Quick scan ecologie
Tekst van het document
De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort alpenwatersalamander voorkomt. De alpenwatersalamander heeft de voorkeur voor zandige leembodems. Zee- en rivierklei wordt gemeden. De soort is te vinden in beboste gebieden of kleinschalige landschappen met heggen of struweel. Ook komt de soort voor in wateren met stilstaand of langzaam stromend water zoals vijvers, poelen of greppels. Tijdens het veldbezoek zijn heggen en struwelen aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als leefgebied voor de Alpenwatersalamander. Geschikte wateren zijn niet aanwezig rondom het plangebied gezien deze niet visvrij zijn. De alpenwatersalamander heeft zijn natuurlijke verspreidingsgebied onder de grote rivieren. De aanwezige exemplaren rondom het plangebied hebben betrekking op uitgezette exemplaren. Hierdoor geldt de algemene zorgplicht voor de soort. De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde repteilensoort ringslang voorkomt. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden.
Natte gebied worden gemeden, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. De wateren en de oevers rondom het plangebied Hampoort zijn geschikt als leefgebied voor de ringslang. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen, takkenhopen broeihopen of individuen van ringslang waargenomen in het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied bevat geschikt leefgebied voor ringslang. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt zijn door verstoring van licht, geluid, betreding van maximaal 25.000 bezoekers en het plaatsen van bijvoorbeeld rijplaten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde reptielensoorten hazelworm en levendbarende
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 36/58
hagedis voorkomt. De soorten komen voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, hoogveen en spoor- en wegbermen. Bekende leefgebieden van zowel de levendbarende hagedis als de hazelworm bevinden zich op meer dan 1 km van het plangebied. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt habitat in de vorm van, heidevelden, open bosranden en wegbermen aangetroffen. Wel heeft het plangebied een aantal bosschages. Die geschikt zijn. Echter omdat robuuste verbindingen ontbreken met de bekende leefgebieden kan het voorkomen van deze soorten worden uitgesloten in het plangebied. Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten kunnen fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën als de gewone pad, bruine kikker, groene kikker en kleine watersalamander. Ten aanzien van de alpenwatersalamander, levendbarende hagedis en hazelworm leiden de voorgenomen activiteiten niet tot aantasting/verstoring van het functionele leefgebied. Hierdoor zijn overtredingen van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. Het plangebied bevat geschikt voortplantings- en landbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Voor algemeen voorkomende amfibieën als bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad geldt de zorgplicht.
Mocht een migrerend individu worden waargenomen, dan dient deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten of wordt deze verplaatst tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
7.2.4 VLEERMUIZEN De verspreidingsgegevens van vleermuizen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) verschillende vleermuissoorten voorkomen (tabel 7.4). Tabel 7.4. Waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Habitatrichtlijnsoorten
Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis, Watervleermuis, Rosse vleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Tweekleurige vleermuis, Franjestaart, Ruige dwergvleermuis, Baardvleermuis, Meervleermuis, Kleine dwergvleermuis, Vale vleermuis, Bosvleermuis
Ten oosten van het plangebied bevindt zich bebouwing die potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen (Jeninga & Verbeek, 2022). In de bomen binnen het plangebied zijn geen geschikte holtes en/of loszittende bast aangetroffen die als verblijfplaats voor (semi-) boombewonende vleermuizen gebruikt kunnen worden. Wel kan het recreatieterrein fungeren als vliegroute en foerageergebied voor zowel gebouw- als boombewonende soorten. Door de voorgenomen activiteiten kunnen tijdelijk meer licht en geluid in de omgeving van het plangebied zijn. De foerageergebied en vliegroutes kunnen verstoord worden door het mogelijk aanwezige licht van de evenementen. Dit geldt alleen voor de voorgenomen activiteiten in de actieve periode van vleermuizen (begin april – eind oktober). Uit onderzoek blijkt dat vleermuizen tijdens evenementen met muziek rond de 40 meter vanaf de geluidsbron ontwijkend gedrag ging vertonen. (Jannsen et al. 2017, Hooker, et al., 2023). Ten aanzien van verlichting (geldt alleen voor de actieve periode van vleermuizen) kan op voorhand negatieve effecten op foerageergebied en vliegroutes niet worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen kan op voorhand dan ook niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook aan de orde. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8.
7.2.5 ONGEWERVELDEN De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde, rode lijst en door Utrecht aangewezen soorten ongewervelden zijn waargenomen.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 37/58
Tabel 7.5. Waargenomen beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Nationaal beschermde soorten
Grote vos, gevlekte witsnuitlibel, rivierrombout, groene glazenmaker, iepenpage
Rode Lijstsoorten
Bruin blauwtje, groene glazenmaker
Utrechtse soortenlijst
Gewone slobkousbij, grote klokjesbij, kattenstaartdikpoot, klokjesdikpoot, lathyrusbij, resedamaskerbij, gestreepte waterroofkever, groene glazenmaker,
De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de grote vos is waargenomen. De grote vos komt vooral voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen zoals iep, zoete kers en ratelpopulier. Daarnaast heeft de soort open maar ook beschutte plaatsen nodig. Boomsoorten als zoete kers en wilg zijn aangetroffen in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Hierdoor kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten potentieel als functioneel leefgebied voor de grote vos fungeren. Ten behoeve van de voorgenomen activiteiten worden geen bomen gekapt. De rupsen leven in de boomkronen. Hier vinden geen activiteiten plaats en is vertrapping van rupsen eveneens niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de rivierrombout is waargenomen.
De rivierrombout is een soort van het rivierenland. Gezien het plangebied zich niet in de nabijheid van grotere rivieren bevindt kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten niet beschouwd worden als essentieel leefgebied voor de soort. In sommige gevallen gaan exemplaren zwerven en kan dan opduiken in suboptimale leefgebieden. Echter betreft het dan een zwervend exemplaar zonder enige binding met het plangebied. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de gevlekte witsnuitlibel is waargenomen. Deze soort is te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. Gezien in het plangebied geen verlandingszones van laagveenmoerassen, bosplassen of hoogveen- en heidegebieden heeft kan het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten niet beschouwd worden als essentieel leefgebied voor de soort. In sommige gevallen gaan exemplaren zwerven en kunnen dan opduiken in suboptimale leefgebieden. Echter betreft het dan een zwervend exemplaar zonder enkele binding met het plangebied.
De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de groene glazenmaker is waargenomen. In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbenscheer. Alleen op plaatsen waar krabbenscheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor. In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbenscheer. Alleen op plaatsen waar krabbenscheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor. Gezien in het plangebied geen krabbenscheer is aangetroffen kan het voorkomen van de groene glazenmaker worden uitgesloten. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de iepenpage is waargenomen. De habitat van de iepenpage bestaat uit iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen. In het plangebied zijn meerdere iepen aanwezig. Deze iepen kunnen potentieel leefgebied vormen voor de iepenpage. De soort verblijft vooral in de boomkronen als imago en als rups in de bloemknoppen.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 38/58
Ten behoeve van de voorgenomen activiteiten worden geen bomen gekapt. De rupsen leven in de boomkronen. Hier vinden geen activiteiten plaats en is vertrapping van rupsen eveneens niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de soort. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De Rode lijstsoort bruin blauwtje is in het plangebied waargenomen. Het bruin blauwtje heeft als waardplant ooievaarsbek en wordt aangetroffen bij droge, zandige, open kruidenrijke en schrale graslanden. In het plangebied Hampoort is geschikt habitat voor deze vlindersoort aanwezig in de vorm de bloemrijke faunarijke graslanden in het plangebied. De soort bruin blauwtje is aangetroffen in het plangebied. Doordat de soort verspreid over het gehele plangebied waargenomen is, is de kans groot dat hier een populatie aanwezig is. Eveneens is potentieel habitat aanwezig voor verschillende soorten wilde bijen die opgenomen zijn in de Utrechtse soortenlijst. Dit wordt versterkt door de aanwezige waardplanten grote kattenstaart en grote wederik. Dit zijn de waardplanten van de gewone slobkousbij, bruine slobkousbij en kattenstaartdikpoot. Deze waardplanten staan in de oeverzones van de watergangen.
Daarnaast kunnen in de hooilanden soorten als grasklokje, veldlathyrus, wilde cichorei voorkomen. Dergelijke soorten zijn waarden nectarplanten voor soorten als klokjesdikpoot, lathyrusbij en grote klokjesbij. Het voorkomen van deze soorten kan binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan mogelijk ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde (zie hoofdstuk 8). De gebieden bieden beide groenstructuren die geschikt zijn voor algemeen voorkomende ongewervelden. Het plangebied bevat geschikte begroeiing voor algemeen voorkomende soorten. Mocht een migrerend individu worden waargenomen, dan dient deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten of wordt deze verplaatst tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Hierbij geldt te allen tijde de zorgplicht.
7.2.6 VOGELS De verspreidingsgegevens van vogels (NDFF 2015-2025) geven aan dat in en rondom het plangebied (in de radius van 5 kilometer) diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voorkomen (tabel 7.6). Tabel 7.6. Waargenomen jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats
Steenuil, sperwer, huismus, gierzwaluw, ooievaar, slechtvalk, grote gele kwikstaart, buizerd, boomvalk, havik, ransuil, roek, kerkuil, wespendief, zwarte wouw
Vogels met jaarrond beschermde nesten In en rondom het plangebied zijn solitaire bomen en bomenrijen aanwezig die potentieel geschikt habitat aan deze soorten kunnen bieden. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten en boomholten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Aangezien het veldbezoek in een periode is uitgevoerd waarbij de bomen vol in blad stonden kan niet worden uitgesloten dat nesten aanwezig zijn. Het plangebied heeft potentie om onderdeel uit te maken van het functionele leefgebied voor soorten als buizerd, ransuil, boomvalk, sperwer en havik. Ten oosten van het plangebied is geschikte bebouwing aanwezig voor de huismus. Ook is kleinschalig landschap in en rondom het plangebied aanwezig. Daarom is het plangebied geschikt foerageergebied voor de kerkuil en de steenuil. In het plangebied zijn ook bomenrijen van hoge bomen aanwezig. Deze zijn geschikt voor de roek. Daarentegen zijn geen grote horsten als die van de ooievaar niet aangetroffen in het plangebied. Eveneens bevinden zich in en rondom geen hoge bebouwing (5 verdiepingen of hoger). Hierdoor kan het voorkomen van de slechtvalk in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de gierzwaluw die enkel en alleen foerageert in de lucht.
Vanwege het ontbreken van rivieren in en rondom het plangebied is het voorkomen van de grote gele kwikstaart als broedvogel binnen het plangebied uitgesloten. Grote bospercelen (zwarte wouw) zijn in en rondom het plangebied niet aanwezig. Daarom kan het voorkomen van deze
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 39/58
soorten als broedvogel in het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten worden uitgesloten. Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemene vogelsoorten waargenomen, waaronder houtduif, ekster en koolmees. In het plangebied zijn bosjes en hoog gras aanwezig waar algemene broedvogels kunnen foerageren en broeden. Ook de directe omgeving van het plangebied bevat potentieel gunstige groenstructuren voor zowel de soorten van de Utrechtse soortenlijst en algemene soorten, welke als broedplaats kunnen dienen. Vogels met jaarrond beschermde nesten Aangezien het veldbezoek in de bladperiode van de bomen is uitgevoerd, was het niet mogelijk alle bomen volledig te inspecteren op nesten. Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden door de voorgenomen evenementen in het plangebied als het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet kan dan op voorhand niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Foerageergebied vogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens de evenementen is het plangebied tijdelijk niet geschikt als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten.
Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden door de voorgenomen activiteiten in het plangebied als het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet kan dan op voorhand niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Algemene broedvogels Ondanks de ligging in stedelijk gebied kunnen de evenementen leiden tot verstoring van in gebruik zijnde nesten door het gebruik van licht, geluid en aanwezigheid van menselijke activiteiten. Daarentegen blijkt uit onderzoek dat het geluid van festivals geen significant effect heeft op vogels zolang het maar een tijdelijke verstoring is (Dierikx, 2023). Ten aanzien van de activiteiten in het broedseizoen zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8.
7.3 GESCHIKTHEID VOOR EVENEMENTEN De omgeving van het terrein heeft door de inrichting, ligging en habitatseigenschappen een verhoogde natuurwaarde voor de soortgroepen vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, reptielen, vleermuizen en vogels. Het gaat hierbij om groeiplaatsen van Rode lijstsoorten. Daarnaast gaat het om functioneel leefgebied van de otter, bever, wezel, bunzing, hermelijn, steen- en boommarter maar ook vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen en mogelijke nestplaatsen van vogels in (de omgeving van) het plangebied. Door het nemen van maatregelen zijn negatieve effecten te voorkomen. Voor overige soortgroepen zijn geen maatregelen nodig.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 40/58
7.4 VOORWAARDEN EN MAATREGELEN Gelet op het voorgaande zijn er minstens de volgende voorwaarden en maatregelen noodzakelijk voorafgaand aan het in gebruik nemen van het terrein: • In kaart brengen groeiplaatsen grote wederik, grote kattenstaart, grasklokje, veldlathyrus (rode lijstsoorten, soorten Utrechtse soortenlijst en waard- en nectarplanten wilde bijen en bruin blauwtje). o Noodzakelijk om eventuele groeiplaatsen af te schermen tijdens de evenementen • Nestencheck in bladloze periode (december-januari) ten aanzien van jaarrond beschermde nesten en eekhoorn o Bij aantreffen aanwezige nesten is mogelijk nader onderzoek noodzakelijk. • Mitigatieplan noodzakelijk ten aanzien van (kleine) marterachtigen • Nader onderzoek noodzakelijk ten aanzien van de haas en konijn o Mogelijk vergunningsaanvraag noodzakelijk • Festivalterrein minimaal 50 meter vanaf de Vleutense Wetering inrichten ten aanzien van leefgebied waterspitsmuis, ringslang, bever en otter. • De bosschages en wateroppervlakken in de omgeving dienen niet direct belicht te worden. Dit houdt in dat de verlichting op het evenemententerrein gericht is en dat voorkomen wordt dat deze naar boven en de omgeving uitstraalt. Dit kan door gebruik te maken van gerichte armaturen, waarbij de voorkeur heeft vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting te gebruiken.
o Anders onderzoek (2 bezoeken in de periode mei-augustus) gebruik plangebied als vliegroute en foerageergebied door vleermuizen • Voorafgaand aan de opbouw is daarom een broedvogelcontrole (algemeen voorkomende broedvogels) noodzakelijk, uitgevoerd door een ecoloog. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig die invloed kunnen hebben op de uitvoering van het evenement. Gelet op ervaringen in vergelijkbare parken zijn waarschijnlijk voldoende maatregelen te treffen om verstoring te voorkomen.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 41/58
8 RIJNENBURG 8.1
BIOTOOPBESCHRIJVING
Het plangebied betreft een tweetal polders; polder Rijnenburg en polder Reijerscop. Deze liggen tussen de plaatsen Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein in, en zijn ingeklemd door de A12 ten noorden en de A2 ten oosten (figuur 8.1). Het gebied bestaat voornamelijk uit agrarisch grasland met sloten. Aan de zuidkant ligt de Nedereindse Plas, een plassengebied dat door zandwinning is ontstaan en deels recreatief wordt gebruikt. Door de polders lopen de wegen Nedereindseweg, Reijerscop, Meerndijk, Ringkade en Heycopperkade die deels lintbebouwing hebben. In 2035 zal een gebiedsontwikkeling voor het plangebied Rijnenburg van start gaan. Hierbij wordt nieuwbouw gerealiseerd en zal het gehele plangebied omgevormd worden.
Figuur 8.1. Locatie van het plangebied “Rijnenburg”
8.2 TOETSING FLORA- EN FAUNA ACTIVITEIT Voor Plangebied Rijnenburg is geen veldbezoek gedaan. Voor beoordeling van habitats binnen het plangebied zijn de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) en online kaarten gebruikt om een beeld te gegeven van hoe het plangebied eruitziet. Vanuit deze informatie is besloten welke habitats aanwezig zijn binnen het plangebied.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 42/58
8.2.1
VAATPLANTEN
De verspreidingsgegevens van vaatplanten (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat rondom het plangebied beschermde vaatplanten (tot 5 kilometer) en Rode lijstsoorten (tot 1 kilometer) zijn aangetroffen (tabel 8.1). Het plangebied bestaat grotendeels uit hooi- en weilanden waarbij twee bosjes in het plangebied aanwezig zijn. Daarnaast zijn vele sloten en watergangen in het plangebied aanwezig waarbij sommige watergangen een dichte oeverbegroeiing hebben dat geschikt habitat biedt voor vele vaatplanten. Tabel 8.1. Beschermde- en Rode lijst vaatplanten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Beschermde vaatplanten
Stijve wolfsmelk, groot spiegelklokje, wolfskers, kartuizer anjer, kluwenklokje, muurbloem, wilde ridderspoor, kruiptijm, blaasvaren, schubvaren, glad biggenkruid, naaldenkervel, knolspirea, ruw parelzaad, akkerboterbloem, grote bosaardbei, naakte lathyrus, dreps
Rode lijstsoorten
Waterdrieblad, zomerklokje, veldsaliebostulp, korenbloem, gele kornoelje, rapunzelklokje, kamgras, verfbrem, voorjaarsganzerik, selderij, gewone agrimonie, wilde kievitsbloem, blauwe knoop, tripmadam, muurhavikskruid, plat fonteinkruid, polei, wilde ridderspoor
Utrechtse soortenlijst
aardakker, akkerklokje bijenorchis, brede lathyrus, brede wespenorchis, distelbremraap dotterbloem, fijn venushaar gele helmbloem, grasklokje, grote kattenstraat, grote wederik, grote kaardenbol, grote keverorchis, hondskruid, klein glaskruid kruisbladgentiaan, maretak, moeraswespenorchis, prachtklokje, rapunzelklokje, rietorchis, ruig klokje, slanke sleutelbloem, steenbreekvaren stengelloze sleutelbloem, stengelomvattend havikskruid, tongvaren, veldsalie, vleeskleurige orchis, veldlathyrus, wilde reseda, wouw, waterdrieblad, winterheliotroop wilde marjolein, zomerklokje, zwanenbloem, zwartsteel, zwartblauwe rapunzel
Uit de NDFF blijkt dat de afgelopen 10 jaar de nationaal beschermde soort wilde ridderspoor en kartuizer anjer zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. De waarnemingen zijn afkomstig van nieuwbouwlocaties en bevinden zich alleen ten noorden en noordoosten van het plangebied. Daarnaast blijkt uit de NDFF dat de afgelopen 10 jaar 23 verschillende Rode Lijstsoorten zijn waargenomen rondom het plangebied. Dit zijn onder andere gewone wilde kievitsbloem, schijnraket en trosdravik. Dit zijn soorten van zonnige biotopen en soortenrijke graslanden. Het huidige landgebruik gekenmerkt door intensieve landbouwpercelen bestaande uit akkers en soortenarme Engels en Italiaans raaigraslanden. In beide situaties worden de aanwezige graslanden sterk bemest en frequent omgeploegd of gemaaid. Hierdoor kunnen soorten van open, zandige milieus en voedselarme en matige milieus worden uitgesloten binnen het plangebied. Door het frequent maaien is een dichte graszode ontstaan waardoor minder kiemkrachtige kruiden niet de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling te komen. Daarnaast ontbreken houtopstanden binnen het plangebied.
In combinatie met al de hierboven benoemde standplaatsen en biotopen kan het voorkomen van zowel nationaal beschermde vaatplanten als vaatplanten op de Rode Lijst en Utrechtse soortenlijst in het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten.
8.2.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een 5 kilometer radius) beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen (tabel 8.2). Voor een aantal van deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Utrecht zoals de aardmuis, bosmuis, egel, ree en vos.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 43/58
Tabel 8.2. Waargenomen habitatrichtlijn- en nationaal beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Habitatrichtlijnsoorten
Wolf, bever, otter
Nationaal beschermde soorten
Haas, konijn, eekhoorn, bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter, boommarter, waterspitsmuis en das.
Uit het bronnenonderzoek blijkt dat de bever in directe omgeving van het plangebied voorkomt. Bevers leven doorgaans in de directe omgeving van watergangen en moerassen en worden zelden ver buiten de watergang/oeverzones aangetroffen. Daarnaast moet er voldoende voedsel aanwezig zijn in de vorm van wilgenbroekbossen en andere houtopstanden. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen) geven aan dat er meerdere waarnemingen van de bever zijn gedaan binnen 5 kilometer van het plangebied. De meeste waarnemingen zijn gedaan bij de “Harrijnseplas” op ongeveer 5 kilometer van het plangebied. In en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen en sloten aanwezig. In het gebied liggen enkele kleine houtopstanden. Echter zijn deze dermate klein en ontbreken in het overige deel van het plangebied bomen dat het gebied als ongeschikt wordt gezien voor de bever. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied van de bever. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan binnen 5 km van het plangebied de wolf is waargenomen.
Wolven leven in roedels, bestaande uit een volwassen paar en hun nakomelingen. De jongen verlaten het ouderlijk territorium om elders een eigen territorium te vestigen. Hiervoor kunnen zij grote afstanden afleggen. Het plangebied biedt niet de geprefereerde structuur voor rust-, foerageer en schuilplaatsen. Het plangebied bestaat uit hooi- en weilanden die geen schuilplaatsen bieden. Hierdoor kan het voorkomen van de wolf worden uitgesloten. Het houden van evenementen tot maximaal 25.000 bezoekers en alles ertussenin zorgt voor een zware belasting van het plangebied en ervoor zorgt dat delen van het plangebied tijdelijk niet geschikt zijn. Echter heeft het plangebied niet de geprefereerde structuur voor rust-, foerageer en schuilplaatsen biedt voor de wolf. Hierdoor kan het voorkomen van de soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan binnen 5 km van het plangebied de otter is waargenomen.
Otters zijn solitaire dieren en leven in brede oeverzones met voldoende dekking en rust. In het plangebied zijn meerdere watergangen aanwezig waaronder een bredere wetering met oevers. Deze watergangen kunnen onderdeel zijn van het leefgebied van de otter. Tijdens de evenementen zal er veel extra geluid en licht aanwezig zijn. Dit zorgt mogelijk voor verstoring van de otter. De voorgenomen evenementen leiden mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen zijn dan mogelijk van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat marterachtigen, (bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter en boommarter) zijn aangetroffen binnen 5 kilometer rondom het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend. Alle waarnemingen zijn van aan de randen van het plangebied over verder buiten het plangebied (>300 meter). Al deze soorten kunnen als rustplaats gebruik maken van bestaande holen, bijvoorbeeld van konijnen, maar ook van takken- en steenhopen. Voldoende dekking in de vorm van hoog gras en struwelen is essentieel voor de aanwezigheid van marterachtigen.
De bunzing prefereert kleinschalige landschappen met veel structuur zoals houtwallen, greppels, sloten en overhangende vegetatie. De wezel komt vaak voor in bossen, duinen, wei-en akkerland, waarbij de aanwezigheid van deze soort sterk samenhangt met de dichtheid van muizenpopulaties. De hermelijn maakt veelal gebruik van hetzelfde type habitat als de wezel. De steenmarter heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 44/58
schuren, heggen, houtwallen, bosjes en andere kleine landschapselementen. De boommarter heeft een voorkeur voor oude bossen, waar voldoende boomholtes aanwezig zijn. Ze worden echter ze ook gevonden in andere typen bos, van verschillende leeftijden. Het plangebied is een agrarisch gebied met voornamelijk laag grasland. Wel zijn langs de vele sloten structuurrijke oevers aanwezig. Daarnaast zijn in het westelijke deel en het uiterste noordoosten van het plangebied een bosje aanwezig en zijn bij verschillende boerenerven geschikte structuren aanwezig die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor de wezel, hermelijn en bunzing. Foerageergebied is door de slootranden met oeverbegroeiingen in het plangebied aanwezig. De akkerpercelen en monotone intensief gemaaide Engels en Italiaans raaigraslanden bieden geen dekking voor de soorten en zijn dan ook ongeschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Hierdoor kan het voorkomen van de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen worden de mogelijke verblijfplaatsen en foerageer- en migratiegebied verstoord en voor een langere periode ongeschikt. De voorgenomen evenementen leiden dan ook mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied.
Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat binnen 5 km van het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van de das. De das geeft de voorkeur aan een kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreid liggende bosjes, heggen en houtwallen. Ze prefereren voldoende dekking, een ruim voedselaanbod en een geschikte bodem voor het graven van een burcht. Het plangebied is een agrarisch gebied met voornamelijk laag grasland met dichte oeverbegroeiingen en twee bosjes die geleiding bieden. Dit is geschikt foerageergebied voor de das. In het plangebied is geschikt leefgebied voor de das aanwezig. Oor de evenementen zullen delen van het plangebied ongeschikt worden voor de das. Echter zijn rondom het plangebied geen waarnemingen van das bekend. Dit gezien het plangebied niet binnen de regionale verspreiding van de das valt. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.
De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in en rondom het plangebied het konijn en haas zijn waargenomen. Konijnen leven in holen en prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden. Hazen hebben een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komen ook wel voor in open bos, heide en kwelders. Het plangebied is een agrarisch gebied met voornamelijk hooi en weiland percelen. Dit gebied biedt voor de haas zowel mogelijke verblijfplaatsen en foerageergebied. Het konijn kan het plangebied gebruiken als foerageergebied. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de haas en het konijn. Hierdoor kan het voorkomen van de haas en konijn binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen zullen delen van het plangebied ongeschikt worden als leef- en foerageergebied van de haas en konijn. Voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan mogelijk ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde.
De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in en rondom het plangebied de eekhoorn is waargenomen. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos en gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Ze komen ook in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. In het plangebied zijn afgezien van twee bosjes en een aantal bomenrijen geen geschikte bomen aanwezig voor de eekhoorn. Deze bosjes en bomenrijen zijn niet met elkaar verbonden en vormen daardoor geen geschikt leefgebied voor de eekhoorn. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 45/58
De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat rondom het plangebied de beschermde waterspitsmuis is waargenomen. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, rond natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. In het plangebied zijn geschikte wateren en oevers aanwezig voor de waterspitsmuis. Uit de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) blijkt dat in de polder Reijerscop de waterspitsmuis is aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van waterspitsmuis niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Tijdens de evenementen zal er veel extra geluid, licht en trillingen aanwezig zijn. Dit zorgt mogelijk voor verstoring van waterspitsmuis. De voorgenomen evenementen leiden mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen zijn dan mogelijk van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde.
Het plangebied en de direct aangrenzende bosschages kunnen samen het leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageergebied) vormen voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen herontwikkeling geen vergunning voor de Omgevingswet hoeft te worden aangevraagd. Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht. Bij het aantreffen van deze soorten, dienen deze de gelegenheid te krijgen te kunnen vluchten.
8.2.3 AMFIBIEËN EN REPTIELEN De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn waargenomen (tabel 8.3). Verder zijn er meerdere algemene soorten waargenomen, zoals de bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, en kleine watersalamander. Deze algemene soorten zijn allemaal vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Utrecht. Er zijn geen additionele Rode Lijstsoorten aangetroffen (binnen een radius van 1 kilometer). Tabel 8.3. Waargenomen habitatrichtlijn- en nationaal beschermde amfibieën en reptielen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Habitatrichtlijnsoorten
Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker
Nationaal beschermde soorten
Alpenwatersalamander, levendbarende hagedis, ringslang, hazelworm
De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort kamsalamander voorkomt. De kamsalamander wordt aangetroffen in bosrijk landschap zoals houtwallen of struweel. De kamsalamander komt voor in verschillende typen visvrije stilstaande wateren. Het plangebied bevat vele watergangen en zijn twee kleine houtopstanden zijn aanwezig. Echter betreffen het watergangen die relatief ondiep zijn, geen goed ontwikkelde onderwatervegetatie bevat en in verbinding staat met andere grotere watergangen waardoor de aanwezigheid van vissen aannemelijk is. Hierdoor zijn de watergangen in en rondom het plangebied niet geschikt als voortplantingswater voor de kamsalamander. Vanwege het eveneens ontbreken van meerdere grotere houtopstanden als overwinteringsgebied kan het voorkomen van de kamsalamander worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.
De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 46/58
amfibieënsoort poelkikker voorkomt. De poelkikker heeft als voorkeursbiotopen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijke graslanden. De soort komt voor in oligotrofe stilstaande wateren met zandgronden en in voedselrijker water op de rivierklei en in kommen voor. Het plangebied bevat vele watergangen waarbij een aantal met grote oeverbegroeiingen. Dit biedt geschikt leefgebied voor de poelkikker. Hierdoor kan de poelkikker niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de poelkikker. Hierdoor kan het voorkomen van deze soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt worden als leefgebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied van deze soorten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat binnen het plangebied de beschermde amfibieënsoort heikikker voorkomt. De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland.
Daarnaast komt de soort voor in kleine geïsoleerde wateren en in sloten (in laagveen, klei-op-veen en komkleigebieden). Het plangebied heeft geschikt habitat voor de heikikker in de vorm van half natuurlijke graslanden. Hierdoor kan de heikikker niet worden uitgesloten binnen het plangebied. De heikikker gebruikt in het plangebied de oeverzones als voortplantingswater. De hogere delen van de oeverzones en de aanwezige kleine houtopstanden in het gebied worden gebruikt als overwinteringsgebied. De aanwezige graslanden worden gebruikt om te migreren. Echter zijn deze in het plangebied suboptimaal door het frequent maaien en hier gedurende meerdere perioden ontbreken van dekking. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de heikikker. Hierdoor kan het voorkomen van deze soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt worden als leefgebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied van deze soorten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde.
De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in het plangebied en de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort rugstreeppad voorkomt. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige bodems gelegen snel opwarmende oeverzones, kale bodems en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatie loos en zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn. Het plangebied bevat vele ondiepe sloten en rijsporen van landbouwwerktuigen waardoor geschikt voortplantingswater aanwezig is. Daarnaast is geschikt landhabitat voor de rugstreeppad ook aanwezig. Dit blijkt ook uit de uitgevoerde natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022). Hierdoor kan het voorkomen van de rugstreeppad niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de rugstreeppad. Hierdoor kan het voorkomen van deze soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt worden als leefgebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook mogelijk tot aantasting van het functionele leefgebied van deze soorten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing.
Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. De verspreidingsgegevens van amfibieën (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde amfibieënsoort alpenwatersalamander voorkomt. De alpenwatersalamander heeft de voorkeur voor zandige leembodems. Zee- en rivierklei wordt gemeden. De soort is te vinden in beboste gebieden of kleinschalige landschappen met heggen of struweel. Ook komt de soort voor in wateren met stilstaand of langzaam stromend water zoals vijvers, poelen of greppels. Geschikt habitat voor de alpenwatersalamander is aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor is de soort binnen het plangebied niet uit te sluiten. De alpenwatersalamander heeft zijn natuurlijke verspreidingsgebied onder de grote rivieren. De aanwezige exemplaren rondom het plangebied hebben betrekking op uitgezette exemplaren. Hierdoor geldt enkel de algemene zorgplicht.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 47/58
De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde repteilensoort ringslang voorkomt. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Nat gebied worden gemeden, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. Plangebied Rijnenburg bevat geschikt leefgebied voor de ringslang in de vorm van watergangen, dijkjes en talud van de A2 en A12. Hierdoor kan het voorkomen van de ringslang niet worden uitgesloten in het plangebied. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor ringslang. Hierdoor kan het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling niet worden uitgesloten. Door de evenementen zullen delen van het plangebied tijdelijk ongeschikt worden als leefgebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook tot aantasting van het functionele leefgebied van deze soorten. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde.
Levendbarende hagedis & Hazelworm De verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de beschermde reptielensoorten hazelworm en levendbarende hagedis voorkomt. De soorten komen voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, hoogveen en spoor- en wegbermen. Het plangebied bestaat voornamelijk uit hooi- en weilanden. Dit is geen geschikt habitat voor hazelworm en levendbarende hagedis. Hierdoor is het voorkomen van de soorten daarmee uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten kunnen fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, bruine kikker, groene kikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt enkel en alleen de algemene zorgplicht.
8.2.4 VLEERMUIZEN De verspreidingsgegevens van vleermuizen (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) verschillende vleermuissoorten voorkomen (tabel 8.4). Tabel 8.4. Waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Habitatrichtlijnsoorten
Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis, Watervleermuis, Rosse vleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Tweekleurige vleermuis, Franjestaart, Ruige dwergvleermuis, Baardvleermuis, Meervleermuis, Kleine dwergvleermuis, Vale vleermuis, Bosvleermuis
Aan de ringkade in het plangebied zijn woningen aanwezig die geschikt zijn als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen (Jeninga & Verbeek, 2022). Daarnaast zijn structuren, bosjes en bomenrijen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Door de voorgenomen activiteiten kunnen tijdelijk meer licht en geluid in de omgeving van het plangebied zijn. De verblijfplaatsen kunnen verstoord worden door het mogelijk aanwezige licht van de evenementen. Dit geldt alleen voor de voorgenomen activiteiten in de actieve periode van vleermuizen (begin april – eind oktober). Gebouwbewonende vleermuizen hebben volgens onderzoek weinig last van extra geluid in hun omgeving. Dit komt vanwege het feit dat ze andere frequenties horen dan mensen waardoor het extra geluid van de evenementen wegvalt. Uit onderzoek bleek dat vleermuizen tijdens evenementen met muziek rond de 40 meter vanaf de geluidsbron ontwijkend gedrag ging vertonen. (Jannsen et al. 2017, Hooker, et al., 2023). Indien de geluidsinstallaties minstens 40 meter van de omringende bebouwing worden geplaatst zijn negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen uit te sluiten.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 48/58
Ten aanzien van verlichting (geldt alleen voor de actieve periode van vleermuizen) kunnen op voorhand negatieve effecten op foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes niet worden uitgesloten. Overtreding van verbodsartikelen kan op voorhand dan ook niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn dan ook aan de orde.
8.2.5 ONGEWERVELDEN De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) beschermde, rode lijst en door Utrecht aangewezen soorten ongewervelden zijn waargenomen. Tabel 8.5. Waargenomen beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Nationaal beschermde soorten
Grote vos, gevlekte witsnuitlibel, rivierrombout, groene glazenmaker, iepenpage
Rode Lijstsoorten
Bruin blauwtje, groene glazenmaker
Utrechtse soortenlijst
Gewone slobkousbij, grote klokjesbij, kattenstaartdikpoot, klokjesdikpoot, lathyrusbij, resedamaskerbij, gestreepte waterroofkever, groene glazenmaker,
De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de grote vos is waargenomen. De grote vos komt vooral voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen zoals iep, zoete kers en ratelpopulier. Daarnaast heeft de soort open maar ook beschutte plaatsen nodig. In het plangebied zijn geen (kleine) open bossen, boomgaarden en bosranden aanwezig. Hierdoor kan het voorkomen van de grote vos in het plangebied worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de rivierrombout is waargenomen. De rivierrombout is een soort van het rivierenland. In en rondom het plangebied zijn vele watergangen aanwezig. Echter bevindt het plangebied op zeer grote afstand van de dichtstbijzijnde rivier. Hierdoor ontbreekt geschikt voortplantingswater voor de rivierrombout.
De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de gevlekte witsnuitlibel is waargenomen. Deze soort is te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. In het plangebied zijn geen laagveenmoerassen, bosplassen of hoogveen- heidevennen aanwezig. Hierdoor is het voorkomen van de gevlekte witsnuitlibel uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de groene glazenmaker is waargenomen. In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbenscheer.
Alleen op plaatsen waar krabbenscheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor.
SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 49/58
In het plangebied liggen vele watergangen die mogelijk groeiplaatsen kunnen hebben voor krabbenscheer. Hierdoor zou het plangebied in theorie geschikt kunnen zijn voor groene glazenmaker. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De verspreidingsgegevens van ongewervelden (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (binnen een radius van 5 kilometer) de iepenpage is waargenomen. De habitat van de iepenpage bestaat uit iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen. Het plangebied heeft op meerdere locaties bomen en bomenrijen. Gezien geen veldbezoek is uitgevoerd kan niet worden uitgesloten dat er iepen in het plangebied staan. Hierdoor kan dus ook niet kan worden uitgesloten of er geschikt habitat voor iepenpage is binnen het plangebied. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Overtreding van verbodsartikelen is dan ook niet van toepassing. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde.
Ondanks dat de verspreidingsgegevens van de platte schijfhoren geen locaties weergeeft in en rondom het plangebied kenmerkt het gebied wel door potentieel leefgebied voor de soort. De platte schijfhoren komt overwegend in ondiepe, onbeschaduwde wateren met een uitbundige onderwatervegetatie. De dieren worden onder andere aangetroffen in plassen en voedselrijke sloten van (veen-)weidegebieden. Andere biotopen zijn voedselrijke duin- en laagveenplassen en het overstromingsgebied van de grote rivieren. In graslandpolders op kleibodems komt de soort significant minder voor dan in graslandpolders op veenbodems. De aanwezige relatief ondiepe watergangen die voedselrijk zijn, behoren tot het potentiële leefgebied van de platte schijfhoren. Bij eventuele dempen van watergangen ten behoeve van het evenemententerrein kan op voorhand niet worden uitgesloten dat exemplaren van de platte schijfhoren en hiermee ook functioneel leefgebied van de soort aangetast wordt. Op voorhand kan dus niet worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden en hiermee overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet worden overtreden. Aanvullende maatregelen zijn dan ook aan de orde. De Rode lijstsoort bruin blauwtje is in het plangebied waargenomen. Het bruin blauwtje heeft als waardplant ooievaarsbek en wordt aangetroffen bij droge, zandige, open kruidenrijke en schrale graslanden.
Gezien het plangebied geen geschikt habitat heeft voor deze vlindersoort is dit een dwaalgast. Hierdoor kan het voorkomen van deze soort binnen het plangebied en het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. De voorgenomen evenementen leiden dan ook niet tot aantasting van het functionele leefgebied. Aanvullende maatregelen zijn niet aan de orde. De gebieden bieden beide groenstructuren die geschikt zijn voor algemeen voorkomende ongewervelden. Hierbij geldt te allen tijde de zorgplicht.
8.2.6 VOGELS De verspreidingsgegevens van vogels (NDFF 2015-2025 en verspreidingsatlassen en de natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) geven aan dat in en rondom het plangebied (in de radius van 5 kilometer) diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voorkomen (tabel 8.6). Tabel 8.6. Waargenomen jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2025). Bescherming
Soorten
Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats
Steenuil, sperwer, huismus, gierzwaluw, ooievaar, slechtvalk, grote gele kwikstaart, buizerd, boomvalk, havik, ransuil, roek, kerkuil, wespendief, zwarte wouw
Uit de uitgevoerde natuurtoets (Jeninga en Verbeek, 2022) wordt vermeld dat in het plangebied 4 territoria van buizerd aanwezig, van de havik 1 territoria, van de ransuil 3 territoria en van de steenuil 6 territoria zijn vastgesteld. De havik en buizerd komen hoofdzakelijk voor in polderbosjes op (enige) afstand van bebouwing. Van beide soorten werden bezette nesten aangetroffen in een veldonderzoek in 2019 (Verbeek et al. 2020). De ransuil komt voor in de beplanting van de SOB031093 – Ecologische beoordeling (potentiele) evenemententerreinen Gemeente Utrecht Quickscan ecologie WAB029995, Versie 1
WSP 19 november 2025 pagina 50/58
Nedereindseweg, Meerndijk en Heycopperkade. De steenuil is in het plangebied gebonden aan de bebouwing (Ringkade, Nedereindseweg, Meerndijk). Daarnaast bevindt zich in het noordwestelijke deel van het plangebied aan de Meerndijk een grote kolonie roeken. Rondom het plangebied zijn verschillende woningen aanwezig. Deze woningen bevatten mogelijke nestlocaties die gebruikt kunnen worden door huismus, steenuil en kerkuil. Gezien deze informatie kan niet worden uitgesloten dat vogels met jaarrond beschermde nesten zich binnen het plangebied bevinden. Door de evenementen kan verstoring ontstaan door het gebruik van licht en geluid. Uit onderzoek blijkt dat het geluid van festivals geen significant effect heeft op vogels zolang het maar een tijdelijke verstoring is (Dierikx, 2023). Vogels kunnen wel verstoord worden door de lichten van de evenementen. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten geldt dat deze een verstoringsafstand hebben van minimaal 75 meter rondom hun nestplaats. Aangezien er geen veldbezoek heeft plaatsgevonden in de bladperiode van de bomen is uitgevoerd was het niet mogelijk alle bomen volledig te inspecteren op nesten. Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden door de voorgenomen evenementen in het plangebied als het gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten.
Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet kan dan op voorhand niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. Het plangebied het plangebied zijn geschikt als foerageergebied voor de soorten boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, ooievaar, kerkuil en steenuil. Door de evenementen zal een zal een (groot) deel van het plangebied ongeschikt worden als foerageergebied voor deze soorten. De meeste soorten hebben echter een groot territorium waarbij tijdelijk uitgeweken kan worden naar naastgelegen gebieden. De steenuil is echter gebonden aan hun verblijfplaats en foerageren in de nabije omgeving (300 meter rond nestlocatie). Op voorhand kan dan ook niet worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden door de voorgenomen evenementen. Overtreding van verbodsartikelen binnen de Omgevingswet kan dan op voorhand niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn aan de orde. Algemene broedvogels De evenementen leiden tot verstoring van in gebruik zijnde nesten door het gebruik van licht, geluid en aanwezigheid van menselijke activiteiten. Daarentegen blijkt uit onderzoek dat het geluid van festivals geen significant effect heeft op vogels zolang het maar een tijdelijke verstoring is (Dierikx, 2023). Ten aanzien van de activiteiten in het broedseizoen zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk.