CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport Discriminatie op de Utrechtse particulier huurwoningmarkt - Academie van de Stad.pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Aanpak discriminatie op de woningmarkt21.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

trainingen

en

gesprekken.

Deze

makelaars

kunnen

vervolgens opnieuw getest worden door middel van reactieve juridische praktijktesten. Op basis van deze uitkomsten kunnen eventuele juridische vervolgstappen gezet worden, mede omdat een dossier is opgebouwd.71 Er moet echter gekeken worden welke methoden er binnen het Nederlandse rechtsstelsel beschikbaar zijn. Eventueel biedt het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut hier handvatten voor.72 Bovenstaande aanbevelingen richten zich, net zoals dit onderzoek, op de eerste fase van het verhuurproces. Er wordt dus niet gekeken naar latere fases van het verhuurproces. Tijdens de mystery calls gaven makelaars echter vaak aan dat er een (soms discriminerende) voorselectie gemaakt kan worden op basis van informatie die ze uitvragen bij de kandidaat. Ook tijdens de correspondentietesten werd vaak om meer informatie verzocht. Dit geeft ons een beeld dat discriminatie ook (veelvuldig) in latere fases plaats kan vinden, bijvoorbeeld bij bezichtigingen of zelfs bij het tekenen van het huurcontract. Het is dan ook van belang dat de gemeente Utrecht onderzoek laat uitvoeren naar discriminatie in latere fases van het verhuurproces. Mocht aangetoond worden dat hier discriminatie plaatsvindt, adviseren wij om ook daar juridische praktijktesten uit te voeren73.

In de Verenigde Staten zorgden praktijktesten in latere fases voor een sterke daling in discriminatie in alle fasen van het verhuurproces. 74

70

Zie Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Voor een toelichting op proactieve en reactieve juridische praktijktesten. 71 Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.-P., & Van de Putte, B. (2016). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: onderzoeksrapport.; Verhaeghe, P. P. (2017). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de proactieve fase. ; Verhaeghe, P.P. & Ghekiere, A. (2020). Is de etnische discriminatie op de Gentse woningmarkt structureel gedaald? Voor een toelichting op proactieve en reactieve juridische praktijktesten. 72 Andriessen, I. * Wittebrood, K. (2021). DISCRIMINATIE OP DE WONINGMARKT: Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: Verwey & Jonker & gemeente Utrecht. 73

Turner, M.A., Santos, R., Levy, D. et al. 2013. Housing Discrimination against Racial and Ethnic Minorities 2012. Washington, DC: US Department of Housing and Urban Development, volgens Verhaeghe, P.P. (2018). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de reactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 74 Ross, S., Turner, M.A. (2005). Housing discrimination in metropolitan America: explaining changes between 1989 and 2000. Social Problems, 52, 152-180, volgens Verhaeghe, P.P. (2018). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de reactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent.

49

Tot slot Verhaeghe heeft in zijn onderzoek naar de Gentse aanpak aangegeven dat er gestreefd moet worden naar “een cruciaal evenwicht tussen informeren, sensibiliseren, controleren, empoweren en handhaven. Alle aspecten zijn hierbij noodzakelijk: sensibiliserings- en informatiecampagnes kunnen niet zonder controle, empowering en handhaving, en omgekeerd. Enkel een geïntegreerde totaalaanpak zal werken”.75 Het beeld dat een integrale aanpak belangrijk is om huurwoningmarktdiscriminatie te kunnen verminderen wordt versterkt door onderzoeksresultaten van het Verwey-Jonker Instituut. Zij geven aan dat er verschillende maatregelen genomen kunnen worden. Deze richten zich op voorlichting, het transparanter en objectiever maken van het wervings- en selectieproces, toezicht en handhaving, en als laatste sanctionering. Deze maatregelen laten echter vooral gecombineerd hun meerwaarde zien. De integrale inzet van maatregelen is essentieel.76 Concluderend kunnen we stellen dat discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt ook in 2020 nog steeds plaatsvindt. Om discriminatie te verminderen op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt moet het beleid van de gemeente Utrecht dus vooral een totaalaanpak behelzen, waarin elk aspect is bekeken en meegenomen. Alleen hiermee kan het grootste effect behaald worden én kan discriminatie op de huurwoningmarkt effectief verminderd worden.

75

Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.-P., & Van de Putte, B. (2016). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: onderzoeksrapport. P. 47 76 Andriessen, I. * Wittebrood, K. (2021). DISCRIMINATIE OP DE WONINGMARKT: Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: Verwey & Jonker & gemeente Utrecht.

50

Bijlage 1 memo ‘keuze onderzoeksgronden’ MEMO Datum Auteurs Onderwerp Beleidsveld

26 juli 2020 D. Gielkens en F. Wegkamp (Academie van de Stad) Advies te onderzoeken variabelen voor onderzoek ‘discriminatie Utrechtse woningmarkt’ Wonen

Samenvatting Deze memo bevat ons advies op basis van wet- en regelgeving en (wetenschappelijke) literatuur met betrekking tot vier (discriminatie-)gronden. Ons advies met betrekking tot deze gronden is: 1.

2.

3.

4.

Leeftijd. Wij adviseren om de variabele ‘leeftijd’ niet op te nemen in het onderzoek naar discriminatie op de Utrechtse huurwoningmarkt. Geslacht (gender) Wij adviseren om, indien er binnen de onderzoeksopzet ruimte is voor één of meerdere aanvullende variabelen, de variabele ‘geslacht’ mee te nemen als aanvullende onderzoeksvariabele. Fysieke beperking en/of chronische ziekte Wij adviseren om, indien er binnen de onderzoeksopzet ruimte is voor één of meerdere aanvullende variabelen, de variabele fysieke ‘beperking en/of chronische ziekte’ mee te nemen als aanvullende onderzoeksvariabele. Internationale studenten WIj adviseren om de variabele ‘internationale studenten’ niet mee te nemen in dit vervolgonderzoek.

Aanleiding Deze memo is tot stand gekomen naar aanleiding van de recentelijke technische briefing in de Utrechtse gemeenteraad. Tijdens deze technische briefing werd het onderzoek uit 2019 naar discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt besproken. Vanuit verschillende raadsleden werd er gevraagd naar de onderbouwing voor de specifieke discriminatiegronden (etniciteit en seksuele gerichtheid), die in dit onderzoek centraal stonden. In deze technische briefing is uiteengezet dat deze twee discriminatiegronden als variabelen zijn opgenomen in het onderzoek, omdat deze in de wetenschappelijke literatuur het vaakst onderzocht werden in relatie tot discriminatie binnen de huurwoningmarkt. Daarnaast werden deze discriminatiegronden (expliciet) benoemd in motie ‘Aanpak discriminatie woningmarkt’ (136-2018). Tijdens deze technische briefing is toegezegd dat er een verkenning van andere mogelijke discriminatiegronden zou volgen, welke meegenomen zouden worden in vervolgonderzoek.

51

Deze memo bevat een advies op basis van wet- en regelgeving en een wetenschappelijke literatuur met betrekking tot de (discriminatie-)gronden: -

Leeftijd; Geslacht; Fysieke beperking en/of chronische ziekte; Internationale studenten.

Op basis van dit advies is een plan van aanpak opgesteld, voor de uitvoering van het gestelde advies door de onderzoekers van Academie van de Stad. Achtergrond Leeftijd Juridische kaders Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet geldt in principe alleen voor verticale relaties (een relatie tussen burger en overheid). Dit betekent dat dit een verplichting met zich meebrengt voor de overheid. Voor relaties tussen burgers (horizontale relaties) is het discriminatieverbod uitgewerkt in diverse wet- en regelgeving. Hieronder valt ook de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).77 Deze wet beschermt burgers tegen ongelijke behandeling op een aantal wettelijk geformuleerde gronden: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat. De ‘Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd’ (WGBL) is alleen toegespitst op arbeid en beschermt niet tegen ongelijke behandeling bij de verhuur van woonruimte. Ongelijke behandeling op grond van leeftijd is niet bij wet verboden, indien het het onderscheid op basis van leeftijd betreft. Literatuuronderzoek Er is weinig onderzoek gedaan naar de verschillende behandeling o.b.v. leeftijd met betrekking tot de toegankelijkheid op de huurwoningmarkt.

In Zweeds onderzoek (Carlsson & Eriksson, 2014) wordt gesteld dat er nauwelijks correspondentietesten zijn uitgevoerd waarbij leeftijd meegenomen werd als onderzoeksvariabel.78 In het onderzoek hebben zijn gekeken naar verschillen tussen de leeftijdsgroepen: 25–35, 36–45, en 46–55. In het onderzoek van Carlsson en Eriksson blijkt dat in verschil in leeftijd geen invloed heeft op de kansen op de huurwoningmarkt. Indien werksituatie wordt meegenomen in de analyse, lijkt het hebben van een baan (t.o.v. werkloos) een sterker positief effect te hebben voor woningzoekers tussen de 36-45 en 46-55. Dit zou kunnen betekenen dat verhuurders het hebben van een betaalde baan een belangrijkere graadmeter vinden voor mensen uit deze groepen, dan voor jongeren (25-35). Naar ons weten, is er naast dit Zweedse onderzoek, nauwelijks onderzoek gedaan naar leeftijdsdiscriminatie op de woningmarkt. Böcker, Terlouw en Özdemir (2019) hebben onder andere de klachten geanalyseerd, die door het College van de Rechten van de Mens in de periode 2013-20 werden ontvangen.79 In deze periode werden 46 meldingen ontvangen die (mogelijke of gepercipieerde) discriminatie bij de verhuur van een woonruimte in de private sector betroffen. Van deze meldingen gingen er twee expliciet over leeftijdsdiscriminatie, waarbij aangegeven werd dat de woonruimte alleen voor ouderen bestemd was.

In één geval betrof de melding dat een woonruimte alleen voor jongeren bedoeld was.

77

Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E.(2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Centrum voor Staat en Recht. 78 Carlsson, M., & Eriksson, S. (2014). Discrimination in the rental market for apartments. Journal of Housing Economics, 23, 41-54. 79 Böcker, A. et al. (2019).

52

Advies Er is geen wettelijk verbod op onderscheid op basis van leeftijd binnen de huursector. Daarnaast zijn er nauwelijkse meldingen met betrekking tot leeftijdsdiscriminatie. Ook is er weinig wetenschappelijke literatuur beschikbaar, waarbij er een indicatie is dat er sprake is van ongelijke behandeling van potentiële huurders op basis van leeftijd. Op basis hiervan adviseren wij de variabele leeftijd niet op te nemen in het onderzoek naar discriminatie op de Utrechtse huurwoningmarkt. Geslacht Juridische kaders De AWGB beschermt burgers tegen ongelijke behandeling op een aantal wettelijk geformuleerde gronden. Hieronder valt ook de grond ‘geslacht’. Op basis hiervan is ongelijke behandeling op basis van geslacht bij de verhuur van woningen per wet verboden. Literatuuronderzoek In de meta-analyse over de periode 2006-2017 in OECD-landen (Organisation for Economic Cooperation and Development) van Flage zij de resultaten van 25 studies opgenomen.80 Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van genderdiscriminatie. Waarbij vrouwen een hogere kans hebben voor het bezichtigen van een woonruimte dan mannen. Hierbij geldt dat er een interactie-effect is met etniciteit. Het effect van sekse is sterker voor minderheidsgroepen dan voor meerderheidsgroepen.

Vrouwen, behorend tot de meerderheidsgroep, hebben de meeste kans op een bezichtiging en mannen, behorende tot een minderheidsgroep, hebben de kleinste kans. Ook uit onderzoek van Ahmed en Hammarstedt blijkt dat op de Zweedse huurwoningmarkt sprake is van discriminatie, waarbij Zweedse vrouwen makkelijker een woning vinden dan Zweedse mannen.81 Uit het onderzoek van Rigo in Amsterdam blijkt ook dat Nederlandse vrouwen de meest gunstige positie hebben ten opzichte van mannen met een niet-westerse naam.82 In België is er meer onderzoek gedaan naar de invloed van geslacht op de huurkansen van kandidaat-huurders. Uit onderzoek van het Interfederale Gelijkekansencentrum bleek ook dat vooral mannen benadeeld worden, als de factoren etniciteit en geslacht interacteren.83 Als er gekeken wordt naar vermogensgrond, dan worden vrouwen het meest nadelig behandeld. Er is echter nauwelijks onderzoek gedaan waarbij alleen discriminatie op basis van geslacht onderzocht werd. Advies De AWGB biedt een sterke juridische basis die ongelijke behandeling met betrekking tot geslacht verbiedt. Daarnaast blijkt uit de literatuur dat er inderdaad sprake is van ongelijke behandeling op basis van geslacht op de (huur)woningmarkt. Echter deze ongelijke behandeling is niet eenduidig en wordt ook beïnvloed door andere variabelen (o.a. etniciteit en vermogen).

Op basis van het ontbreken van duidelijke empirische resultaten adviseren wij, indien er binnen de onderzoeksopzet ruimte is voor één of meerdere aanvullende variabelen, de variabele geslacht mee te nemen als onderzoeksvariabele. Handicap en/of chronische ziekte Juridische kaders De Algemene wet gelijke behandeling omvat onderstaande gronden: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat. Voor onderscheid op grond van handicap bestaat de Wet gelijke

80

Flage, A. (2018). Ethnic and gender discrimination in the rental housing market: Evidence from a meta-analysis of correspondence tests, 2006–2017. Journal of Housing Economics, 41, 251-273. 81 Ahmed, A. M., & Hammarstedt, M. (2008). Discrimination in the rental housing market: A field experiment on the Internet. Journal of Urban Economics, 64(2), 362-372. 82 Rigo Research en Advies (2020) Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt Praktijktesten in de particuliere huursector, 1 -16. 83 Interfederaal Gelijkekansencentrum (2014). Diversiteitsbarometer huisvesting (2014). Brussel: Interfederaal Gelijkekansencentrum, 190-195.

53

behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/ZC). Er is daarmee een wettelijke basis voor het verbod van onderscheid op basis van handicap of chronische ziekte binnen de verhuur van woonruimte. Een verhuurder dient daarmee bouwkundige of woontechnische aanpassingen te faciliteren, tenzij dit een onevenredige belasting voor de verhuurder vormt (Art 2, WBGH/ZC). Literatuuronderzoek Uit de literatuur blijkt dat kandidaat-huurders met een handicap nadeliger worden behandeld dan kandidaat-huurders zonder handicap. Dit blijkt uit onder andere uit onderzoek van Verhaeghe uit 2017.84 Uit onderzoek naar discriminatie op de Gentse woningmarkt blijkt dat kandidaat-huurders met een handicap in 15% van de gevallen nadeliger werden behandeld door een makelaar, dan kandidaat-huurders zonder een handicap. In de literatuur wordt de handicap van de kandidaat-huurder vaak geoperationaliseerd door in de email naar de verhuurder aan te geven dat hij(/zij) een blindengeleidehond mee wil nemen naar de bezichtiging. Hieruit blijkt dat de kandidaat-huurder een visuele beperking heeft.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat dit een succesvolle methodiek is voor het operationaliseren van een handicap.85 Ook is het mogelijk om een handicap op meerdere manieren kenbaar te maken aan de verhuurder, om op deze manier te voorkomen dat er eventueel vermoedens ontstaan dat er een onderzoek uitgevoerd werd. In het onderzoek van Verhaeghe werden mensen met een handicap onder andere aangeduid als rolstoelgebruikers of als kandidaten met een meervoudige beperking (slechtziend en slechthorend).86 Advies Er is een wettelijke verbod voor het maken van onderscheid op basis van een handicap/ chronische ziekte bij de verhuur van woonruimte. Daarnaast is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar deze discriminatiegrond, waaruit blijkt dat er sprake is van significante ongelijke behandeling (discriminatie) van kandidaat-huurders met een handicap en/of chronische ziekte. Op basis hiervan zouden wij, indien er binnen de onderzoeksopzet ruimte is voor één of meerdere aanvullende variabelen, de variabele handicap/chronische ziekte als aanvullende variabele adviseren. Studenten Juridische kaders Vanuit de gelijkebehandelingswetgeving is het onderscheid maken op basis van nationaliteit expliciet verboden. Deze wet is van toepassing voor het aanbieden van goederen en diensten, hieronder valt het aanbieden van een woning voor verhuur.

Er mag dus geen direct of indirect onderscheid op basis van nationaliteit, zonder objectieve rechtvaardiging worden gemaakt bij de verhuur van een woning. Er geldt echter een uitzondering voor een particulier als hij zijn huis of één van zijn kamers verhuurt. De uitzondering met betrekking tot de privésfeer is opgenomen in art. 7 van de Algemene wet gelijke behandeling. Voorwaarde hiervoor is dat de woonruimte niet in het openbaar aangeboden wordt. Indien de woonruimte wel in het openbaar wordt aangeboden, geldt de AWGB wel. Vanuit de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens, is er nog geen duidelijke definitie wat openbaar aanbod behelst. Wel blijkt dat de uitzondering van de privésfeer niet geldt voor aanbod via Funda.nl of Kamernet.nl. Voor aanbod via Facebook is nog geen uitspraak gedaan, waardoor per 84

Verhaeghe, P.P. (2017). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de proactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 85 Verhaeghe, P.P. (2017). Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de proactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 86 Voor volledige operationalisatie zie: Juridische praktijktesten naar discriminatie op de private huurwoningmarkt in Gent: de proactieve fase. Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent.

54

geval beoordeeld moet worden of er sprake is van verboden onderscheid. Daarnaast dient er ook een legitiem doel te zijn waardoor het verschil in behandeling gerechtvaardigd wordt (AWGB, Art. 7, lid 3c). Ook dienen de middelen voor het bereiken van het doel passend en noodzakelijk te zijn. Literatuuronderzoek In 2017 besteedde NOS reeds aandacht aan het huisvestingsprobleem van internationale studenten.87 Voor internationale studenten is het vinden van een geschikte woning lastig. Dit leidt er bij een deel van de studenten toe dat zij (tijdelijk) onderdak vinden bij vrienden, in hostels overnachten of soms ook stoppen met hun studie.88 Dit blijkt vooral uit journalistieke bronnen, gezien er (nog) geen empirische gegevens beschikbaar zijn. Uit de analyse van Böcker en collega’s blijkt dat er in de periode 2013-2018 drie meldingen waren bij het College voor de Rechten van de Mens met betrekking tot het expliciet uitsluiten van internationale studenten. Daarnaast was er één melding waarbij gesteld werd dat er voorrang werd verleend aan internationale studenten.89 In het studiejaar 2019-2020 volgden 85 955 internationale studenten een voltijdopleiding in Nederland.90 Dit is 11,5 procent van het totaalaantal studenten. In het studiejaar 2018-2019 was het percentage 10,5 procent, het afgelopen studiejaar was er een stijging zichtbaar.

Voor het aankomende studiejaar zijn er nog geen cijfers beschikbaar. Het is echter te verwachten dat het aantal internationale studenten in Nederland lager zal zijn in verband met de Covid-19 pandemie.91 Desondanks, zal het huisvestingsprobleem voor internationale studenten zich waarschijnlijk blijven voordoen, vooral zolang het kameraanbod achterblijft op de vraag. Advies In het onderzoek van 2019 is er onderzoek gedaan naar de verhuur van zelfstandige huurwoningen. Indien de variabele ‘internationale student’ wordt meegenomen wordt in het vervolgonderzoek, vraagt dit om een aanpassing van de onderzoeksmethodiek. Ten eerste zal een groot deel van het woningaanbod waarop gereageerd kan worden afvallen. Dit omdat een gemiddelde studenten niet voldoende inkomen heeft om een zelfstandige huurwoning in de vrije sector te huren. Er kan gekozen worden om te reageren op onzelfstandige woonruimtes (kamers). Echter zal een groot deel van het aanbod aangeboden worden door de huidige huurders van de woningen waarop gereageerd wordt. Hierdoor is het mogelijk dat het onderscheid dat gemaakt, toegestaan is, omdat het gaat om de privésfeer. Hierdoor zou je wel de uitnodigingskans van internationale studenten kunnen toetsen, maar kan er niet worden achterhaald worden of dit op basis van de voorkeur van de verhuurder plaatsvindt of de voorkeur van de medehuurders.

Op basis van bovenstaande, adviseren wij om de variabele internationale studenten niet mee te nemen in dit vervolgonderzoek. Plan van Aanpak Er zal ongeveer vijf weken worden toegevoegd aan de betreffende tijdlijn met het kiezen van een extra variabele. Dit betreft extra werk in het zoeken van literatuur (één week), het verzamelen van data (drie weken), en het analyseren van de betreffende data (een week). Door het toevoegen van een of meerdere variabelen bestaat er dus een kans dat het onderzoek niet gereed zal zijn in 2020. Het is van belang dit mee te nemen in de overweging bij het kiezen.

87 88 89 90 91

https://nos.nl/op3/artikel/2185064-studentenkamers-beschikbaar-maar-no-internationals. html https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/4845217/kamernood-woningnood-buitenlandse-studenten-zoeken-kamer Böcker, A. et al. (2019). https://www.nuffic.nl/actueel/nuffic-publiceert-nieuwe-cijfers-internationale-studenten/ https://www.erasmusmagazine.nl/2020/05/26/kwart-internationale-studenten-verwacht- niet-naar-nederland-te-komen-door-corona/

55

Bijlage 2 ‘script mystery calls’ TESTER: Goeiemorgen/-middag/-avond, u spreekt met Joyce van Dijk. Ik heb een appartement hier in Utrecht. Ik heb er eerst zelf gewoond en ga nu naar een groter huis. Ik ben opzoek naar een mogelijke verhuurmakelaar voor de verhuur, want ik wil deze als de verbouwing klaar is gaan verhuren als 3-kamer appartement. Ik heb enkele vragen aan jullie: Vraag 1: Hoeveel kost ongeveer om via jullie een 3-kamer appartement te verhuren? Vraag 2: Wat kan ik door jullie laten regelen? Voor mij is het belangrijk dat jullie een goede pool kandidaten aanleveren en dat het in korte tijd geregeld is. Belangrijkste eis: Ik wil graag bepalen welke huurders erin komen en dat jullie hier ook rekening mee houden, zodat jullie geschikte kandidaten kunnen voordragen. Ik wil: -

Seksuele gerichtheid: Traditioneel stel/geen lesbisch of homoseksueel koppel.

-

Etniciteit: Ik wil Nederlandse huurder, dus geen allochtonen.

-

Handicap: geen gehandicapten.

Kunnen jullie daarvoor zorgen? Het is een belangrijke eis voor mij dat jullie daar rekening mee kunnen houden. <<< Wachten op reactie >>> Als ze vragen waarom? -

Statistische discriminatie: ‘ik heb er zelf slechte ervaringen mee/een vriendin heeft er slechte ervaringen mee’

-

Taste-based: ik wil gewoon geen…

-

Bij etniciteit: vooroordelen over meerdere huurders/slecht betalen/het kapot maken van woning

-

Bij seksuele gerichtheid: ‘prima dat ze dat willen, maar niet in mijn huis’

-

Bij handicap: Ik wil namelijk niet mijn huis hoeven aanpassen of honden in mijn huis of iets dergelijks. Daarnaast hebben vrienden slechte ervaring met mensen in rolstoel die alle hoekjes kapot maakte.

< Wachten op reactie > TESTER: Ok, bedankt. Ik zit nu midden in de verbouwingen, mocht dat goed lopen zal ik eind oktober contact met u opnemen voor een kennismaking.

56

Bijlage 3 ‘script interviews’ Doelstelling vervolggesprekken: Hierbij zal worden gevraagd waarom zij wel of niet ingingen op het discriminerende verzoek. De zes makelaars betreffen drie makelaars die wel op het discriminerende verzoek in wilden gaan en drie makelaars die niet op het discriminerende verzoek in wilden gaan. We hebben in de afgelopen twee weken onderzoek gedaan naar woningmarktdiscriminatie. We hebben hier met jou of een collega over gesproken, eventueel navragen of we doorverbonden kunnen worden naar de persoon met wie we gesproken hebben? 1.

Ben je er mee akkoord dat we dit onderzoek opnemen?

Introductie: we doen (in opdracht van gemeente) onderzoek hiernaar doen en zijn ook benieuwd naar de beweegredenen van makelaars om dan wel of niet mee te gaan in verzoeken. We willen benadrukken dat dit onderzoek geen enkele manier gegevens van makelaars publiceert, gaat om de algemene indruk voor de gemeente Utrecht. Algemeen: Wij kregen uit ons gesprek de indruk dat je niet/ wel mee wilde werken aan ons verzoek. -

We willen graag weten of jij dit ook zo hebt ervaren? Ja/nee

Wat speelt voor jou een rol? Waarom wel of niet gedaan? Bijvoorbeeld: -

Krapte op de markt

-

De eigen keuze van de klant

Topics: -

Het lijkt ons interessant om aan beide groepen te vragen hoe zij kijken tegenover (het tegengaan van) discriminatie op de woningmarkt.

-

Wat kan er gedaan worden om discriminatie tegen te gaan? Ook in relatie tot het bedienen van een klant.

-

Ben je op de hoogte van de beleidsmiddelen van Gemeente die zij hebben ingezet? Onder andere aankondigen van het onderzoek?

-

Ben je aangesloten bij een brancheorganisatie? Zo ja, wat doen zij om discriminatie tegen te gaan? Heb je verbetersuggesties?

-

(Heb je zelf zaken die je zou willen bespreken?)

Bedankt voor je medewerking!

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=321c503a-3292-436f-9bd3-dc632a76e7a3