Reactienota SVU 2040
Tekst van het document
Reactienota Sociale Visie Utrecht 2040
Utrecht.nl
Gemeente Utrecht, februari 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding Reactienota Opbouw reactienota Beoordeling van de reacties Wijze van vaststelling SVU 2040
3 3 3 3 3
2
Zienswijzen
4
3
Partnerbijeenkomst 21 januari 2025
14
4
Aanpassingen in de Sociale Visie Utrecht 2040
19
Bijlage aanwezige organisaties partnerbijeenkomst
22
Reactienota SVU 2040, februari 2025
2
1 Inleiding Reactienota Tussen 9 december 2024 en 7 februari 2025 konden inwoners, samenwerkingspartners en andere belanghebbenden hun mening geven over het ontwerp van de Sociale Visie Utrecht 2040. Het ontwerp stond online op 'Utrecht.nl' en 'overheid.nl' en er lag een fysiek exemplaar in de hal van het Stadskantoor. In deze periode van acht weken kon iedereen een inspraakreactie (zienswijze) indienen; wij ontvingen in bovengenoemde periode 15 officiele zienswijzen, waarvan sommige namens meerdere organisaties. Daarnaast organiseerden we een participatiebijeenkomst op 21 januari jl. voor onze partners in het sociaal domein om daarmee ook zelf actief reacties op te halen. Tenslotte ontvingen we input op de SVU 2040 via andere kanalen, bijvoorbeeld uit de verslaglegging van de Raadsbijeenkomst over de Hervormingen in het sociaal domein.
Beoordeling van reacties
We bedanken al onze partners en inwoners voor hun input en het meedenken. De SVU 2040 is op onderdelen aangepast of aangescherpt op basis van de opgehaalde reacties. De visie is daarmee beter geworden en nog breder gedragen. In deze reactienota vindt u alle zienswijzen en opmerkingen, plus onze antwoorden daarop. De partners die input hebben aangeleverd zijn per brief uitgebreider beantwoord. De aangepaste SVU 2040 wordt hiermee definitief ter besluitvorming voorgelegd aan het College en vervolgens aan de Gemeenteraad.
Als een inspraakreactie een specifieke vraag bevat of verduidelijking nodig heeft, wordt dit in hoofdstuk 2 en 3 beantwoord of nader toegelicht.
Opbouw reactienota In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen opgenomen, beschrijven we de weging daarvan en waar en hoe het heeft geleid tot aanpassingen in de SVU2040. In hoofdstuk 3 is het verslag van de bijeenkomst opgenomen en omschrijven we ook waar dit heeft geleid tot aanpassingen in de SVU2040. In hoofdstuk 4 bieden we een overzicht van de wijzigingen die in de Sociale Visie Utrecht 2040 zijn doorgevoerd naar aanleiding alle bovenstaande reacties.
Een inspraakreactie, zienswijze of andersoortige reactie bevat de mening, zorgen, wensen en suggesties van een indiener. Elke inspraakreactie is bestudeerd, om te bezien of de reactie aanleiding biedt om de SVU aan te passen. Doel is dat de inspraakreacties met onze afweging en wijzigingen inzichtelijk worden gemaakt voor de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad alle belangen kan afwegen en in de raad transparante besluitvorming plaatsvindt over de Sociale Visie Utrecht 2040. De doorgevoerde wijzigingen of aanvullingen naar aanleiding van alle reacties zijn benoemd in hoofdstuk 4.
Wijze van vaststelling SVU 2040 Het college van burgemeester en wethouders legt de definitieve versie van de Visie voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Na vaststelling wordt de SVU 2040 toegevoegd aan de omgevingsvisie Utrecht, naast de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Met vaststelling van de SVU kan het ‘Koersdocument leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen’ worden ingetrokken als onderdeel van de Koers van de Omgevingsvisie Utrecht. Deze nota is dan voortaan binnen de Omgevingsvisie een thematische beleidsnota.
Reactienota, januari 2025
3
2 Zienswijzen Hebben de zienswijze en de weging hiervan geleid tot een wijziging van de SVU 2040? Zo ja, wat is er gewijzigd?
Ingediend door
Zienswijze
Weging
Inwoner
Ik vind het een erg mooi stuk. Alleen jammer dat het ook niet beschikbaar is in begrijpelijke taal. Woorden als: “cruciaal, stimuleert of financiële bestaanszekerheid” zijn niet erg begrijpelijk. Dat kun je makkelijk veranderen naar: “Heel belangrijk, helpt of genoeg geld om van te leven.” Ik heb altijd de regel voor mezelf: Zowel mijn irritante broertje van 15 als mijn migranten oma van 70 moeten het beide kunnen snappen.
Ja, de publieksversie is aangepast om de taal begrijpelijker te maken. En de wijzigingen bij de leidende principes zijn ook overgenomen in de SVU2040.
Inwoner
Utrechts bestuur is afgegleden naar een partijpolitieke zooi. Bovendien wonen Veel bestuurders/raadsleden buiten Utrecht en beslissen over de inwoners waar zij geen deel van uitmaken. Ondemocratisch! Steeds minder groen, steeds meer herrie en asociaal gedrag, mn door studenten.
We herkennen het belang van begrijpelijke taal. Met name voor de publieksversie geldt dat deze goed leesbaar moet zijn voor Utrechters, daarom hebben we op basis van deze zienswijze de publieksversie nog een keer goed bekeken en aangepast. Tegelijkertijd is de SVU 2040 zelf met name bedoeld voor professionals en vraagt dit daarom ook om het gebruik van taal die aansluit bij ander beleid in het sociaal domein. De reactie heeft geen betrekking op de Sociale Visie Utrecht 2040.
Inwoner
Waar het mij om gaat is dat ik wel mis waar er daadkracht is. Een voorbeeld er wordt door buurtbewoners aangegeven dat de situatie onhoudbaar is omtrent een bewoner. Ambulance regelmatig aan de deur, buurtteam houdt de persoon in de gaten wordt gezegd geen zorgen. Er wordt voor kerst gebeld naar politie door buurtbewoners deze persoon 3 dagen niet gezien. Reanimatie en opname in ziekenhuis te laat. Deze persoon is 2de kerstdag overleden. Iemand met psychoses waarmee het niet goed gaat en door heel veel mensen al aangemerkt voor opname, komt niet aan de beurt, totdat er iemand bijna gewurgd wordt en aangifte doet dan komt er pas actie.
De indiener noemt een aantal concrete voorbeelden van casuïstiek. In de reactie naar de indiener zelf gaan we hier verder op in. Verder zien we in de reactie een vraag om te streven naar eenvoud in hoe we het sociaal domein en de uitvoering organiseren. Dat herkennen wij en staat daarom ook nadrukkelijk in de SVU 2040. Deels heeft de gemeente hier zelf invloed op, maar er zijn ook andere instellingen/organisaties die hier invloed op hebben. Daarom is in de SVU 2040 ook opgenomen dat we gaan kijken naar hoe we die eenvoud ook over de domeinen heen (bijv. in de uitvoering van de zorgverzekeringswet) kunnen verbeteren.
Nee.
1. We zien dat we explicieter kunnen benoemen dat deze visie bedoeld is voor alle Utrechters en dus ook voor Utrechters met een beperking. We hebben dit aangepast in de visie. Naar aanleiding van de reactie hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, dit is onze lokale uitwerking van het VN-verdrag Handicap. 2. Er wordt in de verschilmaker over betaalbaar wonen gesproken over kwetsbare doelgroepen die aangewezen zijn op goedkoper wonen. We zien dat de definitie daarvan ontbreekt en hebben dit toegevoegd. In deze omschrijving worden niet specifiek mensen met een beperking genoemd omdat het hebben van een beperking niet per definitie betekent dat men is aangewezen op een betaalbare woning. 3. Er wordt aandacht gevraagd voor het benoemen van toegankelijkere woningen. Het belang van toegankelijke woonplekken is onderdeel van de woonvisie en het concreet invullen van welke eisen we stellen aan de woningen t.a.v. toegankelijkheid is onderdeel van de (concept) nota wonen. We erkennen daarmee het belang daarvan. In deze verschilmaker benadrukken we het belang dat er betaalbare woningen zijn in de stad. 11. In hoofdstuk B 2.1 derde leidend principe: ongelijk investeren geven we aan dat we ons voor sommige doelgroepen extra inspannen. Deze doelgroepen worden o.a.
in het uitvoeringsprogramma Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen benoemd. Hier is aandacht voor mensen met een stapeling van kwetsbaarheden. Mensen met chronische aandoeningen of beperkingen, die daardoor meerdere
Ja: • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we de volgende zin aangepast: “In Utrecht hoort iedereen erbij en luisteren we naar elkaar; jong, oud, mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap, mensen met een beperking en mensen met verschillende achtergronden. In Utrecht is iedereen Utrechter”. • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we ook de volgende zin aangepast: “Het altijd aantrekkelijke Utrecht bleef de afgelopen jaren groeien. Daarbij is er veel aandacht geweest voor het faciliteren en stimuleren van ontmoeting en mee kunnen doen (ook voor mensen met een beperking), zowel in wooncomplexen als in de openbare ruimte”. • In de verschilmaker gezond samenleven hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, onze lokale uitwerking van het VNverdrag Handicap. • Bij de verschilmaker over betaalbaar wonen, is een voetnoot opgenomen waarin een omschrijving staat van kwetsbare groepen namelijk “in dit geval wordt hier met kwetsbare groepen bedoeld: “Hier bedoelen we kwetsbare en bijzondere doelgroepen, zoals in de Utrechtse aanpak (T)huis voor Iedereen, namelijk Mensen met recht op een eenmalige aanbieding (van
Ik kan nog wel even doorgaan over deze gebeurtenissen in Utrecht, niet omdat er niet genoeg mensen zijn die erop getraind zijn. Maar gewoon omdat de mogelijkheden om iemand te helpen te moeilijk zijn. Juist mensen die het echt heel hard nodig hebben.
Nee.
Er zijn juist veel te veel lagen binnen de hulpverlening en als er lagen tussenuit zouden gaan dan kunnen we gerichter hulp verlenen. Voorbeeld als je door 4 instanties bekeken en besproken moet worden duurt het lang voor er iemand weer gaat kijken en eventueel actie kan ondernemen. Voor mensen die het hard nodig hebben en moeilijk iemand vertrouwen duurt het te lang en zien ze niets gebeuren. Wmo cliëntenraad en FNV
Waar maken de Wmo CR (inclusief U op Leeftijd en Solgu) en FNV zich zorgen over? 1. In deze Sociale Visie ligt geen nadruk op het VN-verdrag Handicap en de Lokale Inclusie Agenda (LIA). Waarom worden deze niet genoemd? 2. Ook de ‘kwetsbare groepen’ staan niet gedefinieerd. Deze groepen zijn het ‘laaghangend fruit’ die gemakkelijk benadeeld worden en weinig terug kunnen doen. 3. Er staat dat er ‘voldoende woningen’ zijn voor kwetsbare groepen. Er staat niet of het hier gaat om aangepaste woningen. Daklozen en wonen worden vaak genoemd, maar alleen een dak boven het hoofd is onvoldoende. Het gaat bij hen juist vaak om aangepaste woningen. 4. Gezondheid staat bovenaan in de Sociale Visie. Hoe valt dit te rijmen met het afschaffen van de U polis? 5. De bezuinigingen. Bezuinigen op het sociaal domein betekent vaak meer kosten later. Bijv.: mensen moeten langer thuis blijven wonen, waardoor ze vaker en met ernstiger letsel in het ziekenhuis belanden. Als het gaat om de hulp bij het huishouden (HbH) krijgen Wmo cliënten in Utrecht momenteel al te weinig uur HbH. Hierop kan naar onze mening niet nog meer bezuinigd worden. Aanbieders geven het personeelstekort als reden, de Wmo CR is ervan overtuigd dat een betere beloning hierop een positief effect zal hebben. 6. In het verlengde daarvan: het inkomen en de arbeidsomstandigheden van de hulpen.
De werkdruk en de fysieke en mentale zwaarte van het werk zijn zodanig toegenomen dat het ziekteverzuim toeneemt, medewerkers hun contracturen naar beneden bijstellen of stoppen met het werk. 7. Het groepsgericht werken, hoe ziet de gemeente dat? 8. Aanvullende zorg is gespecialiseerde zorg. Dat kan niet zomaar overgenomen worden door nietprofessionals of, nog erger, afgeschaft. Mensen die gespecialiseerde zorg krijgen, hebben dat echt nodig. Behandeling in een groep is lang niet voor iedereen geschikt. 9. De (helaas afgeschafte) U polis vergoedde ook de eigen bijdrage voor de Wmo; dat is nu dus vervallen. Hoe gaan de laagste inkomens dit opvangen? Meer naar elkaar omkijken: wat is daarvoor nodig (ontmoetingsplekken, woonvormen)? Waarvan wordt dit betaald? 10. Onder Verantwoording: wat is de visitatiecommissie en wat doet zij?
Reactienota SVU 2040, februari 2025
4
11. Pag. 32, par. 2.1.3: de Wmo CR roept de gemeente op ook om te zien naar alleenstaanden met een beperking. 12. Pag. 34: ‘Laagdrempelig: de komende jaren staat het sociaal domein onder druk door verschillende vormen van schaarste, terwijl de vraag naar zorg en ondersteuning toeneemt. Dit betekent dat we duidelijk moeten zijn voor wie welke zorg en ondersteuning toegankelijk is en hoe Utrechters hier een beroep op kunnen doen. Daarbij is het belangrijk dat de geboden zorg en ondersteuning (onze dienstverlening) goed vindbaar is en begrijpelijk georganiseerd is op die plekken waar Utrechters graag komen en zich thuis voelen: in hun eigen buurt en wijk (zoals een school)’. Hoe gaat de gemeente dit concreet vormgeven? 13. Pag. 34: ‘Eenvoud’: hoe denkt de gemeente te gaan zorgen voor minder regeldruk? Daar vraagt de Wmo CR al jaren om. Waar zijn de Wmo CR en FNV het mee eens? 1. Pag. 8: Onderscheid ruimtelijk en sociaal gaan samen. 2. Pag. 30: Belangrijk hierbij zijn laagdrempelige ontmoetingsplekken in de buurt die zowel aan homogene groepen (bonding/casa) als heterogene groepen (bridging/plaza) een plek bieden. Waar nodig worden deze plekken ondersteund met sociale activiteiten of sociaal beheer. Een leefomgeving die uitnodigt tot gezonde leefgewoonten, zoals bewegen, sporten, spelen, cultuurparticipatie, gezond eten en drinken en het gezond samen leven versterkt.
Bij grootschalige nieuwbouw en transformatie bevorderen we gemeenschapsvorming in de buurt, bijvoorbeeld door collectieve ruimten te realiseren en daar waar mogelijk stimuleren we het bouwen van woonvormen die het zorgen voor en omkijken naar elkaar versterken, zoals coöperatieve woonvormen, geclusterde woonvormen en gemengd woonprojecten. 3. Pag. 31: Gemeente is verantwoordelijk voor: Voorzieningen dragen onder andere bij aan ontmoeting, preventie, ontplooiing, meedoen, cultuurparticipatie, educatie, sporten en bewegen, zorg en ontspanning. Bovendien bieden maatschappelijke voorzieningen in de wijk veel werkgelegenheid, wat bijdraagt aan financiële bestaanszekerheid. 4. Pag. 34: Eenvoud: we vallen Utrechters niet lastig met onze systeemkeuzes. 5. Pag. 49: Ontschotten. Meer samenhang aanbrengen in zorg/ondersteuning/ dienstverlening. Zelf zo weinig mogelijk schotten maken of ontschotten waar kan. Directeur bestuurder De Wilg
Na het lezen van het document kunnen wij het alleen maar eens zijn met de leidende principes en de verschilmakers. Deze zullen zeker gaan leiden tot een mooie inclusieve stad. Echter de realiteit is dat er forse financiële krapte is op het sociale domein en dat staat deze visie ernstig in de weg. Er is ook nog geen duidelijkheid omtrent de bezuinigingen; waar gaat het mes erin? Wat kan nog wel en wat niet. Wij pleiten vanuit onze positie in het sociale domein en ons handelen vanuit de Sociale Prestatie/ Dag Ondersteuning om ervoor te zorgen dat alle Utrechters mee kunnen doen in de maatschappij. Dat siert de inclusieve stad. Helaas is dat niet voor iedereen vanzelfsprekend, zoals mensen met een Licht Verstandelijke beperking LVB) of een IQ < 85. Het gaat hier om 1 op de 12 inwoners in Utrecht. Zij hebben in meer of mindere mate ondersteuning nodig bij het deelnemen in de verschillende activiteiten.
problemen hebben kunnen daardoor ook onder deze doelgroep vallen. 4 t/m 13. In de reactie staan een aantal ideeën en vragen n.a.v. de visie maar ook van recent genomen besluiten of beleidsvoornemens (afschaffen U polis, bezuinigingen sociaal domein, groepsgericht werken, eigen bijdrage wmo, visitatiecommissie). Daarnaast staan er een aantal vragen over hoe we een zaken gaan aanpakken (laagdrempelige dienstverlening, eenvoud). We zien naar aanleiding van deze vragen en bespreekpunten geen punten die aanpassing van de visie vragen. Concrete uitwerking is een onderdeel van beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s. Bij de totstandkoming hiervan waren/worden deze partijen ook betrokken. De explicitering van wat een visie wel en niet is, is in de visie opgenomen. In het antwoord aan de cliëntenraad zullen we hier wel uitgebreider op ingaan.
woning) of voorrang (op een woning) middels urgentie: statushouders, mensen die uitstromen uit de maatschappelijk opvang, uit een vorm van zorg met verblijf of uit jeugdhulp met verblijf, dakof thuisloze jongeren, urgenten, mensen met voorrang via de Citydeal en doorstromers na bepaald tijdelijk aanbod”. • Bij de aanleiding is de volgende tekst opgenomen: “Een visie moet richting geven voor de lange termijn en is een kompas voor de gezamenlijke koers. Hierdoor is een visie minder concreet dan een beleidsnota of uitvoeringsnota. We geven richting door onder andere focus aan te brengen en met gezamenlijke leidende principes”.
Deze zienswijze gaat in op het toepassen van de leidende principes in de praktijk en de kansen die er zijn in het samenwerken met mensen uit de buurt. Daarbij wordt aangevuld dat daarvoor ook vaak professionele inzet nodig is en kennis van LVB expertise. In de visie geven we aan dat er een noodzaak en wens is om aan te sluiten bij wat inwoners, hun netwerk en de gemeenschap zelf kunnen en wat zij nodig hebben om ervoor elkaar te zijn. We erkennen dat dat soms inzet van professionals in de sociale basis vraagt. We zien deze input als een ondersteuning van het belang van de visie en als een voorbeeld van het concreet toepassen van de leidende principes. Er hoeft daarom niets te worden gewijzigd.
Nee.
Onze zienswijze; hoe maken we het concreet? Leidende principes; • In alles wat we doen staat het dagelijks leven van Utrechters en eenvoud centraal: het is belangrijk dat mensen in het (weer) uit hun huis komen en naar laagdrempelige activiteiten gaan, liefst dichtbij huis om te starten. Denk dan aan een buurtkoffie, een activiteit in een buurthuis. Bied ruimte voor ontmoeting. Dit gaat echter niet voor iedereen vanzelf. Daar is vaak net dat zetje van een professional voor nodig, die je daar een eindje in op weg brengt. • We maken samen de stad: Door dit te doen raak je in gesprek met mensen. Mensen uit de buurt. Dat is al heel simpel de start van een sociaal netwerk. Je deelt interesses en door mee te doen aan activiteiten ben je al haast als vanzelf, bezig met zelfontplooiing en ontwikkeling. Dit delen maakt dat mensen bij elkaar betrokken raken. Ook hier geldt dat dit niet zo vanzelfsprekend is voor iedereen. Maar met lichte ondersteuning op maat krijgt ook deze groep een hele goede kans om aan de praat te raken en contacten te leggen. • Ongelijk investeren voor gelijke kansen: Door professionals in te zetten voor deze specifieke LVB groep bied je hen daadwerkelijk de kans om mee te doen in hun buurt en stad. Daarnaast biedt dit tegelijkertijd perspectief om met vrijwillige inzet te werken.
Vrijwilligers functioneren heel goed wanneer zij back-up hebben van professionals is onze ervaring. Op deze manier deel je op een efficiënte en effectieve manier professionele en vrijwillige inzet om buurtgenoten laagdrempelig mee te laten doen, als deelnemer en/ of als vrijwilliger. Zij worden hierdoor in staat gesteld zelf keuzes te maken en zelf hun uitdagingen te kiezen. • Voorkomen is beter dan genezen: Mensen kunnen veel makkelijker ook zelf aan de bel trekken als er even iets niet gaat zoals zij willen. Doordat mensen in beeld zijn, kun je ook vroegtijdig signaleren en samen oplossen. Dit kan vaak erger voorkomen. Professionals in de achtergrond zijn daar wel voor nodig. Daarnaast leidt plezier maken met elkaar vaak tot beter lichamelijk en geestelijk welbevinden. Samen genieten is het beste recept voor een goede gezondheid. Reactienota, januari 2025
5
• Focussen op het aanpakken van grondoorzaken: Doordat buurtbewoners elkaar op verschillende manieren kunnen ontmoeten in de wijk of buurt leren zij elkaar beter kennen en, niet geheel onbelangrijk, elkaar begrijpen, verstaan. Zo gaan zij dezelfde taal spreken en dat leidt tot begrip en community denken. Wat de grondoorzaak dan ook is, mensen kunnen er samen de schouders onder zetten. • Dus door dichtbij huis kansen te bieden voor ontmoeting, kunnen mensen gaan delen en genieten met en voor elkaar. Dit is het motto van De Wilg en met haar 60 jarig bestaan hebben we ook de ervaring om te kunnen zeggen dat deze ondersteuning echt werkt! Voor zowel jong als oud. Dit is de verschilmaker: Kansrijk opgroeien en gezond leven kunnen zo hand- in- hand gaan. Wij pleiten er dus vurig voor om op de verschillende ontmoetingsplaatsen in de stad de drempels weg te halen, bewoners en vrijwilligers een veilige ontmoetingsplek te bieden en activiteiten aan te bieden waarin mensen zich kunnen ontwikkelen en waar zij samen plezier kunnen maken. Dit zal leiden tot community ‘s in de buurten waar mensen elkaar zullen ondersteunen in de dagelijkse zaken. Realiseer je echter wel dat dit nooit zonder professionals in de achtergrond zal kunnen. Dus investeer daar in.
Zorg dat er voldoende professionals in de wijken zijn met kennis van LVB en psychische problematiek die de community ’s kunnen faciliteren en begeleiden waar nodig. Daarmee stimuleer je voor relatief weinig financiële inzet, optimaal en effectief welzijn én de inclusieve stad, waarin mensen zelf keuzes kunnen maken, hun leven kunnen leiden samen met anderen en op hun eigen manier. Let wel: deze hele zienswijze gaat over Welzijn binnen de sociale basis en niet over aanvullende of andere zorg. Uiteraard ben ik te allen tijde bereid toelichting te geven waar dat maar nodig is. Armoedecoalitie
Voorstel tot Aanpassing Sociale Visie Utrecht 2040: Inclusie van Schaamte en Stigma in het Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid
We herkennen het belang van het erkennen van schaamte en stigma en hebben dit, naar aanleiding van deze inspraakreactie, ook expliciet gemaakt in de tekst van de SVU.
Toelichting De gemeente stelt zich de ambitie om het dagelijks leven van mensen leidend te maken in beleid en dienstverlening. Dit is een waardevol uitgangspunt, omdat de aansluiting op het dagelijks leven nog te vaak tekortschiet. Op bladzijde 18 wordt impliciet toegelicht wat hiermee wordt bedoeld: bestaansonzekerheid brengt problemen met zich mee, zoals stress, schulden, een slechte gezondheid, psychische problemen en een instabiele woonsituatie. Dit resulteert in een vicieuze cirkel van nog meer stress. De aandacht voor stressreductie en stress-sensitieve dienstverlening, zoals genoemd op pagina 19, vormt daarom terecht een belangrijk onderdeel van dit beleid. Toch blijft deze benadering van het dagelijks leven in armoede incompleet, omdat aspecten zoals schaamte, vernedering en uitsluiting eveneens een diepgaande invloed hebben op het leven van mensen in armoede en een wezenlijk onderdeel vormen van hun dagelijkse ervaringen (Bray et al., 2019; Chase & Walker, 2013; Stambe & Parsell, 2023; Walker, 2014). Tal van onderzoeken hebben aangetoond dat schaamte een centrale rol speelt in de beleving van armoede, voor zowel ouders, maar ook kinderen die in armoede opgroeien (bijvoorbeeld Ali et al., 2018; Chase & BantebyaKyomuhendo, 2014, 2015; Chase & Walker, 2013).
Deze emotie heeft een grote negatieve impact op de mentale, fysieke én sociale gezondheid, waardoor het nog moeilijker wordt om uit armoede te geraken (Gladstone et al., 2021; Jo, 2013). Schaamte hangt sterk samen met sociale stigma’s rondom armoede, waarvan mensen in armoede zich voortdurend bewust zijn, zowel in maatschappelijke als institutionele contexten (Franssen et al., 2022; Reutter et al., 2009; Simons et al., 2018). In het contact met overheidsinstanties en hulpverleners kan deze schaamte onbedoeld worden opgeroepen of versterkt. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van onder andere van Horst en anderen (2014) dat schaamte een belangrijke drempel vormt in de stap naar de voedselbank, waardoor een bezoek wordt uitgesteld. Omdat langdurige armoede gepaard gaat met herhaaldelijke interacties met de hulpverlening en het sterk aanwezige stigma in de maatschappij, kan schaamte zich als het ware opstapelen (Turner, 2007). Dit leidt vaak tot een combinatie van frustratie, een laag zelfbeeld, wantrouwen in de overheid en het vermijden van verdere dienstverlening (Franssen et al., 2022). Om recht te doen aan het dagelijks leven van inwoners en hen sensitief te ondersteunen, is het daarom van belang dat de dienstverlening breder wordt ingericht dan alleen gericht op stress.
De dienstverlening moet niet alleen sensitief zijn voor stress, maar ook actief schaamte en stigma vermijden. Dit zorgt ervoor dat inwoners zich veilig en erkend voelen in hun contact met instanties en verlaagt de drempel voor het zoeken van hulp en ondersteuning. Het zou dan ook goed zijn om het aanpakken van schaamte en stigma expliciet op te nemen in de Sociale Visie Utrecht 2040. Voorstel tot aangepaste tekst op bladzijde 18 en 19 met aanpassingen in rood: Inwoners worden geconfronteerd met sterk oplopende kosten van zorg, energie en levensonderhoud in het algemeen. Het is daarmee voor Utrechters die al moeite hebben met rondkomen steeds moeilijker om in hun basisbehoeften te voorzien. Daarbij geven inwoners die al langer in armoede leven aan dat hun (financiële) problemen groter zijn geworden5 . Ruim 22.000 Utrechtse huishoudens (bijna 14%) leeft van een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum6 . Deze groepen zijn ongelijk verdeeld over de stad7 . Het leven in financiële bestaansonzekerheid (onderdeel van de sociaaleconomische positie in het gezondheidsmodel) brengt stress en ook vaak andere problemen met zich mee, zoals: schulden, een slechte gezondheid, psychische problemen en een instabiele woonsituatie. Dit zorgt voor nog meer stress8 .
Hoe meer je wordt geconfronteerd met een opeenstapeling van problemen, hoe meer deze elkaar versterken en des te moeilijker het wordt om problemen zelf op te kunnen lossen. We zien dat armoede vaak doorwerkt in generaties. Het risico Reactienota, januari 2025
6
Ja, bij de verschilmaker financiële bestaanszekerheid zijn de volgende zinnen/woorden toegevoegd: • “Daarnaast is schaamte een kenmerk van het dagelijks leven van mensen in bestaansonzekerheid. Het kan leiden tot frustratie, eenzaamheid, isolatie en wantrouwen in overheidsinstanties, wat vervolgens kan leiden tot het vermijden van hulpverlening. Stigma's kunnen ook in de dienstverlening onbedoeld schaamte oproepen”. • “Te werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening. We verhogen de stress, stigma en schaamte niet, we verlagen deze. We stimuleren dit ook bij partijen in de stad”.
dat kinderen die opgroeien in armoede later zelf ook arm worden, is in Nederland bijna twee keer hoger dan bij kinderen die in hun jeugd niet arm zijn9 . Inzet op financiële bestaanszekerheid is nodig om dit te doorbreken. Bovendien heeft het ook een steeds groter effect op de gezondheid10. Bij 19% van onze inwoners in de leeftijd 18 - 64 jaar (46.000) die zich ongezond voelt, zien we veel problemen samenkomen11. Deze groep heeft vaker problemen met geld, werk, wonen en gezondheid. Het werkt ook andersom; inwoners die een goede gezondheid hebben, kunnen gemakkelijker zelf voorzien in inkomen. Daarnaast is schaamte wezenlijk kenmerk van het dagelijks leven van mensen in bestaansonzekerheid. Het kan leiden tot frustratie, eenzaamheid, isolatie en wantrouwen in overheidsinstanties, wat vervolgens kan leiden in het vermijden van hulpverlening. Stigma's kunnen ook in de dienstverlening onbedoeld schaamte oproepen. Daarom is het essentieel dat de dienstverlening sensitief wordt vormgegeven, met speciale aandacht voor het voorkomen van stigma en het verminderen van schaamte, zodat inwoners zich erkend en veilig voelen. Zo is het voor alle Utrechters prettig als we ervoor zorgen dat meer mensen ook zelf mee kunnen doen. Deze noodzakelijke wijzigingen op landelijk niveau zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd.
Dit neemt niet weg dat we in Utrecht koste wat kost willen voorkomen dat er nog jarenlang een grote groep mensen financiële problemen houdt of dat deze groep in omvang toeneemt. Daarom leggen we de lat hoger door: • Bestaanszekerheid als speerpunt te kiezen voor het gehele sociaal domein, hier prioriteit aan te geven en de gemeentelijke beleidsruimte maximaal te benutten. • Het proactief benaderen van inwoners die recht hebben op inkomensregelingen13. � In te zetten op een weerbare en wendbare arbeidsmarkt, zodat Utrechters een goede kans op een baan hebben en voorbereid zijn op de huidige en toekomstige veranderingen die op het werk van invloed zijn14. • Te werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening. We verhogen de stress niet, we verlagen deze. We stimuleren dit ook bij partijen in de stad. • In de dienstverlening sensitief zijn om stigma en schaamte te verminderen, zodat inwoners zich erkend en ondersteund voelen bij het zoeken van hulp. Referenties Ali, S., Sensoy Bahar, O., Gopalan, P., Lukasiewicz, K., Parker, G., Mckay, M., & Walker, R. (n.d.). “Feeling Less Than a Second Class Citizen”: Examining the Emotional Consequences of Poverty in New York City. Bray, R., de Laat, M., Godinot, X., Ugarte, A., & Walker, R. (2019). The hidden dimensions of poverty. Chase, E., & Bantebya-Kyomuhendo, G. (2014). Poverty and Shame: Global Experiences.
https://doi.org/10.1093/ACPROF:OSO/9780199686728.001.0001 Chase, E., & Bantebya-Kyomuhendo, G. (2015). Poverty and Shame. Oxford University Press. Chase, E., & Walker, R. (2013). The Co-construction of Shame in the Context of Poverty: Beyond a Threat to the Social Bond. Sociology, 47(4), 739–754. https://doi.org/10.1177/0038038512453796 Franssen, M., van der Horst, H., van Berkel, J., & van Midden, M. (2022). Onderzoek naar de impact van emoties bij armoede. Movisie. https://www.movisie.nl/artikel/onderzoek-naar-impact-emotiesarmoede# Gladstone, J. J., Jachimowicz, J., Geenberg, A. E., & Galinsky, A. (2021). Financial shame spirals: How shame intensifies financial hardship. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 167, 42–56. Jo, Y. N. (2013). Psycho-social dimensions of poverty: When poverty becomes shameful. Critical Social Policy, 33(3), 514–531. https://doi.org/10.1177/0261018313479008 Reutter, L. I., Stewart, M. J., Veenstra, G., Love, R., Raphael, D., & Makwarimba, E. (2009). “Who do they think we are, anyway?”: Perceptions of and responses to poverty stigma. Qualitative Health Research, 19(3), 297–311. https://doi.org/10.1177/1049732308330246 Simons, A. M. W., Houkes, I., Koster, A., Groffen, D. A. I., & Bosma, H. (2018). The silent burden of stigmatisation: A qualitative study among Dutch people with a low socioeconomic position.
BMC Public Health, 18(1), 1–13. https://doi.org/10.1186/s12889-018-5210-6 Stambe, R. M., & Parsell, C. (2023). Shame, Anger and Hope: The Messy Relations of Charitable Help within the Welfare State. Sociology, 58(3), 571–586. https://doi.org/10.1177/00380385231195790 Turner, J. H. (2007). Human Emotions: A Sociological Theory. Routledge. Walker, R. (2014). The Shame of Poverty. In The Shame of Poverty. Oxford University Press. https://doi.org/10.1093/acprof:oso/9780199684823.001.0001 Scouting Zuilen
Met interesse heb ik de Sociale Visie 2040 gelezen. Wat een mooie visie is dat! geweldig als dit ingevuld kan worden. Als voorzitter van een van de 16 Scoutingverenigingen die Utrecht rijk is kan ik melden dat Scouting absoluut wil en kan bijdragen aan de doelstellingen in deze Sociale Visie 2040. Daarin zoeken wij graag de samenwerking. Als ik zie welke bijdrage wij als Scoutingorganisatie leveren aan de genoemde doelen dan mis ik wel het benoemen van Scouting in deze visie. Scouting neemt een bijzondere plek in en is niet zomaar te rangschikken binnen Sport of Cultuur. Zo biedt onze groep al sinds 1946 kinderen en jongeren uit de wijk Zuilen en omstreken activiteiten aan waarbij plezier, uitdaging en samenwerking voorop staan. Elke week zijn we bezig met creatieve
We herkennen de impact die de scouting heeft voor vele Utrechters en zien hoe zij een belangrijke bijdrage levert aan de ambities uit de SVU 2040. Wel is het zo dat we er bewust voor gekozen hebben om niet alle partijen die bijdragen aan de verschilmakers expliciet te benoemen omdat dat een erg lange lijst zou worden waarbij we onmogelijk compleet zouden zijn.
Reactienota, januari 2025
7
Nee.
thema’s, aangepast aan de verschillende leeftijdsgroepen. Spelen is immers niet alleen leuk, maar ook goed voor een gezonde ontwikkeling. Onze jeugdleden krijgen alle ruimte om fysiek te bewegen, te ontdekken, te leren en zich persoonlijk te ontwikkelen. Zo leren ze op een speelse, avontuurlijke manier stap voor stap om verantwoordelijkheid te nemen en zelfstandiger te worden. Onze groep bestaat uit kinderen, jongeren en volwassen met allerlei verschillende sociale en culturele achtergronden; er is plek voor iedereen. Onze groep is eigenlijk een doorsnee van de samenleving en door samen te spelen leren onze leden respect voor zichzelf en anderen te hebben. De groepsleiding speelt hierbij een belangrijke rol, in het bieden van structuur en uitdagingen en het vergroten van de zelfstandigheid van de kinderen en jongeren. Stafleden ontvangen een gedegen training om op een verantwoordelijke en professionele manier een speltak te kunnen leiden. Daarbij willen wij dit voor iedereen betaalbaar houden. En waar betalen voor sommige ouders niet altijd lukt zoals de extra bijdrage voor zomerkamp, dan zoeken we naar een oplossing. Bijvoorbeeld door een bijdrage aan de organisatie te leveren als vrijwilliger. Elk jaar staan wij met onze groep paraat bij de 4 mei herdenking in Zuilen, we collecteren voor Jantje Beton en dragen als vrijwilliger bij aan activiteiten zoals de Utrecht NightWalk.
En natuurlijk doen wij mee met NL-doet en werken aan het vergroenen en verbloemen van de omgeving van ons clubgebouw. Recent sprak ik een moeder die mij vertelde dat zij in haar jeugd zelf lid was geweest van scouting en dat dit een grote positieve impact heeft gehad en nog steeds heeft op haar leven. Hoe mooi is dat, Scouting is een Verschilmaker! Zo dragen wij en de andere 15 scoutingorganisaties onze steen bij aan de invulling van de Sociale Visie 2040! Binnen Scouting komen sport, cultuur, onderwijs en persoonlijke ontwikkeling samen. Het zou naar mijn mening dan terecht zijn dat Scouting in de sociale visie 2040 ook specifiek genoemd wordt als een van de middelen om de doelen te realiseren. Hierbij verwijs ik ook naar de reactie op de visie door de koepelorganisatie Drie Rivieren. Scouting De Wilhelminagroep Zeeverkenners
Solgu
Geacht College, De Wilhelminagroep Zeeverkenners vindt het bijzonder jammer dat in de Sociale visie 2040 geen ruimte is gemaakt voor Scouting in het algemeen en de Zeeverkenners in het bijzonder. Wij zijn naar ons oordeel een onmisbare schakel in het sociale domein. Kinderen krijgen bij ons de kans om zich te ontplooien, ze worden uitgedaagd, krijgen verantwoordelijkheid, worden gezien. Wij vragen veel van onze leden, maar tóch mag je zijn zoals je bent. Scouting Nederland heeft een fonds voor kinderen die niet draagkrachtig genoeg zijn om toch mee te kunnen doen. Wij, de Wilhelminagroep Zeeverkenners, hebben daar ook regelingen voor. Wij vinden het belangrijk dat iedereen die wil, mee kán doen. Ik memoreerde al de verantwoordelijkheid: iemand van 16 krijgt de leiding over een verticale groep, variërend in de leeftijd van 12 tot en met 16. Dit is de Boots. Het is de bedoeling dat de Boots zijn/haar opvolger opleid. Dit is de kwartier. De kwartier leid weer zijn/haar opvolger op en zo door. Dit systeem is ook van toepassing op kinderen van 7 tot en met 11 jaar. En wat leren ze elkaar dan zoal? Samen aan een opdracht werken, samen aan een spel meedoen. Elkaar helpen en ondersteunen als dat nodig is. Maar ook: iedereen is gelijk. Het maakt niet uit of je Dolfijn, Zeeverkenner, Staf- of bestuurslid bent.
Ook wordt geleerd om leiding te geven, initiatief te nemen, spreken voor een grote groep mensen. En zo kan ik nog wel even door gaan. Als ze 18 zijn, dan worden de meeste leden leiding . Dit zijn ze geheel vrijwillig. Ze geven hun tijd, aandacht en energie aan de groep, zodat er een leuke zaterdag wordt beleefd, of een leuk weekend, of een kamp. Van de oudere leden hoor ik vaak: ik doe dit, omdat ik het belangrijk vindt om iets terug te geven aan de groep. Zo hebben oudere leden een chill plek gemaakt op ons terrein, met een BBQ en een pizza oven. Uit bovenstaand blijkt al dat Scouting aan 3 van de vier ‘Verschilmakers’ een belangrijke bijdrage levert. Zo jammer dat dit niet wordt gezien, niet wordt omarmd. U zal begrijpen dat de reactie van de Regio Drie Rivieren Utrecht door de Wilhelminagroep van harte wordt onderschreven.
We herkennen de impact die de scouting heeft voor vele Utrechters en zien hoe zij een belangrijke bijdrage levert aan de ambities uit de SVU 2040. Wel is het zo dat we er bewust voor gekozen hebben om niet alle partijen die bijdragen aan de verschilmakers expliciet te benoemen omdat dat een erg lange lijst zou worden waarbij we onmogelijk compleet zouden zijn.
Nee.
Hervorming Sociaal Domein, visie Solgu Denk eerst aan mensen met een beperking! (1) Waar het gaat om de Sociale Visie Utrecht 2040 valt ons op dat om te beginnen we nergens in de visie zien staan dat er eerst aan mensen met een beperking gedacht wordt! Op 11 juli 2024 werd dit notabene in een motie aangenomen door de gemeenteraad. (2) Het VN-verdrag wordt niet genoemd, noch de Lokale Inclusie Agenda die hierop is geënt. Het VN-verdrag wordt wel in de Wmo-nota Samen Leven, Samen Zorgen op p.26 genoemd. Het illustreert hoe er blijkbaar over mensen met een beperking wordt gedacht: dat dit allemaal Wmo-gebruikers zijn. Het VN-verdrag staat blijkbaar niet op het netvlies waar het gaat over werk, wonen, geld, huisvesting, kortom: het gewone leven. (3) In de Sociale Visie wordt wel de groep benoemd die veel problemen heeft met geld, werk, wonen en gezondheid, maar daaruit wordt niet de conclusie getrokken dat een (ongelijke) investering voor gelijke kansen in deze groep op z’n plaats zou zijn. Het zijn met name mensen met chronische aandoeningen of beperkingen die meer ondersteuning nodig hebben.
1 en 2. We zien dat we explicieter kunnen benoemen dat deze visie bedoeld is voor alle Utrechters en dus ook voor Utrechters met een beperking. We hebben dit aangepast in de visie. Naar aanleiding van de reactie hebben we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, dit is onze lokale uitwerking van het VN-verdrag Handicap. 3. OIGK: de doelgroepen worden o.a. in het uitvoeringsprogramma Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen benoemd. Hier is aandacht voor mensen met een stapeling van kwetsbaarheden. Mensen met chronische aandoeningen of beperkingen, die daardoor meerdere problemen hebben kunnen daardoor ook onder deze doelgroep vallen. 4. Er wordt aandacht gevraagd voor het benoemen van toegankelijkere woningen. Het belang van toegankelijke woonplekken is onderdeel van de woonvisie en het concreet invullen van welke eisen we stellen aan de woningen t.a.v.
Ja: • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we de volgende zin aangepast: “In Utrecht hoort iedereen erbij en luisteren we naar elkaar; jong, oud, mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap, mensen met een beperking en mensen met verschillende achtergronden. In Utrecht is iedereen Utrechter”. • In het hoofdstuk toekomstbeeld hebben we ook de volgende zin aangepast: “Het altijd aantrekkelijke Utrecht bleef de afgelopen jaren groeien. Daarbij is er veel aandacht geweest voor het faciliteren en stimuleren van ontmoeting en mee kunnen doen (ook voor mensen met een beperking), zowel in wooncomplexen als in de openbare ruimte”. • In de verschilmaker gezond samenleven is specifiek toegevoegd dat toegankelijkheid van de voorzieningen van groot belang is. Daarin hebben
(4) Woningen Verder wordt genoemd dat er voldoende woningen moeten zijn voor kwetsbare groepen . Maar waar staat dat de ondergrens voor nieuwbouw bezoekbare woningen zijn? Dit is immers afgesproken in de Woonvisie 2019, een onderdeel van de Agenda Utrecht voor Iedereen Toegankelijk . Bezoekbaar wil ook zeggen dat de openbare ruimte rondom de woningen toegankelijk is. Sociaal en ruimtelijk beleid zijn inderdaad niet te onderscheiden zoals terecht in de Visie wordt genoemd. We hebben
Reactienota, januari 2025
8
voorbeelden van nieuwbouwprojecten voor woningen van na 2019 waarin deze ambities nog steeds niet gehaald wordt (Merwedekanaalzone (Nieuwe Defensie), Leidsche Rijn Centrum). (5) Ontmoeting Toegankelijke ontmoetingsplekken is een ambitie die we onderschrijven: laagdrempelige ontmoetingsplekken in de buurt , of voorzieningen die bijdragen aan ontmoeting, preventie, ontplooiing, meedoen, etc . (Deze ambitie wordt ook genoemd in de Wmo-nota ). Maar bezuinigen op aanvullende zorg betekent voor sommige locaties dat ze om kunnen vallen. Daar wordt aanvullende zorg geboden, bijv. aan mensen met NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel in de Paraplu ). Die locatie heeft ook een toegankelijke buurtfunctie voor inwoners. Als je als ambitie hebt dat de inwoners meer naar elkaar om moeten kijken, dan moet je die ontmoetingsplekken ondersteunen en niet op bezuinigen. Met toegankelijke ontmoetingsplekken moet je overigens ook denken aan toegankelijke parken, speeltuinen en recreatieplekken buiten de deur. (6)Buurthuizen Plus Aanvullende zorg naar de sociale basis sturen, naar de ‘gewone’ buurthuizen is in veel gevallen te optimistisch. Iemand die prikkelgevoelig is gaat niet zomaar naar een gewoon buurthuis, maar blijft thuis.
Daarmee valt de preventieve werking van buurthuizen met een plus weg, met gevolg dat mensen minder van huis gaan, minder contacten hebben, eenzaam worden en gezondheidsklachten krijgen. Dit soort bezuinigingen zullen dan pennywise, poundfoulish blijken te zijn.
toegankelijkheid is onderdeel van de (concept) nota wonen. We erkennen daarmee het belang daarvan. In deze verschilmaker benadrukken we het belang dat er betaalbare woningen zijn in de stad. 5. Er wordt aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid van voorzieningen. We herkennen dat toegankelijkheid van voorzieningen zeer belangrijk is en omdat we in deze visie ook wordt gesproken over waar voorzieningen aan moeten voldoen en dit daarin ontbrak. Daarom hebben we toegankelijkheid daaraan toegevoegd. 6. In de reactie staan een aantal ideeën en vragen en opmerkingen die niet één op één te vertalen zijn naar de visie of naar gewenste aanpassingen in de visie (buurthuizen plus, preventie en bezuinigingen, beter bezuinigen). Ook gaat het soms over de uitwerking zoals een concreet idee voor een loket. We zien naar aanleiding van deze vragen en bespreekpunten geen punten die aanpassing van de visie vragen. 7. We beamen in de SVU 2040 dat we scherp moeten zijn op het formuleren van ambities en doelstellingen en dat we de doelstellingen uit de beleidsnota’s goed moeten evalueren.
we een verwijzing naar de ‘Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk’ en een raadsbrief over de evaluatie van ‘Utrecht Standaard Toegankelijk’ opgenomen, dit is onze lokale uitwerking van het VN-verdrag Handicap.
Preventie Het uitgangspunt van beleid kan niet zijn bezuinigen, maar moet de kwaliteit van leven van inwoners blijven. Preventief beleid geeft op de lange duur meer inwoners die zich kunnen redden en dus geen aanspraak maken op andere voorzieningen die duurder zijn. Bovendien is een verslechtering van de leefsituatie van mensen met een beperking in tegenspraak met de geest van het VN-Verdrag Handicap/CZ. Beter bezuinigen En als er dan toch moet worden bezuinigd: we hebben vaak voorbeelden van hoe iets goedkoop kan worden opgelost. Mensen weten vaak zelf het beste waarmee zij geholpen zijn. We zien echter dat individuele aanvragen soms overruled worden door de second opinion van een duur onderzoeksbureau dat door de gemeente wordt ingeschakeld. En waar toegankelijke woningen worden gebouwd, hoeven bewoners niet meer naar de Wmo voor woningaanpassingen. Dit heeft als neveneffect dat buren makkelijker bij elkaar op bezoek kunnen zodat mensen naar elkaar kunnen omkijken. Eén van de ambities van de Sociale Visie. En verder Eenvoud: we vallen Utrechters niet lastig met onze systeemkeuzes: Goed plan! Vragen we al heel lang! Zorg dat er 1 loket is waar je je verhaal kunt doen, en waar je niet wordt weggestuurd ongeacht je vraag. Achter dit loket moet uitgezocht worden waar iemand het beste mee geholpen is, zonder dat je de burger lastigvalt met financieringsstromen of systeemschotten.
(7) En verder zou het raadzaam zijn om ook af en toe terug te kijken naar ambities die zijn geformuleerd in het verleden, wat is daarvan terecht gekomen, waarom worden bepaalde ambities niet meer genoemd? Inwoner
Wijkalliantie+
Financiële bestaanszekerheid is voor veel mensen een onbereikbare droom. Er zijn talloze gezinnen afhankelijk van de Voedselbank of weggeefwinkels. Er zijn talloze mensen met schulden en lage inkomens, die schijnbaar uitzichtloos de eindjes aan elkaar moeten knopen en toch dreigen te verdrinken. De schuldhulpverlening en andere hulpverleners werken al decennia lang om deze mensen te helpen, maar het lijken er juist steeds meer te worden. Recent heeft u een concept sociale visie 2040 neergelegd waarop u reactie vanuit de stad vraagt. Namens de Wijkalliantie+ reageren we graag gezamenlijk. Allereerst zijn we verheugd dat er naast de ruimtelijke visie (de RSU) nu ook een visie voor het sociaal domein ligt. We weten met elkaar dat er de komende jaren grote uitdagingen maar ook kansen liggen in het sociaal domein. Een heldere visie waaraan iedereen, in sociaal én ruimtelijk domein, zich aan kan verbinden helpt om die grote vraagstukken aan te pakken. We herkennen en snappen de keuzes voor de verschilmakers en steunen die ook. We zien ook dat echt kiezen om vanuit die verschilmakers te gaan werken ons allen kan helpen de inzet te richten. We zijn verder blij te lezen dat het Utrechts model de onderlegger blijft, daar ligt een stevige basis om op door te bouwen.
We herkennen de leidende principes en vinden het cruciaal die de komende tijd uit te werken zodat het ook voor ons allen en juist ook voor professionals helpende principes worden in hun dagelijks contact met Utrechters en elkaar. We willen ook een aantal dingen meegeven die wat ons betreft meer uitwerking en stevigheid vragen in de sociale visie: 1. Wees ook open en eerlijk over wat niet (meer) kan. De komende jaren zullen inwoners andere en misschien wel minder ondersteuning krijgen. Dit argument (mínder geld voor een toenemende zorgbehoefte) mist nu in de visie en hoort daar voor het eerlijke gesprek juist wel in thuis. Voer hierover veelvuldig het gesprek op allerlei plekken en momenten in de stad.
We zijn ons ervan bewust dat dit een hoge ambitie is en zeker ook dat de gemeente niet de enige partij is die hierop van invloed is. We herkennen de situatie die in deze reactie wordt geschetst en juist daarom is financiële bestaanszekerheid de eerste verschilmaker en is het van belang een stevige ambitie te hebben. 1. Eerlijk over wat wel en niet kan: we herkennen niet dat het in de visie niet gaat over dat (gezien de stijgende vraag en de schaarste aan professionals) inwoners en anderen misschien minder ondersteuning krijgen. We hebben dat in de analyse bij de verschilmaker gezond samenleven als volgt verwoord: “(...) we zien dat er richting 2040 een toenemende vraag is naar zorg (sociaal en medisch), onder andere door de vergrijzing. Als die vraag zo door blijft groeien, dan zou in 2040 een onhoudbaar aantal mensen (één op de vier) in de zorg en ondersteuning moeten werken. Dit is niet haalbaar met de zeer krappe arbeidsmarkt in Utrecht en bovendien is het, zoals al eerder toegelicht, niet wenselijk dat alle zorg wordt uitgevoerd door professionals, omdat het contact vanuit het eigen netwerk soms meer kan bieden (continuïteit, herkenning, etc.) dan dat van een professional. (...) Dat vraagt dus iets van hoe we kijken naar zorg en hoe we deze toekomstbestendig kunnen organiseren.
Er zal ook een groter beroep op de inwoners gedaan worden, wat terug te zien is in deze verschilmaker.”
Reactienota, januari 2025
9
Nee.
Ja: • In de aanleiding hebben we een toevoeging gedaan in deze zin: “We zien ook de vraag naar zorg toenemen, terwijl onze stad (mede door ons beleid) blijft groeien naar zo’n 470.000 inwoners in 2040.” In de analyse is de groei van de stad als tweede onderwerp genoemd in plaats van eerste onderwerp. • Bij de achtergrond en onderbouwing is de volgende zin opgenomen: “Een tekort aan betaalbare huisvesting is dus niet de enige oorzaak van dakloosheid, maar er is wel meer betaalbare huisvesting nodig om dakloosheid tegen te gaan.” • Bij de verschilmaker gezond samenleven, is de volgende zin opgenomen: “Zoals verkennen of samen inkopen van zorg een mogelijkheid is of het gezamenlijk organiseren van voorzieningen”. • In het hoofdstuk “wat vraagt dit van de gemeente” hebben we de zin: “Samen met Utrechters kiezen
2. Het lijkt in deze visie alsof groei van de stad Utrecht als een gegeven wordt genomen, autonome groei en geen keuze van raad en college. Daarmee leest het alsof je éérst groeit en dan kijkt wat nog mogelijk is voor ‘gezond stedelijk leven’. Wij denken dat het andersom zou moeten zijn. ‘Gezond stedelijk leven’, ‘gezond en leerbaar’ of ‘inclusief, veerkrachtig en gezond’ als de norm en dan van daaruit kijken wat dit betekent voor alle ambi�es in de stad (zoals de groeiambities). Daarmee komen de ruimtelijke (groei)strategie en de sociale visie meer in evenwicht, in plaats van dat de ruimtelijke strategie uitgangspunt is voor de sociale visie. Negatief gesteld denken wij dat we niet alleen een ‘wooncrisis hebben’, maar ook een gezondheidscrisis. Die laatste is minstens zo belangrijk en vraagt minstens net zo veel aandacht als de eerste. En het lijkt ons al helemaal niet de bedoeling dat we met het werken aan de wooncrisis de gezondheidscrisis groter maken. Kortom: we pleiten ervoor om de grote vraagstukken in samenhang met elkaar te zien. Als je kijkt vanuit het perspectief van het sociaal domein, welke groei is dan passend en haalbaar in plaats van: groei is het uitgangspunt en dat heeft effect op het sociaal domein.
Vanzelfsprekend is wonen een heel belangrijke vraag in onze stad (ook juist vanuit de sociale visie), maar die moet wel meer in verbinding komen met de sociale vraagstukken. Een discussie die volgens ons zou moeten volgen uit de sociale visie is bijvoorbeeld: voor wie bouw je en bouw je ook op ‘ongezonde plekken ’met impact op andere inwoners? Vanuit ditzelfde oogpunt zien we ook weinig aandacht voor klimaatbestendigheid, wat ook impact heeft op woonzekerheid/bestaanszekerheid. Terwijl ook hier op dit moment juist sprake is van klimaatongelijkheid. 3. Als het gaat over verschilmakers, dan denken wij dat het goed is scherp te zijn in de uitwerking van ‘een betaalbaar dak boven je hoofd’. In meerdere settings wordt in de afgelopen weken de wooncrisis gekoppeld aan dit betaalbare dak. Aan dakloosheid bijvoorbeeld. Wij denken dat de wooncrisis (voor wie is het nog betaalbaar om te wonen in Utrecht) en dakloosheid twee vraagstukken zijn die niet met elkaar verward moeten worden. Als het gaat over dakloosheid is dit een groot maatschappelijk thema, waarvoor we overigens in Utrecht een goede aanpak hebben met bijvoorbeeld het voorkomen van huisuitzetting. De wooncrisis is echt een ander thema.
Het is goed dat in dit stuk heel helder uiteen te houden, aangezien het nu in debaten (bijvoorbeeld de RIB over hervormingen sociaal domein) door elkaar gehaald wordt en verkeerde beelden worden bevestigd. 4. Het is helpend als de visie voor het sociaal domein en het daaruit volgende beleid (incl. inkopen, contracteren en sturen) nog meer hand in hand gaan met andere partijen. Dit gaat bijvoorbeeld over de zorgverzekeraars sturing/inkoop/contractering op de eerstelijns medische zorg. Het gaat in de stad enorm helpen als we als belangrijke samenwerkingspartners veel meer kunnen werken vanuit integrale visie, kaders en sturing. Een ander voorbeeld dat echt verschil kan maken, is als we nog steviger zouden zijn als stad om echt afspraken te maken met scholen, huisartsen en jeugdhulppartners, dat je hier geen diagnose nodig hebt om op school extra ondersteuning zoals tijd bij toetsen te krijgen. 5. Als het gaat over participatie van bewoners, dan gaat dat niet alleen om bewoners die zich actief melden bij gemeente. Misschien juist niet die bewoners die zich al weten te verenigen, maar juist de bewoners voor wie de afstand naar de gemeente te groot is of die zich anders inzetten voor een ander, zoals vrijwilligers of mantelzorgers. Wij zien hier een belangrijke rol voor de buurtteams en de partners in het sociaal domein. Wij zijn dagelijks met die mensen in gesprek en aan het werk.
Benut ons juist voor de input van die duizenden bewoners. Ook gemeenschapskracht ontstaat niet altijd vanzelf, bewoners vragen om een infrastructuur waarop we die gemeenschapskracht kunnen bouwen en benutten. Onder ambitie 5 staat ´bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis´. Dit is in onze ogen onvoldoende. Er zal de komende jaren echt geïnvesteerd moeten worden op de sociale basis, zodat we kunnen werken aan een andere manier van samenwerken, het versterken van gemeenschapskracht en – als uitkomst – een andere verhouding tussen bewoner en overheid/zorg. 6. We zien nog weinig aandacht voor domein overstijgende innovatie. Hoe kunnen we bijvoorbeeld AI of andere digitale toepassingen gezamenlijk ontwikkelen (ook weer met die andere domeinen, we hebben het namelijk steeds over diezelfde inwoner). 7. Geef als gemeente meer prioriteit aan de uitwerking en gezamenlijke uitvoering van ongelijk investeren in gelijke kansen.
Gaan we echt onderscheid maken tussen wijken? Durven we specifiek te investeren daar waar dat het meeste nodig is? Durven we ook de sociale basis groot te maken juist in de wijken waar het relatief goed gaat, zodat vanuit gemeenschapskracht van een meer draagkrachtige buurt aan oplossingen gewerkt kan worden zonder professionele zorg? En dus Ongelijk Investeren in Gelijke Kansen vormgeven door in bepaalde wijken juist méér te investeren in de sociale basis? 8. Geef meer woorden aan: versterken dagelijks leven van inwoners, dat is de basis. Je vult aan vanuit sociaal domein, maar neemt niet over. Werk het ‘hoe’ van gezond samenleven samen met partners meer uit. Het is een ontzettend mooi en belangrijk streven, maar er is ook iets nodig (infrastructuur) om gemeenschapskracht te ondersteunen. 9. Sturen in balans blijft de norm. Het Utrechts model is sturen in balans én leren en ontwikkelen. Dat doe je met zakelijke sturingsinformatie én dialoog. Waar de eerste jaren ook heel veel energie is gaan zitten in het zorgen voor een goede dialoog en samenwerking, helt de focus nu over naar de harde cijfers. Hier meer aandacht voor is goed, maar als je teveel focus legt op sturen vanuit alleen financiën en harde cijfers dan zullen de kosten waarschijnlijk toenemen (zie ook advies deskundigencommissie hervormingsagenda jeugd -> financiën volgt inhoud).
We voelen nu af en toe dat gesprekken wat te ver doorschieten en dat daarmee te weinig aandacht
De wijkalliantie geeft aan dat we hierover veelvuldig het gesprek moeten voeren in de stad. Dit is opgenomen bij het onderdeel “hoe verhogen we de lat” van de verschilmaker ‘gezond samenleven’. Het gaat hier om de volgende zinnen: (...) Om passende en creatieve oplossingen te vinden voor nabije zorg en ondersteuning, zoeken we actief het gesprek op met de stad.” 2. Groei van de stad als uitgangspunt of als keus en groei als belangrijkste uitgangspunt: we hebben een toevoeging gedaan, waarin we aangeven dat de stad groeit, onder andere door het beleid van de gemeente. Daarnaast hebben we in de analyse (in de bijlage) groei van de stad niet meer als eerste genoemd. Ook bij de gemeente staat ‘gezond stedelijk leven’ op de eerste plek; om dit voor elkaar te krijgen moet de groei van de stad in balans zijn. We zijn het er daarom mee eens dat deze onderwerpen in samenhang moeten worden bekeken. Specifiek wat betreft het benoemen van voor wie we bouwen en waar we bouwen (ongezonde plekken) geldt dat we dit expliciet bespreken in de visie. Ten aanzien van de ‘ongezonde plekken’ geeft de nota Gezondheid hier nog meer uitwerking aan. 3. We zien dat de wooncrisis breder is dan dakloosheid en beschrijven dit ook in het hoofdstuk “Een betaalbaar dak boven je hoofd”.
Betaalbaar wonen is voor meer mensen een prangend vraagstuk dan alleen voor mensen die dakloos zijn en zo behandelen we het ook in de SVU 2040.Tegelijkertijd zien we wel degelijk een belangrijk verband tussen dakloosheid en de wooncrisis: dakloosheid is in de eerste plaats namelijk een woonprobleem, zoals ook beschreven in het Nationaal Actieplan Dakloosheid, wat benoemd wordt in de SVU 2040. Naar aanleiding van de zienswijze hebben we dit nog verhelderd door het toevoegen van een zin aan de achtergrond en onderbouwing. Verder: zie punt 2 over groei van de stad. 4. We erkennen het belang van samenwerken met o.a. zorgverzekeraars en van helpende afspraken op organisatieniveau die bijdragen aan het welzijn van kinderen. We hebben dit daarom allebei explicieter gemaakt in de visie. 5. Zowel de buurtteams als de partijen in de sociale basis hebben een belangrijke rol in het contact met inwoners die wellicht meer afstand ervaren tot de gemeente. Dit zien wij ook terug in de input die deze organisaties aan ons terug hebben gegeven, ook tijdens de partnerbijeenkomst over de SVU 2040. In de visie hebben we naar aanleiding van deze input in de visie toegevoegd in het hoofdstuk ‘wat vraagt dit van de gemeente” dat we, samen met Utrechters, kiezen welke samenwerkingsvorm het meest passend is. Daarbij hebben we een link opgenomen naar het samenwerkingskompas van Samen Stad Maken.
Naar aanleiding van een andere zienswijze hebben we eerder in dit hoofdstuk al toegevoegd dat we gebruik maken van ervaringskennis die we al in huis hebben (denk aan klachten en signalen van inwoners of peilingen) en zoeken actief naar samenwerkingen met inwoners, ervaringsdeskundigen, uitvoeringspartners en bedrijven in concrete opdrachten. Ten aanzien van de zin over niet bezuinigingen m.b.t. sociale basis: Het klopt dat de gemeente de sociale basis een zeer belangrijk onderdeel van de verschilmakers vindt en daarom was de zin opgenomen dat we bij voorkeur niet bezuinigen op de sociale basis. We erkennen dat deze zin niet de ambitie uitstraalt over de beweging we willen maken. Deze zin is daarom veranderd in: “Dat betekent dat we de ambitie hebben om het aandeel sociale basis en die inzet die juist kan bevorderen dat bewoners elkaar ondersteunen, te laten stijgen.” 6. Domein overstijgende innovatie komt op meerdere plekken terug in de visie (in het hoofdstuk “Gezond samenleven” en in het hoofdstuk “Wat vraagt dit van ons?”) maar we herkennen dat dit nog steviger kan en dat het juist ook richting de toekomst veel kansen biedt. We hebben dit daarom wat scherper omschreven. Reactienota, januari 2025
10
we de best passende samenwerkingsvorm" toegevoegd. Hierbij is ook een voetnoot opgenomen: “Dit doen we door gebruik te maken van het kompas van samen stad maken: Beleid voor samenwerken met bewoners | gemeente Utrecht)". En naar aanleiding van een andere zienswijze hebben we eerder in dit hoofdstuk al toegevoegd: “dat we gebruik maken van ervaringskennis die we al in huis hebben (denk aan klachten en signalen van inwoners of peilingen) en zoeken actief naar samenwerkingen met inwoners, ervaringsdeskundigen, uitvoeringspartners en bedrijven in concrete opdrachten”. • In het hoofdstuk over de verschilmaker gezond samenleven is de zin: “we bezuinigen bij voorkeur niet op de sociale basis” is gewijzigd in “dat betekent dat we de ambitie hebben om het aandeel sociale basis en die inzet die juist kan bevorderen dat bewoners elkaar ondersteunen, te laten stijgen”. • Bij de verschilmaker kansrijk opgroeien is de volgende zin toegevoegd: “Naast ouders hebben veel andere mensen een belangrijke rol zoals de pedagogisch medewerkers op de kinder- opvang, de leerkracht op school, de jeugdgezondheidszorg, de leerkracht op school, de sporttrainer en andere buurtbewoners. De partijen rondom jeugdigen werken samen aan het welzijn van jeugdigen en hun omgeving.