Stedenbouwkundig programma van eisen Papendorp Noord.pdf
Tekst van het document
thematisch-beleid/energie/
a.
Ingaande materialenstroom
b.
Aanpasbaarheid in de gebruiksfase
c.
Herbruikbaarheid na gebruiksfase
De ingaande materialenstroom wordt getoetst op milieueffecten door deze met een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) berekening te berekenen. De MPG maakt een levenscyclusanalyse van de toegepaste materialen en installaties en drukt dat uit in een schaduwprijs per m² bruto vloeroppervlak per jaar. De schaduwprijs is een fictieve prijs die de kosten aangeeft om de milieuschade ongedaan te maken en is gestoeld op wetenschappelijk onderzoek. Hoe lager de schaduwprijs, hoe beter dus. Een lage schaduwprijs kan o.a. bereikt worden door milieuvriendelijker materialen toe te passen, minder materialen toe te passen, of hergebruikte materialen toe te passen. Door zo te ontwerpen dat het gebouw makkelijk aangepast kan worden, wordt de milieubelasting van de aanpassingen verlaagd en de levensduur van het gebouw verlengd: er is immers minder sloop- en breekwerk nodig. Dit kan bijvoorbeeld door ruimtelijke indeelbaarheid te vergroten, of overmaats te ontwerpen. Ook zijn makkelijk bereikbare installaties. Het gebouw biedt door een hoge mate van aanpasbaarheid ruimte aan meer programma’s. Aan het einde van de gebruiksfase wordt een gebouw normaliter gesloopt. Een circulair gebouw wordt gedemonteerd en de vrijgekomen materialen / constructies worden ter beschikking gesteld aan een nieuw bouwproject.
Om dit te bewerkstelligen is het ten eerste van belang dat het gebouw zo demontabel mogelijk wordt ontworpen. Ten tweede moeten de vrijkomende materialen herbruikbaar zijn, dus giftige of anderzijds eenmalig bruikbare materialen moeten vermeden worden. Ten derde is het van belang dat de materialen in het gebouw opgeslagen zijn in een paspoort. Dat laatste is van belang omdat zonder kennis van de opgeslagen materialen in het gebouw de waarde ervan verloren gaat.
41 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
3.6 Deelgebieden
Papendorp Noord omvat 4 deelgebieden: • Taats Noord: Het noordelijk deel van De Taats waar de voorheen beoogde kantoren nu ingevuld zullen worden met een overwegend woonprogramma. Het uitgangspunt voor de Taats Noord een logische doorzetting van is van De Taats in het zuidelijk deel van Papendorp. Het beeld van stedelijke bouwblokken als ruggengraad van Papendorp blijft hier overeind. • mobiliteitshub XL: Op de kop van de Taats als bijzondere beëindiging en als scharnierpunt tussen de Taats Noord en Mercat. De mobiliteitshub XL speelt een belangrijke rol in de visie van Utrecht op mobiliteit en zal parkeren op afstand voor onder andere de ontwikkeling van het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone faciliteren door niet alleen te voorzien in parkeerruimte, maar ook in een overstap op verschillende andere vervoersmiddelen, aangevuld met voorzieningen, een woonprogramma en kantorenprogramma (in fase 2). Hierdoor functioneert het als levendige verbijzondering in Papendorp Noord • Groenewoud Noord: Een noordelijk woongebied in aansluiting op het woongebied Groenewoud, vormgegeven als een extra buurt van Groenewoud. Dat betekent dat deze buurt zicht voegt naar de structuur van Groenewoud en daarbij een eigen, groen karakter heeft. Dit als tegenhanger van de aangrenzende stedelijke KWS buurt.
Onderdeel van Groenewoud Noord is het bedrijvenpark Mercat • Taatsenplein (Noord en Zuid): Rondom het Taatsenplein zal daarbij sprake zijn van een gemengd programma met kantoren, voorzieningen en woningen. De stedenbouwkundige randvoorwaarden per deelgebied zijn opgenomen als bijlage bij dit SPvE.
Groenewoud Noord
fase 2
mobiliteitshub XL fase 1
Taats Noord
Taatsenplein
Overzicht deelgebieden Papendorp Noord - schaal 1:10.000
42 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
43 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
4. Onderbouwing 4.1 Beleidskader / ruimtelijk Ruimtelijke strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) De ruimtelijke strategie geeft aan hoe de gemeente de stad op de lange termijn wil inrichten. Vertrekpunt is de nadruk op gezond stedelijk leven. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiest Utrecht voor een stad waarin alle belangrijkste functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht nabij, de tienminuten stad. Om dat te bereiken worden twee hoofdstructuren vooropgesteld: de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. De groei van de stad wordt geconcentreerd op een aantal plekken, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Utrecht verandert daarmee van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. Papendorp is één van die centra. Deze stedelijke en multifunctionele ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met dit SpvE. De RSU beschrijft een aantal stadsprofielen, die ook voor Papendorp relevant zijn. Bovendien beschrijft de RSU een barcode, teneinde op stedelijk niveau en op wijkniveau het evenwicht tussen de verschillende stedelijke functies in de gaten te kunnen houden De Stadsprofielen
De groene stad
In de RSU kiest Utrecht voor verdichten en vergroenen in balans. Dat betekent dat het publieke en private domein anders wordt ingericht. Er komt meer groen in de openbare ruimte, zowel in nieuwe ontwikkelgebieden als in de bestaande stad (groen tenzij). Er zijn meer recreatieve mogelijkheden om de hoek, zoals een park om in te sporten of speelpleinen in de buurt.
De ontwikkeling van Papendorp Noord sluit aan op “de groene stad”. Er wordt aangesloten op reeds bestaande hoofdinfrastructuur. De overige openbare ruimte wordt ingericht voor fietsers, voetgangers en groen. Door de grotere groene ruimten in Papendorp Noord en de openbaar toegankelijke binnenhoven met elkaar te verbinden ontstaat een groenstructuur die mogelijkheden geeft voor sport, spel, recreatie en versterken van de ecologische waarden in het gebied.
De verbonden stad
De gemeente investeert in een nieuw OV-netwerk: het Wiel met spaken (OV-ring). Met deze schaalsprong in het OV worden verschillende gebieden in de stad direct met elkaar verbonden (via hoogwaardig openbaar vervoer) en is een reis via Utrecht Centraal vaak niet meer noodzakelijk. Hiermee wordt niet alleen de druk op Utrecht Centraal verminderd, maar ook de leefbaarheid in de buurten verhoogd waar de bereikbaarheid toeneemt. Papendorp ligt op een knooppunt in deze OV-structuur: een rechtstreekse te vertrammen verbinding met het centrum van de stad en de grote nieuwe ontwikkelgebieden in Utrecht Zuidwest en een HOV-verbinding tussen Leidsche Rijn Centrum en Utrecht Science Park via papendorp, Westraven en Lunetten/Koningsweg. Daarnaast speelt het plangebied ook met zijn mobiliteitshub XL een belangrijke rol in de verbonden stad. Hier komen verschillende vervoerssoorten bij elkaar en is de overstap goed geregeld en aantrekkelijk vormgegeven door de kruisingsvrije overstap en de combinatie met voorzieningen. Door het introduceren van een nieuwe fietsroute naar De Meernbrug wordt dit nieuwe knooppunt op een snelle manier en comfortabel voor de fiets nog beter verbonden met de stad.
De compacte stad
De gemeente kiest ervoor de groei van de stad allereerst zoveel mogelijk in de bestaande stad op te vangen, en ziet daarvoor kansen rondom Ov-knooppunten, waarvan Papendorp er één is.
44 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
In Papendorp Noord komen – in aanvulling op de beoogde 1300 tot 1500 woningen in Groenewoud - circa 2000 woningen, voornamelijk appartementen in een hoge dichtheid (circa 75 wo/ha). Hiermee wordt voorzien in een deel van de woningbouwopgave van Utrecht. Naast wonen is er ruimte voor een mobiliteitshub, voorzieningen, kantoren en bedrijven.
De inclusieve stad
Voor de stad als geheel en voor de afzonderlijke wijken wil de gemeente dat de stad groen, verbonden, compact en toekomst - bestendig is. Een stad waarin iedereen welkom is en zich welkom moet voelen. Betaalbare woning voor iedereen. Naast een woning is werk voor velen een belangrijke conditie voor een inclusieve stad. Utrecht wil een stad zijn die mensen uitnodigt om elkaar te ontmoeten en zich met elkaar te verbinden. Hiervoor is het belangrijk dat zowel de gebouwde voorzieningen als de openbare ruimte uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. Naast deze sociale voorzieningen zijn ook voldoende toegankelijke voorzieningen op het gebied van onderwijs, cultuur, zorg en sport en betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen van cruciaal belang in een inclusieve stad. In Papendorp Noord wordt uitgegaan van circa 40 % van het programma in de categorie sociaal. Daarbij is er ruimte voor een gemengd wonen complex waar zelfstandig wonen mogelijk wordt maakt voor mensen die voorheen woonachtig waren in maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Tevens is er ruimte voor werken (kantoren, voorzieningen en bedrijven). De openbare ruimte biedt ruimte voor ontmoeten, met name in de binnengebieden, het taludpark en het polderpark. Deze openbaar (toegankelijke) gebieden zijn autovrije, aangename verblijfsgebieden.
De toekomstbestendige stad
De gemeente wil ervoor zorgen dat Utrecht zoveel mogelijk klaar is voor de toekomst. Utrecht kiest voor een robuuste ruimtelijke structuur, specifiek op het gebied van mobiliteit (OV-ring) en groen. Ook is het van belang de flexibiliteit in de directe gebouwde omgeving te
versterken. Circulaire ontwikkelingen waarbij materialen waardevast en waarde-vermeerderend zijn en daarmee flexibel in aanpassing. De gemeente werkt aan een klimaatneutrale stad. Het beeld van de openbare ruimte moet groen gaan kleuren. Nieuwe woningen realiseert de gemeente energieneutraal. Er is ruimte nodig voor de opwekking van energie uit zon en wind. Papendorp Noord heeft een robuuste groene structuur en draagt bij aan de doelen die de gemeente heeft voor de mobiliteit en bereikbaarheid van de stad. Naast de openbare ruimte bieden de daken van de gebouwen ruimte voor waterberging, biodiversiteit en energieopwekking. Naast de daken kunnen ook de gevel, waaronder die van de de mobiliteitshub, daaraan een bijdrage leveren.
De vertraagde stad
Naast dynamische plekken met reuring zijn ook voldoende plekken nodig waar men even in de luwte kan zijn. Groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Utrecht wil de stad samen met inwoners organisch en geleidelijk ontwikkelen. Papendorp Noord en Groenewoud kennen tezamen een grote afwisseling in rust en reuring. De reuring rondom de mobiliteitshub, de voorzieningen en de activiteit rondom de kantoren. De rust kan gevonden worden door recreatie, sport en spel in de vele groene plekken in Papendorp. Dat kan in de parkruimtes aan de noordzijde, op de beweegroutes die aangelegd worden door het gebied en langs het Amsterdam Rijnkanaal, maar ook in de binnenhoven bij de woningen die door inrichting en schaal ook een plek voor rust bieden. De Utrechtse Barcode Naast de stadsprofielen is in de RSU 2040 aangegeven dat de diverse ontwikkelingen in Utrecht getoetst dienen te worden aan de Utrechtse Barcode. Dit vraagt ook voor Papendorp Noord om een verantwoording van het plan aan de stedelijke opgave en aan de wijkbarcode
De barcode is opgebouwd uit twee schaalniveaus: van de stad en de wijk
Primair Onderwijs
Teams aanvullende zorg voor jeugd
GGZ in de wijk
Gezondheidscentra
Huiskamervoorziening
Onderwijs Zorg&Welzijn Cultuur Sport&Spelen
Wijkbarcode = 3D tegels
Energie
Bedrijventerrein
Werkgelegenheid
Stedelijke barcode = pixelstudie Detailhandel
Informele bedrijfsruimte
Wetenschap
Kantoren
Werkgelegenheid
Werkgelegenheid
Infrastructur
Grote wateren
Groen om de stad
Stedelijk groen
Zwembaden
Sporthallen
Sportvelden
Podiumkunsten en bioscopen
Broedplaatsen
Cultuurhuizen
Opvang asielzoekers
Gezinshuizen Buurtteam sociaal & jeugd en Gezin
Seniorencomplex
Kleinschalige woon- ‘ zorgvoorziening
Locaties voor koud weerregeling
Maatschappelijke opvang
Scoutinglocaties
Speciaal onderwijs locaites
Voortgezetonderwijs locaties
Wijk- en jongeren cultuurhuizen
Werk vanuit de woning Werk in de wijk
Water
Buurtgroen
Spelen en sport in openbare ruimte
Wijkinfrastruuctuur
Lokale energie opwekking
45 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
46 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
De stedelijke opgave
Het woningbouwprogramma in Papendorp Noord omvat 1000 woningen meer dan in de RSU en het MPR 2021 aangegeven. Dit past binnen de marges van het totale stedelijke programma van 60.000 tot 2040 aan de bestaande voorraad toe te voegen woningen. Door het optimaliseren van het woningbouwprogramma wordt een positieve bijdrage geleverd aan het creëren van vervoerswaarde voor het vertrammen van de Papendorplijn. Datzelfde geldt voor de hoeveelheid toe te voegen kantoren en bedrijven. De mogelijkheden om ook daarbij meer werkgelegenheid toe te voegen dan in de RSU is aangegeven, worden in het SPVE opengelaten. Papendorp Noord levert een belangrijke bijdrage aan de stedelijke mobiliteitsopgave door middel van de gewenste vertramming van de HOV-baan en door het realiseren van de mobiliteitshub XL ten behoeve van de grote ontwikkelgebieden in Utrecht Zuidwest. Daarnaast kent het plangebied een overmaat aan stedelijke infrastructuur (Orteliuslaan tussen de Prins Clausbrug en het Marinus van Tyrusviaduct) en het noordelijk deel van de Mercatorlaan (tussen de afslag 8A en de mobiliteitshub).
De wijkbarcode
Voor het plangebied wordt gestreefd naar voldoende opwekking van energie om aan de eigen behoefte te voldoen. Er worden voldoende speelvoorzieningen gerealiseerd voor de verschillende leeftijdscategorieën. Er wordt voldaan aan de normen voor de realisatie van buurtgroen, terwijl met het Willem Alexander Park en Park Voorn voldoende stedelijk groen in de omgeving aanwezig is. Belangrijk onderdeel van de ontwikkeling is de aandacht voor groene daken en groene gevels. Er wordt voldaan aan de wateropgave. Op basis van het onderzoek van Bureau Stedelijke Planning wordt een programma aan wijkvoorzieningen ontwikkeld. Naast een middelgrote supermarkt maken we de vestiging van een sportschool mogelijk, uit oogpunt van sociale veiligheid te situeren bij de ingang van de
mobiliteitshub en de OV-halte. Voor het primair onderwijs wordt gebruik gemaakt van de school in het naast gelegen plangebied Groenewoud. Voor veldsport zijn de bewoners aangewezen op sportpark Rijnvliet en de velden bij de Prins Clausbrug. Eventueel kan een sporthal worden ingepast in Mercat. Gezondheid voor Iedereen 2019-2023 (2019) In de nota Volksgezondheid is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. Het uitgangspunt is dat de leefomgeving van Utrechters zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. De aanwezigheid van groen, sport, geluidsluwe zijdes in combinatie met ambitiewaarden voor geluid en gezondheidsvoorzieningen dragen bij aan een gezonde verstedelijking. Kwetsbare doelgroepen worden extra beschermd door hen niet binnen 300meter van een snelweg of binnen 50 meter van een drukke binnenstedelijke weg te plaatsen.
Binnenstedelijke verdichting dient gezonde kwaliteiten met zich mee te brengen zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Er dienen passende maatregelen genomen te worden om de gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress te beperken. Dit door bijvoorbeeld meer kleinschalig, horizontaal (daken) en verticaal (gevels) groen te realiseren en door bij de ruimtelijke inrichting te zorgen voor meer plekken voor verkoeling, zoals bomen. Daarbij is er ook oog voor biodiversiteit. De voetganger en de fiets krijgt meer ruimte en voorrang bij de inrichting van de openbare ruimte. Nieuwe woonwijken worden zo
47 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
ontworpen dat de auto minder nodig is. De openbare ruimte nodigt uit tot spelen, bewegen, sporten, verblijven en ontmoeten. Er dienen voldoende en gevarieerde plekken voor jongeren (12-18 jaar) gerealiseerd te worden. Papendorp Noord sluit aan bij de doelstellingen uit de nota “Gezondheid voor iedereen”. Groen en duurzaamheid staan centraal in het ontwerp voor ontmoeting en sport/spel. Door goede verbindingen voor fiets en voetganger binnen het gebied maar ook naar buiten het gebied wordt beweging gestimuleerd. Doordat de woningen deels de functie hebben als geluidswerende voorziening, is extra kwaliteit ingezet aan de geluidsluwe zijdes. Daarmee ontstaan prettige woonwijken in rust en groen. Geluidnota Utrecht 2014-2018 Het beperken van geluidshinder in de woon- en leefomgeving en het toestaan van geluidsproductie op minder kwetsbare plaatsen vormt de leidraad in de zoektocht naar de juiste balans. Hierdoor ontstaat in de stad een gezonde mix van rustige gebieden en levendige plekken. Het bouwen op geluidsbelaste locaties is soms onontkoombaar; soms tot aan de maximale grenzen die de wet biedt. Door aanvullend aan de eisen van de wet heldere extra randvoorwaarden te stellen, kan echter toch een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat worden geboden.
Wanneer blijkt dat de voorkeurswaarde niet haalbaar is, kan een ontheffing worden verleend om de realisatie van een ruimtelijk plan mogelijk te maken. Deze hogere waarde procedure vereist een zorgvuldige afweging tussen het toe te stane geluidsniveau en een voldoende bescherming van het woonklimaat. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde wordt in Utrecht verleend als de ruimtelijke ontwikkeling een positieve betekenis voor de stedelijke structuur of een gunstig effect op de akoestische kwaliteit van
bestaande woningen in Utrecht heeft. Met voorwaarden wordt verplicht maatregelen te treffen voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen in een lawaaiige situatie. De geluidsluwe gevel blijft voor Utrecht de belangrijkste voorwaarde. Bewoners krijgen hiermee de mogelijkheid zich even terug te trekken van het rumoer van de stad. Uit onderzoek blijkt dat een luwe zijde van een woning compensatie biedt tegen geluidshinder. Deze voorwaarden gelden bij het verlenen van een hogere waarde voor woningen in Utrecht: • Geluidsluwe gevel De woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau op deze gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidsbronnen (of, in sommige gebieden de hogere waarde minus 10 dB; zie tabel 4.1). De voorkeursgrenswaarden zijn: wegverkeer 48 dB, railverkeer 55 dB en industrie 50 dB(A); • Woningindeling De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel. Dit geldt voor ten minste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van het oppervlakte van het verblijfsgebied. Deze voorwaarde wordt in tabel 4.1 aangehaald als de “30-procent-eis”; • Buitenruimte Het geluidsniveau bij de buitenruimte mag niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning.
Bij een nieuw plan wordt bekeken of de ontwikkeling zelf voldoet aan de wettelijke grenswaarden en aanvullende randvoorwaarden. Er kunnen daarentegen ook effecten zijn op de bestaande omgeving búiten het plangebied. Een nieuw pand kan bijvoorbeeld als geluidsscherm fungeren en daarmee een positieve invloed hebben op
48 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
het achterliggende gebied. Maar er kunnen ook negatieve effecten optreden; bijvoorbeeld als gevolg van reflecties of een grotere verkeersaantrekkende werking. Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. Daarom hanteert de gemeente een lokale ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook beschermen we stille plekken. In dit licht staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten. Naast het geluidsniveau is ook de beleving van geluid relevant. Bij de inrichting van de omgeving kunnen we het ervaren geluid verbeteren (soundscaping). Dit doen we door bijvoorbeeld een logische ordening van drukke en stille functies en door geluidsbronnen uit het zicht te houden In Papendorp Noord is op veel plekken sprake van een geluidsbelaste situatie. Hierom is rekening gehouden met een geluidsluwe zijde aan de binnenhoven in De Taats en de mobiliteitshub. In Groenewoud Noord zorgt wandvorming voor wering van geluid. Deze woningen hebben ook een geluidluwe zijde. Door deze wand zijn de overige woningen in Groenewoud Noord minder geluidsbelast. Om te zorgen voor een aangename leefomgeving is ook uit oogpunt van geluid bij de inrichting van de openbare ruimte de keus van de juiste beplanting een belangrijk aandachtspunt.
4.2 Functies
Woonvisie Utrecht Beter in Balans Utrecht streeft naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. Wijken waarin gemeenschappen kunnen ontstaan voor mensen om prettig en gezond (samen) te leven en er plek is voor alle (inkomens)groepen, ook kwetsbare Utrechters. Utrecht wil meer balans brengen in vraag en aanbod en de bestaande mismatch in de woningvoorraad aanpakken. Daarvoor wil de gemeente dat er fors gebouwd wordt zodat ook de doorstroming weer op gang kan komen. Het streven is dat de woningvoorraad in 2040 voor 35 procent bestaat uit sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studentenhuisvesting en waarvan minstens 70 procent behoort tot de kernvoorraad) en voor 25 procent uit woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope, betaalbare koop). Deze percentages zijn ijkpunten die richting geven. Zowel in de middencategorie als in het sociale segment is hiervoor een inhaalslag nodig. Gezond stedelijk leven is daarbij de koers voor de lange termijn. Daarom staan bij het bouwen van nieuwe woningen (en voorzieningen) gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid centraal. Vijf Speerpunten in de woonvisie zijn: • Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie. Utrecht benut de groei van de stad om partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities.
Daarbij wordt gewerkt met streefpercentages voor de lange termijn. • Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. • Doorstroming; Utrecht wil dat er meer woningaanbod (vrij)komt. Bouwen van kwalitatief goede woningen in de middencategorie en het sociale segment, onder andere via gemengde projecten, en slimme
49 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
•
•
woonruimteverdeling zorgen voor de toename van verhuisketens (betere doorstroming). Een (t)huis voor iedereen; Utrecht streeft naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alle (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; Utrecht bouwt aan een duurzamere woningvoorraad en richt zich op thema’s als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen.
Als stedelijk wordt gekeken naar de ontwikkeling van de bevolking dan is er de verwachting dat de groep kleine huishoudens nog verder zal oplopen. In aanvulling op het naastgelegen Groenewoud krijgt Papendorp Noord een hoogstedelijk gemixt karakter waar niet alleen gewoond, maar ook gewerkt wordt. Over het algemeen wonen hier mensen die relatief dicht bij de stad willen wonen, maar het niet erg vinden om bijvoorbeeld een stuk te fietsen of het openbaar vervoer te gebruiken. Denk hierbij aan één- en tweepersoonshuishoudens in de vorm van ‘jongere’ starters op de woningmarkt, maar ook de mobiele empty-nesters. Gestapelde bouw in de vorm van appartementen in de Taats Noord en in de mobiliteitshub XL lenen zich hier goed voor. Groenewoud Noord is als het ware een mix tussen de Taats Noord/ mobiliteitshub en Groenewoud. De ligging en het karakter van dit gebied lenen zich deels voor grondgebonden woningen waar gezinnen zich kunnen vestigen. Dit kan zowel in het sociale segment, als in de midden en vrije segmenten. In z’n totaliteit biedt Papendorp Noord tezamen met Groenewoud ruimte aan een gemengd wonen concept van circa 250 woningen, waar dragers en vragers gezamenlijk wonen. Papendorp biedt met de beoogde ontwikkeling ruimte aan een brede doelgroep. Van jong tot oud, van zelfstandig tot hulpvragend, van alleenstaanden tot gezinnen.
Kantorenstrategie Utrecht De kantorenmarkt is buitengewoon belangrijk voor de verdere groei van onze werkgelegenheid: Ruwweg de helft van de Utrechtse werknemers werkt immers in een kantoor. Onze ambitie op het gebied van verdere doorgroei van werkgelegenheid vraagt om een actieve aanpak van kantoorontwikkeling in de stad. Voor de ontwikkeling van Papendorp Noord is de ambitie dan ook om de doorgroei van werkgelegenheid naast het realiseren van woningen te handhaven. Dit binnen de kaders van het Provinciaal inpassingsplan, wat aangeeft dat Papendorp ruimte biedt aan de toevoeging van 133.000 m2 bvo kantoor. Daarvan is vooralsnog 75.000 m2 bvo maximaal te ontwikkelen binnen plangebied Papendorp Noord. Fysiek is er in Papendorp Noord meer ruimte voor het toevoegen van kantoren dan de aangegeven 75.000 m2. Het nu aangegeven maximale metrage past binnen 133.000 m2 ruimte voor toevoeging van kantoorvolume, zoals dat voor heel Papendorp resteert op basis van het Provinciaal Inpassingsplan Kantoren. Dit inpassingsplan is enige jaren geleden opgesteld op basis van een analyse van de marktruimte en de locatiekenmerken. Gelet op de wijzigende locatiekenmerken (stedelijk knooppunt op een kruispunt van het Wiel met Spaken) is er aanleiding dit metrage te heroverwegen. Dit kan er tevens aan bijdragen de kwaliteit van het openbaar vervoer verder te versterken.
Een verbeterd marktperspectief zal zich daardoor in de loop der jaren kunnen ontwikkelen. Er zal bij de ontwikkeling van Papendorp zoveel mogelijk rekening worden gehouden met het open houden van deze kansen voor de toekomst Voorzieningen In Utrecht is geen ruimte voor toevoegen van nieuwe stadsdeelcentra. De ligging van Papendorp in de oksel van de A2 en A12 leent zich eveneens niet voor stedelijke voorzieningen met een grote verkeersaantrekkende werking. Wel is er behoefte aan een passend voorzieningenpakket behorende bij een stedelijke ontwikkeling van de beschreven omvang, zonder dat dit ten koste gaat van
50 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
voorzieningencentra elders in zuidwest Utrecht. Om met die restricties de marktruimte te kunnen bepalen is extern onderzoek uitgezet, waarvan de rapportage als bijlage bij dit SPVE is gevoegd en waarvan de resultaten zijn verwerkt in de gehanteerde programmatische uitgangspunten.
4.3 Verkeer en parkeren
Mobiliteitsplan 2040 | Gemeente Utrecht - Omgevingsvisie Mobiliteitsplan 2040 | Gemeente Utrecht - Omgevingsvisie Utrecht kiest voor het koppelen van verstedelijking aan de uitrol van een OV-systeem dat de ruggengraat zal vormen voor de groei van de stad: het Wiel met Spaken. De gemeente Utrecht vangt de groei van de stad op met de volgende prioritering: 1. Verdichten rondom binnenstedelijke knooppunten; 2. Verdichten bij knooppunten aan de rand van de stad; 3. Buiten de stad. Bij het Wiel met Spaken staat de koppeling tussen ruimtelijke ontwikkeling, het OV-systeem en knooppunten dan ook centraal. In zowel het Mobiliteitsplan als de RSU 2040 is aangegeven dat Papendorp gezien wordt als een toekomstig knooppunt van openbaar vervoer met stedelijke verdichting als uitgangspunt. De in het Mobiliteitsplan aangekondigde realisatie van een P+R in Papendorp (de mobiliteitshub XL) en de vertramming van de vrijliggende busbaan (Papendorplijn) dragen daaraan bij. Voor de te maken keuzen ten aanzien van bereikbaarheid is het Mobiliteitsplan 2040 de basis. In de basis heeft Papendorp een mobiliteitsprofiel B. Afhankelijk van de omvang van de te realiseren verstedelijking en de realisatie van de beoogde OV-structuur biedt het Mobiliteitsplan perspectief op een doorgroei naar een mobiliteitsprofiel A.
Ten aanzien van een betaald parkeerregime vermeldt het Mobiliteitsplan het volgende: “Daarnaast kiest de gemeente in geval van grootschalige ontwikkelingen in de wijk aan de voorkant voor invoering betaald parkeren in een omliggende wijk (en in het ontwikkelgebied zelf indien daar openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd), om te voorkomen dan in omliggende buurten eerst parkeeroverlast ontstaat en pas na een draagvlakmeting dit probleem kan worden opgelost met de invoering van betaald parkeren. Hiervoor wordt per gebiedsontwikkeling apart een besluit genomen. “ Vanwege de combinatie met het kantorenpark en de daarbij optredende parkeerdruk en vanwege de aanwezigheid van de mobiliteitshub kiezen we ervoor in Papendorp Noord vanaf het begin betaald parkeren in te voeren, aangevuld met maatwerk per ontwikkeling en daarbij uit te gaan van parkeernormen conform een mobiliteitsprofiel B. Dat wil zeggen dat autoparkeren ook buiten loopafstand (in de mobiliteitshub) kan worden geregeld. Voor het overige wordt voor de inrichting van het gebied rekening gehouden met een toekomstige doorgroei naar een A-profiel. Dat wil zeggen dat er veel belang wordt gehecht aan de verblijfskwaliteit en het beperken van de verkeersruimte. Voetganger en fietsers zijn hoofdgebruikers en krijgen prioriteit. Dat vraagt vooral om extra zorgvuldig verkeersontwerp in de omgeving van de mobiliteitshub.
Er zijn meerdere mobiliteitsvoorzieningen aanwezig, zoals openbaar vervoer en deelmobiliteit. In grote delen van het plangebied hoeven geen eigen parkeervoorzieningen te worden aangelegd omdat andere mobliteitsoplossingen aanwezig zijn en omdat gebruik kan worden gemaakt van parkeren in de mobiliteitshub.
51 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
Bereikbaarheidsrandvoorwaarden geconcretiseerd In het Mobiliteitsplan is een lijst opgenomen die bij elk plan doorlopen moet worden. Daarbij dient aangegeven te worden hoe er invulling aan de punten wordt gegeven tenzij aangegeven kan worden dat er een beter alternatief is, dan wel dat kan worden onderbouwd waarom het niet wenselijk of mogelijk is de randvoorwaarde toe te passen. Verblijven, voetganger en fiets, Openbaar Vervoer • De openbare ruimte in een gebied dient aantrekkelijk te zijn om te verblijven (groen, rust, ruimte, uitstraling), te spelen en een ommetje te maken. • De openbare ruimte is goed toegankelijk, ook voor mindervaliden. • Ontwikkelgebieden moeten om de 50 tot 100 m voetgangers- en fietsverbindingen krijgen. • Lokale fietsverbindingen sluiten aan op het hoofdfietsnet met een omrijfactor van maximaal 1,4, gerekend vanaf de voordeur (conform CROW13 aanbeveling). • Voordeuren van woningen en voorzieningen krijgen een primaire oriëntatie op de voetgangers- en fietsontsluiting. • Ontbrekende schakels in het hoofdfietsnet moeten zo vroeg mogelijk worden aangelegd binnen de ruimtelijke ontwikkeling.
Onderbouwing
De openbare ruimte bestaat uit de luwe groene binnengebieden van de bouwblokken. Deze zijn autovrij, openbaar toegankelijk via ruime poorten en bieden ruimte voor rust, ontmoeten en spelen. Daarnaast wordt er voorzien in een taludpark en een park langs de ARK. Deze zorgen, naast ruimte voor verblijven, spelen en ontmoeten, voor aantrekkelijke verbindingen met onder andere het hoofdfietsnet. Het geheel van openbare ruimte zorgt voor een fijnmazig netwerk dat het kantoren deel van Papendorp verbindt met het woongedeelte van Groenewoud en Papendorp Noord en zorgt voor de verbindingen binnen het plangebied (zie ook paragraaf 3.1.3 voor de routes en verbindingen op kaart)
Openbaar Vervoer • Grote ruimtelijke ontwikkelingen krijgen ontsluiting op trein, tram en/of hoogwaardig openbaar vervoer. • Rondom (toekomstige) haltes en stations wordt ontwikkeld in hogere dichtheden (woningen, werk, publiekstrekkers). • Lokale voetgangersverbindingen sluiten aan op haltes van het openbaar vervoer met een omloopfactor van maximaal 1,4, gerekend vanaf de voordeur. De OV-haltes zijn zichtbaar vanuit het ontwikkelgebied door heldere loop- en zichtlijnen. • OV-haltes zijn goed toegankelijk voor alle doelgroepen. • De (OV- of weg-) infrastructuur maakt een betrouwbare doorstroming van het OV mogelijk.
Onderbouwing
Door Papendorp loopt een vrij liggende busbaan die is voorbereid op de komst van een tram. De mobiliteitshub XL is hieraan gekoppeld. Vanaf de mobiliteitshub XL is de HOV halte goed te bereiken. Tevens is de HOV-halte gekoppeld aan de fietsroute en fietsenstalling van de mobiliteitshub XL. Voor voetgangers zijn er routes voorzien langs de Orteliuslaan (drooglooproute), door de binnenterreinen van De Taats en de mobiliteitshub XL (groene route) en langs de Mercatorlaan (route door het woongebied). Aan de HOV halte en de mobiliteitshub zijn verschillende voorzieningen gekoppeld, waaronder de supermarkt en een sportschool. Auto en (her)inrichting van straten • Grote ruimtelijke ontwikkelingen krijgen directe aansluiting op stedelijke verbindingswegen. • De (toekomstige) capaciteit van het omliggende wegennet is randvoorwaardelijk voor de ontwikkelmogelijkheden en functionele invulling van een locatie. Het gaat om de uurcapaciteit van de afwikkeling, de capaciteit vanuit luchtkwaliteits- en geluidsnormen de benodigde oversteekbaarheid en verkeersveiligheid.
52 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
•
•
•
De stedenbouwkundige structuur en ruimtelijke functies krijgen zo’n invulling dat ze lopen, fietsen en OV-gebruik stimuleren en dat voor het autoverkeer de rustige momenten en routes met meer vrije capaciteit worden benut (al dan niet met bijdragen voor verkeersmanagementmaatregelen om zo ruimte te creëren voor extra verkeersstromen van en naar de ruimtelijke ontwikkeling). De herinrichting van aangrenzende stedelijke verbindingswegen tot stadsboulevard en inrichting van overige wegen in en bij het gebied tot 30 kilometer per uur straten zijn onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling. Voor goederenvervoer is maatwerk nodig om te bekijken op welke wijze goederenstromen schoon, stil en efficiënt ingepast kunnen worden. Laden en lossen vindt bij voorkeur inpandig plaats
Onderbouwing
In Papendorp Noord wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande wegenstuctuur (Orteliuslaan, Mercatorlaan, Taatsendijk) en wordt deze op een logische wijze voortgezet. Op deze wegen is voldoende capaciteit. Verder blijven de woongebieden zoveel mogelijk autovrij. Het verkeer wordt zo snel mogelijk naar de parkeerplaatsen geleid. De mobiliteitshub XL vormt hierbij een belangrijke voorziening. Het verkeer naar mobiliteitshub wordt zoveel mogelijk over de Orteliuslaan geleid. De aansluiting met de Marinus van Tyruslaan wordt hiervoor voorzien van een linksaf afslag. In het profiel en de bochtstralen is rekening gehouden met het verkeer van en naar Nedal (lang vrachtverkeer). Parkeren en mobiliteitsmanagement • De geldende fiets- en autoparkeernormen van de gemeente zijn van toepassing. • Mobiliteitsmanagementmaatregelen en het realiseren/aanbieden van schone en (ruimte-) efficiënte vervoeropties zoals deelauto’s en –fietsen zijn integraal onderdeel van een ruimtelijke
•
ontwikkeling (bijvoorbeeld als onderdeel van ontwikkel /koop/ huurovereenkomsten of parkmanagement). Voorzieningen voor deelmobiliteit bij een ontwikkeling moeten voor iedereen toegankelijk zijn door aansluiting bij MaaS (Mobility as a Service).
Onderbouwing
Papendorp Noord is een maatwerkgebied ten aanzien van parkeren. De parkeernorm wordt gehanteerd op basis van mobiliteitsprofiel B. Zie verdere motivatie aan het begin van paragraaf 4.3. MaaS en deelmobiliteit zijn onderdeel van de mobiliteitshub XL.
4.4 Openbare ruimte / Groen/ ecologie
Het kader voor groen/ ecologie is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. het beleid rondom groen/ecologie (Groenstructuurplan, Bomenbeleid, Natuurwaardenbeleid en Utrechtse soorten beleid); 2. een aantal moties; 3. en de huidige natuurwaarden in het plangebied. Beleid Groenstructuurplan Het actualisatie groenstructuurplan 2017-2030 heeft als opgaven: ‘stad en land verbinden, meer kwaliteit en meer groen in de stad en meer groen om de stad, groen en blauw voor ‘gezonde verstedelijking’ en ‘klimaatadaptatie’. In het plan zijn de bestaande en wenselijke stedelijke groenstructuren vastgelegd. Deze groenstructuren hebben zowel een landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve als ook ecologische functie. Ambitie van dit plan is om door combinatie van de opgaven een meerwaarde te creëren. Ontbrekende delen van de groenstructuur worden ingevuld. De open einden in de groenstructuur zijn op die manier te beschouwen als ruimtelijke reserveringen voor de realisatie van toekomstig, stedelijk groen.
53 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
De ambities zijn vastgelegd in een kaart: Visie Groenstructuur 2030. Deze kaart toont de ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang. Het plangebied voor de ontwikkeling van Papendorp Noord maakt deel uit van de Groenstructuur. Want door het plangebied lopen twee verticale ecologische verbindingsroutes (noord-zuid richting): langs het kanaalpark en langs de westgrens (Orteliuslaan) van het plangebied. Ook loopt er een horizontale ecologische verbinding (oost-west richting) door het plangebied (Taatsenplein, Bevrijdingslaan en Churchilllaan) die van belang is. De oost-west verbinding verbindt het natuurgebied Strijkviertel met park Transwijk, via Papendorp Noord. Het rechthoekige groene gebied ten zuiden van de Bevrijdingslaan en de Churchilllaan is een stapsteen tussen Strijkviertel en park Transwijk en is ook aangewezen als stedelijke groenstructuur. Daarnaast sluit het gebied aan op het ‘Rondje Stadseiland’ dat langs het Merwedekanaal loopt en een groene route zal vormen. De plannen daarvoor zijn in de maak. De bruine stippellijn geeft een gewenste uitbreiding van de groenstructuur aan. Hiermee kan er nog een kortere groene verbindingszone gemaakt worden van Strijkviertel langs het dakpark/ tuin naar het Merwedekanaal. Op alle plekken die aangewezen zijn als groenstructuur dient het groen en de ecologie behouden en versterkt te worden.
Bomenbeleid Utrecht (2009) In het bomenbeleid zet de gemeente Utrecht in op meer volwassen bomen en een groter belang van bomen in ruimtelijke projecten. Een zorgvuldige afweging voor behoud, verplanten, herplanten of kappen is daarbij van belang. De bomen langs de wegen in de gemeentelijke groenstructuur (Orteliuslaan, Taatsenplein, Bevrijdingslaan en Churchilllaanlangs en de weg langs het Merwedekanaal) maken deel uit van de hoofdbomen structuur. Bomen helpen bij het aanpassen aan klimaatwisselingen. Ze zorgen namelijk voor verkoeling bij hitte en voor waterberging bij wateroverlast. Bomen zijn belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit en
De herinrichting van Papendorp Noord, en zeker de genoemde ‘wenselijke groenverbindingen’ hierboven kunnen bijdragen aan de opgaven “Gezonde Stad” en “Klimaatverandering”. Voor de klimaatopgave is meer groen nodig voor de opvang van water en verkoeling in de stad. Bij de herinrichting wordt daarom gezocht naar mogelijkheden om het groen in de openbare ruimte te verbeteren en te versterken. Uitsnede uit de geactualiseerde kaart ‘Visie groenstructuur 2030 Utrecht’ met de parken en verbindingen die we willen ontwikkelen, verbeteren en beschermen
54 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
zorgen dat plekken herkenbaar zijn en een eigen identiteit hebben. De gemeente wil een heldere afweging kunnen maken voor het behoud van bomen in de stad. Daarnaast geven we bij ontwikkelingen in de gemeente extra aandacht aan de belangrijke boom-structuren: groepen of rijen bomen die waardevol zijn voor cultuurhistorie, voor de natuur of voor het landschap. Bijvoorbeeld bomen langs wegen, kanalen en rivieren. Als bomen weg moeten en niet verplant kunnen worden, dan moeten er nieuwe bomen worden geplant (herplantplicht). Wet natuurbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Utrecht en de Provinciale Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: • of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; • of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; • of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is. Beschermde gebieden
Natura 2000-gebieden
Bij het opstellen van een bestemmingsplan wordt door middel van een zogenaamde ‘voortoets’ bekeken of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt. Een passende beoordeling moet worden gemaakt als de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan significante gevolgen heeft voor een of meerdere Natura
2000-gebieden (al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten). Het bestemmingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.
Nationaal Natuur Netwerk (v.m. EHS) en Groene Contour
In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikelen 4.11 en verder) zijn regels vastgelegd waar (afwijkingen) van bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Daarnaast moet er worden voldaan aan de Verordening Natuur en Landschap Provincie Utrecht 2017 (m.n. landschapselementen, art. 5.1.4 VNL). Utrechtse Soortenbeleid (2018) Bij ruimtelijke ontwikkelingen willen we naast de soorten uit de wet natuurbescherming extra rekening houden met een aantal dier- en plantsoorten in Utrecht. Welke soorten dit zijn staat in de nota Utrechtse soortenlijst. De gemeenteraad heeft deze nota vastgesteld op 7 juni 2018. Bij het natuurwaardenonderzoek dient ook onderzoek gedaan te worden naar het voorkomen van de soorten op deze lijst. Moties De gemeente Utrecht heeft de wens dat gebieds- en/of gebouw ontwikkeling gaat bijdragen aan de transitie naar een klimaat neutrale, natuur-inclusieve, klimaat adaptieve, circulaire stad. Hiervoor zijn onder andere de volgende moties van toepassing: Motie 2017 - 61, Utrecht bouwt BENG. Coalitieakkoord Utrecht, 2018-2022. Motie 2017 – 228, Plan puntensysteem diervriendelijk bouwen. Motie 2019 – 336, Betere biodiversiteit. Motie 2019 – 163, Groen van bijzaak naar standaard werkwijze Motie 2019 – 134, k limaatadaptatie en onderhoud openbare ruimte gaan hand in hand. Motie 2016 – 252, Utrecht bouwt circulair.
55 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
Het ‘groen tenzij’ principe dienen standaard opgenomen te worden in alle ontwikkelplannen. Dit principe houdt in dat we in Utrecht straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels groen inrichten, tenzij dat op een specifieke plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit. Alle plannen die vanaf 2021 worden uitgevoerd, moeten getoetst worden op het ‘groen tenzij’ principe (door BING). Bij ruimtelijke ontwikkelingen kijken we naar de mogelijkheden om met behulp van groen en water effectieve oplossingen te bieden voor stedelijke opgaven. Ons natuurlijke kapitaal draagt bij aan gezonde verstedelijking en klimaatadaptatie, als we anders bouwen, mobiliteit anders benaderen, minder ‘verstenen’ en meer functies van groen en blauw toe te passen. Het is van belang om hier vanaf het begin van het planproces op in te zetten. Groenopgaven combineren we zoveel mogelijk met wateropgaven, omdat multifunctioneel inzetten van de ruimte leidt tot effectieve, robuuste oplossingen voor de stedelijke opgave en meerwaarde biedt voor de inwoners en de biodiversiteit. Huidige situatie en natuurwaarden Papendorp Noord is voor een groot deel verhard door wegen, parkeerplaatsen en bedrijventerreinen. Daarnaast bestaat een groot gedeelte uit grasland. Er zijn een aantal bosjes en bomenrijen langs de wegen.
Maar de ruimte voor planten en dieren is hier nu beperkt door de weinige schuilmogelijkheden en de geïsoleerde ligging. Vanuit de Natuurwaardenkaart is het voorkomen van de Haas, Konijn, Zwarte roodstaart, Meervleermuis en Kerkuil in het plangebied bekend. En vlakbij het plangebied de Kleine watersalamander, Bosmuis en Buizerd. Dit zijn soorten die vanuit de wet natuurbescherming beschermd zijn. Voor de Haas, Konijn, Bosmuis en Kleine watersalamander is provinciale vrijstelling van bescherming. Daarnaast is op de natuurwaardenkaart te zien dat er Utrechtse soorten voorkomen. Die worden door de gemeente Utrecht beschermd
naast de soorten uit de wet natuurbescherming. In het plangebied komt Blauwborst, Kleine Karakiet, Tjiftjaf, Grote Kaardebol, Brede Latyrus en natuurlijk hooiland voor. Ontwikkelingen rondom het plangebied In verschillende gebieden rond Papendorp Noord vinden grote ontwikkelingen plaats. In de aangrenzende wijk Groenewoud komt een nieuwe woonwijk en Strijkviertel wordt verder ontwikkeld o.a. met natuurvriendelijke oevers. Daarnaast wordt er een groen ‘Rondje Stadseiland’ ingericht dat grenst aan het plangebied. Het is van belang om het groen en de ecologie in Papendorp Noord goed te verbinden met de omliggende gebieden. Daartoe zijn de ‘groene’ plannen van de omliggende gebieden bekend.
56 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
57 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
5. Onderzoek en haalbaarheid 5.1 Geluidhinder
Voor de geluidsituatie zijn twee elementen van belang: de regelgeving ten aanzien van wegverkeerlawaai en de consequenties van de aanwezigheid van een gezoneerd industriesterrein. Daarnaast zijn de (geluids) milieuzones van de bestaande bedrijfsbestemmingen van belang. De kaderstelling wordt gevormd door de verwachte normen uit de Omgevingswet. Naast de Rijksweg dient rekening te worden gehouden met de gemeentelijke wegen zoals de M.L. Kinglaan in het noorden, de Bevrijdingslaan in het zuiden en de Orteliuslaan in het westen. Daarbij houdt het plan rekening met een intensivering van het verkeer op de Mercatorlaan vanwege het voornemen om deze weg verlengen. Onder de normen van de Omgevingswet is woningbouw in Papendorp Noord mogelijk mits aan de voorwaarden uit de Geluidnota (zie verderop) wordt voldaan. Wegverkeerslawaai Eind 2019 heeft het college een nieuwe Nota Volksgezondheid (‘Gezondheid voor Iedereen’ Volksgezondheidbeleid 2019-2022) vastgesteld. Een van de speerpunten van deze nota is ‘Gezonde leefomgeving’. In een gezonde leefomgeving is de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. We werken daarom toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen.
Ook zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen zoals woningen, niet leiden tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen (luwe zijde). De kaderstelling wordt naast de Nota ‘Volksgezondheid voor Iedereen’ gevormd door de Wet geluidhinder; de Wet ruimtelijke ordening en de Geluidnota Utrecht en na 1-1-2022 door de Omgevingswet. Omdat
deze planvorming voorzien is na die datum planologisch te worden vastgelegd wordt deze laatste nu beschouwd en de Wet geluidhinder buiten beschouwing gelaten. In de Omgevingswet worden voor wegverkeer normen gesteld voor o.a. nieuwe woningen. Dit gebeurt middels een standaardwaarde en een maximale waarde. Een geluidbelasting onder de standaardwaarde is zonder meer toelaatbaar; boven de maximale waarde is de bestemming wonen niet mogelijk en tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale waarde is een afweging mogelijk. Om deze afweging te kunnen maken wordt aangesloten bij de eisen van de Geluidnota Utrecht. Kort gezegd is de essentie hiervan, dat een waarde boven dan de standaardwaarde kan indien iedere woning beschikt over een luwe zijde (geluidsbelasting onder de standaardwaarde); 30% van de verblijfsruimten aan deze luwe zijde en de buitenruimte bij voorkeur aan de luwe zijde maar zeker niet op een plek waar de standaardwaarde met meer dan 5 dB wordt overschreden. Deze voorwaarden zijn een compensatie met het oog op de gezondheid om te bouwen op een locatie met een hogere geluidbelasting. Geluidnormen nieuwe woningen
Gemeentelijke wegen
Rijkswegen
Standaardwaarde
53 dB
55 dB
Ambitiewaarde Nota Volksgezondheid
63 dB
NVT - omdat de wettelijke grenswaarde strenger is dan de ambitiewaarde
Maximale waarde
70 dB
60 dB
58 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
Duidelijk is te zien dat de ambitie van Utrecht met betrekking tot gezonde verstedelijking duidelijk hoger ligt dan de wettelijke normen (dus lager getallen) voor gemeentelijke wegen. Dit is ook in lijn met het beleid uit de Geluidnota om in Leidsche Rijn de eerdere wettelijke hogere kwaliteit bij eerste planologische besluitvorming te continueren. De ontwikkellocatie Papendorp Noord ligt binnen het invloedsgebied van gemeentelijke wegen en rijkswegen (A2/A12). Goed om te beseffen dat onder de Omgevingswet het gaat om het geluid van alle gemeentelijke wegen met een verkeersintensiteit van 1.000 auto’s per etmaal bij elkaar. Hieronder vallen ook de 30 km/uur wegen. Naar deze wegen, de groep gemeentewegen en de groep rijkswegen, dient geluidsonderzoek te worden uitgevoerd. In het kader van het toedelen van functies aan locaties dient ook onderzocht te worden wat het effect van de planvorming (o.a. de verkeersaantrekkende werking van het plan) op zijn omgeving is. Als dit effect meer dan 1.5 dB is dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen en de grenswaarden in acht te worden genomen.
Legenda: > maximale ontheffingswaarde Omgevingswet (>70 dB) tussen ambitiewaarde en maximale ontheffingswaarde (63 dB-70 dB) tussen voorkeurswaarde en ambitiewaarde (50 dB-63 dB) < voorkeursgrenswaarde Omgevingswet (<50 dB)
In het Omgevingsplan zal de toegestane geluidbelasting op nieuwe woningen en andere geluidgevoelige functies alsmede de voorwaarden (luwe gevel, situering buitenruimte en woningindeling voor woningen) die gelden bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden vastgelegd. Op die manier is duurzaam geborgd dat de beoogde kwaliteit ten tijde van de besluitvorming uiteindelijk ook gerealiseerd wordt. Geluidsbelasting vanwege gemeentelijke wegen In de hiernaast opgenomen figuren is op basis van recent stedenbouwkundig ontwerp en een projectvariant van het verkeersmodel een inschatting gemaakt van de te verwachten toekomstige geluidbelastingen van de gemeentelijke wegen. Geluidbelasting vanwege de gemeentelijke wegen
59 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
De verwachting is dat voor het wegverkeer van de gemeentelijke wegen de geluidbelasting lager is dan de maximale waarde. Op sommige locaties wordt een overschrijding van de ambitiewaarde berekend (Mercatorlaan en langs de weg naar Nedal). Aan de zijde van de Orteliuslaan wordt wel voldaan aan de ambitiewaarde van 63 dB. De toepassing van bronmaatregelen in de vorm van een stiller wegdek of een snelheidsverlaging zijn naar verwachting op de Mercatorlaan noodzakelijk om te kunnen voldoen aan deze ambitiewaarde. Voor de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde (standaardwaarde onder de nieuwe wet) moet er onverminderd worden voldaan aan de eis dat elke woning over een geluidluwe gevel beschikt. Hierdoor zijn éénzijdig georiënteerde woningen (meestal) niet mogelijk. Alleen bij beperkte overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde kan in sommige gevallen middels maatregelen aan de gevel (balkon met gesloten borstwering en absorptie op het plafond) voldaan worden aan de eis van een luwe gevel. Geluidsbelasting vanwege de Rijkswegen De geluidbelasting vanwege de Rijkswegen is in naaststaande figuren gepresenteerd.
Legenda:
De geluidbelasting vanwege de Rijkswegen is het hoogst in Groenewoud Noord en aan de Orteliuslaan. Mede vanwege de reeds aanwezige geluidsbeperkende maatregelen langs de A2 wordt er op beide locaties net aan de maximale waarde van 60 dB voldaan. Aan de Orteliuslaan zijn met name kantoren voorzien maar zijn er vanuit geluid geen beperkingen om ook woningen te realiseren (mits ze een geluidluwe gevel hebben). Uit nader onderzoek zal moeten blijken of bij verdere detaillering nog steeds aan de maximale waarden kan worden voldaan of welke geluidsbeperkende maatregelen hiervoor moeten worden getroffen. Ook kan de fasering een onderdeel van de voorwaarden zijn, denk hierbij bijvoorbeeld aan dat woningbouw pas
> maximale ontheffingswaarde Omgevingswet (60 dB) tussen voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde (50 dB - 60 dB) < voorkeursgrenswaarde Omgevingswet (50 dB) Geluidbelasting vanwege de rijkswegen
60 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
kan nadat de afscherming van de Taats Noord is gerealiseerd. Ook dit moet blijken uit het vervolgonderzoek. Voor de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van deze bron (Rijksweg) moet er ook worden voldaan aan de eis van de geluidluwe gevel. In de binnen gebieden van de blokken in de Taats Noord zijn de geluidluwe gevels zichtbaar middels de groene vlakken. De aandachtspunten in het algemeen zijn de geluidluwe gevels op de hoeken. Iedere woning moet immers een gevel hebben die grenst aan het luwe binnengebied. In Groenewoud Noord wordt ook op de (hogere) achtergevels de voorkeurwaarde vanwege de Rijksweg overschreden (zie de gele vlakken in onderstaande figuur). De geluidluwe gevel vraagt op deze locatie daardoor verdere aandacht. Het bouwen met even hoge en gesloten bebouwing zou daarbij kunnen helpen. Het TB2020 van de Ring Utrecht bevat geluidsmaatregelen die mogelijk ook een oplossend vermogen kunnen hebben. Deze uitgangspunten uit het geluidregister (input voor de berekeningen van de Rijksweg) mogen gebruikt worden als TB onherroepelijk is. Scheepvaartlawaai Er bestaan voor scheepvaartlawaai geen normen die gelden ter plaatse van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen langs een scheepvaartroute en deze direct beschermen. Wel zijn er emissieeisen; dus voor de geluidsproductie.
Voor het akoestisch onderzoek Leeuwesteyn is een DHV onderzoek (2004) in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat als referentiekader aangehouden. Dat betrof de geluidsemissie van varende binnenvaartschepen. Dit onderzoek kan ook voor Papendorp Noord worden gehanteerd.
Tenminste ten noorden van de blauwe lijn zal een aandachtsgebied worden vastgesteld waar het geluid van Nedal wordt getoets op de gevel van nieuwe woonbestemmingen. De getoonde geluidcontouren van Nedal zijn berekend op 5 m boven maaiveld en zonder rekening te houden met afschermende bouwwerken of taluds in de omgeving van Nedal.
Geluid van industrieterrein Met het van kracht worden van de Omgevingswet zal de regeling zoals die gold in de Wet geluidhinder daarin worden opgenomen en zal deze op enkele punten wijzigen. Rondom de industrieterreinen
61 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
zoals Papendorp worden aandachtsgebieden vastgelegd. De zones voor industrieterreinen zullen vervallen Nieuwe woonbestemmingen binnen die aandachtsgebieden worden getoetst aan de geluidgrenswaarden voor de beoordelingseenheden Lden en Lnight. Door realisering van dit bestemmingsplan verdwijnt van bepaalde plandelen de bestemming ‘Wet geluidhinder-gezoneerd industrieterrein’ uit het plangebied. Dit is alleen mogelijk als de milieuvergunning van de asfaltcentrale (een zogenaamde grote lawaaimaker) niet meer van kracht is. Van het industrieterrein Papendorp waar deze gezoneerde plandelen onderdeel van uitmaakten, resteert daarna alleen het terrein van Nedal Aluminium B.V., aan de noordzijdevan de M.L. Kinglaan. Daarvoor zal een nieuw aandachtsgebied worden vastgesteld. Vanwege de korte afstand het noordelijke deel van het plangebied Taats Noord tot Nedal zal dit deel zeker binnen het aandachtsgebied liggen. Waar binnen dat aandachtsgebied woningbouw mogelijk wordt gemaakt moet voor die woningen geluidonderzoek en een toets aan geluidgrenswaarden worden uitgevoerd op grond van de Omgevingswet.
de eventuele consequenties van dit onderzoek worden verwerkt in het SP Groenewoud Noord Geluidbelasting woningen Uit voorlopig onderzoek blijkt dat de op de meest noordelijk gelegen woonbestemming, met een hoogte van 8 tot, aan de oostzijde, 10 lagen (30 m), de langtijd gemiddelde geluidbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarden voor industrielawaai volgens de Omgevingswet: 55 dB voor Lden en 45 dB(A) voor Lnight. Het maximale momentane geluidniveau LA,max is daar niet hoger dan 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag, avond en nacht. Dit zijn aanvaardbare grenswaarden voor geluid van bedrijven.
5.2 Luchtkwaliteit
Wetgeving De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Bij lucht gaat het om de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Wegverkeer is, samen met de achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate bepalend voor de luchtkwaliteit. Door het plan neemt de intensiteit van het wegverkeer in de omgeving van het plangebied toe. Het plan moet worden getoetst aan de Wet Milieubeheer. Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft een opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen, zoals bij bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien: • Aannemelijk is gemaakt dat geen sprake is vaneen feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • Een project – al dan niet per saldo – niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkelingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie PM10 (fijn stof) en NO2 (stikstofdioxide) inde buitenlucht; • Het voorgenomen besluit is genoemd of is niet in strijd is met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Er dient aangetoond te worden of op grond van artikel 5.16, lid 1 onder (a, b, c, en/of d) van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor de uitvoering van het plan.
De Utrechtse gemeenteraad heeft bovendien in 2015 via een motie de opdracht gegeven om lagere waarde voor fijnstof te realiseren waarbij gekeken wordt naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden. Er zal ook gekeken moeten worden in hoeverre dit plan bijdraagt aan de ambitie van de gemeente ten aanzien van de WHO-advieswaarden voor fijn stof.
62 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Papendorp Noord
Onderbouwing en onderzoek Vanuit luchtkwaliteit zijn twee aspecten van belang: de invloed van het plan (programma en vormgeving) op luchtkwaliteit en de aanwezigheid van eventuele gevoelige bestemmingen. Gevoelige bestemmingen zijn plaatsen waar gevoelige groepen (kinderen, ouderen, zieken) lange tijd verblijven, zoals kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (Wet RO) adviseren de GG&GD en Milieu en Duurzaamheid bij voorkeur geen gevoelige bestemmingen te ontwikkelen binnen 50 meter van drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen/etmaal) en binnen 300 meter van snelwegen. Dergelijke functies zijn niet opgenomen in Papendorp Noord. Op basis van de huidige concentraties NO2 en fijn stof in de omgeving van het plangebied kan worden aangenomen dat de ontwikkeling aanvaardbaar is uit het oogpunt van luchtkwaliteit. Dit zal in de ruimtelijke procedure middels een luchtkwaliteitsonderzoek inzichtelijk worden gemaakt.