CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Utrechtse visie religieus erfgoed

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Religieus erfgoed19.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

wind- en waterdichtmaatregelen: kosten om het bouwwerk in de tussentijd wind- en waterdicht te houden.

Alle categorieën monumenten en niet-beschermde gebouwen van cultuurhistorische waarde kunnen van deze regeling gebruik maken, zelfs voor kerkgebouwen of kloosters die niet beschermd zijn.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 32

Subsidie provincie Utrecht Voor het ondersteunen van restauratie van rijksmonumenten beschikt de provincie Utrecht over een Fonds Erfgoedparels. De subsidieregeling is op dit moment vooral bestemd voor buitenplaatsen, maar gezien de grote restauratie- en herbestemmingsopgave van religieus erfgoed die blijkt uit de Erfgoedmonitor, verwacht de provincie een groeiend beroep op het Fonds. Zo heeft de Domkerk in 2016 een subsidie ontvangen voor de restauratie van de wimpergen (sierelementen in de vorm van een driehoek boven een spitsboog) van het koor. De provincie start ook met een pilot ‘restauratie en duurzaamheid’, gericht op het terugbrengen van energieverbruik. Indien mogelijk wil de provincie juist ook religieus erfgoed bij deze pilot betrekken, omdat blijkt dat in deze categorie grote winst te behalen valt. De inzet is een verlaging van beheerkosten voor moeilijk rendabel te maken gebouwen.

Bij de gesprekken met een aantal eigenaren komt ook de parkeerproblematiek naar voren: kerkgangers blijven onder meer weg vanwege de parkeerheffing. Zij zien dit vooral op de zondagen als een belemmering sinds enkele jaren ook op zondag betaald parkeren is ingevoerd in de binnenstad. In een tweetal gevallen was de parkeerheffing een van de redenen tot verplaatsing van de kerkgemeenschap vanuit de binnenstad naar omliggende wijken. De kerkenregeling waarbij de gemeente subsidieerde in het onderhoud van kerkgebouwen met de status van gemeentelijk monument bestond vanaf 1992, op basis van een meerjarenonderhoudsplan, van zes jaar. Het college besloot in 2014 de regeling te integreren met de regeling voor voordelige leningen uit het Utrechts Restauratiefonds. De beschikbare Foto links en rechts: St Edmundsbury Cathedral, kerkbezoekers worden gewezen op de mogelijkheid om te doneren voor het onderhoud. De jaarlijkse kosten van onderhoud en exploitatie van St. Edmundsbury Cathedral.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 33

middelen van de eerdere regeling voor 2015 en 2016 zijn inmiddels toegevoegd aan het URF. In de laatste zes jaar werd een klein deel van het totaal beschikbare budget (maximaal € 200.000,- op jaarbasis) benut voor subsidiëring van voorzieningen voor nevengebruik en voor een onderzoek naar neven- of hergebruik. De raadscommissie Stad en Ruimte is eind 2013 uitvoerig geïnformeerd over de regeling. In de laatste jaren bedroeg het subsidiepercentage slechts 27%. Voor 29 kerkgebouwen werd een beroep gedaan op de regeling. De totale exploitatie van de kerkelijke gebouwen met een rijks- of gemeentelijke status op jaarbasis bedraagt circa € 50.000,- voor de kleinere gebouwen tot vele tonnen voor de grote binnenstadkerken. Door het wegvallen van BRIM-subsidies (subsidie voor instandhouding van rijksmonumenten) voor juist de meeste grote binnenstadkerken is hier voor eigenaar PGU (Protestantse Gemeente Utrecht) een aanzienlijk probleem ontstaan. Het vergt een andere verdeelsystematiek van de rijksoverheid om dit probleem op te lossen. Daarom is ook een lobby gestart om deze problematiek van de grote kerkeigenarenonder de aandacht te brengen bij de landelijke politiek. Deze lobby wordt ondersteund door de gemeente. Foto: Domkerk, zuidzijde koor met luchtbogen. In 2014 werd met de crowdfundingactie Draag de Dom het restauratiebedrag voor één luchtboog binnengehaald.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 34

9. Energiebesparing en kerkgebouwen Sinds een jaar is een kerngroepje van (zeven) kerkeigenaren bijeen, ondersteund door de gemeentelijke afdeling Milieu, om de zoektocht naar hernieuwbare energie en energiebesparing ook in kerkgebouwen te bespreken. Om bij te dragen aan de maatschappelijk gewenste energietransitie, onder meer door het terugbrengen van het gebruik van fossiele brandstoffen en ook om de exploitatie op de langere termijn te verbeteren. Meerdere kerkgebouwen zijn aangesloten op het stedelijk warmtenet. Een verdere verduurzaming van het warmtenet zal in de toekomst nog volgen. Veel eigenaren zijn ook voor hun eigen gebouw op het punt van energiebesparing al in actie gekomen, door spaar- en LED-lampen aan te brengen of de plaatsing van zonnepanelen voor te bereiden. Een stap verder gaat het om het doorlichten van de installaties, een juiste inregeling van de verwarming en ook het onderzoeken van mogelijkheden voor lage temperatuurverwarming waarvoor warmtepompen kunnen worden toegepast. Opgemerkt moet worden dat in menig geval de verwarmingsinstallatie gedateerd is, doordat met name rijkssubsidies wel beschikbaar waren voor bouwkundig onderhoud, maar installaties niet tot de subsidiabele kosten van onderhoud of restauratie behoren.

Financiële regelingen van het rijk zouden meer op dit aspect van monumenten gericht moeten zijn; het Nationaal Restauratiefonds onderzoekt daarom samen met het ministerie van OCW en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed steeds meer de mogelijkheden voor subsidies of gunstige financieringen. Sinds 2013 biedt de gemeente Utrecht met een tijdelijke regeling de mogelijkheid om een advies voor duurzame monumentenzorg (DuMo-advies) te subsidiëren. Daar is door één kerkeigenaar gebruik van gemaakt. Voor de voordelige lening voor het uitvoeren van energiemaatregelen is geen aanvraag voor een kerkgebouw ontvangen. Soms rendeert ook het aanbrengen van isolerende voorzieningen, al is dat eerder aan de orde voor kleine bijruimten dan voor de hoofdruimte van een kerkgebouw. Niettemin werd in enkele kerken een isolerende beglazing in de kerkruimte aangebracht (voorzetbeglazing) of worden bijvoorbeeld gewelven van een isolatielaag voorzien. Of een investering in energiemaatregelen zich terugverdient is onder meer afhankelijk van de huidige kosten voor energie. Die kosten variëren voor de kerkelijke gebouwen van circa € 5000,- jaarlijks tot vele tienduizenden bij intensief gebruik. Veel kerkgebouwen zitten in de middengroep van € 15.000 tot € 35.000,- op jaarbasis.

De kennis en ervaringen wil deze groep graag delen met alle kerkeigenaren en dat wordt in de loop van het komende jaar georganiseerd. Foto: Doopsgezinde kerk achtergevel van de kerkzaal met voorzetramen aan de buitenzijde.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 35

10. Toeristisch potentieel In het Toerisme Perspectief 2020 van december 2015 zijn de gemeentelijke doelstellingen voor de komende jaren benoemd. De toeristische-recreatieve sector is een belangrijke economische factor voor de stad, met € 1,1 miljard aan jaarlijkse bestedingen, voor een groot deel (56%) voor het zakelijk toerisme. De sector is goed voor 7,4 % van de werkgelegenheid in de stad, met 12.500 voltijdbanen. De landelijke toeristische sector wordt bovendien steeds belangrijker, dat blijkt onder meer uit het aantal buitenlandse bezoekers, dat landelijk in zes jaar tijd is gestegen van circa 10 miljoen naar 15 miljoen (bron: Nederlands Bureau voor Toerisme). Ook in Utrecht stijgt het toeristisch bezoek ieder jaar. Eén van de vier thema’s in het Toerisme Perspectief is de toeristische benutting van erfgoed. De constatering is dat het erfgoed nog beter ‘vermarkt’ kan worden. Het cultuurhistorisch aanbod van in de gemeente Utrecht is een van de belangrijkste aspecten als het gaat om (toeristisch) bezoek aan de stad (naast de bruisende, creatieve sfeer). Erfgoed en historie worden door bezoekers ook steeds vaker genoemd als reden voor een verblijf in Utrecht, een stijging die sneller gaat dan in andere onderzochte steden in Nederland. Utrecht Marketing heeft als opdracht gekregen om specifiek voor het thema erfgoed diverse marketing- en promotieactiviteiten te ontwikkelen.

Die richten zich met name op de zeer geïnteresseerde bezoekers uit de omringende landen, met name Duitsland. Het gemeentelijk bureau Onderzoek heeft voor deze Visie informatie op een rij gezet aan de hand van een tweetal vragen: -

In hoeverre dragen monumentale kerkgebouwen bij aan het toeristisch bezoek van

-

Kan toeristisch bezoek tot extra inkomsten voor de kerkeigenaar leiden?

de stad?

Utrecht staat op de vierde plaats van Nederland wat betreft het aantal dagbezoekers aan de binnenstad. Nederlandse bezoekers komen in 2015 gemiddeld twee keer per jaar naar de Utrechtse binnenstad. Er wordt daarnaast geschat dat er ieder jaar circa 600.000 internationale dagbezoekers naar Utrecht komen. In 2016 waren er 534.000 hotelovernachtingen in Utrecht en circa 90.000 overnachtingen in (Air)bnb’s (CBS, 2017; Airdna, 2017).

Foto: Crispin Truman van de Engelse Churches Conservation Trust tijdens het congres ‘Religious Heritage and Tourism’ op 6 oktober 2016 in de Domkerk.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 36

De gemeente Utrecht heeft onder bezoekers het imago van een stad met aantrekkelijk cultuurhistorisch erfgoed en bezet momenteel de vierde plaats in Nederland). Ten opzichte van 2010 is de verwachting over cultuurhistorisch erfgoed in Utrecht gestegen, in vier jaar tijd van 65 naar 74 procent. Geen enkele stad in Nederland kent een dergelijk grote stijging. Het imago van Utrecht bestaat dus steeds vaker uit een verwachting van aantrekkelijk cultuurhistorisch erfgoed (NBTC-NIPO Research, 2014). Welke rol religieus erfgoed speelt - in Utrecht en verder in Nederland - als motief om de binnenstad te bezoeken is moeilijk te bepalen, omdat hier weinig gericht onderzoek naar is gedaan. Het NBTC-NIPO Research heeft in 2016 wel onderzoek gedaan naar de redenen van bezoek aan Utrecht, maar dit onderzoek gaat niet specifiek in op (religieus) erfgoed. Het onderzoek van NBTC-NIPO Research (2016a) gaat in op de motieven van toeristisch bezoek van Nederlanders aan Nederlandse steden. Bij dit onderzoek worden meer categorieën onderscheiden en is meer te zeggen over de rol van erfgoed. Als we ervan uitgaan dat erfgoed onder de categorie ‘attractie’ valt dan speelt dit bij maximaal 4% van de bezoekers een rol. In 2015 brachten 3.610.000 Nederlanders een dagbezoek aan Utrecht. Dit zou betekenen dat attracties voor maximaal 144.400 mensen een motief vormt om naar Utrecht te komen.

Daarnaast kan verondersteld worden dat cultureel erfgoed een indirecte rol speelt bij het bezoekmotief ‘stadswandeling maken’ dat door 13 procent van de respondenten wordt genoemd. Erfgoed zal het voor bezoekers immers interessanter maken om een stadswandeling te maken. Dit zou betekenen dat erfgoed voor (maximaal) 470.000 Nederlandse bezoeken een bezoekmotief kan zijn. Het Continue Vakantie Onderzoek (CVO) maakt specifiek onderscheid in de categorie ‘bezienswaardige gebouwen’, waar kerken onder vallen. Net als het imago-onderzoek gaat het CVO niet in op buitenlandse bezoekers. Volgens het CVO bezoekt 24% van de (overigens kleine groep) respondenten ‘bezienswaardige’ gebouwen. Dit percentage is gelijk aan het Nederlands gemiddelde en ligt hoger dan het gemiddelde van de Provincie Utrecht (20%) (NBTC-NIPO Research, 2015). Van een aantal kerken in grote(re) Nederlandse steden is het aantal bezoekers bekend. Uit deze cijfers blijkt dat de Utrechtse Domkerk veruit de meeste bezoekers trekt, maar de cijfers van alle grote binnenstadskerken zijn niet compleet. Van een aantal Utrechtse binnenstadskerken zijn bezoekersaantallen bekend, namelijk van de kerken die deelnemen aan Kerken Kijken. Gerelateerd aan de circa 4.210.000 (van Nederlanders en internationale toeristen) bezoeken aan Utrecht betekent dit dat ruim 10% van de bezoekers een kerkgebouw bezoekt.

Het is helaas niet mogelijk een vergelijking te maken met andere steden in Nederland. Nederlanders geven gemiddeld € 40,80 uit bij een bezoek aan Utrecht. Landelijk wordt hiervan 38% besteed aan winkelen, 46% aan horeca en 16% aan overige zaken (NBTC-NIPO Research, 2016a). In het geval van Utrecht resulteert dit gemiddeld in een besteding van € 6,50 aan overige zaken, zoals het bezoek aan een museum of attractie. In Utrecht zijn geen voorbeelden van kerken die entreegeld heffen. Alleen de beklimming van de Domtoren kost geld, maar het gaat hier niet om een bezoek aan het kerkgebouw zelf. In termen van economisch potentieel voor de kerkgebouwen zelf levert toeristisch bezoek waarschijnlijk dus nog niet veel geld op.

Entreeheffing In de concept-visie religieus erfgoed is ook entreeheffing genoemd als een mogelijke inkomstenbron voor kerken. In Nederland wordt in diverse kerkgebouwen entree geheven, variërend van € 1,- tot, voor zover bekend, € 6,-. Het tarief geldt soms in combinatie met

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 37

bezoek aan een toren, kerkmuseum of schatkamer. Entreeheffing blijkt in de praktijk alleen voor te komen in één of meer grote binnenstadskerken per stad. De Protestantse Gemeente Utrecht is geen voorstander van heffen van entree in de Domkerk. Het belangrijkste argument is dat de Domkerk in de eerste plaats een huis van God is, waar toeristen van harte welkom zijn, maar dat het gebouw ‘geen museum’ is. Bezoekers worden gevraagd om een vrijwillige bijdrage en dat levert per jaar circa € 100.000,- op. Kerken Kijken gaat ook uit van gratis toegankelijkheid. Op het internationale congres dat in oktober 2016 in Utrecht werd gehouden over religieus erfgoed en toerisme werd een moderne vorm van doneren bij een bezoek aan een kerkgebouw genoemd. De website en app Religiana streeft naar het aanbieden van informatie over openstelling en over de cultuurhistorie en biedt ook de mogelijkheid ter plaatse een financiële bijdrage te leveren, dat alles met gebruik van een smartphone.

Afbeelding: Brochure met informatie over de app Religiana.

Kerken Kijken Utrecht Voor het openstellen van de monumentale kerkgebouwen in de binnenstad bestaat in Utrecht al sinds 1983 het cultuurhistorische project Kerken Kijken Utrecht. Twaalf binnenstadskerken zijn vooral in de zomermaanden opengesteld voor bezoekers (maar ook steeds meer in de andere maanden), waarbij meer dan 200 vrijwilligers rondleidingen verzorgen. Het aantal bezoekers is de laatste jaren circa 60.000. De Domkerk is dan niet meegerekend, alleen al de Domkerk ontving in 2016 over het hele jaar gerekend 385.000 toeristische bezoekers. Dat aantal is in enkele jaren fors gestegen (van 250.000): de toegang tot de kerk, de Domtoren en DomUnder lijken elkaar steeds meer te versterken. De Domkerk is daarmee één van de drukst bezochte kerkgebouwen van Nederland.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 38

Tijdens de RIB op 24 november 2016 zijn vanuit Kerken Kijken enkele wensen, suggesties en ambities genoemd, zoals: -

de bewegwijzering naar de historische binnenstadskerken verbeteren

-

verwijzing naar de historische binnenstadskerken via informatiemateriaal van de gemeente, van Utrecht Marketing/ Utrecht Toerisme, via de Uitkrant etc.

-

de binnenstadskerken en hun besturen meer betrekken bij allerlei stedelijke netwerken en podia, waar ook ondernemers, horeca, universiteit etc. elkaar treffen.

-

De binnenstadkerken meer betrekken bij uiteenlopende manifestaties, zoals Culturele Zondagen.

-

Kerken Kijken werkt inmiddels samen met Utrecht Marketing aan concrete punten als een vernieuwde website en informatiemateriaal.

-

Kerken Kijken zou ook steeds meer buiten de zomermaanden de kerkgebouwen willen openstellen, maar dan zijn de kosten ook hoger (organisatie, regelen van vrijwilligers, meer reiskosten vrijwilligers, kosten van verwarming in het stookseizoen, meer informatiemateriaal). Dat vraagt om hogere inkomsten en verhoging van de jaarlijkse subsidie.

-

Ook extra projecten en activiteiten vereisen aanvullend budget, dat kan in de vorm van een projectsubsidie (naast externe fondsenwerving), bijvoorbeeld voor een congres of een ander evenement, een project voor schoolkinderen, een kennisplatform op de website etc.

Foto: Kerken Kijken 2015. Bezoekers kunnen op panelen in twee talen over de geschiedenis van het kerkgebouw lezen.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 39

Publieksbereik De gemeentelijk afdeling Erfgoed kent een lange traditie in het voor het grote publiek tonen van resultaten van historisch onderzoek (archeologie, bouw- en architectuurhistorie). Aan de Utrechtse geschiedenis zijn veel publicaties en brochures gewijd. Enkele boeken gaan over kerkelijk erfgoed, zoals het in 2014 verschenen: De Utrechtse Domtoren, Trots van de stad. Naast publicaties wordt er veel aandacht besteed aan rondleidingen en lezingen, zodat de kennis van de stad letterlijk bij de mensen wordt gebracht. Afbeelding (boven): In 2014 verscheen De Utrechtse Domtoren, Trots van de stad. Foto (onder): De tentoonstelling in het Centraal Museum naar aanleiding van de publicatie De Utrechtse Domtoren, Trots van de stad.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 40

Kerkgebouwen als cultuurpodium De Utrechtse kerkgebouwen spelen al decennia lang een belangrijke rol als cultuurpodium voor met name muziek. Organisaties gelieerd aan kerken presenteren er hun concertseries en speciale projecten; andere organisaties in het culturele veld huren kerkgebouwen als een passende locatie voor een deel van hun programmering, zoals Festival Oude Muziek, Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, festival Le Guess Who? en poppodium Ekko. Ook zijn er kerkgebouwen die niet langer een religieuze functie hebben en die zich hebben ontwikkeld tot een waardevolle culturele voorziening: Leeuwenberghkerk, Buurkerk, Metaalkathedraal en Stefanuskerk. Iedere kerk streeft naar een eigen programmeringsprofiel dat de keuze voor activiteiten bepaalt. Dit profiel is mede afhankelijk van de visie op het gebruik van het kerkgebouw en de akoestische kwaliteiten van het gebouw. Over de hele stad bekeken wordt er in alle seizoenen geprogrammeerd; hoogwaardige én populaire cultuur komt aan bod en vaak zijn er ook educatieve activiteiten. Op sommige locaties wordt nadrukkelijk ingezet op een multidisciplinaire programmering, dus ook theater, dans, literatuur, film en exposities. De kerkgebouwen beschikken tezamen over een reeks fantastische historische orgels uit verschillende periodes.

Deze rijkdom aan instrumenten wordt goed benut en de stad kan bogen op uitstekende organisten. Zowel professionals als amateurs betreden het kerkelijk podium, lokaal talent staat in de programmering naast artiesten van internationale naam en faam. Al met al bieden kerkorganisaties en kerkhuurders een breed en aantrekkelijk cultureel aanbod dat op de eerste plaats is bedoeld voor publiek in de stad en regio, maar natuurlijk ook internationale bezoekers kan interesseren. Met hun veelzijdige en hoogwaardige programmering, in de binnenstad én daarbuiten, dragen de kerken in hoge mate bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht. Ze zijn echter niet altijd even goed zichtbaar en bekend, want het ontbreekt aan doeltreffende pr en marketing: een kwestie van menskracht en geld. Wel is er veel enthousiasme en betrokkenheid van organisatoren, coördinatoren en andere vrijwilligers die per kerk een gemeenschap op zich vormen. En er zijn gelijksoortige wensen om ambities beter te kunnen waarmaken en dat ook gezamenlijk op te pakken. Zo valt er vanuit stedelijk perspectief het nodige te winnen door afstemming van concerten (datum, tijdstip en inhoud) en een gezamenlijke pr. Dat kan de profilering van de afzonderlijke kerken én de profilering van Utrecht als aantrekkelijke cultuurstad alleen maar versterken.

Een concreet voorbeeld van artistiek-inhoudelijke samenwerking is het festival gewijd aan de Utrechtse (orgel)componist Jan Welmers dat voor het najaar 2017 gepland staat en waaraan acht kerken inclusief hun organisten deelnemen. De betrokkenen hebben het voornemen jaarlijks een groot samenwerkingsproject te organiseren. De geringe zichtbaarheid van het culturele aanbod in de kerken geldt zeker voor internationale toeristen. Er zijn inspirerende voorbeelden van steden in het buitenland (Keulen, Hamburg, Dresden) waar meer coördinatie is op de stedelijke pr en marketing, en de bezoeker via de VVV alle informatie kan krijgen over wat zich aan concerten in de diverse kerken afspeelt. Een gezamenlijke Utrechtse folder voor nationale en internationale bezoekers zou in Utrecht al een flinke stap vooruit zijn. En een prikkelende, goed zichtbare zomerprogrammering kan veel bijdragen aan het plezier van (inter)nationale bezoekers aan de stad.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 41

Sinds eind 2016 vormen de bij culturele programmering betrokken kerkorganisaties een platform voor overleg. Onderling en in samenspraak met de afdelingen Erfgoed en Cultuur van de gemeente worden de mogelijkheden voor een gezamenlijke coördinatie en pr verkend. Belangrijke potentiële partners als het Utrechts Festival Overleg, de Stichting Utrechtse Musea en Utrecht Marketing zullen hier zeker ook bij betrokken worden. Een knelpunt dat bij velen naar voren komt: het uitgangspunt van ‘open kerk zijn’ en zelf activiteiten organiseren botst regelmatig met de noodzaak tot verhuur van de kerk, soms aan partijen die gelijksoortige activiteiten organiseren. Verhuur is echter een noodzaak want het levert een belangrijke bron van inkomsten om de exploitatie, met hoge instandhoudingskosten van het kerkgebouw, rond te krijgen. Foto: Domkerk tijdens het Festival Oude Muziek (Bron: Remke Spijkers fotografie).

Bezoekersaantallen van concerten 2016 Zaterdagmiddagmuziek Domkerk:

12.000

Zondagmiddagconcerten Vleuten:

500

Nicolaïconcerten:

750

Jacobikerk:

200

Janskerk (Schola Davidica):

2.500

Pieterskerk:

2.000

Willibrorduskerk:

2.000

Beiaardconcerten UKV (met slotconcert):

3.700

Concept 16-06-2016 Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 42- blz. 42

11. Herbestemming van kerkgebouwen In de afgelopen decennia zijn in Utrecht al meer dan veertig kerken veranderd van functie, in zowel de binnenstad als kerkgebouwen in de wijken (zowel beschermde als niet beschermde kerkgebouwen). Een van de eerste voorbeelden daarvan was de rijksmonumentale St. Martinuskerk waar in 1989-1990 appartementen in gemaakt zijn. Inmiddels zijn er tal van andere voorbeelden van herbestemde kerken in de stad met een grote diversiteit aan functies: moskee, theater/cultureel centrum, kantoor, zalencentrum/ congrescentrum, feestzaal/concertzaal, café, woning, appartementen, museum. In andere steden in Nederland maar ook in het buitenland zijn voorbeelden van hotels in kerkgebouwen, maar ook winkels, een uitvaartcentrum, een bibliotheek, een urnenbewaarplaats, een skatebaan en een basisschool. Financiële haalbaarheid van de herbestemming is altijd een belangrijk onderdeel van de transformatie. Maar minstens zo belangrijk is het behoud van de monumentale waarden in relatie tot het nieuwe programma. Het gaat om keuzes maken, welwillendheid vanuit de gemeente voor een nieuwe functie op een bepaalde plek, draagvlak van omwonenden, adviseren in het kader van gemeentelijke regelgeving vanuit alle gemeentelijke afdelingen en dus een integrale benadering.

Elk monument is uniek, dat geldt ook voor het kerkgebouw, de aanpak zal dan ook altijd maatwerk zijn, net als bij herbestemming van andere monumentale gebouwen.

Foto links: Culturele activiteit in de Metaalkathedraal. (Foto uit collectie Maureen Baas) Foto rechts: Diner in de kap van de Metaalkathedraal. (Foto uit collectie Maureen Baas)

Daarnaast spelen ook de maatschappelijke en stedenbouwkundige context een rol. Welke sociaal-maatschappelijke aspecten spelen een nadrukkelijke rol in de omgeving van de kerk? -

het type wijk en de bevolkingssamenstelling;

-

welke behoefte is er in de wijk;

-

opgaven voor de toekomst van de wijk;

-

gemeentebrede opgaven die een plek kunnen krijgen in de wijk.

Wat is de stedenbouwkundige context: -

is het kerkgebouw markant in zijn directe omgeving;

-

is er bijvoorbeeld sprake van een negentiende eeuwse wijk met weinig openbare ruimte;

-

heeft de kerk een kerkplein of een grote tuin;

-

is er ruimte voor parkeren?

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 43

Herbestemmingsprofielen Cultuurhistorische kernwaarden en uitgangspunten bij (her)ontwikkeling. Inleiding Herbestemming met behoud van het historisch karakter is steeds maatwerk. Maatwerk vraagt niet alleen extra inspanningen van alle betrokken partijen, maar geeft over het algemeen ook minder zekerheden bij aanvang. Voor een goed verloop van zo’n proces is het daarom van belang om zo vroeg mogelijk uitspraken te kunnen doen over mogelijke ontwikkelingsrichtingen, zowel ter toetsing als ter inspiratie voor alle betrokken partijen: eigenaar, potentiële koper, huurder, ontwikkelaar, investeerder, architect, gemeente en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Daarom wordt hier een ‘herbestemmingsprofiel’ geïntroduceerd. Dit geeft inzicht in de cultuurhistorische kernwaarden van een kerkgebouw en uitgangspunten bij herontwikkeling. Om te beginnen is het van belang om een verkennend cultuurhistorisch onderzoek of quickscan te (laten) uitvoeren, waarbij de bouw- en verbouwingsgeschiedenis wordt vastgelegd en cultuurhistorische waardestelling op hoofdlijnen wordt opgesteld. Onderdeel van dat onderzoek is ook de stedenbouwkundige setting, de typologie van het kerkgebouw, de kunsthistorische waarden van het kerkinterieur en de ontstaansgeschiedenis van de kerk in relatie tot de wijk.

Een deel van deze informatie is al beschikbaar, want bij de aanwijzing van de kerken als beschermd monument is al een eerste vooronderzoek geschied. Dit cultuurhistorisch onderzoek op hoofdlijnen geeft handvatten om de kernwaarden van de betreffende kerk vast te stellen, vooral ook gerelateerd aan de andere beschermde kerken in de gemeente. Bij de analyse van de kernwaarden worden dezelfde beoordelingscategorieën aangehouden die ook bij de aanwijzing van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten worden aangehouden. Samengevat zijn dit de cultuurhistorie (gebruik en betekenis), architectuur-, bouw- en kunsthistorie en ensemblewerking (stedenbouwkundige setting), alle getoetst aan gaafheid/ authenticiteit en zeldzaamheid. En aan de hand daarvan is het mogelijk om mogelijkheden van herbestemming te bepalen en af te wegen, voorafgaande aan concrete plannen. Op die wijze kan een herbestemmingsprofiel al vroegtijdig inspiratie en richting geven aan eigenaar, architecten en ontwikkelaars. Op het moment dat plannen verder geconcretiseerd worden is het – net zoals bij andere verbouwings- en herbestemmingsprojecten - van belang om (uitgebreider) bouwhistorisch onderzoek te verrichten met een verder uitgewerkte waardestelling. Dan kan ook besloten worden om bijvoorbeeld kleuronderzoek te verrichten.

Het bouwhistorisch rapport wordt gebruikt om op gebouwniveau en per onderdeel bepaalde ingrepen van een bouwplan af te wegen. Het bouwhistorisch rapport dient te voldoen aan de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek 2009. In deze visie zal aan de hand van enkele voorbeelden een dergelijke analyse toegelicht worden, zodat duidelijk wordt hoe de kernwaarden van het kerkgebouw bepaald worden op basis van eerder verricht onderzoek en gedocumenteerde kennis. Er is geconstateerd dat er niet van alle 58 beschermde kerkgebouwen voldoende (diepgaand) vooronderzoek aanwezig is. Het is dus niet mogelijk om op basis van beschikbaar materiaal herbestemmingsprofielen te maken van alle beschermde kerkgebouwen. Bovendien vraagt dat extra capaciteit en

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 44

middelen die tijdens het maken van de visie niet beschikbaar was, gelet op de noodzakelijke zorgvuldigheid. Op dit moment is de planvorming voor een aantal kerkgebouwen (rooms-katholiek en protestants) al gaande, zodat deze analyse alsnog ingebracht kan worden. Voor de 24 beschermde kerkgebouwen die reeds herbestemd zijn, is deze analyse minder noodzakelijk. Het is natuurlijk wel mogelijk om de mogelijkheden van het herbestemmingsprofiel daaraan te toetsen. Voor alle andere beschermde kerkgebouwen zal de analyse gemaakt worden zodra bekend wordt dat afstoting aan de orde is, of de wens tot extra nevengebruik die kan leiden tot een verbouwing.

Foto: Interieur van St. Willibrordkerk in de binnenstad, 1875. (Bron: Hessel de Ruig)

Foto: Interieur van de naoorlogse Triumfatorkerk 1965. (Bron: HUA)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 45

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 46

Rooms-katholieke kerken en herbestemming Het eigendom van kerkgebouwen in de rooms-katholieke Kerk berust in Nederland niet bij de bisdommen, maar bij de plaatselijke parochies. De bisdommen stellen wel kaders vast voor het gebruik, het onderhoud, de verkoop, herbestemming en dergelijke van kerkelijk vastgoed in het algemeen en voor kerkgebouwen in het bijzonder. Binnen de gemeente Utrecht zijn er op dit moment (voorjaar 2017) vijf parochies (St. Ludgerusparochie, St. Martinusparochie, Salvatorparochie, Heilige Gerardus Majellaparochie en de Parochie Licht van Christus in Vleuten-De Meern), die verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van in totaal 14 kerkgebouwen. Vijf kerkgebouwen hebben de status van rijksmonument (St. Catharinakerk, St. Antonius van Paduakerk, St. Augustinuskerk, St. Willibrord in Vleuten, en de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming/ Mariakerk in De Meern), de overige acht kerkgebouwen zijn aangewezen als gemeentelijke monument (St. Rafaëlkerk, Gerardus Majellakerk, St. Gertrudiskerk, St. Dominicuskerk, H. Jacobuskerk, St. Josephkerk, St. Pauluskerk, St. Aloysiuskerk). Twee kerken hebben geen beschermde status (Nicolaas-Monicakerk, Johannes/Bernarduskerk). Logo: Aartsbisdom Utrecht. (Bron: www.aartsbisdom.nl) Kaart: De 15 rooms katholieke kerken in Utrecht, situatie vóór geplande sluitingen. (Bron: www.stadssynode030.nl)

De Nederlandse bisdommen hebben aangegeven dat op een termijn van 10 tot 15 jaar nog maar 10% van hun kerkgebouwen voor religieus gebruik zullen worden gebruikt. Voor de stad Utrecht betekent dit dat er op de lange termijn waarschijnlijk slechts twee katholieke kerkgebouwen voor de eredienst gebruikt zullen worden. Binnen de rooms-katholieke kerk heeft het kerkgebouw een sacrale status, het wordt gezien als ‘huis van God’, als een gewijde plaats die door een wijding of zegening voor de goddelijke eredienst, devotie en gebed bestemd is. Daarom kan een kerkgebouw pas worden vervreemd of herbestemd nadat de aartsbisschop bij onherroepelijk decreet heeft besloten het kerkgebouw aan de eredienst te onttrekken. De maatschappelijke betekenis ligt voor het bisdom vooral in het kerkbezoek voor zover het kerkgebouw het centrum van samenkomst is voor een geloofsgemeenschap die ook diaconale en caritatieve activiteiten behartigt die van belang zijn voor de maatschappij. Het bisdom ziet kerkgebouwen niet als ‘publieke ruimten’ in de ruime zin van het woord.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 47

Voor het bisdom is de architectonische of architectuurhistorische waarde van het kerkgebouw van ondergeschikte betekenis. Indien grote veranderingen aan de orde zijn bij roomskatholieke kerkgebouwen (zoals sluiting en verkoop) wordt onderling binnen de parochiebesturen afgestemd welke gebouwen er verkocht zullen worden. De parochie geeft aan een makelaar de opdracht tot verkoop. Maar elke verkooptransactie van gebouwen dient door de aartsbisschop te worden goedgekeurd (machtiging), op voordracht van het parochiebestuur. Daarnaast moet het bisdom ook haar goedkeuring geven aan nieuwe functies in het geval van volledige herbestemming (na ontwijding van de kerk). Voor het bisdom is niet elke herbestemming acceptabel, omdat rekening dient te worden gehouden met de waardigheid van het (voorheen gewijde) kerkgebouw. Rooms-katholieke kerkgebouwen mogen niet worden herbestemd als kerk van andere geloven dan de christelijke en joods-israëlitische. In het geval van een monumentaal interieur geldt de regel dat dit in principe niet mag worden veranderd (tenzij het gebouw officieel is onttrokken aan de eredienst). Andere geloofsgemeenschappen die een rooms-katholieke kerk willen kopen dienen te zijn aangesloten bij het CIOK (Interkerkelijk contact in overheidszaken).

Ten aanzien van het onderhoud van de kerkgebouwen zijn primair de parochiebesturen en hun kerkleden verantwoordelijk voor de onderhoudsstaat van de gebouwen en de bekostiging daarvan.

Commissie Kerkelijk Kunstbezit Een vertegenwoordiger van het Museum Catharijneconvent heeft zitting in de Diocesane Commissie Kerkelijk Kunstbezit. Dat is een orgaan van het Aartsbisdom Utrecht waar het Museum Catharijneconvent een adviserende rol heeft in het geval van herbestemming van kerkgebouwen en de kunsthistorische waardering van de kerkinterieurs (roerend en onroerende goederen). Daarnaast adviseert het Museum Catharijneconvent ook de eigenaren van de kerkgebouwen. Het museum heeft rapporten en inventarislijsten van de kerken en de kerkinventaris, die door het museum zijn beschreven en gewaardeerd in een digitale database die voor de kerkeigenaren digitaal toegankelijk is.

Foto: Hoofdaltaar van de Joseph-kerk. Het hoofdaltaar stamt uit 1913 en komt uit het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg, (1837 - 1919) DuitsNederlandse beeldhouwer, architect van kerkinterieurs. (Bron: afdeling Erfgoed)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 48

Voor de ontwijding en herbestemming van kerken en de gevolgen voor de kerkinventaris hanteert het bisdom specifieke regels (zie bijlage 8). Gezien het gewijde karakter van het katholieke kerkgebouw zijn nevenactiviteiten maar op zeer beperkte schaal mogelijk. Inkomsten uit nevenactiviteiten kunnen er wel zijn, maar officieel worden (culturele) nevenactiviteiten of de verhuur van kerkzalen door het bisdom niet erkend. Bij de keuze tot het sluiten en afstoten van kerkgebouwen vormt de vitaliteit van de kerkgemeenschap een doorslaggevende rol bij de keuze die gemaakt wordt. Dit principe strookt echter niet altijd met de praktijk. De gemeente heeft geen structureel overleg met het bisdom of de parochiebesturen. De beheerders en parochiebesturen weten de afdeling Erfgoed van de gemeente echter wel goed te vinden voor advies inzake onderhoud, restauratie, verkoop en herbestemming.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 49

Voorbeelden van herbestemde kerkgebouwen in Utrecht Foto: Interieur Heilig Hart kerk Oudwijk (appartementen), herbestemd 1998-1999. (foto Plegt-Vos b.v.). Door de gemeenschappelijk entree en de ontsluiting van de appartementen (lift en galerijen) vorm te geven als een losstaand ‘meubel’, blijft de hoogte van de oorspronkelijke kerkzaal te ervaren. Daarentegen vereisen de appartementen grote ingrepen in de (aan deze architectuurstijl eigen) gesloten buitengevels en het dak.

Foto: Interieur Moskee Mescid-I-Aksa, voormalige Noorderkerk, Royaards van den Hamkade, herbestemd in 1995. Door middel van een extra vloer en trappenhuis in de hoge kerkzaal is een nieuwe gebedsruimte gemaakt voor de Turkse Islamitische gemeenschap. Het oorspronkelijke interieur blijft goed zichtbaar.

Foto: Interieur voormalige St. Jacobus Bemuurde Weerd (foto’s Zecc Architecten). Deze kerk was in 2008 niet meer als religieuze ruimte, maar als antiekzaak in gebruik. De herontwikkeling tot woning gebeurde met respect voor de beleefbaarheid van de gehele kerkzaal. Grote interieurelementen zijn los in de ruimte geplaatst.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 50

Foto: Café Olivier, Achter Clarenburg (voormalige schuilkerk St. Maria Minor), herbestemd in 2006-2007. De kerkzaal met het orgel en de balkons is intact gebleven. Ten behoeve van de horecafunctie zijn een bar geplaatst, een toiletgroep achterin en zijn ventilatievoorzieningen in de muren aangebracht. Aan de buitenzijde is op reclameaanduidingen na niets gewijzigd. (Foto: Café Olivier)

Foto: Zimihc Theater Stefanus (voormalige Stefanuskerk, geen beschermd monument), Braziliëdreef, herbestemd in 2005-2006. In de kerkzaal is een grote theaterzaal met podium gemaakt voor 400 mensen. De open binnenplaats is overdekt, functioneert als foyer en er staat een grote bar. Aan de buitenzijde is vrijwel niets gewijzigd. (Foto: Zimihc)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 51

12. Rol van gemeente als adviseur voor kerkeigenaren Al decennia heeft de gemeente bij de afdeling Erfgoed een contactpersoon voor de beschermde kerken. Kerkeigenaren hebben hierdoor een vast aanspreekpunt binnen de gemeente, weten die makkelijk te vinden, en er bestaat daardoor ook een jarenlange vertrouwensrelatie. De vragen die gesteld worden betreffen regulier onderhoud, restauratie, duurzaamheid, beheer, gebruik en vergunningprocedures of bestemmingsplanwijzigingen. Ook herontwikkelingsplannen komen aan de orde. Daardoor heeft de gemeente goed zicht op wat er speelt en leeft en is in een vroeg stadium bekend wat er verwacht kan worden ten aanzien van sluiting, afstoting en herontwikkeling. Slechts enkele (grote) gemeenten hebben een specifieke contactpersoon voor kerkgebouwen. Het feit dat een dergelijke adviseur aanwezig en betrokken is wordt door de kerkeigenaren en beheerders in het algemeen zeer gewaardeerd. Men weet elkaar te vinden en de lijnen zijn daardoor kort en efficiënt. Ook potentiele kopers van kerkgebouwen weten de weg naar de afdeling Erfgoed en/of de betreffende adviseur goed te vinden. Bij de herontwikkeling van kerkgebouwen die afgestoten worden werkt de afdeling Erfgoed in positieve, proactieve zin samen met gebiedsmanagers en andere relevante afdelingen (stedenbouw, grondzaken, milieu, verkeer) binnen de ruimtelijke organisatie.

Dit is, net als bij elke andere herontwikkeling van beschermde monumenten, bedoeld om het transformatieproces mogelijk te maken en om het in goede banen te leiden. Net als bij elk ander beschermd monument in Utrecht is een belangrijke rol voor de gemeente het adviseren en faciliteren van de eigenaren van de beschermde kerkgebouwen. In de praktijk gebeurt dat ook bij het traject voor het verlenen van de Omgevingsvergunning en de begeleiding van onderhoud, restauraties, energiemaatregelen en verbouwingen. Ook voor deze categorie gebouwen is het wenselijk om proactief op te treden, zeker met een toenemende leegstand en verkoop van deze markante gebouwen. De gemeente heeft ten aanzien van beschermde kerkgebouwen de volgende rollen en zal dat blijven inzetten: 1

Continu: het voeren van structureel overleg met kerkeigenaren, zodat men van elkaar weet wat er speelt.

2

Open staan voor ander (tijdelijk) gebruik en daarmee herbestemming faciliteren.

3

Gemeente als makelpunt voor leegkomende kerken; vraag en aanbod bij elkaar brengen.

4

Het bieden van een goedkope lening voor cascoherstel van het gemeentelijke monument, uit het Utrechts Restauratiefonds.

5

Het stimuleren van haalbaarheidsstudies en/of het doen van onderzoek naar de monumentale waarden (waardenstelling en/of bouwhistorisch rapport).

6

Het bieden van advies en begeleiding, ook over energiemaatregelen en financiële mogelijkheden (subsidies en voordelige leningen van andere overheden, fondsen), indien dat gewenst is.

7

Het faciliteren van transformaties, net als bij elke andere herbestemming.

8

In contact komen met potentiele kopers die goede ideeën hebben voor nieuw gebruik.

9

Het laten maken van inventarisaties en waarderingen van de af te stoten kerken (interieur en losse onderdelen).

10

Het bieden van maatwerk bij financiering, in samenwerking met het Nationaal Restauratiefonds.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 52

Ter toelichting: 1

Met de Protestantse Gemeente Utrecht wordt al jarenlang een jaarlijks structureel overleg gevoerd waarin de staat van onderhoud van de gebouwen wordt besproken en de financiële stand van zaken van onderhoudsreserves. Voor de vijf grote binnenstadskerken vormt het Binnenstadskerkenfonds (waarin in het verleden donaties van gemeente en provincie zijn gedaan) daarin een apart onderdeel. Het structurele overleg heeft een grote meerwaarde doordat men zo regelmatig op de hoogte is van elkaars stand van zaken en knelpunten. Indien nodig kan daar dan specifieke actie op worden ondernomen. Zowel gemeente als de provincie en de PGU zijn zeer positief over dit structurele overleg. Met de andere kerkeigenaren bestaat een dergelijk overleg nog niet, hier ontstaat het contact veelal op verzoek van concrete vragen van de eigenaar. Een breed jaarlijks stedelijk overleg met alle kerkeigenaren waarin men zijn agendapunten zou kunnen inbrengen kan dan ook wenselijk zijn, zoals dat in november 2015 plaatsvond op een zeer goed bezochte bijeenkomst voor kerkeigenaren.

2

Bij andere monumenten is het openstaan voor ander tijdelijk gebruik en herbestemming al de praktijk bij de afdeling Erfgoed. Bij het omgaan met kerkgebouwen wordt dezelfde lijn gevolgd. Van belang daarbij is een goede afstemming met andere afdelingen binnen de gemeente (gebiedsteams/gebiedsmanager, Vergunningen Toezicht en Handhaving).

3

De gemeente heeft een makelpunt voor leegstaand vastgoed, daar worden de kerken ook bij betrokken. De ervaring leert dat de markt op dit moment zelf ook goed zijn werk doet. De gemeente raakt dan betrokken op het moment dat er een potentiële koper gevonden is.

4

De mogelijkheid van een goedkope lening bestaat sinds 2006, elke monumenteigenaar van een gemeentelijk monument kan hier gebruik van maken mits in het URF voldoende middelen aanwezig zijn. In de afgelopen paar jaar heeft de gemeente op deze manier een paar grote herbestemmingsprojecten van gemeentelijke monumenten ondersteund. De gemeente blijft uit dit fonds goedkope leningen verstrekken, ook voor kerkgebouwen.

5

Haalbaarheidsstudies of waardenstellingen kunnen goed gebruikt worden als opmaat naar een transformatie. Het is voor zowel de nieuwe eigenaar als de gemeente zeer bruikbaar, vooral om uit dergelijke rapporten te kunnen herleiden waar de transformatieruimte precies zit. Ook voor architecten zijn dergelijke studies zeer goed bruikbaar. Het geeft inzicht in de monumentale waarden waarbij men rekening kan houden met het nieuwe ontwerp en een nieuw gebruik.

6

Het adviseren en begeleiden bij instandhouding, verbouwen en restauratie is al de dagelijkse praktijk bij beschermde monumenten, ook bij kerkgebouwen. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van concrete vragen en is een vaste kerntaak van de afdeling Erfgoed.

7

De afdeling Erfgoed is bij elke grote herbestemming nauw betrokken bij het proces en eindresultaat, en stemt de weg ernaar toe af met andere afdelingen binnen de gemeente. Bij kerkgebouwen is dat niet anders, zeker als er sprake is van een bestemmingswijziging.

8

Potentiële kopers van beschermde monumenten melden zich meestal op het moment dat men een bod wil uitbrengen of als er al een (voorlopig) koopcontract is. Bij kerkgebouwen die te koop staan is dat ook het geval, maar recent valt op te merken dat er - zeker sinds bekend is dat er vijf katholieke kerken gaan sluiten - ook partijen zijn die zich in een veel eerder stadium willen oriënteren bij de gemeente ten aanzien van wat er mag en kan. Dat is een positieve ontwikkeling waarbij de gemeente in een vroeg stadium

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 53

kan aangeven hoe men tegenover bepaalde ideeën, voorstellen of initiatieven staat. 9

Van de RK-kerken die zullen worden afgesloten heeft de afdeling Erfgoed per afzonderlijke kerk een inventarisatie en waardering laten maken van het gebouw, het interieur en de in het interieur aanwezige onderdelen. Het is zeer wenselijk om van elke kerk die zijn kerkelijke functie gaat verliezen een dergelijke inventarisatie te maken. Dan heeft men een zeer bruikbaar handvat bij een toekomstige transformatie en kunnen vragen van initiatiefnemers adequater beantwoord worden.

10

Maatwerk bij een financiering wordt aangeboden in samenwerking met het Nationaal Restauratiefonds.

Bij alle bovenstaande punten zal de gemeente haar rol blijven continueren. In de toekomst zal het structureel overleg worden voortgezet en extra aandacht krijgen, gelet op de (toenemende) vraag van te herontwikkelen kerkgebouwen. Ook het laten maken van inventarisaties van (leegkomende) kerkgebouwen blijft van belang. De dialoog met de huidige en nieuwe eigenaren is van groot belang om nieuwe functies mogelijk te maken en zo de monumentale kerkgebouwen voor de stad te behouden. De discussie daarin over wat wel en niet van monumentale waarde is, moet daarbij vooral goed gevoerd worden, met alle betrokkenen. Een integrale benadering is bij elke herbestemming van groot belang. Van de gemeente vraagt dat om een goede interne samenwerking en afstemming. Foto: Symposium van de Vereniging Oud-Utrecht over de toekomst van kerken in de stad Utrecht, 22 september 2015. De gemeente was op dit symposium gastspreker. (foto: Vereniging OudUtrecht)

Kerkgebouwen in het bestemmingsplan De kerkgebouwen hebben in het bestemmingsplan voor de binnenstad de bestemming ‘Maatschappelijk’ met als aanduiding ‘religie’ en daaronder wordt verstaan: religieuze doeleinden, alsmede culturele en maatschappelijke voorzieningen. De kerkbesturen hebben zelf aangegeven of ze daarnaast ook de aanduiding specifieke horeca en zaalverhuur wensten. De mogelijkheden voor horeca en zaalverhuur (voor besloten, particuliere bijeenkomsten) zijn voor de protestantse kerken opgenomen, niet voor de katholieke en oud-katholieke kerken.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 54

13. De rol van het particuliere initiatief en het wijkinitiatief Sinds in 2014 officieel bekend is geworden dat meerdere katholieke kerken gesloten en afgestoten zullen worden zijn er meerdere particuliere initiatieven ontstaan die de monumentale kerkgebouwen voor de wijk willen behouden en bij voorkeur ook een nieuwe duurzame functie willen geven. Daarnaast is er ook landelijk veel aandacht voor de leegstand, sluiting en herontwikkeling van kerken. De Nationale Agenda Toekomst Religieus Erfgoed, onder de vlag van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, heeft hiervoor een platform opgericht, organiseert diverse bijeenkomsten en congressen en ook lokale, concrete projecten. In februari 2015 is het landelijke project “Adopteer een Kerk” gelanceerd. In dit project, een samenwerking van de Stichting BOEI, Stadsherstel Amsterdam en de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in het kader van de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed, worden zeven kerkgebouwen in Nederland die zich in een transitieproces bevinden gevolgd gedurende tien maanden. De initiatiefnemers, ondersteund door een expertgroep van herbestemmingsdeskundigen, werken aan de (tijdelijke) herbestemming van hun kerk. Daarbij is het streven dat men van elkaar en van de expertgroep leert.

De kennis die daarbij wordt opgedaan wordt publiekelijk gedeeld via het landelijke platform van de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed. Zo zijn de trajecten voor iedereen te volgen en kunnen ook anderen profiteren van de opgedane kennis en ervaring.

Twee voorbeelden van particuliere (wijk)initiatieven uit Utrecht Adopteer een kerk: St. Josephkerk (Draaiweg 44) Het Bestuur van de St. Ludgerusparochie heeft besloten vijf van haar zes kerken te verkopen, waaronder de St. Josephkerk. Vanuit bovengenoemd landelijk initiatief doet de St. Josephkerk (gemeentelijk monument) mee aan “Adopteer een kerk”. Er wordt gezocht naar mogelijkheden de kerk voor de wijk en twee migrantengemeenschappen open te houden, als opmaat naar een duurzame herontwikkeling van de kerk. De locatieraad van de parochie en wijkbewoners zijn hierbij betrokken. De experts van “Adopteer een kerk” geven de betrokkenen tips en advies, ook over de rol van de gemeente. De gemeente is reeds op de hoogte van dit initiatief. Op 25 maart 2017 vond er in de kerk een bijeenkomst plaats waarbij met wijkbewoners en enkele experts gesproken is over behoud van de kerk voor de wijk en een daaraan gerelateerde functie. Daarbij bleek dat het draagvlak in de wijk groot is.

Foto: Interieur St. Josephkerk. (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 55

Particulier wijkinitiatief: Stadsklooster Utrecht - St. Antonius van Padua De rijksmonumentale St. Antoniuskerk is ook een van de te verkopen kerkgebouwen van de St. Ludgerusparochie. Een groep mensen uit de kerk en uit de wijk hebben het initiatief genomen om de kerk aan te kopen en haar een nieuwe toekomst te geven waardoor deze een toegevoegde waarde blijft behouden voor de wijk en voor de stad. De katholieke gemeenschap die nu de Antoniuskerk voor vieringen gebruikt, wil daar blijven kerken, ook als de kerk verkocht is en een bredere bestemming heeft gekregen. Ze hebben dan niet het hele gebouw nodig, een deel daarvan is voldoende. Het is de bedoeling het kerkgebouw daarom een bredere bestemming te geven: naast de religieuze, ook een maatschappelijke en een culturele. Deze functies gaan elkaar versterken omdat ze vanuit dezelfde missie ontwikkeld worden: ruimte voor aandacht en verbinding. Uit de groep initiatiefnemers is een projectgroep gevormd. Deze projectgroep bereidt de aankoop van de kerk voor. Bij de herbestemming hoort een gezonde financiële basis. De komende periode zal daarom in het teken staan van het oprichten van een rechtspersoon die de kerk zal kopen, het vinden van financiering voor aankoop en het verbinden van ondernemers en deelnemers binnen de missie “ruimte voor aandacht en verbinding”.

En er zal intensief contact zijn met de gemeente vanwege de bestemming van de kerk, de benodigde vergunningen en de plannen bij de herontwikkeling van de Kanaalstraat/Lombok. Ook is er nauw overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De plannen die de projectgroep heeft ontwikkeld en verder gaat ontwikkelen, gaan in samenspraak met de bewoners van de wijk en de gemeente. De plek moet niet een concurrent worden van al bestaande initiatieven op maatschappelijk en cultureel gebied. Daarom wordt ook nadrukkelijk contact gezocht met betrokkenen uit de wijk. Ook wordt aangesloten bij de plannen die de gemeente ontwikkelt bij het Stationsgebied en de Kanaalstraat/Lombok. Het uitgangspunt van de plannen is dat de kerk een open uitstraling krijgt naar de wijk. Eerste verkennende gesprekken met de gemeente en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben reeds plaatsgevonden. Zie ook www.stadskloosterutrecht.nl

Foto: St. Antonius van Padua. (foto Slagboom en Peeters, luchtfotografie)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 56

14. Actuele situatie in Utrecht en landelijke ontwikkelingen Tijdens de totstandkoming van deze visie hebben zich ontwikkelingen voorgedaan bij meerdere monumentale kerkgebouwen waardoor het aantal af te stoten of te herontwikkelen kerken wat toegenomen is. Ook zijn er kerken (voorlopig, onder voorwaarden) verkocht aan nieuwe eigenaren. Dit betreft de rooms-katholieke St. Jacobuskerk, de Triumfatorkerk en de Westerkerk, gemeentelijke monumenten. De verkoop van de Westerkerk was al bekend. De roomskatholieke St. Jacobuskerk (Zuilen, Prins Bernardplein) en de protestantse Triumfatorkerk (Kanaleneiland, Marco Pololaan) – beide gemeentelijke monumenten – zullen worden verkocht aan andere geloofsgemeenschappen. Dit lijkt een trend te zijn in Utrecht, waar kennelijk behoefte is aan kerkruimte voor bestaande of nieuwe geloofsgemeenschappen. De Pniëlkerk in de Halve Maan was daar in 2015 het eerste voorbeeld van. Van enkele protestantse kerken is de verwachting dat plaatselijke wijkgemeenten mogelijk gaan fuseren in de toekomst omdat kerkgemeenschappen te klein worden. Het is nog niet bekend om welke kerken het gaat. Over de Bethelkerk in Zuilen (gemeentelijk monument - eigendom Protestantse Gemeente Utrecht) is wel een besluit genomen. De protestantse wijkgemeente Zuilen maakt een nieuwe start in september 2017 met de Oranjekapel als vierplek en de Bethelkerk als buurtklooster.

De vernieuwde gemeente kiest ervoor om bewust wijkgericht te zijn: “Geen doelgroepkerk, maar kerk voor de wijk.” De burgelijke gemeente is in gesprek met de eigenaar over mogelijke herontwikkeling. De eigenaar voert een haalbaarheidsonderzoek uit (voorjaar 2017) voor de nieuwe functie waar ook plaats zal zijn voor de kerkgemeenschap. Het afstoten van enkele katholieke kerken (St. Jacobus, St. Dominicus, St. Antonius en St. Joseph) was al langer bekend. Ook de St. Gertrudiskerk (Rivierenwijk) – gemeentelijk monument – heeft een krimpende kerkgemeenschap, het lijkt er dan ook op dat deze kerk niet lang meer levensvatbaar zal zijn voor viering van de eredienst. Het contact vanuit het parochiebestuur met de gemeente in verband met toekomstige herbestemming is al gelegd. De vakgroep Erfgoed wil het instrument van het herbestemmingsprofiel bij deze herontwikkelingen inzetten. In de toekomst (op een termijn van enkele jaren) zullen in de stad Utrecht nog meer katholieke kerken worden afgestoten. Daarover is binnen de katholieke kerk in Utrecht gesproken tijdens de eerste stadssynode van Utrecht. Op dit moment (voorjaar 2017) is nog niet duidelijk welke kerken dat zullen zijn. Ook zullen de parochies in Utrecht opnieuw worden gereorganiseerd en of samengevoegd.

Landelijke ontwikkelingen in het kader van de Nationale Agenda religieus erfgoed Tijdens het slotsymposium van de Nationale Agenda Toekomst Religieus Erfgoed op 8 december 2016 in de Grote Kerk van Naarden, blikte Susan Lammers, directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, terug op de resultaten van de agenda: “Op 8 december 2016 hebben verschillende landelijke partners een collectieve strategie voor de komende jaren gepresenteerd in de Grote Kerk in Naarden. In juni 2014 werd gestart met deze samenwerking op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een brede maatschappelijke coalitie van zo’n twintig partijen heeft de afgelopen 2,5 jaar hard gewerkt om religieus erfgoed op de maatschappelijke en bestuurlijke kaart te zetten. Dit heeft geresulteerd in een aantal actiepunten. “

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 57

Tekst en foto: Slotbijeenkomst Nationale Agenda Religieus Erfgoed op 8 december 2016 in de Grote Kerk in Naarden (Bron: www.toekomstreligieuserfgoed.nl)

Tien landelijke actiepunten 1.

Vanaf 2017 zal door de partners in vervolg op de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een voorzetting van hun samenwerking worden georganiseerd;

2.

Alle partners zetten zich voluit in om op een actieve manier bij te dragen aan het gebruik, het behoud en de ontwikkeling van het religieus erfgoed alsmede aan de versterking en uitbreiding van het hiervoor benodigde maatschappelijk draagvlak;

3.

De rijksoverheid neemt samen met de eigenaren en met Museum Catharijneconvent het voortouw om te komen tot deling, bundeling en fundering van kennis en expertise in een kenniscentrum/expertisenetwerk (on-)roerend religieus erfgoed. Gezamenlijk ontwikkelen partners nieuwe en noodzakelijke kennis voor het behoud van het religieus erfgoed;

4.

Eigenaren zetten zich in om vroegtijdig toekomstige ontwikkelingen in beeld te brengen en die inzichten te delen en daartoe in overleg te treden met relevante partners;

5.

De rijksoverheid neemt het initiatief tot een waardedifferentiatie religieus erfgoed (onroerend en roerend), waarin een nieuwe balans tussen behoud en ruimte voor transformatie het uitgangspunt vormt. Partners dragen hier vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en in onderlinge afstemming aan bij;

6.

De rijksoverheid evalueert in het licht van de opgave in 2018 haar financieel monumenteninstrumentarium en beziet of op basis hiervan een herallocatie van middelen noodzakelijk is;

7.

Provinciale overheden ondersteunen initiatieven op het gebied van behoud of herbestemming van religieus erfgoed door hun instrumenten voor ruimtelijke ontwikkeling actief in te zetten;

8.

Gemeentelijke overheden zetten zich in om lokale scenario’s vroegtijdig in beeld te brengen en ontwikkelen in samenwerking met de lokale partners kennis van en visie op het lokale religieus erfgoed;

9.

Daarnaast maken gemeenten hun wet- en regelgeving nog beter toegankelijk en stellen die dienstbaar aan het voortgezet gebruik of de herbestemming van religieus erfgoed;

10.

Maatschappelijke organisaties zetten hun kracht waar mogelijk in om een kansrijke toekomst voor religieus erfgoed pro-actief te ondersteunen.

Bron: www.toekomstreligieuserfgoed.nl

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 58

15. Conclusies Utrecht heeft een aanzienlijke rijkdom aan kerkelijke monumenten en behoort daarmee tot de top in Nederland, zowel kwalitatief als kwantitatief. De bescherming van monumentale kerkgebouwen is op orde en de meeste gebouwen verkeren in een goede staat, qua casco en onderhoud. Onder meer door de diversiteit aan geloofsgemeenschappen speelt de landelijke problematiek minder en de mogelijkheden voor het verdienen door nevengebruik is gezien de centrale ligging relatief groot. Toch is de landelijke trend van leegstand en mogelijke afstoting van monumentale kerkgebouwen inmiddels ook in de gemeente Utrecht zichtbaar, zij het nog in relatief beperkte mate. Als gevolg van de vergrijzing en het daarmee afnemend kerkbezoek is wel te verwachten dat een toenemend aantal kerkelijke gebouwen zal worden afgestoten, zowel in katholieke en protestantse kringen, als van andere geloofsgemeenschappen. Passend hergebruik zal een belangrijke opgave worden en blijven. Bij een deel van de monumentale kerkgebouwen zijn nu en in de nabije toekomst geen problemen ten aanzien van gebruik en instandhouding te verwachten. Wel kunnen de mogelijkheden voor goede exploitatie en extra inkomsten nog beter worden benut en daarmee duurzaam behoud gewaarborgd blijven.

Meerwaarde van de binnenstadskerken Na de grote restauraties in de jaren zeventig en tachtig is het belang van de binnenstadskerken als toeristische trekpleister allen maar toegenomen. Het merendeel van de binnenstadskerken heeft ook nog steeds een religieuze functie met wekelijkse of tweewekelijkse kerkdiensten, gecombineerd met trouw-, begrafenis- en doopdiensten. Het kerkbezoek daalt de laatste jaren steeds verder. Naar verwachting zal de toeristische betekenis van de binnenstadskerken in de loop der jaren alleen maar toenemen. Een goed gebruik zorgt voor een goed beheer. De gemeente werkt daarom ook graag en pro-actief mee met wijzigingen voor het beoogde nevengebruik van monumentale kerkgebouwen, maar wel op een manier dat de belangrijkste monumentwaarden overeind blijven. Dat geldt niet alleen voor verbouwingen en uitbreidingen, maar ook voor extra voorzieningen in het kader van een betere toegankelijkheid of juist vluchtmogelijkheden, brandvoorzieningen, verlichting en verwarming. Meerwaarde van de wijkkerken Voor de wijkkerken geldt dat zij vaak een jarenlange actieve maatschappelijke betrokkenheid hebben getoond naar de directe omgeving. Behoud van de religieuze functie kan een meerwaarde beteken voor de wijk, maar zal gezien de krimpende gemeenschap in veel kerken op termijn niet haalbaar blijken te zijn.

Indien mogelijk zou juist deze maatschappelijke betekenis op de een of andere manier gecontinueerd moeten worden bij herbestemming. Er kan bijvoorbeeld ruimte in de kerk beschikbaar blijven voor de ‘gemeenschap’ die elkaar wil blijven ontmoeten. Die ontmoetingsplek in combinatie met een nieuwe functie kan tevens een grote meerwaarde blijken voor anderen in de wijk. Ook omdat het vaak gaat om een beeldbepalend gebouw in zijn omgeving waar wijkbewoners waarde aan hechten. Nevengebruik, exploitatie en duurzaamheid De steeds grotere dominantie van het nevengebruik vraagt om andere voorzieningen in de kerk, Vaste opstellingen van (kerkelijk) meubilair worden in die zin steeds meer als beperking gezien. Verder bestaat steeds vaker de wens om bijruimten te realiseren, zoals pantry’s, toiletvoorzieningen of aparte vergaderzalen. In de Geertekerk heeft de wens tot verhuur van verschillende ruimten geleid tot het aanbrengen van glazen tussenwanden. Dit bredere

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 59

gebruik genereert de neveninkomsten die noodzakelijk zijn voor een gezonde (en wellicht duurzame) exploitatie van de monumentale kerken. Ook voorbeelden als ‘Huur een kerk’ , onder andere in de kerk aan de Boothstraat en de Nieuwe Kerk (Wittevrouwen), zijn goede voorbeelden van een moderne exploitatie. Ook de Ste. Gertrudis met het vergadercentrum In de Driehoek is exemplarisch als het gaat om het goed benutten van exploitatiemogelijkheden waarmee een belangrijke economische drager ontstaat voor de instandhouding van het monument. Energiebesparing draagt bij aan het verbeteren van de exploitatie, maar is afhankelijk van de investeringsmogelijkheden van de kerkeigenaar. Grote investeringen lonen vooral bij een aanzienlijke energierekening. Toeristisch potentieel Op toeristisch gebied liggen kansen voor met name de binnenstadkerken en mogelijk ook voor kerken net buiten het centrum. Maar de inkomsten uit toerisme komen niet ‘automatisch’ bij de eigenaren terecht. Kerkeigenaren zijn geen voorstander van entreeheffing. Nieuwe, digitale initiatieven als ‘Religiana’ bieden wel mogelijkheden om bezoekers te laten betalen. Soms wordt de toeristische potentie beperkt vanwege het primaat van het religieus gebruik ten opzichte van de ‘museale’ functie van de kerkgebouwen. Het toeristische potentieel wordt in samenwerking met Utrecht Marketing en Kerken Kijken verder uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a785d00e-6447-4822-abd4-632160818eae