CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040.pdf

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Omgevingsvisie Binnenstad 204023.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

■

Doorbraken tussen panden (horizontale samenvoegingen) vinden niet meer plaats.

Het maken van nieuwe kappen op platte daken is alleen wenselijk wanneer dit vanuit historisch perspectief waarde heeft, dus als een kap wordt teruggebracht die ooit is verwijderd. En alleen als het goed inpasbaar is in de huidige situatie. Ook in de binnenstad krijgen daken steeds vaker nieuwe functies, zoals (groen) dakterras, energieopwekking, waterbuffering of klimaatinstallaties. Mits ze goed kunnen worden ingepast en geen overlast veroorzaken voor de omgeving, zijn dit Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 43 - 43

gegeven. Wel dat er veel aandacht is voor vormgeving van een hoog kwaliteitsniveau, zodat nieuwe architectuur zich kan meten met historische panden. Goede nieuwbouw brengt in principe evenveel rijkdom en variatie mee als de historische bebouwing. ▲ Nieuwe architectuur in de Korte Jansstraat.

▲ Nieuwe architectuur in de Twijnstraat aan de Werf.

wenselijke ontwikkelingen die kwaliteit toevoegen aan het wonen in de binnenstad. Ook publieke toegankelijkheid van (groene) daken, daken die je kan gebruiken als uitbreiding van de openbare ruimte, is in de binnenstad gewenst.

materialen kunnen worden hergebruikt. Circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. De gemeente is aan het leren en experimenteren met een circulaire aanpak zowel wat betreft technische als financiële aspecten. Na 2023 is een versnelling voorzien. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door circulair in te kopen, nieuwe gebouwen en wegen zo circulair mogelijk te (laten) bouwen en afval te gebruiken als grondstof waar dat mogelijk is.

Gebouwen bieden ook kansen voor stadsnatuur: vleermuizen, vogels en insecten leven op daken, in dakgoten en kieren van muren. Planten zoals tongvarens groeien in de koekoek (kelderraam) van souterrains of in kademuren. Bij nieuwbouw kun je rekening houden met stadsnatuur door natuurinclusief te bouwen, bijvoorbeeld met groene daken en gevels. Daarmee vergroot je de biodiversiteit en ook is het fijn te leven in een omgeving waar je op verschillende manieren in aanraking komt met natuur, bijvoorbeeld doordat je vogels ziet en hoort. Circulair bouwen is normaal in 2040 en verplicht in 2050. Ook in de binnenstad worden panden dan niet alleen duurzaam gebouwd en gebruikt, maar ook zodanig gedemonteerd of gesloopt dat

44 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Extra aandacht krijgt de aantrekkelijke invulling van plinten, van gebouwen op ooghoogte. In belangrijke plinten (en zichtbaar op daken) zijn bergingen, technische ruimtes, klimaatbeheersingsinstallaties en dergelijke niet toegestaan, tenzij zeer zorgvuldig ingepast. Daarbij wordt ook rekening gehouden met mogelijke geluidsoverlast en geurhinder. Nieuwe architectuur moet ook een verfijning en detaillering krijgen die aansluit bij de historische gebouwen. Dat wil niet zeggen dat nieuwbouw in de binnenstad ‘historiserend’ moet zijn vorm-

De genoemde kenmerken gelden niet alleen voor de historische binnenstad, maar grotendeels ook voor het aangrenzende centrumgebied. Hoewel de bebouwing rond het station een andere schaal heeft en de stedenbouwkundige opzet anders is, gelden de algemene kwaliteiten die zijn benoemd in deze omgevingsvisie ook voor nieuwe grote gebouwen. Voor een goed functionerend centrumgebied is architectuur van kwaliteit nodig, gebouwen die aantrekkelijk zijn op ooghoogte en passen bij de schaal en het tempo van de voetganger. Dat wil zeggen: levendige plinten door veel voordeuren en functies aan de straat. Een hoge verdieping op de begane grond maakt dit mogelijk. Met deze kenmerken als uitgangspunt, kan de binnenstad nog aan kwaliteit en samenhang winnen, of het nu om nieuwe gebouwen gaat of om of aanpassingen aan de bestaande. Nieuwe architectuur krijgt een zodanige kwaliteit dat het kan uitgroeien tot erfgoed. De architectuur kan, binnen de genoemde randvoorwaarden, zeker een hedendaagse vormgeving krijgen of vernieuwend materiaalgebruik.

Kenmerken van bouwblokken in de binnenstad

▲ Variatie in hoogte en vorm kroonlijst.

▲ Kappen en nokrichting.

▲ Variatie in vorm en grootte percelen: rooilijn van voor- en achtergevel vastleggen.

▲ Variatie in daktype (kapvorm of plat dak) en nokrichting.

▲ Variatie in breedtes van panden.

▲ Gesloten bouwblok met voordeuren en binnenterrein (erf en tuin).

▲ Functie gaat samen met perceel: geen horizontale samenvoegingen.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 45

Beleving en gebruik 46 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

4. Ruimte maken

Om de binnenstad voor meer mensen aantrekkelijk te maken, is het belangrijk dat de openbare ruimte sfeervol, veilig en toegankelijk is ingericht voor gebruik door iedereen. In 2040 is er meer publieke ruimte die door iedereen kan worden benut en niet permanent wordt toegewezen aan één bepaalde functie. Het behoud van ons gebouwde erfgoed is behoorlijk goed geregeld. Dat is anders met onze buitenruimte en met het samenspel van beide. Alleen bij uitzondering is de openbare ruimte wettelijk beschermd zoals het Zocherplantsoen (rijksmonument). Daarnaast is de gemeente verplicht het beschermde stadsgezicht in stand te houden, inclusief het groen, het water en de morfologie. In de Utrechtse binnenstad heeft de inrichting van de openbare ruimte niet overal dezelfde kwaliteit als de monumentale bouwwerken die er langs staan. Historische panden, grachten, pleinen, monumentale bomen en beeldende kunst in de openbare ruimte komen niet altijd goed tot hun recht. Soms zijn ze zelfs nauwelijks te zien en slecht toegankelijk door de vele obstakels. Het opwaarderen van de directe omgeving van een beschermd monument heeft een positieve invloed op de waardering en beleving ervan. De manier waarop de openbare ruimte in de Utrechtse binnenstad wordt gebruikt en ingericht kan beter en ook groener. Dat maakt

de binnenstad voor meer mensen bruikbaar en beleefbaar en maakt de binnenstad ook economisch aantrekkelijker. Mensen voelen zich welkom in een fraaie en verzorgde omgeving waar wat te beleven valt. Doordat Utrecht groeit, komen steeds meer mensen naar de binnenstad en wordt de openbare ruimte intensiever gebruikt. Daar komt de tendens bij dat mensen de buitenruimte steeds meer waarderen en benutten. Om die redenen is er meer ruimte nodig voor voetgangers, inclusief gebruikers van kinderwagens, scootmobielen, rolstoelen of andere hulpmiddelen. Voor voetgangers en zeker voor mensen met een beperking is de binnenstad niet erg gastvrij en comfortabel. Voetpaden zijn vaak smal en er staan hinderlijke obstakels. De voetganger krijgt vaak de restruimte toegedeeld. In straten en stegen is het belangrijk meer ruimte vrij te spelen voor de mensen die er lopen. Pleinen, werven en bruggen moeten ruim blijven voor voetgangers, voor zowel bereikbaarheid van functies als ook om prettig te verblijven. Het maken van meer ruimte en het verbeteren van de kwaliteit van deze ruimte gaan hand in hand. De binnenstad wint aan kwaliteit als de buitenruimte minder vol staat met objecten die de aandacht afleiden van de gebouwen met etalages, straten en pleinen, het groen en het water.

Er is alleen plek voor objecten die bijdragen aan de sfeer van de binnenstad en tegelijkertijd het gebruik mogelijk maken.

Wat zie je in 2040? ■

Doordat er meer ruimte is voor voetgangers, kun je beter wandelen en genieten van de schoonheid van de binnenstad.

■

Mensen met een beperking kunnen zich onbelemmerd bewegen doordat er minder hinderlijke obstakels op straat staan.

■

Terrassen en tijdelijke verkooppunten zijn goed ingepast in de omgeving.

■

Gevelreclame is in stijl met de omgeving.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 47 - 47

Een groot deel van de openbare ruimte wordt op dit moment alleen gebruikt voor het plaatsen van ‘privaat’ eigendom van particulieren en bedrijven, zoals sandwichborden, grote windschermen en parasolconstructies bij terrassen, bouwterreinen voor werk aan de weg of aan panden, afvalcontainers van bedrijven, uitgestalde waren, informatiezuilen, geparkeerde fietsen, auto’s of vrachtauto’s zonder oog voor sfeer en uitstraling. Het resultaat daarvan is op sommige plekken een gezellig levendig straatbeeld, maar vaker is de publieke ruimte overvol en slecht toegankelijk. Daarom wordt steeds kritischer gekeken naar permanent privaat of commercieel gebruik van de openbare ruimte, kostbare ruimte die je ook kan delen. Waar de openbare ruimte nu soms een verzamelplaats lijkt van spullen die niet meer op privéterrein passen, kiest de gemeente, vanwege de toenemende druk op de ruimte, steeds vaker voor het algemeen belang; meer publieke ruimte maken.

▲ Verrommeling van de openbare ruimte.

48 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Het straatbeeld kan ook worden verbeterd door een weloverwogen plaatsing van bijvoorbeeld fietsenrekken, palen en borden. Het is belangrijk dat deze niet vanuit één vorm van gebruik (zoals verkeer, winkels, horeca) worden geplaatst, maar dat wordt gekeken naar de samenhang tussen de vormen van gebruik, de ruimtelijke kwaliteit en het beheer.

De Utrechtse binnenstad moet vol leven zijn en daar horen ook wat rommeligheid en rafelrandjes bij, maar in 2040 liefst minder dan nu. Er zijn meerdere manieren om de binnenstad – in het algemeen belang - mooier te maken voor iedereen. De bedoeling is de binnenstad zo aantrekkelijk in te richten dat deze levendigheid en gebruik juist beter mogelijk maakt. De gemeente ondersteunt initiatieven vanuit de stad (van onder-nemers, bewoners of bijvoorbeeld culturele instellingen) mits die initiatieven de aantrekkelijkheid en het publieke karakter van de openbare ruimte niet aantasten. Bij een plek waar wordt geleefd, gewerkt en bewogen, is het belangrijk dat er ook ruimte vrij blijft. Plekken die voor ademruimte zorgen, flexibel gebruik en spontane initiatieven mogelijk maken. Zo kan een plein dagelijks worden gebruikt voor terrassen en verkeer en wekelijks voor een markt, maar op een ander moment ook voor een straatmuzikant, een concert, sportevenement of demonstratie. Dat kan het beste als de ruimte niet permanent wordt opgedeeld in strookjes of plekken die elk zijn toegewezen aan één specifieke functie. Een meer flexibel ruimtegebruik vergroot de gebruiksmogelijkheden.

Zo kunnen culturele aanbieders de mogelijkheid krijgen zich ook buiten hun eigen pand te laten zien of een culturele manifestatie te houden in de openbare ruimte, zonder dat het per se een evenementenlocatie moet zijn. Dit voegt waarde toe.

▲ Een voorbeeld van flexibel gebruik van de openbare ruimte: Boven: In de spits wordt de ruimte vooral gebruikt voor komen en gaan. Midden: In het weekend wordt dezelfde ruimte gebruikt voor verblijf. Onder: Op bijzondere dagen kan er een evenement zijn op dezelfde plek. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 49

▲ Gevelreclames en een terrasinrichting die passen bij het monumentale karakter van gevel en omgeving.

Met het oog op het groeiende ruimtegebrek in 2040, kiest de gemeente er de komende jaren voor om steeds minder permanente claims te accepteren en beleid en handhaving hierop toe te snijden. In 2040 ziet de binnenstad er aantrekkelijker uit doordat de buitenruimte als geheel wordt benaderd en de benodigde functies in samenhang een plek krijgen, zowel in plaats als in tijd. Om de gezamenlijke economische waarde en de gebruiksmogelijkheden van de binnenstad te vergroten wordt privaat gebruik beperkt in de ruimte of flexibel gemaakt in de tijd. Door de kwaliteit van de ruimte te verbeteren, wordt de belevingskwaliteit van de openbare ruimte ook groter en wordt de binnenstad interessanter voor consumenten en voor ondernemers om zich te vestigen. Voor Utrechters en bezoekers wordt de binnenstad meer uitnodigend.

50 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Bij een hoogwaardig straatbeeld hoort ook een kwaliteitsslag in de gevelreclame en op termijn ook het opruimen van reclamevlaggen en reclameborden door zowel gemeente als bedrijven. Ook de uitstraling van (tijdelijke) verkeersborden valt te verbeteren. Natuurlijk zijn sommige verkeersborden noodzakelijk en uiteraard kunnen ondernemers en organisaties hun aanbod blijven aanprijzen. De ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad is een aansporing om dat op een aantrekkelijke en stijlvolle manier te doen. Speciale aandacht vraagt de inpassing van horecaterrassen. Een kwalitatief hoogwaardige terrasinrichting is voor gasten aantrekkelijk. Naast het terrasmeubilair wordt de kwaliteit van terrassen ook bepaald door de grootte en locatie. Veel horecaterrassen verlevendigen de openbare ruimte op een prettige manier en zijn ideale

plekken om de schoonheid van de binnenstad te beleven. Veel Utrechters en bezoekers waarderen deze terrassen. Op een aantal werven en pleinen staat de ruimte bijna permanent vol met parasols, windschermen, verlichting en versieringen. Jammer is dat je, door de aanwezigheid van dergelijk terrasmeubilair, de omgeving niet meer ervaart en daardoor de schoonheid van de binnenstad aantast. De meeste terrassen staan permanent opgesteld, ook als er weinig gasten zijn doordat het nog vroeg is of slecht weer. Zulke lege terrassen nemen kostbare voetgangers- en verblijfsruimte in beslag. Op plekken waar de terrasfunctie overheersend is, beperkt het een ander gebruik van de ruimte. Voor mensen die niet iets willen consumeren op een terras zijn er op de Utrechtse pleinen bijvoorbeeld maar weinig bankjes.

Om te komen tot een goede balans tussen privaat en publiek gebruik, kan het vergunnen van terrassen anders worden aangepakt. Daarbij kunnen flexibelere terrasopstellingen mogelijk worden, zowel in de tijd als in de ruimte. Het vergunnen en begrenzen van terrassen is al maatwerk en dat kan nog worden verfijnd, onder meer door terrasvergunningen niet meer eeuwigdurend uit te geven maar voor een beperkte periode, zodat de gemeente, als dat nodig is, kan bijsturen. Door meer te variëren in de terrasgrootte per dag(deel) of seizoen, kan de gemeente inspelen op andere vragen om ruimte. Denk aan een smal, permanent basisterras met uitbreidingen op de momenten dat er ruimte voor is, zoals dat in 2021 al kan bij markten (bijvoorbeeld op het Vredenburg) en evenementen (bijvoorbeeld op de Neude). In elke straat en op elk plein zijn de beschikbare terrasruimte en de behoefte aan ruimte voor andere doelen weer anders. Voor elke locatie komt het er op aan, in goed overleg met de gemeente, ondernemers, hun buren en andere betrokkenen, het ruimtebeslag van terrassen en de beschikbaarheid van terrassen in de tijd te beoordelen ten opzichte van ander ruimtegebruik. Dit betekent niet dat terrassen die in 2021 bestaan zo maar worden opgeheven. Soms kan dit betekenen dat er, op termijn minder terrasruimte beschikbaar is dan nu of dat die ruimte minder vaak beschikbaar is.

▲ Dit terras met uitnodigende stoeltjes en tafeltjes is ruim opgesteld waardoor het terras onderdeel maakt van de pleinruimte en niet daarvan is afgeschermd, zoals vaak gebeurt met schermen en grote parasols.

Op andere plekken kan juist terras-uitbreiding mogelijk zijn. Ook een betere vormgeving en aankleding van terrassen is een manier om de schoonheid van de binnenstad te vergroten. Tegelijk kunnen die het economisch functioneren verbeteren, want permanente overkappingen en schermen zijn vaak niet nodig en doen afbreuk aan de kwaliteit van de ruimte. Een ruime opstelling met hoogwaardig meubilair – waarover met de ondernemer afspraken gemaakt worden bij het verlenen van de terrasvergunning – is uitnodigend. In nauw overleg kunnen ondernemers een kwaliteitsslag maken die voor iedereen voordelen heeft. Uitgangspunt voor 2040 is dat pleinen, grachten en bruggen ruim blijven, met minder permanente

verkooppunten, zoals kiosken of kramen. Daardoor blijft er voldoende ruimte voor voetgangers en blijft er zicht op het water, bomen of gebouwen. Voor betrokken ondernemers kan een nieuwe plek in bestaand vastgoed aantrekkelijk zijn. Een andere alternatief voor permanente verkooppunten zijn de tijdelijke plaatsing van foodtrucks. Ook tijdelijke verkooppunten moeten enige kwaliteit hebben, kort voor de openingstijden worden opgebouwd en direct na sluiting weer opgeruimd en schoongemaakt. Zo kan een plek ook voor andere functies worden gebruikt. Een ruimere inrichting van de buitenruimte met meer comfort is ook wenselijk bij de opstelling van sommige markten. Deze kunnen aangenamer worden ingericht met meer groen en zitplekken, die juist ook op marktdagen kunnen worden gebruikt. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 51

Uitnodigend 52 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

5. Uitnodigende inrichting openbare ruimte

Inrichting van de openbare ruimte heeft één belangrijk doel: uitnodigende plekken maken die bruikbaar zijn en betekenisvol voor allerlei mensen. De inrichting moet de functies van een plek ondersteunen, de kwaliteit en identiteit versterken en de schoonheid van de omgeving beleefbaar maken. De aantrekkelijkheid van de openbare ruimte van de binnenstad heeft voor een belangrijk deel te maken met de ontstaansgeschiedenis van de plek. Het ontstaan van de pleinen heeft bijvoorbeeld vaak te maken met een (voormalige) kerk of klooster. Veel pleinen ontlenen daaraan ook hun karakter. De werven zijn zonder weerga door hun oorspronkelijke havenfunctie aan de rivier. De Utrechtse binnenstad heeft vlak bij elkaar verschillende plekken, met verschillend karakter en sfeer. Dit vormt de basis voor inrichting en gebruik. Dat kan, als de inrichting niet bestaat uit een opeenstapeling van ‘sectorale’ ingrepen (de plaatsing van fietsenrekken, paaltjes, afvalbakken, uitgifte terrasvergunning als aparte ingrepen), maar wanneer de benodigde functies in samenhang een plek krijgen. Bij de inrichting is de identiteit van de plek leidend. Deze wordt bepaald door de ruimtelijke situatie, de functies in de buitenruimte en de aangrenzende gebouwen. In delen van de Utrechtse binnenstad is de kwaliteit van de openbare ruimte er de afgelopen jaren fors op vooruit gegaan.

De gemeente blijft hier structureel aan werken met een vast palet aan

hoogwaardige materialen: verhardingen van (fietsvriendelijke) gebakken klinkers, natuurstenen banden, comfortabel straatmeubilair, duurzame verlichting en robuust groen. Materialen die passen bij de sfeer, allure en schoonheid van de binnenstad, bij het intensieve gebruik en bij de verschillende sferen van deelgebieden. Door de materialen, de inrichtingsprincipes (bijvoorbeeld ‘stoepparkeren’) en de wijze van aanleg doordacht te standaardiseren, ontstaat een rustig straatbeeld en wordt het beheer vereenvoudigd.

Wat zie je in 2040? ■

Pleinen, straten en groene plekken stralen een allure uit die past bij het karakter van de plek.

■

De openbare ruimte is ingericht met duurzame materialen, met bijpassende accenten op bijzondere plekken.

Ook een groene inrichting draagt bij tot een mooiere binnenstad. Groen verhoogt bovendien de ecologische waarde en kan de biodiversiteit versterken. Daarom worden, bij de aanleg van nieuw groen zoveel mogelijk planten van de zogenaamde ‘Utrechtse soortenlijst’ gebruikt. Tot slot kan groen de binnenstad klimaatbestendiger maken en zo op verschillende manieren de verblijfswaarde vergroten. In de binnenstad bestaat de basisinrichting van de openbare ruimte in 2040 uit duurzame materialen en een zorgvuldige afwerking die tegen een stootje kan. Er is aandacht voor ambachtelijk vakwerk bij aanleg en onderhoud. Op bijzondere en unieke plekken, zoals de pleinen, kan van de basisinrichting worden afgeweken en wordt het niveau - in aansluiting op structuur en gebruik op die plekken – nog hoger. Soms worden objecten Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 53 - 53

gebruikt die speciaal voor Utrecht zijn ontworpen. De basisinrichting van straten en grachten bestaat uit de klassieke profielindeling met een rijloper (het deel van de straat waar het verkeer op rijdt of loopt) en (rabat)stroken aan de zijkanten. In de rabat-stroken worden de monumentale stoepen opgenomen die bij huizen horen. ▲ Nu doorsnijdt een belangrijke verkeersroute met o.a. bussen logistiek verkeer en fietsverkeer het Janskerkhof. De ruimte is opgedeeld voor een veelheid aan functies. De restruimte is voor de voetganger.

▲ Mogelijk toekomstbeeld van het Janskerkhof als samenhangende pleinruimte, met stralend erfgoed en waar je je vrij kan bewegen. Met meer groen en ook zitgelegenheid buiten de terrassen.

54 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Als verbijzondering op deze basisinrichting, kunnen pleinen worden ingericht met bijzondere materialen en speciale vormgeving die het karakter van de plek ondersteunen. Vaak ook maken bomen deel uit van de bestaande kwaliteit. Die kan daarnaast worden versterkt door de programmering van de ruimte. Op het Vredenburg bijvoorbeeld (tegelijk hart van het winkelgebied en achtertuin van TivoliVredenburg) kunnen meer (muzikale) activiteiten de samenhang tussen gebouwen en plein groter maken. Dat past bij de ambitie, het kernwinkelgebied te ontwikkelen tot een gebied waar je meer kan beleven dan alleen winkelen. En het sluit aan bij het idee om TivoliVredenburg een nieuwe toegang te geven op de hoek van het plein. Op het Domplein ontbreekt samenhang tussen de betekenis van het plein en die van de meeste panden. De uitstraling van de aanwezige horeca kan bijvoorbeeld meer aansluiten op de identiteit van het plein, de plek waar Utrecht is ontstaan.

Ook al is de kwaliteit van de inrichting van het plein enige jaren geleden sterk verbeterd, de verblijfskwaliteit laat er nog te wensen over. Hoewel veel mensen het plein bezoeken, kun je, buiten de terrassen, bijna nergens lekker zitten en genieten van de schoonheid van Domtoren en Domkerk. Een kans om de identiteit van deze plek te versterken biedt het pand van het voormalige Utrechts Centrum voor de Kunsten. Een bezoek aan Utrecht kan vanuit het Domplein beginnen, op de plek vanuit waar de stad is ontstaan én geboren. Ook een openbare fietsenstalling in dit pand zou de kwaliteit van het Domplein ten goede komen. Een ander voorbeeld is het Janskerkhof. In 2021 is de ruimtelijke situatie een versnipperde pleinruimte zonder overkoepelende kwaliteit. De busbaan heeft een belangrijke ontsluitende en sociale functie en is dominant aanwezig. Het ruimtelijk effect daarvan is dat deze de pleinruimte in tweeën deelt. Ook de rest van het plein is pragmatisch opgedeeld voor de verschillende gebruikers zonder samenhang tussen de functies (zoals terrassen, parkeren en verblijven). Er is nauwelijks een plek die zich leent om even te gaan zitten voor een praatje of de Janskerk te bewonderen. Het opdelen in stukjes plein voor elke functie levert niet de ruimtelijke kwaliteit op die je op deze plek in de stad mag verwachten. De eigen sfeer die de zaterdagse

planten- en bloemenmarkt geeft en het kenmerkende bomendak, kan meer worden benut. Het Janskerkhof kan beter en mooier – voor iedereen. Wil je de schoonheid van de binnenstad beter tot zijn recht laten komen, dan moet je gebouwen en openbare ruimte als geheel zien, straten en pleinen beter inrichten en daarbij functies in gebouwen, gebruik en beheer in samenhang bezien. Een openbare ruimte van hoge kwaliteit is aantrekkelijker voor verblijf. Uitgangspunt vormt daarbij de identiteit en kwaliteit van de plek. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kerkgebouwen en hun oorspronkelijke functie, het houden van missen of kerkdiensten. Het gebruik en de inrichting van de kerkpleinen houdt rekening met de beleving en het functioneren van de levende geloofsgemeenschappen en met de rust die daarvoor op sommige momenten in de week wordt gevraagd. De Commissie Welstand en Monumenten Gemeente Utrecht toetst de kwaliteit van bouwplannen in de binnenstad. De toetsing van de kwaliteit van plannen voor de openbare ruimte vindt plaats door de gemeentelijke BInG-toetsing (Beheer Inrichting en Gebruik). BInG-toetsing kan worden verbeterd door niet alleen te adviseren over de wijze van inrichting, maar ook of de inrichtingsopgave past bij de integrale doelstellingen uit deze omgevingsvisie.

▲ (Boven) Op de Neude heeft het autoparkeren van 1974 in 2021 plaats gemaakt voor een trotse vlag, geparkeerde fietsen, terrasmeubilair en afvalcontainers. Nog steeds geen echt uitnodigende ruimte. (Onder) Op het Domplein parkeren in 2021 geen auto's meer zoals in 1965 en is er vrije ruimte die de bomen en het erfgoed beter tot hun recht laten komen. Maar er is weinig uitwisseling tussen gebouwen en plein.

Een goed functionerende en fraaie openbare ruimte heeft een positieve invloed op het vestigingsklimaat van bewoners en ondernemingen. Er is ook een wisselwerking tussen de kwaliteit van de openbare ruimte en het succes van een onderneming. Voor bezoekers is

een positieve beleving van de openbare ruimte namelijk belangrijk. De gemeente rekent op de medeverantwoordelijkheid van ondernemers, kerken, universiteit, instellingen en bewoners voor verbeteringen van de inrichting of het beheer in de openbare ruimte van de binnenstad.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 55

Parkeren minder in straatbeeld 56 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

6. Goed bereikbaar en minder parkeren op straat

Om meer ruimte te scheppen op hetzelfde oppervlak en de schoonheid van de binnenstad beter tot zijn recht te laten komen, kiest de gemeente voor minder parkeerruimte voor auto's op straat. Bewoners (inclusief mensen met een beperking), ondernemers, werknemers en bezoekers van winkels, kerken, culturele en maatschappelijke instellingen kunnen hun bestemming in 2040 nog steeds bereiken, maar niet altijd op dezelfde manier als twintig jaar daarvoor. Fietsen en lopen hebben de voorkeur. Die manieren om je te verplaatsen zijn gezond en nemen bovendien minder ruimte in. Eind 20e eeuw is een aantal pleinen, zoals Neude en Domplein, parkeervrij gemaakt. Toch domineren rijdende en geparkeerde auto’s, maar ook taxi’s, vrachtauto’s, touringcars en klusbussen op veel plekken in de binnenstad nog steeds het straatbeeld. Het aantal rijdende en geparkeerde fietsen is in dezelfde tijd enorm toegenomen. Waar ooit auto’s stonden, staan nu vaak fietsen van particulieren en bezorgfietsen van bedrijven. Dat is uit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid natuurlijk een grote vooruitgang. Lopen, fietsen en openbaar vervoer zijn overigens in de binnenstad in 2021 ook al meestal effectiever dan de auto. De gemeente streeft naar veel minder gemotoriseerd verkeer in het centrum. Vermindering van het verkeer is belangrijk voor de verkeersveiligheid. Utrecht werkt aan de landelijke ambitie richting nul

verkeersdoden in 2040. We verlagen daarom ook in de binnenstad zoveel mogelijk de maximum snelheid, uiteraard passend bij de functie van de straat. Dit past bij het streven van de gemeente naar spreiding van functies over de stad. In de binnenstad worden functies geconcentreerd die zijn gericht op langzaam verkeer, terwijl in andere delen van de stad functies ruimte kunnen krijgen die autoverkeer aantrekken. In de binnenstad rijdt in 2040 alleen nog emissievrij bestemmingsverkeer. Doorgaand verkeer wordt tegengegaan door verdere compartimentering van de binnenstad. Dat wil zeggen dat de binnenstad wordt verdeeld in kleine gebieden, waartussen doorgaand gemotoriseerd verkeer niet is toegestaan. Dat betekent soms dat je een langere route moet rijden om op je bestemming te komen. De bedoeling is echter dat er in totaal minder autoverkeer is. Ook gereguleerde toegang helpt om alleen noodzakelijk verkeer in de binnenstad te laten komen. Denk daarbij aan bewoners en logistieke functies waarvoor geen alternatief mogelijk is. Minder parkeerplaatsen op straat voor bewoners en bezoekers betekent ook dat er minder bestemmings- en zoekverkeer is. Deze maatregel maakt ruimte vrij voor ander gebruik van de openbare ruimte, zoals groen, verblijf, informeel sporten en langzaam verkeer.

Wat zie je in 2040? ■

Er rijden en staan minder auto’s op straat, want je parkeert vaker in de bestaande garages en buiten de binnenstad.

■

Meer bewoners en bezoeker komen met emissieloze (deel) auto’s, (deel)fietsen, openbaar vervoer en te voet naar de binnenstad.

■

Er zijn voldoende in- en uitstapplekken voor taxi’s en touringcars, maar geen permanente parkeerplekken voor deze functies in de binnenstad of aan de singel.

■

In woonstraten hebben autoparkeerplekken plaatsgemaakt voor fietsenrekken, groen en verblijfsplekken.

■

Er zijn meer fietsparkeerplekken in rekken of vakken op straat en in gebouwde (buurt)stallingen.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 57 - 57

Zo profiteert Utrecht meer van de kwaliteit van zijn erfgoed en de schoonheid van de binnenstad. Woningen en andere bestemmingen blijven met de auto bereikbaar voor laden, lossen, verhuizen en natuurlijk ook voor bewoners met een beperking. Er blijven minimaal hetzelfde aantal en wellicht meer gehandicaptenparkeerplaatsen van goede kwaliteit in de binnenstad. Kort parkeren voor het in- en uitstappen voor de passagiers van auto, (regio)taxi en touringcar kan op aangewezen plekken. ▲ Principe voor autoparkeren in 2040: deelauto’s staan vlakbij het centrum geparkeerd, privéauto’s staan op eigen terrein of buiten de binnenstad geparkeerd. Parkeerplaatsen voor bezoekers liggen verder weg.

In de periode tot 2040 parkeren steeds meer mensen buiten de binnenstad. Vanaf de parkeerplekken daar bereiken bewoners en bezoekers de binnenstad te voet, per (deel)fiets of openbaar vervoer. Dit geldt ook voor werknemers die buiten Utrecht wonen. Deelauto’s kunnen dichterbij worden geparkeerd dan privéauto’s, bij voorkeur in de bestaande garages. Er worden geen nieuwe parkeergarages bijgebouwd in de binnenstad. De parkeerkosten variëren: hoe dichter bij de binnenstad, hoe hoger de prijs. Wellicht krijgen bewoners voor het kort parkeren een jaarlijks ‘tegoed’ van een bepaald aantal uren of dagen als aanvulling op een parkeervergunning op afstand of als zij een (deel)auto huren. Ook nieuwe soorten aanbod van parkeren op afstand, mede door ondernemers in de binnenstad ontwikkeld, kunnen bijdragen tot de gastvrijheid.

58 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Voorbeelden: een festivalfiets of parkeren in combinatie met een Jaarbeursshuttle. Duidelijke communicatie en aanwijzingen voor bezoekers vergroten het gevoel van gastvrijheid en verminderen het zoekverkeer. Daarbij wordt ook het gebruik van mobiele routeplanners op internet betrokken, naast andere op dat moment actuele technieken. In 2040 zijn deelauto’s en andere vormen van deelmobiliteit voor bewoners en ondernemers van de binnenstad een nog interessanter alternatief voor de eigen auto (‘gebruik’ in plaats van ‘bezit’). Mobiliteit wordt steeds vaker aangeboden als een dienst (‘mobility as a service’ - MAAS). De gemeente zet zich in voor meer, laagdrempelig aanbod van deelmobiliteit, toegankelijk voor iedereen. Ook voor mensen met een klein budget kan ‘mobility as a service’ aantrekkelijk zijn, omdat je af en toe een auto gebruikt maar er geen hoeft te bezitten. Misschien krijg je met korting toegang tot deelmobiliteit (voor een bepaalde periode) bij inlevering van je parkeervergunning. Deelauto’s, -scooters en -fietsen kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de eerste en laatste kilometer(s) naar parkeerplaatsen die op afstand liggen. Taxí’s en touringcars zijn een aanvulling op het openbaar-vervoersysteem. Taxivervoer moet in de binnenstad voldoende beschikbaar blijven, maar zonder een groot permanent ruimtebeslag.

Lang parkeren en wachten op klanten (bufferen) door touringcars of taxi’s vindt plaats op afstand. Op korte termijn zijn er op korte loopafstand van het stadscentrum 11 plekken waar touringcars kort kunnen parkeren om passagiers te laten in- en uitstappen, gelijkmatig verdeeld over zes locaties rondom de singels. Lang parkeren kan aan de randen van stad zoals aan de Reactorweg of bij P+R Westraven en P+R De Uithof (USP). Vooral bij de uitgaanlocaties en stations zijn opstelplekken nodig voor taxi’s. Deze kunnen flexibel gebruikt worden in de tijd. ’s Nachts heeft de binnenstad genoeg ruimte voor een aantal taxiwachtplekken op straat. Overdag is er meer loopruimte nodig en zijn de taxistand-plaatsen niet in gebruik. Een voorbeeld is de bestaande plek op de Lange Viestraat.

Autoparkeren

Een particuliere auto staat gemiddeld voor 95% van de tijd geparkeerd. Voor auto’s zijn er in 2020 2.000 parkeerplaatsen in de openbare ruimte van de historische binnenstad. In parkeergarages in en aan de randen van de binnenstad is plek voor bijna 6.000 auto’s. Ter vergelijking: 2.000 parkeerplaatsen, oftewel 22.000 vierkante meter, of 3,5 voetbalveld, betekent een ruimtebeslag van drie keer het Vredenburgplein. Ongeveer twee derde van de huishoudens in de binnenstad heeft geen eigen auto (meer dan in andere Utrechtse wijken) en een derde maakt wel eens gebruik van een deelauto (ook meer dan in andere wijken). Als de bestaande parkeerplaatsen worden vervangen door plekken voor deelauto’s, dan is hiervoor slechts ongeveer 10% van de ruimte nodig, want een deelauto wordt gemiddeld door tien huishoudens gebruikt. Bron: utrecht-monitor.nl

Er is ook een oplossing nodig die inspeelt op de toenemende markt voor taxi’s op basis van oproepen door klanten, die deels in de plaats komt van het instappen op een vaste plek. In de toekomst kan, verspreid over de binnenstad, een beperkt aantal taxi-in- en uitstapplekken voor overdag komen. Belangrijk is dat deze plekken geen permanente opstelplaats zijn en dat het lang parkeren (‘bufferen’) plaatsvindt buiten de binnenstad. Bij een oproep rijden taxi's vanaf de bufferplek naar een vrije opstapplek in de binnenstad.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 59

▲ Inrichtingsprincipe voor de grachten. Links de situatie in 2021, rechts die in 2040.

Wellicht zijn deze opstapplekken niet exclusief voor taxi’s, maar zijn het plekken die ook door ondernemers of binnenstadsbewoners kunnen worden gebruikt voor in- en uitstappen of laden en lossen. Utrecht is fietsstad nummer 1 van Nederland, een predikaat om trots op te zijn. Je ziet het terug aan de grote hoeveelheid fietsers (ruim 30.000 per dag langs het Vredenburg in het voorjaar van 2020) en de vele geparkeerde fietsen in de binnenstad. Ook in 2040 zijn fietsers zeer welkom in de binnenstad. De fiets blijft een goed alternatief voor de auto.

Op piekmomenten zijn er niet genoeg van dergelijke 'formele' fietsparkeer-plekken voor alle fietsen. In de binnenstad staan regelmatig meer dan 12.000 fietsen geparkeerd in de openbare ruimte, met pieken die nog hoger liggen. Voor Veel Utrechters gebruiken de fiets voor bezoekjes aan de binnenstad en zetten hem dan los op straat. Op rustige momenten is dit geen probleem, maar op de piekmomenten zijn er zoveel mensen die hun fiets ‘even’ op straat plaatsen dat er steeds meer plekken zijn die niet meer begaanbaar zijn voor voetgangers.

Dat neemt niet weg dat niet alleen autoparkeren, maar ook dat van fietsen, scooters en andere tweewielers in de binnenstad steeds meer ruimte opslokt.het merendeel van deze fietsen is er een parkeer-plek in een rek of stalling.

Utrecht wil enerzijds fietsers de ruimte geven en anderzijds plaats maken voor voetgangers, mensen met een beperking, groen en verblijfsfuncties. Voor deze opgave is geen gemakkelijke oplossing voor handen.

60 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Om het succes van de fiets vast te houden, is het noodzakelijk om voldoende fietsparkeerplekken te hebben. Tegelijk is het nodig om de fietsparkeerdruk op sommige plekken te verlagen. Snelle, comfortabele looproutes kunnen een aantrekkelijk alternatief bieden voor de fiets voor kortere afstanden in de binnenstad. Ook een goede aansluiting tussen (wellicht verder gelegen) stallingen en (snelle, comfortabele) looproutes kunnen bijdragen aan het verminderen van de fietsparkeerdruk. Het lijkt logisch om de vermindering van autoparkeerplaatsen te benutten om ruimte voor fietsparkeren te winnen. Dit kan op een aantal plekken een goede stap zijn, maar dat schuurt met de wens om ruimte maken voor groen of voor voetgangers en verblijf. Het inpandig stallen van fietsen is een andere oplossingsrichting. Dit is een dure oplossing maar vergroot wel de mogelijkheden voor ander gebruik van de ruimte op straat. Voor bezoekers en voor bewoners zijn stallingen nodig. Inpandige openbare fietsenstallingen voor bezoekers moeten goed bereikbaar zijn vanaf de belangrijkste fietsroutes. In 2040 ga je vanaf daar te voet verder, veel minder dan in 2021 gehinderd door grote aantallen geparkeerde fietsen. In de stallingen vind je diensten zoals een toiletvoorziening, verhuur van bakfietsen of

► De Oudegracht vroeger, in 2021 en mogelijk in de toekomst: In 2040 is er langs de grachten minder parkeerruimte en meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen.

kinderbuggy’s, een fietsenmaker of postpakkettenpunt. Misschien zijn ook andere soorten dienstverlening mogelijk en kun je hier een drankje kopen. Voor bewoners zijn er buurtstallingen. Deze kunnen kleinschalig zijn en liggen dicht bij de woning. Het is echter zeer de vraag of het lukt om alle fietsen een plek te bieden in een inpandige stalling en de groei van het aantal fietsen bij te houden. Met name op de piekmomenten, zoals zaterdagmiddag, lijkt het moeilijk om te voldoen aan de vraag naar parkeerruimte voor fietsen. Daarnaast zou een groter aanbod aan fietsparkeerplekken er toe kunnen leiden dat nóg meer mensen per fiets naar de binnenstad komen, waardoor de vraag naar parkeerruimte nóg groter wordt. Een fietsvriendelijke inrichting van de binnenstad met voldoende fietsparkeerplekken op straat en inpandig is nodig. Experimenten met kortparkeerzones voor fietsen zijn denkbaar. Zo komt er ruimte voor voetgangers, groen en klimaatadaptatie. Als er voldoende plekken (in stallingen, rekken en vakken) zijn gerealiseerd om fietsen te parkeren, is het mogelijk om in de directe omgeving daarvan het fietsparkeren op straat niet toe te staan. Steeds meer mensen maken gebruik van deelfietsen, ook ter vervanging van een eigen fiets. De gemeente ondersteunt deze ontwikkeling en ziet deelfietsen ook als belangrijk voor- en natransport bij gebruik van het openbaar vervoer.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 61

Fietsparkeren (2020) Legenda Fietsenstalling Pop-up fietsenstalling

62 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Daarnaast zijn deelfietsen een interessant onderdeel van mobiliteit als dienst (MAAS). Voor deelfietsen is, net als wellicht in de toekomst voor deelscooters en deelsteps, plaats in de stalling. Duidelijk is dat een overstap van eigen fiets naar deelfiets de behoefte aan fietsparkeerplaatsen kan verminderen. In drukke delen van de binnenstad staan in 2040 bezorgfietsen en –scooters niet meer op de openbare stoep bij de zaak geparkeerd. Zo staan ze voetgangers en mensen met een beperking niet meer in de weg en blijven de straten aantrekkelijk en uitnodigend. Het is logisch om ondernemers te verplichten een stalling voor hun ‘wagenpark’ in te richten, net als voor auto- en fietsparkeren. Ook andere oplossingen zijn denkbaar, zoals scherper geplande afhaalmomenten voor bezorgers, die aankomen zodra de bestelling klaar staat. De binnenstad is in 2040 goed bereikbaar te voet, per fiets en - voor wie dat echt nodig is -ook met de auto. Op rustige plekken kun je je fiets gewoon buiten neerzetten. Op straat geparkeerde fietsen horen bij Utrecht en verlevendigen het straatbeeld. Prioriteit heeft het zoeken naar nieuwe oplossingen voor voldoende fietsparkeren op straat en inpandig om daarnaast ook ander gebruik van de publieke ruimte mogelijk te maken.

Fietsparkeren In 2019 boden de bewaakte fietsenstallingen in de binnenstad (de stationsstallingen niet inbegrepen) ruimte aan 2.500 fietsen. Ongeveer 1.000 van deze plekken waren zogenaamde pop-upplekken die alleen beschikbaar zijn op piekmomenten. In november 2019 bleek uit een telling dat er op dat moment een gemiddeld tekort was van 4.300 fietsparkeerplekken, op piekmomenten zelfs een tekort van 11.600. Een deel van dit tekort in is de loop van 2020 opgelost door het toevoegen van bijna 1.500 fietsenklemmen

in de openbare ruimte en de bewaakte stalling bij de Neude.In hetzelfde jaar kwam er een fietsenstalling bij met 700 plekken in het voormalige postkantoor aan de Neude. In de loop van 2021 komen er nog 900 stallingsplekken bij in House Modernes aan de Lange Viestraat. In de fietsenrekken in de openbare ruimte van de binnenstad kunnen (in 2021) 9.000 fietsen terecht. Dat brengt het totaal aan fietsparkeerplekken in de binnenstad (inclusief pop-upplekken) op 13.000.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 63

Efficiënt 64 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

7. Bevoorrading op maat

In 2040 wordt bevoorrading efficiënter en schoner georganiseerd. Daardoor blijft de binnenstad leefbaar. Voor verschillende logistieke stromen zijn verschillende oplossingen nodig. Dit is een complexe opgave waarbij de belangen van de ondernemers (snelle betaalbare levering op flexibele momenten en regelmatig ophalen van afval) en het publiek belang (zo min mogelijk verkeer en schoon vervoer) niet direct te vertalen zijn naar een eenvoudig uitvoerbare oplossing. Om te komen tot de gewenste omslag, is maatwerk nodig, samenwerking tussen ontvangers van goederen en producenten van afvalstromen en enige sturing door de overheid. Goede logistiek is van levensbelang voor een sociaal en economisch vitale en ook fraaie binnenstad. Het gaat om de bevoorrading van bedrijven, instellingen en particulieren, horecalogistiek, waaronder gekoeld vervoer, verhuizingen, bouwlogistiek inclusief klusbussen, afvalinzameling en retourlogistiek (bijvoorbeeld lege flessen, maar ook retourzendingen van onlinebestellingen). Een laatste categorie is de op- en afbouw van evenementen. Voor de bevoorrading van bedrijven in het voetgangersgebied gelden momenteel venstertijden, die voor milieuvriendelijke voertuigen iets ruimer zijn. Al deze vervoersbewegingen vragen veel ruimte en hebben een nadelig effect op de leef-

omgeving. In de toekomst moet het bevoorradingssysteem dan ook efficiënter en duurzamer worden.

Wat zie je in 2040?

Gemeente en ondernemers werken toe naar een systeem waarbij veel meer lading wordt gebundeld. Dat wil zeggen dat de beladingsgraad omhoog gaat (geen halflege vrachtvoertuigen) op zowel de heen- als terugweg. Daarbij rekening houdend met de aslastbeperkingen op bruggen en kelders. Alleen zo is het mogelijk het aantal vervoersbewegingen en het beslag op de schaarse ruimte te beperken.

■

Bevoorrading en afvalinzameling gebeurt meer met boten.

■

Je ziet steeds meer lichte emissieloze voertuigen voor bevoorrading en afvalinzameling, zoals elektrische bakfietsen en bevoorradingswagentjes.

■

Als je door de binnenstad wandelt, heb je minder last van bevoorradend verkeer doordat er genoeg plekken zijn voor laden en lossen en meer wordt vervoerd over het water.

■

Er worden geen losse vuilniszakken en ander afval meer op straat aangeboden.

Het gebruik van minder gewenste voertuigen kan worden beperkt door bepaalde verkeersbewegingen door de binnenstad voor deze wagens te verbieden. In 2040 worden goederen zoveel mogelijk op een andere manier afgeleverd en opgehaald dan met een auto over de weg. Daarom maakt de gemeente vervoer over water voor verladers aantrekkelijker, bijvoorbeeld door hiervoor ruimere venstertijden te hanteren. Een deel van de bevoorrading (bierboot) en de afvoer van bedrijfsafval (ecoboot) gaat in 2021 al via het water van de Oudegracht. De gemeente werkt mee aan onderzoek naar meer vervoer over water. Uiteraard alleen waar de bescherming van de kwetsbare werven dat toelaat. Ook stimuleert de gemeente vervoer met Licht Elektrische Vrachtvoertuigen (LEVV’s) en vrachtfietsen.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 65 - 65

2021

2040 ▲ Van logistiek met voornamelijk zware voertuigen in 2021 naar een systeem met overslagpunten, meer kleine lichte voertuigen en weer vervoer over water in 2040.

De toekomstige logistiek in de binnenstad vraagt om goede toegankelijkheid en voldoende ruimte voor kleine vrachtvoertuigen (zoals vrachtfietsen) en om voldoende plekken waar die in de binnenstad, dichtbij de bestemmingen, kunnen laden en lossen. Ook voor de traditionele logistiek blijven laad- en losplekken beschikbaar. Die kunnen deels flexibel worden gebruikt in de tijd, bijvoorbeeld overdag als laad- en losplek, ’s nachts als taxistandplaats. Voor het bezorgen en ophalen van goederen en het ophalen van afval en grondstoffen, komen binnen de singels in de toekomst alleen nog schone voertuigen en vaartuigen in aanmerking. Door de beperkingen bij bruggen, werf- en straatkelders zijn deze bovendien in een groot deel van de binnenstad klein en licht.

66 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Om beschadiging van kwetsbare bruggen en kelders te voorkomen, wordt de belastbaarheid van (bevoorradings)routes opnieuw bekeken. Bepaalde routes, zoals de binnenstadsas, blijven geschikt voor zwaarder verkeer.Voor elk van de logistieke stromen is een afweging te maken tussen het inzetten van een groter aantal kleine voertuigen of van een kleiner aantal grote voertuigen. Wat de beste oplossing is, is afhankelijk van de route en de bestemming en hangt bijvoorbeeld af van de belastbaarheid en ruimtelijke mogelijkheden van de locatie. Om goederenstromen te kunnen bundelen en over te slaan op andere voer- en vaartuigen, heb je hubs nodig, locaties voor op- en overslag. In een efficiënt goederenvervoersysteem zijn voor elke goederenstroom hubs nodig, want elke stroom heeft zijn eigen kenmerken en heeft weer een ander type overslaglocatie nodig.

Aan de rand van de stad, in de stad en ook in de binnenstad zijn dan ook hubs van verschillende omvang nodig. Een aantal daarvan zijn in 2021 al in bedrijf. Daarnaast zullen er in de stad nieuwe locaties voor moeten worden gevonden.'Daarnaast moeten nieuwe locaties voor hubs in de stad worden gevonden. Geschikte ruimte is waarschijnlijk moeilijk te vinden, maar is essentieel voor het functioneren van het systeem en daarmee voor de binnenstad. Samenwerking tussen vervoersdiensten en de ontwikkeling van open data kunnen bijdragen tot het efficiënter ophalen en bezorgen van goederen en afval. De gemeente onderzoekt ook of ruimte-efficiënte, schone logistiek kan worden gestimuleerd met prijsbeleid en of de toegang voor minder gewenste voertuigen kan worden beperkt. Mogelijk worden goederenstromen in de toekomst kleiner als winkels in de binnenstad vaker plekken

2021

2040 ▲ Van afvalinzameling met lichte en zware voertuigen in 2021 naar afvalinzameling per boot en met lichte emissieloze voertuigen op locaties verder van het water in 2040.

worden waar je producten kan zien en beleven, maar waar niet ook altijd de voorraad aanwezig is. Het product dat je in de winkel uitkiest, wordt vaker bij je thuis afgeleverd. Dit heeft effect op de logistiek. Het is sowieso een trend dat winkels een minder grote bulkvoorraad in de winkel aanhouden en juist meer kleine hoeveelheden van een grotere diversiteit aan producten. Ook bouwplaatsen in de binnenstad (ook die voor wegwerkzaamheden) moeten steeds ruimteefficiënter worden. Dat wil zeggen dat spullen pas geleverd worden op het moment dat ze op de bouwplaats echt nodig zijn. De gemeente stuurt hier onder meer op via de voorwaarden en kosten van vergunningen voor bouwterreinen. Innovatieve oplossingen zijn nodig voor kleinschalige bouwwerkzaamheden zoals verbouwingen, onderhoudsen restauratiewerkzaamheden, waarbij traditioneel vaak diverse klusbussen worden ingezet.

Voor de inzameling van afval in de binnenstad zijn nieuwe oplossingen noodzakelijk, niet alleen door de kwetsbaarheid van werf- en straatkelders, maar ook door veranderende eisen die worden gesteld aan de arbeidsomstandigheden van vuilnis-inzamelaars. In het algemeen zet Utrecht afval zo min mogelijk op straat en worden glas, papier en groenafval zo veel mogelijk van de rest gescheiden. Afvalzakken van bewoners en kliko’s met bedrijfsafval dragen niet bij tot de beleving van de schoonheid van de binnenstad. Maar ondergrondse inzameling, zoals in de rest van Utrecht, is op veel plekken van de binnenstad niet mogelijk doordat er geen ruimte is in de ondergrond en doordat zware voertuigen er niet kunnen komen. Kleine voertuigen over de weg hebben als nadeel dat ze meer verkeersbewegingen maken en hogere kosten opleveren. Dat maakt het extra interessant om te

onderzoeken of inzameling in ongebruikte werfkelders mogelijk zou kunnen zijn, in combinatie met afvaltransport per boot. Daarbij wordt gedacht aan de inrichting van inwerpopeningen op straatniveau en inzameling per boot op het niveau van de werf. Als de Oudegracht de hoofdader zou kunnen worden voor afvalinzameling per boot en eventueel ook delen van de (Kromme) Nieuwegracht of Plompetorengracht, dan kan dit voor het merendeel van de binnenstad een duurzame oplossing zijn. Daarnaast zijn emissieloze, kleine en lichte inzamelvoertuigen nodig die gebruik maken van hubs (verzamelplaatsen) aan de rand van de binnenstad. Ook als Utrecht volledig circulair wordt en er geen afval overblijft maar alleen grondstoffen, blijft een goed inzamelsysteem nodig.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 67

Variatie 68 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Variatie Opvallend in de Utrechtse binnenstad is de grote variatie aan functies en sferen op een klein oppervlak. Er zijn vele vormen van wonen, winkels, werken, studeren, uitgaan en cultuur naast elkaar. Je vindt stille hoekjes naast drukke, levendige plekken. Oude bebouwing naast moderne architectuur. Groene tuinen naast drukke stadspleinen. Deze variatie trekt weer een grote diversiteit aan mensen, die de aantrekkingskracht van de binnenstad nog groter maakt. De tweede ambitie voor 2040 in deze omgevingsvisie is dan ook: Variatie in de binnenstad vasthouden en vergroten.

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 69

De veelheid aan functies, vaak vlak naast elkaar, geeft elk deel van de binnenstad zijn eigen sfeer. Dat komt doordat de verhouding tussen de verschillende functies overal weer anders is. Variatie bestaat ook binnen de functies: er zijn vele soorten woningen, winkels, horeca en culturele voorzieningen. Deze veelzijdigheid is een kwaliteit van de binnenstad. Tegelijkertijd is het belangrijk dat functies in een straat of plein goed bij elkaar passen en elkaar niet onnodig tot last zijn, maar elkaar versterken. Natuurlijk mag het soms een beetje schuren de stad is tenslotte levend en in gebruik en bij de binnenstad horen ook rafelrandjes - maar sociale samenhang en economische vitaliteit staan voorop.

▲ Variatie is een kwaliteit van de binnenstad. Elk deel van de binnenstad heeft zijn eigen sfeer.

70 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

De kenmerkende variatie in de Utrechtse binnenstad is ook terug te vinden in de diversiteit van de mensen die er wonen, werken, studeren, winkelen of de stad om een andere reden bezoeken, want de verschillende functies trekken een breed publiek. Ouderen en jongeren, studenten, werkenden en daklozen, rijken en minder rijken, bewoners en bezoekers, mensen uit de stad, de regio en steeds vaker van verder weg komen op de binnenstad af. De binnenstad is een plek waar je allerlei mensen tegenkomt, elkaar kan ontmoeten, samen iets kan beleven, kan zien en gezien worden.

Aan de andere kant zijn er ook Utrechters die bijna nooit naar de binnenstad komen. Utrechters met een migratieachtergrond bijvoorbeeld komen er relatief weinig en ook zijn er relatief weinig binnenstadsbewoners uit deze groep. Blijkbaar is het aanbod voor hen nog niet gevarieerd genoeg. Andere groepen mensen die je minder in de binnenstad tegenkomt, zijn ouderen, kinderen en mensen met een beperking. Ook voor deze groepen blijkt de binnenstad niet zo toegankelijk te zijn. Bijvoorbeeld omdat de drukke fietsroutes door de binnenstad hen afschrikken. Of omdat de hoge kosten van wonen in de binnenstad voor hen niet zijn op te brengen. Aan de ene kant wordt de binnenstad gekenmerkt door diverse sferen en mensen, aan de andere kant is het niet het domein van alle Utrechters. De samenstelling van de bevolking van de binnenstad is geen afspiegeling van die van de gehele stad. Zo wonen er relatief veel jonge, alleenstaande Utrechters met een westerse achtergrond. Dat maakt het de moeite waard de variatie aan functies en de diversiteit aan mensen in de binnenstad te vergroten. De binnenstad moet van alle Utrechters zijn en voor iedereen iets om trots op te zijn.

▲ In de binnenstad kun je rustige groene hoven vinden vlakbij drukke winkelstraten.

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 71

Locatie-specifiek 72 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

8. Elke functie op de juiste plek

Voor een vitale binnenstad is het belangrijk dat functies in gebouwen en in de openbare ruimte op de juiste plek zitten en elkaar versterken, of in ieder geval zo min mogelijk hinder van elkaar ondervinden. De komende twintig jaar vindt in sommige delen van de binnenstad waarschijnlijk een lichte verschuiving van functies plaats. Deze omgevingsvisie legt niet de planning of zonering van functies vast. Dat wordt georganiseerd zodra dat in een deelgebied aan de orde is. In samenspraak met betrokkenen wordt dan, op het schaalniveau van een straat, plein of buurt, bepaald welke functies in gebouwen en openbare ruimte passen. De binnenstad van Utrecht is veelzijdig. In elke buurt vind je een specifieke mix van wonen en bedrijvigheid. Een divers aanbod van functies in panden en in de openbare ruimte maakt de binnenstad levendig.In panden vind je bijvoorbeeld woningen, onderwijs, winkels, dienstverlening, kantoren, horeca, kerken, culturele en maatschappelijke voorzieningen. In de openbare ruimte gaat het om functies als verblijf, verkeer, markten, spelen, terrassen en evenementen. In delen van de binnenstad waar vooral wordt gewoond, is de dynamiek laag. Hier veranderen functies heel geleidelijk en beheerst. Om te beoordelen of een nieuwe functie op een bepaalde

plek past, zijn er overheidsprocedures voor participatie, planning en vergunning. Die zijn voor de reguliere planvorming in gebieden met een lage dynamiek goed toepasbaar. Op andere plekken, zoals in het kernwinkelgebied, is de dynamiek zo hoog dat je nauwelijks kan voorspellen hoe het gebruik van gebouwen en openbare ruimte zich de komende tijd ontwikkelt. Het zijn plekken met veel kansen en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, soms met leegstand, vormen van hinder of die om andere redenen kwetsbaar zijn. Om daar de juiste balans tussen functies te vinden, is maatwerk nodig. Om in complexe situaties en op dynamische plekken te bepalen welke functies passen in een straat of gebied en om de samenhang tussen gebouwen en openbare ruimte zo goed mogelijk te maken, zet de gemeente het gebiedsprofiel in als een nieuw sturingsmiddel. In een gebiedsprofiel wordt vastgelegd welke functies op straat en in de panden passen, aan welke eisen de uitstraling van panden en de openbare ruimte zou moeten voldoen, maar ook over welke onderwerpen beheerafspraken gemaakt moeten worden, waar-op wordt gehandhaafd. In een gebiedsprofiel kan, waar nodig, maatwerk worden geleverd op het schaalniveau van een straat, plein en buurt. Zie deel C voor een toelichting.

Wat zie je in 2040? ■

In de binnenstad vind je nog steeds een grote variatie aan functies, van wonen tot cultuur, van winkels tot werken, van kerken tot horeca.

■

Functies passen bij de sfeer van de omgeving.

■

Als straten veranderen, werken bewoners, ondernemers en gemeente samen aan een plan voor het gebied.

■

De gemeente treedt actief op de vastgoedmarkt op zodat functies op de juiste plek komen.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie Binnenstad - 73| Variatie - 73

Om de juiste functie op de juiste plek te krijgen zet de gemeente de komende jaren in op een actiever vastgoedbeleid waarbij een afweging gemaakt wordt tussen maatschappelijke en economische waarde. In overleg met eigenaren of door zelf actiever op te treden kan de gemeente bij transacties van beeldbepalend vastgoed in de binnenstad meer sturen op de gewenste functies op een specifieke plek. Een gebiedsprofiel wordt alleen opgesteld als daarvoor een noodzaak is, die blijkt uit bijvoorbeeld leegstand, overlast of een hoge doorstroming. Daarnaast moet er ook zicht zijn op realisatie van de eerste stappen die in het gebiedsprofiel worden benoemd. Het is de bedoeling dat het opstellen van een gebiedsprofiel in een vlot proces tot stand komt en snel tot concrete resultaten leidt. Hoewel in een gebiedsprofiel ook doelstellingen voor de lange termijn worden benoemd, is het vooral bedoeld als afsprakenkader voor de uitvoering. In deel C van deze omgevingsvisie wordt nader ingegaan op het opstellen van een gebiedsprofiel. ▲ TivoliVredenburg, voorbeeld van vastgoed waarmee de gemeente een sturende rol heeft gehad in het Utrechtse cultuuraanbod.

74 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Samen regie voeren op vastgoed

De gemeente kan het wenselijk vinden dat een gebouw een andere bestemming krijgt, publiek toegankelijk wordt of bruikbaar voor culturele of maatschappelijke functies, doelen of waarden zoals energietransitie, circulaire economie, gezondheid, natuur-inclusiviteit of sociaaleconomische doelen. Om dat te bereiken is regie nodig op vastgoed in de binnenstad. Zo'n regiefunctie komt alleen tot zijn recht als er een visie op vastgoed is. Niet alleen op het niveau van afzonderlijke panden, maar op dat van de hele binnenstad. Wat zijn de beeldbepalende of strategische gebouwen? Welke bijdrage leveren ze aan de kwaliteiten van de binnenstad? Hoe kan die bijdrage behouden blijven of worden versterkt? Samen regie voeren op vastgoed houdt in dat de gemeente met vastgoedeigenaren in gesprek gaat. Wat is de wenselijke ontwikkeling van de binnenstad (of het gebied waarvoor een gebiedsprofiel wordt opgesteld) en hoe belangrijk is het vastgoed voor die ontwikkeling? Samen komen gemeente en vastgoedeigenaren tot de juiste functies in de juiste panden. Met een visie op vastgoed kan tijdig worden ingespeeld op vrijkomende gebouwen. De gemeente kan afspraken maken met vastgoedeigenaren, maar beschikt ook zelf over instrumenten om actief te sturen. Zo kan de gemeente besluiten om over te gaan tot strategisch behoud, aankoop van panden of verkoop van eigen vastgoed.

Onderdeel van een strategisch vastgoedbeleid is het anticiperen op vrijkomend

vastgoed. Een actief vastgoedbeleid gericht op de ‘juiste functie op de juiste plek’, gaat niet noodzakelijkerwijs uit van maximale huuropbrengsten, maar van het belang van de functie voor de kwaliteit van de binnenstad, de strategische locatie en aantrekkelijkheid van de plek in het geheel van de binnenstad. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat op een bepaalde plek maatschappelijke of culturele functies de voorkeur hebben boven de maximale huuropbrengsten. Al dan niet in combinatie met andere functies die hogere huuropbrengsten opleveren, zodat de mix van functies aantrekkelijk blijft vanuit economisch perspectief. Meer regie op vastgoed draagt zo bij aan het waarmaken van de ambities uit deze omgevingsvisie (of van ambities uit gebiedsprofielen). Het gaat erom commerciële functies op de juiste plek te krijgen en ook om betaalbare woningen, culturele of maatschappelijke functies een plek te geven,

die anders misschien uit de binnenstad verdwijnen. Anders gezegd: een bewuste vastgoedstrategie draagt bij tot economische, culturele en sociale vitaliteit. Een actiever vastgoedbeleid kost geld. Per situatie kan dit verschillen. Afspraken met vastgoed-eigenaren over de invulling van panden of het toegankelijk maken van panden zullen veelal zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Dan is er niet veel extra geld nodig. Het inzetten van gemeentelijke panden om ambities waar te maken zal vaak wel geld kosten of minder opbrengsten met zich meebrengen dan maximaal mogelijk zou zijn. Bij de aankoop van panden zijn altijd aanvullende middelen nodig om de ambities waar te maken. Gaat de gemeente zelf exploiteren, dan zullen de huurinkomsten waarschijnlijk niet voldoende zijn om de kosten van aankoop en eventueel verbouwing te dekken. Als de gemeente een pand weer doorverkoopt, zullen de randvoorwaarden die de gemeente stelt de verkoopprijs lager maken. Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=19eac726-fca0-43a5-9353-ce9c4e771f83