Aan de toepassing zijn strikte voorwaarden verbonden. Toepassing is uitsluitend aanvaardbaar voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Het woongenot van de bewoners wordt dus meegewogen.
7
18
Hinder tijdens de bouw
Wij verwijzen naar de reactie hierboven. Hinder tijdens de bouw is ook voor ons een belangrijk aandachtspunt. Bouwers zijn vanuit de aansprakelijkheidsverzekering verplicht om te zijner tijd een nulmeting te doen.
Onder 12.4.1 staat dat parkeren niet meer mag. Zoals hierboven beschreven, vinden indieners dat zij de mogelijkheid moeten hebben om bij hun huis te kunnen parkeren.
De woningen hebben de aanduiding 'karakteristiek', maar hebben op zichzelf geen beschermde (laat staan monumentale) status. De beperkingen in de aanduiding karakteristiek gaan wat indieners betreft dan ook te ver.
In art. 18.2 wordt verwezen naar bouwen met een kleine afwijking van regels. Indieners vinden een afwijking van 10% geen kleine afwijking, zeker niet met de grote hoogtes waar het hier om gaat. De hoogte kan hierdoor aanzienlijk toenemen, wat direct ons woongenot vermindert.
Indieners verwachten veel hinder te ondervinden tijdens de bouw van de Merwedekanaalzone. Indieners verzoeken dan ook om maatregelen in te voeren om de hinder te minimaliseren zoals boren in plaats van heien. Indieners verzoeken daarnaast een nulmeting van hun woningen uit te voeren voor aanvang van de bouwwerkzaamheden. Bij schade verzoeken indieners de gemeente de kosten te vergoeden.
32
Datum Rapport
7
2022 Vaststellingsrapport
19
Waardevermindering
De uitwerking van de Merwedekanaalzone heeft grote nadelige gevolgen voor de bereikbaarheid en het woongenot van indieners. Het plan geeft waardevermindering van hun woningen. Indieners verzoeken om het plan aan te passen. Indien de gemeente hieraan onvoldoende kan voldoen, zien indieners zich genoodzaakt om te verzoeken om een (plan)schadevergoeding als gevolg van (onder andere) vermindering van het woongenot en waardevermindering van de woningen door mogelijk kleinere tuinen, eventuele onbereikbaarheid van de opritten, schaduwwerking en het verdwijnen van privacy en uitzicht.
4.1.9 Indiener 8 - Stedin Nr. Punt Inhoud 8 1 Stedin is van mening dat hun belangen niet voldoende zijn meegewogen bij de totstandkoming van dit plan. Hieronder volgt de motivering van Stedin. 8
2
Planologische ruimte
Voor Stedin is het van belang dat de planologische mogelijkheden behouden blijven (zoals dat is ogenomen in de beheersverordening Dichterswijk, Kanaleneiland, Transwijk) omdat Stedin haar transportstation aan de Kanaalweg moet kunnen uitbreiden om de ontwikkelingen die zijn opgenomen in het voorliggend bestemmingsplan te kunnen faciliteren. Deze mogelijkheid tot uitbreiding is noodzakelijk omdat de prognose laat zien dat de ontwikkelingen die de gemeente Utrecht met het bestemmingsplan wil faciliteren, tot een capaciteitsknelpunt in de elektriciteitsvoorziening zullen leiden. De planologische ruimte is in de beheersverordening bepaald (artikel 3.3.3, sub l). Hierin is opgenomen dat ter plaatse van Besluitvlak ‘L’, bedrijven mogen die behoren tot de milieucategorie 1 tot en met 3.2 van de Lijst van de Bedrijfsactiviteiten. Met voorliggend ontwerp Chw bestemmingsplan is deze planologische ruimte beperkt tot de vergunde situatie. Dit houdt in dat bedrijven tot en met de milieucategorie 3.1 zijn toegestaan, en dit heeft tot gevolg dat wij dit station niet kunnen uitbreiden. Zonder de mogelijkheid tot uitbreiding van de
Na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan staat het bewoners vrij om een verzoek om planschade in te dienen, indien men van mening is dat het bestemmingsplan leidt tot waardedaling van het eigendom.
Beoordeling Per zienswijzepunt hebben wij hieronder onze reactie gegeven.
De noodzaak voor uitbreiding van de voorzieningen voor energietransport is ons bekend. Het gaat daarbij om het kunnen faciliteren van de behoefte voor Zuid-west. De gemeente is intensief met Stedin in overleg over een nieuwe locatie. Er is op dit moment een voorkeurslocatie in beeld. Stedin gaat hiervoor nader onderzoek doen, met name gericht op bereikbaarheid voor beheer, onderhoud en calamiteiten en gericht op de mogelijkheden voor aanleggen van ondergrondse infrastructuur. In februari 2022 worden hiervan de resultaten verwacht. Het uitbreiden van de voorziening op de huidige locatie in Merwede is ongewenst. Een intensivering verhoudt zich niet tot de ambitie om hier een hoogstedelijke wijk met een groene parkzone te realiseren. Om die reden wordt de (ruime) regeling uit de geldende beheersverordening niet opnieuw opgenomen. Ten aanzien van de planologische ruimte geldt – zo blijkt uit vaste jurisprudentie - dat hieraan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend.
33/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
elektriciteitsvoorziening in het plangebied, zijn de ontwikkelingen van het bestemmingsplan van de gemeente Utrecht niet mogelijk. Stedin kan zich daarom niet vinden in dit besluit omdat het belang van de ontwikkeling van het plangebied, zwaarder te laten wegen dan het belang van de elektriciteitsvoorziening voor dit deel van de stad Utrecht. Op dit moment wordt samen met de gemeente Utrecht gekeken naar een nieuwe locatie voor de uitbreiding van de elektriciteitsvoorziening, buiten het plangebied. Een exacte locatie is nog niet in zicht en er zijn ook nog geen planologische procedures gestart. Hierdoor is Stedin genoodzaakt om vast te houden aan de huidige planologische ruimte, waarin bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 zijn toegestaan, zodat Stedin de elektriciteitsvoorziening kan waarborgen voor de stad Utrecht. 8
3
Vergunde situatie
De vergunde situatie ziet op maximaal twee transformatoren van 50 MVA. In totaal gaat het dus om een vermogen van 100 MVA. Stedin is van mening dat op basis van onderstaande tabel uit de Lijst van de Bedrijfsactiviteiten, dat een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 100 MVA aangemerkt moet worden als een bedrijf in de milieucategorie 3.2 en niet 3.1 zoals de gemeente stelt. Milieucategorie 3.1 ziet immers op een transformatorvermogen van 10 tot 100 MVA (dus tot en met 99 MVA). Milieucategorie 3.2 ziet op een transformatorvermogen van 100 tot 200 MVA (tot en met 199 MVA). Deze redenering blijkt ook uit het feit dat een transformatorstation van 200 MVA of meer (waarbij de transformatoren niet in een gesloten gebouw staan), is aan te merken als een ‘grote lawaaimaker’ waarbij geluidszonering geldt in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Daarom is een ‘z’ van zonering, in de tabel opgenomen voor bedrijven in de milieucategorie 4.2 en niet in 3.2. In de zienswijze is een tabel ingevoegd waarmee dit duidelijk wordt gemaakt. Ervan uitgaande dat de vergunde situatie van Stedin ziet op een transformatorstation, in de milieucategorie 3.2, dan betekent dit, dat het voorliggende bestemmingsplan rekening moet houden met de richtafstand voor geluid en gevaar. Aangezien het plangebied is aangemerkt als een ‘gemengd gebied’ is de richtafstand voor geluid
Het vergunde transformatorvermogen bedraagt 2x50MWA. Discussie kan bestaan over de indeling in categorie 3.1 of 3.2.van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Maatgevend is de milieu uitstraling van het vergunde vermogen, waarbij geluid en gevaar de leidende milieuaspecten zijn. De redactie van artikel 4 hebben wij aangepast in ‘ten hoogste tot en met categorie 3.2’, evenwel met een maximaal vermogen van 100MWA. Hiermee wordt ook tegemoetgekomen aan de redactie ‘tot en met’ in de zienswijze. Het vermogen wordt vastgelegd omdat wij verdere uitbreiding van vergunde capaciteit niet willen faciliteren. Het is immers waarschijnlijk dat een groter vermogen tot meer benodigde milieuruimte leidt. Door adviesbureau LBP SIGHT is onderzocht welke maatregelen er aan de transformatoren nodig en mogelijk zijn om aan de richtwaarde voor geluid te voldoen op de dichtstbij gelegen gevoelige functies in Merwede. In de rapportage is uitgegaan van een maximaal vermogen van 100MWA. Uit het onderzoek blijkt dat met het plaatsen van een dak op de transformatoren de geluidwaarde wordt gehaald. De concept rapportage van Movares (december 2021) die gezamenlijk in opdracht van de gemeente en Stedin is opgesteld geeft hetzelfde beeld.
Uit het onderzoek van LBP SIGHT blijkt voor het transformatorstation voor wat betreft het milieuaspect ‘gevaar’ een minimale afstand van 3,5 m tot de inrichtingsgrens aan de zijde van de transformatoren aangehouden moet worden. Hieraan wordt ruimschoots voldaan.
34
Datum Rapport
2022 Vaststellingsrapport
in dit geval 50 meter en niet 30 meter zoals u aangeeft. Voor het aspect gevaar geldt een richtafstand van 50 meter. Stedin verzoekt dan ook om het bestemmingsplan aan te passen, zodat rekening wordt gehouden met de richtafstand voor de bouw van geluidsgevoelige objecten en kwetsbare objecten. Door de vergunde situatie moet de maatbestemming zoals opgenomen in artikel 4.1, lid 2 van de regels gewijzigd worden, zodat bedrijven tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan. Ook in het geval bedrijven in de milieucategorie, tot en met 3.1 zouden zijn toegestaan, is artikel 4, lid 2 onjuist geformuleerd. Het gaat hierbij om de zinsnede ‘een elektriciteitsdistributiebedrijf tot maximaal categorie 3.1’. Naar onze mening moet dit zijn ‘tot en met’, in plaats van ‘tot’. Zoals het nu in de regels is bepaald, ziet de maatbestemming alleen op bedrijven in de categorie 1 en 2. Deze bepaling is voor ons dan ook niet acceptabel, omdat ons station hiermee wordt wegbestemd. Verzocht wordt om dit aan te passen.
Op basis van het bovenstaande kan een goed woon- en leefklimaat worden geborgd voor de nieuwe geluidgevoelige functies. Wij zijn met Stedin in overleg over het tijdig uitvoeren van deze maatregel.
8
4
Resultaten onderzoek
De rapportage van LBP SIGHT geeft inzicht in de benodigde maatregelen om aan de voor Merwede aangegeven richtwaarden voor geluid, te voldoen. Uit de rapportage blijkt dat met maatregelen aan de richtwaarde kan worden voldaan. Het is juist dat er op dit moment nader onderzoek plaatsvindt. De concept resultaten van dit onderzoek ondersteunen de uitkomst van de rapportage van LBP SIGHT.
8
5
Bouwhoogte gebouwen
Voor de regeling in het bestemmingsplan geldt voor de bestaande bedrijfsbebouwing dat de bestaande bouwhoogte maatgevend is. Voor de bebouwing van Stedin geldt dat – afhankelijk van de maatregelen – een geringe verhoging aan de orde is.
In het rapport van LPB Sight is een pakket aan geluidreducerende maatregelen opgenomen voor het station, om te kunnen voldoen aan de streefwaarde. Deze maatregelen moet Stedin dus treffen aan het station (om de geluidbelasting te verminderen). Het gaat om het realiseren van een dak op het station en het aanbrengen van geluidgedempte ventilatievoorzieningen. Op dit moment wordt samen met de gemeente Utrecht een onderzoek uitgevoerd naar de technische haalbaarheid van deze maatregelen. Ook wordt onderzoek uitgevoerd naar de (brand)veiligheid en naar de bereikbaarheid van het station voor zwaar transport. In januari 2022 worden de resultaten verwacht. Gelet op de ter inzage termijn van voorliggend ontwerp Chw bestemmingsplan, willen wij het recht behouden om deze zienswijze aan te kunnen vullen, als de resultaten bekend zijn van voornoemd onderzoek.
In artikel 4.3.1, lid 2 is de maximale toegestane bouwhoogte voor gebouwen bepaald. Dit is de bestaande bouwhoogte. Verder is er een (binnenplanse) afwijkingsmogelijkheid opgenomen in artikel 4.5 om af te kunnen wijken van de bestaande bouwhoogte, als dit
35/80
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
noodzakelijk is voor het beperken van de milieuhinder. Stedin kan zich niet vinden in de situatie dat wij hierdoor worden verplicht om een (afwijkings)vergunning aan te moeten vragen, voor het kunnen nemen van (geluids)beperkende maatregelen ten behoeve van de ontwikkeling, waarvoor dit ontwerp Chw bestemmingsplan is opgesteld. Stedin verzoekt dan ook om de regels aan te passen, zodat de afwijking zoals opgenomen in artikel 4.5, rechtstreeks is toegestaan, waardoor zij niet genoodzaakt is om een omgevingsvergunning te moeten aanvragen.
Nu de verhoging van de voorziening voorzienbaar is, is de planregel in artikel 4 hierop aangepast. Zodat geen nadere afweging nodig is.
8
6
Bouwvlak
Wij verwijzen naar de reactie onder 1 en 2.
8
7
Functieaanduiding
Wij hebben naar aanleiding van de zienswijze de naam van de aanduiding in de planregel en de verbeelding aangepast naar ‘transformatorstation’.
8
8
Hoge druk gasleidingen in plangebied
De ligging van de leidingen is bij ons bekend. Op basis van de NEN 72441 geldt de aangegeven afstand tot objecten. Hiermee wordt rekening gehouden. Ook wordt bij de inrichting van het groen, rekening gehouden met de aanwezigheid van de leidingen.
Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen. Op dit moment heeft het transformatorstation twee transformatoren, met elk 40 MVA aan vermogen. Zoals hiervoor is beschreven ziet de vergunde situatie op een station met een vermogen van 100 MVA. Het station moet dan ook aangemerkt worden als een bedrijf in de milieucategorie 3.2. In deze milieucategorie is gelet op de lijst met bedrijfsactiviteiten, een station met een vermogen tot 200 MVA toegestaan. Het is noodzaak om dit station uit te breiden, met in totaal een vermogen van maximaal 150 MVA (driemaal transformatoren van elk 50 MVA). Gelet op deze noodzaak verzoeken wij u om het bouwvlak hierop aan te passen, zodat we deze uitbreiding kunnen realiseren.
In de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – verdeelstation’ opgenomen. Dit is niet juist. Het gaat hier niet om een verdeelstation, maar om een transformatorstation. Stedin verzoekt u dan ook om de functieaanduiding aan te passen in ‘specifieke vorm van bedrijf – transformatorstation’.