Rapport Galan Groep Strategische (her)positionering van UW- 5 scenario’s UW
Tekst van het document
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Fase 5
Fase 6
Start
Verkenning basisscenario
Externe ontwikkelingen
Denkrichtingen
Toetsingskader
Voorkeursscenario
Scope, proces en wederzijdse verwachtingen in kaart.
Vaststellen van het basisscenario incl. toetsing bij stakeholders van de gemeente in fase 2 en 3.
Stakeholdergesprek ken. Externe ontwikkelingen vastgesteld aan de hand van DESTEPanalyse + deskstudy.
Denkrichtingen voor de gemeente Utrecht in beeld a.d.h.v. trendanalyse en scenarioanalyse.
Uitwerken toetsingskader met voor- en nadelen van de wegingsfactoren voor het voorkeursscenario.
Voorkeursscenario uitgewerkt op gebied van governance, kosten en sturing.
Aug-Sept
Aug-Sept
Sept-Okt
Okt
Nov-Dec
Juli
Regelmatige afstemming met ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgevers
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Bijlagen | Inhoudsopgave 1.
Vraag en aanpak
2. Basisscenario UW 3.
Denkrichtingen
4.
Financiële informatie
5.
Overige achtergrondinformatie • Aanleiding en projectstructuur • Stakeholders • Externe ontwikkelingen (DESTEP) • Sturingsmodel • Governance (juridische vormen)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
2. Basisscenario UW | 2025 - 2028 Met de invoering van de Participatiewet op 1 januari 2015, vindt er geen nieuwe instroom meer plaats in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het aantal Wsw-medewerkers zal dus geleidelijk naar nul zal dalen vanwege pensioen of vroegtijdig overlijden van medewerkers. In de afgelopen 10 jaar betekende dat op landelijk niveau een halvering van het aantal Wsw’ers. Ook UW heeft te maken met een afnemend aantal Wsw-medewerkers en zoals de grafiek ‘Verloop Wsw en formatie P-wet) laat zien zal dit in de nabije toekomst leiden tot een daling van het aantal Wsw-medewerkers bij UW van 426 in 2025 naar 240 in 2028. Dit levert twee vragen op. Enerzijds of UW het afnemend aantal Wsw’ers kan aanvullen met nieuwe mensen uit de Participatiewet; ontwikkelbanen en nieuw beschut. Anderzijds, wat zijn de financiële gevolgen van de uitstroom? In de conceptbegroting 2025 van UW wordt er aandacht besteed aan de daling van de Wsw’ers in dienst bij UW. Deze daling zet namelijk de komende jaren door. De afspraak met gemeente Utrecht is dat het aantal SE (FTE) gelijk blijft om de bedrijfsvoering te kunnen waarborgen. De uitstroom zou dus gecompenseerd moeten worden met instroom van mensen uit de Participatiewet. In de praktijk blijkt dit in het verleden nog niet gelukt te zijn.
Al in 2021 wordt er in het rapport van Berenschot voor mogelijke doorgroeirichtingen voor UW gesteld dat minder kandidaten (al dan niet via W&I) hun weg vinden naar UW dan werd verwacht. In de conceptbegroting wordt tevens aangegeven dat UW nu nog niet goed ingericht is op het omgaan met de instroom van nieuwe doelgroepen (UW opereert nog grotendeels als een klassiek werkbedrijf). Als het onvoldoende lukt om genoeg mensen hun weg te laten vinden naar UW dan zal dit een negatief effect hebben op de subsidies en op de infrastructuur voor de doelgroep. Daarmee is dit een punt van aandacht voor gemeente Utrecht. Ook in relatie tot (meer) inzetten op LKS en meer uitstroom.
IU Participatie 2024-2029, septembercirculaire 2024 (Rijksoverheid)
Wsw-budget per Wsw-arbeidsjaar (Rijksbijdrage Wsw) 2025
2026
2027
2028
€ 38.029
€ 39.165
€ 40.425
€ 41.626
Daarnaast is het ook van belang om te kijken naar de financiële gevolgen van deze uitstroom. In bijgevoegde tabel is te zien dat het Wsw-budget per Wsw-arbeidsjaar toeneemt tussen 2025 en 2028. Dit is het resultaat van een uitstroom van Wsw’ers die groter is dan verwacht. De gemeente Utrecht krijgt per Wsw’er een subsidiebedrag van het Rijk en zet dat bedrag door naar UW. Terwijl de subsidie per Wsw’er stijgt, zal door de afname van het aantal Wsw’ers dat aan het werk is bij UW de totale subsidie Wsw die UW ontvangt jaarlijks afnemen. Zie volgende sheet.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
2. Basisscenario UW | 2025 - 2028 Op basis van de personeelscijfers gaan er jaarlijks gemiddeld 20 Wsw’ers met pensioen en stromen er gemiddeld 15 Wsw’ers uit vanwege langdurige ziekte. De Rijkssubsidie per SE (de ‘standaard eenheid’ in de Wsw, vergelijkbaar met een fte) is een oplopend bedrag van € 38.029 in 2025 tot € 41.626 in 2028. Samengenomen betekent dit een jaarlijks verwachte afname in de totale subsidie Wsw van €1,2 miljoen in 2025 tot € 5,8 miljoen in 2028. Als er niets gebeurt betekent dit dat er tot en met 2028 een tekort van 2,7 miljoen opbouwt. Vanuit de Delivery agenda is UW hier al op aan het anticiperen. Het tekort dat het resultaat-effect laat zien, dat oploopt van 0,1 miljoen in 2025 tot en met 2,7 miljoen in 2028, zal door de nieuwe instroom vanuit de Participatiewet goedgemaakt moeten worden. Zoals gezegd is de afspraak met de gemeente dat het aantal SE gelijk blijft om de bedrijfsvoering te kunnen waarborgen: ‘’De uitstroom wordt dus gecompenseerd met instroom van P-wet.’’ In de conceptbegroting wordt echter gesproken over een daling van het nettoresultaat die wordt veroorzaakt door de daling van het subsidieresultaat. ‘’Het vervangen van WSW door P-wet zorgt voor de
Resultaat-effect bij afnemend aantal Wsw'ers (in mln euro's)² € 1,0 € 0,0 -€ 1,0 -€ 2,0
€ 0,1 -€ 1,3 -€ 1,2
-€ 0,7 -€ 2,1 -€ 2,8
-€ 3,0 -€ 4,0
-€ 1,6 -€ 2,8
-€ 2,7
-€ 4,4
-€ 3,1
-€ 5,0
-€ 5,8
-€ 6,0 -€ 7,0 2025 Afname subsidie Wsw
2026
2027
Afname loonkosten Wsw
2028 Resultaat-effect
negatieve ontwikkeling van het subsidieresultaat.’’ Dit betekent dat waar de nieuwe instroom van de mensen uit de Participatiewet het tekort zou moeten goedmaken, dit niet het geval blijkt te zijn. Naast het hierboven genoemde negatief resultaat-effect, is een tweede belangrijke element de vraag of de nieuwe doelgroep in staat is om dezelfde werkzaamheden, op hetzelfde niveau, als de vertrekkende Wsw’ers uit te voeren. Als er wordt ingezoomd op de nieuwe doelgroep blijkt deze overwegend een grotere afstand tot de arbeidsmarkt te hebben dan voorheen c.q. minder verdiencapaciteit te hebben dan de oude Wsw’er. Daarbij komt dat voor veel mensen die nu instromen geldt dat ze te maken hebben met multi-problematiek, wat intensievere ondersteuning en begeleiding nodig maakt. Zo kent 40% van de mensen in de Participatiewet multi-problematiek zoals het Regeerprogramma aangeeft. ² Er dient nog afstemming plaats te vinden over de genoemde cijfers met UW.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
2. Basisscenario UW | Effect product-markt combinaties (PMC) De doelgroep van Wsw-ers is sterk vergrijzend vanwege het ontbreken van instroom en een jaarlijkse trendmatige uitstroom. Omdat sinds 2015 geen nieuwe mensen meer worden toegelaten tot de Wsw, krimpt de Wsw-formatie trendmatig naar nul. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de Product-markt combinaties (PMC’s). Zoals in de werkladder in de vorige slides inzichtelijk is gemaakt, loopt het tekort binnen met name Verpakken, Metaal en Diensten tot 2028 verder op door enkel het verminderen van de Rijksbijdrage. Naast de impact van de aantallen, heeft ook de veranderende mix van doelgroepenmedewerkers invloed op de kostprijs in de PMC’s. Ten eerste heeft een deel van de Wsw-medewerkers een functie als meewerkend voorman of –vrouw. Vanwege de bekostigingssystematiek van de Wsw zijn dit voor uitvoerders relatief goedkope arbeidskrachten. Omdat in de loop van de jaren de indicatiestelling voor de Wsw is verscherpt, kan een dergelijke ‘voormanfunctie’ niet meer met een Wsw’er worden opgevuld. Ook de doelgroep van ná 2015 kan een dergelijke functie niet meer vervullen, omdat deze overwegend zwakker is c.q. minder verdiencapaciteit heeft dan de ‘oudere’ Wsw’er. Dit betekent dat bij uitstroom Wsw’ers vervangen zullen moeten worden door reguliere arbeidskrachten waarvan de salariskosten hoger liggen.
Bij de afdeling Groen1 vervullen oudere Wsw’ers veel de ‘voorman-functie’. Binnen Metaal is de complexiteit van het werk toegenomen door technologische vooruitgang. Werknemers moeten niet alleen machines bedienen, maar ook begrijpen hoe ze de technologieën kunnen onderhouden en optimaliseren. Dit vraagt om andere vaardigheden, waardoor een mismatch ontstaat tussen wat de medewerkers kunnen en wat het werk vraagt. Om de PMC’s Metaal en Groen draaiende te houden, wordt om die reden een toename van de indirecte kosten (staf) verwacht. Deze ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat het als leerwerkbedrijf te duur wordt om dit soort diensten zelf te blijven doen. Overwogen kan worden om deze werkzaamheden uit te besteden, waarbij voorwaarden worden gesteld in de aanbesteding om een vastgesteld aantal mensen van de doelgroep in dienst te nemen of andere werksoorten te organiseren. Er zijn diverse voorbeelden in het land waar gemeenten in hun aanbesteding als SROI verplichting de plicht opnemen dat bijvoorbeeld het hoveniersbedrijf dat groenonderhoud gegund krijgt, ook een aantal mensen uit de doelgroep mee laat werken dan wel met loonkostensubsidie inzet. Utrecht kan deze werkwijze nog oppakken. De gemeente of het sociaal ontwikkelbedrijf verzorgt dan de begeleiding.
Andere voorbeelden zijn gemeenten –zoals Den Haag- waar de gemeentelijke dienst Stadsbeheer een aantal mensen heeft overgenomen van de gemeentelijke dienst die de Wsw uitvoert (Den Haag Werkt). Deze laatste dienst levert de begeleiding aan Stadsbeheer. Op die manier worden de begeleidingskosten vanuit de Participatiewet betaald en worden de ‘werkkosten’ betaald door de particuliere hovenier of de gemeentelijke dienst Stadsbeheer. Daardoor lopen de kosten niet door elkaar heen en dit helpt in de sturing. 1Afdeling Groen is onderdeel van PMC Diensten.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Bijlagen | Inhoudsopgave 1.
Vraag en aanpak
2.
Basisscenario UW
3. Denkrichtingen 4.
Financiële informatie
5.
Overige achtergrondinformatie • Aanleiding en projectstructuur • Stakeholders • Externe ontwikkelingen (DESTEP) • Sturingsmodel • Governance (juridische vormen)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Scenario’s | Klein
Reguliere arbeidsmarkt
Participatiewet
Leven Lang Ontwikkelen/ taal & werken/ vacatures
C
A B
Wmo
Loonkostensubsidie Ontwikkelbanen/ detacheringen
D
E
Afstand tot de Arbeidsmarkt en mate van ondersteuning
Beschut werken Wmo arbeidsmatige activering Groot
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Denkrichtingen | vijf scenario's Scenario’s A. Min of meer dezelfde activiteiten als UW nu uitvoert: SW-doelgroep, beschut binnen en ontwikkelbanen B. Richten op beschut binnen (Participatiewet) en arbeidsmatige activering (Wmo bekostigd) C. Integraal: alle doelgroepen uit de Participatiewet vanuit één organisatie bedienen. Geen arbeidsmatige activering. D. D is A en B gecombineerd E. E is C inclusief arbeidsmatige activering (Wmo bekostigd) Consequenties De keuzes voor de scenario's heeft consequenties voor de gemeente Utrecht. Bij focus op denkrichting A, B of D zal de gemeente de overige activiteiten nog steeds moeten uitvoeren, maar dan buiten UW. Denkrichting B, D en E vragen om afstemming met de directie MO. NB. Het is van belang dat los van deze scenario's, het poortproces integraal en ook samen met UW georganiseerd wordt. Dat vraagt wat van de onderlinge afspraken en werkproces-inrichting. 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Introductie scenario's en bouwstenen | Denkrichtingen (eerste opties) 1. Focus op assessment & diagnose en oriëntatie 2. Focus op de ‘onderkant’: beschut binnen en arbeidsmatige activering 3. Focus op de ‘bovenkant’: LKS, detacheringen en doorstroom 4. Focus op integrale uitvoering Doelgroepen A. Arbeidsmatige activering (vanuit de Wmo) B. Beschut werken (vanuit de P-wet) C. Mensen met een loonkosten subsidie (LKS) D. Detacheringen (individuen en groepen) Labels/categorieën • Statushouders • GGZ • (V)GZ • VSO / PRO • Uitkering • Doelgroepenregister
6-3-2025
Activiteiten Door de gemeente Utrecht • Groenvoorziening • Schoonmaakdiensten • Kantoor- en administratieve ondersteuning • Sociale horeca Door UW • Verpakken • Metaal • Diensten: groen, post, productie • Arbeidsontwikkeling Door social firms • ADSU • Colour Kitchen • U-stal • Wij 3.0 Door commerciële bedrijven • Werk op de reguliere arbeidsmarkt gecombineerd met leercoaches
Strategische (her)positionering UW
Financieel • Kosten 0-scenario • Kostprijs • Tarieven WSW, P-Wet, Wmo
Organisatie • Organisatie-inrichting van de taken en activiteiten • Afstemming met stakeholders Sturing / juridische vorm Sturing is afhankelijk van de governance en de juridische vorm (zie bijlagen voor nadere toelichting) A. Gemeente voert het zelf uit B. Gemeenschappelijke Regeling (GR) C. Coöperatie D. Vereniging E. Stichting F. Besloten Vennootschap G. Naamloze Vennootschap
Introductie: huidige situatie UW | Algemeen beeld UW heeft geen focus op de toegang; de gemeente Utrecht meldt inwoners aan voor diverse organisaties. In opdracht van de gemeente Utrecht voert een private partij de loonwaardemeting (waar elders in het land dit de kerncompetentie van het sociaal ontwikkelbedrijf is). UW is vooral gericht op het zelf uitvoeren van werksoorten, begeleiding en detacheringen komen op de tweede plaats. Vanuit de Delivery agenda wordt ondertussen ingezet op de beweging naar sociaal ontwikkelbedrijf: begeleiding en detachering worden belangrijker. Doelgroepen A. Beschut werken (vanuit de P-wet) B. Utrecht maakte tot nu toe nog onvoldoende gebruik van het instrument loonkostensubsidie (LKS) maar is bezig met een inhaalslag C. Detacheringen (individuen en groepen) Labels/categorieën • Statushouders • GGZ • (V)GZ • VSO / PRO • Uitkering • Doelgroepenregister 6-3-2025
Activiteiten • Groenvoorziening • Schoonmaakdiensten • Post • Sociale horeca • Verpakken • Metaal De samenwerking tussen UW, WIJ 3.0 en enkele social firms kan worden verbeterd, hier liggen kansen. De samenwerking over doorstroom van cliënten kan beter. UW voert opdrachten uit voor de gemeente Utrecht (bijv groenvoorziening) en voor private bedrijven (metaal, verpakken) waarbij ook (groeps)detacheringen worden ingezet. Het instrument loonkostensubsidie wordt (te) weinig ingezet. Vanuit zowel maatschappelijk als financieel perspectief is het raadzaam hierin te investeren (zie bijlage LKS). Binnen de werksoorten worden ook opleidingen gegeven zoals bij metaal.
Strategische (her)positionering UW
Financieel Zie nul-scenario
Organisatie UW is verantwoordelijk voor Wsw en nieuwe beschut werk en ze krijgen vanuit de dienst Werk & Inkomen kandidaten vanuit de Participatiewet aangereikt. Sturing / juridische vorm UW is een Besloten Vennootschap (bv) en kent een door de aandeelhouder benoemde Raad van Commissarissen om toezicht te houden. De gemeente Utrecht is 100% aandeelhouder van de BV en is daarmee geheel eigenaar van UW. De sturing vindt plaats via het opdrachtgeverschap. De gemeente Utrecht maakt afspraken met UW over de taken die ze uitvoeren. Soms kunnen opdrachtgeverschap en eigenaarschap botsen. Bijvoorbeeld als Gemeentewerken een lagere prijs wil bedingen voor groenonderhoud. Vanuit opdrachtgeverschap is dat begrijpelijk. Als eigenaar kan dat nadelig zijn om dat het resultaat onder druk komt te staan.
Kader: doelgroepen / ondersteuning | 1/2 •
De Beleidsnota’s Werk en re-integratie, Wmo en Arbeidsmarktbeleid geven aan dat de groep werkzoekenden die snel kan uitstromen naar regulier werk kleiner wordt. De gemiddelde duur van de bijstandsuitkering is dan ook toegenomen (blz 19 Werk en re-integratie). Aangegeven wordt dat het steeds moeilijker wordt om Utrechters met een bijstandsuitkering te ondersteunen richting betaald werk. Tevens zijn er onvoldoende middelen om iedereen persoonlijk en intensief te ondersteunen. Daarbij wil Utrecht meer inzetten op vier doelgroepen: • Jongeren, • Huishoudens met kinderen, • Inburgeraars en statushouders en • Werkzoekenden met een structurele arbeidsbeperking.
•
Daarbij is aangegeven dat er focus wordt gelegd op werkgevers die bijdragen aan de maatschappelijke opgaven van de stad. Het gaat om vier sectoren: 1) Zorg & Welzijn, 2) ICT & digitale vaardigheden, 3) Bouw, techniek en energietransitie en 4) Onderwijs (en Kinderopvang).
•
Daarnaast is het ook van belang dat Utrecht in zet op het ‘wegnemen van obstakels tussen Wmo en Participatiewet om de overgang tussen activering en (beschut)werk eenvoudiger te maken. Zowel door obstakels weg te nemen als wel het eenvoudiger te maken voor inwoners en professionals.
•
Vanuit arbeidsmarktbeleid wordt aangegeven dat Utrecht streeft naar een weerbare en wendbare arbeidsmarkt, Daarbij dienen vraag naar en aanbod van arbeid nu en in de toekomst beter op elkaar afgestemd. Dit kan door 1) het verbeteren van de huidig een toekomstige match tussen vraag naar en aanbod van arbeid, 2) het vergroten van het arbeidsaanbod en 3) het verminderen van de vraag naar arbeid. Hiervoor worden vijf subdoelstellingen geformuleerd: • Een leven lang ontwikkelen beschikbaar maken voor iedereen • Werkenden stimuleren om over te stappen naar een tekortsector of baan met meer duurzaam perspectief • Onbenut arbeidspotentieel benutten • Goed werkgeverschap bevorderen
• Jongeren interesseren voor werk in een tekortsector
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Kader: doelgroepen / ondersteuning | 2/2 •
Op basis van de beleidsnota’s kunnen doelgroepen en ondersteuning worden benoemd op een as van de afstand tot de arbeidsmarkt. Van een grote afstand (meer zorg en ondersteuning) tot een kleine afstand van de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld ontwikkelen vakvaardigheden). Dit leidt tot de volgende opsomming: • Arbeidsmatige activering (Wmo-doelgroep): inwoners met weinig zelfstandigheid en dagritme, vaak door psychische of lichamelijke beperkingen. De gemeente biedt intensieve begeleiding in een beschermde omgeving om sociale en werkvaardigheden te ontwikkelen • Beschut werk: mensen die intensieve begeleiding nodig hebben of veel aanpassingen op hun werkplek. Bi een reguliere werkgever is deze vorm van begeleiding en aanpassing meestal niet. • Ontwikkelbanen/detacheringen: gericht op kwetsbare groepen (waaronder jongeren), met een focus op opleiding en werkervaring om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De gemeente Utrecht ziet ontwikkelbanen als een stap richting duurzame participatie in reguliere banen. Zij blijven formeel in dienst van het detacheringsbedrijf, maar werken bij een externe werkgever. Dit helpt hen ervaring op te doen en zich verder te ontwikkelen, vaak met het doel om op termijn zelfstandig aan de slag te gaan bij een werkgever. • Inzetten van loonkostensubsidie: mensen die vallen in het doelgroepenregister/banenafspraak.
Zij hebben verminderde productiviteit en hebben recht op loonkostensubsidie (LKS). De subsidie compenseert de werkgever voor het verschil tussen de geleverde arbeid en het wettelijk minimumloon waardoor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt toch aan het werk kunnen. Door de mensen te ontwikkelen kan een deel van deze doelgroep op termijn uitstromen naar regulier werk zonder loonkostensubsidie.
•
Doelgroepen als statushouders kunnen zowel een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben (de zogenaamde ‘Z-route’) maar ook een kleine afstand tot de arbeidsmarkt (waarbij met name de taal het ontwikkelpunt is). Dat betekent dat voor deze doelgroep goed bezien moet worden wat de meest optimale ondersteuning is en wat het doel is van het in te zetten instrumentarium: vooral ontwikkeling (Z-route) of doorstroom naar reguliere werkgevers (met taalleer-werk-trajecten).
•
De Beleidsnota Werk en Re-integratie onderschrijft dat statushouders en mensen met een arbeidsbeperking iets extra’s nodig hebben om succesvolle matches te kunnen maken met de arbeidsmarkt. Binnen de gemeente Utrecht wordt er al ingezet op werk voor statushouders in combinatie het leren van de taal. Dit kan verder versterkt worden door de kennis, kunde en infrastructuur van UW te gebruiken en verder te ontwikkelen.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Voorbeelden in het land | In de loop der jaren hebben gemeenten verschillende organisatie- en governance vormen ingericht voor het aan het werk helpen van mensen die (nog) niet bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen. Het denken over de inrichting van sociale ontwikkelbedrijven verandert. Eerder werden veel organisaties, onder invloed van New Public Management, op afstand gezet (al dan niet als bv of nv). Inmiddels is het naar binnen halen van die organisaties binnen eigen gemeenten een nieuwe ontwikkeling. Dat biedt gemeenten vanuit de opgave van de Participatiewet de mogelijkheid om directer te sturen in het belang van hun inwoners. Op de volgende twee pagina’s worden voorbeelden toegelicht als referentiekader voor gemeente Utrecht en UW. In deze voorbeelden zitten verschillen in de dienstverlening voor doelgroep(en), de activiteiten die uitgevoerd worden, de governance structuur en de sturing hierop. Een belangrijke afweging na de invoering van de Participatiewet is in hoeverre één organisatie of juist meerdere organisaties uitvoering geven aan de Participatiewet.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Voorbeelden in het land | De gemeente Utrecht is 100% aandeelhouder van UW bv. De wethouder financiën vervult namens het college de aandeelhoudersrol. De wethouder Werk & Inkomen is de opdrachtgever vanuit de Participatiewet. De Raad van Commissarissen houdt voor de aandeelhouder toezicht op de organisatie. Op ambtelijk niveau is een structureel en regelmatig overleg met UW. Dat vindt plaats tussen de algemeen directeur van UW en de directeur Werk en Inkomen. UW biedt Wsw-banen, nieuw beschut en ontwikkelbanen. Mede door de vorm van een bv wordt UW gezien als ‘een’ bedrijf op het gebied van werk en re-integratie in plaats van als ‘onze’ organisatie die een belangrijke rol vervult om de beleidsdoelstellingen van Utrecht te realiseren en dit op een effectieve en efficiënte wijze te doen. De Stichting Pantar is een voor de gemeente Amsterdam verbonden partij. Pantar biedt Wsw-banen, nieuw beschut, oriëntatiebanen en trajecten aan en is werkgever van de Werkbrigade (gesubsidieerde banen) en van de nieuwe doelgroep met LKS (LKS+-banen). De gemeente voert zelf individueel detacheren en begeleid werken uit. Er is sprake van sterk oplopende tekorten, want er is een grote kwetsbare groep met een lagere loonwaarde en grotere begeleidingsbehoefte. De gemeente Amsterdam moet de tekorten afdekken.
Daarbij vraagt de sturing op Pantar veel continue afstand met de gemeente Amsterdam omdat het een zelfstandige stichting is met een eigen Raad van Toezicht en een bestuurder.
Rotterdam Inclusief (RI) is 100 procent onderdeel van het gemeentelijke cluster Werk en Inkomen van gemeente Rotterdam en biedt werkgelegenheid aan mensen met een SW-indicatie en mensen met een nieuw beschut werk indicatie, evenals gemeentelijke garantiebanen en gemeentelijke herplaatsingskandidaten in functieschalen 1 t/m 3. Passend werk wordt geboden door beschutte werkomgevingen op eigen locatie en vanuit een eigen locatie (bijv. groenvoorziening) en door groeps- en individuele detachering bij een externe werkgever. Tevens worden er diverse trajecten geboden voor werkzoekenden en neemt RI ook werkzoekenden aan die direct bij een werkgever gedetacheerd worden (onder voorwaarde dat de werkgever de intentie heeft deze aansluitend zelf een arbeidscontract aan te bieden). De gemeentelijke dienst SZW richt zich in de gehele breedte op de Participatiewet: inkomen, werk en re-integratie. Onder deze dienst vallen verschillende onderdelen, waar Den Haag Werkt er één van is. Den Haag Werkt is het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente Den Haag. Den Haag Werkt richt zich op alle doelgroepen, kent een ‘poortproces’, plaatst mensen en biedt werkplekken en begeleiding aan. Binnen Den Haag Werkt zijn er verschillende afdelingen: strategisch accountmanagement, werkgeversdienstverlening, instroom en arbeidsontwikkeling (re-integratie) en Werken in Opdracht (WIO).
WIO houdt zich vooral bezig met Nieuw Beschut werk en de Wsw banen, maar ook met praktische diagnose (poortproces), ontwikkelbanen, sociaal werkgeverschap, beschut werk bij reguliere werkgevers, detachering, banenafspraak en nieuwe en/of specifieke doelgroepen (o.a. asielzoekers, Oekraïners, vso-pro jongeren). Er wordt ook begeleiding geboden aan bijvoorbeeld sw-medewerkers die van WIO naar de gemeentelijke dienst Stadsbeheer zijn overgeplaatst en waar ze werkzaam zijn. WIO doet daarbij de begeleiding, niet meer de groenactiviteiten. In die zin is de governance in Den Haag gelijk aan die van Rotterdam en andere gemeenten zoals bijvoorbeeld Den Bosch, Groningen en Enschede.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Voorbeelden in het land | Fijnder is een Gemeenschappelijke Regeling, bestaande uit gemeente Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk. Fijnder voert de gehele Participatiewet uit (uitkeringen, werk, re-integratie) en Wsw en is daarmee het werkleerbedrijf voor eerdergenoemde gemeenten. Fijnder beschikt over een eigen werkplaats die fungeert als vangnet voor en springplank naar werk. Dit wordt gedaan in samenwerking met andere ketenpartners in het sociaal domein, samenwerkingspartners zoals het ROZ, het UWV, WSP en het Werkleerloket, die tevens ook te vinden zijn in het pand van Fijnder. Er is daarbij nauwe aansluiting met het Onderwijs en de Stadsbank. Voor de gemeenten organiseert Fijnder een voorliggende voorziening voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige activering op basis van assessment en werkoriëntatie als maatwerkvoorziening. Inwoners die niet terecht kunnen bij Fijnder vinden hun plaats bij Wmo-gecontracteerde zorginstellingen (vergelijkbaar met de werkwijze in Tilburg). Fijnder heeft voor beschut binnen geen omzet doelstelling in de begroting. Dat past in de combinatie met arbeidsmatige activering en beschut werken, zodat het management zich kan richten op de ontwikkeling van de deelnemers. Scalabor is, net als UW, een Besloten Vennootschap met gemeente Arnhem als enige aandeelhouder.
Scalabor voert in opdracht van de gemeente Arnhem de onderdelen werk en re-integratie van de Participatiewet uit. Andere regio gemeenten nemen een deel van deze dienstverlening af. Daarnaast is er een Gemeenschappelijke Regeling van in totaal negen gemeenten uit de regio (inclusief Arnhem) waar de Wsw-medewerkers in dienst zijn. De loonkosten van de Wsw-medewerkers vallen bij de GR, niet bij Scalabor. De regiogemeenten hebben dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met Scalabor afgesloten. Kosten kunnen hiervoor voor de regio- gemeenten nooit hoger uitvallen, wel lager. Scalabor heeft een groot netwerk van werkgevers en werkt daarnaast voor het plaatsen van mensen nauw samen met het WSP Midden-Gelderland die onlangs bij ze zijn ingetrokken. Scalabor kent zelf een aantal ‘social firms’ zoals bijvoorbeeld de Intratuin van Arnhem die zij in eigendom hebben en waar mensen opgeleid worden en kunnen uitstromen naar reguliere werkgevers. De gemeente Arnhem neemt vanuit hun wijkaanpak de ‘moeilijke doelgroep’ voor haar rekening.
Weener XL is de sector Werk & Inkomen van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Weener XL is in 2014 ontstaan uit de fusie van Weener Groep en een groot deel van de afdeling Arbeidsmarkt en Sociale Zaken. De naam Weener XL is aangehouden om richting werkgevers en opdrachtgevers het goede imago van Weener te behouden. Als ‘gewone’ gemeentelijke sector kent Weener XL een directeur die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee omvat de organisatie een brede doelgroep evenals regulier personeel. De taken die zij uitvoeren betreffen inkomensondersteuning, re-integratie, doelgroepsontwikkeling, bedrijfsactiviteiten SW-medewerkers en werkgeverscontacten. In de afgelopen jaren heeft Den Bosch/WeenerXL volop ingezet op loonkosten-subsidie om mensen met een uitkering te ontwikkelen en uit te laten stromen naar regulier betaald werk. Daarnaast kent WeenerXL de faciliteit om mensen een jaar lang te bezien of het arbeidsmatige activering (Wmo bekostigd), nieuw beschut of anderszins het beste tot hun recht komt. Dat betekent dat WeenerXL ook voor de doelgroep arbeidsmatige activering / beschut nieuw activiteiten/werkzaamheden heeft.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Bijlagen | Inhoudsopgave 1.
Vraag en aanpak
2.
Basisscenario UW
3.
Denkrichtingen
4. Financiële informatie 5.
Overige achtergrondinformatie • Aanleiding en projectstructuur • Stakeholders • Externe ontwikkelingen (DESTEP) • Sturingsmodel • Governance (juridische vormen)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Scenario’s variëren naar doelgroep | verloop 2025-2028 Toelichting cijfers
Impact
•
Bijna halvering Wsw-formatie 2024-2028
•
LKS-via levert andere situatie op dan beschut binnen of LKS-bij
•
Ambitie is uitstroom opvangen met doelgroep Participatiewet
•
•
Uitgangspunt: extra instroom is mix van beschut en LKS-via (totaal circa 200, verdeling 50/50)
Als instroom uit de Participatiewet achterblijft, dan drukken indirecte kosten zwaarder op doelgroep fte’s
•
Als Wsw-voorlieden uitstromen, leidt vervanging door NRG-personeel tot kostenstijging
•
Huidige Participatiewet formatie is mix van beschut & banenafspraak o.b.v. LKS-bij
Nota bene: basis is geen 639 fte doelgroepenformatie, maar 628 (is er een aangepaste tijdreeks voor de doelgroepenformatie?)
Scenario
fte Wsw
fte P-wet
arb. dagb.
Basis-2025 Basis-2028 A-2028 A plus-2028 B-2028 C-2028 C plus-2028 D-2028 D plus-2028 E-2028 E plus-2028
426 240 240 240 210,2 240 240 240 240 240 240
202 388 223,6 223,6 339,8 223,6 223,6 223,6 223,6 223,6 223,6
0 0 0
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
86,5 0 86,5 86,5 86,5 86,5
LKS-beschut LKS-via extra extra 0 0 0 0 82,2 82,2 82,2 555 0 0 82,2 82,2 82,2 555 82,2 82,2 82,2 555 82,2 82,2 82,2 555
Totaal doelgroep 628 628 628 1100,8 636,5 628 1100,8 714,5 1187,3 714,5 1187,3
Uitgangspunten scenario’s | algemeen Uitgangspositie & basisscenario •
Vertrekpunt is begroting 2025 = ‘Basis 2025’
•
‘Basis 2028’ = nulscenario > geen aanpassingen in beleid of bedrijfsvoering
•
alleen omslag van vooral Wsw-medewerkers naar vooral doelgroep Participatiewet
•
Concreet: ➢
Basis 2025: 426 x Wsw en 202 x P-wet
➢
Basis 2028: 240 x Wsw en 388 x P-wet
•
Aanname: productiviteit van 1 fte Wsw is gelijk aan 1 fte P-wet
•
Idem dito: aan 1 fte Wsw of 1 fte P-wet toe te rekenen directe en indirecte kosten
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Basis 2025, uitgangspositie | operationeel resultaat •
Verpakken & metaal t.o.v. branche sterker verlieslatend
•
Met name diensten en groepsdetachering geven relatief gunstig operationeel resultaat
20.000
12.134 € 12.134
Diensten Diensten
10.000
6.322 2.783
Groepsdeta € 6.322 0
Groepsdeta
Individuele deta € 2.783
Individuele deta - 10.000
- 17.958 € - 17.598
- 20.000
Verpakken & Metaal Verpakken & metaal 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Basis 2028, nulscenario | operationeel resultaat •
Beeld verandert niet wezenlijk
•
Overhead drukt zwaarder op groepsdetachering en individuele detachering
20.000
13.852
Diensten € 12.134
Diensten
10.000
3.951
Groepsdeta € 6.322
0
Groepsdeta
€ 2.783 -4.773
Individuele Individuele deta deta - 10.000
- 14.826 € - 17.598
- 20.000
Verpakken & Metaal Verpakken & metaal 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Uitgangspunten scenario’s | scenario A en A-plus Scenario A
Scenario A plus
•
Doelgroepformatie scenario A is gelijk aan Basis 2025 en Basis 2028 (628 fte)
•
•
Scenario A wijkt af van Basis 2028 vanwege toevoeging LKS-beschut & LKS-via (allebei 82,2 fte)
Uitgangspunt is toegroeien naar landelijk niveau van toepassing LKSvia
•
Concreet: in 2028 750 personen LKS-via (555 fte)
•
Kengetallen LKS-beschut o.b.v. Verpakken wat betreft NTW en kosten, LKS-via o.b.v. deta
•
Aan LKS-via wordt overhead toegerekend
•
Door toevoeging LKS-beschut & LKS-via bij gelijkblijvende totale doelgroepformatie krimpen meeste werksoorten qua formatie
•
Daardoor drukt overhead aanmerkelijk minder zwaar op overige werksoorten
•
De druk van overhead groter, waardoor operationeel resultaat verslechtert
•
Operationeel resultaat van overige werksoorten verbetert sterk (ook beter dan in uitgangssituatie en in nulscenario)
•
Vanwege LKS-beschut en LKS-via uitstroom uit uitkering > positief effect BUIG
•
•
BUIG-effect o.b.v. 25% nugger, 2/3 structurele uitstroom en € 18.000 besparing per uitkering
Sterk positief effect op BUIG vanwege grote aantallen LKS-via (aannames verder zelfde als bij scenario A)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Scenario A, nul plus met beperkt extra LKSbeschut en LKS-via | operationeel resultaat •
Toevoeging LKS-beschut nadelig
•
Druk van overhead op (groeps- en individuele) detachering is nog groter dan in het basisscenario
20.000
€ 12.134
6.276 Diensten
10.000
Diensten
1.650 € 6.322
Groepsdeta Groepsdeta
0
€ 2.783
- 6.958
Individuele deta Individuele deta - 10.000 € - 17.598
Verpakken & metaal
- 24.363 - 20.000
Verpakken & Metaal 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Scenario A-plus | als A met toegroeien LKS-via naar landelijk gemiddelde •
Toegroeien naar 750 x LKS-via (555 fte) verbreed draagvlak voor overhead
•
Operationeel resultaat alle werksoorten verbeterd 16.210
20.000
Diensten € 12.134
Diensten
10.000
7.908
Groepsdeta € 6.322
0
Groepsdeta
3.247
Individuele deta € 2.783
Individuele deta - 12.363 - 10.000
Verpakken & Metaal € - 17.598
Verpakken & metaal
- 20.000
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Uitgangspunten scenario’s | in scenario B focus op ‘onderzijde’ van doelgroep Kenmerken scenario B
Uitgangspunten scenario B •
Wel toevoeging LKS-beschut (82,2 fte)
•
Operationeel resultaat minst gunstig van alle scenario’s
•
Geen LKS-via
•
Wegvallen individuele detachering speelt mee
•
Wel arbeidsmatige activering (86,5 fte)
•
•
Bovendien komt individuele detachering te vervallen
Daarnaast dragen LKS-beschut en arbeidsmatige activering niet positief bij aan operationeel resultaat
•
Totale omvang doelgroepenformatie blijft min of meer gelijk aan uitgangssituatie en basisscenario
•
Vergoeding arbeidsmatige activering in lijn met gehanteerde tarieven t.o.v. zorginstellingen
•
Het voordeel voor de gemeente betreft hogere uitstroomkans (10% kans op uitstroom naar (beschut-) werk en dus vervallen uitkering)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Scenario B | als A met arbeidsmatige activering & minus individuele deta • Arbeidsmatige activering draagt niet bij aan operationeel resultaat (kostendekkend) 20.000
• Wegvallen individuele deta verkleint operationeel resultaat 10.367
€ 12.134
Diensten Diensten
10.000
5.341 n.v.t.
Groepsdeta € 6.322 0
Groepsdeta
Individuele deta € 2.783
Individuele deta - 10.000 € - 17.598
- 19.704 Verpakken &
- 20.000
metaal Verpakken & Metaal 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Uitgangspunten scenario’s | plus-scenario’s C, D en E •
In alle plus-scenario’s toegroeien naar landelijk gemiddelde toepassing LKS-via: 750 personen oftewel 555 fte LKS-via
•
Daardoor sterk vergrote basis voor spreiden van overhead
•
Daardoor ook aanzienlijk positief effect op BUIG vanwege uitstroomkansen LKS-via
•
Gevolgen: ➢
Operationeel resultaat in plus-scenario’s meest gunstig
➢
BUIG-effecten meest gunstig
•
Er is gerekend met € 5.400 begeleidingsvergoeding voor alle cliënten uit de Participatiewet (m.u.v. LKS-beschut), o.b.v. Rijksfinanciering naar realisatie in cluster Participatie (Rekentool Berenschot in opdracht van Divosa/Cedris, oktober 2024)
•
Overall impact van plus-scenario’s (besparing door gemeente + verbetering resultaat UW) veruit beste van alle scenario’s
•
Voorwaarden: (1) voldoende toeleiding van kandidaten voor LKS-via en (2) effectieve doorontwikkeling en plaatsing met begeleiding vanuit UW
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Uitgangspunten scenario’s | scenario’s C en E Scenario C
Scenario E
•
Samenvoeging UW met werkdeel W&I
•
Beperkte toevoeging LKS-beschut en LKS-via (beide 82,2 fte)
•
Aan zijde UW 10% besparing op kosten re-integratie & overhead
•
Dit vanwege minder schakelmomenten tussen UW en W&I
•
Naast doelmatigheidswinst dan óók effectiviteitswinst bij reintegratiewerkzaamheden
•
Ook aan zijde gemeente i.c. afdeling Werk van W&I 10% besparing
•
Dit o.b.v. 10% van 150 fte met € 80.000 personeelslasten per fte)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
•
Net als in scenario C samenvoeging UW met werkdeel W&I o.b.v. dezelfde aannames
•
Naast LKS-beschut en LKS-via óók toevoeging arbeidsmatige activering
•
Daardoor is scenario E qua operationeel resultaat iets minder gunstig dan scenario C (zeer beperkt verschil)
Scenario C-plus | als A-plus met LKS-via naar landelijk gemiddelde en fusie met W-deel W&I • In alle plus-scenario’s grootste draagvlak voor overhead 20.000
• Daardoor en door fusie met W-deel W&I minste indirecte kosten per fte & beste resultaat 16.175
Diensten € 12.134
Diensten
10.000
7.886
Groepsdeta € 6.322
0
Groepsdeta
3.211
Individuele deta € 2.783
Individuele deta - 12.406 - 10.000
Verpakken & € -Metaal 17.598
Verpakken & metaal
- 20.000
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Operationeel resultaat van werksoorten c.q. treden is in scenario Eplus gelijk aan scenario C-plus En toont nauwelijks verschil met scenario D
Werkzame ingrediënten | knoppen om aan te draaien •
Samenstelling doelgroepenformatie heeft groot effect ➢
50/50 toevoeging LKS-beschut en LKS-via doet weinig
➢
Vooral toevoeging LKS-via is heel gunstig (toegroeien naar landelijk gemiddelde)
•
Scenario C en D weliswaar beperkte efficiencywinst (overhead) bij UW
•
Maar geeft grote efficiencywinst bij gemeente (10% van 150 fte minder à € 80.000 = € 1,2 mln)
•
Tariefsverhoging door selectie opdrachtgevers (10% hoger tarief werksoorten = € 1,25 mln)
•
Kritisch kijken naar werksoorten is nodig
•
Het operationeel resultaat Metaal is momenteel minus € 1,6 mln. (verbetert sterk door verbreding doelgroepen en dus spreiden overhead)
•
Keuzes die bijdragen aan uitstroom uit uitkering ➢
LKS-beschut en LKS-via leveren direct winst op voor BUIG
➢
activering heeft ook potentie m.b.t. uitstroom naar (beschut) werk en dus BUIG
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Loonkostensubsidie (LKS) | Een belangrijk instrument binnen de Participatiewet is loonkostensubsidie (LKS). Deze subsidie kan ingezet worden bij mensen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Werkgevers kunnen middels LKS financieel gecompenseerd worden voor de verminderde productiviteit van deze werknemers; een stimulans om deze mensen in dienst te nemen. De LKS vergoedt het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon en wordt gefinancierd vanuit het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeente). Dit budget wordt door gemeenten gebruik om bijstandsuitkeringen, evenals LKS, te betalen.
LKS kan ingezet worden in verschillende situaties, zoals voor mensen die werken op een beschutte werkplek op grond van de Participatiewet, voor mensen met een dienstbetrekking bij een sociaal ontwikkelbedrijf (anders dan de doelgroep beschut werk) en voor mensen die werken bij een reguliere werkgever. Ook mensen die vallen onder de banenafspraak en nietuitkeringsgerechtigden (nuggers) kunnen in aanmerking komen voor LKS. Wanneer iemand vanuit een bijstandsuitkering aan het werk gaat met LKS, is sprake van een gehele of gedeeltelijke besparing van de uitkering, evenals een besparing op de uitvoeringskosten van de bijstand. Daartegenover staan wel kosten voor de LKS en de uitvoering hiervan. Wanneer iemand echter als nugger aan het werk gaat met LKS, dan wordt er geen uitkering bespaard. De extra kosten voor de LKS worden wel gedekt, omdat LKS op basis van realisatie wordt vergoed. Uit de MKBA Loonkostensubsidie blijkt dat het aan het werk helpen van mensen in een bijstandsuitkering met LKS bij het sociaal ontwikkelbedrijf per saldo financieel voordeel oplevert voor grote gemeenten zoals Utrecht. Naast de financiële stimulans voor grote gemeenten, laat de MKBA zien dat het effect van de inzet van LKS positief is voor mens, economie en maatschappij. Ook zijn er baten buiten de afdeling Werk en Inkomen, zoals o.a. minder WMO-maatwerkvoorzieningen.
Op het moment dat andere gemeenten meer inzetten op LKS en meer mensen vanuit de bijstand aan het werk krijgen, dan zal dit via een verlaging van het macrobudget leiden tot een lager BUIG-budget. Om financiële tekorten te voorkomen is het daarom van belang om het minstens even goed te doen als het gemiddelde van alle andere gemeenten. Bezuinigen op reintegratie en de inzet van LKS door tekorten op het BUIG-budget zal tot het risico leiden dat er meer in plaats van minder mensen in de bijstand blijven. Dit leidt tot een nog groter tekort op het BUIG-budget (neerwaartse spiraal). Gemeenten hebben er financieel belang bij mensen te blijven re-integreren. Hoewel dit zich niet altijd vertaalt in een positief saldo op het BUIG-budget, is het financieel resultaat beter (of minder slecht) dan als er minder aan re-integratie zou zijn gedaan. N.a.v. bovenstaande en gezien het feit dat Utrecht achterloopt op het gebied van LKS, is het raadzaam hierin te investeren. 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Gemeentefonds: gemeenten ontvangen voor de uitvoering, reintegratie en begeleiding middelen via het gemeentefonds. Wanneer er iemand vanuit de uitkering start met LKS verandert het gemeentefonds niet. Wanneer het een nugger betreft dan krijgt de gemeente extra middelen in het gemeentefonds (ten koste van andere gemeente omdat het macrobudget gelijk blijft). BUIG-budget: gezien de wijze waarop het BUIG-budget wordt verdeeld over de gemeenten is het voor grotere gemeenten (35K+), door de relatief beperkte verlaging (macrobudget wordt slechts ter grootte van het objectief aandeel afgewenteld op de gemeente) en daartegenover de verhoging van het BUIGbudget door de compensatie van de betaalde LKS (naar realisatie), financieel nog het meest interessant om in te zetten op de LKS.
Bijlagen | Inhoudsopgave 1.
Vraag en aanpak
2.
Basisscenario UW
3.
Denkrichtingen
4.
Financiële informatie
5. Overige achtergrondinformatie • Aanleiding en projectstructuur • Stakeholders • Externe ontwikkelingen (DESTEP) • Sturingsmodel • Governance (juridische vormen)
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Aanleiding / Vraagstelling strategische herpositionering UW | De Galan Groep heeft voor UW het Veranderplan “UW agenda voor de toekomst” opgesteld dat woensdag 29 mei 2024 met de AvA is besproken. In het Veranderplan is de Delivery Agenda opgenomen met 10 actiepunten om de urgentie weer te geven. Het tiende actiepunt van de Delivery Agenda is het opstellen van de Development Agenda. De doelstelling daarbij is de “strategische herpositionering UW voorbereiden en uitwerken” (blz 42 Veranderplan en in deze offerte opgenomen als bijlage). Daarbij zijn de volgende vier punten opgenomen: •
Verdere uitwerking van de denkrichtingen naar scenario’s, inclusief basisscenario (basisscenario = situatie zonder wijziging voor de lange termijn waarbij dit basisscenario ook wordt vergeleken met de andere G4, Scalabor en WeenerXL. De uitwerking van de werkladder is daar onderdeel van.)
•
Kiezen van een voorkeursscenario en dit uitwerken in een businesscase
•
Hierin aansluiten bij Beleidsnota werk en re-integratie gemeente Utrecht
•
Ontwikkelen van de sturingsrelaties via het Utrechtse Sturingsmodel
Dit Plan van Aanpak gaat in op de uitwerking naar scenario’s, inclusief basisscenario, het kiezen van een voorkeursscenario waarbij aangesloten wordt bij de Beleidsnota werk en re-integratie van de gemeente Utrecht ook worden de sturingsrelaties via het Utrechtse Sturingsmodel meegenomen. Dit Plan van Aanpak behelst niet het maken van de businesscase omdat die –eventueel- volgt uit de keuze voor het voorkeursscenario. Bij de uitwerking naar de scenario’s bouwen wij voort op de analyse die in het Veranderplan is gemaakt, inclusief de denkrichtingen zoals in 5.5 van het Veranderplan is opgenomen (blz 52 tot en met 59 van het Veranderplan). Dit Plan van Aanpak Strategische Herpositionering UW gaat vooral over de transitie van klassiek traditioneel SW bedrijf naar ontwikkelbedrijf. De governance vorm is daar een uitvloeisel van. In deze offerte gaan wij in op onze aanpak, de doorlooptijd, inzet van onze adviseurs en kosten. Daarbij zal Anton Revenboer projectleider zijn en Inge Blokker de financiële analyse uitvoeren. Zij waren ook betrokken bij het Veranderplan. Zij worden ondersteund door Yasmin Schoof en Effie van Betten. Gerard van Dieren is op afroep beschikbaar gelet op zijn betrokkenheid bij het Veranderplan. Opdrachtgever voor de strategische herpositionering UW is de directeur Werk & Inkomen van de gemeente Utrecht.
(waar in het Veranderplan bij actiepunt 10 de Algemeen Directeur van UW nog is vermeld. In overleg met RvC UW is besloten dat de gemeente Utrecht opdrachtgever is). 6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Project structuur: wie betrekken we wanneer? | Opdrachtgevers
Raadscommissie
Bestuurlijke opdrachtgever Wethouders gemeente Utrecht
RvC UW
Ambtelijke opdrachtgever Directeur W&I
Directie UW
Aansturing
Ambtelijke opdrachtgever (gedelegeerd) Beleidsmedewerker W&I)
Ambtelijke stuurgroep
Opdrachtnemer
Uitvoering de Galan Groep 6-3-2025
Stakeholders in algemene zin |
Werkgevers Rabobank
Cedris
Maatschappij en welzijn
Lokale werkgeversverenigingen
Zorg VluchtelingenWerk Careyn
De Wilg
Lokalis
Altrecht
…
…
… WIJ3.0
Moviera
ADSU Beroepentuin
Colour Kitchen Startfoundation
Social Impact Factory
Regionaal werkcentrum
Overheid Houten
Onderwijs HU UU
Samenwerkingsverband VO …
6-3-2025
…
Sociale ondernemingen
Kringloop
GGZ
…
ROC Midden Nederland MBO Utrecht
Ambtelijke organisatie • Regionaal werkbedrijf • Inburgering • Arbeidsmatige activering • Wijkgericht werken • Visie op deelnemingen
Strategische (her)positionering UW
Referentiegemeenten Den Bosch, Arnhem G4 Ministerie van SZW UWV
Woerden Nieuwegein Stichtse Vecht Jongerenloket Utrecht
… UW
VNG …
Stakeholders | respondenten Organisatie
Naam
Functie
ADSU
Theo den Hertog
Voorzitter ADSU
Beroepentuin
Murat Ersoy
Managing Partner
Colour Kitchen
Bartel Geleijnse
Mede-oprichter
Gemeente Utrecht
Linda Voortman
Wethouder Werk en Inkomen, Wmo en Welzijn
Gemeente Utrecht
Susanne Schilderman
Wethouder Financien
Gemeente Utrecht
Stephanie van Dijk, Francis Stevens, Thomas van Tiel
Juridisch adviseur en financieel adviseurs ihkv verbonden partijen
Gemeente Utrecht
Bram Terwijn en Rosan Haenraets
Unitmanager en beleidsmedewerker Werk en Inkomen, verantwoordelijk voor WSP
Gemeente Utrecht
Jan Braat en Wendy Springer
Beleidsmedewerker migratie, diversiteit en integratie en beleidsadsviseur inburgering.
Gemeente Utrecht
Gerard Bus en Jaco Brobbel Dorsman
Controller en gebiedsmanager bij Stadsbedrijven
Gemeente Amsterdam
Marc de Lange
Senior beleidsadviseur Werk en Inkomen
Gemeente Den Haag
Gea de Jong
Senior beleidsadviseur Werk en Participatie
Gemeente Rotterdam
Marie-Louise Bot
Strategisch Adviseur
Lister
Marieke Brands
Adviseur Werk en Activering
PenTec BV
Ton Katuin
Algemeen directeur
UW
Sjoerd van het Erve en Wobbe Jan Reitsma
Directie UW
UW
Maurice van Hoek, Jan Inberg
Interim Directie UW
UW
Piet Hoogendoorn
Voorzitter RvC UW
U-stal
Pieter Mosterd
Directeur/Bestuurder
VNO-NCW
Tjerry Verhoeven
Regiomanager VNO-NCW Midden
VSO/Pro
Hennie van den Boorn
Netwerk Coördinator
Wij 3.0
Menno van Piggelen
Directeur/Bestuurder
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | De externe ontwikkelingen zijn in kaart gebracht onder een omgevingsanalyse. Dit geeft weer welke externe ontwikkelingen er in de sector te zien zijn, zowel landelijk als in Utrecht specifiek. Deze ontwikkelingen zijn in beeld gebracht op basis van documentanalyse en interviews met stakeholders. De geïnterviewde stakeholders zijn weergegeven de bijlagen. Bij het maken van een omgevingsanalyse bij dergelijke strategische vragen wordt vaak het DESTEP-framework gehanteerd. Daarbij worden successievelijk de volgende externe ontwikkelingen in beeld gebracht: •
Demografische ontwikkelingen
•
Economische ontwikkelingen
•
Sociaal-culturele ontwikkelingen
•
Technologische ontwikkelingen
•
Ecologische ontwikkelingen
•
Politiek-juridische ontwikkelingen
De analyse over de externe ontwikkelingen is te vinden op de volgende slides. In deze rapportage hanteren wij de term ‘sociale ontwikkelbedrijven’ waar elders ook de term ‘leerwerkbedrijf’ of ‘sociaal werkbedrijf’ wordt gehanteerd. Hiermee wordt het zelfde bedoeld: organisaties die een sociale infrastructuur bieden. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente omdat die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Participatiewet.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | Demografische ontwikkelingen (1) •
De algemene demografische ontwikkeling die in Nederland speelt, zien we ook in de gemeente Utrecht: een groeiend aantal inwoners door o.a. natuurlijke groei en migratie met daarnaast vergrijzing.
•
De Wsw populatie krimpt gemiddeld met 6% per jaar en tegelijkertijd wordt de Wsw doelgroep en de doelgroep beschut werk steeds zwakker. In de loop der jaren zijn de indicatie-eisen voor deze doelgroepen aangescherpt. Daardoor is de instroom in de jaren vóór 2015 ‘zwakker’ geworden. De Wsw-ers met een hogere looncapaciteit stromen nu als eerste uit naar pensionering. Na 10 jaar heeft dat effect op de werksoorten en bedrijfsvoering van de sociale ontwikkelbedrijven, zoals UW, en de sociale infrastructuur.
•
Binnen de Participatiewet groeit het aantal cliënten met GGZ problematiek (mede omdat in 2015 de eisen voor de Wajong zijn aangescherpt). Daarbij nemen de wachtlijsten voor de GGZ toe. Deze doelgroep heeft vaak een beperkte looncapaciteit en kan niet volledig en/of niet zelfstandig aan de slag in de reguliere arbeidsmarkt. De ondersteuning voor deze doelgroep om kleine stappen in de ontwikkeling te zetten duurt meerdere jaren.
•
Naar schatting heeft 6,4% (1,17 miljoen) van de Nederlandse bevolking de indicatie Licht Verstandelijke Beperking (LVB), en deze groep lijkt te groeien. In ieder geval neemt de zorg toe voor deze groep, omdat zij vaker achterblijven in de steeds complexer wordende, individueel georiënteerde maatschappij. Deze doelgroep is niet sociaal redzaam en doet relatief vaak een beroep op publiek gefinancierde voorzieningen op verschillende beleidsterreinen. Veel voorzieningen zijn echter niet specifiek gericht op LVB-ers. Deze groep valt vaak onder beschermd wonen of woonbegeleiding en vraagt voor gemeenten vaak veel begeleiding en toezicht (bijvoorbeeld IPS trajecten).
•
Landelijke trends VSO/Pro doelgroep: De invoering van passend onderwijs in 2014 leidt niet tot minder, maar juist meer leerlingen in het speciaal onderwijs. Dit betreft met name cluster 3 en 4 leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, zij vallen vaker uit in het regulier onderwijs. Het aantal VSO leerlingen dat tussentijds of aan het einde van de opleiding naar regulier onderwijs gaat, blijft ook dalen. Het grootste deel van de uitstroom vanuit het VSO gaat naar het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Daarnaast is er een duidelijke toename van de uitstroom naar de arbeidsmarktgerichte profielen en activering. De aantallen binnen de VSO/PRO doelgroep in Utrecht blijven naar verwachting stabiel.
•
In vergelijking met andere G4 steden heeft Utrecht relatief lage aantallen van de doelgroepen bij UW. De aantallen binnen de doelgroepen waar UW mee te maken heeft zijn vergelijkbaar met steden als Den Bosch en Arnhem.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | Demografische ontwikkelingen (2) Inburgering •
Het aantal statushouders neemt landelijk, en ook specifiek in gemeente Utrecht, toe. Utrecht heeft een taakstelling van ca. 700 inburgeraars per jaar (inclusief ouderen en kinderen). Gemeente Utrecht hanteert in hun prognoses het uitgangspunt dat 70% van de taakstelling inburgering plichtig is. Het doel is naast inburgering dat zij ook regulier betaald werk vinden. Bij deze taakstelling betekent dat UW voor 490 inburgeraars per jaar mogelijk iets kan betekenen in het kader van arbeidsontwikkeling in met inburgering. Een deel van deze doelgroep heeft een groot ontwikkelpotentieel omdat alleen taal feitelijk de ‘beperking’ is. Door combinaties te maken van werken en leren én werkgevers er goed bij te betrekken kunnen statushouders te zijner tijd instromen in de arbeidsmarkt.
•
Vanuit de Wet inburgering zijn gemeenten verantwoordelijk voor de verschillende onderdelen om inburgeraars zo snel mogelijk mee te laten doen en aan het werk te helpen. De onderdelen bestaan o.a. uit: het PIP, de MAP. Dit kan het beste georganiseerd worden in duale trajecten om inburgeraars zo goed mogelijk te ondersteunen: inburgeraars worden aan het werk geholpen én doorlopen een leerroute om bijvoorbeeld de Nederlandse taal te leren.
•
De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) is een verplicht onderdeel voor alle inburgeraars in Nederland. Het doel is om inburgeraars voor te bereiden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Per inwoner wordt gekeken welke variant het beste aansluit op wat de inwoner nodig heeft om een vervolgstap te kunnen zetten in zijn/haar loopbaan in Nederland.
•
Inburgering en werken: De ‘Z-route’ is het inburgeringstraject voor nieuwkomers in Nederland die niet kunnen lezen of schrijven, of die een zodanig laag onderwijsniveau hebben dat ze moeite hebben met het leren van de Nederlandse taal en het afleggen van het inburgeringsexamen. Deze route combineert intensief taalonderwijs en participatieactiviteiten om hen zo zelfstandig mogelijk te maken. De route bestaat voor de helft uit het leren uit het leren van de Nederlandse taal en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), terwijl de andere helft gericht is op participatie zoals vrijwilligerswerk en het volgen van de MAP.
•
Door de krapte op de arbeidsmarkt vinden kansrijke werkzoekenden snel een baan. De groep die momenteel geen betaald werk heeft, kent een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De kenmerken van deze doelgroep zijn zodanig dat het tijd kost om hen te ontwikkelen en eventueel naar betaald werk bij een reguliere werkgever te begeleiden. In die zin verandert de samenstelling van de bijstandsgerechtigden in Utrecht en groeit de groep die meer ondersteuning nodig heeft om aan werk te komen. In 2023 ontvingen 10.600 inwoners een bijstandsuitkering. Daarnaast zijn Utrechters de afgelopen vijf jaar gemiddeld langer afhankelijk geworden van een bijstandsuitkering: in 2018 was dit gemiddeld 5,8 jaar, en in 2023 is dit opgelopen tot 7,3 jaar. Het verkleinen van de afstand tussen werkzoekenden en de arbeidsmarkt vereist meer ondersteuning om hen richting betaald werk te helpen.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | Economische ontwikkelingen •
De vraag naar arbeidskrachten bij werkgevers blijft toenemen. Dit komt door economische groei en door pensionering van personeel. Door krapte op de arbeidsmarkt gaan werkgevers anders kijken naar het potentieel aan personeel dat er wel is. Op die manier is er extra aandacht voor verschillende manieren om onbenut talent in te zetten en zoveel mogelijk mensen te laten werken. Bijvoorbeeld door te kijken naar de competenties die mensen wél hebben en bijvoorbeeld door job carving en job crafting. Job carving is het anders organiseren van bedrijfsprocessen, namelijk door taken en werkzaamheden opnieuw te verdelen. Bij job crafting zodat deze beter aansluiten bij hun talenten en interesses. Hiermee kan passender werk worden gecreëerd voor een doelgroep die anders niet in aanmerking zou komen voor bepaalde functies.
•
Arbeidsmarktinfrastructuur (A35) / Regionale Werk Centra (RWC): Nieuwe wetgeving per 1 januari 2026 zorgt voor hervorming arbeidsmarktinfrastructuur, waarbij 2025 een transitiejaar wordt. Centrumgemeenten gaan wettelijke taak krijgen in de arbeidsmarktregio’s; landelijk Beraad en Regionaal Beraad per arbeidsmarktregio. Utrecht is met gemeenten in de arbeidsmarktregio zich daarop aan het voorbereiden. Overigens zou de rol van de sociale ontwikkelbedrijven daar sterker in gepositioneerd moeten worden gelet op de mogelijkheden die deze organisaties hebben om talenten van mensen te benutten.
•
WerkgeversServicepunt Midden-Utrecht (WSP) is een samenwerkingsverband van UWV, regionale gemeenten en SW-bedrijven in de regio Utrecht. WSP helpt werkgevers die inclusief willen ondernemen. Naast dat zij het eerste aanspreekpunt vormen, zorgt het WSP ook dat werkgevers en werkzoekenden aan elkaar worden gekoppeld. Hiermee wordt de arbeidsmarkt gestimuleerd door bedrijven te helpen bij het vinden van personeel en door werkzoekenden, met name mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, aan werk te helpen.
•
Visie en focus gemeente Utrecht zoals benoemd in de Beleidsnota Werk en re-integratie: • Focus op specifieke groepen (doelgroepen waar echt het verschil kan worden gemaakt in plaats van een klein verschil voor alle werkzoekenden). Onder deze doelgroepen (die raken aan de doelgroepen van UW) vallen onder meer: jongeren, werkzoekenden met een structurele arbeidsbeperking en inburgeraars en statushouders. • Focus op extra dienstverlening om deze doelgroepen maatschappelijk fit te maken, en een krachtigere, inclusievere sociale arbeidsmarktregio. • Focussectoren volgens de gemeente: Zorg & Welzijn; ICT; Bouw, techniek en energietransitie; Onderwijs (en kinderopvang). In deze sectoren wordt de komende jaren sterke groei verwacht.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | Sociaal-Culturele ontwikkelingen (1) •
We zien als algemene trend dat er toenemende aandacht is voor een inclusieve samenleving. Daarmee neemt ook de culturele diversiteit en inclusiviteit op de werkvloer toe. Daarmee is er onder andere meer aandacht om mensen met een beperking mee te laten doen in de maatschappij, en dus ook op de werkvloer. • Zo zien we steeds meer ondernemingen die sociale en maatschappelijke doelen combineren met zakelijke activiteiten, waarbij ze zich specifiek richten op het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De Gemeente Utrecht stimuleert dit soort ondernemingen om inclusie te bevorderen. Voorbeelden (in Utrecht): Beroepentuin, The Colour Kitchen, U-Stal, Utrechtse Zorgbakkerij, De Koekfabriek, A Beautiful Mess. • De gemeente Utrecht zet zich in voor sociale inclusie door middel van programma's zoals "Utrecht Inclusief", die kansen willen creëren voor iedereen, ongeacht achtergrond of beperkingen. Ook zijn er lokale organisaties die zich inzetten voor een inclusievere arbeidsmarkt in Utrecht, zoals Impact 030 (Coalitie Inclusievere Arbeidsmarkt), Werkgevers Servicepunt Midden-Utrecht (WSP), ADSU, Social Impact Factory (een platform waar (sociaal) ondernemers samen nadenken over maatschappelijke en ecologische (milieu)vraagstukken).
En Utrechtse Werk Academie, hier werken Utrechtse – sociale – ondernemers samen met opleiders van onder andere de Utrechtse Inclusie Coalitie, om voor iedereen een passende (leer)werkplek of een ander vervolg te vinden. • In het kader van goede integratie is het belangrijk dat er aandacht is voor het afstemmen van taaltrainingen op de werkplek. Dit bevordert de integratie en doelmatigheid van de taaltraining.
•
In het kader van een inclusievere arbeidsmarkt is het programma Simpel Switchen een belangrijke ontwikkeling voor de gemeente Utrecht. Het programma is bedoeld om de overgang tussen uitkering, gesubsidieerd werk, regulier werk, of andere vormen van maatschappelijke participatie te vergemakkelijken. Hierdoor is er extra aandacht voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden of behouden van werk, zodat zij gemakkelijker kunnen overstappen tussen verschillende soorten werk of uitkeringen. Dit voorkomt dat ze vast komen te zitten in een systeem waarin elke verandering gepaard gaat met ingewikkelde procedures of een risico op verlies van inkomen of ondersteuning.
•
Bij gemeenten is Wijkgericht werken een veel geziene ontwikkeling als domein overstijgende aanpak. In dit kader is het bijvoorbeeld wenselijk om activering te organiseren dicht bij huis om de drempel zoveel mogelijk te verlagen.
6-3-2025
Strategische (her)positionering UW
Externe ontwikkelingen | Sociaal-Culturele ontwikkelingen (2) •
Integreren van arbeidsparticipatie en gezondheid ten behoeve van de bestaanszekerheid: • SER advies over gezondheid & bestaanszekerheid: Landelijke focus op Gezond opgroeien, wonen en werken. Hier roept de SER op tot het wegnemen van maatschappelijke oorzaken van gezondheidsrisico’s én op het verbeteren van de gezondheid van iedereen, met extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. • Het IZA en het GALA onderstrepen het belang van preventie, samenwerking, zelfredzaamheid en gezondheid op de werkvloer. Sociaal ontwikkelbedrijven worden gestimuleerd om nog sterker in te zetten op het bevorderen van gezondheid en participatie onder hun werknemers, en om nauwer samen te werken met zorg- en welzijnsorganisaties. Dit leidt tot een holistische benadering waarin arbeid, gezondheid en welzijn hand in hand gaan, wat uiteindelijk zowel de werknemers als de bedrijven zelf ten goede komt (zie verdere toelichting op de relevantie van het IZA en het GALA op sociaal ontwikkelbedrijven bij Politiek-Juridisch). • Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen een belangrijke schakel zijn om bovenstaande punten te realiseren. Tevens worden zij hiermee gestimuleerd om nauwer samen te werken met zorg- en welzijnsorganisaties. Dit leidt tot een holistische benadering waarin arbeid, gezondheid en welzijn hand in hand gaan.