CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota SVU 2040

Gemeenteraad 2 oktober 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Sociale Visie Utrecht 204020.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij is het belangrijk dat professionals elkaar goed weten te vinden, maar ook dat erop organisatorisch niveau helpende afspraken zijn die bijdragen aan het welzijn van kinderen.” • In het hoofdstuk “wat vraagt dit van de gemeente” hebben we bij het kopje “eenvoud” toegevoegd: “Ook zoeken we de samenwerking met andere domeinen zoals het medisch domein of langdurige zorg om, waar mogelijk, meer vanuit samenhang zorg te kunnen bieden aan inwoners”.

voor de dialoog is om te reflecteren op wat die cijfers ons vertellen. We zullen het samen moeten doen! 10. Groepsgericht werken is niet de sleutel tot besparingen maar echt een andere benadering van hulp en ondersteuning. Dit vraagt ook erkennen dat dit voor iedereen anders is (voor degene die de hulp en ondersteuning ontvangt, degene die de hulp biedt én de omgeving waarin onze inwoners leven). Het is ook niet dé oplossing voor het tegengaan van polarisatie en voorkomen eenzaamheid, mogelijk wel een bijeffect. Het levert ook niet 1 op 1 efficiency op met minder inzet van professionals. Een aanname die wel tussen de regels door klinkt. 11. Het komen tot laagdrempelige centra is een mooie ambitie die we van harte ondersteunen. Daarbij zien wij juist een meerwaarde als dit breder gaat dan zorg en ondersteuning. Sterker, het zou moeten beginnen bij een normale ontmoetingsplek in de wijk. Denk aan een sportclub of een cultuurhuis. Op die plek kunnen we zorg waar nodig toevoegen, terwijl de basis het normale leven en de nabije ondersteuning is, in de privésfeer, buurt of sociale basis. Dit is juist daarom ook zeker niet alleen een sociaal domein opgave, maar dit uitgangspunt vraagt ook veel van de ruimtelijke strategie en uitwerking daarvan in omgevingsvisies, ontwikkelplannen en zelfs ook bestemmingsplannen en vastgoedbeleid.

Pas dan kan je écht op plekken in de wijk meerwaarde realiseren in ruimte, leerbaarheid en gezondheid binnen beschikbare financiële kaders. We danken u voor de mogelijkheid om mee te denken over de sociale visie 2040. Uiteraard zijn we met elkaar bereid de sociale visie verder te brengen en uit te voeren!

Duurzaam Utrecht

Geachte burgemeester en wethouders, Hartelijk dank voor de uitnodiging om een zienswijze te geven op uw plannen voor de Sociale Visie 2040. Ik maak hier graag gebruik van. De gemeente streeft naar een samenhangender sociaal beleid in een sterk groeiende stad (van 375.000 naar 473.000 inwoners in 2040), met steeds beperktere menskracht en financiële middelen. Vanaf ‘ravijnjaar’ 2026 krijgen alle gemeenten veel minder geld vanuit het gemeentefonds van de rijksoverheid. Binnen deze randvoorwaarden streeft de gemeente Utrecht naar een rechtvaardige stad. Hierdoor geïnspireerd ontwikkelde de gemeente de ‘Sociale Visie 2040’ waaraan ze in de geest van stadspatroon Sint Maarten samen wil werken met burgers en organisaties in Utrecht.

Het doel is: “Utrecht is in 2040 een inclusieve, veerkrachtige en gezonde gemeenschap, waarin alle inwoners een gelijke kans hebben om mee te doen en om zich te ontwikkelen tot wie ze kunnen én willen zijn.” Met vijf leidende principes wil de gemeente dit doel bereiken: 1) “In alles wat we doen staat het dagelijks leven van Utrechters en eenvoud centraal… 2) We maken samen de stad… 3) Ongelijk investeren voor gelijke kansen… 4) Voorkomen is beter dan genezen… 5) Focussen op het aanpakken van grondoorzaken…” (Utrecht, 2024b) Alles bij elkaar biedt de visie een aanlokkelijk perspectief op een stad waar iedereen zich thuis voelt en voor elkaar zorgt, onder regie en in samenspraak met de gemeente. Wie wil daar niet wonen? (1) In het huidige Visiedocument blijft een gedegen analyse van sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen nog wel onderbelicht. De gemeente stelt zichzelf en haar inwoners ambitieuze en loffelijke doelen, maar geeft weinig overtuigende argumenten om de haalbaarheid binnen 15 jaar aan te tonen. Ter aanvulling zou de gemeente bijvoorbeeld kunnen onderzoeken hoe haar strategie uitwerkt onder invloed van de vier ‘Reference Foresight Scenarios of the Global Standing of the EU in 2040’ van het Gemeenschappelijk Onderzoekscentrum van de Europese Commissie (Vesnic Alujevic et al., 2023).

De referentiescenario’s zijn: - ‘Storms’ waarin samenlevingen meer egocentrisch en in zichzelf gekeerd worden, met sterkere naties en regionale blokken. - ‘End game’ waarin economische groei en concurrentievermogen het winnen van welzijn en sociale gelijkheid. - ‘Struggling synergies’ waarin er een sterke multilaterale beweging is die vastbesloten is om klimaatverandering te bestrijden, waarbij andere aspecten van duurzaamheid minder aandacht krijgen - ‘Opposing views’ waarin de samenleving verdeeld is tussen een regeneratieve en een exploiterende alliantie, die allebei hun denkkader proberen op te leggen. (2) Bij oppervlakkige lezing wekt de visie de indruk dat Utrecht een beetje op een eiland ligt, grotendeels beschut tegen invloeden van buitenaf. Zo’n lokaal perspectief lijkt misschien vanzelfsprekend vanuit het perspectief van het gemeentebestuur, maar beantwoordt niet aan de leefwereld van veel Utrechters.

Hoeveel forenzen wonen er in Utrecht en werken elders, of omgekeerd? Hoeveel studenten zijn hier niet geboren en blijven na hun studie ook niet hangen? Hebben inwoners met een van de 170 niet-Nederlandse nationaliteiten geen praktische en emotionele relaties met mensen in de rest van de wereld? En op hoeveel borden ligt alleen lokaal geproduceerd eten? Is Utrecht niet al sinds 2010 een Fair-Trade gemeente ( Ik hoop niet dat Utrechters in de geest van Sint Maarten alleen doneren aan de lokale voedselbank en zich niet inzetten voor ontwikkelingssamenwerking met landen waar het leven een stuk zwaarder is dan hier. Kortom, als u het mij vraagt, kan de Sociale Visie 2040 van de gemeente Utrecht er op vooruit gaan door meer vanuit het perspectief van burgers in hun relaties binnen en buiten de stad te redeneren, en door te onderzoeken hoe de strategie van de gemeente ondersteund of tegengewerkt wordt door mogelijke geopolitieke ontwikkelingen.

Cliëntenplatform Participatiewet Utrecht

1.

Het Cliëntenplatform Participatiewet Utrecht wil voorstellen een zesde leidend principe toe te voegen aan de al beschreven vijf principes: vertrouwen in de gemeente. Het is van groot belang dat de stad actief blijft in het tegengaan van polarisatie en wantrouwen richting de overheid, en dat de bestaande basis van dienstverlening van de gemeente duidelijk en betrouwbaar blijft.

7. De suggestie om prioriteit te geven aan de uitwerking en uitvoering van ongelijk investeren voor gelijke kansen is in lijn met de SVU 2040. Die uitwerking vindt plaats in de praktijk en staat meer centraal in nota's en uitvoeringsprogramma's. 8. Concrete uitwerking van wat er nodig is voor het ondersteunen van gemeenschapskracht is onderdeel van de betreffende nota’s en uitvoeringsprogramma’s en geven we graag samen vorm met de partners en inwoners. 9. In de visie is toegelicht dat de basis van het sturingsmodel is en blijft dat het model in balans moet zijn. Hierbij wordt ook expliciet aangegeven hoe we dit model richting 2040 verder gaan verstevigen. Goed om in gesprek te zijn over hoe dit in de praktijk wordt ervaren en daarvan te leren. Daarover hebben we ondertussen een afspraak gemaakt met elkaar. 10. We benoemen in de SVU 2040 alle manieren waarop groepsgericht werken bijdraagt aan meerdere doelen, we zien naar aanleiding hiervan geen reden om de visie aan te passen. 11. We onderstrepen het belang van de ruimtelijke strategie in het realiseren van “sociale opgaven”. In de visie is in het hoofdstuk “Gezond samen leven” uitgewerkt hoe we hier vorm aan geven. Daarbij is de SVU 2040 nadrukkelijk gekoppeld aan de RSU 2040 en zo ook onderdeel van de Omgevingsvisie. 1. We danken Duurzaam Utrecht voor de suggesties omtrent voorspellen.

In de visie zit als bijlage een lange termijn analyse. Deze lange termijn analyse is slechts een samenvatting en prioritering van meerdere methodieken, bijeenkomsten en exercities. Deze analyse is het resultaat van een langlopend traject die heeft geleid tot de toekomstverkenning ‘Utrecht 2060’. Dit is een exercitie van de gemeente Utrecht, partners (uit de stad en daarbuiten) en Future Motions. Hierbij zijn verschillende methodieken gebruikt om vooruit te kijken naar niet alleen 2040, maar ook 2060. Meer informatie hierover leest u in dit rapport. Hierin staat meer informatie over de aanpak, maar ook over de scenario’s. 2. De geopolitieke verhoudingen die u noemt zijn in dit traject aan bod gekomen en goed bekeken. Er is gekozen om in de bijlage de trends te prioriteren met een hele directe impact op Utrecht, dit betekent uiteraard niet dat we als gemeente geen oog hebben voor belangrijke regionale, nationale en internationale trends.

1. We erkennen dat vertrouwen in de gemeente heel belangrijk is. Dit is daarom expliciet onderdeel in de uitleg van het leidende principe “samen stad maken”.

Reactienota, januari 2025

11

Nee.

Nee.

2.

Utrechtse adviescommissie LHBTIQ+

Daarop zijn onze aanbevelingen gebaseerd. In de bijlagen benoemt de gemeente in de graphic Inzichten uit de wetenschap (pagina 48) dat de rol van de overheid van groot belang is. Zo wil Utrecht streven naar minder (nieuw) beleid en zorgen voor beter onderbouwd en integraler beleid. Ook wordt genoemd dat de theorie van ‘rechtvaardige stad’ een leidraad is die houvast geeft in het werken aan een open en betrouwbare overheid die handelt vanuit gepast vertrouwen. Deze termen komen momenteel niet duidelijk terug in de leidende principes. De gemeente heeft al een goede stap genomen met het implementeren van het stress-sensitief werken, maar dit is slechts een deel van de oplossing. De gemeente kijkt nog voor een groot deel vanuit het juridisch perspectief wanneer het gaat om bezwaar maken en klachten indienen. De inwoners hebben het ook nodig om eventuele emoties kwijt te kunnen, bijvoorbeeld over verwachtingen die niet kloppen. Ze willen de gevolgen van een beslissing graag delen. Als deze gevoelens niet geuit kunnen worden, bestaat de kans dat ze uitgroeien tot wantrouwen. Wat dat wantrouwen kan voorkomen dan wel verminderen, is inwoners het gevoel geven dat ze gezien en gehoord worden (noot 1).

Uit onderzoek blijkt dat het vertrouwen in instanties verbetert wanneer inwoners zien dat de gemeente actief meedenkt en de onderliggende oorzaken van de problematiek erkent: klasse, geslacht, nationaliteit en beperkingen. De gemeente verkeert in een lastige positie wat betreft wantrouwen tegen de overheid. Enerzijds speelt voor inwoners dat instanties zoals het UWV, DUO en de Dienst Toeslagen fouten maken en met de gemeente op één hoop gegooid worden. De burger ziet maar één ‘overheid’ (noot 2). Anderzijds bevindt de gemeente zich in de unieke positie dat ze deze trend van wantrouwen kan doorbreken. De gemiddelde inwoner heeft namelijk meer contact met de gemeente dan met andere instanties. Door positieve ervaringen te maken van de klantcontacten worden de negatieve ervaringen uit het verleden in perspectief geplaatst. De reden dat wij graag het vertrouwen in de gemeente als leidend principe toevoegen is dat de bestaande vijf principes zowel positief als negatief kunnen uitpakken op de beleving van het wantrouwen. Zo kan het eerste principe (we maken samen de stad) op inwoners overkomen alsof ze er juist alleen voor staan, zonder steun van de gemeente. Samenwerken en in de wijk regelen wat geregeld kan worden is goed, maar dit moet niet omslaan in een gevoel van alleen staan bij de inwoner.

De meest kwetsbare inwoners zijn vaak juist kwetsbaar omdat ze geen sociaal netwerk hebben waarmee ze samen kunnen werken, of ze zijn afhankelijk van anderen en willen dat hun buren en vrienden niet aandoen. Ongelijk investeren voor gelijke kansen is een ideologisch streven dat op het eerste gezicht positief is. Toch is er in de praktijk een reële kans dat er groepen worden overgeslagen omdat zij niet goed in beeld zijn bij de gemeente. Dan bestaat het risico dat juist zij die het meest kwetsbaar zijn, alsnog worden overgeslagen. Om in beeld te komen bij de gemeente is het voor deze groepen eerst nodig hun vertrouwen in de gemeente te herstellen. En wie kan erop tegen zijn te voorkomen in plaats van te genezen? Hierbij wel de kritische noot dat er op dit moment al veel Utrechters zijn die nu in de problemen zitten. Ook voor hen die nu kwetsbaar zijn, moet hulp beschikbaar blijven. Het is onmogelijk om voor meer dan 375.000 inwoners maatwerk te leveren, daar zijn we ons van bewust. De dienstverlening zo aanpassen dat deze voor meer inwoners duidelijk en helder is, zal een groot verschil maken. Daar zet de gemeente al stappen in. Daarnaast zouden we ook graag zien dat bestaande afspraken met inwoners, bijvoorbeeld over de thuiszorg, hulp vanuit het buurtteam en beloften gemaakt op inspreekavonden, gehonoreerd worden.

Het is essentieel dat de gemeente haar woord houdt en, als dat niet (langer) mogelijk is, de voor- en nadelen helder en transparant uitlegt aan de betreffende inwoners.

Voetnoten: 1 Parents living in poverty and the welfare system: the conditions for trust. Grossman et al., 2021. 2 Gebroken Beloften van de Rechtsstaat, Staatscommissie Rechtsstaat, 2024. 1. De commissie zou graag zien dat de lhbtiq+ gemeenschap genoemd wordt in dit document, zodat de gemeente expliciet uitdraagt waar zij voor staat. Dit kan bijvoorbeeld bij de verschilmakers onder het kopje 'Kansrijk opgroeien'. Ook mist er enige intersectionaliteit van verschillende kwetsbaarheden. 2. De commissie zou graag de strategie bij deze visie zien. Hoe kom je tot deze resultaten? En hoe ga je meten of dit ook lukt? 3. De commissie merkt op dat de oorzaken van o.a. huisvesting, gebrek aan verbinding en dergelijke niet worden benoemd. Wat zijn de oorzaken van deze (structurele) problemen en waarom stelt de gemeente dit voor als oplossing? Er mist een analyse. 4. De commissie vraagt zich ook af hoe de gemeente dit kan blijven dragen tot 2040. Met name omdat de landelijke politiek op dit moment een andere koers vaart. Wat doe je als je een uitzondering op de regel bent? Hoe maak je dat waar, ook als bijvoorbeeld de Rijksoverheid niet altijd ondersteunt, denk bijvoorbeeld aan de bed-, bad- en broodregeling?

2. We erkennen dat het belangrijk is om gemaakte afspraken te honoreren en te werken vanuit de leefwereld van inwoners. Dit ligt voor ons aan de basis van een goede samenwerking. Daarmee valt het voor ons onder het leidende principe “samen stad maken” en het leidend principe “In alles wat we doen staat het dagelijks leven van Utrechters en eenvoud centraal” .

1. We zien dat we explicieter kunnen benoemen dat deze visie bedoeld is voor alle Utrechters en dus ook voor Utrechters uit de LHBTIQ+. Dit hebben we aangepast in de SVU 2040, bij het toekomstbeeld, om aan te geven dat het gaat over alle Utrechters, ook uit de LHBTIQ+ gemeenschap. 2. Hoe we komen tot de gewenste resultaten staat toegelicht in hoofdstuk C.2 Voortgang en Verantwoording. Daarnaast beschrijven we wat in hoofdstuk B.2 wat de uitwerking van de visie van ons als gemeente vraagt. Veel concrete uitwerking van wat er nodig is, is onderdeel van de betreffende nota’s en uitvoeringsprogramma’s. 3. Een samenvatting van de analyse van deze grondoorzaken zit als bijlage bij de SVU 2040. 4. De SVU 2040 is o.a. bedoeld om als gemeente koers te houden en tegen te sturen binnen veranderende omstandigheden (zoals landelijk beleid). Wanneer er concrete dilemma’s ontstaan (bijv. m.b.t. financiering door de rijksoverheid) is de visie leidend.

Reactienota, januari 2025

12

Ja: • In het Toekomstbeeld is de LHBTIQ+ gemeenschap expliciet benoemd.

Inwoner

Naar aanleiding van de publieksversie heb ik de volgende opmerkingen: 1. In hoeverre hoort dit bij de kerntaken van een gemeente? Prima dat jullie dit doen. Maar ik vind het lastig om te beoordelen hoe sommige dingen, zoals de nadruk op gezond”, bij de kerntaken van een gemeente horen. Ik weet natuurlijk dat de gemeente verantwoordelijkheden heeft aangaande WMO, jeugdzorg en uitkeringen, maar ik vind dit toch wel wat afwijken van de taken. Taken van een gemeente | Gemeenten | Rijksoverheid.nl 2 In hoeverre is “gezond” alleen maar eten, drinken en bewegen? “Er is veel geïnvesteerd juist in die Utrechtse buurten waar de (risico’s op) gezondheidsachterstanden het grootst waren. In heel Utrecht is gezond eten, drinken en bewegen is tegenwoordig vanzelfsprekend”. Ik ben tegen betutteling van de gemeente over wat ik eet, drink en beweeg. Van de andere kant heb ik wel last van alle ongezonde eetgelegenheden om de volgende redenen: Het zijn veelal afhaaleetgelegenheden, deze verspreiden meestal sterke geuren waar je je niet voor kunt afsluiten. Afhaaleten leidt tot eten op straat. Dat leidt tot knoeien of zelfs bewust eten of verpakking op straat gooien. Dat maakt de stad lelijk en trekt ongedierte aan. Eten met aandacht is veel gezonder. Je kauwt beter en bent sneller verzadigd dan wanneer je lopend en zonder aandacht iets naar binnen werkt. Elke afhaaltent vervangt een leuke winkel.

Het aanbod van leuke winkels, met name in de binnenstad, is de laatste jaren pijlsnel gedaald, waardoor ik veel minder in de binnenstad kom. Het is gewoon niet leuk meer met alleen maar horeca. Het evenwicht is nu behoorlijk verstoord. Nu zal de binnenstad niet uw prioriteit hebben over dit onderwerp, maar waarom andere wijken wel “gezond maken” maar de binnenstad vol ongezonder verleidingen laten? Mensen uit andere wijken komen ook in de binnenstad. Ik zou dus graag ook een “gezond” vergunningenbeleid voor horeca willen zien. Ik mis ook een paragraaf over roken. Waarom mag je in de horeca niet meer binnen roken (hetgeen veel ongezonde! geluidsoverlast voor omwonenden oplevert omdat iedereen buiten gaat staan praten) maar wel shisha roken in een shishalounge? Waarom wordt de verkoop van tabak ontmoedigd maar opende er in 2024 er wel een nieuwe coffeeshop? Ik heb geen problemen met roken, shisha of joints en zo, maar het is allemaal even ongezond en het beleid is niet erg consistent. Daarnaast is er alcohol en andere drugs. Die zijn ook niet echt gezond. Misschien wilt u dit even laten rusten omdat je nu eenmaal niet alles tegelijk kunt aanpakken. Het zou wel handig zijn als u dat ook vermeldt. Kortom: “gezond” is een hele grote ambitie, met veel aspecten, meer dan alleen eten, drinken en bewegen.

Ook geluidsoverlast, roken, alcohol en andere drugs, luchtkwaliteit en andere zaken spelen hier mee. 3 Financiële bestaanszekerheid: iedereen kan rondkomen Iedereen die echt niet kan werken heeft ook recht op een goed leven en prima dat u mensen daarmee gaat helpen. Echter, ik lees alleen maar dat u mensen gaat helpen om de juiste toeslagen te ontvangen. Ik zie geen plannen om mensen die wel kunnen, maar niet willen werken, een stimulans te geven om wel te gaan werken. Ook vrijwilligerswerk kan een goede bijdrage aan de maatschappij leveren, en aan de mensen in kwestie. Ik zou daar wel graag aandacht voor willen hebben. Daarnaast raad ik ook aan om mensen die niet méér werken dan ze doen omdat ze anders hun toeslagen kwijtraken, te verleiden om toch meer te gaan werken. Dat levert later namelijk ook meer pensioen op als je in loondienst bent. Aangezien er momenteel voortdurend gemorreld dreigt te worden aan de koppeling minimumloon met uitkeringen en AOW verwacht ik dat later de AOW echt te weinig is om van te leven, en dan is een pensioen echt nodig. Ik weet dat het voor veel jongeren een “ver van mijn bed” show is, dat was het voor mij ook, maar pensioen is echt belangrijk. En met een uitleg over de “drie potjes” (AOW, pensioen en eigen spaargeld) is het niet supermoeilijk uit te leggen.

Ik draag graag mijn steentje belastinggeld bij, maar dan verwacht ik dat iedereen die dat kan, ook bijdraagt. En dat u dat ook probeert te stimuleren. 4. Gezond samen leven: een zorgzame gemeenschap in een gezonde leefomgeving “We willen een leefomgeving creëren die gezond samen leven stimuleert en waarin de gemeente een actieve rol neemt in het realiseren en behouden van maatschappelijke voorzieningen waar mensen worden uitgenodigd om te bewegen, gezond te eten en elkaar te ontmoeten.” Wat gaat u doen aan de toegankelijkheid van de stad voor mensen met een beperking? Met een rollator kom je nauwelijks de binnenstad of Wittevrouwen door. Je kunt de bieb op de Neude vaak niet in omdat de lift regelmatig stuk is. De roltrappen op het station werken meer niet dan wel. Dat helpt dus niet voor “bewegen” en “ontmoeten”. En het schrappen van de Plusbus helpt ook niet mee. Mijn voorbeelden zijn met name vanuit de binnenstad, omdat ik die het beste ken, maar dat zal vast ook gelden voor openbare gelegenheden, trottoirs, stations en liften in andere wijken. Toegankelijkheid is zeer belangrijk, anders gaan mensen de deur niet uit.

1.

De indiener van de reactie vraagt of het bevorderen van gezondheid een taak is van de gemeente. De gemeente heeft naast andere taken ook een wettelijke taak op het terrein van volksgezondheid. Gemeenten zijn bijvoorbeeld opdrachtgever van de regionale GGD en de gemeente heeft tot taak om gezondheidsbeleid maken. In deze visie brengen we de taken in het sociaal domein samen. 2. De zienswijze gaat in op het vraagstuk van stimuleren van gezonde leefgewoonten in het gedrag (eten, drinken, niet roken en bewegen). Er wordt aangegeven dat een gezond vergunningsbeleid gemist wordt ten aanzien van horeca naar aanleiding van observaties in de binnenstad. Ook vraagt de zienswijze aandacht voor een helder beleid ten aanzien van middelengebruik, met vragen als: wat doet de gemeente precies op aanpak middelen en wat zijn hierin de regels? Bijvoorbeeld waarom er wel gerookt mag worden in shisha lounges, maar niet in andere binnenruimtes. De inwoner geeft aan het beleid van de gemeente niet consequent te vinden al kan de inwoner zich ook voorstellen dat we niet alles tegelijk kunnen aanpakken. In de visie geven we aan dat we toe willen werken naar een leefomgeving waarin de gezonde keuze de norm is. We zien dat er nog veel winst te behalen is en zullen daar de komende jaren ook op inzetten. Daarvoor hebben we wetgeving van het Rijk nodig. 3.

Ten aanzien van financiële bestaanszekerheid vraagt de zienswijze meer nadruk op het stimuleren van werk en vrijwilligerswerk. We herkennen dat er zinnen ontbreken over inkomen uit duurzaam werk. Onder andere op basis van uw reactie voegen we in het hoofdstuk financiële bestaanszekerheid duurzaam werk vaker toe aan de tekst. Het belang van vrijwilligerswerk herkennen wij en is een belangrijk onderdeel in het hoofdstuk gezond samenleven. 4. De zienswijze vraagt aandacht voor het thema toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Hier hebben we meer reacties op gekregen en dat is op meerdere manieren toegevoegd aan de visie.

Ik hoop dat ik wat nuttige punten heb aangedragen en wens u veel succes met de uitvoering.

Reactienota, januari 2025

13

Ja, in het hoofdstuk financiële bestaanszekerheid is duurzaam betaald werk toegevoegd: • “We willen dat inwoners over voldoende financiële middelen beschikken, bij voorkeur uit duurzaam betaald werk.” En “Bestaanszekerheid (bij voorkeur door duurzaam betaald werk) als speerpunt te kiezen … benutten”. • In de verschilmaker gezond samenleven is specifiek toegevoegd dat toegankelijkheid van de voorzieningen van groot belang is. Daarin hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen.

3 Partnerbijeenkomst 21 januari 2025 Op 21 januari is er een partnerbijeenkomst waarbij ongeveer 60 deelnemers van verschillende partners aanwezig waren (zie de bijlage voor aanwezige organisaties). We zijn daar in gesprek gegaan over de feedback met elkaar. Hieronder ziet u het verslag van de bijeenkomst. Er is veel waardevolle input gegeven en in de kolom weging benoemen we welke punten we hebben meegenomen in de wijziging van de visie. Hierin gaan we niet in op alle benoemde punten in de bijeenkomst, zoals u kunt zien was het ook een gesprek met daarin soms verschillende visies op een onderwerp. Tijdens de presentatie is vermeld dat als partijen een individueel antwoord wilden krijgen op hun feedback dat zij dit konden indienen via een zienswijze. Hebben de reacties en de weging hiervan Rode draden uit Reacties Weging geleid tot een wijziging van de SVU 2040? gehele bijeenkomst Zo ja, wat is er gewijzigd? Samenwerken binnen en buiten het sociaal domein en voorkomen versnippering

Verbinding andere domeinen/ financiers/partners

Concreetheid/ uitwerking en stevigheid van de visie

• • •

Belangrijk dat wij ons ook verdiepen in elkaars positie om samen effectief te kunnen zijn. Kansen door beter samen te werken. Besef dat je het niet alleen doet en dat je transparant bent met elkaar over wie welke rol heeft. Gemeente blijft verantwoordelijke maar wij hebben het ook als partijen met elkaar te organiseren. • Om ook als partijen minder versnipperd te werken en uitvoering te kunnen geven aan de leidende principes is het belangrijk dat we ook zicht krijgen in welke partijen er zijn (sociale kaart). • Er is behoefte bij inwoners om te weten waar je wat vindt. En ook dat je kunt putten uit voorbeelden (dus een overzicht van initiatieven) belangrijk is dat nagedacht wordt over hoe je initiatiefnemers kan faciliteren, bijvoorbeeld zicht op voorbeelden vertalen en toerusten. • De versnippering heeft ook een negatief effect op de burgers en het vertrouwen wat zij hebben in de gemeente. • Het wijkplatform kan aandacht vragen voor de thema’s, sociaal en ruimtelijk komt bij elkaar • Mooi dat deze leidende principes zijn opgesteld met Werk en Inkomen, Maatschappelijke Ontwikkeling en Volksgezondheid, maar dit is nog heel beperkt. Er zit ook een sterke relatie met bijvoorbeeld vervoer of bij wonen.

Als je niet zorgt dat deze leidende principes daar ook gaan gelden dan gebeuren daar weer andere dingen en worden daar weer andere keuzes gemaakt die haaks kunnen staan op de leidende principes die hier staan beschreven. Op dit moment is er bijvoorbeeld in de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone onvoldoende ruimte voor ontmoeting, buurthuizen etc. Zorg voor bredere implementatie en wacht er niet te lang mee, want nu worden de projecten voor de toekomst ontwikkeld en loop je straks achter de feiten aan. Een ander onderwerp dat in meerdere groepjes terugkwam is de verbinding met andere financiers, bijvoorbeeld zorgverzekeraars, bedrijven en met andere domeinen binnen de gemeente. Deze werd niet altijd goed gezien. Dit staat deels benoemd in een hoofdstuk dat tijdens de bijeenkomst niet centraal stond, het hoofdstuk B2.2, ‘wat vraagt dit van de gemeente’. • De community gedachte moet ook in de commerciële sector gestimuleerd worden, wat kunnen bedrijven bijdragen aan deze opgave • Wat is de rol van lokale bedrijven, die moet je stimuleren daar komt iedereen bij elkaar • Verbinding met andere financiers of domeinen (bv veiligheid) nog niet voldoende gezien. Wat doen we daarop, wat is onze invloedsfeer, wat is onze lobby • Relatie met ZVW en WLZ komt onvoldoende terug.

Als we grondoorzaken willen aanpakken moeten we ook zeker naar deze domeinen kijken • Ik mis de samenwerking met de zorgverzekeraar (kan prominenter terugkomen) • Goed dat er een set leidende principes is voor het sociaal domein, maar hoe zit dit nu met andere afdelingen buiten het sociaal domein. Als je dit niet meteen voor de hele gemeente doet dan gebeuren er weer dingen die daar haaks op kunnen staan. Zorg voor brede implementatie

We vinden het fijn om te horen dat de partners ook veel kansen zien in de samenwerking, het werken vanuit de leefwereld van de inwoner en in het bevorderen van eenvoud in dienstverlening. De visie draagt daaraan bij en versterkt deze beweging.

Nee.

•

Er was een aantal reacties over de mate van concreetheid van de visie en over de keuzes die je kan maken op basis van de visie. Er werd deels aangegeven dat de visie helpend is, maar ook dat er meer richting gegeven kan worden door het concreter te maken of meer schurend. In het gesprek dat ontstond is aangegeven dat de concrete uitwerking te vinden is/volgt in de beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s en dat de visie helpt bij keuzes die we maken in de toekomst en bij te ontwikkelen beleid. • Hoe wil je de visie gebruiken, wie moet ermee werken, dit gaat onze professionals nog onvoldoende helpen. Iedereen is het ermee eens. • De visie gaat helpen om keuzes te maken een geeft richting • Meer richting gewenst over wat we niet meer doen • Soms kan het steviger. Er staat nu bijvoorbeeld dat we bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis maar dat is niet heel erg stevig geformuleerd als je dit zo belangrijk vindt vanuit het idee dat de sociale basis steeds belangrijker wordt en bijdraagt aan het gezond samenleven.

•

Ja: • In het hoofdstuk “Wat vraagt dit van de gemeente”, hebben we toegevoegd: “Hiervoor maken we gebruik van ervaringskennis die we al in huis hebben (denk aan klachten en signalen van inwoners of peilingen) en zoeken actief naar samenwerkingen met inwoners, ervaringsdeskundigen, uitvoeringspartners en bedrijven in concrete opdrachten”. • Bij de verschilmaker gezond samenleven hebben we het volgen de toegevoegd: “Zoals verkennen of samen inkopen van zorg een mogelijkheid is of het gezamenlijk organiseren van voorzieningen”. • In het hoofdstuk “wat vraagt dit van de gemeente” hebben we bij het kopje eenvoud toegevoegd: “Ook zoeken we de samenwerking met andere domeinen zoals het medisch domein of langdurige zorg om, waar mogelijk, meer vanuit samenhang zorg te kunnen bieden aan inwoners”. Ja: • In de inleiding is de volgende zin toegevoegd: “Een visie moet richting geven voor de lange termijn en is een kompas voor de gezamenlijke koers. Hierdoor is een visie minder concreet dan een beleidsnota of uitvoeringsnota. We geven richting door onder andere focus aan te brengen en met gezamenlijke leidende principes”.

• •

We erkennen dat de samenwerking met bedrijven belangrijk is. Dit werd al beschreven in het hoofdstuk “wat vraagt dit van ons”, maar hebben we n.a.v. deze input explicieter gemaakt. We erkennen dat de samenwerking met de zorgverzekeraars en WLZ veel kansen biedt en hebben dit meer expliciet gemaakt in de visie. We herkennen dat de visie vooral is geschreven vanuit de samenwerking in het sociaal domein. Betere samenwerking in het sociaal domein draagt ook bij aan andere domeinen, zoals het veiligheidsdomein. Verder is in de visie ook de verbinding gelegd met het ruimtelijk domein. De SVU en de RSU zullen tezamen onder de omgevingsvisie gaan vallen.

Een visie is gericht op de lange termijn en op overkoepelende ambities en is daarmee niet heel concreet. De concrete uitwerking van de visie komt terug in onze nota’s en uitvoeringsprogramma’s. Een deel van de nota’s is recent vastgesteld, daarom zijn we bij het maken van de nota's en de SVU samen opgetrokken. Om goed toekomstbestendig beleid te kunnen maken hebben we niet te veel concrete uitwerkingen opgenomen in de visie. De visie geeft wel richting bij keuzes die de komende tijd op ons pad komen zoals bezuinigingen of opnieuw contracteren van partijen. We geven die richting door de focus aan te brengen via de verschilmakers, gezamenlijke leidende principes vast te stellen en door de vertaling in wat dit van ons vraagt in Reactienota, januari 2025

14

•

Inwoners met een handicap/beperking

Ook in het kader van stevigheid; het lijkt alsof het thema wonen prioriteit heeft tov sociale thema’s. Waarom niet gezond samenleven als eerste prioriteit. Nu erg de nadruk op bouwen en daarin is geen bescheidenheid en die zie ik wel bij de sociale kant zoals bijvoorbeeld de zin over de bij voorkeur niet bezuinigen. • Bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis is niet stevig genoeg • Je mag de keuzes nog sterker benadrukken zodat we dit meer mee kunnen geven in opdrachten en nota’s. Dat wat we minder doen is nog te veel tussen de regels door lezen, we kunnen niet spreken over daar waar we extra op inzetten maar het gaat er veel meer over wat we niet meer doen. • De visie voelt algemeen omdat het zover weg is, Gevoelsmatig mist er nog een stap tussen de visie en de uitvoering • Mooi dat er een visie ligt, 2040 voelt nog wel heel ver weg en kunnen we nu al bepalen wat er dan nodig is? • Visie heeft concrete uitwerking nodig • Visie als paraplu voor nota’s en uitvoeringsprogramma’s • Waar maak je uiteindelijk de keuzes. Hoog over of meer in de praktijk samen met de inwoners • In vertaling naar concreet is ongelijk investeren voor gelijke kansen belangrijk Er is ook in twee groepjes gesproken over dat mensen met een handicap of beperking onvoldoende terugkomen in de visie.

• Mensen met chronische beperking moeten ook mee kunnen doen, zorgmijding is groot, ongelijkheid binnen de zorg is groot • VN-verdrag handicap en de lokale inclusie agenda staan niet in de SVU • Inclusiever bouwen ontbreekt (rekening houden met handicap, variaties in mensen enz)

•

•

•

•

Ongelijk investeren en kwetsbare doelgroepen

In meerdere groepjes is er input gegeven over ongelijk investeren en de term “kwetsbare doelgroepen”. Er waren vragen over hoe je komt tot de keuze voor ongelijk investeren en hoe dit zich verhoudt tot investeren in andere wijken en hoe je dit goed richt. • Er wordt in de visie vaker gesproken over kwetsbare doelgroepen, maar welke doelgroepen zijn dit dan en op basis waarvan worden deze dan bepaald. • Kwetsbare groepen staan niet gedefinieerd, betekent dit dat niet iedereen meer geholpen gaat worden die hulp nodig heeft? • Ongelijk investeren voor gelijke kansen zou geen leidend principe moeten zijn. Het lastige is dat je nooit alle mensen in beeld kan krijgen en dan alsnog niet goed investeert. • Het leidend principe kan wel helpen om meer focus aan te brengen op waar je op investeert. Anders hebben we geen richting of focus. • Ongelijk investeren roept ook een vraag op, soms kan je in wijken met veel kracht ook met een klein beetje steun veel bereiken. En doen we dat dan niet meer? In één wijk kan het enorm verschillen met de kansengelijkheid dus houd ruimte voor differentiatie ook per wijk • Ongelijk investeren lijkt soms in de uitvoering dingen uit te sluiten. De focus is soms wel erg kort door de bocht op ongelijk investeren gericht op wijken. Als je bijvoorbeeld dezelfde mens verhuist naar een andere sterke wijk dan krijgt die persoon niet dezelfde kansen.

• Het is vooral belangrijk om te bepalen hoe je de doelgroepen waar je ongelijk voor gaat investeren bepaalt. Daarbij is het ook van belang dat wanneer je eenmaal bepaalt om op een bepaalde doelgroep in te zetten, je ook continu blijft monitoren of dit nog steeds nodig is of dat je op een gegeven moment besluit dat een andere doelgroep meer aandacht nodig heeft. Zorg dat deze hokjes niet te uitsluitend zijn, waardoor mensen die wel hulp nodig hebben dat niet krijgen. • Maak transparant op welke groepen we dan willen inzetten. • Ongelijk investeren voor gelijke kansen wordt nu al wel toegepast in de praktijk, maar is nog weinig zichtbaar. Maak ook zichtbaar wat de effecten ervan zijn. • Vanuit partners per wijk samen kiezen hoe we schaarste verdelen. Waar kiezen we samen voor als de ondergrens geborgd is. Als gemeente kaders bieden om dat gesprek te voeren, ruggensteun bieden als je als professional de keuze moet maken in de praktijk.

•

houding en gedrag en manier van sturen. We nemen daarom veel concrete ideeën niet over. Wel lichten we in de visie zelf nog meer toe wat er verwacht kan worden van een visie. Ook is er feedback gegeven dat de visie steviger kan op bepaalde onderwerpen zoals de prioriteit wonen ten opzichte van sociaal domein. Ook bij de gemeente staat ‘gezond stedelijk leven’ op de eerste plek; om dit voor elkaar te krijgen moet de groei van de stad in balans zijn. Meerdere partners gaven aan dat de zin ‘bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis” te weinig stevig is als de gemeente deze zo’n belangrijke rol toedicht. Het klopt dat de gemeente de sociale basis een zeer belangrijk onderdeel van de verschilmakers vindt en daarom hebben we hier de zin opgenomen ‘dat we bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis’. We kunnen echter niet tot 2040 garanderen dat er nooit bezuinigd moet worden op de sociale basis dus kunnen dit helaas niet steviger dan dit formuleren. We zien dat we explicieter kunnen benoemen dat deze visie bedoeld is voor alle Utrechters en dus ook voor Utrechters met een beperking. We hebben dit aangepast in de visie. Naar aanleiding van de reactie hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, dit is onze lokale uitwerking van het VN-verdrag Handicap.

Er wordt aandacht gevraagd voor het benoemen van toegankelijkere woningen. Het belang van toegankelijke woonplekken is onderdeel van de woonvisie en het concreet invullen van welke eisen we stellen aan de woningen t.a.v. toegankelijkheid is onderdeel van de (concept) nota wonen. We erkennen daarmee het belang daarvan. In deze verschilmaker benadrukken we het belang dat er betaalbare woningen zijn in de stad.

De suggestie om prioriteit te geven aan de uitwerking en uitvoering van ongelijk investeren voor gelijke kansen is in lijn met de SVU 2040. Die uitwerking en uitvoering staat echter centraal in nota's en uitvoeringsprogramma's.

Reactienota, januari 2025

15

Ja: • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we ook de volgende zin aangepast: “Het altijd aantrekkelijke Utrecht bleef de afgelopen jaren groeien. Daarbij is er veel aandacht geweest voor het faciliteren en stimuleren van ontmoeting en mee kunnen doen (ook voor mensen met een beperking), zowel in wooncomplexen als in de openbare ruimte”. • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we de volgende zin aangepast: “In Utrecht hoort iedereen erbij en luisteren we naar elkaar; jong, oud, mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap, mensen met een beperking en mensen met verschillende achtergronden. In Utrecht is iedereen Utrechter”. • In de verschilmaker gezond samenleven hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, onze lokale uitwerking van het VN-verdrag Handicap. Nee.

Monitoring

Een onderwerp dat hiermee samenhangt is dat in meerdere groepjes is gesproken over hoe je monitort. Dat ging soms over hoe je monitort op de visie en soms meer over hoe je monitort in het sociaal domein. Hierover staat meer geschreven in andere hoofdstukken dan die op de bijeenkomst centraal stonden (wat vraagt dit van de gemeente, hoofdstuk B2.2) sturen en verantwoorden in het sociaal domein (hoofdstuk B2.2) en monitoren sturen en verantwoorden, hoofdstuk C2. • Monitoren is een belangrijk onderdeel, er wordt wel iets over gezegd maar is wat summier uitgewerkt in de visie • De omgeving verandert continu en zet je jezelf niet te veel vast door al zover vooruit te kijken. Goed om wel te blijven monitoren of de keuzes die je in deze visie maakt naar gelang de tijd nog de goede zijn of dat je nog moet bijsturen • Hoe monitor je of het beter gaat met de inwoners in de stad en de kwetsbare groepen • Voeg monitoring toe aan de leidende principes, dit is zo belangrijk dat het een apart leidend principe zou moeten zijn

We erkennen dat dit een belangrijk onderwerp is en hebben dit daarom al op meerdere plekken in de visie een plek gegeven: • Het monitoren op de visie in is terug te vinden in het hoofdstuk “monitoren, sturen en verantwoorden”. • De doorontwikkeling van de monitoring staat in de hoofdstukken: “wat vraagt dit van ons” en “sturen en verantwoorden in het sociaal domein”.

Overige reacties per Verschilmaker en m.b.t. de leidende principes

Reacties

Weging

Leidende principes

•

•

We herkennen dat er vaak over we wordt gesproken in de visie. We lichten al toe over wie dat gaat, maar hebben dat nu een prominentere plek gegeven.

•

Transparantie voegen we niet toe aan de leidende principes omdat dit voor ons een onderdeel is van ‘we zijn open’ en van ‘we praten met en niet over inwoners’.

•

Er zijn meerdere ideeën en projecten besproken die bijdragen aan bestaanszekerheid en gaan over het maximaal benutten van de gemeentelijke beleidsruimte om dingen te bereiken. Het maximaal benutten van de beleidsruimte staat al vermeld in de visie. Hiermee wordt bedoeld dat we ons stretchen binnen onze opdracht en o.a. via innovatie ook werken aan lobby doordat we daar als Utrecht een stap in naar voren zetten. We kiezen er daarom voor om geen extra concrete ideeën op te nemen. Ook omdat zoals eerder al vermeld dat de concrete uitwerking van de visie terugkomt in ons beleid en in de uitvoeringsprogramma’s. Om goed toekomstbestendig beleid te kunnen maken hebben we niet te veel concrete uitwerkingen opgenomen in de visie. De visie geeft wel richting bij keuzes die de komende tijd op ons pad komen zoals bezuinigingen of opnieuw contracteren van partijen. We geven die richting door de focus aan te brengen via de verschilmakers, gezamenlijke leidende principes vast te stellen en door de vertaling in wat dit van ons vraagt in houding en gedrag en manier van sturen. We nemen daarom veel concrete ideeën niet over. Wel lichten we in de visie zelf nog meer toe wat er verwacht kan worden van een visie. We herkennen dat de lobby enorm belangrijk is op dit onderwerp. Het stond al vermeld maar hebben n.a.v. de

• • • • • • • •

• • • Financiële bestaanszekerheid

•

• •

•

• •

In de leidende principes wordt er vaak gesproken over ‘we’ maar wie is de ‘we’ was nu onvoldoende helder in het stuk. Voeg transparantie toe aan de leidende principes. Dit is de basis voor vertrouwen en samenwerking, dit komt nu onvoldoende terug. Het helpt ook als de gemeente transparanter is, dus bijvoorbeeld inzicht geeft in de opdrachten die aan partijen zijn verstrekt. Zet de kennis in van ervaringsdeskundigen om aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners. Voorkomen is beter dan genezen is een mooi uitgangspunt maar verlies hier niet de mensen mee uit het oog waar voorkomen geen optie meer is, maar iets anders nodig hebben. Er is een enorme toename aan digitalisering, denk bijvoorbeeld aan de parkeerapp; dit sluit voor een bepaalde doelgroep helemaal niet aan bij het dagelijks leven. Digitalisering kan ook helpen. Als je zegt we sluiten aan bij het dagelijks leven dan is het nodig dit in al het beleid te doen, want nu sluiten we sommige doelgroepen uit en sluiten we helemaal niet meer aan bij het dagelijks leven, ook groepsgerichte hulp sluit niet voor elke inwoner aan bij wat nodig is. En preventie is een mooi streven maar ook echt een uitdaging om in de praktijk uit te voeren. Nu zie je vaak dat bij een acute situatie de preventie kant uit het oog wordt verloren en we toch inzetten op het probleem.

Denk bijvoorbeeld aan dak- en thuislozen opvang, hierdoor verliezen we de preventie kant uit het oog. Maak concreet waar je op in gaat zetten t.a.v. preventie, wat zien we daar terug van in het beleid. Kleine partijen worden erg geprezen en krijgen lovende woorden voor het werk wat ze doen maar financieel wordt deze beloning niet terug gezien t.o.v. grotere partijen. Om de samenwerking onderling ook te versterken is het wel van belang dat we proberen weg te blijven van de discussie groot en klein, maar vooral te kijken wat we met elkaar kunnen realiseren De mensen in de bijstand leven onder het bestaansminimum. Het gaat hierbij niet om een kaderwet, wat kan de gemeente dan doen? (1) Innovatieve ideeën bedenken, bijvoorbeeld collectief kapitaal. Maar hoe schaal je dit op en zorg je ervoor dat het iedereen bereikt? (2) Strijd voeren (meer proactieve/activistische lobby). Dit kan door de VNG in stelling te brengen en door als gemeenten samen te lobbyen. Hier zijn baanbrekende initiatieven nodig, waarbij je zou kunnen denken aan dat alle gemeenten artikel 12 gemeenten worden, dan moet het Rijk wel bijspringen. Er is al schaarste en er gaat bezuinigd worden, hoe gaan we dit bereiken? Een goed voorbeeld is het Bouwdepot initiatief in Tilburg, voorbeeld Bouwdepot (jongeren krijgen een flink bedrag om kansen te vergroten en daarmee een volwaardige start kunnen maken).

Omdat 40% van dak- en thuislozen onder de 27 jaar is en Utrecht in de SVU zegt voor jongeren te kiezen, is dit geen goed initiatief voor Utrecht? Veel werken met betaalde ervaringsdeskundigen (met CAO) in de uitvoering en in beleid (en niet alleen binnen W&I) en geef hen de ruimte. Er is een visie en beleid op een structurele inzet van ervaringsdeskundigen nodig. Werken met ervaringsdeskundigen is anders dan participatie. Hier valt te denken aan het vastleggen van een ambitie hierop (misschien zelfs quota, al gaan die misschien te ver). Hierbij is het belangrijk om het wij-zij gevoel te vermijden tussen ambtenaren en ervaringsdeskundigen, het doel is juist om elkaar te versterken Voorkomen dat je gaat pleister plakken (zodat groepen niet buiten de boot gaan vallen). Mensen met chronische beperking moeten ook mee kunnen doen. Zorgmijding is groot. Ongelijkheid binnen de zorg is groot.

•

Nee.

Hebben de reacties en de weging hiervan geleid tot een wijziging van de SVU 2040? Zo ja, wat is er gewijzigd?

Reactienota, januari 2025

16

Ja: • Bij het hoofdstuk “leidende principes” hebben we de volgende zin toegevoegd: “dus waar hieronder over ‘we’ wordt gesproken gaat het over de gemeente en de partners. Waar het over gemeente, organisaties en inwoners gaat, is dit aangegeven”.

Ja: • Bij de verschilmaker financiële bestaanszekerheid hebben we de volgende zin toegevoegd: “De noodzaak hiervan zullen wij met nóg meer prioriteit blijven benadrukken met een proactieve lobby richting het Rijk.” • In het hoofdstuk “wat vraagt het van ons” hebben we t.a.v. ervaringsdeskundigheid de volgende zin toegevoegd: “Hiervoor maken we gebruik van ervaringskennis die we al in huis hebben (denk aan klachten en signalen van inwoners of peilingen) en zoeken actief naar samenwerkingen met inwoners, ervaringsdeskundigen, uitvoeringspartners en bedrijven in concrete opdrachten”.

•

VN-verdrag handicap en de Lokale Inclusie Agenda (waarvan de uitwerking niet bekend is bij de inbrengers), staan niet in de SVU.

•

•

Betaalbaar dak

• • • • • • • • • • •

Kansrijk opgroeien

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Het gaat ook om bestaanszekerheid na 2040. Gemeenschappen geven kracht, wonen gaat over veel meer dan alleen de woning Veel meer nadenken over hoe men elkaar kan ontmoeten en helpen. Inrichting van de stad. Randvoorwaarden voor goed samenleven naast bouwen. Voorzieningen voor ontmoeten moeten op pantoffelafstand zijn. Buurten en wijken voorbereiden op de sociale opgave. Versterken gemeenschapskracht. Hier is voor nodig opbouwwerk weer in de schijnwerpers. Leden van speeltuinvereniging kunnen bijdragen aan gemeenschapsvorming op openbare plekken zoals speeltuinen laagdrempelig in de buurt. Buurthuizen nodig om ontmoeting te stimuleren Met moet in de eigen buurt kunnen blijven omdat (m.n. ouderen) vaak in de gemeenschap willen blijven. Hoe kun je meer in U16 verband samenwerken, gevoel van urgentie ontbreekt soms in de regio De stad groeit te snel, dit is een belemmering om je doel te behalen, groei in balans is van belang. Alternatieve woonsituaties en oplossingen, hoe weet je wat voor wie interessant is en wat er is, goed kijken naar wat voor welke doelgroep nodig is. Bewoners stimuleer je het beste door ze iets te laten doen, er moet een belang zijn. Dus in ‘ontmoeten’ moet vaak ook een belang zitten.

Leger en tussenvoorziening dragen bij hieraan Welke concrete stappen zet je? Bijvoorbeeld actief grondbeleid Plek onderwijs moet meer integraal onderdeel zijn van dit hoofdstuk, integraal onderdeel van het denken; breed gedragen in de groep In onderwijs aandacht voor context gezin en uit wat voor situatie ouders komen (en hoe zij zijn opgevoed) aandacht voor generaties Er is heel veel focus op onderwijs als plek waar veel samenkomt er zijn meer plekken kan je dit meer verbreden bijvoorbeeld naar buurtcentrum waar kinderen graag komen, ouders elkaar ontmoeten De context het gezin mag er nog sterker in. Ouders meer verplichten mee te doen, ze moeten onderdeel zijn (dwang is lastig maar nu te vrijblijvend) Heel belangrijk om grondoorzaken aan te pakken (stimuleren flexibele inzet, financiële middelen) om grondoorzaken aan te pakken zoals aflossen schulden, betalen sportabonnement Veiligheid als thema wordt gemist. Inzetten op opvoedvaardigheden heel belangrijk. Hulp aan kinderen helpt niet zoveel als we niet tegelijk kijken naar ouders. Daarbij is aanpakken grondoorzaken belangrijk want van invloed op opvoedvaardigheden Kunnen we deze ambitie wel bereiken? Een droom is iets anders dan een ambitie, we gunnen dit iedereen dus wat is het minimum dat we moeten borgen. Maakbaarheid van de ambitie is heel hoog gegrepen (liefdevol enz).

Leggen we de lat niet te hoog? Krijgen ouders geen stress daarvan? Wat zijn je verwachtingen of welke beloftes kunnen we doen? Tegenslag hoort bij het leven dat mist nog in de SVU. We kunnen niet alles redden Beweging naar voren, eens maar wie gaat die investering doen? Kunnen pas minder doen als voorkant sterker is, dus kostenefficiënt ja. Maar vanaf wanneer Ter weerbaarheid (breed persoonlijk, cultureel, of sociaal kapitaal) ipv liefdevol zoals nu in de ambitie staat. Heb je er invloed op? Op weerbaarheid kan je meer doen. We kijken te veel vanuit problemen bij kinderen Moet dat voor alle kinderen, voor welke gezinnen moeten we er echt zijn Betrouwbaarheid als overheid, veel wantrouwen nu (bijvoorbeeld pechgeneratie) hoge schulden bij groep studenten, deze groep heeft grote problemen. Er is stabiel beleid over de jaren heen nodig.

•

•

• •

•

feedback het ‘proactief’ lobby voeren toegevoegd in de tekst over deze verschilmaker. Er is in meerdere groepen gesproken over het benutten van ervaringsdeskundigheid. We herkennen het belang daarvan en hebben dit daarom nog wat explicieter opgenomen in de visie in het hoofdstuk “wat vraagt het van ons’. We erkennen dat het VN-verdrag Handicap belangrijk is en niet expliciet is genoemd, net zoals andere relevante VN verdragen. Deze worden niet allemaal genoemd, omdat we ons hier al aan committeren en dit niet hoeft te worden geëxpliciteerd in de SVU 2040. We zien dat we explicieter kunnen benoemen dat deze visie bedoeld is voor alle Utrechters en dus ook voor Utrechters met een beperking. Dit hebben we aangepast in de visie. We zullen dit aanpassen in de visie. We herkennen dat wonen over veel meer gaat dan passend en betaalbaar wonen. Het gaat o.a. over gemeenschappen en ontmoeten. Dit is onderdeel van de vierde verschilmaker. We hebben die verduidelijking/verwijzing nu expliciet opgenomen in deze verschilmaker naar de volgende verschilmakers. Concrete ideeën die genoemd zijn hebben we niet verwerkt, omdat uitwerking en uitvoering onderdeel is van nota's en uitvoeringsprogramma's.

Ja, bij de verschilmaker “een betaalbaar dak boven je hoofd”, hebben we de volgende zin toegevoegd: “Een leefbare stad vraagt meer dan voldoende woningen en financiële bestaanszekerheid. Daar is aandacht voor in de volgende twee verschilmakers”.

Het onderwijs komt al meerdere keren terug als belangrijke partner in het kansrijk opgroeien, we hebben dit op enkele plekken nog wat meer benadrukt. Er is ook gesproken over de ambitie en de mate van beïnvloedbaarheid daarop. We hebben ervoor gekozen om deze ambitie te behouden. Hij komt overeen met het programma kansrijk opgroeien in de programmabegroting. Hij staat wel voor dat wat wij kinderen toewensen en we beseffen ons dat wij niet op alle elementen in de ambitie direct invloed kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld een liefdevolle omgeving). Dat tegenslag bij het leven hoort is op meerdere plekken in de visie benoemd (in de inleiding en het toekomstbeeld). We herkenden dat het nog niet zo specifiek was benoemd in het hoofdstuk over kansrijk opgroeien. We hebben het daar toegevoegd.

Ja, bij de verschilmaker kansrijk opgroeien: • T.a.v. de belangrijke rol van het onderwijs hebben we dit als volgt aangepast: “Naast ouders hebben veel andere mensen een belangrijke rol zoals de pedagogisch medewerkers op de kinderopvang, de leerkracht op school, de jeugdgezondheidszorg, de sporttrainer en andere buurtbewoners”. • T.a.v. dat tegenslag bij leven hoort hebben we de zin in de verschilmaker kansrijk opgroeien als volgt aangepast: “Het leven is niet maakbaar en tegenslagen horen ook bij het leven. We creëren een veilige omgeving om te leren en met elkaar te delen, ook als het even tegenzit. Het is daarbij belangrijk om fouten te kunnen maken, omdat die juist kansen bieden om te leren”.

Reactienota, januari 2025

17

Gezond samenleven

• • • • • • • • • • •

Je hebt zowel lonkend perspectief nodig maar ook wat betekent dat dan voor mensen individueel (omkijken naar elkaar) Term gemeenschapskracht zou beter veranderd kunnen worden in zorgzame buurten. De visie is breder dan buurten en zorg dus je wil niet de term zorgzame buurten zo prominent aanwezig hebben, dus fijn dat het juist over gemeenschapskracht gaat Sfeer is we streven naar zelfredzaamheid en preventie dat kan duidelijker. Samenredzaamheid zou betere term zijn om te gebruiken. Welzijn, zorg en wonen financieel scheiden (worden potjes voor welzijn en wonen gebruikt voor zorg?) Waarom staat deze verschilmaker als vierde genoemd want nu ligt nadruk op bouwen en stenen waar dit meer prominent zou moeten zijn. Samen optrekken met inwoners zit veel stukken maar het valt tegen hoe dat in de uitwerking terugkomt Benut het potentieel van inwoners, wijken en vrijwilligersorganisaties Kunst en creativiteit meer inzetten Zet kleine stapjes t.a.v. gezond eten en drinken, de verandering komt dan wel Werk ook met waarderende elementen zoals fietspaden met bordjes ‘goed bezig’ en fietspaden eerder ijsvrij te maken dan de weg

• •

Er is gesproken over de term gemeenschapskracht en samenredzaamheid. We hebben de term samenredzaamheid in het stuk opgenomen. Er is ook gesproken over de volgorde van de verschilmakers. Omdat we van mening zijn dat er eerst de basis (randvoorwaarde en grondoorzaak) op orde moet zijn van inkomen en een huis hebben. Daarom hebben we de volgorde van de verschilmakers niet veranderd. We menen door deze volgorde niet gezond samenleven minder belangrijk is maar wel dat die basis eerst stevig moet zijn en dat gezond samenleven zeker bijdraagt aan alle verschilmakers.

Reactienota, januari 2025

18

Ja: • In het hoofdstuk over de verschilmaker gezond samenleven: “Dit vraagt een manier van werken waarbij we (zie hoofdstuk B 2) samenwerken met inwoners, uitgaan van hun gemeenschapskracht en samenredzaamheid en daarbij altijd bezien of er vanuit inzet/ opdrachten/beleid een kans is om de verbinding tussen inwoners te versterken.

4 Aanpassingen in de Sociale Visie Utrecht 2040 Tekstuele en/of visuele wijzigingen in ontwerp visie

-

onderstreept is toegevoegd aan de visie en doorgehaald is verwijderd)

DEEL A - Inleiding Onderwerp

Pagina definitief

Aanpassing

n.a.v. zienswijze of bijeenkomst?

Sociale visie en bestaand sociaal beleid

8

Bijeenkomst en zienswijzen

Sociale Visie Utrecht 2040: het proces en vervolg (en in publieksversie)

9

Groei van de stad

7

Meer doelgroepen specifiek benoemen

11

Specifiek aandacht voor meedoen en mensen met een beperking

13

Bestaand beleid tussen aanhalingstekens geplaatst omdat we een toevoeging hebben gedaan die ook gaat over toekomstig beleid: Een visie moet richting geven voor de lange termijn en is een kompas voor de gezamenlijke koers. Hierdoor is een visie minder concreet dan een beleidsnota of uitvoeringsnota. We geven richting door onder andere focus aan te brengen en met gezamenlijke leidende principes. Begin 2025 heeft de voorlaatste versie van de visie ter inzage gelegen voor de stad. Daarop konden inwoners en uitvoeringspartners input geven. De visie is dankzij de input van alle betrokkenen beter geworden en nog breder gedragen. We bedanken iedereen die hieraan heeft meegewerkt en hopen dat de visie het kompas kan zijn in onze samenwerking en in wat we doen in de stad om onze doelstellingen te behalen. We zien ook de vraag naar zorg toenemen, terwijl onze stad (mede door ons beleid) blijft groeien naar zo’n 470.000 inwoners in 2040. In Utrecht hoort iedereen erbij en luisteren we naar elkaar; jong, oud, mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap, mensen met een beperking, nieuwkomer en mensen met verschillende achtergronden. In Utrecht is iedereen Utrechter. Daarbij is er veel aandacht geweest voor het faciliteren en stimuleren van ontmoeting en mee kunnen doen (ook voor mensen met een beperking), zowel in wooncomplexen als in de openbare ruimte.

Pagina definitief

Aanpassing

n.a.v. zienswijze of bijeenkomst?

18

Daarnaast is schaamte een kenmerk van het dagelijks leven van mensen in bestaansonzekerheid. Het kan leiden tot frustratie, eenzaamheid, isolatie en wantrouwen in overheidsinstanties, wat vervolgens kan leiden tot het vermijden van hulpverlening. Stigma's kunnen ook in de dienstverlening onbedoeld schaamte oproepen. Te werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening. We verhogen de stress, stigma en schaamte, niet we verlagen deze. We stimuleren dit ook bij de partijen in de stad. “We willen dat inwoners over voldoende financiële middelen beschikken bij voorkeur uit duurzaam betaald werk. Daarnaast zien we dat er voor het bieden van zekerheid met name, fundamentele keuzes op landelijk niveau nodig zijn.” “Bestaanszekerheid (bij voorkeur door duurzaam betaald werk) als speerpunt te kiezen voor het gehele sociaal domein… te benutten” In te zetten op een inclusieve, weerbare en wendbare arbeidsmarkt, zodat… invloed zijn.

Zienswijze

Er is een voetnoot toegevoegd met deze toelichting: "Hier bedoelen we kwetsbare en bijzondere doelgroepen, zoals in de Utrechtse aanpak (T)huis voor Iedereen, namelijk Mensen met recht op een eenmalige aanbieding (van woning) of voorrang (op een woning) middels urgentie: statushouders, mensen die uitstromen uit de maatschappelijk opvang, uit een vorm van zorg met verblijf of uit jeugdhulp met verblijf, dak- of thuisloze jongeren, urgenten, mensen met voorrang via de Citydeal en doorstromers na bepaald tijdelijk aanbod." Een leefbare stad vraagt meer dan voldoende woningen en financiële bestaanszekerheid. Daar is aandacht voor in de volgende twee verschilmakers.

Zienswijzen

Bijeenkomst en zienswijzen

Zienswijze Bijeenkomst en zienswijzen Bijeenkomst en zienswijzen

DEEL B – De Opgave Onderwerp

H1.1 Financiële bestaanszekerheid Toevoegen belang van erkennen van schaamte en (voorkomen) stigma Toevoegen belang van erkennen van schaamte en (voorkomen) stigma Toevoegen belang van duurzaam werk

19

Toevoegen belang van duurzaam werk

19

Toevoegen inclusieve arbeidsmarkt

19

1.2 Een betaalbaar dak boven je hoofd Vraag over welke doelgroepen worden bedoeld

21

Relatie van beschikbaarheid betaalbaar wonen en andere verschilmakers (o.a gemeenschapskracht versterken)

19

23

Reactienota, januari 2025

19

Zienswijze Per abuis: niet eerder verwerkte input van de gemeente en zienswijze idem Per abuis: niet eerder verwerkte input van de gemeente

Zienswijze

Dakloosheid

20

Een tekort aan betaalbare huisvesting is dus niet de enige oorzaak van dakloosheid, maar er is wel meer betaalbare huisvesting nodig om dakloosheid tegen te gaan.

Zienswijze

1.3 Kansrijk opgroeien Belang van onderwijs nog iets meer benadrukken

23

Daarnaast laten diverse onderzoeken zien dat we niet alleen moeten inzetten op het individuele kind, maar vooral op hun context, dus de woonsituatie, hoe gaat het op school, het aanpakken van de problematiek van (aanstaande) ouders/opvoeders en het versterken van hun omgeving. Naast ouders hebben veel andere mensen een belangrijke rol zoals de pedagogisch medewerkers op de kinderopvang, de leerkracht op school, de jeugdgezondheidszorg, de leerkracht op school, de sporttrainer en andere buurtbewoners. De partijen rondom jeugdigen werken samen aan het welzijn van jeugdigen en hun omgeving. Hierbij is het belangrijk dat professionals elkaar goed weten te vinden, maar ook dat er op organisatorisch niveau helpende afspraken zijn die bijdragen aan het welzijn van kinderen. Het leven is niet maakbaar en tegenslagen horen ook bij het leven, We creëren een veilige omgeving om te leren en met elkaar te delen, ook als het even tegenzit. Het is daarbij, waarbij het belangrijk is om fouten te kunnen maken, omdat die juist kansen bieden om te leren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3f68a034-2b43-40a6-a375-a7a5163a4ad3