CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport Discriminatie op de Utrechtse particulier huurwoningmarkt - Academie van de Stad.pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Aanpak discriminatie op de woningmarkt21.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

het weigeren van mensen met een andere etniciteit, met een andere seksuele gerichtheid dan heterosexueel, of met een handicap (zie Bijlage 2 voor het script). Tijdens de tweede fase werden makelaars gebeld. Een aantal makelaars vielen af, omdat zij bijvoorbeeld inmiddels geen (tijdelijke) verhuur meer deden. Ook vielen een aantal makelaars af omdat na drie keer bellen alleen de voicemail bereikt werd, makelaars alleen verzoeken via e-mail afhandelen, of omdat de makelaar na drie keer bellen niet aanwezig bleek. Tijdens de derde fase werden de reacties op de discriminerende vraag verzameld. Deze reacties werden in vier categorieën ingedeeld. Verdiepende interviews Aanvullend zijn er zes makelaars nagebeld voor een verdiepend interview. Hierbij werden verschillende vragen gesteld met betrekking tot de reactie op het discriminerende verzoek. De zes gecontacteerde makelaars waren drie makelaars die volgens onze gestelde criteria wel op het discriminerende verzoek in wilden gaan en drie makelaars die niet op het discriminerende verzoek in wilden gaan. Hierdoor werd er gepoogd meer inzicht te verkrijgen over (de oorzaken van) het plaatsvinden van discriminatie en de werking van praktijktesten als beleidsinstrument. De topiclijst die hiervoor is gebruikt, staat vermeld in Bijlage 3.

Het gesteld ciriterium waaruit geconcludeerd werd of makelaars wel of niet op een discriminerend verzoek in wilden gaan, is: ‘de makelaar geeft aan om zelf een voorselectie te kunnen maken op basis van de door kandidaat-verhuurder aangedragen discriminerende eis’. Indien de makelaar stelt dit te kunnen doen wordt dit als ‘intentie tot discriminatie’ gezien. Wanneer de makelaar aangeeft geen selectie op basis van de eis te maken, wordt deze als ‘geen intentie tot discriminatie’ gerekend.

25

Onder een niet-discriminerende reactie worden makelaars verstaan die ofwel aangeven niet mee te willen werken aan dit verzoek, ofwel aangeven dit zelf niet te kunnen doen maar dat je als verhuurder altijd zelf de keuze hebt in wie je kiest. Het onderscheid wordt dus gemaakt op basis van de de bereidheid om actief de voorselectie te maken.

Factoren Correspondentietesten Hieronder is beschreven hoe factoren, die gebruikt werden voor de analyse, zijn gevormd. De reacties op de correspondentietesten werden geregistreerd, om de netto-discriminatiegraad te berekenen. Er zijn, zoals eerder beschreven, drie mogelijkheden met betrekking tot reacties: A) gelijke behandeling, B) negatieve discriminatie, en C) positieve discriminatie. Er is nagedacht over de manier waarop omgegaan wordt met situaties waarin beide kandidaten geen antwoord krijgen.58 Er is besloten deze te laten vallen onder gelijke behandeling (A), omdat beide kandidaten ook dezelfde behandeling krijgen (namelijk geen reactie). De netto-discriminatiegraad wordt als volgt berekend: 𝑁𝑒𝑡𝑡𝑜 − 𝑑𝑖𝑠𝑐𝑟𝑖𝑚𝑖𝑛𝑎𝑡𝑖𝑒𝑔𝑟𝑎𝑎𝑑 =

𝐵−𝐶 𝐴+𝐵+𝐶

De netto-discriminatiegraad drukt het percentage uit waarin de testpersoon systematisch benadeeld wordt door de verhuurder ten opzichte van de controlepersoon. Het belang van het berekenen van een netto-discriminatiegraad is het uitsluiten van toevallige ongelijke behandeling. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een makelaar of verhuurder een mail over het hoofd ziet. Om dit te voorkomen wordt de positieve discriminatie afgetrokken van de negatieve discriminatie. Toevallige ongelijke behandeling zou namelijk evenveel moeten voorkomen bij de test- als bij de controlepersoon. Deze wordt dus geschat als de grootte van de positieve discriminatie.59 Nettodiscriminatiegraden hoger dan nul wijzen op discriminatie van de testpersoon, terwijl nettodiscriminatiegraden lager dan nul naar discriminatie van de controlepersoon verwijzen. Deze graad wordt vervolgens gebruikt om statistische analyses mee uit te voeren. Mystery calls De mystery calls zijn gecategoriseerd op basis van volgende criteria: ‘daar kunnen wij niet aan meewerken’; ‘keuze ligt bij verhuurder’, ‘het mag eigenlijk niet, maar...’; ‘natuurlijk, dat is geen probleem’’. Daarnaast is het specifiek gecategoriseerd als de respondent aangaf dat het om een onderzoek ging. Verdiepende gesprekken Bij de verdiepende gesprekken is, indien de participant hier toestemming voor gaf, een opname

58

Bovenkerk F. (1992). A Manual for International Comparative Research on Discrimination on the Grounds of ‘Race’ and ‘Ethnic origin’. Geneva: International Labour Organization. 59 Verhaeghe, P. P., Coenen, A., Demart, S., Van der Bracht, K., & Van de Putte, B. (2017). Discrimibrux-Discriminatie door vastgoedmakelaars op de private huurwoningmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

26

gemaakt van het interview. Deze interviews zijn vervolgens op hoofdlijnen samengevat. Indien de respondent geen toestemming gaf voor opname, maar wel voor het maken van een samenvatting van het interview, is deze direct samengevat. Op basis van deze samenvattingen zijn de algemene hoofdlijnen en andere opvallende zaken uitgewerkt. Deze kwalitatieve resultaten, vormen daarmee een aanvulling op de kwantitatieve resultaten van de mystery calls en de correspondentietesten.

Statistische analyse Correspondentietesten Er werd met behulp van SPSS getoetst of de berekende netto-discriminatiegraden significant afweken van nul. Dit werd gedaan middels de McNemar toets. Deze significantietesten resulteren in een p-waarde die de kans uitdrukt dat de berekende netto-discriminatiegraad, toevallig afwijkt van nul. Dit wil zeggen: hoe groot is de kans dat de berekende netto-discriminatiegraad te wijten is aan een toevallig overschot aan discriminerende makelaars en verhuurders in de steekproef? Resultaten zijn significant als de p-waarde lager is dan 0.05. Om de McNemar toets uit te voeren moet er aan een aantal assumpties voldaan worden: a) Er moet een nominale variabele zijn met twee categorieën en een afhankelijke variabele met twee verbonden groepen. In dit geval is de nominale variabele de mail van ofwel de testpersoon ofwel de controlepersoon, en de afhankelijke variabele het krijgen van een positieve of negatieve reactie. b) Ook mogen participanten niet in meer dan één groep voorkomen binnen je onafhankelijke variabelen. Ook hier is aan voldaan. Als kandidaat-huurder kan je ofwel een positieve reactie ofwel een negatieve reactie ontvangen. c) Als laatste moet je steekproef willekeurig zijn. Ook hier is aan voldaan, door alleen makelaars en particuliere verhuurders aan te spreken die een woning verhuurden tussen week 34 en week 39.

Mystery calls Van de mystery calls zijn alleen algemeen beschrijvende statistieken verwerkt. De mystery calls kunnen niet statistisch geanalyseerd worden, omdat de factor maar uit één enkele vraag bestaat. Wel is er, op basis van de resultaten van 2019 en 2021, een vergelijking gemaakt van de resultaten van beide jaren. Resultaten vergelijken met resultaten uit 2019 De resultaten uit het huidige onderzoek werden vergeleken met de resultaten van het onderzoek uit 2019. Dit gebeurde door voor beide datasets na te gaan of de netto-discriminatiegraad significant verschilt van nul en in hoeverre deze van elkaar verschillen. Ook bij de mystery calls werden de onderzoeksresultaten met elkaar vergeleken. Hierbij wordt zowel gekeken naar de volledige steekproeven, als ook naar een vergelijking tussen makelaars die beide jaren voor dezelfde onderzoeksgrond gebeld zijn.

27

Resultaten Analyse van de variabelen Correspondentietesten In de eerste testronde (etniciteit) is er gereageerd op 114 particuliere huurwoningen, waarvan 62 van makelaars en 52 van particuliere verhuurders. In de tweede testronde is er gereageerd op 28 particuliere huurwoningen, waarvan 20 van makelaars en acht van particuliere verhuurders. In totaal zijn dit 142 particuliere huurwoningen, waarvan 82 van makelaars en 60 van particuliere verhuurders. De minimumprijs voor een huurwoning was 500 euro per maand en de maximumprijs 2300 euro per maand. De gemiddelde huurprijs bedroeg 1240 euro per maand. De meeste huurwoningen zaten rond deze gemiddelde prijs. Het kleinste appartement bestond uit 24m2 en de grootste huurwoning 183 m2. Allemaal waren het zelfstandige woonruimtes met een gemiddelde woonoppervlakte van 67m2. In de derde testronde (seksuele gerichtheid) is er gereageerd op 80 particuliere huurwoningen, waarvan 49 van makelaars en 31 van particuliere verhuurders. In de vierde testronde is er gereageerd op 45 particuliere huurwoningen, waarvan 24 van makelaars en 21 van particuliere verhuurders. In totaal zijn dit 125 particuliere huurwoningen, waarvan 73 van makelaars en 52 van particuliere verhuurders. De minimumprijs voor een huurwoning was 500 euro per maand en de maximumprijs 2000 euro per maand. De gemiddelde huurprijs bedroeg 1261 euro.

De meeste huurwoningen zaten rond deze prijs. Het kleinste appartement bestaat uit 20m2 en de grootste huurwoning bestaat uit 160m2. Allemaal waren het zelfstandige woonruimtes met een gemiddelde woonoppervlakte van 65m2. In de vijfde testronde (fysieke beperking) is er gereageerd op 71 particuliere huurwoningen, waarvan 43 van makelaars en 28 van particuliere verhuurders. In de zesde testronde is er gereageerd op 40 particuliere huurwoningen, waarvan 24 van makelaars en 16 van particuliere verhuurders. In totaal zijn dit 111 particuliere huurwoningen, waarvan 67 van makelaars en 44 van particuliere verhuurders. De minimumprijs voor een huurwoning was 650 euro per maand en de maximumprijs 2350 euro per maand. De gemiddelde huurprijs bedroeg 1300 euro per maand. De meeste huurwoningen zaten rond deze prijs. Het kleinste appartement bestaat uit 24m2 en de grootste huurwoning uit 160 m2. Allemaal waren het zelfstandige woonruimtes met een gemiddeld woonoppervlakte van 65m2. Mystery calls In totaal zijn er 36 makelaars gebeld, waarvan 30 makelaars ook daadwerkelijk bereikt zijn. Van de 36 makelaars waren er zes makelaars die ofwel niet bereikbaar waren ofwel niet (meer) verhuurden. Van de 34 makelaars die vorig jaar bereikt zijn, zijn er dit jaar 27 bereikt. 17 makelaars van de 30 makelaars zijn voor dezelfde onderzoeksgronden bereikt. Dit is in onderstaande tabel weergegeven.

28

Tabel 3. Respons mystery calls

Benaderd

Bereikt

Waarvan bereikt

Waarvan bereikt in 2019

2020

2020

in 2019

voor dezelfde grond

Etniciteit

12

10

10

10

Seksuele gerichtheid

12

10

7

7

Fysieke beperking

12

10

10

0

Verdiepende interviews Er zijn in totaal zeven makelaars geïnterviewd. Deze groep respondenten bestond uit een drietal makelaars die op het discriminerende verzoek in gingen en een viertal makelaars die niet op het discriminerende verzoek ingingen. Eén van de geïnterviewde makelaars (welke niet op het discriminerend verzoek inging) gaf aan het eind aan toch niet in te stemmen met het gebruik van de data. Dit interview is dan ook niet meegenomen in dit onderzoek.

Correspondentietest en mystery calls ‘etniciteit’ Correspondentietesten De correspondentietest toont aan dat kandidaten met een niet-westers klinkende naam in 12,7% van de gevallen gediscrimineerd worden (significant, p < 0,001). Dit betekent dat kandidaathuurders met een niet-westers klinkende naam systematisch benadeeld worden door makelaars en verhuurders in vergelijking van de kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Tabel 4. Correspondentietest discriminatie op grond van etniciteit.

Testpersoon (Ali)

Controlepersoon (Ruben)

Positief

Negatief

Positief

36

19

Negatief

1

86

Deze resultaten kunnen worden gesplitst in resulaten voor makelaars en particuliere verhuurders. De correspondentietest toont aan dat kandidaten met een niet-westerse naam bij makelaars gediscrimineerd worden in 14,6% van de gevallen (significant, p < 0,001). Dit betekent dat de kandidaat-huurders met een niet-westers klinkende naam bij makelaars systematisch benadeeld worden door makelaars in vergelijking van de kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Bij particuliere verhuurders worden kandidaten met een niet-westers klinkende naam in 10,0% van de gevallen gediscrimineerd (niet significant, p = 0,07). Dit resultaat is randsignificant. Een pwaarde van 0,07 geeft aan dat de kans 7% is dat het waargenomen verschil of een groter verschil zich voordoet, als het verschil tussen groepen alleen door toeval bepaald wordt. Deze kans is, hoewel

29

randsignificant, klein genoeg voor de onderzoekers om een effect te suggereren. Deze claim wordt versterkt door het feit dat deze resultaten overeenkomen met de resultaten die vorig jaar verkregen zijn. Wij gaan daarom uit van een effect bij particuliere verhuurders. Dat betekent dat de kandidaathuurders met een niet-westers klinkende naam bij particuliere verhuurders systematisch benadeeld worden in vergelijking van de kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Tabel 5. Correspondentietest makelaars

Testpersoon (Ali) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

22

12

(Ruben)

Negatief

0

48

Tabel 6. Correspondentietest particuliere verhuurders

Testpersoon (Ali) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

14

7

(Ruben)

Negatief

1

38

Vergelijking resultaten 2019/2020 De netto-discriminatiegraad voor de makelaars en particuliere verhuurders gezamenlijk is zowel in 2019 als 2020 significant gebleken. Dat betekent dat zowel in 2019 als in 2020 mannelijke kandidaten met een niet-westers klinkende naam systematisch benadeeld werden door makelaars en verhuurders in vergelijking van de kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Ook als de resultaten voor makelaars en particuliere verhuurders uitsplitsen worden, blijkt dit het geval. Zowel in 2019 als in 2020 is de netto-discriminatiegraad bij makelaars significant gebleken. Hieruit blijkt dat zowel in 2019 als in 2020 mannelijke kandidaten met een niet-westers klinkende naam systematisch benadeeld worden door makelaars. De netto-discriminatiegraad voor particuliere verhuurders was zowel in 2019 als in 2020 net niet significant. Toch hebben wij beide jaren een effect gesuggereerd omdat de p-waarde randsignificant was. Deze lijn wordt aangehouden, omdat aan omdat in beide jaren de p-waarde niet ver verwijderd was van de grens van 0,05. Tabel 7. Vergelijking netto-discriminatiegraden 2019/2020

2019

2020

Makelaars en particuliere verhuurders

13,5%

12,7%

Makelaars

13,9%

14,6%

Particuliere verhuurders

13,2%

10,0%

30

Mystery calls De resultaten van de mystery calls met betrekking tot discriminatie op grond van etniciteit, tonen aan dat het merendeel van de makelaars geneigd zijn mee te gaan met het verzoek van mogelijke verhuurders om niet aan mensen met een niet-westerse afkomst te verhuren, indien hierom verzocht wordt. Tabel 8. Resultaten mystery calls ‘Etniciteit’

Resultaten

Aantallen

Percentages

Daar kunnen we niet aan meewerken

2

20%

Het mag eigenlijk niet, maar

6

60%

Natuurlijk, geen probleem

2

20%

Eindtotaal

10

100%

Acht van de tien makelaars weigerden het discriminerende verzoek niet (80%). Van het totaalaantal makelaars wisten er zes dat het discriminatie betrof, maar waren zij wel bereid mee te werken (60%). Eén van respondenten gaf aan: ‘Ik mag dat niet op de site zetten, want dat wordt dan snel gezien als discriminatie’. Twee van de respondenten wilden rekening houden met onze (discriminerende) eisen, maar uit hun antwoord bleek niet dat ze wisten dat het wettelijk verboden is om op grond van etniciteit onderscheid te maken (2 makelaars, 20%). Dit betekent niet per definitie dat ze zich hiervan niet bewust waren, maar wel dat zij dit niet tijdens de mystery call hebben genoemd. Twee makelaars gaven aan dat zij niet wilden meewerken aan het discriminerende verzoek. Eén van de makelaars gaf tijdens de mystery call aan: ’Wij kunnen daarmee niet adverteren, omdat het een gevoelig punt is. We stellen alle kandidaten aan je voor’’.

Vergelijking 2019 en 2020 In onderstaande tabel worden de volledige steekproeven uit 2019 (19 makelaars) en 2020 (10 makelaars) rondom etniciteit weergegeven. Een algehele trend die waarneembaar is, is dat makelaars zich meer bewust zijn van de wetgeving omtrent discriminatie. Waar het merendeel van de 19 makelaars in 2019 nog reageerde met ‘natuurlijk, geen probleem’, verschoof dit in 2020 naar ‘Het mag eigenlijk niet, maar.. ‘. Daarnaast is te zien dat een groter (relatief en absoluut) gedeelte van de makelaars aangeeft niet mee te kunnen werken aan het verzoek.

31

Tabel 9. Resultaten mystery calls ‘etniciteit’ voor complete steekproef uit 2019 en 2020. Makelaars

Reacties

2019

%

Makelaars 2020

%

Natuurlijk, geen probleem

11

58%

2

20%

Het mag eigenlijk niet, maar..

5

26%

6

60%

Keuze van de verhuurder

0

0%

0

0%

Daar kunnen we niet aan meewerken

1

5%

2

20%

Andere reactie

2

11%

0

0%

Hadden het onderzoek door

0

0%

0

0%

Totaal

19

100%

10

100%

Daarnaast kunnen we ook de reacties van makelaars over meerdere jaren vergelijken. In totaal zijn er tien makelaars beide jaren gebeld met een discriminerend verzoek omtrent etniciteit. Eén makelaar gaf aan dat het geen probleem was, terwijl deze vorig jaar niet wilde meewerken. Andersom gaven twee makelaars aan dat ze niet konden meewerken, terwijl dit vorig jaar geen probleem was. Onderstaande tabel geeft echter weer dat ook in deze vergelijking het merendeel van de onderzochte makelaars blijft ingaan op het verzoek, waarbij we een verschuiving zien van ‘natuurlijk geen probleem’ naar ‘het mag eigenlijk niet maar...’. Het geeft de indicatie dat in 2020 makelaars beter op de hoogte zijn van wetgeving omtrent het verbod op discriminatie, maar dat dit nauwelijks een drempel opwerpt om niet in te gaan op het discriminerende verzoek. Tabel 10. Vergelijking resultaten mystery calls ‘etniciteit’ voor makelaars die beide jaren een discriminerend verzoek hebben gekregen rondom etniciteit. 2019

2020

1

Daar kunnen we niet aan meewerken

Natuurlijk, geen probleem

2

Natuurlijk, geen probleem

Het mag eigenlijk niet, maar

3

Natuurlijk, geen probleem

Het mag eigenlijk niet, maar

4

Het mag eigenlijk niet, maar

Het mag eigenlijk niet, maar

5

Natuurlijk, geen probleem

Natuurlijk, geen probleem

6

Natuurlijk, geen probleem

Het mag eigenlijk niet, maar

7

Natuurlijk, geen probleem

Daar kunnen we niet aan meewerken

8

Het mag eigenlijk niet, maar

Het mag eigenlijk niet, maar

9

Natuurlijk, geen probleem

Het mag eigenlijk niet, maar

10

Natuurlijk, geen probleem

Daar kunnen we niet aan meewerken

32

Correspondentietest en mystery calls ‘seksuele gerichtheid’ Correspondentietesten De correspondentietest toont aan dat mannelijke kandidaten met een partner van hetzelfde geslacht in 8,8% van de gevallen gediscrimineerd worden (significant, p = 0,013). Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht systematisch benadeeld worden door makelaars en verhuurders in vergelijking van de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van het andere geslacht. Tabel 11. Correspondentietest discriminatie op grond van seksuele gerichtheid

Testpersoon (Max en Thijs) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

49

14

(Daan en Julia)

Negatief

3

59

Deze resultaten kunnen nog worden uitgesplitst in resultaten voor makelaars en particuliere verhuurders. De correspondentietest toont aan dat mannelijke kandidaten met een partner van hetzelfde geslacht bij makelaars in 9,6% van de gevallen gediscrimineerd worden (significant, p = .039). Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht bij makelaars systematisch benadeeld worden in vergelijking van de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van het andere geslacht. De correspondentietest toont aan dat mannelijke kandidaten met een partner van hetzelfde geslacht bij particuliere verhuurders in 7,7% van de gevallen anders worden behandeld (niet significant, p = 0.289). Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht bij particuliere verhuurders niet systematisch benadeeld worden door makelaars in vergelijking met mannelijke kandidaten met een partner van het andere geslacht. Tabel 12. Correspondentietest makelaars

Testpersoon (Paul en Jochem) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

29

8

(Tim en Gwen)

Negatief

1

35

33

Tabel 13. Correspondentietest particuliere verhuurders

Testpersoon (Paul en Jochem) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

20

6

(Tim en Gwen)

Negatief

2

24

Vergelijking resultaten 2019/2020 De netto-discriminatiegraad voor de makelaars en particuliere verhuurders gezamenlijk is zowel in 2019 als 2020 significant gebleken. Dat wil zeggen dat zowel in 2019 als in 2020 mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht nog steeds systematisch minder kans hebben op een positieve reactie naar aanleiding van een mail dan mannelijke kandidaat-huurders met een partner van het andere geslacht, gezien beide netto-discriminatiegraden significant afwijken van nul. Opvallend is de distinctie tussen makelaar en particulier verhuurder. Voor makelaars weken beide netto-discriminatiegraden significant af van nul. Dat wil zeggen dat mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht in beide jaren systematisch benadeeld werden door makelaars, ten opzichte van mannelijke kandidaat-huurders met een partner van het andere geslacht. Voor particuliere verhuurders geldt dit echter niet. De netto-discriminatiegraden behorend bij particuliere verhuurders waren beide jaren niet significant. Echter waar in 2019 er nog sprake was van een randsignificant resultaat (p = .063), is dit jaar het resultaat niet randsignificant (p = .289). Tabel 14. Vergelijking netto-discriminatiegraden 2019/2020

2019

2020

Makelaars en particuliere verhuurders

10,9%

8,8%

Makelaars

10,8%

9.6%

Particuliere verhuurders

11,1%

7,7%

Mystery calls In totaal zijn er twaalf makelaars gebeld, waarvan tien makelaars bereikt werden. Van de makelaars die in 2019 zijn bereikt, zijn er in 2020 zeven makelaars opnieuw bereikt voor dezelfde discriminatiegrond, zijnde ‘seksuele gerichtheid’. Op basis van de resultaten kan gesteld worden dat het verzoek, om vooraf kandidaat-huurder met een homoseksuele gerichtheid te weigeren, waarschijnlijk een relatief weinig voorkomend verzoek is. Twee van de tien makelaars gaven aan dat zij het vermoeden hadden dat ons gestelde verzoek in relatie stond met een onderzoek naar discriminatie, omdat zij dit verzoek nauwelijks kregen.

34

De mystery calls met betrekking tot discriminatie op grond van seksuele gerichtheid tonen aan dat de helft van de respondenten ingaat op het verzoek van een verhuurder om niet aan mensen met een homoseksuele gerichtheid te verhuren, als hierdoor de verhuurder specifiek naar gevraagd wordt. Vijf van de tien makelaars weigerden het verzoek niet (50 %). Hiervan gaf één van de makelaars expliciet aan dat hij/zij om de hoogte was van het wettelijke verbod, maar was de makelaar wel bereid om rekening te houden met de gestelde discriminerende eis (10%). De respondent vertelde onder andere: ‘Ik wil verder niet discriminerend zijn ofzo, maar ik kan wel rekening houden met de criteria die jij aan verhuur hangt, en als jij een Nederlandse man- en vrouwstel wilt, kunnen wij daar wel rekening mee houden.’ Veertig procent van de respondenten wilden rekening houden met onze (discriminerende eisen), maar uit hun antwoord bleek niet dat ze wisten dat het wettelijk verboden is om op grond van etniciteit onderscheid te maken (vier makelaars). Twee van de makelaars gaf aan hier niet op te selecteren (20%). Hierbij gaf de respondent aan: ‘Nee daar kunnen we niet op selecteren, dat is discriminatie. Wij kunnen bijvoorbeeld ook niet zeggen dat we niemand uit India accepteren.’ Eén van de makelaars gaf aan zelf deze selectie niet te maken, maar dat de keuze bij de verhuurder ligt. Tabel 15.

Resultaten mystery calls ‘Seksuele gerichtheid’ Resultaten

Aantallen

Percentages

Daar kunnen we niet aan meewerken

2

20%

Natuurlijk, geen probleem

4

40%

Het mag eigenlijk niet, maar

1

10%

Dat is aan de verhuurder

1

10%

Hadden het onderzoek door

2

20%

Eindtotaal

10

100%

Vergelijking 2019 en 2020 In onderstaande tabel wordt de volledige steekproef uit 2019 (15 makelaars) vergeleken met de volledige steekproef uit 2020 (10 makelaars). Deze resultaten laten een dalende trend zien. Er werd relatief minder ingegaan op het discriminerende verzoek, waarmee ook het aandeel van de makelaars die het verzoek weigerde steeg. Waar vorig jaar 84% van de makelaars inging op het discriminerende verzoek, is dat dit jaar 50%. Daarnaast had in 2020 een deel van de makelaars het onderzoek door (20%), waar dit in 2019 nog niet het geval was. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat het verzoek weinig voorkomt, waardoor het opvalt als de onderzoekers dit verzoek aankaarten.

35

Tabel 16. Resultaten mystery calls ‘Seksuele gerichtheid’ complete steekproef uit 2019 en 2020. Reacties

Makelaars 2019

%

Makelaars 2020

%

Natuurlijk, geen probleem

10

67%

4

40%

Het mag eigenlijk niet, maar..

4

27%

1

10%

Keuze van de verhuurder

0

0%

1

10%

Daar kunnen we niet aan meewerken

1

7%

2

20%

Hadden het onderzoek door

0

0%

2

20%

Totaal

15

100%

10

100%

Daarnaast kunnen we ook de reacties van makelaars over meerdere jaren vergelijken. In totaal zijn er zeven makelaars beide jaren gebeld met een discriminerend verzoek omtrent seksuele gerichtheid. Als we dieper ingaan op reacties van makelaars die beide jaren voor een discriminerend verzoek op basis van seksuele gerichtheid zijn gebeld, blijkt dat één uit zeven eerder bereikte makelaars niet langer meewerkt aan het verzoek, terwijl dit in 2019 wel het geval was. Daarnaast geeft één makelaar aan dat het aan de verhuurder is, terwijl deze in 2019 juist aangaf niet te kunnen meewerken aan het verzoek. Onderstaande tabel geeft echter weer dat ook in deze vergelijking een groter deel van de makelaars niet wilde meewerken aan het verzoek, terwijl dit vorig jaar wel nog het geval was. Waar vorig jaar nog een groot percentage participanten in ging op het verzoek (6 op 7 makelaars in 2019), is dat percentage ook binnen deze steekproef dit jaar gezakt (4 op 7 makelaars in 2020). Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat makelaars al eerder aan hebben gegeven dat het een niet veel voorkomend verzoek was. Eventueel reageren makelaars daardoor anders op dit verzoek doordat het niet veel voorkomend verzoek is. Tabel 17. Vergelijking resultaten mystery calls ‘seksuele gerichtheid’ die beide jaren een discriminerend verzoek hebben gekregen rondom etniciteit. 2019

2020

1

Het mag eigenlijk niet, maar

Het mag eigenlijk niet, maar

2

Natuurlijk, geen probleem

Natuurlijk, geen probleem

3

Natuurlijk, geen probleem

Daar kunnen we niet aan meewerken

4

Het mag eigenlijk niet, maar

Natuurlijk, geen probleem

5

Daar kunnen we niet aan meewerken

Dat is aan de verhuurder

6

Natuurlijk, geen probleem

Hadden het onderzoek door

7

Het mag eigenlijk niet, maar

Natuurlijk, geen probleem

36

Correspondentietest en mystery calls ‘Fysieke beperking’ Correspondentietesten De correspondentietest toont aan dat mannelijke kandidaten met een fysieke beperking in 10,8% van de gevallen gediscrimineerd worden (significant, p = 0,008). Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een fysieke beperking systematisch benadeeld worden door makelaars en verhuurders in vergelijking met de mannelijke kandidaat-huurders zonder fysieke beperking. Tabel 18. Correspondentietest discriminatie op grond van fysieke beperking

Testpersoon (Bart) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

36

15

(Bram)

Negatief

3

57

Deze resultaten kunnen nog worden uitgesplitst in resultaten voor makelaars en particuliere verhuurders. De correspondentietest toont aan dat mannelijke kandidaten met een fysieke beperking bij makelaars in 6% van de gevallen gediscrimineerd worden (niet significant, p = .219) en bij particuliere verhuurders in 18,2% van de gevallen (significant, p = 0.039). Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een fysieke beperking bij makelaars niet systematisch benadeeld worden door makelaars in vergelijking met mannelijke kandidaten zonder fysieke beperking. Bij particuliere verhuurders is het resultaat wel significant (p = 0.039). Hierbij moet worden aangegeven dat een gedeelte van de particuliere verhuurders specifiek aangaf niet te willen verhuren vanwege de aanwezigheid van een hond. Het ging om vier reacties, waarvan één verhuurder aangaf ook niet aan de controlepersoon te willen verhuren (om andere redenen). Als deze reacties niet zouden worden meegeteld, zou de netto-discriminatiegraad 11,4% bedragen (namelijk (7-2)/44). Tabel 19. Correspondentietest makelaars

Testpersoon (Bart) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

26

5

(Bram)

Negatief

1

35

37

Tabel 20. Correspondentietest particuliere verhuurders

Testpersoon (Bart) Positief

Negatief

Controlepersoon

Positief

10

10

(Bram)

Negatief

2

22

Mystery calls In totaal zijn er twaalf makelaars gebeld, waarvan er tien makelaars bereikt werden. Van de makelaars die in 2019 zijn bereikt zijn er in 2020 tien opnieuw bereikt, echter voor de discriminatiegrond ‘fysieke beperking’. Op basis van onderstaande resultaten kan gesteld dat makelaars op vrij uiteenlopende manieren op het verzoek reageren. De mystery calls met betrekking tot discriminatie op grond van fysieke beperking tonen aan dat de helft van de respondenten ingaan op het verzoek van een verhuurder om niet aan mensen met een fysieke beperking te verhuren, indien hierdoor de verhuurder specifiek naar gevraagd wordt. Van de bereikte makelaars wisten er drie dat het wettelijk gezien niet mocht, maar waren zij wel bereid mee te werken (30%). Twee van de respondenten wilden rekening houden met onze (discriminerende) eisen, maar uit hun antwoord bleek niet dat ze wisten dat het wettelijk verboden is om op grond van fysieke beperking onderscheid te maken (2 makelaars, 20%). Eén van deze makelaars stelde hierbij: ‘dat kunnen we gewoon doen. Er komen vaak niet eens mensen met een handicap op af, maar ik snap dat je daarop wilt filteren’. Drie van de makelaars gaven aan zelf deze selectie niet te maken, maar dat de keuze bij de verhuurder ligt (3 makelaars, 30%). Twee van de makelaars gaf aan hier niet mee te werken aan dergelijk verzoek (2 makelaars, 20%).

Eén van deze makelaars gaf hierbij aan ‘dat klinkt als discriminatie, dus mag ik niet doen’.

Tabel 21. Resultaten mystery calls ‘Fysieke beperking’

Resultaten

Aantallen

Percentages

Natuurlijk, geen probleem

2

20%

Het mag eigenlijk niet, maar

3

30%

Dat is aan de verhuurder

3

30%

Daar kunnen we niet aan meewerken

2

20%

Eindtotaal

10

100%

38

Verdiepende interviews Onderstaande resultaten dragen bij aan het schetsen van de context waarin discriminatie voorkomt op de Utrechtse particuliere woningmarkt, waarbij vooral is ingegaan op de rol van de makelaar als bemiddelende partij. Ervaring met het discriminerende verzoek Om een beter beeld te kunnen verkrijgen over de mate waarin makelaars te maken krijgen met discriminerende verzoeken, is er gevraagd of zij soortgelijke verzoeken krijgen van woningeigenaren. Alle geïnterviewde makelaars gaven aan dat zijn niet vaak ‘directe discriminerende’ verzoeken krijgen van de woningeigenaren. Dit beeld wordt wel ondersteund door de verkregen resultaten van de mystery calls met betrekking tot seksuele gerichtheid en fysieke beperking, waar vaker werd benoemd dat zij een dergelijk verzoek niet vaak kregen. Echter wordt dit beeld niet bevestigd door de reacties tijdens de mystery calls voor de grond ‘etniciteit’, waarbij niet werd gesteld dat zij niet eerder een dergelijk verzoek hadden ontvangen. Daarnaast is tijdens de vervolggesprekken gevraagd hoe de makelaars het discriminerende verzoek hebben ervaren. Het discriminerende verzoek werd niet door alle makelaars als discriminerend ervaren. De makelaars die volgens onze categorisatie wilden meewerken aan het verzoek, gaven aan dat zij het maken van een voorselectie niet als discriminatie classificeren.

Het maken van een selectie, wordt juist als een essentieel onderdeel van hun werkzaamheden ervaren. De makelaars die niet wilde meewerken aan het discriminerende verzoek, gaven ook aan dat zij vaak een voorselectie maken, maar stelden hier expliciet bij dat dit alleen op basis van objectieve gronden gedaan wordt, gronden als inkomen, een vaste baan of het hebben van huisdieren. Op basis van deze interviews kan gesteld worden dat er verschillende belevingen bestaan over de criteria waarover een makelaar een voorselectie mag maken. Daarnaast geven verschillende makelaars ook aan dat zij op basis van hun ervaring als makelaar snel weten of iemand een geschikte huurder is. Dit kan ook zorgen voor mogelijke discriminatie. Het volgens enkele makelaars ook mogelijk dat makelaars zelf bepaalde vooroordelen hebben. Tijdens de eerste selectie maken makelaars op basis van relatief weinig informatie een eerste schifting. Het is daarom goed mogelijk dat vanwege bepaalde vooroordelen en bepaalde voorkeuren sommige kandidaat-huurders minder kans maken op een uitnodiging.

Verhaeghe en Ghekiere geven namelijk aan dat etnische minderheden disproportioneel hard getroffen zullen worden op het moment dat de makelaar een selectie aanhoudt op basis van subjectieve eigenschappen zoals waarden, uiterlijk en persoonlijke ervaring.60 Mogelijke invloedsfactoren Sommige makelaars geven aan dat het vaker voorkomt dat (potentiële) verhuurders bepaalde (soms discriminerende) wensen of ideeën hebben met betrekking tot de mogelijke huurder. Een aantal 60

Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Brussel: Vakgroep sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

39

makelaars geeft aan dat de wens van de klant centraal staat en dat zij hier ook zo veel mogelijk rekening mee willen houden, omdat zij binnen een dienstverlenende industrie werkzaam zijn. De manier waarop en tot op welke hoogte zij hiermee rekening houden loopt sterk uiteen. Een aantal makelaars geeft aan dat zij het lastig vinden, omdat zij enerzijds graag willen verhuren/verkopen, maar anderzijds ook te maken krijgen met discriminerende eisen van een eigenaar. Voor sommige makelaars is de keuze heel helder en gaan ze niet in zee met iemand die dergelijke verzoeken heeft. Echter, doordat er weinig aanbod en veel vraag is naar huurwoningen (krapte op de markt), geven sommige makelaars aan dat het moeilijk kan zijn om tegen een (discriminerende) eis van een eigenaar in te gaan, omdat zij wel de woning willen verhuren. Bekendheid

met

(beleid

en

informatie

over)

discriminatie

op

de

particuliere

huurwoningmarkt Uit de interviews is gebleken dat de meeste makelaars die niet op het discriminerende verzoek wilden ingaan, informatie hadden ontvangen vanuit één of meerdere partijen. Dit terwijl partijen die wel op het verzoek wilden ingaan veelal geen informatie hadden gehad. Dit betreft informatie vanuit: -

Brancheverenigingen. Het verschilt echter of en in welke mate zij vanuit de brancheorganisatie geïnformeerd zijn over discriminatie. Ook geeft de helft van de makelaars aan geen lid te zijn van een branchevereniging, omdat zij hier het nut niet van inzien. Hierdoor wordt de invloed van informatieverstrekking vanuit brancheverenigingen kleiner.

-

Verhuursites. Hierin werd onder andere in vermeld welke teksten in advertenties wettelijk gezien verboden zijn.

-

Eigen (landelijke) organisatie. Bij grotere makelaars werd er in een geval ook vanuit het hoofdkantoor of de overkoepelende organisatie informatie verstuurd.

Geen enkele makelaar gaf aan informatie vanuit de gemeente te hebben kregen. Daarnaast waren maar twee van de zes makelaars bekend met het voorgaande onderzoek naar discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. Daarnaast was geen enkele makelaar op de hoogte van eventueel beleid dat Gemeente Utrecht hanteert ten aanzien van huurwoningmarktdiscriminatie. Mogelijke oplossingen Als laatste is in het interview is ingegaan op de mogelijke oplossingen, die kunnen bijdragen aan het verminderen van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. De meeste makelaars geven aan dat ze het heel moeilijk vinden om aan te geven wat er gedaan zou kunnen worden om discriminatie op de huurwoningmarkt tegen te gaan. Eén van de makelaars gaf daarbij aan dat het alleen kan als de gehele sector meewerkt, maar dat dat onmogelijk is, omdat er altijd makelaars zullen zijn die daar niet aan mee willen doen. Daarnaast gaf één van de makelaars aan

40

dat hard optreden waarschijnlijk geen zin heeft, omdat discriminatie dan op andere, meer verscholen manieren, alsnog voorkomt. Het zou volgens meerdere makelaars goed zijn om te kijken naar redenen achter de discriminerende verzoeken.

Conclusie In dit onderzoek is beoogd om een weergave te geven van de mate van discriminatie op de Utrechts particuliere huurwoningmarkt in 2020. De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig: naast de weergave van de situatie in 2020, wordt er ook een vergelijking gemaakt met de mate van discriminatie in 2019. Doordat deze vergelijking gemaakt wordt, kan er een patroon van structurele discriminatie

worden

aangetoond.

Onderstaande

conclusies

worden

per

onderzoeksgrond

uiteengezet voor makelaars én particuliere verhuurders, om antwoord te geven op de eerste en tweede deelvraag. Correspondentietesten etniciteit De correspondentietesten tonen aan dat mannelijke kandidaat-huurder met een niet-westers klinkende naam in 12,7% van de gevallen benadeeld worden. Dit is een significant verschil, wat aantoont dat mannelijke kandidaat-huurders systematisch benadeeld worden door makelaars en verhuurders in vergelijking met mannelijke kandidaten met een Nederlands klinkende naam. Indien deze resultaten uitgesplitst worden op resultaten voor makelaars en particuliere verhuurders, blijkt dat kandidaat-huurders met een niet-westers klinkende naam 14,6% minder kans heeft op een positieve reactie bij makelaars, terwijl deze bij particuliere verhuurders 10% blijkt. De nettodiscriminatiegraad bleek bij makelaars wel significant af te wijken van nul, terwijl deze bij particuliere verhuurders niet significant afweek. Echter was het resultaat randsignificant (p = 0.07), wat wel een effect aan kan duiden. Deze aanduiding wordt versterkt door het feit dat deze resultaten sterk overeenkomen met de resultaten van voorgaand jaar. Daarnaast is er ook een significant verband gevonden als makelaars en particulier verhuurder gezamenlijk geanalyseerd worden. Dit duidt op niet toevallig gevonden effect bij particuliere verhuurders.

De netto-discriminatiegraad voor de makelaars en particuliere verhuurders gezamenlijk is zowel in 2019 als 2020 significant gebleken. Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van (structurele) ongelijke behandeling voor deze onderzoeksgrond op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt in de periode 2019-2020. Correspondentietesten seksuele gerichtheid Hierna werd de mate van discriminatie omtrent seksuele gerichtheid onderzocht. Mannelijke kandidaat-huurders met een mannelijke partner bleken 8,8% minder kans hebben op een positieve reactie dan mannelijke kandidaat-huurders met een partner van het andere geslacht, wat een significant resultaat is. Dit betekent dat de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht systematisch benadeeld worden door makelaars en particuliere verhuurders in vergelijking met de mannelijke kandidaat-huurders met een partner van een ander geslacht. Bij makelaars hebben mannelijke kandidaten met een partner van hetzelfde geslacht 9,6% minder kans op een positieve reactie, wat een significant verschil is (p = 0.039). Echter is de kans op een positieve

41

reactie 7,7% minder voor mannelijke kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht bij

particuliere

verhuurders,

welk

geen

significant

verschil

is

(p

=

0.289).

De

netto-

discriminatiegraad voor de makelaars en particuliere verhuurders gezamenlijk is zowel in 2019 als 2020 significant gebleken. Er kan op basis van de resultaten geconcludeerd worden dat er sprake is van (structurele) ongelijke behandeling ongelijke behandeling voor deze onderzoeksgrond op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt in de periode 2019-2020. Een verschil met de resultaten van vorig jaar kan worden gevonden in de netto-discriminatiegraden behorend bij particuliere verhuurders. Waar er vorig jaar nog sprake was van een randsignificant resultaat (p = .063), is deze dit jaar niet meer het geval (p = .289). Correspondentietesten fysieke beperking Uit de resultaten van de correspondentietesten voor de grond fysieke beperking kan opgemaakt worden dat mannelijke kandidaten met een fysieke beperking in 10,8% van de gevallen nadeliger behandeld worden in vergelijking met mannelijke kandidaat-huurders zonder een fysieke beperking. Dit resultaat is significant en niet te wijten aan toeval. Deze significant nadelige behandeling wordt met name veroorzaakt door het verschil in behandeling door particuliere verhuurders (18,2%, significant). Bij makelaars is een niet-significante netto-discriminatiegraad van 6% gevonden. Mystery calls De derde deelvraag betreft de mate waarin makelaars bereid zijn om mee te werken aan een discriminerend verzoek.

De resultaten van de mystery calls omtrent etniciteit tonen aan dat acht op de tien makelaars (80%) geneigd zijn mee te gaan met het verzoek van mogelijke verhuurders om niet aan mensen met een niet-westerse afkomst te verhuren. In vergelijking met 2019 blijft het merendeel ingaan op de discriminerende verzoeken, alhoewel het percentage makelaars wel iets lager ligt (namelijk 80% ten opzichte van 84%). Echter is er een verschuiving waarneembaar van de antwoordcategorie ‘natuurlijk geen probleem’ naar ‘het mag eigenlijk niet, maar... ’. Op basis hiervan kan verondersteld worden dat makelaars nu beter op de hoogte zijn van de wetgeving omtrent het verbod op discriminatie, maar dat het merendeel van de makelaars het verzoek niet weigert. De mystery calls met betrekking tot discriminatie op grond van seksuele gerichtheid tonen aan dat vijf op de tien respondenten (50%) ingaat op het verzoek van een verhuurder om niet aan mensen met een homoseksuele gerichtheid te verhuren. Dit is een relatief grote daling ten opzichte van de resultaten van 2019 (86, ⅔%), al is er geen directe vergelijking te maken omdat er maar zeven makelaars hertest zijn in 2020. Daarnaast is het opvallend dat twee makelaars door hadden dat het om een onderzoek ging. Het is mogelijk dat het expliciet willen uitsluiten niet-hetero huurders een niet veel voorkomend verzoek is.

De mystery calls voor de discriminatiegrond ‘fysieke beperking’ zijn sterk uiteenlopend. Vijf van de tien makelaars gingen in op het discriminerende verzoek (50%). Daarnaast stelden drie makelaars dat zij deze selectie niet maken, maar dat die keuze bij de verhuurder ligt (30%). Twee van de tien

42

makelaars gaven aan niet aan een dergelijk verzoek mee te werken (20%). Er kan geen vergelijking gemaakt worden met de situatie in 2019, omdat deze discriminatiegrond vorig jaar niet is onderzocht. Binnen de resultaten van de mystery calls zijn twee interessante verschuivingen waarneembaar. Ten eerste zijn makelaars in toenemende mate van bewust dat het discriminerende verzoek in strijd is met de wet. Ten tweede wordt er vaker dan in 2020 expliciet gesteld dat zij als makelaar die selectie niet maken, maar dat het de eigenaar vrijstaat om op deze wettelijke beschermde gronden te selecteren. Hiermee wordt discriminatie niet afgekeurd, maar is het mogelijk dat discriminatie juist verder in het selectieproces optreedt. Verdiepende interviews De resultaten die zijn verkregen bij de mystery calls, worden ondersteund door de data verkregen bij de verdiepende interviews. Makelaars geven veelal aan dat zij werken voor de eigenaar en dat hierin de wens van de eigenaar leidend is. Dit effect kan versterkt worden door een krappe woningmarkt, omdat makelaars minder mogelijkheden hebben om te verhuren. Daarnaast is het echter ook mogelijk dat makelaars, op basis van eigen (onbewuste) vooroordelen of risico inschatting, ongelijke behandeling in de hand werken. Aanvullend kan gesteld worden dat makelaars zich vaak niet bewust zijn van het feit dat ze discrimineren.

Dit komt ook naar voren in de interviews, waarin vaak expliciet werd vermeld dat zij hun acties niet ervaren als discriminatie. Er bestaat dus nog onduidelijkheid bij makelaars op basis van welke gronden wel een selectie gemaakt mag worden én op welke manier dit kan gebeuren. Goede informatievoorziening vanuit de overheid kan hier aan bijdragen volgens de participanten.

Verklaring In de inleiding van dit onderzoek is reeds uiteengezet dat discriminatie op de woningmarkt verklaard kan worden op basis van drie onderliggende motieven. Discriminatie kan haar grondslag vinden in aversieve discriminatie (expliciete afkeur van bepaalde groepen); statistische discriminatie (risico inschatting van een individu op basis van bepaalde veronderstelde groepskenmerken); en onbewuste discriminatie (discriminatie gestoeld op onbewuste vooroordelen). Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een makelaar bij het een discriminerend verzoek aangeeft niet te selecteren op basis van beschermde gronden, maar dat bij de daadwerkelijke selectie van huurders de makelaar op basis van onbewuste vooroordelen onbewust verboden onderscheid maakt. Alle drie de verschillende oorzaken van discriminatie moeten daarom worden beschouwd als mogelijke verklaringen voor discriminatie, al kan het op individueel niveau verschillen welke motieven van invloed zijn op het gedrag van een betreffende verhuurder of makelaar. Een aantal makelaars gaf aan dat zij soms in een bepaalde mate een afhankelijkheidsrelatie ervaren ten aanzien van de opdrachtgever (de woningeigenaar). Deze scheve verhouding kan versterkt worden door een krappe huurwoningmarkt. Makelaars kunnen de samenwerking met de eigenaar zo

43

ervaren, dat zij niet tegen een discriminerend verzoek ingaan, omdat ze graag de woning willen verhuren. In tijde van krapte kan de makelaar in verband met minder woningaanbod, meer noodzaak zien om de opdracht aan te nemen. Daarnaast kan het ook het geval zijn dat makelaars of verhuurders er niet van bewust zijn dat bepaalde selectiecriteria discriminerend kunnen uitwerken.61 Dit kan voortkomen uit een gebrek aan kennis en bewustwording omtrent huurwoningmarktdiscriminatie. In de interviews kwam dit ook naar voren. Niet alleen gaven zij aan recentelijk geen informatie over het onderwerp te hebben ontvangen, er was ook veel verwarring over de discriminerende aard van de reactie. Het gebrek aan kennis verklaart ook deels de resultaten voor de discriminatiegrond ‘fysieke beperking’. Met name particuliere verhuurders gaven in de reacties aan dat verhuur niet mogelijk was, omdat huisdieren niet zijn toegestaan. Bij het weigeren van een huurder, vanwege het hebben van hulphond, is er echter sprake van verboden indirect onderscheid.62 Enkele particuliere verhuurder beschouwden een hulphond als een normaal huisdier en zagen dit als een gegronde reden om een kandidaat-huurder af te wijzen. Bovenstaande verklaringen komen ook grotendeels overeen met de oorzaken en invloedsfactoren, die tijdens de interviews naar voren kwamen. Allereerst werd er in de interviews benoemd door makelaars,

dat

zij

geen

extra

informatie

hadden

ontvangen

met

betrekking

tot

huurwoningmarktdiscriminatie, waardoor zij zich niet allemaal bewust zijn van zaken die als discriminerend gezien kunnen worden. Ook kwamen in de interviews de krapte op de woningmarkt; het dienstverlenende karakter waar klant koning is en het snelle inschatten op basis van weinig informatie naar voren als mogelijke factoren.

Limitaties Uiteraard kent dit onderzoek een aantal beperkingen. Ten eerste kan je aan de hand van correspondentietesten enkel het voorkomen van discriminatie in de eerste fase - namelijk het krijgen van een positief of negatief bericht - van het verhuurproces nagaan. Uit de antwoorden die de onderzoekers kregen tijdens de mystery calls en de verdiepende interviews, ontstond de indruk dat discriminatie ook kan plaatsvinden in een latere fase van het verhuurproces. Zo gaven veel makelaars aan een voorselectie te kunnen maken, door de kandidaat-huurder te vragen naar meer informatie. Dit komt overeen met de vele e-mails, die tijdens de correspondentietesten werden ontvangen, waarin gevraagd werd om meer informatie. In de latere fases, zoals bij een bezichtiging, is persoonlijk contact echter onvermijdelijk, waardoor dit veel lastiger te testen is.63 Verkennend

61

Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Centrum voor Staat en Recht. 62 Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.-P., & Van de Putte, B. (2016). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: onderzoeksrapport. 63 Verhaeghe, P. P., & Van der Bracht, K. (2017). Praktijktesten: Van onderzoeksmethode naar beleidsinstrument tegen discriminatie?. Sociologos, 38(1), 182-200, p.190

44

onderzoek naar discriminatie in latere fases in het verhuurproces, zou een beter beeld geven over discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Een tweede beperking is de grootte van de steekproef. Vorig jaar werd al aangegeven dat het moeilijk is om de benodigde 50 participanten te halen binnen de groep particuliere verhuurders. Dit jaar zijn er 60, 52, en 44 participanten behaald binnen de groep particuliere verhuurders voor respectievelijk de discriminatiegronden etniciteit, seksuele geaardheid en fysieke beperking. Hierbij was echter ook de non-responsgroep aanwezig, waarbij zowel test- en controlepersoon geen antwoord

kregen.

Deze

resultaten

moeten

daarom

met

enige

voorzichtigheid

worden

geïnterpreteerd. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de gehele steekproef, makelaars én particuliere verhuurders wel groot genoeg is om een betrouwbaar effect te laten zien. Een derde beperking richt zich op de achterdocht die mogelijk aanwezig is geweest bij makelaars. De afgelopen tijd is er veel aandacht geweest voor deze manier van onderzoeken. Er zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd dit jaar waarbij het gebruiken van praktijktesten centraal stond. Daarnaast is dit onderzoek ook aangekondigd door de gemeente Utrecht. Mogelijk hebben makelaars en particuliere verhuurders hier hoogte van gekregen, waardoor er extra gelet werd op het geven van de juiste reactie. Reacties van makelaars tijdens verdiepende interviews lijken aan te geven dat dit niet het geval is. Het valt echter niet direct te meten of makelaars op de hoogte waren van het onderzoek en of dit mogelijk invloed heeft gehad. Een laatste beperking heeft betrekking op de huidige pandemie. Uit onderzoek van Verhaeghe en Ghekiere blijkt dat de Covid-19 pandemie invloed kan hebben op de mate van discriminatie op de huurwoningmarkt.64 Uit het onderzoek bleek dat op de Belgische huurwoningmarkt de algemene kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging aanzienlijk lager was, maar dat dit effect sterker was voor Belgen met een Marokkaans klinkende naam.

Hoewel de resultaten niet gelijk veralgemeniseerd kunnen worden naar de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt, is het van belang rekening te houden met het feit dat de Covid-19 pandemie een soortgelijke invloed kan hebben op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt.

64 Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020) The impact of the Covid-19 pandemic on ethnic discrimination on the housing market. European Societies. DOI: 10.1080/14616696.2020.1827447

45

Aanbevelingen Om discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt zo effectief mogelijk tegen te gaan is het nodig om diverse methoden te combineren. In het voorgaande onderzoek uit 2019 is daarom ook een integrale aanpak aanbevolen, welke grotendeels gebaseerd is op de uitgevoerde aanpak in Gent:65 Gezien wij in dit onderzoek grotendeels aanvullingen op de aanbevelingen uit 2019 geven, achten wij het nodig deze aanpak van de gemeente Gent samen te vatten, alvorens wij verder gaan met het doen van aanbevelingen op basis van het huidige onderzoek.

Aanpak gemeente Gent als basis voor aanbeveling 2019/2020 De ‘Gentse Aanpak’ omvat meerdere stappen, om ten eerste discriminatie vast te kunnen stellen en om uiteindelijk discriminerende makelaars juridisch te vervolgen. Allereerst zijn alle makelaars in Gent meermaals onderzocht middels praktijktesten (871 testen uitgevoerd onder 86 makelaars). Hieruit bleek dat een aantal geteste makelaars een significant patroon van discriminatie vertoonde en ook zorgde voor de meeste discriminatie in Gent. Deze twaalf discriminerende makelaars werden uitgenodigd voor een sensibiliserend gesprek. Daarnaast werden alle makelaars, die actief zijn in Gent, uitgenodigd voor een training. De proactieve praktijktests werden in deze fase gebruikt als startpunt voor het trainen, informeren en sensibiliseren van makelaars. In de vervolgfase werden de twaalf discriminerende makelaars van de vorige studie opnieuw getest aan de hand van 130 reactieve juridische praktijktesten. Hierbij werd zowel getest of de methode gewerkt had, als gewerkt aan dossieropbouw voor eventuele gerechtelijke vervolging en sanctionering.66 Uit de analyse van Verhaeghe en Ghekiere (2020) blijkt dat de gebruikte methode in Gent ten minste ten dele effectief is tegen discriminatie op de woningmarkt.

Bij makelaars die wel ‘behandeld zijn’ zijn de kansen voor een kandidaat met een niet-Vlaams klinkende naam namelijk nagenoeg gelijk aan die van kandidaten met een Vlaams klinkende naam. De groep makelaars die nog discrimineert is grotendeels niet ‘behandeld’ met deze methode. Het lijkt daarom gerechtvaardigd om te denken dat deze methode ook in andere steden succesvol kan zijn.67 In Gent is deze methode dus effectief gebleken om discriminatie te verminderen. Om deze reden is deze methode als basis genomen voor de aanbevelingen uit zowel 2019 als 2020.

65

Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Brussel: Vakgroep sociologie, Vrije Universiteit Brussel. 66 Verhaeghe, P.P. (2018). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de reactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 67 Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Brussel: Vakgroep sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

46

Aanbevelingen op basis van huidig onderzoek Doordat dit onderzoek zowel in 2019 als in 2020 is uitgevoerd, kunnen we ook vaststellen of de huidige gemeentelijke aanpak heeft bijgedragen aan een daling van discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. In de conclusie is al aangegeven dat er zowel in 2019 als in 2020 sprake was van systematisch benadeling van mannen met een niet-westers klinkende achternaam, mannen met een partner van hetzelfde geslacht, en mannen met een fysieke beperking. Ondanks verschillende externe oorzaken, die ook van invloed kunnen zijn op woningmarktdiscriminatie (o.a. staat van de woningmarkt), blijkt uit dit onderzoek dat de maatregelen de tot nu toe getroffen zijn, onvoldoende effect hebben gehad om discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt te verminderen. Wij stellen de volgende aanpassingen/aanvullingen voor op de in 2019 opgestelde aanbeveling om de aanpak in Gent meer te volgen: 1.

Het advies in 2019 was om een integrale aanpak te voeren. Hoewel er een integrale aanpak is opgesteld, is het voor veel partijen, zoals de Utrechtse makelaars, onduidelijk hoe die aanpak eruitziet en op welke manier dit invloed heeft op hen. Uit het onderzoek is gebleken dat in ieder geval zij onvoldoende op de hoogte zijn van het door gemeente Utrecht opgestelde actieplan. Met andere woorden, er is veel gepraat óver makelaars, maar te weinig mét makelaars over de stappen die zij kunnen zetten om discriminatie tegen te gaan. Advies: Het is van belang dat belanghebbenden geïnformeerd zijn over de maatregelen die gemeente Utrecht heeft opgesteld en gaat opstellen. De informatieverstrekking dient op verschillende

niveaus

plaats

te

vinden.

Naast

het

opnemen

van

het

thema

‘woningmarktdiscriminatie’ in de Antidiscriminatie Agenda en het houden van gesprekken met branche- en koepelorganisaties, is het ook van belang om individuele makelaars en particuliere verhuurders te betrekken in vorming van beleid, als wel om ze te informeren over uitvoering van beleid. 2.

Het advies in 2019 was praktijktesten te herhalen. Deze konden namelijk aangeven of structurele discriminatie plaatsvond en aangeven of het plan van aanpak effect had gehad. Daarnaast konden ze, wanneer aangekondigd, dienen als beleidsmiddel om discriminatie te verminderen. Het herhalen van de praktijktesten heeft doorgang gevonden middels dit onderzoek, welke aangekondigd is in de media. Echter zijn de makelaars niet persoonlijk op de hoogte gesteld over het plaatsvinden van deze testen. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat een aanzienlijk deel van de makelaars (en de particuliere verhuurders) niet op de hoogte was van de aangekondigde praktijktesten, waardoor de praktijktesten ook weinig effect zullen hebben gehad als beleidsmiddel.

47

Advies: Gezien de makelaars niet op de hoogte waren van de praktijktesten, is er niet voldaan aan de door Verhaeghe vastgestelde voorwaarden om praktijktesten effectief in te zetten als beleidsmiddel.68 Geadviseerd wordt om een volgende keer dat praktijktesten uitgevoerd worden als beleidsmiddel, makelaars en particuliere verhuurders individueel op de hoogte te brengen van het plaatsvinden. Particulieren zijn hierbij zeker moeilijk te bereiken. Verhaeghe en Ghekiere geven mogelijke tips om deze groep wel te bereiken, namelijk door iedereen die meerdere huizen in Utrecht bezit, vanuit de gemeente een brief te sturen.69 3.

Ook werd in 2019 geadviseerd om makelaasr van informatieverstrekking, gesprekken en training te voorzien. Hoewel in de huidige aanpak wel het vergroten van bewustwording wordt genoemd, lijkt het duidelijk dat de uitvoering hiervan nog te wensen overlaat. De gemeente Utrecht richt zich meer op het gebruik van overkoepelende organisaties, media, en eigen kanalen/beleid om informatie te verspreiden. Het blijkt echter uit de interviews dat informatie over dit onderwerp individuele makelaars en particuliere verhuurders via deze kanalen niet heeft bereikt. Een aantal makelaars geeft in de interviews aan informatie over huurwoningmarktdiscriminatie te hebben ontvangen, echter het gros van de makelaars heeft deze niet ontvangen. Daarnaast hebben er geen sensibiliserende gesprekken of trainingen plaatsgevonden. Deze stappen vormen echter wel de kern van de aanpak in Gent. Advies: Ervoor zorgen dat makelaars en particuliere verhuurders professionaliseren op het gebied van huurwoningmarktdiscriminatie middels informatie, gesprekken, en trainingen is een belangrijke stap in het verminderen van discriminatie op de huurwoningmarkt. Het advies aan de gemeente is dan ook om concreet te kijken naar de uitvoering van informatieverstrekking, training, en gesprekken.

Door in gesprek te gaan met makelaars en particuliere verhuurders en hen trainingen en informatie aan te bieden kan discriminatie op de woningmarkt verminderd worden. Hierbij moet de focus niet worden gelegd op de markt in zijn geheel door bijvoorbeeld in gesprek te gaan met brancheorganisaties, maar op het bereiken van individuele makelaars en particuliere verhuurders. Speciale aandacht kan worden gegeven aan makelaars en particuliere verhuurders waarbij discriminerend handelen is aangetoond in uitgevoerde praktijktesten. Hiervoor zullen nieuwe praktijktesten moeten worden uitgevoerd. De huidige praktijktesten zijn namelijk onderzoeksmatig uitgevoerd, waardoor namen van individuele makelaars niet prijsgegeven zullen worden.

4.

Een laatste aanbeveling uit het onderzoek uit 2019 omvatte het verkennen van praktijktesten als basis voor gerechtelijke vervolging en sanctionering. Momenteel zijn er geen gevolgen aan de uitkomsten van de praktijktesten verbonden. Ze zijn enkel gebruikt

68

Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Centrum voor Staat en Recht. 69 Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Brussel: Vakgroep sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

48

als onderzoeksmethode om structurele discriminatie over de volledige markt aan te tonen. Hierdoor kunnen zij niet gebruikt worden om juridische vervolgstappen te zetten. Advies: In de aanpak van Gent worden de praktijktesten op verschillende manieren met verschillende doelstellingen ingezet. Na het persoonlijk aanschrijven van makelaars en particuliere verhuurders kunnen er juridische proactieve praktijktesten worden uitgevoerd.70 De makelaars die structureel discrimineren kunnen benaderd worden voor aanvullende bewustwording/empowerment

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=321c503a-3292-436f-9bd3-dc632a76e7a3