PlanMER tbv Klimaatvisie Utrecht.pdf
Tekst van het document
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Stephan Woninck MSc. Laurens Kik MSc. Steven Velthuijsen MSc.
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Opdrachtgever Gemeente Utrecht Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Datum
13 december 2022
Versie
4.0
Auteurs
Stephan Woninck Laurens Kik
Tweede lezer
Steven Velthuijsen
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2022 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Samenvatting Dit MER is naast deze versie ook als digitaal planMER in te zien: www.planmerenergievisieutrecht.nl.
Achtergrond In 2015 zijn in Parijs internationale afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Nederland heeft haar inspanning opgenomen in een nationaal Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd. Hierin hebben meer dan 100 partijen afspraken vastgelegd over het verlagen van de CO2-uitstoot. Het doel is dat in 2050 de uitstoot in Nederland met 95% is verminderd ten opzichte van 1990. De gemeente Utrecht wil hier een bijdrage aan leveren door in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit is in de Ruimtelijke Strategie Utrecht door vertaald naar onder andere een bandbreedte van 40 tot 280 GWh aan duurzame opgewekte energie per jaar in 2040. De Klimaatvisie richt zich onder andere op vier belangrijke pijlers van duurzame de energietransitie: besparen, bronnen verduurzamen, vervoer verduurzamen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. Met de Klimaatvisie kan de gemeente haar rol bepalen binnen de energietransitie en een uitvoeringsstrategie ontwikkelen. Daartoe wil de gemeente in beeld brengen welke locaties geschikt zijn voor duurzame energieopwekking en wat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen zijn. Om hier inzicht in te verkrijgen is besloten om voorliggend planMER op te stellen over verschillende manieren van energie-opwek, namelijk windenergie, zonne-energie en geothermie.
De resultaten van het planMER zullen als basis fungeren voor het op te stellen beleid en voor (markt)partijen die in de toekomst concrete initiatieven willen uitwerken in de gemeente Utrecht. De gemeente is dus initiatiefnemer van het planMER.
Doel van het planMER Het planMER heeft drie doelen: ➢ Milieueffecten in beeld brengen van de activiteiten die in de Klimaatvisie zijn opgenomen; ➢ Aanbevelingen geven indien bepaalde (kader stellende) onderdelen in de Klimaatvisie in strijd zijn met beleid, wet- en regelgeving; ➢ Aanbevelingen geven voor onderzoeksopgaven voor de uitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen en Omgevingsvergunningen en eventueel daarbij behorende ruimtelijke onderbouwingen of projectMER-en.
i Samenvatting i
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Dit MER bevat objectieve informatie over de effecten van zonne- en windparken en geothermie, maar maakt geen keuzes en geeft geen voorkeuren aan; de beoordeling moet voor zich spreken en de gemeente ondersteunen bij het maken van locatiekeuzes. Omdat het MER veel verschillende thema’s onderzoekt, is het niet eenvoudig om ‘de beste’ locaties aan te wijzen. Een locatie kan op het ene thema goed scoren, maar op een ander thema juist minder. Daadwerkelijke keuzes voor welke (delen van) zoekgebieden worden ingezet voor grootschalige opwek zullen een belangenafweging zijn waarbij zowel milieutechnische, maar ook maatschappelijke, economische en politieke belangen een rol spelen. Doel van het MER is om te zorgen dat het milieubelang in deze afweging een volwaardige plaats heeft.
Afbakening planMER Zoekgebieden Bij het onderzoeken van de milieueffecten van grootschalige zonne- en windparken in de gemeente Utrecht dienen de zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (hierna RSU) als uitgangspunt. In de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van deze zoekgebieden onderbouwd. Voor geothermie zijn in de RSU geen locaties of zoekgebieden opgenomen. In de onderzoeken behorende bij de raadsbrief van 9 december 2021 is aangegeven welke gebieden binnen de gemeente Utrecht, gezien de ondergrondse eigenschappen, mogelijk geschikt zijn voor geothermie. Op basis van de conclusies uit deze onderzoeken zijn zoekgebieden gedefinieerd die in deze m.e.r. gebruikt zijn. Elke combinatie van zoekgebied en energiebron is een “alternatief” in m.e.r.-termen. Milieueffecten Het planMER beschouwt de milieueffecten van zonne-energie, windenergie en geothermie op hoofdlijnen aan de hand van een aantal thema’s.
X
X
X X
X X
X
X
X
X
X
X
Energie
Geothermie
X X
Ontwikkelingen uit de RSU
X
Grondwater bescherming
X
Archeologie
X
Landschap en cultuurhistorie
Stiltegebieden
X
Ecologie
Slagschaduw
Windenergie Zonne-energie
Recreatie
Geluid
Onderzochte onderwerpen per activiteit
Externe veiligheid
Tabel 1
X X
X X
X
X
De milieueffecten voor windenergie zijn bepaald door in de zoekgebieden opstellingen te plaatsen die zoveel mogelijk potentie van het alternatief benutten. Aan de hand van deze opstellingen zijn de milieueffecten bepaald. Om een beeld te krijgen van de maximaal te verwachten effecten van windturbines beschouwt het MER
ii
Samenvatting ii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht windturbines van de grootste momenteel commercieel verkrijgbare afmetingen: circa 270 meter tiphoogte. De milieueffecten voor zonnevelden zijn bepaald door uit te gaan van een benuttingsgraad van 50% van het oppervlak van het alternatief. Deze 50% is aangenomen als een maximaal haalbare benuttingsgraad. In de praktijk kan dit lager zijn. Milieueffecten bij geothermie zijn beoordeeld binnen de zoekgebieden zoals opgenomen in Figuur 3. Per zoekgebied is beoordeeld wat de effecten zijn als in dat zoekgebied één geothermielocatie komt met bijbehorend oppervlaktebeslag van 1 ha1. Onderstaande figuren tonen per onderwerp de zoekgebieden: Figuur 1
Zoekgebieden windenergie
1 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf -
iii
iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)
Samenvatting iii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 2
Zoekgebieden zonne-energie
Figuur 3
Zoekgebieden geothermie.
iv Samenvatting iv
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Energieproductie en doelbereik De maximale energieproductie is per zoekgebied weergegeven voor wind (Tabel 2). Zon (Tabel 3) en geothermie (Tabel 4). Tevens is hierbij de energieopbrengst afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente Utrecht. In 2020 was dit een totaal van 4.821 TJ (1.339 GWh) per jaar2.Dit getal is gekozen, omdat dit de meest recente cijfers zijn en er nu nog niet getoetst kan worden aan een doelstelling die opgenomen wordt in de Klimaatvisie. Voor de productie van duurzame warmte bestaat geen doelstelling. Voor de berekening van het doelbereik is het verwachte warmtegebruik in 2040 gehanteerd, conform de raadsbrief van 9 december 2021 7600 TJ per jaar. Met zonnevelden kan zowel elektriciteit als warmte gemaakt worden. Daarom is de energieproductie uitgedrukt in zowel GWh (elektriciteit) als TJ (warmte). Voor geothermie is een energieopbrengst 600 TJ aangenomen per zoekgebied. Per zoekgebied is, vanwege de minimaal aan te houden onderlinge afstand tussen bronnen, ruimte voor één locatie met twee bronnen (doubletten). Per bron is de te verwachten opbrengst circa 300 TJ3.
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
9 207 837 15.4%
5 129 465 9,6%
3 78 279 5,8%
1 26 93 1,9%
2 52 186 3,9%
3 78 279 5,8%
5 129 465 9,6%
3 78 279 5,8%
USP
Voordorpse Veld
Poldergebied Overvecht
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnseplas
Meijewetering
Geluidswal A12
Onbelemmerd opp. (ha.) Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik
Nedereindse Plas
Energieopbrengst zonne-energie
Rijnenburg
Tabel 3
USP
Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik
Lage Weide
Energieopbrengst windenergie
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 2
318 159 572
45 23 81
43 22 78
20 10 36
9 4 15
90 45 162
61 30 110
82 41 148
37 19 67
1 1 2
4 2 7
11,8%
1,7%
1,6%
0,7%
0,2%
3,3%
2,2%
3,0%
1,4%
0%
0%
2
https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/onderzoek-overutrecht/voortgangsrapportage-energie/ 3 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)
v
Samenvatting v
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Haarzuilens
Rijnenburg
Lage Weide
Papendorp
Westraven
USP
LunettenKoningsweg
Energieopbrengst Geothermie
Voordorpse Veld
Tabel 4
Energieopbrengst (TJ)
600
600
600
600
600
600
600
600
Doelbereik
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
Uitkomsten milieueffecten planMER
De milieueffecten van windmolens, zonnevelden en geothermie zijn gescoord op basis van de volgende stoplichtwaarden: -0 + ++
Zwaarwegend negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Groot positief effect
In eerste instantie is dit gedaan zonder rekening te houden met de mogelijkheden om effecten te mitigeren of te compenseren. In hoofdstuk 7 zijn aanbevelingen gedaan voor compenserende en mitigerende maatregelen en is de effectbepaling opnieuw gedaan voor het geval deze aanbevelingen worden overgenomen4. Tabel 5
Samenvatting van beoordelingskader voor windenergie Aspect Externe veiligheid
Geluid & Gezondheid
Beoordelingscriterium
Werkwijze
Aantal objecten met een extern veiligheidsrisico binnen de maximale werpafstand (conform Handreiking Risicozonering Windturbines) Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Het aantal relevante objecten in kaart brengen. Relevant voor extern veiligheidsrisico zijn: (beperkt) kwetsbare objecten, hoogspanning- en buisleidinginfrastructuur, risicovolle installaties en autowegen en spoorwegen voor gevaarlijk transport. Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren (kwantitatief) Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie (kwantitatief) Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid Score afhankelijk van aantal woningen in de nabije omgeving en daarom gelijkgesteld aan de score voor woningen met een geluidbelasting van 44 dB Lden of meer. Op basis van de kaart ‘Stiltegebieden provincie Utrecht’. (kwantitatief)
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
4
Slagschaduw
Beoordelingscriterium slagschaduw
Stiltegebied
Ligging t.o.v. Stiltegebied
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht
* de energieopbrengst is niet aangepast aan de mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Ook na eventuele mitigerende maatregelen kan een vergelijkbare opbrengst gerealiseerd worden.
vi
Samenvatting vi
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed
Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Beoordeling zoekgebieden op basis van dichtheid en gebruiksfunctie omringend landschap. (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van de kaart 'Provinciaal erfgoedbeleid'. (kwalitatief)
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU.
Energieopbrengst
MWh aan de hand van het aantal windturbines
Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van (1) ingetekende fictieve opstelling van # windturbines en (2) aanname voor energieproductie per windturbine (kwantitatief)
Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden Ecologie Effect op beschermde soorten Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
Archeologie
Milieueffecten windenergie De beoordeling van de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. Tabel 6
Overzichtstabel beoordeling windenergie Rijnenburg
Lage Weide
USP
Voordorpse veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Externe Veiligheid Externe Veiligheid Geluid Gevoelige objecten met =>50 dB Lden Gevoelige objecten met =>44 dB Lden Gevoelige objecten met =>37 dB Lden Gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Toename aantal ernstig gehinderden: absoluut Toename aantal ernstig gehinderden: relatief Slagschaduw Beoordelingscriterium slagschaduw Stiltegebieden Ligging t.o.v. Stiltegebieden Recreatie Ligging t.o.v. recreatiezones en -terreinen Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour
-
-
--
-
-
--
-
--
0 0 0 0 0 0 -
-------0
0 0 0 0 --
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 -
0 0 0 0 --
-0 -0 0 --
0
--
-
-
0
-
-
--
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
-
-
--
-
--
0
0
0
-
0
-
-
-
-
vi
Samenvatting vii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Landschap & Cultuurhistorie Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
0 0 0 -
0 0 0 0 0
0 0 -
0 0 0 -
0 0 0 -
0 0 0 -
0 --
0 0 -
-0 0 -
0 0
--
----
-0 --
---
0 --
0 -
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
-
-
-
--
--
--
-- --
Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
0
0
0
0
0
0
0
--
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
--
-
--
--
--
-
-
-
Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Netto energieopbrengst (GWh)
++
++
++
+
+
++
++
++
* de energieopbrengst is niet aangepast aan de mitigerende maatregelen die hierboven zijn voorgesteld. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Ook na eventuele mitigerende maatregelen kan een vergelijkbare opbrengst gerealiseerd worden.
Dit zijn de scores als in de zoekgebieden zoveel mogelijk windmolens geplaatst worden. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door minder windmolens in de zoekgebieden te plaatsen en/of gunstigere locaties te kiezen. Voor de volgende zoekgebieden zijn zwaarwegende effecten niet uit te sluiten: ➢ De zwaarwegende effecten op het erfgoed zijn mogelijk niet goed genoeg te mitigeren of te compenseren. ➢ De ecologische waarden (beschermde soorten bomen, bos en struiken) in Haarzuilens kunnen mogelijk ook niet voldoende gemitigeerd of gecompenseerd worden om aan de wettelijke kaders te voldoen. ➢ De geluidbelasting in Dorpeldijk kan niet teruggebracht worden tot een verantwoord niveau. Windmolens hebben in alle zoekgebieden een beperkt negatief effect op de andere ontwikkelopgaven uit de RSU. Het gaat dan vooral om het directe ruimtebeslag van windmolens. De contouren voor geluid en externe veiligheid rond de windmolens zijn niet of nauwelijks beperkend voor andere beoogde ontwikkelopgaven in de zoekgebieden voor windenergie.
Milieueffecten zonne-energie De beoordeling van de milieueffecten van zonne-energie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria.
vi Samenvatting viii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Tabel 7
Zonne-energie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect
Beoordelingscriterium
Werkwijze
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Ecologie
Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden
Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Kansen voor verbetering van de biodiversiteit als gevolg van de activiteit vergeleken met het huidige grondgebruik (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU. Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van benutting van 50% van het zoekgebied (kwantitatief)
Effect op beschermde soorten
Effect op de biodiversiteit
Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed
Effect op de landschappelijke waarden
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst
Tabel 8
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen MWh aan de hand van het aantal hectare zonne-energie
Overzichtstabel beoordeling zonne-energie Rijnenburg
Nedereindse plas
Poldergebied Overvecht Voorveldse polder USP
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnse plas
Meiejewetering
Geluidswal A12
-
--
-
-
--
-
--
0
--
0
0
Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Landschap & Cultuurhistorie Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 -0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 -0 -
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
0
0 0 -
0 0 0
-+
--
---
0 --
0 --
0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
-
--
-
--
--
--
--
--
--
0
--
--
-
--
--
-
-
-
-
-
-
-
Recreatie Ligging t.o.v. recreatiezones en -terreinen
Ecologie
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
ix
Samenvatting ix
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Energieopbrengst GWh aan de hand van het aantal hectare zon
++
0
0
0
0
+
+
+
0
0
0
Dit zijn de scores als 50% van de zoekgebieden ingevuld wordt met zonnevelden. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door minder zonnevelden in de zoekgebieden te plaatsen en/of gunstigere locaties te kiezen. Voor de volgende zoekgebieden zijn zwaarwegende effecten niet uit te sluiten: De zwaarwegende effecten op het erfgoed zijn mogelijk niet goed genoeg te mitigeren of te compenseren vanwege de stringente regelgeving. ➢ De effecten op recreatie in Haarzuilens en groen in Haarzuilens is moeilijk te compenseren, omdat de groen en/of recreatiewaarden in deze gebieden al in hoge mate aanwezig zijn. ➢
Alle zoekgebieden met uitzondering van Meijewetering liggen (deels) in de stedelijke groenstructuur waarvoor in de RSU een ontwikkelopgave is opgenomen. De ontwikkelopgave voor groen kan niet (goed) gerealiseerd worden op plekken waar een zonneveld komt. In Voordorpse Veld en Rijnenburg zijn zonnevelden beperkend voor de ontwikkelopgave sport. De zoekgebieden voor zonnevelden overlappen niet met beoogde locaties voor woningen en werklocaties.
Milieueffecten geothermie De beoordeling van de milieueffecten van geothermie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. Tabel 9
Geothermie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Thema Beoordelingscriterium Werkwijze Externe veiligheid
Aantal EV-gevoelige objecten binnen de richtafstand
Geluid
Aantal gevoelige objecten binnen de richtafstand
Recreatie Ecologie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden Effect op beschermde soorten
Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed
Toepassen van richtafstand op relevante objecten voor extern veiligheidsrisico: (beperkt) kwetsbare objecten (100 meter), buisleidinginfrastructuur & risicovolle installaties (150 meter). (kwantitatief) Toepassen van een grensafstand van 100m en een richtafstand van 300 meter binnen zoekgebied conform Besluit algemene regels milieu mijnbouw. Beschrijven of er ruimte is binnen het zoekgebied. (kwantitatief) Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief)
x
Samenvatting x
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Effect op de landschappelijke waarden
Grondwaterbescherming Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst
Tabel 10
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Ligging t.o.v. beschermde gebieden Ligging t.o.v. archeologische erfgoed Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen TJ aan de hand van de potentie per zoekgebied
Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van dynamische zone en strategische grondwatervoorraad Op basis van de kaart 'Provinciaal erfgoedbeleid'. (kwalitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU. Aanname dat er in elk zoekgebied twee bronnen (doubletten) kunnen worden geplaatst met een potentie van 300 TJ per bron.
Overzichtstabel beoordeling geothermie
Lunetten-Koningsweg USP
Westraven
Papendorp
Lage Weide
Rijnenburg
Haarzuilens
-
-
-
-
-
-
-
-
---
--
---
0 -
-
0 0
-
-
-
-
0
0
0
-
--
Natura 2000-gebieden
0
0
0
0
0
0
0
0
Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour
-
-
0
0
0
0
0
-
Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden
0
0
0
0
0
0
0
0
Beschermde soorten: steen en gebouwen
0
0
0
0
0
0
0
0
Beschermde soorten: oever en water
0
0
0
0
0
0
0
0
Beschermde soorten: bomen, bos en struiken
0
-
-
0
0
0
0
-
Beschermde soorten: gras en kruiden
0
0
0
0
0
0
0
-
Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort
-
-
-
0
0
0
-
-
Effect op de landschappelijke waarden
-0 -
-0
-0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 -
0 --
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
--
-
--
-
-
0
-
--
0 0
0 0
-
0
0
-0
0 -
0 --
0
0
--
0
0
0
0
0
--
--
--
--
--
--
--
--
+
+
+
+
+
+
+
+
Voordorpse veld 0
Externe Veiligheid Externe Veiligheid
Geluid Percentage grondgebied buiten 100m van woningen Percentage grondgebied buiten 300m van woningen
Recreatie Ligging t.o.v. recreatiezones en -terreinen
Ecologie
Landschap & Cultuurhistorie Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed
Grondwaterbescherming Dynamische zone Strategische grondwatervoorraad
Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Energieopbrengst Energieopbrengst
xi Samenvatting xi
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Dit zijn de scores voor de meest ongunstige locatiekeus voor geothermie. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door het kiezen van een gunstigere locaties binnen de zoekgebieden. Voor de volgende zoekgebieden zijn zwaarwegende effecten niet uit te sluiten: ➢
De zwaarwegende effecten op het erfgoed zijn mogelijk niet goed genoeg te mitigeren of te compenseren.
Het ruimtebeslag dat nodig is voor een geothermielocatie (ca 1 ha, plus een contour van ca 100 meter voor gevoelige objecten) gaat ten koste van ruimte voor andere ontwikkelopgaven.
Aanbevelingen aan de Klimaatvisie ➢
Er zijn, bij alle drie de opwekmethoden, geen zoekgebieden die geen negatief milieueffect zullen hebben. Ook niet na het toepassen van mitigerende maatregelen. De gemeente dient te overwegen welke milieueffecten zij zwaarder vindt wegen, afgezet tegen de energieopbrengst, om tot een volgorde van kansrijke gebieden te komen.
➢
Een aantal locaties aan de rand van de gemeentegrens lijkt geschikt voor grootschalige duurzame opwek. Het planMER laat zien dat in deze gebieden belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Deze locaties liggen ook allemaal in de stedelijke groenstructuur. Als deze zoekgebieden in de Klimaatvisie worden opgenomen, dan hoort daarbij dat aangegeven wordt hoe met deze waarden omgegaan wordt.
➢
In dit planMER is uitgegaan van een zo groot mogelijke benutting van het potentieel voor duurzame energie binnen de zoekgebieden. Mitigerende maatregelen zijn, soms, nodig om tot een reële benutting van het potentieel te komen per zoekgebied. De zoekgebieden zullen hiervoor aangescherpt of zelfs geschrapt moeten worden.
➢
De belangrijkste mitigerende maatregelen zijn verkleining van het zoekgebied en de locatiekeuze voor windturbines, zonnevelden en geothermie-installaties binnen het zoekgebied. Het plannen van minder windturbines en minder zonneveld oppervlak binnen een zoekgebied heeft ook een groot mitigerend effect. Pas bij vaststelling van definitieve locaties kunnen de daadwerkelijke milieueffecten inzichtelijk worden gemaakt. Voor geothermie is inzichtelijk gemaakt welke delen van de zoekgebieden niet geschikt zijn (zie Figuur 4). Hierbij zijn de meest belemmerende factoren, zoals 100 meter afstand tot gevoelige objecten, ondergrondse buisleidingen en waterwingebieden gebruikt. Voor zon en wind was een vergelijkbare exercitie al gedaan voorafgaand aan dit MER.
xi Samenvatting xii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 4
Aangepaste zoekgebieden geothermie
➢
Voor de zoekgebieden is het nodig dat in de Klimaatvisie opgenomen wordt dat in omgevingsplannen en omgevingsvergunningen regels worden opgenomen voor: a) beperking van de hinder van geluid en slagschaduw. b) bescherming van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten. c) Vergroting van de biodiversiteit d) bescherming van cultuurhistorische waarden
➢
Voor een aantal zoekgebieden geldt dat er, conform de RSU ook andere opgaven gerealiseerd moeten worden. Deze opgaven concurreren met de energieopgave. Deze informatie kan de gemeente meenemen in haar afweging of bepaalde zoekgebieden geschikt genoeg zijn om op te nemen in de Klimaatvisie.
Aanbevelingen voor nadere planuitwerking Voor de meeste zoekgebieden zal het nodig zijn om een integrale belangenafweging te maken tussen het belang van duurzame energie en eventuele aantasting van cultuurhistorische waarden en de stedelijke groenstructuur. Met goed en diepgaand onderzoek kunnen belangentegenstellingen niet altijd weggenomen worden. ➢ In alle projecten zullen de aanbevelingen uit de project specifieke onderzoeken vertaald moeten worden naar een passend ontwerp en een passende exploitatie. ➢
xi
Samenvatting xiii
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Tabel 11
➢
Na selectie van zoekgebieden en het vaststellen van locaties voor de opwek van duurzame energie dienen project specifieke onderzoeken uitgevoerd te worden die aantonen dat er geen sprake is van significante negatieve milieueffecten.
➢
Het detailniveau van een planMER is op een aantal punten nog te weinig concreet om milieueffecten volledig in kaart te brengen en te toetsen. Voordat de gemeente besluit over concrete plannen, dient op de volgende onderwerpen extra informatie ingewonnen te worden of een nieuw onderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij dient onder andere gedacht te worden aan de volgende onderwerpen:
Aanbevelingen voor nadere planuitwerking niet behandelde onderwerpen Beoordelingscriterium
Bodem en oppervlaktewater
Aardbevingsschade/trillingen/zettingen)
Radar/Straalpaden
Netaansluitingen & Transformatorstations Meervoudig ruimtegebruik Economie/Participatiemogelijkheden Compensatieplicht
5
Motivatie Het effect op de bodem en oppervlaktewater is sterk afhankelijk van het ontwerp en de bedrijfsvoering van energieprojecten. Beoordeling van deze effecten valt buiten het detailniveau van het planMER en komt (indien van toepassing) op projectniveau aan bod. De wetgeving voor geothermieprojecten is erop gericht om te voorkomen dat er aardbevingsschade optreedt. Concrete projecten worden hierop getoetst door het gevoegd gezag. Zonder een gedetailleerd putontwerp, kan het risico op aardbevingsschade niet ingeschat worden en daarom wordt dit in deze planMER niet onderzocht. Binnen de gemeentegrens van Utrecht gelden geen bouwhoogtebeperking vanuit luchtvaart en radar5. Eventuele ontoelaatbare radarhinderverstoring is zodanig afhankelijk van concrete windparkeigenschappen dat dit buiten het detailniveau van het planMER valt en op projectniveau aan bod komt. Eventuele verstoring van straalpaden is dermate lokaal dat een beoordeling op basis van voorbeeldopstellingen in een planMER geen meerwaarde heeft.
De effecten hiervan zijn locatie specifiek en passen niet bij het detailniveau van een planMER De effecten hiervan zijn locatie specifiek en passen niet bij het detailniveau van een planMER Het betreft hier geen criterium dat eventueel negatieve milieueffecten tot gevolg kan heeft Voor ecologie en landschap kan er op basis van de effectboordeling blijken dat er mogelijk een compensatieplicht geldt. De compensatie opgave wordt in het planMER niet concreet uitgewerkt.
xi
Bron: Viewer Bouwhoogtebeperkingen Luchtvaart
Samenvatting xiv
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Inhoudsopgave
SAMENVATTING
I
Achtergrond Doel van het planMER Afbakening planMER Energieproductie en doelbereik Uitkomsten milieueffecten planMER Aanbevelingen aan de Klimaatvisie Aanbevelingen voor nadere planuitwerking
HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.13
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Samenvatting
i i ii v vi xii xiii
INLEIDING
17
Aanleiding Doel planMER Leeswijzer
17 18 19
KADERS EN UITGANGSPUNTEN
20
Inleiding Beleidskader Plangebied Zoekgebieden Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen Raakvlak ontwikkelingen
20 20 21 21 28 29
WINDENERGIE
31
Inleiding Externe Veiligheid Geluid en gezondheid Slagschaduw Stiltegebieden Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel
31 32 36 48 49 50 52 59 68 70 72 75
ZONNE-ENERGIE
76
Inleiding Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel
76 77 78 87 94 96 99
GEOTHERMIE
100
Inleiding Externe veiligheid Geluid Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Grondwaterbescherming Strategische grondwatervoorraad Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel
100 102 104 106 108 116 123 125 126 128 130 131
15
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3
HOOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
HOOFDSTUK 8 BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C
Samenvatting
CUMULATIEVE EFFECTEN
133
Inleiding Cumulatie tussen zoekgebieden Cumulatie van activiteiten in hetzelfde zoekgebied
133 133 135
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
138
Inleiding Conclusies windenergie Conclusies zonne-energie Conclusies Geothermie Aanbevelingen voor de Klimaatvisie Aanbevelingen voor nadere planuitwerking
138 138 143 145 148 151
LITERATUUR ECOLOGIE LANDSCHAPPELIJK ANALYSE & BEOORDELING BELEIDSKADERS
154 156 157 158
16
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Inleiding Dit MER is naast deze versie ook als digitaal planMER in te zien: www.planmerenergievisieutrecht.nl.
1.1
Aanleiding In 2015 zijn in Parijs internationale afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Nederland heeft haar inspanning opgenomen in een nationaal Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd. Hierin hebben meer dan 100 partijen afspraken vastgelegd over het verlagen van de CO2-uitstoot. Het doel is dat in 2050 de uitstoot in Nederland met 95% is verminderd ten opzichte van 1990. De gemeente Utrecht wil hier een bijdrage aan leveren door in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit is in de Ruimtelijke Strategie Utrecht door vertaald naar een bandbreedte van tussen de 40 en 280 GWh aan duurzame opgewekte energie per jaar in 2040. De Klimaatvisie is een thematische omgevingsvisie en is bindend voor het bestuur van de gemeente Utrecht. De Klimaatvisie richt zich op drie belangrijke pijlers van duurzame energie: besparen, bronnen verduurzamen en het aanpassen van de infrastructuur. Doel van de Klimaatvisie is om een kader te geven voor vervolgbesluiten over de energietransitie. De Klimaatvisie beschrijft hoe de gemeente wil sturen om de energietransitie te versnellen. Onderdeel hiervan is ruimte bieden aan windenergie, zonne-energie en geothermie in de gemeente. In overige beleidsdocumenten, bijvoorbeeld de RSU en RES, zijn al beleidsuitspraken gedaan over locaties van zoekgebieden voor windenergie, zonne-energie en geothermie.
Gemeente Utrecht doorloopt een plan-m.e.r. voor de Klimaatvisie om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de besluitvorming over kaderstellende beleidsuitspraken over m.e.r.-plichtige activiteiten: windenergie, zonneparken en geothermie. In het planMER onderzoeken we de milieueffecten van deze activiteiten in gedefinieerde zoekgebieden. Als de milieueffecten daartoe aanleiding geven, kan besloten worden om de zoekgebieden bij te stellen. Ook geeft het planMER aanbevelingen voor nadere planuitwerking, waaronder onderzoek naar mitigerende maatregelen.
Inleiding
17
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 5
Samenhang beleidsdocumenten
1.2
Doel planMER Het doel van dit planMER is het vooraf bieden van informatie over de te verwachten milieueffecten van de ontwikkeling van windenergie, zonne-energie en geothermie in de gemeente Utrecht, zodat deze milieu-informatie een volwaardige rol kan spelen in de beleidsontwikkeling en de besluitvorming. Het planMER heeft drie doelen: • Milieueffecten in beeld brengen van de activiteiten die in de Klimaatvisie op zijn genomen; • Aanbevelingen geven indien bepaalde (kaderstellende) onderdelen in de Klimaatvisie in strijd zijn met beleid, wet- en regelgeving; • Aanbevelingen geven voor nadere planuitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen en Omgevingsvergunningen en eventueel daarbij behorende projectMER-en.
Inleiding
18
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
1.3
Inleiding
Leeswijzer
19
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 2 Kaders en uitgangspunten 2.1
Inleiding In het planMER zijn de milieueffecten van de alternatieven met elkaar vergeleken. Per zoekgebied voor de drie thema’s windenergie, zonne-energie en geothermie is er gekozen voor één alternatief. De benaming van de zoekgebieden is daarom gelijk aan de benaming van de alternatieven.
2.2
Beleidskader Het volledige beleidskader dat relevant is voor dit planMER is opgenomen in Bijlage C. Hierin is een overzicht weergegeven van het beleid dat van belang is voor grootschalige opwek van duurzame energie voor de gemeente Utrecht. De kaders van het beleid die van belang worden geacht zijn de relevante beleidsstukken op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Een volledige uiteenzetting van de relevante beleidsstukken staat in Bijlage C. ➢ ➢ ➢ ➢
Europees en rijksbeleid Provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening Gemeentelijk beleid Afspraken met de RES U16
In de relevante beleidsdocumenten staan kaders waaraan de ontwikkeling van duurzame energieopwekking binnen de gemeente en provincie dient te voldoen. Waar relevant, zijn de onderwerpen in dit planMER meegenomen. In Hoofdstuk 7 van dit planMER is ook een paragraaf opgenomen met de onderwerpen die niet behandeld zijn doordat deze: - Niet wettelijke relevant zijn - Geen onderscheidende waarde hebben - Een detailniveau hebben dat niet past bij een planMER In latere onderzoeken, bijvoorbeeld bij een project-m.e.r. of ruimtelijke onderbouwing, kunnen deze thema’s eventueel alsnog behandeld worden.
Kaders en uitgangspunten
20
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
2.3
Plangebied De Klimaatvisie is een thematische omgevingsvisie en is bindend voor het bestuur van de gemeente Utrecht. De Klimaatvisie richt zich onder andere op belangrijke pijlers van de energietransitie: besparen, bronnen verduurzamen, mobiliteit verduurzamen en het aanpassen van de infrastructuur. Met de Klimaatvisie kan de gemeente haar rol bepalen binnen de energietransitie en een uitvoeringsstrategie ontwikkelen. Hiermee is de gemeente Utrecht als geheel ook het plangebied voor dit planMER. Het plangebied bestaat voornamelijk uit verstedelijkt gebeid. Aan de randen van de gemeente is de overgang naar het landschap nog duidelijk aanwezig dat door diepe groene scheggen nog een relatie heeft met de kern van de gemeente. Mede hierdoor is binnen het plangebied sprake van veel diversiteit als het gaat om bebouwing en landschap.
Figuur 6
Plangebied gemeente Utrecht
2.4
Zoekgebieden Binnen het plangebied zijn voor alle drie de thema’s zoekgebieden vastgesteld die in dit planMER zijn onderzocht. De zoekgebieden voor windenergie en zonne-energie zijn overgenomen uit de RSU 2040 en onderbouwd in de. De zoekgebieden voor
Kaders en uitgangspunten
21
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht geothermie zijn vastgesteld op basis van de ondergrondse geschiktheid. Deze geschiktheid is onderbouwd in de onderzoeken behorend bij de raadsbrief van 9 december 2021.
2.4.1
Windenergie In de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van de zoekgebieden voor windenergie onderbouwd. Door onderzoeksbureau OverMorgen is een studie naar de kans rijkheid uitgevoerd. De gebieden die hieruit naar voren kwamen zijn beoordeeld door de gemeente. De belangrijkste afwegingen voor het selecteren van de zoekgebieden in de RSU waren: ➢
Locaties op een afstand van minder dan 400 meter tot woningen6 (uitgezonderd individuele woningen) vallen af omdat wij de geluidhinder binnen die afstand onacceptabel vinden.
➢
Locaties met meer dan één belemmering op basis van provinciaal beleid vallen af. Met name langs de randen van de gemeente ligt cultuurhistorisch erfgoed en natuur, die vanuit provinciaal beleid beschermd zijn. Langs de noord- en oostrand van stad Utrecht liggen de Hollandse Waterlinies, waarvan het grootste deel inmiddels werelderfgoed is (Unesco).
Figuur 7 laat de zoekgebieden zien met 0 of 1 belemmering op basis van provinciaal beleid die in dit planMER zijn onderzocht.
6
Woningen, onderwijs- en gezondheidinstellingen zijn alle geluidsgevoelige bestemmingen. Wij nemen deze allemaal mee, maar voor de leesbaarheid gebruiken wij voornamelijk het woord woningen.
Kaders en uitgangspunten
22
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 7
Zoekgebieden windenergie
2.4.1.1
Uitgangspunten voor plaatsing windturbines
Deze paragraaf bevat een toelichting op de gekozen alternatieven voor windenergie waar er in totaal 8 van zijn onderzocht. Voor dit planMER is de afbakening van de zoekgebieden gebruikt zoals opgenomen in de raadsbrief van 22 januari 2021 Bij het invullen van de alternatieven in een zoekgebied zijn windmolens geprojecteerd op bepaalde locaties. Als uitgangspunt bij het projecteren zijn windturbines gebruikt met een ashoogte van 180 meter en een rotordiameter van 180 meter, resulterend in een tiphoogte van 270 meter, zie Figuur 8.
Kaders en uitgangspunten
23
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 8
Schematische weergave van een windturbine met tiphoogte 270 meter
Bij de keuze van de locaties is gestreefd naar zo veel mogelijk windturbines in elk zoekgebied bij een onderlinge afstand van viermaal de rotordiameter. Waar mogelijk is een lijnopstelling gehanteerd. Figuur 9 geeft een overzicht van de windturbineopstellingen die in het planMER zijn onderzocht. Deze indicatieve posities zijn geprojecteerd om een concreet en representatief beeld te kunnen verkrijgen van de maximaal te verwachte milieueffecten. Deze indicatieve posities zijn op geen enkele manier bepalend of kaderstellend voor daadwerkelijke locaties bij concrete planuitwerking.
Figuur 9
Overzicht alternatieven met geprojecteerde locaties voor windturbines
Kaders en uitgangspunten
24
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
2.4.1.2
Opwekpotentie van de zoekgebieden
Tabel 12 bevat de maximale energieproductie per zoekgebied voor wind. Hierbij is uitgegaan van de maximale energieproductie per windturbine (26 GWh per jaar), exclusief onderhoudsperiodes en stilstandvoorzieningen voor bijvoorbeeld geluid, slagschaduw en natuur. Tevens is de energieopbrengst hierbij afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente van 1.339 GWh. De maximale potentie van zoekgebied Rijnenburg kan met 207 GWh (74% van het doelbereik) het meeste bijdragen aan het doelbereik.
en Reijerscop
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Energieopbrengst windenergie
8
5
3
1
2
3
5
3
207
129
78
26
52
78
129
78
15.4%
9,6%
5,8%
1,9%
3,9%
5,8%
9,6%
5,8%
Rijnenburg
Tabel 12
Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh) Doelbereik
Kaders en uitgangspunten
25
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
2.4.2
Zonne-energie Ook voor zonneparken zijn zoekgebieden opgenomen in de RSU. Voor dit planMER is de afbakening van de zoekgebieden gebruikt zoals opgenomen in de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van deze zoekgebieden onderbouwd. Ook voor deze zoekgebieden ligt de basis in de eerdergenoemde potentieelstudie. Op basis van deze gegevens heeft de gemeente verdere afwegingen gemaakt, de belangrijkste afwegingen zijn hierbij:
Figuur 10
➢
Percelen kleiner dan 5 hectare zijn niet benoemd als zoekgebied. De grens van 5 hectare is gekozen, omdat onder deze grens alleen sprake kan zijn van kleinschalige zonnevelden die beperkt bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening van de stad.
➢
Locaties met meer dan één belemmering op basis van provinciaal beleid vallen af. Net als bij windmolens zijn ook door provinciaal beleid beschermde, ecologische en cultuurhistorische waarden een belemmering voor de realisatie van zonnevelden.
Zoekgebieden zonne-energie
Voor zonnevelden zijn de effecten bepaald van zonnevelden die 50% van het oppervlak van de zoekgebieden omvatten. Deze 50% wordt aangenomen als een maximaal haalbare benuttingsgraad. In de praktijk kan dit (veel) lager zijn.
Kaders en uitgangspunten
26
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht 2.4.2.1
Opwekpotentie van de zoekgebieden
De maximale energieproductie is per zoekgebied voor zon is in Tabel 13 weergegeven. De energieopbrengst is hierbij ook afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente. De maximale potentie van zoekgebied Rijnenburg kan met 159 GWh (57% van het doelbereik) het meeste bijdragen aan het doelbereik.
2.4.3
USP
Voordorpse Veld
Poldergebied Overvecht
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnseplas
Meijewetering
Geluidswal A12
Maximaal opp.(ha.) Energieopbrengst (GWh) Doelbereik
Nedereindse Plas
Energieopbrengst zonne-energie
Rijnenburg
Tabel 13
318
45
43
20
9
90
61
82
37
1
4
159
23
22
10
4
45
30
41
19
1
2
57%
8%
8%
4%
2%
16%
11%
15%
7%
0%
1%
Geothermie Voor geothermie zijn in de RSU geen locaties of zoekgebieden opgenomen. Op basis van de onderzoeken behorende bij raadsbrief van 9 december 2021 zijn zoekgebieden gedefinieerd die in dit MER gebruikt zijn. Om tot deze zoekgebieden te komen is in 3 fases gekeken naar het eventueel geschikte gebied binnen het plangebied. ➢
Waterbeschermingsgebieden en boring vrije zones zijn uitgesloten omdat boren in deze gebieden conform het provinciale beleid niet is toegestaan.
➢
Van de gebieden die overbleven, zijn locaties afgevallen die geologisch niet geschikt bleken te zijn conform de raadsbrief van 9 december 2021..
➢
De gebieden die na het doorlopen van de bovenstaande twee stappen overbleven zijn verder afgebakend door te kijken naar natuurlijk of herkenbare grenzen binnen de gemeente
In de zoekgebieden kan nog wel sprake zijn van de dynamische en bufferzone van het gemeentelijk Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en de matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad van provincie Utrecht, waar beperkingen kunnen gelden vanuit de bescherming van de grond- en drinkwaterkwaliteit. Dit wordt meegenomen in de effectbeoordeling.
Figuur 11
Zoekgebieden geothermie.
Kaders en uitgangspunten
27
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
2.5
Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen De milieueffecten van de onderzochte alternatieven worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het project niet wordt gerealiseerd. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie plus relevante autonome ontwikkelingen.
2.5.1
Autonome ontwikkelingen Onder autonome ontwikkelingen worden in een MER verstaan: die ontwikkelingen waarvan reeds een ontwerp is gepubliceerd. Het betreft dus redelijk concrete plannen, met een grote kans van doorgang. Algemene ontwikkelingen, zoals de landbouwtransitie of infrastructurele projecten in de vooronderzoeksfase, vallen niet onder de definitie van autonome ontwikkeling en worden dus niet beschouwd. Als onderdeel van de referentiesituatie worden de autonome ontwikkelingen beschreven. Het gaat hierbij om voorzienbare (vergunde of reeds in procedure gebrachte) ruimtelijke ontwikkelingen in het zoekgebied en de directe omgeving: ➢ Energieprojecten: De zonnevelden Meijewetering en Geluidswal A12 zijn als vergund. Voor de zonneveld eilanden op de Haarrijnseplas is een bestemmingsplan
Kaders en uitgangspunten
28
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht vastgesteld. Er is een ontwerp bestemmingsplan vastgesteld voor vier windmolens in Rijnenburg. ➢ Woningbouw: In de gemeente Utrecht wordt op een groot aantal plekken woningen gebouwd. Voorbeelden van wijken waar aanzienlijke aantallen woningen worden bijgebouwd zijn de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal (Leidsche Rijn), de Merwedekanaalzone en ten zuiden van de Haarrijnseplas. Woningen die aangemeld zijn bij de gemeente zijn opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Een recente versie van deze BAG is gebruikt in de verschillende onderzoeken. Delen van deze wijken die nu opgeleverd worden staan in de BAG. Niet alle woningen zijn al aangemeld en dus bruikbaar voor de analyses in dit onderzoek. ➢ Herontwikkeling hoogspanningsstation Oudenrijn: Netbeheerders TenneT en Stedin zijn voornemens het hoogspanningsstation Oudenrijn in de Rijnenburgpolder te vernieuwen. De aard en de locatie van de ontwikkelingen in beheer van TenneT zijn alleen aangekondigd.
2.6
Raakvlak ontwikkelingen Naast een beschrijving van de referentiesituatie inclusief de autonome ontwikkelingen, wordt hier een beschrijving gegeven van verwachte (in voorbereiding zijnde) ruimtelijke ontwikkelingen in de zoekgebieden en de directe omgeving. De opgaves uit de RSU zijn in dit planMER getoetst aan de zoekgebieden voor duurzame energie opwek. In Figuur 12 zijn de ontwikkelingen visueel weergegeven. ➢ Polder Rijnenburg: In de gemeente wordt de voorbereiding van de invulling van de polder Rijnenburg doorlopen. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid welke ontwikkelingen op deze locatie doorgang gaan vinden, maar naast de mogelijkheid voor een energielandschap, wordt dit gebied ook genoemd als woningbouwlocatie. Een roeibaan behoort ook tot één van de opties die ik het gebied kunnen komen. ➢ In de RSU is een opgave opgenomen voor de realisatie van minimaal 550 hectare groen om de stad. Er is grote overlap tussen de locaties voor deze groenontwikkeling en de zoekgebieden voor duurzame energieopwekking. Onderdeel van deze opgave is de opgave voor recreatie die voortkomt uit de provinciale Omgevingsvisie. ➢
In de RSU is een opgave opgenomen voor de realisatie van meer dan tien sportvelden. Er is grote overlap tussen de locaties voor deze sportlocaties en de zoekgebieden voor duurzame energieopwekking.
➢
In de RSU is een opgave opgenomen voor de realisatie van woningbouw. Er is sprake van overlap tussen deze locaties en de zoekgebieden voor duurzame energieopwekking.
Kaders en uitgangspunten
29
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht Figuur 12
Ontwikkelingen RSU
Kaders en uitgangspunten
30
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 3 Windenergie 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk van het planMER zijn de te verwachten milieueffecten van windenergie beschreven. Ten behoeve van de vergelijking van de verschillende zoekgebieden voor windenergie, zijn onderstaande aspecten beoordeeld.
Tabel 14
Windenergie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect Beoordelingscriterium Werkwijze Externe veiligheid
Geluid & Gezondheid
Aantal objecten met een extern veiligheidsrisico binnen de maximale werpafstand (conform Handreiking Risicozonering Windturbines) Aantal nabijgelegen gevoelige objecten Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
Slagschaduw
Beoordelingscriterium slagschaduw
Stiltegebied
Ligging t.o.v. Stiltegebied
Recreatiezones en terreinen
Ligging t.o.v. recreatiegebied Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden
Ecologie Effect op beschermde soorten Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst
Windenergie
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen MWh aan de hand van het aantal windturbines
Het aantal relevante objecten in kaart brengen. Relevant voor extern veiligheidsrisico zijn: (beperkt) kwetsbare objecten, hoogspanning- en buisleidinginfrastructuur, risicovolle installaties en autowegen en spoorwegen voor gevaarlijk transport. Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren (kwantitatief) Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie (kwantitatief) Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid Score afhankelijk van aantal woningen in de nabije omgeving en daarom gelijkgesteld aan de score voor woningen met een geluidbelasting van 44 dB Lden of meer. Op basis van de kaart ‘Stiltegebieden provincie Utrecht’. (kwantitatief) Op basis van provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Op basis van nader te bepalen effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Beoordeling zoekgebieden op basis van dichtheid en gebruiksfunctie omringend landschap. (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v.
cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van de kaart 'Provinciaal erfgoedbeleid'. (kwalitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen en sport zoals opgenomen in de RSU. Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van (1) ingetekende fictieve opstelling van # windturbines en (2) aanname voor energieproductie per windturbine (kwantitatief)
31
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht De beoordeling van deze aspecten wordt in het planMER waar mogelijk uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens, maar de beoordelingen zijn uiteindelijk allemaal kwalitatief op basis van een 5 puntsschaal, variërend van “zwaarwegend negatief” (--) tot “groot positief” (++). De effecten zijn bepaald ten opzichte van de referentie situatie zoals in hoofdstuk 2 beschreven. Tabel 15
5-puntsschaalbeoordeling voor de milieueffecten Score -0 + ++
Beoordeling Zwaarwegend negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Groot positief effect
3.2
Externe Veiligheid
3.2.1
Beoordelingskader De aanwezigheid van windturbines kan een verhoogd risico opleveren voor de omgeving. Mogelijke risico’s rond een windturbine zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel en de afworp van een wiek. Deze risico’s zijn onder te verdelen in de deelthema’s: ➢ Risico’s met gevaarlijke stoffen (een deel van een windturbine raakt bijvoorbeeld een gastank of een buisleiding) ➢ (Beperkt) kwetsbare objecten (een deel van een windturbine raakt een persoon)7 ➢ Waterkeringen (een deel van een windturbine raakt een waterkering) ➢ Spoor-, weg- en vaarwegen (een deel van een windturbine komt erop terecht) ➢ Hoogspanning (een deel van een windturbine raakt een hoogspanningslijn) ➢ Buisleidingen (een deel van een windturbine raakt een buisleiding) De hoogte van het risico hangt af van veel factoren (afstand tot de windturbine, faalkans van de windturbine, aantal mensen aanwezig, etc. etc.). De in dit planMER beschouwde alternatieven zijn beoordeeld door middel van een ‘tweetrapsraket’: eerst is geïnventariseerd of er relevante objecten binnen het beinvloedingsgebied van de windturbines liggen. Vervolgens is voor deelthema’s waar dit inderdaad aan de orde is gekeken of de windturbines binnen de voor dat deelthema geldende adviesafstand zijn gelegen of niet.
7
Windenergie
Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld woningen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld kleine bedrijfspanden en opslagloodsen.
32
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
3.2.2
Effectbeoordeling Eerst is het beïnvloedingsgebied van de windturbines bepaald. Dit is de ‘maximale werpafstand bij overtoeren’. De maximale werpafstand bij overtoeren is bepaald door het voorgenomen type in ons programma BladeThrow te berekenen. Op basis van wieklengte, ashoogte, rotatiesnelheid en het zwaartepunt van de wiek is de maximale werpafstand bij overtoeren berekend. Bij de SG 6.0-170 met een ashoogte van 180 meter en een wieklengte van 90 meter is de maximale werpafstand bij overtoeren 359 meter.
Tabel 16
Maximale werpafstand bij overtoeren
Type
Maximale werpafstand bij overtoeren
Siemens Gamesa SG6.0 170
359 meter
Objecten die gelegen zijn binnen deze werpafstand bij overtoeren kunnen eventueel risico ondervinden van windturbines. In Figuur 13 is inzichtelijke gemaakt om welke objecten het gaat. Voor de leesbaarheid van de figuur zijn woningen en panden niet opgenomen, deze behoren echter ook wel tot de groep objecten die risico kunnen ondervinden. Figuur 13
Beïnvloedingsgebied van de alternatieven
Per object dient een minimale afstand aangehouden te worden, in onderstaande tabel staan deze beschreven. Deelthema’s die niet van toepassing zijn omdat ze niet
Windenergie
33
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht optreden binnen het beïnvloedingsgebied van de windturbines zijn buiten beschouwing gelaten. Tabel 17
Adviesafstanden externe veiligheid - omschrijving
Deelthema
Adviesafstand
Bron
Gevaarlijke stoffen, buisleidingen
Grootste waarde van 1) maximale werpafstand bij nominaal toerental en 2) ashoogte + 1/3 wieklengte
Beleid Gasunie
10-5-contour/ wieklengte 10-6-contour/ wieklengte
Activiteitenbesluit milieubeheer (op dit moment buiten werking voor opstellingen van 3 of meer windturbines)
Beschermingszone8
Keur Waterschap9
Wieklengte + 7,85 meter Wieklengte Grootste waarde van 1) maximale werpafstand bij nominaal toerental en 2) tiphoogte
Handreiking Risicozonering Windturbines (2020)
Beperkt kwetsbare objecten Kwetsbare objecten Primaire waterkeringen Spoorwegen Rijkswegen Hoogspanning
Tabel 18
Handreiking Risicozonering Windturbines
Adviesafstanden externe veiligheid – waarden gebruikt in planMER
Deelthema
Adviesafstand alternatieven
Buisleidingen Beperkt kwetsbare objecten Kwetsbare objecten Risicovolle installaties Dijken Spoorwegen Rijkswegen Vaarwegen Hoogspanning
270m 197m 90m 359m n.v.t. 97.85m 90m 90m 270m
De alternatieven zijn als volgt beoordeeld: Tabel 19
Beoordelingscriteria externe veiligheid
Thema
Beoordelingscriterium
Methode
Externe veiligheid
Aanwezigheid relevante objecten en structuren binnen adviesafstand (per deelthema)
Kwantitatief
Voor het thema externe veiligheid is de volgende effectbeoordeling gehanteerd: Tabel 20
Effectbeoordeling externe veiligheid -Meer dan 1 deelthema binnen adviesafstand van windturbines 1 deelthema binnen adviesafstand van windturbines 0 Geen deelthema binnen adviesafstand
8 Voor de waterkeringen geldt niet zozeer een adviesafstand, maar moet bij werkzaamheden nabij wa-
terkeringen een watervergunning worden aangevraagd. Voor het detailniveau van dit MER is het voldoende om te zien of er zich windturbines binnen de beschermingszone van de waterkering bevinden of niet.
Windenergie
34
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht + ++
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen Spoorwegen Vaarwegen Primaire waterkering (Dijken)
Lage Weide
Objecten binnen het beïnvloedingsgebied aanwezig?
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 21
n.v.t. n.v.t.
13 0 Ja Nee Ja Nee Nee Nee
161 5 Ja Ja Ja Ja Ja Ja
28 0 Ja Nee Ja Nee Nee Nee
5 0 Nee Nee Ja Nee Nee Nee
17 0 Ja Ja Ja Nee Nee Nee
2 0 Ja Ja Ja Nee Nee Nee
12 0 Nee Nee Ja Nee Nee Nee
33 0 nee Nee Ja Ja Nee Nee
Vervolgens is per deelthema, en per opstelling waar dit thema relevant is, gekeken of aan de adviesafstand is voldaan zoals genoemd in Tabel 18.
3.2.3
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Aantal thema’s niet voldaan
USP
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen Spoorwegen Vaarwegen Primaire waterkering (Dijken)
Lage Weide
Voldaan aan adviesafstand?
Rijnenburg en Reijerscop
Tabel 22
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja
Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja
1
7
3
1
1
2
1
2
Conclusie effectbeoordeling Onderstaande tabel geeft de effectbeoordeling weer.
Tabel 23
Windenergie
Conclusie externe veiligheid
35
3.3
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Aantal objecten binnen adviesafstand
Rijnenburg en Reijerscop
planMER t.b.v. Klimaatvisie Gemeente Utrecht
-
--
--
-
-
--
-
--
Geluid en gezondheid In dit onderdeel wordt gekeken en beoordeeld wat het effect is van windparken in de verschillende zoekgebieden op het thema geluid.
3.3.1
Beoordelingskader Als beoordelingscriterium voor het aspect ‘Aantal nabijgelegen gevoelige objecten’ hanteren wij het aantal gevoelige objecten10 dat is gelegen binnen de zogenaamde 37, 44 en 50 dB Lden contouren van de gemodelleerde windturbines. De bovengrens van 50 dB Lden is een geluidsbelasting die in de huidige praktijk alleen voorkomt bij bedrijfs- of molenaarswoningen waarvoor een specifieke regeling is getroffen. De ondergrens van 37 dB Lden is gekozen om dat bij die niet meer dan 1% van de mensen binnenshuis nog ernstige hinder ervaart (37 dB Lden11). De 44 dB Lden contour is gekozen als middelste waarde tussen de 37 en 50 dB Lden. dB Lden is een gebruikelijke maat in Nederland en Europa om de geluidsbelasting in uit te drukken. De Lden (Engels: Level Day-evening-night) is een maat om de jaargemiddelde geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Met deze maat wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidsbelasting wordt opgeteld. Meer windturbines geven een grotere geluidbelasting, maar hebben ook een grotere energieopbrengst.