PlanMER tbv Klimaatvisie Utrecht.pdf
Tekst van het document
Om een eerlijkere vergelijking te kunnen maken tussen zoekgebieden met verschillende aantallen windturbines is ook een beoordeling gemaakt van het aantal woningen uit bovengenoemd criterium gedeeld door de energieopbrengst van het bijbehorende alternatief. Dit beoordelingscriterium draagt de naam ‘Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie’.
10 Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, ver-
pleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder. 11 Jansen, S. A., Vos, H., & Eisses, A. R. (2008). Hinder door geluid van windturbines: dosis-effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens.
Windenergie
36
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht De geluidbelasting door windturbines zal minder opvallen als er al veel omgevingsgeluid is. Om deze reden is het geluid van de windturbines opgeteld bij het huidige geluidsniveau. Omdat de geluidsbelasting van windturbines als hinderlijker wordt ervaren als dezelfde geluidsbelasting van bijvoorbeeld industrie, wordt de geluidsproductie van een windturbine zwaarder gewogen dan de geluidsproductie van ander geluidbronnen12. Deze cumulatieve geluidsniveaus kunnen worden uitgedrukt in zogenaamde GES-scores (zie Tabel 24). GES staat voor gezondheidseffectscreening. Op basis van de GES-methode wordt berekend in welke mate de milieugezondheidkwaliteit bij gevoelige objecten in en rond de zoekgebieden voor windturbines wordt beïnvloed. Dit wordt gedaan door het nieuwe aantal ernstig gehinderden (situatie met windturbines) te vergelijken met het huidige aantal ernstig gehinderden (situatie zonder windturbines). Deze ernstig gehinderden berekenen we op basis van de GES-scores en tabellen uit het Handboek Gezondheidseffectscreening. “Ernstig gehinderden (cumulatief)” is het laatste beoordelingscriterium van het thema geluid. Tabel 24
Tabel 25
Gezondheidseffectscreening (GES), toename gezondheidsrisico’s op basis van cumulatieve (hinder equivalente) geluidsbelasting. Hierbij zijn alle geluidsbronnen ‘hinderequivalent’ omgerekend naar wegverkeersgeluid. Bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/thema/gebiedsontwikkeling/instrumenten/ges/
Geluidbelasting LCUM (dB)
Percentage ernstig gehinderden
GESscore 13
Milieugezondheidkwaliteit
< 43
0
0
Zeer goed
43-47
0–3
1
Goed
48-52
3–5
2
Redelijk
53-57
5–9
4
Matig
58-62
9 – 14
5
Zeer matig
63-67
14 – 21
6
Onvoldoende
68-72
21 – 31
7
Ruim onvoldoende
≥ 73
≥ 31
8
Zeer onvoldoende
Beoordelingscriteria geluid.
Thema
Beoordelingscriterium
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Ldencontouren Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
De effectbeoordeling in het planMER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- - ‘tot ‘++’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect geluid toegelicht. Het is hierbij informatief om te vermelden dat de score ‘0’ niet betekent dat er geen effecten optreden. Deze score geeft aan dat er geen tot beperkt effecten voorkomen. De beoordelingscriteria zijn bij het thema geluid, net als bij de andere thema’s verdeeld om de alternatieven te 12 Verheijen, E., Jabben, J., Schreurs, E., Koeman, T., van Poll, R., & du Pon, B. (2009). Evaluatie nieuwe
normstelling windturbinegeluid. de Bilt: RIVM. 13 GES-score 3 bestaat niet voor het thema wegverkeersgeluid, vandaar dat deze ook niet zichtbaar is.
Windenergie
37
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht vergelijken. Een “--“in dit hoofdstuk betekent niet dat de effecten onoverkomelijk zijn. Deze effecten kunnen mogelijk worden gemitigeerd, zie hiervoor Hoofdstuk 7. Tabel 26
Scoretabel geluid Criterium -Aantal woningen – Absoluut ≥50 dB Lden > 10 woningen ≥44 dB Lden > 2.500 woningen ≥37 dB Lden
> 10.000 woningen
Aantal woningen – Relatief > 0,1 woningen per ≥50dB Lden GWh > 20 woningen per ≥44dB Lden GWh > 200 woningen per ≥37dB Lden GWh Gezondheid Toename ernstig ge> 100 toename hinderden Toename ernstig ge=> 10% toename hinderden in %
3.3.2
1 - 10 woningen 500 – 2.500 woningen 5.000 – 10.000 woningen
0 0 woningen 0 - 500 woningen 0 – 5.000 woningen
0 - 0,1 woningen per GWh
0 woningen per GWh
10 - 20 woningen
0 - 10 woningen
100-200 woningen
0 - 100 woningen
55-100 toename
0 – 55 toename
5-10% toename
< 5% toename
Effectbeoordeling Voor dit planMER is gekozen om met akoestisch rekenprogramma Geomilieu (V2022) berekeningen uit te voeren voor de zoekgebieden. Het rekenprogramma Geomilieu houdt rekening met verschillende omgeving specifieke kenmerken, zoals de overheersende windrichting en de absorptie/reflectie factor van de bodem. Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Eén van de inputgegevens die nodig is, is een windturbinetype met een bepaalde ashoogte. Om te achterhalen welk type hiervoor geschikt is, is in kaart gebracht wat de bronsterkte van diverse commercieel verkrijgbare windturbinetypes is met een gangbare moderne afmeting (rotordiameter ≥ 150m). De onderstaande afbeelding laat de geluidsemissie van de beschikbare windturbines zien. De windturbines zijn gemodelleerd op de maximale ashoogte van 180 meter.
Figuur 14
Windenergie
Jaargemiddelde bronsterkte van 20 beschikbare windturbinetypes bij een ashoogte van 180 meter.
38
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Jaargemiddelde bronsterkte LE (db(A))
106,0 E160 EP5 E2 N163 5.X
105,0
GE 6.0-164
E160 EP5 E3
104,0
GE-158 5.5 GE-158 5.3
SG 6.6-170 N163 6.X
SG 6.2-170
SG 6.6-155
103,0
V150-4.2
SG 6.0-170
SG 6.0-155 V162-6.2
V150-6.0
102,0
GE-158 4.8
V150-5.6
V162-6.0 V162-5.6 V162-6.8
101,0
150
155
160
165
170
Rotordiameter (in m)
De grafiek laat zien dat een twintigtal windturbinetypes met een rotordiameter groter dan 150 meter beschikbaar zijn. De emissie (bronsterkte) verschilt per type. De geluidsberekeningen in het planMER maken gebruik van de SG 6.0-170. Dit is een type dat enerzijds een gemiddelde bronsterkte heeft en anderzijds de grootste afmetingen heeft van momenteel verkrijgbare windturbines. Dit type is ook gebruikt voor de berekeningen voor het Combi-MER voor energielandschap Rijnenburg en Reijerscop vanwege de voor dit energielandschap geldende eis van geluidarme windmolen. Dit type is doorgerekend met een ashoogte van 180 meter. Van deze hoogte is de windsnelheid verdeling gedownload14 en toegepast in het model. Onderstaande afbeeldingen tonen de 37, 44 en 50 dB Lden contouren van de opstellingen in de zoekgebieden. In de figuren is ook te zien hoeveel woningen binnen deze contouren liggen. De toelichting van de windturbineposities is gegeven in paragraaf 2.2.
14 Via https://wetswegwijzer.online/windenergie/
Windenergie
39
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 15 Geluidscontouren (37, 44 en 50 dB) van de windturbines in de zoekgebieden, ook opgenomen in : www.planmerenergievisieutrecht.nl.
Windenergie
40
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht 3.3.2.1
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Onderstaande tabel en staafdiagrammen tonen hoeveel woningen zich bij elk alternatief binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren bevinden. Tabel 27
Aantal woningen binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden
Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden
Zoekgebied
Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden
1. Rijnenburg en Reijerscop 0 35 8.397 2. Lage Weide15 26* 3.726 27.749 3. USP 5 423 3.932 4. Voordorpse Veld 1 296 3.039 5. Noorderpark 0 308 9.079 6. Ockhuizen 1 634 5.337 7. Haarzuilens 0 725 8.390 8. Dorpeldijk 14* 79 4.664 *De geluidsbelasting van meer dan 50 dB kan voorkomen, omdat bij de definitie van de zoekgebieden solitaire woningen buiten beschouwing zijn gelaten. Rond Dorpeldijk blijken dat opgeteld best veel woningen te zijn. In Lage Weide betreft het een aanzienlijk gebied met in totaal 26 (bedrijfs)woningen die binnen de geluidszone van Lage Weide liggen. Deze woningen kennen al een hoge geluidsimmissie.
Figuur 16
Aantal woningen binnen 50 dB Lden contouren per zoekgebied
Aantal woningen met Lden >= 50 dB
30
26
25 20 14
15
10 5 5 0
1
0
1
0
0
15
Windenergie
Het hoge aantal woningen binnen de 50 dB Lden contour van de windturbines op Lage Weide is deels een resultaat van een groep woningen op de Atoomweg. Naast dit buurtje is in dit onderzoek een windturbine geprojecteerd. Deze woningen liggen op het bedrijventerrein, een afstand rond deze woningen is niet opgenomen in de afbakening van het zoekgebied Lage Weide.
41
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 17
Aantal woningen binnen de 44 dB Lden-contour, per zoekgebied 3726
4.000
Aantal woningen met Lden >= 44 dB
3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500
423 35
634 296
725
749
308
0
Figuur 18
Aantal woningen binnen de 37 dB Lden-contour, per zoekgebied.
Aantal woningen met Lden >= 37 dB
30.000
27.749
25.000 20.000 15.000 10.000 5.000
9.079
8.397
3.932
8.390 5.337
3.039
4.664
0
3.3.2.2
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie
Onderstaande tabel toont hoeveel het aantal gevoelige objecten binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren per GWh opgewekte elektriciteit. De energieproductie is berekend in paragraaf 4.11. Het aantal gevoelige objecten binnen een contour (zoals beschreven in Tabel 27) is gedeeld door deze energieproductie.
Windenergie
42
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Tabel 28
Aantal woningen per GWH binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied Netto energieopbrengst in GWh
Zoekgebied 1. Rijnenburg en Reijerscop 2. Lage Weide 3. USP 4. Voordorpse Veld 5. Noorderpark 6. Ockhuizen 7. Haarzuilens 8. Dorpeldijk
Figuur 19
Gevoelige objecten ≥50 dB per GWh
Gevoelige objecten ≥44 dB per GWh
Gevoelige objecten ≥37 dB per GWh
233
0
0,2
36,1
129 78 26
0,2 0,1 0
28,8 5,5 11,5
214,7 50,7 117,6
52 52 155 78
0 0 0 0,2
6 12,3 4,7 9,7
175,6 103,2 54,1 60,1
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 50 dB-contour, per zoekgebied. 0,25
Aantal woningen met Lden >= 50 dB per GWh
0,2
0,2
0,2 0,15 0,1 0,1 0,05 0
0
0
0
0
0
Windenergie
43
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 20
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 44 dB-contour, per zoekgebied. 35 28,8
Aantal woningen met Lden >= 44 dB per GWh
30 25 20 15
12,3
11,5
10
9,7 6
5,5
4,7
5 0,2
0
Figuur 21
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 37 dB-contour, per zoekgebied. 250
Aantal woningen met Lden >= 37 dB per GWh
215 200
176
150
118
103
100 50
36
51
54
60
0
3.3.2.3
Cumulatieve geluidsbelasting
Voor alle woningen binnen de 37 dB Lden contouren is beschouwd welk geluidsniveau er nu heerst. Deze informatie is onttrokken aan een openbare kaartlaag van het RIVM16. De hoeveelheid geluid geproduceerd door de gemodelleerde windturbines is hier vervolgens bij opgeteld om, naast de geluidsbelasting van de windturbines, ook inzicht te verschaffen in de toename van het totale geluid.
16 https://data.overheid.nl/dataset/7133-geluid-in-nederland--lden-
Windenergie
44
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 22
Huidig geluidsniveau in de gemeente Utrecht (Lcum, oud)
De voornaamste geluidsdruk in de omgeving komt van rail- en wegverkeer- en industrielawaai. Er zijn geen andere windturbines in de omgeving die impact hebben op de geluidsniveaus bij de woningen. De huidige cumulatieve geluidsbelasting wordt berekend volgens de rekenregels voor cumulatie van verschillende bronnen. De kaart biedt op globale schaal een goed beeld van de geluidkwaliteit. De bijdrage aan de cumulatieve kaart door weg- en railverkeer is bepaald met een standaard rekenmethode (RMV2012). Voor industriegeluid is een geluidniveau geraamd op basis van kentalgegevens voor verschillende typen van industrieterreinen. De cumulatieve kaart is een gecombineerd totaal van de genoemde bronnen en geeft een indicatief beeld voor de geluidkwaliteit. Het verkregen resultaat wordt aangeduid met Lcum,oud: het cumulatieve geluidsniveau zonder de windturbines. De geluidsbelasting als gevolg van de windturbines kan door middel van een rekenregel (zie Bijlage 4 van Activiteitenregeling; Reken- en meetvoorschrift windturbines) worden omgerekend naar weg-equivalente geluidsniveaus, waarna deze toevoeging kan worden opgeteld bij de huidige geluidsbelasting. Zo vinden wij de cumulatieve geluidsbelasting inclusief de windturbines: L cum,nieuw en de toename van het geluidsniveau bij elke woning. De berekening wordt voor elk alternatief apart uitgevoerd.
GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico's zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico's en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen.
Windenergie
45
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Het combineren van de geluidsgegevens met de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) resulteert in een GES-score per gevoelig object (zie voor toelichting berekening bovenstaand kader). De cumulatieve GES-score van een gebied wordt berekend door de waarde van elke score (getallen 1 t/m 8) te vermenigvuldigen met het aantal woningen in de betreffende score. In Tabel 29 zijn de GES-scores in de huidige situatie weergegeven. In Tabel 30 is weergegeven wat er gebeurt met het aantal woningen per de GES-score als het geluid van de windturbines wordt toegevoegd. Sommige woningen verschuiven dan naar een hogere score (en verdwijnen er dus woningen uit een lagere GES-score). De cumulatieve GES-score in de zoekgebieden wordt hierdoor hoger. Tabel 29
Aantal woningen per GES-score per zoekgebied; huidige situatie. Aantal Aantal woningen per GES-score woningen 0 1 2 4 5 6 Rijnenburg en Reij8.381 0 38 3.654 3.070 1.176 416 erscop 27.723 0 4 1.753 7.521 10.312 5.922 Lage Weide 3.919 0 412 1.455 1.191 637 203 USP 3.034 0 8 480 850 1.300 372 Voordorpse Veld 9.101 0 76 824 3.490 3.342 1.222 Noorderpark 5.327 0 2 1.843 2.866 597 18 Ockhuizen 7.640 0 309 3.521 2.644 875 276 Haarzuilens 4.652 0 415 2076 993 899 261 Dorpeldijk
Tabel 30
7
8
27
0
1.934 21 24 147 0 14 8
277 0 0 0 1 1 0
Aantal woningen per GES-score per zoekgebied; situatie incl. windturbines. Aantal woningen per GES-score
Rijnenburg en Reijerscop Lage Weide USP Voordorpse Veld Noorderpark Ockhuizen Haarzuilens Dorpeldijk
0
1
2
4
5
6
7
8
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 72 0 70 0 53 16
2.867 1.223 1.152 366 507 1.259 2.326 1.692
3.821 6.640 1.780 936 3.639 3.186 4.007 1.638
1.249 11.631 681 1.295 3.511 844 963 1.011
417 6.006 212 412 1.227 37 276 287
27 1.946 22 25 147 0 14 8
0 277 0 0 0 1 1 0
Om tot een kwantitatief resultaat te komen waardoor de alternatieven met elkaar vergeleken kunnen worden is een omrekening van GES-scores naar een aantal ernstig gehinderden benodigd. Hierbij hanteren wij het hinderpercentage dat hoort bij het midden van elke GES-klasse in onderstaande figuur, die is gebaseerd op de tabel voor wegverkeerslawaai uit het Handboek Gezondheidseffectscreening17. Voor een cumulatieve beschouwing ligt het voor de hand om wegverkeersgeluid als uitgangspunt te gebruiken, omdat de rekenregels voor cumulatie (zoals bijvoorbeeld opgenomen in hoofdstuk 4 van het Reken- en Meetvoorschrift windturbines) ook alle geluid naar de hinderlijkheid van wegverkeersgeluid omrekenen. De grafiek laat de verhouding tussen de GES-scores en het percentage ernstig gehinderden zien.
17 https://edepot.wur.nl/442969
Windenergie
46
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 23
Aantal verwacht percentage ernstig gehinderden per GES-klasse
Door de toevoeging van de verschillende alternatieven kunnen bij omliggende woningen de GES-scores stijgen. Omdat bij een hogere klasse ook meer ernstig gehinderden horen, is het mogelijk te berekenen hoeveel meer ernstig gehinderden we verwachten na de toevoeging van de verschillende alternatieven. Het verschil tussen het cumulatief aantal ernstig gehinderden in de huidige situatie en de situatie met windturbines is op twee manieren berekend en beoordeeld: •
•
De absolute toename van ernstig gehinderden wordt berekend door het aantal cumulatieve ernstig gehinderden in de huidige situaties af te trekken van het aantal ernstig gehinderden in de situatie met windturbines De relatieve toename van ernstig gehinderden wordt berekend door de toename van ernstig gehinderden te delen door het aantal ernstig gehinderden in de huidige situatie.
Onderstaande tabel laat de resultaten zien van deze omrekening in een absoluut en relatief getal.
Windenergie
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van geluid van windturbines.
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 31
Absolute toename van ernstig gehinderden
54
191
56
16
36
62
98
77
Toename van ernstig gehinderden in %
5%
3%
10%
3%
2%
9%
10%
12%
47
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.3.3
Conclusie Op basis van de scoretabel en de berekende aantallen woningen scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema Geluid:
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Beoordeling geluid Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 32
0 0 0 0 0 0 -
-------0
0 0 0 0 --
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 -
0 0 0 0 --
-0 -0 0 --
Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden per GWh Absolute toename van ernstig gehinderden Toename van ernstig gehinderden in %
3.4
Slagschaduw Zoals in de NRD is aangegeven wordt het thema slagschaduw gekoppeld aan de beoordeling van het thema geluid. Slagschaduw is weliswaar tot op grotere afstand waarneembaar, maar door de eenvoud van mitigatie wordt het milieueffect in de praktijk tot een minimum beperkt. Daarom is er in dit onderzoek gekozen om de beoordeling van slagschaduw deels gelijk te trekken aan de beoordeling van het onderdeel geluid, waarbij de meest negatieve score van de eerste twee criteria (gevoelige objecten met ≥50 dB en ≥44 dB) is gebruikt. De geluidsbelasting op nabijgelegen woningen is een goede indicator voor het rendementsverlies door het stilzetten van windturbines om aan de slagschaduwnorm te voldoen. Hieronder is de beoordeling op het thema slagschaduw weergegeven.
Windenergie
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Beoordelingscriterium slagschaduw
Lage Weide
Beoordeling slagschaduw Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 33
0
--
-
-
0
-
-
--
48
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.5
Stiltegebieden
3.5.1
Beoordelingskader Omdat de provincie Utrecht veel drukte kent op het spoor, de weg, in de lucht en op industrieterreinen is er behoefte aan stilte onder inwoners. Daarvoor heeft de provincie stiltegebieden aangewezen. De stiltegebieden bestaan uit de stille kern, een bufferzone rondom het stiltegebied en een aandachtsgebied rondom het stiltegebied (1500 meter rondom een stiltegebied). In de gemeente Utrecht liggen geen stiltegebieden, geen bufferzones, maar wel aandachtgebieden. Binnen de stille kern en de bufferzone geldt een 24-uursgemiddeld geluidsniveau van ten hoogste respectievelijk 40 dB(A) en 45 dB(A) (Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 2021). Voor het aandachtsgebied rondom het stiltegebied geldt geen norm.
Figuur 24
Stiltegebieden in relatie tot zoekgebieden windenergie
De beoordeling van de zoekgebieden op de stiltegebieden is weergegeven in onderstaande beoordelingstabel. De beoordeling van stiltegebieden gaat als volgt: Als er geen relatie is tussen het zoekgebied en de stille kern of de bufferzone krijgt de locatie een score 0. Als er een relatie is tussen het zoekgebied en de bufferzone rondom het stiltegebied wordt de locatie met een enkele min beoordeeld. Indien het zoekgebied een relatie heeft met de stille kern wordt deze met een dubbele
Windenergie
49
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht min beoordeeld. Een positieve beoordeling wordt niet uitgegeven voor de effectbeoordeling aandachtsgebied rondom het stiltegebied. Tabel 34
Beoordelingstabel aandachtsgebied rondom het stiltegebied -Relatie met de stille kern Relatie met de bufferzone van het stiltegebied 0 Geen relatie met de stille kern of de bufferzone + n.v.t. ++ n.v.t.
3.5.2
Effectbeoordeling De beoordeling voor windenergie met betrekking tot het aandachtsgebied rondom het stiltegebied is als volgt:
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Score aandachtsgebieden stiltegebieden
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 35
0
0
0
0
0
0
0
0
Ligging t.o.v. stiltegebieden
3.6
Recreatiezones en terreinen
3.6.1
Beoordelingskader Om te voorkomen dat steden aaneengroeien, moet er ruimte blijven voor recreatieve uitloopmogelijkheden. Bovenlokale dagrecreatieterreinen zijn gericht op de ontwikkeling van aan het recreatieve gebruik gerelateerde voorzieningen. Tevens bevat de gemeente recreatiezones die gericht zijn op de bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen (Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 2021). De beoordeling van de zoekgebieden op de recreatie is weergegeven in onderstaande beoordelingstabel. De beoordeling van recreatiezones en terreinen gaat als volgt: Als er een grote relatie is tussen het zoekgebied en een bovenlokaal dagrecreatieterrein krijgt deze een dubbele min. Indien het zoekgebied een grote relatie met een recreatiezone heeft krijgt deze een enkele min. Als het zoekgebied een zeer beperkte tot geen relatie met een bovenlokaal dagrecreatieterrein of een recreatiezone heeft krijgt deze een nul. Een relatie met bovenlokaal dagrecreatieterrein
Windenergie
50
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht wordt zwaarder gewogen omdat dit gebied specifiek is aangewezen om de recreatieve waarde van het gebied te versterken. Terwijl een recreatiezone zich richt op de bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen. Tabel 36
Beoordelingstabel recreatiezones en terreinen -Grote relatie met bovenlokaal dagrecreatieterrein Grote relatie met recreatiezone 0 Zeer beperkte tot geen relatie met een recreatiezone of bovenlokaal dagrecreatieterrein + n.v.t. ++ n.v.t.
Figuur 25
Recreatiezones en terreinen in relatie tot zoekgebieden windenergie
3.6.2
Effectbeoordeling De opstellingen scoren als volgt:
Tabel 37
Windenergie
Score recreatiezones en terreinen windenergie
51
3.7
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Rijnenburg en Reijerscop
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
-
0
-
-
--
-
--
0
Ecologie In dit onderdeel wordt gekeken en beoordeeld wat het effect is van windturbines in de verschillende zoekgebieden op het thema ecologie. Voor het aspect ecologie wordt onderscheid gemaakt tussen de effecten op gebieden (onderdeel gebiedsbescherming) en effecten op beschermde soorten (onderdeel soortenbescherming). Voor de beoordeling van windturbinelocaties is een specifieke beoordeling gehanteerd, die aansluit bij de gevolgen van windenergie op soorten- en gebiedsniveau. In onderstaande paragrafen zijn de belangrijkste zaken uitgewerkt. De volledige ecologische beoordeling met nadere toelichtingen is te vinden in Bijlage A – Ecologie (hoofdstuk 2).
3.7.1
Gebiedsbescherming In deze paragraaf wordt het beoordelingskader, de effectbeoordeling en de conclusie voor het thema gebiedsbescherming beschreven.
3.7.1.1
Beoordelingskader
Voor de beoordeling van het aspect gebiedsbescherming is gekeken naar Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, de Groene contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkernen, zie Tabel 38. Tabel 38
Beoordelingscriteria ecologie gebiedsbescherming
Thema
Beoordelingscriterium
Ecologie gebiedsbescherming
Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natuurnetwerk Nederland en Groene contour Effecten op ganzenrustgebieden en weidevogelkernen
Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is op hoofdlijnen gekeken en kwalitatief onderzocht of het optreden van significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. Er is hierbij gekeken naar de ligging van de Natura 2000-gebieden, foerageerafstanden van de aangewezen doelsoorten van betreffende Natura 2000-gebieden en naar effectafstanden voor vogels. De effectafstanden zijn gebaseerd op verstoringsafstanden voor vogels. Vogels kunnen namelijk in hoge mate (geluids)verstoring ondervinden, waarbij de maximale Windenergie
52
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht verstoringsafstand 400-500 meter bedraagt (Hötker et al., 2006, Reichenbach, 2017). De effectafstand voor de beoordeling van Natura 2000-gebieden bedraagt derhalve 500 meter. Voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck wordt een effectafstand van 300 meter gehanteerd, omdat voor dit gebied de zwartkopmeeuw is aangewezen met een verstoringsafstand van 300 meter. Daarnaast is gekeken naar de foerageerafstanden van aangewezen doelsoorten (vogels) van de betreffende Natura 2000-gebieden. Wanneer de foerageerafstand groter is dan de afstand tot een zoekgebied, kunnen soorten uit Natura 2000-gebieden in potentie een relatie hebben met een zoekgebied. In dat geval kunnen effecten op voorhand niet worden uitgesloten. Voor Natuurnetwerk Nederland, de Groene Contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkernen is een effectafstand gehanteerd van 200 meter. Deze afstand is gebaseerd op het feit dat weidevogels, zangvogels en roofvogels een verstoringsafstand van 75-200 meter hebben (Reichenbach 2003; Hötker 2006; Steinborn et al. 2011; Steinborn & Steinmann 2014; Pearce-Higgins et al. 2012). Onderstaande tabel geeft de scoretabel weer voor het onderdeel ecologie gebiedsbescherming. Scoretabel ecologie gebiedsbescherming18
Tabel 39
Criterium
-In of overdraai over Natura 2000-gebieden
Natura 2000-gebieden
-
0
<300m zwartkopmeeuw >300m zwartkopmeeuw of <500m (verstoring) of >500m (verstoring) of foerageerafstanden aangewezen doelsoorten > afstand tot zoekgebied <200m >200m
NNN* en Groene con- In of overdraai tour NNN/Groene contour Ganzenrustgebieden In ganzenrustgebied of <200m >200m en weidevogelkernen weidevogelkern *200 meter verstoringsafstand geldt enkel voor NNN-beheertypen waarbij kwalificerende broedvogelsoorten zijn aangewezen, zie voor toelichting Bijlage A (hoofdstuk 6).
3.7.1.2
Effectbeoordeling
Natura 2000-gebieden Geen van de aangewezen zoekgebieden ligt binnen de begrenzing van Natura 2000gebieden, zie Figuur 26. Om deze reden kan er enkel sprake zijn van effecten door
18
Windenergie
Voor de beoordeling van gebiedsbescherming zijn de gehele zoekgebieden getoetst. Het gaat daarbij dus niet om locaties (‘stippen’) van exacte windturbine posities, aangezien deze in dit stadium nog enkel indicatief zijn. Door het gehele zoekgebied met een worst-case benadering te toetsen, zal de beoordeling van specifieke windturbine posities altijd binnen de gegeven score liggen. Een windpark gelegen binnen het zoekgebied kan derhalve dus niet negatiever scoren dan de score gegeven aan het gehele zoekgebied.
53
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht eventuele externe werking. Deze effecten zijn onderverdeeld in effecten door afname kwaliteit van leefgebied, verstoring, aanvaringsslachtoffers en stikstofdepositie. Figuur 26
Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van zoekgebieden voor windenergie.
De afstand met Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen tot alle zoekgebieden is kleiner dan de foerageerafstanden voor enkele aangewezen vogelsoorten. Dit betreft de volgende aangewezen doelsoorten: purperreiger, aalscholver, kolgans, grauwe gans, smient en tafeleend. Gezien deze foerageerafstanden is het niet uit te sluiten dat onder deze aangewezen doelsoorten aanvaringsslachtoffers vallen. Alle zoekgebieden scoren derhalve licht negatief (score -). Stikstofdepositie Bij realisatie van windturbines kan sprake zijn van een tijdelijke en relatief beperkte stikstofuitstoot. Van stikstofdepositie is met name sprake in de aanlegfase van de windturbines en de daarbij behorende voorzieningen. In de exploitatiefase betreft dit enkel incidentele verkeersbewegingen in het geval van onderhoud. Enkele zoekgebieden liggen op een korte afstand van Natura 2000-gebieden. Bij realisatie van windturbines in deze zoekgebieden kan de aanlegfase resulteren in een tijdelijke en beperkte stikstofdepositie (score –). Dit kan resulteren in een vergunningsverplichting Wet natuurbescherming, maar de verwachting is dat het aspect stikstof niet zorgt voor significant negatieve effecten. De mogelijke stikstofdepositie wordt op projectniveau in kaart gebracht d.m.v. een AERIUS-berekening. Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Windenergie
54
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Geen van de zoekgebieden voor windenergie is gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groene Contour. Wel grenzen enkele van de zoekgebieden aan NNN. Dit geldt voor de volgende zoekgebieden: USP (3), Voordorpse Veld (4), Noorderpark (5), Ockhuizen (6), Haarzuilens (7) en Dorpeldijk (8). Zoekgebied Haarzuilens (7) is het dichtstbijzijnde zoekgebied bij de Groene Contour en ligt op een afstand van ca. 30 meter (score -). Figuur 27 geeft de ligging van het NNN en Groene Contour weer ten opzichte van de zoekgebieden voor windturbines. Figuur 27
Ligging Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour ten opzichte van de zoekgebieden voor windenergie.
Voor zoekgebieden: USP (3), Noorderpark (5), Ockhuizen (6) en Haarzuilens (7) en Dorpeldijk (8) geldt dat de NNN-beheertypen met kwalificerende broedvogels aanwezig zijn én binnen de effect afstand van 200 meter gelegen zijn (score -). Ganzenrustgebieden en foerageergebieden Geen van de zoekgebieden voor windenergie is gelegen binnen ganzenrustgebied en/of weidevogelkernen en de daaromheen liggende verstoringsafstand (score 0). Het dichtstbijzijnde zoekgebied tot een ganzenrustgebied is Noorderpark (5), dat op een afstand van ca. 700 meter gelegen is. Zoekgebied Haarzuilens (7) is gelegen op ca. 400 meter ten opzichte van weidevogelkerngebied, zie Figuur 28. Figuur 28
Windenergie
Ligging ganzenrustgebieden en weidevogelkernen ten opzichte van de zoekgebieden voor windenergie.
55
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.7.1.3
Conclusie
Op basis van de scoretabel scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema ecologie gebiedsbescherming:
Windenergie
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden
Lage Weide
Effectbeoordeling windenergie ecologie gebiedsbescherming
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 40
-
-
-
-
-
-
-
-
0
0
-
0
-
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0
0
56
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.7.2
Soortenbescherming In deze paragraaf wordt het beoordelingskader, de effectbeoordeling en de conclusie voor het thema soortenbescherming beschreven.
3.7.2.1
Beoordelingskader
Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming is gekeken naar gemeentelijke Natuurwaardenkaart. Deze Natuurwaardenkaart is gebaseerd op waarnemingen uit de Nationale databank Flora en Fauna (NDFF) en laat zien waar beschermde soorten voorkomen of potentieel kunnen voorkomen, uitgaande van de geschiktheid van het leefgebied. Binnen de kaart wordt onderscheid gemaakt tussen de beschermde soorten door de Wet natuurbescherming en soorten beschermd via de Utrechtse soortenlijst. In laatstgenoemde staan 64 soorten opgenomen die gezien worden als waardevol of kenmerkend voor de provincie Utrecht. In Bijlage A (hoofdstuk 5) is een overzicht gegeven van alle voorkomende soorten per zoekgebied. Op de Natuurwaardenkaart zijn geen aantallen te zien. De score is toegekend op basis van de grootte van het leefgebied binnen een zoekgebied19. Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming zijn de vijf verschillende biotopen uit de Natuurwaardenkaart gehanteerd, zie Tabel 41. Bij de beoordeling is geen rekening gehouden met de effecten van alle biotopen tezamen. Tabel 41
Beoordelingscriteria ecologie soortenbescherming
Thema
Beoordelingscriterium
Ecologie soortenbescherming
Effecten op soorten van biotoop ‘Steen en gebouwen’ Effecten op soorten van biotoop ‘Oever en water’ Effecten op soorten van biotoop ‘Bomen, bos en struiken’ Effecten op soorten van biotoop ‘Gras en kruiden’ Effecten op soorten van biotoop ‘Biotoop overstijgende soort’
Het beoordelingskader voor het aspect soortenbescherming is als volgt geformuleerd: Tabel 42
Scores effectbeoordeling soortenbescherming voor windenergie -Zoekgebied is grotendeels gelegen binnen gebied met beschermde soorten. Kans op negatieve effecten is groot en ondanks maatregelen in voorstadium moeilijk te voorkomen/verminderen. Zoekgebied is gelegen binnen gebied met beschermde soorten. Kans op negatieve effecten op soorten is beperkt en/of effecten zijn door maatregelen in voorstadium goed te verminderen. 0 Zoekgebied is gelegen buiten gebied met beschermde soorten of soorten met provinciale vrijstelling. Kans op negatieve effecten op soorten is zeer klein of afwezig. + n.v.t. ++ n.v.t. 19
Windenergie
Wanneer het leefgebied van een soort grotendeels of binnen het gehele zoekgebied voorkomt, scoort deze biotoop negatiever dan wanneer slechts een klein(er) gedeelte van het leefgebied binnen een zoekgebied gelegen is. Daarbij is ook gekeken welke soorten dit betreft (zie Bijlage A voor een overzicht van de soorten per zoekgebied)
57
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Met maatregelen in voorstadium, genoemd bij scores ‘- ‘en ‘- - ‘worden voorzorgsmaatregelen bedoeld die negatieve effecten kunnen verminderen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rekening houden met leefgebied van soorten bij de locatiekeuze of buiten het broedseizoen of andere (soort specifieke) gevoelige perioden werken. 3.7.2.2
Effectbeoordeling
Zoekgebied 1: Rijnenburg en Reijerscop Binnen zoekgebied Rijnenburg en Reijerscop komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ en (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Effecten kunnen worden voorkomen door met deze soorten rekening te houden bij de locatiekeuze en tijdens werkzaamheden in de aanlegfase (score -). Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor (score 0). Zoekgebied 2: Lage Weide Binnen zoekgebied 2 komt binnen biotoop (3) ‘Bos, bomen en struiken’ de zwaar beschermde soort de boomvalk voor. Dit betreft een enkel een klein gebied in het zuiden van het zoekgebied. Door rekening te houden met de soort bij de locatiekeuze in het voorstadium kunnen effecten worden beperkt (score -). De overige biotopen binnen het zoekgebied scoren 0. Zoekgebied 3: USP Binnen zoekgebied USP komen alleen binnen de biotoop (4) ‘Gras en kruiden’ geen zwaar beschermde soorten voor. Binnen de andere vier biotopen komen zwaar beschermde soorten voor binnen een klein/gemiddeld groot gedeelte van het gebied (score -). Zoekgebied 4: Voordorpse Veld Binnen zoekgebied Voordorpse Veld komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ zwaar beschermde soorten en/of voor windenergie gevoelige soorten voor (score -).
Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor (score 0). Zoekgebied 5: Noorderpark Binnen zoekgebied Noorderpark komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ en (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Effecten kunnen worden voorkomen door met deze soorten rekening te houden bij de locatiekeuze en tijdens werkzaamheden in de aanlegfase (score -). Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor of enkel soorten met een provinciale vrijstelling (score 0). Zoekgebied 6: Ockhuizen Binnen zoekgebied Ockhuizen komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’, (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Dit betreffen klein/middelmatige grote gebieden. Effecten zijn dermate goed te voorkomen en/of verminderen door o.a. bij de locatiekeuze Windenergie
58
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht rekening te houden met de soorten en buiten kwetsbare perioden te werken. Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor of enkel soorten met een provinciale vrijstelling (score 0). Zoekgebied 7: Haarzuilens Binnen zoekgebied Haarzuilens komen binnen alle biotopen zwaar en licht/gemeentelijk beschermde soorten voor. Voor biotoop (3) ‘Bomen, bos, en struiken’ is veel potentieel leefgebied aanwezig voor verschillende vogel- en vleermuissoorten in en rondom het zoekgebied. Aangezien het hier om veel verschillende soorten gaat, is de score negatief (- -) toegekend. Mitigerende maatregelen in de vorm van een stilstandvoorziening zijn naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijk in dit gebied. Zoekgebied 8: Dorpeldijk Binnen zoekgebied Dorpeldijk komen alleen binnen de biotoop (4) ‘Gras en kruiden’ geen zwaar beschermde soorten voor. Binnen de andere vier biotopen komen zwaar beschermde soorten voor binnen een klein/gemiddeld groot gedeelte van het gebied (score -). 3.7.2.3
Conclusie
Op basis van de scoretabel scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema ecologie soortenbescherming:
3.8
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Soortenbescherming Steen en gebouwen Oever en water Bomen, bos en struiken Gras en kruiden Biotoop overstijgende soort
Lage Weide
Effectbeoordeling windenergie aspect ecologie soortenbescherming.
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 43
0 0
0 0 0
0
0 0
0 0
0 0
--
0
-
0
-
-
-
-
-
-
Landschap & Cultuurhistorie Voor het milieuaspect landschap en cultuurhistorie wordt getoetst in welke mate windturbines passen in het (cultuurhistorisch) landschap van de gemeente Utrecht. Ten behoeve hiervan is er een landschappelijke analyse uitgevoerd. Deze beschrijving is opgenomen in Bijlage B. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een aantal beoordelingscriteria:
Tabel 44
Windenergie
Beoordelingscriteria landschap windenergie.
59
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.8.1
Thema
Beoordelingscriterium
Landschap en cultuurhistorie
Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco werelderfgoed Ligging t.o.v. cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
Beoordelingsschaal Windparken geven een nieuwe dynamiek aan het landschap. Echter kunnen door de omvang van deze duurzame energiebronnen ook bestaande kwaliteiten worden aangetast. Deze zijn beschreven in de kwaliteitsgidsen van de provincie Utrecht. Daarom zijn de landschappelijke criteria niet beoordeeld met de score ‘Positief effect’ (++) en is deze categorie in de beoordelingsschaal komen te vervallen (zie tabel 35).
3.8.2
Zichtbaarheid Het criterium ‘zichtbaarheid’ gaat in op de mate van zichtbaarheid van windturbines in het landschap. Windturbines zijn ten alle tijden en vanuit elk landschapstype zichtbaar. Er zal daarom worden gekeken welke landschapstypen als open, halfopen en gesloten worden gezien waardoor duidelijk wordt vanuit welke landschapstypen er meer zicht is op de windturbines.
Tabel 45
3.8.2.1
Scoretabel zichtbaarheid. Negatief
Licht negatief
Het zoekgebied bevindt zich in een open landschap.
Het zoekgebied bevindt zich in een halfopen landschap.
Neutraal
Licht positief
Het zoekgebied bevindt zich in een gesloten landschap.
Het zoekgebied bevindt zich in een landschap waar de uitstraling van duurzaamheid past bij het landschap
Beoordeling
In Bijlage B worden de landschapstypen en de bijbehorende karakteristieken beschreven. De zoekgebieden die negatief scoren zijn gelegen in landschapstypen waar openheid als een karaktereigenschap wordt gezien. De zoekgebieden die licht negatief scoren zijn gelegen in landschapstypen met als karakteristiek een halfopen landschap. De zoekgebieden die neutraal scoren zijn gelegen in gesloten landschap dan wel urbaan gebied waar openheid niet wordt gezien als karaktereigenschap. Tabel 46
Windenergie
Overzicht van de scores per zoekgebied voor windenergie.
60
Rijnenburg en Reijerscop
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
--
0
-
--
-
--
-
-
Zichtbaarheid
3.8.3
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Het beoordelingscriterium ‘ligging t.o.v. UNESCO erfgoed’ wordt beoordeeld aan de hand van de ligging van de zoekgebieden t.o.v. van het UNESCO werelderfgoed.
Windenergie
61
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 29
Ligging van Unesco erfgoed en de zoekgebieden voor windenergie.
Tabel 47
Scoretabel effect op Unesco erfgoed.
3.8.3.1
Negatief
Licht negatief
Het zoekgebied is gelegen in, of in een straal van 1 km van het Unesco erfgoed waardoor het afbreuk doet aan de karakteristieken van het erfgoed.
Het zoekgebied is tussen de 1 en 2,5 km van het Unesco erfgoed gelegen waardoor het minder zwaar afbreuk doet aan de karakteristieken van het erfgoed.
Neutraal
Licht positief
Het zoekgebied ligt verder dan 2,5 km van het Unesco erfgoed waardoor er geen negatieve invloed is op de karakteristieken van het erfgoed.
Niet van toepassing
Beoordeling
In Bijlage B worden de karakteristieken van het Unesco erfgoed beschreven. De zoekgebieden voor windenergie die zich in de zone van het Unesco erfgoed bevinden en dus in grote maten de karakteristieken van het erfgoed aantasten scoren negatief. De zoekgebieden die nabij de zone van de waterlinie bevinden scoren licht negatief en Het zoekgebied die dusdanig ver liggen van de waterlinie scoren neutraal. Tabel 48
Windenergie
Overzicht van de scores per zoekgebied.
62
3.8.4
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed
Rijnenburg en Reijerscop
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
0
-
--
--
--
-
0
0
Ligging t.o.v. cultuurhistorisch erfgoed Het beoordelingscriterium ‘cultuurhistorisch erfgoed’ gaat in op de mate en wijze van aantasting van cultuurhistorische waarden van het landschap door grootschalige windparken. Binnen dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de komst van windturbines invloed heeft op de beleving en zichtbaarheid van de cultuurhistorische waarden en objecten van het landschap. De forten die onderdeel uit maken van de Hollandse waterlinies zijn opgenomen in paragraaf 3.8.3 omdat deze onderdeel uitmaken van het Unesco erfgoed. De archeologische objecten zoals de limes zijn niet meegenomen omdat deze behandeld worden bij het hoofdstuk archeologie.
Figuur 30
Ligging van cultuurhistorische elementen en de zoekgebieden voor windenergie. 20
Tabel 49
Scoretabel effect op cultuurhistorisch erfgoed.
20 Van https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart?book-
mark=875773b6fbd64e0fb8e94f9e9eaecf9f Geraadpleegd op 4 mei 2022.
Windenergie
63
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Negatief
Licht negatief
Het zoekgebied bevindt zich in cultuurhistorisch gebied en of er zijn binnen een straal van 1 km meer dan 3 cultuurhistorische elementen
Rondom het zoekgebied bevinden zich in een straal van 1 tot 2,5 km meer dan 3 cultuurhistorische elementen of gebieden.
Licht positief Rondom het zoekgebied bevinden zich buiten een straal van 2,5 km meer dan 3 cultuurhistorische elementen of gebieden.
3.8.4.1
Niet van toepassing.
Beoordeling
De zoekgebieden die zich in cultuurhistorische gebieden bevinden en/of als er binnen een straal van 1 km meerdere cultuurhistorische objecten zich bevinden scoren negatief. Het zoekgebied die zich binnen een straal van 2,5 km rondom cultuurhistorische objecten of gebieden bevinden scoren lichtnegatief. Het zoekgebied die niet nabij cultuurhistorische waardevolle gebieden of objecten bevinden scoren neutraal.
3.8.5
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging t.o.v. cultuurhistorisch erfgoed
Lage Weide
Overzicht van de scores per zoekgebied.
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 50
0
-
-
-
0
--
--
-
Effect op de landschappelijke waarden Het beoordelingscriterium ‘Effect op de landschappelijke waarden’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het zoekgebied en in welk gebiedskenmerk/ landschapstype deze is gesitueerd. Elk landschapstype kent zijn eigen structuren en kwaliteiten. In Bijlage B zijn de gebiedskenmerken (landschapstypen) geïnventariseerd. Bij de beoordeling is ervan uitgegaan dat windturbines in een zoekgebied beter ‘passen’ bij een grootschalig, statisch en industrieel landschap dan bij een kleinschalig en natuurrijk landschap.
Figuur 31
Windenergie
Landschapstypen binnen de gemeente Utrecht en de zoekgebieden voor windenergie.
64
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Tabel 51
3.8.5.1
Scoretabel effect op de landschappelijke waarden. Negatief
Licht negatief
Het zoekgebied past niet in het landschapstype omdat het toepassen van windenergie afbreuk doet aan de kwaliteiten/waarden van het landschap.
Het zoekgebied past niet in het landschapstype omdat het toepassen van windenergie in mindere mate afbreuk doet aan de kwaliteiten/waarden van het landschap.
Neutraal
Licht positief
Het zoekgebied past in het landschapstype en doet geen afbreuk aan de kwaliteiten/waarden van het landschap maar voegt ook geen kwaliteiten toe.
Het zoekgebied past in het landschapstype en voegt nieuwe kwaltieten/waarden toe aan het landschap.
Beoordeling
De zoekgebieden voor windenergie die negatief scoren zijn gelegen in landschapstypen waar de kernwaarden zullen worden aangetast. Dit zal met name gelden voor de maat en schaal van het landschapstype. Het zoekgebied voor windenergie die licht negatief scoren staan in landschapstypen waarvan de kernwaarden deels worden aangetast. Dit betreft met name de openheid van deze gebieden. Het zoekgebied dat neutraal scoort is gelegen in urbaan gebied waardoor er geen landschappelijke kwaliteiten zullen worden aangetast. Tabel 52
Windenergie
Overzicht van de scores per zoekgebied.
65
3.8.6
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging landschappelijke waarde
Rijnenburg en Reijerscop
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
-
0
-
--
--
-
-
-
Stedelijke groenstructuur Het criterium ‘ligging t.o.v. stedelijke groenstructuur’ is beoordeeld op basis van de mate waarin de zoekgebieden voor windmolens in de stedelijke groenstructuur zijn gelegen of daarbuiten. Hierbij is niet gekeken naar de eventuele toegevoegde waarde die windturbines met zich mee kunnen brengen ten behoeve van de stedelijke groenstructuur. Windturbines hebben over het algemeen geen positief effect op de stedelijke groenstructuur omdat het de beleving en de ontwikkeling van het bestaande groen in de weg staat.
Figuur 32
Ligging van de stedelijke groenstructuur en de zoekgebieden voor windenergie.21
Tabel 53
Scoretabel ligging t.o.v. stedelijke groenstructuur.
21 Gemeente Utrecht. (2018, maart). Actualisatie groenstructuurplan 2030. https://omgevingsvi-
sie.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zz-omgevingsvisie/thematisch-beleid/groen/2018-03actualisatie-groenstructuurplan-2017-2030.pdf
Windenergie
66
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Negatief
Licht negatief
Het zoekgebied ligt volledig in de stedelijke groenstructuur
Het zoekgebied ligt gedeeltelijk in de groenstructuur
Neutraal
Licht positief
Het zoek ligt niet in de stedelijke groenstructuur Niet van toepassing
3.8.6.1
Beoordeling
Alle zoekgebieden voor windenergie scoren een licht negatief of negatieve beoordeling voor het onderdeel groenstructuur. Er is geen zoekgebied dat neutraal scoort.
3.8.7
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging t.o.v. stedelijke groenstructuur
Lage Weide
Overzicht van de scores per zoekgebied.
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 54
-
-
-
--
--
--
--
--
Conclusie landschapsbeoordeling De scores van de eindbeoordeling zijn hieronder weergegeven. Dit zijn per criteria de individuele tussentijdse scores van elk zoekgebied voor windenergie. Effectbeoordeling windenergie aspect landschap & cultuurhistorie
Windenergie
Noorderpark
Ockhuizen
--
-
--
-
-
--
---
-0 --
--
0 --
0 -
-
-
-
--
--
--
--
--
Dorpeldijk
Voordorpse Veld
0 0
-
0 0 -
--
Haarzuilens
USP
Zichtbaarheid Unesco erfgoed Cultuurhistorisch erfgoed Landschappelijke waarden Stedelijke groenstructuur
Lage Weide
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 55
67
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.9
Archeologie Voor het milieuaspect archeologie wordt getoetst of op een bepaalde locatie archeologische waarden bekend zijn dan wel te verwachten zijn. Ten behoeve hiervan zijn windturbines die binnen of in de nabijheid van een terrein van archeologische waarde of een gebied met een archeologische verwachting zijn gelegen in beeld gebracht. Hiermee kan een inschatting gemaakt worden of archeologische waarden te verwachten en aan te treffen zijn tijdens de bouw van het windpark. Het in 1992 door Nederland ondertekende Verdrag van Malta regelt archeologisch erfgoed op Europees niveau, met als belangrijkste doel het behoud van dit erfgoed in situ. De bodem biedt namelijk de beste garantie voor een goede conservering van archeologische waarden. Bij ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog mogelijkheden zijn voor archeologievriendelijke alternatieven. Tot slot is met het verdrag het ‘de verstoorder betaalt’-principe geïntroduceerd. Het Verdrag is geïmplementeerd in de Monumentenwet (1988) die in 2016 grotendeels is opgegaan in de Erfgoedwet. Voor ruimtelijke ontwikkelingen en archeologische bescherming en –onderzoek geldt dat de Monumentenwet van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.
3.9.1
Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Voor archeologische waarden is getoetst (conform de NRD) aan de kaart ‘Provinciaal thema Archeologie’ en de kaart ‘provinciaal erfgoed beleid Web’ Mapping Application. Het thema Archeologie omvat de Romeinse Rijksgrens (limes), het vroegmiddeleeuwse Dorestad en de Utrechtse Heuvelrug, een gebied rijk aan resten die teruggaan tot in de prehistorie. De Limes is de noordgrens van het oude Romeinse Rijk en is daarom van grote archeologische betekenis. Tevens liggen er in de gemeente rijksmonumenten met een mogelijk archeologische waarde. Om dubbeltelling te voorkomen zijn de elementen waaraan is getoetst uit paragraaf 3.8.4 niet opnieuw opgenomen in de archeologische waardenkaart. De beoordeling van archeologische waarden gaat als volgt: Als er geen relatie is tussen het zoekgebied en de aanwezige archeologische waarden krijgt de locatie een score 0. Als er een gedeeltelijke relatie is met archeologische waarden wordt de locatie met een enkele min beoordeeld. Als de locatie volledig binnen een archeologisch waardevol gebied ligt krijgt de locatie een dubbele min. Een positieve beoordeling wordt niet uitgegeven voor de effectbeoordeling archeologie.
Tabel 56
Beoordelingstabel archeologie -Volledige relatie met archeologische waarden Gedeeltelijke relatie met archeologische waarden 0 + ++
Windenergie
Geen relatie met archeologische waarden n.v.t. n.v.t.
68
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.9.2
Beoordeling Uit Figuur 33 volgt dat de meeste zoekgebieden niet binnen een gebied met Archeologische waarden liggen. Zoekgebied 1 (Rijnenburg en Reijerscop) ligt voor een klein gedeelte binnen Archeologisch waardevol gebied en krijgt daarvoor de score enkele min. Zoekgebied 8 (Dorpeldijk) ligt volledig binnen archeologisch waardevol gebied en krijgt daarvoor een dubbele min als score.
Figuur 33
Archeologische waardenkaart windenergie
3.9.3
Conclusie Onderstaande tabel geeft de effectbeoordeling weer.
Windenergie
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Archeologie
Lage Weide
Effectbeoordeling archeologie windenergie
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 57
0
0
0
0
0
0
0
--
69
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.10
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
3.10.1
Beoordelingscriterium en effectbeoordeling In de RSU zijn ontwikkelingen opgenomen ten aanzien van woningbouw, sport, werklocaties of groenvoorzieningen. Toekomstige ontwikkelingen op deze drie onderwerpen conflicteren in sommige gevallen met de aangewezen zoekgebieden voor opwek van duurzame energie. Omdat in dit planMER niet is gewerkt met reeds vastgestelde locaties voor duurzame energie, en ook de locaties van de toekomstige ontwikkelingen nog niet vastliggen leidt elke relatie tussen een zoekgebied en een toekomstige ontwikkeling tot een negatieve beoordeling.
Tabel 58
Beoordelingstabel toekomstige ontwikkelingen -Relatie zoekgebied met meer dan één toekomstige ontwikkeling Relatie zoekgebied met één toekomstige ontwikkeling 0 Geen relatie met toekomstige ontwikkelingen + n.v.t. ++ n.v.t.
3.10.2
Beoordeling Voor de zoekgebieden van windenergie is gekeken in hoeverre er overlap is tussen de zoekgebieden en één of meerdere ontwikkelingen zoals opgenomen in de RSU. Dit is zichtbaar gemaakt in Figuur 34.
Windenergie
70
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 34
Toekomstige ontwikkelingen in zoekgebieden windenergie
Hieruit blijkt dat de zoekgebieden voor windenergie overlap hebben op de volgende onderwerpen.
3.10.3
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Woningbouw Groen Werklocaties Sport
Lage Weide
Toekomstige ontwikkelingen in zoekgebieden windenergie
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 59
Nee Ja Nee Ja
Nee Nee Ja Nee
Ja Ja Ja Nee
Nee Ja Nee Ja
Nee Ja Nee Ja
Nee Ja Nee Nee
Nee Ja Nee Nee
Nee Ja Nee Nee
Conclusie De beoordeling voor windenergie in relatie tot toekomstige ontwikkelingen is als volgt:
Tabel 60
Windenergie
Score toekomstige ontwikkelingen
71
3.11
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Ligging zoekgebied t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Rijnenburg en Reijerscop
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
--
-
--
--
--
-
-
-
Energieopbrengst Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbehorende vermindering van CO2, fijnstof en emissies van verzurende stoffen.
3.11.1
Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Per opstelling wordt het thema energieopbrengst gescoord op het aantal windturbines en een schatting van de jaarlijkse elektriciteitsproductie. De vermindering van emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling te voorkomen niet meegerekend, maar wel inzichtelijk gemaakt.
Tabel 61
Beoordelingscriteria duurzaamheid/energieopbrengst.
Thema
Beoordelingscriterium
Methode
Energieopbrengst
Aantal windturbines/ Elektriciteitsproductie
Kwantitatief
De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- ‘tot ‘++’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´energieopbrengst´ toegelicht. Tabel 62
Beoordelingstabel duurzaamheid/energieopbrengst. -n.v.t. n.v.t. 0 <25 GWh/jr + 25 t/m 75 GWh/jr ++ > 75 GWh/jr
3.11.2
Effectbeoordeling Uitgaande van windturbines met een ashoogte van 180 meter en een rotordiameter van 170 meter (het grootste windturbinetype dat ten tijde van schrijven van dit MER commercieel beschikbaar is) kan op basis van de gemiddelde windsnelheid op ashoogte een inschatting worden gemaakt van de jaarlijkse elektriciteitsproductie per windturbine. Deze jaaropbrengst hangt enerzijds af van hoe vaak het hoe hard
Windenergie
72
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht waait, en anderzijds van hoeveel vermogen de windturbine levert bij verschillende windsnelheden. Bij deze exercitie wordt een ander windturbinetype gebruikt dan bij het onderdeel geluid omdat een representatief windturbinetype voor het onderdeel geluid anders is dan voor het onderdeel energieopbrengst. Het KNMI heeft voor heel Nederland informatie beschikbaar over het langjarig gemiddelde windaanbod. Fabrikanten van windturbines stellen gegevens beschikbaar over het vermogen van hun windturbines. Onderstaande grafiek toont de gegevens waarop de berekening van de verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie is gebaseerd. Hierbij is gerekend met een representatief type windturbine op een representatieve locatie binnen de gemeentegrens. Hiermee kan gemiddeld genomen een goed beeld gegeven worden over de te verwachte opbrengst. Figuur 35
Windsnelheidsverdeling op 180m ashoogte en het vermogen van het referentie windturbinetype (rotordiameter 170 meter, vermogen 6,2 MW).
Combinatie van de gegevens uit bovenstaande figuur leidt tot een bruto-productie per windturbine van 29.710 MWh oftewel 30 GWh per jaar. Voor het planMER doen wij de aanname dat windturbines in de praktijk een nettoproductie hebben die ca. 13% lager ligt dan de bruto productie, i.v.m. zogeffecten en andere verliezen. Dit betekent een jaarlijkse nettoproductie van 26 GWh per windturbine per jaar. Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder uitstoot veroorzaakt van CO2, fijnstof en emissies van verzurende stoffen door fossiele alternatieven. De emissies per gemiddelde opgewekte MWh zijn in Nederland als volgt22,23: Tabel 63
Uitstoot per MWh (op basis van energiemix in NL).
Uitstoot per MWh
CO2 480 kg
NOX 0,71 kg
SO2 0,39 kg
PM10 0,03 kg
22 Voor de individuele emissies van NOx, SOx en fijnstof: Otten M. & Afman M., 2015. Emissiekentallen
elektriciteit. CE Delft. 23 Voor de ketenemissies (gram CO -eq./kWh): Wielders en Nusselder, Emissiekentallen elektriciteit, CE 2
Delft, januari 2020.
Windenergie
73
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
De beoordeling op basis van het aantal windturbines wordt dan als volgt.
3.11.3
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Resultaten jaarlijkse opbrengst en vermeden emissies per alternatief.
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 64
Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh)
8 207
5 129
3 78
1 26
2 52
3 78
5 129
3 78
Energieopbrengst (TJ) Vermeden uitstoot CO2 - kton Vermeden uitstoot NOx - ton
744 99 147
465 62 92
279 37 55
93 12 18
186 25 37
279 37 55
465 62 92
279 37 55
Vermeden uitstoot SOx - ton Vermeden uitstoot PM10 – ton
81 6
50 4
30 2
10 1
20 2
30 2
50 4
30 2
Conclusie De opstellingen scoren als volgt:
Windenergie
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Netto energieopbrengst (GWh)
Lage Weide
Conclusie elektriciteitsproductie
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 65
++
++
++
+
+
++
++
++
74
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.13
Overzichtstabel Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de locatiealternatieven.
Tabel 66
Overzichtstabel beoordeling windenergie Rijnenburg
Lage Weide
USP
Voordorpse veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
-
-
--
-
-
--
-
--
0 0 0 0 0 0 -
-------0
0 0 0 0 --
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 -
0 0 0 0 --
-0 -0 0 --
0
--
-
-
0
-
-
--
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
-
-
--
-
--
0
0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0
0 0 -
0 0 0 0 -
0 0 0 -
0 0 0 -
0 --
0 0 -
-0 0 -
0 0
--
----
-0 --
---
0 --
0 -
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
-
-
-
--
--
--
--
--
Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
0
0
0
0
0
0
0
--
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
--
-
--
--
--
-
-
-
Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Netto energieopbrengst (GWh)
++
++
++
+
+
++
++
++
Externe Veiligheid Externe Veiligheid Geluid Gevoelige objecten met =>50 dB Lden Gevoelige objecten met =>44 dB Lden Gevoelige objecten met =>37 dB Lden Gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Toename van ernstig gehinderden: absoluut Toename van ernstig gehinderden: relatief Slagschaduw Beoordelingscriterium slagschaduw Stiltegebieden Ligging t.o.v. Stiltegebieden Recreatiezones en terreinen Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Landschap & Cultuurhistorie Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
In de overzichtstabel is te zien dat er bij alle alternatieven sprake is van zwaarwegend negatieve effecten op externe veiligheid, geluid en gezondheid, slagschaduw, ecologie, landschap en/of archeologie. Daar staat tegenover dat de energieopbrengst en mitigatie van uitstoot in alle alternatieven positief is. In Hoofdstuk 7 wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de negatieve effecten te beperken24. 24
Windenergie
* de energieopbrengst is niet aangepast aan de mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Ook na eventuele mitigerende maatregelen kan een vergelijkbare opbrengst gerealiseerd worden.