CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede Bestuursrapportage 2021.pdf

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Tweede Bestuursrapportage 202128.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Uitvoeren maatregelen Onttrekking autoparkeren Reserve Naar Uitvoeren maatregelen Baten 160 autoparkeren Beslispunt: 0,160 miljoen euro extra te onttrekken uit de egalisatiereserve parkeerexploitatie als gevolg van een lager resultaat bij het uitvoeren van maatregelen autoparkeren Argument: Het doel van de egalisatiereserve parkeerexploitatie is om schommelingen in bepaalde baten of lasten tussen de jaren te egaliseren. We verwachten dit jaar meer te onttrekken uit de reserve door een lager resultaat bij het uitvoeren van de maatregelen autoparkeren. Het lagere resultaat kan als volgt worden uitgesplitst: • Door verdere optimalisatie van de inzet van scanauto’s zijn meer controles uitgevoerd wat naar verwachting zal resulteren in meer naheffingsaanslagen (0,180 miljoen euro) • Parkeergarage Berlijnplein is wegens calamiteiten gesloten. De sluiting zal naar verwachting leiden tot een inkomstenderving van 0,340 miljoen euro.

46

Openbare Ruimte en Groen Na budgettair neutrale mutatie Verlagen onttrekking reserve voor investeringen Meerjaren Groenprogramma in 2021 Omschrijving Ontwikkelen van een aantrekkelijk groen Ontwikkelen van een aantrekkelijk groen

Verlagen onttrekking reserve Meerjaren Groenprogramma Verlagen lasten Meerjaren Groenprogramma

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

400

0

0

0

0

-400

0

0

0

0

Beslispunt: De onttrekking uit de reserve Meerjaren Groenprogramma met 0,400 miljoen euro verlagen in 2021. Argument: De reserve Meerjaren Groenprogramma heeft als doel om schommelingen in de uitgaven op de groenprojecten op te vangen. Doordat de uitvoering van enkele projecten deels doorschuift naar 2022 wordt de begrote onttrekking naar beneden bijgesteld. Onttrekking Reserve Grondbank Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

0 0

0 0

0 0

Van Naar

Reserve Grondbank -25 0 Vervuilende grond 25 0 afvoeren Beslispunt: Een bedrag van 0,025 miljoen euro onttrekken uit de Reserve Grondbank. Argument: Het afvoeren van vervuilende grond is opgenomen in de Reserve Grondbank. Verhogen baten en lasten Bedrijfsafval

Omschrijving Afval Afval

Verhogen baten Bedrijfsafval Verhogen lasten Bedrijfsafval

2021

2022

2023

2024

x€ 1.000 2025

381

0

0

0

0

381

0

0

0

0

Beslispunt: De baten en lasten incidenteel verhogen in 2021 met 0,381 miljoen euro. Argument: Hogere lasten Bedrijfsafval als gevolg van aanbesteding van verwerkingskosten per 1 januari 2021. De hogere lasten worden doorberekend naar de klanten. Onttrekking Reserve Essentaksterfte Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van Naar

Reserve Essentaksterfte -800 0 0 0 Lasten Essentaksterfte 800 0 0 0 2021 Beslispunt: Een bedrag van 0,8 miljoen euro onttrekken uit de Reserve Essentaksterfte. Argument: De lasten voor Essentaksterfte zijn opgenomen in de Reserve Essentaksterfte. Verwachte lasten voor 2021 zijn 0,8 miljoen euro.

47

0 0

Toevoeging aan Reserve Ophaaldienst

Van

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x€ 1.000 2025

Afval

-945

0

0

0

0

Verhogen baten Afvalstoffenheffing en verlagen lasten Afvalstoffenheffing 2021 Reserve Ophaaldienst

Naar Afval 945 0 0 0 0 Beslispunt: Een bedrag van 0,945 miljoen euro toevoegen aan de reserve Ophaaldienst. Argument: Op basis van de opgave van de BghU voor de prognose 2021 is de verwachting dat de inkomsten uit de afvalstoffenheffing hoger en de kwijtscheldingen lager zijn dan in de begroting 2021 is opgenomen. Toevoeging aan vaste activa reserve BOR Omschrijving Van

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Verlagen lasten -5.000 vervangingsinvesteringen Naar Vaste activa reserve nota 5.000 BOR Beslispunt: Een bedrag van 5 miljoen euro aan de vaste activa reserve toevoegen ten behoeve van wegwerken achterstallig onderhoud. Argument: Conform de financiële strategie uit de nota Beheer Openbare Ruimte wordt de initiële ruimte in de begroting in een vaste activa reserve gestort ter dekking van in de toekomst oplopende kapitaallasten.

48

Werk en Inkomen Na budgettair neutrale mutatie Overhevelen budget Werk en Inkomen van 2021 naar 2022 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

W&I Lasten -5.938 5.938 Beslispunt: 1. De lasten verlagen van de actieagenda Utrecht schuldenvrij voor 2021 met 0,350 miljoen euro en de lasten verhogen in 2022 met ditzelfde bedrag. 2. De lasten verlagen van het programma re-integratie voor perspectief op werk met 1 miljoen euro in 2021 en verhogen in 2022. 3. De lasten verlagen van de doelstelling re-integratie voor Crisisdienstverlening met 1,5 miljoen euro in 2021 en verhogen in 2022. 4. De lasten verlagen van de doelstelling re-integratie voor het budget bestuursakkoord statushouders met 0,588 miljoen euro in 2021 en verhogen in 2022. 5. Overhevelen niet gebruikt budget van 2,5 miljoen euro voor de uitvoeringskosten TOZO van 2021 naar 2022 Argument: 1. Het verloop van de kosten en beschikbare dekking in de jaren loopt niet synchroon. We verwachten een deel van de kosten in 2022 te maken, daarvoor stellen we voor om 0,350 miljoen euro over te hevelen naar 2022. 2. De uitvoering van het programma perspectief op werk loopt door de beperkende maatregelen vertraging op, waarbij de kosten doorlopen in 2022. 3. Utrecht heeft als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio budget ontvangen voor de bestrijding van werkloosheid (regionale mobiliteitsteam en regionale aanpak jeugdwerkloosheid en schoolverlaters). Een deel van het budget wordt in 2022 uitgegeven. 4.

In de resultaatbestemming 2020 is 0,588 miljoen euro overgeheveld naar 2021. We verwachten dit budget in 2022 nodig te hebben voor de extra kosten voor statushouders zoals de aanpak doorgaande lijn werk en taal en in het licht van de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet. 5. Wij verwachten in 2022 nog uitvoeringskosten voor de afronding van de TOZO, onder andere voor het verwerken van mutaties, nazorg en debiteuren(beheer). De vergoeding van het Rijk per besluit geldt voor alle toekomende kosten die Gemeentes zullen maken. Indicator / programma aanpassingen • Wij stellen voor om de doelstelling van de Bijstandsprognose doelstelling 2021 van 12.500 naar 10.100 bij te stellen, op basis van de meest recente bijstandsprognose (23 juni 2021) welke is gemaakt naar aanleiding van de juniraming van het Centraal planbureau (CPB). De raming van een jaar geleden is, achteraf gezien, te hoog ingeschat, toen zaten we op het hoogtepunt van de coronacrisis. • Wij stellen voor om de doelstelling 2021 van de effectindicator E.1.1.1 Aandeel personen dat actief is per arrangement 1 te verhogen van 40% naar 50%. Mede door de nieuwe instroom als gevolg van de coronacrisis zetten we meer in voor deze doelgroep om de kans op uitstroom naar werk te vergroten. • Wij stellen voor om de doelstelling 2021 van de effectindicator E.1.1.1.

Aandeel personen dat actief is per arrangement 2 te verhogen van 25% naar 30%. Met de aanpassingen rondom LKS verwachten we dat meer mensen (deeltijd) kunnen uitstromen naar werk. Uitstroom naar werk komt niet terug in de percentages van deze indicator omdat het bij deze indicator gaat om mensen die een bijstandsuitkering ontvangen. Wel verwachten we dat we in het verlengde hiervan meer mensen kunnen laten participeren naar vermogen. • Wij stellen voor om de doelstelling 2021 van de prestatieindicator P.1.1.1. Inzet dienstverlening arrangement 1 te verhogen van 2.400 naar 3.000. Mede door de nieuwe instroom als gevolg van de coronacrisis zetten we meer in voor deze doelgroep om de kans op uitstroom naar werk te vergroten. • Wij stellen voor om de doelstelling 2021 van de prestatieindicator P.1.1.1. Inzet dienstverlening arrangement 2 te verhogen van 400 naar 500. Met de aanpassingen rondom LKS verwachten we dat we meer dienstverlening kunnen inzetten voor deze groep.

49

Onderwijs Na budgettair neutrale mutatie Storting & onttrekking reserve huisvestingsprogramma x € 1.000 2021 Van Naar Van Naar

Exploitatie huisvestingsprogramma Storting reserve huisvestingsprogramma Exploitatie huisvestingsprogramma Onttrekking reserve huisvestingsprogramma

2022

2023

2024

2025

-2.500 2.500 3.000 -3.000

Beslispunt: Het deel van de geprogrammeerde huisvestingskosten waarvoor een verplichting is aangegaan maar die niet worden uitgegeven in 2021 maar in latere jaren, wordt in de reserve huisvestingsprogramma gestort (2,500 miljoen euro). Het deel van de geprogrammeerde huisvestingskosten waarvoor een verplichting is aangegaan in eerdere jaren maar die nu in 2021 worden uitgegeven, wordt onttrokken aan de reserve (3,000 miljoen euro). Argument: In 2021 heeft Onderwijshuisvesting voor het huisvestingsprogramma in exploitatie een budget beschikbaar van 6,469 miljoen euro. Dit budget is opgebouwd uit beschikkingen die aan schoolbesturen zijn afgegeven. Voor de middelen die in 2021 niet worden uitgegeven wordt een reservering getroffen, zodat ook in de komende jaren aan de verplichtingen kan worden voldaan. Daartegenover staan kosten die in 2021 zijn gemaakt en die betrekking hebben op huisvestingsprogramma’s van voorgaande jaren. Deze middelen zijn in voorgaande jaren gestort in de reserve, en kunnen nu worden onttrokken uit de reserve. Lagere kapitaallasten inzetten ter dekking van extra kosten tijdelijke huisvesting en verzekeringen en een storting in de vaste activa reserve ten behoeve van de renovatie van MFA het Zand x € 1.000 2021 Van Naar Naar

Exploitatie afschrijvingen (stelpost) Exploitatie huisvestingsprogramma en verzekeringspremies Storting reserve vaste activa

2022

2023

2024

2025

-3.200 1.200 2.000

Beslispunt: Lagere kapitaallasten ten bedrage van 3,200 miljoen euro als gevolg van vertraagde oplevering van investeringen inzetten voor de dekking van hogere kosten voor tijdelijke huisvesting van ruim 1 miljoen euro en hogere verzekeringspremies van 0,150 miljoen euro en een storting van 2,000 miljoen euro in de reserve vaste activa ter dekking van de renovatie van MFA Het Zand Argument: Lagere kapitaallasten: In 2021 is voor onderwijshuisvesting in de stelpost kapitaallasten een budget beschikbaar van 5,604 miljoen euro. Dit budget is bedoeld om afschrijvings- en rentekosten bij de activering van investeringen te dekken. In 2021 wordt hiervan naar verwachting 2,404 miljoen euro ingezet. Vanwege vertraging in de oplevering van investeringen is sprake van lagere kapitaallasten. Hierdoor resteert 3,200 miljoen euro. Tijdelijke huisvesting: Er blijkt meer budget nodig te zijn voor twee projecten dan nu is gebudgetteerd. Bij het opstellen van de budgetten voor 2021 was nog niet helder hoeveel er nodig was om dit te bekostigen. Voor het jaar 2022 wordt hier wel budget voor geraamd.

50

x € 1.000 2021

2022

2023

2024

2025

Hogere verzekeringspremies: In 2021 is door afdeling schadebehandeling & verzekeren aangekondigd dat, in verband met een nieuwe aanbesteding, de verzekeringspremies hoger zijn. In 2021 bedragen deze hogere verzekeringspremies binnen Onderwijshuisvesting naar inschatting 0,150 miljoen euro. De hogere verzekeringspremies worden opgevangen door lagere kapitaallasten in 2021. Storting reserve vaste activa ter dekking van de renovatie van MFA Het Zand: Deze storting is nodig om voldoende budget te hebben voor de uitvoering van dit project, en om het project in de Programmabegroting 2022 en het Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting op te kunnen hogen. Ophoging van het budget is nodig om o.a. te kunnen voldoen aan een goed binnenklimaat.

Ondersteuning op maat Na budgettair neutrale mutatie Extra inzet dak- en thuislozen Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van

24-uurs -14.500 14.500 begeleiding Beslispunt: Het deel van de incidenteel beschikbare middelen voor de aanpak van dak- en thuisloosheid dat in 2022 wordt ingezet vanuit de Begroting 2021 over te zetten naar de Begroting 2022 Argument:In 2020 en 2021 is incidenteel geld beschikbaar gesteld door het rijk voor de aanpak van dak- en thuisloosheid voor in totaal 22,4 miljoen euro. Dit geld zetten we in voor het project Eerst een thuis. Zowel in 2020 als in 2021 is een deel van de middelen al ingezet via onder andere de contracten met aanbieders. Een groot deel van de kosten voor het project wordt echter in 2022 gemaakt. We stellen voor om de verwachte inzet van de middelen in 2022 door te schuiven naar de Begroting in 2022.

Volksgezondheid Na budgettair neutrale mutatie Interventies Gezonde Leefstijl Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van Maatschappelijke Ontwikkeling -451 Naar Volksgezondheid 451 Beslispunt: In 2021 een bedrag begroten in verband met incidentele middelen van het Rijk vanuit de Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020-2022. Dit bedrag voor 0,350 miljoen euro aan te wenden voor uitvoering van de Nadere Regel Subsidie Gezonde leefstijl gemeente Utrecht die op 6 juli 2021 door het college is vastgesteld. Het bedrag van 0,101 miljoen euro voor de coördinatie rond de nadere regel en voor het als gemeente zelf initiëren van interventies die passen bij de doelstelling. Argument: De middelen voor gezonde leefstijl zijn bedoeld voor versterking van de uitvoering van afspraken in lokale preventieakkoorden en ook voor extra ondersteuning aan gemeenten om (erkende) leefstijlinterventies in te zetten. Hiervoor wordt de nieuwe nadere regel subsidie gezonde leefstijl ingezet. Het gaat hierbij om de uitvoering van extra interventies, naast het al bestaande aanbod in de gemeente, gericht op de bevordering van een gezonde leefstijl.

51

Lokaal Preventie akkoord

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x€ 1.000 2025

Volksgezondheid baten 200 Volksgezondheid lasten 200 Beslispunt: Een bedrag van 0,200 miljoen euro te begroten in verband met incidentele middelen vanuit de specifieke uitkering Lokale Preventie akkoorden en preventie aanpakken. Dit bedrag te benutten voor de gewenste inzet voor preventieve aanpak op leefstijl en in het bijzonder op (relevante onderliggende factoren van) roken, overgewicht en eventueel alcohol. Argument: Een van de uitgangspunten in de nota Volksgezondheidsbeleid (nota Volksgezondheid 2019-2023 ‘gezondheid voor iedereen’) is ‘wij zetten in op kansengelijkheid’, wat inhoudt dat we iets meer, extra’s of anders doen waar dat nodig is. Ongelijke gevallen moet je ongelijk behandelen om zo gelijke kansen te realiseren. Dit uitgangspunt zal dus ook bij een eventuele toekenning van uitvoeringsbudget van toepassing zijn. Coalitieakkoord versterken JGZ en sociale basis Omschrijving

2021

2022

Volksgezondheid lasten

-124

124

2023

2024

x € 1.000 2025

Beslispunt: Het bedrag van 0,124 miljoen euro voor de evaluatie en borging door te schuiven naar 2022. Argument: De looptijd van het coalitieakkoord is van 2019 -2022. De realisatie van deze evaluatie valt met name in 2022 daarom schuiven we het budget door naar 2022.

Cultuur Na budgettair neutrale mutatie Reserve wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone

Omschrijving Van

2021

2022

2023

2024

x€ 1.000 2025

Programma Cultuur -103 -103 -103 309 0 - Programmering en productie Naar Reserve exploitatie 103 103 103 -309 0 Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone Beslispunt: • Het instellen van een reserve voor de opbouw van subsidiebudget ter dekking van de exploitatiesubsidie voor het wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone in het jaar 2024. • Een jaarlijkse dotatie van 0,103 miljoen euro in de periode 2021-2023. • Een onttrekking van 0,309 miljoen euro in het jaar 2024. Argument: De planning is dat in 2024 het wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone is gerealiseerd. De subsidie die samenhangt met exploitatie is bepaald op 0,413 miljoen euro per jaar. Deze subsidie wordt in 2024 gedekt vanuit het programmabudget van Cultuur. Vanaf 2025 worden hier de extra middelen vanuit de ‘groei voor de stad’ voor aangesproken. Gezien de omvang van de subsidie is het wenselijk om hier in de jaren 2021, 2022 en 2023 al jaarlijks middelen voor te reserveren.

52

Samenleven en Sport Na budgettair neutrale mutatie Compensatie van het rijk voor BTW-schade op sportgerelateerde overheadkosten Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Vergoeding BTW-schade sport 500 500 500 500 500 (overhead) Rijkscompensatie BTW-schade 500 500 500 500 500 sport (overhead) Beslispunt: Wij verhogen de lasten en baten binnen het programma Samenleven en Sport structureel op basis van de compensatie die het rijk jaarlijks toekent ter compensatie van de BTW-schade op de gemeentebrede processen die gerelateerd kunnen worden aan de sportfunctie. Argument: Met ingang van 2019 is de sportfunctie vrijgesteld van BTW. Hierdoor ontstaat er voor de gemeente een nadeel waarvoor het Rijk een compensatieregeling heeft ingesteld. Jaarlijks dient de gemeente bij het Rijk een aanvraag ter compensatie van de BTW-schade voor dat jaar in. Onderdeel van deze aanvraag is ook de BTW-schade op de aan sport gerelateerde overheadposten. Voor 2021 heeft het Rijk hiervoor 0,5 miljoen euro compensatie toegekend. Zowel de BTW-lasten als de BTWcompensatiebaten voor deze overhead worden begroot en verwerkt op prestatiedoelstelling Accommodatiebeleid. Rijksmiddelen voor uitvoering van het Utrechts Sportakkoord 2021 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Uitvoeringskosten Sportakkoord Rijksmiddelen Sportakkoord

400 200 400 200 Beslispunt: Wij verhogen de lasten en baten binnen het programma Samenleven en Sport voor de jaren 2021 en 2022 incidenteel met 0,4 en 0,2 miljoen euro, op basis van de reeds ontvangen rijksmiddelen in 2021 en de voor 2022 toegezegde rijksmiddelen voor uitvoering van het Utrechts Sportakkoord 20202022. Argument: Het Rijk stelt voor uitvoering van het Lokaal Utrechts Sportakkoord 2020-2022 in 2021 en 2022 respectievelijk incidenteel 0,4 en 0,2 miljoen euro beschikbaar. Zowel de baten als de lasten zijn nog niet in de begroting opgenomen. Overheveling budget van programma Ondersteuning op maat naar het programma Samenleven en Sport inzake Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar x € 1.000 Omschrijving 2021 2022 2023 2024 2025 Van

Programma Ondersteuning op -143 -143 -143 -143 -143 maat, budget sociale prestaties en dagondersteuning Naar Programma Samenleven en 143 143 143 143 143 Sport, budget informele ondersteuning Beslispunt: Wij verlagen het programma Ondersteuning op maat, doelstelling 2.2.1 ‘Een toegankelijk en passend aanbod van aanvullende zorg en voorzieningen voor Utrechters’ met 0,143 miljoen euro en verhogen het programma Samenleven en Sport, doelstelling 1.2.1 ‘We organiseren toegankelijke basisvoorzieningen’ met 0,143 miljoen euro. In het college van 15 juni 2021 is besloten dit punt op te voeren bij de Tweede Bestuursrapportage 2021. Argument: Dit vloeit voort uit de keuze om activiteiten die voornamelijk gericht zijn op het helpen organiseren van ontmoeting over te hevelen naar de Nadere regel subsidie vrijwillige inzet. Dit betreft activiteiten die uitgevoerd worden door welzijnsaccommodaties in zelfbeheer, informele zorg organisaties en buurtnetwerken om inwoners in een kwetsbare positie te bereiken en activeren.

53

Reservering investeringsruimte Sport Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van Naar

Kapitaallastenbudget Sport -2.300 Dotatie reserve vervanging 2.300 Zwembaden Beslispunt: Het voorziene overschot op het kapitaallastenbudget binnen het programma Samenleven en Sport te reserveren voor de toekomstige vervanging van zwembaden Den Hommel en De Kwakel, Argument: Het programma Samenleven en Sport beschikt over een budgettaire bandbreedte voor investeringen. Voor 2021 wordt voorzien dat het budget incidenteel niet volledig wordt benut. Op lange termijn wordt een knelpunt voorzien op het moment dat Den Hommel en De Kwakel vervangen moeten. Door nu het overschot te reserveren kan dit toekomstige knelpunt worden beperkt.

Utrechts vastgoed Na budgettair neutrale mutatie Onttrekking reserve Leegstand Utrechts Vastgoed Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van

Gemeentelijk vastgoed Onttrekking -2.039 optimaal gebruik vastgoed Reserve Naar Gemeentelijk vastgoed Baten 1.810 optimaal gebruik vastgoed Naar Lasten Gemeentelijk vastgoed 229 optimaal gebruik vastgoed Beslispunt: Een bedrag van 2,039 miljoen euro te onttrekken uit de reserve Leegstand Utrechts Vastgoed ter dekking van de verwachte huurderving in 2021. Argument: Een vastgoedportefeuille heeft altijd te maken met leegstand. Een zekere mate van leegstand is noodzakelijk om de flexibiliteit te hebben om snel huisvesting mogelijk te maken. Jaarlijks wordt een percentage van de huuropbrengsten aan de reserve Leegstand Utrechts Vastgoed toegevoegd. Bij de tweede bestuursrapportage maken wij een inschatting van de verwachte huurderving in 2021. Door de bijbehorende onttrekking uit de reserve reeds in de begroting te verwerken, zal het resultaat bij de jaarstukken minder van de begroting afwijken. Toevoeging reserve Energieneutraal kernvastgoed Omschrijving Van

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Gemeentelijk vastgoed Lasten -590 optimaal gebruik vastgoed Naar Gemeentelijk vastgoed Toevoeging 590 optimaal gebruik Reserve vastgoed Beslispunt: Een bedrag van 0,590 miljoen euro toe te voegen aan de reserve Energieneutraal kernvastgoed. Argument: De bestemmingsreserve ten behoeve van ‘volledig duurzaam gemeentelijk vastgoed in 2040’ dient om toekomstige besparingen en nog niet bestede middelen voor de onrendabele top te reserveren voor toekomstige projecten. Hiermee blijft de raad budgetrecht houden over de middelen volledig duurzaam gemeentelijk vastgoed in 2040 en zijn deze middelen geoormerkt voor CO2 reductie bij het Utrechtse kernvastgoed. Het is van belang dat de bestemming van de middelen ongewijzigd blijft, omdat zonder deze middelen de onrendabele top van investeringen en onrendabele kapitaalslasten niet gedekt kunnen worden. De in 2021 gemaakte kosten met betrekking tot duurzaamheidsinvesteringen zullen door middel van een bestedings- en dekkingsvoorstel aan de reserve onttrokken worden.

54

Onttrekking reserve Calamiteiten Utrechts Vastgoed Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van

Gemeentelijk vastgoed Onttrekking -315 optimaal gebruik Reserve vastgoed Naar Gemeentelijk vastgoed Lasten 315 optimaal gebruik vastgoed Beslispunt: Een bedrag van 0,315 miljoen euro te onttrekken uit de reserve Calamiteiten Utrechts Vastgoed. Argument: In de kostprijsdekkende huurberekening zit een opslag van 0,70% om kosten die voortkomen uit calamiteiten mee te kunnen dekken. Dit bedrag wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve Calamiteiten Utrechts Vastgoed. Bij de tweede bestuursrapportage maken wij een inschatting van de aan calamiteiten gerelateerde kosten in 2021. Door de bijbehorende onttrekking uit de reserve reeds in de begroting te verwerken, zal het resultaat bij de jaarstukken minder van de begroting afwijken. Onttrekking reserve Stadskantoor Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van

Gemeentelijk vastgoed Onttrekking optimaal gebruik Reserve 197 vastgoed Naar Gemeentelijk vastgoed Lasten 197 optimaal gebruik SB Beslispunt: Een bedrag van 0,197 miljoen euro te onttrekken uit de reserve Stadskantoor op basis van het jaarplan Onderhoud 2021. Argument: Bij de kredietaanvraag voor de aankoop van het Stadskantoor is afgesproken om een voorziening op te bouwen ter dekking van onderhoudskosten. Om aan de BBV-regelgeving te voldoen is de voorziening omgezet in de reserve Stadskantoor. De reserve wordt in de eerste jaren gebruikt voor het onderhoud. Aan het einde van de looptijd loopt de reserve op ten behoeve van het op prijspeil krijgen van kapitaallastenbudget voor vervangingsinvestering. Door middel van deze mutatie worden de onderhoudskosten conform het jaarplan 2021 onttrokken. Herzien besluit regeling ‘Noodsteun Cultuur en Erfgoed’ Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Gemeentelijk vastgoed Baten 128 optimaal gebruik vastgoed Gemeentelijk vastgoed Lasten 128 optimaal gebruik vastgoed Beslispunt: De baten en lasten binnen het programma Utrechts Vastgoed te verhogen met 0,128 miljoen euro. Argument: Naar aanleiding van een herzien besluit wordt een deel van de verstrekte huurkorting in het kader van de regeling 'Noodsteun Cultuur en Erfgoed' omgezet naar een subsidie.

55

Algemene middelen Na budgettair neutrale mutatie Overhevelen TONK-gelden van programma Algemene middelen naar programma Werk en Inkomen

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van Algemene Middelen -7.200 Naar Werk en Inkomen 7.200 Beslispunt: Via de Maart- en Septembercirculaire 2021 wordt verwacht dat er 7,2 miljoen euro aan TONK middelen zal worden ontvangen. De kosten zullen door het programma Werk en Inkomen worden gemaakt. Argument: De middelen voor TONK zijn bedoeld voor Werk en Inkomen om de uitvoering van deze taak te doen.

Overhead Na budgettair neutrale mutatie Onttrekking ICT reserve Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Van Naar

ICT Reserve -600 Programma 600 overhead IPM Beslispunt: Een bedrag van 0,600 miljoen euro onttrekken uit de ICT reserve ten behoeve van de ICT-projecten. Argument: De ICT-reserve is ingesteld om schommelingen op te vangen wanneer de uitvoering van ICT-projecten niet synchroon loopt met de jaarsnedes van de toegekende budgetten. In 2020 heeft er een storting in de reserve plaatsgevonden omdat diverse ICT-programma’s door de coronapandemie vertraging hadden opgelopen. Dit jaar wordt deze vertraging ingelopen. Uitgaande van de momenteel beschikbare informatie en prognoses stellen we voor om ter dekking van de doorgeschoven kosten een dekkingsvoorstel in te dienen van 0,6 miljoen euro.

56

3. Investeringen In dit hoofdstuk geven inzicht in de afwijkingen bij investeringsprojecten.

3.1 Voortgang risicovolle projecten In deze paragraaf gaven we tot aan de Eerste Bestuursrapportage 2021 informatie over de voortgang van grote investeringsprojecten. Met de vaststelling van de Regeling risicovolle projecten op 17 juni 2021 is besloten om twee keer per jaar bij de voortgangsrapportages in een apart document informatie te geven over de voortgang, risico’s en eventuele wijzigingen ten opzichte van de uitgangspunten zoals beschreven in de startdocumenten van de risicovolle projecten. We verwijzen u daarom naar het aparte raadsvoorstel over de startdocumenten en voortgang van de risicovolle projecten. Voor projecten die niet onder de Regeling risicovolle projecten vallen blijft gelden dat eventuele bijsturingsvoorstellen voor kredieten in de bestuursrapportage worden opgenomen.

3.2 Bijsturingsvoorstellen Bijsturingsvoorstellen voor kredieten maken vanaf 2021 deel uit van de tweede bestuursrapportage paragraaf Investeringen. Hiermee voldoende we aan de regels van het BBV. In de Eerste Bestuursrapportage 2021 zijn al een groot deel van de wijzigingen in de investeringskredieten opgenomen en vastgesteld door de Raad. In deze tweede bestuursrapportage worden in twee programma's nog aanvullend voorstellen gedaan voor wijzigingen van investeringsprojecten. De programma's waar dit van toepassing is zijn: • Openbare Ruimte en Groen • Cultuur Bij overige investeringskredieten waar we voor het jaar 2021 nog een wijziging verwachten in het kader van de rechtmatigheid, zullen we dit in 2021 ook nog aan de raad voorleggen. Wijzigingen van investeringskredieten voor de jaren 2022 en verder zullen betrokken worden bij Eerste Bestuursrapportage 2022, inclusief de bijbehorende begrotingswijziging.

3.2.1 Investeringsprojecten Openbare Ruimte en Groen Project

Geautoriseerde uitgaven t/m 1e Berap 2021

Bijsturingsvoorstellen 2e Berap 2021

38.900 19.093 57.993

9.400

Programma Wervengebied (incl. WKM) Projecten uit de nota kapitaalgoederen Totaal

9.400

x € 1.000 Actuele autorisatie uitgaven t/m 2e Berap 2021 48.300 19.093 67.393

Programma Wervengebied (Wal- en Kluismuren) In 2020 is het Plan van aanpak Wervengebied vastgesteld. Op basis van dit plan van aanpak is de scope van het project wal- en kluismuren verbreed naar het Programma Wervengebied. Daarnaast is incidenteel geld toegekend, in 2021, om de programmakosten te dekken. In het voorjaar van 2021 is conform afspraak een programmaplan Wervengebied opgesteld waar de scope en financiën tot en met 2023 is betrokken. In dit programmaplan is toegelicht wat we in de periode 2021 -2023, van 48 miljoen euro, voornemens zijn te gaan uitvoeren en welke budgetten hiervoor beschikbaar en nog benodigd zijn.

57

Dit programmaplan is op 15 juli 2021 vastgesteld. In de voorjaarsnota 2021 is een bedrag van 9,4 miljoen euro beschikbaar gesteld bovenop het bestaande budget om de meest dringende werkzaamheden in de jaren 2021-2023 te kunnen uitvoeren.

3.2.2 Investeringsprojecten Cultuur Vervangingsinvesteringen Onderwijs

De Machinerie Totaal

Geautoriseerde uitgaven t/m 1e Berap 2021 3.550

Bijsturingsvoorstellen 2e Berap 2021 225

x € 1.000 Actuele autorisatie uitgaven t/m 2e Berap 2021 3.775

3.550

225

3.775

De Machinerie Op 19 december 2019 heeft de gemeenteraad besloten om met ‘De Machinerie‘ een plek voor vernieuwende film en beeldcultuur te realiseren in het Werkspoorgebied in samenwerking met private partij Erfgoed Werkspoor Utrecht BV (EWU BV) en voor realisatie van het pand een investeringsbijdrage van 3,55 miljoen euro te verstrekken. De coronamaatregelen zorgen voor vertraging in de bouw van de Machinerie. Om deze reden stellen wij voor om de indexering op de gemeentelijke bijdrage door te zetten. Daarmee wordt het krediet voor de Machinerie met 0,225 miljoen opgehoogd. Met deze ophoging is het mogelijk om de prijsinflatie van het gemeentelijke deel van de stichtingskosten in de jaren 2021 en 2022 te compenseren. In lijn met oorspronkelijke verhouding van financiering zal de prijsinflatie op het overige deel van de stichtingskosten in de jaren 2021 en 2022 worden opgebracht door Erfgoed Werkspoor Utrecht BV (EWU) en stichting De Machinerie. In het tweede kwartaal van 2021 is een definitief ontwerp opgesteld voor de bouw van de Machinerie inclusief een actuele kostenraming. Door de mondiale pandemie zijn de prijzen van hout en staal sterk gestegen. Hierdoor is er een substantiële prijsstijging van de bouwkosten. De komende periode wordt onderzoek gedaan hoe deze prijsstijging te ondervangen is.

Daarbij zal motie 492 ‘kostenoverschrijdingen Machinerie? Dan versobering!’ worden betrokken. Indien hiervoor aanvullend krediet benodigd is zal daartoe een voorstel worden gedaan aan de gemeenteraad.

58

4. Peilstok Stedelijke Ontwikkeling Inleiding In de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling geven wij een actueel beeld van de verdeling van de actuele plancapaciteit woningbouw (lange termijn) en de stedelijke prognose woningbouw (korte termijn 20212023), rapporteren wij over de stand van de grondexploitatieprojecten (binnenstedelijk, Leidsche Rijn en Stationsgebied) en de stand van zaken van de investeringsimpuls RSU, voor zover deze afwijkt van het Meerjaren Perspectief Ruimte 2021 (MPR 2021). Een belangrijke ontwikkeling is dat ten opzichte van het MPR 2021 het saldo van de grondexploitatie Leidsche Rijn, Papendorp, verbetert met bijna 17 miljoen euro. In de Voorjaarsnota en het MPR 2021 hebben wij in het financieel beeld rekening gehouden met aanvullende ruimte van 15 miljoen euro vanwege een verdichtingsopgave in Leidsche Rijn. In de eerste helft van dit jaar zijn bijna 2.000 woningen in aanbouw genomen. Voor heel 2021 verwachten wij dat ongeveer 2.900 woningen in aanbouw gaan en daarmee in lijn met de bandbreedte zoals die in het MPR is gepresenteerd. Van de harde plancapaciteit (conform gemeentelijke definitie) bestaat 32% uit zelfstandige sociale huurwoningen. 25% van de plancapaciteit valt in het middensegment (koop/huur) zoals in de Woonvisie is gedefinieerd.

Actuele ontwikkelingen woningbouw Plancapaciteit woningbouw lange termijn In het MPR 2021 is een overzicht gegeven van de plancapaciteit woningbouw t/m 2040 op basis van verschillende definities van hardheid met peildatum 1 februari 2021. De totale gemeentelijke plancapaciteit bevat op dit moment ruim 63.500 tot 71.000 woningen waar we in het MPR 2021 uit gingen van 62.500 tot 70.500 woningen. Hierbij is het van belang om aan te geven dat het gaat om dynamische gegevens die continu in beweging zijn. Het gaat kortgezegd om prognoses, niet om vaste gegevens. Van de totale plancapaciteit vallen ongeveer 13.500 woningen onder de door ABF Research (en Rijk) gehanteerde strikte definitie van harde plancapaciteit (minimaal vastgesteld of onherroepelijk planologisch juridisch kader). Dit is een lichte toename ten opzichte van het MPR (ruim 13.000) doordat het bestemmingsplan Eendrachtlaan 10 is vastgesteld. Inmiddels is ook het bestemmingsplan “Cartesiusdriehoek Fase 2-6” ter besluitvorming aan de raad aangeboden waarmee de bouw van circa 2.530 woningen mogelijk wordt gemaakt. Aanvullend wordt dit jaar onder andere het bestemmingsplan Beurskwartier ter besluitvorming voorgelegd aan de raad waardoor dit aantal naar verwachting fors zal toenemen en wordt gewerkt aan het bestemmingsplan voor Merwede dat de realisatie van duizenden extra woningen mogelijk moet maken.

De gemeentelijke definitie (zie toelichting op pagina 19 in het MPR 2021) van ‘harde’ plancapaciteit resulteert in een plancapaciteit van circa 41.500-43.500 woningen. Onder de ‘harde’ plancapaciteit vallen dus ook projecten die zich in een zeer vroeg planstadium bevinden waarbij we de intentie hebben uitgesproken om mee te werken maar daadwerkelijke realisatie afhankelijk is van voorwaarden waaronder bijvoorbeeld mobiliteit. Dit betekent een toename van de ‘harde’ plancapaciteit ten opzichte van het MPR 2021 doordat sinds 1 februari 2021 onder andere intentiedocumenten zijn vastgesteld voor bijvoorbeeld Gebiedsontwikkeling Galgenwaard en Livingstonelaan 609. Ook zijn eerdere inschattingen in projecten ten aanzien van het te realiseren woningbouwprogramma bijgesteld op basis van de laatste inzichten. Aanvullend onderscheiden we nog een zachte potentiële plancapaciteit van bijna 22.00027.500 woningen. Relatie met de bestaande voorraad en lange termijn doelstellingen Als we kijken naar de verdeling van de ‘harde’ plancapaciteit (conform de door de gemeente Utrecht gehanteerde definitie) ziet de verdeling in woon-/prijscategorieën er zoals in onderstaand figuur weergegeven uit.

59

De omvang en verdeling van de plancapaciteit zijn dynamisch en worden jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele projectinformatie. Voor projecten waar bijvoorbeeld alleen een intentiedocument is vastgesteld waarin geen concrete uitspraken zijn gedaan over het te onderzoeken programma, is een inschatting gemaakt van het programma. Ook zijn voor gebiedsontwikkelingen waar in omgevingsvisies alleen percentages zijn vastgelegd voor specifieke categorieën (bijvoorbeeld aandeel sociale huur) aannames gedaan voor het overige deel van het programma (gelijkmatig verdeeld).

Sociale huur en middensegment De verdeling laat zien dat, net als in het MPR 2021, de harde plancapaciteit voor 32% bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen waarvan 6% zelfstandige studenteneenheden en 26% reguliere sociale huurwoningen. Het aandeel onzelfstandige studenteneenheden (4%) maakt geen onderdeel uit van de sociale huur, maar wij sturen wel op de toename van dit aantal via het convenant studentenhuisvesting. 33% van de harde plancapaciteit valt in het beleggershuursegment waarvan, net als in de Peilstok SO 2020, 17% met een huurprijs tussen de 752 en 1.004 euro per maand (middenhuursegment). 8% bestaat uit betaalbare koopwoningen. Dit betekent dat 25% van de plancapaciteit in het middensegment (koop/huur) valt zoals in de Woonvisie is gedefinieerd waar dit in het MPR 2021 24% betrof. Door het verwerken van de laatste inzichten van het te realiseren woningbouwprogramma in projecten is het aandeel middenhuur licht gestegen. Van de plannen waarvoor tussen 1 juli 2018 en 1 juli 2021 het start-/intentiedocument bestuurlijk is vastgesteld, is ruim 45% sociale huur (waarvan 13% zelfstandige studenteneenheden) en 25% middensegment (koop/huur). Op die manier maken we met elkaar de beweging om de woningvoorraad in 2040 uit 35% sociaal en 25% middensegment te laten bestaan.

Echter, ten behoeve van het realiseren van een voldoende betaalbare voorraad voor lage inkomens en middengroepen blijft de productie van voldoende woningen in de sociale huur en het middensegment urgent. Op dit moment bestaat de woningvoorraad uit 35% sociale huur. Gegeven het streven de sociale huur in de woningvoorraad richting 2040 op peil te houden (35%) is het huidige aandeel in de harde plancapaciteit

60

(32%) nog niet voldoende. De ambitie, zoals ook met de STUW-corporaties afgesproken via de prestatieafspraken, is om de sociale voorraad mee te laten groeien met de groei van de stad. In het middensegment staat -nog sterker dan voorheen- het koopsegment onder forse druk. Door uiteenlopende factoren (krapte in bestaand en nieuw aanbod, weinig mutaties, lage rente, etcetera) is de Utrechtse koopwoningmarkt oververhit te noemen. Juist nu vindt de gemeente het belangrijk om betaalbare koop te stimuleren. Zowel door meer en kwalitatief goed aanbod te realiseren in de toekomst, als om ook te borgen dat woningen in dat segment behouden blijven. In dat kader is het Actieplan Betaalbare koop net voor het zomerreces aan de raad aangeboden voor besluitvorming. We blijven ook aandacht hebben voor de uitvoering van het Actieplan Middenhuur. Dat wordt in samenspraak met partners geëvalueerd en de uitkomsten hiervan worden nog dit jaar aan de raad gestuurd. Prognose start bouw korte termijn 2021-2023 Zoals in het MPR is toegelicht resulteerde de extra productie van 500 woningen in Leidsche Rijn Centrum in 2020 erin dat deze woningen in de prognose van het MPR niet meer meetellen in 2021 waardoor deze lager uitviel dan eerder werd geprognosticeerd. Voor 2021 gingen we daarom uit van een productie (start bouw) van minimaal 2.800 woningen en maximaal 3.100 woningen.

In de eerste helft van dit jaar zijn bijna 2.000 woningen in aanbouw genomen. Voor heel 2021 verwachten wij dat ruim 2.900 woningen in aanbouw gaan en daarmee in lijn met de bandbreedte zoals die in het MPR is gepresenteerd.

De prognose voor 2022 en 2023 gaat uit van het in aanbouw nemen van respectievelijk circa 2.700 tot 3.300 (waarvan op dit moment ongeveer 2.000 hard conform definitie ABF research/Rijk) woningen en circa 3.000 tot 3.800 woningen (waarvan op dit moment ongeveer 900 hard conform definitie ABF research/Rijk). Het is dus van belang om richting 2023 de bestemmingsplannen van de betreffende projecten (zoals Cartesiusdriehoek fase 2-6, Merwedekanaalzone) in besluitvorming te brengen.

61

Zoals uit de landelijke berichtgeving maar ook uit de gesprekken met de partners uit de kopgroep van het stadsakkoord blijkt spelen bij de voortgang van projecten de schaarste aan bouwmaterialen en het tekort aan personeel een steeds grotere rol. Ook binnen de Gemeente Utrecht geldt dat wij op dit moment onvoldoende personeel hebben om alle lopende projecten en nieuwe initiatieven goed te kunnen bemensen. Om op korte termijn de behandeling van aanvragen enigszins te versnellen en daarmee zoveel mogelijk invulling te geven aan de ambities van versnelling van de bouwproductie en de offensieve strategie waarmee we uit de crisis willen te komen, wordt extra personeel geworven. Ook dat is niet gemakkelijk; vakspecialisten zijn op de huidige arbeidsmarkt moeilijk te vinden. We onderzoeken ook, mede in het licht van de omgevingswet, of wij de processen rondom bouwaanvragen en vergunningen kunnen versnellen. Voortgang 250+ projecten/gebiedsontwikkelingen Om meer inzicht te geven in de voortgang van de woningbouwproductie rapporteren we vanaf het MPR 2021 halfjaarlijks specifiek over de projecten (of gebiedsontwikkelingen) met meer dan 250 woningen (bijlage Voortgang woningbouwprojecten 250+).

Zoals toegezegd in de commissie S&R over de Voorjaarsnota en het MPR 2021 hebben we aan dat overzicht het jaar van oplevering toegevoegd en laten we de initiële planning zoals deze bij de Peilstok SO 2020 was opgenomen (peildatum 1 juli 2020) staan. Zoals uit het overzicht blijkt is het project De Buurt in Overvecht inmiddels opgeleverd. Het project Leidsche Rijn Centrum Oost bouwblok G11 + G12 is toegevoegd. De oorzaken van bijstelling in prognoses zijn, zoals in het MPR is toegelicht, divers en komen in de bijlage terug in de kolom met toelichting. Het gaat daarbij vaak om projectspecifieke vraagstukken zoals bijvoorbeeld bij de Cartesiusdriehoek de borging over de toekomst van de muzikale broedplaats dB’s. Een aantal keer blijkt de complexiteit van het project een oorzaak te zijn en ook langere onderhandelingen dan verwacht hebben effect op de planning.

62

Grondexploitaties Binnenstedelijke Grondexploitaties 1. Jaarschijf 2021 In de Programmabegroting 2021 is voor de binnenstedelijke grondexploitaties een jaarsnede 2021 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2021) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2021). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2021 en de prognose voor de tweede helft van 2021. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2021. Toelichting prognose lasten en baten 2021 Op basis van de tot 1 juli 2021 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2021 bepaald. Op basis van deze analyse worden in 2021 minder lasten (0,8 miljoen euro) en meer baten (15,3 miljoen euro) verwacht dan begroot voor de binnenstedelijke grondexploitaties. Lasten Lasten (in miljoenen euro’s) BRM / WRM Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Programma begroting 2021 9,7 1,9 0,8 1,4 0,8 0,3 0,2 15,1

Resultaat 1e helft 2021 4,4 0,8 0,3 1,3 0,0 0,0 0,0 6,8

Prognose 2e helft 2021 4,2 1,0 0,6 1,3 0,0 0,3 0,2 7,6

Peilstok prognose 2021 8,5 1,9 0,8 2,6 0,0 0,3 0,2 14,3

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 1,2 0,0 0,0 -1,2 0,8 0,0 0,0 0,8

De totale verwachte afwijking van de lasten ten opzichte van de Programmabegroting 2021 bedraagt 0,8 miljoen euro. Van de afwijking heeft 2,0 miljoen euro betrekking op verschuivingen in de planning van de binnenstedelijke grondexploitaties. De verschuivingen hebben voornamelijk betrekking op de grondexploitaties Merwedekanaalzone deelgebied 4: Defensieterrein (0,8 miljoen euro), Centrumplan Vleuten (0,8 miljoen euro), Hart de Meern (0,3 miljoen euro) en Opaalweg (0,1 miljoen euro). De lasten die niet worden gemaakt in 2021, worden verwacht in 2022. De afwijking plankosten (-1,2 miljoen euro) heeft betrekking op de gebiedsontwikkeling Zuilense Vecht, waarvoor dit jaar de grondexploitatie geopend is. Baten Baten (in miljoenen euro’s) Woningbouw Niet-woningbouw Bijdragen derden Overig Totaal baten

Programma begroting 2021 1,1 9,5 0,0 0,1 10,7

Resultaat 1e helft 2021 0,0 0,4 0,4 0,0 0,8

Prognose 2e helft 2021 16,1 9,1 -0,1 0,1 25,2

Peilstok prognose 2021 16,1 9,5 0,3 0,1 26,0

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 15,0 0,0 0,3 0,0 15,3

Ten opzichte van de Programmabegroting 2021 bedraagt de totale verwachte afwijking aan de batenkant 15,3 miljoen euro. De tabel laat zien dat alle baten woningbouw (16,1 miljoen euro) in de tweede helft van 2021 worden ontvangen. De opbrengst heeft betrekking op de grondexploitaties Opaalweg (1,1 miljoen euro) en Merwedekanaalzone deelgebied 4: Defensieterrein (15,0 miljoen euro) waarbij een deel van de totaal geraamde opbrengst woningbouw vanwege een wijziging in het betaalschema in 2021

63

wordt ontvangen. De ontvangen baten in niet woningbouw (0,4 miljoen euro) hebben betrekking op de grondexploitatie Centrumplan Vleuten. Het restant van de baten wordt naar verwachting in de tweede helft van 2021 ontvangen. De afwijking op bijdrage derden betreft een ontvangen subsidie van de provincie voor de gebiedsontwikkeling Zuilense Vecht (0,3 miljoen euro). Het verschil tussen de verantwoorde lasten en baten in de eerste helft van 2021 en de prognose in de tweede helft wordt verder in belangrijke mate verklaard doordat een aantal financieel technische verwerkingen plaatsvindt in de tweede helft van het jaar. Wijzigingen lopende grondexploitaties Befu-terrein Voor de herontwikkeling van het Befu-terrein is een concept SPvE Befu-terrein uitgewerkt. Het SPvE ten behoeve van een definitieve invulling anticipeert op de realisatie van circa 76 woningen in verschillende categorieën. Bij de actualisatie (MPR 2021) is de grondexploitatie Befu-terrein in lijn met de uitgewerkte plannen geactualiseerd. Hierin zijn geen significante wijzigingen. De realisatie van het geplande nieuwbouwproject is echter afhankelijk van een geluidsscherm langs de A12 als noodzakelijke geluidssanering van de locatie.

De bouw van het geluidsscherm is vanwege de procedure rond het Tracébesluit Ring Utrecht (TB 2020) op dit moment onzeker, zowel door de stikstofproblematiek als door een mogelijke wijziging van standpunt van een nieuw kabinet. Vanwege deze onzekerheid wordt op dit moment ook de mogelijkheid van een tijdelijke invulling van de locatie met wonen onderzocht. Hierover wordt de raad apart geïnformeerd. Merwedekanaalzone deelgebied 4: Defensieterrein Bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2021) zijn er 200 woningen (100 sociaal en 100 middenhuur) aan het programma toegevoegd. De onderhandelingen met BPD over nog eens 150 extra woningen (betaalbare koop) zijn afgerond. Deze woningen worden in 2022 aan de grondexploitatie toegevoegd waardoor het saldo van de grondexploitatie nog verder zal verbeteren. Voor de toevoeging van 350 extra woningen is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. In het najaar ligt het bestemmingsplan ter visie. Begin 2022 wordt het bestemmingsplan en de allonge op de koopovereenkomst aan de raad voorgelegd. In 2021 geopende grondexploitatie Zuilense Vecht De grondexploitatie Zuilense Vecht is eind mei 2021 samen met het IPvE en SPvE vastgesteld waardoor de lasten en baten voor het eerst onderdeel zijn van de peilstok. Het resultaat van de grondexploitatie Zuilense Vecht is positief op eindwaarde (2,3 miljoen euro).

Conform raadbesluit is dit positieve saldo bestemd voor de aanleg van sportvoorzieningen. Er zijn voor deze peilstok geen wijzigingen te melden ten opzichte van de vastgestelde grondexploitatie. Het toevoegen van een nieuwe grondexploitatie heeft zowel invloed op het saldo onderhanden werk als op het geprognosticeerd eindresultaat van de binnenstedelijke grondexploitaties. Het saldo onderhanden werk neemt toe met de reeds gemaakte lasten en baten voor dit nieuwe project tot 1 juli 2021. Nog in 2021 te openen grondexploitaties Beurskwartier Voor de nog te openen grondexploitatie Beurskwartier is een voorbereidingskrediet van 5,8 miljoen euro vrijgegeven. Op peildatum 1 juli 2021 is 3,9 miljoen euro aan lasten gerealiseerd, waarvan 0,7 miljoen euro in jaarsnede 2021. De grondexploitatie Beurskwartier leggen wij naar verwachting in het najaar van 2021 ter besluitvorming aan de raad voor. De tot op heden gemaakte kosten ten laste van het voorbereidingskrediet worden bij vaststelling met de grondexploitatie verrekend.

64

Merwedekanaalzone deelgebied 5 In deelgebied 5 is de gemeente eigenaar van het OPG-terrein en de busstalling. Bij de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan Merwede door de gemeenteraad zal de grondexploitatie voor het OPG-terrein en de busstalling geopend worden. De verwachting is dat in het najaar van 2021 een besluit wordt genomen over de vaststelling van het SP en Omgevingsvisie. De grondexploitatie laat een positief resultaat zien. Ten opzichte van het MPR 2021 zijn geen wijzigingen te vermelden. 2. Prognose Onderhanden Werk 2021 De post onderhanden werk bevat de boekwaarde van de lopende grondexploitaties. De boekwaarde is het saldo van alle geboekte lasten en baten. Een positieve stand van het saldo betekent meer geboekte lasten dan geboekte baten. Het saldo onderhanden werk wijzigt niet alleen door aanpassingen in de lasten en baten van de lopende grondexploitaties maar ook met bij voorbeeld het afsluiten van deelexploitaties en tussentijdse winstneming. De verwachte ontwikkeling van de stand van het onderhanden werk lichten wij toe in de bijlage Onderhanden Werk Grondexploitaties 2021. 3. Geprognosticeerd eindresultaat binnenstedelijke grondexploitaties Wij verwachten op basis van de huidige besluiten één grote afwijking van het in het MPR 2021 gemelde geprognosticeerde resultaat voor de binnenstedelijke grondexploitaties.

Door het vaststellen van het SPvE/IPvE Zuilense Vecht en daarmee de grondexploitatie Zuilense Vecht wijzigt het geprognosticeerde resultaat met 2,3 miljoen euro positief (op eindwaarde). Conform raadbesluit is dit positieve saldo bestemd voor de aanleg van sportvoorzieningen. In lijn met het MPR 2021 worden dit jaar geen grondexploitaties afgesloten. 4. Risicoparagraaf binnenstedelijke grondexploitaties Conform de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen actualiseren wij twee keer per jaar de risicoanalyse. De in het MPR 2021 geschetste risico's zijn nog actueel. De risicoanalyse is opgedeeld in generieke risico’s en project specifieke risico’s. Voor wat betreft de generieke risico’s heeft zich in enkele grondexploitaties een vertraging in planning voorgedaan. Het vertragingseffect was becijferd als een klein risico. Het daadwerkelijk optreden van het vertragingseffect blijkt door de lage rente nauwelijks effect te hebben op het resultaat van de betreffende grondexploitaties. De effecten van de coronacrisis op de ramingen van de vastgoedopbrengsten in de binnenstedelijke grondexploitaties hebben vooralsnog weinig invloed (want vrijwel alleen woningbouw en geen retail/horeca). Er is daarom geen aanleiding om specifiek hiervoor het (generieke) risicoprofiel te verhogen, anders dan het reeds opgenomen risico dat betrekking heeft op het uitblijven van de opbrengstenstijging.

Voor de binnenstedelijke projecten zijn, indien aanwezig, ook project specifieke risico’s opgenomen. Deze risico’s blijven ongewijzigd ten opzichte van het in het MPR 2021 vastgestelde risicoprofiel. In het MPR 2022 wordt het totale risicoprofiel van de binnenstedelijke grondexploitaties geactualiseerd.

65

Grondexploitatie Stationsgebied 1. Jaarschijf 2021 In de Programmabegroting 2021 is voor de grondexploitatie Stationsgebied een jaarsnede 2021 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2021) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2021). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2021 en de prognose voor de tweede helft 2021. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2021. Toelichting prognose lasten en baten 2021 Op basis van de tot en met medio 2021 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2021 bepaald. Op basis van deze analyse is het niet nodig om de jaarschijf 2021 aan te passen voor de grondexploitatie Stationsgebied. Wij verwachten dat een beperkt deel van de in 2021 geraamde lasten door vertraging in de uitvoering door zal schuiven naar 2022. Wij passen de begroting hier niet op aan, maar rapporteren hierover in de Jaarstukken 2021. Uiteraard kunnen in de periode van medio 2021 tot het einde van het jaar zich andere ontwikkelingen voordoen die nog van invloed zijn op de jaarschijf 2021. Wij rapporteren hierover in de Jaarstukken 2021. Lasten Lasten (in miljoenen euro’s) BRM / WRM Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Programma begroting 2021 18,3 0,0 3,5 6,9 0,0 0,0 1,2 29,9

Resultaat 1e helft 2021 4,8 0,0 0,5 2,6 0,0 0,0 0,1 8,0

Prognose 2e helft 2021 13,4 0,0 3,0 4,4 0,0 0,0 1,1 21,9

Peilstok prognose 2021 18,3 0,0 3,5 6,9 0,0 0,0 1,2 29,9

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Programma begroting 2021 0,0 0,0 1,2 0,0 1,2

Resultaat 1e helft 2021 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Prognose 2e helft 2021 0,0 0,0 1,2 0,0 1,2

Peilstok prognose 2021 0,0 0,0 1,2 0,0 1,2

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Baten Baten (in miljoenen euro’s) Woningbouw Niet-woningbouw Bijdragen derden Overig Totaal baten

Het verschil tussen de verantwoorde lasten en baten in de eerste helft van 2021 en de prognose in de tweede helft wordt in belangrijke mate verklaard doordat een aantal financieel technische verwerkingen plaatsvindt in de tweede helft van het jaar. 2. Prognose Onderhanden Werk 2021 In paragraaf 2 van de binnenstedelijke grondexploitaties is uitgelegd wat er onder de post onderhanden werk wordt verstaan. De verwachte ontwikkeling van de stand van het onderhanden werk lichten wij toe in de bijlage Onderhanden Werk Grondexploitaties 2021.

66

3. Geprognosticeerd eindresultaat grondexploitatie Stationsgebied In het MPR 2021 is een geprognosticeerd resultaat van -90,1 miljoen euro (eindwaarde per 31-12-2023) gemeld voor de grondexploitatie Stationsgebied. Inclusief de ingestelde voorziening is de grondexploitatie Stationsgebied sluitend. De huidige inzichten leiden niet tot een bijstelling van dit geprognosticeerde saldo. De realisatie van de infrastructuur en openbare ruimte in het Stationsgebied vordert gestaag. Dat heeft onder andere tot gevolg dat de lasten van de nog resterende werkzaamheden steeds beter zijn in te schatten. In deze jaarsnede gaat het onder andere om werkzaamheden Catharijnesingel, van Sijpesteijnkade, Jaarbeursplein en omgeving en het Forum Noord. De geprognosticeerde opbrengsten zijn in lijn met de stand gemeld bij het MPR 2021. Verder is het Stedenbouwkundig Programma van Eisen van het Jaarbeurspleingebouw in concept opgesteld en wordt dit najaar aangeboden aan de raad ter besluitvorming. Daarnaast wordt de tenderprocedure voorbereid. Deze ontwikkelingen verwerken wij bij de actualisatie van de grondexploitatie 2022 die wij aan u voorleggen in het MPR 2022. Het actuele geprognosticeerd resultaat van de grondexploitatie Stationsgebied is onderdeel van het jaarrekeningresultaat 2021 en daarmee van de integrale afweging Voorjaarsnota 2022. 4.

Risicoparagraaf Stationsgebied Conform de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen actualiseren wij twee keer per jaar de risicoanalyse. De vastgoedopbrengsten vormen de belangrijkste factor die van invloed is op het resultaat van de grondexploitatie Stationsgebied. De omvang van het benodigde weerstandsvermogen blijft op basis van de huidige risico-inventarisatie ongewijzigd en is gelijk aan de stand zoals genomen in het MPR 2021 (17 miljoen euro). Bij het MPR 2022 actualiseren wij wederom de risicoanalyse en op basis van de laatste stand van zaken van de projecten zullen wij het benodigde weerstandsvermogen opnieuw bepalen.

67

Grondexploitatie Leidsche Rijn 1. Jaarschijf 2021 In de Programmabegroting 2021 is voor de grondexploitatie Leidsche Rijn een jaarsnede 2021 voor lasten en baten opgenomen. Deze jaarsnede is bij de actualisatie van de grondexploitatie (MPR 2021) bijgesteld (kolom Programmabegroting 2021). In deze paragraaf rapporteren wij over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2021 en de prognose voor de tweede helft 2021. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2021. Toelichting prognose lasten en baten 2021 Op basis van de tot en met medio 2021 daadwerkelijk gerealiseerde lasten en baten inclusief de projectplanningen, is de resterende prognose voor 2021 bepaald. Op basis van deze analyse is het nodig om de jaarschijf 2021 aan te passen voor de grondexploitatie Leidsche Rijn. Lasten

BRM / WRM Verwerving VAT-kosten Plankosten Bijdragen aan Rente Overig Totaal lasten

Programma begroting 2021 35,8 0,8 3,1 5,8 2,1 -1,3 5,8 52,1

Resultaat 1e helft 2021 11,2 0,8 0,6 2,1 1,1 0,0 1,2 17,1

Prognose 2e helft 2021 22,6 0,0 3,1 5,8 0,0 -1,3 4,9 35,1

Peilstok prognose 2021 33,8 0,8 3,7 7,9 1,1 -1,3 6,1 52,2

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 2,0 0,0 -0,6 -2,1 1,0 0,0 -0,3 -0,1

Ten opzichte van de Programmabegroting 2021 zijn de totale lasten per saldo 0,1 miljoen euro hoger. De ramingen voor de plan- & VAT kosten zijn 2,7 miljoen euro hoger, onder andere door nog te verstrekken nieuwe opdrachten. De raming voor bouw- en woonrijp maken is 2,0 miljoen euro lager omdat een opgenomen stelpost voor sloopkosten niet nodig blijkt. De geraamde bijdragen zijn 1,0 miljoen euro lager doordat een geraamde parkeerbijdrage niet is toegekend. Meerjarig passen de geraamde kosten binnen de geraamde budgetten. Het verschil tussen de verantwoorde lasten in de eerste helft van 2021 en de prognose in de tweede helft wordt in belangrijke mate verklaard doordat een aantal financieel technische verwerkingen plaatsvindt in de tweede helft van het jaar. Baten

Woningbouw Niet-woningbouw Bijdragen derden Overig Totaal baten

Programma begroting 2021 38,3 6,7 0,8 2,2 48,1

Resultaat 1e helft 2021 23,2 17,1 2,1 0,9 43,3

Prognose 2e helft 2021 3,4 -8,8 -1,5 1,6 -5,4

Peilstok prognose 2021 26,5 8,2 0,6 2,4 37,8

x € 1.000.000 Afwijking tov begroting 2021 -11,7 1,5 -0,2 0,2 -10,2

De woningbouwopbrengsten zijn verlaagd vanwege een uitgesteld grondtransport in Leidsche Rijn Centrum. De opbrengsten worden conform BBV-richtlijnen verwerkt in 2022. Ook aan de batenkant zijn de overige mutaties zeer beperkt.

68

2. Prognose Onderhanden Werk 2021 In paragraaf 2 van de binnenstedelijke grondexploitaties is uitgelegd wat er onder de post onderhanden werk wordt verstaan. Bij de vaststelling van de Tweede Begrotingswijziging 2021 zijn de ramingen voor de jaarschijf 2021 van de grondexploitatie Leidsche Rijn vastgesteld op 52,1 miljoen euro lasten en 48,1 miljoen euro baten. Hiermee werd voorzien in een mutatie in het Onderhanden werk op de balans van 4,0 miljoen euro dat daarmee uit zou komen op 73,5 miljoen euro credit (totaal meer ontvangen dan uitgegeven). In de eerste helft van 2021 is een bedrag van 17 miljoen euro uitgegeven en is 43,3 miljoen euro ontvangen. Voor de tweede helft van het jaar verwachten wij nog 35,3 miljoen euro uit te geven en moeten de opbrengsten gecorrigeerd worden voor een saldo van 5,7 miljoen euro. Over geheel 2021 verwachten wij 52,3 miljoen euro uit te geven en 37,6 miljoen euro te ontvangen: per saldo een toevoeging van 14,7 miljoen euro aan het Onderhanden werk dat hiermee uitkomt op 62,8 miljoen euro credit (totaal meer ontvangen dan uitgegeven). 3. Geprognosticeerd eindresultaat grondexploitatie Leidsche Rijn In het MPR 2021 is een geprognosticeerd resultaat van 5,9 miljoen euro positief (ncw prijspeil 2021) opgenomen voor de grondexploitatie Leidsche Rijn. Het concept SPVE Papendorp Noord hebben wij vrijgegeven voor inspraak.

In dit voorstel is het woningbouwprogramma verdubbeld van 1.000 naar 2.000 woningen en is het financieel kader ten opzichte van het Meerjarenperspectief 2021 geactualiseerd. Hierdoor is het ook mogelijk om voorzieningen aan het programma toe te voegen: circa 4500 m2 bvo commerciële voorzieningen en ruimte voor maatschappelijke voorzieningen waaronder een gezondheidscentrum. Bovendien is er ruimte voor toevoegen van werkgelegenheid: 75.000 m2 kantoren als onderdeel van de 133.000 m2 die voor heel Papendorp resteert in het Provinciaal Inpassingsplan Kantoren. Samen met de ontwikkeling van Groenewoud ontstaat daarmee in Papendorp een complete moderne wijk waarin wonen en werken worden gemengd in combinatie met de daarbij horende (commerciële en maatschappelijke) voorzieningen. De beoogde realisatie in Papendorp Noord van een Mobiliteitshub XL speelt een belangrijke rol in de stedelijke mobiliteitsstrategie, aangezien daarmee parkeren op afstand wordt gefaciliteerd voor de grote gebiedsontwikkelingen in Utrecht Zuidwest. Ten opzichte van de uitgangspunten gehanteerd bij de actualisatie 2021 en daarmee het MPR 2021 verbetert het saldo van Papendorp met bijna 17,0 miljoen euro (ncw prijspeil 2021).

Met deze financieel positieve ontwikkeling wordt de toename van de tussentijdse winst waarmee in het financieel beeld Voorjaarsnota 2021 (15 miljoen euro) rekening is gehouden behaald in 2022 – 2025. Het geactualiseerde financiële kader van het SPVE Papendorp Noord zal na bestuurlijke vaststelling naar verwachting bij de actualisatie 2022 worden verwerkt in de grondexploitatie Leidsche Rijn. In 2021 werken we aan bouwstenen voor een concept Visie op de gebiedsontwikkeling Leidsche Rijn. Doel van de Visie is het versterken van een bijdrage vanuit de gebiedsontwikkeling Leidsche Rijn aan de stedelijke ambities op het gebied van verdichting en vergroening, mobiliteit, werkgelegenheid en duurzaamheid (o.a. energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteit). 4. Risicoparagraaf Leidsche Rijn Conform de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen actualiseren wij twee keer per jaar de risicoanalyse. De vastgoedopbrengsten en de investeringen in de openbare ruimte vormen de belangrijkste factor die van invloed is op het resultaat van de grondexploitatie Leidsche Rijn. In 2021 verwachten we een positief financieel effect als gevolg van verder stijgende grondprijzen met name in Leidsche Rijn Centrum. Tegenover de stijgende grondprijzen staan de stijgende kosten voor materialen met name zichtbaar in de benodigde budgetten voor de aanleg van de openbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c6e92358-e999-4e67-80d3-839bbefefb21