CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Impactanalyse aansluitstop netcongestie 2026 (openbare versie)

Commissie Leefomgeving 4 juni 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Impactanalyse aansluitstop20.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Categorie A: Categorie B: Categorie C: Categorie D:

Aansluiting geregeld Waarschijnlijk oplosbaar Mogelijk oplosbaar, maar tegen een prijs Moeilijk oplosbaar vanwege technische complexiteit

Tot 2035 worden volgens de huidige programmering 320 bestaande vastgoedobjecten verbouwd, verduurzaamd of uitgebreid. Hieronder vallen ook de 86 gebouwen die volgens nieuwe wetgeving en de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed vóór 2033 verduurzaamd moeten worden. 69 van deze projecten is recent opgeleverd of bevindt zich in een afrondende fase. Een aansluitstop heeft geen impact op deze projecten: eventuele belemmeringen als gevolg van netcongestie zijn in deze projecten al opgelost. Ook bij de resterende 251 projecten vormt een aansluitstop niet per definitie een belemmering. Alleen in projecten waar verduurzaming plaatsvindt, of het aantal vierkante meters wordt uitgebreid, is mogelijk een (grotere) aansluiting nodig. Dit geldt voor 197 bestaande vastgoedobjecten (waarvan 176 verduurzaming). Naast verbouwing, verduurzaming en uitbreiding van bestaand maatschappelijk vastgoed worden er tot 2035 ook 50 nieuwe gebouwen beoogd. Voor 18 van deze projecten is al een aansluiting geregeld. Een aansluitstop heeft vooral effect op de overige 32 nieuwbouwprojecten. Categorieën A

B

C

D

Totaal

Nieuwbouw

18

6

13

13

50

Uitbreiding

11

Renovatie

112

Totaal

141

14

25

75

108

295

81

135

13

370

De exacte impact van een aansluitstop verschilt per (type) project. Bovenstaande tabel toont de indeling van de projecten aan de hand van eerdergenoemde categorieën. Hieronder lichten we toe welke projecten tot iedere categorie behoren: 

Categorie A: o o o o

18 nieuwbouwprojecten die vallen onder het groepscontract in Merwede. 11 uitbreidingprojecten die al zijn opgeleverd of in een afrondende fase zitten. 60 renovatieprojecten die al zijn opgeleverd of in een afrondende fase zitten. 52 renovatieprojecten waar geen verduurzaming plaatsvindt.

Categorie B: o o

Aansluiting geregeld

Waarschijnlijk oplosbaar onder randvoorwaarden

6 nieuwbouwprojecten die afhankelijk zijn van een congestieverzachter, ervan uitgaande dat de realisatie van deze congestieverzachters mogelijk is. 75 renovatieprojecten die afhankelijk zijn van een grotere kleinverbruik aansluiting. Deze projecten kunnen met enige bijstelling van de ambities en beperkte toepassing van netbewuste maatregelen gerealiseerd worden. Een randvoorwaarde is dat de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte behouden kan worden. Als dit niet het geval is, wordt

24

de inzet van meer omvangrijke en kostbare netbewuste maatregelen mogelijk noodzakelijk, zoals accu’s. 

Categorie C: o

o

o

13 (+/- 50%) van de resterende nieuwbouwprojecten. Deze projecten hebben naar verwachting een technisch haalbare oplossing, maar dit zal financiële en/of inhoudelijke ingrepen vereisen om tot een haalbaar project te komen. 14 uitbreidingsprojecten die een grotere aansluiting nodig hebben. Realisatie van deze projecten vraagt om een grotere bijstelling van de ambities en de inzet van meer omvangrijke netbewuste maatregelen, zoals accu’s of aggregaten. Behoud van de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte verhoogt de technische haalbaarheid en beperkt de meerkosten. 108 renovatieprojecten die een grotere grootverbruik aansluiting nodig hebben. Realisatie van deze projecten vraagt om een grotere bijstelling van de ambities en de inzet van meer omvangrijke netbewuste maatregelen, zoals accu’s of aggregaten. Behoud van de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte verhoogt de technische haalbaarheid en beperkt de meerkosten.

Categorie D: o

Mogelijk oplosbaar, maar tegen een prijs

Moeilijk oplosbaar vanwege technische complexiteit

13 (+/- 50%) van de resterende nieuwbouwprojecten. Deze projecten komen voor dermate lastige technische, financiële of milieukundige uitdagingen komen te staan dat deze mogelijk financieel/inhoudelijk niet direct op te lossen zijn. Denk aan een gebrek aan fysieke ruimte om oplossingen mogelijk te maken, een gebrek aan schaal om investeringen uit te kunnen leggen, etc.

5.1 Gevolgen voor projecten die doorgaan Alle projecten die doorgaan zonder toegekende aansluiting of uitbreiding krijgen te maken met langere doorlooptijden en hogere kosten. Dit komt door de verplichting om netbewuste bouw toe te passen en aanvullende maatregelen te treffen om netcongestie te beperken. Het onderzoeken en aanschaffen van accu’s en generatoren leidt gemiddeld tot een kostenstijging van circa 3% boven op de totale projectkosten (stichtingskosten). Dit heeft gevolgen voor de betaalbaarheid van gemeentelijk vastgoed. Voor een aantal projecten geldt dat ambities worden bijgesteld zodat projecten alsnog door kunnen gaan. Bijvoorbeeld door het minder vergaand verduurzamen van de gebouwen en het behoud van huidige gasaansluitingen. Gebouwen voldoen daarmee (nog) niet aan de duurzaamheidsambities van de gemeente en moeten op een later moment nogmaals onder handen genomen worden. Dit brengt extra investeringskosten met zich mee, maar mogelijk ook ongemak voor huurders. Met bijgestelde duurzaamheidsambities verwachten we wel te kunnen voldoen aan de aanstaande minimum labelplicht voor utiliteitsbouw.

5.2 Gevolgen voor projecten die stoppen In het geval van een aansluitstop zal het niet mogelijk zijn om alle projecten te realiseren. Een deel van de projecten is moeilijk oplosbaar vanwege technische complexiteit, maar het is ook denkbaar dat uitstel van een project soms de voorkeur heeft boven de figuurlijke prijs die we moeten betalen om een project ondanks een aansluitstop te realiseren. Uitstel van projecten heeft impact op de ambities voor toekomstbestendig, voldoende, goed gespreid, goed gebruikt en goed onderhouden maatschappelijk vastgoed. Door de stagnatie van woningbouw neemt de behoefte aan extra voorzieningen weliswaar af, maar het gevolg is ook dat bestaande achterstanden in de groei van de stad niet kunnen worden ingelopen. Ook de kwaliteit van bestaande

25

gebouwen neemt af: afgeschreven gebouwen zijn minder energiezuinig, hebben een slechter binnenklimaat en brengen hoge onderhoudskosten met zich mee. In het geval van uitstel voldoen sommige gebouwen bovendien niet aan de aanstaande minimum label plicht voor utiliteitsbouw. Bovengenoemde uitdagingen gelden ook voor schoolgebouwen. De gemeente heeft een wettelijke taak om passende onderwijshuisvesting te bieden voor alle kinderen in Utrecht. In het geval van een aansluitstop kan noodzakelijke uitbreiding van onderwijscapaciteit mogelijk niet tijdig worden gerealiseerd met als gevolg dat capaciteit tekortschiet. Hierdoor moet tijdelijke huisvesting voor onderwijs langer worden gehuurd en, wanneer bestaande locaties vol zitten, worden uitgeweken naar nieuw te verwerven vastgoed dat binnen de verwijsafstand ligt en aangepast kan worden binnen de beperkingen van netcongestie. Voor scholen geldt aanvullend dat het prioriteringskader van de ACM (Autoriteit Consument en Markt) geen prioriteit toekent aan bewegingsonderwijs: ook wanneer scholen wel gebouwd kunnen worden, kunnen bijbehorende sportvoorzieningen mogelijk niet gerealiseerd worden. Tot slot lopen we bij uitstel van lopende projecten ook kans op financiële schade.

Te denken valt aan aannemers die met claims komen, maar ook aan juridische consequenties en imagoschade wanneer we contractuele verplichtingen en toezeggingen aan gebruikers niet nakomen. Deze risico’s kunnen we deels vermijden door projecten uit te stellen voordat deze aanvangen, maar dit vraagt om een project overstijgend besluit om ontwikkelingen stil te leggen.

5.3 Gevolgen voor de organisatie Voor VGU betekent een aansluitstop dat er de komende jaren een verschuiving van focus van werkzaamheden en een vraagstuk om zich daarnaar te organiseren. Werkzaamheden zullen verschuiven vanuit nieuwbouw, waar afhankelijk van de inzet van standalone generatoren minder werk zal zijn, naar renovatie, beheer en onderhoud, waar het werk door het vinden van oplossingen juist toeneemt. In dit geval ligt de nadruk ligt op instandhouding in combinatie met beperkte verduurzaming van bestaande vastgoed.

5.4 Handelingsperspectief Voor 102 renovatieprojecten, 11 uitbreidingsprojecten en 18 nieuwbouwprojecten in Categorie A is geen actie vereist. Deze projecten kunnen ondanks een aansluitstop gerealiseerd worden. Voor de overige projecten geldt het volgende handelingsperspectief: 

Bij renovatie- en uitbreidingsprojecten zien we drie oplossingsrichtingen. We onderzoeken per project welke oplossingsrichting technisch haalbaar is en de meeste duurzaamheidswinst oplevert binnen het beschikbare budget. 1. Het gebouw wordt maximaal verduurzaamd en ‘all-electric’ opgeleverd. De bestaande aansluiting wordt optimaal benut met energiemanagement en energieopslag, bijvoorbeeld met accu’s. Wanneer deze maatregelen niet toereikend zijn wordt een piekgenerator ingezet om het tekort aan vermogen te overbruggen. Deze oplossingsrichting het meest bevorderlijk voor de energieprestaties van het gebouw. De inzet van generatoren beperkt echter de netto duurzaamheidswinst en is minder wenselijk voor de directe omgeving. Ook zal deze oplossingsrichting niet in alle gevallen technisch, financieel en ruimtelijk haalbaar zijn. 2. Het gebouw wordt maximaal verduurzaamd binnen de bestaande Nuts-aansluitingen (elektra, gas en/of stadswarmte). We verduurzamen het gebouw zo ver als mogelijk, maar in de meeste gevallen kan het gebouw nog niet ‘all-electric’ gerealiseerd worden en blijven we afhankelijk van de bestaande gas- of stadwarmte aansluiting. Met deze oplossingsrichting voldoen we niet aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente (zoals aardgasvrij), waardoor we op een later moment nogmaals moeten investeren om het gebouw alsnog volledig te verduurzamen.

Deze oplossing verlaagt wel de

26

onderhouds- en exploitatiekosten, omdat de kwaliteit van het gebouw toeneemt en de energiebehoefte daalt. 3. Het project wordt uitgesteld. We investeren (nog) niet in de instandhouding en verduurzaming van het gebouw. Het gebouw is daarmee niet toekomstbestendig en behoeft meer onderhoud, met extra onderhouds- en exploitatiekosten tot gevolg. Dit kan ook invloed hebben op het gebruiksgemak van de huurders, bijvoorbeeld als het binnenklimaat niet comfortabel is. Tot slot voldoet het gebouw mogelijk niet aan de aanstaande minimum labelplicht voor utiliteitsbouw. Toch kan uitstel van een project wenselijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een scenario waarin een ‘all-electric’ oplossing niet haalbaar is en waar de duurzaamheidswinst van maximale verduurzaming binnen de bestaande nuts-aansluitingen niet in verhouding staat tot de extra kosten die dit met zich meebrengt. Nieuwbouwprojecten worden tijdelijk afhankelijk van congestieverzachters en standalone generatoren (eventueel i.c.m. andere maatregelen). Deze oplossingen zijn alleen mogelijk wanneer hier voldoende dekking voor is en wanneer hier voldoende milieuruimte voor is.

27

6. Impact op (deel)opgaven 6.1 Stadsbedrijven De elektrificatie van het wagenpark van stadsbedrijven is voor 80% gereed. De laatste 20% van de voertuigen betreft de zwaardere voertuigen zoals vuilniswagens. Dat is een moeilijke groep om te elektrificeren omdat deze veel stroom gebruiken. De aansluiting op de gemeentewerf heeft slechts capaciteit voor het laden van een zeer beperkt aantal zware voertuigen die nu nog op diesel rijden. Verhoging van de capaciteit van de aansluiting is niet mogelijk en daarom wordt een deel van de voertuigen toch in diesel aangekocht. Daarnaast wordt onderzocht hoe met een congestieverzachter (gasgenerator) in de volgende fase van de vervanging toch maximaal geëlektrificeerd kan worden. Een aansluitstop heeft daarnaast consequenties voor de beoogde nieuwbouw op de Tractieweg en tijdelijke huisvesting tijdens deze nieuwbouw. De locatie aan de Tractieweg is verouderd en heeft de grenzen bereikt van uitbreiding (van personeel, wagenpark etc.) om de groei van de stad op te vangen. Het is bovendien steeds lastiger om te blijven voldoen aan wet- en regelgeving. De precieze consequenties worden nog geïnventariseerd.

Gemalen, afvalinzameling en andere assets Voor het plaatsen van nieuwe verkeersregelinstallaties of openbare verlichting in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met lange doorlooptijden van de aanvragen en de mogelijkheid dat aanvragen bij een harde aansluitstop worden afgewezen. Nieuwe rioolgemalen kunnen bij een aansluitstop niet worden aangesloten op het stroomnet. Daardoor moet er met een dieselgenerator gewerkt worden. Assets die aan het einde van hun levenscyclus zijn en niet worden vervangen of gerenoveerd, kunnen daarnaast een hogere stroomafname geven. De impact op renovatie van bestaande gemalen is gering: nieuwe pompen hebben een hogere efficiënte op energieverbruik (eventuele verzwaring van gemalen door nieuwbouw is hierin niet meegenomen. De impact op afvalinzameling is op te vangen. Op de planning staat de realisatie van minstens 200 perscontainers in de komende 5 jaar. Zonder aansluiting op het stroomnet, zal er uitgeweken moeten worden naar (tijdelijke) conventionele (en minder efficiënte) ondergrondse containers en bovengrondse containers. Gevolg is dat plaatsing zal vertragen (vanwege impact in openbare ruimte) en de werkdruk toeneemt op afvalinzameling.

Voor het plaatsen van nieuwe verkeersregelinstallaties of openbare verlichting in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met lange doorlooptijden van de aanvragen en de mogelijkheid dat aanvragen bij een harde aansluitstop worden afgewezen. Handelingsperspectief Het opvangen van de impact van netcongestie heeft impact op de bedrijfsvoering van Stadsbedrijven en brengen meerkosten met zich mee (denk aan onderzoeken, tijdelijke oplossingen en minder efficiënt werken). Uitbreiding van energielevering kan met een gasgenerator doorgang vinden: deze mogelijkheid wordt momenteel onderzocht. Mogelijk moeten onderdelen van Stadsbedrijven op de Tractieweg 'losgeknipt' worden, waarbij bijv. het wagenpark inzameling afval naar een tijdelijke locatie verplaatst wordt. Daar zou een energieplein (generators, laders, batterij) soelaas kunnen bieden om het wagenpark op te laden. De financiële impact hiervan is onderwerp van nader onderzoek. Al deze maatregelen zijn echter noodzakelijk om de impact van de aansluitstop op (de werkzaamheden) Stadsbedrijven zoveel mogelijk te beperken.

28

6.2 Mobiliteit Deelvervoer Met ingang van januari 2025 mogen nieuw toe te voegen deelauto’s geen schadelijke stoffen uitstoten (zero-emissie, oftewel ZE). Vanaf januari 2027 geldt dat geen enkele deelauto schadelijke stoffen mag uitstoten. Om voldoende laadinfra te hebben voor deze elektrische voertuigen, worden er laadpalen geplaatst voor (deel)auto's. Bij een aansluitstop, kunnen de deelauto's die gebruik maken van een plaats waar nog geen laadpaal staat, niet opladen op desbetreffende plek. Voor alle bestaande vaste deelauto parkeerplaatsen zijn laadpalen geplaatst of in voorbereiding. Hetzelfde geldt voor nieuwe deelauto's die we verwachten te plaatsen op korte termijn. De verwachting is dat deze laadpalen vóór januari 2027 opgeleverd zijn. We zoeken naar oplossingen om bij een aansluitstop ook laadinfra te realiseren voor nieuwe deelauto's vanaf 2027, zoals de beheersmaatregelen genoemd onder Laadinfrastructuur. Ook onderzoeken we andere mogelijkheden zoals de inzet van bestaande publieke laadpalen voor vaste deelauto parkeerplaatsen. We zijn hierover met de deelauto aanbieders in gesprek en monitoren de ontwikkelingen. Laadinfrastructuur Er worden per maand ongeveer 40 nieuwe publieke laadpalen geplaatst. Op alle publieke laadpalen wordt al netbewust geladen. Een harde aansluitstop betekent geen verdere realisatie van laadpalen.

Er zijn twee mogelijkheden om toch verder te kunnen met het plaatsen van laadpalen: 1. Er lopen gesprekken met Stedin over de mogelijkheid de plaatsing bij een aansluitstop mogelijk te maken met laadpalen die in de piek geen vermogen vragen. 2. Het is mogelijk laadpalen te plaatsen achter bestaande meters. Dat kan bijvoorbeeld vanuit een reeds bestaande laadpaal of bijvoorbeeld vanuit gemeentelijke assets zoals ondergrondse afvalcontainers. Als het niet of onvoldoende lukt om deze beheersmaatregelen uit te voeren valt de ontwikkeling van laadinfrastructuur stil. Hiermee komt de geloofwaardigheid van ZE zones en de gemeentebrede ZEzone vanaf 2030 in het geding. Ook zijn afspraken gemaakt met deelauto-aanbieders over de elektrificatie van de deelauto’s die we mogelijk niet na kunnen komen. De transitie loopt hierdoor vertraging op, de luchtkwaliteit blijft langer slechter waardoor doelen voor luchtkwaliteit niet worden behaald en de steun voor beleid neemt af. Financieel heeft het niet plaatsen van laadpalen impact op de concessie-inkomsten die lager kunnen uitvallen dan geraamd. Dit gaat over 1 tot 5 ton per jaar. Daarnaast is er een team van circa 3 fte betrokken blij de plaatsing van laadinfrastructuur in de publieke ruimte die mogelijk minder werk gaat hebben.

6.3 Vergunningen, Toezicht en Handhaving De resultaten van VTH, in het speciaal van vergunningen, zijn afhankelijk van de aanvoer van aanvragen omgevingsvergunning en van de wettelijke mogelijkheden om deze te kunnen vergunnen. Op dit moment bestaat de portefeuille uit aanvragen overeenkomstig het MPR, de werkvoorraad van VGU, losse aanvragen vanuit de markt en de standaard kleine aanvragen. De kleine aanvragen (inkomsten jaarlijks ca. € 1,5-2 miljoen) ondervinden geen negatieve gevolgen van de aansluitstop en kunnen behandeld worden. Voor de overige aanvragen (inkomsten jaarlijks ca. € 19-20 miljoen) geldt dat de vergunning afhankelijk is van de regelgeving waaraan de congestieverzachters getoetst worden. Wordt de regelgeving niet ten gunste van de woningbouwontwikkelingen aangepast, dan zal het overgrote deel van de grotere aanvragen niet tot een vergunning kunnen komen. Daarmee zal de begroting van VTH dus onder grote druk komen te

29

staan. Naast de inkomstenderving zullen ook kosten gemaakt worden om de bedrijfsvoering aan te passen op veranderingen als gevolg van netcongestie. Gedurende het jaar zal duidelijker worden welke aanvragen binnen gaan komen, hoeveel aanvragen er vergund kunnen worden en hoeveel initiatieven niet de stap hebben kunnen maken van ontwikkeling bij Ruimte/VGU naar uitvoering bij VTH. Het bovenstaande is natuurlijk afhankelijk van de ingang van de aansluitstop. Mochten de aanvragen onbelemmerd vergund kunnen worden tot de aansluitstop, dan is het negatieve effect op de begroting daarmee in verhouding. Handelingsperspectief Om te kunnen blijven vergunnen met congestieverzachters is ruimte nodig in normering wet- en regelgeving (beleid) op landelijk niveau. Verruiming van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), daaronder de BENG-eisen op basis van de NTA 8800 berekening en het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL (milieu aspecten, waaronder stikstof). Ook zijn er mogelijkheden om de besluitvorming van het college te mandateren naar de wethouder. Daarnaast ziet VTH een kans ontstaan om een verbeterde signaleerrol op te pakken binnen de keten van Ruimte. Bijvoorbeeld om verschillende aanvragen voor congestieverzachters binnen een gebied te clusteren en tot een totaal oplossing voor het gebied te komen waardoor meerdere woningen en voorzieningen kunnen worden gerealiseerd.

Daarnaast wordt een verschuiving verwacht van vergunningswerk naar congestieverzachters. Hiervoor is lobby op meer ruimte voor normering wet- en regelgeving noodzakelijk.

6.4 Economie De gemeente Utrecht is een van de meest dynamische en productieve stedelijke economieën van Nederland. De stad combineert een sterke kennis- en dienstensector met een centrale logistieke positie, een omvangrijke zorg- en onderwijsinfrastructuur en een groeiende hightech maakindustrie (Utrecht Monitor). Deze combinatie maakt Utrecht bijzonder gevoelig voor netcongestie: vrijwel alle groeidomeinen leunen op verdere elektrificatie en digitalisering. Landelijke analyses laten zien dat de maatschappelijke kosten van netcongestie nu al oplopen tot meerdere miljarden euro per jaar, met een bredere bandbreedte tot tientallen miljarden wanneer ook gemiste transitie- en systeemvoordelen worden meegerekend (BCG; Ecorys). De belangrijkste kostencategorieën zijn:     

Uitgestelde of afgeblazen investeringen Productieverlies en lagere economische groei Hogere operationele kosten Vertraging van elektrificatie en verduurzaming Gemiste CO₂reductie- en systeemvoordelen

Recente cijfers uit de Prinsjesdag Peiling 2025 van VNO-NCW en MKB-Nederland laten daarnaast zien dat netcongestie en hoge energiekosten in toenemende mate een structurele belemmering vormen voor bedrijven in Nederland. In vrijwel alle sectoren is het aandeel bedrijven dat problemen ervaart met de toegang tot het elektriciteitsnet in 2025 aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2024. In de energiesector nam dit toe van 39% naar 59%, in vastgoed van 35% naar 49% en in de bouw van 31% naar 43%. Ook in transport en logistiek (32% naar 40%) en de (maak)industrie (30% naar 39%) is sprake van een duidelijke verslechtering. Zelfs sectoren die traditioneel minder elektriciteitsintensief zijn, zoals informatie en communicatie (3% naar 12%) en cultuur, sport en recreatie (12% naar 22%), rapporteren een sterke toename. Netcongestie is dus een breed economisch knelpunt dat zowel grote als kleinere bedrijven raakt.

30

Economische schade Op basis van de nationale schade-inschattingen t.a.v. netcongestie (BCG; Ecorys), het aandeel van de provincie Utrecht in het nationale bbp (9,47%; 2024), het aandeel van de gemeente Utrecht in de provinciale economie (25–30%; Utrecht Monitor) en een correctiefactor die rekening houdt met de reeds aanwezig (energie intensieve) industrie en eventuele vermindering van efficiëntie van de dienstensector (waar geen sprake is van een stilstand) komt de jaarlijkse economische schade voor de gemeente Utrecht uit op: €75–225 miljoen per jaar.. Dit betreft de huidige economische schade als gevolg van een wachtlijst voor grootverbruiksaansluitingen. De impact van een totale aansluitstop valt hoger uit. Het gevolg van netcongestie en welk mechanisme in werking treedt, verschilt per sector. Voor 6 sectoren wordt in de volgende tabel indicatief aangegeven wat het mechanisme is dat optreedt bij netcongestie en/of een aansluitstop. Sector

Mechanismen

Zakelijke diensten & ICT

Uitgestelde kantoorontwikkeling en uitbreiding digitale infrastructuur

Logistiek, handel & mobiliteit

Duurdere logistiek, vertraagde elektrificatie, OV-kosten

Overheid, onderwijs & zorg

Vertraagde verduurzaming, hogere energiekosten, uitgestelde uitbreiding van labs en gebouwen

Industrie & maakbedrijven

Uitgestelde elektrificatie, productieverlies

Detailhandel & winkelgebieden

Vertraagde verduurzaming, hogere operationele kosten

Horeca & leisure Overall

Vertraagde elektrificatie, hogere kosten door (inefficiënte) noodoplossingen Gemiste of vertraagde bedrijfsinvesteringen, Rem op digitalisering en ICT-intensieve groei

Aannames en aanpak bepalen economische schade De bandbreedte van de nationale schade inschattingen is zeer groot en niet bedoeld voor exacte berekeningen, de BBP niets zegt over o.a. de (lokale) afhankelijkheid van netcapaciteit, sommige economische activiteiten regionaal zijn, sectorstructuren verschillen binnen de provincie Utrecht en de impact verschilt per locatie, aanwezige aansluiting, timing en type project. Er is daarom gewerkt met (arbitraire) factor die de congestiedruk weergeeft. Hierdoor heeft een verdere detaillering naar lokale schaal een grotere onzekerheid. Er is gewerkt met een top-down macro economisch (nationaal>provincie>gemeente) en bottom up (sector > mechanisme > economische schade). De uitkomst voor de gemeente Utrecht is dan ook een benadering en geen exacte uitkomst. De conclusie is dat netcongestie en een aansluitstop een groot effect zal hebben op de economie van de stad. Economische impact op de OZB Bij een aansluitslop komen er geen/minder nieuwe bedrijfspanden bij (tegenvallende vastgoedontwikkelingen). Ook kunnen door netcongestie minder panden verduurzamen/gasloos gemaakt worden. Dat kan negatieve invloed hebben op de waarde van de panden.

Anderzijds kan het zijn dat door de aanwezigheid van een elektriciteitsaansluiting en de verwachte toenemende krapte op de bedrijfsruimtemarkt, bestaande bedrijfspanden met een stroomaansluiting juist meer waard worden. We veronderstellen dat deze twee effecten elkaar opheffen.

31

Een aansluitstop zal impact hebben op de ontwikkeling van (nieuwe) werkgebieden die in de planning zitten. Het kan gaan om uitstel, maar deels ook om afstel. De precieze impact is nu niet te bepalen. Op basis van een inschatting komen we met de huidige OZB-tarieven (dus ook geen inflatiecorrectie komende jaren) en huidige gemiddelde aankoopprijzen voor bedrijfs- en kantoorpanden (dus ook hier geen inflatiecorrectie of stijging) op een bandbreedte van 20 tot 45 miljoen gemiste OZB inkomsten uit niet-woningen, verspreid over de komende 5 tot 20 jaar. In deze berekening is geen rekening gehouden met bestaande bouwgrond (want daar wordt ook OZB over geheven) en niet met incidentele niet-gerealiseerde niet-woningen, zoals b.v. winkels in grote ontwikkelgebieden. Dit leidt mogelijk tot extra gemiste inkomsten. Effecten op banen en inwoners Netcongestie raakt de Utrechtse arbeidsmarkt breed, omdat het niet alleen de groei van bedrijven belemmert, maar ook de werking van publieke voorzieningen en het dagelijks leven van inwoners beïnvloedt. Het EIB rapport Actualisatie en regionalisatie bedrijfstakramingen laat zien dat Utrecht normaal gesproken sterke banengroei kent in sectoren als zorg, onderwijs, logistiek, MKB diensten en techniek. Door netcongestie worden investeringen uitgesteld, uitbreidingen vertraagd en processen minder efficiënt ingericht.

Omgerekend met de EIB norm van €80.000–100.000 toegevoegde waarde per baan betekent dit dat 750–2250 banen per jaar niet of later ontstaan. Dit raakt niet alleen kennisintensieve functies, maar juist ook brede groepen werknemers in logistiek, retail, horeca, zorg, onderwijs en techniek. Naast de algemene analyse zijn er ook concrete voorbeelden van bedrijven voor wie netcongestie een belangrijke reden is om zich niet in Utrecht te willen vestigen of ontwikkelen. Een kenmerkend voorbeeld hiervan is de vestiging van een Amerikaans celtherapiebedrijf, waar 500 potentiële banen mee gemoeid waren, voor wie netcongestie een hoofdreden was om zich niet in Utrecht te vestigen. Daarbij geeft de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij aan dat netcongestie in verschillende sectoren de hoofdreden is dat projecten rondom de vestiging van maatschappelijk- en economisch interessante bedrijven geen doorgang vinden. De maatschappelijke impact is daarmee veel breder dan alleen economische groeivertraging. In de logistiek en detailhandel stijgen operationele kosten, wat banen onder druk zet en de betaalbaarheid van diensten beïnvloedt. Voor het MKB — de grootste werkgever van Utrecht — zorgt onzekerheid over aansluitcapaciteit in steeds meer sectoren voor uitstel van investeringen, minder innovatie en tragere personeelsgroei.

Innovatieve economische ontwikkeling vertraagd doordat toonaangevende organisaties zich niet in Utrecht kunnen vestigen. Ook inwoners merken hiervan de gevolgen: naast een lagere groei van banen zien zij een langzamere uitrol van laadinfrastructuur, hogere kosten bij publieke voorzieningen en minder snelle modernisering van sport en cultuuraccommodaties. Daarmee wordt netcongestie een structurele rem op zowel economische kansen als maatschappelijke kwaliteit, met effecten die voelbaar zijn voor vrijwel alle groepen in de stad.

6.5 Sociaal Domein (Maatschappelijke Ontwikkeling) Directe impact van een aansluitstop Door realisatie van onvoldoende nieuwe tijdelijke en vaste woonplekken ontstaat stagnatie van uitstroom, bijvoorbeeld uit maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen, jeugdzorg, of van statushouders en Oekraïense ontheemden. Andere (woon)voorzieningen die onder druk komen:    

Realisatie van inclusieve en toegankelijke voorzieningen in de wijk; Levensbestendige woningen voor ouderen; Huisvesting voor scholen; Sportfaciliteiten;

32

 

Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en sportaccommodaties; Verduurzaming van vastgoed van onze zorgpartijen.

Indirecte gevolgen      

Verlengde verblijfsduur in opvanglocaties en daarmee hogere kosten per zorgtraject. Meer druk op ambulante zorg (stijging van de zorgvraag) door stagnatie in de verblijfszorg. Toename van dakloosheid en druk op maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Dakloosheid leidt tot meer kosten voor andere organisatieonderdelen en ook tot meer maatschappelijke kosten. Door stagnatie beschermd wonen ook stagnatie in de GGZ-zorg. Dit leidt tot hogere zorgkosten (maatschappelijke kosten). Risico dat de taakstelling huisvesting statushouders niet wordt gehaald. Het aantal mensen in echtscheiding dat noodgedwongen bij elkaar woont, zal stijgen met mogelijke gevolgen voor jeugdzorg, dakloosheid en huiselijk geweld.

Betaalbaarheid onder druk Waar de bouw door kan gaan met behulp van netbewuste bouw (+€5.000 euro per woning) en/of congestieverzachters (+€2.000 euro per woning), brengt dit extra kosten met zich mee en zet het aandeel betaalbare woningen onder druk. Vooral lage en middeninkomens en kwetsbare doelgroepen worden hierdoor geraakt, omdat hun financiële buffers en alternatieven beperkt zijn. De ongelijkheid op de woningmarkt neemt toe en meer mensen zullen niet passend wonen (te groot of te klein), verder van werk of studie, langer inwonen of niet zelfstandig kunnen worden. De maatschappelijke gevolgen zitten vooral dat het jongeren en kwetsbare groepen raakt en kan leiden tot toenemende polarisatie, competitie om schaarse middelen, verminderde sociale cohesie, meer (verborgen) dakloosheid, overlast en een toename van demonstraties vanuit maatschappelijke onvrede.

6.6 Culturele Zaken Een aansluitstop heeft impact op twee beleidsdoelen. Namelijk de realisatie van nieuwe culturele voorzieningen en de realisatie van werkruimten voor de culturele en creatieve sector. Een aansluitstop leidt ertoe dat nieuwe en vernieuwde culturele voorzieningen en werkruimten niet of later gerealiseerd kunnen worden. Of dat als een voorziening wel kan worden gerealiseerd, er sprake zal zijn van meerkosten door tijdelijke energievoorzieningen (aggregaten/batterijen). Het gevolg van een vertraging, afstel of meerkosten is dat het cultureel voorzieningenniveau geen gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei. Dat leidt automatisch tot verschraling van het aanbod. Door verminderde voorzieningen in groeiende wijken, neemt de druk op bestaande locaties toe en ontstaat er risico op ongelijke kansen. Daarnaast is het niet ondenkbeeldig dat culturele partijen, kunstenaars en creatieve bedrijvigheid zullen wegtrekken door onzekerheid en langere wachttijden. De financiële impact is benoemd bij VGU en Gebiedsontwikkeling. Hierbij ontstaat een spanningsveld om te investeren in culturele infrastructuur versus de algehele gebiedsontwikkeling. Handelingsperspectief Mogelijkheden om nadelige effecten te beperken liggen op het vlak van fasering van projecten, een soberder oplevering of binnen bestaande aansluitingen blijven.

Ook tijdelijke energieoplossingen (batterijen) zijn een optie (waar financieel haalbaar). Daarnaast is er een mogelijkheid om alternatieve locaties te benutten waar bestaande aansluitingen ruimte bieden en lopen er verkenningen om bestaande locaties te verlengen of her te bestemmen om vertraging te beperken. De verwachting is echter, dat dit hooguit leidt tot beperkte voortgang op prioritaire projecten.

33

6.7 Wijken en PBZ Een aansluitstop leidt voor Wijken en Publiekzaken alleen tot indirecte effecten: het zorgt voor verstoring bij inwoners (zie hoofdstuk impact op inwoners en beroepsgroepen) en daarmee tot een (toenemende) hulpvraag in de eerstelijnsfunctie van wijkbureaus en het KCC. De gemeente Utrecht heeft voor de aansluitstop echter geen directe verantwoordelijkheid, dus zal voor veiligheidstaken doorverwijzen naar de politie. Wel is er een ander indirect effect op de zelfredzaamheid, namelijk het risico op een grotere tweedeling in de stad tussen kansarme buurten en welvarende buurten.

6.8 Ambities gemeente Utrecht Er is een duidelijk spanningsveld tussen de ambities op voor een klimaatvriendelijke stad en duurzame bereikbaarheid versus doelstellingen waarbij nieuwbouw en renovaties bijdragen aan het realiseren van (andere) gemeentelijke ambities in bijvoorbeeld het sociaal domein. Om al die ambities te behalen is meer elektriciteit nodig en dus meer en zwaardere aansluitingen. 

Gemeente Utrecht kan een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van netcongestie door focus en samenhang aan te brengen in haar beleidsmatige keuzes. Hierbij kan gedacht worden aan kiezen voor bijvoorbeeld netbewuste bouw en voortgang van woningbouwprojecten. Scenario's in zo'n richting kunnen een brug slaan tussen ambities en realisatie. De stad heeft ook komende jaren een aantrekkelijk vitaal perspectief op kwalitatieve ontwikkeling nodig. Netcongestie is daarbij op veel maatschappelijke terreinen een grote uitdaging maar biedt ook de kans om als Utrecht koploper te zijn in het vormgeven van een toekomstbestendige netbewuste leefomgeving. De crisis zal op enig moment opgelost worden maar de wens om een duurzame toekomst te realiseren blijft. Het formuleren van de bijpassende scenario's kan helpen om komende jaren de ontwikkeling van de stad richting te geven.

Bovengenoemde punten zijn belangrijk om de daadwerkelijke impact te bepalen. Op basis van deze afweging komen de verschillende dilemma’s op beleid, strategie en taakstelling naar voren. 

De Stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) moet (tijdelijk) worden verruimd. Het effect hiervan is dat er meer mogelijk is aan netcongestieverzachters die impact hebben op stikstof, zoals gasgeneratoren of langer toestaan van emissie voertuigen binnen de gemeente. Hiervoor is Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) verantwoordelijk. Vanuit Utrecht is een actieve lobby richting het rijk noodzakelijk (crisiswet).

34

7. Impact op de stad De belangrijkste focus van deze impactanalyse zit op de impact van gebiedsontwikkeling en de maatschappelijke opgave die de gemeente raken. Daarnaast zijn er nog een aantal algemene gevolgen voor de stad.

7.1 Impact op inwoners Wanneer het elektriciteitsnet in een wijk vol raakt, merken inwoners dit steeds vaker in hun dagelijkse routine. Eén van de meest voelbare gevolgen is dat omvormers van zonnepanelen op zonnige dagen automatisch uitschakelen wanneer het net geen teruglevering meer aankan. De zonne-energie die wordt opgewekt, kan dan niet worden gebruikt of teruggeleverd. Ook ontstaan er langere wachttijden voor nieuwe aansluitingen; voor nieuwbouwwoningen of grote renovatieprojecten kan het daardoor langer duren voordat een definitieve stroomaansluiting beschikbaar komt (zie hoofdstuk Gebiedsontwikkeling). Daarnaast ontstaan er belemmeringen bij het verduurzamen van woningen. Huiseigenaren die willen overstappen op meer elektrische toepassingen (bijvoorbeeld warmtepompen) hebben soms een zwaardere aansluiting nodig. Als deze niet kan worden geleverd door netcapaciteitsproblemen, vertraagt dit de verbouwing en de verduurzaming van de woning. Huizen die na 2010 zijn gebouwd hebben doorgaans al een zwaardere aansluiting en ervaren deze problemen meestal niet. Ook laden elektrische auto's niet overal even snel. In bepaalde Utrechtse wijken worden publieke laadpalen tijdens de avondpiek tussen 16.00 en 21.00 uur bewust minder krachtig aangestuurd om overbelasting te voorkomen.

Naast de gevolgen in en om de woning zijn er bredere maatschappelijke effecten die het dagelijks leven kunnen beïnvloeden. De woningbouw in de regio loopt vertraging op omdat nieuwe woonwijken pas kunnen worden opgeleverd wanneer de netbeheerder voldoende transportcapaciteit kan garanderen (zie hoofdstuk Gebiedsontwikkeling). Lokale voorzieningen zoals scholen, sportaccommodaties, culturele instellingen of supermarkten kunnen soms niet uitbreiden of openen door een stop op nieuwe aansluitingen. Om het elektriciteitsnet te verzwaren moet er bovendien op veel plekken worden gegraven voor nieuwe kabels en komen er extra transformatorhuisjes. De aanleg leidt in woonwijken tot tijdelijke overlast.

7.2 Relatie met projectontwikkelaars Ontwikkelende partijen, zowel corporaties als ontwikkelaars van woningen of commerciële voorzieningen, maar ook bedrijven die willen uitbreiden of verduurzamen, zijn allemaal afhankelijk van een nieuwe en/of zwaardere aansluiting. De gemeente is weliswaar niet verantwoordelijk voor de verlening van een aansluiting, maar de gemeente is wel afhankelijk van deze partijen om ontwikkelingen en ambities tot stand te brengen. Stilvallen van deze ontwikkelingen raakt de stad op verschillende manieren zoals in vorige hoofdstukken beschreven. Een aansluitstop kan als een groot risico ervaren worden voor de investeringen van ontwikkelende partijen. Kosten maken zonder zicht op een aansluiting kan ertoe leiden dat er geen investeringsbeslissingen worden genomen. Dat heeft effect op de uitgifte van grond door de gemeente, maar heeft ook een effect op de plankosten bij private initiatieven. Handelingsperspectief is het belangrijkste voor deze partijen. Dat kan toezien op de tijdelijkheid, bijvoorbeeld zekerheid dat na een aantal jaar projecten wel weer aangesloten kunnen worden. Dan kunnen partijen rekening houden met de planning tussen netcongestie en hun project. Anderzijds gaat

35

het om handelingsperspectief met netcongestie. Wat kan er wel en wat moet er gebeuren om een project wel aangesloten te krijgen? In geval van binnenstedelijke herontwikkelingen kan het betekenen dat eigenaren tijdelijke huurcontracten verlengen of een andere functie die wel past verkiezen boven grootschalige herontwikkeling. Dan kan woningbouw op de lange baan geschoven worden en komt een deel van de woningbouwopgave in gevaar gezien we sterk afhankelijk zijn van dit type ontwikkelingen om voldoende woningen per jaar in aanbouw te nemen. De gemeente vervult vooral een faciliterende/ ondersteunende rol naar partijen om comfort te bieden bij de mogelijkheden om projecten wel aangesloten te krijgen in tijden van netcongestie.

7.3 Impact op beroepsgroepen Voor beroepsgroepen die afhankelijk zijn van uitbreiding, elektrificatie of sterke groei van energieintensieve activiteiten heeft een aansluitstop directe gevolgen, zowel praktisch als economisch. Bouwsector en vastgoedontwikkeling Een aansluitstop veroorzaakt aanzienlijke vertraging in de bouw. Naast de hierboven genoemde impact op de relatie met projectontwikkelaars kan het volgende algemeen benoemd worden. Bouwplaatsen hebben vaak tijdelijke aansluitingen nodig en nieuwbouwprojecten worden niet opgeleverd zonder definitieve stroomvoorziening. Voor aannemers, uitvoerders, projectleiders en installateurs betekent dit stilstand op de bouwplaats, langere projectlooptijden en hogere kosten. Ook de werkvoorraad van bouwvakkers wordt minder voorspelbaar, omdat projecten abrupt kunnen stilvallen. Installateurs en energie technische beroepen Installateurs van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen ervaren forse beperkingen wanneer een wijk of bedrijventerrein onder een aansluitstop valt. Nieuwe installaties kunnen niet altijd worden aangesloten op het net waardoor projecten worden uitgesteld of zelfs helemaal niet doorgaan. Dit leidt tot omzetverlies en langere wachtrijen voor klanten. Doordat klanten hun duurzame plannen moeten pauzeren, verschuift de vraag, wat de branche onzeker en moeilijk voorspelbaar maakt.

Horeca, supermarkten en retail Hotels, cafés, restaurants en winkels willen steeds vaker elektrisch koken, efficiënter koelen of uitbreiden met elektrische apparatuur. Een aansluitstop voorkomt dat een zwaardere aansluiting wordt geleverd, waardoor modernisering wordt vertraagd. Voor horecaondernemers die willen uitbreiden of verbouwen kan dit betekenen dat een nieuwe keuken, extra koelcapaciteit of een terras met elektrische verwarming niet gerealiseerd kan worden. Supermarkten en kleinere voedselverwerkende bedrijven hebben een stabiele stroomvoorziening nodig voor koeling, diepvries en automatisering. Bij een aansluitstop kan geplande uitbreiding van koelinstallaties worden tegengehouden. Retailers lopen tegen hetzelfde probleem aan bij renovaties of uitbreiding van winkeloppervlak. Logistieke beroepen De logistieke sector wil versneld overstappen op elektrische voertuigen. Een aansluitstop maakt het, met name voor zwaar vervoer (vracht) moeilijker om voldoende laadpunten te installeren of om bestaande laadinfrastructuur te verzwaren. Voor de bestelvoertuigen is dit probleem bij veel MKB-ers minder groot vanwege de minder grote accu's van bestelvoertuigen (vergelijkbaar met die van personenauto's). Ondernemers met grote aantallen bestelwagens kunnen uiteraard wel problemen ondervinden bij het (verder) verschonen van hun vloot.

Toch zijn er ook oplossingen, ondernemers kunnen voor ZE-zones ontheffing aanvragen en ook voor laadinfrastructuur zijn er mogelijk oplossingen (Zie bij :”laadinfrastructuur"). Mochten deze oplossingen tijdig worden ingezet, dan

36

kunnen chauffeurs, logistieke planners en fleetmanagers door de aansluitstop hinder ondervinden bij het doorlopen van de transitie naar uitstootvrije mobiliteit, het bedienen van ZE-zones en het bedienen van klanten die een “groene logistiek” eisen. Sport, zorg en maatschappelijke organisaties Zorgcentra, scholen, sportclubs en welzijnsorganisaties lopen vast bij verduurzamingsplannen zoals het installeren van warmtepompen, ventilatiesystemen of elektrische verwarmingsoplossingen. Ook plannen voor laadvoorzieningen voor medewerkers en bezoekers kunnen niet doorgaan. Dit leidt tot verouderde infrastructuur en een lagere kwaliteit van dienstverlening, wat het werk van zorgverleners, begeleiders en sportinstructeurs direct beïnvloedt. De grote ziekenhuizen in de stad ondervinden op dit moment geen beperkingen door de aansluitstop. Wel staan er in de toekomst uitbreidingen gepland waarbij zwaardere elektrische aansluitingen, stadswarmte en of aardgas nodig zijn. Over de uitbreiding en de mogelijkheden voor (alternatieve) warmte- en elektriciteitsvoorzieningen vinden al gesprekken plaats met Stedin en hierover is contact met de gemeente Utrecht. Agrarische beroepen Een aansluitstop beperkt de mogelijkheid om kassen en machines te moderniseren of uit te breiden.

Agrariërs kunnen hierdoor minder efficiënt produceren, moeilijker verduurzamen en lopen financiële risico’s omdat omschakeling naar elektrische systemen niet mogelijk is. Kleine ondernemers en ambachtelijke beroepen Ambachtelijke ateliers, kapperszaken, bakkerijen, nagelstudio’s en andere kleine ondernemers merken dat hun uitbreidingsplannen moeten worden uitgesteld. Een extra oven, een warmtepomp, een nieuwe airco of meer werkplekken die extra stroom vereisen, kunnen zonder aansluitverzwaring niet worden gerealiseerd. Dit raakt vooral zelfstandigen die afhankelijk zijn van schaalvergroting om hun inkomen te verbeteren.

37

8. Impact eigen organisatie Uit een eerste analyse blijkt dat de aansluitstop circa 20% van de geprogrammeerde woningen kan raken. Dit kan vertraging betekenen, maar ook het stilvallen van een project. Daarom is het noodzakelijk om scherp te kijken naar welke projecten doorgang kunnen vinden. Verder onderzoek naar de gevolgen van netcongestie, extra inzet op projecten die doorgaan en het (tijdelijk) afronden of vertragen van projecten vragen extra inzet. Daarnaast vragen (tijdelijk) stil gevallen projecten minder inzet en is het daarmee van groot belang om zorgvuldig te anticiperen om nadelige effecten zoveel mogelijk te voorkomen.

8.1 Personele gevolgen Voor projecten die stilvallen is minder capaciteit nodig. De uitval van circa 20% van de gebiedsontwikkeling raakt onder meer de organisatieonderdelen Ruimte, VTH, VGU, Stadsbedrijven/ Stadsingenieurs. Medewerkers die werken aan categorie C projecten kunnen mogelijk ingezet worden om de inzet van de flexibele schil of natuurlijk verloop bij projecten die wel verder gaan met de voorbereiding te verkleinen/op te vangen. Dit is afhankelijk van beschikbare kennis en expertise. Op het sociaal domein wordt t.a.v. personeel geen (grote) impact verwacht behalve bij de afdeling(en) die bezig zijn met de doorstroming op de woningmarkt (die wordt complexer). Ondanks de uitval blijft de planvoorraad voor 2026–2030 voldoende en wordt verwacht dat jaarlijks tussen de 2.300 en 3.000 woningen gerealiseerd kunnen worden. Voor een deel van de projecten blijft extra inzet nodig, die kan worden ingevuld vanuit de Utrechtse Aanpak (PPT Lunchlezing Utrechtse Aanpak woningbouw.pptx). Tussen 2028 en 2030 moet worden ingezet op voldoende planvoorraad voor de periode 2031–2033. De beleidsmatige productieafspraken met het Rijk en de regio blijven daarbij leidend. Voor projecten die doorgaan zijn extra inspanningen nodig.

Dit komt door de noodzaak tot maatwerk, heronderhandeling van plannen en contracten, aanvullende tenderprocedures, het actualiseren van financiële ramingen en het herontwerpen van stedenbouwkundige plannen binnen hun omgeving. Daarnaast moeten creatieve oplossingen worden ontwikkeld om projecten alsnog haalbaar te maken, inclusief energieadvies en -oplossingen en eventuele aanpassing van beleidskaders. Zolang er sprake is van netcongestie zijn medewerkers nodig die zich continu bezighouden met de regie, coördinatie, afstemming en de beheersing om de impact van netcongestie op te vangen, daarnaast zal elke opgave wellicht ook specifieke specialisten nodig hebben. Tot slot zal er sprake zijn van intensievere lobby en samenwerking met overheden en zal mogelijk externe financiering aangevraagd moeten worden. Dit vraagt om extra inzet van juristen, planeconomen, projectleiders, grondzakenadviseurs, energieadviseurs en ontwerpers openbare ruimte. De impact van netcongestie ontwikkelt zich op dit moment grillig maar geleidelijk. Dat geldt ook voor de mogelijke gevolgen voor de organisatie. De eerste merkbare effecten worden op basis van de huidige projectplanning verwacht tussen 2028 en 2030. Dat komt doordat veel projecten die eerder starten naar verwachting nog kunnen doorgaan, terwijl vanaf circa 2030 weer meer zicht ontstaat op aansluitmogelijkheden.

De tijdelijke terugval in start bouw lijkt daardoor met name in deze periode op te treden, al kan een lagere inzet op planvorming een meer langdurig effect hebben. Handelingsperspectief Om tijdig te anticiperen op veranderingen in de capaciteitsvraag zijn verschillende maatregelen mogelijk, zoals het afbouwen van inhuur/omgaan met de flexibele schil, omgang met natuurlijk verloop, anticyclisch aannamebeleid, detachering van medewerkers in de regio (zoals bij een eerdere vastgoedcrisis) en ondersteuning bij bredere inzetbaarheid van medewerkers. Aangezien het nog niet duidelijk is welke effecten netcongestie exact zal hebben is het ook mogelijk dat er meer capaciteit nodig is. Die directe behoefte is nu al wel berekend is, is ongeveer 5,5 FTE aan adviseurs vanwege toenemende vragen verduurzaming in relatie tot netcongestie. Wat het exacte effect per afdeling is en welke maatregelen het gewenste effect hebben vraagt verder onderzoek.

38

De huidige cijfers m.b.t. uitstroom en inhuur staan in onderstaande tabel:

Uitstroom eigen verzoek (dec 2025)

Uitstroom eigen verzoek (2025)

Mogelijk toekomstige uitstroom (2026-2030)

Inhuur op 31 jan 2026

Gemeente Utrecht

5,4%

323

514 (AOW) 102 (contract bepaalde tijd)

7,9%

Fysiek domein

ca. 6%

198

265 (AOW) 225 (contract bepaalde tijd)

ca. 10,4%

Het (mogelijk) stilvallen van werk zal ook impact hebben op het welzijn van medewerkers. Dit kan mensen gevoelens van onzekerheid, druk of stress geven. Mensen zijn over het algemeen gebaat bij voorspelbaarheid en zekerheid van werk. Medewerkers hebben te maken met diverse stakeholders in de stad, die ook geconfronteerd zullen worden met de aansluitstop. Het is belangrijk dat intern tijdig en zorgvuldig geanticipeerd wordt op deze externe impact.

8.2 Financiële impact De vertraging in woningbouw als gevolg van netcongestie zal direct en indirect financieel gevolgen hebben. Het gaat dan met name om de projecten waar de gemeente op dit moment actief aan werkt, namelijk grondexploitaties, anterieure projecten en projecten met Rijkssubsidies. Daarnaast zal de aansluitstop, in het geval de groei van Utrecht achterblijft, een effect hebben op de inkomsten uit gemeentefonds en OZB. Deze paragraaf beschrijft effecten per onderwerp en waar mogelijk worden deze ook gekwantificeerd. De effecten zijn gebaseerd op het scenario waarbij wordt ingezet op mitigerende maatregelen en een vertraging ontstaat van 40% van de woningbouwproductie per jaar voor de periode van 2027 tot 2035 (scenario 1). Waar van toepassing worden extra beheersmaatregelen genoemd. Financiële impact gebiedsontwikkelingen Analyse grondexploitaties, anterieure overeenkomsten en MPR 

Gemeente Utrecht verhaalt jaarlijks ca €10 miljoen aan plankosten op ontwikkelaars via intentie/ anterieure overeenkomsten. In het geval 40% van de woningbouwproductie doorschuift naar opvolgende jaren en er daarmee een gat valt in de dekking van deze uren, wordt het effect ingeschat op ca. € 4 miljoen per jaar. Het is van belang om te sturen op een actieve bezetting in de projecten die doorgang kunnen (blijven) vinden. Waar nodig dienen projecten on hold gezet te worden zodat die capaciteit ingezet kan worden waar deze de meeste impact heeft ten, zodat niet meer dan 40% van de productie vertraagd. Het doorschuiven van programmering van de realisatie van woningbouw en werklocaties kan mogelijk financiële gevolgen hebben voor de lopende grondexploitaties binnen de gemeente. Deze financiële gevolgen komen met name voort uit toenemende rentekosten vanwege uitblijvende opbrengsten. Theoretisch gezien zouden deze rentekosten gecompenseerd moeten worden door inflatie op de te ontvangen grondprijzen. Om het mogelijke financiële effect te bepalen is een doorrekening gemaakt waarbij deze inflatie iets lager ligt dan het rentepercentage. In geval jaarlijks 40% van de planning doorschuift naar het opvolgende jaar heeft dat een negatief effect van ca. €6 miljoen euro op het saldo van de grondexploitaties in de totale periode.

Als ‘nulpunt’ is hierbij de geactualiseerde GREX-en 2026 gehanteerd. Het is belangrijk eventuele verwachte vertragingen in realisatie woningbouw mee te nemen in besluitvorming over investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur ten behoeve van gebiedsontwikkelingen.

39

Om de mogelijke financiële gevolgen op te vangen is het mogelijk om de gevolgen (deels) op te nemen in een risicoreservering in reserve grondexploitatie. Dit wordt meegenomen in de actualisatie van de grondexploitaties bij de MPR/VJN 2026. Rijkssubsidies en regelingen 

Vanuit de tijdelijke regeling Realisatiestimulans ontvangt de gemeente €7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de jaren 2025 t/m 2029 (kans is aanwezig dat de regeling verlengd wordt doordat nieuwe kabinet jaarlijks €1 miljard voor woningbouw na 2029 beschikbaar stelt). In het geval netcongestie zich voordoet conform het scenario van 40% doorschuiven is de inschatting dat we ca €6 miljoen per jaar mislopen in de jaren 2027 tot en met 2029. In het geval de regeling verlengd wordt (budget daarvoor is opgenomen in begroting van het coalitieakkoord) dan komen deze inkomsten alsnog in de jaren vanaf 2030. Gemeente Utrecht heeft momenteel voor ca. €250 miljoen aan project specifieke Rijkssubsidies toegekend gekregen waar verplichtingen m.b.t. de realisatie van woningbouw in de periode tot 2035 tegenover staan. De voorwaarden van deze subsidies stellen in bijna alle gevallen dat de start bouw van de eerste woningen van een project binnen 3 jaar na aanvraag moet aanvangen en de laatste woningen uiterlijk 10 jaar na aanvraag moet aanvangen met start bouw. Voor een aantal regelingen/projecten voorzien we dat als gevolg van netcongestie deze voorwaarde mogelijk niet gehaald kan worden. Het kan dan zijn dat Utrecht circa €50 miljoen niet ontvangt/terug moet betalen. Het risicobedrag is hoog, maar de kans dat daadwerkelijk teruggevorderd wordt achten we klein.

Door actief gesprek met het Rijk te (blijven) voeren over de woningbouwproductie, de uitdagingen waar we voor staan en de lopende subsidieregelingen is het in geval een subsidievoorwaarde niet gehaald dreigt, mogelijk om actief met voorstellen te komen richting het Rijk voor maatwerk en eventueel om de gestelde voorwaarden aangepast te krijgen zodat de Rijksgelden voor de projecten behouden kunnen blijven.

Overige financiële impact op gebiedsontwikkelingen 

Om de beoogde woningbouw mogelijk te maken worden congestieverzachters ingezet. Bij de realisatie van de verzachters wordt op dit moment rekening gehouden met €1,75 miljoen onderzoeks- en realisatie kosten per 1 megawatt. 1 megawatt continu vermogen kan tot 1.000 woningen voorzien van stroom. Het is de verwachting dat er circa 10 congestieverzachters nodig zijn, waarbij het benodigd aantal megawatt per gebied kan verschillen.

Financiële impact organisatie Impact op inkomsten uit gemeentefonds en OZB Een stop (of vertraging) van woningbouw en/of bedrijfsgebouwen leidt na verloop van tijd tot relatief lagere inkomsten uit het gemeentefonds en OZB. Tegelijkertijd matigt dit de stijging van gemeentelijke lasten voor dienstverlening, doordat de bevolking dan relatief minder snel groeit. 

De algemene uitkering die Utrecht ontvangt uit het gemeentefonds zijn vooral afhankelijk van de bevolkingsontwikkeling. o Het aantal woningen heeft (veel) minder invloed op de hoogte van de algemene uitkering dan het aantal inwoners. o Bij een bouwstop of -vertraging zullen inkomsten uit gemeentefonds aanvankelijk blijven toenemen door bevolkingsgroei (meer mensen per woning). o Daarna zal groei van het aantal inwoners vertragen, doordat er geen woningen bijkomen en mensen buiten Utrecht naar een woning zullen zoeken. o Wanneer bevolkingsontwikkeling gaat afvlakken volgt de algemene uitkering ook door af te vlakken. o Wanneer de Utrechtse bevolkingsgroei lager wordt dan Nederlands gemiddelde, gaat de algemene uitkering voor Utrecht omlaag.

40

CBS gaat uit van gemiddeld 0,6% bevolkingsgroei in komende vijf jaar. Voor Utrecht is dat ruim 2000 inwoners per jaar. Wanneer de Utrechtse bevolkingsgroei lager wordt, wordt onze “taartpunt” in het gemeentefonds kleiner. Impact op de kosten en uitgaven: o Bij een groei van het aantal inwoners nemen ook de uitgaven van de gemeente toe (“referentiekader”), immers de gemeente moet diensten leveren voor een groter aantal inwoners. o Als de bevolkingsgroei afvlakt zal ook de behoefte aan diensten minder hard groeien en daarmee stijgen de kosten dan ook minder snel. Impact op OZB: o Wanneer er geen woningen bijkomen, zal de groei van inkomsten uit OZB stokken. o De WOZ waarde van woningen zal extra toenemen, door grotere schaarste. o Het huidig gemeentelijk beleid is “bij gelijkblijvend aantal woningen blijft de OZBopbrengst gelijk, ook als gemiddelde woningwaarde verandert”. Bij een stijgende WOZ, door de schaarste, leidt dit tot tariefsverlaging. o Geen/minder nieuwe bedrijfspanden leidt tot lagere inkomsten OZB. o Minder verduurzaming van bedrijfspanden waardoor de waarde van de panden minder stijgt dan verwacht en er minder OZB inkomsten zijn. o Stijging waarde bedrijfspanden i.v.m. toenemende schaarste leidt tot hogere inkomsten. Het is de verwachting dat de daling van inkomsten door het niet verduurzamen en de stijging door schaarste elkaar opheffen. o

Financiële impact op overige onderdelen Naast de financiële impact op en door de woningbouw worden ook andere onderdelen van de gemeentelijke organisatie financieel geraakt. Voor een aantal zaken is niet precies in te schatten wat de gevolgen zijn, maar is wel aan te geven of er sprake zal zijn van een stijging of daling van kosten. Het vertragen van 40% van de projecten betekent een verschuiving van inkomsten, echter betekent dit ook dat (een deel van) de projecten door zal blijven gaan met de voorbereiding, zodat als er capaciteit beschikbaar het project (alsnog) uitgevoerd kan worden. Deze (personele en voorbereidings) kosten lopen dus door. En specifiek voor VTH lopen de inkomsten uit kleine vergunningsaanvragen door, maar is het onzeker of de grote ontwikkelingen door blijven gaan. Deze ontwikkelingen zorgen jaarlijks voor € 19-20 miljoen aan inkomsten en kunnen daarmee een grote financiële impact krijgen (zie 6.3). Op het moment dat gebouwen verduurzaamd worden en er tegelijk groot onderhoud of een grootschalige renovatie plaatsvindt, maken we onze afgeschreven gebouwen weer toekomstbestendig. Dit gaat gepaard met een daling van de onderhouds- en exploitatiekosten; afgeschreven gebouwen zijn immers meer onderhoudsintensief en hebben een hogere energievraag dan gebouwen die voldoen aan de meest recente bouweisen.

Als wij deze projecten uitstellen blijven de onderhouds- en exploitatiekosten hoog en zullen deze mogelijk verder stijgen. Het gebruik van fossiele brandstoffen voor ons wagenpark is duurder dan (eigen) opgewekte elektriciteit. Hoe langer de aansluitstop duurt hoe langer het duurt voor ons totale wagenpark is geëlektrificeerd en hoe langer de hogere kosten voor brandstof doorlopen.

41

9. Risico's Op het moment dat de aansluitstop een feit wordt, treedt een reeds gesignaleerd risico op. Dan zijn alleen nog reactieve maatregelen mogelijk waarbij de impact van de aansluitstop wordt verminderd. Er is dan sprake van een nieuwe situatie en een nieuwe werkelijkheid waarbij nieuwe risico’s voor de stad Utrecht ontstaan of de risico’s die we in het kader van netcongestie al hadden gesignaleerd versterkt worden. Voor de impactanalyse wordt uitgegaan van de nieuwe situatie.

De belangrijkste onzekerheid zit in de verwachting dat generatoren en specifiek congestieverzachters (op grotere schaal) mogelijk zijn als oplossing om (een deel van) de (woning)bouw en verduurzaming te continueren. Mocht vanuit Stedin/TenneT het signaal komen dat generatoren en/of congestieverzachters niet in alle gevallen inpasbaar zijn (namelijk wanneer de realisatie/inkoop zo lang duurt dat ze niet tijdig gerealiseerd kunnen worden of als door huidige weten regelgeving de plaatsing van een generator en/of congestieverzachter onmogelijk is (onvoldoende milieuruimte), dan valt de onderbouwing onder dit scenario grotendeels weg. Het is de verwachting dat de congestieverzachters voor enkele grote gebiedsontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden. Daarmee kunnen circa 4.000 woningen in aanbouw worden genomen. Maar als de andere generatoren/verzachters niet door kunnen gaan dan betekent dat, dat tot 5.000 woningen in de periode t/m 2030 niet gerealiseerd kunnen worden. Die woningen kunnen dan alleen gerealiseerd worden wanneer andere maatregelen, zoals meer risicobereidheid van Stedin, zoveel effect hebben dat ruimte vrij komt voor deze woningen.

De risico’s zijn onder te verdelen in maatschappelijke risico’s, organisatierisico’s, risico’s met (grote) financiële gevolgen en overige aandachtspunten en risico’s. Maatschappelijk Een belangrijk risico dat ontstaat bij een aansluitstop is dat er een domino effect optreedt waardoor woningbouw/ontwikkeling met een stroomaansluiting toch geen vergunning kunnen krijgen omdat er geen voorzieningen (zoals parkeren of een aanpassing van een rioolgemaal) gerealiseerd kunnen worden. Om de juiste keuzes te maken is inzicht nodig in de benodigde voorzieningen in relatie tot woningbouw. Ook bestaat de kans dat externe partners geen invulling kunnen geven aan gemeentelijke ambities, bijvoorbeeld externe partijen die voor de gemeente invulling geven aan de opvang van vluchtelingen. En die een beoogde locatie, waarbij een extra elektriciteitsvraag is, niet kunnen verbouwen en dus geen mensen kunnen opvangen. Er dienen in dat geval realistische afspraken gemaakt te worden. Eén van de beoogde oplossingen is het gebruik van (tijdelijke) generatoren. Naast het feit dat deze in de komende jaren schaars zullen worden bestaat er een kans dat de plaatsing leidt tot maatschappelijke onrust i.v.m. het geluid en/of uitstoot. Ook kunnen partijen druk uitoefenen op netbeheerders en vergunning om een uitzondering/vergunning te krijgen. Heldere criteria en transparantie kunnen dit (deels) voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=14f9c811-a429-4487-988c-ecbd1d1787fa