CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix.pdf

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Specifieke (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen Camera Obscuradreef te Overvecht - De Mix26.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De 5 bedrijfsruimtes veroorzaken de volgende verkeersgeneratie, uitgaande van een worst-case invulling: • Kinderopvang (40 m² bvo): 11 tot 13 motorvoertuigen per etmaal; • Tandartspraktijk (1 behandelkamer): 22 tot 29 motorvoertuigen per etmaal; 52

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

• •

14 april 2021

Huisartspraktijk (1 behandelkamer): 19 tot 23 motorvoertuigen per etmaal; Kantoor met baliefunctie (40 m² bvo): 6 tot 8 motorvoertuigen per etmaal.

Het project leidt zodoende tot een theoretische toename van 341 tot 437 motorvoertuigen per etmaal. Een dergelijke theoretische toename van het verkeer leidt weliswaar tot een toename van de verkeersdruk op de omliggende wegen maar het kruispunt Taagdreef-Brailledreef heeft voldoende capaciteit. Het project zal zodoende geen wezenlijk effect op de verkeersafwikkeling hebben. Bovendien is de verwachting dat met name de kleinere appartementen minder verkeer zullen veroorzaken dan nu is berekend aangezien bij dergelijke kleine woningen vaak sprake is van een lager autobezit. Conclusie Het project leidt tot een theoretische toename van 341 tot 437 motorvoertuigen per etmaal. Bij een dergelijke toename zal er geen wezenlijk effect op de verkeersafwikkeling optreden, mede doordat het kruispunt Taagdreef-Brailledreef voldoende capaciteit heeft. 5.1.2. Parkeren Auto’s Volgens de Nota Stallen en parkeren en het bijbehorende addendum geldt er voor woningen in zone B2 (de zone waarbinnen Overvecht is gelegen) een minimum parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per woning voor woningen met een bvo tussen 55 en 80 m² en 1,2 parkeerplaats per woning voor woningen met een bvo tussen 80 en 130 m².

Op basis van de Nota vindt de aftrek van het aantal parkeerplaatsen voor de te slopen woningen plaats op basis van de maximumnormen, zijnde 1,2 parkeerplaats per woning voor woningen met een bvo tussen 55 en 80 m², 1,4 parkeerplaats per woning voor woningen met een bvo tussen 80 en 130 m² en 1,5 parkeerplaats per woning voor woningen met een bvo groter 130 m². Daarnaast is voor sociale en middenhuurwoningen vanaf 55 m² bvo per woning een aftrek mogelijk op de totale autoparkeernorm tot maximaal 25%. Uitgaande van 181 nieuwe woningen (waarvan 145 met een bvo tussen 55 en 80 m² en 36 met een bvo tussen 80 en 130 m²), 80 te slopen woningen (waarvan 32 woningen met een bvo tussen 55 en 80 m², 41 woningen met een bvo tussen 80 en 130 m² en 7 woningen met een bvo groter dan 130 m²) is sprake van 203 parkeerplaatsen minus 106 parkeerplaatsen en een reductie van 51 parkeerplaatsen (25% van 203 parkeerplaatsen). Er zijn daardoor 46 extra parkeerplaatsen nodig. Op het openbare deel van het binnenterrein zullen naar verwachting circa 45 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor de mogelijke functies in de bedrijfsruimtes gelden diverse normen.

In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt veiligheidshalve uitgegaan van functies met een hoge parkeerbehoefte, zoals een kinderopvang (0,7 tot 0,9 parkeerplaatsen per 100 m² bvo), een tandartspraktijk en een huisartspraktijk (0,7 tot 1,9 parkeerplaatsen per behandelkamer) en kantoor (0,6 tot 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo). Voor de buurtkamer wordt uitgegaan van

53

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

uitsluitend bezoekers uit de buurt waardoor er geen auto zullen worden geparkeerd. Deze functie is daarom verder buiten beschouwing gelaten. De 5 bedrijfsruimtes veroorzaken de volgende parkeerbehoefte, uitgaande van een worst-case invulling: • Kinderopvang (40 m² bvo): 1 parkeerplaats; • Tandartspraktijk (1 behandelkamer): 1 tot 2 parkeerplaatsen; • Huisartspraktijk (1 behandelkamer): 1 tot 2 parkeerplaatsen; • Kantoor (40 m² bvo): 2 parkeerplaatsen. De bedrijfsruimtes leiden tot een parkeerbehoefte van 5 tot 8 parkeerplaatsen. Een dergelijk aantal parkeerplaatsen kan gerealiseerd worden in de openbare ruimte. Gelet op de standaard aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies zijn er echter nauwelijks extra parkeerplaatsen voor deze functies nodig. Het parkeren vanwege deze functies vindt namelijk vooral overdag plaats, als een deel van de parkeerplaatsen vrij is doordat bewoners met de auto weg zijn. Gelet op het voorgaande voldoet het project aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Het project leidt niet tot knelpunten ten aanzien van parkeren. Fietsen Conform het Bouwbesluit 2012 zijn fietsenbergingen bij woningen van 50 m² of meer in nieuwbouw in beginsel verplicht.

In geval van woningen met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m² mag de bergruimte volgens het Bouwbesluit ook gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m² per woning bedraagt. De gemeente Utrecht wil gelet op het addendum Nota Parkeernormen fiets en auto in bepaalde gevallen meewerken aan gemeenschappelijke stallingen in plaats van individuele bergingen: • als dit leidt tot betere toegankelijkheid vanaf de straat; • als individuele stallingen niet goed mogelijk zijn vanwege stedenbouwkundige beperkingen; • als de bouw van goed toegankelijke individuele bergingen aanzienlijk kostbaarder is dan een collectieve stalling. In de praktijk betekent dit dat individuele stallingen bij laagbouwwoningen de meest logische oplossing biedt en bij gestapelde woningbouw een collectieve stalling. Bij collectieve stallingen moet de toegankelijkheid, de sociale- en inbraakveiligheid en het gebruik en beheer van de stallingen voldoende worden geregeld. Het is belangrijk dat een gemeenschappelijke stalling zodanig is gesitueerd en ingericht, dat deze de in het Bouwbesluit vereiste bergruimte zoveel mogelijk benadert. Het gaat vooral om eisen op het gebied van het aantal fietsplekken, bereikbaarheid en de aanwezigheid van vervangende bergruimte in de woning (minimaal 3 m²). Per woning moet tenminste het volgende aantal fietsplekken aanwezig zijn:

54

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

In de nieuwbouw op de projectlocatie wordt uitgegaan van collectieve fietsenstallingen met voldoende fietsparkeerplaatsen conform de voorgaande tabel. Ook zal er rekening worden gehouden met aanvullende eisen, zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen, vrije(loop)ruimte en de bereikbaarheid. Daarnaast zullen er in de openbare ruimte ook voldoende fietsparkeerplekken worden gerealiseerd voor bezoekers van de bedrijfsruimtes langs de Taagdreef. Gelet op de gemeentelijke parkeernormen dient er veiligheidshalve rekening te worden gehouden met 12 parkeerplaatsen voor de overige units (6 per 100 m² bvo kantoor met bezoekers). Conclusie Door de toepassing van collectieve fietsenstallingen wordt er voor de woningen voldaan aan de beleidsregels uit de Nota Stallen en parkeren. Voor de bedrijfsruimtes zullen voldoende fietsparkeerplekken in de openbare ruimte worden gerealiseerd. 5.2.

Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit is titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) kader. Daarin is bepaald dat bij het vaststellen van ruimtelijke plannen moet worden voldaan aan grenswaarden voor onder andere stikstofdioxide en fijn stof. In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen" is bepaald dat indien een project kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate" er geen toetsing aan de grenswaarden hoeft plaats te vinden. Deze grens is in het Besluit gesteld op 3%, wat betekent dat de concentratie stikstofdioxide of fijn stof met maximaal 3% mag toenemen als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen die een bestemmingsplan toestaat. Als het meer is dan 3% moet worden getoetst aan de grenswaarden. In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen" is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van "niet in betekenende mate". Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. Voor de laatste categorie projecten is in de regeling een verdeelsleutel woningen-kantoren opgenomen. Voor het project wordt uitgegaan van 180 woningen, wat beduidend minder is dan de maximaal 1.500 woningen die zijn genoemd in de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen".

Ook als rekening wordt gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving dan is er cumulatief sprake van minder dan 1.500 woningen. Het project is daarmee aan te merken als ‘niet in betekenende mate’. Dat het project niet in betekenende mate’ bijdraagt blijkt ook uit toepassing van de zogenaamde NIBM-tool. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Met de NIBM-tool kan aan de hand van de verkeersgeneratie zoals berekend in paragraaf 5.1 op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt (NIBM). Uit de toepassing van de 55

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

NIBM-tool blijkt dat de concentratie stikstofdioxide en fijn stof door het extra verkeer als gevolg van het project ver onder de grens blijft.

Afbeelding: resultaat toepassing NIBM-tool

Conclusie Luchtkwaliteit is gelet op het voorgaande geen belemmering voor het project. Verder onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. 5.3.

Geluid Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzones van industrieterreinen, wegen of spoorwegen die op grond van de Wet geluidhinder zijn gezoneerd. De projectlocatie is niet gelegen binnen de geluidszone van een industrieterrein maar wel binnen de geluidszones van stedelijke wegen als de Brailledreef, de Taagdreef-Loevenhoutsedijk, de Zamenhofdreef en de BruisdreefVader Rijndreef-Van Brammendreef. De projectlocatie is ook gelegen binnen de geluidszone van de spoorweg Utrecht-Hilversum/Amersfoort. In de nieuwbouw worden nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt, namelijk woningen en maatschappelijke voorzieningen. Door Cauberg-Huygen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de bouwenvelop van de beoogde nieuwbouw op de projectlocatie (referentie 07170-53825-04, d.d. 1 april 2021, zie bijlage). Daarbij is ook gekeken naar 30 km/u-wegen in de omgeving, zoals de Camera Obscuradreef. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen ter plaatse van de projectlocatie als volgt zijn: • Brailledreef: het wegverkeer op deze weg veroorzaakt ter plaatse van de nieuwbouw een geluidsbelasting van maximaal 50 dB. Het gaat daarbij om de zijgevel van het blok langs de Taagdreef.

De geluidsbelasting op het nabijgelegen deel van de voorgevel van het blok langs de Vader Rijndreef bedraagt maximaal 49 dB. Deze beide geluidsbelastingen zijn hoger dan de voorkeurgrenswaarde (48 dB) maar lager dan de gemeentelijke ambitiewaarde (58 dB) en de maximale ontheffingswaarde (63 dB). Voor de overige gevels voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurgrenswaarde. 56

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

•

•

•

•

14 april 2021

Taagdreef: het wegverkeer op deze weg veroorzaakt ter plaatse van de nieuwbouw een geluidsbelasting van maximaal 53 dB. Het gaat daarbij om de voorgevel van het blok langs de Taagdreef. Deze geluidsbelasting is hoger dan de voorkeurgrenswaarde (48 dB) maar lager dan de gemeentelijke ambitiewaarde (58 dB) en de maximale ontheffingswaarde (63 dB). Voor de overige gevels voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurgrenswaarde (48 dB). Spoorlijn: het spoorwegverkeer veroorzaakt ter plaatse van de nieuwbouw een geluidsbelasting van maximaal 66 dB. Het gaat daarbij om de zijgevel van het blok langs de Vader Rijndreef. Bij de voorgevel van datzelfde blok bedraagt de geluidsbelasting maximaal 64 dB. Deze beide geluidsbelastingen zijn hoger dan de voorkeurgrenswaarde (55 dB) en bij circa 4 woningen op de 4e en 5e verdieping ook hoger dan de gemeentelijke ambitiewaarde (63 dB) maar in alle gevallen lager dan de maximale ontheffingswaarde (68 dB). Voor de overige gevels voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurgrenswaarde (55 dB). De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt maximaal 66 dB. Deze geluidbelasting wordt volledig veroorzaakt door spoorwegverkeerslawaai waarbij er geen verhoging optreedt door cumulatie met andere geluidbronnen. Het woon- en leefklimaat wordt niet nadelig beïnvloed ten gevolge van cumulatie.

Bij het treffen van maatregelen aan de gevel wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting. Alhoewel de indeling van de nieuwbouw nog niet vaststaat zullen de meeste woningen doorgaans beschikken over een stille zijde (een gevel met een geluidsbelasting van ten hoogste de voorkeurgrenswaarde voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen). Alleen bij een deel van de woningen op de koppen zijn aanvullende voorzieningen nodig om de betreffende woningen ook te voorzien van een stille zijde. Er zijn verschillende mogelijkheden om bij alle woningen een stille zijdes te realiseren. Welke maatregelen hier zullen worden toegepast volgt bij het uitwerken van het bouwplan. Er zal in dat kader worden aangetoond welke maatregelen er bij de betreffende woningen zullen worden gerealiseerd om zo alle woningen te kunnen voorzien van een stille zijde. Bij elke woning zal bovendien minsten 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfgebied aan een stille zijde worden gerealiseerd.

57

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

Afbeelding: overzicht gevels die voldoen aan de voorkeurgrenswaarde (groen) en gevels waar (deels) sprake is van een hogere waarde (geel), de rode ster geeft de zone aan waar in ieder geval maatregelen nodig zijn om alle woningen aan een stille zijde te kunnen voorzien

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen in sommige gevallen hoger zijn dan de voorkeurgrenswaarde maar lager dan de maximale ontheffingswaarde. Vanwege spoorwegverkeer zal de geluidsbelasting bij circa 4 woningen ook hoger zijn dan de gemeentelijke ambitiewaarde. In het akoestisch onderzoek is nagegaan of maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelastingen te reduceren tot de voorkeurgrenswaarde of in ieder geval tot de gemeentelijke ambitiewaarde (in geval van spoorwegverkeer). De mogelijke maatregelen leveren echter niet voldoende geluidsreductie op, zijn vanwege de relatief hoge kosten niet haalbaar of doelmatig, of de maatregelen stuiten op andere bezwaren. Zo is het aanbrengen van raildempers mogelijk om de geluidsbelasting vanwege spoorwegverkeer bij 4 woningen terug te brengen tot de ambitiewaarde. Om dat te bereiken dienen de raildempers bij twee sporen te worden aangebracht over een lengte van circa 350 meter. Vanwege de kosten van circa € 900,- per strekkende meter bedragen de kosten van deze maatregel circa € 630.000,-. Omdat het hier om 4 woningen gaat is een dergelijk bedrag niet doelmatig. Omdat maatregelen niet of niet voldoende mogelijk zijn zullen er hogere grenswaarden worden aangevraagd voor het project. Conclusie De geluidsbelasting ter plaatse van de beoogde nieuwbouw voldoet niet overal aan de voorkeurgrenswaarde.

Na verlening van hogere grenswaarden voldoet het project aan de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting voldoet in de meeste gevallen verder ook aan de gemeentelijke ambitiewaarde (63 dB). Bij enkele woningen is de geluidsbelasting vanwege spoorwegverkeer echter hoger dan deze gemeentelijke ambitiewaarde. Momenteel wordt nagegaan of maatregelen 58

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

mogelijk zijn om de geluidsbelasting ter plaatse van deze woningen te reduceren tot de gemeentelijke ambitiewaarde. Niet alle woningen zullen automatisch beschikken over een stille zijde als bedoeld in het gemeentelijk geluidbeleid. Door het treffen van de maatregelen bij de woningen die niet automatisch over een stille zijde beschikken zullen echter alle woningen in de nieuwbouw voldoen aan dat onderdeel van het gemeentelijk geluidsbeleid. De maatregelen die bij sommige woningen nodig zullen zijn om de betreffende woningen te voorzien van een stille zijde volgen bij de uitwerking van het bouwplan. 5.4.

Externe veiligheid Voor ruimtelijke projecten in de nabijheid van opslag of langs routes van gevaarlijke stoffen moet onderzoek gedaan worden naar individueel en/of groepsrisico. In de directe nabijheid van de projectlocatie zijn volgens de risicokaart geen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd of opgeslagen. Ook zijn er geen relevante buisleidingen in de nabijheid. Het lokale wegverkeer van gevaarlijke stoffen mag volgens de gemeentelijk vastgestelde routeringsverordening uitsluitend plaatsvinden over enkele aangewezen wegen. Andere wegen mogen voor de bevoorrading van een aantal bedrijven slechts gebruikt worden indien daar een ontheffing voor verleend is. Daar is geen sprake van in het geval van de wegen in de nabijheid van de projectlocatie. Over de spoorlijn tussen Utrecht en Hilversum/Amersfoort worden volgens het Basisnet spoor geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Conclusie Externe veiligheid vormt gelet op het voorgaande geen belemmering voor de herontwikkeling. Onderzoek naar externe veiligheid is niet nodig.

5.5.

Milieuzonering Ten aanzien van het project dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de overzijde van de Vader Rijndreef bevindt zich de Regionale Ambulance Voorziening Utrecht (RAVU). Het wegrijden van ambulances met sirene kan leiden tot geluidsoverlast voor omwonenden. In het akoestisch onderzoek dat door Cauberg-Huygen is uitgevoerd (referentie 07170-53825-04, d.d. 1 april 2021, zie bijlage) is in het kader van goede ruimtelijke ordening ook ingegaan op de eventuele geluidsloverlast van RAVU. Vanwege de positie van de uitrit en de te verwachten aantallen bewegingen per dag in combinatie met het feit dat bijna alle ambulances direct naar de Brailledreef zullen rijden, wordt van de sirene geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat verwacht. Op circa 180 meter ten zuidwesten van de projectlocatie bevindt zich verder nog het terrein van de rioolwaterzuivering (RWZI) van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Deze RWZI heeft een vergunde capaciteit van meer dan 300.000 inwoner equivalenten. Alhoewel zich tussen 59

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

de RWZI en de projectlocatie nog woningen bevinden ligt de projectlocatie wel binnen de richtafstand van 500 meter die volgens de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geldt voor een RWZI met een dergelijke capaciteit. Om eventuele geurhinder van de RWZI ter plaatse van de projectlocatie inzichtelijk te maken is door LPB Sight een geuronderzoek uitgevoerd (kenmerk R074279aj.210LCAV.djs, d.d. 12 februari 2021, zie bijlage). In het onderzoek is gekeken naar maximale en realistische invullingscenario’s voor het RWZI-terrein. Uit het onderzoek blijkt dat de geurblootstelling ter hoogte van de projectlocatie een factor 5,6 lager is dan het vergunde acceptabele hinderniveau van de RWZI. Een goed woon- en leefklimaat is voor wat betreft geur vanwege de RWZI daardoor verzekerd. Ook als het RWZI-terrein als een nieuwe inrichting zou worden beschouwd dan ligt de blootstelling ter hoogte van de projectlocatie onder de dan geldende grenswaarde. In de directe nabijheid van de projectlocatie bevinden zich verder geen bedrijfsmatige functies die milieuhinder kunnen opleveren. In de omgeving is nog wel een speeltuin op het plein van de Camera Obscuradreef aanwezig. Deze levert naar verwachting geen belemmeringen op voor de nieuwbouw. De afstand van de speeltuin tot de nieuwbouw aan de Camera Obscuradreef bedraagt circa 37 meter.

Op een dergelijke afstand is geluidsoverlast niet te verwachten, mede ook omdat de woningen zullen worden voorzien van voldoende geluidwering waardoor er bij gesloten ramen en deuren weinig geluid de woningen binnenkomt. In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de te slopen portiekflat en de speeltuin circa 36 meter. Voor zover bekend zijn er geen klachten van bewoners uit de te slopen portiekflat over het geluid van de speeltuin. 5.6.

Bodem Kader Bij een planologische procedure wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: • Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels ná 1987 is ontstaan, is een "nieuw geval". Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan dienen te worden gemaakt. • Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijn worden gesaneerd als er tevens sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt functiegericht en kosteneffectief. • Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn, ongeacht de risico's, niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen. • Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht.

Na de eventuele sloop van bestaande opstallen moet ter plaatse van de gesloopte opstallen een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek en/of een bodemsanering noodzakelijk is. Indien voor de 60

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabijgelegen grondwaterverontreinigingen. Bodemkwaliteit projectlocatie De projectlocatie ligt in de wijk Overvecht. Het betreft een voormalig veenweide landschap dat in de 60-er jaren is opgespoten met zand. De aanwezige watergangen zijn voor zover bekend eveneens gedempt met dit zand. Door Landview is voor de projectlocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 2020653, d.d. 1 april 2021, zie bijlage). Uit het onderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit kleiig zand. Plaatselijk zijn kleilagen aanwezig. In de grond zijn plaatselijk baksteenresten aanwezig en op maaiveld zijn stukken asbesthoudend materiaal aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt verder dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen, PAK en PCB. In de ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen maar in het grondwater zijn lichte verhogingen van barium of tetrachlooretheen aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn echter dusdanig gering, dat er geen aanleiding is voor het instellen van een vervolgonderzoek. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, naar verwachting geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik als wonen.

In een later stadium, na sloop van de bestaande flats, zal nog wel een aanvullend onderzoek naar asbest worden uitgevoerd. Binnen de onderzoekslocatie waren in het verleden enkele sloten aanwezig. Tijdens eerdere onderzoeken zijn in dempingsmateriaal van voormalige sloten in de directe omgeving maximaal matige verhogingen gemeten. Aanvullend onderzoek naar afwijkend dempingsmateriaal wordt daarom niet nodig geacht. Als uit het nog uit te voeren aanvullende onderzoek blijkt dat wél sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dan dient daarmee rekening te worden gehouden. Indien gegraven wordt in een sterk verontreinigde bodem dan is er sprake van een “sanerende handeling”. Voor het verrichten van “sanerende handelingen” moet een melding in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) worden verricht (BUS-melding of saneringsplan). Bouw- en aanlegwerkzaamheden Op basis van de Nota bodembeheer 2017-2027 moet bij grondverzet rekening gehouden worden met de toepassingseis woonkwaliteit. De projectlocatie is gevoelig voor zetting (oranje). De projectlocatie ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan ‘Gebiedsgericht Grondwaterbeheer’. Dit betekent dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan.

Binnen de dynamische zone geldt een dieptebeperking voor het doorboren van de 61

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket op een diepte van circa 50 meter. Bodemenergiesystemen mogen alleen aangelegd worden in het eerste watervoerend pakket. Ondergrond De ondergrond van de projectlocatie biedt kansen voor duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). Bij plannen voor benutting van de ondergrond is het advies het ondergronds ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds gebruik geen belemmering of nadelige beïnvloeding op elkaar heeft. Conclusie Gelet op de resultaten van het bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling. Na sloop van de opstallen zal nog wel een aanvullend onderzoek worden gedaan ter plaatse van de gesloopte opstallen. 5.7.

Trillinghinder Railverkeer kan leiden tot trillinghinder. Doordat de projectlocatie op minder dan 100 meter afstand van de spoorlijn Utrecht-Hilversum/Amersfoort is gelegen (namelijk 90 meter) is onderzoek naar mogelijke trillinghinder nodig. Cauberg-Huygen heeft daarom een trillinghinderonderzoek voor het project uitgevoerd (referentie: 07170-53923-04, d.d. 7 april 2021, zie bijlage). Om de te verwachten trillingen te kunnen bepalen zijn voor het onderzoek gedurende een week de trillingsniveaus ter plekke gemeten op maaiveld en in de huidige woonblokken. Vervolgens zijn op basis van de gemeten trillingen en een empirisch rekenmodel trillingsniveaus voor de toekomstige woonblokken berekend en beoordeeld. De meting en de toetsing zijn conform de SBR richtlijn deel B: “Trillingen, hinder voor personen in gebouwen” uit 2006 (SBR-B) uitgevoerd. Het onderzoek leidt tot de volgende conclusies: • Er wordt voldaan aan de lid 1 van de standaard voorwaardelijke verplichting die de gemeente Utrecht hanteert ten aanzien van spoortrillingen. Er hoeft geen gebruik te worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid genoemd in lid 2 van de standaard voorwaardelijke verplichting. • Er zal naar verwachting worden voldaan aan de streefwaarden ter voorkoming van hinder conform SBR-B.

Dit betekent dat er in de meeste gevallen geen trillinghinder als gevolg van spoorwegverkeer zal optreden in de toekomstige woningen. Trillinghinder is daarmee geen belemmering voor het project.

5.8.

Water Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat is geactualiseerd in juni 2008. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, waarin 62

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De projectlocatie valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). 5.8.1. Keur Voor de projectlocatie is de keur van het Hoogheemraadschap HDSR van toepassing. Zonder watervergunning zijn werkzaamheden aan/op waterstaatkundige werken, watergangen en keringen verboden. Tevens worden in de keur verplichtingen ten aanzien van het onttrekken en lozen, afvoeren en aanvoeren van water, meldplicht en meetplicht aangegeven. Een aanvraag watervergunning kan bij HDSR worden ingediend. 5.8.2. Grondwater Het project bevindt zich in de dynamische zone van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Dit betekent dat er bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en aanleg van bodemenergiesystemen een dieptebeperking geldt tot de scheidende laag tussen het 1e en 2e watervoerend pakket op circa 50 m-mv. Bij verplaatsing van nabij gelegen grondwaterverontreinigingen kan aansluiting worden gezocht bij het Gebiedsplan. Tijdelijke grondwaterlozingen (bijvoorbeeld tijdens de bouwfase) in de openbare riolering zijn niet toegestaan, tenzij bij Algemene Maatregel van Bestuur (Besluit lozen buiten inrichtingen) of bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in de Wet Milieubeheer anders is bepaald.

Het project heeft geen betrekking op ondergrondse bebouwing (kelders en/of souterrains) waardoor gevolgen voor het grondwater zijn uitgesloten. Een onderzoek naar het grondwater is daarom niet nodig. 5.8.3. Drooglegging In de wet Verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken heeft de gemeente de zorgplicht voor het voorkomen en oplossen van structurele grondwateroverlast in openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen streeft de gemeente in openbaar gebied naar een afstand tussen maaiveld en maximale grondwaterstand van minimaal 0,7 m. HDSR adviseert om een drooglegging van 1 meter ten opzichte van het hoogste oppervlaktewaterpeil te hanteren. Alleen als aan deze eis niet voldaan wordt en hierdoor daadwerkelijk overlast ontstaat neemt de gemeente maatregelen en zamelt zij overtollig grondwater van particuliere percelen in. Het maaiveldniveau ter plaatse van de projectlocatie en omgeving ligt rond de NAP +1,60 m. De huidige gemiddelde grondwaterstand in het eerste watervoerend pakket ligt rond de NAP -0,10 m. Na hevige neerslag kan de grondwaterstand in het eerste watervoerend pakket stijgen tot circa NAP +0,10 m. Het openbaar gebied voldoet dus momenteel ruim aan de gemeentelijke ontwateringsdoelstelling. In het gebied is inzameling en afvoer van overtollig grondwater van particuliere percelen niet aan de orde.

Eventuele (parkeer)kelders moeten boven de maximaal optredende grondwaterstand liggen of waterdicht zijn. 63

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

5.8.4. Waterberging De projectlocatie en omgeving is momenteel voor een groot deel verhard (circa 11.634 m², waarvan 2.420 m² oppervlak bebouwing) en er is geen oppervlaktewater aanwezig. In het kader van de herontwikkeling van de projectlocatie zal er dus geen water worden gedempt. Het oppervlak aan verharding zal ten opzichte van de huidige situatie afnemen met circa 1.385 m². In de toekomstige situatie zal het verharde oppervlak 10.249 m² bedragen, waarvan circa 2.763 m² oppervlak bebouwing. De afname aan verharding wordt bereikt door het oppervlak aan verharding aan trottoir en parkeervelden te verminderen. Door deze afname neemt de waterrobuustheid / klimaatadaptiviteit ten opzichte van de bestaande situatie toe. Er is daarmee geen noodzaak om extra waterberging te realiseren. Wel wordt conform de wensen vanuit klimaatadaptatie onderzocht op welke wijze het plan kan bijdragen aan het vasthouden van het regenwater in het gebied. 5.8.5. Waterkwaliteit Om vervuiling van afstromend hemelwater en verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, zullen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, lood en koper) worden toegepast voor dak, dakgoot en regenpijp. Ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan en er zal geen directe lozing van verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater plaatsvinden. 5.8.6.

Riolering De bestaande riolering staat vanwege zijn leeftijd op het programma om vervangen te worden. Van een gemengd rioleringssysteem wordt overgegaan naar een systeem waarbij water bovengronds vastgehouden wordt in het gebied voor infiltratie en bij extremen afgevoerd wordt naar oppervlaktewater. Omdat hemelwater schoon is, is geen afvoer naar de zuivering noodzakelijk. Dat betekent aparte leidingen voor huishoudelijk afvalwater en een apart leiding voor regenwater. Voor deze laatste is het de bedoeling dat in de pilot Herinrichting Taagdreef e.o dit wordt uitgevoerd als een IT-riool (infiltratie transport) t.b.v. de bovengrondse infiltratie, maar er is ook onderzoek naar mogelijkheden voor bijvoorbeeld infiltrerende verharding. Het afvalwater van de nieuwbouw wordt onder vrij verval aangesloten op de nieuw aan te leggen openbare riolering. De rioolcapaciteit behoeft hiervoor niet te worden uitgebreid. Voor installatietechnische eisen aan leidingwerk voor afvalwater geldt het Bouwbesluit en de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de Wabo activiteit bouw.

In die aanvraag om omgevingsvergunning moet het leidingplan en de voorzieningen voor riolering en hemelwater tot en met de grens van het erf zijn uitgewerkt en waaruit blijkt dat aansluiting van dat leidingwerk kan en mag worden gebracht op de daarvoor bedoelde aan te leggen of te wijzigen watersystemen buiten of binnen de openbare ruimte. Technische specificaties, gebruik en beheer van gebouw- en terreinleidingsystemen voor afvalwater en hemelwater zijn daarbij op doelmatige wijze op elkaar afgestemd.

64

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

De toekomstige woonbebouwing wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel zodat het hemelwater separaat kan worden afgevoerd. De huisaansluitingen zullen, net als elders, worden aangesloten op het gemeentelijk riool. 5.8.7. Klimaatadaptie Het klimaat verandert: Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moet, ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee worden gehouden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor.

De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel: • De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; • Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. De gemeente Utrecht heeft samen met 9 andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven. Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptie een onderdeel van is. Het vasthouden van hemelwater door middel van infiltratievoorzieningen en groene daken draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast. Voor het project wordt uitgegaan van het volgende: • De initiatiefnemer moet in een kansenonderzoek onderbouwen op welke wijze het plan bijdraagt aan de ambitie om 100% van het regenwater in het gebied vast te houden volgens de voorkeursvolgorde. • Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt er rekening gehouden met: o een bui van 1x/1 jaar, zijnde een bui van 20 mm in één uur; o een bui van 1x/100 jaar, zijnde een bui van 80 mm in één uur.

• Er wordt minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag in het gebied vastgehouden door infiltratie op maaiveld door: o ‘groen, tenzij’; o Halfverharding; o infiltratie in groen. • Een bui van 80 mm mag niet leiden tot schade aan de bebouwing en infrastructurele werken. 65

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

• •

•

14 april 2021

Er geldt een minimaal vloerpeil van 0,15 m boven straatpeil. De gehele projectlocatie wordt aangesloten op het aan te leggen gescheiden rioleringssysteem (zie ook paragraaf 5.8.6). Vanzelfsprekend worden de aan te leggen of te wijzigen gescheiden rioleringssystemen in de buitenruimte afgestemd op de installatietechnische regels van het Bouwbesluit. Er wordt onderbouwd op welke wijze het plan bijdraagt aan de ambitie voor hittestress. Een groot deel van het voorkomen van hittestress bestaat uit het realiseren van schaduwrijke plekken in vorm van de binnentuin en het nieuw in te richten plein aan de Camera Obscuradreef. Ook zal er op en rondom de projectlocatie meer groen worden gerealiseerd dan in de huidige situatie aanwezig is, mede doordat het verhardingsoppervlak zal afnemen. De precieze wijze waarop de nieuwbouw zal bijdragen aan het voorkomen van hittestress wordt nog nader uitgewerkt in de volgende fase.

De Taagdreef zal als pilot worden heringericht. De herinrichting van de openbare ruimte van de projectlocatie en omgeving zal daar logischerwijs op aan sluiten. 5.8.8. Overleg waterbeheerder P.M. 5.9.

Duurzaamheid Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente Utrecht bij projectontwikkeling duurzaamheidsambities onderverdeeld op de volgende onderdelen: Energie, GPR gebouw, Circulair bouwen en klimaatadaptatie. Deze onderwerpen zijn behandeld in hoofdstuk 3 van het Spve (zie ook paragraaf 2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing). De exacte wijze waarop duurzaamheid bij dit project wordt toegepast volgt in de volgende fase van het project, na verdere uitwerking van het bouwplan.

5.10.

Archeologie en cultuurhistorie

5.10.1. Archeologie In het kader van het geldende bestemmingsplan is voor Overvecht een archeologische waardenkaart opgesteld. Daaruit blijkt dat er ter plaatse van de projectlocatie geen archeologische verwachting geldt waarvoor er ook geen onderzoeksplicht geldt. Er is in het geldende bestemmingsplan daarom geen archeologische dubbelbestemming toegepast. Archeologisch onderzoek is voor de beoogde herontwikkeling daarom niet nodig. 5.10.2. Cultuurhistorie Bij een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld in hoeverre het plan gevolgen heeft voor cultuurhistorische waarden. Het project heeft betrekking op de sloop van twee portiekflats en enkele garageboxen. Deze portiekflats en garageboxen bevatten geen bijzondere cultuurhistorische

66

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

waarden. Ook in de omgeving van de te slopen flats en garageboxen zijn geen objecten aanwezig die van cultuurhistorische betekenis zijn. 5.11.

Ecologie Voor de bescherming van plant- en diersoorten en natuurgebieden is per 1 januari 2017 de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten zal rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten en diersoorten. Indien uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vergunning. Ook mag een project geen negatief effect hebben op beschermde natuurgebieden.

5.11.1. Soortenbescherming Door Royal Haskoning is een quick scan flora en fauna uitgevoerd voor de projectlocatie en omgeving (referentie: BH5386WATRP2009011113, d.d. 1 september 2020, zie bijlage). Er is daarbij niet alleen gekeken naar wettelijk beschermde soorten maar ook naar soorten die op de Utrechtse lijst voorkomen. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de projectlocatie mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten aanwezig zijn (egel, veldmuis, gewone pad, etc.) maar ook enkele beschermde soorten. Het gaat daarbij om mogelijke verblijfplaatsen van steenmarters en vleermuizen (zowel gebouwbewonende als boombewonende soorten). Daarnaast kunnen er tijdens het broedseizoen vogels broeden. Broedende vogels mogen tijdens het broedseizoen niet worden verstoord. Overige beschermde soorten als vissen, reptielen of ongewervelde soorten zijn niet te verwachten op de projectlocatie. De voorgenomen ontwikkeling biedt kansen om de soorten van de Utrechtse soortenlijst een kans te geven op en rondom de projectlocatie. De merel is de enige soort van deze lijst die is waargenomen. Bij het vergroenen van het terrein kan gedacht worden aan het inzaaien van grote borders met nectarplanten en mogelijk ook het plaatsen van muurtjes om tongvaren een geschikt substraat te bieden.

Het onderhouden van deze elementen dient daarnaast te worden afgestemd op de vereisten van deze bijzondere soorten. Om na te gaan of de mogelijke verblijfplaatsen van de wettelijk beschermde soorten steenmarter en vleermuis daadwerkelijk aanwezig zijn is nader onderzoek noodzakelijk. Voor wat betreft vleermuizen is al onderzoek uitgevoerd door By Nature, voor steenmarters zal in de komende periode onderzoek worden uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek naar steenmarters wordt in een later stadium in deze paragraaf verwerkt. ByNature heeft voor het gebied van de projectlocatie en omgeving vleermuizenonderzoek uitgevoerd (projectnummer 2028-01, d.d. 10 maart 2021, zie bijlage). De oorspronkelijke aanleiding voor het onderzoek was grootschalige renovatie, ook ter plaatse van de projectlocatie. Later is alsnog is besloten om de bebouwing ter plaatse van de projectlocatie te slopen. Het rapport is daarop geactualiseerd. Uit het rapport blijkt dat er sprake is van twee jaarronde verblijfplaatsen 67

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

van de gewone dwergvleermuis: één verblijfplaats van één individu in de spouwmuur van de kopgevel van de te slopen flat aan de Vader Rijndreef en één verblijfplaats van één individu bij de dakrand aan de achterzijde van de te slopen flat aan de Camera Obscuradreef. Deze verblijfplaatsen zullen verdwijnen als gevolg van de sloop. Uit onderzoek is ook gebleken dat voorbij vliegende vleermuizen kortstondig foerageren boven de tuinen en daarna doorvliegen naar het park. Het groen en de tuinen tussen de twee flats worden bij de werkzaamheden verwijderd. Echter vanwege de aanwezigheid van het park direct ten zuiden van de twee flats heeft de verstoring en (tijdelijke) verwijdering van het foerageergebied tussen de flats geen negatief effect op de vleermuizen.

Afbeelding: resultaten vleermuizenonderzoek projectlocatie

Vanwege de oorspronkelijk geplande renovatie werkzaamheden aan de flats aan de Vader Rijndreef en Camera Obscuradreef, zijn in de winter van 2018-2019 in reeds gerenoveerde flats in de omgeving van de sloopnieuwbouw al permanente vleermuiskasten gerealiseerd. Tevens zijn vleermuiskasten opgehangen aan de kopgevels van omliggende flats. In totaal zijn in de periode 2018-2020 de volgende kasten geplaatst: • 7 tijdelijke vleermuiskasten; • 5 inbouwkasten voor vleermuizen (vleermuiskokers); • Eén flat met open stootvoegen op de kopgevels. In deze flat is in 2015 tevens een zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis aangetroffen. Zes vleermuiskasten en één van de gevels met open stootvoeg bevinden zich binnen 200 meter van de twee aangetroffen verblijfplaatsen. De zes vleermuiskasten op de noordoostgevels van de flats aan de Camera Obscuradreef en Van Brammendreef bevinden zich op maximaal 300 meter van de twee aangetroffen verblijfplaatsen, maar wel direct langs het foerageergebied dat gebruikt wordt door de vleermuizen. Er is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig voor het verstoren, beschadigen en vernielen van twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (lid 2 en 4, artikel 3.5 Wnb) en het opzettelijk doden van individuen van de gewone dwergvleermuis (lid 1, artikel 3.5 Wnb). De aanvraag voor deze ontheffing is momenteel in voorbereiding.

De vervangende kasten die voor aanvang van de werkzaamheden aanwezigen dienen te zijn, zijn al reeds aanwezig.

68

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

Wel moet er in de nieuwe situatie rekening worden gehouden met minimaal acht permanente inbouwkasten voor vleermuizen. P.M. 5.11.2. Gebiedsbescherming Een project kan leiden tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van beschermde Natura 2000-gebieden. Voor de bouw- en de gebruiksfase dient te worden nagegaan of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000-gebieden. Op circa 3 kilometer ten noorden van de projectlocatie bevindt zich het Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ en op ruim 18 kilometer ten noordwesten het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’. Cauberg-Huygen heeft met behulp van AERIUS berekend of het project leidt tot een toename van depositie bij één van de Natura 2000-gebieden (referentie: 07170-53826-02, d.d. 26 maart 2021, zie bijlage). Daaruit blijkt dat er als gevolg van het project in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake zal zijn van een verhoging van de depositie. Een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig. 5.12.

Bomen Op en rondom de projectlocatie bevindt zich een groot aantal bomen, zoals ook blijkt uit de bomeninventarisatie die is gegaan in het kader van het Spve De Mix (zie bijlage). In totaal gaat het om 188 bomen.

69

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

Afbeelding: overzichtskaart bomen op en rondom de projectlocatie (bron: bomeninventarisatie Spve)

In de bomeninventarisatie die is uitgevoerd in het kader van het Spve is aangegeven welke boonsoorten zich in en rondom de projectlocatie bevinden, wat de leeftijd, stamdiameter en kroondiameter van elke boom is en in wat voor conditie een boom verkeert en of deze eventueel verplantbaar is. Bij de planvorming voor de sloopnieuwbouw en de herinrichting van de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen. Uit de bomenbalans blijkt dat alle bomen die volgens de bomeninventarisatie in goede of voldoende conditie zijn behouden blijven, tenzij een boom te dicht bij de nieuwbouw staat en daardoor geen kans heeft om tijdens de bouw te overleven. Er zullen naar verwachting circa 20 bomen worden vervangen of verplaatst die volgens de bomeninventarisatie in goede of voldoende conditie verkeren. Ook zullen circa 29 bomen worden vervangen die in onvoldoende, slechte of afgestorven staat verkeren. In totaal zullen er zodoende circa 49 bomen worden vervangen.

70

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

Afbeelding: overzichtskaart bestaande situatie bomen op en rondom de projectlocatie (bron: bomenbalans De Mix)

De circa 49 nieuwe bomen zullen elders worden geplant, met name rondom het nieuw in te richten plein. De exacte locaties van de nieuwe bomen zijn nog niet zeker, mede omdat het ontwerp voor de openbare ruimte nog niet gereed is. De posities in de navolgende afbeelding zijn daarom indicatief.

71

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

Afbeelding: overzichtskaart beoogde toekomstige situatie bomen op en rondom de projectlocatie (bron: bomenbalans De Mix)

5.13.

Behoefte (ladder voor duurzame verstedelijking) In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikellid is 1 juli 2017 gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Bepaald moet worden of er sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Met betrekking tot de projectlocatie geldt dat de functie wonen niet is aan te merken als een nieuwe functie aangezien deze ter plaatse al is toegestaan in het geldende bestemmingsplan. Wel 72

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

is er sprake van een andere configuratie doordat het bouwvolume toeneemt. Er is planologisch gezien weliswaar geen sprake van een toename van het aantal woningen (aangezien het beoogde woningaantal in beginsel ook mogelijk is binnen de toegestane bouwvolumes in het geldende bestemmingsplan) maar feitelijk neemt het aantal woningen wel toe met 100 woningen zodat het project kan worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Hiervoor dient de behoefte inzichtelijk te worden gemaakt. Naast woningen zijn er ook vijf kleinschalige bedrijfsruimtes voorzien met een totale omvang van 200 m² bvo. De invulling van deze bedrijfsruimtes staat nog niet vast. Gelet op de beperkte totale omvang van de bedrijfsruimtes is er geen noodzaak om de behoefte aan deze functies aan te tonen. 5.13.1. Beschrijving behoefte De Utrechtse woningmarkt staat onder druk. Er is meer vraag naar woningen dan aanbod. Dit komt tot uiting in stijgende huizenprijzen en schaarste op de woningmarkt. De stad groeit de komende periode door. De gemeente legt de focus op gezonde (binnenstedelijke) groei om schaarste effecten te voorkomen. De snelheid waarmee gebouwd wordt loopt momenteel in de pas met de woningbouwbehoefte. In de stad Utrecht worden jaarlijks meer dan 4.000 woningen per jaar gebouwd.

Tot 2040 is de woningbehoefte in de regio Utrecht (U16) 104.000 woningen (waarvan ongeveer 60.000 voor de stad Utrecht). Oftewel, er is de komende jaren behoefte aan een stad ten grootte van Eindhoven in de regio (of een stad met de omvang van Den Bosch in Utrecht zelf). Met deze voorziene woningbehoefte komt er een behoorlijke woningbouwopgave op Utrecht af waar de gemeente zich vol voor wil inzetten. Ter illustratie: de harde plancapaciteit in de stad Utrecht tot en met 2040 ligt op circa 40.000 tot 42.000 woningen. In mei 2020 was de totale plancapaciteit al boven de 65.000 gestegen voor de periode tot en met 2040. Dit is allemaal binnenstedelijke plancapaciteit. De plancapaciteit wordt periodiek gepubliceerd via het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR). 5.13.2. Conclusie De vraag naar woningen in Utrecht en de regio is evident aanwezig. Het aantal woningen in toekomstige bouwplannen is nog onvoldoende om de woningbehoefte in te lossen. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het onderhavige bouwplan voorziet in actuele behoefte zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. 5.14.

Milieu effect rapportage De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.73

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Bepalend daarbij is of een project moet worden beschouwd als een “stedelijk ontwikkelingsproject” als bedoeld in het besluit m.e.r. Het onderhavige project heeft hoofdzakelijk betrekking op een gewijzigde configuratie van woningbouw. Er is zodoende sprake van een uitbreiding van een bestaande stedelijk ontwikkelingsproject. Door de initiatiefnemer is een aanmeldnotitie opgesteld. Deze is op 8 april 2021 ingediend en wordt momenteel getoetst. P.M.

74

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

6. Uitvoerbaarheid 6.1.

Economische uitvoerbaarheid De gronden ter plaatse van de projectlocatie zijn door de gemeente in erfpacht uitgegeven aan woningcorporatie Mitros. Mitros zal na sloop van de complexen aan Camera Obscuradreef 1-32 en de Vaderrijndreef 2-100 de kavel verkopen aan BPD Ontwikkeling BV. BPD zal vervolgens de nieuwbouw ontwikkeling gaan uitvoeren en aan woningcorporatie Mitros nieuwe sociale huurwoningen op enkele locaties elders in Utrecht verkopen. De gemeente Utrecht voert zelf geen grondexploitatie ter plaatse van de projectlocatie. BPD Ontwikkeling BV draagt zorg voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein. Het project is gelet op artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening te beschouwen als een bouwplan waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld. De grond van de projectlocatie is echter in eigendom van de gemeente en is in erfpacht uitgegeven zodat er al in het kostenverhaal is voorzien. De gemeentelijke planontwikkelingskosten en de bovenwijkse plankosten verhaalt de gemeente door het sluiten van een anterieure exploitatieovereenkomst met BPD Ontwikkeling BV / woningcorporatie Mitros.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1. Bewoners, omwonenden en belangstellenden Na de eerste communicatie in juni 2019 over het eerste initiatief plan was er veel onrust in de buurt doordat in het plan bebouwing op het plein was opgenomen. Daarna is gestart met bijeenkomsten met bewoners (mixsessies). Het plan is daarna aangepast waardoor er geen bebouwing op het plein meer is voorzien. In juli 2020 is dit gecommuniceerd in de buurt. In de reacties en in de mixsessies daarna is positief gereageerd op het vrijhouden van het plein. De herinrichting van de straten rondom het plangebied is en wordt vanuit het project Herinrichting Taagdreef e.o. opgepakt met de buurt. De aangevraagde ontwerpomgevingsvergunning ‘strijdig gebruik bestemmingsplan’ zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Eventuele zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming. 6.2.2. Wettelijk vooroverleg Conform artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht zal er van ……. 2021 t/m ….. 2021 wettelijk vooroverleg plaatsvinden over het beoogde project. P.M.

75

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

7. Ruimtelijke motivering afwijkingen en conclusie Er bestaan al langer plannen om de twee portiekflats op de projectlocatie te slopen maar vanwege de financiële crisis zijn die plannen niet uitgevoerd. In het geldende bestemmingsplan is daarom uitgegaan van de bestaande configuratie. Mitros is voornemens om de bestaande gebouwen op de projectlocatie te slopen waarna BPD Ontwikkeling BV deze gaat vervangen door een nieuw bouwvolume dat zich voegt in de bestaande stedenbouwkundige compositie van Overvecht. De nieuwe woningen zullen tot de middenhuur gaan behoren en zodoende bijdragen aan een gemengdere wijk Overvecht. De nieuwe woningen zullen verder bijdragen aan de behoefte aan woningen waarbij deze zullen voldoen aan de tegenwoordige eisen. Bij de nieuwbouw zal ook rekening worden gehouden met diverse duurzaamheidsaspecten. 7.1.

Ruimtelijke motivering afwijkingen Het bouwplan leidt tot de volgende afwijkingen: Gebruik: 1. Gemengd: in de plint van het bouwblok aan de Taagdreef komen 5 bedrijfsruimtes van in totaal circa 200 m² bvo met functies als bedrijven (categorie A of B1), kantoren en/of maatschappelijke voorzieningen en 1 bedrijfsruimte aan de kant van de Camera Obscuradreef die ingericht zal worden als buurtkamer van circa 40 m² bvo. Een dergelijk gebruik is ter plaatse van de projectlocatie niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. 2. Wonen: het beoogde bouwblok aan de Vader Rijndreef is vanwege de gewijzigde diepte (van 10 naar 16 meter) met circa 183 m² gelegen binnen de bestemming ‘Groen-2’. Ook zijn delen van het bouwblok aan de Vader Rijndreef (circa 104 m²), het bouwblok aan de Camera Obscuradreef (circa 43 m²) en het bouwblok aan de Taagdreef (circa 31 m²) gelegen binnen de bestemmingen ‘Tuin’ en/of ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Binnen de bestemmingen ’Groen-2’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ is een woonfunctie niet toegestaan. 3. Verkeer en verblijf: het als ‘Groen-2’ en ‘Wonen’ bestemde deel van het binnenterrein van de beoogde bouwblokken zal worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (parkeren). Binnen deze bestemmingen is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (parkeren) niet toegestaan. 4.

Verkeer en verblijf: de als ‘Tuin’ bestemde groenstrook langs de Taagdreef zal worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (stoep) voor het bouwblok aan de Taagdreef. Binnen deze bestemming is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (stoep) niet toegestaan. 5. Verkeer en verblijf: de als ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bestemde voetgangersverbindingen via het binnengebied zullen worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (voetpad). Binnen deze bestemmingen is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (voetpad) niet toegestaan.

76

Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix

14 april 2021

6. Verkeer en verblijf: de als ‘Wonen’ en ‘garage’ aangeduide garageboxen zullen na sloopt worden heringericht als verkeer- en verblijfsgebied. Binnen deze bestemming en ter plaatse van deze aanduiding is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied niet toegestaan. Bouwen: 7. Bouwen van hoofdgebouwen buiten het bouwvlak: het bouwblok langs de Taagdreef zal met een oppervlak van circa 559 m² buiten de twee bouwvlakken zijn gelegen. Vanwege de gewijzigde dieptematen zullen ook de bouwblokken aan de Vader Rijndreef en de Camera Obscurcadreef met respectievelijk circa 557 m² en circa 329 m² buiten de bouwvlakken zijn gelegen. De buiten de bouwvlakken gelegen delen krijgen een hoogte van maximaal 6 bouwlagen. Het bouwen van hoofdgebouwen buiten de bouwvlakken is niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Groen-2’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. 8. Maximum aantal bouwlagen: doordat voor de nieuwe bouwblokken uit wordt gegaan van maximaal 6 bouwlagen, is er binnen de bouwvlakken sprake van een overschrijding van het maximum aantal bouwlagen met 1 bouwlaag. 9. Overschrijding bouwhoogte: bovenop de 6-laagse blokken komen plaatselijke verhogingen in de vorm van 0,5 meter hoge dakranden en 3 meter hoge liftopbouwen en installatieruimtes. 10.

Bouwen van balkons en galerijen buiten het bouw- en bestemmingsvlak: de balkons en galerijen van de bouwblokken langs de Taagreef, Vader Rijndreef en Camera Obscurdreef zullen buiten een bouwvlak en deels buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’ zijn gelegen. De overschrijding bedraagt maximaal 3 meter. In het navolgende wordt een ruimtelijke motivatie voor de afwijkingen gegeven. Ad 1: In de plint van de nieuwbouw langs de Taagdreef zijn 5 bedrijfsruimtes van in totaal circa 200 m² bvo. Het mogelijk maken van kleinschalige bedrijfsruimtes leidt tot een gemengdere buurt waar niet alleen wordt gewoond maar ook diverse andere functies een plek krijgen. Dit komt weer ten goede aan de levendigheid in de buurt. Het karakter van de doorgaande Taagdreef leent zich ook goed voor de vestiging van niet-woonfuncties in de plint. Omdat momenteel nog niet bekend is welke functies een plek gaan krijgen in de plint is uitgegaan van diverse functies die goed passen in het karakter van een woonbuurt, zoals kleinschalige (niet-overlastgevende) bedrijven, kantoren en maatschappelijke voorzieningen. Ad 2, 7 en 10: In de verkaveling is voor de blokken aan de Vader Rijndreef en de Camera Obscuradreef uitgegaan van diepere bouwblokken om zo kwalitatief goede woningen te kunnen realiseren die voldoen aan de tegenwoordige wooneisen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=de0d10f9-79bf-48fe-929d-70afdbf6d7d6