Reactienota beleidsnota Voetganger
Tekst van het document
12.3 Nieuw Overvecht en Werkspoorkwartier vragen aandacht voor aansluiting op bestaande routes Op bedrijventerreinen Nieuw Overvecht en Werkspoorkwartier speelt dat lopen van, naar en over het bedrijventerrein wordt ontmoedigd, doordat aansluitingen ontbreken op routes van en naar woonwijken, omliggend groen en andere voorzieningen. We vragen daarom niet alleen aandacht voor het verbeteren van de bestaande voetgangersruimte maar ook specifiek voor het realiseren van cruciale verbindingen die er nu nog niet zijn. Wij stellen daarom voor dat in de Beleidsnota de concretisering van het verbeteren van de aansluiting van bestaande wandelroutes van wijken en voorzieningen naar bedrijventerreinen als concrete activiteit wordt opgenomen.
12.3 Dank voor uw oproep. De aansluiting tussen gebieden is onderdeel van de uitwerking van de voetgangersnetwerken per wijk. Zie reactie 9.3 en 12.2
12.4 De (concept) Omgevingsvisie Lage Weide benadrukt in de samenvatting tot twee keer toe het verbeteren van fiets- en wandelroutes Voor Lage Weide, het grootste bedrijventerrein van stad en provincie Utrecht, is de afgelopen twee jaren door de gemeente een omgevingsvisie opgesteld, die rond deze tijd de besluitvorming ingaat. De (concept) omgevingsvisie is heel duidelijk over het belang van maatregelen ten gunste van voetganger en fietser. Dit onderstreept ons pleidooi voor expliciete aandacht voor werklocaties in de Beleidsnota Voetganger. Ter illustratie deze twee citaten uit de samenvatting van de (concept) omgevingsvisie: “Door een te hoge druk van autoverkeer is verdere ontwikkeling van bedrijven en de groei van werkgelegenheid op Lage Weide niet mogelijk. Om dit op te lossen is een mobiliteitstransitie nodig. Om voor de fietser en voetganger het reizen gemakkelijker, prettiger en aangenamer te maken in dit door de auto gedomineerde gebied. De ambities en maatregelen maken we concreet in de Omgevingsvisie.”
12.4 We onderschrijven uw verzoek en zien werklocaties als onderdeel van de stad. Zie ook de reactie bij 9.3 en 12.2
We weten uw organisatie(s) uiteraard te vinden voor het uitwerken van de netwerken.
Reactienota, december 2025 40
“Lage Weide moet net als de rest van Utrecht aantrekkelijk worden om te fietsen, wandelen en te verblijven Maatregelen om het gebied klimaat adaptiever te maken en groen toe te voegen in deze nu grotendeels versteende omgeving zijn daarbij cruciaal.” 12.5 Manifest Lage Weide – Wijk in de tienminutenstad Utrecht Lage Weide heeft in het proces van totstandkoming van de Omgevingsvisie Lage Weide samen met de Fietsersbond het ‘Manifest Lage Weide – Wijk in de tienminutenstad Utrecht’ uitgebracht. Eén groot pleidooi voor fiets- en wandelroutes en dagelijkse voorzieningen dichtbij. Dit voor de 19.000 werknemers op Lage Weide. Omdat de Beleidsnota Voetganger de tienminutenstad veelvuldig noemt, vinden wij het relevant dit manifest te noemen. Als een volgend ‘bewijs’ dat werklocaties zelf echt met de voetganger (en fietser) bezig zijn.
12.5 Dank u wel. Dit Manifest is ons bekend. Zie ook reactie 12.2.
12.6. Omgevingsvisie Werkspoorkwartier Het Werkspoorkwartier is een gebied in transformatie en volgt de lijn die is ingezet in de herijkte Ontwikkelingsvisie 2021. De afgelopen jaren zijn op kavelniveau mooie initiatieven gerealiseerd. Naast de initiatieven op kavelniveau beschrijft de omgevingsvisie ook een aantal collectieve opgaves zoals de verbetering van ruimtelijke structuur onder andere op het gebied van een betere bereikbaarheid door meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Concreet betekent dit de aanleg van het Werkspoorpad langs de Nijverheidsweg, het verbeteren van de verbinding voor voetgangers en fietsers langs het Amsterdam-Rijnkanaal richting het Demka-terrein en verbetering van de verbindingen naar omliggende wijken en voorzieningen zoals Julianapark en Station Zuilen. Dit onderstreept ons pleidooi voor expliciete aandacht voor werklocaties in de Beleidsnota Voetganger.
12.6 Dank u wel. Zie reactie bij 12.2.
12.7 Beweegvriendelijk werklandschap Lage Weide was in 2025 één van de landelijke proeftuinen van ‘Werken in Beweging als beweegvriendelijk werklandschap’. Er is actief gewerkt aan wandelroutes, ook voor weetings. In 2026 wordt dit ‘beweegprogramma’ ondergebracht in de activiteiten van Werklandschappen van de Toekomst. Ook voor Nieuw Overvecht is het zich verder ontwikkelen als een ‘beweegvriendelijk werklandschap’ een relevant thema.
12.7 Dank u wel, wij zijn bekend met de landelijke proeftuin ‘Werken in Beweging als beweegvriendelijk werklandschap’ en de activiteiten rondom lopen op Lage Weide. We gebruiken dit als input voor de uitwerking van een aanpak later in de tijd.
12.8 Verkeersveiligheid In de ontwerp beleidsnota is veel aandacht voor leidende principes en uitgangspunten om de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving voor voetgangers te
12.8. We hebben een programma ‘Verkeersveiligheid’ van waaruit we ons bezig houden met de aanpak van (acute) verkeersonveilige situaties. Daar nemen we ook de voetgangersruimte (en oversteken) actief in mee. Dit past al binnen onze bestaande
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Dank voor uw suggestie voor Nieuw Overvecht. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Reactienota, december 2025 41
verbeteren. Hierbij wordt de aansluiting gezocht bij ontwerpuitgangspunten in het HOR en koppeling met gebiedsontwikkelingen en beheer en onderhoud. Gemist wordt een aanpak voor verbetering van acute onveilige situaties. Wij stellen daarom voor dat aan de Beleidsnota een paragraaf wordt toegevoegd gericht op het inventariseren van onveilige situaties met bijbehorende aanpak om de onveilige situaties te verbeteren.
werkwijze en leidt daarom niet tot aanpassingen op de beleidsnota. In de Voortgangsrapportage Programma duurzame mobiliteit (p. 23) is uitleg gegeven hoe wij werken aan een verkeersveilige stad. We werken o.a. aan het verkeersveiliger maken van fiets- en voetgangersoversteken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
12. 9 Op Lage Weide wordt gewerkt aan twee doorfietsroutes – maar de flankerende voetpaden zijn niet in beeld De Ontwerp Beleidsnota Voetganger stelt op pagina 50: ‘Langs een hoofd- of doorfietsroute is voor voetgangers altijd een stoep of pad aanwezig, bij voorkeur vrijliggend.’ Dit juichen wij toe. Tegelijk zien wij dit vooralsnog niet terug in de plannen voor de twee doorfietsroutes die Lage Weide doorkruisen (de F2 (Dom tot Dam) en F409 (Houten-Lage Weide), daar waar het om de tracés op Lage Weide gaat.
12.9 Dank voor uw signaal. De uitgangspunten uit de Ontwerp beleidsnota hanteren we nog niet zonder vastgesteld (voetgangers)beleid, maar proberen we in lopende projecten al wel mee te nemen waar mogelijk.
12.10 Voeg station Maarssen toe in het kaartbeeld op pagina 70 (‘voorzieningen’). Wij snappen dat dit station net in de gemeente Stichtse Vecht ligt, maar het is voor Lage Weide-Noord een belangrijke voorziening.
12.10 Dank voor uw suggestie. Ons vertrekpunt is dat we in deze kaart alleen voorzieningen op ons eigen grondgebied op in het kaartbeeld.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota. 13.
INSPREKER vertegenwoordigt de ca. 1700 ondernemers en vastgoedeigenaren in retail, horeca en cultuur in het historische centrum van Utrecht, het gebied binnen de singels. Vanuit deze brede vertegenwoordiging streven wij naar een economisch vitaal, leefbaar en aantrekkelijk centrum voor bewoners, bezoekers en gebruikers. Wij onderschrijven het belang van een voetgangersvriendelijk centrum. Tegelijkertijd willen wij vanuit onze rol aandacht vragen voor de volgende punten: 13.1 Behoud van levendige plinten en uitnodigende entrees Wij juichen het streven naar heldere zichtlijnen en comfortabele looproutes toe. Echter, wij willen nadrukkelijk aandacht vragen voor het belang van ruimte voor ondernemers om – op momenten en plekken waar de drukte dit toelaat – gebruik te maken van de plint en de directe openbare ruimte voor uitstallingen, zitjes en andere uitnodigende elementen. Deze dragen bij aan de levendigheid, aantrekkelijkheid en economische vitaliteit van het centrum. Een gebiedsgerichte en tijdsafhankelijke aanpak kan hierin uitkomst bieden. Zo wordt recht gedaan aan zowel het comfort van de voetganger als aan het ondernemerschap dat zo kenmerkend is voor de binnenstad van Utrecht. Dit sluit aan bij de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Binnenstad 2040, waarin een aantrekkelijk en levendig centrumgebied met een multifunctioneel karakter centraal staat.
13.1 Wij kunnen ons vinden in uw oproep. We benoemen dit niet expliciet in de beleidsnota. Voor het gebied is de Omgevingsvisie Binnenstad leiden. We volgen de Stedenbouwvisie voor ‘levendige plinten’. De regels voor uitstallingen zijn van toepassing, zie: Uitstalling bij winkel of horeca | gemeente Utrecht Zoals benoemd in de beleidsnota (pagina 45) is een vervolgstap om de vrije doorloopruimte in lijn te brengen met die in oa. regels voor uitstallingen en terrassen. Op een aantal plekken vraagt dit om maatwerk. Dit benoemen we ook in de beleidsnota. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Reactienota, december 2025 42
13.2 Actieve en gastvrije handhaving op fietsparkeren Een veelgehoorde frustratie bij zowel ondernemers als bezoekers betreft wild- of verkeerd gestalde fietsen. INSPREKER pleit voor voldoende handhavingscapaciteit om hier doeltreffend op te kunnen optreden, maar wél op een gastvrije manier. Denk hierbij aan publieksvriendelijke verwijzing naar de gratis, overdekte fietsenstallingen en tijdelijke pop-up fietsparkeerplekken. Een overzichtelijke en schone openbare ruimte is essentieel voor de verblijfskwaliteit en draagt bij aan de positieve beleving van het centrum.
13.2 Zie hiervoor de reactie bij inspreker 6a onder 6.14
13.3 Aansluiting voetgangersroutes en herkenbare bewegwijzering INSPREKER denkt graag mee over de aansluiting van de nieuwe voetgangersroutes vanuit de stad naar het centrum. Wij benadrukken daarbij het belang van een integrale benadering waarbij nieuwe routes en borden aansluiten bij de bestaande bewegwijzering en kaartmaterialen voor voetgangers. Herkenbaarheid en samenhang in route-informatie zijn cruciaal om bezoekers goed te geleiden en eenheid te creëren tussen de verschillende deelgebieden (centrumkwartieren) in het centrum.
13.3 Dank voor uw oproep en aanbod. De aansluiting tussen (deel)gebieden is onderdeel van de uitwerking van de voetgangersnetwerken per wijk.
13.4 Samenwerking bij gebiedsgerichte uitwerking Tot slot willen wij als INSPREKER graag actief betrokken blijven bij de verdere gebiedsgerichte uitwerking van het beleid. Door onze rol als verbinder van ondernemers, vastgoedeigenaren, bewoners en culturele instellingen, kunnen wij bijdragen aan een praktische en gedragen uitvoering per straat of kwartier. Wij stellen voor om in co-creatie te werken aan de implementatie, aansluitend op bestaande initiatieven zoals de kansenkaarten per kwartier, de routingkaart en eerder gemaakte afspraken rondom bereikbaarheid van het centrum.
13.4 Bedankt voor uw aanbod. We weten uw organisatie uiteraard te vinden voor het uitwerken van het netwerk.
We betrekken INSPREKER bij de uitwerking van het voetgangersnetwerk in de binnenstad. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Afsluitend Wij vertrouwen erop dat onze inbreng wordt meegenomen in de verdere besluitvorming en zijn vanzelfsprekend bereid om onze zienswijze nader toe te lichten of te bespreken in een vervolgoverleg. 14.
14.1 Op 18 oktober heeft u de ontwerp-beleidsnota voetganger ter inzage gelegd. Graag maken we gebruik van de gelegenheid om onze reactie op deze nota te geven. INSPREKER is al sinds de beginfase van het opstellen van dit plan door u betrokken en we zijn door u op meerdere momenten in de gelegenheid geweest om onze inbreng te leveren. Op veel punten zien we onze inbreng terugkomen, waarvoor dank. Vanuit INSPREKER hebben de ontwerpnota met veel interesse gelezen. Wij kwamen eensluidend tot de conclusie dat deze beleidsnota kan worden gezien als zo’n beetje het beste wat er op dit moment te vinden is aan gemeentelijke voetgangersbeleid. Het bevat veel goede uitgangspunten en doelen en omdat geprobeerd wordt “werk met werk” te maken zullen tussentijdse resultaten zichtbaar
14.1 Dank voor uw compliment dat deze beleidsnota kan worden gezien als zo’n beetje het beste wat er op dit moment te vinden is aan gemeentelijke voetgangersbeleid. We zijn blij te lezen dat u uw inbreng kunt teruglezen en weten uw organisatie uiteraard te vinden in de vervolgstappen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Reactienota, december 2025 43
zijn. We ondersteunen ook het plan om met bewoners plannen te maken voor het herkennen en verbeteren van groene ommetjes en de wandelnetwerken in de stad. Binnen de organisatie van INSPREKER is ook veel kennis en ervaring die we graag aanbieden bij de verdere uitrol van het voetgangersbeleid. De inzet van onze reactie is om het domein en het Team Voetganger een nog sterkere onderhandelingspositie positie te bieden in een wereld waarin andere domeinen (auto, groen, wonen, economie, …) al een sterke en dominante positie hebben. Vanuit die gedachte doen wij hieronder voor een aantal onderdelen suggesties om de beleidsnota verder te versterken. De eerste reacties zijn wat algemener van aard, daarna gaan wij in op de verschillende onderdelen. Aansluiting bij wandelroutes buiten de gemeentegrens Vanuit het perspectief van INSPREKER is het uiteraard erg fijn om te lezen dat de gemeente Utrecht de 14.2 voetgangersnetwerken en looproutes (al dan niet als onderdeel van de zogeheten Groene Ommetjes of Stedelijke Verbindingen) niet alleen door maar ook naar buiten de stad wil verbeteren (zie pag. 20, 55, 62-63, 120).
We denken dat het in dat opzicht goed en efficiënt is om de deze nog te ontwikkelen (door)looproutes waarvan we aannemen dat die lopen tot aan de gemeentegrens te laten eindigen en aansluiten bij reeds bestaande buiten de gemeentegrens gelegen wandelroutes zoals het Kromme Rijnpad, provinciale wandelknooppunten, LAW-paden of streekpaden zoals het Utrechtpad. Wellicht is dat ook de bedoeling maar de concept-nota vermeldt dat nu niet expliciet. De wandelaar die afstanden van 10-15 kilometer loopt en die als startpunt van zijn of haar (rond)wandeling Utrecht CS heeft gekozen of zelf woonachtig is in de stad Utrecht, komt dan via een prettige wandelroute door de stad op het uitgekozen wandelpad buiten de stad. Dat maakt dat Utrecht wellicht een populair startpunt van wandelingen rondom de stad Utrecht kan worden en dat inwoners van Utrecht die een langere wandeling willen maken niet de auto hoeven te pakken om op het gewenste startpunt buiten de stad te komen, omdat de wandeling door de stad zelf ook de moeite waard is. Overigens geldt hetzelfde voor de hondenbezitter; een prettige looproute naar aan de rand of net buiten de stad gelegen hondenlosloopgebieden leidt er toe dat ook deze minder vaak de auto zal pakken om bij het betreffende gebied te komen.
14.2 Zoals beschreven in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) en het Mobiliteitsplan hebben we ook aandacht voor recreatief lopen en de aansluiting tussen de stad en de omgeving. Dank voor uw suggestie. We constateren dat de legenda van de kaart niet volledig is. We passen dit aan in de definitieve beleidsnota. We hebben in het kaartbeeld alle thematische routes op eenzelfde manier weergegeven (zonder onderscheid in type route). Zie de oranje gestippelde lijnen. We nemen langere wandelingen/routes zeker mee in de uitwerking. Dit is hoe we te werk gaan: Eerste stap is om voor alle wijken de voetgangersnetwerken uit te werken. Die vormen samen het stedelijk netwerk: routes verbinden wijken met elkaar en het buitengebied. Bestaande (recreatieve) routes en het gebruik door wandelaars die langere afstanden lopen nemen we hier in mee. Alle wijkuitwerkingen samen vormen het stedelijk (voetgangers)netwerk waar we stapje voor stapje onderdelen van realiseren en verbeteren. We hebben daarbij ook oog voor de aansluiting tussen buurten, wijken en naar buurgemeenten en groen-/recreatiegebieden buiten de gemeentegrens. Uw reactie leidt tot de volgende wijziging in de beleidsnota: we voegen de manier waarop we toewerken naar een stedelijk netwerk toe aan pagina 87 onder ‘prioritering: we werken voetgangersnetwerken (Groene Ommetjes) uit voor iedere wijk’.
Op basis van uw reactie passen we het kaartbeeld op pagina 64-65 aan: we tonen (bestaande thematische) wandelroutes door de stad en naar buiten en vullen de legenda aan.
Reactienota, december 2025 44
14.3 Gezamenlijk gebruik fiets en voetganger in toenemende mate onveilig In het (recente) verleden is in Utrecht in geval van gezamenlijk gebruik van dezelfde ruimte vaak de keuze gemaakt voor de fietser. We hopen dat er met deze beleidsnota nu ook een kader ligt om vaker andere keuzes te maken. De inrichting van de Weg tot de Wetenschap waar (ondanks protest van bewoners) bewust geen complete voetgangersstrook is aangelegd naast de fietspaden is naar onze mening illustratief. De tramhalte is niet altijd veilig te bereiken voor de voetganger. Ook bij het rondje Stadseiland wordt op verschillende locaties gekozen voor gezamenlijk gebruik van paden door fietsers en voetgangers. In de nota op pag. 81/82 wordt dit gezamenlijk gebruik (zonder aparte strook voor voetgangers) ook als mogelijkheid aangegeven, zoals voor parkachtige omgevingen. Er lijkt dus vaak te worden ingezet op gedeelde ruimtes (en vooral ook gedeelde fiets- en wandelpaden). Op pag. 82 lezen we dat aparte stoepen (laat staan verhoogde stoepen die nog veiliger zijn) alleen worden aangelegd als ‘het niet anders kan’. Naar onze mening niet perse een keuze voor de voetganger. Door toegenomen snelheidsverschillen is het voor voetgangers steeds moeilijker om te anticiperen. We pleiten er dan ook voor om terughoudend om te gaan met inrichtingen die uitgaan van gezamenlijk gebruik, zoals Shared Space.
Dat is immers ontwikkeld in Nederland eind 20e eeuw toen elektrische fietsen nog niet massaal aanwezig waren.
14.3 Dank voor uw reactie op het gezamenlijk gebruik van ruimte door fietsers en voetgangers. We herkennen deze situatie. Om deze reden is in de beleidsnota in hoofdstuk basiskwaliteit opgenomen dat er langs (nieuwe) fietspaden ook voetpaden dienen te zijn. Als het mogelijk is zijn die vrijliggend. Wanneer dat niet mogelijk is, dan is het een gedeeld pad met een gemarkeerde zone voor voetgangers. Dit principe passen we toe bij Rondje Stadseiland. Hiermee zorgen we dat (kwetsbare) voetgangers een veilige zone hebben.
14.4 Een ander punt van aandacht zijn doorfietsroutes. Voor fietsers zijn zo min mogelijk verkeerslichten van belang. Voor voetgangers zorgen verkeerslichten juist voor mogelijkheden om over te steken. Iedereen die op het Vredenburg probeert over te steken in de spits, zal dat beamen.
14.4 Voor iedere situatie/locatie kijken we vanuit zowel het oogpunt van fietsers als voetgangers gekeken of een verkeerslicht nodig is.
14.5 Ideaal zijn de voorstellen voor herinrichting van straten met bredere maten voor stoepen en het verwijderen van obstakels. Laadpalen, afvalcontainers en fietsenrekken van de stoep af, heerlijk! Wat bij de maten opvalt is, dat er te weinig rekening wordt gehouden met fietsparkeren aan lantaarnpalen, aan bomen en tegen een huismuur. Dit maakt de stoep ter plekke van de fiets zeker 40 cm smaller. Vooral bij puntversmalling is dat een probleem. Alle fietsen netjes in een rek naast de stoep op de servicestrook ik een illusie.
14.5 In de nota hanteren we een minimale maat van 1.30 meter vrije doorloopruimte. Ook bij een puntvernauwing, zoals bij een lantaarnpaal. Reden hiervoor is dat er in veel gevallen een fiets aan of tegen een (lantaarn)paal geparkeerd staat. Er blijft dan alsnog voldoende ruimte over om te passeren. (Zie ook illustratie op pagina 48). Bij de huidige maat van 0.90 is de vrije doorloopruimte dan te smal. Zeker voor gebruikers in een rolstoel. De gevelzone (met geveltuin of geparkeerde fiets) rekenen we niet tot de vrije doorloopruimte. Zie illustraties bij basiskwaliteit, oa. pagina 48 en 49.
Het door u genoemde voorbeeld bij de Weg tot de Wetenschap is bij ons bekend. Hier heeft recent ook met de Voetgangersvereniging Utrecht Oost een gesprek over plaatsgevonden. We maken ontbrekende verbindingen per wijk inzichtelijk bij de wijkuitwerking van het voetgangersnetwerk. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota 14.6 Interessant is het plan om het oude (woon)erf weer nieuw leven in te blazen. In de wijk Wittevrouwen zijn er nog verschillende uit de jaren 80. Voor korte straatjes werkt dit goed, bij langere straten worden door voetgangers voldoende brede stoepen gemist. Met een auto langdurig stapvoets achter je aan , kan je dan geen kant op. Op de te smalle stopen is het daar ook nog niet comfortabel lopen, door
14.6 Dank voor uw reactie en het delen van uw ideeën hierbij. We passen woonerven alleen toe als de voorwaarden daarvoor op orde zijn. Denk aan: waterberging moet op orde zijn, woonerven mogen geen onderdeel zijn van doorgaande route voor fiets en/of autoverkeer en auto’s moeten er voetstaps Reactienota, december 2025 45
een te schuin afschot.
kunnen rijden. De inrichting moet dat afdwingen. Hoe dat precies vorm krijgt bij herinrichtingen is afhankelijk van de situatie en de opgaven. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.7 Werklocaties ontbreken nog, ook daar is voetgangersruimte van belang Afgelopen twee jaar heeft INSPREKER samen met de Fietsersbond samen met Parkmanagement Lage Weide gewerkt aan plannen en acties voor een beweegvriendelijker Lage Weide. Dit heeft duidelijk gemaakt dat er onterecht weinig aandacht is voor het lot van voetgangers op bedrijventerreinen. We kunnen ons voorstellen dat u in deze beleidsnota aangeeft dat dit nog nadere uitwerking behoeft. . Samenvatting
14.7 Dank voor uw aandachtspunt. Wij zijn bekend met de landelijke proeftuin ‘Werken in Beweging als beweegvriendelijk werklandschap’ en de activiteiten rondom lopen op Lage Weide.
14.8 In de Utrecht Voetgangersstad komt het belangrijke aspect ‘verblijven’ er nog wat bekaaid af, terwijl daar juist een sterke link is naar de al sterke domeinen economie, groen en wonen.
14.8 Dank voor uw oproep over verblijven. Zie antwoord op inspreker 6 (onder 6.12).
We verwijzen u voor een inhoudelijk antwoord en de wijzigingen in de beleidsnota op dit punt naar inspreker 9 onder 9.3.
Deze reactie leidt tot de volgende wijziging in de beleidsnota: toevoeging op pagina 13 (Hoofdstuk 2 aanleiding) over economisch belang en bezoekers van de stad.
Het feit dat er op een willekeurig moment meer voetgangers in de stad zijn dan gebruikers van voertuigen (fiets, auto, OV) is een gegeven dat expliciet benoemd zou kunnen worden. De noodzaak van een gedegen voetgangersnota kan ook nog krachtiger voor het voetlicht worden gebracht met de noties dat de groep voetgangers extreem heterogeen is qua loop en verblijfsbehoeften en loopvaardigheid EN dat zonder lopen geen vervoer met fiets, auto, OV, geen klanten, geen omzet en geen beleving van de stad mogelijk zijn. We adviseren u tevens om expliciet de vele bezoekers van de stad (zakelijke en sociale bezoekers, toeristen en werkers) te benoemen als gebruikers. Zij zijn juist heel belangrijk (economisch, belevingswaarde, levendigheid) voor de stad en aangenomen kan worden dat zij 1/3 van de voetgangers in de stad omvatten. 14.9 Wat betreft kwaliteit zouden we willen benadrukken dat de bereikbaarheid te voet, de bruikbaarheid van de omgeving en niet te vergeten: de veiligheid in brede zin niet alleen worden bepaald door de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van projecten en maatregelen, maar veel meer door de kwaliteit van het beheer, onderhoud en handhaving van gedragsregels.
14.9 De onderbouwing van de nieuwe kwaliteit voetgangersruimte en breedtematen volgt vanaf pagina 42. De toelichting op de opbouw van de breedtemaat staat op pagina 53. We delen uw constatering dat de kwaliteit van de voetgangersruimte mede bepalend is voor de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. We werken hier met de collega’s van beheer en onderhoud aan. Deze beleidsnota is geen beheernota. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota
Reactienota, december 2025 46
14.10 (Figuur op blz. 17): In de praktijk zullen veel mensen tegensputteren als je aangeeft dat er wel 2.00 meter vrije doorgang nodig is voor voetgangers. Daarom lijkt het ons goed even expliciet aan te stippen waarom dat nodig is: tegemoetkomende voetgangers moeten niet de rijbaan opgestuurd worden; je moet ook met hulpmiddelen of een tas voldoende loopruimte hebben; mensen willen naast elkaar kunnen lopen; er moet ruimte zijn om even te stoppen met lopen etc..
14.10 Wat u noemt is de basis voor de doelstellingen, zoals geformuleerd in het hoofdstuk Opgave.
14.11 Aan het lijstje met belangrijke zaken die niet bekend zijn (onderaan blz. 17) kunt u toevoegen: • Hoeveel tijd mensen (gemiddeld) te voet besteden • Veiligheid te voet: verkeersongeval + valongeval + slachtoffer geweld • Feitelijk versus perceptie: perceptie is basis voor gedragsbeslissingen, maar sluit vaak niet aan bij feitelijkheid
14.11 Dank voor het signaal. We trachten in de nota niet uitputtend te zijn. Er is nog meer dan de zaken die u noemt die we niet weten.
14.12 De vier doelstellingen die u formuleert voor uw voetgangersaanpak klinken goed en spreken ons zeker aan. U kunt wel overwegen om de doelstellingen te ordenen naar maatschappelijke impact. In dat verband zou het logisch zijn om de meest noodzakelijke zaken eerst aan de orde te stellen. Zo noemt u nu de basisvoorwaarde bereikbaarheid van voorzieningen als derde, maar als voorzieningen niet bereikbaar zijn is lopen sowieso geen optie. Een andere basiswaarde is veiligheid, wij zien dat nog niet expliciet opgenomen in de doelen, maar het zou prima toegevoegd kunnen worden aan de eerste doelstelling.
14.12 Dank voor uw suggestie. We kiezen ervoor om bij deze indeling te blijven, omdat we hiermee de opbouw van het netwerk (en de plek van voorzieningen) naar ons idee in een logische volgorde behandelen.
14.13 Overigens vragen wij ons af hoe u aankijkt tegen het uitgangspunt Design for All / Universal Design in relatie tot de doelstellingen? Als je het geschikt maakt voor mensen met een beperking maak je het vrijwel automatisch ook fijner voor mensen die (bijna) geen problemen met lopen hebben. Wij kunnen ons voorstellen dat u dit ook ziet als invulling van uw eerste doelstelling?
14.13 Onze basis is dat voetgangersruimte in inclusief moet zijn. We zien dat als hetzelfde als ‘design for all’.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Veiligheid is voor is de basis van het verhaal en onderdeel van de hoge kwaliteit voetgangersruimte die we beschrijven op pagina 32. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Het principe ‘Design for All’ ligt ten grondslag aan de nieuwe kwaliteit voetgangersruimte zoals benoemd op pagina 35 en de doorvertaling in uitgangspunten onder de doelstellingen in hoofdstuk 4. We hebben de behoeften van gebruikers van de voetgangersruimte (waaronder kinderen, ouderen en mensen met een beperking) daar nadrukkelijk in meegenomen). Zie ook bijlage 2 (pagina 112) voor de beschrijving van deze gebruikers. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota
B) Opgave 14.14 Het hoofdstuk ‘trends en ontwikkelingen’ illustreert u terecht met aantrekkelijk gepresenteerde cijfers en figuren. We zien dat u daarbij vooral cijfers hanteert om lopen als hoofdverplaatsing te markeren telt u onterecht een groot deel van de voetgangers nog niet mee. Er wordt namelijk qua afstand en tijd meer en vaker gelopen als voor- en natransport. Ook de aantallen slachtoffers (verkeersongevallen
14.14 Dank voor de door u aangeleverde informatie. Het is niet ons doel om uitputtend te zijn, maar enige context te schetsen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota. Reactienota, december 2025 47
+ valongevallen + slachtoffers van geweld) onder voetgangers liggen in werkelijkheid hoger. We denken dat uw presentatie van de cijfers nog krachtiger wordt als u alles meeneemt. In bijlage 1 hebben we enkele cijfers opgenomen die u daarbij wellicht van dienst kunnen zijn. 14.15 Op pagina 28 en 29 beschrijft u de gebruikers van de voetgangersruimte. We onderschrijven het belang hiervan en zijn van mening dat u hierin al behoorlijk volledig bent. Wel valt ons op dat u alleen heeft gekeken naar inwoners van Utrecht. Echter, er zullen (bijna) net zoveel niet-Utrechters van Utrecht kunnen genieten: bezoekers, werkers, toeristen. Tevens lijkt het ons zinvol om bij de beschrijvingen aan te geven wat er in het bijzonder nodig is om het hen mogelijk en gemakkelijk te maken om te voet in de openbare ruimte te zijn en te lopen. In bijlage 2 hebben we hiervoor een aanzet gegeven.
14.15 Dank u wel voor de aanvullingen voor wat een aantal gebruikers van de voetgangersruimte nodig heeft. Uw aanvullingen leiden tot de volgende aanpassingen in de beleidsnota (bijlage 2): -kinderen: Voor een kind moet de omgeving niet te complex zijn en snelheidsverschillen niet te groot: 30 km/u als maximum. Kinderen zien niets boven een hoogte van 1 meter. -Ouderen: Goed begaanbare, doorlopende routes zonder grote hoogteverschillen of trappen …. - Ouderen: Ouderen die minder goed horen of zien hebben behoefte aan een omgeving die overzichtelijk en niet te complex is. - hulpmiddel-/rolstoelgebruikers:… die vlak is, zonder (grote) hoogteverschillen, …. - hulpmiddel-/rolstoelgebruikers:… dagelijkse voorzieningen als (ondergrondse) afvalcontainers en Algemene Gehandicapten Parkeerplaatsen kunnen bereiken binnen korte afstand. - Mensen met een zorgvraag: Binnen deze groep vallen ook mensen met een tijdelijke fysieke beperking zoals een gebroken enkel. - Mensen met een smalle beurs of beperkte vervoerskeuze: Als we de stad zo inrichten dat mensen lopend voorzieningen, banen, onderwijs, voorzieningen en vervoersopties… Toelichting op de indeling van gebruikers: we hebben ervoor gekozen om typen gebruikers te beschrijven en niet hun motieven (toeristen, bezoekers etc.).
14.16 Op pagina 31 stelt u dat u als Utrecht een voetgangersstad wil zijn met een loopcultuur. We zijn blij dat u de lat hoog legt. Als overweging daarbij zien we dat dit alleen mogelijk zal zijn als daar intern ook de cultuur van voetgangersvriendelijkheid bestaat en dat er ook het nodige op ingezet wordt. De vraag is: hoe krijg je het voor elkaar dat bewoners, gebruikers, bezoekers een loopcultuur hebben. In bijlage 3 geven we u een paar overwegingen mee die u daarbij wellicht verder op weg kunnen helpen.
14.16 Dank voor uw reactie en suggesties als bijlage bij uw reactie. De stadia en manieren om tot een (gedrags)verandering te komen zijn ons bekend. Deze beleidsnota is een eerste stap. Vervolgstappen staan benoemd in Hoofdstuk 4 ‘Doelstellingen’ en Hoofdstuk 5 ‘Zo gaan we het doen’. Uiteraard op hoofdlijnen.
14.17 Het is goed om nu eens niet STOMP te vinden als enig leidend principe. De vier principes voor de voetgangersruimte die u formuleert zijn wat ons betreft veelbelovend en passen ook goed bij de principes van Design for All / Universal
14.17 Dank uw wel voor de complimenten. Zie ook de reactie bij 14.13.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota. Reactienota, december 2025 48
Design internationaal (inclusief de VN, UNESCO, de WHO en WALK21). 14.18 Uitgangspunten voor de basiskwaliteit Op blz. 40 worden de zeer waardevolle uitgangspunten met betrekking tot basiskwaliteit beschreven. Notie daarbij is dat basiskwaliteit wat ons betreft primair inhoudt te zorgen voor: bereikbaarheid, toegankelijkheid /leesbaarheid en veiligheid. (Zie ook model bijlage 4).
14.18 De uitgangspunten in de beleidsnota moet u zien als de maatregelen die we treffen als antwoord op de opgave en leidende principes. Nabijheid is zo’n opgave. Dat geldt ook voor bereikbaarheid, toegankelijkheid, zoals beschreven bij het ‘kunnen en willen lopen’ op pagina 32. Zie ook de reactie op 14.12. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Concrete suggesties om dat explicieter mee te nemen zijn: 14.19 Bij de eerste bullit vooral insteken op de bereikbaarheid (ofwel nabijheid) van essentiële bestemmingen. Daarbij is de actieradius van mensen toch wel bepalend. Mensen die minder goed kunnen lopen of staan kunnen maar een klein stukje lopen, vaak minder dan 100 meter.
14.19 Deze maat voor maaswijdte gaat niet over nabijheid van voorzieningen, maar over het stratenpatroon: om de 50-100 meter moet er een doorsteek voor voetgangers mogelijk zijn. Dit sluit aan bij de Stedenbouwvisie. We verwijzen u voor de bereikbaarheid van voorzieningen (nabijheid) naar doelstelling 3 (pagina 68). Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.20 Wat betreft de veiligheid gaat het in de eerste plaats over het val-risico en vervolgens over de verkeersveiligheid en m.n. de rijsnelheden van het verkeer.
14.20 Wij delen uw oproep over het belang van goed onderhoud. Zie reactie 14.9 over beheer en onderhoud. Dank voor uw oproep over rijsnelheden. We zijn het met u eens dat snelheid van het autoverkeer een belangrijk aspect is om lopen aantrekkelijk te maken. De ambities voor de snelheid van het autoverkeer zijn vastgelegd in het Mobiliteitsplan 2040. Hierin is opgenomen dat alle straten en wegen in Utrecht een snelheidslimiet krijgen van 30/km uur tenzij. Deze aanpak rollen we uit vanaf juli 2026. Zie: Mobiliteitsplan 2040 Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.21 Als er geen trottoirs zijn, zou de max snelheid 15 km/h moeten zijn; bij aanwezigheid van (echte) trottoirs is 30 km/h, denk ik, een belangrijk uitgangspunt.
14.21 Wij delen uw analyse. We benoemen een ontwerpsnelheid van 15 km/u op pagina 46 voor het delen van ruimte (woonerf). Verdere uitwerking volgt in het Handboek Openbare Ruimte na vaststelling van deze beleidsnota. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.22 De foto’s op pagina 50 zijn zeer illustratief. Wel is het gewenst om zeker te stellen dat fietsers op aansluitingen niet de bocht afsnijden over het voetpadgedeelte. Dat
14.22 Dank voor de reactie. Uitwerking van dit principe volgt in het Handboek Openbare Ruimte (vervolgstap na vaststellen van de beleidsnota). Daarbij geldt ook dat Reactienota, december 2025 49
kan voor slechte lopers behoorlijk hinderlijk of zelfs gevaarlijk zijn.
mogelijke oplossingen locatiespecifiek zijn en bij (her)inrichtingsplannen afgewogen moeten worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.23 We missen nog aandacht voor rustpunten, die voor moeilijke lopers heel erg belangrijk zijn. Dat geldt ook voor (openbare) toiletten. Zeker in verblijfsgebieden is aanwezigheid van beide iedere 400 m. erg gewenst. Zeker met verdergaande vergrijzing van de bevolking. 14.24 Bij Doelstelling 2 verdient de activiteit ‘verblijven’ (wachten op de bus, praten met anderen, werken, spelen, sight-seeing etc.) ook aandacht. Dus: aanwezigheid van zitgelegenheid, toiletten, uitwijkmogelijkheid e.d. ook benoemen. De praktijkfoto’s laten zien dat de gemeente daar al best vaak in voorziet! Met andere woorden: ‘netwerken’ voor voetgangers is meer dan een hoofdnetwerk en een netwerk van groene ommetjes. Mensen moeten in principe alle percelen kunnen bereiken en er moet ook ruimte/gelegenheid worden gereserveerd voor (aangenaam) verblijven. Zeker op netwerkniveau zou je moeten kijken naar rust of ontspanningspunten en toiletten, en oversteken. 14.25 Uitgangspunten voor het netwerk van Groene Ommetjes Ook deze uitgangspunten onderschrijven wij van harte. Aanvullend is het ook van belang dat er geen drukke wegen op onlogische plekken hoeven te worden overgestoken, dan wel dat mensen niet genoodzaakt worden (lang) op groen licht te moeten wachten. Als Groene Ommetjes excellente kwaliteit vereisen zijn bankjes en openbare toiletten eigenlijk ook automatisch een must, toch?
14.23 Zie reactie 1.14 (toiletten) en 6.12 (voorzieningen, oa. bankjes).
14.24 Zie reactie onder 6.12.
14.25 Ons uitgangspunt is dat het voetgangersnetwerk zoveel mogelijk voorzieningen in de wijk verbindt. We nemen de oversteekbaarheid van (drukke) wegen en wat daar voor de voetganger nodig is in mee. Zie ook antwoord onder 1.4 en 1.5. Voor voorzieningen zoals bankjes en toiletten verwijzen we naar de reactie onder 1.14 (toiletten) en 6.12 (voorzieningen, oa. bankjes). Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Uitgangspunten voor stedelijke verbindingen voor de voetganger Mooie uitgangspunten voor de voetganger. Aandachtspunten zijn wat ons betreft: 14.26 • Tweede bullit: juridisch is er een onderscheid tussen voorrang en vrije doorgang. Bestuurders van voertuigen kunnen voorrang krijgen en moeten die soms aan andere bestuurders verlenen. Bij voetgangers kunnen zijn verplicht zijn om vrije doorgang te verlenen.
14.26 Dank voor uw aandacht voor de juridische terminologie. Bij de uitwerking in het Handboek Openbare Ruimte werken we verschillende manieren uit om de voetgangersruimte door te laten lopen bij een oversteek. Dit kunnen verschillende type oversteken zijn, niet altijd met vrije doorgang voor voetgangers. Dit is locatieafhankelijk en gaat te diep voor het niveau van een beleidsnota. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota. Reactienota, december 2025 50
14.27 • Derde bullit: de gehanteerde kleine maaswijdte is aan de randen van de stad rond grootschalige (Rijks)infrastructuur niet realistisch. Daar zou uitgegaan kunnen worden van de maaswijdte die CROW hanteert, te weten maximaal 1000 meter.
14.27 Voor een fijne loopstad is een goede maaswijdte van groot belang. Daarvoor hanteren we 300-500 voor het passeren van grote barrières in de stad . We hanteren dit ook als vertrekpunt aan de randen van de stad bij grootschalige (Rijks)infrastructuur. Daar kan waar nodig gemotiveerd van afgeweken worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.28 • Vierde bullit: hier ‘toegankelijkheid’ vervangen door geschiktheid of passend voor mensen met een loopbeperking.
14.28 Deze reactie leidt tot de volgende aanpassing in de beleidsnota. Bullit 4 (Stedelijke Verbindingen, pagina 62) wordt: Oversteken zijn bruikbaar voor mensen met een beperking en op meerdere plekken georganiseerd.
14.29 Uitgangspunten voor het bereikbaar maken van voorzieningen Alhoewel we ook deze uitgangspunten onderschrijven is het gebruik van ‘… te lopen of fietsen …’ als maat erg rekbaar. Deze uitgangspunten zouden SMART(er) en dus toetsbaarder geformuleerd kunnen worden.
14.29 Deze doelstelling is direct afkomstig uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht en het Mobiliteitsplan 2040. Het positioneren van (typen) voorzieningen is geen onderdeel van deze beleidsnota. Wij formuleren de uitgangspunten voor de bereikbaarheid voor voetgangers en de inrichting van de ruimte nabij een voorziening. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.30 5) Zo gaan we het doen Blz 80. Het is mooi als voetgangersruimte voldoet aan de nieuwe maat van 2.20 meter, maar is die ruimte dan ook echt beschikbaar en obstakelvrij? Hoeveel wordt er ingezet om de stoepen ook echt vrij van gekwakte fietsen, borden en andere obstakels te krijgen?
14.30 Zie reactie op inspreker 7.
14.31 Blz. 81: Het vrijmaken van de stoepen en handhaving van de al bestaande regels (APV, bouwbesluit, …) maakt al heel wat ruimte vrij en is wat ons betreft de beste eerste stap Belangrijke notie is dat een indeling van een straat zonder (verhoogde) stoepen een juridisch probleem met zich meebrengt. Er is dan geen ruimte waar voetgangers recht op hebben; zij moeten de concurrentie aangaan met andere ruimtegebruikers en het is de vraag of ze daar wel zo goed in staat toe zijn. Op dit punt is zorgvuldigheid en voorzichtigheid geboden.
14.31 Dank voor uw aandachtspunt. Zie eerdere reactie over woonerven onder 14.6. (en 14.21 ontwerpsnelheid bij woonerven)
14.32 In de figuur op blz zijn regulier beheer en onderhoud niet opgenomen. Wellicht is het ook goed om de rol van mensen van wijkbeheer naar boven toe (bij voorbeeld als
14.32 Dank voor uw aandachtspunt. Het figuur op pagina 85 laat doorvertaling van de beleidsnota zien in producten. Los daarvan werken we ook aan doorvertaling in Reactienota, december 2025 51
informatiebron, aanspreekpunt voor bewoners en andere gebruikers van de openbare ruimte) te visualiseren met een pijl naar boven?
processen, zoals beheer en onderhoud. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.33 Deel C Sturing en verantwoording Belangrijkste reactie op dit hoofdstuk is dat het belangrijk is om de cijfers die gehanteerd worden bij de indicatoren goed in perspectief te zien. Voor onze uitgebreidere afwegingen hierbij verwijs ik u graag naar bijlage 6.
14.33 Dank voor uw reactie/suggesties. Wij zijn ons ervan bewust dat deze cijfers niet het volledige beeld laten zien en bijvoorbeeld vooral de nadruk leggen op woon-werk verkeer. We moeten het op dit moment doen met de cijfers die we beschikbaar hebben/verzamelen. Onderdeel van de opgave is om betere voetgangersdata te verzamelen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
14.34 Tot slot Zoals in de inleiding aangegeven zijn wij zeer onder de indruk van de opzet en inhoud van deze beleidsnota voetganger. Uiteraard zijn wij bereid om bovenstaande verder toe te lichten indien gewenst.
15.
Bijlagen: 1. Cijfers over voetgangers 2. Wat gebruikers nodig hebben 3. Overwegingen bij de opgave 4. Model voor leidende principes 5. Uitgangspunt voor de basiskwaliteit voetgangersruimte 6. Toelichting bij sturing en verantwoording 15.1 Heel erg fijn dat het voetgangersbeleid voor de gemeente Utrecht nu is uitgewerkt. Complimenten voor de integrale aanpak van dit nieuwe beleidsveld dat zijn plek overal in Nederland nog moet bevechten. Ik ben blij dat ik in een stad woon die de mens te voet de ruimte wil geven. Een tweetal keuzes in de nota ben ik in het bijzonder erg blij mee, met name: - De ambitie Utrecht voetgangersstad (naast Utrecht fietsstad) met een loopcultuur. We kunnen bij uitstek in Utrecht laten zien dat beide naast elkaar kunnen bestaan. - De positionering van lopen als sociale activiteit, in plaats van “doorstroming” en efficiënt afwikkelen. Lopen is immers leven. Ik heb de ontwikkeling van het voetgangersbeleid in Utrecht gevolgd (en aangemoedigd) vanaf het eerste actieplan in 2015, daarna intensiever vanaf het participatieproces van het mobiliteitsplan 2040 in juni 2020. Met andere Utrechters hebben we samen aandacht voor de voetganger bepleit.
14.34 Dank voor uw complimenten. We weten u te vinden bij de verdere uitwerking.
15.1 Dank voor de complimenten en steun.
De initiatiefgroep Groen stadswandelnetwerk heeft in 2021 inspraakreactie geleverd op het Mobiliteitsplan 2040 en eveneens samen met stadsmakers en zusterparken (als de initiatiefgroep gezonde stad) inspraakreactie geleverd op de RSU. Mijn reactie op deze nota is ivm tijdgebrek overigens op persoonlijke titel. De reactie op de RSU heeft er onder andere toe geleid dat het stadsprofiel Vertraagde Stad is Reactienota, december 2025 52
toegevoegd. Het groene stadswandelnetwerk is als onderdeel van dit stadsprofiel opgenomen: "Utrecht ontwikkelt en koestert een (groen) stadswandelnetwerk op het schaalniveau van de stad". In het Mobiliteitsplan is het wandelnetwerk op stadsniveau opgenomen, als uit te werken actie. Ik was erg blij dat deze ambitie in beide plannen is opgenomen, en ik heb vervolgens in het voorjaar 2023 tijdens een gesprek met raadsleden over het Groenbeleid bepleit dat het Groen stadswandelnetwerk ook een expliciet en een herkenbaar onderdeel zou moeten zijn van de strategie voor groen. Het is van grote waarde omdat Utrechters zich via een groen wandelnetwerk door de hele stad ontspannen kunnen verplaatsen, bijdragend aan een duurzame, gezonde en biodiverse stad, en ontspannen ontmoetingen tussen bewoners. Zo’n stadsbreed netwerk vraagt om een samenhangende aanpak van verschillende domeinen, in ieder geval de ruimtelijke strategie, mobiliteit en groen, op het schaalniveau van de stad. Zonder samenhangende aanpak worden barrières niet of minder effectief geslecht, en worden nieuwe barrières gecreëerd. Je hoeft maar van de ene kant van de stad naar de andere kant te lopen om te zien dat je zonder samenhangend beleid op stadsniveau struikelt over talloze grote en kleine barrières.
Ook zijn er vele voorbeelden van (ook nieuwe) gebiedsontwikkelingen waar de samenhang met looproutes naar en van de omgeving over het hoofd worden gezien. Ik ben op veel onderdelen enthousiast over de beleidsnota en het denkwerk dat er achter zit, en ik begrijp dat niet alles tegelijkertijd kan.
16.
15.2 Toch wil ik aandacht vragen voor dit belangrijke punt van een voetgangersnetwerk op het niveau van de stad. In de nota wordt expliciet gekozen voor wijkuitwerkingen en niet voor een voetgangersnetwerk op stadsniveau. Ik begrijp deze keuze voor het fijnmazigere netwerk van ommetjes, maar op het hogere niveau mist ik het netwerk op stadsniveau. De kaart van Stedelijke Verbindingen lijkt deze rol te moeten spelen, maar is niet vanuit de voetganger geredeneerd - zo is bijvoorbeeld de Kardinaal de Jongweg onderdeel van dit netwerk. Een van de lawaaiigste en meest vervuilde wegen van Utrecht waar geen mens voor zijn plezier loopt. De komende jaren wordt fors bijgebouwd in Utrecht, en net als voor de auto, OV en fiets infrastructuur is er een stadsvisie op het voetgangersnetwerk nodig. Mijn pleidooi is om dit (wat grofmazigere) voetgangersnetwerk alsnog op stadniveau uit te werken, een botsproef te doen met andere modaliteiten, belangrijke schakels te agenderen (ook al is dat voor de lange termijn of zelfs verre toekomst). Ik hoop dat de uitwerking van dit netwerk op stadsniveau als actie in de Beleidsnota kan worden toegevoegd voor komend jaar.
15.2 Zie reactie inspreker 9.2 over hoe we het stedelijk voetgangersnetwerk uitwerken.
16.1 Geachten, Het voorliggend ontwerp van een Beleidsnota Voetganger heeft een aantal kwaliteiten, maar vertoont ook een aantal belangrijke, zelfs fundamentele tekortkomingen We vinden het heel belangrijk dat er aandacht aan de kwaliteit van de loopomgeving wordt geschonken. We hebben een aantal opmerkingen in aparte documenten geformuleerd, om een gestructureerde analyse ervan toe te laten: 0) Algemene opmerkingen
16.1 Veel van uw opmerkingen hebben betrekking op het inrichten van de voetgangersruimte, met name de voetgangersoversteken. Deze beleidsnota is na vaststelling door de Raad het kader voor de doorvertaling in het Handboek Openbare Ruimte (zie vervolgstap zoals beschreven op pagina 86).
Reactienota, december 2025 53
1) Opmerkingen in verband met de snelheid van motorvoertuigen 2) Opmerkingen in verband met de OVERSTEEKINFRASTRUCTUUR 3) Opmerkingen in verband met de VRIJE DOORGANG 4) Opmerkingen in verband met het voorstel om PARKEERPLAATSEN OP HET NIVEAU VAN DE STOEP te plaatsen We vragen dat u onze opmerkingen serieus ter harte wil nemen en hopen dat u bereid bent de beleidsnota op deze gebieden aan te passen. Vanuit INSPREKER staan we steeds open voor dialoog hierover. 16.2 0. Betreft: Reactie op de Ontwerp-beleidsnota Voetganger Algemeen Geachten, Het voorliggend ontwerp van een Beleidsnota Voetganger vertrekt van een zeer beperkte visie op wat een voetganger is. De analyse van de “gebruikers van de voetgangersruimte” (p112) vermeldt 12 categorieën: Dit zijn de gebruikers van de voetgangersruimte: Kinderen, Ouderen, Vrouwen en meisjes, Hulpmiddel-/rolstoelgebruikers, Blinden en slechtzienden, (Thuis)werkenden (in de context van “deze moeten af en toe beetje bewegen”), Mensen met een zorgvraag, Mensen met een smalle beurs of beperkte vervoerskeuze, Ommetjesmakers, Sporters, Wandelaars (in de context van “een uur of meer lopen”), en Hondenbezitters. Dit uitgangspunt positioneert voetgangers vooral rond hun zwaktes of rond het recreatieve.
16.2 Zie reactie over beschrijving op ‘Design for all’ (reactie 14.13) en keuze voor doelgroepen (reactie 14.15).
16.3 Dit leidt dan tot een focus in het hele beleidsplan om die mensen ook toch iets te geven en hen een “ommetje” te laten doen. Het hele beleidsplan valt telkens terug op die ommetjes, en het netwerk lijkt voornamelijk een onderling verbonden geheel van ommetjes.
16.3 Dank voor uw reactie. Uw constatering dat de hele beleidsnota terugvalt op groene ommetjes is onvolledig. Het netwerk van groene ommetjes is één van de onderdelen. Daarnaast beschrijft de beleidsnota de ambities en uitgangspunten voor de basiskwaliteit. Deze geldt voor alle openbare ruimte in de stad. Bovenop die basiskwaliteit beschrijven we de ambities voor Groene Ommetjes en 2. Stedelijke Verbindingen. Dit is de fysieke infrastructuur. Om het lopen verder te stimuleren beschrijft de beleidsnota in hoofdstuk 4 daarvoor de uitgangspunten.
In aanvulling daarop: We maken in het beleidsplan (bewust) geen onderscheid tussen functionele verplaatsingen en recreatieve verplaatsingen. We willen lopen in vanzelfsprekender maken en het aantal momenten (en de afstand) die mensen te voet afleggen doen toenemen. Ongeacht het motief. De cijfers laten het aantal functionele verplaatsingen zien, maar dit is slechts een deel van het aantal verplaatsingen te voet. Dat beseffen we. Over andere verplaatsingen kunnen we op basis van nu beschikbare data geen (volledige) uitspraken doen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
16.4 Uit de grafiek op pagina 25 zou blijken dat vandaag ongeveer 34% van de verplaatsingen in Utrecht te voet worden gemaakt (pag 25), minder dan de
16.4 Dank voor uw reactie. Het klopt dat het aantal verplaatsingen niet te herleiden is tot Groene Ommetjes. Dit wordt ook niet met de door u genoemde illustratie bedoeld. Reactienota, december 2025 54
ongeveer 46% met de fiets, maar wel bijna het dubbele van 18% van de verplaatsingen met de wagen. Deze 34% van de verplaatsingen zijn niet te herleiden tot ommetjes. Een eenvoudige blik op welke stoep dan ook toont heel veel functionele verplaatsingen.
Op pagina 24 t/m 27 schetsen we een algemeen beeld van lopen in Nederland en Utrecht als context. Zie ook reactie 14.11: we hebben onvoldoende data beschikbaar om een volledig beeld van alle loopverplaatsingen te schetsen. Ons doel is ook niet om in deze infographic volledig te zijn.
Het beleidsplan voetgangers dient ook oog te hebben voor deze verplaatsingen (zeker indien men het autogebruik verder wil verminderen). Mensen die zich functioneel verplaatsen (naar school, werk, winkel, restaurant, theater, modal hub of familie of vrienden) hebben andere noden en hebben geen boodschap aan een publieke ruimte die op “ommetjes” ontworpen is.
Uw constatering dat we geen afweging maken tussen functioneel of anders lopen klopt. Het is een bewuste keuze geen klassiek onderscheid te maken tussen utilitaire of recreatieve verplaatsingen. Voor de ene gebruiker kan een route functioneel zijn (bijvoorbeeld naar school), voor de ander is dezelfde route recreatieve (bijvoorbeeld een ommetje). Dat sluit wat ons betreft het best aan bij een inclusief toegankelijke stad en verschillende motieven en momenten om de voetgangersruimte te gebruiken.
In dit beleidsplan wordt geen afweging gemaakt van de (functionele en andere) verplaatsingsnoden. Het is bijna volledig te herleiden tot een (inclusief) vrijetijdsplan. Er wordt wel een en ander geschreven over Geen woon-werk, woon-school of school-winkel verplaatsingen. 16.15 Er wordt wel degelijk gesproken over “Stedelijke Verbindingen voor voetgangers” en wat die allemaal mogelijk zouden moeten maken, maar de typologie ervan (pagina 65) toont opnieuw duidelijk aan dat er voornamelijk recreatief gedacht werd. Enkel de vierde categorie (Stadstraten) vindt aansluiting bij functionele verplaatsingen.
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
16.15 U noemt stadsstraten als een categorie die alleen bedoeld is voor functionele verplaatsingen. We delen deze constatering niet. Gebruikers van stadsstraten hebben verschillende motieven. Denk aan: boodschappen doen, maar ook recreatief (bijvoorbeeld slenteren en stedelijke reuring beleven). We zien obv. bijvoorbeeld Strava-data dat stadsstraten ook gebruikt worden als verbinding naar het buitengebied (sportief/recreatief). Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
16.6 We vinden het heel belangrijk dat er aandacht aan de kwaliteit van de loopomgeving wordt geschonken. Maar we betreuren dat dit in dit beleidsplan bijna uitsluitend over groen- en blauwbeleving gaat. Er zijn enorme hiaten in het beleidsplan. Deze betreffen aspecten die zeer determinerend zijn op hoe uitnodigend de openbare ruimte is voor voetgangers. Of soms zelfs op of het gebruik van de openbare ruimte zonder zich bloot te stellen aan de gevaren van het autoverkeer mogelijk is of niet.
16.6 Dank voor uw reactie. We steunen uw oproep dat er aandacht voor de kwaliteit van de loopomgeving nodig is. Dit gaat wat ons betreft verder dan groen- en blauwbeleving. Het is wel een belangrijk aspect, maar niet het enige. De beleidsnota geeft ook uitgangspunten voor de nieuwe basiskwaliteit, inrichting van netwerken en de voetgangersruimte. Als ook de inrichting van ruimte nabij voorzieningen.
We hebben daarom een aantal opmerkingen in aparte documenten geformuleerd: 1) Opmerkingen in verband met de snelheid van motorvoertuigen 2) Opmerkingen in verband met de OVERSTEEKINFRASTRUCTUUR 3) Opmerkingen in verband met de VRIJE DOORGANG 4) Opmerkingen in verband met het voorstel om PARKEERPLAATSEN OP HET NIVEAU VAN DE STOEP te plaatsen
16.7 We vragen dat u onze opmerkingen serieus ter harte wil nemen en bereid bent de
16.7 Wij hebben uw reactie uiteraard zorgvuldig bekeken. Zie onderstaand reacties op uw Reactienota, december 2025 55
beleidsnota op deze gebieden aan te passen. Vanuit INSPREKER staan we steeds open voor dialoog hierover
uitgebreide inspraakreactie in de bijlagen. Naar aanleiding van uw inspraakreactie is op woensdag 3 december eveneens telefonisch contact met u geweest. Indien aan de orde weten we u in een vervolgtraject te vinden.
16.8 1.Betreft: Reactie op de Ontwerp-beleidsnota Voetganger Opmerkingen in verband met de snelheid van motorvoertuigen Geachten, Het voorliggend ontwerp van een Beleidsnota Voetganger wenst “dat meer mensen gaan lopen en zich daartoe uitgenodigd voelen.” Een van factoren die bepaalt hoe een voetganger zich tussen het autoverkeer voelt is de snelheid van dat autoverkeer. Het verlagen van de snelheid is ongelooflijk belangrijk voor het comfort en de veiligheid van voetgangers. Helaas komt er nergens een visie in verband met snelheid, met uitzondering van een korte passage op pagina 46: “Als er onvoldoende budget is voor een complete herinrichting, zoeken we naar andere manieren om de snelheid te verlagen en groen en verblijfsruimte toe te voegen.” Dit is ruim onvoldoende We vragen hierbij expliciet dat de Beleidsnota ook referentie maakt en duidelijk omschrijft wat de beleidsvisie is in verband met de toegelaten maximale snelheid op de verschillende wegen in Utrecht en hoe deze gehandhaafd zal worden.
16.8 Zie reactie 14.20.
16.9 2.Betreft: Reactie op de Ontwerp-beleidsnota Voetganger Opmerkingen in verband met de OVERSTEEKINFRASTRUCTUUR Geachten, Het voorliggend ontwerp van een Beleidsnota Voetganger stelt (pag 9) “Deze beleidsnota vertaalt bestaande ambities naar een tactisch niveau. Dat betekent dat we concreet maken wat we willen en hoe de voetgangersruimte eruit moet zien.” Op pagina 32 wordt expliciet gesteld dat dit niet enkel over de breedte van de stoep gaat, maar ook over de kwaliteit van oversteekinfrastructuur: We gaan voor een hoge kwaliteit voetgangersruimte Bij alles wat we doen in de stad (gebiedsontwikkeling of herinrichtingen) passen we een hoge kwaliteit voetgangersruimte toe die voor iedereen toegankelijk en uitnodigend is. Dit gaat niet alleen over de breedte van een stoep, maar vooral ook over een logische oversteek en voor iedereen toegankelijke, doorlopende ruimte. In de rest van het beleidsplan wordt uitgebreid en herhaald verwezen naar minimumbreedtes van de stoepen, maar wordt er totaal gezwegen over het belangrijkste gemis voor voetgangers in Utrecht, namelijk zebrapaden. Er wordt verwezen naar een motie in de raad die de nood aan zebrapaden aangeeft (Motie M301 - Oversteekbaarheid dankzij goede zebrapaden), maar verder wordt er helemaal niets mee gedaan.
Deze motie draagt nochtans het college op om “Te onderzoeken waar en wanneer zij met enkele pilotprojecten kan starten waar we bijvoorbeeld met het toevoegen (dan wel aanpassen) van zebrapaden de oversteekbaarheid en daarmee ook de verkeersveiligheid voor voetgangers kunnen
16.9 Dank u wel voor de herhaalde oproep om te expliciteren hoe we oversteken en het toepassen van zebra’s organiseren. De uitwerking van dit punt organiseren we als volgt: Met het uitwerken van voetgangersnetwerken per wijk maken we duidelijk waar de belangrijkste voetgangersoversteken zijn en waar we voetganger voorrang willen geven. In het Handboek Openbare ruimte duiden we hoe we voetgangersoversteken (mét zebra en op andere wijzen) vormgeven en hoe de keuze tot stand komt. De werkwijze voor het vervolg (na vaststelling van deze beleidsnota) staat beschreven in hoofdstuk 5 vanaf pagina 84. We kunnen geen generieke uitspraken doen over het toepassen van zebra’s. Toepassing is situatie-afhankelijk en zoals hierboven benoemt vraagt dit om verdere uitwerking in het Handboek Openbare Ruimte. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
Reactienota, december 2025 56
verbeteren. ” 16.10 Verwijzingen naar zebrapaden in het Beleidsdocument zijn zo goed als onbestaande. Op pag 67 komt een zebra even voor als voorbeeld, en op pag 77 staak een foto van een speciaal 3D zebra (waarvan we weten dat die niet effectiever zijn dat een doodgewoon zebrapad). Bij de vierde keer dat de search voor “zebra” een match geeft in de beleidsnota zitten we reeds in de literatuurlijst. We waren blij om op pagina 35-36 onder “Leidende principes” een foto van een zinnig zebrapad als belangrijk deel van een doorlopende voetgangersruimte te mogen ontwaren
16.10 Dank voor uw analyse. De 3D-zebra is bedoeld als voorbeeld van een interventie in de openbare ruimte, niet als verkeersveiligheidsmaatregel.
16.11 Helaas, hoewel nog eens expliciet herhaald wordt op p 42 dat De vier leidende principes op pagina 35 zijn het vertrekpunt voor alle nieuwe voetgangersruimte die we maken. We gaan bovendien sturen op de gewenste kwaliteit. Dat is anders dan het borgen van de minimale toegankelijkheid of een ondergrens voor vrije doorloopruimte. staat er verder in het ontwerp beleidsplan niets meer over de “doorlopendheid” van de ruimte, laat staan over oversteekplaatsen of zebrapaden. Onder “Uitgangspunten voor de basiskwaliteit voetgangersruimte” (p41) werd wel geclaimd dat Oversteken wordt makkelijker en vanzelfsprekender. Kruisingen en oversteekplaatsen zijn veilig, prettig en logisch ingericht. Ook voor mensen met een visuele beperking en mensen die een hulpmiddel gebruiken. Oversteken zijn onderdeel van de looproute, geen onderbreking.
16.11 De leidende principes – waaronder doorlopende ruimte – vertalen we door in de uitgangspunten onder de doelstellingen (hoofdstuk B4).
Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.
De uitgangspunten onder de doelstellingen werken we na vaststelling van deze beleidsnota verder uit in het Handboek Openbare Ruimte, zie de werkwijze op pagina 86. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota. Veel van uw suggesties om keuzes voor (typen) oversteken concreet te maken gaan een detailniveau dieper dan past bij deze beleidsnota. Zie ook de reactie onder 16.1. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in de beleidsnota.