Rapport Impactanalyse aansluitstop netcongestie 2026 (openbare versie)
Tekst van het document
Organisatie Doordat een aansluitstop schaarste veroorzaakt, waardoor de druk op de organisatie toeneemt, is het nodig heldere keuzes te maken, waarbij een afweging plaatsvindt tussen de noodzaak (verplichting), de impact en de inzet/kosten. Een transparant afwegingskader en een strakke monitoring kan hierbij helpen. Daarmee wordt voorkomen dat de druk hoog wordt en/of blijft en wordt voorkomen dat er een permanente “spoed/crisis” sfeer ontstaat waarbij projecten zo snel mogelijk een stap verder willen zetten. Druk op voortgang kan leiden tot fouten in de besluitvorming. Daarnaast bestaat de kans dat
42
projecten waarvan duidelijk wordt dat zij niet gerealiseerd kunnen worden niet worden afgesloten, maar dat op een laag tempo door wordt gewerkt, waardoor kosten worden gemaakt en inzet niet efficiënt is. Omdat grote delen van Nederland de komende tijd te maken zullen krijgen met netcongestie is het aannemelijk dat meerdere organisaties op zoek gaan naar kennis over de problematiek en mogelijke oplossingen. Dat betekent dat de door Utrecht gezochte kennis schaars wordt en/of dat mensen die bij Utrecht werken verleid worden bij een andere organisatie aan de slag te gaan. Het actief verspreiden van informatie en het inrichten van processen om kennis te delen, zowel intern als extern, zal zorgen dat de afhankelijkheid van enkele specialisten afneemt. Financiën Door de aansluitstop bestaat er een kans dat de beoogde en afgesproken woningbouw niet tijdig wordt gerealiseerd. Omdat een deel van de woningbouw wordt gefinancierd door subsidies en afspraken met het Rijk bestaat de kans dat het niet realiseren van die woningen leidt tot een terugvorderingsverzoek en/of het niet uitkeren van gelden t.b.v. woningbouw. Het is de verwachting dat met het Rijk afspraken gemaakt kunnen worden over een realistisch pad waarbij de financiering en de bouw geborgd wordt.
Door de aansluitstop bestaat de kans dat het deel van ons eigen vastgoed dat een zwaardere elektriciteitsaansluiting nodig zou hebben om te kunnen verduurzamen niet verduurzaamd kan worden. Dat betekent dat of het vastgoed zo ver als mogelijk moet worden verduurzaamd met extra kosten als in de toekomst het werk afgemaakt moet worden of er voor een deel van ons eigen vastgoed de exploitatie en onderhoudskosten toe zullen nemen. Mocht de aansluitstop leiden tot het niet uitvoeren van projecten, waardoor het personeelsbestand verminderd, dan is het waarschijnlijk dat de overhead/ organisatiekosten langer doorlopen en geen gelijke tred houden met een vermindering van personeel dat bezig was met projecten. Juridisch Voor veel beheersmaatregelen zijn vergunningen of ontheffingen nodig. Soms gaat het daarbij om gemeentelijke wet- en regelgeving waarbij een raadsbesluit voldoende is om (tijdelijk) vergunningen of ontheffingen te verlenen of wet- en regelgeving aan te passen. Hierbij bestaat altijd de kans dat de gemeenteraad anders besluit of besluitvorming veel tijd kost. Daarnaast zijn voor sommige beheersmaatregelen vergunningen of ontheffingen nodig vanuit landelijke wet- en regelgeving, bijvoorbeeld bij de inzet van generatoren als congestieverzachters. Hiervoor is de gemeente niet het bevoegd gezag.
Aanpassing, vrijstelling of uitzonderingen hiervoor zijn alleen mogelijk via de Tweede en Eerste kamer en kosten veel tijd. Een tijdige inzet (via lobby) voor deze wetgeving is noodzakelijk om o.a. het gebruik van congestieverzachters toe te staan. Overig De gemeente heeft maar beperkte directe invloed. Wel heeft de gemeente een samenwerking en lobby met de provincie, netbeheerders en het Rijk. Er is een kans dat, ondanks de lobby en de samenwerking, mogelijke oplossingen die positief voor de gemeente kunnen zijn niet gerealiseerd kunnen worden omdat wetgeving of afspraken niet aangepast kunnen worden. Er bestaat een kans dat er een cirkelredenering ontstaat bij ontwikkelende partijen waardoor er niet meer wordt geïnvesteerd. Immers er moeten eerst plannen en overeenkomsten komen (stedenbouwkundig, anterieure overeenkomsten, etc.) waarmee een toekomstig adres beschikbaar wordt gesteld (adresbesluit), op basis waarvan een aansluiting aangevraagd kan worden. Als er echter geen of weinig zekerheid is op een aansluiting bestaat de kans dat partijen niet willen starten aan het maken van de benodigde plannen, waardoor er überhaupt geen aanvragen worden gedaan.
43
De risico’s die TenneT/Stedin lopen zijn hier niet verwoord. Daarnaast kunnen oplossingen van de gemeente geblokkeerd worden door de netbeheerders. Dit vergt continu een goede afstemming en een duidelijke escalatie. Door de aansluitstop komt de ambitie op het gebied van de warmtenetten in gevaar. Woningen kunnen, indien een verzwaring van de aansluiting nodig is, niet overstappen op het warmtenet. Naast alle risico’s die worden gezien is het menselijk om optimistisch te zijn. Gezien de mogelijke gevolgen van een aansluitstop is het echter een risico om te optimistisch te zijn en te denken “het komt wel goed”. Dit vergt continu aandacht voor risico’s en realistische voorspellingen.
44
10. Conclusies en aanbevelingen 10.1 Conclusies Hieronder geven wij de belangrijkste conclusies weer en worden aanbevelingen gedaan voor het vervolg op deze impactanalyse Aansluitstop. De belangrijkste conclusies zijn:
De intensieve samenwerking tussen en het Rijk, de regio en netbeheerders is doorslaggevend om de gevolgen van een aansluitstop met succesvolle maatregelen aan te pakken. Onze rol is nu nog beperkt en juist die partijen hebben de bevoegdheden om een aansluitstop af te wenden. Om de stad te kunnen blijven ontwikkelen moeten er serieuze bedragen geïnvesteerd worden in netbewust bouwen, congestieverzachters (2.000-5.000 euro extra per woning) en andere mitigerende maatregelen. Daarvoor kijken we nadrukkelijk naar het Rijk en de netbeheerders. Voor het opschalen en versnellen van maatregelen is een actieve (financiële) bijdrage van het Rijk in de regio noodzakelijk. Rond de ontwikkeling van Utrecht Noord en de invoering van de aansluitstop is het speelveld sterk in beweging. De mate van impact van de aansluitstop wordt hierdoor niet bepaald door één vaste uitkomst, maar door een reeks mogelijke toekomstbeelden. In de figuur in hoofdstuk 2.4 wordt deze bandbreedte weergegeven door drie scenario’s die uiteenlopen van tegenvallers tot meevallers. Die beweging in het speelveld ontstaat door factoren zoals de voortgang van de gebiedsontwikkeling, de ruimte voor congestieverzachters, de effectiviteit van maatregelen en de beschikbaarheid van gecontroleerde vrijgavecapaciteit.
Omdat elk van deze factoren kan versnellen, vertragen of anders uitpakken dan verwacht, loopt de potentiële impact uiteen afhankelijk van het thema of organisatieonderdeel waar het betrekking op heeft. De maatschappelijke gevolgen raken vooral jongeren en kwetsbare groepen en kan leiden tot toenemende polarisatie, competitie om schaarse middelen, verminderde sociale cohesie, meer (verborgen) dakloosheid en meer overlast. Bij stagnatie van de bouw van tijdelijke of definitieve woonlocaties stagneert de doorstroming bij diverse soorten maatschappelijke opvang (o.a. vrouwenopvang, jeugdzorg, statushouders). Het doorbelasten van de extra kosten om de woningen te realiseren leidt tot een lager aandeel betaalbare woningen. De ongelijkheid op de woningmarkt neemt toe. Netcongestie heeft een forse impact op de energietransitie die in Utrecht in gang is gezet. Door het huidige overbelaste elektriciteitssysteem zal de overstap naar schone energie en daarbij behorende elektrificatie van woningen en bedrijfsprocessen mogelijk enkele jaren stagneren. Om toch te kunnen voldoen aan de groeiende elektriciteitsvraag van onze groeiende stad zullen tijdelijk fossiele systemen worden ingezet. We zullen dat goed moeten begeleiden, om ervoor te zorgen dat het toekomstig energiesysteem haalbaar blijft.
De tijdelijke fossiele oplossingen leiden namelijk tot een hogere CO2 uitstoot van de stad en langere afhankelijkheid van aardgas. Hierdoor verandert komende tijd het pad naar het gewenste duurzame en betrouwbare energiesysteem van en voor iedereen. We moeten meer en meer werken aan netbewuste bedrijven, maatschappelijk vastgoed en woningen. Een aansluitstop in de zomer van 2026 zal leiden tot uitstel of afstel van 20% van de geplande woningbouw in de periode 2027 tot en met 2030. Dit percentage kan hoger worden, als blijkt dat er minder congestieverzachters kunnen worden ingezet. Dit betreft met name de grote projecten (>150) die door het niet inzetten van een verzachter niet uitgevoerd kunnen worden. De verwachting is dat 148 maatschappelijke vastgoedprojecten mogelijk uitvoerbaar zijn maar tegen een (forse) prijs en bijstelling van ambities en de inzet van omvangrijke netbewuste maatregelen. Of vanwege dermate technische complexiteit die niet eenvoudig oplosbaar is wellicht niet door kunnen gaan. Dit komt door de verplichting om netbewuste bouw toe te passen en aanvullende maatregelen te treffen om netcongestie te beperken. Het onderzoeken en aanschaffen van accu’s en generatoren leidt gemiddeld tot een kostenstijging van circa 3% boven
45
op de totale projectkosten (stichtingskosten). Dit heeft gevolgen voor de betaalbaarheid van gemeentelijk vastgoed. Nog 20% van de vuilniswagens moet geëlektrificeerd worden en dat komt in de knel door de aansluitstop. Daarnaast heeft een aansluitstop consequenties voor de beoogde nieuwbouw op de Tractieweg en tijdelijke huisvesting tijdens deze nieuwbouw. Een harde aansluitstop betekent dat er bij gebiedsontwikkelingen geen nieuwe assets (zoals ondergrondse perscontainers voor afval, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties etc.) in de openbare ruimte kunnen worden aangelegd. Een harde aansluitstop betekent dat er bij gebiedsontwikkelingen geen nieuwe assets (zoals ondergrondse perscontainers voor afval, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties etc.) in de openbare ruimte kunnen worden aangelegd. Er worden per maand ongeveer 40 nieuwe publieke laadpalen geplaatst. Op alle publieke laadpalen wordt al netbewust geladen. Een aansluitstop betekent geen verdere realisatie van laadpalen. De impact op VTH, in het speciaal van vergunningen, is afhankelijk van de aanvoer van aanvragen omgevingsvergunning. Indien grote ontwikkelingen stilvallen, kan dat effect hebben op de jaarlijkse € 20 miljoen aan inkomsten. Daarbij is de inzetbaarheid van congestieverzachters bepalend: grootschalige inzet voorkomst het stilvallen van de grote ontwikkelingen.
Indien de weten regelgeving dat niet toelaat, kan VTH dit ook niet vergunnen en vallen deze stil. In totaal komt de jaarlijkse economische schade voor de gemeente Utrecht uit op: €75–225 miljoen per jaar. Deze schade omvat: o Gemiste of vertraagde bedrijfsinvesteringen; o Productieverlies in stroomafhankelijke sectoren; o Hogere operationele kosten; o Vertraging in elektrificatie van mobiliteit en processen; o Rem op digitalisering en ICT-intensieve groei. Nieuwe en vernieuwde culturele voorzieningen en werkruimten zullen niet of later gerealiseerd worden waardoor verschraling van het culturele aanbod volgt.
10.2 Aanbevelingen voor vervolg De ontwikkeling van netcongestie (inclusief een aansluitstop) verloopt al een aantal jaren grillig met veel onzekerheden. Het veranderlijke speelveld en het feit dat de knoppen om aan te draaien gedeeltelijk bij de netbeheerders (Stedin, TenneT) en het Rijk (VRO, KGG, EZK) liggen zijn de basis voor deze aanbevelingen. Algemeen
Netcongestie is een probleem dat de komende jaren veel in beweging blijft. Omdat de impact die in dit rapport beschreven wordt een momentopname is, is het van belang om de ontwikkeling van netcongestie en het effect daarvan op de stad periodiek te monitoren in plaats van losse impactanalyses uit te voeren, waardoor tijdig op nieuwe ontwikkelingen gereageerd kan worden. Qua ritme/timing kan hierbij aangesloten worden bij de bestaande begrotingscyclus (i.e. MPR) en peilstok systematiek. Ontwikkelen van een afwegingsmethodiek, bijvoorbeeld middels een afwegingskader, afwegingstafel met voldoende mandaat, om eenduidige en effectieve besluitvorming op specifieke gebieden met impact op opgaven te ondersteunen. Als helpend instrument om concurrerende gemeentelijke ambities bij elkaar te brengen.
Lobby De lobbyaanpak vanuit het programma netcongestie is nu erop gericht om:
Maatregelen waar de gemeente Utrecht een groot belang bij heeft mogelijk te maken, maar zelf niet aan de knoppen zit. Doel is om dit belang te blijven agenderen, onze partners op te roepen tot besluitvorming en deze maatregelen eerst (te mogen) uitrollen in de regio Utrecht-Almere, als
46
regio met de hoogste nood. We zijn bijvoorbeeld afhankelijk van het Rijk en netbeheerders als het gaat om; o versnelling van hoogspanningsstation Utrecht-Noord om de congestieperiode voor de hele FGU-regio te verkorten. Nu staat de oplevering hiervan gepland voor 2033-2035, maar de regio wil dat het uitgangspunt 2031 wordt. Met daarbij het versnellen van transformatiestations; o risicobereidheid vergroten op het net, waarmee een groter risico op stroomuitval accepteren, maar meer recht doen aan de maatschappelijke gevolgen en kosten van een aansluitstop/netcongestie. Maatregelen die de gemeente Utrecht in rechtstreekse samenwerking met het Rijk, netbeheerders en andere partijen (bijvoorbeeld ontwikkelaars of bedrijven) kan ontwikkelen en opschalen. Hier zit de gemeente gedeeltelijk aan de knoppen, bijvoorbeeld via vergunningverlening en ruimtelijk beleid. Wel zit ook hier telkens een afhankelijkheid als het gaat om landelijke wet- en regelgeving en dekking van meerkosten. Het Rijk is hier enorm gebaat bij met Utrecht als ontwikkel- en testgebied, zodat bij toetsing in de praktijk direct duidelijk wordt welke oplossingen werken en wat hiervoor nodig is. Het gaat bijvoorbeeld om: o Inzet van congestieverzachters om o.a. woningbouw mogelijk te maken, inclusief inzichten in de financiële effecten (met mogelijke oplossingen hiervoor).
o Opschalen van netbewust laden, waaronder bi-directioneel laden met Utrecht als grootste project in Europa. o Onbenut flexibiliteitspotentieel bij kleinverbruikers ontsluiten via de pilot van provincie Utrecht. Tot slot zetten we ons in om werkwijzen voor de verdeling van netcapaciteit en voor de voorbereiding op een aansluitstop zo goed mogelijk in te richten. Zo willen we als gemeente ervoor zorgen dat we vrijkomende capaciteit maatschappelijk gezien zo optimaal mogelijk inzetten.
De impactanalyse is een belangrijke inhoudelijke bouwsteen voor de lobby. Hoewel de urgentie in deze regio stevig gevoeld wordt, blijft er op landelijk niveau (bestuurlijk en politiek) aandacht nodig. De nood aan maatregelen kan met de impactanalyse beter objectief onderbouwd worden. Met de impactanalyse wordt de gemeente brede impact zichtbaar. Het verwerken hiervan in de lobby aanpak zal nog aandacht vergen.
47
Figuur 1 Overzicht van lobbypunten (stand van zaken maart 2026), op basis waarvan we de Utrechtse inzet als ontwikkel- en testgebied vormgeven. Vervolg t.a.v. congestieverzachters
Op dit moment is de inzet van congestieverzachters de meest geschikte maatregel om de grootste impact van de aansluitstop op te vangen. Er is vervolgonderzoek gestart om een verbeterde analyse te krijgen in welke mate de impact op opgaven hierdoor te verkleinen is. Hierbij moet in kaart gebracht worden waar congestieverzachters technisch mogelijk zijn, wanneer en onder welke voorwaarden deze vergunbaar zijn en welke impact dit kan hebben op de opgaven.
Vervolg t.a.v. organisatie
De ontwikkeling van netcongestie verloopt grillig en de in dit rapport beschreven impact op de organisatie gaat uit van de huidige stand van zaken. Afdelingen konden voor deze impactanalyse nog onvoldoende inschatten welke precieze consequenties dit voor de medewerkers en FTE’s zal hebben. Voor een beter zicht op de personele impact binnen de gemeentelijke organisatie is vervolgonderzoek nodig. De vraag is wanneer deze te doen vanwege de grillige ontwikkelingen. De verschillende afdelingen (meegenomen in deze impactanalyse) versterken, door de impact van netcongestie continu meenemen als variabele in hun werkzaamheden en besluitvorming. Eventuele gevolgen en impact van netcongestie worden zo sneller zichtbaar.
48
Bijlagen Bijlage 1: Werkwijze impactanalyse 2026 Organisatieonderdeel
Datum
Bouwen aan Sociaal IPM Erfgoed M&O Wijken en Publiekszaken Stedelijke ontwikkeling Anders Reizen Emissieloos vervoer en emissieloos bouwen Energietransitie OV en Auto Parkeren Wonen Marketing en Communicatie Gezond Leefklimaat Stadsbedrijven VGU VTH Volksgezondheid Gegevensbescherming OOV Economie Culturele Zaken Overige interviews Bredere context en duiding
5 feb 5 feb 5 feb 23 feb 5 feb 2 feb 5 feb 12 feb 11 feb 5 feb 5 feb 5 feb 5 feb 5 feb 12 feb 11 feb 24 feb 5 feb 5 feb 5 feb 11 feb 5 feb
Directeur stedelijk beleid OOR
9 feb
20 jan
49
Bijlage 2: Impact op beleid In deze tabel wordt de kans en impact op beleidsdoelen weergegeven, op volgordelijk van kritiek (rood) naar middel (geel) en lage (groen) kans en impact.
Opgave
Beleidsstukken
Zero-emissiezones & elektrisch vervoer
Parkeren op Afstand Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen Zero-emissie doelstellingen 2025–2027 Beleidsnota Luchtkwaliteit Gemeentelijke opgave emissieloos 2030
Laadinfrastructuur & mobiliteitshubs
Parkeren op Afstand Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen Zero-emissie doelstellingen 2025–2027
Gemeentelijk vastgoed
Beleidsnota Vastgoed Uitvoeringsprogramma Vastgoed 2025–2030 (UPV) Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
VTH Woningbouw & aandachtsgroepen
Legesstelsel Beleidsnota Wonen Utrecht Onderdak Regionale aanpak dakloosheid U16 Regionale visie BWMO U16 MPR Economie & bedrijvigheid Regionale Economische Agenda (REA) RSU2040 Beleidsnota Werklocaties (2025) Beleidsnota Luchtkwaliteit Energietransitie
Beleidsnota Warmte Beleidsnota Opwek & RES Uitvoeringsprogramma Zon op Dak Programma Besparen
Betaalbaarheid & sociale Beleidsnota Vastgoed gevolgen Beleidsnota Onderwijshuisvesting RSU2040 Onderwijshuisvesting
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026–2041 Uitvoeringsprogramma Onderwijshuisvesting (IHPO) Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
Stadsbedrijven & wagenpark Culturele voorzieningen Gemalen & rioolinfra Openbare orde en veiligheid
Elektrificatie wagenpark Cultuurvisie Waterketenbeheer Veiligheidsagenda 2023–2026 Uitvoeringsprogramma Utrecht Zijn We Samen
50
Bijlage 3: Crisisontwikkeling komende 10 jaar Onderdeel Tijdspad infrastructuur Gevolg op net Aansluitcapaciteit Nieuwbouw
Economie
Energietransitie
Impact op organisatie Kernrisico’s Handelingsperspectief
Het valt tegen Uitbreiding hoofd elektrische infrastructuur gereed in 2035; snel opnieuw vol Blijvende congestie op delen van het net Aansluitstop tot 2035; alleen netzero projecten mogelijk Sterke vertraging; ca. 2550% van projecten kan door, woningbouw kan zakken tot onder de 2.000 woningen per jaar Stagnatie; bedrijven kunnen niet uitbreiden of vestigen Sterke vertraging; alleen binnen bestaande capaciteit Grote HR-impact; financiële risico’s (personeel, projecten, subsidies, OZB) Lange stilstand; verlies ontwikkelcapaciteit Prioriteren net-zero; alternatieve energie; buffers versterken
Conform verwachting Uitbreiding gereed in 2033; planning wordt gehaald
Het valt mee Uitbreiding gereed in 2031; versnelling door maatregelen
Loopt in de pas; geen extra beperkingen Jaarlijks beperkte ruimte voor prioritaire projecten
Geen aanvullende problemen Vanaf 2031 structurele capaciteit beschikbaar
Vertraging; ca. 50-75% van projecten kan door en realisatie woningen 2.000+ per jaar met mogelijkheden om richting 3.000 te halen Stagnatie; bedrijven onderaan wachtlijst
Eerst vertraging; vanaf 2027 versnelling; 75100% projecten kan door en 3.000 woningen per jaar haalbaar
Vertraagd; overstap wordt uitgesteld
Versnelling na 2031 door slim stroomgebruik
Vergelijkbare HR-impact; financiële druk blijft Voortdurende vertraging en onzekerheid Strakke prioritering; netbewust ontwikkelen; flexibiliteit behouden
Beperkte impact; duidelijker beeld 2029
Herstel vanaf 2031; ruimte voor groei
Korte dip, daarna herstel Versnelling benutten; slimme elektrificatie stimuleren
51
Bijlage 4: Vier soorten generatoren Een generator is een gas- of dieselmotor die wordt ingezet om stroom te produceren die nodig is om problemen door netcongestie op te lossen. Er bestaan 4 soorten generatoren:
Flexgeneratoren hebben als doel om het net te ontlasten. De netbeheerders zijn initiatiefnemer om ervoor te zorgen dat de markt deze generatoren neerzet op strategische plekken in het net en hiervoor een voldoende financiële vergoeding krijgen. Omvang van een flexgenerator(park) kan oplopen tot 60 MW. Voorbeeld: Strijkviertel, Utrecht. Congestieverzachters een partij (zoals een bedrijf of instelling) die door een netbeheerder wordt aangemerkt als een afnemer of producent die, door het type aansluiting, de beschikbare transportcapaciteit op het elektriciteitsnet vergroot en geen extra file op het net veroorzaakt. hebben twee doelen: net ontlasten en gebouwen van stroom voorzien. De generator wordt aangezet als het net vol zit en levert dan zowel aan het net als aan het betreffende gebouw. In dalperiodes krijgt het gebouw stroom vanuit het net. Minimale omvang van congestieverzachter is 1 MW1 (eventueel aangevuld met een batterij). Voorbeeld: Beurskwartier, Utrecht. Deze kunnen ingezet worden voor projecten groter dan ongeveer 150 woningen. Piekgeneratoren hebben als doel een gebouw van stroom te voorzien, aanvullend op een (te beperkte) stroomaansluiting. Om de inzet van de generator te beperken kan een batterij toegevoegd worden.
Utrecht streeft naar een minimale omvang van 150 kW (omvang van een automotor), omdat op dat schaalniveau (150 netbewuste woningen) de collectiviteit georganiseerd kan worden die nodig is om de generator te beheren. Standalone generatoren hebben als doel een gebouw van stroom te voerzien dat helemaal geen stroomaansluiting heeft. Verschil met standalone generatoren is dat ze veel meer draaiuren moeten maken. Gewenste minimale omvang is eveneens 150 kW.
Bij toepassing van congestieverzachters lopen we wel tegen de volgende knelpunten aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Onzekerheid over toekenning Aansluitgarantie (inclusief transportvermogen) voor kleinverbruikers Regelgeving voor stikstofdepositie in natuurgebieden Kortsluitvermogen Energiezekerheid (back-up) Kostenverdeling
Hierover wordt momenteel meer onderzoek naar gedaan en verwachten we binnenkort beslisdocumenten in directie en staven.
52
Bijlage 5: Lobby
53
54
55
56
57