Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix.pdf
Tekst van het document
• Vader Rijndreef 7-9/Winterboeidreef 111 en Vader Rijndreef 1: de afstand tussen enerzijds de nieuwbouw en anders het schoolcomplex en de ambulancepost van RAVU zal circa 22 meter bedragen, net als in de bestaande situatie. • Taagdreef 130: de afstand tussen de nieuwbouw en de squashhal zal circa 65 meter bedragen, net zoals in de bestaande situatie. • Buisdreef 157-233: de afstand tussen de nieuwbouw en het appartementenblok zal circa 77 meter bedragen, net als in de bestaande situatie.
29
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
•
14 april 2021
Taagdreef 15-47, Bruisdreef 122-134, Hillebranddreef 64-86: de afstand tussen de nieuwbouw en het blok met laagbouwwoningen zal minimaal circa 27 meter bedragen, net zoals in de bestaande situatie. Wel krijgen de woningen 41-47 op minimaal circa 27 meter nieuwbouw tegenover zich, daar waar nu sprake is van een groenvoorziening en een binnenterrein tussen de twee te slopen portiekflats in.
De onderlinge afstanden tussen de nieuwbouw en de omliggende bebouwing zijn, in combinatie met de beoogde bouwhoogtes, ruimtelijk aanvaardvaar in stedelijk gebied. In bijna alle gevallen is er geen sprake is van een relevante afname van de onderlinge afstand. Uit de bezonningsstudie die door BGSV is uitgevoerd in het kader van de beoogde herontwikkeling (zie bijlage) blijkt dat de nieuwbouw ten opzichte van de bestaande situatie geen significante gevolgen heeft voor de bezonning van objecten in de omgeving. Enkele laagbouwwoningen aan de Taagdreef zullen in het voor- en najaar weliswaar in de ochtend (tot ongeveer 10:00) meer schaduw ondervinden maar de rest van de dag en in de zomer treden er bij deze woningen geen schaduweffecten op. De vermindering van de vroege ochtendzon in het voor- en najaar is niet aan te merken als een significant gevolg.
30
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
3. Planologisch kader 3.1.
Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Overvecht-Noordelijke stadsrand’ (NL.IMRO.0344.BPOVERVECHTNSR-0601) en het Crisis- en Herstel Wet (CHW) plan ‘Algemene regels over bouwen en gebruik’ (NL.IMRO.0344.BPALGREGBOUWENGEBR-VA01). Het bestemmingsplan is op 21juni 2012 vastgesteld door de gemeenteraad, het CHW-plan op 30 november 2017. Het CHW-plan is te beschouwen als een parapluplan waardoor de algemene gebruiks- en bouwregels van het bestemmingsplan zijn vervangen.
Afbeelding: uitsnedes planverbeelding bestemmingsplan ‘Overvecht-Noordelijke stadsrand’
De projectlocatie is voor wat betreft de bestaande bebouwing en een groot deel van het binnenterrein bestemd als ‘Wonen’. De stroken voor de voorgevels van de portiekflats en een strook langs de Taagdreef zijn grotendeels bestemd als ‘Tuin’ terwijl het openbare deel van het 31
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
binnnenterrein is bestemd als ‘Groen – 2’. De overige gronden zijn bestemd als ‘Verkeer Verblijfsgebied’. 3.1.1. Bestemming ‘Wonen’ De gronden met deze bestemming mogen volgens artikel 30 van de regels ter plaatse van de projectlocatie worden gebruikt voor onder meer wonen (en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep of bedrijf), tuinen en erven. Ter plaatse van de garageboxen is uitsluitend het gebruik als garages toegestaan. Ter plaatse van de projectlocatie zijn hoofdgebouwen alleen toegestaan binnen een bouwvlak. De bestaande flats zijn beide in een bouwvlak gelegen dat mag worden bebouwd met maximaal 5 bouwlagen. Een bouwlaag mag maximaal 3,5 meter hoog zijn, oftewel 17,5 meter. Naast hoofdgebouwen zijn onder voorwaarden ook enkele bijbehorende bouwwerken toegestaan, zoals aan- en uitbouwen en bijgebouwen. De bouwhoogte van de garages mag niet meer dan 3,5 meter bedragen. Voor bouwwerken geen gebouwen geldt zowel binnen als buiten het bouwvlak een maximum bouwhoogte van 1 meter voor erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van een hoofdgebouw en 2 meter voor overige erf- en perceelafscheidingen. 3.1.2. Bestemming ‘Tuin’ Binnen deze bestemming is volgens artikel 25 van de regels alleen het gebruik als tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen toegestaan. Er mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd.
Bouwwerken geen gebouwen mogen worden voor wat betreft erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van een hoofdgebouw worden gebouwd tot een maximum bouwhoogte van 1,5 meter. 3.1.3. Bestemming ‘Groen – 2’ In artikel 17 is bepaald dat gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor onder meer groenvoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden en speelvoorzieningen. Binnen deze bestemming zijn ter plaatse van de projectlocatie geen gebouwen toegestaan. Wel mogen er bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, zoals 6 meter voor speelvoorzieningen. 3.1.4. Bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ In deze bestemming is volgens artikel 28 onder meer het gebruik als verkeers- en verblijfsgebied voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer toegestaan. Ook zijn parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn in beperkte mate toegestaan ten behoeve van de verkeers- en verblijfsfunctie.
32
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
3.1.5. Overige relevante regels In de algemene bouwregels (conform CHW-plan) is bepaald dat een bouwgrens, niet zijnde een bestemmingsgrens, mag worden overschreden met 1,5 meter voor onder meer trappenhuizen en afdaken. In het geval een bouwgrens tevens bestemmingsgrens is dan mag overschrijding pas na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid. Naast trappenhuizen en afdaken gaat het daarbij ook om balkons en erkers. Voor deze bouwdelen geldt dus dat een overschrijding tot 1,5 meter mogelijk is na toepassing van de afwijkingsbevoegdheid. Voorwaarden daarbij zijn wel dat de overschrijding te verenigen dient te zijn met de aard van de bestemming en dat de overschrijding geen onevenredige hinder voor aangrenzende percelen tot gevolg heeft. In de algemene bouwregels is verder bepaald dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen vast dient te staan dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voor het bepalen wat onder voldoende parkeergelegenheid wordt verstaan wordt toepassing gegeven aan de normen in de beleidsregels in de Nota Parkeernormen Fiets en Auto (dan wel de opvolger daarvan). In de algemene bouwregels is bepaald dat het veranderen, vervangen of vergroten van een woning niet mag leiden tot omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte of tot de vorming van een extra woning.
Een vergelijkbare bepaling is ook opgenomen in de algemene gebruiksregels. Tenslotte is in de algemene afwijkingsregels opgenomen dat de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages kunnen worden overschreden indien burgemeester en wethouders toepassing geven aan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook kan de maximale bouwhoogte van gebouwen door middel van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid worden overschreden door de bouwhoogte van de gebouwen te verhogen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers, trappenhuizen, lichtkappen en andere ondergeschikte bouwdelen. 3.2.
Afwijkingen Het project leidt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan tot de volgende afwijkingen: Gebruik 1. Gemengd: in de plint van het bouwblok aan de Taagdreef komen 5 bedrijfsruimtes van in totaal circa 200 m² bvo met functies als bedrijven (categorie A of B1), kantoren en/of maatschappelijke voorzieningen en aan de kant van de Camera Obscuradreef 1 bedrijfsruimte die ingericht zal worden als buurtkamer van circa 40 m² bvo. Een dergelijk gebruik is ter plaatse van de projectlocatie niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. 2. Wonen: het beoogde bouwblok aan de Vader Rijndreef is vanwege de gewijzigde diepte (van 10 naar 16 meter) met circa 183 m² gelegen binnen de bestemming ‘Groen-2’. Ook zijn delen van het bouwblok aan de Vader Rijndreef (circa 104 m²), het bouwblok aan de Camera Obscuradreef (circa 43 m²) en het bouwblok aan de Taagdreef (circa 31 m²) gelegen binnen de bestemmingen ‘Tuin’ en/of ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Binnen de 33
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
3.
4.
5.
6.
14 april 2021
bestemmingen’Groen-2’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ is een woonfunctie niet toegestaan. Verkeer en verblijf: het als ‘Groen-2’ en ‘Wonen’ bestemde deel van het binnenterrein van de beoogde bouwblokken zal worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (parkeren). Binnen deze bestemmingen is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (parkeren) niet toegestaan. Verkeer en verblijf: de als ‘Tuin’ bestemde groenstrook langs de Taagdreef zal worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (stoep) voor het bouwblok aan de Taagdreef. Binnen deze bestemming is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (stoep) niet toegestaan. Verkeer en verblijf: de als ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bestemde voetgangersverbindingen via het binnengebied zullen worden gebruikt als verkeer- en verblijfsgebied (voetpad). Binnen deze bestemmingen is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied (voetpad) niet toegestaan. Verkeer en verblijf: de als ‘Wonen’ en ‘garage’ aangeduide garageboxen zullen na sloopt worden heringericht als verkeer- en verblijfsgebied. Binnen deze bestemming en ter plaatse van deze aanduiding is het gebruik als verkeer- en verblijfsgebied niet toegestaan.
Bouwen 7. Bouwen van hoofdgebouwen buiten het bouwvlak: het bouwblok langs de Taagdreef zal met een oppervlak van circa 559 m² buiten de twee bouwvlakken zijn gelegen. Vanwege de gewijzigde dieptematen zullen ook de bouwblokken aan de Vader Rijndreef en de Camera Obscurcadreef met respectievelijk circa 557 m² en circa 329 m² buiten de bouwvlakken zijn gelegen. De buiten de bouwvlakken gelegen delen krijgen een hoogte van maximaal 6 bouwlagen. Het bouwen van hoofdgebouwen buiten de bouwvlakken is niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’, ’Tuin’, ‘Groen-2’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. 8. Maximum aantal bouwlagen: doordat voor de nieuwe blokken uit wordt gegaan van maximaal 6 bouwlagen, is er binnen de bouwvlakken sprake van een overschrijding van het maximum aantal bouwlagen met 1 bouwlaag. 9. Overschrijding bouwhoogte: bovenop de 6-laagse blokken komen plaatselijke verhogingen in de vorm van 0,5 meter hoge dakranden en 3 meter hoge liftopbouwen en installatieruimtes. 10. Bouwen van balkons en galerijen buiten het bouw- en bestemmingsvlak: de balkons en galerijen van de bouwblokken langs de Taagreef, Vader Rijndreef en Camera Obscurdreef zullen buiten een bouwvlak en deels buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’ zijn gelegen. De overschrijding bedraagt maximaal 3 meter.
In hoofdstuk 7 is een nadere motivering opgenomen ten aanzien van de afwijkingen van het geldende bestemmingsplan. In het kader van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is ook een indieningstekening opgesteld waarin het beoogde gebruik, de maximale bebouwingsgrenzen en het maximum aantal bouwlagen van het project zijn geprojecteerd in relatie tot de bestaande omgeving (zie bijlage). De omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 34
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
4. Beleidskader 4.1.
Rijksbeleid
4.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities tot 2040 en de ruimtelijke doelen, belangen en opgaven tot 2028. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zijn: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, zijn daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie subparagraaf 4.1.3)). 4.1.2. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 aan de Tweede Kamer verzonden en richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. 3. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Projectlocatie Het project heeft betrekking op een verdichting binnen bestaand stadsgebied waardoor ook bij kan worden gedragen aan het verbeteren van de duurzaamheid. Het voornemen tot verdichting op de projectlocatie is in overeenstemming met de NOVI. 4.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro, welke voor het laatst is gewijzigd op 1 januari 2017, zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Schiphol, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals
35
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
de Beemster en de nieuwe Hollandse Waterlinie. Geen van deze onderwerpen zijn van invloed op de onderhavige ontwikkeling. Projectlocatie Het plan om sloopnieuwbouw te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied levert geen strijdigheid op met nationale belangen. 4.2.
Provinciaal en regionaal beleid
4.2.1. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en Verordening 2013 De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (PRS) is op 4 februari 2013 vastgesteld. Bij de PRS is een Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (PRV) gemaakt. Van beide plannen zijn de herijkingen in december 2016 vastgesteld en in 2018 een 2e partiële herziening. De structuurvisie geeft aan wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. De verordening zorgt voor de doorwerking van de structuurvisie naar de gemeenten. Op dit moment heeft de provincie een nieuwe verordening in voorbereiding (zie de navolgende subparagraaf) De provincie moet aantrekkelijk blijven om te wonen, werken en recreëren. Het ruimtelijk beleidsvizier is daar op gericht. Het ruimtelijke beleid is gebaseerd op vier pijlers die bijdragen aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid en kwaliteit van de provincie: • een duurzame leefomgeving; • beschermen kwaliteiten; • vitale dorpen en steden; • dynamisch landelijk gebied. Deze pijlers leiden tot de volgende drie belangrijkste beleidsopgaven; opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats: 1. Accent op de binnenstedelijke opgave. Waarbij ten minste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk gerealiseerd zal worden.
Dit sluit aan bij de vraag, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave. 2. Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De zware terugval van financiële middelen voor natuur en recreatie om de stad kan onder andere worden opvangen door hier rood voor groenconstructies mogelijk te maken. 3. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De aanwezigheid van zo'n 1,2 miljoen inwoners biedt afzetmogelijkheden voor de producten die dit oplevert. Bij dit alles is het kunnen beleven van rust en ruimte van belang. 36
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. De toelichting dient wel een beschrijving te bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Projectlocatie Het realiseren van de woningen in de woonwijk Overvecht Utrecht is in lijn met het provinciaal beleid, waarbij de nadruk ligt op de binnenstedelijke woningbouwopgave. Overvecht is, net als andere wijken in Utrecht, aangewezen als stedelijk gebied en komt daardoor in aanmerking voor (verdere) verstedelijking. In subparagraaf 2.3.5 is nader ingegaan op energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. 4.2.2. Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (ontwerp) Omdat de Omgevingswet 1 jaar later dan eerder was gepland wordt ingevoerd, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden; dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht besloten om, tot de nieuwe wet ingaat, te werken met een interim Omgevingsverordening, kortweg Interimverordening.
Het ontwerp van deze interim Omgevingsverordening is op 4 september 2020 ter inzage gelegd. De bedoeling is om de interim Omgevingsverordening per 1 april 2021 in werking te hebben. Gelet op het overgangsrecht in de Omgevingsverordening blijft de provinciale Verordening 2013 van toepassing op dit project. De vergunningaanvraag voor het project is namelijk voor de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening ingediend. De provinciale Verordening 2013 blijft voor dit project van kracht totdat het besluit onherroepelijk wordt. 4.2.3. Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016) Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: 1. Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. 2. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit.
Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit.
37
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
3. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is. Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen teneinde bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Projectlocatie De ontwikkeling sluit aan op het provinciale beleid, waarbij het accent ligt op de binnenstedelijke opgave. Door 100 woningen aan de woningmarkt toe te voegen en 135 sociale woningen elders in de stad, wordt een bijdrage geleverd aan de ambities voor binnenstedelijke ontwikkeling om het woningtekort in de regio Utrecht weg te werken. Ook wordt voorzien in de behoefte aan middenhuurwoningen in dit deel van de stad waardoor bewoners een wooncarrière kunnen maken.
Het aanbod van sociale huurwoningen wordt door de bouw van 135 sociale huurwoningen elders in de stad met 55 woningen uitgebreid (aangezien 80 bestaande sociale huurwoningen op de projectlocatie zullen worden gesloopt). 4.2.4. Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 (Eindbalans) De essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 is verdichting en kwaliteitsverbetering. Dit houdt in het vinden van een oplossing voor de spanning tussen de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor het groeiend aantal huishoudens en de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijke- en economische ontwikkeling. Het woningbouwprogramma voor de periode 2015-2030 bedraagt in totaal 68.700 woningen, waarvan 15.000 in Almere zijn gepland. De Ontwikkelingsvisie concentreert de nieuwe woningbouw sterk in bestaand bebouwd gebied: 35.800 woningen zal in bebouwd gebied worden gerealiseerd en 32.900 woningen buiten bebouwd gebied. Nieuwbouw in bestaand gebied is mogelijk door verdichting in stadsdelen en herstructurering van verouderde locaties. De projectlocatie bevindt zich in bestaand bebouwd gebied. Met de ontwikkeling wordt beoogd de woonfunctie van het zuidelijk deel van de wijk Overvecht te versterken.
Het realiseren van woningbouw in de vorm van middenhuurwoningen in dit stadsdeel is overeenkomstig de essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht. Dit leidt tot een kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad in de regio Utrecht. De woningbouw dient te voldoen aan de volgende randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit van het gebied en voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling als geheel: • Indien het mogelijk is om de grote binnenstedelijke opgave in de regio Utrecht tot stand te brengen, worden daarmee kosten van nieuwe weginfrastructuur beperkt. 38
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
• • • • •
•
14 april 2021
De groeiende binnenstedelijke bevolking is tegelijk een randvoorwaarde om het hoogwaardig openbaar vervoer rendabel te maken. Het buitengebied dient voldoende groene en watergebonden recreatiemogelijkheden te bieden. Het grootste deel van de nieuwe recreatiemogelijkheden zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd. Daarnaast is er een sterke focus op de aanleg van stad-landverbindingen. Het Rijk hanteert voor nieuwbouwlocaties het richtgetal van 75 m2 recreatief groen per woning. Bij een opgave van 65.500 woningen dient ongeveer 500 ha aan recreatief groen te worden gerealiseerd. Enkele gebieden komen niet of in beperkte mate voor uitleg in aanmerking. Met name aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht, in de veenweidegebieden, is de problematiek rondom water én bodemdaling complex.
Projectlocatie De projectlocatie bevindt zich in bestaand bebouwd gebied. Met de herontwikkeling wordt beoogd de woonfunctie van het zuidelijk deel van de wijk Overvecht te versterken door hier meer middenhuurwoningen te realiseren. Met het realiseren van woningbouw in de stad wordt voorkomen dat buiten bebouwd gebied wordt bebouwd. Dit is overeenkomstig met de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht. 4.3.
Gemeentelijk beleid
4.3.1. Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen' Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: 1. Plaats voor iedereen: Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. 2. Gezonde groei voor iedereen: Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. De gemeente vindt dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Voor Overvecht is specifiek genoemd dat de gemeente wil werken aan een meer gemengde wijk door een gemengder programma met minder sociale huurwoningen. 3. De kracht van iedereen: Het derde deel van het akkoord gaat over hoe de gemeente de genoemde doelen wil bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen. Projectlocatie Met onderhavige herontwikkeling wordt tegemoet gekomen aan gezonde groei voor iedereen. Het project maakt de realisatie van middenhuurwoningen mogelijk waardoor er wordt bijgedragen aan de wens om van Overvecht een meer gemengde wijk te maken. 39
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
4.3.2. Omgevingsvisie Utrecht In de op 5 december 2019 vastgestelde omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin wonen, werken en recreëren plaatsvindt. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1. De koers: het beleid voor de lange termijn: Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Daarom bouwt Utrecht de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. 2. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp: Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving.
Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. 3. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt: In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven. Projectlocatie De voor de projectlocatie relevante beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie worden in het resterende deel van deze paragraaf behandeld. 4.3.3. Ruimtelijke Strategie Utrecht De Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) is op 8 december 2016 vastgesteld. In de RSU zijn de contouren voor de ontwikkelopgaven van de economische ontwikkelingsgebieden, verdichtingsgebieden en aandachtsgebieden in beeld gebracht. De gemeente heeft een nieuwe Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 in voorbereiding. Utrecht groeit en de gemeente wil die groei vooral faciliteren door inbreiding.
Belangrijke nieuwe woningbouwlocaties in de stad die daar - naast Leidsche Rijn - aan moeten bijdragen zijn het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. Door stevig in te zetten op een beperkt aantal verdichtingslocaties is er op andere plekken, met name in de aandachtsgebieden Overvecht en Kanaleneiland, meer ruimte om te kiezen voor de specifieke opgaven van de eigen omgeving en de sociale problematiek en nieuwbouwinitiatieven in dat licht te bezien. 40
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
Juist in de aandachtsgebieden Overvecht en Kanaleneiland is het van belang ook met ruimtelijke middelen in te zetten op verbetering van de leefomstandigheden. Bovendien kan dit helpen voorkomen dat sociale stijgers een wijk als Overvecht verlaten. Waar zich kansen voordoen zal worden ingezet op een grote variatie van de woonmilieus in Overvecht en Kanaleneiland. Het beschikbaar hebben van een voorraad sociale huurwoningen die groot genoeg is en de betaalbaarheid daarvan vindt de gemeente belangrijker dan het maximaliseren van de kwaliteit van de woningen. Daarover zijn afspraken met de Utrechtse corporaties gemaakt. Vooral een groter aanbod van middeldure huur- en koopwoningen biedt doorstromers uit de sociale huursector kansen zodat ook in de sociale sector meer aanbod vrijkomt voor degenen die daarop zijn aangewezen. Het biedt hen ook mogelijkheden om in de wijken zelf een wooncarrière te maken. Gezonde verstedelijking is in alle gevallen het uitgangspunt. Dat betekent focussen op bewegen, welbevinden, perspectief op wonen, werk en opleiding, duurzaamheid. De RSU bevat een Investeringsstrategie, waarmee een verbinding wordt gelegd tussen de ruimtelijke ambities van de stad met betrekking tot gezonde verstedelijking en de investeringsopgave die daarmee samenhangt. Projectlocatie De ontwikkeling sluit aan op de ambitie uit de RSU om kansen te creëren en te benutten.
Door realisatie van middenhuurwoningen ontstaat een grotere variatie aan woonmilieus in het aandachtsgebied Overvecht. 4.3.4. Woonvisie: Utrecht beter in balans De woonvisie is op 18 juli 2019 vastgesteld. In de woonvisie is de ambitie geformuleerd van goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. Wijken waarin gemeenschappen kunnen ontstaan voor mensen om prettig en gezond (samen) te leven en er plek is voor alle (inkomens)groepen, ook kwetsbare Utrechters: van jong tot oud, voor een gezin of alleenstaande, van laagbetaalde werknemers, statushouders, bijstandsgerechtigden, doorstromers uit maatschappelijke opvang, studenten en zzp’ers tot leraren, bouwvakkers, verpleegkundigen en beginnende ondernemers. Utrecht wil meer balans brengen in vraag en aanbod en de bestaande mismatch in de woningvoorraad aanpakken. Daarvoor is de wens dat er fors gebouwd wordt zodat ook de doorstroming weer op gang kan komen. Utrecht streeft naar een woningvoorraad die in 2040 voor 35 procent bestaat uit sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studentenhuisvesting en waarvan minstens 70 procent behoort tot de kernvoorraad) en voor 25 procent uit woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop). Deze percentages zijn ijkpunten die richting geven. Zowel in de middencategorie als in het sociale segment maakt Utrecht hiervoor een inhaalslag.
Er wordt hierbij gekozen voor gezond stedelijk leven als koers voor de lange termijn. Daarom staan het bouwen van nieuwe woningen (en voorzieningen) gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid centraal.
41
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
Voor de korte termijn zijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt: • Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie. Het benutten van de groei van de stad om de partners van de gemeente te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werkt Utrecht naar de streefpercentages voor de lange termijn. • Meer gemengde wijken: De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. • Doorstroming: Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. • Een (t)huis voor iedereen: Utrecht streeft naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alle (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien. • Duurzaamheid en toekomstbestendigheid: Utrecht bouwt aan een duurzamere woningvoorraad en richt zich op thema’s als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Projectlocatie Overvecht is de wijk met het hoogste aandeel sociale huurwoningen (61%). Het percentage overige huur bedraagt 14% en het aandeel koop is 22%. Het project draagt bij aan meer gemengde wijken doordat er 80 sociale huurwoningen worden vervangen door 181 middenhuurwoningen.
Door de realisatie van deze middenhuurwoningen kan een betere doorstroming ontstaan in Overvecht terwijl in andere Utrechtse wijken meer sociale huurwoningen komen (o.a. Oudenoord en Defensieterrein). Door de toename van het aantal woningen wordt ook bijgedragen aan de bouwproductie op korte termijn en het verder verduurzamen van de woningvoorraad. 4.3.5. Actualisatie Groenstructuurplan (2018) De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Dit is vertaald in opgaves van stad en land verbinden, meer kwaliteit en meer groen in de stad en meer groen om de stad, groen en blauw voor ‘gezonde verstedelijking’ en ‘klimaatadaptatie’ In het structuurplan zijn de bestaande en wenselijke stedelijke groenstructuren vastgelegd in de kaart Visie Groenstructuur 2030. Hier wil de gemeente het groen en de ecologie behouden en het liefst zodanig verbinden dat er vanuit ander groen in de omgeving wordt aangesloten, zodat mensen, dieren en planten vanuit bijvoorbeeld binnentuinen naar de groenstructuur komen en terug. Op de visiekaart is de langs het spoor gelegen groenstrook aan de Brammendreef aangemerkt als uitbreiding groenstructuur en een bestaande groene verbinding.
Projectlocatie De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van de stedelijke groenstructuur maar het project maakt wel twee nieuwe verbindingen mogelijk zodat vanuit de buurt nieuwe (groene) verbindingen naar de groenstructuur langs het spoor gaan ontstaan. Ook wordt een deel van de collectieve binnentuin groen ingericht zodat de nieuwe woningen op korte afstand van bestaand en toekomstig groen zullen zijn gelegen. Zowel het bestaande als toekomstige groen zullen goed 42
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
bereikbaar zijn voor zowel toekomstige bewoners als bewoners van bestaande woningen in de omgeving. Door de toename van het aantal woningen (101) zal de hoeveelheid groen per huishouden in beginsel afnemen maar bij de herinrichting van de omgeving zal uiteindelijk meer groen worden gerealiseerd dan in de huidige situatie het geval is. 4.3.6. Bomenbeleid Utrecht (2009 en aangevuld in 2018) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld en in 2018 aangevuld met het initiatiefvoorstel herplantplicht4. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: 1. Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren; 2. De bomenstructuur verder verbeteren door hier bij beheer en onderhoud extra zorg aan te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten.
In de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 is herplant bij kapvergunningen verplicht gesteld. Indien verplanten of behoud niet mogelijk is, kan de eis worden opgelegd om op andere wijze groen aan te leggen door bijvoorbeeld zwaardere bomen of bosplantsoen, dak- of gevelgroen aan te planten ter compensatie. Bij compensatie wordt de volgorde aangehouden: 1e keus herplant op locatie, 2e keus herplant dichtbij locatie, 3e keus herplant elders. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot financiële compensatie waarbij de inkomsten worden geoormerkt voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Utrecht. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Projectlocatie In hoofdstuk 5 van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is een bomenparagraaf opgenomen. In deze bomenparagraaf is weergegeven, wat er met de bestaande bomen op de projectlocatie gebeurt.
4
In het in voorbereiding zijnde SPvE voor De Mix is ingegaan op het Bomenbeleid Utrecht 2009 waarbij abusievelijk geen verwijzing is opgenomen naar de aanvulling in 2018. 43
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
4.3.7. Utrechtse soortenlijst (2018) Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er een natuurtoets nodig of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied, verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden dan wel vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is. Naast de soorten uit de Wet natuurbescherming moet in de natuurtoets ook rekening worden gehouden met een aantal dier- en plantsoorten in Utrecht. Welke soorten dit zijn staat in de natuurwaardekaart in de nota Utrechtse soortenlijst. Projectlocatie Vanuit de Natuurwaardenkaart is bekend dat op en rond de projectlocatie de volgende beschermde dier- en plantensoorten voorkomen: egel, gewone dwergvleermuis huismus en de Utrechtse soort tongvaren. In de parkzone (groenstrook) langs de van Brammendreef leeft de Utrechtse soort kleine karekiet. En hier groeit Natuurlijk Hooiland dat beschermd wordt als Utrechtse soort. De boomkruiper leeft vlakbij het plangebied en de groenstrook. In hoofdstuk 5 is nader ingegaan op beschermde soorten. 4.3.8. Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld en voor het laatst is gewijzigd in april 2015, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden.
Dit betreft de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: • het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; • het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; • het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; • het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: • op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; • ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; • algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Projectlocatie Het plangebied is aangeduid met het beleidsniveau ‘open’. Bij de uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de criteria die gelden voor dit beleidsniveau.
44
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
4.3.9. Nota Stallen en parkeren (2013), inclusief Addendum Nota parkeernormen fiets en auto (2019) De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Hiermee is het nieuwe parkeerbeleid van kracht. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. De gemeente heeft een nieuwe visie op parkeren in voorbereiding. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren. De parkeernormen hebben een bandbreedte, om optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij de realisatie van bouwplannen.
Projectlocatie Overvecht is onderdeel van het stedelijk gebied zonder betaald parkeren (zone B2). In hoofdstuk 5 is nader ingegaan op het parkeren als gevolg van het project. Daaruit blijkt dat de herontwikkeling in lijn is met de Nota Stallen en Parkeren. De voor de extra woningen worden in het (toekomstig) openbaar gebied gerealiseerd. Het fietsparkeren wordt collectief in de plint van het nieuwe bouwvolume opgelost. 4.3.10. Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen (2016) De gemeenteraad heeft op 26 mei 2016 het mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan bestaat uit 3 delen: 1. Slimme Routes gaan over het handiger inrichten van de verbindingen voor voetganger, fiets, bus, tram, trein en auto. Bijvoorbeeld met doorfietsroutes, het kwaliteitsnet goederenvervoer en knooppunten; 2. Slim Regelen gaat over het slimmer organiseren van de stromen voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto's. Bijvoorbeeld door verkeerslichten met elkaar te laten 'praten', persoonlijke reisinformatie en informatie over vrije parkeerplaatsen voor auto's en fiets; 3. Slim Bestemmen zorgt dat nieuwe woningen, kantoren en bezoekersfuncties op de juiste plekken komen en dat deze goed worden ontworpen. Dit draagt bij aan slimmer vervoer en bijvoorbeeld goede bevoorradingsmogelijkheden.
De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: • Meer ruimte voor de voetganger en de fietser: Lopen en fietsen zijn de meest gezonde, milieuvriendelijke en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Om fietsers aan te moedigen, krijgt de stad nieuwe en snelle doorfietsroutes: extra brede en prettige fietspaden, los van de autodrukte.
45
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
•
•
14 april 2021
Aantrekkelijk openbaar vervoer voor de langere afstanden: Naast de voetganger en de fietser is het openbaar vervoer belangrijk. De bus en tram leggen snelle verbindingen met de binnenstad, Utrecht Sciencepark, Leidsche Rijn Centrum, wijken, de regio en de rest van Nederland. Hierdoor wordt het openbaar vervoer een betere keuze. Auto's langs de juiste routes: In de binnenstad, Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park is de auto te gast, met 30 km per uur als standaard maximumsnelheid. Stedelijke verbindingswegen verbinden de wijken met de RING. Waar het kan, krijgen wegen een stadsboulevard: veilig en goed oversteken en meer groen. Een aantrekkelijke plek voor bewoners, 50 km per uur geldt als snelheidslimiet. De gemeente wil automobilisten, die niet uit de stad komen of naar de stad gaan, zoveel mogelijk laten rijden via de RING. Hierdoor ontstaat er ruimte voor automobilisten die in stad moeten zijn. De beleidslijn uit de nota Stallen en Parkeren sluit aan bij de beleidslijn van dit Mobiliteitsplan. In dit Mobiliteitsplan is daarom geen nieuw beleid ten aanzien van het stallen van fietsen opgenomen.
Projectlocatie In het kader van de pilot Herinrichting Taagdreef e.o. worden alle straten in de woonbuurt versmald en heringericht naar 30 km/u-wegen. De Taag- en Rhonedreef, waar de bus over rijdt, wordt iets breder. Ook op die wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De ontsluiting van de woonbuurt via de Taag- en Ebrodreef is ongewijzigd. Binnen de woonbuurt is de auto te gast. Door een effectieve indeling en het dubbelgebruik van verharding door dat de auto ‘te gast’ is kan er veel groen en verblijfsruimte gemaakt worden waar lopen, verblijf, ontmoeting, en informeel spelen makkelijk mogelijk zijn. Voor de Taag-, de Ebro-, de van Brammen- en de Vader Rijndreef is een concept IPvE gepresenteerd. Om er voor te zorgen dat de parkzone langs het spoor beter bereikbaar is, zijn twee nieuwe openbare voetgangersverbindingen wenselijk tussen de bouwblokken aan de Vader Rijndreef en de van Brammendreef. Het project maakt deze nieuwe openbare voetgangersverbindingen mogelijk. 4.3.11. Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing.
Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: • nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; • behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid.
46
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Projectlocatie Ten behoeve van de te realiseren woningen is akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot weg- en railverkeer. De resultaten hiervan zijn beschreven in hoofdstuk 5. 4.3.12. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering.
In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Projectlocatie Op en nabij de projectlocatie bevinden zich geen inrichtingen, transportroutes of buisleidingen met gevaarlijke stoffen. 4.3.13. Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven is de vraag naar bouwgrond in Utrecht groot. Deze bouwgrond wordt momenteel van elders (vaak over lange afstand) aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.
Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De 47
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat onder meer uit: • een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; • lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; • een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond. Ander gemeentelijk beleid bestaat onder meer uit: • strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; • een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; • regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies.
De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; • regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; • tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). • verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Projectlocatie Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is bodemonderzoek uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. 4.3.14. Plan gemeentelijke watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: • een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; • het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is. 48
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
Projectlocatie Een watertoets is voor de herontwikkeling uitgevoerd. In hoofdstuk 5 zijn de uitkomsten van deze toets weergegeven. 4.3.15. Nota Volksgezondheidsbeleid ‘Gezondheid voor iedereen’ (2019) Om te zorgen voor een betere gezondheid voor alle Utrechters zijn onder meer 7 speerpunten geformuleerd, waar een gezonde leefomgeving er één van is. De leefomgeving van Utrechters dient zo te zijn ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. Dit wordt bereikt door diverse maatregelen te nemen voor gezonde lucht en geluid. Zo is er voor wat betreft geluid een ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen en mogen er geen horecavoorzieningen in rustige woonstraten bijkomen. Verder zal de hittestress worden beperkt door bijvoorbeeld bij de ruimtelijke inrichting te zorgen voor meer plekken voor verkoeling, zoals bomen. Bij een aanbesteding of gunning van ruimtelijke plannen neemt de gemeente relevante gezondheidsaspecten op. Deze gezondheidsaspecten vloeien voort uit het volksgezondheidsprofiel, de milieukwaliteit, de kwaliteit van de omgeving en de initiatieven van partners en bewoners in het betreffende gebied. Ontwikkelaars tonen aan hoe zij met hun ontwikkeling bijdragen aan de geselecteerde gezondheidsaspecten.
De openbare ruimte wordt ontworpen voor iedereen zo dat deze bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten. De aanwezigheid van groen is daarbij goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad. Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Daarom hanteert de gemeente het principe “groen, tenzij”: straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht. Daarnaast stimuleert de gemeente de aanleg van groene ruimtes en worden groene ruimtes bij ontwikkelplannen. beschermd. Elke Utrechter heeft verder de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. Projectlocatie Het project draagt bij aan een verbetering van de volksgezondheid doordat er ter plaatse van de projectlocatie twee nieuwe openbare verbindingen mogelijk worden gemaakt tussen de Camera Obscuradreef en het groengebied langs de Van Brammendreef. Deze verbindingen nodigen uit tot het maken van een ommetje en dus tot meer bewegen, maar ook tot betere toegang tot een schaduwrijke plek (namelijk de collectieve binnentuin).
Verder komt er als gevolg van de herinrichting van de openbare ruimte rondom de projectlocatie een speelplek van minimaal 500 m² voor kinderen in de leeftijd tot 12 jaar. Vanuit de bestaande en toekomstige woningen zal er voldoende zicht op de openbare ruimte zijn. Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met voldoende overzichtelijkheid en zichtbaarheid, een eenduidige en duidelijke zonering van territoria, (on)toegankelijkheid, een aantrekkelijke omgeving en goede verlichting. Evenals voldoende plekken die ontmoeting stimuleren. Op de aspecten geluid en luchtkwaliteit wordt nader ingegaan in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing.
49
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
4.3.16. Samen voor Overvecht (2019) De gemeente heeft samen met bewoners, professionals en ondernemers in Overvecht de wijkaanpak Samen voor Overvecht ontwikkeld. Bijzonder is de integrale aanpak: samen, sociaal en fysiek. In slimme en duurzame coalities en vanuit een brede blik wordt gewerkt aan de vijf ambities: 1. Plezierig wonen in een meer gemengde wijk; 2. Veilige buurten; 3. Perspectief voor de jeugd versterken; 4. Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat; 5. Meedoen & ondernemen met als doel een wijk waar bewoners prettig samenleven en die aantrekkelijk is voor nieuwe bewoners, bezoekers, investeerders en ondernemers. Een wijk waarin iedereen mee kan doen. In Samen voor Overvecht is de Camera Obscuradreef (de Mix) benoemd als één van die coalities, waar gewerkt wordt aan plezierig wonen in een meer gemengde en veilige wijk. Projectlocatie Het project geeft uitvoering aan Samen voor Overvecht door hier minder sociale woningen te maken en elders in de stad meer, maar ook door de openbare ruimte her in te richten samen met de bestaande bewoners. De Mix krijgt hier gestalte in gemengd wonen, werken en samen ontmoeten. 4.3.17. Ruimtelijke visie Overvecht (2005) Alhoewel de Ruimtelijke visie Overvecht al bijna 15 jaar oud is, is de essentie van de visie nog steeds actueel. De visie beoogt het groene raamwerk te versterken en meer variatie in woonmilieus te maken.
Voor elke woonbuurt is een woonmilieu bepaald. Het gewenste woonmilieu van de buurt waarin de Camera Obscuradreef is gelegen is stedelijk wonen. Bij stedelijk wonen zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: • Het gaat om een woonmilieu met een mix van eengezinswoningen en appartementen met voorzieningen op loopafstand. • De openbare ruimte heeft een stedelijke uitstraling en de binnenterreinen vormen een punt van rust. • De begane grond heeft een levendige uitstraling. • De openbare ruimte is begrensd met een duidelijke scheiding tussen de openbare ruimte en privéterrein. Projectlocatie De aspecten zoals genoemd in de Ruimtelijke visie Overvecht zijn onderdeel van de planvorming voor de projectlocatie. 4.3.18. Overvecht Spoorzone Vernieuwt (2009) Voor de Spoorzone hebben de gemeente en de Utrechtse woningcorporaties een gebiedsplan opgesteld. Dit plan is een uitwerking van de Ruimtelijke visie Overvecht met de vernieuwing van 50
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
woningen (renovatie en sloop/ nieuwbouw) en scholen alsmede de aanpak de woonomgeving. Inmiddels is bijna alles gerealiseerd op de renovatie van de Cleopatradreef e.o en de sloop/ nieuwbouw van de Camera Obscuradreef na. 4.3.19. Stedenbouwkundig programma van eisen Camera Obscuradreef – De Mix (concept) Het Stedenbouwkundig programma van eisen Camera Obscuradreef – De Mix is beschreven in paragraaf 2.3. Kortheidshalve wordt naar deze paragraaf verwezen. Het in voorbereiding zijnde Spve is ook als bijlage opgenomen.
51
Ruimtelijke onderbouwing Camera Obscuradreef – De Mix
14 april 2021
5. Omgevingsaspecten 5.1.
Verkeer en parkeren
5.1.1. Verkeer Het project leidt niet tot een aanpassing van de verkeersstructuur doordat de bestaande wegen rondom de projectlocatie gehandhaafd blijven. Gemotoriseerd verkeer dat van de N230 naar de projectlocatie rijdt zal daardoor, net als in de huidige situatie, voornamelijk via de route Einsteindreef-Brailledreef-Taagdreef (en visa versa) rijden of via de route MoldaudreefMoezeldreef-Marnedreef-Zamenhofdreef-Brailledreef/Rhonedreef-Taagdreef (en visa versa). Alhoewel het project vanuit planologisch oogpunt niet tot een toename van het aantal woningen leidt (aangezien het beoogde woningaantal ook mogelijk is binnen de toegestane bouwvolumes in het geldende bestemmingsplan), is er feitelijk wel sprake van een toename van het aantal woningen. Op de projectlocatie zijn momenteel 80 sociale huurwoningen aanwezig. In de toekomstige situatie zijn 181 woningen voorzien die tot de middeldure huursector zullen behoren. Dat komt neer op een toename van maximaal 101 woningen. Ook zullen er 5 bedrijfsruimtes worden gerealiseerd met een totale omvang van circa 200 m² bvo en aan de zijde van de Camera Obscuradreef die zal worden ingericht als een buurtkamers van circa 40 m². De invulling van de bedrijfsruimtes is nog niet bekend maar het gaat om functies als kleinschalige bedrijven, kantoren en/of maatschappelijke voorzieningen.
Om de verkeersgevolgen van het project inzichtelijk te maken kan gebruik worden gemaakt van landelijke verkeerskencijfers van het CROW, zoals bedoeld in CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Uit de CROW publicatie 381 blijkt dat voor sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen in een gebied als Overvecht (zeer sterk stedelijk gebied, rest bebouwde kom) een verkeerskencijfer van 2,8 tot 3,6 verkeersbewegingen per woning per etmaal is aangegeven. Voor de mogelijke functies in de bedrijfsruimtes zijn verschillende verkeerskencijfer aan de orde. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt veiligheidshalve uitgegaan van functies met een hoge verkeersaantrekkende werking, zoals een kinderopvang (25,7 tot 30,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo), een tandartspraktijk (21,9 tot 28,3 verkeersbewegingen per behandelkamer), een huisartspraktijk (18,1 tot 22,5 verkeersbewegingen per behandelkamer) en kantoor met baliefunctie (6,5 tot 8,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo). Voor de buurtkamer wordt uitgegaan van uitsluitend bezoekers uit de buurtwaardor er geen gemotoriseerd verkeer zal plaatsvinden. Deze functie is daarom verder buiten beschouwing gelaten. Als gevolg van het project zal het aantal verkeersbewegingen vanwege de 101 extra woningen met 283 tot 364 motorvoertuigen per etmaal toenemen.