PlanMER Omgevingsvisie Overvecht
Tekst van het document
Tegelijkertijd wordt het planMER voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (verder Commissie mer).
2.4
Wisselwerking mer en omgevingsvisie (procesbeschrijving)
Bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie Overvecht wordt het planMER gebruikt om sturing te geven aan de invulling van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt opgesteld door een team van de gemeente Utrecht, samen met stedenbouwkundig bureau PosadMaxwan. TAUW stelt met Goudappel het planMER op, dat het team van de gemeente en PosadMaxwan helpt strategische keuzes te maken om de milieueffecten van de omgevingsvisie te minimaliseren. In het proces wordt gewerkt met twee versies van het planMER. Als eerste wordt een contourplanMER opgesteld. Dit is een eerste versie van het planMER dat het projectteam van de gemeente en PosadMaxwan inzicht geeft in de milieueffecten van hun strategische keuzes tot dat punt. In het contour-MER worden twee alternatieven voor de omgevingsvisie onderzocht (zie 4.3 Effectbeoordeling omgevingsvisie en alternatieven in het MER). Vervolgens kan door het projectteam van de gemeente en PosadMaxwan aan ‘knoppen’ worden gedraaid, met mogelijk effect op de milieueffecten. Zo kan bijvoorbeeld meer groen worden toegevoegd, of meer worden ingezet op openbaar vervoer om autoverkeer te doen afnemen. De tweede versie van het planMER wordt aangevuld met extra informatie over de referentiesituatie en de nieuwe stand van zaken van de omgevingsvisie. Deze versie vormt de definitieve versie van het planMER.
2.5
Opbouw van dit milieueffectrapport
In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van het plangebied: de wijk Overvecht. De wijk wordt beschreven, de belangrijkste functies van de wijk komen aan bod en de historische ontwikkeling van Overvecht wordt toegelicht. Hoofdstuk 3 ligt de omgevingsvisie Overvecht nader toe. De voorgenomen activiteit wordt puntsgewijs toegelicht, de uitgangspunten worden
27/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
beschreven en er wordt een overzicht gegeven van het relevant beleids- en wettelijk kader. Hoofdstuk 4 gaat in op de methodiek van het planMER. Hier komen de onderzoeksthema’s aan bod, wordt toegelicht wat in het planMER beoordeeld wordt (de referentiesituatie en de effecten van de omgevingsvisie) en wordt de beoordelingswijze uitgelegd. In hoofdstuk 5 worden vervolgens de milieueffecten beoordeeld. Hierna wordt in hoofdstuk 6 het doelbereik van de ambities in de omgevingsvisie beoordeeld. In hoofdstuk 7 komen de conclusies van de beoordeling op milieueffecten en doelbereik aan bod. Ten slotte worden in hoofdstuk 8 de leemten in kennis en aanzet voor monitoring en evaluatie behandeld.
28/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
3 Omschrijving Overvecht In dit hoofdstuk wordt een omschrijving van de wijk Overvecht gegeven. Hierbij wordt in paragraaf 2.1 ingegaan op de ligging van het gebied. Vervolgens worden in paragraaf 2.2 de belangrijkste functies in de wijk beschreven. Ten slotte wordt in paragraaf 2.3 de historische ontwikkeling van de wijk omschreven.
3.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied van de Omgevingsvisie Overvecht is de wijk Overvecht. Overvecht is een groene, ruim opgezette naoorlogse wijk met relatief veel gestapelde bebouwing en biedt veel voorzieningen: zo zijn er meerdere parken, een groot wijkwinkelcentrum, een bedrijventerrein, een bibliotheek en een treinstation. Ook een deel van het recreatiegebied Noorderpark behoort tot het plangebied. Onderstaand kaartbeeld geeft een overzicht van de wijk.
Figuur 3.1 Kaart van Overvecht
Het studiegebied is het gebied waar effecten van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen optreden. Dit betreft het plangebied én de omgeving daarvan. Het is afhankelijk van het milieuaspect tot hoever de grenzen van het studiegebied reiken. In de milieuonderzoeken die worden uitgevoerd ten behoeve van het planMER is per milieuthema het studiegebied bepaald.
3.2
Belangrijkste functies van de wijk
Station Utrecht Overvecht
29/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
In Overvecht-Zuid ligt station Utrecht Overvecht. Station Utrecht Overvecht opende in 1968 en is in 1992 volledig vernieuwd, waarbij onder andere het spoor werd verdubbeld. Het station ligt op het tracé Utrecht-Zwolle en is een belangrijke verbinding richting het centrum van Utrecht. Dagelijks maken 6.472 reizigers gebruik van het station (2022)1. Het station wordt ontsloten door vier stadsbussen (1, 6, 11 en 30), een streekbus (122) en een nachtbus (N20). Het station is daarmee goed bereikbaar voor de wijk. Winkelcentrum Overvecht Centrum In 1970 opende winkelcentrum Overvecht Centrum. Dit winkelcentrum is sindsdien meerdere malen gerenoveerd en uitgebreid. Anno 2023 is Overvecht Centrum een belangrijk voorzieningencentrum in de wijk, met vele winkels en een bibliotheek, dat ook wel het ‘derde centrum van de stad’ genoemd wordt. Het winkelcentrum ligt in Overvecht-Zuid en is goed bereikbaar met de auto. Anderzijds is het winkelcentrum verouderd, erg versteend en heeft het geen goed imago2. Rioolwaterzuiveringsinstallatie De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) is in verschillende fases gebouwd. De originele installatie is gebouwd in de jaren '30 van de vorige eeuw en was gelegen aan de Vecht in de buurt van de Oudegracht. In de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw werd de installatie uitgebreid en gemoderniseerd, en verhuisde naar de huidige locatie aan de Brailledreef .
In de jaren '90 van de vorige eeuw werd de installatie opnieuw uitgebreid en gemoderniseerd om te voldoen aan de toenemende eisen op het gebied van waterzuivering en milieubescherming. In 2019 is een nieuwe installatie opgeleverd die het werk van de oude zuivering heeft overgenomen. Dagelijks wordt hier zo’n 65 miljoen liter afvalwater gezuiverd. In 2021 is gestart met de sloop van de oude installatie in het zuidoostelijke deel van het terrein. De sloop is inmiddels afgerond. Ook wordt op de locatie van de oude installatie een warmtepomp gebouwd3. Het relatief warme gezuiverde afvalwater kan zo opnieuw gebruikt worden voor de levering aan het warmtenet in Utrecht. Bedrijvengebied Overvecht In de jaren ’60 en ’70 werd in het noordwesten van Overvecht Bedrijvengebied Overvecht aangelegd. In de jaren ’90 is dit uitgebreid. Anno 2023 bestaat dit bedrijventerrein grotendeels uit bedrijfshallen met showrooms en kantoren. Het bedrijventerrein wordt omgeven door sportvelden, de ijs- en atletiekbaan, begraafplaats Daelwijck en een groot groen gebied aan de Vecht waar ook het rijksmonument Toernooiveld Zuilen deel van uitmaakt. Bedrijvengebied Overvecht kent verschillende namen in openbare documenten: Nieuw Overvecht, Bedrijventerrein Overvecht, Bedrijvengebied Overvecht, enzovoorts. In dit planMER zal naar het gebied worden gerefereerd met de naam Bedrijvengebied Overvecht.
1 2 3
Dashboard Reizigersgedrag 2022: Utrecht Overvecht Gebiedsopgave voor Overvecht Centrum: terugblik en samenvatting (2022) Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: Start bouw grootste warmtepomp van Nederland (2022)
30/259
Kenmerk
3.3
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Historische ontwikkeling
De geschiedenis van de wijk Overvecht gaat terug tot de middeleeuwen. Het gebied dat nu bekend staat als Overvecht was oorspronkelijk een uitgestrekt veengebied met een aantal kleine dorpjes en boerderijen. In de 12e eeuw werden er dijken aangelegd om het gebied te beschermen tegen overstromingen van de rivier de Vecht. Aan de ligging ten opzichte van de Vecht dankt de wijk ook zijn naam. Tussen 1818 en 1821 werden, in wat nu Overvecht heet, drie forten gebouwd als onderdeel van de Hollandsche Waterlinie: Fort de Gagel, Fort aan de Klop en Fort Blauwkapel. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is Unesco werelderfgoed (zie figuur 2.3).
Figuur 3.2 Topografische kaart van Overvecht uit het jaar 1850 (bron: Topotijdreis)
31/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 3.3 Nieuwe Hollandsche Waterline (bron: Fort aan de Klop)
32/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Na een gemeentelijke herindeling gingen de gronden, nu bekend als Overvecht, over van de voormalige gemeenten Maartensdijk, Achttienhoven en Westbroek naar Utrecht. In 1961, ten tijde van grote woningnood in Nederland, werd besloten om deze gronden, die werden gebruikt als weiland, te transformeren tot een woonwijk. De 800 hectare die Overvecht beslaat werd voor 420 hectare gebruikt voor de bouw van woningen voor 45.000 mensen.
Figuur 3.4 Topografische kaart van Overvecht uit het jaar 1950 (bron: Topotijdreis)
Overvecht werd in verschillende delen ontwikkeld. De buurten in Overvecht-Zuid dateren uit het begin van de jaren ’60 en zijn gelegen in een groen raamwerk. Er zijn van oorsprong acht verschillende woonbuurten (de 'stempels'), met een variatie aan typen woningen: grondgebonden laagbouw met koopwoningen of sociale woningbouw, middelhoogbouw met vooral koop en vrije sector huur en hoogbouw met vooral sociale woningbouw. Overvecht-Zuid bestaat uit vier buurten: Taagdreef/Rubicondreef, Zamenhofdreef en omgeving, Donaudreef/Wolgadreef, en Neckardreef en omgeving. Overvecht-Noord is enkele jaren jonger dan Overvecht-Zuid. Overvecht-Noord is grotendeels gerealiseerd aan het einde van jaren ’60. Er zijn buurten met relatief veel middelhoogbouw. De hoogbouw bevindt zich vooral langs de grote infrastructuur. Daarachter liggen buurten met laagbouw. Een groot deel van de middelhoogbouw, evenals de hoogbouw is sociale woningbouw.
33/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
In Overvecht-Noord zijn voorzieningen op wijkniveau aanwezig. Tevens ligt in Overvecht-Noord zwembad de Kwakel, één van vier Utrechtse zwembaden.
Figuur 3.5 Topografische kaart van Overvecht uit het jaar 1970 (bron: Topotijdreis)
In de jaren ’80 werden op verschillende plekken in de wijk woningen bijgebouwd. Toentertijd werden met name grondgebonden eengezinswoningen gerealiseerd, in tegenstelling tot de jaren ’60 en ‘70. Vanaf de jaren ’80 kreeg Overvecht te maken met een imagoprobleem: er was veel media-aandacht voor de criminaliteit in de wijk. Ook stond Overvecht in 2007 op de lijst van minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie. Op deze lijst stonden veertig wijken die een stapeling van sociale, fysieke en economische problemen kende. Vanaf 2010, na het vijftigjarig jubileum van de wijk, zijn er vele renovatiewerkzaamheden en nieuwbouwprojecten in Overvecht gestart om de sociaaleconomische situatie en gezondheid van bewoners in de wijk te verbeteren.
34/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 3.6 Topografische kaart van Overvecht uit het jaar 2023 (bron: Topotijdreis)
3.4
Overvecht anno 2023
Om een beeld te krijgen van Overvecht anno 2023 wordt een beeld gegeven van verschillende aspecten van de wijk. Veelal komen deze ook aan bod in de omschrijving van de referentiesituatie van de effectbeoordeling (huidige situatie en autonome ontwikkeling). Om de omschrijving van de wijk compleet te maken wordt dit ook hier toegelicht. 3.4.1
Bewoners
Om een beeld te krijgen van de bewoners van Overvecht wordt in dit onderdeel gekeken naar de inwoneraantallen, de leeftijdsopbouw van de bewoners, migratieachtergrond, het gemiddelde inkomen in de wijk, opleidingsniveau en enkele gezondheidsaspecten die ook in het planMER aan bod komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van openbare bronnen.
Figuur 3.7 Bevolking Overvecht naar leeftijdsgroepen (links Overvecht, rechts Utrecht)
35/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 3.8 Verhouding autochtone bevolking en bevolking met migratieachtergrond (links Overvecht, rechts Utrecht)
Figuur 3.9 Gemiddeld bruto jaarinkomen Overvecht vergeleken met andere wijken in Utrecht (Overvecht is rood)
36/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 3.10 Opleidingsniveau van inwoners (links Overvecht, rechts Utrecht)
Figuur 3.11 Sporten en bewegen in Overvecht (links) en Utrecht (rechts) (bron: Gezondheidsmonitor RIVM)
Figuur 3.12 Lichamelijke gezondheid in Overvecht (links) en Utrecht (rechts) (bron: Gezondheidsmonitor RIVM)
Kijkend naar bovenstaande grafieken kan Overvecht omschreven worden als een wijk die qua leeftijdsopbouw erg lijkt op de rest van de gemeente Utrecht. De grootste afwijking zit in het lagere percentage 65-plussers en een groter aandeel in de categorie 45 tot 65 jaar oud. Overvecht wordt gekenmerkt door een hoog aandeel inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Een groot deel hiervan (38,9%) heeft een Marokkaanse achtergrond. Qua inkomen blijft Overvecht achter op de rest van Utrecht. Het gemiddeld bruto jaarinkomen ligt ruim 7.000 euro lager dan de eerstvolgende wijk (Zuidwest) en ruim 10.000 euro op het gemiddelde bruto inkomen in Utrecht. Ook zijn inwoners van de Overvecht minder vaak hoogopgeleid dan gemiddeld in Utrecht. Wanneer wordt gekeken naar statistieken over sporten en bewegen valt op dat een relatief klein deel van de inwoners van Overvecht wekelijks sport – een verschil van bijna 20% op het
37/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
gemiddelde in Utrecht. Ook voldoet een kleiner aandeel van de bewoners van Overvecht aan de beweegrichtlijn. Daarnaast is een relatief groot deel van de inwoners van Overvecht (ernstig) beperkt vanwege de gezondheid of langdurig ziek. 3.4.2 Bebouwing Om een beeld te krijgen van de bebouwing in Overvecht wordt in dit onderdeel gekeken naar de woningkenmerken, de gemiddelde WOZ-waarde en de bouwperiode van de woningen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van openbare bronnen.
Figuur 3.13 Woningkenmerken (rechts Overvecht, links Utrecht)
Figuur 3.14 Gemiddelde WOZ-waarde (rechts Overvecht, links Utrecht)
Figuur 3.15 Bouwperiode van panden
Als wordt gekeken naar de eigendomssituatie van woningen vallen grote verschillen op tussen Overvecht en de gemeente Utrecht. Zo is het aandeel huur-corporatie in Overvecht veel hoger
38/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
dan gemiddeld in de gemeente en is de koopsector relatief klein. Ook het verschil in woningtypologie valt op. In Overvecht betreft slechts een relatief klein deel van het woningaanbod eengezinswoningen. Ook loopt de WOZ-waarde van woningen in Overvecht achter op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente. Zoals eerder beschreven is Overvecht een relatief jonge wijk, die grotendeels tussen 1950 en 1970 is aangelegd. Daarna is in beperkte mate bijgebouwd. De bouw van Overvecht tussen 1950 en 1970 speelde een belangrijke rol in de toename van woningen in Utrecht in die periode. De sterke piek die in de gemeente te zien is in die periode is voor ruim een kwart het gevolg van de aanleg van Overvecht. 3.4.3 Bereikbaarheid Overvecht wordt gekenmerkt door een zeer goede autobereikbaarheid. Ten tijde van de aanleg van de wijk werd de auto steeds dominanter in het straatbeeld, waardoor een groot deel van de infrastructuur op de auto is afgestemd. Dit betekent dat brede, rechthoekige lanen het straatbeeld domineren aan de randen van de buurten. In het noorden wordt de wijk ontsloten door de N230, welke toegang geeft tot de A27 in het oosten en A2 in het westen. Ook met het OV is de wijk goed bereikbaar. Station Utrecht Overvecht wordt meermaals per uur aangedaan door sprinters uit de richting van Utrecht Centraal en Bilthoven.
Als eerder benoemd rijden zes bussen door de wijk: stadsbussen 1, 6, 11 en 30, streekbus 122 en nachtbus N20.
39/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
4 Toelichting omgevingsvisie Overvecht Voor het opstellen van de omgevingsvisie zijn verschillende stappen doorlopen. In dit hoofdstuk wordt hierbij stilgestaan, om grip te krijgen op het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie. Hierbij wordt gekeken naar het beleids- en wettelijk kader waarin de omgevingsvisie is opgesteld, de startnotitie die voor de omgevingsvisie is opgesteld, de uitgangspuntennotitie voor de omgevingsvisie Overvecht en hoe participatie heeft plaatsgevonden. Ten slotte wordt het masterplan Overvecht Centrum toegelicht, dat parallel aan de omgevingsvisie Overvecht wordt opgesteld.
4.1
Beleids- en wettelijk kader
Op Europees, rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er diverse (beleids)kaders die relevant zijn voor de ontwikkeling van de omgevingsvisie, en waarmee de omgevingsvisie rekening heeft te houden. Per milieuthema is het meest relevante beleid in de paragraaf van het betreffende thema in hoofdstuk 5 beschreven. Verder zijn de beleidskaders benoemd in bijlage 1.
4.2
Startnotitie omgevingsvisie Overvecht
De voorgenomen activiteit waarvoor het planMER wordt opgesteld is de Omgevingsvisie Overvecht. In deze Omgevingsvisie komen verschillende concrete doelen aan bod, die benoemd worden in de Startnotitie Omgevingsvisie Overvecht van de gemeente Utrecht. Deze doelstellingen, te vinden onder ‘Opgaven en programma voor Overvecht uit de RSU 2040’, zijn opgedeeld in programma’s voor werken, wonen, groen en voorzieningen. Dit programma komt in deze paragraaf aan bod. Werken • •
Bedrijventerrein Nieuw-Overvecht: Inzetten op behoud werkgelegenheid, intensivering ruimtegebruik en -banen, verduurzaming, veiligheid. Woonbuurten Overvecht: Gebieden waar wonen en diverse vormen van werken wordt
•
gecombineerd. Werkruimte voor creatieve broedplaatsen en startende ondernemers. Toename van de wijkeconomie. Winkelcentrum Overvecht: moderniseren als onderdeel hoofdstructuur en verbreden op
•
functies. Aantallen: bedrijventerrein 0,7 ha uitgeefbaar op Nieuw-Overvecht, 3.000 banen toevoegen in de gehele wijk Overvecht.
Wonen • Meerjaren Perspectief Ruimte (2020): 1.800 woningen in Overvecht. •
Ondergrens extra programmering tot 2040: 5.000 woningen. Waaronder Winkelcentrum 2.000, Stationsgebied 1.000, Overvecht Zuid 500, Overvecht Noord 1.500.
Groen • Uitbreiding Noorderpark (circa 22 hectare), Natuurgebied Oud Zuilen (circa 25 hectare), opgaven voor groenblauwe routes (10 hectare) en nieuw buurt- en wijkgroen (23 hectare).
40/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Voorzieningen • Sport: Locatieonderzoek voor honk- en softbalvelden vanuit sportpark Nieuw Welgelegen, Sportpark Vechtzoom (2 hockeyvelden), sportpark Loevenhoutsedijk (2 korfbalvelden, • •
herinrichting), uitbreiding zwembad de Kwakel (optioneel), Noorderpark (3-4 voetbalvelden). Onderwijs: Zoeklocatie voor voortgezet onderwijs inclusief sporthal in Overvecht. Zorg: Extra woon-zorgcomplex.
•
Cultuur: Zoeklocatie broedplaatsen in Overvecht.
Figuur 4.1 Kaartbeeld Overvecht uit de Startnotitie omgevingsvisie Overvecht
4.3
Uitgangspunten omgevingsvisie Overvecht
Na het opstellen van de startnotitie heeft de gemeente Utrecht een notitie opgesteld met daarin uitgangspunten voor de omgevingsvisie Overvecht. De gemeente Utrecht stoelt de uitgangspunten onder meer op bestaand Utrechts beleid, dit betreft: •
Omgevingsvisie Utrecht met de koersdocumenten; de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 het koersdocument Leefbare stad en Maatschappelijke voorzieningen, en
• •
het volksgezondheidsbeleid 2019 -2023 Ambitiedocument en actieprogramma ‘Samen voor Overvecht’ (2019) Woonvisie: ‘Utrecht beter in balans‘ (2019)
• • •
Economische Agenda Utrecht 2012-2018 Ontwikkelingskader detailhandel Utrecht 2021 Mobiliteitsplan 2040 (2021)
41/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
•
Bedrijventerrein Strategie Utrecht 2012 (2012)
• • •
Groenstructuurplan Utrecht, stad en land verbonden (2007) Actualisatie Groenstructuurplan 2017-2030 (2018) Visie Klimaatadaptatie (2022)
• • •
Visie Water & Riolering (2022) Leefbare stad en Maatschappelijke voorzieningen (2020) Gezondheid voor iedereen: Volksgezondheidsbeleid 2019-2023 (2019)
De uitgangspuntennotitie benoemt daarnaast aanvullende opdrachten waar de omgevingsvisie aan moet voldoen. •
• • • •
De kwalitatieve en kwantitatieve invulling van de woningopgave voor Overvecht inclusief bijzondere woonconcepten zoals bijvoorbeeld wooncoöperaties en woonvormen voor ouderen en studenten De uitwerking van de mobiliteitstransitie waaronder de toekomstige HOV-verbinding De manier waarop we structuur en de kwaliteit van het groen en de openbare ruimte kunnen versterken in relatie tot de woningbouwopgave en de mobiliteitsstructuur De manier waarop de toevoeging van programma en functies bijdragen aan de wijkverbetering en de ambities van Samen voor Overvecht De manier waarop in de ontwikkeling van Overvecht rekening gehouden wordt met en maatregelen genomen worden voor het tegengaan van de biodiversiteits- en klimaatcrisis
Naast het beleid waarop de omgevingsvisie gestoeld is en de deelopdrachten die zijn meegegeven, zijn ook de ambities voor de omgevingsvisie toegelicht. De ambities in de omgevingsvisie zijn op hoofdlijnen ingedeeld in zes thema’s. Deze thema’s heten ook wel stadsprofielen. Er zit er geen verschil tussen de ambities in de uitgangspuntennotitie en de omgevingsvisie. Wel werkt de omgevingsvisie de manier waarop de ambities gehaald worden verder uit.
42/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 4.2 Ambities voor de omgevingsvisie uit de uitgangspuntennotitie
4.4
Participatie
Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn twee inspraakmomenten geweest, rond mei 2023 en oktober 2023. Dit participatietraject is uitgevoerd onder de naam ‘Overvecht maken we samen’. Onderstaande figuur uit de uitgangspuntennotitie geeft een overzicht van het proces en wanneer participatie heeft plaatsgevonden.
Figuur 4.3 Tijdlijn van het proces dat de omgevingsvisie heeft doorlopen en participatie
4.5
Masterplan Overvecht Centrum
Parallel aan de omgevingsvisie Overvecht werkt de gemeente Utrecht aan het masterplan Overvecht Centrum. Het masterplan is een ruimtelijk functioneel én sociaal toekomstkader voor het gebied. Het geeft vorm aan de gemeenschappelijke doelen en de gebiedsopgave en brengt samenhang tussen verschillende projecten en acties in het gebied. Het document legt vast wat moet en laat vrij wat kan. De ruimtelijke en programmatische mogelijkheden van een gebiedsontwikkeling worden in het masterplan uitgewerkt. Het masterplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld.
43/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
De omgevingsvisie Overvecht gaat ook uit van een herontwikkeling van Overvecht Centrum, maar in het masterplan worden de ruimtelijke en programmatische mogelijkheden van de gebiedsontwikkeling concreter uitgewerkt. In 2023 is een mer-procedure gestart voor masterplan Overvecht Centrum. Van 3 februari – 17 maart heeft de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor masterplan Overvecht Centrum ter inzage gelegen en heeft eenieder hier een zienswijze op kunnen indienen. In verband met de ruimtelijke samenhang tussen de omgevingsvisie en het masterplan is besloten om de merprocedure en het MER-rapport voor Overvecht Centrum samen te voegen met de mer-procedure voor de omgevingsvisie Overvecht. In een aanvulling op dit planMER worden de effecten van masterplan Overvecht Centrum beschreven.
44/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
5 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk worden de onderzoeksthema’s van het planMER uiteengezet. Hierbij wordt per thema gekeken naar de indicatoren, beoordelingsparameters en het type onderzoek dat is uitgevoerd. Vervolgens wordt uitgelicht wat de referentiesituatie inhoudt en welke raakvlakprojecten de omgevingsvisie kent. In paragraaf 4.3 worden de onderzoeksalternatieven van het planMER toegelicht. Ten slotte worden in paragraaf 4.4 en 4.5 de beoordelingswijze van de milieueffecten en het doelbereik toegelicht.
5.1
Onderzoeksthema’s
In deze paragraaf worden de in het planMER onderzochte thema’s toegelicht. Het beoordelingskader is in afstemming met de gemeente Utrecht opgesteld. Dit heeft vervolgens ter inzage gelegen, zodat belanghebbenden input konden leveren. Hierop zijn enkele aanvullingen gedaan aan het beoordelingskader. In paragraaf 4.1.2 wordt kort stilgestaan bij niet verder beschouwde thema’s. 5.1.1 Beschouwde thema’s In tabel 5.1 is het beoordelingskader voor dit planMER opgenomen. Het beoordelingskader geeft aan op welke manier de effecten van de omgevingsvisie in beeld worden gebracht. In de tabel zijn alle thema’s opgenomen die in dit planMER worden behandeld, in de eerste kolom. In de tweede kolom is aangegeven welke indicatoren per thema in beeld worden gebracht. In de derde kolom is voor iedere indicator de beoordelingsparameter opgenomen. Met de beoordelingsparameter wordt de mate waarin het effect optreedt gemeten. Tabel 5.1 Beoordelingskader planMER omgevingsvisie Overvecht Thema
Indicator
Beoordelingsparameter
Type onderzoek
Verkeer
Verkeersafwikkeling
Verschuiving van verkeer
Kwantitatief
Kruispunten
Doorstroming op
Kwantitatief
kruispuntniveau Wijze van verplaatsing
De mate waarin de modal
Kwantitatief
split ten gunste van OV en fiets verschuift
Geluid
Routes fiets en
Kwaliteit van langzaam
Kwalitatief
voetganger
verkeerroutes
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid
Kwalitatief
Geluidhinder wegverkeer
Merkbare toename
Kwalitatief
geluidbelasting wegverkeer (o.b.v. verkeersintensiteiten) Geluidhinder railverkeer
Beschouwing van het aantal
Kwalitatief
woningen dat binnen de geluidcontouren van het spoor ligt
45/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Thema
Indicator
Beoordelingsparameter
Type onderzoek
Geluidhinder industrie
Beschouwing van het aantal
Kwalitatief
woningen dat binnen de geluidcontouren van industrie ligt
Luchtkwaliteit
Cumulatieve
Beschouwing van
geluidsbelasting
gecumuleerde geluidshinder
Luchtkwaliteit
Significante toe- of afname
Kwalitatief
Kwalitatief
van NO2, PM10 en PM2,5 (o.b.v. verkeersintensiteiten) Natuur en biodiversiteit
Beschermde soorten
Aanwezigheid van
Kwalitatief
beschermde soorten in plangebied Beschermde gebieden
Aantasting wezenlijke
Kwantitatief
kenmerken en waarden Natuurnetwerk Nederland Depositie van stikstof in
Kwalitatief
mol/hectare/jaar op stikstofgevoelige habitattypen Natura 2000-gebieden Biodiversiteit
Kansen om biodiversiteit te
Kwalitatief
vergoten Gezondheid
Sport en bewegen
Mate waarin de omgeving
Kwalitatief
sport en bewegen bevordert Groen in het gebied
Het aandeel en kwaliteit van
Kwalitatief en
groen (en bomen) in het
kwantitatief
gebied Sociale cohesie
Aanwezigheid van
Kwalitatief
maatschappelijke voorzieningen en plekken voor ontmoeting Bodem en water
Bodemkwaliteit
Aanwezigheid van
Kwalitatief
bodemverontreinigingen Ondergronds
Intensiviteit gebruik
ruimtegebruik
ondergrond
Grondwater
Impact van grondwaterstand
Kwalitatief
Kwalitatief
op bebouwing en vice versa Waterkwaliteit
Impact bebouwing op
Kwalitatief
waterkwaliteit en oppervlaktewater Waterkwantiteit
Impact bebouwing op
Kwalitatief
waterkwantiteit
46/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Thema
Klimaatadaptatie
Indicator
Beoordelingsparameter
Type onderzoek
Waterveiligheid
Overstromingsrisico
Kwalitatief
Hittestress
Fysiologisch hittestressniveau
Kwalitatief
Droogte
Potentieel maximaal
Kwalitatief
neerslagtekort Wateroverlast
Waterdiepte bij hevige bij van
Kwalitatief
80 millimeter in 2 uur Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid
Groepsrisico en
Kwalitatief
plaatsgebonden risico Archeologie en
Archeologie
cultuurhistorie
Behoud archeologische
Kwalitatief
waarden Cultuurhistorie
Behoud cultuurhistorische
Kwalitatief
waarden Ruimtelijke kwaliteit
Belevingswaarde
Gebruikswaarde
Structuur
Kwalitatief
Identiteit
Kwalitatief
Herkenbaarheid
Kwalitatief
Samenhang
Kwalitatief
Diversiteit aan functies en
Kwalitatief
aanbod
Energie
Energietransitie
Circulariteit
Circulariteit
CO2-uitstoot
CO2-uitstoot
Bruikbaarheid
Kwalitatief
Aandeel duurzame energie
Kwalitatief
Totaal energieverbruik
Kwalitatief
Hergebruik bestaand
Kwalitatief
materiaal Verandering inwonersaantal
Kwalitatief
Sloop- en
Kwalitatief
bouwwerkzaamheden Openbaar vervoer
Kwalitatief
Ontmoedigen gemotoriseerd
Kwalitatief
verkeer Verduurzamen woningen
Kwalitatief
5.1.2 Niet verder beschouwde thema’s Naast wateroverlast, hitte en droogte is overstromingsrisico een indicator die soms wordt beoordeeld in het kader van klimaatadaptatie. Gezien het geringe risico voor overstromingen in Overvecht is dit niet als indicator opgenomen in dit MER. Ook geur is niet meegenomen als indicator in het MER. De RWZI, gelegen in het zuidoosten van Overvecht, is een potentiële bron van geuroverlast. In de vormvrije mer-beoordeling voor bestemmingsplan NPD-strook, Overvecht (onherroepelijk vastgesteld op 7 juni 2018) is echter opgenomen dat op basis van onderzoek van onderzoeksbureau BP Sight geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht voor de woningbouw op die locatie in Overvecht
47/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Centrum. Voor de ontwikkelingen die de Omgevingsvisie Overvecht mogelijk maakt wordt dit ook zo verwacht.
5.2
Referentiesituatie
In het planMER worden de milieueffecten van de omgevingsvisie Overvecht beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. In de referentiesituatie wordt de huidige situatie van het plangebied en omgeving beschreven en wordt aangegeven wat de zogenaamde autonome ontwikkelingen zijn. Voor het planMER is concreet gekozen voor projecten die in 2030 gerealiseerd zijn als autonome ontwikkelingen. Dit betreft de onderstaande ontwikkelingen, die zijn gebaseerd op de kaart met ruimtelijke projecten van de gemeente Utrecht. Deze ontwikkelingen zijn ook meegenomen als autonome ontwikkelingen in de verkeersberekeningen voor dit planMER. 1. 2. 3.
Indusdreef 5 – 344 woningen Ivoordreef – 354 woningen Jagerskade 13/15 – 67 woningen
4. 5.
Camera Obscuradreef – 181 woningen Watertoren – 4 woningen
1 v 2
3
5
4
Figuur 5.1 Autonome ontwikkelingen op de kaart
5.3
Onderzoeksalternatieven in het MER
Voor het planMER voor de omgevingsvisie van Overvecht zijn twee alternatieven onderzocht. In beide alternatieven worden 7.000 nieuwe woningen gerealiseerd. Door hetzelfde aantal woningen
48/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
voor beide onderzoeksalternatieven te hanteren, kan het effect van het verdichtingsmodel goed getoetst worden. Beide onderzoeksalternatieven komen voort uit de opgaven en ambities geformuleerd in de Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie Overvecht. De basis voor de omgevingsvisie wordt gevormd door de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) 2040. In de RSU is voor Overvecht een ondergrens vastgesteld van 5.000 woningen. Gezien het woningtekort in de regio en de gemeente Utrecht is in dit planMER onderzocht wat de milieu-/omgevingseffecten zijn indien meer woningen gerealiseerd worden. De beschikbare ruimte in Overvecht zou het mogelijk maken om, bovenop de 5.000 woningen die de RSU voorschrijft, nog 2.000 extra woningen te realiseren. Daarom is ervoor gekozen om in het planMER in beide alternatieven uit te gaan van 7.000 woningen. Binnen beide alternatieven zullen woningen gesloopt moeten worden om aan de verdichtingsopgave tegemoet te komen. Voor beide alternatieven geldt dat er, conform de Uitgangspuntennotitie, zo min mogelijk woningen gesloopt dienen te worden. Voor veel van de woningen geldt dat deze bouwkundig nog in goede staat zijn (mits wordt gerenoveerd in het kader van verduurzaming) en dat er vanuit sociaaleconomisch oogpunt of ruimtelijke kwaliteit onvoldoende aanleiding is om te kiezen voor sloop.
Voor beide alternatieven geldt daarom dat een goede onderbouwing voor eventuele sloop nodig is, op basis van de volgende criteria: 1. 2.
Sloop kan significant bijdragen aan de leefbaarheid van de wijk Sloop maakt het mogelijk serieus te verdichten op de gesloopte locatie
Sloop gebeurt bij voorkeur alleen op locaties met optimale OV-bereikbaarheid. In beide alternatieven is gedeeltelijke sloop noodzakelijk om (rekening houdend met andere ambities) tot de gewenste toevoeging van tenminste 5.000 woningen te komen. De onderzoeksalternatieven zijn tot stand gekomen in overleg tussen het omgevingsvisieteam en het team dat het planMER opstelt. Hierbij is gekozen om de onderzoeksalternatieven te doen verschillen in de verdichtingsstrategie, de mobiliteitsoplossing, het parkeerregime en hoeveelheid extra groen. Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van de verschillen tussen de onderzoeksalternatieven. Tabel 5.2 Verschillen tussen de onderzoeksalternatieven in het planMER Onderwerp
Onderzoeksalternatief 1
Onderzoeksalternatief 2
Verdichting
Gebundelde verdichting
Gespreide verdichting
Mobiliteit
HOV-as door centrum van de wijk en
Fijnmazig mobiliteitsnetwerk door de hele wijk
fijnmazig mobiliteitsnetwerk door de hele wijk Parkeren
Groen
Hantering van lage A-norm en jaarlijkse
Hantering van B-norm en jaarlijkse sanering
sanering van 1% van straatparkeerplaatsen
van 0,5% van straatparkeerplaatsen
Mogelijke hoeveelheid extra groen
Mogelijke hoeveelheid extra groen
•
Parken en natuurgebieden: 47 ha
•
Parken en natuurgebieden: 48 ha
•
Groenblauwe routes: 2,17 ha
•
Groenblauwe routes: 6,05 ha
•
Buurt- en wijkgroen: 14,25 ha
•
Buurt- en wijkgroen: 13,68 ha
49/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
In het vervolg wordt in het planMER naar de onderzoeksalternatieven verwezen als ‘Alternatief 1: Gebundelde verdichting met HOV-as’ en ‘Alternatief 2: Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht’. In onderstaande paragrafen worden beide onderzoeksalternatieven verder toegelicht. Per onderwerp wordt gekeken naar de invulling voor beide onderzoeksalternatieven. 5.3.1 Verdichting In beide alternatieven wordt voorzien in de realisatie van 7.000 woningen. De woningen zijn verspreid over zogenaamde stempels en ‘specials’, die te zien zijn in onderstaande figuur.
Figuur 5.2 Stempels en specials in Overvecht (bron: PosadMaxwan)
De stempels zijn de bouwblokken die in Overvecht te vinden zijn. Dit zijn veelal monofunctionele woonblokken. De specials zijn blokken in de wijk die een bijzondere of een aanvullende functie naast wonen hebben. Tot de specials behoren het winkelcentrum Overvecht Centrum, het stationsgebied rond station Utrecht Overvecht, de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en Bedrijvengebied Overvecht. Alternatief 1: Gebundelde verdichting met HOV-as
50/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 5.3 Schets van verdichtingsstrategie in alternatief 1: in grijs de bestaande bouwblokken en in rood waar de nadruk op nieuwbouw ligt (bron: PosadMaxwan)
Op bovenstaande figuur is te zien dat woningbouw in alternatief 1 met name gerealiseerd wordt rond de centrale noordwest/zuidoost-as in Overvecht. Onderstaande tabel laat zien hoeveel woningen worden gerealiseerd binnen dit alternatief per stempel en special. Deze onderstaande tabel is gebaseerd op een berekening die door PosadMaxwan is gemaakt voor onderzoeksalternatief 1. Met deze berekening wordt een schatting gemaakt van de hoeveelheid woningen die per stempel wordt gerealiseerd in dit onderzoeksalternatief. Naar deze berekening wordt verder verwezen als het programma voor onderzoeksalternatieven. Opmerking bij onderstaande tabel is dat in de special Bedrijvengebied Overvecht weliswaar 1.300 woningen zijn benoemd in de tabel, maar dat deze woningen niet in het bedrijventerrein zelf worden gerealiseerd. Woningbouw vindt plaats aan de randen van het bedrijvengebied en langs de Manitobadreef. In principe hoeven geen bedrijven te verdwijnen van het bedrijventerrein om plaats te maken voor woningbouw. Tabel 5.3 Onderverdeling per stempel en special in alternatief 1 Stempel of special
Aantal woningen
Percentage
Percentage
grondgebonden
appartement
Winkelcentrum Overvecht
2.600
21,0%
79,0%
Stationsgebied
1.000
12,5%
87,5%
Stempel 1
0
0,0%
100%
Stempel 2
200
0,0%
100%
51/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Stempel of special
Aantal woningen
Percentage
Percentage
Stempel 3
200
grondgebonden
appartement
12,5%
87,5%
Stempel 4 Stempel 5
0
0,0%
100%
0
0,0%
100%
Stempel 6
0
0,0%
100%
Stempel 7
500
12,5%
87,5%
RWZI
350
12,5%
87,5%
Stempel 8
400
12,5%
87,5%
Stempel 9
250
12,5%
87,5%
Stempel 10
200
0,0%
100%
Stempel 11
0
0,0%
100%
Stempel 12
0
0,0%
100%
Bedrijvengebied Overvecht4
1.300
12,5%
87,5%
Totaal
7.000
6,8%
93,2%
Om de verdichtingsplannen van alternatief 1 te realiseren, zullen woningen gesloopt moeten worden. In alternatief 1 wordt sterk verdicht rondom de HOV-haltes, waardoor een aantal woningen op deze plekken zal moeten worden gesloopt om het gewenste hoogstedelijke milieu te kunnen ontwikkelen. Rond het station zullen een aantal voorzieningen worden gesloopt om ruimte te maken voor herontwikkeling. Dit betreft circa 3.600 m² aan voorzieningen. In dit alternatief worden circa 1.150 tot 1.350 woningen gesloopt om 7.000 woningen te kunnen realiseren. Alternatief 2: Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht
4
In het Bedrijvengebied Overvecht zelf worden geen woningen gerealiseerd. Woningbouw vindt plaats aan de randen van het bedrijvengebied en langs de Manitobadreef. In principe hoeven geen bedrijven te verdwijnen van het bedrijventerrein om plaats te maken voor woningbouw.
52/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 5.4 Schets van verdichtingsstrategie in alternatief 2: in grijs de bestaande bouwblokken en in rood waar de nadruk op nieuwbouw ligt (bron: PosadMaxwan)
Op bovenstaande figuur is te zien dat woningbouw in alternatief 2 gespreid over de stempels en specials gerealiseerd wordt. Onderstaande tabel laat zien hoeveel woningen worden gerealiseerd binnen dit alternatief per stempel en special. Deze onderstaande tabel is gebaseerd op een berekening door PosadMaxwan is gemaakt voor onderzoeksalternatief 2. Met deze berekening wordt een schatting gemaakt van de hoeveelheid woningen die per stempel wordt gerealiseerd in dit onderzoeksalternatief. Naar deze berekening wordt verder verwezen als het programma voor onderzoeksalternatieven. Opmerking bij onderstaande tabel is dat in de special Bedrijvengebied Overvecht weliswaar 1.000 woningen zijn benoemd in de tabel, maar dat deze woningen niet in het bedrijventerrein zelf worden gerealiseerd. Woningbouw vindt plaats aan de randen van het bedrijvengebied en langs de Manitobadreef. In principe hoeven geen bedrijven te verdwijnen van het bedrijventerrein om plaats te maken voor woningbouw. Tabel 5.4 Onderverdeling per stempel en special in alternatief 2 Stempel of special
Aantal woningen
Percentage
Percentage
grondgebonden
appartement
Winkelcentrum Overvecht
2.300
21,0%
79,0%
Stationsgebied
400
12,5%
87,5%
Stempel 1
250
12,5%
87,5%
Stempel 2
200
12,5%
87,5%
53/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Stempel of special
Aantal woningen
Percentage
Percentage
Stempel 3
350
grondgebonden
appartement
12,5%
87,5%
Stempel 4 Stempel 5
200
12,5%
87,5%
100
12,5%
87,5%
Stempel 6
150
12,5%
87,5%
Stempel 7
150
12,5%
87,5%
RWZI
0
0,0%
100%
Stempel 8
750
12,5%
87,5%
Stempel 9
250
12,5%
87,5%
Stempel 10
800
12,5%
87,5%
Stempel 11
50
0,0%
100%
Stempel 12
50
0,0%
100%
Bedrijvengebied Overvecht5
1.000
12,5%
87,5%
Totaal
7.000
10,7%
89,3%
Om de verdichtingsplannen van alternatief 2 te realiseren, zullen woningen gesloopt moeten worden. In alternatief 2 vindt de verdichting verspreid in de verschillende buurten plaats. De sloop die nodig is om ruimte te maken voor de ontwikkeling zal daarmee minder geconcentreerd en verspreid in de verschillende wijken plaatsvinden. Omdat de nieuwbouw in een minder hoge dichtheid (dus minder de hoogte in) zal gebeuren dan in alternatief 1, is de verwachting dat de sloop van een groter aantal woningen nodig is: circa 1.350 tot 1.550 woningen worden gesloopt om 7.000 nieuwe woningen te kunnen realiseren. 5.3.2 Mobiliteit Alternatief 1: Gebundelde verdichting met HOV-as
5
In het Bedrijvengebied Overvecht zelf worden geen woningen gerealiseerd. Woningbouw vindt plaats aan de randen en langs de Manitobadreef. In principe hoeven zodoende geen bedrijven te verdwijnen van het bedrijventerrein om plaats te maken voor woningbouw.
54/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 5.5 Schets van de mobiliteitsoplossing in alternatief 1 (bron: Goudappel)
Op bovenstaande afbeelding is de mobiliteitsoplossing van alternatief 1 geschetst. In alternatief 1 loopt door Overvecht een HOV-verbinding als ruggengraat door de wijk. Vanuit de gewenste mobiliteitstransitie (in de gehele stad) en de ambities voor Overvecht (forse verdichting als inbreiding) is hoogwaardig OV een randvoorwaarde als hoogwaardig alternatief naast fietsen en deelmobiliteit. Het huidige OV systeem in Overvecht is ingericht als één ‘fit for all’ product voor heel verschillende doelgroepen. Voor keuzereizigers is het systeem eigenlijk te langzaam, en voor mensen die niet ver kunnen lopen is het wellicht te veel als ‘standaard OV’ ingericht. Daarmee is dit product niet optimaal richting de toekomst en de ambities in Overvecht. Een principekeuze voor meer ‘OV op maat’ lijkt het meest passend voor dit gebied. De transitie naar een autovrije Carnegiedreef is een enorme kans om dit uit te voeren. Met één centrale HOV-as vermindert de reistijd en kunnen er meer reizigers vervoerd worden met minder exploitatiekosten. Zodat er daarnaast budget is voor meer buurtgericht OV. De Carnegiedreef is het meest logisch hiervoor, want die ligt centraal in Overvecht (even ver lopen en fietsen naar de OV-halte vanaf de randen van de wijk) en de transitie naar een autovrije Carnegiedreef is een enorme kans om dit hier uit te voeren.
Voor de HOV-verbinding is uitgegaan van een busverbinding en niet van een tram of lightrail. Uit modelberekeningen komt naar voren dat het aantal OV-reizigers toeneemt ten opzichte van de autonome situatie in 2030. Enerzijds komt dit door de toename aan huishoudens, maar anderzijds ook door de snellere OV-verbindingen met de rest van de stad, waardoor OV een interessantere optie wordt. De reizigersaantallen voor onderzoeksalternatief 1 tonen aan dat op de meeste trajecten waar wordt ingezet op HOV er tussen de 7.500-10.000 reizigers per dag zijn. Enkel op
55/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
het stuk rondom het winkelcentrum zit het aantal reizigers boven de 15.000 (een aantal waarbij je een lightrail systeem kan overwegen). Daarmee zorgt het inzetten op een HOV as tussen Overvecht Noord en USP/Utrecht Centraal voor een verwacht aantal reizigers wat het best bij een busverbinding past en dus niet bij een lightrailsysteem. Dit biedt ook voldoende capaciteit voor verdichting van 7.000 woningen in Overvecht. In figuur 4.6 is de mobiliteitsoplossing van alternatief 2 geschetst. In alternatief 2 is sprake van een fijnmazig busnetwerk dat door heel Overvecht loopt. Dit betreft een klassiek busnetwerk dat tussen het overige wegverkeer rijdt. Alternatief 2: Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht
Figuur 5.6 Schets van de mobiliteitsoplossing in alternatief 2 (bron Goudappel)
5.3.3
Parkeren
Overvecht is op dit moment sterk gericht op automobiliteit, met uitgebreide mogelijkheden om dicht bij huis te parkeren. Hoewel dit de bereikbaarheid vergroot, heeft de dominantie van de auto ook nadelige effecten: het parkeren van auto’s op maaiveld neemt veel ruimte in, wat ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit en de beschikbare ruimte voor groen, langzaam verkeer en verdichting. Om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren en de mogelijkheden voor verdichting te vergroten, is voor beide alternatieven het uitgangspunt om parkeren niet op het maaiveld in de openbare ruimte te realiseren, maar gebouwd en uit het zicht. Dit kan zowel gedaan worden door parkeren in ontwikkelingen te integreren met (half) verdiepte parkeervoorzieningen of
56/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
parkeerplekken op maaiveld onder een (gedeelde) binnentuin, maar ook door geclusterde parkeerhubs te maken in de wijken. Verder is het de ambitie om ook de bestaande parkeerdruk te verminderen. Daartoe wordt (net als in heel Utrecht, zoals benoemd in de uitgangspuntennotitie) betaald parkeren ingevoerd en wordt in beide alternatieven de parkeernorm aangescherpt. Daarnaast dient in nieuwe ontwikkelingen te worden onderzocht of het mogelijk is om een overmaat in parkeerplekken te maken, zodat deze ook ruimte bieden voor het huidige straatparkeren van de omliggende buurten. En daarmee dus deels gaan fungeren als parkeerhub voor de rest van de wijk. Alternatief 1: Gebundelde verdichting met HOV-as Bij de gebundelde verdichting van alternatief 1 zullen de meeste woningen worden geconcentreerd op een kleiner oppervlak rondom de nieuwe HOV-haltes. De gebouwde parkeeroplossingen zullen daarmee ook op een compacter oppervlak moeten worden ingepast, in de (hoog)stedelijke bouwblokken. Vanwege de optimale OV-bereikbaarheid en het hoogstedelijke milieu, wordt in deze ontwikkelingen een lage A-norm gehanteerd. Aanvullend hierop wordt jaarlijks 1% van de straatparkeerplaatsen gesaneerd. De volgende uitgangspunten voor parkeren horen bij alternatief 1: • Invoeren betaald parkeren gehele dag (en avond) • •
Alleen de eerste auto krijgt vergunning (huidige bewoners overgangsregeling bij meerdere auto’s per huishouden) Bij verhuizing vervalt vergunning op straat voor huidige bewoners, nieuwe aanvragen op
• •
wachtlijst (lager wordend vergunningenplafond) Jaarlijks 1% aan straatparkeerplaatsen saneren Nieuwe ontwikkelingen krijgen lage A-norm, parkeren op eigen terrein of hub en worden
•
uitgesloten van vergunning Randvoorwaarde is de maximale inzet op wandel-, fiets en OV-verbindingen en deelmobiliteit
Alternatief 2: Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht Ook bij de gespreide verdichting van alternatief 2 wordt het parkeren geïntegreerd in de nieuw te ontwikkelen bouwblokken. In dit alternatief wordt een B-norm gehanteerd. Jaarlijks wordt een 0,5% van de straatparkeerplaatsen gesaneerd. De volgende uitgangspunten voor parkeren horen bij alternatief 2: • Invoeren betaald parkeren van 6:00 tot 11:00 uur • • •
Geen beperking op aantal parkeervergunningen huidige bewoners (tweede en derde vergunning wel substantieel duurder) Jaarlijks 0,5% aan straatparkeerplaatsen saneren Nieuwe ontwikkelingen krijgen B-norm, parkeren op eigen terrein of hub en worden uitgesloten van vergunning
5.3.4 Groen Binnen beide onderzoeksalternatieven moet de hoeveelheid groen in Overvecht toenemen. De vergroeningsopgave is voor beide alternatieven dan ook gelijk: 470.000 m² in parken en
57/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
natuurgebieden, 100.000 m² aan groenblauwe routes en 230.000 m² aan buurt- en wijkgroen. Bij het opstellen van de alternatieven is in beeld gebracht wat het oppervlak is van enkele ruimteclaims met een onderverdeling van woningen, woningtypen en groen. Voor groen is gekeken naar parken en natuurgebieden, groenblauwe routes en buurt- en wijkgroen. Dit overzicht is opgenomen als bijlage bij het planMER. Alternatief 1: Gebundelde verdichting met HOV-as Binnen alternatief 1 is in totaal 634.214 m² beschikbaar voor de vergroeningsopgave. Dit is 165.786 m² minder dan de vergroeningsopgave van 800.000 m². Voor parken en natuurgebieden wordt de vergroeningsopgave naar verwachting behaald. De verdichting in alternatief 1 resulteert in een compactere buitenruimte, waardoor minder ruimte is voor onder meer groen-blauwe routes in deze buurten dan in alternatief 2. Door gespreid te verdichten in alternatief 1, kan de verdichting in geheel Overvecht beter samengaan met het vergroenen van de buitenruimte. Tabel 5.5 Groenprogramma voor onderzoeksalternatief 1 Onderdeel
Huidig
Parken en natuurgebieden
Vergroeningsopgave
Mogelijk
59.600.000 m²
470.000 m²
470.000 m²
Groenblauwe routes
521.911 m²
100.000 m²
21.700 m²
Buurt- en wijkgroen
Onbekend
230.000 m²
142.514 m²
Totaal (m²)
Onbekend
800.000 m²
634.214 m²
De exacte hoeveelheid buurt- en wijkgroen in de huidige situatie is niet vastgesteld in het programma voor de onderzoeksalternatieven. Wel is duidelijk hoe groot park de Gagel en park de Watertoren zijn, die onderdeel uitmaken van het onderdeel buurt- en wijkgroen. Park de Gagel is 210.000 m² groot en park de Watertoren is 184.000 groot. In de ontwerp-omgevingsvisie is wel een indeling gemaakt naar groentypologieën in Overvecht. In dit planMER wordt een reflectie op het onderdeel groen in de ontwerp-omgevingsvisie gegeven (hoofdstuk 9). Alternatief 2: Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht Binnen alternatief 1 is in totaal 677.344 m² beschikbaar voor de vergroeningsopgave. Dit is 122.656 m² minder dan de vergroeningsopgave van 800.000 m². Voor parken en natuurgebieden wordt de vergroeningsopgave naar verwachting behaald. Tabel 5.6 Groenprogramma voor onderzoeksalternatief 2 Onderdeel Parken en natuurgebieden Groenblauwe routes
Huidig
Vergroeningsopgave
Mogelijk
59.600.000 m²
470.000 m²
480.000 m²
521.911 m²
100.000 m²
60.500 m²
Buurt- en wijkgroen
Onbekend
230.000 m²
136.844 m²
Totaal
Onbekend
800.000 m²
677.344 m²
De exacte hoeveelheid buurt- en wijkgroen in de huidige situatie is niet vastgesteld in programma voor de onderzoeksalternatieven. Wel is duidelijk hoe groot park de Gagel en park de Watertoren zijn, die onderdeel uitmaken van het onderdeel buurt- en wijkgroen. Park de Gagel is 210.000 m²
58/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
groot en park de Watertoren is 184.000 groot. In de ontwerp-omgevingsvisie is wel een indeling gemaakt naar groentypologieën in Overvecht. In dit planMER wordt een reflectie op het onderdeel groen in de ontwerp-omgevingsvisie gegeven (hoofdstuk 9).
5.4
Beoordelingswijze milieueffecten
Voor de vergelijking van de alternatieven worden de effecten met plussen en minnen op een vijfpuntschaal beoordeeld (van ++ naar --, zie tabel 5.3) ten opzichte van de referentiesituatie. Per thema wordt in de betreffende paragrafen van hoofdstuk 5 beschreven wanneer een effect beoordeeld wordt als zeer positief tot aan zeer negatief. Tabel 5.7 Beoordelingsschaal effectbeoordeling onderzoeksalternatieven Zeer positief effect
Positief effect
++
5.5
Geen/beperkt effect
+
Negatief effect
0
Zeer negatief effect
-
--
Beoordelingswijze doelbereik
Het doelbereik van de omgevingsvisie wordt beoordeeld aan de hand van de onderstaande zes overkoepelende ambitiethema’s in de omgevingsvisie, die voortkomen uit de uitgangspuntennotitie: • • •
Groen Overvecht Verbonden Overvecht Compact Overvecht
• • •
Inclusief Overvecht Toekomstbestendig Overvecht Vertraagd Overvecht
De centrale vraag hierbij is: hoe ver komt de gemeente Utrecht met de gestelde ambities, met het beleid dat zij in de omgevingsvisie schetsen. Om hier iets over te zeggen worden de ambities binnen de zes bovenstaande ambitiethema’s beoordeeld voor de twee onderzoeksalternatieven (hoofdstuk 7) en voor de ontwerp-omgevingsvisie (paragraaf 9.4). In onderstaande tabel komen deze ambities aan bod. Ambitiethema
Toelichting
Ambities
Groene stad (Groen
We bouwen in Overvecht aan een groene en
Een sterke groenstructuur en
Overvecht)
gezonde leefomgeving. Een omgeving die
identiteit van de wijk
uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te
Een gezonde, groene
bewegen. Met ruimte voor meer groen,
leefomgeving
biodiversiteit en natuur. Want een gezonde
Aantrekkelijke openbare
omgeving heeft ook een positief effect op de
ruimte die uitnodigt tot spelen,
gezondheid van haar bewoners.
bewegen en ontmoeten Verdichten en vergroenen in balans
Verbonden stad
We willen dat Overvecht goed met andere wijken,
Een goed verbonden wijk met
(Verbonden Overvecht)
de natuur en het groen verbonden is. Overvecht
de stad en met het landschap
59/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Ambitiethema
Toelichting
Ambities
vormt een belangrijke schakel om vanuit de stad
Goede verbindingen binnen
naar het omliggende landschap te komen. Er
de wijk. Alle dagelijkse
liggen kansen om de verbindingen binnen de wijk
voorzieningen zijn voor
én met de omgeving te verbeteren.
iedereen binnen 10 minuten te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer bereikbaar We verplaatsen ons slim, gezond en veilig in een aantrekkelijke en goed bereikbare wijk
Compacte stad (Compact
Er ligt een grote opgave om de wijk te verbeteren
We maken slim gebruik van
Overvecht)
en te verdichten met woningen, werkplekken,
de schaarse ruimte
voorzieningen en groen. De ruimte is beperkt. We
Verdichting en menging van
moeten keuzes maken hoe we de beperkte
functies als kans voor
ruimte goed gebruiken. Waar mogelijk willen we
wijkverbetering
functies combineren. Bij een groeiende wijk
Een sterke ruimtelijke
horen meer voorzieningen, met winkelgebieden
identiteit van de wijk en
die goed bereikbaar zijn voor iedereen. We
aantrekkelijke buurten met
behouden wat sterk is en vernieuwen waar nodig.
een eigen karakter in een groen raamwerk
Inclusieve stad (Inclusief
We werken aan een inclusieve wijk waar plek is
Een duurzaam, divers en
Overvecht)
voor iedereen. We zorgen voor meer diversiteit in
kwalitatief goed
de woningen, zodat de huidige én toekomstige
woningaanbod voor huidige
bewoners in Overvecht kunnen wonen in een
en toekomstige bewoners
woning die bij hen past. De inrichting van de wijk
Winkels en voorzieningen
draagt bij aan meer kansengelijkheid door het
dichtbij en bereikbaar voor
bieden van een stevige basis van voorzieningen,
iedereen
woningen, werkplekken, groen en mobiliteit. Deze
Prettige en sociaal veilige
is toegankelijk voor iedereen en biedt voldoende
routes en plekken
ruimte voor nieuwe ontwikkelingen
Een sterke sociale binding; met de wijk en met elkaar
Toekomstbestendige stad
De ontwikkeling van Overvecht wordt integraal
Een groene, natuur inclusieve
(Toekomstbestendig
opgepakt met aandacht voor klimaatadaptatie,
en klimaatbestendige
Overvecht)
biodiversiteit, duurzame energie en circulariteit.
omgeving
Flexibiliteit en veerkracht zijn essentieel om op te
We maken efficiënt gebruik
toekomst voorbereid te zijn en je te kunnen
van duurzame energie en
aanpassen aan nieuwe omstandigheden en
worden circulair
ontwikkelingen. Vertraagde stad
We bieden in Overvecht voldoende plekken voor
We zorgen voor stilte, rust en
(Vertraagd Overvecht)
stilte en rust en daarmee een gezonde omgeving
goede luchtkwaliteit
om in te leven. Minder verkeersdrukte, meer
Geleidelijke groei en
groen en ruimte voor initiatieven uit de wijk.
ontwikkeling
60/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
61/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
6 Milieueffecten onderzoeksalternatieven In dit hoofdstuk komen de milieueffecten van de omgevingsvisie Overvecht aan bod. Per onderzoeksthema komt als eerst een overzicht van de effecten van beide onderzochte alternatieven aan bod, gevolgd door het beleid en het toetsingskader dat voor dat onderzoeksthema geldt. Hier volgt een omschrijving van de referentiesituatie. Vervolgens wordt de effectbeoordeling van de omgevingsvisie toegelicht. Wanneer sprake is van een (zeer) negatief effect, komt aan bod hoe dit eventueel gemitigeerd kan worden.
6.1
Verkeer
6.1.1 Beleid en toetsingskader Beleidskader In onderstaande tabel is het beleidskader opgenomen dat geldt voor het thema verkeer. Tabel 6.1 Beleidskader verkeer Beleidskader
Toelichting
Nationaal Nationale Omgevingsvisie
In 2050 een goede en betrouwbare infrastructuur als onderdeel van een veilig,
(NOVI)
robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Voor Overvecht betekent dit inzetten op toekomstbestendige oplossingen in mobiliteit.
Provinciaal Mobiliteitsplan 2014-2028
Provincie wil zorgen voor een goede bereikbaarheid per fiets, OV en auto in een gezonde omgeving. Dit versterkt de economie en bevordert een duurzame leefomgeving.
Gemeentelijk Mobiliteitsplan 2040
Om de groeiende stad gezond en bereikbaar te houden zet de gemeente Utrecht in op schone manieren van vervoer die zo min mogelijk ruimte innemen; oftewel lopen, fietsen en OV. Daarnaast is Overvecht onderdeel van het Wiel met Spaken, een netwerk van hoogwaardige bus-, tram- en treinverbindingen. De gemeente wil de rol van Overvecht in dit netwerk optimaliseren.
Wijze van onderzoek Voor het bepalen van de verkeerseffecten zijn drie scenario’s doorgerekend met het meest actuele regionale verkeersmodel VRU (Verkeersmodel Regio Utrecht). Dit betreft de autonome situatie en twee alternatieven waarin ontwikkelingen en maatregelen zijn toegepast. De resultaten geven inzicht in hoeveel verkeer waar rijdt en welke modaliteit voor de verplaatsing wordt gekozen. Toetsingskader In onderstaande tabel is te zien in welke gevallen een effect van een alternatief van zeer positief (++) tot aan zeer negatief (--) worden beoordeeld.
62/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Tabel 6.2 Toetsingskader verkeer Indicator Verschuiving van verkeer
++
+
0
-
--
In zeer sterke mate
In enige tot sterke
Effect neutraal
In enige tot sterke
In zeer sterke mate
sprake van
mate sprake van
mate sprake van
sprake van
verschuiving
verschuiving
verschuiving
verschuiving
doorgaand verkeer
doorgaand verkeer
doorgaand verkeer
doorgaand verkeer
naar de
naar de
naar de woonstraten
naar de woonstraten
ontsluitingswegen in
ontsluitingswegen in
in Overvecht
in Overvecht
en rond het
en rond het
plangebied en
plangebied en
afname van
afname van
doorgaand verkeer
doorgaand verkeer
op woonstraten in
op woonstraten in
Overvecht
Overvecht
Doorstroming op
Verzadigingsgraad
Verzadigingsgraad
Verzadigingsgraad
Verzadigingsgraad
Verzadigingsgraad
kruispuntniveau
afname meer dan 7
afname 1 tot 7
toe- of afname
toename 1 tot 7
toename meer dan 7
procentpunten
procentpunten
neutraal
procentpunten
procentpunten
In zeer sterke mate
In enige tot sterke
Effect op
In enige tot sterke
In zeer sterke mate
sprake van
mate sprake van
verschuiving in wijze
mate sprake van
sprake van
De mate waarin de modal split ten gunste van OV en
verschuiving in wijze
verschuiving in wijze
van verplaatsing
verslechtering
verslechtering
fiets verschuift
van verplaatsing
van verplaatsing
neutraal
verschuiving in wijze
verschuiving in wijze
van verplaatsing
van verplaatsing
Routes fiets en
In zeer sterke mate
In enige tot sterke
Effect op ontsluiting
In enige tot sterke
In zeer sterke mate
voetganger
Verkeersveiligheid
6.1.2
sprake van
mate sprake van
langzaam verkeer
mate sprake van
sprake van
verbetering
verbetering
neutraal
verslechtering
verslechtering
ontsluiting langzaam
ontsluiting langzaam
ontsluiting langzaam
ontsluiting langzaam
verkeer
verkeer
verkeer
verkeer
In zeer sterke mate
In enige tot sterke
Effect op
In enige tot sterke
In zeer sterke mate
sprake van
mate sprake van
verkeersveiligheid
mate sprake van
sprake van
verbetering
verbetering
neutraal
verslechtering
verslechtering
verkeersveiligheid
verkeersveiligheid
verkeersveiligheid
verkeersveiligheid
Omschrijving referentiesituatie
6.1.2.1 Huidige situatie Verkeersafwikkeling De wijk Overvecht is gelegen tussen de Vecht, de spoorverbinding Utrecht-Amersfoort en de NRU. Op de NRU rijden in 2015 (basisjaar verkeersmodel) circa 48.800 motorvoertuigen per etmaal. Hiermee is de NRU de drukste weg die langs Overvecht loopt. Daarnaast bestaat de hoofdstructuur van Overvecht uit een aantal gebiedsontsluitingswegen die de verbinding vormen tussen de woonstraten, de NRU en naastgelegen wijken. Wegen die deze rol vervullen zijn de Franciscusdreef ende Einsteindreef.
63/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 6.1 Overzicht intensiteiten Overvecht in 2015 op diverse wegvakken (mvt/etm)
Kruispunten Voor een zestiental kruispunten is de verzadigingsgraad in beeld gebracht. De verzadigingsgraad biedt inzicht in de verhouding tussen intensiteit en capaciteit op een kruispunt. Een verzadigingsgraad van minder dan 0,8 betekent een goede afwikkeling. Tussen de 0,8 en 0,9 spreken we van een matige verkeersafwikkeling. Bij een verzadigingsgraad tussen 0,9 en 1,0 is de kans op filevorming groot. Boven de 1,0 is sprake van een structureel doorstromingsprobleem. Bij een drietal kruispunten is reeds in de huidige situatie (op basis van doorrekening referentie) sprake van een doorstromingsprobleem. Dit betreffen de kruispunten: 1.
Rio Brancodreef – Franciscusdreef (avondspits)
2. 3.
Carnegiedreef – Gangesdreef – Marowijnedreef Moldaudreef – NRU (avondspits)
Figuur 5.2 geeft een overzicht weer van de met het verkeersmodel doorgerekende kruispunten. De nummers corresponderen met de kruispuntnummers in tabel 6.3. Deze tabel geeft een overzicht van de verzadigingsgraad van de kruispunten (groen is goed functionerend, geel is matig, oranje is aandachtspunt, rood is knelpunt).
64/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Figuur 6.2 Beschouwde kruispunten aan de hand van modelintensiteiten
Tabel 6.3 Verzadigingsgraad voor relevante kruispunten in 2015 (basisjaar verkeersmodel) Kruispunt
Naam Kruispunt
Ochtendspits
Avondspits
1
Franciscusdreef –
0.78
0.85
0.93
>1
0.58
0.66
>1
>1
0.68
0.88
0.85
0.90
0.65
0.85
0.71
0.81
Orinocodreef 2
Franciscusdreef – Rio Blancodreef
3
Franciscusdreef Floridadreef
4
Franciscusdreef NRU
5
Carnegiedreef – Gangesdreef
6
Einsteindreef – Brailledreef
7
Einsteindreef Carnegiedreef
8
Einsteindreef Humberdreef
9
Einsteindreef – NRU
0.89
0.85
10
Zamenhofdreef -
0.27
0.27
Theemsdreef
65/259
Kenmerk
R001-1289309HLG-V05-efm-NL
Kruispunt
Naam Kruispunt
Ochtendspits
Avondspits
11
Brailledreef –
0.61
0.85
0.43
0.78
0.83
0.90
0.19
0.15
0.79
0.85
Zamenhofdreef 12
Zamenhofdreef – Rhonedreef
13
Brailledreef – Taagdreef
14
Tiberdreef – Moezeldreef
15
Darwindreef – Wolgadreef
16
Darwindreef- NRU
0.95
0.88
17
Moldaudreef - NRU
>1
>1
In 2015 doen zich op het gros van de relevante kruispunten van Overvecht geen knelpunten voor (I/C hoger dan 0,9). Wel zijn er in de avondspits relatief veel kruispunten met een matige verkeersafwikkeling. Op de kruispunten Einsteindreef – Brailledreef, Brailledreef – Taagdreef en Darwindreef – NRU staat de afwikkeling onder aanzienlijke druk tijdens het drukste piekmoment. Op kruispunten Franciscusdreef – Rio Blancodreef, Franciscusdreef - NRU en Moldaudreef - NRU doen zich in minimaal één van de spitsen knelpunten voor. Er is hier sprake van een structureel doorstromingsprobleem. Om deze knelpunten op te lossen, zal gekeken moeten worden naar een integraal maatregelenpakket in combinatie met de inrichting van de NRU. Deze weg heef een grote invloed op de ontsluiting en doorstroming van het verkeer in en rond Overvecht. Wijze van verplaatsing Om de verdeling van vervoerswijzen per alternatief in kaart te brengen, kijken we naar de modal split per alternatief. In de modal split van de wijk Overvecht is ten opzichte van heel Utrecht de auto prominenter aanwezig. Het autogebruik in Overvecht is verantwoordelijk voor circa 55 procent van de vervoersbewegingen, circa 5% hoger dan het autogebruik in de gehele gemeente Utrecht. Het leeuwendeel van de mensen gebruikt dus de auto. Een kleiner deel van de ritten, 33 procent wordt per fiets gemaakt.