Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
De Taskforce versneld toevoegen woonruimte Actief monitoren en tijdig signaleren en escaleren Samen met partners zoeken naar oplossingen.
Faseren en prioriteren van implementatie nieuwe wet- en regelgeving over langere termijn Integrale aanpak van regelgeving rondom het woonbeleid (inclusief vergunning, toezicht en handhaving) Doorontwikkeling van samenwerking woonbeleid en vergunningen, toezicht en handhaving Actieve communicatie strategie om bewoners en ondernemers te informeren over bestaande en nieuwe instrumenten.
Zie voor een totaaloverzicht de Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
45
Investeringen Investeringen Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de investeringen van dit programma. Tevens worden de nieuwe belangrijkste investeringen uit 2023 gemeld en kort toegelicht. De raad krijgt hiermee zicht op welke investeringen bij deze begroting in dit programma worden geautoriseerd, namelijk de investeringsbedragen van projecten die in het begrotingsjaar 2023 starten. Een nadere specificatie van de investeringen is verder opgenomen in de geheime investeringsstaten bij deze programmabegroting. De investeringen uit het Meerjareninvesteringspakket Groei in Balans worden toegelicht in de subparagraaf Investeringen Groei in Balans. Onder onderstaande tabel staat een link naar het desbetreffende onderdeel in de paragraaf Investeringen. De paragraaf Investeringen geeft een totaaloverzicht van de investeringen in de vervanging en uitbreiding van het gemeentelijke eigendom voor het begrotingsjaar, maar tevens worden onze voornemens voor de komende jaren gegeven. Totaaloverzicht investeringen
Vervangingsinvesteringen
2022
2023
2024
2025
x €1.000 2026
0
0
0
0
0
Uitbreidingsinvesteringen categorie A
I
19.552
0
0
0
0
Uitbreidingsinvesteringen categorie B
II
0
0
0
0
0
Groei in Balans : Vervangingsinvesteringen
0
0
0
0
Uitbreidingsinvesteringen categorie A I
9.990
0
0
0
Uitbreidingsinvesteringen categorie B II
0
0
0
0
9.990
0
0
0
Totaal investeringen*
19.552
* Voor een deel van de investeringen Groei in Balans wordt nu nog geen investeringskrediet vrijgegeven. Dit vindt bij de integrale afweging van de Voorjaarsnota 2023 plaats. Zie bijlage Groei in Balans investeringen versus kredieten. Zie voor een totaaloverzicht investeringen de paragraaf Investeringen I Uitbreidingsinvesteringen categorie A Categorie A betreft investeringen waarover al eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden of waarvoor geen verdere besluitvorming vereist is aangezien het project past binnen een al eerder vastgestelde meerjarenplanning. Met de vaststelling van deze programmabegroting autoriseert u per project de middelen voor de in 2023 te starten uitbreidingsprojecten van categorie A, waarna wij deze middelen voor het betreffende project gaan inzetten. II Uitbreidingsinvesteringen categorie B Categorie B betreft investeringen waarover wij uw gemeenteraad nog verder willen informeren via een raadsvoorstel alvorens wij met het project van start gaan. De benodigde middelen worden nog niet geautoriseerd bij de programmabegroting.
Wij wachten met de inzet van deze middelen tot uw gemeenteraad heeft ingestemd met het betreffende raadsvoorstel Zie voor een totaaloverzicht investeringen de paragraaf Investeringen Toelichting nieuwe belangrijke investeringen in 2023 Toelichting Investeringen Groei in Balans Onderstaande kredieten betreffen de volgende uitbreidingsinvesteringen categorie A: 10 Gezond leefklimaat - icoonproject Paardenveld 12 Gezond leefklimaat - icoonproject - Tuinen van Moreelse 14 Gezond leefklimaat - icoonproject - Maarschalkerweerd
46
Verbonden Partijen x € 1.000 Bijdrage gemeente Utrecht
Omschrijving
Doel
Regionale uitvoeringsdienst
Het verlenen van milieuvergunningen en toezicht en handhaving van milieuregels. Verwerven, restaureren, onderhouden, beheren en exploiteren van monumenten. De Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel NV richt zich vanaf de oprichting met name op restauratie en behoud van voor de markt incourante objecten. Uitvoeren van grondexploitaties
1.876
Het exploiteren van de Energie-installatie voor het leveren van warmte en koude ten behoeve van Project Merwede.
0
NV Maatschappij tot Stadsherstel Utrecht
Vleuten-De Meern zelfstandig B.V. WKO Merwede B.V.
0
Zie voor een totaaloverzicht de paragraaf Verbonden Partijen
47
Subsidies Doelstelling
Omschrijving
Begroting 2022
Begroting 2023
Waarvan 'vaste' verlening met jaarsubsidies
x € 1.000 Meerjarig verleend t.l.v 2023
1 Herontwikkeling van de fysieke leefomgeving draagt bij aan gezonde groei met kwaliteit en in balans Lesgeven in een grootstedelijke context
Lesgeven in een grootstedelijke context
400
400
0
0
RSU ruimte voor initiatief
Aansluiten bij initiatieven uit de samenleving en kennisontwikkeling, netwerk en experimenten (gebiedsontwikkeling nieuwe stijl)
350
350
0
0
Ruimtelijke plannen
Bijdrage aan lokaal platform/ initiatieven voor onderzoek, debat, en infovoorziening over architectuur, stedenbouw en landschap
79
79
79
0
829
829
79
0
50
50
50
0
Totaal doelstelling 1 3 Voldoende passende en betaalbare huisvesting voor alle bewoners en woningzoekenden Doelgroepen Stedelijke huurders participatie en vertegenwoordiging, informatiepunt studentenhuisvesting Politie Keurmerk Veilig Wonen
Subsidie op verkrijgen van Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) bestaande woningen
75
75
0
0
Toevoegen Woonruimte
Fonds Toevoegen Woonruimte voor uitbreiding woonvoorraad bestaande bouw
300
300
0
0
425
425
50
0
Totaal doelstelling 3 4 Monumenten en cultuurhistorische waarden Exploitatie Domunder
Ondersteuning Exploitatie Domunder
40
40
0
40
Publieksbereik Erfgoed
Ondersteuning activiteit Open Monumenten Dag Utrecht en Kerken kijken Utrecht
70
70
70
0
110
110
70
40
1.364
1.364
199
40
Totaal doelstelling 4 Totaal Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
48
Beleidsnota's Titel (inclusief link)
Datum
Korte inhoud
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040)
15-7-2021
Ruimtelijk-Economische Ontwikkel Strategie Utrechts visie religieus erfgoed Grondprijzenbrief 2021
05-11-2018
Het Utrechts grondbeleid
2017
Meerjarenperspectief Ruimte 2022 Woonvisie Utrecht
05-2022
In Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) staan de ambities die de gemeente Utrecht heeft op de grote vraagstukken voor de stad, nu en in de toekomst. Provinciaal beleidsdocument over de ruimtelijke en economische ontwikkelstrategie voor regio Utrecht. Visie vanuit de gemeente Utrecht op het religieus erfgoed binnen de gemeente. Actualisatie van de geldende grondprijzen voor het jaar 2021. Technische actualisatie van het grondbeleid van de gemeente Utrecht. Integrale visie op de ruimtelijke ontwikkeling in Utrecht.
Omgevingsvisie Utrecht Erfgoedagenda
05-12-2019 07-11-2021
09-05-2017 2021
07-2019
Overkoepelende visie op het woonbeleid in de gemeente Utrecht. Omgevingsvisie voor de gemeente Utrecht. Het Utrechts beleid voor het erfgoed in de gemeente.
49
Duurzaamheid Portefeuillehouder(s): Lot van Hooijdonk; Eva Oosters; Susanne Schilderman
Ambitie We werken samen toe naar een duurzame, leefbare en circulaire stad De klimaatcrisis vraagt om stevige maatregelen. Dit doen we bijvoorbeeld door gebruik te maken van alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie bijvoorbeeld met zonnepanelen, windmolens en energie uit de bodem. En door met bewoners en ondernemers in gesprek te gaan om aan de slag te gaan met het besparen van energie. En door over te stappen op duurzame manieren van koken en verwarmen. We werken daarom samen met onze partners in de stad aan de uitbreiding van de warmtenetten en we zorgen dat het elektriciteitsnetwerk versterkt wordt. Gezond stedelijk leven betekent dat onze inwoners recht hebben op een gezond leefklimaat en een duurzame, circulaire leefomgeving. En vooral: dat onze kinderen opgroeien in een leefbare stad, met schone lucht en bodem, minder afval, lagere geluidniveaus en het stimuleren van een circulaire economie die bijdraagt aan de klimaatdoelen. Voor een duurzame leefomgeving is het belangrijk dat de gezondheid van onze inwoners verbetert als gevolg van onze gecontinueerde inzet op de fysieke leefomgeving, ook bij een verdere groei en inbreiding van de stad. De komende jaren gaan we volop door met onze inzet richting een circulaire en gezonde stad. Dat gaat niet vanzelf.
We hanteren het uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’ en nemen maatregelen, onder andere op het gebied van luchtkwaliteit en geluidoverlast. Zo realiseren we een duurzame, leefbare en circulaire stad.
Wat willen we bereiken? In dit hoofdstuk leggen we uit welke effecten we in het komende jaar willen bereiken. Dit programma is onderverdeeld in één of meer doelstellingen. Ook zijn onze effectindicatoren en de wettelijk verplichte BBV indicatoren opgenomen wanneer deze van toepassing zijn.
1. Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen t.o.v. 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energieinfrastructuur is aangepast op duurzame bronnen We ondersteunen bewoners en bedrijven bij het isoleren van hun gebouwen om energie te besparen. We hebben een breed aanbod om hen te ondersteunen in de stappen die ze daarvoor kunnen nemen; van energieadviezen t/m duurzaamheidsleningen. We werken samen met de partners in de stad door de energie-infrastructuur aan te passen en de overgang van duurzame energiebronnen binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken. Dit ligt in lijn met de afspraken die gemaakt zijn in het nationale klimaatakkoord en sluit aan bij internationale klimaatdoelstellingen. Bij het realiseren hiervan zijn we wel afhankelijk van actiebereidheid van externe partijen, wet en regelgeving van het Rijk, en voldoende financiële middelen zodat de energietransitie voor het merendeel van de bewoners betaalbaar is.
2. Utrecht werkt aan een gezonde, stillere en veilige leefomgeving We willen in 2050 als stad volledig circulair zijn en we willen dat in 2030 50% minder primaire grondstoffen worden gebruikt. Milieubelasting door de bouw van nieuwe woningen moet zo snel mogelijk afnemen, zodat we daarmee bijdragen aan de klimaatdoelen. Ons actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 is een eerste stap in de transitie van Utrecht naar een circulaire stad. Eind 2023 ligt er een Visie Utrecht Circulair 2023-2030, waarin we de richting aangeven naar volledig circulair in 2050. We blijven aan de wettelijke EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit voldoen. Omdat luchtverontreiniging de eerste milieugerelateerde ziekmaker is willen we verder gaan en de WHO-advieswaarden-2021 zo snel mogelijk bereiken.
51
Geluid is de tweede milieugerelateerde ziekmaker. Daarom streven we naar een ambitiewaarde bij geluidnormen die minder ruim is dan de landelijke - wettelijke - richtlijnen. Waar nodig nemen we extra maatregelen om deze ambitie te realiseren. We dragen daarmee bij aan het verlagen van het gemiddeld percentage mensen dat vaak overlast van verkeerslawaai ervaart. We streven naar het beheersen en beperken van risico’s die ontstaan bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen zodat de leefomgeving veilig is. We zorgen dat de laadinfrastructuur gelijke tred houdt met de toename van emissieloze voertuigen.
3. Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven De ondergrond is een (onzichtbare) schatkamer en is de basis van onze stad. Hij is van belang voor onze voedsel- en warmtevoorziening, veiligheid, welzijn en vormt een archief van ons verleden. Veel eigenschappen van de ondergrond zijn randvoorwaardelijk voor een goed functionerende stad. Denk aan het draagvermogen, het bodemleven als basis voor ons groen en de biodiversiteit, buffering van regenwater of - op grotere diepte - de winning of buffering van warmte en drinkwater. Onze ondergrond vormt echter ook een delicaat systeem, heeft beperkte ruimte en verdient daarom bescherming. Om werk te kunnen maken van een kwaliteitsslag in dit deel van de openbare ruimte gaan we regie voeren op de ondergrond. We werken aan inzicht en innovaties, we maken vaart met een visie en uitvoeringsprogramma rond de ordening van de ondergrond, we stellen deze in 2024 vast, en gaan hierop tijdig en integraal sturen in projecten. De basis voor de wettelijke bescherming van archeologische resten in de bodem is de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg met de daarbij behorende Archeologische Waardenkaart. Zo maken we slim gebruik van de ondergrond, door deze in samenhang te benutten, beter te maken te beschermen en te beheren.
Waar mogelijk houden we ondergrondse ruimte vrij om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken. We zorgen dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het gewenste gebruik (zoals schoon drinkwater) en dat bodem- en grondwaterverontreinigingen geen milieuhygiënische risico’s vormen voor mens, dier en milieu. We werken aan een gestage verbetering van de kwaliteit van de bodem en het grondwater.
Effect Indicatoren Reali DoelDoelDoelDoelNulsatie stelling stelling stelling stelling Doelstelling meting 2021 2022 2023 2024 2025 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen t.o.v. 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen % minder CO2 reductie uitstoot ten opzichte t.o.v. Verwacht z.s.m. z.s.m. z.s.m. z.s.m. van 2010 basisjaar mei 2023 klimaat- klimaat- klimaat- klimaat2010 neutraal neutraal neutraal neutraal Aantal afgesloten panden van het aardgas
n.v.t.
-
1.000
1.500
1.500
2.500
Percentage duurzaamheid stadswarmtenet Utrecht
n.v.t.
54%
55%
55%
60%
60%
GWh/jaar duurzame electriciteitsopwekking, door pv-installaties op grote daken
n.v.t.
24% (45GWh)
27%
65GWh
67GWh
69GWh
GWh/jaar duurzame electriciteitsopwekking, door pv-installaties op kleine daken
n.v.t.
24% (53GWh)
27%
77GWh
86GWh
95GWh
≤22%
≤22%
≤22%
≤22%
2
Utrecht werkt aan een gezonde, stillere en veilige leefomgeving
Het percentage inwoners dat vaak overlast van 2010 verkeerslawaai ervaart
30
WHO advieswaarden 2005 fijnstof PM10 (=20 μg/m³) en PM2,5 (=10 μg/m³) realiseren
2015
verwacht Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10). Wettelijke norm: 40 µg/m³
2011
verwacht max. 21 max. 21 max. 20 max. 19 eind 2022 μg/m³ μg/m³ μg/m³ μg/m³
52
Nulmeting
Doelstelling
Reali satie 2021
Doelstelling 2022
Doelstelling 2023
Doelstelling 2024
Doelstelling 2025
max.10 dagen
max.10 dagen
max. 9 dagen
max. 9 dagen
Aantal overschrijdingsdagen fijnstof (PM10). Wettelijke norm: maximaal 35 dagen overschrijding van daggemiddelde van 50 µg/m³
2011
verwacht: eind 2022
Jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM2,5). Wettelijke norm: 25 µg/m³
Onbekend
verwacht: max. 13 max. 12 max. 12 max. 11 eind 2022 μg/m³ μg/m³ μg/m³ μg/m³
Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2). Wettelijke norm: 40 µg/m³
2011
verwacht: max. 34 max. 33 max. 32 max. 28 eind 2022 µg/³ µg/³ µg/³ µg/³
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Stikstofoxiden
Onbekend
verwacht: Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Direct uitgestoten NO2
Onbekend
verwacht Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Fijn stof PM10
Onbekend
verwacht Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Fijn stof PM2,5
Onbekend
verwacht Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Roet/EC
Onbekend
verwacht Dalende Dalende Dalende Dalende eind 2022 trend trend trend trend
Totale milieuschaduwprijs per euro/m2 brutovloeroppervlak
Onbekend
0,58
0,56
0,54
0,52
Analyse Doelstelling 1
Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen t.o.v. 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen
% minder CO2 reductie uitstoot ten opzichte van 2010
We meten de jaarlijkse stedelijke CO2-emissie ten opzichte van 2015 op basis van gegevens die landelijk aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Voor de beschikbaarheid van deze gegevens zijn we grotendeels afhankelijk van landelijke bronnen van derden, zoals CBS en de Klimaatmonitor. De nieuwe data lopen meestal één jaar achter, vanwege de jaarronde afrekeningen op het energieverbruik. De data over 2020 zijn in 2022 beschikbaar gekomen. In de Voortgangsrapportage Energie in de stad publiceren we over meerdere jaren de stedelijke CO2-emissie. In de periode van 2015-2020 daalde de CO2-uitstoot in totaal met 27%, waarvan 11% tussen 2019 en 2020. De CO2-uitstoot per inwoner daalde in de periode 2015-2020 harder (-31%) dan de totale uitstoot (-27%), omdat in dezelfde periode het aantal inwoners groeide (6,5%).
53
Analyse Aantal afgesloten panden van het aardgas
Elk jaar zien we dat gebouwen van het aardgas worden afgesloten; als gevolg van (duurzame) renovatie, sloop/nieuwbouw en/of particulieren die vergaand verduurzamen en van het gas af willen. Soms wordt een collectieve gas-aansluiting vervangen door elektrische oplossingen of bv een WKO; een heel complex is dan in een keer van het gas af. In de komende jaren zullen we steeds meer van deze transities zien. In Overvecht-Noord is gestart met de transitie naar Elektrisch koken. Naar verwachting zullen de eerste gebouwen in 2023 deze omslag maken, een groter aantal volgt in 2024 en daarna. De echte versnelling van het afsluiten van aardgas, verwachten we nadat de eerste uitvoeringsplannen voor aardgasvrije wijken in uitvoering gaan. Naar verwachting is dat vanaf 2026. In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’ is vastgelegd dat in 2026 de plannen voor 40.000 aansluitingen zijn gemaakt.
Percentage duurzaamheid stadswarmtenet Utrecht
Het percentage duurzaamheid kan op verschillende manieren worden uitgedrukt zoals te zien is in het warmte-etiket dat Eneco jaarlijks achteraf publiceert. In deze kolom staat het aandeel hernieuwbaar. Dit is een landelijke definitie met een voorgeschreven berekening. Ook van belang is te kijken naar de CO2 reductie t.o.v. het gebruik van CV-ketels en het percentage dat opgewekt is met duurzame bronnen. De percentages verbeteren door de realisatie van nieuwe hernieuwbare bronnen (eind 2023 wordt verwacht dat de warmte uit de rioolwaterzuivering gerealiseerd is). Ook wordt de komende tijd gewerkt aan de realisatie van de warmtebuffers in het systeem. Maar ook externe factoren; de landelijke mix in het elektriciteitsnet en de landelijke vraag naar elektriciteit uit gas opgewekt (in de Utrechtcentrale) is van invloed op de inzet van de gascentrale en de duurzaamheidscijfers. In de zomer van 2022 wordt een nieuwe kwaliteitsverklaring opgesteld waarmee de inschatting voor de duurzaamheidscijfers voor de komende drie jaar nauwkeuriger wordt berekend. In de samenwerkingsafspraken met Eneco is tevens het aandeel opwek door duurzame bronnen (34% in 2021) vastgelegd: in 2025 minimaal 50%, in 2030 minimaal 67,5%, in 2035 minimaal 90% van de geleverde warmte uit duurzame bronnen komt en uiterlijk in 2040 volledige verduurzaming.
GWh/jaar duurzame electriciteitsopwekking, door pvinstallaties op grote daken
Het nieuwe programma zon op dak en netoplossingen is in juni 2022 verschenen. Hierin zijn de nieuwe doelstellingen voor zon op dak zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota 2022 uitgewerkt naar concrete acties. Voor zon op grote daken is de doelstelling 168 GWh in 2030. De vorige doelstelling (20% zon op dak in 2025) werd uitgedrukt in de eenheid percentage zon op dak (%) en loopt door naar einde dit jaar, die is 27%. De klimaatmonitor maakt een vergelijking van de cijfers en voor 2021 staat 24% voor 45 GWh. In de vervolgrapportage houden we de nieuwe doelstelling aan. Voor 2023 schatten wij ca. 65 GWh met zon op grote daken op te wekken. Sinds oktober 2021 is er netcongestie in de regio Utrecht. Dat werkt vertraagd door in de realisatiecijfers, omdat projecten een doorlooptijd hebben van ongeveer 2 jaar. We zien daarom bij de gerealiseerde projecten in 2021 en 2022 nog voor een sterke groei. We verwachten dat vanaf 2023 de groei door netcongestie afneemt. We verwachten dat door netcongestiemanagement en slimme netoplossingen groei van zon op daken mogelijk blijft. De benodigde realisatie van de netverzwaringen om het netcongestieprobleem definitief op te lossen verwachten we pas op de langere termijn, dus na 2026.
54
Analyse GWh/jaar duurzame electriciteitsopwekking, door pvinstallaties op kleine daken
Het nieuwe programma zon op dak en netoplossingen is in juni 2022 verschenen. Hierin zijn de nieuwe doelstellingen voor zon op dak zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota 2022 uitgewerkt naar concrete acties. De doelstelling voor zon op kleine daken is de doelstelling 120 GWh in 2030. De vorige doelstelling (20% zon op dak in 2025) werd uitgedrukt in het percentage zon op dak (%) en loopt door naar einde dit jaar, die is 27%. De klimaatmonitor maakt een vergelijking van de cijfers en voor 2021 staat 24% voor 53 GWh. In de vervolgrapportage houden we de nieuwe doelstelling aan. Voor 2023 schatten wij ca. 77 GWh met zon op kleine daken op te wekken. Sinds oktober 2021 is er netcongestie in de regio van Utrecht, maar tot nu toe heeft deze netcongestie geen effect op de groei van kleine daken, omdat deze nog steeds kunnen worden aangesloten op het net zonder beperkingen. We verwachten dat zon op kleine daken nog flink gaat toenemen de komende jaren.
Doelstelling 2
Utrecht werkt aan een gezonde, stillere en veilige leefomgeving
Het percentage inwoners dat vaak Utrecht groeit en verdicht, maar we houden de ambitie vast om het overlast van verkeerslawaai ervaart percentage bewoners dat vaak overlast van verkeerslawaai ervaart naar 22% of lager te krijgen. Deze cijfers halen we uit de bewonersenqûete die eens in de twee jaar wordt uitgevoerd. Over 2022 kunnen we daarom geen actuele cijfers rapporteren, deze volgen in 2023 weer. Door het streven naar een strengere ambitiewaarde dan de wettelijk grenswaarden, het toepassen van stiller asfalt en het verder uitrollen van 30 km/u gebieden voorkomen we nieuwe geluidshinder en verlagen we de ervaren geluidsoverlast bij bestaande geluidsknelpunten. WHO advieswaarden 2005 fijnstof PM10 (=20 μg/m³) en PM2,5 (=10 μg/m³) realiseren
Aan de hand van de Monitoringstool bepalen we in hoeverre aan de WHO-advieswaarden is voldaan. Dit zal naar verwachting de komende jaren nog niet het geval zijn, met name niet als het gaat om de fijnere fractie van fijnstof. De gemeentelijke Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit geeft hierin jaarlijks gedetailleerd inzicht.
Jaargemiddelde concentratie fijnstof Een overschrijding van de wettelijke norm (jaarnorm) wordt niet (PM10). Wettelijke norm: 40 µg/m³ verwacht. Aantal overschrijdingsdagen fijnstof (PM10). Wettelijke norm: maximaal 35 dagen overschrijding van daggemiddelde van 50 µg/m³
Een overschrijding van de wettelijke grenswaarde (etmaalnorm) wordt niet verwacht. Onderzoek laat overigens een relatie tussen het aantal dagen overschrijding van de etmaalnorm en de jaargemiddelde concentratie fijn stof. Uit deze relatie blijkt dat als aan de etmaalnorm is voldaan (E2.1.5), impliciet ook aan de jaarnorm is voldaan (E2.1.4).
Jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM2,5). Wettelijke norm: 25 µg/m³ Een overschrijding van de wettelijke norm wordt niet verwacht. Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2). Wettelijke norm: 40 µg/m³
Een overschrijding van de wettelijke norm wordt niet verwacht. De concentraties geven inzicht in de meerjarige (dalende) trend.
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Stikstofoxiden
Ten opzichte van 2015 zijn de verkeersintensiteiten elk jaar toegenomen en zijn regelmatig kleine uitbreidingen aan het wegennetwerk toegevoegd in het model. Ondanks die toenames zijn de verkeersemissies van alle vier stoffen sinds 2015 gedaald. De oorzaak van de daling is de lagere emissie per voertuig, als gevolg van het steeds schoner worden van voertuigen. De grootste daling treedt op voor PM2,5 en EC. De kleinste daling zit bij PM10, een stof die zowel bij verbranding als bij (banden)slijtage vrijkomt.
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Direct uitgestoten NO2
Zie analyse E2.1.7.1 (index Direct uitgestoten NO2 voor 2019 = 90,5).
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Fijn stof PM10
Zie analyse E2.1.7.1 (index PM10 voor 2019 = 95,6).
55
Analyse Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Fijn stof PM2,5
Zie analyse E2.1.7.1 (index PM2,5 voor 2018 = 76,1).
Stedelijke verkeersemissies (index emissie 2015=100) Roet/EC
Zie analyse E2.1.7.1 (index roet/EC voor 2018 = 66,1).
Totale milieuschaduwprijs per euro/m2 bruto- vloeroppervlak
Met als doelstelling om de milieuschade door het gebruik van grondstoffen en materialen terug te dringen.
Verplichte BBV indicatoren Om een eenduidig beeld te vormen over de beleidsresultaten van de gemeente en gemeenten onderling te kunnen vergelijken zijn er een aantal wettelijke verplichte indicatoren bij de programma’s opgenomen. Indicator Hernieuwbare elektriciteit
Eenheid
Bron
2018
2019
2020
percentage
RWS
2,6
4,2
6,2
De gegevens uit deze tabel komen van de website Cijfers per gemeente
Wat gaan we daarvoor doen? Wat gaan we doen, hebben we onderverdeeld naar: • Wat doen we in dit begrotingsjaar? • Wat doen we altijd? • Meerjarige trajecten. Hiermee willen we onderscheid maken tussen onze opgaven en ‘Wat doen we altijd’ in de begroting. Hierdoor maken we inzichtelijk waar de prioriteiten liggen en wanneer deze worden uitgevoerd.
Wat doen we in dit begrotingsjaar? Omschrijving Doelstelling 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen • 500 woningen in Overvecht-Noord van het aardgas af. • We maken het Plan van aanpak gereed voor bedrijventerreinen aardgasvrij. • We bepalen de publieke rol in warmtenetten. • We besluiten over mogelijke deelname Stedin. • We realiseren zonnepark geluidswal A12. • We doorlopen planologische besluitvorming voor windmolens in Rijnenburg en Reijerscop. • We starten met aardgasvrij maken van 32.000 woningen met de buurtaanpak blok 1 conform Transitievisie warmte. Tevens geven we vervolg aan het onderzoek aardgasvrije wijkaanpak voor Overvecht Noord voor 8.000 woningen. Dat betekent dat we in totaal voor 40.000 woningen een wijkuitvoeringsplan maken. • In 3000 tot 5000 woningen zijn energiebesparende maatregelen toegepast • We onderzoeken de mogelijkheden voor een ontwikkelbedrijf. • We geven uitvoering aan het klimaatberaad.
56
Omschrijving Doelstelling 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stille en veilige leefomgeving • Circulair: We zijn het actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 aan het uitvoeren. • Geluid en trillingen: We stellen compenserende voorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen (zoals geluidluwe gevels en rustige buitenruimten). o We werken de gemeentelijke beleidsruimte voor geluid en trillingen uit in een Omgevingsvisie Geluid en Trillingen. Deze ruimte ontstaat door de invoering van de Omgevingswet. o We streven (vanuit de Nota Volksgezondheid) naar een maximaal geluidsniveau van 63 dB, strenger dan de wet voorschrijft, bij nieuwe woningbouwontwikkelingen (met uitzondering van flexwonen) langs gemeentelijke wegen en spoorwegen. o We verbeteren bestaande knelpunten met maatregelen zoals het aanleggen van stiller asfalt en het verlagen van de maximumsnelheid van het wegverkeer, aanleg van meer groen, stadsboulevards (met minder rijstroken en stiller asfalt). o We stellen grenswaarden aan trillingen bij nieuwe woningen langs het spoor. Omgevingsveiligheid: We werken de gemeentelijke beleidsruimte uit in een Visie Omgevingsveiligheid. Luchtkwaliteit: We stellen een aanvullend luchtmaatregelenpakket op (zie Programma Bereikbaarheid).
We werken landelijk samen in het Schone Lucht Akkoord, met focus op verschoning van de binnenvaart en mobiele werktuigen, en vermindering van houtstookemissies. Emissieloos Vervoer: We plaatsen datagestuurd (op basis van de bezetting van de bestaande laadpalen) oplaadinfrastructuur bij (zie Programma Bereikbaarheid). o
• •
•
Doelstelling 3 Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven • We geven vorm aan een gezonde levende bodem met (bodem)biodiversiteit in de stad. • •
• • •
• •
We stellen een Visie op de Ondergrond met een afwegingskader op en vertalen deze naar een uitvoeringsprogramma. We creëren draagvlak bij (externe) partners over het belang van regie op de ondergrond, zodat er rekening gehouden wordt met de ondergrond bij planvorming, en de bovengrond in balans ontwikkeld wordt. We bouwen ons inzicht in de ondergrond verder uit (ondergrondmodel, sectorale ondergrondthema’s, systeemwerking) en leggen dit vast in een kennisbank. We ontwikkelen innovaties voor efficiënte en duurzame oplossingen voor het ondergronds ruimtegebrek en gebruik. We vormen beleid om de bodem te beschermen, benutten, beter te maken en te beheren, waaronder beleid voor lood in de bovengrond en het actualiseren van het gebiedsgericht grondwaterbeheer. We dragen een deel van de wettelijke taken over aan de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Via het bestemmingsplan Algemene Regels wordt een geactualiseerde archeologische waardenkaart vastgesteld.
Wat doen we altijd? Omschrijving Doelstelling 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen • We voeren 200 energiecontroles uit. We kijken naar aanleiding van de aangescherpte wetgeving en beschikbaar stellen van budget van het Rijk of we hier het komende jaar op gaan intensiveren. Doelstelling 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stille en veilige leefomgeving • We adviseren over milieu-aspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op projectniveau worden ambities integraal afgewogen.
57
Omschrijving • • •
We maken jaarlijks het Duurzaamheidsverslag, waarin we gedetailleerd rapporteren over de stand van zaken met betrekking tot duurzaamheid. We zetten vanuit Utrecht Circulair in op conceptueel en biobased bouwen. We vullen het register externe veiligheid als vervanger van de huidige risicokaart.
Doelstelling 3 Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven • We zijn bevoegd gezag Wet bodembescherming. • We stellen bodem- en grondwatergegevens open voor derden. • We volgen de landelijke ontwikkelingen rond nieuwe stoffen en voeren zonodig proactief bodemonderzoek uit. • We werken intensief samen met bodem- en waterpartners voor een goede implementatie van de Omgevingswet. • •
We houden het ondergrondmodel actueel en compleet, het is dé digitale database van de ondergrond en is inzetbaar voor alle opgaven met een ondergrondvraag. We actualiseren de archeologische waardenkaart op basis van nieuwe archeologische onderzoeken.
Meerjarige trajecten Omschrijving Doelstelling 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen • We geven uitvoering geven aan programma's die onder de klimaatvisie vallen (vaststelling Q4 2023). •
We geven uitvoering aan Programma energie besparen gebouwde omgeving. Dit richt zich bijvoorbeeld op de doelgroepen zoals koopwoningen (waaronder VvE’s en monumenten),
huurwoningen, studentenwoningen en bedrijven en instellingen. • We geven uitvoering aan Programma zon op dak en netoplossingen. • We voeren de Transitievisiewarmte uit (actualiseren in 2025). • We geven vervolg aan RESU16: RES Voortgang in 2023 en 2025. Doelstelling 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stille en veilige leefomgeving • We zorgen dat de gemiddelde MPG-waarde voor nieuwe woningen verder afneemt naar 0,5 en uiteindelijk naar 0 en richten ons vervolgens op halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030. • We voeren luchtkwaliteitsmaatregelen uit waarmee we voortdurend de emissies van vervuilende stoffen verminderen. • We meten de luchtkwaliteit via het Luchtmeetnet en onderzoeken of we met sensoren kunnen gaan meten. Doelstelling 3 Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven • We voeren de werkzaamheden voor het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer uit en maken een plan van aanpak voor het actualiseren van het Gebiedsplan. • We voeren nazorgactiviteiten uit bij de Nedereindse Plas en het Griftpark. •
58
We ontwikkelen digitale tools voor steeds complexer wordende analyse van de ondergrondse opgave.
Wat mag dat kosten? In dit hoofdstuk worden de kosten weergegeven op het niveau van de doelstelling. Tevens wordt er een verklaring gegeven over de meerjarige verschillen ten opzichte van de Begroting 2022 bij een afwijking van meer dan 10% of 0,1 miljoen euro.
In bovenstaande grafieken worden de bedragen exclusief de reserves weergegeven.
Financiën Doelstelling Baten 1 Energieverbruik gebouwde omgeving daalt 2 Gezonde stillere en veilige leefomgeving 3 Schone bodem en regie op de ondergrond
x € 1.000 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 699
2.037
1.139
0
0
0
97
319
15
15
15
15
582
1.973
208
108
108
108
Totaal baten Lasten 1 Energieverbruik gebouwde omgeving daalt 2 Gezonde stillere en veilige leefomgeving 3 Schone bodem en regie op de ondergrond
1.378
4.329
1.363
124
124
124
6.235
8.990
9.698
10.234
10.009
10.159
6.439
7.116
7.256
6.936
7.006
6.506
4.282
6.090
2.911
2.811
2.811
2.811
Totaal lasten
16.956
22.197
19.865
19.981
19.826
19.476
Saldo baten en lasten Mutaties reserves Toevoeging Onttrekking reserves
-15.578
-17.867
-18.503
-19.858
-19.703
-19.353
141 2.920
141 945
141 710
141 710
141 135
141 135
Geraamd resultaat
-12.800
-17.064
-17.934
-19.289
-19.709
-19.359
59
Toelichting Onderstaande tabel geeft de verschillen weer ten opzichte van begrotingsjaar 2022 (als basisjaar). De afwijkingen worden weergegeven wanneer deze groter zijn dan 0,1 miljoen euro dan wel 10% van het totale budget per doelstelling. Toelichting op afwijking baten
x € 1.000 I/S 2023 2024 2025 2026 Doelstelling 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen Energiearmoede De ontvangen rijksmiddelen S -161 -1.300 -1.300 -1.300 voor de aanpak Energiearmoede worden gefaseerd over 2022 en 2023 besteed. De middelen zijn bestemd om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen. Subsidies en Europese projecten S -737 -737 -737 -737 In 2022 is de rijkssubsidie Regeling Reductie Energiegebruik Wonen (RREW) ontvangen en geheel besteed. De ontvangen Europese subsidies voor de projecten IRIS en ARV zijn nog niet meerjarig geraamd. Doelstelling 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stille en veilige leefomgeving Subsidies en Europese projecten De ontvangen Europese subsidies voor de S -237 -237 -237 -237 projecten URGE, FCBRE en Reduces zijn nog niet meerjarig geraamd. De ontvangen subsidies vanuit het Rijk voor S -67 -67 -67 -67 de geluidssaneringsprojecten (Lessinglaan, Balijelaan en stadsbreed) zijn nog niet meerjarig geraamd.
Doelstelling 3 Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven SPecifieke UitKering (SPUK) Griftpark I -1.770 -1.870 -1.870 -1.870 Vervallen incidentele middelen SPUK voor onderzoek en pilots met betrekking tot gestimuleerde biologische afbraak Griftpark om nazorg te verminderen, naar rato van bestedingen. Overig baten S 6 6 6 6 Totaal baten -2.966 -4.205 -4.205 -4.205
Toelichting op afwijking lasten
x € 1.000 I/S 2023 2024 2025 2026 Doelstelling 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen Coalitieakkoord 2022-2026 De lasten vanaf S 1.000 2.000 2.300 2.500 2023 voor de uitvoering van gebiedsgerichte aanpak warmte transitie.
60
Toelichting op afwijking lasten I/S I
2023 720
2024 1.670
2025 1.720
Coalitieakkoord 2022-2026 Impuls uitvoeringskosten energietransitie (incl. zon op dak en klimaatvisie) en klimaatberaad inwoners. Opschalen Energietransitie Vanuit het S 425 675 675 coalitieakkoord 2018-2022 zijn voor het opschalen van de energietransitie een stijging in lasten voorzien per 2023. Dit heeft betrekking op onder meer collectieve inkoop, financieringsconstructies en de ondersteuning van woningeigenaren en VVE's. Loon- en prijsindexatie toegekend bij de S 136 136 136 Voorjaarsnota 2022. Europese projecten Regeling Reductie S -737 -737 -737 Energiegebruik Wonen en Europese projecten IRIS en ARV. Inzet reserve Utrechtse Energie S 0 0 -575 Verduurzamingsmaatregelen en uitgaande subsidies vanuit de reserve Utrechtse Energie worden in 2023 en 2024 besteed. Energiearmoede De rijksmiddelen S -161 -1.300 -1.300 Energiearmoede 1e tranche, om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen, worden besteed in 2022 en 2023. Meicirculaire 2022 Vanuit het Rijk zijn S -675 -1.200 -1.200 incidentele middelen toegekend voor de uitvoeringskosten van het klimaatakkoord in 2022 en 2023. De extra middelen zijn ingezet op extra capaciteitsinzet voor de wijkuitvoeringsplannen, contractmanagement voor nieuwbouw WKO, en 3D-datamodellen.
Doelstelling 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stille en veilige leefomgeving Coalitieakkoord 2022-2026: Incidentele I 250 430 500 middelen toegekend voor het versterken van vestigingsklimaat circulaire bedrijven Coalitieakkoord 2022-2026: Incidentele I 125 -125 -125 middelen om het aanbod natuur- en milieueducatie gezien de groei van de stad stadsbreed te kunnen aanbieden door middel van een educatieprogramma aan scholen en de exploitatie van de steedes en stadstuinen. Loon- en prijsindexatie toegekend bij de S 158 158 158 Voorjaarsnota 2022. Circulair Bouwen Incidenteel I 0 -250 -250 investeringsbudget tot en met 2023 voor het versnellen van circulair bouwen.
x € 1.000 2026 1.670
675
136 -737
-575
-1.300
-1.200
0
-125
158 -250
61
Toelichting op afwijking lasten I/S S
2023 -304
2024 -304
2025 -304
x € 1.000 2026 -304
-636
-1.991
-1.836
-1.486
Subsidies en Europese projecten Incidentele subsidies voor Europese projecten (URGE, FCBRE, Reduces) en geluidssaneringsprojecten worden jaarlijks geraamd. Klimaatverandering en Circulair Bestedingen S -89 -89 -89 -89 aan onderzoek van klimaatverandering op de biodiversiteit en diverse maatregelen voor Utrecht Circulair die in 2022 zijn uitgevoerd. Doelstelling 3 Een schone bodem en regie op de ondergrond dragen bij aan gezond stedelijk leven Griftpark Bestedingen onderzoek en pilots I -1.770 -1.870 -1.870 -1.870 met betrekking tot gestimuleerde biologische afbraak om nazorg op locatie Griftpark te verminderen. Griftpark Incidentele middelen voor I -1.064 -1.064 -1.064 -1.064 herinvesteringen Griftpark. Bestparc onderzoek Incidentele middelen I -324 -324 -324 -324 Bestparc onderzoek. Loodbeleid Incidentele middelen worden in I -81 -81 -81 -81 2022 benut om loodbeleid af te ronden. Overige lasten S 59 59 59 59 Totaal lasten -2.332 -2.216 -2.371 -2.721 Saldo baten en lasten
Toelichting op afwijking reserves
Toevoeging reserves Geen mutaties Totaal toevoeging Onttrekking reserves Energietransitie Verduurzamingsmaatregelen en uitgaande subsidies vanuit de reserve Utrechtse Energie worden in 2023 en 2024 besteed. Gezond Leefklimaat Middelen (klimaatadaptatie en circulair) overgeheveld uit 2021 naar 2022 middels de algemene bestemmingsreserve. Bodemverontreiniging Middelen (loodbeleid en herinvestering Griftpark) overgeheveld uit 2021 naar 2022 middels de algemene bestemmingsreserve. Totaal onttrekking
Overige Onder ‘Overig’ worden de volgende zaken weergegeven: • Risico’s • Investeringen • Verbonden partijen • Subsidies • Beleidsnota’s
Risico's 62
2023
2024
2025
x € 1.000 2026
0
0
0
0
0
0
-575
-575
-90
-90
-90
-90
-145
-145
-145
-145
-235
-235
-810
-810
Belangrijke risico's Risico
Maatregel
1.
Doordat er steeds meer energie opgewekt is een netcongestieproblematiek in de regio Utrecht ontstaan. Hierdoor kunnen we (grote) opwekprojecten (zon op dak, zonneveld en wind) mogelijk niet tijdig aansluiten op het net met als gevolg dat we minder duurzame elektriciteit kunnen opwekken.
2.
A. Het Rijk is bezig met het opstellen van verschillende wetten (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en collectieve warmtevoorziening) waarin de regierol voor gemeenten stevig wordt verankerd. Het rijk verwacht dat deze wetten per 1-1-2024 in werking kunnen treden. Als deze wetgevingstrajecten vertraging oplopen, kunnen wij als gemeente minder snel dan verwacht onze regierol pakken waardoor we niet kunnen versnellen. B. De energietransitie moet voor het merendeel van de bewoners betaalbaar zijn anders gaan bewoners en bedrijven niet aan de slag. Als de betaalbaarheid voor bewoners van de transitie niet is opgelost, kan er niet gestart worden met de wijkuitvoeringsplannen.
In RESU16 verband wordt samen met Stedin naar een programmering van opwekprojecten gekeken in relatie met de investeringen die worden gedaan in het oplossen van de knelpunten in het elektriciteitsnetwerk. De gemeente zelf kijkt of we met maatregelen zoals slimme opslag of het stimuleren van oplossingen ‘achter de meter’ de belasting op het net kunnen verminderen. Lobbyen samen met VNG op de tijdige invoering van deze wetten met de juiste bevoegdheden voor gemeenten.
3.
In de volle breedte is er tekort aan arbeidskrachten: bij zowel overheid, markt en uitvoering. Met name in de uitvoering lopen we tegen deze problemen aan. Dit betekent dat de gewenste versnelling van de energietransitie niet word gehaald omdat er geen personeel is voor het uitvoeren van de isolerende maatregelen, het verzwaren van de elektriciteitsnetten en dat er daardoor meer kosten worden gemaakt.
4.
A. Grote energietransitie projecten (zonneparken en warmtebuffers) leiden vaak tot maatschappelijke weerstand. Bovendien zijn bij deze projecten vaak meerdere bestuursorganen betrokken. Dit kan leiden tot vertraging in de planvorming bij projecten waardoor we deze grootschalige projecten niet voor 2030 gerealiseerd krijgen.
We lobbyen samen met VNG bij het Rijk om te zorgen dat er voldoende financiële middelen (zoals subsidies of financiële arrangementen of kostendalingen in technieken) voor iedereen beschikbaar zijn om de overstap naar duurzame energie te maken. Deze hoeveelheid aan middelen hebben we als gemeente niet. Hier moet het Rijk voor zorgdragen. In het programma economie en werk voor iedereen is er een pijler om mensen van werk naar werk te begeleiden. Daarnaast zijn er initiatieven zoals de Stedin bedrijfsschool, Eneco Energy campus en Beroepentuin. Het Rijk heeft afspraken gemaakt met partijen om meer mensen naar techniek te laten doorstromen. Komend jaar kijken we specifieker vanuit lokaal perspectief naar deze landelijke afspraken. Vroeg informeren en betrekken van mensen en keuzes voor de invulling van het 50% lokaal eigendom is nodig om mede draagvlak te organiseren. Wanneer de wetgeving met betrekking tot invoering regierol gemeente rond zijn, komen er meer beleidsinstrumenten tot onze beschikking.
63
Risico
Maatregel
B. Voor gebouweigenaren en gebruikers hebben we te maken met een grote diversiteit; we moeten bij 350.000 bewoners en gebruikers achter de deur draagvlak creëren. Lukt dat niet dan bestaat de kans dat de gebouwen in de stad onvoldoende worden verduurzaamd en dat ze niet op tijd klaar zijn om van het aardgas af te gaan, en kunnen we niet verder met de wijkaanpak. C. Door beperkte ruimte in de stad moet er bij het aanleggen van een Warmte Koude Opslag (WKO) soms uitgeweken worden naar boringen in het 2e watervoerend pakket. Hier bestaat de kans dat proefboringen niet het gewenste resultaat opleveren, installaties versneld moeten worden afgeschreven, en de haalbaarheid van duurzaamheidsdoelstellingen op locaties opnieuw moet worden bezien. 5. Gezonde leefomgeving en circulair: Onvoldoende regelgeving vanuit Europa (met name op gebied van circulair, maar ook voor luchtkwaliteit, geluid, bodem) heeft als gevolg dat we onze doelen onvoldoende kunnen afdwingen en daarmee realiseren. 6. Bodem en grondwater: De kwaliteit van het drinkwater komt in gevaar als bodem- en grondwaterverontreinigingen onvoldoende beheerst en gesaneerd worden.
Publieke opinie meekrijgen, lobby, combinatie, praktische oplossing en ontzorgen, plek bieden in klankbordgroep.
7.
•
Regie op de ondergrond: Onbekendheid bij (externe) partners over het belang, waardoor er onvoldoende rekening gehouden wordt met de ondergrond bij planvorming, en de bovengrond niet in balans ontwikkeld kan worden. Denk aan: leefruimte voor bomen, waterbuffering, warmtenet, riool, etcetera.
Uitvoerig vooronderzoek via proefboringen op locatie om risico en aanpak van te voren zo goed mogelijk in te schatten. Zorgvuldige monitoring van de grondwaterstromen vanwege de kans op vervuiling.
• • • • •
•
•
lobby (via de Rijksoverheid) naar de EU; innovaties stimuleren; start-ups binnenhalen; vanuit gemeentelijk beleid maatregelen nemen. voldoende financiële dekking om beheers- en saneringsmaatregelen uit te voeren; onderzoek naar en inzet van innovatieve oplossingen. draagvlak creëren bij alle (externe) partners; instrumenten ontwikkelen om regie af te dwingen (zoals opname in het UPP, Visie op de Ondergrond, Omgevingswet/plan).
Zie voor een totaaloverzicht de Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
Investeringen Geen nieuwe investeringen van toepassing. Zie voor een totaaloverzicht investeringen de paragraaf Investeringen
Verbonden Partijen Omschrijving
Doel
WKO Merwede B.V.
Het exploiteren van de Energie-installatie voor het leveren van warmte en koude ten behoeve van Project Merwede.
Zie voor een totaaloverzicht de paragraaf Verbonden Partijen
64
x € 1.000 Bijdrage gemeente Utrecht 0
Subsidies x € 1.000 Waarvan Meerjarig 'vaste' verleend verlening t.l.v met 2023 jaarsubsidies 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen t.o.v. 2020, alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut en energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen Duurzame monumentenadviezen Duurzame monumentenadviezen 30 25 0 0 Doelstelling
Omschrijving
Begroting 2022
Begroting 2023
Initiatieven Utrechtse Energie
Het financieel ondersteunen van energieadvies aan huis en trajectbegeleiding
149
149
0
0
Zonneboilers
Het financieel ondersteunen van initiatieven van de aanschaf en plaatsing van een zonneboiler voor huurders en eigenaren van woningen in Utrecht.
1
0
0
0
Maatschappelijk Vastgoed
Mogelijk maken duurzame investeringen in panden van maatschappelijke instellingen
204
204
0
0
Energieloket Zakelijk Maatschappelijk Vastgoed
Verduurzaming zakelijk en maatschappelijk vastgoed in Utrecht
100
100
0
0
Collectieve aanpak energiemaatregelen
Het stimuleren van een collectieve aanpak voor energiemaatregelen bij particuliere bestaande woningen.
75
75
0
0
559
553
0
0
3.509
3.593
0
3.593
Totaal doelstelling 2
3.509
3.593
0
3.593
Totaal Duurzaamheid
4.068
4.146
0
3.593
Totaal doelstelling 1 2 Utrecht werkt aan een gezonde, stillere en veilige leefomgeving Utrecht groen en duurzaam
Bijdrage aan Stichting Utrecht Natuurlijk ter ondersteuning van aantrekkelijke, laagdrempelige locaties, talrijke initiatieven door co-creatie en samenwerking op gebied van natuur, milieu en groen in de stad Utrecht
65
Beleidsnota's beleidsnota's (inclusief link)
Datum
Korte inhoud
De Utrechtse Energieagenda’s 2016-2019
2016
Transitievisie Warmte
2021
Regionaal Uitvoeringsprogramma 1.0 (RES U16)
2021
Programma Besparen
2022
Voortgangsrapportage Energie van de stad
2022
Actieplan Utrecht Circulair 2020-2023
2020
Grondstoffennota 2020
2020
In de Energieagenda’s beschrijven we de doelen en activiteiten van de gemeente op het gebied van energie en duurzaamheid, de partners met wie wij willen samenwerken en de resultaten die wij samen met hen willen bereiken. In deel I beschrijven we de strategie en visie. Hierin staat hoe de bestaande huizen en gebouwen in Utrecht geleidelijk, en buurt-voor-buurt, over kunnen gaan naar nieuwe vormen van verwarmen en koken. Op een manier die voor iedereen betaalbaar en haalbaar is. In Deel II geven we aan wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden. De buurten zijn verdeeld in drie blokken. We starten in 2022 in blok 1. Blok 3 is als laatste gereed, uiterlijk in 2050. Het eerste blok bevat zo’n 40.000 woningen, verspreid over 24 buurten. Dat is ongeveer een derde van het totaal aantal woningen. In de RES 1.0 staat opgenomen hoe de regio 1,8 Terawattuur (TWh) aan wind- en zonne-energie in 2030 wil opwekken en welke warmtebronnen mogelijk beschikbaar zijn. In het programma is een strategie, visie en doelstelling op energie besparen in de gebouwde omgeving van Utrecht uitgewerkt voor woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed. Het doel van deze jaarrapportage is naast de jaarstukken, breder te informeren over de ontwikkelingen en de voortgang van de energietransitie in de stad.
We kijken naast de feitelijke resultaten ook kort terug op de voortgang van de opgave. Dit doen we onder andere aan de hand van een projectenportfolio. Daarin zijn alle projecten opgenomen die op dit moment onderdeel zijn van de opgave energietransitie. Per project is aangegeven in welke fase het zich bevindt, met daarbij de resultaten en de leerervaringen. Het actieprogramma bevat een programma waarmee een eerste stap wordt gemaakt naar het bereiken van de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn. We richten ons op het versterken van het vestigingsklimaat voor circulaire bedrijven, op circulair inkopen, op circulaire gebiedsontwikkeling en circulaire bouw, op afvalvrij worden, op opleiden voor circulair bouwen en ondernemen, en op werken aan een circulaire kennisagenda. In de nota beschrijven we hoe we ons gaan inzetten om steeds meer richting een circulaire economie voor het beheer van afval- en grondstoffen in onze stad te gaan.
66
beleidsnota's (inclusief link)
Datum
Korte inhoud
Geluidnota Utrecht
2014
Actieplan Geluid
2019
Nota externe veiligheid
2007
Luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma 'Utrecht kiest voor gezonde lucht’
2020
Actieplan Schoon Vervoer
2015
Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond
2015
De nota bevat beleid over het beheersen en voorkomen van geluidshinder bij ontwikkelingen zoals bestemmingsplannen, vergunningverlening en aanleg/reconstructie van wegen. De nota heeft betrekking op geluid van wegen, spoor en bedrijven/industrie. De nota vult de gemeentelijke beleidsvrijheid in. In het actieplan wordt beschreven wat we concreet doen aan verbetering van de akoestische situatie voor de inwoners van Utrecht door de aanpak van bestaande knelpunten. De wet- en regelgeving over externe veiligheid biedt ruimte aan de gemeente om eigen veiligheidsambities te formuleren. Met dit beleid behouden we de vrijheid om in bijzondere gevallen af te wijken van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, zowel van inrichtingen als van het transport van gevaarlijke stoffen. We voeren een restrictief beleid voor nieuwe of uit te breiden LPGstations en bouwen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten in de buurt daarvan. Het doel van het luchtkwaliteitsbeleid is om snel gezondheidswinst te bereiken door maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verbeteren. We werken voortdurend aan de verbetering van de luchtkwaliteit en willen de WHO-advieswaarden-2005 voor luchtkwaliteit versneld halen. We zoeken daarbij naar een balans tussen onze maatregelen en de draagkracht van bewoners en ondernemers.
De maatregelen betreffen milieuzonering, verbieden van de meest vervuilende mobiele (bouw)werktuigen, terugdringen van emissies veroorzaakt door houtstook en het verplaatsen van snorfietsen naar de rijbaan op een samenhangend netwerk van wegen. Het actieplan bevat maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en om CO2 te reduceren. Dat doen we door het faciliteren en stimuleren van schoon vervoer en waar nodig- te reguleren, bijvoorbeeld met milieuzones. Met verschoning van ons eigen wagenpark geven we het goede voorbeeld. Het plan richt zich op het beheer van het grondwatersysteem van een groot deel van de stad, bestaande uit een dynamische zone in het hoog-stedelijk gebied waar zich een hoge concentratie aan vermengde verontreinigingen bevindt, en een bufferzone waarin zich enkele verontreinigingsbronnen en pluimen bevinden, die elkaar bij ingrepen in de ondergrond beïnvloeden. Buiten deze zones geldt de reguliere aanpak uit de Wet bodembescherming. Het plan stimuleert saneringsplichtigen over te gaan tot deelname aan het plan door afkoop van hun bodemverontreiniging zodat de voordelen van een gebiedsgerichte aanpak worden ondervonden.
67
beleidsnota's (inclusief link)
Datum
Korte inhoud
Nota Bodembeheer
2017
De nota faciliteert dat gebruik gemaakt kan worden van bodemkwaliteitskaarten om de kwaliteit van de bodem te bepalen. Grond die niet helemaal schoon is kan vaker hergebruikt worden, op voorwaarde dat de waarden lokaal niet viezer worden. Aankoop van primaire grondstoffen vermindert, transportkosten en -afstanden worden geminimaliseerd. Gebiedseigen grond kan worden gebruikt in bepaalde zones. Er wordt meer samengewerkt met de omliggende gemeenten. Er kan beter en sneller worden voorzien in de grondbehoefte bij ontwikkelingen.
68
Bereikbaarheid Portefeuillehouder(s): Lot van Hooijdonk; Eva Oosters
Ambitie We willen dat Utrecht aantrekkelijk en duurzaam bereikbaar is en blijft voor iedereen. We bewegen ons steeds meer lopend en fietsend of met ov en deelvervoer naar en door de stad. Gezonde, schone, veilige en ruimte-efficiënte vervoerwijzen. We werken vaker thuis en reizen meer buiten de spits. We werken er aan dat alle voorzieningen, zoals winkels, sport, onderwijs, cultuur en groen, voor alle Utrechters dichtbij zijn, zodat we makkelijker lopend of fietsend naar onze bestemming kunnen.
Wat willen we bereiken? In dit hoofdstuk leggen we uit welke effecten we in het komende jaar willen bereiken. Dit programma is onderverdeeld in één of meer doelstellingen. Ook zijn onze effectindicatoren en de wettelijk verplichte BBV indicatoren opgenomen wanneer deze van toepassing zijn.
1. Toename van het aandeel duurzame, gezonde en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen We streven naar groei van de stad zonder toename van het autogebruik. Door verbetering van het netwerk maken we lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit aantrekkelijker. Daarom werken we aan betere trein- en tram- en busverbindingen en meer en beter toegankelijke (intercity)stations en bushalten. Een regionaal fietsnetwerk met ruimere fietspaden en meerdere routekeuzes maakt fietsen op langere afstanden prettiger. Daarnaast maken we volop ruimte voor de voetganger door groene ommetjes en een hoofdwandelnetwerk te ontwikkelen dat belangrijke voorzieningen en centrumfuncties makkelijk, toegankelijk en veilig bereikbaar maakt. Ook willen we dat de goederenstroom in de stad efficiënt, schoon en veilig plaatsvindt. We werken daarom aan meer bundeling van het goederenvervoer, om het aantal gereden kilometers in de stad en de uitstoot van de voer- en vaartuigen zo efficiënt en duurzaam mogelijk te houden. Dit zorgt voor schonere lucht, weinig geluidsoverlast en laag energieverbruik. En omdat alles lopend of met de fiets makkelijker bereikbaar is, bewegen we meer.
2. Mobiliteits- en parkeergedrag dat bijdraagt aan een gezonde en leefbare stad Minder (vaak), buiten de spits en met een actief (lopen of fietsen) en/of met een gedeeld vervoermiddel reizen zorgt voor een gezonde toekomst. Anders reizen is namelijk gezond voor jezelf en je omgeving. Door de weg slim in te richten en technologie in te zetten, kunnen we het verkeer slim sturen en doseren. We zorgen voor voldoende voorzieningen, bijvoorbeeld om je fiets te stallen of om op een P+R over te stappen op ander vervoer. We pakken het fietsstallingstekort in de Binnenstad aan, we maken ruimte voor fietsen stallen in vooroorlogse wijken en realiseren extra stallingscapaciteit bij het Centraal Station. We maken de openbare ruimte aantrekkelijker door minder parkeerplekken voor auto’s op straat en de wegen anders in te richten. Je auto parkeert je aan de rand van de stad of je wijk en je fiets in één van de fietsenstallingen in de buurt. De ruimte die ontstaat, kunnen we zo gebruiken voor groen en lopen, fietsen, verblijven en spelen.
3. Daling van het aantal verkeersslachtoffers en verbetering gevoel van verkeersveiligheid Wij vinden dat elk verkeersslachtoffer er één te veel is en werken er via onze projecten aan om onze wegen zo veilig mogelijk te maken. Concreet hebben we voor de komende jaren het doel om het aantal verkeersslachtoffers (met als bron de STAR-database) te laten dalen van bijna 478 slachtoffers (driejarig gemiddelde) in 2017-2019 naar 360 slachtoffers in 2023-2025. Ook willen we dat 65% van de bewoners in 2025 tevreden is over de verkeersveiligheid.
69
Effect Indicatoren Reali DoelDoelDoelNulsatie stelling stelling stelling Doelstelling meting 2021 2022 2023 2024 1 Toename van het aandeel duurzame, gezonde en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen
Doelstelling 2025
Het percentage inwoners dat meestal lopend naar de binnenstad gaat
10% (2013)
17%
17%
14%
14%
14%
Het percentage inwoners dat meestal met de fiets naar de binnenstad gaat
57% (2013
56%
58%
60%
60%
60%
Het percentage inwoners dat meestal met het OV naar de binnenstad gaat
23% (2013)
18%
18%
19%
19%
20%
Het percentage inwoners dat meestal met de auto naar de binnenstad gaat
8% (2013)
5%
4%
4%
4%
3%
2
Mobiliteits- en parkeergedrag dat bijdraagt aan een gezonde en leefbare stad
Aantal fietsen dat buiten een fietsparkeervoorziening staat in binnenstad
7.100 (2018)
Zie analyse
7.100
7.100
6.700
6.300
Aantal fietsen dat buiten een fietsparkeervoorziening staat in stationsgebied
1.600 (2018)
Zie analyse
1.600
1.600
1.200
800
Aantal fietsen dat in een fietsvoorziening staat in de binnenstad
4.300 (2018)
Zie analyse
5.700
6.100
6.500
6.900
Aantal fietsen dat in een fietsvoorziening staat in stationsgebied
14.800 (2018)
Zie analyse
18.600
19.800
20.500
20.900
Percentage huishoudens dat gebruik maakt van 5% 2016 een deelauto
11%
13%
15%
17%
22%
Gemiddeld aandeel gebiedsvreemd verkeer op de invalsroutes
32% (2017)
33%
27%
26%
25%
25%
Aantal verkochte kaartjes/kaartjes P+R Kortingsregeling
179.951 (2016)
Percentage huishoudens dat gebruik maakt van 18% (2021) deelmobiliteit 3
54.699 270.000 280.000 300.000 315.000 17%
18%
20%
25%
32%
Daling van het aantal verkeersslachtoffers en verbetering gevoel van verkeersveiligheid
Driejarig gemiddelde van verkeersslachtoffers
643 (20142016)
362
max. 470
max. 450
max. 372
max. 360
Percentage bewoners dat tevreden is over de verkeersveiligheid in de eigen buurt
47% (2012); 42% (2014); 41% (2016)
63%*
51%
63%
64%
65%
Analyse Doelstelling 1
Toename van het aandeel duurzame, gezonde en ruimteefficiënte vervoersmiddelen
Het percentage inwoners dat meestal lopend naar de binnenstad gaat
Tot en met 2019 nam het aandeel inwoners dat meestal naar de binnenstad loopt langzaam toe van 10% naar 13%. In 2021 was een grote toename te zien naar 17%. Waarschijnlijk komt dit door de coronamaatregelen; mensen zijn meer gaan lopen. Omdat lopen schoon, gezond en het meest ruimte efficiënt is, stimuleren we inwoners te lopen. We streven ernaar dat het aandeel lopen groeit ten opzichte van 2019 naar 14%. Voor een groot deel van de inwoners is het centrum te ver om te lopen.
70
Analyse Het percentage inwoners dat meestal met de fiets naar de binnenstad gaat
Tot en met 2018 is het aandeel inwoners dat meestal met de fiets naar de binnenstad gaat langzaam toegenomen van 57% naar 60%. In 2019 was een afname te zien naar 58% en in 2021 nam het aandeel nog iets verder af naar 56%. De afname in 2021 komt mogelijk door de coronamaatregelen; mensen zijn vaker gaan lopen waardoor mogelijk het aandeel fiets is gedaald. Omdat fietsen schoon, gezond en ruimteefficiënt is, stimuleren we inwoners te fietsen. We streven ernaar het aandeel opnieuw toe te laten nemen naar 60%.