CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede Bestuursrapportage 2024 (na erratum)

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 24 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Tweede bestuursrapportage 202429.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

607

Investeringsbudget schaalsprong Fiets

6.326

-3.184

3.142

Boorstraattunnel

2.220

500

2.720

Strijkviertel

0

228

228

Archimedeslaan

0

1.100

1.100

Gageldijk

0

1.028

1.028

9.098

-273

8.825

Totaal

Toelichting Knelpunten op bestaande fietsroutes (flexibel fonds fietsroutes) In de MPR 2024 is 0,055 miljoen euro subsidie aan het krediet Flexibel fonds fietsroutes toegevoegd. Dit bedrag was nog niet geautoriseerd. Investeringsbudget schaalsprong Fiets Bij de Tweede bestuursrapportage 2024 wordt een viertal kredieten met een totaalbedrag van 3,2 miljoen euro uit de schaalsprong fiets gehaald. Naast de Archimedeslaan en Gageldijk zijn dit Koningsweg en bereikbaarheid catharijnesingel (samen 1,09 miljoen euro), die al bij de Eerste bestuursrapportage als apart project zijn opgevoerd. Boorstraattunnel Voor de Boorstraattunnel is er tot nu toe 2,220 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de schaalsprong fiets voor de dekking van de onderzoeks- en studiefase. Verschillende factoren maken dat de kosten voor de studiefase hoger zijn dan eerder geraamd: sonderingen en grondonderzoek in de spoorbaan bij de opstelsporen pakken duurder uit; er is meer nodig voor het vaststellen van de scope, afhechten systeemgrenzen en overleg in verband met verplaatsen speeltuin. Daarnaast is er sprake van hogere tarieven o.a. bij ProRail. Vanuit het beschikbare budget voor de Boorstraat stellen we voor aanvullend 0,5 miljoen toe te voegen aan het krediet voor de Boorstraattunnel (voor onderzoeks- en studiefase).

Strijkviertel De subsidie op het project Strijkviertel is in de MPR 2024 opgevoerd, het krediet was nog niet geautoriseerd. Archimedeslaan Voor het project Archimedeslaan zijn middelen beschikbaar gesteld vanuit middelen schaalsprong fiets. In 2024 halen we dit krediet uit de schaalsprong en vermelden we het project apart op de investeringsstaat bij de Programmabegroting 2025. Gageldijk Voor het project Gageldijk zijn middelen beschikbaar gesteld vanuit middelen schaalsprong fiets. In 2024 halen we dit krediet uit de schaalsprong en vermelden we het project apart op de investeringsstaat bij de Programmabegroting 2025.

29

2.7.2 Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed Totaal investeringen Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed Aantrekkelijke, groene leefomgeving Geautoriseerd krediet en erfgoed t/m 1e berap 2024

Voorgestelde wijzigingen 2e berap 2024

x €1.000 Actuele autorisatie uitgaven t/m 2e berap 2024

Vervangingsinvesteringen

40.675

4.902

45.577

Uitbreidingsinvesteringen

0

0

0

Routine-investeringen

0

0

0

40.675

4.902

45.577

Totaal Doelstelling Water en rioleringssystemen Doelstelling Water en rioleringssysteem

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap

x €1.000 Voorgestelde Actuele wijzigingen 2e autorisatie berap 2024 uitgaven t/m 2e berap 2024

Vervangingsinvesteringen

40.675

4.902

45.577

Totaal

40.675

4.902

45.577

Toelichting Betreft een correctie op zowel het gereed gemelde krediet bij de Jaarstukken 2023 als de hoogte van de geautoriseerde uitgaven conform de Jaarstukken 2023 en Programmabegroting 2024. Hierbij is abusievelijk niet het juiste bedrag meegenomen. Met deze correctie is de actuele autorisatie weer gelijk aan de stand van de voorziening per 31 december 2023, aangevuld met de storting van 2024.

2.7.3 Kansrijk opgroeien Totaal investeringen programma Kansrijk opgroeien Kansrijk opgroeien

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap 2024

Vervangingsinvesteringen Uitbreidingsinvesteringen A Totaal

249.351 339.986 589.337

x €1.000 Voorgestelde Actuele autorisatie wijzigingen 2e berap uitgaven t/m 2e berap 2024 2024 447 249.798 200 340.186 647 589.984

Doelstelling Onderwijshuisvesting Doelstelling Onderwijshuisvesting

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap 2024

x €1.000 Voorgestelde Actuele autorisatie wijzigingen 2e berap uitgaven t/m 2e berap 2024 2024

Vervangingsinvesteringen

249.351

447

249.798

Uitbreidingsinvesteringen A

339.986

200

340.186

Totaal Investeringen

589.337

647

589.984

30

Toelichting Vervangingsinvesteringen De voorgestelde wijzigingen betreffen de kredieten voor onderwijsinstellingen Shri Krishna, St. Rafael en Vleuterweide. De sloopkosten zijn hoger uitgevallen dan verwacht. Voorgesteld wordt om het krediet te verhogen. Dekking zal plaatsvinden binnen de stelpost kapitaallasten Onderwijshuisvesting. Uitbreidingsinvesteringen A De voorgestelde wijziging betreft het krediet De Jazzsingel. De eerste aanbesteding heeft geen resultaat opgeleverd en de tweede aanbesteding wel. Daardoor is de planning verschoven en dit heeft extra kosten met zich meegebracht. Voorgesteld wordt om het krediet te verhogen. Dekking zal plaatsvinden binnen de stelpost kapitaallasten Onderwijshuisvesting.

2.7.4 Levendige en gezonde stad Totaal investeringen programma Levendige en gezonde stad Programma Levendige en gezonde stad

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap 2024

Vervangingsinvesteringen Uitbreidingsinvesteringen A Totaal

266.837 226.164 493.001

Programma Levendige en gezonde stad

Geautoriseerd krediet Voorgestelde t/m 1e berap 2024 wijzigingen 2e berap 2024 62.268 -55.937 62.268 -55.937

Uitbreidingsinvesteringen B Totaal

Voorgestelde wijzigingen 2e berap 2024 311 -17.440 -17.129

x €1.000 Actuele autorisatie uitgaven t/m 2e berap 2024 267.148 208.724 475.872 x €1.000 Actuele stand tm 2e berap 2024 6.331 6.331

Doelstelling Vastgoed Doelstelling Vastgoed

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap 2024

x €1.000 Voorgestelde Actuele autorisatie wijzigingen 2e uitgaven t/m 2e berap berap 2024 2024

Vervangingsinvesteringen

195.519

311

195.830

Uitbreidingsinvesteringen A

107.145

0

107.145

Totaal

302.664

311

302.975

Toelichting Fort de Klop (1e Polderweg 4-6) De scope van dit project is aangepast waardoor het krediet naar beneden wordt bijgesteld. Emile Hullebroeckstraat 60-66 (Spoor 2) deel 1 De uitgaven laten een lichte overschrijding zien. Voorgesteld wordt om het krediet met dit bedrag te verhogen. Dekking vindt plaats binnen de stelpost kapitaallasten.

31

Maartvlinder 1-11 (Sportcampus deel 1) De kosten voor de Sportcampus zijn hoger uitgevallen door wensen derden. Deze hogere kosten kunnen worden gedekt vanuit de bijdrage derden die worden geleverd voor deze extra wensen. Voorgesteld wordt om het krediet naar boven bij te stellen. Piramidedreef 3-5 Om tijdelijk wonen mogelijk te maken in dit pand, is er een aanpassing nodig waarvoor we een kleine investering gaan doen. Voorgesteld wordt om het krediet naar boven bij te stellen welke gedekt wordt door huuropbrengsten. Doelstelling Vastgoed Doelstelling Vastgoed

Geautoriseerde krediet t/m 1e berap 2024

x €1.000 Voorgestelde Actuele autorisatie wijzigingen 2e uitgaven t/m 2e berap berap 2024 2024

Uitbreidingsinvesteringen B

62.268

-55.937

6.331

Totaal

62.268

-55.937

6.331

Toelichting Het nog te autoriseren bedrag voor investeringen in categorie B wordt verlaagd. Dit betreft investeringen die zijn samengevoegd met andere investeringen of er is besloten dat deze niet uitgevoerd gaan worden. Dit betreft de kredieten Wijkvoorziening zoekgebieden (5,137 miljoen), Beeldende kunst presentatie-instelling, Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn, Podiumkunsten maak- en presentatieplek, Uitbouw muzikale oefenstudio's, Wijkvoorziening zoekgebieden en het Merwedekanaalzone gezondheidscentrum. Naast de verlaging is er een krediet opgenomen voor een gezondheidscentrum in Merwedekanaalzone (blok 8), in het kader van Utrechtse barcode. Hier zal de Raad nog verder over worden geïnformeerd. Doelstelling Toegankelijke sportvoorzieningen Doelstelling Toegankelijke sportvoorzieningen

Geautoriseerd krediet t/m 1e berap 2024

x €1.000 Voorgestelde Actuele autorisatie wijzigingen 2e uitgaven t/m 2e berap berap 2024 2024

Vervangingsinvesteringen

71.318

0

71.318

Uitbreidingsinvesteringen A

119.019

-17.440

101.579

Totaal

190.337

-17.440

172.897

Toelichting Sporthal Vleuten de Meern Bij de Voorjaarsnota 2024 is besloten om af te zien van de bouw van deze sporthal. Het krediet wordt verlaagd met 18,090 miljoen en staat hiermee op 0. Ariënslaan 2 (Sportpark De Berekuil) Op dit sportpark wordt een extra kunstgrasveld aangelegd. Het krediet wordt verhoogd met 0,650 miljoen. Dit wordt gedekt uit de stelpost kapitaallasten.

32

3. Voortgang uitvoering coalitieakkoord en voortgang besteding Resultaatbestemming 3.1 Mijlpalen in Q1 en Q2 2024 Op 1 juni 2022 verscheen het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’. In bijlage 1 is een actueel overzicht opgenomen van de planning van de uitvoering van het coalitieakkoord. Dit betreft een planning op hoofdlijnen en is geen uitputtend overzicht. De mijlpalen die behaald zijn in Q1 en Q2 2024 worden onderstaand weergegeven. Tabel: Behaalde mijlpalen in Q1 en Q2 van 2024

Onderdeel

Initiële planning

Contact maakt de stad Beleidsnota Samen stad maken Geen Utrecht zonder U

Q2 2024

Raadsbrief Initiatievenfonds

Jaarlijks

1. We maken ons hard voor kansengelijkheid 1.1 Wijk- en buurtaanpak Raadsbrief Voortgangsrapportage Samen voor Overvecht 2023

Jaarlijks

1.2 Bestaanszekerheid Beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid

Q1 2024

Uitwerking wijkgericht werken WenI (w.o. werkwinkel en werkmatchers in de wijk): In 2024 zijn we gestart met de pilot Integraal werken in de wijk. Daarnaast gaan we door met andere wijkgerichte activiteiten zoals de wijkwinkels.

2024

Herziening participatiewet (bijdrage aan totstandkoming menswaardige bijstand en aanpalende wetgeving): We blijven ons continu inzetten voor een menselijkere Participatiewet via onze lobby. 1.3 Arbeidsmarkt

Continu

Beleidsnota Werk en re-integratie Met vertrouwen en focus naar een zeker bestaan 2024-2032

Q2 2024

Raadsbrief Diverse ontwikkelingen Arbeidsmarkt (Evaluatie omscholingsregeling, Opschaling aanpak arbeidsmarkttekorten energietransitie in uitvoering) 1.5 Gezondheid

Q2 2024

Beleidsnota gezondheid - Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027 1.7 Inclusie

Q2 2024

Beleidsnota inclusie en diversiteit 2024-2033

Q1 2024

1.9 Onderwijs Utrechtse Onderwijsagenda werkagenda 2024 - 2027

Q2 2024

Raadsvoorstel Beleidsnota bibliotheek 2024- 2034

Q2 2024

De mijlpaal Rijkspilot “School en Omgeving” - aanpak Rijke Schooldagen in Overvecht, Noordwest en Zuidwest is afgerond en over het vervolg is ook in diverse kwartaalbrieven onderwijs 33

20232024

terugkoppeling gegeven, waaronder in de Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 4e kwartaal 2023 en de Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 1e kwartaal 2024 2. We pakken de woningnood aan 2.1 Volkshuisvesting en wonen Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening gemeente Utrecht 2.2 Gebiedsontwikkeling

Q2 2024

De mijlpaal "Toekomstgesprekken Stad" is afgerond. De uitkomsten van de gesprekken zullen 2024

worden verwerkt in de stedenbouwvisie (2024).

3. We gaan de klimaatcrisis tegen 3.1 Energie en klimaat Raadsbrief Uitvoeringsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen 2024-2028

Q1 2024

Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop 3.3 Milieu en circulariteit

Q2 2024

Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050 (februari 2024)

Q2 2024

4. We werken aan een levendige en leefbare stad 4.1 Lokale economie Q2 2024

Raadsbrief Nadere regel evenementen Jaarplan 2024 ROM Utrecht Region

Q1 2024

4.3 Cultuur en erfgoed Raadsbrief Subsidieverdeling Cultuurnota 2025-2028

Q2 2024

4.4 Sport, spelen en bewegen Raadsbrief Sportakkoord II en Plan van aanpak sociaal veilige sport

Q3 2024

Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport en Tarievenbeleid Realisatie 3 sporthallen (Berlijnplein, Bontekoelaan en tijdelijke sporthal Loevenhout), 2

Q4 2023 Q2 2024

kunstgrasvelden (Fletiomare Oost en sportpark Zuilen) en 1 hockeyveld (Rijnvliet)

3.2 Wijzigingen in de planning In deze paragraaf worden belangrijke wijzigingen in de planning van de uitvoering van het Coalitieakkoord sinds de Eerste bestuursrapportage 2024 toegelicht. Contact maakt de stad Voortgang programma Samen stad maken

Was: Q3 2024

Wordt: zie hieronder

Q1 2025 - raadsbrief Samen stad maken over o.a. 0-meting en ervaringen kompas voor zeggenschap + Q1 2026 eerste evaluatie Beleidsnota Samen stad maken

34

1. We maken ons hard voor kansengelijkheid 1.1 Wijk- en buurtaanpak Nota wijk en buurtaanpak 2024 en verder

Was: Q3 2024

Wordt: zie hieronder

Nota Buurt- en wijkgericht werken wordt een Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken dat eind Q3 2024 met een raadsbrief aan de Raad wordt aangeboden. Daarna volgt een jaarlijkse rapportage over de uitvoering. 1.3 Arbeidsmarkt Nieuwe subsidieregeling Werk naar Werk (opvolger fonds Mismatch)

Was: Q2 2024

Wordt: Q2 2025

Bij de Eerste bestuursrapportage 2024 was gemeld dat de toekenning en administratieve afhandeling van subsidies uit het fonds Mismatch meer tijd dan verwacht vroegen. Daarom is aan de aanvragers uitstel verleend naar Q1 2025 om de resultaten te behalen. De tussentijdse rapportages zijn reeds ontvangen; de resultaten van het eerste halfjaar zijn naar verwachting en conform afgegeven doelen. Banenplan werkgevers in uitdrukkelijke verbinding met bestaande initiatieven zoals WSP, Actie-agenda banenafspraak,

Was: 2024

Wordt: Vervallen

Marktgroepaanpak Is als bezuiniging komen te vervallen. Door de huidige krappe arbeidsmarkt wordt een plan niet noodzakelijk geacht. 1.10 Vluchtelingen, asiel en integratie Landelijke afspraken structurele Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV)

Was: onbekend

Wordt: onbekend

Na de verkiezingen zijn landelijke afspraken deels on hold gezet (geen uitbreiding naar landelijk dekkend netwerk) in afwachting van het Hoofdlijnenakkoord (HLA). In het HLA werd de LVV wegbezuinigd en een uitgewerkt Regeerakkoord is er nog niet (Prinsjesdag). We werken nu aan diverse lokale varianten voor de opvang en begeleiding voor ongedocumenteerde mensen per 2025 e.v. Lopende 2024 wordt LVV conform geprioriteerde landelijke afspraken uitgevoerd.

2. We pakken de woningnood aan 2.1 Volkshuisvesting en wonen Uitwerking Financieringsconstructies wooncoöperaties & Fonds betaalbare koop (onderdeel van Uitvoeringsprogramma coöperatief Was: Q2 2024

Wordt: Q4 2024

wonen) Actuele ontwikkelingen met betrekking tot een landelijk leenfonds voor wooncoöperaties hebben een dusdanig effect op de benodigde financieringsconstructies van de gemeente dat daarom gekozen is deze actualiteit mee te nemen in het onderzoek. Hierdoor wordt het helaas wel later afgerond. 2.2 Gebiedsontwikkeling Actualisatie Nota Grondbeleid (in relatie tot actief grondbeleid)

35

Was: Q1 2024

Wordt: Q3 2024

Op verzoek van enkele raadsfracties is de nota grondbeleid in juni geagendeerd voor een raadsinformatiebijeenkomst. Vervolgens vindt in september de bespreking plaats in de commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken. Stedenbouwvisie

Was: 2024

Wordt:Q1 2025

Beslechten van resterende vraagstukken om van laatste concept tot eindversie te komen, heeft langer geduurd in verband met benodigde afstemming. 2.3 Bereikbaarheid Plan van aanpak voetgangersnetwerk

Was: Q4 2024

Wordt: Q1 2025

We zijn inmiddels verder in de uitwerking van dit plan. Zoals ook aangegeven in de Raadsbrief Monitor Mobiliteitsplan en Voortgangsrapportage Duurzame Mobiliteit (voorjaar 2024) verwachten we dit plan in Q1 2025 met de Raad te kunnen delen. Besluit over de eerste onderdelen van het ov-wiel met spaken (MIRT-verkenning ov en wonen)

Was: Q4 2024

Wordt: Q4 2025

Op basis van de nu beschikbare beslisinformatie is het niet mogelijk om een (voorlopig) voorkeursalternatief met voldoende doelbereik binnen het budget vast te stellen op het BO-MIRT 2024. De Raad is hierover per brief geïnformeerd (september 2024). 3. We gaan de klimaatcrisis tegen 3.1 Energie en klimaat Was: Q2 2024 Wordt: Q4 2025 Uitvoeringsplan Overvecht-Noord aardgasvrij We passen het tempo van het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen aardgasvrij aan op basis van de context waarbinnen we die moeten opstellen (wetgeving, medewerking Eneco). Uitvoering geven aan keuze gemaakt op basis van op te stellen scenario's vervolg Overvecht-Noord. Keuze is voorzien eind 2024. Was: in Verdere uitvoering bestrijden energiearmoede

uitvoering

Wordt: Jaarlijks

We hebben een dashboard aanpak energiearmoede. In de meest recente raadsbrief (8 november 2023) over de aanpak koopkracht- en energiecrisis kondigden we aan om de Raad in het tweede kwartaal van 2024 opnieuw te informeren over deze aanpak. 3.2 Groen en klimaatbestendige leefomgeving Visie Stadswater

Was: Q2 2024

Wordt: Q4 2024

De Beleidsnota Stadswater is eind juni ter besluitvorming aangeboden aan de raad. Vaststelling is voorzien in oktober/november. Omgevingsplanregels klimaatadaptatie en water (samenhang met invoering Omgevingswet)

Was: Q3 2024

Wordt: Q1 2025

De omgevingsplanregels water en riolering zijn uitgewerkt en worden bij de eerste herziening van het omgevingsplan aan de Raad voorgelegd. Met de uitwerking van de omgevingsplanregels voor de klimaatadaptatie doelstellingen zijn we begonnen, maar deze uitwerking vraagt meer afstemming dan voorzien. We streven ernaar deze regels bij een volgende herziening van het omgevingsplan in Q1 2025 aan de raad aan te bieden.

36

Visie en beleidsnota Ondergrond

Was: 2024

Wordt: Q2 2025

Het is vertraagd tot en met het eerste kwartaal 2025. De visie wordt nu volledig een beleidsnota. De materie is complexer dan in het begin was voorzien. Als gevolg van ondercapaciteit zorgt de proceswijziging voor vertraging. 3.3 Milieu en circulariteit Actualisatie beleidsnota luchtkwaliteit

Was: Q2 2024

Wordt: Q1 2025

De beleidsnota wordt in Q3 2024 aangeboden aan het college en daarna aan de Raad. Uitvoeringsprogramma emissieloos vervoer (incl. Transitieplan tankstations)

Was: onbekend

Wordt: onbekend

Het uitvoeringsprogramma wordt een uitwerking van de Klimaatvisie en de Beleidsnota Luchtkwaliteit, waaraan nog gewerkt wordt. Daarom is de planning nog niet bekend. Beleidsnota Utrecht Circulair

Was: Q2 2024

Wordt: Q4 2024 In het raadsvoorstel Visie Utrecht circulair 2030 bent u geïnformeerd dat de beleidsnota in 2024 wordt aangeboden. De beleidsnota ligt op dit moment ter inzage. Vaststelling staat gepland in Q4 2024. 4. We werken aan een levendige en leefbare stad 4.1 Lokale economie Actualisatie hotelbeleid

Was: 2024

Wordt: Q2 2025

Gedurende het project werden de voorgenomen belastingverhogingen (Toeristenbelasting en BTW) bekend. Om het hotelbeleid zo actueel mogelijk te maken worden de voorgenomen belastingenverhogingen meegenomen in het beleid. Dit heeft geleid tot vertraging. We voorzien besluitvorming door de Raad in Q2 2025. 4.4 Sport, spelen en bewegen Oplevering zwembad Leidsche Rijn - Maximapark

Was: 2026

Wordt: 2028/2029

In VJN 2024 is besloten dat aanleg van dit zwembad wordt uitgesteld (oplevering verschuift naar 2028/2029). Realiseren diverse nieuwe openbare sport- en beweegvoorzieningen, toevoeging sportvelden en capaciteit in

Was: 2024-2026

relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen.

Wordt: 20242029

Vanwege gewijzigde financiële situatie en VJN 2024 zijn we genoodzaakt ambities bij te stellen. Dit betekent vertraging van voorzieningen in de openbare ruimte, vertraging van sportvelden en afstel van een sporthal. 4.5 Vastgoed Raadsvoorstel Beleidsnota Vastgoed

Was: Q3 2024

Wordt: Q1 2025

Het afwegingskader voor vastgoedprojecten, dat onderdeel is van de beleidsnota, kost meer tijd. We willen dit bestuurlijk en ambtelijk goed afstemmen. Raadsbrief Uitgangspunten Verduurzamingsagenda gemeentelijk Vastgoed

37

Was: Q2 2023

Wordt: Q4 2024

Er is vertraging bij de uitvoering van de pilotprojecten door de complexiteit van het project, hierdoor zijn de resultaten nog niet gereed. Over de voortgang is de Raad op 27 mei 2024 geïnformeerd in de Verzamelbrief Vastgoed.

3.3 Voortgang besteding Resultaatbestemming In deze paragraaf worden de verwachte bestedingen van de bestemmingsvoorstellen weergegeven vanuit de Jaarstukken 2023. Met de bestemmingsvoorstellen zijn bedragen overgeheveld van 2023 naar 2024. De prognose laat een onderbesteding zien voor 2024 van 2,038 miljoen euro, waarbij wordt voorgesteld om 1,160 miljoen euro over te hevelen naar 2025 en wordt 0,878 miljoen euro niet besteed. Dit wordt ten gunste van het financiële beeld 2024 gebracht.

x €1.000

Programma Betrouwbare overheid Ontwikkelen en wonen voor iedereen Duurzame bereikbaarheid Aantrekk. groene leefomgeving en erfpacht Passende ondersteuning en opvang Werk, toekomstige economie Kansrijk opgroeien Levendige en gezonde stad Algemene middelen en overhead Totaal

Resultaat Realisatie bestemming incl. Nog te 2023 verplichting realiseren

Prognose Overhev besteding eling Onzeker 2024 2025 bedrag

676

155

95

250

215

-

1.202 83

688 83

122 -

810 83

100 -

-

495

424

72

496

-

-

358 1.875 1.140 4.006

358 1.875 440 2.837

-

-

-

648

358 1.875 440 3.485

700 145

315

2.638 12.473

1.330 8.190

1.309 2.245

2.638 10.435

1.160

315

-

-

-

Toelichting: Prognose besteding 2024 Van de totale prognose dient 2,245 miljoen euro nog besteed te worden (peil 1 juli 2024). Dit betreft met name: Programma Levendige en gezonde stad (0,648 miljoen euro) Van het nog te realiseren bedrag is de helft aangeduid als onzeker (0,315 miljoen euro). Dit omvat de dekkingsvoorstellen voor de doelstelling Cultuur, de uitnutting is afhankelijk van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de maatregelen.

38

Algemene middelen en overhead (1,3 miljoen euro) Het nog te realiseren bedrag bevat de middelen voor de inbedding van Sturen en Verantwoorden ( 1 miljoen euro) in de organisatie. Het programma bevindt zich in de afrondfase. Er komt een nieuw voorstel over hoe Sturen en Verantwoorden structureel in de lijn kan worden geborgd. Indien er middelen resteren zal dit worden besteed aan het DRA traject. Overheveling naar 2025 Voorgesteld wordt 1,16 miljoen euro over te hevelen naar 2025. Dit betreft met name: Betrouwbare overheid De overheveling heeft betrekking op de uitgaven rond de collegewissel/raadswissel bij gemeenteraadsverkiezingen die eenmaal in de vier jaar plaatsvinden en POK-gelden die zijn bestemd voor Actielijn 2 Robuuste Rechtsbescherming. Ontwikkelen en wonen voor iedereen Dit betreft middelen voor o.a. een reclamecampagne voor de uitvoering/implementatie van de Wet Goed Verhuurderschap, deze loopt door in 2025. Kansrijk opgroeien De overheveling heeft betrekking op aanpak van het lerarentekort. Het kabinet heeft hiervoor geen geld vrijgemaakt. De gemeente heeft middelen toegezegd aan de scholen tot eind 2025. Daarnaast wordt door vertragingen en het missen van uitvoeringscapaciteit bij de scholen dit bedrag niet in 2024 opgemaakt en is in het komende schooljaar nodig is (en schooljaar betekent ook boekjaar 2025).

Levendige en gezonde stad Voor het onderhoud van het Alleeplantsoen 39 zijn de plannen in voorbereiding, de uitvoering volgt naar verwachting in 2025.

39

4. Corresponderende posten In de Meicirculaire 2024 is voor specifieke taken de compensatie van het Rijk geactualiseerd: de corresponderende posten. Zo worden er extra middelen toegevoegd voor nieuwe taken, uitnamen voor vervallen taken opgenomen en wijzigingen in de omvang compensatie voor bestaande taken opgenomen. Deze mutaties worden direct verwerkt op de betreffende uitvoeringsbudgetten. Hieronder zijn de mutaties van deze corresponderende posten voor het jaar 2024 opgenomen. De noodzakelijkheid van het doorgeven van deze middelen is op de inhoudelijke programma’s getoetst. Onderstaand het overzicht van de corresponderende posten per programma: x € 1.000 Programma

Corresponderende post

Aantrekk. groene leefomgeving & erfgoed Suppletie-uitkering Bommenregeling Betrouwbare Overheid

Kansrijk Opgroeien

Levendige en gezonde stad

95

Basisregistratie Personen (BRP) experiment

2

Handelsregister

-21

Totaal Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg

-19 -525

Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU)

-27

Ketensystemen Jeugd

-11

Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+

29

Voorschoolse voorziening peuters (DU)

3

Werkdrukverlaging jeugdbescherming

560

Totaal

29

Einde lening inburgeringsplichtig (DU)

16

Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen

223

Landelijke Vreemdelingen Voorziening

-383

40

50 50

Pilot dakloze EU-burgers

998 1.006

Uitvoeringskosten Omgevingswet

968

Totaal

968

Beschermd Wonen (IU)

5.007

Nationaal actieplan dakloosheid

3.694

Vrouwenopvang (DU)

-2

Wmo hulpmiddelen

81

Totaal Veilige Stad

52

Maatschappelijke begeleiding (DU) Totaal

Passende zorg en ondersteuning

95

Totaal

LHBTI-emancipatiebeleid (DU)

Ontwikkelen en wonen voor iedereen

2024

8.780

Suppletie-uitkering Bommenregeling Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit

91

Totaal

126

35

Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden

910

Participatie (IU) onderdeel re-integratie Participatie (IU) Wsw

405 1.625

Regionale doelgroepspecifieke aanpak Totaal Eindtotaal

137 3.077 14.062

Aantrekkelijke groene leefomgeving & Erfgoed Suppletie-uitkering Bommenregeling Op grond van de Bommenregeling en de ingediende aanvraag op basis van raadsvoorstel Aanvraag bijdrage Gemeentefonds 2024 voor het opsporen van Conventionele Explosieven ontvangt de gemeente Utrecht een bijdrage in de kosten voor het opsporen van Conventionele Explosieven uit de Tweede Wereldoorlog op diverse locaties in de stad. Betrouwbare Overheid Basisregistratie Personen (BRP) experiment Vanaf 1/1/2024 zijn gemeenten, via het BRP-experiment, verplicht om inwoners fysiek aan te schrijven als er mutaties op hun woonadres hebben plaatsgevonden. Handelsregister Vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt de jaarlijkse aanvullende bijdrage voor het overheidsgebruik van het Handelsregister structureel verwerkt. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Kansrijk Opgroeien Compensatieregeling niet beoogde kosten Jeugdzorg De compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Hiervoor wordt een uitname gedaan uit het Gemeentefonds.

Jeugdhulp kinderen in een AZC Dit betreft een correctie op basis van de definitieve verdeling 2024 Ketensystemen Jeugd De bijdrage vanuit de gemeenten voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen Jeugd van het Gemeentefonds verlaagd. Loon- en Prijsbijstelling Voogdij 18+ De integratie-uitkering Voogdij 18+ is overgeheveld naar de Algemene uitkering, in 2024 wordt nog eenmalig loon- en prijsbijstelling toegevoegd. Voorschoolse Opvangvoorziening Peuters Gemeenten zijn verplicht zich in te spannen ter voorkoming van onderwijsachterstanden. Aandacht gaat vooral uit naar kansarme kinderen. Werkdrukverlaging Jeugdbescherming Uit landelijk onderzoek is gebleken dat de huidige tarieven van jeugdbescherming en jeugdreclassering ontoereikend zijn. Hierdoor zijn extra middelen beschikbaar gesteld. 41

Levendige en Gezonde Stad Einde lening inburgeringsplichtig Middelen voor begeleiding en in het beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPS bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Faciliteitenbesluit Opvangcentra In het Faciliteitenbesluit is geregeld dat de gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben, uitkeringen krijgen vanuit een decentralisatie-uitkering. Op basis van dit besluit wordt aan een gemeente waarin een opvangcentrum is gevestigd jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een uitkering verstrekt. Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Deze middelen zijn bedoeld voor preventiemiddelen in aanloop naar het nieuwe Anti Discriminatie stelsel. De middelen zijn structureel. Landelijke Vreemdelingen Voorziening De middelen aan de gemeenten met een LVV-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het Gemeentefonds. In deze circulaire zijn de uitnamen voor 2023 en 2024 meegenomen. LHBTI-Emancipatiebeleid Deze middelen worden ingezet om onze doelstellingen op het gebied van emancipatie te realiseren. Maatschappelijke begeleiding Bijdrage voor maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Pilot dakloze EU-burgers Vergoeding voor het uitvoeren van de pilot Dakloze EU-burgers.

Indien dit niet uitgevoerd kan worden, dan heeft dit tot gevolg dat 30-40 mensen extra op straat komen met negatieve gevolgen voor hun veiligheid en gezondheid en leidt tot overlast op straat. Ontwikkelen en wonen voor iedereen Uitvoeringskosten Omgevingswet De Omgevingswet is meerdere malen uitgesteld en de implementatie loopt door in 2024 en 2025. Bij deze circulaire wordt 0,968 miljoen euro toegevoegd om te kunnen voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Passende Zorg en Ondersteuning Beschermd wonen (IU) Jaarlijks wordt aan de integratie uitkering Beschermd Wonen loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de compensatie die wij als centrumgemeente ontvangen voor de uitvoering van Beschermd Wonen. Nationaal Actieplan dakloosheid Structurele centrumgemeentemiddelen ten behoeve van het Nationaal Actieplan dakloosheid.

42

Vrouwenopvang (DU) Verlaging van het budget voor Vrouwenopvang. WMO hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeenten tot meerkosten. Hiervoor worden in 2024 en 2025 extra middelen beschikbaar gesteld. Veilige Stad Suppletie-uitkering Bommenregeling Op grond van de Bommenregeling en de ingediende aanvraag op basis van raadsvoorstel Aanvraag bijdrage Gemeentefonds 2024 voor het opsporen van Conventionele Explosieven ontvangt de gemeente Utrecht een bijdrage in de kosten voor het opsporen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog op diverse locaties in de stad. De bijdrage is over twee programma's verdeeld: Aantrekkelijke groene leefomgeving & erfgoed en Veilige Stad. Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit Bijdrage extra ondersteuning bij de uitvoering van een pilot buurtaanpak. Onder andere het voorkomen dat jongeren worden verleid om de (ondermijnende) criminaliteit in te gaan. Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Dienstverlening Gemeenten aanpak armoede en schulden Dit budget is bedoeld om het gestegen bereik van de armoederegelingen en het beroep op schuldhulpverlening te compenseren. Participatie (IU) onderdeel re-integratie Jaarlijks wordt aan de integratie uitkering participatie loon- en prijsbijstellingen toegevoegd.

Participatie (IU) Wsw Jaarlijks wordt aan de integratie uitkering Wsw de loon- en prijsbijstellingen toegevoegd. In 2024 is er daarnaast sprake van een uitkering in verband met het versterken van de infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven. Regionale doelgroep specifieke aanpak Bijdrage die wij als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio ontvangen voor een regionale doelgroepgerichte aanpak voor statushouders.

43

5. Peilstok Stedelijke Ontwikkeling Inleiding In de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling geven wij een actueel beeld van de stedelijke prognose woningbouw (korte termijn 2024-2026) en van de verdeling van de actuele plancapaciteit woningbouw (lange termijn), rapporteren wij over de stand van de grondexploitatieprojecten (binnenstedelijk, Leidsche Rijn en Stationsgebied), het financieel kader Merwedekanaalzone en de stand van zaken van de reserve ruimtelijke ontwikkelingsprojecten en reserve betaalbaar wonen, voor zover deze afwijken van het Meerjaren Perspectief Ruimte 2024 (MPR 2024). We rapporteren over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2024 en de prognose voor de tweede helft van 2024. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2024 en daarmee de stand van het onderhanden werk. Daarnaast lichten we de ontwikkelingen toe die het geprognosticeerd saldo van de grondexploitaties zoals gepresenteerd in het MPR 2024 kunnen beïnvloeden. In deze Peilstok Stedelijke Ontwikkeling zien we een lichte terugval in de woningbouwprognoses ten opzichte van het MPR 2024. Ten tijde van de woningbouwprognose van het MPR 2024 gingen we uit dat we de prognose volledig zouden realiseren.

Echter zien we na een half jaar dat als het gaat om de start bouw van woningen op korte termijn een daling van de verwachte start bouw in het jaar 2024 ten opzichte van het in het MPR geprognosticeerde aantal. Deze daling is conform de prognose van de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling 2023. Voor 2025 en 2026 zien we vooralsnog dat de plancapaciteit stabiel blijft. Wel zien we het risicoprofiel van projecten verhogen in de planning van projecten. De lichte terugval en ook de risico's voor de komende jaren worden met name veroorzaakt door lange doorlooptijd van de bezwaar- en beroepsprocedures, het risico op netcongestie en de financiële haalbaarheid door de veranderde marktomstandigheden. De lastigere marktomstandigheden door de gestegen rente en kosten in de afgelopen jaren hebben gezorgd voor uitstel van projecten. Hierdoor zien we, zoals ook al in het MPR 2024 geconstateerd, dat het aantal opleveringen in 2024 en 2025 nog onder ons ambitieniveau ligt. We zien dat inflatiecijfers zijn gestabiliseerd, de marktrentes liggen desalniettemin op een hoger niveau dan voor 2022. Dit zet de financierbaarheid van projecten onder druk, mede ook vanwege de alsmaar stijgende bouwkosten door duurdere materialen en een tekort aan arbeidskrachten.

Gezien de nog steeds lastige marktomstandigheden en de gestegen kosten zetten we er via de Utrechtse Aanpak op in om projecten die stil dreigen te vallen toch doorgang te laten vinden. Dit doen we door het maken van project specifieke maatwerkafspraken om de haalbaarheid van projecten te vergroten. Daarnaast zetten we in op het verkrijgen van onder andere Rijkssubsidies om woningbouw te versnellen. Voor meerdere grondexploitaties worden minder kosten en opbrengsten gerealiseerd dan was begroot voor de jaarschijf 2024. Veelal is de verwachting dat deze kosten en opbrengsten in de jaarschijf 2025 alsnog worden gerealiseerd. Deze verschuiving heeft een neutraal effect op het eindresultaat van de grondexploitaties. Op basis van de huidige ontwikkelingen verwachten wij geen afwijkingen op het in het MPR 2024 geprognosticeerde resultaat van de grondexploitaties. Wel verwachten wij dat o.a. voor de grondexploitaties Leidsche Rijn en Merwedekanaalzone het risico op vertraging verder toeneemt, met mogelijk negatieve effecten op de plankosten. Deze vertragingen zijn mede het gevolg van de onzekere marktomstandigheden en hoge werkdruk bij de Raad van State rondom de behandeling van beroepsprocedures bij bestemmingsplannen. Daarnaast wordt binnen de gemeente continu onderzocht wat de impact is van de risico’s voortkomend uit de netcongestie-problematiek.

Bij het MPR 2025 zullen wij de risico- en scenarioanalyses opnieuw actualiseren. 44

5.1 Actuele ontwikkelingen woningbouw Prognose start bouw korte termijn 2024 t/m 2026 De prognose start bouw voor de korte termijn (2024-2064) is in onderstaand figuur (figuur 1) weergegeven. Voor 2024 verwachten we dat er circa 1.600 woningen in aanbouw genomen worden. Dit is een daling ten opzichte van de prognose in het MPR 2024, maar conform de prognose van de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling 2023. Ten tijde van de woningbouwprognose van het MPR 2024 zijn we ervan uitgegaan dat we de prognose volledig zouden realiseren. We constateren echter dat de planuitval in lijn ligt van onze prognose van de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling 2023. Hierbij zijn we uitgegaan van 40% planuitval. De vertraging komt onder andere door marktomstandigheden waardoor beleggers niet instappen (Marco Pololaan; 240 woningen), beroep omgevingsvergunning (Ivoordreef en Merwede-deelgebied 5; 244 woningen) of vertraging doordat gemeente en ontwikkelaar nog in gesprek zijn (Cartesiusdriehoek 2C; 117 woningen). Deze ontwikkelingen schuiven over de jaargrens heen. Het betreft hier faciliterende ontwikkelingen waardoor we als gemeente afhankelijk zijn van andere partijen. Verschillende ontwikkelingen schuiven hierdoor in de planning op van 2024 naar latere jaren. Tegelijkertijd zien we ook een verschuiving in 2025 en 2026 van projecten die vertragen, bijvoorbeeld Kwekerij Fase IV (400 woningen).

Dit neemt niet weg dat we voor de komende jaren wel een toename verwachten van het aantal woningen dat in aanbouw genomen wordt. Deze verwachte toename is mede gebaseerd op het aantal reeds verleende vergunningen. In 2023 zijn er ruim 3.900 vergunningen verleend en in de eerste helft van dit jaar zijn ruim 1.900 vergunningen verleend. We doen er alles aan om projecten binnen de planning zoveel mogelijk door te laten gaan. Zo werken we met de Utrechtse Aanpak om woningbouwprojecten te versnellen. Met de Utrechtse aanpak hebben we ervoor gezorgd dat verschillende projecten die stil lagen toch door kunnen gaan. Dit doen we door projectspecifieke maatregelen, zonder generieke eisen los te laten. Daarnaast hebben aanvragen voor rijkssubsidies als de Startbouwimpuls (SBI) en Woningbouwimpuls (WBI) verschillende projecten vlotgetrokken. Desalniettemin zien we ook voor komende jaren risico op vertraging. Gebiedsontwikkelingen zijn vaak langjarige trajecten die van veel verschillende factoren afhankelijk zijn. Vertraging kan onstaan door uiteenlopende redenen, zoals bezwaarprocedures, gesprekken met initiatiefnemers en onzekerheid rond netcongestie en stikstof. Ook zien we dat de haalbaarheid van projecten nog steeds onder druk staat door de huidige marktomstandigheden.

We zien dat op dit moment het sterkst waar het middenhuurprojecten betreft, omdat dit financieel lastig te realiseren is. Door deze uiteenlopende redenen is het moeilijk om precieze voorspellingen te doen over de effecten op de woningbouwaantallen. Door gebruik te maken van een aftopping van 40% voor 2025 en 2026 proberen we een realistischer beeld te schetsen van de verwachte aantallen start bouw van woningen. Deze systematiek gebruiken wij sinds het MPR2021. We hanteren een aftopping om mogelijke planuitval in te calculeren. Met het oog op de urgente vraag ten aanzien van de woningbehoefte op de (zeer) korte termijn is komende jaren extra inzet nodig om tempo te houden in de woningbouwproductie. Daarom zetten we naast de Utrechtse Aanpak in op tijdelijke woningbouw. We rapporteren hier apart over via raadsbrieven. In de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling zijn cijfers ten aanzien van de start bouw van tijdelijke woningbouw meegenomen in de betreffende prijssegmenten.

45

Netcongestie Netcongestie vormt een groot risico voor de ontwikkeling van de stad. Rijk, netbeheerders en regio voeren een noodplan uit om verdere verslechtering te voorkomen. In oktober wordt beoordeeld door de netbeheerders en de provinciale energy board of de extra maatregelen voldoende verlichting bieden om een stop op nieuwe kleinverbruik-aansluitingen, en daarmee de facto een stop op woningbouw, te voorkomen. De Utrechtse inzet is dat de ontwikkeling van de stad, met name grootschalig woningbouwprojecten, door kan gaan. Vereiste is waarschijnlijk wel dat deze vanaf nu ‘netbewust’ worden uitgevoerd, om piekbelasting van het stroomnet te verminderen.

Figuur 1: Stedelijke prognose woningbouw (start bouw) 2024-2026 hoofdcategorie inclusief aftopping voor mogelijke planuitval (40%), afronding op 25 tallen. Prognose opleveringen korte termijn Zoals ook in het MPR 2024 gerapporteerd is, zien we een dip in het aantal opleveringen in 2024 en 2025. Deze dip in opleveringen was te verwachten als we kijken naar het aantal start bouw van woningen in de afgelopen jaren van circa 1.000 in 2022 en circa 2.600 in 2023. Als gevolg van de marktomstandigheden viel het aantal woningen dat we in die jaren in aanbouw hebben genomen terug. De ambitie uit de RSU is om circa 3.000 woningen per jaar te realiseren. Het aantal woningen dat we per jaar realiseren kan per jaar fluctueren. Zo lag de start bouw van het aantal woningen in 2023 rond de 3.800 en verwachten we ook in 2025 en 2026 weer meer woningen in aanbouw te nemen. Ondanks dat het aantal opleveringen in de komende jaren onder onze ambitie ligt streven we er naar om gemiddeld circa 3.000 woningen per jaar te realiseren.

46

Figuur 2 Stedelijke prognose opleveringen woningen per jaar (inclusief onzelfstandige studenten woningen), afronding op 25 tallen. Plancapaciteit woningbouw lange termijn Het beeld (met peildatum 1 juli 2024) ten aanzien van de totale gemeentelijke plancapaciteit (hard en zacht) komt in hoofdlijnen overeen met het MPR 2024. Op dit moment omvat deze 60.000 tot 70.000 woningen. We zien ten opzichte van het MPR een lichte verschuiving van projecten van 2025-2029 naar na 2030. We onderscheiden binnen de plancapaciteit drie stadia: hard conform ABF definitie (definitie gehanteerd door het Rijk), aanvullend hard conform de definitie van de gemeente Utrecht en zachte potentiële plancapaciteit. Van de totale plancapaciteit vallen circa 22.000 woningen onder de door ABF Research (en Rijk) gehanteerde strikte definitie van harde plancapaciteit (minimaal vastgesteld of onherroepelijk planologisch juridisch kader). Dit is nagenoeg gelijk aan het MPR 2024. De gemeentelijke definitie van ‘harde’ plancapaciteit resulteert in een plancapaciteit van circa 35.000 woningen (zie voor toelichting definitie ‘hard’ pagina 17 van het MPR 2024).

Onder de ‘harde’ plancapaciteit vallen dus ook projecten die zich in een zeer vroeg planstadium bevinden waarbij we de intentie hebben uitgesproken om mee te werken, maar daadwerkelijke realisatie afhankelijk is van voorwaarden waaronder bijvoorbeeld mobiliteit. Aanvullend onderscheiden we nog een zachte potentiële plancapaciteit van ruim 25.000 tot 30.000 woningen.

47

Figuur 3 Plancapaciteit woningbouw 2024-2040 (opleveringen), afronding op 25 tallen. Relatie met de bestaande voorraad en lange termijn doelstellingen Als we kijken naar de verdeling van de ‘harde’ plancapaciteit (conform de door de gemeente Utrecht gehanteerde definitie) ziet de verdeling in woon-/prijscategorieën er zoals in onderstaand figuur (figuur 4) weergegeven uit.

48

Figuur 4 Verdeling harde plancapaciteit 2024-2040 (definitie gemeente Utrecht, vastgesteld intentiedocument) Van de harde plancapaciteit (conform gemeentelijke definitie) bestaat 34% uit zelfstandige sociale huurwoningen en 5% uit onzelfstandige studenteneenheden. 26% van de plancapaciteit valt in het middensegment (12% betaalbare koop, 15% middensegmenthuur). Het figuur laat geringe verschuivingen zien ten opzichte van het MPR 2024. We zien een lichte verschuiving van woningen in het middenhuursegment naar de betaalbare koop. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 streven we naar een voorraad bestaande uit 35% sociale huur, 25% middencategorie (middenhuur, goedkope en betaalbare koop) en 40% vrije sector (huur en koop). Om dit te bereiken is in het Coalitieakkoord 2022-2026 aangegeven dat we bij nieuwe projecten een prijsklasseverdeling hanteren van 40% sociale huurwoningen en 35% midden-categorie (huur en koop). Deze verdeling is ambitieus in relatie tot de huidige marktomstandigheden en de haalbaarheid van projecten. De omvang en verdeling van de plancapaciteit is dynamisch en wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele projectinformatie. Voor projecten waar bijvoorbeeld alleen een intentiedocument is vastgesteld waarin geen concrete uitspraken zijn gedaan over het te onderzoeken programma, is een inschatting gemaakt van het programma.

Om de ambities uit de Woonvisie waar te maken, moet extra ingezet worden op het sociale huursegment en het middensegment. Voortgang 100+ projecten/gebiedsontwikkelingen Om meer inzicht te geven in de voortgang van de woningbouwproductie rapporteren we vanaf het MPR 2021 halfjaarlijks specifiek over de projecten (of gebiedsontwikkelingen). Vanaf het MPR 2023 rapporteren we over de voortgang van projecten met meer dan 100 woningen.

49

In totaal gaat het op dit moment om 58 projecten. Ten opzichte van het MPR 2024 zien we onder andere vertraging ontstaan bij de Marco Pololaan 111-117, Krachtstation en Wisselstrook herontwikkeling, Kwekerij fase 4 en Papendorp. Bij verschillende projecten zorgen de marktomstandigheden en netcongestie voor een risico op vertraging.

5.2 Grondexploitaties In dit hoofdstuk rapporteren wij in paragraaf 5.2.1 - 5.2.3 over de grondexploitaties Leidsche Rijn, Stationsgebied en de binnenstedelijke grondexploitaties. In deze drie paragrafen lichten we de ontwikkelingen op de jaarschijf 2024, de prognose onderhanden werk, het geprognosticeerd eindresultaat en de risico’s toe. Voor de binnenstedelijke grondexploitaties zijn ook project specifieke toelichtingen opgenomen. Daarna rapporteren we over de gebiedsontwikkeling Merwedekanaalzone in paragraaf 5.2.4. Tot slot lichten we de ontwikkelingen op de reserve grondexploitatie toe in paragraaf 5.2.5.

5.2.1 Grondexploitatie Leidsche Rijn 1. Jaarschijf 2024 In de Programmabegroting 2024 is voor de grondexploitatie Leidsche Rijn een jaarsnede 2024 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2024) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2024). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2024 en de prognose voor de tweede helft 2024. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2024. Toelichting prognose lasten en baten 2024 Op basis van de tot en met medio 2024 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2024 bepaald. Op basis van deze analyse is het nodig om de jaarschijf 2024 aan te passen voor de grondexploitatie Leidsche Rijn. Lasten x € 1.000.000

Programma Resultaat begroting 1e helft 2024 2024 Bouwrijp en woonrijp maken Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Prognose Peilstok 2e Helft prognose 2024 2024

Afwijking t.o.v. begroting 2024

65,5

4,8

40,1

44,9

-20,7

5,0 2,1 13,0 16,2 0,8 1,9

0,0 0,7 2,8 0,1 0,1 0,0

2,0 0,8 10,1 13,3 0,8 0,8

2,0 1,5 12,9 13,4 0,9 0,8

-3,0 -0,7 -0,1 -2,8 0,1 -1,0

104,6

8,6

67,8

76,4

-28,2

Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 zijn de totale verwachte lasten voor 2024 per saldo 28,2 miljoen euro lager. De afwijkingen worden met name veroorzaakt door:

50

•

Doorschuiven van een aantal investeringen geraamd onder de robuuste posten naar 2025 zoals hoofdinfrastructuur (BRM/WRM 17,6 miljoen euro), verwervingen (3,0 miljoen euro), VAT-kosten (0,7 miljoen euro) en bijdragen (2,8 miljoen euro); Leidsche Rijn Centrum: 2,7 miljoen euro lagere kosten vanwege doorschuiven kosten woonrijpmaken naar 2025; Haarrijn: 0,4 miljoen euro lagere kosten vanwege doorschuiven kosten woonrijpmaken naar 2025.

• •

Robuuste posten In de grondexploitatie Leidsche Rijn is een deel van de ramingen (van vooral kosten) gezien de omvang en de looptijd van de grondexploitatie robuust uitgewerkt. Ten behoeve van de resultaatbepaling blijven deze posten jaarlijks bij de jaarrekening buiten beschouwing. De robuuste posten maken wel onderdeel uit van het MPR en van de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling, waarmee de raad zicht en grip houdt over het totaal aan ramingen binnen de grondexploitatie Leidsche Rijn. Wij verwachten dat wij over heel 2024 33,5 miljoen euro ten laste brengen van de robuuste posten. In grote lijnen gaat het om de volgende kosten: • Kosten voor hoofdinfra- en hoofdwaterstructuur: 3,5 miljoen euro; • Kosten voor sloop, sanering en verwervingen: 2,7 miljoen euro; • Bijdrage grondexploitatie Leidsche Rijn aan HubXL 27,3 miljoen euro. Bij de actualisatie 2025 zullen wij een bijgewerkt overzicht opstellen van de robuuste posten. Op basis van het dan geldende POC-percentage actualiseren wij in de jaarrekening het gestorte bedrag in de reserve grondexploitaties en verrekenen de mutatie ten opzichte van de huidige storting met het onderhanden werk. Baten x € 1.000.000

Programma begroting 2024

Resultaat 1e helft 2024

Prognose 2e helft 2024

Peilstok Prognose 2024

Woningbouw

29,2

10,5

21,4

31,8

Afwijking tov begroting 2024 2,6

Niet-woningbouw

3,4

0,0

2,1

2,1

-1,3

Bijdragen derden

0,5

0,0

0,5

0,5

0,0

Overig

9,1

1,8

8,1

9,9

0,8

42,3

12,3

32,1

44,3

2,1

Totaal baten

Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 zijn de verwachte baten in 2024 per saldo circa 2,1 miljoen euro hoger dan bij het MPR 2024 begroot. Het verschil wordt vooral verklaard door: o Rijnvliet: 2,5 miljoen euro eerder te ontvangen opbrengsten dan verwacht vanwege snellere contractvorming; o Leidsche Rijn Centrum Noord en Oost: 0,6 miljoen euro hogere opbrengsten vanwege niet begrote optievergoedingen in de jaarschijf; o De Wetering Zuid: 0,2 miljoen euro hogere opbrengsten vanwege niet begrote optievergoedingen in de jaarschijf.

51

2. Prognose Onderhanden Werk 2024 De post onderhanden werk bevat de boekwaarde van de lopende grondexploitaties. De boekwaarde is het saldo van alle geboekte lasten en baten. Een positieve stand van het saldo betekent meer geboekte lasten dan geboekte baten. Het saldo onderhanden werk wijzigt substantieel in 2024 doordat er deelexploitaties worden afgesloten. De verwachte ontwikkeling van de stand van het onderhanden werk lichten wij toe in de bijlage Onderhanden Werk Grondexploitaties 2024.

3. Geprognosticeerd resultaat grondexploitatie Leidsche Rijn richting MPR 2025 In het MPR 2024 is een geprognosticeerd resultaat van 87 miljoen euro (contante waarde) positief opgenomen voor de grondexploitatie Leidsche Rijn. Ten opzichte van de uitgangspunten gehanteerd bij het MPR 2024 is momenteel de verwachting dat het resultaat van de grondexploitatie Leidsche Rijn zich neutraal ontwikkelt. Bij het MPR 2025 zal dit effect zichtbaar worden en zal dan bekeken worden hoe hiermee om te gaan.

4. Risicoparagraaf Leidsche Rijn Conform de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen actualiseren wij twee keer per jaar de risicoanalyse. De grondopbrengsten en de investeringen in de openbare ruimte vormen de belangrijkste factoren die van invloed zijn op het resultaat van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Bij de grondopbrengsten bestaat een diffuus beeld: oplopende vastgoedwaarden, maar ook oplopende bouwkosten. De grondprijzen blijven daardoor stabiel. Daarnaast is sprake van succesvolle tenders en tenders waarbij ontwikkelaars moeite hebben zich aan de gestelde eisen te houden. Een in de afgelopen tijd ontstaan risico is de netcongestie. Hierdoor kunnen nieuwe bedrijven, maar ook woningen, al op korte termijn niet aangesloten worden op elektra. Dit kan een vertragend effect hebben bij de uitgifte, met mogelijk negatieve effecten op de plankosten. Momenteel wordt, onder meer bij Strijkviertel, onderzoek gedaan naar mogelijkheden om met de netcongestie om te gaan. Afstemming met de netbedrijven is hierbij essentieel.

5. Herstructureren van de grondexploitatie De grondexploitatie Leidsche Rijn bestaat 25 jaar in zijn huidige structuur. Momenteel zijn er verschillende aanleidingen die aanzetten tot heroverweging van de huidige structuur van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Dit zijn: 1. Vanuit sturing en beheersing is het wenselijk te komen tot samenhangende opgaven voor de komende jaren in de opgave Leidsche Rijn. Volop in de uitvoering lopende deelgebieden geografisch aaneengesloten worden gebundeld in een nieuwe grondexploitatie Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma. Geografisch en in tijd gelijk oplopende opgaven rondom de A2 worden gebundeld in de nieuwe grondexploitatie Leidsche Rijn A2 zone. Hiermee houden we aansluiting bij het Ontwikkelingsvisie centrale zone Leidsche Rijn (2005). 2. Een groot deel van de huidige 48 deelcomplexen is (vrijwel) volledig afgerond. Het openhouden en jaarlijks actualiseren van deze deelcomplexen vraagt onnodig grote capaciteitsinzet en leidt hiermee een deel van de aandacht af van de deelcomplexen waar nog wél ontwikkeld wordt. 3. In het streven naar een verbeterde aansluiting op aangrenzende delen van de stad Utrecht wordt voorgesteld investeringen in verbinding naar polder Rijnenburg en verbinding met het 4e kwadrant Lage Weide toe te voegen aan de nieuwe grondexploitatie Leidsche Rijn A2 zone. 4.

In 2023 is een geactualiseerde BBV-Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken verschenen. Eén van de wijzigingen ingaande 1 januari 2025 is dat het voor grondexploitaties die een resterende looptijd hebben van langer dan 10 jaar, niet meer toegestaan is om winst te nemen o.b.v. een positieve eindwaarde. Om te voorkomen dat kortlopende deelgebieden te 52

lang gebonden worden aan langer lopende deelgebieden is gekomen tot het onderscheid tussen het uitvoeringsprogramma de komende 10 jaar en het langer lopende deelgebied rondom de A2 zone. Daarom stellen wij voor om alle deelcomplexen van de huidige grondexploitatie Leidsche Rijn per 3112-2024 af te sluiten en tegelijkertijd voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten twee nieuwe grondexploitaties te openen. Dit betreft dan de volgende twee grondexploitaties: Grondexploitatie

Belangrijkste deelexploitaties

Resterende looptijd

Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma

Maximapark, Het Zand, Leeuwesteyn, Rijnvliet

Minder dan 10 jaren

Leidsche Rijn A2-zone

Haarrijn, Leidsche Rijn Centrum, Wetering, Strijkviertel, Papendorp, 4e kwadrant Lage Weide

Meer dan 10 jaren, tot en met 2039

In de nieuwe grondexploitaties worden de per 1-1-2025 nog te realiseren kosten en opbrengsten opgenomen op basis van de volgende criteria: • Geografische samenhang en nabijheid; • Resterende looptijd van de deelexploitaties; • Logisch toerekenen van de nog te realiseren werkzaamheden (voorheen onderdeel van de robuuste posten). De consequenties van het afsluiten van de huidige grondexploitatie en het tegelijkertijd openen van twee nieuwe grondexploitaties zijn: • Winstneming (binnen de grondexploitatie Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma) blijft mogelijk. De looptijd van deze grondexploitatie is namelijk minder dan 10 jaren; • Behouden van de focus en sturing op de financiën per opgave.

6 Intrekken Exploitatieplan Haarzicht In 2017 is voor deelcomplex Haarzicht een exploitatieplan conform de Wet ruimtelijke ordening 2008 vastgesteld. Inmiddels zijn de werken en werkzaamheden zoals voorzien in het exploitatieplan gerealiseerd. Daarom stellen we u voor het exploitatieplan in te trekken. Een eindafrekening is niet noodzakelijk, omdat het kostenverhaal uiteindelijk volledig via overeenkomsten is verzekerd. Het vaststellen van een eindafrekening heeft hierdoor geen materiële gevolgen. Door het wijzigen van de kostenverhaalregels voor Haarzicht in het omgevingsplan kan doorhaling in het Wkpb-register plaatsvinden.

5.2.2 Grondexploitatie Stationsgebied 1. Jaarschijf 2024 In de Programmabegroting 2024 is voor de grondexploitatie Stationsgebied een jaarsnede 2024 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2024) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2024). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2024 en de prognose voor de tweede helft 2024. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2024.

53

Toelichting prognose lasten en baten 2024 Op basis van de tot en met medio 2024 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2024 bepaald. Op basis van deze analyse is het nodig om de jaarschijf 2024 aan te passen voor de grondexploitatie Stationsgebied. Lasten x € 1.000.000

Bouwrijp en woonrijp maken Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Programma Resultaat Resultaat Peilstok begroting 1e helft 2e helft prognose 2024 2024 2024 2024 9,0 1,4 4,2 5,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,6 0,2 0,4 0,6 2,9 1,1 1,8 2,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 2,5 0,3 1,3 1,6 15,0

3,0

7,7

Afwijking t.o.v. begroting 2024 -3,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 -0,9

10,7

-4,3

Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 zijn de totale lasten 4,3 miljoen euro lager. Dit verschil wordt met name binnen het bouw- en woonrijpmaken verwacht. Hierbij gaat het onder andere om kosten met betrekking tot het Stationsplein Oost (Moreelsehoek en Smakkelaarshoek) en het Forum Noord. Deze lasten schuiven door naar jaarsnede 2025 en meerjarig passen deze lasten binnen de geraamde budgetten. Het verschil tussen de verantwoorde lasten in de eerste helft van 2024 en de prognose in de tweede helft wordt in belangrijke mate verklaard doordat we de kosten voor het bouw- en woonrijp maken voor onder andere de projecten FAME, Smakkelaarsveld, Catharijnesingel Zuid en Forum Noord, voornamelijk verwachten in de tweede helft van 2024. Baten x € 1.000.000

Programma begroting 2024

Resultaat 1e helft 2024

Prognose 2e helft 2024

Peilstok Prognose 2024

Woningbouw

0,1

0,1

0,0

0,1

Afwijking t.o.v. begroting 2024 0,0

Niet-woningbouw

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijdragen derden

0,4

0,1

0,3

0,4

0,0

Overig

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal baten

0,5

0,2

0,3

0,5

0,0

Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 zijn de totale verwachte baten gelijk gebleven.

2. Prognose Onderhanden Werk 2024 De post onderhanden werk bevat de boekwaarde van de lopende grondexploitaties. De boekwaarde is het saldo van alle geboekte lasten en baten. Een positieve stand van het saldo betekent meer

54

geboekte lasten dan geboekte baten. Het saldo onderhanden werk wijzigt in 2024 doordat er deelexploitaties worden afgesloten. De verwachte ontwikkeling van de stand van het onderhanden werk lichten wij toe in de bijlage Onderhanden Werk Grondexploitaties 2024.

3. Geprognosticeerd eindresultaat grondexploitatie Stationsgebied In het MPR 2024 is een geprognosticeerd resultaat van -91,6 miljoen euro (eindwaarde per 31-122025) gemeld voor de grondexploitatie Stationsgebied. Inclusief de ingestelde voorziening is de grondexploitatie Stationsgebied sluitend. De huidige inzichten leiden niet tot een bijstelling van dit geprognosticeerde saldo. Doordat de realisatie van de infrastructuur en openbare ruimte in het Stationsgebied vordert, zijn de lasten van de nog resterende werkzaamheden steeds beter in te schatten. De meeste deelprojecten aan de oostzijde van de stad zijn inmiddels afgerond. Wij zijn daarom voornemens om delen van de grondexploitatie Stationsgebied bij het MPR 2025 af te sluiten. Aan de westkant ligt het zwaartepunt van de realisatie met name rond Sijpesteijn. Daarnaast verwachten wij een beperkte stijging van de plankosten. Wij gaan er op dit moment van uit dat de huidige financiële kaders, inclusief onvoorzien, toereikend zijn. De geprognosticeerde opbrengsten zijn in lijn met de stand gemeld bij het MPR 2024. De grootste gronduitgifte die nog moet plaatsvinden is het Jaarbeurspleingebouw. Met de projectontwikkelaar is vorig jaar een Bilaterale Ontwikkelovereenkomst getekend. Met de ontwikkelaar zijn wij nog in gesprek over de voorwaarden om tot een uitgifteovereenkomst te komen.

4. Risicoparagraaf Stationsgebied Conform de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen actualiseren wij twee keer per jaar de risicoanalyse. De vastgoedopbrengsten vormen de belangrijkste factor die van invloed is op het resultaat van de grondexploitatie Stationsgebied. De omvang van het benodigde weerstandsvermogen blijft op basis van de huidige risico-inventarisatie gelijk ten opzichte van de stand in het MPR 2024. De stand die is opgenomen in het MPR 2024 is 12,3 miljoen euro. Bij het MPR 2025 actualiseren wij wederom de risicoanalyse en op basis van de laatste stand van zaken van de projecten zullen wij het benodigde weerstandsvermogen opnieuw bepalen.

5.2.3 Binnenstedelijke grondexploitaties 1. Jaarschijf 2024 In de Programmabegroting 2024 is voor de binnenstedelijke grondexploitaties een jaarsnede 2024 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitaties (MPR 2024) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2024). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2024 en de prognose voor de tweede helft van 2024. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2024.

Toelichting prognose lasten en baten 2024 Op basis van de tot en met medio 2024 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2024 bepaald. Op basis van deze analyse is het nodig om de jaarschijf 2024 aan te passen voor de binnenstedelijke grondexploitaties.

55

Lasten x € 1.000.000

Bouwrijp en woonrijp maken Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Programma Resultaat begroting 1e helft 2024 2024 13,5 1,1 24,8 0,1 3,2 0,1 6,5 2,7 4,9 0,1 1,3 0,0 21,2 0,5 75,4

4,6

Prognose Peilstok 2e helft prognose 2024 2024 7,7 8,8 14,8 14,9 1,0 1,1 3,7 6,4 0,1 0,2 1,3 1,3 19,8 20,3 48,4

Afwijking t.o.v. begroting 2024 -4,7 -9,9 -2,1 -0,1 -4,7 0,0 -0,9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f1be60d0-0791-4816-8318-72b9f9abc026