Nadere onderzoeken MER, bomen, water en stikstof
Tekst van het document
9
2.2.1 Ontwerptekeningen Bij deze effectenanalyse is gebruik gemaakt van het volgende kaartmateriaal. • VO (concept) d.d. 14-02-2025 (zie afbeelding 10) • Inmeting bestaande situatie d.d. 1-10-2024 • Situatieoverzicht K&L: reserveringsstrook (VO concept ) TdR-T-VO-N-KL-01.pdf d.d. 20-01-2025 • VO-bomenparagraaf Tussen de Rails – V2. d.d. 24-07-2024
Afbeelding 10. Uitsnede van de ontwerptekening Voorlopig Ontwerp (Datum: 14-02-25).
2.2.2 Uitgangspunten effectenanalyse Bij de beoordeling van de effecten hanteren we de volgende aannames en toelichtingen van de opdrachtgever op locatie. • Bouwblok A en B worden circa 15 meter hoog (5 bouwlagen). • Bouwblok C en F worden circa 20 meter hoog (6 bouwlagen). • Bouwblok D en E worden circa 12 meter hoog (4 woonlagen), maar de inrichting van deze bouwblokken staat nog niet vast en er is nog ruimte voor aanpassingen. Bouwblok E wordt eerst nog ingericht als gronddepot. • We gaan ervan uit dat de grondwaterstanden in de nieuwe situatie ongeveer hetzelfde blijven.
10
Tussen de Rails, Utrecht
3.Resultaten Voor een uitgebreide toelichting op de resultaten van de nulmeting, zoals voorkomende soorten, conditie, toekomstverwachting en beheerbaarheid, verwijzen we naar bijlage A. De onderzoeksmethode van het boomcijfer is terug te vinden in bijlage C. De resultaten per boom staan in de inventarisatielijst (Excel) van bijlage D. In bijlage E zijn de relevante gegevens uit de nulmeting op kaart weergegeven. In deze kaart kunnen met het programma Adobe Acrobat Reader verschillende lagen aan- of uitgevinkt worden.
3.1
Boomcijfer
De bomen zijn beoordeeld volgens de methode Boomcijfer. Het boomcijfer is een samenvatting van de boomtechnische kwaliteit / de resultaten van de nulmeting (bijlage A). Het boomcijfer is gebaseerd op de volgende parameters: • Boomsoort; • Stelpost boomkroonvolume (m3); • Conditie; • Toekomstverwachting; • Beheerbaarheid.
Tabel 2 geeft een overzicht van de indeling van de onderzoeksbomen op basis van het boomcijfer, waarbij de bomen met boomcijfer 1 de hoogste waardering hebben en de bomen met boomcijfer 6 de laagste. Boomcijfers 1 en 2 komen in dit geval niet voor. Veel bomen in dit gebied zijn snelgroeiende soorten die dicht op elkaar staan en daarom als individu geen groot kroonvolume bereiken. In categorie 3 en 4 komen jonge bomen voor die meer groeiruimte hebben en een hoger boomcijfer kunnen bereiken naarmate ze groter worden. Ze staan in open grond en hebben over het algemeen contact met het grondwater waardoor de groeiplaats geen groot probleem vormt. De lager gelegen oevers met hoge grondwaterstanden zijn wel een belemmering, maar dit is niet op te lossen. Boomcijfer
Aantal bomen
Toelichting
1
-
Boom met een hoge toegevoegde waarde
2
-
Boom met een verhoogde toegevoegde waarde
3
63
Boom met toegevoegde waarde
4
117
Boom met waarde gelijk aan waarde van een nieuwe boom
5
30
Boom met waarde lager dan de waarde van een nieuwe boom
6
11
De boom is afgeschreven
Tabel 2. Overzicht van het aantal bomen per boomcijfer.
11
3.2 Onderzoek Hieronder beschrijven wij de belangrijkste bevindingen van het ondergronds onderzoek. De profielbeschrijving per locatie is terug te vinden in bijlage F.
3.2.1 Bodem, beworteling en grondwater Om een beeld te krijgen van de bodemopbouw, beworteling, grondwaterstand en invloed van de beoogde werkzaamheden, hebben wij de 4 aanwezige profielsleuven beoordeeld. Tijdens het veldwerk op 14 november 2024 zijn ook boringen gedaan door het archeologisch onderzoeksteam waarbij inzicht is verkregen in de bodemopbouw.
3.2.2 Bodemopbouw De bodem bestaat tot 60 cm beneden maaiveld uit zavel. Tussen 60 en 90 cm bestaat de bodem uit lichte klei. Op basis van de boringen door het archeologisch onderzoeksteam bestaat de bodem in de rest van het gebied ook uit zavel en klei.
3.2.3 Beworteling De beworteling is vrij algemeen beschreven gezien de omvang van het projectgebied. Tot 40 cm beneden maaiveld is de beworteling matig intensief. Tussen 40 en 60 à 80 cm beneden maaiveld is de beworteling extensief. Door de hoge grondwaterstand hebben de bomen de meeste wortels ontwikkeld in de bovenste 40 cm. Op de hoger gelegen taluds is ook diepere beworteling mogelijk.
3.2.4 Grondwater De bomen staan op een grondwaterprofiel. Het grondwater is aangetroffen tussen 60 en 90 cm beneden maaiveld in de profielsleuven. Het maaiveld varieert in hoogte en op de laagst gelegen delen van het terrein kan het grondwater nog ondieper zitten.
3.3 Effectenanalyse Hieronder beschrijven we de invloed van de werkzaamheden op de bomen. De volledige resultaten van de projectinvloed zijn per boom opgenomen in de inventarisatielijst van bijlage D. In bijlage E zijn de resultaten van de projectinvloed op kaart weergegeven. In deze kaart kunnen met het programma Adobe Acrobat reader verschillende lagen aan- of uitgevinkt worden.
3.3.1 Werkzaamheden De belangrijkste werkzaamheden waar de bomen hinder van zullen ondervinden zijn: • De realisatie van de nieuwbouwblokken en de daarbij benodigde werkruimte van minimaal 2 meter. • De aanleg van de nieuwe wegen en paden. • Aanleg van het riool, maar deze komt zoveel mogelijk onder de rijbaan te liggen. • Maaiveldverhoging. Het project bevindt zich in de fase van voorlopig ontwerp.
12
Tussen de Rails, Utrecht
3.3.2 Knelpunten Te verwachten valt dat de werkzaamheden de volgende knelpunten voor de bomen zullen opleveren: Wortelschade. Door graafwerkzaamheden zal (ernstige) wortelschade ontstaan aan (oppervlakkige) beworteling. Schade aan beworteling heeft negatieve effecten voor bomen. Bij wortelschade aan fijne en dunne wortels zal de opnamecapaciteit (tijdelijk) verminderen, waardoor de conditie terugloopt. Bij wortelschade aan dikke wortels kunnen daarnaast stabiliteitsproblemen en permanente invalspoorten ontstaan voor houtparasitaire schimmels, zoals honingzwam en dikrandtonderzwam. Deze zwamaantastingen kunnen direct of op termijn de stabiliteit, breukvastheid en toekomstverwachting negatief beïnvloeden. Verhoging en verlaging van het maaiveld. Voor de sanering zal het maaiveld op de bouwplekken afgegraven moeten worden en vervolgens aangevuld tot het gewenste niveau. Op de plek van nieuwe wegen zal ook opgehoogd moeten worden en naast de wegen zal grond aangevuld moeten worden om hoogteverschillen te overbruggen. Meer dan 10 cm ophoging rond de stamvoet is schadelijk voor de meeste bomen. Meer dan 20 cm ophoging leidt al snel tot een fatale invloed. Jonge schietwilgen en populieren zijn erg veerkrachtig en kunnen deze ophoging vaak nog wel overleven.
Verdichting / versmering door berijding van het open maaiveld met zware machines en (tijdelijke) grondopslag / maaiveldverhoging. Wanneer de bodem tot meer dan 3 MPa (megapascal) verdicht wordt, heeft dit een sterk belemmerende invloed op de wortelgroei (ophoping van bodemgassen, zuurstofgebrek, ondoordringbaarheid van de bodem voor boomwortels, et cetera). De bodem bestaat uit zavel en lichte klei. Het mengen van deze lagen is ongewenst en maakt de bodem kwetsbaarder voor verdichting. Stam- of kroonschade door werken nabij bomen met (grote) machines. Door beschadiging van bastweefsel kan het transport van water en voedingstoffen in de boom onderbroken of belemmerd worden. Bij schade aan het houtweefsel kunnen invalspoorten ontstaan voor houtparasitaire schimmels. Vanwege de omvang en hoogte van bouwblokken is veel ruimte nodig voor hijswerkzaamheden en de opstelplaatsen van de bouwkranen.
3.3.3 Projectinvloed Bij het bepalen van de projectinvloed worden de bomen per knelpunt ingedeeld in de volgende categorieën: • Verbeterd: Het project biedt kansen voor betere groeivoorwaarden voor de boom. • Voldoende: Het project vormt geen bedreiging voor het (duurzaam) behoud van de boom. • Matig: Het project vormt een zekere (beperkte) bedreiging voor het (duurzaam) behoud van de boom. • Onvoldoende: Het project vormt een ernstige bedreiging voor het behoud van de boom. • Slecht: De impact van het project is zodanig dat duurzaam behoud van de boom niet, of alleen met een gewijzigd ontwerp/ aangepaste werkwijze mogelijk is.
13
De projectinvloed per boom is terug te vinden in de inventarisatielijst (bijlage D,
kolommen ‘Projectinvloed’ en ‘Knelpunt (effect van de werkzaamheden op de boom)’). Onderstaande grafiek (figuur 1) laat zien hoe de projectinvloed op de bomen is beoordeeld. Vervolgens worden per categorie de bijzonderheden beschreven.
Projectinvloed Verbeterd Voldoende
108
Matig
51
Onvoldoende Slecht
38 24 AANTAL BOMEN
Figuur 1. Overzicht van het aantal bomen per categorie van de projectinvloed. De effecten van de uit te voeren werkzaamheden zijn per boom weergegeven in de inventarisatielijst (bijlage D) en op de overzichtskaart (bijlage E). In tabel 3 is een overzicht gegeven van het totaal aantal bomen per knelpunt (effect van de werkzaamheden). Knelpunt en projectinvloed per knelpunt Realisatie gebouw F en aanleg weg
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Slecht 6
Aanleg brug en ophoging maaiveld
2
1
2
Aanleg weg en ophoging maaiveld
2
21
9
Aanleg weg en ophoging maaiveld, Indirecte invloed (toenemend veiligheidsrisico voor omgeving)
2
Aanleg weg en riool (en ophoging)
3
Ophogen maaiveld
27
Werkruimte rond nieuwbouw (D1)
3 13
Indirecte invloed (toenemend veiligheidsrisico voor omgeving) Geen invloed
108
Totaal
108
20
2
51
37
25
Tabel 3. Overzicht van het aantal bomen per knelpunt (effect van de werkzaamheden).
14
Tussen de Rails, Utrecht
108 bomen ondervinden geen noemenswaardige invloed van de werkzaamheden (projectinvloed ‘Voldoende’). • De bomen staan op voldoende afstand van de werkzaamheden. • Over het algemeen wordt gewerkt buiten de kroonprojectie. • Voor 7 van deze bomen geldt een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar waardoor ze niet duurzaam te behouden zijn. 51 bomen ondervinden een beperkte invloed van de werkzaamheden (projectinvloed ‘Matig’). • Binnen of aan de rand van de kroonprojectie wordt gewerkt, waarbij schade ontstaat aan de groeiplaats (ophoging / versmering / verdichting). Beperkte effecten door bronbemaling vallen ook in deze categorie. • Daarnaast kan ook schade ontstaan aan de kroon of wortels buiten de stabiliteitskluit. • 20 van de schietwilgen in het midden van het terrein ondervinden een indirecte invloed omdat het “omgevingsrisico” verandert. Deze bomen zijn in de huidige situatie kwetsbaar voor takbreuk en stambreuk omdat ze een ongunstige verhouding hebben tussen de lengte en diameter. Omdat de omgeving nu vooral uit weiland bestaat, is er geen noodzaak tot ingrijpende (veiligheids)maatregelen. Als de omgeving in de toekomst intensiever wordt gebruikt, neemt de kans op schade en letsel toe bij takbreuk of stambreuk (Gebouw D1 en de weg ten zuiden daarvan). Om dit risico te beperken, dienen de toppen van de bomen met circa 5 meter ingenomen te worden.
• Voor 4 bomen binnen deze categorie (nummers 117, 120, 171 en 210) geldt een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar, waardoor ze niet duurzaam ingepast kunnen worden. 37 bomen ondervinden een aanzienlijke invloed van de werkzaamheden (projectinvloed ‘Onvoldoende’). • Bij 13 schietwilgen moet de kroonrand worden ingenomen vanwege de werkruimte rond de nieuwbouw van blok D1. Daarnaast speelt ook bij deze bomen het toenemend omgevingsrisico en de ongunstige verhouding tussen de lengte en diameter. 1 van de bomen in deze categorie (nummer 137) is al afgestorven en kan niet duurzaam ingepast worden. • 21 bomen ondervinden negatieve invloed van de ophoging van het maaiveld en de benodigde werkruimte voor de aanleg van de nieuwe weg. • 1 boom ondervindt negatieve invloed van de ophoging van het maaiveld en de benodigde werkruimte voor de aanleg van de nieuwe brug. • 2 bomen (nummers 173 en 174) ondervinden indirecte invloed. Doordat bomen aan de zuidzijde gekapt moeten worden door de nieuwe weg, neemt de windbelasting sterk toe en daarbij speelt ook de ongunstige verhouding tussen de lengte en diameter en het toenemend omgevingsrisico.
15
25 bomen ondervinden een slechte / fatale invloed van de werkzaamheden (projectinvloed ‘Slecht’). De voorgenomen werkzaamheden leiden tot kap, forse kroonreductie of het vroegtijdig afsterven van de bomen. Naar aanleiding van versie 1 van deze rapportage is besloten de bomen waarbij dat enigszins mogelijk is te handhaven. • 2 bomen (nummers 206 en 207) moeten gekapt worden voor de aanleg van de nieuwe brug. Ze staan te dicht op de nieuwe rijbaan / het brugdek. (Geen alternatief). • 2 bomen (nummers 214 en 215) moeten gekapt worden voor de aanleg van het nieuwe riool en de weg. (Geen alternatief). • 6 bomen (nummers 2 t/m 7) staan dicht op de nieuwbouw van blok F en de nieuwe weg. (Geen alternatief). • 9 bomen (nummers 1, 78, 84, 157, 177, 178, 179, 218 en 219) moeten gekapt worden voor de aanleg van de nieuwe weg. Ze staan te dicht op de nieuwe rijbaan, of hangen er schuin over heen. • 6 bomen zullen ondanks slechte invloed bij de werkzaamheden zo goed mogelijk ingepast worden, maar ondanks dat moet rekening worden gehouden met vroegtijdige sterfte van deze bomen door forse ophoging vanwege de nieuwe weg dicht op de stam (nummers 14, 92, 102, en 216). Bomen 175 en 176 moeten gekandelaberd worden. De windbelasting neemt sterk toe door de kap van de bomen aan de zuidzijde. Daarnaast wordt het omgevingsrisico groter vanwege de nieuwe weg.
Vakken met opslag / zaailingen De vakken met opslag/zaailingen langs de oever blijven zoveel mogelijk behouden tijdens de werkzaamheden. De invloed voor deze vakken als geheel is beperkt. De jonge schietwilgen en populieren zijn nog erg veerkrachtig. Enkele boompjes langs de rand zullen gesnoeid moeten worden of afgezet vanwege de werkruimte, maar dze kunnen vervolgens weer uitlopen.
16
Tussen de Rails, Utrecht
4.
Conclusie en advies
Op basis van de onderzoeksresultaten volgen hieronder de conclusie en het advies voor de bomen. In totaal zijn in het projectgebied 221 bomen beoordeeld. Vakken met opslag Naast de bomen zijn langs de oevers ook vakken met opslag van wilgen en populieren aanwezig die niet als bomen zijn meegerekend (stamdiameter kleiner dan 10 cm). Deze vakken hebben een totale oppervlakte van 765 m2 en omvatten ongeveer 500 zaailingen. De werkzaamheden worden zo uitgevoerd dat deze vakken met beperkte invloed behouden kunnen blijven.
4.1
Boomcijfer en projectinvloed
Onderstaande grafiek (figuur 2) geeft een overzicht van de indeling van de onderzoeksbomen op basis van de projectinvloed en het boomcijfer, waarbij de bomen met boomcijfer 1 de hoogste waardering hebben en de bomen met boomcijfer 6 de laagste. In tabel 4 op de volgende pagina is het totaal aantal bomen per boomcijfer weergeven.
Projectinvloed en boomcijfer Verbeterd
32
Voldoende Matig
10
Onvoldoende
12
1
41 34
27
6
34
15
Slecht
8
15
2
3
4
5
6
AANTAL BOMEN
Figuur 2. Overzicht van het aantal bomen per categorie van de projectinvloed, met een onderverdeling per boomcijfer. De legenda van de kleuren voor het boomcijfer staat onderaan de figuur.
17
Boomcijfer
Aantal bomen
Toelichting
1
-
Boom met een hoge toegevoegde waarde
2
-
Boom met een verhoogde toegevoegde waarde
3
62
Boom met toegevoegde waarde
4
115
Boom met waarde gelijk aan waarde van een nieuwe boom
5
30
Boom met waarde lager dan de waarde van een nieuwe boom
6
11
De boom is afgeschreven
Tabel 4. Aantal bomen per boomcijfer met toelichting boomcijfer.
4.2 Advies voor verdere uitwerking van het plan Op basis van de onderzoeksresultaten wordt hieronder een advies verstrekt voor de onderzoeksbomen met het oog op het definitieve ontwerp en de bouwfase. Het advies is per boom terug te vinden in de inventarisatielijst in bijlage D, kolom ‘Advies op basis van de projectinvloed / boomkwaliteit (of combinatie)’ en op de tekening in bijlage E. Geen maatregelen Bij 103 bomen zijn geen maatregelen nodig. Beschermen tijdens de werkzaamheden Bij 56 bomen is specifieke bescherming nodig tijdens de werkzaamheden. Het gaat hierbij vooral om bescherming van de bomen of de hele groenstrook bij ophoging van het maaiveld. Ditzelfde geldt voor de groenvakken langs de oevers. Voor de bomen die dicht langs de nieuwe weg staan, zal de ophoging d grootste gevolgen hebben. Bij deze bomen zullen de onderste takken aan de wegzijde gesnoeid moeten worden. • 27 bomen hebben te maken met ophoging binnen de kroonprojectie vanwege de aanleg van een weg op ruime afstand van de bomen. Door de ophoging binnen de kroonprojectie zoveel mogelijk te beperken blijft de invloed beperkt. • 27 bomen hebben te maken met aanleg van een weg op korte afstand van de bomen. De ophoging dient zoveel mogelijk beperkt te worden tot maximaal 20 cm. • 1 boom staat dicht op de werkzaamheden voor het riool en de weg.
Deze boom dient gehandhaafd te blijven evenals de stroken met jonge opslag langs de oever. Omdat het jonge populieren en wilgen zijn, kunnen ze enige ophoging verdragen, maar bij voorkeur niet meer dan 20 cm. • 1 boom staat dicht op de nieuwe brug en rond de stamvoet zal waarschijnlijk ook opgehoogd moeten worden.
18
Tussen de Rails, Utrecht
Noodzaak tot snoeimaatregelen op basis van het plan (in combinatie met omgevingsrisico nieuwe situatie) Voor 33 bomen adviseren we snoeimaatregelen vanwege de benodigde werkruimte en het toegenomen omgevingsrisico in de nieuwe situatie. • Voor 2 bomen adviseren wij de kroon fors te reduceren (kandelaberen). Vanwege de nieuwe weg wordt het maaiveld fors opgehoogd en worden bomen aan de zuidzijde gekapt. Bij deze bomen neemt de windbelasting fors toe en als gevolg van de ophoging kunnen ze vroegtijdig afsterven. (Kroon circa 30 procent terugzetten) • Bij 2 bomen ten noorden hiervan adviseren we de kroonrand in te nemen (circa 15 procent terugzetten). Deze bomen staan al verder van de weg en de ophoging is hier ook minder. • 12 bomen staan met hun kroon binnen de benodigde werkruimte van blok D1. We adviseren ook bij deze bomen de kroonrand met circa 20 procent in te nemen vanwege de werkruimte, het toegenomen omgevingsrisico en de ongunstige verhouding tussen de lengte en diameter van de bomen. • 17 bomen hoeven niet gesnoeid te worden vanwege de benodigde werkruimte, maar wel vanwege het omgevingsrisico en de ongunstige verhouding tussen de lengte en diameter (toppen circa 5 meter / 15 procent innemen). Niet te handhaven op basis van het plan Onderstaande 19 bomen kunnen niet gehandhaafd worden vanwege de negatieve invloed van de werkzaamheden.
Binnen het huidige ontwerp zijn geen alternatieven gevonden. Schuiven met wegen of gebouwen leidt tot kap van andere bomen. • 6 bomen kunnen niet worden gehandhaafd vanwege de aanleg van Blok F en de nieuwe weg. • 2 bomen kunnen niet gehandhaafd worden vanwege de aanleg van de brug. • 9 bomen kunnen niet gehandhaafd worden vanwege de aanleg van de nieuwe weg en ophoging van het maaiveld. • 2 bomen kunnen niet gehandhaafd worden vanwege de aanleg van de weg en het riool. Niet te handhaven vanwege slechte toekomstverwachting (in combinatie met projectinvloed) Onderstaande 10 bomen hoeven niet noodzakelijk weg vanwege het plan, maar ze hebben een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar en een deel van deze bomen staat dicht op de voorgenomen werkzaamheden. Vanuit het oogpunt van beheer / veiligheid is voor deze bomen een kapadvies gegeven. • 5 bomen krijgen een kapadvies vanwege een slechte toekomstverwachting in combinatie met de projectinvloed. • 5 bomen krijgen een kapadvies vanwege de toekomstverwachting. Deze bomen ondervinden geen projectinvloed en als er geen veiligheidsrisico is voor de omgeving, kan worden overwogen de bomen nog te laten staan (of zover terug te snoeien dat ze geen risico vormen voor de omgeving).
19
4.2.1 Bomenbalans De totale hoeveelheid boomkroonvolume (BKV) van de 221 bomen binnen het projectgebied bedraagt: 34.215 m3. Tabel 5 geeft een samenvattend overzicht over de bomen binnen het project per adviesstatus. Bij kroon-reducerende maatregelen ten behoeve van het project is er sprake van deels behoud en deels verlies. Bomen die in de huidige situatie al worden beheerd als knotbomen, worden meegerekend bij volledig behoud omdat deze bij regulier beheer worden teruggezet. De totale waarde aan BKV die verloren gaat is 5.422m3, dit is 30 procent van het totale BKV. Voor deze bomen is compensatie nodig om het verlies van kroonvolume op termijn weer te herstellen.
Tabel 5 hieronder geeft de bomenbalans weer op basis van de adviezen. Volledig behoud Advies n.a.v. project
Aantal
BKV (m3)
Deels behoud
Verlies
Aantal
BKV (m3)
Aantal
BKV (m3)
Snoei, kandelaberen, circa 30%
2
630
N.v.t.
270
Snoei, kroonrand, innemen circa 20%
14
5.040
N.v.t.
1.260
Snoei, toppen, circa 5 meter innemen (15%)
17
5.279
N.v.t.
931
19
2.600
19
5.061
Kap vanwege slechte toekomstverwachting en projectinvloed
5
260
Kap vanwege slechte toekomstverwachting (Optioneel: geen projectinvloed)
5
100
Subtotaal
10
360
29
5.421
Advies vanwege projectinvloed Geen maatregel
103
15.505
Beschermen (ophoging beperken)
56
2.340
Kap vanwege projectinvloed Subtotaal
159
17.845
33
10.949
Advies n.a.v. slechte toekomstverwachting (en projectinvloed)
Totaal
159
17.845
33
10.949
Tabel 5. Bomenbalans met de gevolgen voor het behoud van kroonvolume op basis van de adviezen. De bomen met forse snoeimaatregelen ten behoeve van het project zijn ingedeeld bij deels behoud en (deels) verlies.
20
Tussen de Rails, Utrecht
4.2.2 Compensatie Op basis van het boomkroonvolume dat verloren gaat bij de verdere ontwikkeling van het plan, kan een compensatieplan worden opgesteld. Uitgangspunt is dat het eindbeeld met de vervangende beplanting ten minste gelijkwaardig is aan het beeld van de huidige aanplant. In het gebied is voldoende ruimte voor aanplant van nieuwe bomen.
4.2.3 Toelichting boombescherming Gedurende het ontwerpproces moet rekening worden gehouden met algemene uitgangspunten voor het inpassen van bomen in een ontwerp. Deze adviezen en richtlijnen zijn opgenomen in bijlage B. • • •
Aanstellen van een toezichthouder groen om steekproefsgewijs te controleren op locaties waar dicht op te behouden bomen wordt gewerkt. Instellen van een beschermingszone rond de bomen afgestemd op de uit te voeren werkzaamheden. Markeren van de zones/ groenvakken waar de ophoging beperkt dient te worden.
21
Bijlagen Bijlage A – Resultaten inventarisatie Beschrijving van de bevindingen tijdens de opname.
Bijlage B – Richtlijnen bomen beschermen Beschrijving van de adviezen en richtlijnen om bomen te beschermen tijdens werkzaamheden.
Bijlage C – Onderzoeksmethode boomcijfer Beschrijving van de onderzoeksmethode voor de kwaliteitsbeoordeling met het W-cijfer en de Boomcijfer.
Bijlage D – Inventarisatielijst Overzicht van de kenmerken per boom.
Bijlage E – Overzichtstekening Tekening met genummerde bomen en onderzoeksresultaten per boom. De tekening is uitgevoerd als een pdf met meerdere lagen die aangezet en uitgezet kunnen worden.
Bijlage F – Ondergronds onderzoek Resultaten ondergronds onderzoek
Bijlage G – H 2 Werken rond bomen (Handboek Bomen 2022) Uitgave van het Norminstituut Bomen.
Bijlage H – Bomenposter ‘Werken rond bomen’ Uitgave van het Norminstituut Bomen.
22
AD M AARSCHALKERW EERDP
LEGENDA
M AAR SC H A L KERW EERD TUN
1000T
01 04 2016
3
1
28
27
3 70 8.
35 Sc r: m n B
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
4 Sc :3 m rSq.m Bn 8.702
81 t Pr 80 aa r Pe st al
L L&
M
m q. 6S 89 7.
U
50 Pc
3S 50 7.
47
7 K4 Pa 7 o5 Pm760Sq.m
1
m q.
3 36 8 3
m q. 2S 80 8.
m q. 2S 80 8. 1. 73
8 K5 Pa
87 Pr
75
46
2S 80 8. 72 5. 48 m Pr q. 6S m aK 89 q. P 2 7. 6S 89 4 9 9 7. 1 5 4 6 m P q. Pr S O m q. 03 5O 0S 7. Pm 76 5. dC 1 3 5 mM . q 4 O 6S 89 m 7. Pd q. 3 S 7 . 2 1 53 80 8. Pc 6 5q.m 6S P7c 89 7 . 48
73 #. #1 ##
98
7S8 m q. 0 Pr 76 5.
40 4 41 4
4 o 5q.m Pm 5.760S
m q. 3S 50 7.
M
OP dC
60
5 K5 Pa
7 5.
4 K8 Pa
6
42 1
5 4 1 1 22
48 1
Sq . m
30
8 6 5 5 1 1
L L&
1002T
20 Sc r: m Bn
m q. 3S 70 8.
L L&
83 1
L L&
19 Sc r: m Bn
m q. 3S 70 8.
A
au 1 So :8 mr n B m q. 3S 70 8.
Sc m Bn
42
40
RIJBAAN: Gebakken klinker, hergebruik, KF, keperverband
12 Sc r: m Bn
63 Sa r: m Bn
m q. 3S 70 8.
62 Sa r: m n B
m q. 3S 70 8.
m q. 3S 70 8.
39 r:
18 Sc r: m n B
m q. 3S 70 8.
84 1
85 1
86 1
11 Sc r: m n B
m q. 3S 70 8.
40 Sc r: m n B m q. 3S c 41 70 S 8. r: m Bn
m q. 3S 70 8.
87 1
46
44
C 10 Ss r: m q. m 0S 00 . 24 Bn
50
48
90 1 m q. 3S 70 8.
9 Sc r: m Bn
au 42 So r: m n B
52
8 Sc r: m Bn
Ag :7 mr Bn
94 1
m Sq. 024 19.
Sq . m
8. 70 3
8. 70 2
Sq . m
27
95 1
96 1
31
29
97 1
m q. 3S 70 8.
6 Sc r: m Bn
33
98 1
D E W A D D EN
35
EN
93 1
8. 70 2
Sq . m
11 9
91 1
m q. 3S 70 8.
43 Sc r: nm B 45 44 Sc Sc r: r: m m n B Bn
81 1
88 1
82 1
19
m q. 3S 70 8.
C
5 Sc r: m Bn
99 1
m q. 3S 70 8.
0 20
97
12 3
12 1
4 Sc r: m Bn
99
1 20
EN
2 20 3 20
10 3
E
7
4 20
92 1 10 5
D
13 1 13 3
Sp o o rp ad
89 1
10 1
D
2
W
12 9
TE XE L
A D
12 7
12 5
95 9-
4
RIJBAAN: Asfalt, zwart
DOORGROEIBARE VERHARDING: Grasbeton
au 8 So :3 mr n B
38
36
TALUD: Hellingspercentage variabel
m q. 2S 80 8.
25
23
PL AA T AN EL SM G
11 7
11 5
TE XE L
VERHARDING
FIETSPAD: Asfalt, rood
m14 q. m 3S Sc : 13 c q. 3S c 16 8.70rS r: 70 S 8. m r: Bnm n m B m Bn q. 5 m 3S c q. 70 7 :1 8. 3S c 1S r 70 S r : 8. m e r ng m g B i l s Bn ar
21
ZWERFKEI tbv afsluiten voor gemotoriseerd verkeer
m Sq. 802 8.
34
32
13
11
27
11 3
64 Sa r: m Bn
9
7
17
TE XE L
WATER
NATUURVRIENDELIJKE OEVER: Hellingspercentage variabel
Dw
15
Papier
m q. 3S 70 8.
m q. 3S 70 8.
EN G EL SM AN PL AA T
ONDERRONDSE RESTAFVAL CONTAINER Restafval
ROUTE HULPDIENSTEN TEVENS WANDELPAADJE: Halfverharding
B
3
PARKEERPLAATS DEELAUTO
UITSTALLING/TERRAS
as Gl
1
25
C 21 Ss r: m Bn
m q. 0S 00 . 24
n io at st en ss Tu
EN G EL SM AN PL AA T
5
U
8. 80 2
28
6 21
P deelauto
HOOILAND: 2 x maaien / jaar
80 1
m Sq. 802 8.
au 7 So :3 mr Bn
PARKEERPLAATS MINDERVALIDEN
N KP
1. 73
5
P-MIVA
U
L L&
l va f sta Re
31 21 107
9 20
L L&
L L&
57 1
26
24
53 1
t aa r st el s s Wi
51 1
97
8 20
L L&
o gg zi
BLOKHAAG: Hoogte ca. 150 cm, Fagus sylvatica
7 20
U
L L&
l va af st Re
1. 73
9 1 1
m q. 2S 80 8.
C
BOSPLANTSOEN: Bestaande mix van Wilg, Els, Hondsroos, Vlier, Meidoorn, Sleedoorn en Veldesdoorn Exacte mix bepalen in DO-fase
OPSTELPLEK LAAD EN LOS
er pi Pa
85
22
20
## 2 ## K5 Pa
ED BI GE L E KK I TW ON
22 Sc r: m n B
m q. 3S 70 8.
BOOM: Nieuw, zie themakaart bomen
L&L
l va af st Re
1. 73
16
18
V er b i n d i n g sb o o g
6 20
1ULTUUR
BOOM: Bestaand, te vellen, zie inventarisatielijst en themakaart bomen
RIJRICHTING
U
30 1
1. 73
7 K8 Pa
21
P
+ CA RE HO
PROGRAMMA BOOM: Bestaand, zie inventarisatielijst en themakaart bomen
C 6 Sa :6 mr n B
m q. 6S 52 8.
0 21
D
GROEN EN WATER
C 7 Sa :6 mr Bn
C 5 Sa :6 mr Bn1
50 1
45 1
m q. 2S 80 8.
T AA L P AN M S L GE EN
6 52 8.
m Sq.
P
31 1 36 1
77 Pr60Sq.m
m q. 2S 80 8.
BESCHOEIING
C 8 Sa :6 mr n B
m q. 6S 52 8.
m q. 6S 52 8.
256 0 57 2 22 7 21 4 3 20 1 4 1 1 1 1 11 1 2 21 94 071 5 211 1 1 1 28 6 1 1 1 1 11 8 1 32 1 1 1 6 0 35 1 8 1 1 37 4 09 05 82 1 0 1 1 1 40 00 1 911 6 7 0 46 2 1 1 3 1 76 79 838 931 4 0 1 1 47 19 5 7 1 9 4 2 7 8 1 5 90 1 89 54 34 1 1 55 8 1 0 1 0 1 59 4 8 1 1 1 61 0 1 88 991 63 1 65 96 1 67 6 6 11 68 1 0 9 7 6 1 1 2 1 3 7 7 2 1 1 3 1 7 1 9 2 1 74 1 64 38 5 76 21 1 1 7 6 3 1 78 3 9 601 1 7 9 1 1 3 3 7 4 11 7 1 1
m q. 0S 76 5.
m q. 2S 80 8.
0 76 5.
1 22
46 OP m dC q.
3
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
75 Pr Sq.m
P
76 Pr
74 Pr
3 o7
to au el de
78 Pr
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
NUTSKAST
7 21
to au el de
0 22
VOET-FIETSBRUG
C 9 Sa :6 mr Bn
to au el de
79 Pr
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
l va f sta Re
2
BRUG
INSPECTIEPUT
m q. 6S 52 8.
24 Sc r: m Bn m q. 3S c 23 70 S 8. r: m n B
49
a t r Po
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
l va af st Re
82 Pr
C 0 Sa :7 mr Bn
m q. 6S 52 8.
m q. 3S 70 8.
D
BLUSWATERVOORZIENING: in te passen door brandweer
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
9
Pm
83 Pr
LICHTMAST: Model nader te bepalen, 4,00m
BOUWKUNDIGE ELEMENTEN
2 8 91 02 84 21
P
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
m q. 3S 70 8.
L L&
ONDERGROND
C 1 Sa :7 mr n B
o t au el de
m q. 3 S 7 . 2 1 80 8.
PEIL: waterspiegel (zp/wp, t.o.v. NAP)
m q. 6S 52 8.
74
AFVALBAK: enkelzijdig, kl: antraciet RAL 7016, 100/125 liter, betonvoet zichtbaar/onder maaiveld, zonder tidy man logo
H SC AR A M
ED BI GE EL K K I TW ON
PEIL: Dorpel/vloer bebouwing
78
8 Sc :2 mr Bn
73 2 27 31 1 2 2 71 0 87 S L I 696 7 6 RA 5 66 6 E 4 6 D 23 N 66 E 61 S S 9 60 U 5 T 58 57 56 55 34 5 5 52 51 50
vp +1.25
PICKNICKBANK: Liniemeubilair
:29 Bnmr
ad rp ve Oe
est sn ar va ie o
F
8
36 Sc
m q. 3S 70 8.
PAAL: Uitneembaar, Utrechtertje, kl: antraciet RAL7016, lengte 148cm, waarvan 75cm boven maaiveld
AD DP ER E RW KE AL
O
1
U
m q. 024S 19.
m q. 3S 70 8.
L L&
ZWERFKEIEN: Hergebruik, vanuit project Weerdsingel O.Z.
PEIL: Nieuw maaiveld (t.o.v. NAP)
-0.40/-0.65
25 Sc r: m Bn
L L&
L L&
D EI GH I V J I DR BE
BEBOUWING: nieuw - datum ontwerp
1. 73
K ik ke rp ad
E
FIETSENPARKEREN: Fietsnietje van hout aantal fietsplaatsen ...
S L AI N DER E S US T
30 Sa r: m Bn
m q. 3S 70 8.
7 Sc :2 m r q.m 6 Bn 8.702SSc :2 mr Bn
U
TOPOGRAFISCHE ONDERGROND
VERLICHTING
m Sq.
C 32 Ss r: m Bn
STRAATMEUBILAIR
+1.20
m q. 0S 00 . 24
m q. 0S 00 . 24
TROTTOIRBAND: verlaagd, zicht: 0 cm i.c.m. verloopband
PARKBANK:Liniemeubilair
Ag
9 21
14
31 Sa r: m n B
45
U
5 7
10 12
39
TROTTOIRBAND: Beton, 180/200 x 250 mm, grijs, met visbekverbinding, zicht: 10 cm
ENTREE: Voetganger
H SC AR A M
34 6
2
5 6 2 242
31 32
24 . 00 0S q. m
DWARSPROFIEL
MATEN
AD DP ER E RW KE AL
Ag
2
21 20 9 1 2223
Bnm r:33
4
6 1 8 51 7 1 1
19. 024 Sq. m
0 1 2 11 1 3 1 4 1
35
OPSLUITBAND: Beton, grijs, 100x200 mm zicht: 0 cm
BESTAANDE OMGEVING
NEL
33 34
PROJECTGRENS
ASLIJN RIJBAAN
30
29
RANDEN
ALGEMEEN
10 7
C 3 Ss r: m Bn
A S g B q.m n m r: 2
19 .0 24
14 1
13 9
14 320 7
5
EL LI N
G
3
D E W A D D EN
1
TE RS CH
29 2 29 0
28 8
C 1 Ss r: m Bn
2 0 0
28 6
28 4
2 0 2
PA D
28 2
A LK ER W
EE RD
2 0 4
8 26 6 26
A A RS C H M EL TEX
L NE N TU KA R FU
4 26
100
2 26
104
6 9 -2 8 0 2
102
TE RS C H
17 3 15 3
19 3
EL LI N
G
CH RS E T
NG LI EL
2 0 6
0 26 0 10
0 9 2 9
Stadsbedrijven
4 8 10 6
Gemeente Utrecht
2 8 13 0
0 6
BR E NN E RB AA N
4 2
FU RK A PL A TE A U
0 8
6 7 2 7 8 6
4 6
0 2
Opdrachtgever
Schaal1: 500
Formaat A0
Ontwikkelorganisatie Ruimte
Beheer .
Bestek
Projectnummer
Status
300.0021.33.99.002
Concept
Tekeningnummer
Datum:
12-06-2025
Versie
.
Project
Nieuwbouw ontwikkeling Tussen de rails
TDR-0021.Ontw.040-01
Onderdeel
Getekend
MK | JvD
Getoetst
MA | NvdM
.
Definitief Ontwerp
Vrijgegeven
G IN L L E
83
81
79
Stadsingenieurs 85
8 4
6 3
77
73 31-
2 5
2 3
75
6 5
8 2
Bezoekadres
Stadsplateau 1
Postadres
Postbus 8375, 3503 RJ Utrecht
Telefoon
030 - 286 4323
Fax
030 - 286 4348
www.utrecht.nl
.
Te verwijderen
(gegevens uit bomeninventarisatie)
Boomnummer 1 2 3 4 5 6 7 78 84 137 157 171 177 178 179 206 207 214 215 218 219 117 120 175 176
Vellen Snoei >20%
Boomsoort Populus nigra Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Acer pseudoplatanus Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba Salix caprea Populus nigra Salix alba Salix alba Salix alba Salix alba
Plantjaar
Leeftijd
Toekomstverwachting
Stamdiameter
Verplantbaar
Meldplichtig?
2005 2001 2001 2001 2001 2001 2001 1998 1991 1985 2001 1985 1985 1985 1985 2005 2005 2005 2005 2001 2005 1985 1985 1985 1985
20 24 24 24 24 24 24 27 34 40 24 40 40 40 40 20 20 20 20 24 20 40 40 40 40
N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t Afgestorven boom N.v.t Afstervende (gestel)takken Knelpunt breukvastheid N.v.t. Knelpunt breukvastheid N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t Afstervende (gestel)takken Afstervende (gestel)takken Knelpunt breukvastheid Knelpunt breukvastheid
23 25 19 24 17 35 32 25 35 20 29 19 55 40 64 17 12 11 10 29 17 21 16 61 46
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja
Motivatie verwijderen
(tbv Bing en vergunning)
Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg nieuwbouw en weg Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege slechte toekomstverwachting en projectinvloed Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege slechte toekomstverwachting en projectinvloed Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg brug en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg brug en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg weg en riool Kap vanwege aanleg weg en riool Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Kap vanwege aanleg weg en ophoging maaiveld Snoei: Kandelaberen vanwege veranderde windbelasting en omgevingsrisico Snoei: Kandelaberen vanwege veranderde windbelasting en omgevingsrisico Snoei: Kandelaberen vanwege veranderde windbelasting en omgevingsrisico Snoei: Kandelaberen vanwege veranderde windbelasting en omgevingsrisico
Nieuwe bomen
Locatie
Groeiplaatsnummer dgn
Soort
Aanplant maat
Orde grootte
Kroonvorm
Doorwortelbare diepte (+10 GHG)
Obstakelvrij ondergronds
Opengrond m3
Bomenzand m3
bomengranulaat m3
Beoogde omlooptijd (60 jaar opt.)
Boomgaard Boomgaard Boomgaard
46 47 48
Boomgaard Boomgaard
49 50
Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Alnus glutinosa Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Salix caprea Salix caprea Salix caprea Alnus glutinosa Salix caprea Salix caprea Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix caprea Alnus glutinosa Salix alba Salix alba Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Alnus glutinosa Salix caprea Salix caprea Salix caprea Salix x sepucralis 'Chrysocoma' Sorbus aucuparia Salix caprea Salix caprea Salix caprea Sorbus aucuparia Salix caprea Salix caprea Salix caprea Malus domestica ''Cox's Orange Pippin'' Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Malus domestica ''Cox's Orange Pippin'' Pyrus communis
Boomgaard Boomgaard Boomgaard
51 52 53
Prunus domestica 'Opal' Prunus avium "Kordia" Pyrus communis
18-20 18-20 18-20
3e 1e 2e
Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8
1,1 1,5 1,3
4,5 8,8 8,8
0 0 0
0 0 0
20 20 20
Boomgaard Boomgaard Boomgaard
54 55 56
Prunus domestica 'Opal' Prunus avium "Kordia" Pyrus communis
18-20 18-20 18-20
3e 1e 2e
Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8
1,1 1,5 1,3
4,5 8,8 8,8
0 0 0
0 0 0
20 20 20
Boomgaard Boomgaard Boomgaard
57 58 59
18-20 18-20 18-20
3e 1e 2e
Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8
1,1 1,5 1,3
4,5 8,8 8,8
0 0 0
0 0 0
20 20 20
Boomgaard
60
Prunus domestica 'Opal' Prunus avium "Kordia" Pyrus communis Malus domestica ''Cox's Orange Pippin''
18-20
3e
Normaal
0,8
1,2
6
0
0
20
Boomgaard Boomgaard
61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86
Prunus domestica 'Opal' Prunus avium "Kordia" Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Salix alba 'Chermesina' Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia" Prunus avium "Kordia"
18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20
3e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 1e
Normaal Normaal Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Knotvorm Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,1 1,5 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
4,5 8,8 8,6 8,6 8,6 8,6 8,6 8,6 8,6 8,6 8,6 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8 8,8
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
20 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45
Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard Boomgaard
18-20 18-20
1e 1e
Breed Normaal
0,8 0,8
1,9 1,7
18,8 15,1
0 0
0 0
25 25
18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 18-20 300-350 cm 300-350 cm
1e 3e 3e 3e 1e 3e 3e
Breed Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,9 1,3 1,3 1,3 1,7 1,3 1,3
18,8 6,8 6,8 6,8 15,1 6,8 6,8
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
25 25 25 25 25 25 25
18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm
1e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 3e
Breed Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,9 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3
18,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25
18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 18-20 18-20 18-20
1e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 3e 1e 1e 1e
Breed Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Breed Breed
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,9 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,7 1,9 1,9
18,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 6,8 15,1 18.8 18.8
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25
18-20 18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm
1e 1e 3e 3e 3e
Breed Normaal Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,9 1,7 1,3 1,3 1,3
18,8 15,1 6,8 6,8 6,8
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
25 25 25 25 25
18-20 18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm 18-20 300-350 cm 300-350 cm 300-350 cm
1e 2e 3e 3e 3e 2e 3e 3e 3e
Breed Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
1,9 1,5 1,3 1,3 1,3 1,5 1,3 1,3 1,3
18,8 8,8 6,8 6,8 6,8 8,8 6,8 6,8 6,8
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
25 25 25 25 25 25 25 25
18-20 18-20 18-20
3e 1e 1e
Normaal Normaal Normaal
0,8 0,8 0,8
1,2 1,5 1,5
6 8,8 8,8
0 0 0
0 0 0
20 20 20
18-20 18-20
3e 2e
Normaal Normaal
0,8 0,8
1,2 1,3
6 8,8
0 0
0 0
20 20
Toelichting afwijking
Waterhuishoudkundig plan Tussen de Rails Fase: Voorlopig Ontwerp Datum: 2 april 2025 CONCEPT c3 Opsteller;
1 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
2 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
Inhoud 1.
2.
Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................. 5
1.2
Doelen en ambities ................................................................................................................... 6
1.3
Proces tot nu toe ....................................................................................................................... 6
1.4
Vigerende documenten ............................................................................................................. 7
1.5
Vigerende kaartlagen (GIS) ...................................................................................................... 7
Bestaande situatie ............................................................................................................................ 8 2.1
Ligging en begrenzing plangebied ............................................................................................ 8
2.2
Oppervlaktewater ...................................................................................................................... 9
2.3
Grondwater ............................................................................................................................. 11
2.4
Bestaande riolering ................................................................................................................. 11
2.5
Bodem ..................................................................................................................................... 11
........................................................................................................................................................... 12 2.6 3.
Archeologie ............................................................................................................................. 14
Uitgangspunten .............................................................................................................................. 15 3.1
Waterhuishouding ................................................................................................................... 15
3.1.1 Watercompensatie ................................................................................................................ 15 3.1.2 Ruimtelijke aspecten natuurvriendelijke oevers .................................................................... 15 3.1.3 Beschermingszone ................................................................................................................ 15 3.1.4 Onderhoud Watergangen ...................................................................................................... 16 3.2
Ontwerphoogte maaiveldinrichting .......................................................................................... 17
3.2.1 Wegen ................................................................................................................................... 17 3.2.2 Verlaagd groen en wadi’s ...................................................................................................... 17 3.2.3 Boomworteldiepte.................................................................................................................. 17 3.2.4 Vloerpeil ................................................................................................................................ 17 3.3
Stedelijk Water ........................................................................................................................ 18
4.3.1 Voorkeursvolgorde en uitgangspunten hemelwaterafvoer ................................................... 18 4.
Ontwerp .......................................................................................................................................... 19 4.1
Grondwater ............................................................................................................................. 19
4.2
Hemelwater ............................................................................................................................. 19
4.3
Afvalwater ............................................................................................................................... 20
Bereikbaarheid riolering voor reinigingsvoertuig ..................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.4 Oppervlaktewater ......................................................................................................................... 22 5.
Berging hemelwater ....................................................................................................................... 24 5.1
(On)verhard oppervlak bestaande situatie .............................................................................. 24 3
Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
5.2
(On)verhard oppervlak nieuwe situatie ................................................................................... 24
5.3
Berging Hemelwater ................................................................................................................ 26
5.3.1
Berging bouwblokken ...................................................................................................... 26
6.3.2
Bergen in de Openbare Ruimte ....................................................................................... 27
6.4 Uitwerking waterberging .............................................................................................................. 29 Samenvatting waterberging ............................................................................................................... 36 6.3.3 6.
Alternatieve waterberging voorzieningen ........................................................................ 37
Bijlage ............................................................................................................................................. 41
4 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
1.
Inleiding
In 2021 is in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) 2040 het gebied Lunetten-Koningsweg als een Stedelijk Knooppunt voor de stad aangemerkt. De locatie Tussen de Rails is onderdeel van het beoogde plangebied van deze Stedelijke Knoop. In het coalitieakkoord 2022- 2026 is dit bekrachtigd. Daarbij is aangegeven dat de Stedelijke Knoop Lunetten-Koningsweg met prioriteit wordt opgepakt. Dit Waterhuishoudkundig plan is uitgewerkt tot een Voorlopig Ontwerp (VO). Dit document dient als een toelichting voor de totstandkoming van het VO. Daarbij wordt voornamelijk ingegaan op het onderbouwen van ontwerpkeuzes, nieuwe inzichten naar aanleiding van uitgevoerd onderzoek, en eventuele afwijking die daaruit zijn voortgevloeid ten opzichte van het SPvE [REF06].
1.1 Aanleiding Er zijn in heel Nederland te weinig woningen beschikbaar. In Utrecht lopen we hier ook tegenaan. Mensen moeten daardoor lang wachten op een geschikte woning. We willen dat alle Utrechters sneller een huis kunnen vinden. Het gaat immers om een basisbehoefte, namelijk het wel of niet hebben van een dak boven je hoofd. Utrecht staat voor de urgente opgave om voldoende tijdelijke woningen te realiseren. In dit kader sluit de tijdelijke ontwikkeling van dit gebied sluit goed aan bij motie M2020/172. Deze motie is op 9 juli 2020 aangenomen bij de vaststelling van het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd. In deze motie wordt het college opgedragen: • •
“Te kijken naar mogelijkheden voor tijdelijke (jongeren) huisvesting in het gebied ‘tussen de Rails’ samen met SSH en andere partijen. • Aan deze partijen te vragen of zij bereid zijn de kosten te dragen voor het bouwrijp maken van het gebied en eventuele maatregelen tegen bouw- en geluidshinder.”
Uit het onderzoek dat hierop is gestart, welke parallel liep aan de totstandkoming van de RSU, is uiteindelijk het Intentiedocument “Tussen de Rails” voortgekomen. Hierin staat beschreven dat dit een kansrijke locatie is, met als doel in 2025 tot realisatie te komen van onder andere tijdelijke woningen. Dit intentiedocument is vastgesteld door het college d.d. 6 juni 2023, waarbij is besloten: •
•
•
•
Te onderzoeken of en hoe een tijdelijke ontwikkeling gerealiseerd kan worden met een programma van 500 tot 700 woningen en mogelijke andere functies zoals Stichting Klank en werkruimtes. Het ontwerpproces van fase 1 van de tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails zo snel mogelijk te starten en te onderzoeken met welke woningcorporatie afspraken kunnen worden gemaakt voor de realisatie van circa 200 tot 300 woningen voor studenten óf een andere doelgroep met als randvoorwaarde een lage parkeernorm; Voor de tijdelijke woningen en andere tijdelijke functies van de 2e fase van de tijdelijke ontwikkeling een ontwikkelkader op te stellen en deze op een later moment ter besluitvorming voor te leggen. Het tijdelijke programma van de 2e fase omvat indicatief: o 300 tot 400 tijdelijke woningen o En aanvullende functies zoals bijvoorbeeld stichting Klank en werkruimtes. Bij de ontwikkelingen de groene waarden binnen het gebied Tussen de Rails goed in te passen en de groencompensatie conform de RSU 2040 gefaseerd te realiseren binnen én buiten het gebied.
5 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
1.2 Doelen en ambities Het college heeft met het besluit inzake het Intentiedocument (IDOC) d.d. 6 juni 2023 de opdracht gegeven om de voorwaarden voor de realisatie van het initiatief zoals beschreven in het IDOC te onderzoeken. Het resultaat hiervan een Stedenbouwkundig Programma van Eisen [REF06] Met dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen zoals gesteld in het IDOC. In dit SPvE worden de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden en ambities beschreven waaraan de ontwikkeling Tussen de Rails moet voldoen. Daarnaast worden ook andere niet ruimtelijke aspecten beoordeeld en meegewogen zoals volksgezondheid, energie, biodiversiteit, duurzaamheid en participatie. Het biedt een basis om met samenwerkingspartners te komen tot realisatie Omdat de ontwikkeling niet past in het vigerende bestemmingsplan/ omgevingsplan, zal een nieuwe planologische maatregel opgesteld worden. Dit SPvE is daarvoor de inhoudelijke basis alsook voor het Waterhuishoudkundig plan.
1.3 Proces tot nu toe Vanuit het SPvE wordt het ontwerp verder uitgewerkt tot een VO en is het IPvE/ FO-fase overgeslagen. Uitgangspunten zullen ontbreken om een volwaardig VO te kunnen leveren. Veel zaken moeten nog worden goedgekeurd door interne en externe partijen. Anderzijds geeft het VO in bepaalde zaken meer inzicht dan gevraagd omdat het ontwerp in 3D is opgezet. Er is veel inzicht in het hoogteverloop in het maaiveld en het riool ontwerp is nagenoeg klaar.
6 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
1.4 Vigerende documenten • • • • • • • • • •
[REF01] Visie Klimaatadaptatie Utrecht, d.d. september 2021 [REF02] Visie water & Riolering, d.d. maart 2022 [REF03] Productenlijst BinG (IPvE/ FO), d.d. oktober 2022 [REF04] Productenlijst BinG (VO), d.d. oktober 2022 [REF05] Productenlijst BinG (DO), d.d. oktober 2022 [REF06] SPvE Tussen de Rails, d.d. 07-mei-2024 [REF07] Plankaart Tussen de Rials d.d. [REF08] Bodemonderzoek Oud-Wulverbroekwetering, d.d. 21-12-2023 [REF09] GIS model TdR [REF10] HOR (Handboek Openbare Ruimte)
1.5 Vigerende kaartlagen (GIS) • • • • • • • • • • • •
[REF20] Archeologische waardenkaart [REF21] Waterhuishouding Gemeente Utrecht [REF22] Grondwatersysteem kaart (kwantiteit, ondiepe ondergrond) [REF23] Areaalkaart inzameling en transport hemelwater [REF24] Areaalkaart inzameling en transport stedelijk afvalwater [REF25] Rioolvervangingsplanning t/m 2035 [REF26] Rioolvervangingsplanning t/m 2050 [REF27] Algemene Hoogtekaart Nederland [REF28] Basisregistratie Grootschalige Topografie [REF29] HDSR Profielenlegger 2024 [REF30] HDSR Onderhoudslegger 2024 [REF31] Peilgebieden en peilbesluiten met oppervlaktewaterpeilen
7 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
2.
Bestaande situatie
2.1 Ligging en begrenzing plangebied Het gebied “Tussen de Rails” bevindt zich in de sporendriehoek Lunetten-Koningsweg, is onderdeel van de wijk Oost en ligt tegen de wijk Zuid aan. De locatie ligt ten westen van de A27 en het fietspad Maarschalkerweerdpad, dat Lunetten verbindt met Maarschalkerweerd en USP. Het wordt aan de andere twee zijdes begrensd door de spoorlijnen naar Arnhem en ‘s-Hertogenbosch. De tijdelijke invulling is voorzien ten westen van dit fietspad en “tussen de Rails”. Het plangebied beperkt zich tot het gebied aan de westzijde van dit fietspad, omdat aan de oostzijde ruimtereserveringen zijn voorzien voor werkterreinen van Rijkswaterstaat bij een eventuele aanpassing van de A27
Figuur 1: Begrenzing plangebied
Door het gebied loopt de Oud Wulverbroekwetering. Dit is conform de Legger van HDSR een primaire watergang (blauw in figuur 2) en voert vanuit het gebied ten noorden van het spoor water aan naar het gebied zelf en in zuidelijk richting naar het oostelijk deel van de wijk Lunetten. Daarnaast liggen nog enkele tertiaire watergangen (groen in figuur 2) langs de randen van het gebied. De kwaliteit van de watergangen is laag. De ambitie conform de Visie water & Riolering is om minimaal de kwaliteit ‘zichtbaar’ te behalen.
8 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
Figuur 2: Watergangen vanuit Legger HDSR
2.2 Oppervlaktewater De aanwezige watergangen liggen in [REF29]: • • • • •
Peilbesluit Utrecht-Maarssenbroek Code peilgebied: HRL_006 Soort peilbeheer: Vast Vast peil (bij instelling peilen van peilbesluit 2013): +0.30 m t.o.v. NAP. Peilvak PG0477
Het plangebied ligt in Peilvak PG0477 [REF31] en heeft een vast peil van +0,30 m t.o.v. NAP. Vanuit het hoger gelegen Peilvak PG0476 wordt er water aangevoerd via een stuw en middels duikers op de primaire watergang de Oud Wulverbroekwetering (LE073432). De afvoer vindt vervolgens plaats naar onder ander Peilvak PG 0478 middels een stuw. De Oud Wulverbroekwetering alsook de tertiaire watergang (spoorsloot LE063526) vormen de grenzen van het plangebied.
9 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
Figuur 3: Het plangebied gelegen in Peilvak PG0477 bij een vast peil van 0,30 m t.o.v. NAP
De Oud Wulverbroekwetering is in beheer van HDSR, heeft een variabele breedte van insteek tot insteek en wordt varend onderhouden. De spoorsloot is in beheer van ProRail, hebben een breedte van insteek tot insteek van ca. 8,00 m en worden vanuit de spoorzijde onderhouden. In het plangebied ligt ook een sloot. Deze sloot (gelegen in de cirkel in figuur 2) is verbonden met de Oud Wulverbroekwetering via een duiker Ø 300 mm. Binnen het plangebied is een sloot aanwezig die niet op de legger is weergegeven. Deze sloot blijft gehandhaafd en wordt niet gedempt. Deze sloot wordt middels een duiker (22195U-22196U) beton rond 300 mm ontsloten.
10 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
2.3 Grondwater De gemiddelde grondwaterstand ligt tussen de NAP +0,50 en +0,60. De representatieve hoge grondwaterstand ligt tussen de NAP +0,70 en +0,80 [REF22]
2.4 Bestaande riolering Het plangebied heeft in de bestaande situatie een persleiding Ø 63 mm liggen om het vuilwater van de grondbank af te voeren naar het VWA-riool van Lunetten. Deze leiding gaat middels een boring onder het spoor door. De aanwezige boerderij beschikt over een IBA.
Figuur 3a: bestaande riolering en duikers
2.5 Bodem Hoogteligging Het terrein is wat hoger bij de bestaande bebouwing (NAP +1,8 m). Vanaf het pand loopt het maaiveld af richting de watergangen (NAP +1,3-1,5 m).
Bodemopbouw De bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit klei. Op 2-3 m ligt er een zandpakket. De bodemopbouw varieert maar over het algemeen is de bovenste laag klei met daaronder een zandpakket. In het noorden van het plan komt het zandpakket tot maaiveld. (.concept rapport Land dd november 2024 R01-78448.66-SBE-c01).
11 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
Figuur 4: indicatie bodemopbouw
Bodemverontreiniging De bodem van het plangebied is over het algemeen licht verontreinigd en daarmee geschikt voor het beoogde gebruik [REF08]. Langs de oostzijde van het plangebied is echter een, circa 0,3 tot 0,5 meter dikke, sterk verontreinigde bodemlaag aanwezig. Bij de eventuele verbreding van de Oud Wulverbroekerwetering en bij het uitgraven van cunetten voor bebouwing, wegen en kabels en leidingen, zal gegraven worden in sterk verontreinigde grond. In het “gele” deel bevindt de verontreiniging zich in de “contactzone (bovenste halve meter)” en zal sowieso gesaneerd moeten worden om de locatie geschikt te maken voor het beoogde gebruik.
12 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
Figuur 5: bodemverontreiniging
13 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
2.6 Archeologie Op de archeologische waardenkaart [REF20] gelden voor het plangebied verschillende waarden en verwachtingen. Het boerenerf heeft de aanduiding hoge archeologische waarde (WA3). Grondwerkzaamheden groter dan 30m2 en dieper dan 30cm zijn vergunningsplichtig. Voor twee brede stroken aan weerszijden van de Oud Wulverbroekerwetering geldt een hoge archeologische verwachting WA4. Hier geldt dat grondwerkzaamheden groter dan 100m2 en dieper dan 30cm vergunningsplichtig zijn. Ten slotte geldt voor de rest van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting WA5. Hier geldt dat grondwerkzaamheden groter dan 100m2 en dieper dan 30cm vergunningsplichtig zijn. In het bestemmingsplan algemene regels is vastgelegd dat als de verstoring in meer dan één zone valt, de zone die de minste verstoring toestaat geldt.
Figuur 6: Classificatie archeologie
14 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
3.
Uitgangspunten
Het plan wordt gerealiseerd met het oogpunt dat: - Er geen/nauwelijks autoverkeer komt. (geen parkeerplaatsen). - Het een tijdelijke situatie betreft voor 20 jaar.
3.1 Waterhuishouding 3.1.1 Watercompensatie • • • •
Al het oppervlaktewater (totaal m2 van insteek tot insteek) zal volledig gecompenseerd moeten worden als dit gedempt, verlegd of versmald wordt. Nieuw oppervlaktewater met aansluiten op het watersysteem Toename van verharding (eis HDSR; waterschap) kan gecompenseerd worden door minimaal 70 mm neerslag van de totale verharding te compenseren. Minimale profielen en afmetingen van watergangen en eisen ten aanzien van beheer en onderhoud staan in de HOR van de gemeente en de Legger van HDSR. Bij voorkeur worden de oevers van watergangen natuurvriendelijk ingericht, zodat de waterkwaliteit verbetert van ‘laag’ naar categorie ‘zichtbaar’ of hoger.
3.1.2 Ruimtelijke aspecten natuurvriendelijke oevers Natuurvriendelijke oevers (NVO’s) kunnen op twee manieren worden aangelegd. Door middel van een flauwe helling of een diepe of ondiepe plasberm. Het is ook goed mogelijk en zelfs gewenst om beide typen oevers te combineren. Daarbij zijn kleine variaties in breedte, diepte en helling gewenst. Dit levert een grotere verscheidenheid aan leefmilieus op voor de flora en fauna. • • •
• •
Een oever met flauw hellend talud heeft een hellingspercentage van minimaal 1:3, bij voorkeur flauwer (1:5); Een ondiepe plasberm wordt 30 – 60 cm en een diepe plasberm wordt 60 – 90 cm onder het laagste waterpeil aangelegd; Bij voorkeur is de oever 3 tot 5 meter breed, zodat alle zones in het profiel beschikbaar zijn en er geen scherpe overgangen zijn in het oevertalud. De minimale breedte van een natuurvriendelijke oever is 50 cm; Wanneer slechts één zijde wordt ingericht als NVO heeft onze voorkeur deze aan de noordzijde aan te leggen om schaduwwerking op de watergang te beperken. Zowel de watergang als de NVO moet goed onderhouden kunnen worden. Ook bij een NVO wordt een onderhoudsstrook van 5 meter aanhouden
3.1.3 Beschermingszone Naast de oevers van primaire watergangen ligt veelal een beschermingszone waarbinnen een bouwwerk, beplanting, kabels en leidingen, gebruik van bestrijdingsmiddelen zonder Watervergunning niet zijn toegestaan. Deze verboden staan in de Keur: • • •
Beschermingszone primaire watergang: minimaal 5 meter uit insteek watergang (niet van toepassing indien de watergang varend wordt onderhouden); Onderhoudsstrook langs primaire watergang: over een breedte van 5 meter vanaf de insteek vrij van obstakels; Onderhoudsstrook langs tertiaire watergang: Aangelande zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en daarmee zelf verantwoordelijk voor het vrijhouden van ruimte voor onderhoud.
15 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails
•
•
• •
Ons advies is een breedte van ten minste 2 meter vanaf de insteek vrij van obstakels te houden; Ruimte reserveren in openbare ruimte voor de aanleg van een inlaatplaats voor de maaiboot. Binnen iedere eenheid moet minimaal 1 km onderhoud in één keer mogelijk zijn, om geen extra kosten te krijgen (voor in- en uitladen van boot); Doorvaarthoogte (i.v.m. maaiboot) van bruggen en andere kunstwerken: minimaal 80 centimeter hoog en doorvaartbreedte 2,5 meter. De gemeente kan voor bepaalde doelstellingen zoals kanovaren een andere doorvaarhoogte hanteren; o Een minimale breedte op waterlijn van 5 meter; o Een minimale diepte van de watergang van 0,8 meter (t.o.v. het laagste peil). Het advies is om de watergang bij aanleg dieper (bijvoorbeeld 1,0 meter) aan te leggen, zodat het baggeren de eerste jaren niet nodig is; o Een locatie om het maaisel en vuil uit de watergang te halen en te laten drogen; Afhankelijk van het ontwerp van de watergang, moet een draaipunt bepaald worden om de maaiboot te keren. Bij de nieuwe aanplant van bomen of opgaande struiken binnen de beschermingszone, geldt bij onderhoud vanaf de oever een minimale onderlinge afstand van 7 meter en minimaal 4 meter breedte om de beplanting te kunnen passeren. De minimale afstand van hart boom tot insteek talud is 1,25 meter. In overleg met het waterschap kan hiervan afgeweken worden.
Bomen moeten tot een hoogte van minimaal 4 meter opgekroond worden. Knotwilgen vormen hierop een uitzondering.
3.1.4 Onderhoud Watergangen • •
Een trekker met maai-arm heeft een reikwijdte van ongeveer 8 meter. Bredere watergangen dan 8 meter (insteek tot insteek) moeten vanaf twee kanten of varend onderhouden worden. Tertiaire watergangen zijn niet in onderhoud bij het waterschap. Dezelfde principes als hierboven beschreven gelden. Het waterschap adviseert om onderhoud vanaf de kant plaats te laten vinden door onderhoudsplichtige. Op de Legger staat wie de onderhoudsplichtige is.