CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 (inclusief erratum oktober 2025)

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programmabegroting 202628.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

233

233

100

100

-10.700

-10.110

-12.742

-6.978

-6.971

-6.971

Financiële toelichting op hoofdlijnen op baten/lasten/reserves voor jaar 2026. De baten in dit programma zijn 9,230 miljoen euro. Deze baten bestaan hoofdzakelijk uit:  Rijksmiddelen: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) (5 miljoen euro)  Netcongestie (2,3 miljoen euro)  Rijksmiddelen: Specifieke uitkering Energiearmoede en Nationaal Isolatieprogramma (1,645 miljoen euro) De lasten in dit programma zijn 22,205 miljoen euro. Deze lasten bestaan hoofdzakelijk uit:  Netcongestie (6,394 miljoen euro)  Verduurzamen woningen (4,642 miljoen euro)  Aanpassen Infrastructuur (3,464 miljoen euro)  Publiek eigendom (2,964 miljoen euro)  Verduurzamen bedrijven en maatschappelijke organisaties (2,626 miljoen euro)  Verduurzamen bronnen (1,525 miljoen euro) De mutaties reserves zijn 0,233 miljoen euro. Deze hebben betrekking op:  In de komende jaren wordt er een bedrag van 0,1 miljoen euro aan de reserve onttrokken om schommelingen in de uitgaven van de Energietransitie op te kunnen vangen waaronder cofinancieringsverplichtingen op verduurzamingsprojecten.

62

In 2026 wordt er een bedrag van 0,133 miljoen euro aan de reserve onttrokken ter dekking van cofinancieringsverplichtingen binnen de opgave Energietransitie.

Zie voor een verdere toelichting het onderdeel Reserves in hoofdstuk Financiën. Hervormingen en bezuinigingen In onderstaande tabel zijn de in dit programma doorgevoerde hervormingen en bezuinigingen opgenomen uit de Voorjaarsnota 2025. x € 1.000 Maatregel

2025

2026

2027

2028

2029 Structureel

Efficiënter, zakelijker en klantgerichter werken

0

31

31

31

31

31

Beleid Energietransitie

0

619

617

622

622

623

Inzet niet-focusgebieden stopzetten Energie

0

60

60

61

61

61

Taken Data op Orde bij energietransitie

0

121

121

122

122

123

Totaal

0

831

829

836

836

838

Bovenstaande tabel sluit aan bij de Voorjaarsnota, zodat inzichtelijk blijft waar welke bezuinigingen in de begroting landen. Voor een aantal onderwerpen heeft inmiddels de financiële doorverdeling vanuit het Programma Algemene middelen en overhead naar de diverse programma’s plaatsgevonden.

63

Baten en lasten meerjarig in beeld De grafieken hieronder tonen de ontwikkeling van de baten en lasten van het programma over een periode van meerdere jaren, exclusief reserves. Zowel in absolute bedragen, als in percentages van de totale baten en lasten van de begroting. Het financieel meerjarenbeeld van dit programma bevat vanaf 2026 onder de baten en lasten de SPUK middelen die vanuit het Rijk worden ontvangen voor de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Er is aangekondigd dat deze klimaatmiddelen vanaf 2026 via een decentralisatie-uitkering en vanaf 2027 via een bijzondere fondsuitkering worden verstrekt. Zodra deze middelen formeel zijn toegekend, worden deze baten verantwoord in het programma Algemene middelen en Overhead.

64

Doelstellingen Doelstelling 1: Energieverbruik Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht 2024-2030

2024

Regionaal Uitvoeringsprogramma herijking U16 & regionaal uitvoeringsprogramma RES U16 2024-2027 Uitvoeringsprogramma Elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026

2024

Uitvoeringsprogramma verduurzaming Bedrijventerrein en 2024-2028

2024

Actualisatie uitvoeringsprogramma's energie besparen gebouwde omgeving

2023

Programma Besparen

2022

Programma zon op dak en netoplossingen

2022

Transitievisie Warmte deel I en deel II

2021

In deze beleidsnota staan de focus- en zoekgebieden voor wind-, zonne-energie en aardwarmte opgenomen. In deze focus-en zoekgebieden gaan we aan de slag om zo veel mogelijk potentieel schone energie op te gaan wekken. In het regionaal uitvoeringsprogramma staat hoe we regionaal werken aan de uitvoering van de RES1.0 onder andere op de thema's zon op dak, grootschalige opwek, warmte en regionale participatie. Via twee programmalijnen: inpassing infrastructuur en netbewuste stad willen we structureel bijdragen aan knelpunten op het elektriciteitsnet. In dit uitvoeringsprogramma geven we aan langs welke 4 sporen we op bedrijventerreinen aan de slag gaan met verduurzaming: netcongestie en energiehubs, energiebesparing, verduurzaming bedrijfsprocessen en lobby richting rijksoverheid. Actualisaties van de uitvoeringsprogramma’s 2024 voor wonen en bedrijven en maatschappelijke organisaties behorende bij het vastgestelde programma besparen gebouwde omgeving. In het programma is een strategie, visie en doelstelling op energie besparen in de gebouwde omgeving van Utrecht uitgewerkt voor woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. In het programma is een strategie, visie en doelstelling voor zon op dak uitgewerkt en een aanpak voor netcongestie oplossingen die gelieerd zijn aan de zonnepanelen op daken. Deel I van de transitievisie warmte beschrijft de strategie en visie.

Deel II beschrijft

2024

65

Beleidsdocument

Regionaal Uitvoeringsprogramma 1.0 (RES U16)

Vastgesteld

Toelichting wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden. In de RES 1.0 staat opgenomen hoe de regio 1,8 Terawattuur (TWh) aan wind- en zonneenergie in 2030 wil opwekken en welke warmtebronnen mogelijk beschikbaar zijn. Utrecht zet zich in om een bijdrage van 0,523 TWh te leveren aan dit regionale bod.

2021

Voor deze doelstelling is nieuw beleid in de maak (de Klimaatvisie en Beleidsnota Warmte). Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

% gebouwen zonder aardgasaansluiting Verandering energieverbruik gebouwde omgeving tov 2020. Aantal GWh opwek % duurzame warmte

Nulmeting Realisatie

30% (2020) 13.877TJ (2020) 100 GWh (2021) 43% (2020)

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

37%

37%

40%

42%

43%

medio 2026 N.n.b. 53%

-5,8% -13,9% -14,8% -15,6% 164 GWh 60%

178 GWh 60%

241 GWh 60%

259 GWh 65%

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar  Uitwerking beleid van de Beleidsnota Warmte in het Warmteprogramma. Waaronder netbewuste nieuwbouw, bodemenergie, buurtinitiatieven en de reservering voor de ruimtelijke inpassing. Indien positieve besluitvorming raad in het najaar 2025.  Uitwerking percelen zon langs A12 (OER) Indien positieve besluitvorming raad in het najaar 2025.  We evalueren en actualiseren (waar nodig) het programma besparen gebouwde omgeving voor woningen, bedrijven en maatschappelijke organisaties.  Uitwerken van de invoering van de KWh-beslagnorm in het ruimtelijk beleid, waarmee gestuurd wordt op efficiënter en zuiniger gebruik van energie binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. (M389 KWh beslagnorm opnemen in ruimtelijk beleid)*.  Uitwerken van het maatregelenpakket netcongestie.

66

Activiteiten die we niet meer doen  We zullen niet meer werken aan het realiseren van geothermie omdat deze bron binnen de gemeentegrenzen geen reële potentie heeft. Wij staan open voor nieuwe ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen.  Overal waar Eneco warmte leidingen liggen m.b.t. nieuwe aansluitingen wachten we op duidelijkheid rondom regelgeving Wcw, flankerend beleid voor betaalbaarheid en welke stappen Eneco gaat zetten.  Als onderdeel van de hervormingsbezuinigingen gaan we stoppen met de trekker arbeidsmarkt energie, stimulerend toezicht bij bedrijven en een pro-actieve inzet bij niet-focus gebieden. We brengen het aantal bewonersbrieven terug en verlagen de frequentie van het Klimaatpanel naar twee keer per jaar. Voor Data op orde sluiten we aan bij de landelijke handreikingen die nog worden ontwikkeld. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen Activiteiten bij doelstelling: aantal GWH opwek  Uitvoering geven aan de beleidsnota opwek gebieden voor schone energie.Voor de nietfocusgebieden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie wachten we de ontwerpende onderzoeken en stappen van de initiatiefnemer af.  Aanvraag omgevingsvergunningen geluidswallen A12. Activiteiten die bijdragen aan o.a.

de doelstelling: % duurzame warmte  We starten met de voorbereidingen die nodig zijn voor de inwerkingtreding van de wet- en regelgeving waaronder monitoring en de uitwerking van de buurtaanpak voor collectieve oplossingen.  Als onderdeel van uitvoering van de RES Herijking (als de raad in het najaar 2025 daarover heeft besloten) werken we regionaal samen aan de realisatie van duurzame warmtebronnen  We herijken het uitvoeringsprogramma zon op dak en netoplossingen waar rekening wordt gehouden met de effecten van het afschaffen van de salderingsregeling en netcongestie.

Activiteiten die bijdragen aan o.a. de doelstelling: % gebouwen zonder aardgasaansluiting  Besluitvorming over deelneming in publiek warmtebedrijf.  Voortzetting onderzoek naar vervolg voor de buurtinitiatieven Oog in Al, Lunetten en Noordoost.  Werken aan een vervolgaanpak in Overvecht-Noord.

Activiteiten bij doelstelling: Verandering energieverbruik gebouwde omgeving t.o.v. 2020.  We geven uitvoering aan het uitvoeringsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen  We geven uitvoering aan het uitvoeringsprogramma besparen gebouwde omgeving waaronder het stimuleren van isolerende maatregelen bij bewoners, o.a. via actieve netwerken in de buurt. VvE, MKB en maatschappelijke instellingen.  In het kader van netcongestie stimuleren we ehubs op 4 extra bedrijventerreinen.

*Toelichting op uitvoering Motie 389 KWh beslagnorm We ramen de kosten om tot een norm te komen op € 45.000 aan personele inzet en juridische kosten. Ontwikkelende partijen zullen vervolgens extra inspanningen moeten doen om aan te tonen dat ze aan de toekomstige KWhnorm kunnen voldoen. Dit betreft onderzoekskosten van € 5.000-30.000 euro per project en extra maatregelen om aan de norm te voldoen van € 5.000 en 20.000 euro per woning (of woningequivalent). Deze kosten komen dan voor rekening van de projectontwikkelaar. De extra kosten om norm toe te passen in vergunningen, toezicht te houden en te handhaven worden nog nader uitgewerkt, en zullen via leges worden verhaald. Om de kosten per woning te beperken, wordt 67

een voorstel voorbereid waarbij de norm alleen van toepassing is op grotere projecten en er de mogelijkheid is om per project maatwerk te passen, zodat onnodig dure maatregelen voorkomen kunnen worden.

Financiën Energieverbruik x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 6.532 17.907 -11.375

2025 15.024 27.645 -12.620

2026 9.230 22.205 -12.975

2027 6.345 13.556 -7.211

2028 5.286 12.357 -7.071

2029 5.286 12.357 -7.071

675 0 675

3.800 1.290 2.510

233 0 233

233 0 233

100 0 100

100 0 100

-10.700

-10.110

-12.742

-6.978

-6.971

-6.971 x €1.000

Toelichting verschillen Baten In 2026 worden er naar verwachting minder Rijksmiddelen vanuit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ontvangen. In 2026 worden er naar verwachting Rijksmiddelen en/of bijdragen van projectontwikkelaars ontvangen voor netcongestie. Rijksmiddelen Volkshuisvestingsfonds voor verduurzaming VVE's en woningen in Overvecht zijn nog niet opgenomen in begroting 2026 Rijksmiddelen Lokale Aanpak Isolatie zijn nog niet opgenomen in de begroting 2026. Lasten In 2026 worden er naar verwachting minder inzet gepleegd op de uitvoering van klimaat en energiebeleid omdat de Rijksmiddelen uit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) afnemen. Rijksmiddelen Volkshuisvestingsfonds zijn nog niet opgenomen in begroting 2026 doordat de meerjarenplanning en fasering van het project VVE's in Overvecht in 2025 nog wordt uitgewerkt. Rijksmiddelen Lokale Aanpak Isolatie zijn nog niet opgenomen in de begroting 2026 doordat deze middelen worden ingezet voor subsidieregelingen waardoor bestedingen jaarlijks fluctueren. De mutatie vloeit voort uit de hervormingsbezuinigingen VJN 2025 In 2026 worden minder middelen ten behoeve van cofinancieringsverplichtingen in de reserve Utrechtse Energie gestort. In 2026 worden meer middelen ingezet voor het programma netcongestie.

68

Bedrag

I/S

-3.344

S

2.300

I

-2.500

I

-1.000

I

-3.344

S

-2.500

I

-1.000

I

-828 1.090

S I

1.010

I

Bedrag

x €1.000 I/S

In 2026 worden er enkel middelen onttrokken uit de reserve voor onder andere cofinancieringsverplichtingen. In 2025 is een hoger bedrag onttrokken uit de reserve vanwege een onttrekking van 3,7 miljoen euro uit de reserve Aardgasvrije wijken ten behoeve van netcongestie. Toevoegingen

-3.567

I

Op dit moment zijn nog geen toevoegingen aan de reserve Utrechtse Energie begroot. In 2025 zijn onder andere ten behoeve van cofinancieringsverplichtingen middelen in de reserve gestort.

-1.290

I

Toelichting verschillen in reserves Onttrekkingen

N.B. In de jaarplanbrief Energietransitie wordt meer gedetailleerd weergegeven hoe de budgetten per programmaonderdeel in 2026 zich verhouden tot de budgetten uit 2025 en wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven op de belangrijkste activiteiten voor het komende jaar. We werken daarbij consistent toe naar een duurzame energievoorziening voor onze stad, zodat bewoners en bedrijven weten waar we naartoe gaan. Tegelijkertijd houden we flexibiliteit om bij te sturen op de activiteiten en in te spelen op veranderende omstandigheden, zoals gasprijzen, netcongestie en ontwikkelingen rond warmte. Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 37%, 2027 32%, 2028 36% en voor 2029 38%

De afgelopen jaren was een groot deel van de lasten voor de energietransitie beïnvloedbaar. Vanaf 2026 komt een steeds groter aandeel van het budget uit de rijksmiddelen en wordt het aandeel beïnvloedbaar steeds kleiner. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over de benodigde uitvoeringskosten voor decentrale overheden tot 2030. Vanaf 2026 is de hoogte van het jaarlijkse bedrag en de wijze waarop deze middelen worden uitgekeerd aan gemeenten nog onzeker. Het rijk heeft aangekondigd een bezuiniging van 10% op deze middelen door te voeren. Op dit moment is een bedrag geraamd van 5 miljoen euro per jaar voor de CDOKE-middelen vanaf 2026. Het Rijk heeft de afgelopen jaren gewerkt aan wetgeving (WGIW en WCW) waarmee gemeenten kunnen sturen op doelstellingen uit het Klimaatakkoord. De WGIW is inmiddels aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De WCW ligt ter besluitvorming in de Eerste Kamer. De planning is dat vanaf 1 januari 2026 de WGIW en de WCW in werking treedt. Daardoor worden taken die voortkomen uit de warmtetransitie een wettelijke taak van gemeenten. Middelen die wij krijgen van het Rijk worden ingezet voor de uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Denk dan aan het maken van 69

beleid ten aanzien van de warmtetransitie, wijkuitvoeringsplannen, een publiek warmtebedrijf of de gehele besparingsaanpak. Naast de structurele middelen is in het coalitieakkoord incidenteel geld ter beschikking gesteld. Deze gemeentelijke middelen zijn beïnvloedbaar.

Risico's Strategische programmarisico’s

Maatregel

Netcongestie (teruglevering) Doordat er steeds meer energie opgewekt wordt, is een netcongestieproblematiek in de regio Utrecht ontstaan. Hierdoor kunnen we (grote) opwekprojecten (Zon op dak, zonnevelden en wind) mogelijk niet tijdig aansluiten op het net met als gevolg dat we minder duurzame elektriciteit kunnen opwekken.

Netcongestie (afname) verslechtering van congestiesituatie Utrecht zit op dit moment in congestiefase 1, waarin geen nieuwe grootverbruikaansluitingen mogelijk zijn. Recent heeft TenneT laten weten dat netcongestie op het hoogspanningsnet nog minimaal tot 2033 gaat duren. Zonder ingrijpende maatregelen gaat Utrecht in 2026 naar congestiefase 2, waarin ook geen nieuwe kleinverbruikaansluitingen mogelijk zijn. Dit zou betekenen dat alle nieuwe ontwikkelingen die een stroomaansluiting nodig hebben op een wachtlijst komen: naast grootverbruikaansluitingen voor opwek en afname ook kleinverbruikaansluitingen voor woningen, winkels, warmtepompen en laadpalen. Dit heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling en verduurzaming van de stad.

Vertraging of ongunstige aanpassingen in de wetgeving Vertraging of ongunstige besluitvorming over het wetsvoorstel collectieve warmte, regelgeving milieunormen en wind. Wanneer het Rijk kaders en regelgeving niet wil aanpassen om tot een betaalbaar warmte-alternatief voor het merendeel van de bewoners te komen.

70

In RESU16 verband wordt gewerkt aan het opstellen van energiebeelden om beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden om opwek te realiseren en ontwikkelingen (bouw, elektrisch vervoer) in de regio door te laten gaan ondanks netcongestie. Daarmee verwachten we meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden die er zijn om stappen te blijven maken, onder andere door lokale opwek en verbruik in plaats en/of tijd samen te brengen. Voor de regionale en landelijke inzet om verslechtering van de congestiesituatie tegen te gaan is de Utrechtse Energy Board aan zet. De gemeente is lid hiervan. De Energy board neemt een pakket van maatregelen om verslechtering van de congestiesituatie te voorkomen. De onorthodoxe maatregelen en uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn in uitvoering (raadsbrief 6 december). Afhankelijk van de voortgang van de uitbreidingen, voortgang van de maatregelen en autonome ontwikkelingen zoals de elektrificering van de stad beoordelen netbeheerders en het Rijk opnieuw of een wachtlijst voor kleinverbruik nodig is. In aanvulling hierop heeft de gemeente een projectdirecteur noodmaatregelen netcongestie aangesteld, met de opdracht verdere verslechtering van de congestiesituatie te voorkomen en de gemeente voor te bereiden op de situatie dat het toch gebeurt.

In het programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen, onderdeel Huisvesting is de beschrijving te vinden van de maatregelen die op lokaal niveau worden genomen om de verslechtering van de netcongestie tegen te gaan In G4 en VNG-verband zijn we aan de slag om input te geven op de uitwerking van de wet- en regelgeving en flankerend beleid voor de energietransitie en mogelijke knelpunten in de uitvoering van de wet- en regelgeving te benoemen. De komende periode gaat de aandacht onder andere uit naar de betaalbaarheid van een warmte-alternatief.

Strategische programmarisico’s

Maatregel

Door onzekerheden in wet- en regelgeving en de beschikbaarheid van onvoldoende Rijksmiddelen zit het maken van afspraken over een duurzaam warmte alternatief in de buurtaanpak met warmtebedrijf Eneco in een impasse.

Er is schaarste voor personeel op de arbeidsmarkt voor de energietransitie. Dat kan in de toekomst (als we grootschalig woningen van het aardgas halen) wel tot capaciteitsproblemen leiden. Er is beperkte fysieke ruimte voor alle maatschappelijke opgaven, waaronder Energietransitie. Er is ruimte nodig voor opwek, onder en boven de grond voor leidingen, warmtenetten en zware elektriciteitskabels, hoogen middenspanningstations, bronnen (zoals wind, zon) en grootschalige luchtwarmtepompen, aquathermie en opslag van energie.

Naast het aandringen op spoedige behandeling van de wetten en het beschikbaar stellen van voldoende Rijksmiddelen kijken we naar leren van kleinschaliger en buurtnetten met buurtinitiatieven en de opzet/deelname in een publiek warmtebedrijf. Een aantal stappen zijn gezet om aan de schaarste op de arbeidsmarkt voor energietransitie te werken (raadsbrief 14 mei 2024). Samen met partners zijn nieuwe ideeën voor deze arbeidsmarkt opgehaald. Die worden de komende tijd met een kwartiermaker verder uitgewerkt. Bij concrete initiatieven maken we een integrale gebiedsafweging tussen de opgaven uit de RSU. In het warmteprogramma is aandacht voor de ruimtelijke vraagstukken en mogelijke kosten hiervan.

De financiële risico’s zijn in een totaaltabel terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en de risico’s met betrekking tot de Verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.

Investeringen Niet van toepassing voor dit programma.

Verbonden partijen Omschrijving

Doel

WKO Merwede B.V.

Het exploiteren van de Energieinstallatie voor het leveren van warmte en koude ten behoeve van Project Merwede

Voor detailinformatie de paragraaf Verbonden Partijen.

71

x €1.000 Bijdrage gemeente Utrecht 43

Subsidies

Doelstelling

Omschrijving

x € 1.000 Waarvan Meerjarig 'vaste' verleend Begroting Begroting t.l.v 2025 2026 verlening met jaarsubsidies 2026

Energieverbruik gebouwde omgeving 2050 Aanpak versneld energetisch verbeteren sociale Woningcorporaties worden gesubsidieerd voor het nemen huurwoningen van energiebesparende maatregelen, ter vermindering van de energielasten van huurders Duurzaamheidsleningen Regeling voor duurzaamheidsleningen voor grondgebonden woningen Duurzame monumentenadviezen Duurzame monumentenadviezen Energieadvies en Trajectbegeleiding Energieadvies en Trajectbegeleiding voor grondgebonden woningen. Energieloket Zakelijk Maatschappelijk Vastgoed Verduurzaming zakelijk en maatschappelijk vastgoed in Utrecht Isolatie en onderhoud eengezinswoningen Het stimuleren van energiemaatregelen van gespikkeld Overvecht bezit-woningen van particuliere woningeigenaren in Overvecht Zuid Maatschappelijk Vastgoed Mogelijk maken duurzame investeringen in panden van maatschappelijke instellingen Pilot Isolatieaanpak kleine VVE's Pilot Isolatieaanpak kleine VVE's Samen Verduurzamen Het stimuleren van een collectieve aanpak voor energiemaatregelen bij particuliere bestaande woningen.

Stimuleringslening kleine VVE's (*4) Stimuleringslening kleine VVE's Subsidie bij collectieve inkoopactie Het stimuleren van een collectieve aanpak voor energiemaatrregelen bij partuculiere woningen Subsidie woning isoleren grote vve in de Het stimuleren van slecht geïsoleerde grote vve’s met een wijken Oost, Noordoost, Binnenstad, Leidsche lage WOZ-waarde om hun woning te isoleren. Rijn en Vleuten-De Meern (*4) Subsidie woning isoleren grote vve in de Het stimuleren van slecht geïsoleerde met een lage WOZwijken Overvecht, Noordwest, Zuid en Zuidwest waarde om hun woning te isoleren. (*4)

1.900

1.900

0

0

2.826

2.826

0

0

0 102

0 102

0 0

0 0

30

30

0

0

784

784

0

0

80

80

0

0

250 75

250 75

0 0

0 0

1.850 900

1.850 900

0 0

0 0

1.000

1.000

0

0

1.800

1.800

0

0

Verduurzamingsmaatregelen MKBondernemingen

Woning isoleren

Totaal

Kleine en micro ondernemingen stimuleren om te investeren in structurele energiebesparende maatregelen en daarmee bij te dragen aan de energiebesparingsopgave en reductie van CO2 uitstoot. Het stimuleren van eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen met een lage WOZ-waarde om hun woning te isoleren.

1 Totaal

Zie voor het totaaloverzicht alle subsidies per programma de bijlage subsidies.

150

150

0

0

750

750

0

0

12.497 12.497

12.497 12.497

0 0

0 0

Duurzame bereikbaarheid Programma overzicht We geven voorrang aan gezonde en schone manieren van verplaatsen en creëren zo meer leefruimte. Portefeuillehouders: Senna Maatoug en Eva Oosters

Financiën programma x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten

2024 84.882

2025 96.272

2026 115.134

2027 113.703

2028 109.173

2029 106.990

Lasten

66.239

80.017

88.344

73.911

72.570

71.976

Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

18.643 56.389 27.345

16.255 9.923 24.532

26.790 13.123 20.548

39.792 2.735 24.863

36.603 4.425 31.083

35.014 4.198 28.379

29.045

-14.609

-7.425

-22.128

-26.658

-24.181

47.688

1.647

19.365

17.664

9.945

10.833

Financiële toelichting op hoofdlijnen op baten/lasten/reserves voor jaar 2026 De baten in dit programma zijn 115,134 miljoen euro. Deze baten bestaan hoofdzakelijk uit:  Subsidie voor investeringsprojecten OV en Fiets (8 respectievelijk 7,5 miljoen euro)  Inkomsten fietsparkeren (1,5 miljoen euro)  Inkomsten autoparkeren (95,0 miljoen euro) De lasten in dit programma zijn 88,344 miljoen euro. Deze lasten bestaan hoofdzakelijk uit:  Personele lasten en uitvoeringskosten van wettelijke en reguliere (beleids)taken (10,7 miljoen euro)  Verwachte uitgaven voor het realiseren van meerjarige investeringsprojecten OV, Auto, Fiets en Verkeersveiligheid (24,0 miljoen euro)  Lasten autoparkeren (35,6 miljoen euro)  Lasten fietsparkeren (13,7 miljoen euro)  Lasten voor de deelopgave Anders Reizen (6,9 miljoen euro) De mutaties reserves zijn -7,425 miljoen euro. Deze hebben betrekking op:  In dit programma wordt voor 13,1 miljoen euro onttrokken en 20,5 miljoen euro toegevoegd aan de reserves. Zie voor een verdere toelichting het onderdeel Reserves in hoofdstuk Financiën. 74

Zie voor een verdere toelichting het onderdeel Reserves in hoofdstuk Financiën. Hervormingen en bezuinigingen In onderstaande tabel zijn de in dit programma doorgevoerde hervormingen en bezuinigingen opgenomen uit de Voorjaarsnota 2025.

Maatregel

2025

2026

2027

2028

x € 1.000 2029 Structureel

Weesfietsen

-

331

331

331

331

331

Minder inzet op beleidsadvisering mobiliteit

-

-

191

191

191

191

Afschalen budget evaluatie taxibeleid

-

31

31

31

31

31

Beëindigen programmakosten touringcars

-

41

41

41

41

41

Bezuiniging innovatie Fiets

-

26

26

26

26

26

Stoppen met projectspecifieke beoordeling van verkeersplannen voor kleine projecten met weinig verkeershinder Verminderen toekomstig budget Anders Reizen -

-

103

103

103

103

103

-

-

-

-

-

514

Minder investeren in fietsbewegwijzering (temporiseren)

-

-

257

257

257

-

Temporiseren voorbereiding Dom-tot-dam inclusief Demkabrug (Brug over Amsterdam-Rijnkanaal)

-

213

257

257

257

-

Niet verhogen bijdragen multimodaal verkeersmanagement

-

267

267

267

267

267

Middelen MPB (Meerjarenprogramma bereikbaarheid) structureel met 1 miljoen verlagen

-

1.029 1.029 1.029 1.029

1.029

Plankosten Merwedelijn dekken uit spaarbedragen OV-schaalsprong

-

Totaal

-

programma mobiliteitsmanagement

257

257

257

257

257

2.298 2.790 2.790 2.790

2.790

Bovenstaande tabel sluit aan bij de Voorjaarsnota, zodat inzichtelijk blijft waar welke bezuinigingen in de begroting landen. Voor een aantal onderwerpen heeft inmiddels de financiële doorverdeling vanuit het Programma Algemene middelen en overhead naar de diverse programma’s plaatsgevonden.

75

Baten en lasten meerjarig in beeld De grafieken hieronder tonen de ontwikkeling van de baten en lasten van het programma over een periode van meerdere jaren, exclusief reserves. Zowel in absolute bedragen, als in percentages van de totale baten en lasten van de begroting.

76

Doelstellingen Doelstelling 1: Duurzame vervoersmiddelen Toename van het aandeel duurzame, gezonde en ruimte efficiënte vervoersmiddelen. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Mobiliteitsplan 2040

2021

Luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma 'Utrecht kiest voor gezonde lucht’

2020

Voor een gezonde groei van de stad is het nodig om de mobiliteit anders te organiseren. De stad moet aantrekkelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Het doel van het luchtkwaliteitsbeleid is om snel gezondheidswinst te bereiken door maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verbeteren.

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

% verplaatsingen binnen, van en naar de gemeente Utrecht dat lopend wordt gedaan. % verplaatsingen binnen, van en naar de gemeente Utrecht dat fietsend wordt gedaan. % verplaatsingen binnen, van en naar de gemeente Utrecht dat met het ov wordt gedaan. % verplaatsingen binnen, van en naar de gemeente Utrecht dat met de auto wordt gedaan.

Nulmeting Realisatie

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

13% 18% (cijfer (2018) van 2023)

21%

21%

21%

21%

29% 28% (cijfer (2018) van 2023)

29%

29%

29%

29%

20% 17% (cijfer (2018) van 2023)

15%

16%

17%

17%

36% 34% (cijfer (2018) van 2023)

34%

33%

32%

32%

77

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar  We voeren amendement 153 Demkabrug uit, waarmee we een eerste stap zetten in de voorbereidingsfase van de nieuwe fietsverbinding Demkabrug.  We peilen de interesse voor het exploiteren van een logistieke microhub in parkeergarage Paardenveld als onderdeel van duurzame en efficiënte binnenstadlogistiek.  We zetten, samen met de markt, een bundelingsinitiatief voor levering van goederen voor de horeca in de binnenstad op.  We bieden een probeeractie aan voor ondernemers om tijdelijk gebruik te maken van een vrachtfiets, fietstrailer of licht elektrisch voertuig. Activiteiten die we niet meer doen  We zijn gestopt met het aanbieden van de subsidie ‘duurzaam en efficiënt goederenvervoer'; deze bleek te weinig op te leveren en te complex om aan te vragen.  In lijn met de hervormingsbezuinigingen zetten wij in op afschalen van het taxibudget, hierdoor beperken we onze inzet op toegezegde onderzoeken en maatregelen.  In lijn met de hervormingsbezuinigingen zetten wij in op het beëindigen van budget Touringcars. Parkeerplekken van touringcars zijn gerealiseerd. Beschikbare budget voor 2025 wordt ingezet voor nazorg en verplaatsen halte Flixbus.

 In lijn met de hervormingsbezuinigingen zetten wij in op minder reserveren van middelen voor de lange termijn aanpak omdat er een kleine kans is dat we deze op korte termijn nodig hebben. Indien dit toch het geval is, zal alsnog incidenteel geld vrij worden gemaakt en zullen we hiervoor herprioriteren. Hiertoe nemen we een risico op in het weerstandsvermogen. Het risico dat het weerstandsvermogen daalt is klein. Voor de korte-termijn-maatregelen (ktm) voor de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) houden we de huidige gereserveerde middelen aan.  In lijn met de hervormingsbezuinigingen zetten we in op testen van minder innovaties op gebied van fiets(-infrastructuur).  In lijn met de hervormingsbezuinigingen zetten we in op minder handhaven op weesfietsen. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  Afhankelijk van de besluitvorming over de uitkomsten van de MIRT-verkenning (vaststellen voorkeursalternatief en sluiten bestuursovereenkomst) gaan we door met de planuitwerking van de Merwedelijn.  Werk met werk budget ontwikkelend beheer Beheer Openbare Ruimte: door slimme koppeling met beheer- en vervangingsprojecten kunnen we onze beleidsdoelen inbedden bij de geplande onderhoudsprojecten uit het Meer Jaren Investerings Programma (MJIP) (van BOR). Met beperkte extra middelen zorgen we ervoor dat we straten, die toch worden aangepakt, een kwaliteitsimpuls geven.

 We werken aan de volgende uitvoeringsprojecten voor verbetering van het Openbaar Vervoer:  Verbeteren van de toegankelijkheid van de bushaltes en busstation Leidsche Rijn Centrum  Doorstromingsmaatregelen OV  Kleine infrastructurele aanpassingen als gevolg van Vervoerplan 2026  Uitvoering van de no regret-maatregelen OV-verbinding Overvecht-USP (Kardinaal de Jongweg) en de Europalaan-Zuid voor het openbaar vervoer.  In 2026 realiseren we onder andere de volgende projecten: Socrateslaan, Bestemming Catharijnesingel.  We gaan verder met de uitwerking van de netwerkstudie Europaplein en Noordpoort (Oudenoord-Draaiweg).  We zijn gestart met het ontwerp van de projectonderdelen van de Zuidpoort fase 1, waaronder het Ledig Erf.  We voeren het uitvoeringsprogramma Vervoersongelijkheid uit.  We werken verder aan het programma Parkeren op Afstand. 78

We werken aan de ontwikkelagenda OV Alliantie, vanuit de volgende aanpak:  Ontwerpprincipes en criteria  Kwaliteit van het OV-netwerk  Programmering van de OV-maatregelen:  Bus Rapid Transit (BRT) aansluiting A2 – Papendorp  BRT corridorstudie Centraal Station ‒ Overvecht  Corridorstudie Lijn 29 Vaartsche Rijn – Galgenwaard. We gaan verder met de uitwerking en uitvoering van fietsprojecten ter verbetering en uitbreiding van het fietsnetwerk, waaronder:  Fietsverbindingen bij Boorstraat; Maliebaan en Weerdsingel Oostzijde  Regionale, stedelijke -en doorfietsverbindingen waaronder Utrecht – Amersfoort, Utrecht – Hilversum, Lage Weide – Houten en Koningsweg. We gaat verder met de uitbreiding van het aantal fietsparkeerplekken bij stations, in de binnenstad en vooroorlogse wijken. Bij de stations verwachten we in 2026 overeenstemming over de uitbreiding bij station Vleuten, Lunetten en uitbreiding van de stalling bij Vaartsche Rijn. Voor de Knoopstalling en stations Overvecht, Leidsche Rijn en Zuilen onderzoeken we de kansen om een stalling te realiseren in combinatie met de gebiedsontwikkeling op die plekken. We blijven werken aan het Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer 2023 - 2026 met meerdere actielijnen, onder andere; toegangsbeleid, modal shift, inpassing stadslogistiek, bundeling en slimme stadslogistiek.

Een belangrijke maatregel uit het uitvoeringsprogramma die we in 2026 gaan uitvoeren is een aangepast toegangsbeleid voor de binnenstad (beoogde invoering 1 januari 2026).

Financiën Duurzame vervoersmiddelen x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 2.613 21.841 -19.228

2025 6.772 26.499 -19.727

2026 16.969 31.252 -14.282

2027 12.518 18.215 -5.697

2028 6.190 18.175 -11.984

2029 190 15.558 -15.367

16.620 20.182 -3.562

2.487 17.894 -15.407

8.437 20.160 -11.723

393 24.389 -23.996

2.308 29.423 -27.114

2.213 27.331 -25.118

-22.791

-35.134

-26.005

-29.693

-39.099

-40.485 x €1.000

Toelichting verschillen Baten De hogere ramingen van de baten voor OV, Auto en Fiets zijn gebaseerd op meer te verwachten subsidies van het Rijk en de Provincie voor diverse projecten uit het Meerjaren Programma Bereikbaarheid (MPB). Lasten De hogere raming van de lasten voor het product OV is gebaseerd op de kasritmes (cashflow) voor de projecten OV (MPB). De hogere raming van de lasten voor het product Fiets is gebaseerd op de mutaties in kasritmes (cashflow) voor de projecten Fiets, die zijn opgenomen in het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB).

79

Bedrag

I/S

10.778

I

4.778

I

2.760

I

x €1.000 Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

De lagere raming van de lasten voor het product Auto is gebaseerd op de mutaties in kasritmes (cashflow) voor de projecten Auto, met name het project NRU, die zijn opgenomen in het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB).

-2.128

I

Bedrag

x €1.000 I/S

Verschillen in jaarlijkse verrekeningen met de reserve Bereikbaarheid en de vaste activa reserve op basis van actuele kasritmes. Toevoegingen

5.950

I

Verschillen in jaarlijkse verrekeningen met de reserve Bereikbaarheid en de vaste activa reserve op basis van actuele kasritmes.

2.266

I

Toelichting verschillen in reserves Onttrekkingen

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 6%, 2027 9%, 2028 26% en voor 2029 23%

Binnen de doelstelling Duurzame vervoersmiddelen is een groot deel van de lasten niet beïnvloedbaar. Dit komt door vastgelegde verplichtingen op projecten en kapitaallasten die verbonden zijn aan de investeringen, bijvoorbeeld voor de Westelijke Stadsboulevard. Daarnaast wordt een groot deel van de projecten bekostigd met behulp van cofinanciering vanuit het rijk of de provincie, een voorbeeld hiervan zijn de UNED afspraken. Het beëindigen of verlagen van de eigen bijdrage aan deze projecten hebben directe gevolgen voor de cofinanciering. Ook is er sprake van bestuurlijke verplichtingen die de gemeente is aangegaan waarbij er cofinancieringsafspraken zijn gemaakt over de hoogte van het bedrag wat de gemeente inbrengt, zoals het geval is bij de schaalsprong OV. Om aan deze verplichting te voldoen sparen we jaarlijks een bedrag wat niet beïnvloedbaar is. Van de beïnvloedbare budgetten zijn voor een aantal projecten al kosten gemaakt 80

voor de voorbereidingsfases. Beëindiging van deze lopende projecten zal leiden tot kapitaalvernietiging, bijvoorbeeld voor de Doorfietsroute Utrecht – Hilversum. Verlaging van de budgetten voor fiets, goederenvervoer en programmamanagement (personele inzet) heeft overigens impact op de logistieke knelpunten in onze groeiende stad.

Doelstelling 2: Mobiliteitsgedrag Mobiliteitsgedrag dat bijdraagt aan een gezonde en leefbare stad. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Parkeervisie (inclusief modules)

2021

Mobiliteitsplan 2040

2021

Ons parkeerbeleid staat in de nieuwe parkeervisie. Speerpunten zijn bereikbaarheid, kwaliteit openbare ruimte, duurzame mobiliteit en rechtvaardige verdeling van de schaarse parkeerruimte. Voor een gezonde groei van de stad is het nodig om de mobiliteit anders te organiseren. De stad moet aantrekkelijk en bereikbaar zijn voor iedereen.

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026.

Indicator

Parkeerareaal op straat waar sprake is van betaald parkeren (% van het totale aantal parkeerplaatsen op straat) % huishoudens dat gebruik maakt van deelmobiliteit. % (zeer) tevreden inwoners over de stallingen in de binnenstad % (zeer) tevreden inwoners over de stallingen bij Utrecht Centraal Station Gemiddeld aandeel gebiedsvreemd verkeer op de invalsroutes Aantal fietsen dat buiten een fietsparkeervoorziening staat in binnenstad Aantal fietsen dat buiten een fietsparkeervoorziening staat in stationsgebied Aandeel huishoudens zonder auto. Aantal parkeerplekken omgevormd naar ruimte voor groen, fiets en verblijf

Nulmeting Realisatie

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

25% (2022)

32%

44%

50%

56%

63%

17% (2021) 73% (2014) 70% (2014) 21% (2022) 7.100 (2018) 1.600 (2018)

-

32%

-

45%

-

-

80%

-

80%

-

-

89%

-

89%

-

21%

20%

19%

19%

19%

6.585

6300

6100

5900

5800

1.024

800

400

400

400

-

34%

-

38%

-

191

1.126

1.118

1.110

1.134

32% (2021) 55 (2022)

81

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar Er zijn voor deze doelstelling geen nieuwe activiteiten gepland in het begrotingsjaar. Activiteiten die we niet meer doen  Afgelopen 3 jaar is er een netwerk van 25 buurt-, wijk en stationshubs gerealiseerd. In 2026 stoppen we met de actieve uitrol van deelmobiliteithubs, maar blijven we realisatiekansen verkennen bij herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  We doen een update van het parkeerverwijssysteem (PRIS) op basis van het onderzoek van afgelopen jaar.  We gaan door met het invoeren van betaald parkeren stadsbreed. In november 2025 besluit de raad over wanneer gestart wordt met de invoering van Blok 2.  We gaan door met het opheffen van parkeerplaatsen ten gunste van de kwaliteit van de openbare ruimte.  We gaan verder met uitwerking van beleid en producten voor het stimuleren van parkeren in de parkeergarages voor bewoners in plaats van in de openbare ruimte.  We sturen op een geleidelijke verhoging van de parkeertarieven in garages en werken een voorstel uit voor mogelijke tariefsaanpassingen in de komende jaren. We vervolgen het uitrollen van het beleid en het product Parkeren op Afstand (POA) voor nieuwe bewoners in nieuwe wijken.

 We gaan door met de acties in het kader van Verkeersmanagement, onder meer:  Het continueren van de regionale samenwerking voor multimodaal verkeersmanagement  Het voorbereiden en/of uitvoeren van verschillende Dynamisch VerkeersManagement (DVM) projecten  In de loop van 2025 nemen we het DVM-systeem op de Westelijke Stadsboulevard in gebruik en monitoren we dit actief.  In 2026 vervangen we het DVM-systeem (hard- en software) en breiden wij deze gedeeltelijk uit, onder andere in Zuidwest.  We gaan door met onderzoek naar het slimmer beheren van nieuwe en bestaande fietsenstallingen. We werken hiervoor in 2026 een pilot uit.  We blijven uitvoering geven aan de activiteiten opgenomen in het Plan van Aanpak Deelmobiliteit dat tot en met 2028 loopt. We starten bijvoorbeeld in 2026 met een regionaal deelfietsensysteem in samenwerking met omliggende gemeenten en de provincie.  We gaan door met het uitvoeren van ons mobiliteitsmanagement via het regionale samenwerkingsverband Goedopweg (looptijd 2025-2030).  We gaan door met het uitreiken van de fietsdeals. Ook zetten we de scholen- en wijkenaanpak door, met onder andere fietslessen in Utrechtse wijken en op asielzoekerscentra, fiets- en verkeerslessen voor kinderen en het praktisch verkeersexamen.  We blijven uitvoering geven aan activiteiten om duurzaam reisgedrag te stimuleren bij grote wegwerkzaamheden (o.a.

bij herinrichting Westplein/Lombokplein).  We werken verder aan activiteiten onder Digitalisering/Smart Mobility:  We evalueren proefopstellingen voor intelligente toegang, logistiek verkeer, en slim laden en lossen. Op basis van de geleerde lessen starten we een nieuwe proefopstelling rond slim laden en lossen, en verkennen we een pilot voor gehandicaptenparkeerplaatsen.  We zetten ons in om mobiliteitsdata te ontsluiten die verplicht zijn of worden vanuit landelijke en Europese wetgeving. Dit doen we ook in regionaal verband met provincie en andere gemeenten binnen het Regionale Data Team (RDT).

82

Financiën Mobiliteitsgedrag x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 82.049 41.178 40.871

2025 88.671 48.843 39.828

2026 97.965 52.849 45.116

2027 101.185 52.855 48.330

2028 102.982 53.018 49.964

2029 106.799 54.630 52.169

39.137 6.136 33.001

5.518 5.738 -220

3.439 353 3.086

2.337 474 1.863

2.116 201 1.915

1.985 0 1.985

73.872

39.608

48.202

50.193

51.880

54.154 x €1.000

Toelichting verschillen Baten Voor de werkzaamheden voor het Dynamisch Verkeers Management (DVM) systeem Zuidwest ontvangen we subsidies van het Rijk en de Provincie. Aangezien de meeste lasten in 2026 worden verwacht staat daar in 2025 een lager bedrag aan subsidie tegenover. Zie ook bij de lasten. De baten autoparkeren nemen toe mede door het invoeren van betaald parkeren in de hele stad. Onder andere door aflopende ingroeipaden is er een verhoging van de opbrengsten van openbare garages. Lasten Op dit moment loopt een aanbesteding voor DVM Zuidwest voor het nieuwe DVM systeem. Naar verwachting is de gunning september 2025. Dan start de opdrachtnemer met voorbereidingen en verwachten we de meeste externe kosten in 2026. Hier staat een subsidie tegenover, zie de baten. Aan de partners in GoedopWeg heeft de gemeente Utrecht toegezegd 5 miljoen euro te besteden aan maatregelen in het kader van de Minder Hinder opgave. Er is afgesproken dat 3,5 miljoen euro naar de bijdrage Goedopweg 2025-2029 gaat en er resteert 1,5 miljoen voor de gemeentelijke inzet. Herverdeling van de overhead over de programma’s. Fietsparkeren Ruimte: in 2025 waren de lasten incidenteel lager vanwege het incidenteel vrijvallen van de exploitatiebudgetten door vertraging in de oplevering (P1/P4 Fietsenstallingen en LR Centrum). Afloop van de incidentele middelen ten behoeve van o.a.

ontwikkeling 'bezoeker betaald 2025'. Als gevolg van de uitbreiding betaald parkeren nemen de lasten voor onder andere parkeerautomaten, personele lasten verlening parkeervergunningen en inning naheffingen toe. Om aan alle verplichtingen vanuit het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) Mobiliteit te kunnen voldoen en om te voorkomen dat de voorziening negatief komt te staan in de komende 83

Bedrag

I/S

650

I

7.633

S

973

S

650

I

1.500

I

-622 796

S I

-980

I

2.000

S

1.290

S

x €1.000 Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

Bedrag

x €1.000 I/S

Bij de VJN2025 is besloten om in 2025 4,08 miljoen euro te onttrekken uit de reserve ter dekking van het tekort op de parkeerbegroting. Verschillen in jaarlijkse verrekeningen met de reserve Bereikbaarheid op basis van actuele kasritmes. Toevoegingen

-4.080

I

2.001

I

Bij de VJN2025 is besloten om in 2025 een incidentele toevoeging aan de reserve te doen van 5 miljoen euro. Dit bestaat uit 2 onderdelen: er is 1,5 miljoen euro vrijgemaakt om op korte termijn maatregelen te treffen (onder andere functioneel krijgen van het parkeermanagementsysteem). Daarnaast wordt 3,5 miljoen euro incidenteel gereserveerd om risico's in de parkeerexploitatie af te dekken.

-5.000

I

meerjarenperiode, is besloten tot een aanvullende dotatie aan de onderhoudsvoorziening Mobiliteit.

Toelichting verschillen in reserves Onttrekkingen

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 22%, 2027 29%, 2028 40% en voor 2029 48%

Binnen deze doelstelling is een groot deel van de lasten beïnvloedbaar, maar staat wel in relatie tot de parkeerinkomsten. Parkeren op straat is de grootste (beïnvloedbare) post en heeft betrekking op de kosten voor handhaving. Verlagen van het budget heeft als gevolg lagere betaalbereidheid en lagere opbrengsten. Parkeren Offstreet betreffen exploitatie- en eigenaarslasten van gebouwen. 84

Hiervan is een deel aanbesteed met contracten. Personele lasten hebben betrekking op beheer, contractmanagement en assetmanagement. De kosten worden volledig gedekt door de parkeeropbrengsten. Voor fietsparkeren geldt dat de hoge mate van beïnvloedbaarheid samenhangt met het aantal fietsenstallingen die in eigendom zijn van de gemeente of worden gehuurd. Alleen besparen op beheer leidt tot een beperkte beïnvloedbaarheid van de kosten. Duurzame mobiliteit is (grotendeels beïnvloedbaar) budget voor het stimuleren van deelmobiliteit, gedragscampagnes bij minder hinder projecten, uitvoering van wettelijke taken (o.a. digitalisering overheden – ontsluiten mobiliteitsdata) en voorbereiding op wetgeving om duurzaam reisgedrag af te dwingen en doorontwikkeling van onze verkeersmanagementsystemen. Deze maatregelen zijn nodig om de groeiende stad bereikbaar en ontsloten te houden (een wettelijke verplichting bij de ontwikkeling van de stad).

Doelstelling 3: Verkeersveiligheid Daling van het aantal verkeersslachtoffers en verbetering gevoel verkeersveiligheid. Beleidskader Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten: Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Mobiliteitsplan 2040

2021

Voor een gezonde groei van de stad is het nodig om de mobiliteit anders te organiseren. De stad moet aantrekkelijk en bereikbaar zijn voor iedereen.

Effectindicatoren We gebruiken de volgende indicatoren om te meten waar we staan. Toelichting op de indicatoren kunt u terugvinden in de webversie van de programmabegroting 2026. Indicator

Nulmeting

Realisatie

Doelstelling

2024

2025

2026

2027

2028

Driejarig gemiddelde van verkeersslachtoffers

1.622 1.622 max. 1.568 max. 1.516 max. 1.466 max. 1.418 (gemiddelde (gemiddelde (gemiddelde (gemiddelde (gemiddelde (gemiddelde 2022-2024) 2022-2024) van 2023- van 2024- van 2025- van 20262025) 2026) 2027) 2028)

% bewoners dat tevreden is over de verkeersveiligheid in de eigen buurt

63% (2021)

-

65%

85

-

66%

-

Activiteiten Om onze doelstelling te bereiken, gaan wij het volgende doen: Nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar 2025  We voeren in maart 2026 in één keer 30 km/u in op alle straten in Utrecht zonder apart fietspad.  We starten met de uitvoering van de definitieve maatregelen op de Donaudreef, Niels Bohrweg, Griftstraat/Poortstraat en Sartreweg/Aartsbisschop Romerostraat.  We passen alle verkeerslichten aan waar de snelheid naar 30 km/u wordt verlaagd. Activiteiten die we niet meer doen in het begrotingsjaar 2025  In 2026 is het niet meer mogelijk om voor nieuwe verkeersveiligheidsprojecten subsidie aan te vragen bij het Rijk. De 3e tranche van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid loopt af na 2025. Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen  We gaan door met het onderzoeken en oplossen van verkeersveiligheidsknelpunten door het realiseren van kleine fysieke maatregelen.  We gaan verder met de aanpak van risicovolle fiets- en voetgangersoversteken waar de kans op een ernstig ongeval groot is.  We gaan door met het aanvragen van subsidies voor verkeersveiligheidsmaatregelen bij de provincie.  We blijven 30 km/u invoeren op de overige straten en dragen uit dat 30 km/u de norm is via communicatie en campagnes.

 We blijven aanvragen indienen voor vaste flitspalen, flexflitsers en focusflitser die handhaven op snelheid, roodlichtnegatie en telefoongebruik.  We blijven inzetten op extra handhaving op verkeersveiligheid door boa's en door middel van een verplaatsbare camera die controleert op de juiste plek op de weg van brom- en snorfietsers.  Wij blijven met I&W en de G4 in gesprek over het LEV-kader en over (pilots) massa- en snelheidsverschillen op het fietspad en de veiligste plek op de weg.  We blijven verkeersveiligheidseducatie op basisscholen uitvoeren en gaan door met het realiseren van schoolzones en schoolstraten.  We gaan door met het verbeteren van de fietsverkeersveiligheid van ouderen via Doortrappen.  Met smileyborden en campagnes stimuleren wij verkeersveilig gedrag.  We verhogen het budget voor verkeersveiligheid met 0,14 miljoen euro in 2026 en 0,15 miljoen in de periode 2027-2029. Vanwege de actuele ontwikkelingen rondom verkeersveiligheid, de verkeersdrukte die blijft toenemen waardoor ook de kans op ongelukken toeneemt, zien we de noodzaak om nu deze stap te zetten. We zetten hiermee een eerste stap. Als we grootschalige verkeersveiligheidsmaatregelen treffen, bijvoorbeeld n.a.v. een ernstig ongeluk, dan blijft het nodig om hiervoor in de begrotingscyclus een apart voorstel te doen.

Dit wordt gedekt door het budget voor programma vervoersongelijkheid in de periode 20262029 te verlagen met 0,05 miljoen euro en door het budget aanpak voetganger met 0,09 miljoen euro in 2026 en 0,1 miljoen euro in 2027-2029 te verlagen.

86

Financiën Verkeersveiligheid x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

2024 219 3.219 -3.000

2025 829 4.674 -3.845

2026 200 4.243 -4.043

2027 0 2.841 -2.841

2028 0 1.377 -1.377

2029 0 1.788 -1.788

632 1.026 -394

1.918 900 1.018

1.247 35 1.212

5 0 5

0 1.459 -1.459

0 1.048 -1.048

-3.394

-2.827

-2.832

-2.836

-2.836

-2.836 x €1.000

Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

-629

I

Bedrag

x €1.000 I/S

Verschillen in jaarlijkse verrekeningen met de reserve Bereikbaarheid op basis van actuele kasritmes. Toevoegingen

-671

I

Verschillen in jaarlijkse verrekeningen met de vaste activa reserve op basis van actuele kasritmes.

-865

I

Baten De lagere raming van de baten voor het product Verkeersveiligheid is gebaseerd op minder te verwachten subsidies van het Rijk en de Provincie voor de projecten verkeersveiligheid (MPB).

Toelichting verschillen in reserves Onttrekkingen

87

Beïnvloedbaarheid De grafiek hieronder laat zien welk percentage van de lasten van deze doelstelling beïnvloedbaar is.

De beïnvloedbaarheid voor 2026 is 25%, 2027 18%, 2028 49% en voor 2029 43%

Voor verkeersveiligheid geldt dat verschillende projecten reeds zijn gestart of worden aanbesteed. Voor het actieplan en impuls 30km straten geldt een bestuurlijke afspraak tot 2040. Lopende projecten en afspraken beperken de beïnvloedbaarheid, maar sluiten dit niet uit. Het beëindigen van projecten heeft acceptatie van reeds gemaakte kosten zonder afronding van een project tot gevolg (kapitaalvernietiging).

Risico's Strategische programmarisico’s

Maatregel

Benodigde samenwerking en cofinanciering voor de noodzakelijke maatregelen komen niet rond. Hierdoor kan de mobiliteitstransitie niet volgens het gewenste tempo worden gerealiseerd.

Verstevigen van de lobby richting rijk en regio. Als gemeente én in MRU en G4 + Eindhoven verband, alsook met de grondeigenaren van de woningbouwlocaties. De inzet hierbij is dat als we de middelen niet hebben voor de mobiliteitstransitie wij als gemeente niet kunnen leveren op veiligheid, wonen, economie klimaat en leefbaarheid, alsook de randvoorwaarden creëren voor de gebiedsontwikkelingen.

Benodigde innovatie als alternatief voor auto gaat niet snel genoeg of is niet voldoende voor groeistad (Dynamisch verkeersmanagement/ DVM, MaaS, parkeerhubs, etc.)

Convenant met deelautoaanbieders, stimuleringsregelingen voor deelmobiliteit, parkeerbeleid (hogere tarieven, lage parkeernormen, weghalen autoparkeerplaatsen). Onderzoeksagenda inzetten bij prioriteringsvraagstukken. In het Uitvoeringsprogramma Vervoersongelijkheid staat beschreven dat we vervoersongelijkheid verkleinen door drempels in het vervoer voor inwoners weg te nemen. Door actief met het thema aan de slag te gaan, leren we meer over deze vorm van ongelijkheid, en leren we ook wat

Niet iedereen kan de plekken bereiken die ze zouden willen bereiken, bijvoorbeeld doordat zij moeilijk kunnen rondkomen, door een fysieke of cognitieve beperking, een taalachterstand of slechte verbindingen. Hierdoor zijn mensen

88

Strategische programmarisico’s

Maatregel

de meest effectieve aanpak is. We monitoren actief en updaten de projectenlijst periodiek op basis van opgedane ervaring en aangescherpte inzichten. Vervoersongelijkheid is nu beleidsmatig verankerd. Dit risico wordt in het vervolg niet meer opgenomen. Ons Duurzame mobiliteitsbeleid heeft nationaal en Intensiveren van lobby bij Provincie en Rijk. Dit regionaal OV nodig als stevige basis en alternatief doen we als gemeente maar zeker ook in G4, U10 voor de auto. Kwaliteit van het OV aanbod staat en MRU verband. Inzetten op een bredere definitie onder druk door gebrek aan budgetten en van OV door deelmobiliteit en doelgroepenvervoer personeel. Gemeente heeft hier niet direct invloed te integreren tot een publiek mobiliteitsaanbod. op. onvoldoende in staat om deel te nemen aan de maatschappij. Er is sprake van vervoersongelijkheid.

De financiële risico’s zijn in een totaaltabel terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en de risico’s met betrekking tot de Verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.

Investeringen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de investeringen per programma. Per doelstelling is daaronder een aparte tabel met toelichting opgenomen. Een nadere specificatie van de geautoriseerde en de voor 2026 nog te autoriseren investeringen is opgenomen in de desbetreffende investeringsstaten (geheime bijlage bij de programmabegroting). Wij vragen autorisatie voor het bedrag van de Programmabegroting 2026; vanaf 2027 worden de verwachte kredieten opgenomen waarvoor nu nog geen autorisatie wordt gevraagd. Zie de paragraaf investeringen voor een toelichting op de verschillende categorieën en uitgangspunten en een totaaloverzicht van alle investeringen. Totaal investeringen programma Duurzame bereikbaarheid Duurzame bereikbaarheid

Geautoriseerd t/m 2025

Begroting 2026

Vervangingsinvesteringen Uitbreidingsinvesteringen A Routine-investeringen Totaal

0 369.276 0 369.276

0 1.500 0 1.500

Actuele begroting 20 25

Begroting 2026

Duurzame Bereikbaarheid investeringe n Categorie B*

Begroting Begroting 2027 2028 0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

Begroting Begroting 2027 2028

x €1.000 Begroting 2029

Uitbreidingsinvesteringen B 206.801 0 0 Totaal 206.801 0 0 (*) Categorie Uitbreidingsinvesteringen B wordt nu niet geautoriseerd

89

x €1.000 Begroting 2029

0 0

0 0

Doelstelling Duurzaam vervoer x €1.000 Doelstelling Duurzaam vervoer

Geautoriseer d t/m 2025

Begroting 2026

271.739 271.739

300 300

Uitbreidingsinvesteringen A Totaal

Doelstelling Duurzaam vervoer

Actuele begroting 20 25

Begroting 2026

206.801

0

Uitbreidingsinvesteringen B*

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029 0 0

0 0

0 0

Begroting Begroting 2027 2028

x €1.000 Begroting 2029

0

0

0

Totaal 206.801 0 0 (*) Categorie Uitbreidingsinvesteringen B wordt nu niet geautoriseerd

0

0

Toelichting doelstelling Duurzaam vervoer Voor het jaar 2026 vragen wij geen extra krediet aan.

Doelstelling Mobiliteitsgedrag

Doelstelling Mobiliteitsgedrag

x €1.000 Begroting Begroting 2028 2029

Geautoriseerd t/m 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Uitbreidingsinvesteringen A

68.993

1.200

0

0

0

Totaal

68.993

1.200

0

0

0

Toelichting doelstelling Mobiliteitsgedrag Voor uitbreiding betaald parkeren 2026 vragen wij aanvullend krediet aan.

Doelstelling Verkeersveiligheid

Doelstelling Verkeersveiligheid

x €1.000 Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Geautoriseerd t/m 2025

Begroting 2026

Uitbreidingsinvesteringen A

28.619

0

0

0

0

Totaal

28.619

0

0

0

0

Toelichting doelstelling Verkeersveiligheid Voor het jaar 2026 vragen wij geen extra krediet aan.

90

Verbonden partijen Omschrijving

Doel

VvE P&R Uithof/Sciencepark Utrecht

Door het bieden van een combinatie van een goede parkeervoorziening aan de rand van de stad gecombineerd met snel openbaar vervoer naar de binnenstad zet de gemeente in op het afvangen van autoverkeer in de stad. Op deze manier biedt de gemeente een goed alternatief voor automobilisten met bestemming Utrecht voor parkeren in de binnenstad. De gemeente is eigenaar van 500 van de 2.000 parkeerplaatsen in de P&R de Uithof.

Voor detailinformatie de paragraaf Verbonden Partijen.

91

x €1.000 Bijdrage gemeente Utrecht 240

Subsidies Subsidie is niet van toepassing voor dit programma. Zie voor het totaaloverzicht alle subsidies per programma de bijlage subsidies.

Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed Programma overzicht We werken aan een gezonde en prettige omgeving als je de deur uitstapt. Portefeuillehouder(s): Linda Voortman; Susanne Schilderman; Rachel Streefland en Eva Oosters

Financiën programma x €1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Baten

2024 146.201

2025 154.424

2026 151.054

2027 151.104

2028 151.210

2029 151.110

Lasten

251.888

252.842

258.638

254.590

255.032

256.203

Saldo Baten en Lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

-105.687 6.455 2.809

-98.418 1.335 7.558

-107.584 235 141

-103.485 35 141

-103.822 35 141

-105.093 35 41

3.646

-6.223

94

-106

-106

-6

-102.041

-104.642

-107.490

-103.592

-103.929

-105.100

Financiële toelichting op hoofdlijnen op baten/lasten/reserves voor jaar 2026. De baten in dit programma zijn 151 miljoen euro. Deze baten bestaan hoofdzakelijk uit:  Opbrengsten uit Afvalstoffenheffing (66,929 miljoen euro).  Opbrengsten uit Rioolheffing (52,322 miljoen euro).  Opbrengsten voor Single-Use Plastic (4,089 miljoen euro).  Opbrengsten uit Leges Vergunningen (4,269 miljoen euro).  Opbrengsten overig (23,446 miljoen euro) onder andere Begraafplaatsrechten, Bedrijfsafval, Afvalstromen, Wijk- en Warenmarkt. De lasten in dit programma zijn 259 miljoen euro. Deze lasten bestaan hoofdzakelijk uit:  Personele lasten (94,429 miljoen euro).  Onderhoudskosten voor onder andere openbare ruimte, Wervengebied, water- en rioleringssysteem, containers afvalinzameling, gronden en terreinen (bodemverontreiniging), schoonhouden openbare ruimte (77,006 miljoen euro).  Investeringen in onder andere watersysteem, rioleringssysteem en luchtkwaliteit (27,850 miljoen euro).  Afvalverwerkingskosten (18,941 miljoen euro).  Overige kosten onder andere kwijtschelding belastingen, afschrijving en rente over investeringen, betaalde subsidies en energielasten (40,412 miljoen euro).

93

De mutaties reserves zijn 0,094 miljoen euro. Deze hebben betrekking op:  Onttrekkingen 0,235 miljoen euro waarvan:  Incidentele onttrekking uit de Reserve Egalisatiefonds Rioleringen overeenkomstig Amendement A092 Voorjaarsnota 2024 (0,200 miljoen euro).  Jaarlijkse onttrekking uit de Reserve Nedereindse Plas ten behoeve van nazorg Nedereindse Plas overeenkomstig 1e Bestuursrapportage 2021 onderdeel 6.1.2 voor de periode 2021 tot en met 2030 (0,035 miljoen euro).  Toevoegingen 0,141 miljoen euro waarvan:  Jaarlijkse toevoeging aan de Reserve Bodem overeenkomstig 1e Bestuursrapportage 2021 onderdeel 6.1.2 voor de periode 2021 tot en met 2028 (0,100 miljoen euro).  Overige toevoegingen aan reserves (0,041 miljoen euro). Zie voor een verdere toelichting het onderdeel Reserves in hoofdstuk Financiën. Hervormingen en bezuinigingen In onderstaande tabel zijn de in dit programma doorgevoerde hervormingen en bezuinigingen opgenomen uit de Voorjaarsnota 2025. x € 1.000 Maatregel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b8d3c098-c760-4418-813e-05fd20f9fa44