CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Quick scan ecologie

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Zoekproces grote locatie voor evenementen27.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voldoende dekking in de vorm van hoog gras en struwelen is essentieel voor de aanwezigheid van marterachtigen. De bunzing prefereert kleinschalige landschappen met veel structuur zoals houtwallen, greppels, sloten en overhangende vegetatie. De wezel komt vaak voor in bossen, duinen, wei-en akkerland, waarbij de aanwezigheid van deze soort sterk samenhangt met de dichtheid van muizenpopulaties. De hermelijn maakt veelal gebruik van hetzelfde type habitat als de wezel. Steenmarter heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen, houtwallen, bosjes en andere kleine landschapselementen. De boommarter heeft een voorkeur voor oude bossen, waar voldoende boomholtes aanwezig zijn. Ze worden echter ze ook gevonden in andere typen bos, van verschillende leeftijden. Het plangebied kenmerkt zich door een stadspark met meerdere bosjes, struwelen, bomen en heggen. Deze zijn voor marterachtigen geschikt als verblijfplaats. Echter is het park volledig geïsoleerd door de ligging in stedelijk gebied. Daarnaast worden de aanwezige grasvelden intensief beheerd wat resulteert in een frequent maaibeheer. Hierdoor is gedurende het jaar geen dekking aanwezig. Soorten als de hermelijn, wezel en bunzing prefereren leefgebied waarbij zij niet verder dan 5 meter uit de dekking hoeven te komen. Gebieden waar dit niet mogelijk is, worden veelal gemeden.

Het gehele plangebied en omgeving zijn geschikt als leefgebied voor de steenmarter. De soort komt zowel in het buitengebied als stedelijk gebied voor en hebben grote leefgebieden (tot 1500 meter). Ten tijde van het veldbezoek zijn geen geschikte holtes in bomen aangetroffen die als verblijfplaats voor de boommarter kunnen fungeren. Eveneens zijn geen poepsporen (latrines) in de bomen aangetroffen. Daarentegen prefereert de boommarter eveneens, maar in mindere mate, verblijfplaatsen in gebouwen, net zoals de steenmarter. Door de geïsoleerde ligging, ontbreken van dekking jaarrond kan het voorkomen van soorten als hermelijn, wezel en bunzing in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteit worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen ten aanzien van deze soorten is dan ook uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 22/58

Ten aanzien van de boommarter kan het voorkomen van de soort worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte bomen met holtes en het ontbreken van latrines. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. Daarentegen kan het voorkomen van de steenmarter binnen het plangebied niet uitgesloten worden. Echter omdat het leefgebied van de steenmarter tot 1500m betreft, de voorgenomen activiteiten kortdurende activiteiten betreffen en het plangebied slechts een klein onderdeel vormt van het gehele leefgebied kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat binnen 5 km van het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van de das. De dichtstbijzijnde waarneming heeft betrekking op een vluchtend exemplaar in een tuin in dezelfde wijk als het plangebied. Deze waarneming bevindt zich ten westen van de Klopvaart. Deze vormt hierdoor een (on-)natuurlijke barrière voor de das.

De overige waarnemingen bevinden zich ten noordoosten van het plangebied (1,5 km van het plangebied) en hebben betrekking op verkeersslachtoffers. De das geeft de voorkeur aan een kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreid liggende bosjes, heggen en houtwallen. Ze prefereren voldoende dekking, een ruim voedselaanbod en een geschikte bodem voor het graven van een burcht. Het plangebied kenmerkt zich door een stadspark met meerdere bosjes, struwelen, bomen en heggen. Deze zijn voor marterachtigen geschikt als verblijfplaats. Echter is het park volledig geïsoleerd door de ligging in stedelijk gebied. Daarnaast worden de aanwezige grasvelden intensief beheerd wat resulteert in een frequent maaibeheer. Dit laatste prefereert de das aangezien de soort zo makkelijk bij aanwezige wormen kan. Echter de soort is zeer gevoelig voor menselijke geuren, geuren van honden, licht en geluid. Vanwege de ligging in stedelijk gebied van het plangebied vormt het plangebied geen onderdeel van het functionele leefgebied van de das. Het plangebied kenmerkt zich door een stadspark met meerdere bosjes, struwelen, bomen en heggen. Deze zijn voor marterachtigen geschikt als verblijfplaats. Echter is het park volledig geïsoleerd door de ligging in stedelijk gebied. Daarnaast worden de aanwezige grasvelden intensief beheerd wat resulteert in een frequent maaibeheer.

Dit laatste prefereert de das aangezien de soort zo makkelijk bij aanwezige wormen kan. Echter de soort is zeer gevoelig voor menselijke geuren, geuren van honden, licht en geluid. Vanwege de ligging in stedelijk gebied van het plangebied vormt het plangebied geen onderdeel van het functionele leefgebied van de das. Door de ligging in stedelijk gebied, veel menselijke activiteiten (geluid, trillingen, licht, geur) kan het voorkomen van de das in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat rondom het plangebied de beschermde waterspitsmuis is waargenomen. Het gaat hierbij om waarnemingen in het Noorderpark. Dit park bevindt zich ten noorden van het plangebied en kenmerkt zich door grote waterlichamen met onder andere grote robuuste rietvegetaties De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt.

Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, rond natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterlichamen in het plangebied kenmerken zich deels door oevervegetatie in de vorm van riet. Echter gaat het om kleine oppervlakten en bevinden de watergangen op grote afstand van elkaar. Hierdoor zijn het geïsoleerde waterlichamen. Hierdoor kan het voorkomen van de soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in en rondom het plangebied het konijn en de haas zijn waargenomen. Konijnen leven in holen en prefereren halfopen

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 23/58

landschappen zoals perken, tuinen en bosranden. Hazen hebben een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komen ook wel voor in open bos, heide en kwelders. Het plangebied “Park de Gagel” is een stadspark met laag grasland, meerdere bosjes, struwelen en heggen. Dit plangebied is geschikt voor het konijn en in mindere mate voor de haas. Echter is in het plangebied continue verstoring door menselijke activiteiten waaronder het uitlaten van honden. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek ook geen holen, sporen en individuen aangetroffen van konijn en haas. Vanwege de stedelijke ligging (haas) en het ontbreken van holen in het plangebied als het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten (konijn) kan het voorkomen van beide soorten in het plangebied worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in en rondom het plangebied de eekhoorn is waargenomen. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos en gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Ze komen ook in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is.

Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de eekhoorn door de afwisseling van bomen, stedelijk gebied en intensief gemaaide grasvelden. Aangezien het veldbezoek in een periode is uitgevoerd waarbij de bomen vol in blad stonden kan niet worden uitgesloten dat nesten of boomholten aanwezig zijn. Daarnaast kan het plangebied als foerageergebied door de eekhoorn worden gebruikt. Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten leiden tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet. Aanvullende maatregelen zijn dan ook aan de orde indien gekozen wordt voor deze locatie. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Het plangebied en de direct aangrenzende bosschages kunnen samen het leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageergebied) vormen voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (incl. Rode Lijstsoorten). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen herontwikkeling geen vergunning voor de Omgevingswet hoeft te worden aangevraagd. Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht. Bij het aantreffen van deze soorten, dienen deze de gelegenheid te krijgen te kunnen vluchten.

6.2.3 AMFIBIEËN EN REPTIELEN De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn waargenomen (tabel 6.3). Verder zijn er meerdere algemene soorten waargenomen, zoals de bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, en kleine watersalamander. Deze algemene soorten zijn allemaal vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Utrecht. Er zijn geen additionele Rode Lijstsoorten aangetroffen (binnen een radius van 1 kilometer). Tabel 6.3 waargenomen habitatrichtlijn- en nationaal beschermde amfibieën en reptielen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Habitatrichtlijnsoorten

Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker

Nationaal soorten

Alpenwatersalamander, levendbarende hagedis, ringslang, hazelworm

beschermde

De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort kamsalamander voorkomt. De kamsalamander wordt aangetroffen in bosrijk landschap zoals houtwallen of struweel. De kamsalamander komt voor in verschillende typen visvrije stilstaande wateren. De aanwezige poel/vijver kenmerkt zich door een ondiepe waterpartij.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 24/58

In de directe omgeving zijn geen andere watergangen aanwezig. De watergang herbergt geen goed ontwikkelde oevervegetatie en onderwatervegetatie. Hierdoor kan het voorkomen van de kamsalamander worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort poelkikker voorkomt. De poelkikker heeft als voorkeursbiotopen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijke graslanden. De soort komt voor in oligotrofe stilstaande wateren met zandgronden en in voedselrijker water op de rivierklei en in kommen voor. De aanwezige poel/vijver kenmerkt zich door een ondiepe waterpartij. In de directe omgeving zijn geen andere watergangen aanwezig. De watergang herbergt geen goed ontwikkelde oevervegetatie en onderwatervegetatie. Hierdoor kan het voorkomen van de poelkikker worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten.

Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort heikikker voorkomt. De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland. Daarnaast komt de soort voor in kleine geïsoleerde wateren en in sloten (in laagveen, klei-op-veen en komkleigebieden). De heikikker migreert over maximaal 400 meter. De bekende voortplantingswateren bevinden zich op meer dan 400 meter afstand. De vijver/poel heeft een kleine oeverzone. Echter is deze zeer klein en matig ontwikkeld. Het overige deel kenmerkt zich door een diepere watergang. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort rugstreeppad voorkomt.

De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige bodems gelegen snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatie loos en zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn. De rugstreeppad heeft juist oeverzones die bestaan uit niet te hoge vegetatie met ondiep water nodig. De poel/vijver in het plangebied kenmerkt zich door een dichte rietvegetatie zonder een open oeverzone. Hierdoor kan het voorkomen van de heikikker en rugstreeppad eveneens worden uitgesloten binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort alpenwatersalamander voorkomt. De alpenwatersalamander heeft de voorkeur voor zandige leembodems. Zee- en rivierklei wordt gemeden. De soort is te vinden in beboste gebieden of kleinschalige landschappen met heggen of struweel.

Ook komt de soort voor in wateren met stilstaand of langzaam stromend water zoals vijvers, poelen of greppels. De aanwezige poel/vijver kan fungeren als leefgebied voor de alpenwatersalamander. De poel/vijver is visvrij en in de omgeving zin bosschages aanwezig die als landbiotoop kan fungeren. De poel zelf kan fungeren als voortplantingswater. De omliggende bosschages als land- en overwinteringsgebied. De alpenwatersalamander heeft zijn natuurlijke verspreidingsgebied onder de grote rivieren. De aanwezige exemplaren rondom het plangebied hebben betrekking op uitgezette exemplaren. Hierdoor geldt enkel de algemene zorgplicht. De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde repteilensoort ringslang voorkomt. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 25/58

kleigronden. Nat gebied worden gemeden, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. Ten westen van het plangebied (370 meter) bevindt zich een grote watergang met oeverzones. In het plangebied is enkel en alleen de vijver/poel aanwezig. Het overige biotoop betreft een droog biotoop bestaande uit struweel, bomen en grasvelden. De poel/vijver heeft een zeer klein oppervlak met een deels ontwikkelde oevervegetatie. Takkenhopen, broeihopen zijn niet aangetroffen in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde reptielensoorten hazelworm en levendbarende hagedis voorkomt. De soorten komen voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, hoogveen en spoor- en wegbermen. Bekende leefgebieden van zowel de levendbarende hagedis als hazelworm bevinden zich op meer dan 1 km van het plangebied. Het plangebied zelf kenmerkt zich door struweel en frequent gemaaide grasvelden.

Dit is potentieel leefgebied. Echter omdat robuuste verbindingen ontbreken, zowel met de bekende leefgebieden als binnen het leefgebied (geïsoleerde ligging) kan het voorkomen van deze soorten worden uitgesloten in het plangebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten kunnen fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, bruine kikker, groene kikker en kleine watersalamander. In het plangebied is een vijver/poel aanwezig met oevervegetatie. Dergelijk biotoop kan fungeren als voortplantingsbiotoop voor deze soorten. De omliggende struwelen en bijbehorende strooisellaag kan fungeren als landbiotoop. Het plangebied bevat geschikt voortplantings- en landbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Voor algemeen voorkomende amfibieën als bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad geldt de zorgplicht. Mocht een passerend individu worden waargenomen, dan dient deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten of wordt deze verplaatst tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

6.2.4 VLEERMUIZEN De verspreidingsgegevens van vleermuizen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) verschillende vleermuissoorten voorkomen (tabel 6.4). Tabel 6.4 waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Habitatrichtlijnsoorten

Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis, Watervleermuis, Rosse vleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Tweekleurige vleermuis, Franjestaart, Ruige dwergvleermuis, Baardvleermuis, Meervleermuis, Kleine dwergvleermuis, Vale vleermuis, Bosvleermuis

Rond het plangebied bevindt zich bebouwing die potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen (Jeninga & Verbeek, 2022). In de bomen binnen het plangebied zijn geen geschikte holtes en/of loszittende bast aangetroffen die als verblijfplaats voor (semi-) boombewonende vleermuizen gebruikt kunnen worden. Wel kan het park fungeren als vliegroute en foerageergebied voor zowel gebouw- als boombewonende soorten. Door de voorgenomen activiteiten kunnen tijdelijk meer licht en geluid in de omgeving van het plangebied zijn. De verblijfplaatsen kunnen verstoord worden door het mogelijk aanwezige licht van de evenementen. Dit geldt alleen voor de voorgenomen activiteiten in de actieve periode van vleermuizen (begin april – eind oktober). Gebouwbewonende vleermuizen hebben volgens onderzoek weinig last van extra geluid in hun omgeving. Dit komt vanwege het feit dat ze andere frequenties horen dan mensen waardoor het extra geluid van de evenementen wegvalt. Uit onderzoek bleek dat

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 26/58

vleermuizen tijdens evenementen met muziek rond de 40 meter vanaf de geluidsbron ontwijkend gedrag gingen vertonen. (Jannsen et al. 2017, Hooker, et al., 2023). Als de geluidsinstallaties minstens 40 meter van de omringende bebouwing worden geplaatst zijn negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen uit te sluiten. Ten aanzien van verlichting (geldt alleen voor de actieve periode van vleermuizen) kunnen op voorhand negatieve effecten op foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes niet worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen kan op voorhand dan ook niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook aan de orde. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8.

6.2.5 ONGEWERVELDEN De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde, rode lijst en door Utrecht aangewezen soorten ongewervelden zijn waargenomen. Tabel 6.5 waargenomen beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming Nationaal soorten

Soorten beschermde

Grote vos, gevlekte witsnuitlibel, rivierrombout, groene glazenmaker, iepenpage

Rode Lijstsoorten

Bruin blauwtje, groene glazenmaker

Utrechtse soortenlijst

Gewone slobkousbij, grote klokjesbij, kattenstaartdikpoot, klokjesdikpoot, lathyrusbij, resedamaskerbij, gestreepte waterroofkever, groene glazenmaker,

De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de grote vos is waargenomen. De grote vos komt vooral voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen zoals iep, zoete kers en ratelpopulier. Daarnaast heeft de soort open maar ook beschutte plaatsen nodig. De aanwezige bomen kenmerken zich door soorten als schietwilg, iep, linde, es en gewone esdoorn. Boomsoorten als zoete kers en schietwilg zijn aanwezig in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Hierdoor kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten potentieel als functioneel leefgebied voor de grote vos fungeren. Ten behoeve van de voorgenomen activiteiten worden geen bomen gekapt. De rupsen leven in de boomkronen. Hier vinden geen activiteiten plaats en is vertrapping van rupsen eveneens niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.

De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de rivierrombout is waargenomen. De rivierrombout is een soort van het rivierenland. In het gebied bevindt zich één watergang. Deze watergang is geïsoleerd. De poel/vijver kenmerkt zich door stilstaand water met een sliblaag en geen zandige oevers. Het staat niet in verbinding met een rivier of beek. Hierdoor kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten niet beschouwd worden als essentieel leefgebied voor de soort. In sommige gevallen gaan exemplaren zwerven en kan dan opduiken in suboptimale leefgebieden zoals een stadsvijver. Echter betreft het dan een zwervend exemplaar zonder enkele binding met het plangebied. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de gevlekte witsnuitlibel is waargenomen. Deze soort is te vinden

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 27/58

bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. In het gebied bevindt zich één watergang. Deze watergang is geïsoleerd. De poel/vijver kenmerkt zich door stilstaand water zonder goed ontwikkelde verlandingsvegetaties. Hierdoor kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten niet beschouwd worden als essentieel leefgebied voor de soort. IN sommige gevallen gaan exemplaren zwerven en kunnen dan opduiken in suboptimale leefgebieden zoals in een stadsvijver. Echter betreft het dan een zwervend exemplaar zonder enige binding met het plangebied. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de groene glazenmaker is waargenomen. In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbenscheer. Alleen op plaatsen waar krabbenscheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor.

In het gebied bevindt zich één watergang. Deze watergang is geïsoleerd. De poel/vijver kenmerkt zich door stilstaand water zonder goed ontwikkelde verlandingsvegetaties. Hierdoor kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten niet beschouwd worden als essentieel leefgebied voor de soort. In sommige gevallen gaan exemplaren zwerven en kunnen dan opduiken in suboptimale leefgebieden zoals een stadsvijver. Echter betreft het dan een zwervend exemplaar zonder enige binding met het plangebied. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de zowel in de omgeving van het plangebied als binnen het plangebied de iepenpage is waargenomen. De habitat van de iepenpage bestaat uit iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen. In het gebied bevinden zich meerdere bomenclusters met iepen. Deze iepen zijn het leefgebied van de iepenpage waarbij ze vooral in de boomkronen verblijven als imago en als rups in de bloemknoppen. Ten behoeve van de voorgenomen activiteiten worden geen bomen gekapt. De rupsen leven in de boomkronen.

Hier vinden geen activiteiten plaats en is vertrapping van rupsen eveneens niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. Rode lijstsoorten & soorten Utrechtse soortenlijst De Rode lijstsoorten bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder zijn in het plangebied waargenomen. Het bruin blauwtje heeft als waardplant ooievaarsbek en wordt aangetroffen bij droge, zandige, open kruidenrijke en schrale graslanden. De parelmoervlinder heeft als waardplanten diverse soorten viooltjes en leeft in open pioniersvegetaties, schrale, droge, warme graslanden met kale grond, zandgronden, langs de rivieren bij braakliggende akkers en akkerranden. De Rode lijstsoorten bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder zijn in het plangebied waargenomen. Het bruin blauwtje heeft als waardplant ooievaarsbek en wordt aangetroffen bij droge, zandige, open kruidenrijke en schrale graslanden. De parelmoervlinder heeft als waardplanten diverse soorten viooltjes en leeft in open pioniervegetatie, schrale, droge, warme graslanden met kale grond, zandgronden, langs de rivieren bij braakliggende akkers en akkerranden. Soorten als bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder zijn aangetroffen in het plangebied.

In het plangebied zijn geen waardplanten van de kleine parelmoetvlinder aangetroffen. Het exemplaar betrof dan ook een zwervend exemplaar zonder binding met het plangebied. Hetzelfde geldt voor het bruin blauwtje. Hierdoor kunnen negatieve effecten op deze soorten en hun functioneel leefgebied worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. In Park de Gagel is een vlindertuin aanwezig die aan veel algemenen voorkomende vlinder- en bijensoorten habitat biedt. Het plangebied bevat geschikt voortplantings- en landbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Voor algemeen voorkomende soorten als breedscheenjuffer, lantaarntje, groot koolwitje geldt de zorgplicht. Mocht een passerend individu worden waargenomen, dan dient deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten of wordt deze verplaatst tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 28/58

6.2.6 VOGELS De verspreidingsgegevens van vogels (NDFF 2015-2025) geven aan dat in en rondom het plangebied (in de radius van 5 kilometer) diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voorkomen (tabel 6.6). Tabel 6.6 waargenomen jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats

Steenuil, sperwer, huismus, gierzwaluw, ooievaar, slechtvalk, grote gele kwikstaart, buizerd, boomvalk, havik, ransuil, roek, kerkuil, wespendief, zwarte wouw

Vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied zijn solitaire bomen en bosschages aanwezig die potentieel geschikt habitat voor deze soorten kunnen bieden. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten en boomholten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Aangezien het veldbezoek in een periode is uitgevoerd waarbij de bomen vol in blad stonden kan niet worden uitgesloten dat nesten aanwezig zijn. Het plangebied heeft potentie om onderdeel uit te maken van het functionele leefgebied voor soorten als ransuil, boomvalk, sperwer en havik. Aangezien het veldbezoek in de bladperiode van de bomen is uitgevoerd was het niet mogelijk alle bomen volledig te inspecteren op nesten. Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat door de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten optreden. Dit geldt zowel voor de voorgenomen activiteiten in het plangebied als het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten (100 meter). Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet kan dan op voorhand niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Grote horsten als die van de ooievaar zijn niet aangetroffen in het plangebied. Aan de rand van het plangebied bevinden zich meerdere flatgebouwen van 10 meter of hoger kan het voorkomen van de slechtvalk als broedvogel worden uitgesloten.

De slechtvalk broedt in stedelijk gebied in Nederland alleen in speciale nestkasten. Deze zijn bij de gebouwen rondom het plangebied niet aanwezig. Hierdoor kan dus de soort als broedvogel worden uitgesloten. Incidenteel kan een exemplaar kortstondig rustig op één van de gebouwen. Echter heeft het verder geen binding met het plangebied. De soort is daarnaast gewend aan rumoer in stedelijk gebied. Eventuele evenementen in het plangebied leiden dan ook niet tot extra verstoring van de soort. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De hoge flatgebouwen zijn vanwege de gesloten structuur niet geschikt als nestlocatie voor de gierzwaluw. Dat geldt niet voor de lagere rijtjeswoning. Deze bebouwing bevindt zich op 20 meter of verdere afstand van het plangebied en heeft potentie om te fungeren als nestlocatie voor de gierzwaluw. Hetzelfde geldt voor de huismus, waar deze bebouwing eveneens geschikt voor is als nestlocatie. Beide soorten zijn broedvogels van het stedelijk gebied en hebben naar verwachting een hogere tolerantie voor stadsgerelateerde verstorende parameters zoals geluidsbelasting en menselijke activiteit. De bebouwing rondom het plangebied is geschikt voor de huismus.

Echter kan door langdurige geluidsverstoring wel stress en het verlaten van nestlocaties plaatsvinden. Echter blijkt bij een bufferzone van 25 meter (Vogelbescherming, 2022) of meer dit voor deze soorten niet meer aan de orde te zijn. Met dit gegeven kan worden uitgesloten dat verstoring van deze broedvogels in de gebouwen grenzend aan het plangebied aan de orde is. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. Vanwege het ontbreken van stromend water en kunstwerken in en rondom het plangebied het voorkomen van de grote gele kwikstaart als broedvogel binnen het plangebied worden uitgesloten. Wel kan de soort in de winter gebruik maken van de vijver/poel. Echter betreft dit winterbiotoop en overwinteraars die verder geen binding hebben met het plangebied.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 29/58

Vanwege het ontbreken van kleinschalig landschap (kerkuil, steenuil), grote bospercelen (buizerd) en hoge bomen (roek) kan het voorkomen van deze soorten als broedvogel in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten (100 meter) worden uitgesloten. Voor de buizerd is door de aanwezigheid van grasland, kleine zangvogels en muizen geschikt foerageergebied aanwezig. Echter betreft het gehele plangebied slechts een klein deel van het gehele oppervlak van het functionele foerageergebied binnen een territorium van een broedpaar. Daarnaast zijn de evenementen kortstondig, waardoor de effecten zeer tijdelijk zijn. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. Tijdens het veldbezoek is een aantal algemeen voorkomende vogelsoorten waargenomen, waaronder houtduif, ekster en koolmees. In het plangebied zijn bosjes en hoog gras aanwezig waar algemene broedvogels kunnen foerageren en broeden. Ook de directe omgeving van het plangebied bevat potentieel gunstige groenstructuren voor zowel de soorten van de Utrechtse soortenlijst en algemene soorten, welke als broedplaats kunnen dienen.

Aangezien vogels in stedelijk gebied enige vorm van tolerantie hebben ten aanzien van geluidsverstoring en menselijke activiteit kunnen de activiteiten leiden tot verstoring van in gebruik zijnde nesten. Dit wordt dan veroorzaakt door het gebruik van licht, geluid en aanwezigheid van menselijke activiteiten. Daarentegen blijkt uit onderzoek dat het geluid van festivals geen significant effect heeft op vogels zolang het maar een tijdelijke verstoring is (Dierikx, 2023). Ten aanzien van de activiteiten in het broedseizoen zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk.

6.3 GESCHIKTHEID VOOR EVENEMENTEN De omgeving van het terrein heeft door de inrichting, ligging en habitatseigenschappen een verhoogde natuurwaarde voor de soortgroepen vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels. Het gaat hierbij om groeiplaatsen van naaldenkervel en Rode lijstsoorten. Daarnaast gaat het om verblijfplaatsen van de eekhoorn, maar ook vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen en mogelijke nestplaatsen van vogels in (de omgeving van) het plangebied. Door het nemen van maatregelen zijn negatieve effecten te voorkomen.

6.4 VOORWAARDEN EN MAATREGELEN Gelet op het voorgaande zijn er minstens de volgende voorwaarden en maatregelen noodzakelijk voorafgaand aan het in gebruik nemen van het terrein: • In kaart brengen groeiplaatsen naaldenkervel en vaatplanten behorend bij Rode Lijst en Utrechtse soortenlijst. Noodzakelijk om eventuele groeiplaatsen af te schermen tijdens de evenementen • Nestencheck in bladloze periode (december-januari) ten aanzien van jaarrond beschermde nesten en eekhoorn. o Bij aantreffen aanwezige nesten is mogelijk nader onderzoek noodzakelijk. • De bosschages en wateroppervlakken in de omgeving dienen niet direct belicht te worden. Dit houdt in dat de verlichting op het evenemententerrein gericht is en dat voorkomen wordt dat deze naar boven en de omgeving uitstraalt. Dit kan door gebruik te maken van gerichte armaturen, waarbij de voorkeur heeft vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting te gebruiken. o Anders onderzoek (2 bezoeken in de periode mei-augustus) gebruik plangebied als vliegroute en foerageergebied door vleermuizen • Voorafgaand aan de opbouw is daarom een broedvogelcontrole (algemeen voorkomende broedvogels) noodzakelijk, uitgevoerd door een ecoloog. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig die invloed kunnen hebben op de uitvoering van het evenement.

Gelet op ervaringen in vergelijkbare parken zijn waarschijnlijk voldoende maatregelen te treffen om verstoring te voorkomen.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 30/58

7 HAMPOORT 7.1

BIOTOOPBESCHRIJVING

Het plangebied Hampoort betreft een recreatieterrein in west Utrecht in de wijk ‘Vleuten’. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een spoorlijn met daarachter de bebouwde kom van de wijk ‘Vleuten de Meern’. Het plangebied bestaat uit twee delen gescheiden door de Verlengde Parkweg. Het westelijke deel bestaat uit kort gemaaid grasland, bomen en struiken met enkele verhogingen waarvan de grenzen met struweel en hooiland (aangegeven op maaikaart Gemeente Utrecht als Bloemrijk hooiland en grasveld) begroeid zijn en is bovenop kort gemaaid grasland aanwezig is. Rondom is een watergang aanwezig waarbij oeverbegroeiing aanwezig is in de vorm van riet. Het oostelijke deel van het plangebied bestaat grotendeels uit hooiland afgewisseld met ruigtestroken met aan de randen struwelen, heggen en bomen. Ook is hier een dierenweide aanwezig. Door het oostelijk deel staan verspreid een aantal bomen. Om het oostelijke deel loopt dezelfde watergang met daarbij ook rietbegroeiing. Door het oostelijke deel lopen een aantal wandelpaden.

Figuur 7.1. Locatie van het plangebied “Hampoort”

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 31/58

7.2 TOETSING FLORA- EN FAUNA ACTIVITEIT 7.2.1

VAATPLANTEN

De verspreidingsgegevens van vaatplanten (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat rondom het plangebied beschermde vaatplanten (tot 5 kilometer) en Rode lijstsoorten (tot 1 kilometer) zijn aangetroffen (tabel 7.1) Tabel 7.1. Beschermde vaatplanten, Rode lijstsoorten en soorten van de Utrechtse soortenlijst die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Beschermde vaatplanten

Stijve wolfsmelk, groot spiegelklokje, wolfskers, kartuizer anjer, kluwenklokje, muurbloem, wilde ridderspoor, kruiptijm, blaasvaren, schubvaren, glad biggenkruid, naaldenkervel, knolspirea, ruw parelzaad, akkerboterbloem, grote bosaardbei, naakte lathyrus, dreps

Rode lijstsoorten

Waterdrieblad, zomerklokje, veldsaliebostulp, korenbloem, gele kornoelje, rapunzelklokje, kamgras, verfbrem, voorjaarsganzerik, selderij, naaldenkervel, gewone agrimonie, wilde kievitsbloem, blauwe knoop, tripmadam, muurhavikskruid, plat fonteinkruid, polei

Utrechtse soortenlijst

aardakker, akkerklokje bijenorchis, brede lathyrus, brede wespenorchis, distelbremraap dotterbloem, fijn venushaar gele helmbloem, grasklokje, grote kattenstraat, grote wederik, grote kaardenbol, grote keverorchis, hondskruid, klein glaskruid kruisbladgentiaan, maretak, moeraswespenorchis, prachtklokje, rapunzelklokje, rietorchis, ruig klokje, slanke sleutelbloem, steenbreekvaren stengelloze sleutelbloem, stengelomvattend havikskruid, tongvaren, veldsalie, vleeskleurige orchis, veldlathyrus, wilde reseda, wouw, waterdrieblad, winterheliotroop wilde marjolein, zomerklokje, zwanenbloem, zwartsteel, zwartblauwe rapunzel

Uit de NDFF blijkt dat de afgelopen 10 jaar geen habitatrichtlijnsoorten zijn waargenomen in Hampoort. Daarentegen blijkt uit de NDFF dat de afgelopen 10 jaar twee Rode Lijstsoorten zijn waargenomen in het plangebied Hampoort. Dit zijn steenanjer en veldsalie. Dit zijn soorten van warme zonnige habitats. Daarnaast zijn grote kattenstaart en grote wederik waargenomen. Deze soorten staan op de Utrechtse soortenlijst. Het plangebied bestaat uit gedeeltelijke intensief beheerde graslanden en hooilanden (aangegeven op maaikaart Gemeente Utrecht als Bloemrijk hooiland en grasveld) met veel verschillende soorten kruiden. Tijdens het veldbezoek zijn de grote wederik en grote kattenstraat waargenomen. De soorten staan verspreid in het plangebied, maar concentreren zich in de oeverzones van de watergangen. Beide soorten zijn opgenomen in de Utrechtse soortenlijst. Het houden van evenementen tot maximaal 25.000 bezoekers en alles ertussenin zorgt mogelijk voor het vertrappen van de groeiplaatsen en verdichten van de bodem. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat aantasting van het functionele leefgebied (groeiplaatsen) ten aanzien van de rode lijstsoorten & vaatplanten van de Utrechtse soortenlijst worden uitgesloten. Zowel voor de Rode lijstsoorten als soorten van de Utrechtse soortenlijst zijn aanvullende maatregelen aan de orde.

7.2.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een 5 kilometer radius) beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen (tabel 7.2). Voor een aantal van deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Utrecht zoals de aardmuis, bosmuis, egel, ree en vos.

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 32/58

Tabel 7.2. Waargenomen habitatrichtlijn- en nationaal beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Habitatrichtlijnsoorten

Wolf, bever, otter

Nationaal beschermde soorten

Haas, konijn, eekhoorn, bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter, boommarter, waterspitsmuis en das.

Uit het bronnenonderzoek blijkt dat de bever in directe omgeving van het plangebied voorkomt. Het gaat om meerdere vraatsporen van de soort in de Vleutense Wetering. Bevers leven doorgaans in de directe omgeving van watergangen en moerassen en worden zelden ver buiten de watergang/oeverzones aangetroffen. Daarnaast moet er voldoende voedsel aanwezig zijn in de vorm van wilgenbroekbossen en andere houtopstanden. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat er meerdere waarnemingen van bever zijn gedaan binnen 5 kilometer van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen burchten, knaag- en glijsporen en wissels waargenomen die de duiden op de aanwezigheid van bever. Wel zijn rondom het plangebied geschikte wateren aanwezig die de bever voor migratie kan gebruiken. Tijdens de evenementen zal er veel extra geluid en licht aanwezig zijn. Dit zorgt mogelijk voor verstoring van bever. De voorgenomen evenementen leiden mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen zijn dan mogelijk van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan binnen 5 km van het plangebied de wolf is waargenomen. Wolven leven in roedels, bestaande uit een volwassen paar en hun nakomelingen.

De jongen verlaten het ouderlijk territorium om elders een eigen territorium te vestigen. Hiervoor kunnen zij grote afstanden afleggen. In het plangebied zijn geen bossen en structuren aanwezig die geschikt zijn voor de wolf. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek ook geen sporen of individuen van de wolf waargenomen. Hierdoor kan het voorkomen van de soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan binnen 5 km van het plangebied de otter is waargenomen. Otters zijn solitaire dieren en leven in brede oeverzones met voldoende dekking en rust. In en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen en sloten aanwezig. Deze zijn door het ontbreken van brede oeverzones met veel begroeiing niet geschikt als leefgebied voor de otter. De otter kan deze sloten en watergangen wel gebruiken als migratiegebied. Tijdens de evenementen zal er veel extra geluid en licht aanwezig zijn. Dit zorgt mogelijk voor verstoring van otter. De voorgenomen evenementen leiden mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied.

Overtreding van verbodsartikelen zijn dan mogelijk van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat marterachtigen, (bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter en boommarter) zijn aangetroffen binnen 5 kilometer rondom het plangebied. Al deze soorten kunnen als rustplaats gebruik maken van bestaande holen, bijvoorbeeld van konijnen, maar ook van takken- en steenhopen. Voldoende dekking in de vorm van hoog gras en struwelen is essentieel voor de aanwezigheid van marterachtigen. De bunzing prefereert kleinschalige landschappen met veel structuur zoals houtwallen, greppels, sloten en overhangende vegetatie. De wezel komt vaak voor in bossen, duinen, wei-en akkerland, waarbij de aanwezigheid van deze soort sterk samenhangt met de dichtheid van muizenpopulaties. De hermelijn maakt veelal gebruik van hetzelfde type habitat als de wezel. Steenmarter heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen, houtwallen, bosjes en andere kleine landschapselementen. De boommarter heeft een voorkeur voor oude bossen, waar voldoende boomholtes aanwezig zijn. Ze worden echter ze ook gevonden in andere typen bos, van verschillende leeftijden.

Tijdens het veldbezoek zijn meerdere elementen waargenomen in de vorm van struwelen en bosjes die geschikt zijn als verblijfplaats voor marterachtigen. In het oostelijk deel van het plangebied is faunarijk grasland aanwezig. Op basis van

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 33/58

de habitatgeschiktheid kan het voorkomen van wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter in dit deel niet worden uitgesloten. De struwelen, bosjes en faunarijk grasland zijn geschikt als verblijfplaatsen, foerageer- en migratiegebied. Boommarter kan daarentegen wel worden uitgesloten op basis van de habitatgeschiktheid gezien geen bos met bomen met holtes aanwezig zijn in het plangebied. Eveneens zijn geen poepsporen (latrines) in de bomen aangetroffen. Het plangebied is geschikt voor (kleine) marterachtigen. Hierdoor kan het voorkomen van de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen worden de mogelijke verblijfplaatsen en foerageer- en migratiegebied verstoord en voor een langere periode ongeschikt. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook mogelijk van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat binnen 5 km van het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van de das. De enige waarneming van de soort in de regio van het plangebied heeft betrekking op een waarneming bij Oud-Zuilen. Dit bevindt hemelsbreed zo’n 5 km van het plangebied.

Alle overige waarnemingen zijn allen ten noorden/oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal en de A2. Dit zijn grote onnatuurlijke barrières voor de das. In het veenweidengebied ten westen en zuiden van het plangebied zijn geen waarneming van de das bekend. De das geeft de voorkeur aan een kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreid liggende bosjes, heggen en houtwallen. Ze prefereren voldoende dekking, een ruim voedselaanbod en een geschikte bodem voor het graven van een burcht. Doordat het verspreidingsgebied van de das buiten de regio van het plangebied bevindt, kan het voorkomen van de das worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat rondom het plangebied de beschermde waterspitsmuis is waargenomen. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, rond natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden.

Tijdens het veldbezoek zijn de wateren en oevers die het plangebied omzomen beoordeeld. Plekgewijs bevindt zich riet inde oeverzone. Echter is dit dermate fragmentarisch dat het leefgebied geen levensvatbare populatie kan huisvesten. Daarnaast bevinden de bekende leefgebieden van de soort om meerdere kilometers afstand ten noorden en noordwesten van het plangebied. Hierdoor kan het voorkomen van de soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in en rondom het plangebied het konijn en de haas zijn waargenomen. Konijnen leven in holen en prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden. Hazen hebben een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komen ook wel voor in open bos, heide en kwelders. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere elementen zoals struwelen, bosjes en faunarijk grasland die geschikt zijn als verblijfplaats voor zowel konijn als haas waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen holen, sporen en individuen aangetroffen.

Wel kan het gehele gebied gebruikt worden als foerageergebied voor konijn en haas. Het plangebied bevat geschikt leefgebied voor konijn en haas. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt zijn als foerageer- en leefgebied door verstoring van licht, geluid, betreding van maximaal 25.000 bezoekers en het plaatsen van bijvoorbeeld rijplaten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in en rondom het plangebied de eekhoorn is waargenomen. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos en gemengd bos,

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 34/58

maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Ze komen ook in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Tijdens het veldbezoek zijn alleen jonge dunne bomen waargenomen die niet geschikt zijn voor de eekhoorn. Tussen de jonge bomen zijn veel grote openingen aanwezig. Daarnaast zijn geen nesten of holtes aangetroffen in de bomen. Het houden van evenementen tot maximaal 25.000 bezoekers en alles ertussenin zorgt voor een zware belasting van het plangebied en daardoor het mogelijke leefgebied van de eekhoorn. Echter is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig in de vorm van bossen en grote bomen. Hierdoor kan het voorkomen van de soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.

Het plangebied en de direct aangrenzende bosschages kunnen samen het leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageergebied) vormen voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (inclusief Rode lijstsoorten en soorten van de Utrechtse soortenlijst). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen herontwikkeling geen vergunning voor de Omgevingswet hoeft te worden aangevraagd. Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht. Bij het aantreffen van deze soorten, dienen deze de gelegenheid te krijgen te kunnen vluchten. Het plangebied en de direct aangrenzende bosschages kunnen samen het leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageergebied) vormen voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen herontwikkeling geen vergunning voor de Omgevingswet hoeft te worden aangevraagd. Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht. Bij het aantreffen van deze soorten, dienen deze de gelegenheid te krijgen te kunnen vluchten.

7.2.3 AMFIBIEËN EN REPTIELEN De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn waargenomen (tabel 7.3). Verder zijn er meerdere algemene soorten waargenomen, zoals de bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, en kleine watersalamander. Deze algemene soorten zijn allemaal vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Utrecht. Er zijn geen additionele Rode Lijstsoorten aangetroffen (binnen een radius van 1 kilometer). Tabel 7.3. Waargenomen habitatrichtlijn- en nationaal beschermde amfibieën en reptielen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming

Soorten

Habitatrichtlijnsoorten

Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker

Nationaal beschermde soorten

Alpenwatersalamander, levendbarende hagedis, ringslang, hazelworm

De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort kamsalamander voorkomt. De kamsalamander wordt aangetroffen in bosrijk landschap zoals houtwallen of struweel. De kamsalamander komt voor in verschillende typen visvrije stilstaande wateren. De aanwezige wateren in en rondom het plangebied kenmerken zich door zwakstromende en stilstaande watergangen waarvan een gedeelte uit oeverbegroeiingen met riet bestaat. In de directe omgeving zijn meerdere andere watergangen aanwezig. Een goed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Hierdoor kan het voorkomen van de kamsalamander worden uitgesloten. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort poelkikker voorkomt. De poelkikker heeft als voorkeursbiotopen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijke graslanden. De soort komt voor in oligotrofe stilstaande wateren met zandgronden en in voedselrijker water op de rivierklei en in kommen voor. De aanwezige

SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1

WSP 19 november 2025 pagina 35/58

wateren in en rondom het plangebied kenmerken zich door stromende watergangen waarvan een gedeelte uit oeverbegroeiingen met riet bestaat. In de directe omgeving zijn meerdere andere watergangen aanwezig. De watergangen rondom het plangebied herbergen geen goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Hierdoor kan het voorkomen van de poelkikker worden uitgesloten. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort heikikker voorkomt. De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland. Daarnaast komt de soort voor in kleine geïsoleerde wateren en in sloten (in laagveen, klei-op-veen en komkleigebieden). De heikikker migreert over maximaal 400 meter. De bekende voortplantingswateren bevinden zich op meer dan 400 meter afstand. De watergangen hebben allemaal steile oevers. En kenmerken zich door een diepere watergang. Hierdoor zijn deze oeverzones en watergangen niet geschikt als voortplantingswater voor de heikikker. Het voorkomen van de heikikker in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet van toepassing.

De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort rugstreeppad voorkomt. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige bodems gelegen snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatie loos en zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn. De rugstreeppad heeft juist ondiep water nodig. Dit biotoop is in de huidige situatie niet aanwezig. Hierdoor kan het voorkomen van de rugstreeppad in de huidige situatie worden uitgesloten binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Echter de soort bevindt zich binnen 500-1000 meter van het plangebied. De soort kenmerkt zich door het plotselinge verschijnen in gebieden met zandige, ruderale ondergrond. Door de evenementen is de kans aanwezig dat dit door betreding ontstaat en dat vestiging van de soort kan plaatsvinden. Met als gevolg dat evenementen niet doorgang kunnen krijgen of dat een kleiner perceel in gebruik genomen kan worden. Aanvullende maatregelen zijn dan ook van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e266e96f-7818-4937-811e-c1127f6a1a5e