Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040
Over schoonheid, variatie en veerkracht in een ontspannen omgeving
Utrecht.nl/ omgevingsvisiebinnenstad
Colofon Bestuurlijk Opdrachtgever Anke Klein, wethouder Binnenstad Ambtelijk Opdrachtgevers Leen de Wit Lode Messemaker Andrea Berghuizen Projectmanagement Frans Werter Projectgroep Marjo de Kraker René van Seumeren Sascha Geneste Martine Leroi Greetje de Jager Cees Verbokkem Birgit Cannegieter Arno Ruis Emiel Fonville Charlie Spork Ruud Koch Marieke Jonker-Verkaart Joeri van der Lee Ellen Peeters Gerdien Stoel Marianne Langenhoff Edsard Kylstra Juul Mineur Gert-Jan van Rhijn Guido Vermunt
2 - Omgevingsvisie Binnenstad
Luc Eerden Gideon Vreeman Stefan van Dorp Michel Winkelman Gerhard Schoonvelde Berni Jansdam Karlijn de Wit Heleen Pel Maria Zwart Roos van Strien Martijn Steenwijk Redactie Frank van der Lecq Marjo de Kraker Frans Werter Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte Versiedatum: 17 juni 2021 Bestuurlijke besluitvorming PM
Inhoudsopgave Voorwoord 5 Toekomstbeeld 2040 7
A. Stad, binnenstad, omgevingsvisie 11
Omgevingsvisie Binnenstad 2040 12
B. Visie 23 Schoonheid 24 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Beeldbepalende gebouwen publiek toegankelijk maken 29 Stegen en hoven openen 35 Bestaande kwaliteiten benutten bij nieuwbouw 43 Ruimte maken 47 Uitnodigende inrichting openbare ruimte 53 Goed bereikbaar en minder parkeren op straat 57 Bevoorrading op maat 65
Variatie 68 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.
Elke functie op de juiste plek 73 Een gevarieerd woningaanbod 77 Maatschappelijke voorzieningen op peil en een gezonde leefomgeving 81 Winkelen, werken, cultuur beleven en ontmoeten 85 Horeca past bij de plek 93 Een diversiteit aan werkplekken 97 Evenementen passen bij de locatie 101 Balans tussen levendigheid en rust 105
Veerkracht 108 16. 17. 18. 19.
Singelpark rondom vergroten 115 Duurzame energie 125 Klimaatbestendige openbare ruimte 129 Regie op de ondergrond 135
Ontspannen 138 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26.
Een veilige binnenstad 143 De voetganger voorop 145 Verblijf centraal 155 Vertragen op de binnenstadsas 161 Verbonden met de omgeving 175 Gebruik vaarwater reguleren 185 Bezoekers gastvrij verwelkomen 189
C. Samen werken aan een binnenstad in balans 193
Samen met de stad 193 Initiatieven van de stad 197 Integrale gemeentelijke sturing 197 Vergunningen, toezicht en handhaving 199 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 201 Uitvoering en financiering 201 Tot slot 204
Afbeeldingen 205
Omgevingsvisie Binnenstad - 3
4 - Omgevingsvisie Binnenstad
Voorwoord Hoe ontwikkelt de Utrechtse binnenstad zich tot 2040? In het Coalitieakkoord 2018-2022, ‘Utrecht, Ruimte voor Iedereen’, spraken we af om de ontwikkeling van de binnenstad tot 2040 op gebieden als wonen, ondernemen, studeren en bezoeken in samenhang te bezien en deze omgevingsvisie op te stellen. De binnenstad is de kern waaruit het Utrecht van nu is voortgekomen. Steeds weer pasten de Utrechters hun stad aan nieuwe behoeften en omstandigheden aan, met als resultaat de binnenstad die we nu kennen. We moeten daar respectvol en zorgvuldig mee omgaan. Even zorgvuldig wilden wij de Utrechters van nu bewoners, ondernemers, werknemers, organisaties, instellingen - betrekken bij het opstellen van deze toekomstvisie. Dat gebeurde tijdens vele fysieke en digitale bijeenkomsten, in de vorm van een online enquête en luisterpalen in de stad. Een Binnenstadgroep met betrokken Utrechters, onder wie bewoners, ondernemers, studenten, organisaties en instellingen, heeft intensief met ons meegedacht hoe we de stad bij de omgevingsvisie konden betrekken. Graag wil ik allen bedanken voor hun inzet voor de binnenstad! Dit zijn onderdelen van een vernieuwend participatieproces, dat past bij de Utrechtse manier van ‘samen stad maken’.
Halverwege het opstellen van deze visie brak de coronacrisis uit. Velen, ook in de binnenstad, zijn door corona in zwaar weer terechtgekomen. Wij hebben ons afgevraagd of het wel passend is - en mogelijk – om in een periode als deze na te denken over de langere termijn. Ons antwoord op die vraag is ‘ja’. Iedereen heeft, in mindere of meerdere mate, last van corona, maar we leren er ook van. Zijn alle ontwikkelingen die we normaal vinden bijvoorbeeld wel zo normaal? Nog meer dan hiervoor beseffen we hoe fijn het is om een concert of een museum te bezoeken, te winkelen, te gaan dansen in een club of uit eten te gaan. In de binnenstad van de toekomst gaan we ervan uit dat het heerlijk wonen is, of je nu jong of oud bent, alleenstaand of een gezin met kinderen hebt, en dat we daarnaast de levendigheid en de ‘ruige’ randjes blijven houden die bij de binnenstad van een grote stad als Utrecht horen.
In deze omgevingsvisie staat beschreven welke ambities we zien voor de binnenstad en welke ontwikkelingen we willen stimuleren, bijsturen of juist afremmen. Een visie lost niet elk probleem ook moeten aanpakken. Aan alle betrokkenen biedt de omgevingsvisie een kader waarbinnen zij worden uitgedaagd om samen te werken en bij te dragen aan het behouden en versterken van de kwaliteit van de binnenstad. De unieke kwaliteiten van onze binnenstad zelf zullen ons inspireren om onze ambities tot 2040 samen waar te maken. Namens het college van burgemeester en wethouders, Anke Klein, wethouder Binnenstad
Denken over hoe je zo'n ambitie tot werkelijkheid kan maken, deden we ondanks de coronacrisis met een positieve blik. Want de binnenstad biedt uitstekende kansen voor gezond stedelijk leven voor iedereen.
Omgevingsvisie Binnenstad - 5
6 - Omgevingsvisie Binnenstad
Toekomstbeeld 2040 Deze Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040 begint met een toekomstbeeld van de Utrechtse binnenstad. Dit toekomstbeeld is tegelijk een samenvatting van de hele omgevingsvisie. In 2040 maken de schoonheid en de ontspannen sfeer de Utrechtse binnenstad (nog steeds) tot een plek waar bewoners, ondernemers en bezoekers zich thuis voelen. Aan het vele groen in de binnenstad is te zien hoe veerkrachtig de stad heeft ingespeeld op het veranderende klimaat. De grote variatie in woningen, werkplekken, horeca, winkels, culturele en onderwijsvoorzieningen trekt mensen van alle leeftijden, met diverse achtergronden en uiteenlopende interesses. In 2040 maakt de Utrechtse binnenstad deel uit van het vergrote centrum, waarvan ook het stationsgebied en het Beurskwartier deel uitmaken. Dit centrum is het hart van een flink gegroeide stad waarin ook nieuwe centra zijn ontstaan zoals Leidsche Rijn Centrum, Lunetten/Koningsweg en Utrecht Science Park. Voorzieningen zijn over de stad verspreid. De binnenstad is nog steeds een gewilde plek om te wonen, te ondernemen, te winkelen, van cultuur te genieten en te ontspannen. De grachten met de unieke werven liggen er prachtig bij, met zowel oude als jonge bomen. Het historisch erfgoed met monumentale panden bepaalt de sfeer, samen met zorgvuldig ingepaste hedendaagse architectuur van hoge kwaliteit. Het
straatbeeld wordt gekenmerkt door veel verschillende vormen van gebruik op een klein oppervlak. De stijlvolle inrichting van pleinen en straten maakt de schoonheid van de binnenstad beleefbaar maar maakt ook hedendaags gebruik mogelijk. Sinds in 2020 het gebouw Post Utrecht aan de Neude werd geopend (in het voormalige hoofdpostkantoor), zijn ook andere monumentale en beeldbepalende gebouwen toegankelijk gemaakt. Daardoor kun je de kwaliteit van deze plekken echt beleven. De openbare ruimte wordt steeds intensiever gebruikt. Daarom springt Utrecht zuinig om met de buitenruimte (straten, pleinen, parken en grachten), waar voetganger, fiets en verblijf centraal staan, en is die met hoogwaardige materialen ingericht. In de stad wordt geleefd, de stad wordt gebruikt en dat mag je ook zien op straat, zolang de openbare ruimte toegankelijk en gastvrij is en ontdaan van onnodige obstakels. Er is alleen plek voor objecten die bijdragen aan de sfeer van de binnenstad en tegelijkertijd het gebruik mogelijk maken. In de binnenstad is in 2040 een vitale mix aanwezig van enerzijds wonen en bijbehorende voorzieningen voor bewoners, zoals scholen en gezondheidszorg, anderzijds voorzieningen die ook zijn gericht op bezoekers, zoals winkels, horeca en cultuur. Utrecht heeft ook in 2040 nog toonaangevende culturele voorzieningen op elk terrein, waaronder het Centraal Museum, TivoliVredenburg
en de Stadsschouwburg, en organiseert spraakmakende culturele evenementen, zoals Le Guess Who?, het Festival Oude Muziek en het Nederlands Film Festival. Het winkelgebied is levendig en gevarieerder dan in 2021. Winkels zijn in 2040 ook ontmoetingsplaatsen en expertisecentra, gecombineerd met cultuur en werkplekken. Musea, broedplaatsen, zelfstandige kunstenaars, galerieën, podia en andere culturele organisaties voegen iets toe aan de schoonheid van de binnenstad en nodigen uit tot ontmoeting en gesprek. De mix van functies maakt de binnenstad aantrekkelijk voor allerlei mensen: jong en oud; gezin en alleenstaand; uit de binnenstad en uit andere Utrechtse wijken; Nederlands en internationaal. Die diversiteit aan mensen is ook een van de aantrekkelijke kanten van de binnenstad. Een plek waar je allerlei mensen tegenkomt, elkaar kan ontmoeten, samen iets kan beleven, kan zien en gezien worden. De binnenstad bruist, want mensen wonen, werken, studeren en ondernemen graag in het prachtige historische decor. Bezoekers voelen zich welkom. Ondernemers geven voor een belangrijk deel vorm aan die gastvrijheid, omgekeerd bepaalt de kwaliteit van de binnenstad ook de kansen voor ondernemers. Detailhandel, horeca, musea en evenementen blijven Utrechters en mensen van verder naar de binnenstad trekken doordat ondernemerschap en cultuur de ruimte krijgen. Omgevingsvisie Binnenstad - 7
In 2040 is de binnenstad veel groener en biodiverser dan in 2021. Dat is belangrijk voor de gezondheid van mensen, planten en dieren. Je beleeft een toename van de flora en fauna in de binnenstad. Het singelpark biedt ruimte voor een groene wandeling rondom de binnenstad en er zijn goede verbindingen naar de landschappen rondom de stad. Binnenhoven en stegen zijn groener en beter toegankelijk gemaakt. De binnenstad is omgeschakeld naar duurzame energiebronnen en beter bestand tegen het veranderende klimaat. In 2040 zijn er meer hete dagen, maar ook meer hevige buien. Doordat er meer groen is dan in 2021 en minder verharding, kan water beter worden opgevangen. Bomen nemen dit water op en zorgen voor schaduw. Dit maakt de binnenstad klimaat-robuuster en voegt tegelijkertijd iets toe aan de verblijfskwaliteit. Door de juiste beplantingskeuzes levert de groene inrichting ook een bijdrage aan de biodiversiteit. Er is meer regie op alle functies die in de ondergrond een plek hebben gekregen, zodat gebouwen in de binnenstad van duurzame energie kunnen worden voorzien én de openbare ruimte is aangepast aan klimaatverandering.
8 - Omgevingsvisie Binnenstad
De binnenstad van Utrecht is compact, voor de meeste mensen goed beloopbaar en daarvoor in 2040 optimaal ingericht. In de binnenstad verplaats je je meestal te voet of per fiets, want verblijf staat er centraal. Natuurlijk is de binnenstad toegankelijk voor iedereen, ook als je een beperking hebt. Voor mensen die dat nodig hebben en mensen van buitenaf, zijn er alternatieven voor lopen en fietsen, zoals openbaar vervoer, taxi’s of deelauto’s. De aangename groene straten en pleinen in de binnenstad met een hoogwaardige inrichting nodigen uit om er langer te verblijven. De binnenstad is een bestemming, geen doorgangsruimte voor verkeer. Dit merk je vooral op de route tussen Smakkelaarsveld en Lucasbolwerk, waar nauwelijks doorgaand openbaar vervoer of autoverkeer meer rijdt en veel ruimte is gemaakt voor voetgangers, fietsers en groen. De binnenstad blijft uitstekend bereikbaar, op een meer ontspannen manier dan in 2021, zonder dat auto’s en bussen het straatbeeld bepalen. Het tempo in de binnenstad is dat van de voetganger en fietser. Andere verkeersstromen passen zich aan dat tempo aan of rijden snel en comfortabel om de binnenstad heen. Fietsers zijn nog altijd zeer welkom in de binnenstad, want op de fiets kun je er op een ontspannen manier komen en verplaatsen. Je fiets parkeer je in een rek op straat of -veel meer dan nu nog - in een fietsen-
stalling. Auto’s worden in garages geparkeerd, op eigen terrein of buiten de binnenstad. Logistiek vindt meer plaats over het water en met emissievrije transportmiddelen. Barrières voor langzaam verkeer naar de binnenstad, zoals de spoorzone, zijn geslecht door de aanleg van nieuwe bruggen of tunnels. Deze zorgen voor sterke verbindingen tussen de oude en de nieuwe helft van het centrum. Ook over de singel liggen een paar nieuwe parkbruggen, waardoor mensen uit de omliggende wijken op een comfortabele manier naar de binnenstad kunnen lopen en die het gebruik en de beleving van het singelpark verbeteren. Door hernieuwde aandacht voor de voetganger zijn ook de drukkere routes in en om de binnenstad gemakkelijk over te steken. De Utrechtse binnenstad blijft een levendige stadswijk, waar verschillende vormen van gebruik elkaar ontmoeten en soms schuren. Ook houdt niet iedereen zich altijd aan de regels. Uitgaan brengt ook in 2040 wel eens overlast met zich mee. Fiets en voetganger blijven elkaar soms in de weg zitten als het gaat over het gebruik van de openbare ruimte. De binnenstad is van iedereen, van bewoners uit de binnenstad of afkomstig van elders, van ondernemers, studenten en bezoekers. Dak- en thuislozen horen – hoewel hard ingezet wordt om hun situatie te verbeteren – ook bij de binnenstad. Evenementen brengen
▲ De Utrechtse binnenstad blijft een levendige stadswijk waar mensen elkaar ontmoeten.
plezier en hinder, vaak hand in hand. De kracht van de binnenstad is dat die de dynamiek opvangt. De Utrechtse binnenstad kent zowel plekken als tijdstippen van levendigheid en van rust. Het is maar goed dat de binnenstad in 2040 niet aanvoelt als een museum, een enclave voor toeristen of... een gewone woonwijk.
De Utrechtse binnenstad is in 2040 een representatieve, uitnodigende en gezonde ruimte voor iedereen. Een ruimte waar wordt gewoond, geleefd, gefeest, waar je werkt en onderneemt, waar je ontspant en elkaar ontmoet. Bewoners, ondernemers, werknemers, organisaties en gemeente werken met elkaar
samen om dit in balans voor elkaar te krijgen. De gemeente stuurt actief bij om de ambities in deze Omgevingsvisie Binnenstad 2040 te verwezenlijken.
Omgevingsvisie Binnenstad - 9
Schoonheid
Variatie
Veerkracht
Ontspannen
10 - Omgevingsvisie Binnenstad
A. Stad, binnenstad, omgevingsvisie Utrecht groeit en bloeit. De stad, inclusief de binnenstad, beleeft een periode van welvaart en dynamiek. Utrecht ligt centraal in het land en is een gewilde plek om te wonen, te werken en te studeren. De gemeente speelt in op die tendens door de kwaliteit van leven in Utrecht te verbeteren. Ze zorgt voor woningen en voorzieningen om aan die vraag te voldoen. En het centrum van Utrecht groeit daarin mee zoals met de uitbreiding van het centrum buiten de historische binnenstad richting station Vaartsche Rijn en Beurskwartier. Zo is het niet altijd geweest in de bijna 900-jarige geschiedenis van Utrecht als stad met stadsrechten. In de jaren zeventig van de vorige eeuw bijvoorbeeld, vertrokken inwoners nog in groten getale uit de binnenstad en lag die er een beetje verwaarloosd bij. En in 2020, bij het opstellen van deze Omgevingsvisie Binnenstad 2040, is er onzekerheid over het (economisch) functioneren van de binnenstad door het uitbreken van de coronacrisis en over trends zoals de groei van de internetwinkelen. Tegelijkertijd is er bij sommigen ook zorg over het effect dat de groei van de stad heeft op het wonen en de leefbaarheid in de binnen-stad. Dat neemt niet weg dat mensen graag in de binnenstad wonen, werken, studeren en verblijven. Door de schoonheid van monumenten, grachten en werven.
Omdat er aantrekkelijke winkels en horeca zijn en er veel is te doen op cultureel gebied. Door de levendigheid op sommige momenten en plekken en de rust op andere.
De Utrechtse binnenstad heeft zich in de loop van eeuwen gevormd onder invloed van steeds veranderende omstandigheden. Het gemeentebestuur, bewoners, ondernemers, kerkgenootschappen, de universiteit en andere organisaties hebben de binnenstad gemaakt zoals we die nu kennen. Met kwaliteiten die steeds weer nieuwe generaties bewoners en bezoekers herkennen en inspireren. Dit zijn ook de eigen-schappen die circa 1200 bewoners, ondernemers en bezoekers van de binnenstad noemden toen hen, vanwege de totstandkoming van deze omgevingsvisie, werd gevraagd waarom ze zo van de binnenstad houden. Soms gebruiken mensen er andere woorden voor, maar in de kern zijn ze vergelijkbaar. De schoonheid van de binnenstad wordt geroemd. In de binnenstad beleef je 2000 jaar geschiedenis aan de hand van de bebouwing, de Dom, de grachten met de werven, het stratenpatroon, het singelpark en de binnentuinen. Daarbij gaat het historische als vanzelfsprekend samen met het hedendaagse. Variatie is net zo kenmerkend voor de Utrechtse binnenstad. Heel verschillende plekken en functies bevinden zich op een klein oppervlak. Je vindt hier alle voorzieningen die je in het centrum verwacht. Deze contrasterende functies en sferen trekken een diversiteit aan mensen.
Ook herken je variatie aan de verschillen in gebruik van de binnenstad. Dezelfde plek kan ‘s morgens rustig zijn en ’s avonds feestelijk druk. De binnenstad en haar bewoners beschikken over veerkracht. Utrechters hebben hun stad telkens weer aangepast aan nieuwe omstandigheden, rampen of andere economische tijden. De binnenstad ontwikkelt zich aldoor mee met de groei en krimp van de bevolking, veranderingen in de samenleving of klimatologische en hygiënische ontwikkelingen. De binnenstad van Utrecht heeft een ontspannen sfeer. Het gebied is overzichtelijk en heeft een menselijke maat. De uitstraling is over het algemeen relaxed, op straat is het meestal veilig. Er wordt veel gefietst en gewandeld, ook ’s avonds in het donker. En hoewel al die verschillende mensen en vormen van gebruik soms schuren, maakt de ontspannen sfeer de binnenstad aantrekkelijk. Utrecht koestert deze vier kwaliteiten van de binnenstad. In deze omgevingsvisie worden ze dan ook gebruikt als leidraad voor de toekomst. Zij helpen ons als Utrechters om onze ambities voor de toekomst scherp te stellen. Zij maken duidelijk waar de kracht van de binnenstad ligt waarop de stad kan voortbouwen, zodat de binnenstad in 2040 nog steeds een plek is waar alle Utrechters trots op zijn. Omgevingsvisie Binnenstad - 11
Omgevingsvisie Binnenstad 2040
Deze omgevingsvisie deelgebied Binnenstad, oftewel ‘Omgevingsvisie Binnenstad 2040’, is een deel-omgevingsvisie van de Omgevingsvisie Utrecht. In het Coalitieakkoord 2018-2022, ‘Utrecht, Ruimte voor Iedereen’, wordt een omgevingsvisie voor de binnenstad aangekondigd. Er is voldoende reden om juist nu beter naar de binnenstad te kijken. De dynamiek van het gebied is groot. Wonen, werken, winkelen, studeren, ontmoeten en uitgaan komen hier samen. Dat zorgt voor levendigheid, maar stelt ook vragen over de balans tussen die functies en de ambities voor de toekomst.
▲ Plangebied Omgevingsvisie Binnenstad 2040. Het plangebied is met kleur aangegeven en daar omheen is een gebied gearceerd. Dit gebied is direct van invloed op het functioneren van de binnenstad en andersom. Ook over dit gebied doet deze omgevingsvisie uitspraken.
12 - Omgevingsvisie Binnenstad
▲ De inhoud van de Omgevingsvisie Binnenstad 2040 is afkomstig uit drie bronnen.
Deze omgevingsvisie gaat over de historische binnenstad, het gebied binnen de singels. Samen met het stationsgebied, het Beurskwartier en het Lombokplein, vormt dit gebied een nieuw centrum van de stad. Volgens de formele gemeentelijke wijkindeling hoort de historische binnenstad bij de wijk Binnenstad, samen met Jaarbeurs, stationsgebied, Moreelsepark, Hooch Boulandt en de Bleekstraat en omgeving.
kade en Rotsoord in het zuiden, Hooch Boulandt en Kanaalstraat in het westen en Amsterdamsestraatweg en Oudenoord in het noorden. Maatregelen in de binnenstad, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, hebben bijna altijd effecten op de omliggende wijken. De effecten kunnen sterk verschillen in intensiteit tussen gebieden. Zo zijn bijvoorbeeld die effecten bij Wittevrouwen vrij groot en bij Hooch Boulandt veel subtieler. In deze omgevingsvisie voor de binnenstad is er aandacht voor de samenhang met die wijken - en ook met de ontwikkeling van de hele stad.
De Omgevingsvisie Binnenstad 2040 heeft betrekking op de historische binnenstad, maar heeft ook betrekking op de relatie en verbinding met zijn omgeving: het stationsgebied, de omliggende wijken en straten als de Biltstraat en Nachtegaalstraat in het oosten, Wester-, Ooster-
Deze omgevingsvisie kijkt twintig jaar vooruit, naar 2040, en bevat uitgangspunten voor de ontwikkeling van de binnenstad in de komende jaren, in beleid en op straat. Daarbij is 2040 geen eindstation maar een ijkpunt voor de toekomst. Belangrijk is dat deze omgevingsvisie de stad –
bewoners, ondernemers, bezoekers – duidelijkheid biedt over de ambities van het gemeentebestuur voor de binnenstad in de richting van 2040. De visie is een integraal toekomstbeeld gebaseerd op de kernkwaliteiten van de binnenstad. Dat houdt in dat het niet over één onderwerp gaat maar verschillende thema’s, zoals mobiliteit, economie, openbare ruimte, groen, wonen en erfgoed, in samenhang bekijkt. Deze omgevingsvisie biedt niet direct een panklare oplossing voor alle kwesties die op dit moment spelen in de Utrechtse binnenstad, zoals de door sommige groepen bewoners ervaren spanning tussen uitgaan en bezoek enerzijds en wonen anderzijds, of de sluipende leegstand van winkels in het kernwinkelgebied. Wel helpt deze visie bij het aangaan van die uitdagingen op de lange termijn. Hoe, dat is, in deel B van dit document, verwoord in 26 richtingen waarin de binnenstad zich kan ontwikkelen. De richtingen zijn gerangschikt in paragrafen onder de vier kwaliteiten van de binnenstad, namelijk schoonheid, variatie, veerkracht en een ontspannen omgeving. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt de omgevingsvisie uitgewerkt in de dagelijkse keuzes voor projecten en beheer. Daarvoor werkt de gemeente nauw samen met bewoners, ondernemers en andere partijen in de stad. Tegelijkertijd vragen de ambities in deze Omgevingsvisie
▲ TivoliVredenburg aan de Catharijnekade.
Binnenstad 2040 om een stevige (bij)sturing van de gemeentelijke overheid. De visie krijgt uiteindelijk zijn weerslag in een omgevingsplan waarin de regelgeving is vastgelegd. Zie deel C. De Omgevingsvisie Binnenstad 2040 werkt algemeen gemeentelijk beleid uit voor de specifieke situatie in de binnenstad.
De omgevingsvisie speelt daarbij in op trends en ontwikkelingen in de samenleving, wordt daarnaast niet in de laatste plaats gevoed door de dialoog met de samenleving over de toekomst van de binnenstad.
Omgevingsvisie Binnenstad - 13
In de eerste 800 jaar van zijn bestaan als stad wás Utrecht wat nu de historische binnenstad is. Op een oppervlak van 1,5 bij 1 km groeide de stad van 3000 inwoners rond 1200 tot 35.000 in 1822. Pas vanaf ongeveer 1870 werd op grote schaal buiten de singels gebouwd. Ook toen behield de huidige binnenstad, naast een wijkfunctie, zijn centrumfunctie voor politiek, religie, handel, bedrijvigheid en cultuur.
In 2020 wonen ongeveer 14.500 mensen in het gebied binnen de singels en ligt rondom de binnenstad een stad van meer dan 300.000 inwoners. Die het hart is van een regio waar nog eens ruim 400.000 mensen wonen. En ook de binnenstad zelf kreeg een uitbreiding: het stationsgebied, en nu groeit het centrum met de ontwikkeling van het Beurskwartier en Lombokplein. De straten vanuit de omliggende wijken naar de historische binnenstad voelen meer en meer als onderdeel van het centrum.
Romeinse tijd
± 1000
± 1750
± 1850
± 1950
2021
Van stad tot binnenstad
14 - Omgevingsvisie Binnenstad
▲ Toen Joost Cornelisz. Droochsloot dit schilderij van de Ganzenmarkt maakte (1625), telde Utrecht 30.000 inwoners.
Omgevingsvisie Binnenstad - 15
Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen
Utrechtse omgevingsvisies wortelen in het gemeentelijke beleid dat is samengevat als ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ Beleid dat voor de hele stad geldt, verwoord in de overkoepelende Omgevingsvisie Utrecht, wordt in deze omgevingsvisie niet herhaald. Alleen beleid dat vraagt om een specifieke uitwerking in de binnenstad, wordt in deze visie benoemd. De Omgevingsvisie Binnenstad 2040 bouwt voort op de Ruimtelijke Strategie Utrecht of RSU (het koersdocument van de Omgevingsvisie Utrecht) en is daarnaast in lijn met andere gemeentelijke toekomstvisies en –programma’s. ▲ Gezond Stedelijk Leven
16 - Omgevingsvisie Binnenstad
Alles wijst erop dat Utrecht de komende twintig jaar stevig blijft groeien. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 beschrijft de gemeente hoe ze de stad op de lange termijn wil inrichten. Daarnaast staat in het Mobiliteitsplan 2040 hoe de stad bereikbaar blijft. De gemeente voorziet, naast het huidige centrum, vier nieuwe centra. Deze bieden elk, naast wonen in hoge dichtheid, ook werkplekken en ruimte voor winkels, horeca, cultuur en evenementen. De nieuwe centra worden ontwikkeld in onder meer Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park en - in de verdere toekomst – bijvoorbeeld bij het knooppunt Lunetten/ Koningsweg. De nieuwe centra worden verbonden met een ring van openbaar vervoer. De gemeente gaat uit van een toename met 100.000 inwoners tot in totaal zo’n 455.000 in 2040. Voor deze
Utrechters zijn ongeveer 60.000 woningen nodig. Ook zullen er rond de 70.000 arbeidsplaatsen bijkomen. De gemeente Utrecht vangt de groei van de stad zo veel mogelijk binnenstedelijk op. Tegelijkertijd wil de gemeente verduurzamen en de leefbaarheid en kwaliteit van de stad versterken, onder meer door de kwaliteit van gebouwen en de openbare ruimte te verbeteren. De toename van het aantal woningen vraagt tegelijkertijd om een toename van de hoeveelheid groen: vergroenen en verdichten in balans. Tegelijkertijd met de spreiding van voorzieningen over de stad, wil de gemeente de centrumfuncties en de daarbij horende levendigheid ook in de binnenstad behouden. Dat betekent dat, met de groei van stad en regio, nog altijd meer en meer mensen gebruik zullen maken van de winkels, horeca en culturele voorzieningen in de historische binnenstad en het stationsgebied. Dit heeft gevolgen voor de bereikbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte. Immers, dezelfde ruimte wordt door steeds meer mensen en dus steeds intensiever gebruikt. Tegelijkertijd vraagt die toename van het gebruik om een zodanige inrichting dat het aantrekkelijk blijft om in de binnenstad te wonen, zowel op plekken met meer levendigheid als die met een rustige uitstraling
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 Utrecht Dichtbij, de 10 minutenstad
De kracht van Utrecht is de korte afstand voor het dagelijks gebruik van de stad en het omliggende landschap: de menselijke maat van Utrecht spreekt tot de verbeelding van onze inwoners én bezoekers aan onze stad. Wij willen Utrecht dichtbij hebben; de belangrijkste voorzieningen voor dagelijks gebruik moeten ‘binnen 10 minuten’ bereikbaar zijn vanaf de woon- of werkplek. Vaak kan dat lopend of op de fiets. Het is wenselijk dat woningen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, openbaar vervoer en groen overal in Utrecht dichtbij elkaar liggen, zodat inwoners er gemakkelijk en snel gebruik van kunnen maken.
Van één naar vijf centra
Om de 10-minuten stad te bereiken kiest de gemeente er voor om de groei van de stad te concentreren op een aantal plekken, waar in hogere dichtheid wordt gebouwd en waar wonen met alle bijbehorende voorzieningen wordt gerealiseerd. Hiermee verandert Utrecht van een stad met één centrum, naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, culturele en maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor sport en groen. Zo worden de stedelijke voorzieningen verspreid over de stad. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De binnenstad blijft weliswaar het hart van Utrecht, maar er komen meerdere nieuwe centra en knooppunten bij:
• • • •
Leidsche Rijn Centrum, inclusief delen van het aangrenzend Lage Weide en Zuilen Overvecht Utrecht Oost: Utrecht Science Park, Rijnsweerd, Galgenwaard en LunettenKoningsweg De A12 zone: van Papendorp tot Laagraven
Deze locaties worden ontwikkeld rondom bestaande stations en/of op plekken waar al veel ontwikkeling is en/of op plekken in de stad waar ruimte is. In de RSU 2040 beschrijven we de ontwikkeling van een stad met één centrum naar een stad met meer dan één centrum, waarbij een combinatie met ontwikkelingen buiten de stad op termijn mogelijk is. Zo krijg je een stad, waar alle belangrijke dagelijkse functies dichtbij de woon- en werkomgeving zijn te vinden.
Omgevingsvisie Binnenstad - 17
Dialoog met de stad
Aan de Omgevingsvisie Binnenstad 2040 ging een dialoog met de stad vooraf. De opzet van de dialoog is begeleid door een Binnenstadgroep. Deelnemers aan die groep waren afkomstig uit Centrummanagement Utrecht (CMU), de Universiteit Utrecht, de Actiegroep Binnenstad030, De Tussenvoorziening, studentenunie VIDIUS, gehandicaptenoverleg Solgu, woningcorporatie Mitros, de Vereniging Oud-Utrecht, Koninklijke Horeca Nederland, de Vereniging van Commercieel Onroerendgoed-eigenaren (VCOC), de Stedelijke Raad van Kerken, Utrecht Marketing, internationals (expats), de Jaarbeurs en de gemeente. Aanvankelijk waren ook de wijkraad (tot eind 2019) en de bewonersorganisatie Lange Nieuwstraat e.o. (tot juni 2020) vertegenwoordigd.
▲ Startbijeenkomst op 19 mei 2019 in het Museum Speelklok.
18 - Omgevingsvisie Binnenstad
De Binnenstadgroep adviseerde over de thema’s die besproken moesten worden in de omgevingsvisie en de wijze waarop de dialoog werd gevoerd. Dit was een procestaak. De inhoud werd besproken tijdens activiteiten met geïnteresseerden in de stad. Leden van de Binnenstadgroep deden ook mee aan de inhoudelijke activiteiten vanuit hun eigen perspectieven op de ontwikkeling van de binnenstad. Zij zijn het dan ook niet noodzakelijkerwijs eens met alle in deze omgevingsvisie gemaakte keuzes. De dialoog begon in mei 2019 met een filmpje dat via de sociale media verspreid is. Meer dan
1.200 mensen hebben meegewerkt aan een online peiling naar de waarde van de binnenstad (onder wie 27% bewoners van en 17% werkend in de binnenstad). Op 22 mei 2019 is een startbijeenkomst met 187 aanwezigen georganiseerd. In het najaar van 2019 is met de Binnenstadgroep een document besproken waarin de onderwerpen zijn benoemd waarover gediscussieerd zou moeten worden bij de ontwikkeling van een visie voor de binnenstad. Dit document is, op thema gerangschikt, gepubliceerd op de website van de Omgevingsvisie Binnenstad. Op 11 december 2019 vond een tweede werkconferentie plaats met 160 deelnemers. Een derde geplande werkconferentie in maart 2020 is door de coronacrisis afgelast. Ter vervanging van de afgelaste werkconferentie van maart 2020 is een filmpje met ‘de tussenstand’ op de website gepubliceerd. Daaraan gekoppeld zijn zeven online-themagesprekken georganiseerd. Naast de werkconferenties zijn verdiepende activiteiten georganiseerd over openbare ruimte, mobiliteit, energie, cultuur, economie, vastgoed, wonen en overlast. Ook is een bijeenkomst voor ‘internationals’ (expats) georganiseerd. Er zijn daarnaast gesprekken gehouden met studenten en ouderen. Tot 1 november 2020 stond een speciale website ter beschikking van de Omgevingsvisie Binnenstad 2040. In december 2019 stonden op drie plekken
luisterpalen (740 gesprekken van langer dan één minuut). Ook werd regelmatig een nieuwsbrief verspreid onder rond de 1100 belangstellenden.
De verantwoordelijkheid voor die keuzes ligt bij het gemeentebestuur: het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.
Verschillende organisaties in de stad hebben ook visies gepubliceerd of adviezen gegeven over de toekomst van de binnenstad, al dan niet als reactie op het in het najaar 2019 gepubliceerde discussiestuk. Dit zijn onder meer visies van CMU, VCOC en de Actiegroep Binnenstad030 en adviezen van de WMO cliëntenraad en de Fietsersbond. De door de partijen in de stad benoemde onderwerpen en thema’s zijn bij het samenstellen van deze omgevingsvisie betrokken.
Ontwikkelingen in maatschappij, technologie en milieu
De onderwerpen waarover is gesproken, zijn breed en groot in aantal, wat zich weerspiegelt in deze omgevingsvisie. Sommige onderwerpen zijn geagendeerd door de gemeente, andere door partijen in de stad, weer andere door allebei. Misschien is de oorsprong minder van belang dan het feit dat ingrijpende thema’s benoemd en besproken zijn: de kern van een dialoog. Deelnemers aan die dialoog brachten op de aangedragen thema’s hun perspectieven in. Deze visie op de binnenstad probeert recht te doen aan die verschillende perspectieven en ze in samenhang te zien. Het gaat daarbij om een integraal en niet sectoraal opgebouwde visie met de kwaliteiten van de binnenstad als uitgangspunt. Dat levert een consistent toekomstbeeld op, op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt.
De wereld om ons heen verandert snel. Die veranderingen zijn van invloed op de binnenstad, op de bewoners, ondernemers, werknemers en bezoekers, op onze manier van wonen, werken, ondernemen, studeren en ontspannen. Deze omgevingsvisie speelt in op die ontwikkelingen en helpt de stad voorbereid te zijn op een toekomst die nog onzeker is. Zij bouwt voort op de trend om zingeving, waarde en identiteit te zoeken in de unieke aspecten van de nabije omgeving. Zoals je die vindt in de schoonheid van ons erfgoed. Klimaatverandering, energietransitie en de noodzaak van vergroening en behoud en vergroting van biodiversiteit komen in deze omgevingsvisie aan de orde, maar ook veranderend koopgedrag door internetwinkelen, internationalisering en de trend om meer thuis te werken. Mobiliteitstrends komen aan bod, zoals deelmobiliteit en het idee dat mobiliteit een dienst is die je afneemt in plaats van een bezit in de vorm van een auto of fiets. Een andere trend is de verdergaande digitalisering, die soms nieuwe, nog onbekende oplossingen biedt voor de uitdagingen van de binnenstad, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, economie en Omgevingsvisie Binnenstad - 19
▲ Onderdeel van de dialoog met de stad over de Omgevingsvisie Binnenstad waren verschillende themawandelingen.
logistiek. Ook heeft de omgevingsvisie oog voor het toenemende circulaire denken (denken in kringlopen). Het hergebruik van de panden in de binnenstad door de eeuwen heen is daar een goed voorbeeld van. In de komende jaren gaat het, naast circulair ‘bestemmen’, ook om circulair bouwen en een andere manier om naar afvalstromen te kijken: niet in termen van afvalproduct maar van grondstof.
20 - Omgevingsvisie Binnenstad
► De Singelloop wordt in 2021 voor de 70e keer georganiseerd in en om de binnenstad en is uitgegroeid tot een internationaal sportevenement. Omgevingsvisie Binnenstad - 21
11
Winkelen, werken, cultuur beleven en ontmoeten 20 Een veilige binnenstad 22
Verblijf centraal 17 13
1
Beeldbepalende gebouwen publiek toegankelijk maken
Duurzame energie
5
Uitnodigende inrichting openbare ruimte
Diversiteit aan werkplekken 12
Horeca past bij de plek
2 Stegen en hoven openen
15
9
Balans tussen levendigheid en rust
Een gevarieerd woningaanbod 6
Bevoorrading op maat 7
Goed bereikbaar en minder parkeren op straat
Regie op de ondergrond 19 24
Elke functie op de juiste plek 8 Ruimte maken 4 Evenementen passen bij de locatie 14 Bezoekers gastvrij verwelkomen 26 Klimaatbestendige openbare ruimte 18 Bestaande kwaliteiten benutten bij nieuwbouw 3 Vertragen op de binnenstadsas 23 Maatschappelijke voorzieningen op peil en 10 een gezonde leefomgeving De voetganger voorop 21
22 - Omgevingsvisie Binnenstad
Singelpark rondom vergroten 16
Gebruik vaarwater reguleren 25
Verbonden met de omgeving
B. Visie De vier kwaliteiten van de binnenstad – schoonheid, variatie, veerkracht en een ontspannen omgeving – vormen het kompas van deze omgevingsvisie. Deze kwaliteiten hangen met elkaar samen en bepalen samen het succes van de binnenstad. In dit deel B vormen zij de basis voor de beschrijving van vier overkoepelende ambities voor de toekomst. Deze zijn uitgewerkt in 26 richtingen waarin de binnenstad zich de komende twintig jaar gaat ontwikkelen. Een overzicht van de richtingen staat in bijgaande illustratie.
◄ Deze illustratie verbeeldt de visie voor de Utrechtse binnenstad in 2040. Hier zijn de 26 richtingen te zien waarin de binnenstad zich de komende 20 jaar ontwikkelt. Omgevingsvisie Binnenstad - 23
Schoonheid 24 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Schoonheid Utrecht heeft een van Europa's mooiste binnensteden. Met honderden monumenten zoals stadskastelen, hofjes, kerken, de unieke werven met kelders en ook interessante hedendaagse gebouwen. Er is een samenhangend stadsbeeld ontstaan met buitenruimten die door eeuwen van wisselend gebruik elk hun eigen sfeer en karakter hebben gekregen. De combinatie van oud en nieuw geeft de binnenstad een dynamische schoonheid. Vandaar de eerste ambitie voor 2040 in deze omgevingsvisie: De schoonheid van de binnenstad behouden, vergroten, benutten en beleefbaar maken.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 25
De schoonheid van de binnenstad wordt voor een belangrijk deel bepaald door het rijke bestand aan cultureel erfgoed, waaronder het merendeel van de ongeveer 3000 Utrechtse monumenten. Maar bij het erfgoed horen ook het stratenpatroon dat voor een groot deel nog middeleeuws is: de grachten met werven, de singel met monumentale bomen, stegen, pleinen en binnenhoven. Hedendaagse gebouwen (zoals het Universiteitsmuseum) en de combinatie van historische panden met nieuwe toevoegingen (zoals het stadhuis of Post Utrecht aan de Neude), verhogen de schoonheid van de binnenstad. Die schoonheid maakt de Utrechtse historische binnenstad aantrekkelijk voor zowel bewoners, ondernemers als bezoekers. Het is een kwaliteit die rijke mogelijkheden biedt voor de toekomst.
▲ Lucasbolwerk met de fontein ‘Feest der muzen’ uit 1959 van de Utrechtse kunstenaar Joop Hekman en de Stadsschouwburg van architect Dudok (1941).
26 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
De Utrechtse binnenstad is, uitgezonderd Hoog Catharijne en Wijk C, sinds 1975 een beschermd stadsgezicht. Onder meer door deze bescherming kan de binnenstad zich door zijn schoonheid blijven onderscheiden. Het bodemarchief onder de binnenstad biedt komende generaties de mogelijkheid vragen over het verleden te beantwoorden. De ondergrond van het Domplein is een archeologisch rijksmonument en staat met de omliggende bebouwing op de nominatie om op de UNESCO werelderfgoedlijst te komen, als onderdeel van de Romeinse limes.
Op het kleine oppervlak van de binnenstad bevinden zich negen musea, zoals het Centraal Museum, Museum Speelklok, DOMUnder en het Volksbuurtmuseum, stuk voor stuk vindplaatsen van schoonheid. In de binnenstad staan monumentale standbeelden en hedendaagse kunstwerken. Daarnaast vind je er waardevol immaterieel erfgoed, zoals de kennis en tradities van de universiteit en de culturen van beiaard en klokkenluiden. Ook vieringen zoals de vrijmarkt in de nacht voor Koningsdag en de Sint-Maartenstraditie (Unesco werelderfgoed) zijn verbonden met de Utrechtse binnenstad. Schoonheid vind je op de vele plekken in de binnenstad voor kunst en cultuur, zoals de Stadschouwburg of TivoliVredenburg. Aan de stijl en schaal van de gebouwen, grachten, pleinen en straten is de geschiedenis van de stad af te lezen met al zijn tijdlagen. Ook voor wie de geschiedenis niet precies kent, is die historie voelbaar. Elk tijdperk bracht Utrecht weer nieuwe gebouwen en een ander gebruik van de openbare ruimte. Het gaat niet om erfgoed dat eeuwenlang onveranderd is gebleven of zal blijven. Wel inspireert het inwoners en bezoekers steeds weer en verdient het bij nieuwe ontwikkelingen inspiratiebron te zijn. Het is belangrijk dat beeldbepalende gebouwen en het kenmerkende historische straten- en stegenpatroon in de binnenstad behouden blijven.
▲ De Neude rond 1890. Utrecht had toen 84.000 inwoners, maar fietsen en auto’s waren er nog niet.
Die maken immers dat Utrechters en bezoekers van de schoonheid van de stad kunnen genieten. Hetzelfde geldt voor de hedendaagse architectuur en de inrichting van pleinen en straten. In 2021 verkeert die historische binnenstad over het algemeen in een goede staat, zij het dat het behoud en herstel van gebouwen, de werven en hun kelders veel aandacht vragen en permanent zullen blijven vragen van de gemeente en de eigenaren. Ook is het erfgoed niet altijd goed zichtbaar doordat monumentale gebouwen niet toegankelijk zijn en de openbare ruimte intensief wordt gebruikt. Verduurzaming van erfgoed is noodzakelijk om monumentale gebouwen in de toekomst te kunnen blijven benutten.
Goed rentmeesterschap en dus zuinig zijn op erfgoed loont, want erfgoed van hoge kwaliteit trekt bewoners én bezoekers aan. Anders gezegd: tussen bezoekersmotieven, economisch functioneren en de staat van het erfgoed bestaat een directe relatie. In de richtingen die hierna staan beschreven, wordt duidelijk op welke manier de binnenstad zijn kwaliteiten kan behouden, verder ontwikkelen, benutten en beter beleefbaar maken. Dat gaat niet vanzelf. Ingrepen zijn nodig, zowel op het niveau van bouwwerken, werven, wal- en kluismuren, openbare ruimte als de structuur van straten en stegen, om de schoonheid van de binnenstad in 2040 beter tot zijn recht te laten komen. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 27
Publiek toegankelijk 28 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
1. Beeldbepalende gebouwen publiek toegankelijk maken
De kwaliteit van de historische en nieuwe architectuur wordt optimaal benut als Utrechters en bezoekers bijzondere gebouwen ook van binnen kunnen zien en beleven. Door investeringen van ondernemers, instellingen, particuliere eigenaren en gemeente zijn de meeste panden in de binnenstad in 2021 bouwkundig in goede staat. De restauratie van Domtoren en Domkerk is in volle gang. Ook de werven met hun kelders en wal- en kluismuren worden onder handen genomen. De vele monumenten, met hun beschermde status, blijven behouden. Voor aanpassingen zijn vergunningen nodig. Dat maakt het mogelijk om de panden met hun tijd mee te laten gaan en tegelijkertijd de monumentale waarden te behouden. Daarnaast is het de moeite waard als bijzondere panden niet alleen van buiten te zien zijn, maar ook zoveel mogelijk voor publiek toegankelijk. Het publiek toegankelijk maken van religieuze gebouwen zal gebeuren in overleg met eigenaar/ gebruikers met respect voor de oorspronkelijke functie van het gebouw. Daarbij hoort vanzelfsprekend dat deze toegankelijkheid geldt voor iedereen, ook voor mensen in een rolstoel. Behouden en passend ontwikkelen geldt overigens ook voor de panden die geen beschermde monumentale status hebben, zowel uit het oogpunt van aantrekkelijkheid als vanuit een verantwoord omgaan met grondstoffen (circulariteit).
Monumenten kunnen vaak goed worden aangepast aan de dynamiek van de stad. Erfgoed en ontwikkeling zijn dan een gouden combinatie. Een voorwaarde is dat er zorg voor wordt gedragen dat ingrepen in het erfgoed omkeerbaar zijn en de transformatie een kwalitatief waardevolle laag aan de geschiedenis van het pand toevoegt. Het “verhaal van het eeuwenoude gebouw” maakt deel uit van het visitekaartje van de functie die er gevestigd is. Het warenhuis de Winkel van Sinkel werd bijvoorbeeld eerst een bankgebouw en is nu grand café. Zulke transformaties zijn vaker mogelijk en daarom streeft de gemeente ernaar, erfgoed en andere beeldbepalende gebouwen (deels) functies te geven die als toegevoegde waarde hebben dat iedereen van de schoonheid kan genieten. Bij transformatie, verkoop of nieuwbouw van prominente gebouwen brengt de gemeente dit belang in of voert zij een actief vastgoedbeleid. Bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van beeldbepalende monumenten als stadskastelen, kerken, gebouwen van de universiteit of op de bolwerken. Daarom neemt de gemeente ook een sturende rol bij de herontwikkeling van een prominent pand als de voormalige bibliotheek aan de Stadhuisbrug of een pand als dat van het voormalige Utrechts Centrum voor de Kunsten aan het Domplein.
Dit laatste pand kan, met zijn binnenhof en kelder met Romeinse en middeleeuwse resten, een belangrijke rol spelen bij het beleefbaar maken van de schoonheid van Utrecht.
Wat zie je in 2040? ■
Er zijn meer karakteristieke beeldbepalende gebouwen waar je regelmatig in kunt. Ook bijzondere (werf)kelders.
■
Bij transformatie van een beeldbepalend gebouw wordt de geschiedenis van de plek met trots benut.
■
Met nieuwe technieken kun je de historie zien en beleven.
■
De werven liggen er mooi bij.
■
De werven zijn goed toegankelijk zodat mensen deze unieke plekken kunnen ervaren. Waar dat haalbaar is en goed inpasbaar is, zijn de werven toegankelijk gemaakt voor mensen met een lichamelijke beperking.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 29 - 29
▲ In de voormalige Westerkerk is nu een horecabedrijf gevestigd.
Nergens op de wereld zijn grachten met werven en werfkelders te vinden zoals in Utrecht. Ze zijn het resultaat van een bijzondere wisselwerking tussen publiek en privaat eigendom en gebruik. Ze vormden de haven van de middeleeuwse handelsstad. De werven zijn onderdeel van de ziel van de stad, maar ze zijn ook kwetsbaar. Om het te behouden, moeten eigenaren en gemeente de komende jaren investeren om ze in goede staat terug te brengen. Vervolgens is
30 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
permanent onderhoud nodig. Om werven, kelders, de straten boven de kelders en kades duurzaam te behouden, zijn waarschijnlijk ook aanpassingen nodig in gebruik en beheer. Ongebruikte kelders kunnen weer een functie krijgen. Bijzondere (werf) kelders kunnen publiek toegankelijk worden en de werven bijzonder onderdeel van de openbare ruimte. Zo blijft de schoonheid van dit erfgoed beleefbaar voor bewoners en bezoekers.
Werven en kelders - kwetsbaar erfgoed De Utrechtse werven en kelders zijn uniek erfgoed. Aan de in totaal 5 kilometer stadsgracht zijn meer dan 850 kelders en zeer waarschijnlijk veel meer. Tijdens een grootscheeps onderzoek zijn begin 2020 zestig onbekende kelders ontdekt. Utrecht wil dit erfgoed beschermen, toegankelijk en beleefbaar maken voor toekomstige generaties. De gemeente heeft een programma Wervengebied dat de bedoeling heeft gemeente en eigenaren te laten samenwerken op het gebied van beheer en onderhoud. De kwetsbaarheid van werven en van straat- en werfkelders stelt grenzen aan de toekomstige gebruiksmogelijkheden en belastingen. Meer wordt duidelijk als de draagkracht van keldergewelven nader is onderzocht in 2021 en de verschillende eigenaren en de gemeente afspraken hebben gemaakt. De kelders zijn niet gebouwd op het hedendaagse zwaar verkeer en zijn soms aangetast door slecht onderhoud, lekkage, boomwortels, verbouwingen en/of zwaar verkeer op de straten boven de gewelven. In 2021 geldt
voor voertuigen op straten met straat- en werfkelders een maximum aslast van 2 ton (2000 kilo); in sommige straten met straatkelders gelden hogere maximale aslasten. De funderingen van de oeverconstructies (walen kluismuren, watergevels) aan weerszijden van het water beperken de mogelijkheden voor scheepvaart en baggeren. Voorkomen moet worden dat het baggeren en de waterverplaatsing door scheepvaart de grachten dieper maakt dan goed is voor het behoud van deze funderingen.
In elk geval blijft op straat het motto: 'kleiner, lichter en schoner'. Te zware voertuigen worden geweerd, ook voor bouwverkeer, bevoorrading en afvalinzameling. Grote bomen zijn niet overal mogelijk. In de grachten gelden beperkingen voor de (gemotoriseerde) scheepvaart. Bron: https://erfgoed.utrecht.nl/werven
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 31
Monumenten in de binnenstad 1.200 rijksmonumenten, 665 gemeentelijke monumenten en 340 andere beeldbepalende gebouwen.
Legenda Grens omgevingsvisie Rijksmonument Gemeentelijk Monument Rijksbeschermd Stadsgezicht Zocherplantsoen (beschermd Rijksmonument) Domplein (beschermd archologisch Rijksmonument)
32 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Je als ondernemer onderscheiden kan ook door je erfgoedlocatie te gebruiken. Een ondernemer die in 2020 een modezaak vestigde in het middeleeuwse huis Drakenburg aan de Oudegracht, geeft zijn personeel vooraf een geschiedenislesje. De ondernemer: “We willen dat onze medewerkers niet alleen kennis hebben over de producten die we verkopen, maar ook iets kunnen vertellen over het pand waarin we zitten. Ik verwacht dan ook dat er niet alleen mensen bij ons binnenlopen om iets te kopen, maar ook om het prachtige gebouw te bewonderen.” Bron: DUIC
Erfgoed als inspiratiebron voor ondernemers, personeel en klanten
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 33
Doorsteekjes 34 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
2. Stegen en hoven openen
Er ontstaat meer ruimte in de binnenstad door stegen en hoven die zijn afgesloten te openen en aantrekkelijk in te richten. De ruimtelijke structuur (het netwerk van water, groen, bouwblokken, pleinen, stegen en straten) is, net als de gebouwen, onderdeel van de schoonheid van de Utrechtse binnenstad. Dit samenspel van vormen en patronen, van gebouwen en openbare ruimte wordt de ‘morfologie’ van de binnenstad genoemd. Bepalend voor die morfologie zijn vijf elementen, waarbij het vooral draait om de loop van het water: 1. 2. 3.
4.
De singel met park loopt om de binnenstad heen en begrenst deze. Twee grachten slingeren van noord naar zuid. Het patroon van straten en stegen loopt grotendeels parallel aan het water en haaks erop. De hoofdstraten lopen parallel aan de grachten (Springweg, Lange Nieuwstraat, Steenweg en Lange Elizabethstraat). Haaks daarop staan de smallere zijstraten en stegen. De hoofdroute oost-west van Vredenburg naar de Nobelstraat (de binnenstadsas) is een doorbraak uit de 20e eeuw. De stadspleinen liggen verspreid door de binnenstad aan de belangrijkste straten. De ontstaansgeschiedenis, vorm en betekenis van de pleinen lopen uiteen, waardoor elk plein zijn eigen identiteit heeft.
5.
6.
Kenmerkend voor de binnenstad zijn de gesloten bouwblokken met binnenhoven. Dit zijn vaak intieme, (semi-)toegankelijke groene ruimtes. Er zijn twee 'voorsteden', middeleeuwse uitbreidingen buiten de stadsmuren: de Bemuurde Weerd in het noorden en het Ledig Erf in het zuiden. Gezien hun gebruik, sfeer en ontstaansgeschiedenis worden in de voorsteden bij herinrichtingen dezelfde materialen en inrichtingsprincipes gebruikt als in de binnenstad.
De stad investeert al lang in het behouden, versterken en benutten van al deze structuren. Zo is het in de jaren zeventig gedempte deel van de singel tussen 2001 en 2020 in ere hersteld. De komende jaren wordt gewerkt aan verder herstel van dit netwerk, zoals de reconstructie van de Leidse Rijn, die Lombok weer verbindt met de historische binnenstad.
Wat zie je in 2040? ■
Stegen en hoven zijn opgeknapt, vergroend en vaker open.
■
Er loopt een steeg tussen het Achter Clarenburg en de Rijnkade.
■
De omgeving van de parkeergarages Strosteeg en Paardenveld is herontwikkeld zodat het weer past in het historische patroon van straten en stegen.
■
De Leidse Rijn is hersteld en weer verbonden met de singel.
Waar de Utrechtse stedenbouwkundige structuur van bouwblokken, stegen en binnentuinen is aangetast en het netwerk grover is geworden, streeft de gemeente er naar kansen op herstel te benutten zodra zich herontwikkeling voordoet. Dat kan de komende jaren bijvoorbeeld gebeuren in de omgeving van parkeergarage Paardenveld en bij de Springweg-parkeergarage aan de Strosteeg.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 35 - 35
▲ Teugelhof.
36 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
▲ Reguliersteeg.
▲ Inrichtingsprincipe voor de stegen. Van links naar rechts: openstellen stegen, zicht vanuit panden en groen in de steeg, opengestelde groene binnenhoven, nieuwbouw met behoud steeg.
Als ooit de herontwikkeling van parkeergarage Rijnkade op de agenda komt, dan biedt een nieuwe steeg tussen Rijnkade en Achter Clarenburg kansen op verfijning van het voetgangersnetwerk (uiteraard ook bedoeld voor iedereen die gebruik maakt van een rolstoel, scootmobiel of ander hulpmiddel).
De gemeente zet zich in om meer van de stegen en binnentuinen in de binnenstad openbaar toegankelijk te maken als onderdeel van de beleefbare geschiedenis van de stad. Zo wordt het publieke domein vergroot en wordt de kwaliteit van de besloten hoven hersteld en voor meer mensen bruikbaar.
Van de bestaande stegen en hoven zijn er veel afgesloten. Andere zijn al openbaar toegankelijk geworden, zoals de tuin van Hotel Karel V en de oude Hortus Botanicus, nu tuin van het Universiteitsmuseum.
De inrichting van deze hoven verdient veelal verbetering. Zo is vaak vergroening mogelijk. Groen kan bijdragen aan de schoonheid van de binnenstad, maar ook aan het vergroten van de variatie en veerkracht en daarnaast bijdragen aan de ontspannen sfeer die we graag behouden in de binnenstad.
Bewoners, bedrijven en instellingen zoals musea en de universiteit kunnen een belangrijke rol spelen bij de sociale veiligheid en het beheer van deze besloten plekken. Bij transformaties is het oorspronkelijke patroon van stegen en binnentuinen in de hele binnenstad het uitgangspunt. Als meer hoven en stegen (overdag) openbaar toegankelijk zijn en groener worden ingericht, kan de bestaande ruimte beter worden benut. Dan kunnen er aan het fijnmazige netwerk van de binnenstad groene routes voor voetgangers worden toegevoegd.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 37
Stedenbouwkundige patronen in de binnenstad (2021) Op een aantal plekken kan het stedenbouwkundige patroon worden versterkt, door bijvoorbeeld de singelroute door te laten lopen (Wolvenplein en Van Asch van Wijkskade). Ook kan het netwerk worden verfijnd door stegen en routes te herstellen (Kroonstraat-Paardenveld, Rijnkade-Achter Clarenburg en omgeving Strosteeg) en de kwaliteit daarvan te vergroten (Vrouwjuttenhof).
Legenda Grens omgevingsvisie Singel Grachten Pleinen Hoven Straten en stegen Historische voorsteden Zwakke plekken
38 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Stedenbouwkundige patronen in de binnenstad (2040) Legenda Grens omgevingsvisie Singel Grachten Pleinen Hoven Straten en stegen Historische voorsteden Herstelde groenverbinding Herstelde verbinding
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 39
Wijk C: een uniek stuk binnenstad De Utrechtse volkswijk Wijk C heeft een roerige geschiedenis achter de rug. Ooit was het één van de meest dichtbevolkte wijken van de binnenstad, met veel kleine arbeiderswoningen dicht op elkaar gebouwd. Om cholera-uitbraken te voorkomen zoals in de 19de eeuw plaatsvonden, werd er grondig gesloopt en herbouwd'. Ook economische crises en stadsvernieuwingsprojecten lieten hun sporen na. Gelukkig is een deel gered van de sloophamer en zijn er enkele woonstraten bewaard gebleven. Vooral dankzij protesten van bewoners, die trots zijn op hun bijzondere stuk binnenstad. Hoe kan Wijk C eruit zien in 2040? Een korte reis door de tijd...
1860
Nauwe straatjes, steegjes en vooral véél kleine woningen. De wijk lag geïsoleerd door de singel, bruggen waren schaars. Maar wél goed verbonden met de rest van de binnenstad. Mooi zichtbaar is hoe de ruimte rondom de Jacobikerk nog echt een plein vormde.
40 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
1977
Ruim honderd jaar later herken je de wijk nauwelijks terug: vooral in het noorden is vrijwel alle oorspronkelijke bebouwing gesloopt. Op braakliggende terreinen verrezen in de jaren zeventig en tachtig kantoorgebouwen, om de stad mee te krijgen in de vaart der volkeren. De auto is overal aanwezig: de singel is gedempt om zo snel mogelijk in de binnenstad te kunnen komen, en vrijwel alle openbare ruimte wordt gebruikt voor parkeren. De Sint Jacobsstraat is doorgebroken en vormt een barrière tussen Wijk C en de rest van de binnenstad.
2021
2040?
Fantastisch, de singel is hersteld! Maar hoewel de auto steeds meer uit het stadsbeeld verdwijnt, zijn de sporen van het verleden nog voelbaar.De busbaan op het Vredenburg en de drukke Sint Jacobsstraat zorgen voor goede bereikbaarheid van de binnenstad en omliggende wijken, maar vormen ook barrières tussen de wijk en de rest van de binnenstad. De entrees van de wijk zijn vaak slecht herkenbaar en rommelig. De locatie van kantoren en de parkeergarage heeft niets te maken met het historische stratenpatroon, waardoor de paar authentieke straten plots doodlopen. Het politiebureau is hier een voorbeeld van: het werd gebouwd toen de singel al gedempt was, en bij het ontwerp werd vooral gekeken naar de aansluiting op autowegen. Daardoor sluit het gebouw niet goed aan op de singel en de Paardenveldbrug (zie cirkel in kaart).
busbaan
Onderstaande beelden zijn géén ontwerp voor de wijk, maar een verbeelding van de ambities voor Wijk C in 2040. Groener, klimaatbestendiger en beter aangesloten op de omgeving. Bestaande oversteken op deze belangrijke busbaan worden verbeterd door een andere vormgeving. Waar de kans zich voordoet kunnen grotere kantoorgebouwen worden herontwikkeld tot woon- en werkbuurten. De kwaliteiten van de binnenstad staan hierbij voorop: stegen en hoven, mooie materialen en een goede balans tussen kleinere en grotere gebouwen. Een levendige mix van nieuwe toevoegingen én de kwaliteiten die Wijk C nu al heeft.
doodlopers
entrees
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 41
Verfijnde architectuur 42 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
3. Bestaande kwaliteiten benutten bij nieuwbouw
Nieuwe architectuur sluit goed aan bij de schaal en het karakter van de binnenstad doordat de bestaande gebouwen en de historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur de basis zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Daar hoort ook het samenspel bij tussen bebouwing en buitenruimte. De binnenstad is dynamisch en past zich steeds weer aan nieuwe omstandigheden aan. Gebouwen in de binnenstad zijn meestal onderdeel van een gesloten bouwblok, soms met een toegankelijk hof aan de binnenzijde. De afzonderlijke gebouwen hebben een kleine schaal die past bij die van de voetganger. De voorgevels zijn smal en hoog (zijn verticaal geleed) en hebben een bouwhoogte van drie tot vier verdiepingen. Daarbij hebben panden hoge plafonds op de begane grond en deze ruimtes hebben vaak al heel wat functies gehad. Elk pand heeft aan de straat een of meer voordeuren. Ook hebben de panden verschillende dakvormen, kappen in verschillende richtingen, variëren de goothoogten en verspringen de kroonlijsten (zie illustratie). In de architectuur van de binnenstad is een kleinschalige vlakverdeling in de gevels kenmerkend, met name de verhouding tussen open en dicht is daarbij bepalend. Verder is de architectuur in de binnenstad vooral heel gevarieerd. Bij grootschalige transformaties (bijvoorbeeld te verwachten in Wijk C) wordt aansluiting gezocht bij deze bestaande kwaliteiten.
De verdeling in percelen gaat hand in hand met de functies van panden. Elke functie beslaat een pand. Het doorbreken van naast elkaar gelegen panden, door tussenmuren volledig te verwijderen om bijvoorbeeld een groot winkeloppervlak te krijgen op de begane grond, is in de binnenstad niet toegestaan. Bij nieuwbouw betekent dit dat de variatie in panden en gevels niet alleen maar cosmetisch mag zijn. Met andere woorden: de gevels laten ook echt zien wat de gebruikseenheden zijn van de gebouwen erachter. Daarmee voorkom je dat grootschalige functies (zoals een XLsupermarkt of kantoren) die niet passen bij de schaal van de historische gebouwen geforceerd worden ingepast. Grootschalige functies maken de begane grond van gebouwen (plinten) vaak saai of onaantrekkelijk. Functies als deze zijn in andere delen van de stad beter op hun plaats.
Wat zie je in 2040? ■
Er zijn gebouwen van topkwaliteit bijgekomen, geïnspireerd door kenmerken van de plek.