CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Utrechtse visie religieus erfgoed

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Religieus erfgoed19.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Utrechtse visie religieus erfgoed 9 mei 2017

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 2

Foto: De Buurkerk, een vroeg voorbeeld van een herbestemming van een binnenstadskerk. Sinds 1984 is hier het museum Speelklok gevestigd. (Bron: Slagboom en Peeters luchtfotografie)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 3

Inhoud Voorwoord

05

1

Inleiding

07

2

Doel en resultaat

08

3

Definitie religieus erfgoed

09

4

Betekenis en achtergrond van kerkgebouwen

10

5

Een nadere blik op het kerkgebouw

14

6

Aanwijzing van kerkgebouwen tot monument

23

7

Huidige situatie, bouwkundige staat en gebruik

25

8

Financiële aspecten; beheer, onderhoud en exploitatie

30

9

Energiebesparing en kerkgebouwen

34

10 Toeristisch potentieel

35

11 Herbestemming van kerkgebouwen

42

12 Rol van gemeente als adviseur voor kerkeigenaren

51

13 De rol van het particuliere initiatief en het wijkinitiatief

54

14 Actuele situatie in Utrecht en landelijke ontwikkelingen

56

15 Conclusies

58

Dankwoord

63

Bijlagen -

1 Korte weergave van gesprekken met stakeholders en samenvatting Raadsinformatiebijeenkomst 24-11-2016

-

2 Tabel herbestemde kerken

-

3 Tabel gesloopte kerken

-

4 Achtergrond binnenstadskerken: restauratiefilosofie en museaal gebruik

-

5 De Tien Geboden bij (tijdelijk) herbestemmen

-

6 Drie voorbeelden van herbestemmingsprofielen

-

7 Kerkgebouwen van de Protestantse Gemeente Utrecht

-

8 Rooms-katholieke kerken en onttrekking aan de eredienst

-

9 Rijksmonumentale orgels in Utrecht

- 10 Overzicht van luidklokken in Utrecht - 11 Overzicht van complexen ensembles en kerkgebouwen - 12 Type en bouwstijl kerken Utrecht - 13 Voorbeelden van herbestemde kerken in Nederland en het buitenland - 14 Literatuur en bronnen

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 4

Foto: Interieur St. Dominicus (Oog in Al). (Bron: www.Kerkfotografie.nl)

Foto: Waxinelichthouder St. Dominicuskerk. (Bron: www.Kerkfotografie.nl)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 5

Voorwoord Voor Utrecht is het religieus erfgoed van grote betekenis. Dat geldt in de eerste plaats voor inwoners voor wie de kerk en het kerkgebouw de plek is voor hun religieuze beleving en als ontmoetingsplek met anderen. Dit geldt ook voor bewoners voor wie het kerkgebouw deel uitmaakt van de eigen, dagelijkse leefomgeving. En voor bezoekers, die de historische omgeving in het algemeen waarderen of als zeer geïnteresseerde toeristen actief de kerkelijke gebouwen gaan bezichtigen, die gaan kerken kijken. Dat bijzondere erfgoed maakt dat we trots zijn op Utrecht als kerkenstad. Religieus Erfgoed is ook voor de Vereniging Oud-Utrecht belangrijk. De Vereniging nam in 2015 het initiatief voor een symposium en dat leidde uiteindelijk tot een motie in de gemeenteraad die in november van dat jaar is aangenomen. De motie bestond uit een opdracht aan het College van Burgemeester en Wethouders om een Utrechtse visie op te stellen en met de stakeholders, onder wie de eigenaren en kerkenexperts, in gesprek te gaan. Dat leidde tot een concept dat ik in juli 2016 naar de Raadscommissie Stad en Ruimte heb gestuurd. Mede naar aanleiding van een Raadsinformatiebijeenkomst op 24 november 2016 is de Visie aangepast en uitgebreid tot dit document. In mijn brief van 22 december 2016 heb ik de Raadscommissie meegedeeld dat de Visie op diverse onderdelen zou worden aangevuld.

Het is nu een Visie geworden waarin vrijwel alle aspecten van dit erfgoed behandeld worden, en niet alleen de vier speerpunten: exploitatie, herbestemming, toeristisch bezoek en de rol van de overheid. Over het proces kunt u in de inleiding meer lezen. De Gemeenteraad wordt volgens de planning in de gelegenheid gesteld de Visie voor het komende zomerreces te behandelen. Wat ik nu reeds als positief zie is dat er met deze Visie een actueel overzicht beschikbaar is van het huidige gebruik van de monumentale religieuze gebouwen. Daarmee is ook inzichtelijk gemaakt welke gebouwen leeg komen te staan en waarvoor een nieuw gebruik moet worden gezocht. Hoewel de landelijk problematiek van leegstand aanzienlijk minder aan de orde is in Utrecht, is het aantal kerkgebouwen dat verkocht gaat worden al weer toegenomen sinds het concept van de Visie. Vanzelfsprekend moet de informatie in dit document zoveel mogelijk met alle betrokkenen worden gedeeld. Positief is ook het goede contact met de uiterst belangrijke groep stakeholders, de kerkeigenaren, die ik eerder al enkele malen uitnodigde en waarmee ik ook in de komende tijd in gesprek wil blijven. Kees Geldof Wethouder voor erfgoed en monumenten

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 6

Foto: Bijeenkomst 19 mei 2016 in Deventer over de rol van de gemeenten bij instandhouden en herbestemmen van kerkgebouwen.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 7

1. Inleiding Monumentale kerkgebouwen vertegenwoordigen een cultuurhistorische rijkdom en zijn soms zelfs symbool voor een stad, dorp of wijk. De gebouwen hebben primair een religieuze betekenis, naast een algemene maatschappelijke en culturele betekenis. Naast de waardering voor de betekenis en cultuurhistorische rijkdom zijn er de afgelopen decennia ook veel zorgen over de toekomst van de kerkgebouwen. Ontwikkelingen in de samenleving leiden tot een teruglopend kerkbezoek en vooral als gevolg daarvan geringere inkomsten voor kerkeigenaren, daarmee mogelijke leegstand en tenslotte het afstoten van kerkgebouwen. Tegelijkertijd biedt dit ook kansen voor transformaties en tijdelijk gebruik. Daar zijn in Utrecht al veel succesvolle voorbeelden van. De ontwikkelingen in Nederland werden al uitvoerig gesignaleerd in 2008 in het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed. Toen was sprake van vele honderden kerken en kloosters die hun functie in de toekomst zouden gaan verliezen. Een aantal van twee per week in heel Nederland werd destijds genoemd, met mogelijke gevolgen voor het monumentale gebouw, het interieur en de interieuronderdelen. Na dit Jaar leidde dit tot initiatieven van de rijksoverheid (Nationale Agenda Toekomst Religieus Erfgoed) en van particuliere organisaties. Ook in de gemeente Utrecht speelt de kerkenopgave in zekere mate.

Dat is niet verrassend, gelet op het aanzienlijke aantal historische kerkgebouwen - ondanks de gunstige positie ten opzichte van vele andere steden. De Utrechtse gemeenteraad heeft op 12 november 2015 het college in een motie om een visie op de toekomst van religieus erfgoed gevraagd. Het college van B&W wordt daarin opgedragen om: “Conform de ambities zoals vastgelegd in de Utrechtse Erfgoedagenda uit 2013 het initiatief te nemen om door middel van een gecoördineerde aanpak met de eerdergenoemde stakeholders een ‘Utrechtse visie religieus erfgoed’ op te stellen en deze uiterlijk voor het zomerreces 2016 in concept aan de raad te sturen. Deze ‘Utrechtse visie religieus erfgoed’ in een technische RIA met de stakeholders en de raad te bespreken en vervolgens ter besluitvorming aan de raad aan te bieden.” Genoemde stakeholders zijn: in de eerste plaats de eigenaren van de kerkgebouwen, Vereniging Oud-Utrecht, Museum Catharijneconvent, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, BOEI, Stichting Behoud en Herbestemming Religieus Erfgoed en de Taskforce Toekomst Kerkgebouwen. In juni 2016 is met een groot deel van deze stake-holders gesproken en zijn vragen schriftelijk of mondeling beantwoord. Een korte weergave van de gesprekken en bijdragen staat in bijlage 1. Een deel van de opmerkingen was al verwerkt in de concept-kerkenvisie.

Bij deze definitieve versie zijn de overige (zowel mondelinge als schriftelijke) reacties naar aanleiding van de raadsinformatiebijeenkomst op 24 november 2016 verwerkt. Het concept van deze kerkenvisie is met kerkeigenaren, andere belanghebbenden en raadsleden besproken tijdens bovengenoemde raadinformatiebijeenkomst.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 8

2. Doel en resultaat Het doel van dit document is om een visie te verschaffen waar de raad in de motie van november 2015 om heeft verzocht en daarbij alle relevante achtergrondinformatie te beschrijven. De stand van zaken ten aanzien van de Utrechtse monumentale kerkgebouwen wordt in kaart gebracht - huidig gebruik, verwachte leegstand en afstoting op korte en middellange termijn. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen die voor een deel afkomstig zijn van de kerkeigenaren, locale en landelijke stakeholders en volgens de gemaakte toezeggingen met de raad (concept voor het zomerreces, raadsinformatiebijeenkomst in november 2016, en vervolgens besluitvorming). Benoemde speerpunten zijn daarbij: 1

Exploitatie - specifiek voor kerkgebouwen, de rol daarbij van energie- en duurzaamheidsaspecten, opbrengsten van culturele evenementen, naast de mogelijkheden voor zakelijke verhuur en tevens discussie over verdienmodellen van toeristisch bezoek.

2

Profielen voor herontwikkeling - wat is gegeven de monumentale kernwaarden de transformatieruimte bij herbestemming (de bandbreedte van aanpassingen verschilt per kerkgebouw), maar niet op het niveau van alle 58 individuele monumentale kerkgebouwen.

3

Expliciet definiëren van de rol van de gemeente, voor advisering bij instandhouding en herbestemming (technisch, financieel, procesmatig, vergunningen), van registratie van het monument tot waardenstelling (kerkgebouw qua monumentale waarden waaronder uniciteit en zeldzaamheid, typologie e.d.) en bouwhistorische opnamen of onderzoek.

4

Uitwerking van het toeristisch potentieel - betekenis voor de economie en de identiteit van de stad.

Ambitie Deze kerkenvisie beschrijft ook het maken van handvatten voor het in stand houden van bestaande kerken en het herbestemmen van leegkomende kerkgebouwen in de gemeente. Dergelijke handvatten kunnen worden gebruikt door eigenaren, beheerders en ontwikkelaars en vormen tegelijkertijd een sturingsmiddel voor de gemeente. Op deze wijze willen we het historische en rijk geschakeerde kerkenlandschap van Utrecht duurzaam behouden voor de toekomst. De stad kan zich hier duidelijk mee onderscheiden van andere historische steden in Nederland. Het religieuze erfgoed van veertien eeuwen kerkgeschiedenis – dat is uniek voor Nederland - kan met deze toekomstvisie vanzelfsprekend ook worden benut voor toerisme en marketing van de gemeente Utrecht.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 9

3. Definitie religieus erfgoed Onder religieus erfgoed wordt hier verstaan: de als rijks- of gemeentelijk monument beschermde kerkgebouwen, de interieurs (wandafwerking tot en met meubilair/ inventaris), monumentale orgels en bijgebouwen zoals de pastorie. Hiertoe behoren ook de herbestemde kerkgebouwen inclusief de kerkgebouwen die de functie hebben gekregen van moskee, of die vroeger bijvoorbeeld gebruikt werden als synagoge. De orgels in de kerkgebouwen zijn in vele gevallen beschermd als (rijks- of gemeentelijk) monument, meestal is die bescherming expliciet benoemd. De betekenis van de historische orgels voor Utrecht wordt in deze visie benoemd. Voor wat betreft de ‘bijgebouwen’: kerktorens maken bij veel kerkgebouwen onderdeel uit van het gebouw. Van de ‘oude’ kerken is de toren sinds de Franse Tijd niet meer in eigendom bij het kerkbestuur. Die zijn destijds in eigendom gekomen van de overheid, uiteindelijk van de ‘burgerlijke’ gemeente en die situatie is sindsdien onveranderd. Kerktorens van vóór 1800 zijn daardoor in bezit van de gemeente, torens uit de negentiende en de twintigste eeuw zijn van de kerkelijke eigenaren van het hoofdgebouw. Daarnaast is er meer religieus erfgoed, dat in deze visie niet wordt behandeld. Het gaat dan om voormalige kloostergebouwen, museale collecties, collecties van de kerkgemeenschappen zelf, archieven en immaterieel erfgoed.

Foto: Interieur Geertekerk met nieuwe glazen pui uit 2016 voor multifunctioneel gebruik.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 10

4. Betekenis en achtergrond van kerkgebouwen Voor de betekenis van de monumentale kerkgebouwen kan een onderscheid worden gemaakt in de maatschappelijke betekenis - religieus en algemeen – en het meer specifieke cultuurhistorische belang. De religieuze betekenis van kerkgebouwen De betekenis voor de gemeenschap wordt vertegenwoordigd door kerkgenootschappen en hun kerkleden met hun diaconale instelling, de zorg voor de omgeving en betrokkenheid bij diverse maatschappelijke organisaties en processen. De continuïteit van de geschiedenis speelt een grote rol en heeft gevoelswaarde: ook voor generaties die niet meer kerkelijk gebonden zijn, is er de verwantschap met voorgaande generaties die er kerkten, gedoopt, getrouwd, of er begraven zijn. Kerkgebouwen zijn publieke ruimten die een bijdrage kunnen leveren aan de (locale) gemeenschap. Gezonde verstedelijking (Healthy Urban Living) Monumentale kerkgebouwen leveren een belangrijke bijdrage aan gezonde verstedelijking. Een belangrijk aspect daarvan is de bijdrage die stedelijke ontwikkelingen leveren aan de identiteit van stad, wijk en locatie en daarmee aan het welbevinden van bewoners. Behoud van monumentale kerkgebouwen draagt daar in belangrijke mate aan bij vanwege de belevingswaarde van het gebouw.

Ook op het gebied van de gezondheid van bewoners leveren monumentale kerkgebouwen een bijdrage als plek van stilte, onthaasting, niet alleen voor gelovigen. Een derde aspect van gezonde verstedelijking is de maatschappelijke meerwaarde van ontmoetingsplekken. Kerkgebouwen en hun activiteiten vormen verbindingen met het sociale en maatschappelijke leven van stad en wijk, denk aan de ‘Night of Lights’ in de Domkerk, maar ook aan de diaconale taken van wijkkerken. Herbestemming waarbij de fysieke betekenis van het monumentale kerkgebouw verbonden blijft met het sociale domein levert dan ook een maatschappelijke meerwaarde. Juist met de groei van de stad is er een grote behoefte van bewoners aan plekken van ontmoeting. (Herbestemde) kerkgebouwen zijn daarvoor uitermate geschikt. Algemeen maatschappelijke belang Het algemene belang is voornamelijk gelegen in de cultuurhistorische, de culturele, de economische en de toeristische betekenis. Dit uit zich direct in het toegankelijk maken van de cultuurhistorische rijkdom, door Kerken Kijken Utrecht en de jaarlijkse Open Monumentendag, maar ook door verdere openstelling en nevenactiviteiten georganiseerd door kerkeigenaren en huurders van de kerkgebouwen. Indirect heeft het effect op de aantrekkingskracht van historische (kerk)gebouwen voor toeristen en andere bezoekers.

Cultuurhistorisch De cultuurhistorische betekenis van kerkgebouwen betreft drie belangrijke aspecten: architectuur- en kunsthistorisch, stedenbouwkundig en typologisch. Vanuit architectuurhistorisch oogpunt vertegenwoordigen kerkgebouwen door de tijden heen bij uitstek bepaalde architectonische stromingen. Vanwege de symbolische en representatieve betekenis van kerkgebouwen - ‘meer dan het gewone’ - is de architectonische vormgeving door de eeuwen heen van grote betekenis geweest, ook als deze sober en ingetogen moest blijven. De kerkgeschiedenis wordt mede tot uitdrukking gebracht in de vormgeving, ornamentiek en symboliek van de gebouwen. Dat geldt niet alleen voor het uiterlijk maar net zozeer voor het interieur en de aankleding van de kerkgebouwen en de parafernalia (diverse bijzondere objecten of kostbaarheden).

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 11

De geschiedenis van de kerk en religie is niet statisch, maar continu in beweging geweest en is nog in beweging. Opvattingen en (zelfs) dogma’s veranderen, gebruiken en rituelen vernieuwen en vinden hun weerslag in de vorm en het gebruik van het kerkgebouw. Ook zijn er vele verschillende stromingen binnen het brede spectrum van het christelijk geloof, dat allen hun eigen wijze van vieren tot uitdrukking laten komen in het kerkgebouw, van apostolisch tot oud-katholiek. Maar ook binnen de rooms-katholieke kerk zijn na 1850 en na 1965 allerlei veranderingen in de liturgische viering in het gebouw af te lezen. En ook de protestantse kerk kent vele geschriften en liturgische denkrichtingen die zich vooral ook richtten op architectuur en plattegrond, van Abraham Kuyper tot de Studiekring Eredienst en Kerkbouw. Kerken zijn dan ook geen uniforme religieuze gebouwen, maar weerspiegelen in hun typologie en plattegronden een lange en veelkleurige traditie.

Foto: St. Willibrordkerk, een rijksmonument, markante ligging met hoogmonumentaal interieur. (Bron: HUA)

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt nemen de kerkgebouwen in Utrecht vaak een bijzondere positie in het stedelijk weefsel in. In de middeleeuwen hebben kapittelkerken mede door hun grondbezit een bepalende invloed gehad op de morfologie van de huidige binnenstad. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in het midden van de negentiende eeuw verrezen katholieke kerken in de binnenstad en later op belangrijke plekken in de uitbreidingswijken, vaak vergezeld van een cluster aan nevengebouwen zoals scholen, kloosters en parochiehuizen. Ze vormden het hart van de wijk. In de - nog volop verzuilde naoorlogse samenleving kregen zowel katholieke als protestantse kerken een specifieke plek binnen de buurt- en wijkopzet. Ze namen een prominente plaats in de heldere stedenbouwkundige opzet. Mede door hun afwijkende vormgeving, grootte, de aanwezigheid van klokkentorens of kerkpleinen zijn kerkgebouwen vaak een verbijzondering van de omgeving en vormen zo herkenningspunten in buurt, wijk of stad.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 12

Utrecht kerkenstad Utrecht heeft een zeer rijke geschiedenis en dat is tastbaar in de ruim 3200 beschermde monumenten. Het is sinds de middeleeuwen (toen Utrecht de grootste stad van Nederland was) ook bij uitstek een kerkenstad. De stad telt feitelijk drie kathedrale kerken: de Domkerk (tot de Reformatie), de rooms-katholieke St. Catharina en de oud-katholieke Ste. Gertrudis. De vroegste stichtingen van kerken op het huidige Domplein dateren van de zevende eeuw. In de elfde en het begin van de twaalfde eeuw, nog voor de vorming van de stad, worden diverse grote kapittelkerken en abdijen gebouwd: de Romaanse Dom, Janskerk, Pieterskerk, Paulusabdij en Mariakerk. In de periode daarna gevolgd door de eerste parochiekerken, voor het volk: Nicolaïkerk, Jacobikerk, Buurkerk en in later tijd de Geertekerk. Het aantal kerken en kloosters bedraagt in de loop van de zestiende eeuw bijna vijftig. Na de Reformatie worden de gebouwen in gebruik genomen door de protestanten, herbestemd of gesloopt. Doopsgezinden en Lutheranen (ver)bouwden hun kerk in de achttiende eeuw. Katholieken waren aangewezen op schuilkerken, totdat in de negentiende eeuw de godsdienstvrijheid en het herstel van Utrecht als aartsbisdom (1853) de bouw van nieuwe kerken mogelijk maakte.

Aanvankelijk bouwde men nieuwe kerken in de binnenstad, maar met de groei van de stad buiten de middeleeuwse kern vervolgens ook in alle nieuwe wijken als Wittevrouwen (OLV ten Hemelopneming), Vogelenbuurt (St. Josephkerk). Hetzelfde geldt voor de dan nog bestaande gemeente Zuilen (Ludgeruskerk). Binnen de Hervormde Kerk vinden vanaf het einde van de negentiende eeuw juist telkens afsplitsingen plaats. De Gereformeerden richtten hun eigen kerken op in de wijken (Tuindorpkerk), naast de bouw van grote ‘volkskerken’ door de Nederlands Hervormden, zoals de Oranjekerk. De verzuiling blijft een belangrijke rol spelen tot halverwege de jaren zestig met de bouw van de laatste generatie kerken (Johanneskerk Overvecht). In de wijk Lunetten wordt voor het eerst geen kerk meer gebouwd, de ontkerkelijking heeft definitief ingezet en in de jaren zeventig vindt de eerste grootschalige sloop van kerkgebouwen plaats. Pas met de komst van de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn vindt er voor het eerst weer kerkenbouw plaats.

Kaart: Panorama 17e eeuw Utrecht van J.C. Droochsloot. (Bron: HUA)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 13

Kaart: Detail plattegrond door Braun en Hogenberg uit 1572. (Bron: HUA)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 14

5. Een nadere blik op het kerkgebouw Het belang van complexen en ensembles Kerkgebouwen staan niet op zichzelf. In bijna alle gevallen is er sprake van een ensemble van kerkelijke gebouwen, bijgebouwen in en aan de kerk, maar ook van losstaande gebouwen die een duidelijke functionele en religieuze relatie hebben met de kerk. Te denken valt aan consistories, pastorieën en kosterswoningen, maar ook bijvoorbeeld de diaconale huisjes van de Jacobikerk maken onderdeel uit van het kerkgebouw. De rooms-katholieke kerk in de negentiende en twintigste eeuw stichtte veelal meisjes- en jongensscholen in de directe nabijheid, vaak ontworpen door dezelfde architecten. Zo’n ensemble vormde vaak een karakteristiek stedenbouwkundig ensemble in een wijk. Veel van deze complexen en ensembles zijn nog aanwezig, zij het dat ze niet altijd meer in één eigendom zijn of nog hun oorspronkelijke functie hebben. Ook al zijn niet altijd alle complexonderdelen beschermd, toch zijn deze historisch gegroeide ensembles cultuurhistorisch waardevol en daarom behoudenswaardig voor wijk en stad. Tevens kan het bijeenhouden van kerk- en bijgebouwen een voordeel zijn voor exploitatie of de mogelijkheden voor hergebruik verruimen.

Monumentale kerkinterieurs Monumenten en dus ook monumentale kerkgebouwen zijn doorgaans geheel beschermd, exterieur en interieur. Onder exterieur verstaan we de buitenkant, het ‘casco’, van kelder tot kap, van fundering tot buitenmuren, de constructie met plafonds, balken en dak, tot en met de dakbedekking. De interieurs zijn in principe beschermd (tenzij de registratie van het monument het anders vermeldt) en dan is alles wat ‘aard- en nagelvast’ tot het gebouw behoort onderdeel van het monument. Daartoe behoort in de regel ook het vaste meubilair, zoals kerkbanken. Tot het interieur behoren ook roerende zaken, die maken in de meeste gevallen geen deel uit van de uit een oogpunt van de monumentenstatus beschermde onderdelen, maar zijn wel wezenlijke onderdelen, zowel vanwege het religieus gebruik als de cultuurhistorische waarde van de losse objecten. In deze paragraaf komen de onderdelen van het interieur aan de orde, van vloer en wand tot en met het plafond en de afwerking, schilderingen, vaste onderdelen aan het casco, de vaste en tot slot de roerende onderdelen daarin. Het interieur kan behoren tot de oorspronkelijke bouwfase van het kerkgebouw, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Zelfs bij de zogenaamde Gesamtkunstwerken als de St. Willibrordkerk (Minrebroederstraat) en de Oudkatholieke Ste. Gertrudiskerk (WillemsFoto (links): Koorhek Jacobikerk.

(Bron: www.wikipedia.nl) Foto (rechts): Grafmonument Nicolaïkerk. (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 15

Foto: Voormalige Synagoge, interieur naar ontwerp van Harry Elte, 1926. (Bron: www.DUIC.nl)

plantsoen) zijn de afwerking van het interieur, de glas-in-loodramen en de vaste en losse objecten niet allemaal uit de periode van de bouw. Door schenkingen aan de kerk kon men in de decennia van na de bouw het interieur voltooien. Voor de middeleeuwse kerken geldt dat ze tijdens de Beeldenstorm ontdaan zijn van veel van hun katholieke elementen. Toch zijn wel relicten van voor de Reformatie aanwezig, bijvoorbeeld figuratieve schilderingen die bij restauraties weer zichtbaar zijn gemaakt. In de protestantse periode zijn de kerkgebouwen veelal voorzien van nieuwe kerkbanken, maar ook bijvoorbeeld preekstoelen en doopvonten. Bij de restauraties in de twintigste eeuw is er vaak voor gekozen om de kerken weer leeg te halen. Met name kerkbanken werden verwijderd voor multifunctioneel gebruik en de afwerking en inrichting van de kerk werd meer museaal gemaakt (zie bijlage 4).

Jacobikerk De Jacobikerk is een kerkgebouw met een zeer rijk interieur, uit de middeleeuwse periode, de protestante inrichting van direct na de Reformatie en de daaropvolgende eeuwen. Zo bestaat de vloer uit grafstenen en dekstenen van grafkelders en de kerk is rijk aan grafkapellen en afzonderlijke grafmonumenten. In het muurwerk aan de zuidzijde bevindt zich de ‘kluis’ (cel voor de kluizenares). Aan de zijwanden hangen diverse rouwborden en borden van gilden en broederschappen. In het interieur staat een bijzonder koorhek en een doopvont, kerkbanken en een preekstoel. Diverse schilderingen op de wanden van kerk en toren en het plafond (zgn. gewelfschotels) dateren uit de middeleeuwen en zijn bij restauraties ontdekt en in het zicht gebracht.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 16

Foto: Gewelfschildering (na restauratie) in de Willibrodkerk aan de Minrebroederstraat. (Bron: www.alleuitjes.nl)

In rooms-katholieke kerken uit de negentiende eeuw - met name na 1853 met het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie - ligt vaak de nadruk op een samenhangend decoratieprogramma van het kerkinterieur. Door artistieke en ambachtelijke samenwerking ontstonden scholen, min of meer volgens de middeleeuwse tradities. In Utrecht is het Bernulphusgilde het belangrijkste religieuze collectief van architecten, beeldhouwers, glasschilders, zilversmeden en andere kusntenaars. De samenhangende decoratieprogramma’s vertellen veelal het verhaal van de kerk, de parochie, de belangrijkste heiligen en bijbelse vertellingen. In protestantse kerken is de afwerking van het interieur relatief sober uitgevoerd, er zijn bijvoorbeeld doorgaans geen schilderingen of beelden. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht besteed is aan het interieur: vloeren, kerkbanken (een bankenplan), lambriseringen Foto (links): Gerestaureerde plafondschildering uit de 14de eeuw in de Nicolaïkerk. Foto (rechts): Preekstoel, doopvont, lampen en wandkleed zijn speciaal ontworpen voor de Johanneskerk. Foto eerste dienst in 1966. (Bron: HUA)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 17

Foto (rechts): Interieur van de St. Augustinuskerk aan de Oudegracht. (Bron: vlaardingerbroekenwevers. wordpress.com Foto: Communiebank, H. Antonius van Paduakerk in Lombok. (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

en bijzondere plafonds komen voor. Er is veel aandacht voor het liturgisch centrum waar zich het doopvont bevindt, de avondmaalstafels en de preekstoel. De achterwand van het liturgisch centrum - de aandachtswand – kan een speciale architectuur en – of afwerking hebben. Andere belangrijke interieuronderdelen zijn het orgel en de verlichting. Bij naoorlogse kerken was er ook bij protestantse kerken een hernieuwde aandacht voor beeldhouwkunst en glas-in-lood, bijvoorbeeld in de Triumfatorkerk. Naoorlogse kerken – zowel protestants als katholiek – lieten soms in navolging van de 1,5 procentregeling van openbare gebouwen kunstenaars speciale kunstwerken ontwerpen, ook in de vorm van wandkleden. De onderlinge samenhang van het kerkinterieur met de losse onderdelen is waardevol. Vooral bij katholieke kerken kan verlies van de religieuze functie grote gevolgen hebben voor de monumentale waarde van het interieur. De gemeente beschikt over inventarisaties van het interieur, met name van een aantal roomskatholieke kerken zijn deze gemaakt, in opdracht van de afdeling Erfgoed. Ook van eerder bouwhistorisch onderzoek zijn inventarisaties, vervaardigd bij een eerdere herbestemming. Landelijke inventarisaties zijn uitgevoerd door de Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland.

Na de opheffing van de SKKN zijn de gegevens ondergebracht bij het Museum Catharijneconvent en op verzoek te raadplegen.

Project “Het grootste museum van Nederland” Veel Nederlandse toeristen bezoeken in het buitenland vaak monumentale kerkgebouwen, maar in Nederland zijn de plaatselijke kerkgebouwen vaak wat minder bekend. Het Museum Catharijneconvent wil de mooiste kerken van Nederland, inclusief de kunstvoorwerpen en het kerkinterieur, onder de aandacht brengen van het grote publiek. Veel mensen weten niet dat ook in Nederland prachtige kerkgebouwen staan. Met het project Het Grootste Museum van Nederland wil het Museum Catharijneconvent de bekendheid van de religieuze monumenten vergroten. Met een gift van de BankGiro Loterij kan het project van start gaan. Er komt onder andere een website met daarop de mooiste kerkgebouwen van Nederland. Ook de Domkerk doet aan het project mee. Het is de bedoeling dat elke deelnemende kerk de bezoeker een museumervaring biedt, met bijvoorbeeld een multimediatour. Het museum denkt in eerste instantie aan twaalf kerken, verspreid over het land. Het project moet in de zomer van 2017 van start gaan.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 18

Utrecht als orgelstad De rijke kerkelijke geschiedenis van Utrecht heeft er toe geleid dat de stad door de eeuwen heen ook een echte ‘Orgelstad’ is geweest. Vanaf het midden van de vijftiende eeuw tot aan het einde van de zestiende eeuw waren opeenvolgende belangrijke orgelmakers in de stad gevestigd die de diverse kerken en kloosters van eigentijdse instrumenten voorzagen. Uit deze vroegste periode resteren in de stad thans nog delen in de grote orgels van de Jacobikerk en de Dom, en natuurlijk het voormalige orgel van de Nicolaïkerk dat sinds 1886 een museaal bestaan kent. De Reformatie betekende voor veel Utrechtse orgels het einde. De instrumenten die de beeldenstormen wel overleefden werden vaak met afbraakmateriaal hersteld. Voor nieuwe orgels was echter geen emplooi meer. Het gevolg daarvan was ook dat in Utrecht vanaf 1597 tot 1739 geen orgelmakers van betekenis meer gevestigd waren. In de zeventiende eeuw gingen in de stad diverse instrumenten verloren door sloop, verkoop en de stormramp van 1674. Daarna waren alleen in de Jacobikerk, de Nicolaïkerk en de Domkerk nog orgels aanwezig. Alleen de Lutherse en de Waalse gemeenten lieten aan het begin van de achttiende eeuw voor hun kerken nieuwe instrumenten bouwen. In 1739 vestigde Johann Henrich Hartmann Bätz zich in Utrecht.

Hij was de grondlegger van een orgelmakersdynastie die - via twee generaties Witte - tot 1902 zou bestaan. Uit deze ‘lijn’ zijn acht instrumenten in de stad bewaard gebleven. Een geduchte concurrent van de firma Bätz was de orgelmakerij van drie generaties Abraham Meere. Van hun omvangrijke oeuvre bleef in Utrecht alleen het orgel in de Aloysiuskerk bewaard, en een deel van het orgel in de Jacobikerk. Ook van de katholieke orgelmaker Hendricus Dominicus Lindsen die tussen 1830 en 1861 vanuit Utrecht werkzaam was bleef in de stad slechts één orgel bewaard: dat van de Augustinuskerk. Zijn grootste concurrent was de firma Maarschalkerweerd & Zn die tussen 1840 en 1915 vele orgels in de stad Utrecht zou plaatsen. Daarvan zijn alleen de instrumenten van de Catharinakathedraal en de Willibrorduskerk (in meer of mindere mate) bewaard gebleven. De bewogen ontwikkelingen in de Utrechtse kerkenbouw is van grote invloed op het orgellandschap geweest. In de negentiende eeuw werden vooral in opdracht van de katholieken veel nieuwe kerken gebouwd waar soms oudere orgels uit andere kerken buiten Utrecht werden geplaatst (St. Josephkerk). Maar ook in nieuwe protestantse kerken werden historische orgels geplaatst (Westerkerk). Ook bij de Hervormden zou het tot ver in de negentiende eeuw duren voordat er weer nieuwe orgels werden gebouwd.

Daarvan bleven er in verhouding meer bewaard omdat ze in oude monumentale binnenstadskerken stonden. Desondanks zijn de negentiende eeuwse instrumenten van de Nicolaïkerk (1889) en Pieterskerk (1899) mede als gevolg van ingrijpende kerkrestauraties uit de stad verdwenen. Diezelfde kerkrestauraties hebben aan de andere kant ook weer tot een verrijking van het orgelbezit geleid zoals bijvoorbeeld in de Geertekerk. In de Nicolaïkerk bevinden zich inmiddels twee monumentale instrumenten uit de twintigste eeuw. De grote groei van het aantal kerken aan het einde van de negentiende eeuw leidde ook tot de ‘import’ van bestaande orgels die - vanwege hun grote diversiteit - als een verrijking voor het Utrechtse orgellandschap kunnen worden gezien. Dat betreft met name de vier instrumenten in de van rijkswege beschermde kerkgebouwen, alsmede dat van de Rafaëlkerk.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 19

De sloop en herbestemming van meer dan 40 kerken sinds 1940 heeft in de stad tot een verlies van belangrijke orgels geleid. Voor sommige daarvan kon destijds een andere bestemming worden gevonden. Soms blijkt een herbestemming niet eenvoudig en worden orgels lange perioden opgeslagen in het atelier van een orgelbouwer.

Foto (links): Westerkerk, G.H. Quellhorst 1813. (Bron: www.utrechtorgelland.nl) Foto (rechts) Domkerk P. Jansz. de Swart en gebroeders J. en J. Bätz bouwfasen 1571 - 1831. (Bron: www.utrechtorgelland.nl)

Carillons De stad Utrecht is de eigenaar van een drietal bijzondere beiaarden. De zware Hemonybeiaard in de Domtoren, de lichte Hemonybeiaard in de Zuidertoren van de Nicolaïkerk en tenslotte een grote moderne concertbeiaard in de Willibrordustoren van Vleuten. De Utrechtse Klokkenspel Vereniging programmeert ieder jaar een aantal bijzondere en spraakmakende concerten op de drie beiaarden van de gemeente Utrecht. De Utrechtse Klokkenspel Vereniging is één van de oudste beiaardverenigingen van Nederland en is in de afgelopen jaren samenwerkingsverbanden aangegaan met o.a. het Utrechts Klokkenluiders Gilde, het Festival Oude Muziek Utrecht, de Stichting Culturele Evenementen Nicolaïkerk en Citta della Musica. Het belangwekkende archief van de Utrechtse Klokkenspel Vereniging, waaronder onder andere de originele verslagen van de Utrechtse Carillon Commissie, bevindt zich in Het Utrechts Archief (bron: www.klokkenspelvereniging.nl).

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 20

Klokkentorens en luidklokken Van oudsher horen kerkgebouwen, klokkentorens en kerkklokken bij elkaar. Utrecht telt 112 luidklokken, waarvan er 56 in de binnenstad hangen en nog eens 56 daarbuiten. Van de 56 binnenstadsklokken zijn er 18 ouder dan 400 jaar. Luidklokken hadden en hebben meerdere functies. Ze roepen de gelovigen op om naar de kerk te gaan en om bepaalde religieuze verplichtingen na te leven (dit laatste geldt met name in de rooms-katholieke traditie). Er was en is ook een maatschappelijke functie omdat kerkklokken kunnen fungeren als niet te missen communicatiemiddel. Tegenwoordig heeft het luiden van de klokken voor veel mensen die wonen in de omringende buurt of wijk een vergelijkbare functie, denk aan het luiden op 4 of 5 mei, Koningsdag of bij trouwerijen of begrafenissen. Niet voor niets hebben begraafplaatsen en crematoria tegenwoordig vaak een klok, omdat de symboliek van luidklokken door mensen begrepen en gewaardeerd wordt. In tijden dat mensen nog geen of weinig uurwerken hadden gaven de kerklokken de tijd aan, kondigden bijzondere gebeurtenissen af en werden ze gebruikt als middel tot waarschuwing. Voor een aantal belangrijke historische kerktorens geldt dat zij sinds de Napoleontische tijd (1815) niet eigendom is van de kerkelijke gemeente of parochie maar van de burgerlijke gemeente.

Er is echter nog altijd een groot aantal kerken aanwezig in Utrecht waar de kerktoren of klokkentoren hoort bij het kerkgebouw en ook eigendom is van de kerkelijke gemeente. Het Utrechtse Klokkenluiders Gilde heeft aandacht gevraagd voor het belang van luidklokken bij het herbestemmen van kerken, juist vanwege de betekenis niet alleen voor de gelovigen, maar vanwege de betekenis voor de buurt. Zij wijzen op het belang om de klokken ook aan de volgende gebruiker over te dragen en biedt aan om met hun gilde – bestaande uit 800 leden en 80 actieve klokkenluiders – de klokken te blijven luiden, bijvoorbeeld op bijzondere feestdagen. Het blijven luiden van de klokken is ook in het belang van de conditie en instandhouding van de klokken zelf. Sommige klokken en uurwerken hebben zelfs de status van rijksmonument. Zie in bijlage 10 het overzicht van klokken afkomstig van het Utrechtse Klokkenluiders Gilde. Foto: Carillonklokken (Hemony) Domkerk. (Foto: www.utrecht.nl)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 21

Het historische gebruik van de binnenstadskerken Zoals gezegd Utrecht is een historische kerkenstad. In de binnenstad stonden talloze kapittelkerken, abdijen, kloosters, parochiekerken en kapellen, alle katholiek. Het volk kerkte in de parochiekerken. Deze kerkgebouwen hadden – anders dan tegenwoordig - een veel bredere functie in het dagelijkse leven. De kerk stond midden in het maatschappelijke leven en was veel meer dan nu een ontmoetingsplaats, niet alleen bij religieuze gebeurtenissen. Ook armenzorg geschiedde vanuit de kerken, onder meer door bedeling. Gilden en broederschappen waren in de kerk vertegenwoordigd, vaak met eigen altaren. Begraven geschiedde nog in het kerkgebouw zelf. En in tijden van nood vormde de kerk ook een schuilplaats, niet alleen voor mensen maar in sommige gevallen ook voor vee. Tekening: De stad Utrecht, gezien vanuit het westen, anonieme tekening uit het tweede of derde kwart van de 17de eeuw. (Bron: HUA)

Na de Reformatie in de late zestiende eeuw werd het openbaar belijden van de katholieke eredienst verboden. Utrecht had daarmee veel te veel kerkelijke gebouwen (circa 50!) voor de nieuwe hervormde godsdienst. De voornaamste kerkgebouwen behielden hun religieuze functie. Hoewel het dagelijks gebruik minder divers werd dan voorheen, bleef de kerk wel onderdeel van het maatschappelijke leven. Belangrijkste ‘neventaak’ voor de kerken was scholing. Alle katholieke kloosters en abdijen werden na de reformatie ontruimd. Deze gebouwen kregen zoveel mogelijk een nieuwe functie, zoals weeshuis, bestuurs- en overheidsgebouwen en rechtbank. Andere gebouwen werden herbestemd tot woonhuizen, waarbij de voormalige kerkelijke functie door de ingrijpende transformatie nauwelijks meer herkenbaar was. Alleen het casco was economisch waardevol. Een aantal ‘overtollige’ kloosterkerken en kapellen is gesloopt, andere kregen nieuwe- of nevenfuncties. Zo is het koor van de Janskerk lange tijd in gebruik geweest als bibliotheek. De Mariakerk werd een muziekzaal, de voorganger van Kunsten & Wetenschappen. Andere kerkgenootschappen doken onder in ‘schuilkerken’. Na de godsdienstvrijheid vanaf de Franse tijd werden weer nieuwe kerkgebouwen in de binnenstad gebouwd.

Het herstel van de bisschopszetel in 1853 zorgde voor de bouw van een groot aantal katholieke kerken, kloosters en scholen, met name ook in de nieuwe wijken die na 1860 buiten de binnenstad ontstonden.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 22

Tekening: Interieur van de Geertekerk te Utrecht, ingericht als opvangcentrum voor watersnoodvluchtelingen uit Veenendaal in 1855 naar een tekening van W.C. van Dijk. (Bron: HUA)

In de negentiende en twintigste eeuw kregen kerkgebouwen steeds meer een religieuze monofunctie. Alleen in uitzonderlijke gevallen werden kerkgebouwen op een geheel andere wijze gebruikt, zoals de Geertekerk als noodopvang voor overstromingsvluchtelingen uit Veenendaal in 1855. De religieuze functie kwam in de loop van de twintigste eeuw sterk onder druk te staan door toenemende ontkerkelijking en leegloop van de binnenstad. Veel kerkgebouwen kwamen leeg te staan. Aanvankelijk werd in die gevallen vaak besloten tot sloop, vooral bij de (neogotische) kerken in de buitenwijken. Op die wijze werden gaten in het stadsbeeld geslagen, zoals aan de Biltstraat na de sloop van O.L. Vrouwe ten Hemelopneming in 1972. Zeker in het beschermde stadsgezicht van de binnenstad van Utrecht zou de sloop van kerkgebouwen dramatische gevolgen hebben. Meer en meer zocht men daarom naar nieuwe bestemmingen, zoals de Martinuskerk aan de Oudegracht, die in de jaren tachtig is herbestemd is tot woningen.

Foto (links): Sloop van de Kerk van O.L. Vrouw ten Hemelopneming aan de Biltstraat in 1972. (Bron: HUA) Foto (rechts): De Martinuskerk herbestemd als appartementengebouw. (Foto P. van Galen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 23

6. Aanwijzing van kerkgebouwen tot monumentachtergronden De eerste formele bescherming van kerkgebouwen vindt plaats in 1967. Een aantal belangrijke binnenstadkerken wordt dan geplaatst op de rijksmonumentenlijst; de inwerkingtreding van de eerste Monumentenwet in 1961 maakt de bescherming mogelijk. Een groot aantal van deze kerken was al opgenomen in de eerste ‘Voorlopige lijst van Nederlandse Monumenten van geschiedenis en kunst’ (1918). Het gaat om de Domkerk, de Janskerk, de Pieterskerk, de Nicolaaskerk, de Jacobikerk, de Buurkerk, de Geertekerk, de Doopsgezinde kerk, de Lutherse kerk, de oudkatholieke kerk Maria Minor, de Catharinakerk en Augustinuskerk en het kerkje in Blauwkapel. De aanwijzing van deze kerken tot rijksmonument vindt plaats in de tijd dat ook bescherming van stads- en dorpsgezichten op basis van de Monumentenwet plaatsvindt: het fortdorp Blauwkapel (1966) en ook de binnenstad van Utrecht worden door het rijk aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht (de binnenstad in 1976) en de singels rondom de historische binnenstad tot rijksmonument. Het is een duidelijke keuze van de rijksoverheid om in deze periode van discussie over de toekomst van historische binnensteden de meeste bijzondere structuren en gebouwen te beschermen. In de jaren zeventig volgt een tweede – bescheiden – aanwijzing door het rijk van kerkgebouwen.

Ditmaal betreft het de neogotische kerkgebouwen St. Martinus en St. Willibrordus - beide van architect A. Tepe en de kunstenaars van het St. Bernulphusgilde. De aanwijzing komt op een moment dat vooral neogotische kerkgebouwen in Utrecht (en heel Nederland) onder druk staan. De eerste grootschalige sloop van met name negentiendeeeuwse kerkgebouwen vindt plaats, zoals de OLV ten Hemelopneming aan de Biltstraat en de Monicakerk aan de Herenweg. In 1974 wordt ook de Torenpleinkerk als rijksmonument aangewezen. In de jaren zeventig en tachtig worden de meeste grote binnenstadkerken gerestaureerd. Ook vinden niet veel later de eerste herbestemmingen plaats (de Buurkerk en Martinuskerk). De toekomst van de binnenstadkerken lijkt ‘voor een belangrijk deel’ veiliggesteld.

Foto (links): Zuiderkerk uit 1925, architect A. Kool, Krommerijn 1. Foto uit 1986 vlak voor de sloop. Fraaie kerk in art-deco stijl, heeft de beschermde status net niet gehaald. (Foto van familiearchief Kool) Foto (rechts) De nieuwbouw die na de sloop van de kerk op deze locatie gebouwd is, is een verlies aan stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 24

Dat geldt echter niet voor de kerkgebouwen buiten de singels, die vooral dateren van na 1850. Naar aanleiding van de sloop van enkele beeldbepalende kerkgebouwen (Oosterkerk aan de Maliebaan, de Zuiderkerk aan de Kromme Rijn en de Ludgeruskerk en Oranjekerk aan de Amsterdamsestraatweg) wordt door gemeentearchitect H. Dam een inventarisatie gemaakt van ruim 120 kerkgebouwen in de hele gemeente. Op basis van architectonische, stedenbouwkundige en historische kwaliteiten worden 25 kerken en één voormalige synagoge (aan de Springweg) geselecteerd en voorgelegd aan de gemeentelijke Monumentencommissie. Uiteindelijk worden 22 kerken en de synagoge in 1987 geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst. In 1995 verzoekt de Gereformeerde Gemeente om de Tuindorpkerk en de Bethelkerk op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. De Commissie Welstand & Monumenten adviseert om de Tuindorp wel te plaatsen vanwege de stedenbouwkundige betekenis, maar de Bethelkerk niet en dit advies wordt door het college van B&W overgenomen. In 2001 worden in het kader van het Monumenten Selectie Project (MSP) van het rijk twee kerken uit de periode 1850-1940 (de zogenaamde jongere bouwkunst) op de rijksmonumentenlijst geplaatst: de oudkatholieke Ste. Gertrudiskerk (Willemsplantsoen) en de H. Antonius van Paduakerk (Kanaalstraat). De gemeentelijke monumentenstatus van beide komt daarmee te vervallen.

Binnen hetzelfde kader (MSP) worden in de gemeente VleutenDe Meern de O.L.V. ten Hemelopneming (Pastoor Boelenslaan) en de St Willibrorduskerk (pastoor Ohllaan) aangewezen tot rijksmonument. In 2004 wordt in het Monumentenbeleidsplan een herinventarisatie opgenomen van met name de naoorlogse kerkgebouwen. Deze periode is bij de inventarisatie in 1986 onderbelicht gebleven, ook zijn er sinds 1987 opnieuw diverse beeldbepalende kerken gesloopt (zoals de Pauluskerk in Tuindorp en de Christus Koningkerk in Kanaleneiland) en is de voormalige gemeente Vleuten-De Meern nu toegevoegd. De inventarisatie betreft vijftig niet beschermde (kerk)gebouwen van alle mogelijke religieuze gemeenschappen in Utrecht en Vleuten-De Meern. Naast architectonische en stedenbouwkundige aspecten, wordt nu ook nadrukkelijk de betekenis van de plattegronden als uitdrukking van de religieuze stroming meegewogen en in dat licht bekeken wordt de Bethelkerk nu wel positief beoordeeld. Op basis van deze inventarisatie worden in 2007 zes kerkgebouwen en één gemeenschapszaal op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Daarmee is de inventarisatie en aanwijzing tot monument van kerkelijke gebouwen voltooid. Foto’s: Jeruzalemkerk, Troosterlaan 65, deur van Mobach keramiek. Rechts een detail van de tekst.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 25

7. Huidige situatie, bouwkundige staat en gebruik Wat is nu de stand van zaken ten aanzien van de 58 monumentale kerkgebouwen in Utrecht? Wat is de staat, welke gebouwen hebben een religieus gebruik, zijn in de afgelopen decennia herbestemd, en waar is nu sprake van dreigende leegstand en afstoting? Utrecht lijkt om twee redenen een gunstige positie te hebben vanwege: -

een grote diversiteit aan geloofsgemeenschappen, ten opzichte van veel andere Nederlandse steden, met name in het zuiden van het land,

-

goede mogelijkheden voor nevengebruik/ verhuur voor met name de binnenstadkerken, door de centrale ligging in het land.

In totaal zijn 21 kerkgebouwen beschermd als rijksmonument en 37 beschermd als gemeentelijk monument.

Bouwkundige staat van de kerkgebouwen De bouwkundige staat van de kerkgebouwen is in de meeste gevallen, op slechts enkele uitzonderingen na, redelijk tot zeer goed. Dit is te danken aan grote restauratieprogramma’s die eind jaren vijftig reeds zijn gestart en die vooral in de jaren zeventig en tachtig zijn uitgevoerd met subsidies van de rijksoverheid, maar ook door de zorg voor het onderhoud van de eigenaren. In het verleden waren de subsidiepercentages voor restauratie van rijksmonumentale kerkgebouwen zeer hoog, aanvankelijk 90%, later teruggebracht tot 70% en 65%. Sinds 2014 draagt de instandhoudingsregeling van de rijksoverheid (kortweg het BRIM) 50% subsidie bij. Hier vallen ook de kostbare omvangrijkere restauraties onder. Kerkeigenaren hebben dus te maken met een steeds hoger eigen aandeel in de kosten van onderhoud en/of restauratie. De gemeentelijke kerkenregeling voor kerkgebouwen die gemeentelijk monument zijn zorgde vooral in de eerste perioden van zes jaar vanaf 1992 voor een stimulans voor de uitvoering van het onderhoud, toen tot 50% in het onderhoud door de gemeente Utrecht werd bijgedragen. In de laatste onderhoudsperiode (2009-2014) daalde de bijdrage van de gemeente tot 27%.

Dat had als reden dat in totaal 29 van de 37 kerkeigenaren van de kerken die gemeentelijk monument zijn, een beroep deden op de regeling, die een totaalbedrag omvatte van € 200.000,- per jaar Een positieve rol speelt de (tweejaarlijkse) inspectie door de Stichting Monumentenwacht in de provincie Utrecht. Verreweg de meeste kerken zijn als abonnee hierbij aangesloten, terwijl voor de niet-kerkelijke monumenten in Utrecht circa een derde van de eigenaren abonnee is. De Monumentenwacht Utrecht heeft de huidige staat van het casco en van het onderhoud van de geïnspecteerde kerkgebouwen op een rij gezet:

Rijksmonumenten

Gemeentelijke monumenten

Casco

Onderhoud

Casco

Onderhoud

95% is goed

48% is goed

87% is goed

16% is goed

5% redelijk

45% redelijk

13% redelijk

68% redelijk

0% matig

7% matig

0% matig

10% matig

0% slecht

0% slecht

0% slecht

6% slecht

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 26

Kaart: Overzicht van kerkgebouwen die rijks- of gemeentelijk monument zijn. Blauw = rijksmonument Rood = gemeentelijk monument

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 27

Lijst rijks- en gemeentelijke monumenten Tabel: Overzicht kerkgebouwen in Utrecht. Legenda: CC = Cultureel Centrum GM = Gemeentelijk monument HA = Horeca KL = Klooster MM = Museum OB = Onbekend RG = Religieus gebruik RM = Rijksmonument VK = Verkoop WO = Woonruimte ZV = Zaalverhuur Blauw = rijksmonument Rood = gemeentelijk monument

Kerk

Adres

Status Gebruik

Eigenaar

1.

Domkerk

Domplein 31

RM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

2.

Buurkerk

Buurkerkhof 12

RM

MM/ ZV/ RG Protestantse Gemeente Utrecht

3.

Janskerk

Janskerkhof 26

RM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

4.

Jacobikerk

Jakobskerkhof 22

RM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

5.

Nicolaïkerk

Nicolaaskerkhof 8

RM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

6.

Pieterskerk

Pieterskerkhof 3

RM

RG/ ZV

Waalse Gemeente Utrecht

7.

St. Catharinakerk

Lange Nieuwstraat 36

RM

RG

R.K. Salvatorparochie

8.

St. Augustinuskerk

Oudegracht 69

RM

RG

R.K. Salvatorparochie

9.

St. Willibrordkerk

Minrebroederstraat 21

RM

RG/ ZV

St. Willibrordus Stichting

10. H. Antonius van Paduakerk Kanaalstraat 198

RM

VK

St. Ludgerusparochie

11. Ste. Gertrudiskerk

Willemsplantsoen 2

RM

RG

Oud-Kath. kerk Ned. Kathedraal

12. St. Maria Minor (oud RK)

Achter Clarenburg 6

RM

HA

Particulier

13. Evang. Luth. Gemeente

Hamburgerstraat 9

RM

RG/ ZV

Lutherse gem. Utrecht

14. Doopsgezinde Gemeente

Oudegracht 270

RM

RG/ ZV

Doopsgez. gem. Utrecht

15. Geertekerk

Geertekerkhof 23

RM

RG/ ZV

Remonstrantse gem.

16. Kerk Blauwkapel

Kapelweg 21

RM

RG/ ZV

Ver. vrienden v. Blauwkapel

17. St. Martinus

Oudegracht 401

RM

WO

Particulier, VvE

18. Schuilkerk Ste. Gertrudis

Mariahoek 9

RM

ZV

Oud-Katholieke Kerk

19. St. Willibrorduskerk

Pastoor Ohllaan 34

RM

RG

Parochie Licht van Christus

20. O.L.V. ten Hemelopneming

Pastoor Boelenslaan 9

RM

RG

Parochie Licht van Christus

21. Torenpleinkerk Vleuten

Schoolstraat 5

RM

RG

Prot. wijkgem. Vleuten

22. Pauluskerk

W. de Zwijgerplantsn. 1

GM

RG

St. Martinusparochie

23. Nieuwe Kerk

Bollenhofsestraat 138

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

24. Wilhelminakerk

Hobbemastraat 35

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

25. Marcuskerk

Wijnesteinlaan 2

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

26. Triumfatorkerk

Marco Pololaan 191

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

27. Mattheuskerk

H. v. Tussenbroeklaan 1/a GM

RG

Chr. Geref. kerk Utrecht West

28. H. Jacobuskerk

Pr. Bernhardplein 39

GM

VK

St. Ludgerusparochie

29. St. Josephkerk

Draaiweg 44

GM

VK

St. Ludgerusparochie

30. Heilige Hartkerk

Oudwijk 23

GM

WO

Particulier, VvE

31. St. Aloysiuskerk

Adr. Van Ostadelaan 2

GM

RG

St. Martinusparochie

32. St Gertrudiskerk

Amaliadwarsstraat

GM

RG

St Martinusparochie

33. St. Dominicuskerk

Palestrinastraat 1

GM

VK

St. Ludgerusparochie

34. H. Gerardus Majellakerk

Thomas a Kempisweg 3

GM

RG/ KL

Majellaparochie

35. Tuindorpkerk

Prof. Suringarlaan 1

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

36. Pniëlkerk

Lessinglaan 33

GM

RG

Chin. Chr. Gem. Nederland

37. Singelkerk

Wittevrouwensingel 33

GM

RG/ ZV

Chr. Geref. kerk Utrecht Centr.

38. Westerkerk

Catharijnekade 9

GM

VK

Particulier

39. St. Jacobuskerk

Bemuurde Weerd O.Z. 56 GM

WO

Particulier

40. Holy Trinity Church

v. Limburg Stirumplein 2

RG

Anglican Church Utrecht

GM

41. Voormalige Synagoge

Springweg 162

GM

RG

Sticht. Zending en Opwekking

42. Silokerk

Herenstraat 36

GM

RG/ ZV

Baptistengemeente

43. Apostolisch Genootschap

Aziëlaan 155

GM

OB

Apostolisch Genootschap

44. Noorderkerk

R. v.d. Hamkade 20

GM

RG

St. Islam. centr. Nederland

45. Vrij Evangel. Gemeente

Boothstraat 7

GM

RG/ ZV

Evangelie Gem. Utrecht

46. Ottone

Kromme Nieuwegracht 62 GM

ZV

Particulier Prot. Gem. de Meern

47. Kerk Vleuten-de Meern

Zandweg 126

GM

RG

48. Johanneskerk

Moezeldreef 400

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

49. Bethelkerk

Burg. Norbruislaan 1

GM

RG/ ZV

Protestantse Gemeente Utrecht

50. Rafaelkerk

Lichtenberchdreef 2

GM

RG

R.K. Rafaelparochie

51. Jeruzalemkerk

Troosterlaan 65

GM

RG/ ZV

Geref. k. Utrecht centr Vrijgem.

52. Immanuelkerk

’t Goylaan 129

GM

RG

St. J. Maasbach Wereldzending

53. Geref. Kerk Vleuten

Alendorperweg 57

GM

WO

Particulier

54. K.v. J. Chr./Heiligen der Laatste Dagen

Pr. Irenelaan 51a

GM

RG

Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints

55. Apostolische Kerk

Pr. Margrietstraat 126

GM

RG/ OB

Apostolisch Genootschap

56. Nieuw Apostolische kerk

Werner Helmichstraat 1

GM

VK

Particulier

57. Metaalkathedraal

Rijksstraatweg 20

GM

CC

Particulier

58. Kath. Apostolische kerk

Oudwijkerlaan 8

GM

RG

Kath. Apostol. Gemeente

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 28

Gebruik Het gebruik van de monumentale kerkgebouwen in de binnenstad en in de wijken is vaak multifunctioneel. Dat is gunstig voor het behoud en beheer van deze gebouwen. De kerken in de buitenwijken vervullen vaak een ondersteunende rol voor het maatschappelijke leven in de wijk (buitenschoolse opvang, huiswerkbegeleiding, uitvaartdiensten, gebruik van de kerk door buurtbewoners, voedselbank, zaalverhuur, concerten en andere culturele activiteiten). Dat geldt natuurlijk niet voor alle kerken. Veel kerken worden alleen gebruikt voor de zondagse mis of kerkdienst en/of een uitvaart, doop- of trouwdienst. Daar waar de kerkgemeenschap sterk terugloopt of verouderd is, is het risico op sluiting en afstoting het grootst en zal een vraag van herbestemmen spelen. Het huidige gebruik van de 58 kerkgebouwen met een beschermde status is als volgt:

Foto: Johanneskerk, Moezeldreef 400, Culturele Karavaan multicultureel muziek en dansfestival.

Aantal

Gebruik

43

Religieus

23

Naast religieus gebruik ook verhuur/ zalencentrum

4

Kerkgebouwen in herontwikkeling

6

Leegstand of komen in 2017 leeg/ afstoting/ verkoop

1

Uitsluitend horeca

1

Moskee

1

Museum, met religieus gebruik

1

Culturele broedplaats, met verhuur, horeca en artists in residence

1

Kantoor en zaalverhuur, naast religieus

3

Woonfunctie

1

Zaalverhuur

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 29

Kerkgebouwen in transitie Geconstateerd wordt dat het aantal leegkomende en af te stoten gebouwen in het afgelopen jaar is gestegen van drie naar negen. Drie van deze kerkgebouwen zijn overigens onder voorbehoud verkocht en zullen worden herontwikkeld tot woning (kerk aan Alendorperweg 57, voormalige gereformeerde kerk), wooneenheden (Apostolische kerk aan de Werner Helmichstraat 1-3) en een andere nog niet bekende functie (Westerkerk, Gereformeerde gemeente Utrecht, Catharijnekade 9). Twee kerken zijn (onder voorbehoud) verkocht aan andere geloofsgemeenschappen (St. Jacobus en de Triumfatorkerk). Door reorganisatie en samenvoeging van de rooms-katholieke parochies in de stad Utrecht zullen in 2017 vijf katholieke kerken hun deuren sluiten voor wat betreft het reguliere kerkelijke gebruik. Vier van deze kerkgebouwen hebben een beschermde status. Het betreft de St. Dominicus (Palestrinastraat 1, Oog in Al, gemeentelijk monument), de St. Antonius van Padua (Kanaalstraat 299, Lombok, rijksmonument), de St. Josephkerk (Staatsliedenbuurt, Draaiweg 44, gemeentelijk monument) en de St. Jacobuskerk (Zuilen, Prins Bernardplein 39, gemeentelijk monument). De verwachting is dat in de komende tien jaar het aantal te sluiten katholieke kerkgebouwen nog verder zal stijgen. Ook in protestantse kringen is verdere sluiting en afstoting van kerkgebouwen te verwachten.

Daarmee is de verwachting ook dat er meer kerkgebouwen zullen worden herontwikkeld. In de paragraaf over het particuliere initiatief zal nader worden ingegaan op enkele ontwikkelingen rond de te sluiten katholieke kerken. Foto’s: Westerkerk (linksboven). St. Dominicus (rechtsboven). St. Jacobuskerk (linksonder). St. Josephkerk (rechtsonder). (Bron: www.Duic.nl)

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 30

8. Financiële aspecten; beheer, onderhoud en exploitatie De instandhouding van monumentale kerkgebouwen is onder meer een financiële opgave. De reguliere exploitatie van kerkgebouwen omvat veel posten die voor alle monumentale gebouwen gelden, maar deels specifiek zijn voor kerkelijke objecten, zoals relatief hoge kosten voor energie, maar ook voor de verzekering - veelal tegen herbouwwaarde - en in veel gevallen ook de kosten voor de instandhouding van monumentale orgels. De exploitatie betreft: -

Kosten voor energie

-

Verzekeringen van het kerkgebouw

-

Abonnement en kosten inspecties Stichting Monumentenwacht Utrecht

-

Kosten voor regulier stemmen en onderhoud orgel(s)

-

Personele lasten en huisvesting van het kerkelijk bureau

-

In een enkel geval erfpacht

-

Onderhoudslasten

-

Overige lasten, zoals rente en aflossing op leningen voor restauratie

Incidenteel worden investeringen gedaan om nevengebruik mogelijk te maken: om het gebouw beter geschikt te maken voor verhuur en evenementen zijn diverse aanpassingen noodzakelijk. Dan gaat dan om extra toiletgroepen, horecavoorzieningen die aan de nodige eisen moeten voldoen, maar ook aanpassingen op grond van voorschriften van de brandweer, ten behoeve van de veiligheid van mens en gebouw. Voor gebouwen met religieus gebruik is heffing van OZB niet van toepassing. Bij wijziging van de functie met verlies van religieus gebruik vervalt deze vrijstelling van OZB. Tegenover deze kosten staan diverse inkomstenbronnen: -

Inkomsten die direct gerelateerd zijn aan het religieuze gebruik: de jaarlijkse kerkelijke

-

Inkomsten uit vergoedingen voor uitvaartbijeenkomsten en kerkelijke inzegeningen van

bijdrage van kerkleden (actie kerkbalans), collectes, giften en legaten. huwelijken. Foto: Boothstraat 7 voorbeeld van een bijeenkomst in de verhuurde kerkzaal.

Utrechtse visie religieus erfgoed: 09-05-2017 - blz. 31

-

Verhuur voor congressen (o.a. via ‘Huur een kerk’), evenementen, culturele manifestaties, concerten, vergaderingen en exposities. Concerten en andere evenementen worden vanuit eigen geledingen georganiseerd of door derden, zoals jaarlijks het Festival Oude Muziek.

-

Fondsen, sponsoring en crowdfunding (zoals voor de Domkerk, door de PGU in samenwerking met banken of een crowdfundingorganisatie).

-

Inkomsten uit additionele horeca, zoals bij de Domkerk.

-

Giften door bezoekers.

-

Subsidies voor rijksmonumenten (eenmalig voor restauraties en meerjarige instandhoudingssubsidies in het BRIM, binnenkort het SIM) en goedkope leningen van rijk, provincie (BRIM en Parelfonds) voor rijksmonumenten of van de gemeente (het Utrechts Restauratiefonds) voor gemeentelijke monumenten.

-

Binnenstadsfonds van PGU, gemeente en provincie voor de vijf grote rijksmonumentale kerken in de binnenstad (zie rol van de gemeente).

-

Entree heffen, in de huidige situatie gebeurt dat bij een beperkt aantal kerken, bij groepsrondleidingen. Dit toeristisch bezoek is met name mogelijk in de grote binnenstadskerken, behalve bij de Buurkerk. Het toeristisch bezoek kan het kerkelijke gebruik, de kerkdienst, in de weg zitten (museale versus kerkelijke functie).

Kerkeigenaren benoemen regelmatig het belang van het faciliteren door de gemeente van de mogelijkheden voor diverse vormen van nevengebruik (niet-kerkelijk gebruik), inclusief additionele horeca, in bestemmingsplannen.

Diverse regelingen onder andere voor kerkgebouwen Kerken nevenfunctie-lening van het Nationaal Restauratiefonds Met de Kerken nevenfunctie-lening kunnen aanpassingen worden gefinancierd die het mogelijk maken om het kerkgebouw voor andere activiteiten te gebruiken. Met de lening kunnen sanitaire voorzieningen, verwarming of een pantry worden gerealiseerd. Met deze (neven)activiteiten kan een kerkgebouw extra inkomsten genereren, wat gunstig is voor de exploitatie. De kerken nevenfunctie-lening kan ook ingezet worden voor duurzaamheidsmaatregelen of de financiering van herbestemmingskosten. Sinds 2016 is voor het verkrijgen van deze lening de eis van religieus gebruik losgelaten. Alleen rijksmonumenten kunnen van deze lening gebruik maken. Er kan maximaal € 150.000,- geleend worden tegen een lage rente (minimaal 1,5%). Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten van de rijksoverheid bevordert een duurzaam gebruik van beschermde monumenten en van gebouwen met een cultuurhistorische waarde. De regeling voorkomt dat monumenten waarvoor een nieuwe functie lastig te vinden is, langere tijd leeg staan en daardoor snel achteruit gaan. De subsidie draagt bij in de volgende kosten: -

onderzoek: kosten voor onderzoek naar de haalbaarheid van de herbestemming

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a785d00e-6447-4822-abd4-632160818eae