CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Jan van Galenstraat-Huizingalaan-Van Ginnekenlaan

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen Jan van Galenstraat / Huizingalaan / Van Ginnekenlaan49.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

23 van 229

Mijn wens is om er qua openbaar groen op vooruit te gaan. Niet alleen in kwantiteit, maar ook in kwaliteit. Dus enkele mooie bloesem dragende bomen, een speels parkje met voldoende lucht, maar ook met speelgelegenheid. Ter vervanging van het huidige speeltuintje. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Groen en Leefbaarheid. Reactie 9.17 De huidige inrichting van de speeltuin lijkt beperkt, maar door de vormgeving en de samenhang met de rest van de buurt kon hier goed verstoppertje worden gespeeld gevoetbald, geknikkerd, en daagde het uit voor zowel actief en minder actief spel. De inrichting van het nieuwe speeltuintje lijkt wat simpel. Ik zou dan ook graag zien dat hier in het SPVE meer aandacht aan wordt besteed, ook omdat er in de directe buurt niet veel speelplek is en weinig groen. Antwoord Zie het antwoord in H1 onder Stedenbouwkundig Programma van Eisen ‘Jan van Galenstraat’, Groen en Leefbaarheid. Reactie 9.18 Het concept SPvE is warrig opgesteld. Alles staat door elkaar heen en je moet al heel goed in de materie zitten om de juiste informatie eruit te halen. Waar staat nu precies wat het plan is en waar staat de verantwoording? Het SPVE zou in mijn ogen herschreven moeten worden, zodat duidelijk is wat het plan precies inhoudt. Alle toelichting kan naar de bijlagen. Antwoord • Het SPvE is gemaakt via de algemene standaard van de Gemeente Utrecht.

De opbouw, kaartmateriaal en hoofdstukindeling zijn bij alle Stedenbouwkundig Programma van Eisen- en Bouwenveloppen identiek.

Respondent 10 Reactie 10.1 De winkels aan de Jan van Galenstraat worden ook bezocht door bewoners van Nieuw Bleyenburg. Sommige bewoners hebben een mobiele beperking en gebruiken een stok of rollator. Het is belangrijk dat iedereen veilig kan oversteken. Vandaar dat wij tijdens de werkzaamheden en bij de herinrichting dringend willen verzoeken rekening te houden met goede, veilige oversteekmogelijkheden over de Jan van Galenstraat. Op dit moment zijn er 2 oversteekmogelijkheden: Aan de kant van de Kardinaal de Jongweg is een voetgangersoversteekplaats met een vluchtheuvel in het midden en stoplichten. Deze stoplichten staan echter niet voor iedereen lang genoeg op groen, hetgeen nu al gevaarlijke situaties oplevert. Daarnaast kunnen fietsers op de Kardinaal de Jongweg zonder enige belemmering of waarschuwing rechtsaf slaan de Jan van Galenstraat in, terwijl er op dat moment net iemand zou kunnen gaan oversteken. Een goede waarschuwing voor afslaande fietsers of een andere barrière is daarom op zijn plaats. Want: de voetganger gaat rechtdoor op dezelfde weg en gaat dus voor. We weten dat fietsers in Utrecht zich weinig van verkeersregels aantrekken, we begrijpen ook dat dit een hoofdfietsroute moet worden en dat u fietsers niets in de weg wilt leggen, maar de verkeersveiligheid van deze plek voor overstekende voetgangers moet echt beter dan deze nu is.

Kortom: Zorg ervoor dat bewoners van Nieuw Bleyenburg veilig kunnen oversteken van en naar de winkels op de Jan van Galenstraat. Dit geldt zowel tijdens de bouwwerkzaamheden als tijdens en na de herinchting. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Doorfietsroute Utrecht-Amersfoort. Uw punt van zorg is bekend bij de projectgroep die werkt aan het ontwerp. 24 van 229

Reactie 10.2 De Van Esveldstraat is de eigen (eenrichtings)weg die langs ons appartementencomplex loopt, parallel aan de Kardinaal de Jongweg. Hier komen veel ambulances, artsen, (rolstoel)taxi’s, en buurtbusjes doorheen voor de bewoners van ons complex. Het gaat hier vaak om tijdgebonden medische afspraken, in het geval van een ambulance zelfs om spoed. Ook klusbussen van monteurs staan hier vaak. De enige uitgang is het parkeerterrein van Nieuw Bleyenburg aan de Jan van Galenstraat. Aangezien de route Kardinaal de Jongweg/Jan van Galenstraat/Huizingalaan een hoofdfietsroute is/wordt van Utrecht naar Amersfoort, is het belangrijk om te weten hoeveel fietsers er op welke tijden te verwachten zijn, en welke invloed de bouwwerkzaamheden en herinrichting gaan hebben op de in- en uitrijdbaarheid van de van Esveldstraat, de parkeerplaats en de parkeergarage. De hoofdroute voor bewoners en bezoekers van Nieuw Bleyenburg is om bij het verlaten van de van Esveldstraat, parkeerplaats of garage linksaf te gaan richting Kardinaal de Jongweg. Hier kruist men de fietsroute. Hetzelfde geldt voor inrijden: vanaf de Kardinaal de Jongweg: bij rechtsafslaan naar de parkeergarage/plaats kruist men de fietsroute. Uitrijders gaan meestal naar links naar Kard. De Jongeweg, inrijders komen meestal van links van de Kardinaal de Jongweg.

Wanneer er veel fietsers op de Jan van Galenstraat zijn, kan een opstopping ontstaan bij de parkeerplaats/parkeergarage van Nieuw Bleyenburg, dat is geen wenselijke situatie. De parkeergarage heeft een nogal steile helling, een file daar is ronduit gevaarlijk. Wij begrijpen dat de “Fietsroute om de noord” ook gebruik gaat maken van de Jan van Galenstraat, zodat er ook een fietsstroom vanaf de Alexander Numankade te verwachten is bij uitrijden van Nieuw Bleyenburg. Dat valt buiten dit plan maar baart ons wel zorgen. Wilt u svp nog eens heel goed naar kijken of hier geen conflicten gaan optreden? Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Doorfietsroute Utrecht-Amersfoort. Uw punt van zorg is bekend bij de projectgroep die werkt aan het ontwerp. Reactie 10.3 De hoogte van het te bouwen gebouw sluit dan wel aan bij de bouwhoogten aan de Kardinaal de Jongweg, maar minder bij de lagere bebouwing aan de Jan van Galenstraat en Huizingalaan. Door de hogere gebouwen en de relatief kleine afstand tussen de gebouwen kan dit deel van de Jan van Galenstraat een onprettig tochtgat worden i.p.v. een fijne winkelplek. Dit kan ook invloed hebben op fietsers. Is hier al onderzoek naar gedaan? Antwoord • Er is nog geen windonderzoek gedaan. Dit zal worden gedaan, indien nodig, bij de aanvraag van het Omgevingsplan.

Reactie 10.4 Wij hebben al regelmatig gehoord dat na de transformatie van een winkelcentrum de huren zo hoog worden, dat de oorspronkelijke winkels dit niet meer kunnen betalen. Dit komt zowel in Utrecht (Hoog Catharijne) als elders voor. Dat is jammer, want het zijn juist de lokale kleine winkels die dit winkelgebied aantrekkelijk maken. Wilt u er voor zorg dragen dat de bestaande winkels die terug willen komen, dat ook kunnen doen? Antwoord • De huidige winkeliers hebben, vanwege de voorgenomen (her)ontwikkeling lagere huurprijzen dan marktconform zijn. Als de nieuwe situatie is gerealiseerd zal de belegger waarschijnlijk de gebruikelijke markconforme huurprijzen hanteren. De gemeente heeft hier geen invloed op. Reactie 10.5

25 van 229

Zeker een postNL punt is een grote wens, evenals een kleine levensmiddelenwinkel, en andere winkels die van toegevoegde waarde zijn voor de oudere en/of minder mobiele buurtbewoners, en die de sociale cohesie in de buurt ten goede komen. Antwoord • Een aantal winkeliers heeft aangegeven graag terug te keren in de nieuwbouw. Welke andere winkels zich in de nieuwbouw gaan vestigen is nog niet duidelijk. Reactie 10.6 We hebben ook gehoord dat er een gezondheidscentrum zou komen, dat juichen we zeer toe, mits het een centrum wordt met echte artsen, diensten en personeel, dus geen CoMed praktijk. In het plan staat Detailhandel, wij hopen dat dit wordt gehandhaafd en er geen ruimte komt voor avond- en nachthoreca. Dat geeft overlast voor de buurt. Antwoord • Dank voor uw reactie. We nemen deze mee bij het opstellen van het Omgevingsplan waarin de nieuwe bestemmingen worden vastgelegd. Reactie 10.7 Onder punt 3.3 hebt u het over de Bushalte Hengeveldstraat (bijgaande plattegrond: nr. 3). De beide bushaltes van Everdingenlaan (1 en 2) zijn echter dichter bij het plangebied en met name de bushalte die aan de overkant van de Kardinaal de Jongweg ligt (1), is een hele handige om naar de binnenstad/station CS (lijn 4) en naar station Overvecht (lijn 30) te gaan. Het is ons onduidelijk waarom u deze nuttige bushaltes niet noemt. Antwoord • Dank voor uw opmerkzaamheid.

Bushaltes Van Everdingenlaan zijn inderdaad ook logische Ovhaltes in de nabijheid van het plangebied.

Respondent 11 Reactie 11. 1 Winkelcentrum De Gaard loopt op dit moment aardig, maar dat is niet altijd zo geweest. Het invullen van alle winkelmeters heeft veel tijd en geld gekost. Overigens hebben we nog altijd een paar leegstaande units. Toevoeging van nieuwe winkelruimte zal ertoe leiden dat de positie van een bestaand winkelcentrum onnodig kwetsbaar wordt gemaakt met een realistisch risico op relevante leegstand als direct gevolg. Gemeentelijke beleidsdoelstellingen worden daarmee ondermijnd, terwijl dat beleid juist behoud, versterking en verduurzaming van bestaande winkelgebieden voorstaat. Wij zijn dan ook geen voorstander van het realiseren van nog meer winkelmeters in de buurt van het winkelcentrum. Die extra winkelmeters zijn een bedreiging voor de toekomstbestendigheid van ons winkelcentrum. Het liefst zien wij dan ook dat de winkelmeters uit de herontwikkeling aan de Jan van Galenstraat verdwijnen of in ieder geval zoveel mogelijk worden beperkt. Antwoord • Uit onderzoek naar de marktkansen van de winkelmeters aan de Jan van Galenstraat (distributieplanologisch onderzoek in vaktermen) blijkt dat de wijk en de stad, mede gezien de groeiprognoses behoefte heeft aan extra vierkante meters winkelruimte. Er is voldoende bestedingspotentieel om deze meters te ontwikkelen.

Reactie 11.2 In het concept is opgenomen dat ter plaatse een kleinere ‘mandjes’ supermarkt is voorzien. Wat hier precies mee wordt bedoeld, blijkt niet uit het concept. Wij nemen aan dat het hier gaat om een supermarkt waar geen winkelkarren mee naar binnen worden genomen, maar uitsluitend 26 van 229

winkelmandjes. Dit lijkt ingegeven vanuit de wens dat ter plaatse geen grote full service supermarkt wordt gerealiseerd. Hoewel we het liefst zien dat er helemaal geen supermarkt mogelijk wordt gemaakt, past een kleine buurtsupermarkt beter dan een grote full service supermarkt. We vragen ons alleen af of dit voldoende geborgd wordt door uit te gaan van de (niet gedefinieerde) term ‘mandjes’ supermarkt. Om ervoor te zorgen dat er inderdaad alleen een kleine buurtsupermarkt komt, lijkt het ons beter om dit op een andere manier vast te leggen. Wellicht kan de term kleine buurtsupermarkt worden opgenomen, met een definitie. Verder moet goed gekeken worden naar de omvang van de winkel. Antwoord • In het Omgevingsplan wordt het aantal vierkante meters bvo van de functie supermarkt begrenst. Hiermee wordt ook de uitbreidingsmogelijkheid begrenst. In de Anterieure Overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer worden afspraken vastgelegd over de ‘mandjessupermarkt’ en het ontmoedigen van autogebruik voor winkelbezoekers. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen die het onmogelijk maken met de winkelwagens de winkel te verlaten. Reactie 11.3 Als slechts een beperkt aantal meters supermarkt wordt toegestaan, is daarmee de kleinschaligheid een gegeven. In het concept wordt uitgegaan van een behoorlijk groot aantal meters supermarkt, namelijk ca. 1270 m2 bvo.

Weliswaar wordt daarbij nu uitgegaan van 850 m2 wvo, maar eerder werd diezelfde omvang gekoppeld aan 1000 m2 wvo. Dat is gek. Het verschil tussen bvo en wvo zit normaal gesproken in meters voor opslag, een (kantine)ruimte voor medewerkers etc. Er zijn natuurlijk niet ineens meer van dat soort meters nodig. In de praktijk zullen de meters bvo zo voordelig mogelijk worden ingevuld en dat betekent voor een supermarktexploitant: zoveel mogelijk meters invullen als winkelvloeroppervlak. Dat kan dan misschien niet zijn toegestaan, maar zie dat maar eens te handhaven. Om dit te voorkomen, moet ook het aantal meters bvo worden verkleind. Dan is er gewoon een kleinere unit en daarmee veel minder kans op gedoe over de indeling. Verder dient expliciet te worden vastgelegd dat de kleinere winkelunits nooit bij de supermarkt mogen worden getrokken. Ook hier moet geen onduidelijkheid over kunnen bestaan. Antwoord • We streven naar circa 850 m2 wvo en 1.270 m2 bvo omdat dit in Motie 94 – 2023 is aangegeven. In het Omgevingsplan wordt het aantal vierkante meters bvo van de functie supermarkt begrenst. Hiermee wordt ook de uitbreidingsmogelijkheid begrenst.

Reactie 11.4 Hoewel uit de Motie blijkt dat het ondergronds parkeren uitsluitend voor bewoners van de bovengelegen woningen moet zijn, wordt op pagina 20 aangegeven dat het parkeren van zowel bewoners, werknemers als bezoekers wordt opgelost in de verdiepte parkeergarage. Dit rijmt niet met de Motie en is ook onwenselijk. Dit stimuleert immers dat bezoekers van de supermarkt met de auto zullen komen. Op die manier komt de functie van kleine buurtsupermarkt aan de geplande supermarkt te vervallen. Het wordt dan toch sneller een full service supermarkt waar mensen hun weekboodschappen kunnen doen. De tijdens de inspraakrondes opgehaalde wensen voor een gezamenlijk gedragen scenario zijn dan in 1 keer verdwenen. Het is dan ook belangrijk dat goed wordt vastgelegd dat parkeren in de parkeergarage uitsluitend is toegestaan voor bewoners en niet voor winkelbezoekers. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Parkeren. Reactie 11.5 Wij hebben op zichzelf geen belang bij de manier waarop de eventuele toekomstige supermarkt wordt bevoorraad, maar we willen toch graag opmerken dat de wijze waarop de bevoorrading nu wordt voorgesteld, onlogisch lijkt. Geparkeerd wordt aan een doorgaande weg, waarbij het bevoorraden 27 van 229

vervolgens via een fietspad en een groenstrook moet plaatsvinden (zie onder meer p. 28). We vragen ons af of dit goed gaat. Antwoord • De situering van de logistieke ingang van de supermarkt aan de zijde van de Kardinaal de Jongweg was een grote wens van de buurt. De raad heeft met motie 94-2023 opgedragen hier uitvoering aan te geven. Tijdens het ontwerp van de nieuwe situatie wordt ook gekeken naar de verkeersveiligheid op het fietspad en de oversteekbaarheid hiervan.

Respondent 12 Reactie 12.1 p. 10: hier worden als sterke punten het groen en de bomen aan de Kardinaal de Jongweg en de afschermende werking van de bebouwing aan de Kardinaal de Jongweg voor de achterliggende bebouwing, met name qua geluid genoemd. Twee dingen daarover: - De bomen zijn inderdaad een sterk punt. Het overige groen in mijn ogen niet, het wordt nauwelijks beheerd en heeft m.i. een lage kwaliteit. - De afschermende werking van de gebouwen geldt helaas nauwelijks voor ons. Een andere rooilijn had hierin verbetering kunnen brengen. Nu dat niet gebeurt hoop ik dat de mogelijkheden die de herinrichting van het groen biedt wel worden benut. Zoals in het SPvE namelijk al staat is de Kardinaal de Jongweg een extreem drukke en daarmee lawaaiige straat. Antwoord • Het groen aan de Kardinaal de Jongweg heeft naast een waarde voor de mens ook een waarde voor de ecologie. Het is onderdeel van de hoofdgroenstructuur van de stad, en daarmee ook ecologisch van belang voor de stadsnatuur. Reactie 12.2 p.15 en p.18: hier gaat het over bestaande en nieuwe bomen. De locaties van de bomen op de afbeeldingen van de huidige en nieuwe situatie komen niet overeen. De herinrichting biedt kansen voor méér bomen. Ik zie daar nu nauwelijks iets van terug. Sterker, in het nieuwe plan missen drie bomen waar wij nu op uitkijken. Er is echt wel ruimte voor veel meer bomen.

Antwoord • De afbeeldingen met de bestaande en huidige situatie waarnaar wordt gerefereerd zullen waar nodig worden aangepast. Voor de toekomstige situatie zijn er een aantal bomen indicatief aangegeven. Het exacte aantal, soort en aantal is onderdeel van het ontwerp voor de openbare ruimte, dat nog moet worden gemaakt. Reactie 12.3 Op p. 22: ‘Streven is om binnen het plangebied 17 m² groen toe te voegen per nieuwe woning in het kader van “groeien in balans” zoals beschreven in de RSU.’ Dit zou dan als ik het goed lees 104x17=1768m2 extra groen ten opzichte van nu betekenen, binnen het plangebied. Als dit klopt wordt dat uiteraard niet waargemaakt. ‘Voor de inrichting van het groen wordt maximaal 25% uitheemse soorten gekozen.’ Waarom niet gewoon 100% inheemse soorten? Dit strookt veel beter met de biodiversiteitsdoelstellingen van de gemeente en de rest van Nederland. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Groen. Reactie 12.4

28 van 229

p. 19 - ‘dit is een spaarzaam punt waar ik het eens ben met de buurtvereniging. Voor wie is die parkeergarage straks nou bedoeld, als de nieuwe bewoners geen vergunning krijgen? Of wordt er toch op gerekend dat de inhoud van een deel van de winkelmandjes in auto’s wordt afgevoerd? Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Parkeren. Reactie 12.5 Mandjessupermarkt: betekent dat dus geen winkelwagentjes? Antwoord • Een mandjessupermarkt is een supermarkt waar bezoekers voornamelijk lopend heen gaan of op de fiets voor een beperkt aantal boodschappen. In de supermarkt kiezen bezoekers dan vaak voor een mandje in plaats van een winkelwagen. Een mandjessupermarkt beschikt ook over winkelwagens voor haar klanten. Bij de supermarkt aan de Jan van Galenstraat willen wij afspraken vastleggen in de Anterieure Overeenkomst met de initiatiefnemer dat de winkelwagens de winkelruimte niet kunnen verlaten. Reactie 12.6 - ‘Direct naast het plangebied ligt Ov-halte Hengeveldstraat’. Het is voor de goede orde de halte Van Everdingenlaan. Antwoord • Dank voor uw oplettendheid. Wij zullen dit aanpassen. Reactie 12.7 p.22 ‘Vanwege het intensieve gebruik van de openbare ruimte en de gewenste kwalitatieve uitstraling wordt het niveau Domstad Bijzonder voorgesteld.’ Ik weet niet goed wat dit betekent, maar het klinkt als een intensiever schoonmaak/beheerregime.

Antwoord • Domstad bijzonder is een inrichtingsniveau dat vaker bij intensiever gebruikte openbare ruimte wordt gebruikt. Hierbij is er qua materiaalkeuze en beheer net iets meer mogelijk dan bij het standaard inrichtingsniveau Reactie 12.8 Reactie: geldt dit ook voor het groen aan de Kardinaal de Jongweg en rondom de speeltuin? Zoals gezegd is daar nu volgens mij het minimale beheerregime van kracht, wat de openbare ruimte geen goed doet (ik raap er bijna dagelijks afval op). Antwoord • Het groenvak tussen de parkeerplaatsen wordt door de bewoners in zelfbeheer verzorgd. Het groen in de omgeving onderhouden wij een aantal keer per jaar. De haagjes bij de parkeerplaats snoeien wij twee keer per jaar. Reinigingswerkzaamheden (zwerfafval, vegen, afvalbakken) worden door ons uitgevoerd op maandag, woensdag en vrijdag. Reactie 12.9 Ik hoop dat er ook aandacht is voor de rol van de winkeliers/supermarkt in het schoonhouden van de openbare ruimte (inclusief duidelijk afspraken). Antwoord • Het beheer van de openbare ruimte is een taak van de gemeente, tenzij bewoners of winkeliers aangeven dat zij het graag zelf willen beheren. Informatie hierover is te vinden via deze link: Zelf openbaar groen onderhouden | gemeente Utrecht Reactie 12.10 Eerder heb ik al gesuggereerd dat de heuveltjes die er nu al zijn wellicht kunnen worden verhoogd.

Het kan er mooi uitzien en heeft een geluiddempende werking. 29 van 229

Antwoord • Dank voor uw reactie. Dit punt nemen we mee in het ontwerp van de openbare ruimte. Reactie 12.11 p. 24. Hier staat: ‘Wanneer binnen de 300/50 meter afstand voor rijkswegen/provinciale wegen een luchtgevoelige bestemming wordt gerealiseerd wordt nader onderzoek naar de luchtkwaliteit aanbevolen. Nader onderzoek betekent in dit geval een nadere beschouwing of de wettelijke grenswaarden voor NO2 en fijn stof worden overschreden en hoever de WHO-advieswaarden worden benaderd voor het jaar 2030.’ Hier heb ik ihkv geluidsbelasting al eerder contact met de gemeente over gehad. Deze passage geldt volgens mij dus níét voor de Kardinaal de Jongweg, dat is immers een gemeentelijke weg. Wordt hier daarmee ten onrechte gesuggereerd dat er onderzoek naar luchtkwaliteit aanbevolen is? Antwoord • De afstandscriteria hebben betrekking op het voormalige Besluit Gevoelige Bestemmingen. Dit zijn locaties waar kinderen, ouderen en zieken verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, etc. Vóór de Omgevingswet gold dat er bij realisatie van gevoelige bestemming binnen 50 meter van een drukke weg (>10.000 mvt/etmaal) of nabij een snelweg, een onderzoek luchtkwaliteit moest worden uitgevoerd. Dit Besluit is met de komst van de Omgevingswet vervallen.

Omdat de luchtkwaliteit nabij drukke wegen in Utrecht relatief slecht is en we de gezondheid van gevoelige groepen extra willen beschermen, is in de beleidsnota Volksgezondheid opgenomen dat we in Utrecht helemaal geen gevoelige bestemmingen willen realiseren binnen 50 meter van een drukke weg of binnen 300 meter van een snelweg. Voor woningen hebben we het beleid dat we idealiter geen woningen willen realiseren binnen 100 meter van een snelweg. Voor het bepalen of er een onderzoek luchtkwaliteit nodig is, is de nabijheid van een drukke weg dus niet (meer) relevant. Onder de Omgevingswet zijn er twee criteria waarnaar gekeken moet worden om te bepalen of er een onderzoek luchtkwaliteit nodig is. Als aan beide criteria wordt voldoet is een onderzoek nodig. Het eerste criteria is of de de ontwikkeling in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit ligt. Aangezien heel de gemeente Utrecht een aandachtsgebied is, betekent dit in de praktijk dat alleen naar het tweede criterium kan worden gekeken. Het tweede criterium is of de ontwikkeling zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Om dit te bepalen moet er een nibm-toets uitgevoerd worden (nibm staat voor niet in betekenende mate). Deze toets was er al vóór de Omgevingswet, en is hetzelfde gebleven.

Als uit de toets blijkt dat de bijdrage aan de luchtvervuiling niet in betekenende mate is, hoeft er geen onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd te worden. De tekst in het SPvE wordt met bovenstaande aangepast. Reactie 12.12 p. 28. Over de bushalte i.r.t. de expeditie van de supermarkt: ‘Deze zal zich bevinden aan het begin van de nieuw aan te leggen busbaan, welke is voorzien in het kader van de versnelling van het OV op de Kardinaal de Jongweg. De bus kan halteren op de busbaan en heeft met die reden geen parkeerhaven nodig maar slechts een halte.’ Positief als de Kardinaal de Jongweg heringericht wordt en als er een busbaan wordt aangelegd. Wel nieuwe informatie die verder nergens te vinden is. Is hier al een planning voor? Antwoord • Hier is nog geen planning van beschikbaar. Reactie 12.13 De tekening op p. 37 suggereert dat de tweebaansweg gehandhaafd blijft en vanaf de huidige bushalte feitelijk driebaans wordt (2 normale rijstroken en een busbaan). Dit is wel een andere opvatting van een stadsboulevard dan elders in de stad, waar bijna zonder uitzondering sprake is van 30 van 229

versmalling i.p.v. verbreding. Goed als er eindelijk werk wordt gemaakt van de herinrichting van deze gevaarlijke, drukke en lawaaiige weg, maar wel bijzonder als deze nog breder wordt. Daarnaast, bij eerdere versies uit het SPvE was expeditie via de Kardinaal de Jongweg nog absoluut onmogelijk vanwege juist deze bushalte. Dat geldt dus klaarblijkelijk niet meer. Antwoord • De Kardinaal de Jongweg wordt voorlopig niet heringericht. Een eventuele herinrichting tot stadsboulevard is pas mogelijk na de herinrichting van de NRU. Er worden mogelijk een aantal maatregelen doorgevoerd door de provincie om de busverbinding tussen station Overvecht en het USP robuuster te maken en te versnellen. Dit is onderdeel van de zogenaamde 'no-regret' maatregelen van Uned en betreft korte termijn investeringen om de busverbinding te versterken. Hoe dit er precies uit komt te zien is, wordt nog onderzocht. Reactie 12.14 Tot nu toe is in het participatietraject veel ruis op de lijn geweest. Dat heeft het plan uiteindelijk wel verbeterd, maar de verhoudingen onnodig op scherp gesteld. Voor het verdere traject, met name de co-creatie van de openbare ruimte, moet echt vooraf heel duidelijk worden gemaakt wat de rol van de klankbordgroepen wordt (staat in grote lijnen al wel in de bijlage), en wat er voor de deelnemers van te verwachten is.

Dat is als ik het goed begrijp meer de gedetailleerde uitwerking van oa de openbare ruimte en níét meer de ruimtelijke/stedenbouwkundige uitgangspunten, waar in het verleden steeds maar weer over is gesproken. Antwoord • Dat heeft u correct begrepen. De klankbordgroep gaat zich richten op de inrichting van het cocreatie gebied en niet op de ruimtelijke/stedenbouwkundige uitgangspunten. Dit laatste is gebeurd middels de consultatie van het SPvE. We nemen uw verzoek om vooraf heel duidelijk te maken wat de rol van de klankbordgroep (en werkgroep) wordt en wat er van en voor de deelnemers te verwachten is mee in de uitwerking van de komende bijeenkomsten met deze groepen. Reactie 12.15 Voor wat betreft de co-creatie en de raadgevende klankbordgroep: op p. 35 staat als deelnemer ‘een vertegenwoordiging van de buurtvereniging’. Op p. 39 en 40 staat ‘omwonenden uit de buurt’, en dat dit alles op persoonlijke titel is. Het helpt al dit met elkaar in overeenstemming te brengen en duidelijk te maken dat omwonenden dit op persoonlijke titel kunnen doen. Worden de omwonenden nog benaderd hiervoor of moet dit op eigen initiatief? De eerste bijeenkomsten zijn immers deze maand al gepland. Antwoord • Begin januari 2024 is een wijkbericht verspreidt met een uitnodiging voor een startbijeenkomst voor het ontwerp van de openbare ruimte.

De bijeenkomst is op 31 januari 2024 gehouden en had tot doel ideeën, wensen en gedachten op te halen van belanghebbenden. Aan het eind van de bijeenkomst was er mogelijkheid voor de deelnemers om zich aan te melden voor de werkgroep, de klankbordgroep of beide groepen. Aanmelden is nog mogelijk via: galenhuizingalaan@utrecht.nl.

Respondent 13 Reactie 13.1 Alle Vragen die beginnen met 1 hebben te maken met de intentieovereenkomst. Het leek mij handig om als eerste naar de intentieovereenkomst te kijken. Deze is immers de basis voor het concept SPvE zoals het er nu ligt. Zijn alle punten in de intentieovereenkomst afgevinkt? Voldoet het aan de intentie?

31 van 229

Zie de bijlage voor een complete lijst die afgevinkt moet worden. Ik heb alle vragen op pagina 18 nog een keer gekopieerd. Antwoord • Alle onderzoeksvragen die zijn opgenomen in het Intentiedocument zijn beantwoord. Zie het antwoord op onder Reactie 13.20 t/m 13.44 Reactie 13.2 Het document is getekend zonder inspraak van bewoners en omwonende. Wij wisten nergens van. En het document mocht ook in eerste instantie niet gedeeld worden. Dit wekt argwaan. Wat is hier aan de hand? Antwoord • Het is niet gebruikelijk dat bewoners inspraak hebben op een intentiedocument. Het is ook niet gebruikelijk om deze openbaar te maken, hoewel hier in principe niets op tegen is. Op verzoek van de buurtvereniging Ezelsdijk is het document openbaar gemaakt om zo transparant als mogelijk te zijn en argwaan te voorkomen. Reactie 13.3 Als we door deze intentieverklaring heen lopen dan vallen de volgende punten op: Bij A staat dat ‘er binnenkort groot onderhoud verricht moet worden maar dat dit een te grote investering is gebleken. En er wordt gekozen voor sloop/nieuwbouw. Dat betekent dat dit enkel een financiële keuze is voor de projectontwikkelaar. Wat ons bevreemd is dat onze woningen van dezelfde bouwperiode zijn en keurig zijn onderhouden. Het is dus een keuze van de projectontwikkelaar om zijn eigen woningen niet goed te onderhouden.

Er ligt ook een juridische uitspraak dat de eigenaar hier actie moet ondernemen maar doet dit met minimale middelen om zo alle kaarten open te houden om de woningen te kunnen slopen. Antwoord • De eigenaar van de woningen aan de Jan van Galenstraat/Van Ginnekenlaan/Huizingalaan heeft twee scenario’s onderzocht: een grondige renovatie en sloop/nieuwbouw. Bij het vergelijkbare woonblok aan de Zeemanlaan is toentertijd de keus gemaakt voor renovatie. Dit blok was in betere staat en een belangrijk verschil is dat daar ruimte was voor het plaatsen van noodzakelijke individuele cv-installaties. Deze ruimte is er bij het woonblok aan de Jan van Galenstraat/Van Ginnikenlaan niet. In het onderzoek kwam tevens naar voren dat de kelders onder de Jan Van Galenstraat door zettingen in slechte staat verkeren met o.a. lekkages als gevolg. Wat ook belangrijke overwegingen zijn geweest voor de eigenaar om nu te kiezen voor sloop/nieuwbouw is het levensloopgeschikt te kunnen maken van de nieuwbouwwoningen en dat de woningen kunnen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen. Reactie 13.4 In de intentieovereenkomst staat: “parkeren onder de gebouwen en het binnenterrein.” Er gaat dus ondergronds, onder het maaiveld, een enorme parkeergarage ontstaan. De entree van de parkeergarage is nog steeds aan de Huizingalaan wat gevaarlijke situaties geeft in samenhang met de fietsstraat functie.

Als je vanuit een openbaar gebied de weg op draait is er meer overzicht dan als je vanuit een parkeergarage de weg oprijdt. Antwoord • Doordat de rooilijn van het nieuwe gebouw wordt teruggelegd t.o.v. de huidige ontstaat er meer ruimte voor de stoep. Hiermee wordt het overzicht voor de automobilist als deze uit de garage komt verbeterd. De uitrit wordt met een horizontaal stuk zodanig vormgegeven dat auto’s bij het uitrijden niet meer op een helling staan. Ook dit draagt bij aan de verkeersveiligheid. Reactie 13.5 32 van 229

Het gebied wordt bestempeld als “stenig” en kan getransformeerd worden naar een aantrekkelijke en groene openbare ruimte waarbij niet alleen de nieuwe bewoners maar ook de bewoners van de omliggende buurt (met weinig groen) plezier van kunnen hebben.” (Pagina 5 van intentiedocument). Bij het ontwerp zoals het er nu ligt, is er voor de omwonende geen toegang tot het gebied en is de nieuwbouw vooral een hoge blinde muur, een achteruitgang dus. En draagt niet bij aan de gezondheid van de bewoners van de stad. Deze link wordt zelf gelegd in de intentieovereenkomst. Antwoord • De daktuin is bedoeld als collectieve buitenruimte voor de nieuwe bewoners en krijgt een klimaat adaptieve inrichting om de hittestress van de verstening te verminderen. Reactie 13.6 Alinea Duurzame verstedelijking staan diverse onderwerpen benoemd die rand voorwaardelijk zijn. Wij vragen ons af: wat de impact zal zijn op de luchtkwaliteit en hoe dat vooraf goed onderzocht kan worden. Antwoord • Dit onderzoek maakt deel uit van de in te dienen stukken bij de aanvraag voor een nieuw Omgevingsplan. Dit onderzoek moet nog worden gedaan. Reactie 13.7 En m.b.t. tot de Bodemkwaliteit: er staat dat dit pas na de bouw wordt onderzocht. Wij willen graag dat er vooraf een onderzoek komt naar de belasting van de nieuwbouw van dit enorme plan t.o.v. van de bestaande woningen.

Antwoord • Dit onderzoek maakt deel uit van de in te dienen stukken bij de aanvraag voor een nieuw Omgevingsplan. Dit onderzoek kan pas worden verricht na sloop van de gebouwen. Reactie 13.8 En hoe wordt de planschade afgedekt ter bescherming van de huidige eigenaren van de koopwoningen rondom het gebied. Antwoord • Eventuele nadeelcompensatie (voorheen Planschade) die voortvloeit uit de wijziging van het Omgevingsplan is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Aanvragen van bewoners voor een tegemoetkoming in het kader van Nadeelcompensatie neemt de gemeente in behandeling conform de Omgevingswet (Hoofdstuk 15) en de Verordening Nadeelcompensatie Gemeente Utrecht. Na besluitvorming door de gemeente over een eventuele tegemoetkoming zal deze door de initiatiefnemer worden betaald. Om de hoogte van de mogelijk totaal te claimen Nadeelcompensatie in te schatten moet de initiatiefnemer een nadeelcompensatierapportage laten maken. In de anterieure overeenkomst wordt op basis van deze rapportage een bankgarantie dan wel een waarborgsom van de initiatiefnemer geëist. Reactie 13.9 Bij kopje bedrijven en milieuzonering staat dat er onderzocht moet worden wat de effecten zijn van laden en lossen en de bezoekers van de winkels moet worden onderzocht op kwaliteit van woon- en leefklimaat.

Er is enkel gekeken naar effect op parkeren, en daarbij worden verkeerde uitgangspunten gehanteerd. Er is geen onderzoek gedaan naar woon- en leefklimaat. Vraag: Wat is er onderzocht aan effect op woon-en leefklimaat en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van de bestaande woon- en leefklimaat voor de huidige buurtbewoners? Wij willen dat hier onderzoek naar wordt gedaan voordat het SPvE wordt vastgesteld. Anders kan er niet afgewogen worden wat de impact hiervan is. Antwoord

33 van 229

•

Aandachtspunt blijft de bevoorrading van de supermarkt. In de eerste plannen was een inpandige laad-en los plek voorzien. Deze is echter met de keuze om het laden/lossen aan de zijde van de Kardinaal de Jongweg te situeren niet meer mogelijk.

Reactie 13.10 Alinea Verkeer & Parkeren. Het parkeren moet op eigen terrein worden opgelost, dat is het uitgangspunt. Maar de berekeningen om dit goed te onderbouwen zijn onder de maat en gebaseerd op verkeerde aannames. In de stukken die wij vanuit de WOO hebben gelezen, vinden wij het schokkend om te lezen dat er tijdens dit proces continu gedacht wordt vanuit de juridische kaders: hoe kunnen we maximaal de getallen aanpassen om alles passend te krijgen. Zo zijn de woningen eerst 58 m2 BVO maar staat er letterlijk in e-mails van projectteam dat ‘als ze de woningen 55 m2 BVO maken dat er dan minder parkeerplekken nodig zijn. Want “dan is er bij een rechtszaak minder kritiek”. Hoe past dit in participatie en in openheid samen tot een gedragen gebiedsontwikkeling komen die bijdraagt tot een gezonde groei van de stad? Antwoord • De informatie die is verstrekt vanwege het WOO-verzoek moet worden gezien als interne gedachtevorming. Dit is geen onderdeel van de participatie. Reactie 13.11 Alinea Wonen. Bij deze intentieovereenkomst wordt uitgegaan van 40 woningen en die worden meer dan verdubbeld tot 104 appartementen. Inmiddels is dat iets verminder in SPvE naar 97 woningen. Maar het is dus wel 2,5 keer zoveel als dat er nu zijn. Als we voor 57 woningen die er meer gaan komen 3 personen gemiddeld nemen, zijn dit ongeveer 150-175 personen meer buurtbewoners.

Om gevoel te krijgen bij deze cijfers hebben we een tekening gemaakt met het aantal woningen die er dus ongeveer extra bijkomen, zie Bijlage pagina 21 Dit betreft meer dan de helft aan koopwoningen die in de Ezelsdijk staan. De impact hiervan is dus enorm. Opeens 200-250 mensen extra leren kennen is onmogelijk. De samenhang in de buurt wordt ernstig uit balans gebracht en zal een enorme impact hebben op woon- & leefklimaat in de buurt. Eigenlijk is hier nooit direct de aandacht op gevestigd. Het gaat telkens over de impact van een budget supermarkt en de enorme parkeerproblemen. Maar waarom niet terug naar de basis? Minder woningen erbij is naar ons idee de oplossing in dit vraagstuk. Niet het economische belang laten wegen maar de sociaal, menselijke kant. Hoe kunnen sociaal, maatschappelijke, duurzaamheid & meer groen eerlijker afgewogen worden dan enkel financiële belangen? Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Participatie en belangenafweging. Reactie 13.12 Er staat ook nog iets over levensloopbestendige woningen. Aangezien we nog geen tekeningen hebben gezien van de daadwerkelijke invullingen van de woningen hebben we geen idee hoe dit is ingevuld. En komen er ook liften in het gebouw? Anders is het voor ouderen niet levensbestendig. Antwoord • Er komen ook liften in het gebouw. Reactie 13.13 Alinea Economie. Er staat “om overlap te voorkomen.

Moet de ontwikkeling in samenhang met de winkels aan de Jan van Galenstraat worden bekeken. Op wat voor manier is dit onderzocht? Dit is niet gebeurd! Er staat in het concept SPvE geen enkele koppeling, onderzoek met winkelcentrum De Gaard, de link met winkelgebied De Biltstraat en de winkels bij Willem van Noortplein. Antwoord

34 van 229

•

Er zijn door de initiatiefnemer, in samenwerking met de gemeente en de werkgroep van de buurtvereniging, marktonderzoeken verricht door Bureau Stedelijke Planning. Hierin zijn o.a. de onderwerpen die worden aangegeven onderzocht. Deze zijn op verzoek van de buurtvereniging beschikbaar gesteld aan de raadsleden. In de commissievergadering Ruimtelijke Ordening Vastgoed en Grondzaken van 14 oktober 2021 zijn de onderzoeken besproken.

Reactie 13.14 Ook hebben wij contact gehad met de eigenaar van winkelcentrum De Gaard, VormVastgoed, en zij zijn niet proactief op de hoogte gebracht van de plannen. Dus van afstemming is geen sprake. Dit vinden wij erg dubieus. Er staan winkelruimten BVO m2 leeg in de Gaard. Er worden winkelruimten in De Gaard als sportschool ingevuld om ruimten maar te vullen. En de gemeente Utrecht wil dat Kerckebosch gaat investeren in het nog meer creëren van winkelruimten die concurrerend zijn voor deze winkelgebieden. Antwoord • De herontwikkeling van De Gaard is afgerond en daarmee is het aan de eigenaar van De Gaard om zijn winkelpanden gevuld te krijgen. De eigenaar van de Gaard en een van de supermarkten zijn als belanghebbende betrokken vanwege het belang van hun concurrentiepositie. Zij hebben als een van de respondenten hun reactie op de plannen gegeven. Reactie 13.15 Dan inzoomend op type supermarkt: Men gaat uit van een discounter omdat de supermarkt anders moet concurreren met de al reeds ruim aanwezige supermarkten in de buurt. Dit type supermarkt is gericht om grote omzetten met veel klanten en er zijn dan ook niet veel voorbeelden van dit type supermarkten die niet beschikken over ruime parkeergelegenheden.

Hoe wil het project dan onderbouwen dat dit een autoluwe supermarkt zou kunnen zijn die minimaal overlast geeft in deze buurt? Eisen vanuit de budget supermarkten zijn daar op hun eigen sites ook duidelijk over: o https://www.aldi.nl/over-ons/bouwkavels-en-winkelruimtes.html o https://www.lidlvastgoed.nl/location_12824/winkelcentrum Antwoord • Op deze locatie wordt ingezet op een ‘mandjessupermarkt’. De verschillende supermarkten zijn zich daarvan bewust. Voor Aldi of Lidl betekent dit dat niet wordt voldaan aan hun wensen zoals op hun website aangegeven. Indien zij op de locatie aan de Jan van Galenstraat een winkel willen openen zullen ze hiermee rekening moeten houden en een andersoortig winkelconcept moeten toepassen. Op de hoek van de Oude Gracht met de Lange Viestraat in het centrum van Utrecht is hiervan een voorbeeld van Aldi te zien. Deze supermarkt beschikt helemaal niet over autoparkeergelegenheid voor bezoekers. Reactie 13.16 Men heeft het over 10 minutenstad waar deze supermarkt aan bij zou moeten dragen, kan er aangegeven worden welke bewoners nu, door deze geplande supermarkt, worden geholpen tot het bereiken van deze doelstelling en die dat nu nog niet zouden hebben? Graag een tekening met cirkels van de gebieden waar wij binnen 10 minuten zouden moeten zijn en nu niet kunnen komen.

Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Utrecht groeit in balans en ontwikkelt zich tot een ‘10 minutenstad'. Reactie 13.17 Reactie: graag zien wij een nader onderzoek hoe dit plan in verhouding staat ten opzichte van de winkelgebieden in de omgeving. En of de investering en de negatieve gevolgen voor woon- en leefklimaat voor de huidige bewoners van de Ezelsdijk in verhouding staan tot deze plannen. Antwoord 35 van 229

•

Er zijn door de initiatiefnemer, in samenwerking met de gemeente en de werkgroep van de buurtvereniging, reeds marktonderzoeken verricht door Bureau Stedelijke Planning. Hierin is o.a. naar de winkelgebieden in de omgeving van het plan gekeken.

Reactie 13.18 Ook staat er dat de supermarkt de Spar, zijn deuren sloot omdat het niet meer voldeed aan de eisen van de klant. Dit is een aanname. Deze is niet onderzocht of onderbouwd. Antwoord • De kleinschalige Spar die hier voorheen was gevestigd is door de eigenaar gesloten vanwege onvoldoende bezoek en omzet. De kleine supermarkt (circa 700 m2 bvo) had een te weinig gedifferentieerd aanbod om voor de consument aantrekkelijk te blijven en de concurrentie met de supermarkt in het Winkelcentrum de Gaard aan te kunnen. Reactie 13.19 Ook staat er niets in het concept SPvE over de huidige winkeliers en hoe zij tegen de nieuwbouwplannen aankijken. Wij hebben zelf navraag gedaan bij de winkeliers: er is geen enkele winkelier die terug zal komen na de verbouwingen. Ofwel omdat ze dan met pensioen gaan, de huren te hoog worden of dat ze zich niet kunnen permitteren om tijdens de daadwerkelijke bouw van misschien ca. 1,5-2 jaar, ergens anders in de ‘wachtstand’ te zitten en dan weer opnieuw te moeten investeren in het inrichten van een nieuwbouw winkel. Antwoord • De gemeente heeft ook contact met de huidige winkeliers. Enkelen van hen hebben aangegeven wel degelijk interesse te hebben om terug te keren in de nieuwbouw.

Reactie 13.20 Dan alle onderzoeksvragen voor de definitiefase, pagina 9 en 10 van intentiedocument: Gelet op bovenstaande vragen en opmerkingen zijn onzes inziens niet alle vragen uit het intentie document beantwoord. Wij willen vragen om dit puntsgewijs te beantwoorden, zie: Pagina 18. Hoe kan de bebouwing ertoe bijdragen dat er aan de zijde van de Jan van Galenstraat een representatieve wijkentree wordt gemaakt? Antwoord • Door de hoge plint, het voorplein aan de Jan van Galenstraat met het inrichtingsniveau Domstad bijzonder en de teruggelegde rooilijn in de Huizingalaan wordt bijgedragen aan een representatieve entree van de wijk. Reactie 13.21 Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de bebouwing een alzijdig karakter of oriëntatie krijgt (met name de plint)? Antwoord • Met het introduceren van een leef galerij, goede buitenruimtes, een plint met winkels en een supermarkt en een gezondheidscentrum en diverse ontsluitingen van de woningen rondom het gebouw wordt gezorgd voor een alzijdig karakter.

Reactie 13.22 Het is belangrijk dat de publieke- en ontmoetingsfuncties behouden of versterkt worden: welke functies in de plint hebben een maatschappelijke meerwaarde en kunnen de publieks- en ontmoetingsfunctie van het gebied versterken? Antwoord • De winkels, supermarkt en het gezondheidscentrum hebben een maatschappelijke meerwaarde en versterken de ontmoetingsfunctie van het gebied. Ook de vergroening en het vernieuweng van de speeltuin draagt hieraan bij. 36 van 229

Reactie 13.23 Hoe kan deze locatie een invulling krijgen die qua maat en schaal aansluit op de omgeving, past in de ruimtelijke structuur? Antwoord • De rooilijnen van de bebouwing sluiten aan op de omgeving. De hoogte refereert aan zowel de Jan van Galenstraat, de Kardinaal de Jongweg en de Huizingalaan aan op de omgeving. Reactie 13.24 Hoe kan de kwaliteit en de bruikbaarheid van het openbaar gebied aan zowel de zuidzijde als de noordzijde van de bebouwing worden versterkt en hoe kan dit gebied groener worden? Antwoord • Door het gebied in te richten conform het principe ‘groen, tenzij’ en de straks niet meer noodzakelijke ‘Van Ginnekenlaan’ te verwijderen kan het gebied een stuk meer vergroenen. Bovendien stellen we voor het inrichtingsniveau rondom het winkelgebied de verhogen naar Domstad Bijzonder, waardoor de openbare ruimte ook een kwalitatieve impuls krijgt. Reactie 13.25 Op welke wijze kan een hoogwaardige parkeeroplossing bijdragen aan een versterking van het woonen leefklimaat? Antwoord • Door het parkeren volledig onder maaiveld op te lossen ontstaat er ruimte om de auto van het maaiveld weg te halen. Dit geeft ruimte voor enerzijds vergroting van het bebouwde oppervlak (t.b.v. de uitbreiding van de voorzieningen) en anderzijds vrijkomende ruimte te herinrichten en te vergroenen.

Reactie 13.26 Op welke wijze wordt het parkeren voor bewoners en bezoekers opgelost? Antwoord • Bezoekers en bewoners zullen beiden parkeren in de ondergrondse parkeergarage. Reactie 13.27 Wat zijn de effecten van het extra programma en een supermarkt (type discounter) op de Verkeersgeneratie en wat betekent dat voor de bereikbaarheid van het gebied? Antwoord • De toegenomen verkeersgeneratie door het plan is ook onderzocht. Er is sprake van een toename van het verkeer, dit blijft echter binnen de normen en aantallen die de gemeente Utrecht definieert voor de verschillende wegtypen (Kardinaal de Jongweg, Jan van Galenstraat, Huizingalaan). Reactie 13.28 Hoe wordt rekening gehouden met de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai van de kardinaal de Jongweg? Antwoord • De initiatiefnemer heeft de geluidsbelasting op het gebouw laten onderzoeken om inzicht te krijgen in de te nemen bouwkundig maatregelen aan het gebouw. De woningen worden tweezijdig georiënteerd, waarbij de buitenruimte en een slaapvertrek aan de luwe zijde van de woning liggen. De gevel aan de Kardinaal de Jongweg moet aan de voorkeurswaarde voldoen. Reactie 13.28 (Kwalitatief) luchtkwaliteitsonderzoek?

37 van 229

Antwoord • Dit onderzoek maakt deel uit van de in te dienen stukken bij de aanvraag voor een nieuw Omgevingsplan. Dit onderzoek moet nog worden gedaan. Reactie 13.30 Quickscan flora en fauna en eventueel nader onderzoek (voorafgaand aan de sloop van het gebouw; de natuurkalender is daarin leidend) Antwoord • Dit onderzoek maakt deel uit van de in te dienen stukken bij de aanvraag voor een nieuw Omgevingsplan. Dit onderzoek moet nog worden gedaan. Reactie 13.31 Bodemonderzoek (na sloop van de gebouwen) Antwoord • Dit onderzoek maakt deel uit van de in te dienen stukken bij de aanvraag voor een nieuw Omgevingsplan. Dit onderzoek kan pas worden verricht na sloop van de gebouwen. Reactie 13.32 Een uitgewerkt energieconcept'? Antwoord • Het voorgelegde plan dient een bijdrage te leveren aan de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. De ontwikkelaar wordt gevraagd dit in beeld te brengen (denk aan BENG, GPR, hergebruik sloopmateriaal, circulair bouwen, klimaatadaptatie, beoogde warmtelevering). Dit onderzoek maakt deel uit van de Voorlopig Ontwerp fase van het gebouw. In deze fase wordt het installatietechnisch gedeelte van het gebouw uitgewerkt. Dit installatietechnisch gedeelte is nog niet gereed.

Reactie 13.33 Hoe kan een goed woon-en leefklimaat worden gerealiseerd door een combinatie van functies (industrielawaai) Antwoord • In de eerste plannen was een inpandige laad-en losplek voorzien om geluidsoverlast te voorkomen. Deze inpandige oplossing is met de keuze om het laden/lossen aan de zijde van de Kardinaal de Jongweg te situeren niet meer mogelijk. Bij het ontwerp van de openbare ruimte wordt bezien hoe de geluidsoverlast bij de woningen aan de zijde van de Kardinaal de Jongweg zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Reactie 13.34 Op welke wijze kan de ontwikkeling bijdragen aan de gezonde verstedelijking? Antwoord • Deze ontwikkeling kan op verschillende manieren bijdragen aan gezonde verstedelijking. De openbare ruimte wordt groener ingericht, wat zorgt voor een prettiger leefomgeving, meer mogelijkheden tot ontmoeting, ontspanning, spelen en bewegen in het groen. Daarnaast zorgt vergroening ook voor verkoeling, wat belangrijk is nu de verwachting is dat de stad in de zomer steeds warmer zal worden. Iedereen zou daarom een koele plek dicht bij huis moeten hebben. Het extra groen in het plangebied draagt hieraan bij. De precieze inrichting van de groene buitenruimte wordt samen met de buurt verder ingevuld. Daarnaast worden er meer voorzieningen toegevoegd in de buurt, waardoor mensen verleid worden vaker te wandelen.

De voorzieningen zorgen ook voor meer ontmoeting en sociale samenhang in de buurt. Tenslotte wordt er op deze locatie een gezondheidscentrum toegevoegd, wat voor meer inwoners van de wijk en van de groeiende stad Utrecht van belang is om een gezond leven te kunnen leiden.

38 van 229

Reactie 13.35 Welke mogelijkheden zijn er voor het behoud en eventueel verplanten van bestaande bomen? Antwoord • We gaan onderzoeken of de bestaande bomen op het parkeerterrein kunnen worden verplant en hergebruikt. Reactie 13.36 Hoe kan rekening gehouden worden met de voorwaarden voor het realiseren en exploiteren van woningen in de categorie sociale huur conform de Woonvisie 2019? Antwoord • De voorwaarden voor het realiseren en exploiteren van sociale huurwoningen zullen conform het geldende beleid, waaronder de Woonvisie Beter in Balans, worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze voorwaarden blijven minimaal 20 jaar van toepassing. Reactie 13.37 Welke verhouding kernvoorraad en secondair sociaal is mogelijk binnen het sociale programma, conform de voorwaarden sociale huur in de Woonvisie 2019? Antwoord • Het sociaal programma wordt 100% secundair sociaal. Reactie 13.38 Is het realiseren van een aandeel woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens (€424,44) mogelijk? (t.b.v. studentenhuisvesting of bijzondere doelgroepen die behoefte hebben aan een woning waarvoor zij volledige huurtoeslag kunnen aanvragen). Antwoord • Dit is financieel niet haalbaar gebleken. Zoals in het intentiedocument van augustus 2019 is vastgesteld moeten de woningen aan het Actieplan Middenhuur van 7 december 2017 voldoen.

Er is gekozen om de midden huur vorm te geven conform de aangepaste voorwaarden midden huur die onlangs op 10 maart 2022 door de raad zijn vastgesteld. Reactie 13.39 Wat is het huidige verzorgingsniveau voor de inwoners in de omgeving van de Jan van Galenstraat. Wat is het aanbod in een straal van 500 – 1.000 meter? Waar doen zij op dit moment de boodschappen? Antwoord • Zie marktonderzoeken. Raadsbrief Onderzoeken in het kader van de herontwikkeling (SPvE) Jan van Galenstraat/Huizingalaan/Van Ginnekenlaan Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) Reactie 13.40 Wat is de haalbare supermarktomvang op deze locatie? Antwoord • Een supermarktomvang van 1270 m2 BVO (= circa 850 m2 wvo) of een omvang die daar zeer dichtbij ligt, is op deze locatie haalbaar. Reactie 13.41 Wat is het effect hiervan op de omliggende winkelstructuur, die wij voor de inwoners in Noordoost willen behouden? Antwoord

39 van 229

•

Zie marktonderzoeken. Raadsbrief Onderzoeken in het kader van de herontwikkeling (SPvE) Jan van Galenstraat/Huizingalaan/Van Ginnekenlaan Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

Reactie 13.42 Wat is de wenselijke invulling van de supermarkt? Discounter of full-service? Bekeken zowel vanuit de economische haalbaarheid/ het onderscheidend vermogen t.o.v. omliggende winkelgebieden en het verzorgingsniveau. Antwoord • Zie marktonderzoeken. Raadsbrief Onderzoeken in het kader van de herontwikkeling (SPvE) Jan van Galenstraat/Huizingalaan/Van Ginnekenlaan Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) Reactie 13.43 Op welke wijze wordt de gronduitgifte of –ruil vormgegeven? Antwoord • Middels een separate overeenkomst waarin de afspraken m.b.t. de grond worden vastgelegd. Reactie 13.44 De eigenaar/verhuurder zal tijdig de mogelijkheden voor passende vervangende huurruimte onderzoeken en in samenspraak met een redelijk voorstel komen (afspraken bv. over huurprijs, regelen van vervangende woonruimte, terugkeer etc.). Antwoord • De Initiatiefnemer en de Bewonerscommissie van de huidige huurders met een vast contract zijn hierover in gesprek. De Bewonerscommissie wordt hierbij ondersteund door een adviseur. Reactie 13.45 Pag. 5: Het doel is een goede ruimtelijke inpassing van het initiatief dat past in de wijk. Dit is te vaag qua omschrijving en zit vol met aannames. Want wat is “goed” en wat is “passend”.

En is dit dan alleen de mening van het projectteam, gemeente Utrecht of/en de huidige bewoners van de wijk? Wegen dan alleen financiële argumenten of ook sociaal, maatschappelijke argumenten mee? En hoe verhouden deze zich tot elkaar. We willen vragen dit expliciet het antwoord van Reactie 2.1. te laten aansluiten op de visie van de stad: “Groei is geen doel op zich. De stad groeit om in enorme behoefte te voorzien. Daarom willen we de groei goed begeleiden, zodat de stad leefbaar blijft en de voorzieningen heeft die nodig zijn voor de inwoners en de groei in balans realiseren. Dit betekent dat groen, landschap en water, en voorzieningen in kwaliteit en in balans mee ontwikkelen met de toename van woningen en arbeidsplaatsen.” Het is een mooie visie die benadrukt dat keuzes niet alleen gebaseerd dienen te worden op een financieel verdien model maar dat er gekeken wordt naar de behoud en verbeteren van de leefbaarheid van de buurt. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Utrecht groeit in balans en ontwikkelt zich tot een ‘10 minutenstad', Omvang van de nieuwe bebouwing en inpassing in de buurt, Leefbaarheid, Groen, Parkeren en Mobiliteit. Reactie 13.46 Hier staat dat er een relatie met de fietsroute, overlap in plangebied. We zien op de website onderstaande punten die direct van belang zijn. Hoe worden deze ingepast? We zien dit niet terug in het concept SPvE.

• De Alexander Numankade en Jan van Galenstraat worden aantrekkelijke straten voor fietsers en voetgangers, waarbij de auto te gast is. • Er komt meer ruimte voor groen. Op welke wijze?

40 van 229

•

Fiets- en autoverkeer delen de rijbaan in 2 richtingen en de maximale snelheid wordt 30 kilometer per uur op de Numankade en Van Galenstraat. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Doorfietsroute Utrecht-Amersfoort. Reactie 13.47 Er komt meer ruimte voor groen. Op welke wijze? De tekening van op pagina 8 klopt niet. Niet al het groen is ingetekend. Graag aanpassen en we vernemen graag hoeveel m2 groen er nu is en hoeveel ervan gaat verdwijnen als openbaar groen. En hoeveel groen er dan naar het ‘dak’ verplaatst wordt, waar wij als buurt bewoners geen toegang meer toe hebben. Ook willen we graag een specificatie van de m2 speeltuin die nu expliciet voor kinderen zijn. Het is onacceptabel om deze speeltuin te mixen met andere functies aangezien er in deze buurt geen andere openbare speelruimte! Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Stedenbouwkundig Programma van Eisen ‘Jan van Galenstraat’ en Groen. Reactie 13.48 Paragraaf 2.3. De eigendomssituatie van dit gebied is voornamelijk de gemeente Utrecht. Er wordt telkens geschreven over het initiatief en dat dat ligt bij de projectontwikkelaar. Naar ons idee is dat niet in verhouding met elkaar en zou de gemeente Utrecht zich meer kenbaar moeten maken dat zij, vooral het projectteam, duwende is in de richting waarin het plan nu ligt.

Hoe wordt de rol tussen wat de gemeente Utrecht wil, wat de ambtenaren willen, wat de projectontwikkelaar Kerckebosch wil onderscheiden? En waar staan de bewoners van de woningen en de omwonenden? Antwoord • De eigenaar van de twee woongebouwen, Kerckebosch wil zijn bezit graag (her)ontwikkelen. Kerckebosch heeft hiermee de rol van de initiatiefnemer. De gemeente stelt vanuit haar rol als gemeente de randvoorwaarden vast waaraan de herontwikkeling moet voldoen. De gemeente zorgt er samen met de initiatiefnemer voor dat de huidige bewoners en omwonenden bij de planvorming worden betrokken. Ook is de gemeente vanuit haar rol verantwoordelijk voor de planologie en vergunningverlening. Reactie 13.49 De tekening op pagina 8 klopt niet. Niet al het groen is ingetekend. Graag aanpassen en we vernemen graag hoeveel m2 groen er nu is en hoeveel ervan gaat verdwijnen als openbaar groen En hoeveel groen er dan naar het ‘dak’ verplaatst wordt, waar wij als buurt geen toegang meer toe hebben. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Groen Reactie 13.50 Ook willen we graag een specificatie van de m2 speeltuin die nu expliciet voor kinderen zijn. Het is onacceptabel om deze speeltuin te mixen met andere functies aangezien er in deze buurt geen andere openbare speelruimte! Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Stedenbouwkundig Programma van Eisen en Inrichting openbare ruimte.

Reactie 13.51 Pagina 9: wat is een “wijkcentrumfunctie”? Is dat breder dan winkels? Er zijn nu geen wijkcentrum achtige functies. Wij denken dan aan een buurtcentrum of maatschappelijke organisatie. Klopt deze aanname? Antwoord 41 van 229

•

Uw aanname is juist.

Reactie 13.52 Alinea 7, pagina 10: De sterkte punten die genoemd worden kloppen niet. De buurtwinkels dragen bij aan de Levendigheid van de Buurt. Er is geen levendigheid bij deze winkels en dit is ook niet nodig voor ons als buurtbewoners. Wat is levendigheid? En wat zou er dan nu ontbreken? Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Leefbaarheid. Reactie 13.53 Ook staat er dat het sterkte punt is dat er groen is. Terwijl er in alinea 3, pagina 9 staat: dat er relatief weinig groen is. Wat is het nu? Volgens ons is er weinig groen en met dit concept SPvE wordt het nog minder groen. Graag nader uitleg. Antwoord • Zie het antwoord in H1 onder Groen. Reactie 13.54 Het voordeel van de openheid van het terrein en de huidige lage bebouwing is dat het groen zichtbaar is. Op het moment dat de woonblokken hoger worden zijn de bomen op de Jan van Galenstraat en die van de Kardinaal de Jong weg vanuit de Huizingalaan niet meer te zien. De beleving van groen door omwonenden zal afnemen, evenals de zon die vanwege die sterk verhoogde gebouwen het gebied nog meer in de schaduw legt. De bomen op het parkeerterrein zijn relatief klein omdat deze een aantal jaren geleden zijn vervangen. Er stonden veel grotere bomen. De bomen moesten weg omdat deze ‘plakkerig’ zouden zijn. Als dit niet was gebeurd zouden de bomen dus veel grotere zijn geweest.

De groenstroken die er op verzoek van de buurt bij zijn gekomen staan nu niet ingetekend in de plannen. Graag aanpassen en zichtbaar maken op de tekeningen. Antwoord • Het is ons niet duidelijk om welke groenstroken het gaat. Reactie 13.55 Paragraaf 2.6 pagina 14. Onder het kopje auto staan tellingen. Er staan geen tellingen bij van auto’s die speciaal voor de winkels komen. Verzoek om hier specifiek een telling voor uit te voeren. En verzoek om een telling uit te voeren van auto’s die via de Huizingalaan naar de Waterlinieweg gaan en/of door de voorveldse polder wat sluiproutes zijn naar de ring richting A28 en de A27. Antwoord • Het is niet bekend hoeveel auto's er speciaal voor de winkels komen. Daar zijn wel kencijfers voor. Op basis daar zou de supermarkt 146 verkeersbewegingen genereren, en de overige winkels 242. Sluipverkeer via de Huizingalaan naar de Waterlinieweg en/of Voorveldse polder heeft geen relatie met deze ontwikkeling. Reactie 13.56 Er ontbreekt een afsluitende zin bij het kopje parkeren. Wat zou hier moeten staan? Antwoord • Dank voor uw oplettendheid. De zin moet luiden: ‘In de Jan van Galenstraat bij de winkelplint en bij de huidige woningen aan de Van Ginnekenlaan bevinden zich ca. 40 fiets parkeerplekken.’ Reactie 13.57 Er staat in het document dat er forse afwateringsvraagstukken kunnen ontstaan in dit gebied.

Op het moment dat de grond over wordt gedragen aan de projectontwikkelaar is de gemeente niet meer aansprakelijk voor de afwatering. Hoe wordt er geborgd voor de omliggende bewoners dat er geen problemen gaan ontstaan met de afwatering? Antwoord 42 van 229

•

•

Grondwaterstijging: De gemeente hanteert een minimale ontwateringseis (afstand maaiveld grondwaterstand) van 0,70 m. Deze wordt als aanvullend uitgangspunt opgenomen. Aan de projectontwikkelaar wordt gevraagd om de effecten van de parkeerkelder op de grondwaterstand gedurende de uitvoering en in de (permanente) nieuwe situatie in kaart te brengen en evt. beheersmaatregelen op te stellen om aan te tonen dat de ontwateringseis wordt behaald. De effecten op de grondwaterstand gedurende de uitvoering worden standaard meegenomen in een bemalingsplan. Bodemkwaliteit en grondwater: De risico's met betrekking tot bodemkwaliteit beperken zich tot de uitvoering. Waar nodig past de aannemer zijn werkwijze aan op het werken met vervuilde grond wanneer deze wordt aangetroffen. De risico's m.b.t. grondwater worden ondervangen door te toetsen of de vereiste minimale ontwateringsdiepte wordt gehaald en of de te realiseren ondergrondse voorzieningen waterdicht zijn. Daarnaast wordt de waterkwaliteit en de lozingswijze van het grondwater getoetst in de lozingsvergunning.

Reactie 13.58 En wat is het effect van deze problemen op het moment dat er een enorme parkeergarage ondergronds wordt gebouwd? Kan dat bouwtechnisch? Naar ons idee kan je dit niet neerleggen bij de projectontwikkelaar. Antwoord • Grondwaterstijging: De gemeente hanteert een minimale ontwateringseis (afstand maaiveld grondwaterstand) van 0,70 m. Deze wordt als aanvullend uitgangspunt opgenomen. Aan de projectontwikkelaar wordt gevraagd om de effecten van de parkeerkelder op de grondwaterstand gedurende de uitvoering en in de (permanente) nieuwe situatie in kaart te brengen en evt. beheersmaatregelen op te stellen om aan te tonen dat de ontwateringseis wordt behaald. De effecten op de grondwaterstand gedurende de uitvoering worden standaard meegenomen in een bemalingsplan. • Bodemkwaliteit en grondwater: De risico's met betrekking tot bodemkwaliteit beperken zich tot de uitvoering. Waar nodig past de aannemer zijn werkwijze aan op het werken met vervuilde grond wanneer deze wordt aangetroffen. De risico's m.b.t. grondwater worden ondervangen door te toetsen of de vereiste minimale ontwateringsdiepte wordt gehaald en of de te realiseren ondergrondse voorzieningen waterdicht zijn. Daarnaast wordt de waterkwaliteit en de lozingswijze van het grondwater getoetst in de lozingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=598b9a7f-8207-4693-a453-b1d272d16fe2