CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere onderzoeken MER, bomen, water en stikstof

Gemeenteraad 17 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Bindend Advies Tussen de Rails25.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

16 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

3.2 Ontwerphoogte maaiveldinrichting 3.2.1 Wegen • • • • •

De drooglegging is minimaal 1 meter. (Drooglegging is de afstand tussen de maaiveldhoogte/uitgiftepeil en het oppervlaktewaterpeil). De ontwateringsdiepte is minimaal 70 cm. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) en het maaiveldniveau. Ondergrondse verblijfsruimtes zijn waterdicht (een van de regels uit het Bouwbesluit). Als de ontwateringsdiepte te klein is; zo min mogelijk technische voorzieningen toepassen om de grondwaterstand stand te verlagen/ontwatering te verbeteren. Drainagewater mag niet op het vuilwater geloosd worden.

3.2.2 Verlaagd groen en wadi’s • • • •

•

Ophogen van maaiveld of aanleg van oppervlaktewater i.c.m. water robuust bouwen heeft altijd de voorkeur boven de aanleg van drainage (of technische voorziening). Groen dient bij voorkeur 5 cm lager te liggen dan de laagste rand verharding. Verlaagd groen 15 cm lager t.o.v. de laagste rand verharding. Wadi’s dienen maximaal 50 cm dieper te liggen dan de laagste rand verharding. De waking bedraagt 10 cm waking, 30 cm waterbergend vermogen. Er dient minimaal één slokop per wadi aanwezig te zijn als overloopvoorziening naar het (hemelwater)riool of oppervlaktewater. Om verlaging van groen mogelijk te maken dienen er waterdoorlatende banden toegepast te worden.

3.2.3 Boomworteldiepte •

De bewortelbare diepte wordt verticaal bepaald vanaf de bovenzijde van de doorwortelbare zone tot ca. 10 cm boven het grondwater (GHG)*, danwel tot aan de onderzijde van de (aan te leggen) doorwortelbare zone. Let op: Bij een doorwortelbare diepte van ≤ 60 cm dient, vanwege de oppervlakkige beworteling (verticaal beperkte doorwortelbare zone), de aanplant van bomen in de verharding (zeer) terughoudend te worden benaderd [Handboek Bomen | H1 | Bomenontwerp].

3.2.4 Vloerpeil • • •

Bouwwerken en percelen zijn minimaal bestand tegen grondwaterstanden die fluctueren tussen de representatieve hoogste en laagste grondwaterstand. Vloerpeil Het vloerpeil van panden ligt minimaal 0,15 m boven het straatpeil. Het bouwpeil dient 0.02 m lager te liggen dan het vloerpeil

17 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

3.3 Stedelijk Water 4.3.1 Voorkeursvolgorde en uitgangspunten hemelwaterafvoer Voor stedelijk water/riolering zijn de standaard eisen van kracht. Hieronder is een overzicht van deze eisen. • Minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag wordt vastgehouden op de plek waar het valt en infiltreert in de bodem. Concreet betekent dit dat minimaal 15 mm berging op “eigen terrein” moet plaatsvinden. Op locaties waar het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 toeneemt, zoals hier, streven we naar berging van 45 mm op eigen terrein. Deze berging wordt binnen het plangebied gerealiseerd in infiltratievoorzieningen (wadi’s, verlaagd groen, IT-riool etc.) tenzij aangetoond kan worden dat een andere hoeveelheid mm’s ook de vereiste 90% van de jaarlijkse neerslag kan vasthouden. • Volgen van de voorkeursvolgorde voor het lozen van hemelwater: 1. Vasthouden en nuttig gebruiken (geen lozing); 2. Infiltratie op de bodem (bovengronds); 3. Infiltratie in de bodem (ondergronds); 4. Directe lozing in het oppervlaktewater; 5. Lozing in een hemelwaterstelsel; 6. Wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van bovenstaande lozingsroutes: Lozing in een vuilwaterriool. • De openbare ruimte en het hemelwatersysteem zijn zo vormgegeven dat bij buien met een intensiteit tot en met 80 mm in één uur (kans 1x/100 jaar) geen schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur.

• Bij een bui van 20 mm in één uur kan de openbare ruimte nog steeds gebruikt worden waarvoor die bedoeld is. • Groenvoorzieningen, speelplekken etc. moeten binnen 24 uur weer toegankelijk zijn. • Aangelegde bergings- en infiltratievoorzieningen moeten in minimaal 10 uur en maximaal 48 uur leeg kunnen lopen om weer beschikbaar te zijn voor nieuwe buien. Bovenstaande eisen hebben betrekking tot de inrichting van de onder- en bovengrond. De meest bepalende eis is de infiltratie-eis. Om te voldoen aan deze eis moet 15 mm/m2 verhardoppervlak afstromen naar infiltratievoorzieningen. Met de beschikbare ruimte in de groenstroken is het logisch om deze infiltratievoorziening aan te leggen als verlaagd groen, zodat het water hierop kan afstromen. Deze invulling heeft ook gevolgen voor de verdere inrichting van de groenstroken

18 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

4.

Ontwerp

4.1 Grondwater De representatieve GHG ligt tussen de NAP +0,70 m en NAP +0,80 m [REF21]. De ontwateringsdiepte bedraagt 0,70 m t.o.v. de GHG. De minimale randverharding komt hierbij uit op NAP +1.50 m. Het waterpeil binnen het plangebied is NAP +0,30 m [REF31]. De drooglegging bedraagt 1,00 m t.o.v. het waterpeil. De minimale randverharding komt hierbij uit op NAP +1,30 m t.o.v. NAP. De benodigde worteldiepte t.b.v. bomen bedraagt 0,90 m t.o.v. GHG. De minimale maaiveldhoogte komt hierbij uit op NAP + 1,70 m.

Weg- en vloerpeilen Het maaiveldhoogte wordt bepaald door de bomen. Deze eis is maatgevend. Om bomen een goede doorwortelbare bodem te bieden is er een minimale benodigde maaiveldhoogte nodig van NAP +1,70 m. Het wegpeil ligt hoger dan maaiveld hoogte. Uitgangspunt is dat verharding ca 5 cm hoger ligt dan het maaiveld: NAP +1,75 m. De vloerpeilen liggen minimaal 15 cm hoger [REF21, en bouwbesluit] boven wegpeil (rand verharding): NAP +1,90 m.

4.2 Hemelwater In de bestaande situatie het is plangebied grotendeels onverhard. Alleen de boerderij met het erf is aanwezig met een toegangsweg. Door de ontwikkeling wordt het plangebied deels verhard door de daken van panden wegen en terreinverharding. Om te voorkomen dat het oppervlaktewatersysteem extra wordt belast door het afstromende hemelwater van deze verharding moet het water in het plangebied worden geborgen. De maatgevende eis hiervoor is de eis van het waterschap; 70 mm berging per m2 toename verhard oppervlak. Het hemelwater van de panden (Blok A, B, C, F) wordt in de binnentuinen geborgen. De berging voor het hemelwater van de openbare verharding wordt onder of naast de weg gerealiseerd. Blok D en Blok E hebben geen buitenruimte/groen. Het water van deze panden moeten op of nabij het pand worden geborgen. Daarnaast wordt berging gerealiseerd in de Oud Wulverbroekwetering. Deze watergang wordt verbreedt aan de zijde van het plangebied met een breedte van 3,0 m t.o.v. de waterlijn. Hier wordt ook een natuurvriendelijke oever gerealiseerd

19 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Er is niet gekozen om de spoorsloot (gedeeltelijk) te verbreden. Bij het verbreden van de spoorsloot is het na verbreding noodzakelijk de sloot 2-zijdig of varend te onderhouden. Dit levert issues op in het kader van het afspraken maken voor het beheer alsook mogelijke spoor(in)stabiliteit. Verder kunnen bestaande bomen aan de slootkant ook gehandhaafd blijven.

Drainage De waterberging wordt in het plangebied grotendeels in de vorm van wadi’s of berging onder de weg gerealiseerd. De waterberging moet na 48-60 uur weer beschikbaar zijn. Daarnaast is het wenselijk dat, gezien het grote aantal woningen en dus dito bewonersaantallen dat het groen meestal goed begaanbaar is. De grondslag in het gebied is slecht waterdoorlatend (klei) tot 4 m onder maaiveld.. Om ervoor te zorgen dat de berging weer op tijd beschikbaar is wordt drainage toegepast onder de doorgaande wegen (de zogenoemde karresporen) en onder of langs de paden. In hoofdstuk 6 wordt de waterberging nader uitgewerkt.

4.3 Afvalwater In de nieuwe situatie wordt het afvalwater apart ingezameld en afgevoerd via het vuilwater riool (dwariool). Het vuilwaterriool voert het afvalwater af naar een nieuw te realiseren rioolgemaal. Via het rioolgemaal wordt het afvalwater afgevoerd via een nieuw aan te leggen persleiding naar het vrijvervalriool in de wijk Lunetten. Hiervoor wordt een nieuwe persleiding middels een boring onder het spoor aangelegd. Alle bouwblokken tezamen bedragen 450 woningen (blokken A, B, C en F) en verschillende bedrijven en kantoren ((D en E). Het voorlopige DWA ontwerp is verwerkt en weergegeven op tekening • TdR-T-VO-N-SO-RIO-01, Situatieoverzicht riolering, • TdR-T-VO-N-DP-RIO-01, Technische dwarsprofielen riolering. De volgende uitgangspunten worden aangehouden bij het opstellen van het ontwerp. •

Woningen o 2,4 inwoners per inwoning o 120 liter per inwoner per dag o 12 liter per uur gedurende 10 uur

•

Bedrijven o Gemiddeld 12 l/h per werknemer o 1 werknemer per 15 m2 o 4 verdiepingen o Oppervlak 3.000 m2 per verdieping

20 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Gezien de beperkingen op het stroomnet is het de verwachting dat het kantoren, winkels, kleine horeca zijn dus met een relatief laag waterverbruik. De totale hoeveelheid te verwachtten hoeveelheid afvalater bedraagt: Bewoners: 450*2,3*0,012 = 12,4 m3/h. Bedrijven: 4*3000/15*0,012 = 9,6 m3/h. Gronddepot (naastgelegen): 6 m3/h (afvoercapaciteit die nu aanwezig is, persleiding Ø 63 mm)

•

Totaal 28 m3/h. Riolering o Vullingsgraad DWA-riool leidingen maximaal 50% ▪ Verhang: 1:300 - 1:500 o 24 uur bergingscapaciteit van vuilwater o Minimale diameter Ø 250 mm. o Materiaal riool Ø 250 mm PVC, o Betonnen putten. Persleiding: PE 100 SDR 11 PN 16 KOMO-keur, zwart . Vanwege de kruising met het spoor wordt een zwaardere drukklasse toegepast dan in de HOR wordt toegepast. De persleiding wordt ter plaatse van de boring uitgevoerd in een mantelbuis. Dit om bij breuk van de persleiding uitspoeling van de fundering van het spoor te voorkomen.

Vanuit pragmatisch oogpunt en het mogelijk te maken het VWA-riool te kunnen inspecteren en te kunnen onderhouden is er gekozen voor PVC rond 250 mm leidingwerk en betonnen putten. Het leidingwerk is tegenstrijdig met de eisen uit de HOR (minimaal Ø 300 mm en beton). Deze afwijking is met de gebiedsbeheerder besproken en akkoord. Let op; de wijk is autovrij/autoluw. Ten behoeve van het reinigen van het riool worden 40-tons voertuigen toegepast. De wegen dienen geschikt te voor de berijdbaarheid van deze voertuigen zodat er geen rijplaten of iets dergelijks toegepast moeten worden.

PVC heeft vanwege de benodigde levensduur van 20 jaar de voorkeur. Aanvullend is PVC sneller, duurzamer en goedkoper om het aan te leggen. Wel is er voor betonnen inspectieputten gekozen. Dit vanwege de scherpe- en stompe hoeken die de riolering met de rioolputten maakt. Correcties kunnen in het werk ook makkelijk uitgevoerd worden. De betonnen putten zijn na 20 jaar mogelijk herbruikbaar. Al het vuilwater wordt uiteindelijk verzamelt in een gemaal. Vanuit het gemaal wordt een persleiding rond 160 mm onder het spoor geboord naar Lunetten. Met tussenkomst van een ontvangstput kan dit systeem aangesloten worden op het rioolstelsel in lunetten. Het boortracé alsook de inrichting en capaciteit van het gemaal wordt in een ander document verder behandeld. Het afvalwater van de naastgelegen bodemsanering loost wordt afgevoerd via een persleiding over het plangebied. Deze persleiding komt te vervallen. In de toekomstige situatie loost de persleiding op het DWA-riool van het nieuwe plan.

21 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur: tracé boring Ø 160 mm SDR 11 persleiding (dd tekening tbv vergunning 21 maart 2023) De boerderij wordt ook aangesloten op het nieuwe riool. De IBA komt te vervallen.

4.4 Oppervlaktewater De Oud Wulverbroekwetering wordt verbreed en er wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd (bovenwatertalud van 1:3 tot 1:5. Het talud loopt onder een helling van 1:3 door tot 30 cm onder de waterlijn. De berging die hiermee wordt gerealiseerd komt ten gunste van het plangebied. (zie hoofdstuk 5.) Naast extra berging is dit een positief effect voor de waterkwaliteit en een impuls voor de biodiversiteit in het plan. Aandachtpunt is het risico van de het opbarsten van de bodem bij verbreding van de watergang en de toename van kwelwater als gevolg hiervan. Dat geldt ook voor het beheer en onderhoud van de watergang in de toekomstige situatie. Dit wordt in een apart traject en rapport uitgewerkt. De plas-dras berm is recht toe rechtaan ingetekend. Het gewenste talud moet worden afgestemd met een ecoloog om een beter resultaat te krijgen (betere kwaliteit).

22 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur 6: principe profiel Oud Wulvebroekwetering met natuurvriendelijke oever.

Binnen het plangebied is een sloot aanwezig die niet op de legger is weergegeven. Deze sloot blijft gehandhaafd en wordt niet gedempt. Deze sloot wordt middels een duiker (22195U-22196U) beton rond 300 mm ontsloten.

23 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

5.

Berging hemelwater

In het plangebied moet 70 mm berging worden gerealiseerd ten opzichtte van de toename van het verhard oppervlak. Het verhard oppervlak wordt gerealiseerd voor de nieuwe panden en het openbaar gebied. Het plan moet een zo groen mogelijke uitstraling krijgen. Daarnaast wordt het plan autovrij ingericht. Het voornemen is om de wegen en paden deze uitstraling mee te geven door deze uit te voeren middels een soort van karrespoor uitgevoerd in verharding, grasbetontegel of half verharding. Dit wijkt af van een meer traditionele weg inrichting. Met de realisatie van de waterberging moet hier rekening mee worden gehouden. In dit hoofdstuk is de hoeveelheid waterberging nader uitgewerkt per straat en/of per bouwblok. De bebouwingsdichtheid is hoog. Dit is mede ingegeven door opgave om meer woningen te realiseren. Hierdoor is de ruimte om waterberging te realiseren, met name in oppervlaktewater, beperkt.

5.1 (On)verhard oppervlak bestaande situatie Vanuit de BGT [REF28] is door middel van GIS het verhard oppervlak bepaald welke valt binnen de projectgrens. De resultaten zijn hieronder weeggegeven. Het bestaande terrein is volledig onverhard op de opstal en verharding van de bestaande boerderij na.

5.2 (On)verhard oppervlak nieuwe situatie Vanuit de plankaart [REF07] is door middel van GIS het verhard oppervlak bepaald welke valt binnen de projectgrens welke daadwerkelijk wordt ontwikkeld. De resultaten zijn hieronder weeggegeven.

24 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Type (on)verhard oppervlak B-PV-TG-PAND_DAK_HELLEND-O N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O N-PV-VH-GESLOTENVERHARDING_BETON_KUNSTWERK-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_RIJBAAN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O N-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O B-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_BINNENTUIN-O Eindtotaal

Verharding [m2] 491 8073 187 2480 3551 837 3757 1582 20959

Type (on)verhard oppervlak N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O Eindtotaal

Groen [m2] 13488 13488

Type (on)verhard oppervlak B-PV-WH-OPPERVLAKTEWATER_TRETAIR-O N-PV-WH-OPPERVLAKTEWATER_PRIMAIR-O Eindtotaal

Water [m2]

Type oppervlak

Percentage 59,76% 38,46% 1,78% 100,00%

Verhard Groen Water Totaal

31 595 626

Tabel 1: overzicht verdeling oppervlak plangebied

Een overzicht van het type (on)verhard oppervlak is weergegeven op tekening: • TdR-T-VO-N-SO-VHO-01, Situatieoverzicht (on)verhard oppervlak

25 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

5.3 Berging Hemelwater Op basis van de toegenomen verhard oppervlak (zie paragraaf 6.2) en de maatgevende eis van het waterschap HDSR, 70 mm berging ten opzichte van het toegenomen verhard oppervlak is de noodzakelijke berging bepaald. De inrichting in de nieuwe situatie is weergeven in figuur 8.

Figuur 8: Inrichting en locatie bouwblokken

5.3.1 Berging bouwblokken In de onderstaande tabel is per woonblok de benodigde berging bepaald per bouwblok. Naast het dakoppervlak is ook rekening gehouden et een percentage terreinverharding. Blok

Berging [m3]

Totaal verhard oppervlak [m2]

Locatie

Blok A Blok B Blok C Blok D1+D2

2458 2384 3080 929

125 126 155 65

Wadi eigen terrein Wadi eigen terrein Wadi eigen terrein Zie 5.3.2

Blok E Blok F Totaal

1865 2156 12872

131 120 721

Zie 5.3.2 Wadi eigen terrein

Tabel 2: verhard oppervlak en berging bouwblokken

26 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Type (on)verhard oppervlak Blok A N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O N-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_BINNENTUIN-O N-PV-GR-GROEN_INFILTRATIERESERVOIR_WADI-O Blok B N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O N-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_BINNENTUIN-O N-PV-GR-GROEN_INFILTRATIERESERVOIR_WADI-O Blok C N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O N-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_BINNENTUIN-O N-PV-GR-GROEN_INFILTRATIERESERVOIR_WADI-O Blok D_Alt N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O Blok E_Alt N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O Blok F_Alt N-PV-TG-PAND_DAK_VLAK-O N-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_BINNENTUIN-O N-PV-GR-GROEN_INFILTRATIERESERVOIR_WADI-O Eindtotaal

Oppervlakte (on)verhard [m2] B_Factor [%] B_Opgave_ET [m1] B_nodig_ET [m3] 2458 4% 0,000 125 1212 100% 0,070 85 195 20% 0,070 3 399 100% 0,070 28 652 20% 0,070 9 2384 4% 0,000 126 1225 100% 0,070 86 196 20% 0,070 3 433 100% 0,070 30 531 20% 0,070 7 3080 4% 0,000 155 1508 100% 0,070 106 293 20% 0,070 4 487 100% 0,070 34 792 20% 0,070 11 929 100% 0,070 65 929 100% 0,070 65 1865 100% 0,070 131 1865 100% 0,070 131 2156 4% 0,000 120 1334 100% 0,070 93 153 20% 0,070 2 264 100% 0,070 18 405 20% 0,070 6 12872 0% 0,000 721

Tabel 4: Hoeveelheden per type (on)verhard oppervlak en benodigde berging.

Door de woningbouw is aangegeven dat water bergen op daken niet mogelijk is. Hierdoor is een nieuw uitgangspunt door de gemeente Utrecht opgesteld om water te kunnen bergen in de binnentuin. Een meest pragmatische oplossing is het realiseren van een wadi. Een wadi kan verder ook worden ingericht om andere functies te vervullen. Denk hierbij aan een zitplaats/ speeltoestellen e.d. De waterberging in de binnentuin worden door de ontwikkelaar/bouwer van de panden ontworpen en gerealiseerd. Dit wordt als eis/voorwaarde opgenomen voor deze ontwikkeling. Blok D en blok E hebben geen binnentuinen. Het bouwvlak grenst direct aan openbaar gebied. In eerste instantie is gesteld dat de volledige benodigde berging van 70 mm plaats vindt op het bouwperceel. Dit betekend dus berging op het (platte) dak en/ of in de fundatie/ kruipruimte. Overwogen moet worden of dit wenselijk is voor deze ontwikkeling vanwege de opgave die aan de ontwikkelaar wordt meegegeven. Anderzijds is er een relatief hoog percentage verhard oppervlak in het plangebied waardoor de beschikbare ruimte beperkt is om berging te realiseren. In dit plan is onderzocht of de waterberging ook in openbaar gebied kan worden gerealiseerd.

6.3.2 Bergen in de Openbare Ruimte Per straat is de benodigde berging bepaald. Dit is weergegeven in onderstaande tabel 5.

27 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Type (on)verhard oppervlak Dwarsligger N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Het erf B-PV-TG-PAND_DAK_HELLEND-O N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O B-PV-VH-ONVERHARD_BINNENTUIN-O Kikkerpad N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Oeverpad N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-GESLOTENVERHARDING_BETON_KUNSTWERK-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_RIJBAAN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Ooievaarsnest N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O Portaalstraat N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_RIJBAAN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Spoorpad N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-GESLOTENVERHARDING_BETON_KUNSTWERK-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Tussen de Rails N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Tussenstation N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Verbindingsboog N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_RIJBAAN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Wisselstraat N-PV-GR-ONVERHARD_GROEN_GRAS-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_RIJBAAN-O N-PV-VH-HALFVERHARDING_TROTTOIR-O Eindtotaal

Oppervlakte (on)verhard [m2] B_Opgave_OR [m1] B_nodig_OR [m3] A_Water_Nodig OR [m2] 1451 0,005 45 150 809 0,070 0 0 642 0,070 45 150 4310 0,000 2 7 491 0,000 0 0 31 0,070 0 0 31 0,070 2 7 3757 0,000 0 0 2169 0,005 44 145 1545 0,070 0 0 623 0,070 44 145 3967 0,000 76 255 2875 0,070 0 0 177 0,070 12 41 126 0,070 9 29 789 0,070 55 184 637 0,070 0 0 637 0,070 0 0 3017 0,000 75 251 1942 0,070 0 0 1037 0,070 73 242 37 0,070 3 9 2009 0,000 39 131 1449 0,070 0 0 10 0,070 1 2 551 0,070 39 128 831 0,005 14 47 631 0,070 0 0 200 0,070 14 47 939 0,005 12 41 763 0,070 0 0 176 0,070 12 41 2352 0,000 65 216 1425 0,070 0 0 501 0,070 35 117 425 0,070 30 99 2273 0,000 62 208 1382 0,070 0 0 815 0,070 57 190 76 0,070 5 18 23955 0,000 435 1451

Tabel 5: Hoeveelheid berging per straat in de Openbare Ruimte

28 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

In totaal moet voor het openbaar verhard oppervlak 435 m3 waterberging worden gerealiseerd. Daarnaast is het wenselijk om ook berging te realiseren voor de panden D (65 m3) en E (131 m3), samen 196 m3. Er is geen ruimte voor een centrale berging. Daarnaast krijgt het gebied een groene uitstraling. De wegen en paden sluiten direct aan op het groen. Daarom wordt de berging nabij de wegen en de paden gezocht met oppervlakkige infiltratie. Hierdoor worden er geen kolken in het plan toegepast. Vanwege de grondslag en grondwater worden de bergingsvoorzieningen voorzien van een drainage. Hierdoor is de berging weer binnen 48-60 uur beschikbaar. Daarnaast wordt de ontwatering van het gebied hiermee verbeterd waardoor het groen beter bereikbaar/beloopbaar blijft voor de bewoners.

6.4 Uitwerking waterberging De waterberging is uitgewerkt in verschillende onderdeel. Deze zijn weergegeven figuur 9.

*

Figuur 9: uitwerking waterberging

29 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

1. Afvoer naar wadi/groen Naast de weg/pad is ruim voldoende groen oppervlak aanwezig in relatie tot de weg/pad die hier wordt gerealiseerd. De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van een wadi/verlaagd groen, afhankelijk van de noodzakelijk berging. Bodemverbetering. Door de toplaag (0.3 m) te voorzien van een bodemverbetering is er voldoende berging beschikbaar om het hemelwater te verwerken. Omdat de grondslag klei is dient conform de HOR de wadi te worden voorzien van een drain in combinatie met bomengrond.

Figuur 10: principe doorsnede wadi (HOR)

Er wordt geen slok-op toegepast bij een wadi voor de berging van het afstromend water van een weg. De weg ligt ca 0,05 m boven insteek wadi. Bij een bui van 70 mm zijn de wegen dan nog begaanbaar. Locatie Dwarsligger Lengte: ca 80 m1. Noodzakelijke berging 45 m3. Berging m3 per m1: 0,53 m3/m1. Aan beide zijde van Dwarsligger is een ruime groenstrook aanwezig. Aan beide zijden wordt een wadi aangelegd.(afhankelijk van de afwatering). Nader uit te werken en in te richten. Locatie Tussenstation Lengte 65 m1. Noodzakelijke berging 12 m3. Berging m3 per m1: 0,18 m3/m1.

30 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur 11: locatie Dwarsligger en Tussenstation

Locatie Ooievaarsnest Lengte 65 m1 noodzakelijke berging 0 m3. Hier is geen bergingseis. het pad is 2 m breed en kan door rechtstreeks afwateren in het groen. Doordat de breedte van het pad kleiner is dan 2,5 m en verder dan 5 m van de insteek van het oppervlaktewater hoeft er geen berging te worden gerealiseerd. (beleid waterschap Stichtse Rijnlanden). Desondanks voor de begaanbaarheid wordt het groen langs het pad wat verlaagd en voorzien van drainage. Daarnaast is deze locatie in te richten voor waterberging van het naastgelegen blok E.

2. Afvoer via half verharding naar de fundering van de weg. Op deze locatie is er een smal profiel tussen pand en de sloot. Zie figuur toekomstige situatie.

31 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur 12: Dwarsprofiel locatie halfverharding tussen pand en watergang

De ruimte tussen de panden en de watergangen is beperkt. Zie het principe profiel in figuur 12. Hier is onvoldoende ruimte beschikbaar <1.2 m tussen weg en watergang beschikbaar om de berging te realiseren. De wegen krijgende uitstraling van een karrespoor. Op deze locaties (1) wordt halfverharding toegepast. Het water kan door de halfverharding infiltreren naar de waterbergende fundering. (De waterbergende fundering is breder dan de weg. Het water wat oppervlakkig afstroomt kan dan nog via de berm infiltreren in de waterbergende fundering. Zo stroomt het niet rechtstreeks af naar het oppervlaktewater. Via de waterbergende fundering zakt het water in het zandpakket en wordt vervolgens vertraagt afgevoerd via een drain naar het oppervlaktewater (figuur 13).

Figuur 13: principe functioneren halfverharding

De breedte van de wegverharding bedraagt hier 3,5 m. De berging bedraagt hier 0.07*3,5= 0,25 m3/m1. Bij een porositeit (bergende volume) van 30% bedraagt de hoogte van de waterbergende fundering ca 0,21 m. De opbouw van de wegfundering vereist de nodige aandacht om de verkeersbelasting te kunnen verwerken.

32 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur 14: Voorbeeld halfverharding waterdoorlatend (www.cobracal.nl) Alles over halfverharding | Verschillende soorten | Veelzijdig

Figuur 14a: Opbouw van halfverharding (Stabilizer - ecodynamic)

3. Afvoer via open verharding naar waterbergende fundering Dit is de locatie van de doorgaande lus in het plangebied. Het ligt grotendeels op de bestaande hoogte en ligt langs de bestaande bomen en begroeiing die gehandhaafd blijven vanwege de

33 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

ecologische waarde. Daarnaast is de ontsluiting van de aanliggende panden op deze weg. De ruimte in het groen tussen de panden en de weg is beperkt. Mede omdat hier ook de parkeer- en opstelplaatsen worden gerealiseerd voor kort parkeren en laden/lossen. Hierdoor is de ruimte beperkt om in de berm een structurele waterberging in het groen te realiseren. De wegen worden hier wat intensiever gebruikt dan bij de locaties met de halfverharding (1.). Hierdoor is er een andere weginrichting. De weg wordt hier wat robuuster uitgevoerd maar het beeld van een karrespoor blijft ook hier het uitgangspunt. .

Figuur 15: principe waterberging onder gesloten verharding karrepoor

De breedte van de wegverharding bedraagt hier 4,5 m. De berging bedraagt hier gemiddeld 0,07m3/m2. Op dit tracé zit er naast de weg zelf ook verharding van de toegang/inrit van de panden en parkeervoorzieningen. Het uitgangspunt is dat dit karrespoor dezelfde waterbergende constructie krijgen als het karrespoor bij de halfverharding. Bij een porositeit (bergende volume) van 30% bedraagt de hoogte van de waterbergende constructie 0,25 m. Omdat dit misschien niet overal mogelijk is, bijvoorbeeld bij de gevels van de panden, en om enige flexibiliteit te behouden bij de verdere uitwerking wordt uitgegaan van 0,25 m. Dit principe wordt toegepast in het Wisselstraat, Portaalstraat, Verbindingsboog

4. Optie waterberging Blok D en Blok E

y

x

Figuur 16: locatie blok D en blok E

34 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

• •

Voor Blok D moet 65 m3 waterberging worden gerealiseerd. Voor Blok E moet 131 m3 waterberging worden gerealiseerd.

Naast blok D2 lig t een strook waar een wadi kan worden gerealiseerd voor de berging van pand D2. Het oppervlak van pand D2 bedraagt 240 m2. De noodzakelijke berging voor dit pand bedraagt 17 m3. De beschikbare ruimte voor de wadi bedraagt ca 4,5m1*42 m1. Bij een talud van 1:3, een diepte van 0,4 m en een bergende diepte van 0,3 m1 (0,1 m waking) bedraag de berging 0,9 m3/m1 = ca 36 m3. Dit is ruim voldoende. Op deze wadi kan ook het verhard oppervlak van het bestaande pad tussen de rails worden aangesloten. Dit oppervlak watert nu nog rechtstreeks af op de bestaande sloot. Omdat dit bestaande verharding betreft wordt dit als compensatie meegeteld. (200*70 mm = 14 m3)

Voor blok D1 en de bijbehorende verharding moet 48 m3 berging worden gerealiseerd. Vanwege de bestaande watergang is het lastig om de berging van de wadi langs de Portaalstraat te benutten. Het voorstel is om D1 te laten lozen op de bestaande sloot. Deze staat in verbinding met de Oud Wulverbroek wetering. Hier wordt door de verbreding en de aanleg van een natuurvriendelijke oever aanvullende waterberging gerealiseerd. Zie punt 5 van deze paragraaf. Naast Blok E liggen groenstroken ter plaatse van het Ooievaarsnest (x)en ten oosten van het Kikkerpad (y). Dit biedt mogelijkheden om een berging in de vorm van een wadi te realiseren. X Locatie X heeft een oppervlak van ca 250 m2 beschikbaar (ca. 30*8 m2 ) Er is dan nog ruimte voor een groenstrook langs de panden en inpassing van het pad. Bij een wadi diepte van 0,4 m, een waking van 0,1 m en een talud van 1:3 is de berging ca 2,0 m3/m1. De te realiseren berging bedraag dan ca 60 m3. Y Locatie Y heeft een beschikbaar bruto oppervlak van ca 130 m2. Bij een wadi diepte van 0,4 m, een waking van 0,1 m en een talud van 1:3 is de berging ca 25 m3. In totaal (x+y) kan ca 85 m3 waterberging in wadi’s worden gerealiseerd. De aanvullende berging (ca 45 m3) kan worden gerealiseerd door het toepassen van bijvoorbeeld een groen dak. Ook kan extra waterberging onder de bodem van de wadi worden gerealiseerd, bijvoorbeeld kratten of rockwool.

De waterberging moet nog Nader worden uitgewerkt/ingericht.

35 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Figuur 17: foto en principe van rockwool

5. Verbreding watergang / natuurvriendelijke oever De Oud Wulverbroekwetering wordt met ca 3,5 m verbreed en er komt een natuurvriendelijke oever. De toename van het waterbergend oppervlak bedraagt 595 m2. De berging in oppervlaktewater bedraagt 0,30 m boven het waterpeil. De waterberging die wordt gerealiseerd met het verbreden van de watergang bedraagt 178 m3. Deze berging kan (deels) worden benut voor de compensatie ten behoeve Blok D en E.

6. Waterberging woonblokken De waterberging van de woonblokken worden op het binnenterrein van de woonblokken gerealiseerd. Hier is voldoende ruimte om dit oppervlakkig te realiseren. Om wateroverlast bij extreme situaties te voorkomen

Samenvatting waterberging

36 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

In tabel ## is een overzicht van de noodzakelijke en werkelijke berging in het plangebied weergegeven. Er is voldoende berging aanwezig. Afhankelijk van de nadere uitwerking biedt dit mogelijkheden om met name de wadi’s aan te passen en beter in te passen in het gehele ontwerp. Aanvullende berging in de wadi’s in de vorm van kratten of Rockwool is niet direct noodzakelijk.

Berging

Afvoerend oppervlak [m2]

Berging noodzakelijk [m3]

818

57

57

2.276

134

134

2.901

203

203

7.514 0 13.509

196 526 0 1.116

116 526 178 1.214

Afvoer weg/pad naar wadi Karrespoor half verharding Karrespoor gesloten verharding Blok D en E Woonblokken Verbreden watergang

Totaal Tabel 6: tabel waterberging

werkelijke berging [m3]

Tekort/over [m3]

- 80 +178 +98

De inrichting van het plangebied kenmerkt door de autoluwe inrichting. Er komen geen parkeerplaatsen. Hierdoor is de verkeersbelasting beperkt. Wel dienen de wegen zodanig te worden ingericht dat deze geschikt zijn voor incidenteel zwaar verkeer ten behoeve voor onder andere onderhoud aan het riool (40tons reinigingsvoertuig)

6.3.3 Alternatieve waterberging voorzieningen Het plan geeft (grotendeels) invulling aan het plan van BOR om ondergrondse berging toe te passen. Rockwool In dit plan wordt geadviseerd om geen Rockwool toe te passen. Dit moet reeds in bouwrijp maken worden gerealiseerd. Hierdoor blijft er weinig dekking over om voldoende spreiding van de lasten te krijgen.

Figuur 18: verkeersbelasting Rockwool

37 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Het is een optie om het toe te passen in een wadi. Dit is nu niet direct noodzakelijk maar kan als pilot wel worden opgenomen. Permeoblokken In de uitwerking is uitgegaan van grasbeton tegels als waterpasserende bestrating. Door BOR is aangegeven dat men permeoblokken wil toepassen. Dat kan een alternatief zijn. Dit wordt in de voorbereiding naar het woonrijp maken verder uitgewerkt. Opgemerkt wordt dat permeo blokken gevoelig zijn voor verstopping en lastig zijn schoon te maken. Infiltratiekolken Er worden geen infiltratiekolken aangebracht. Reden hiervoor is dat er geen kolken komen in het plan. Daarnaast is de bodem opbouw slecht waterdoorlatend waardoor het effect van kolken beperkt zou zijn.

38 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

39 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

40 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

6.

Bijlage

• • •

TdR-T-VO-N-SO-VHO-01, Situatieoverzicht (on)verhard oppervlak TdR-T-VO-N-SO-RIO-01, Situatieoverzicht riolering TdR-T-VO-N-DP-RIO-01, Technische dwarsprofielen riolering

[B01] [B02] [B03]

41 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Bijlage: Mail BOR ten aanzien hoe de berging gerealiseerd kan worden

Eén aanvulling nog op onderstaande mail. We willen ook graag infiltratiekolken aan de lijst met systemen toevoegen. Mogelijke invulling zou dan kunnen zijn om de rijbaan tonrond aan te leggen waarbij de ene helft afwatert naar wadi’s en de andere helft naar infiltratiekolken. De overstort vanuit de IT-kolk en de slokop van de wadi’s kan dan op één gesloten HWA. Met vriendelijke groet,

Adviseur stedelijk water en klimaatadaptatie

utrecht.nl

www.utrecht.nl Gemeente Utrecht Stadsbedrijven Beheer Openbare Ruimte Tractieweg 2, 3534 AP, Utrecht

Van: Verzonden: dinsdag 12 november 2024 13:33 Aan: @utrecht.nl>; @utrecht.nl>; @utrecht.nl> Onderwerp: TDR pilot - overleg wegen

@utrecht.nl>; @utrecht.nl>;

Dag allemaal, en ik hebben vanochtend overleg gehad met wegen over de wenselijkheid van de systemen die wij toe willen passen. Algemene indruk van hun kant was positief. Het idee is nu om de onderstaande systemen deze verder uit te werken. Rockwool

42 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Permeoblock + waterbergende fundering Wadi’s langs de rijbaan (ter vergelijking met werking bovenstaande systemen) Voor de waterbergende fundering kijken we naar meerdere varianten. Voorstel is nu om een combinatie van permeoblock (doorlatende variant) en een waterbergende fundering te maken. Bij Permeoblock heeft wegen aangegeven dat deze jaarlijks gereinigd moeten worden en dat ze gevoelig zijn voor verstopping door blad. In de periode van bladval moet extra geveegd moeten worden. Wegen ziet het liefst ook dat er geen doek/geotextiel wordt toegepast in de ondergrond vanwege de beperkte mogelijkheden voor hergebruik. Bij een waterbergende fundering fungeert dit doek als scheiding tussen de grove en kleine fractie. Het voorstel van wegen was om te onderzoeken of een meer geleidelijk verloop van grove naar kleine fractie de menging kan voorkomen. Naar mijn idee kunnen we de genoemde systemen verder uitwerken. Wanneer we deze in meer detail hebben uitgewerkt lijkt het mij goed om dit nogmaals met wegen af te stemmen. Met vriendelijke groet,

Adviseur stedelijk water en klimaatadaptatie

@utrecht.nl

www.utrecht.nl Gemeente Utrecht Stadsbedrijven Beheer Openbare Ruimte Tractieweg 2, 3534 AP, Utrecht

43 Waterhuishoudkundig plan VO Tussen de Rails

Beoordeling stikstofdepositie Tussen de Rails

Colofon Uitgave Gemeente Utrecht, Ontwikkelorganisatie Ruimte, Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid, team LuchtGeluid Auteur

Projectnaam Beoordeling stikstofdepositie Tussen de rails Rekenmodel AERIUS Calculator 2024.1.2 Verkeersmodel nvt Datum 6 maart 2025 Meer informatie Adres Telefoon 030 – 286 4463 E-Mail milieu@utrecht.nl www.utrecht.nl/milieu

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding ......................................................................................................... 4

1.2

Doel ................................................................................................................. 4

1.3

Leeswijzer ......................................................................................................... 5

2

Wetgeving ......................................................................................................... 5

3

Onderzoeksopzet en invoergegevens ................................................................... 6

3.1

Gebruiksfase ..................................................................................................... 6

3.2

Bouwfase .......................................................................................................... 7

3.3

Rekenmodel ...................................................................................................... 7

4

Resultaten ......................................................................................................... 7

5

Conclusie .......................................................................................................... 7

Bijlage 1. Berekeningsexport AERIUS gebruiksfase Bijlage 2. Berekeningsexport AERIUS bouwfase

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Utrecht is voornemens om 450 flexwoningen en ruimte voor kantoren, cultuur en horeca te bouwen (6.400 m2 bvo) in het gebied ‘Tussen de Rails’. Dit gebied ligt tussen de spoorlijnen richting ’s-Hertogenbosch en Arnhem en de snelweg A27. Naast deze ontwikkeling wordt er ten noorden van het plangebied ter compensatie 17.000 m2 natuurontwikkeling mogelijk gemaakt. In het kader van biede ontwikkelingen dient er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd te worden om te kijken of de voorziene ontwikkelingen voor het aspect stikstofdepositie passend zijn. Door de Ontwikkelorganisatie Ruimte, Ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid (Team LuchtGeluid) is een beoordeling van de stikstofdepositie verricht voor het gebied Tussen de rails. (zie figuur 1.1).

Figuur 1.1: Ligging plangebied Tussen de rails

1.2

Doel

In dit onderzoek worden de ontwikkelingen in het gebied Tussen de rails getoetst aan de Omgevingswet. Voorliggend onderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van mogelijke significante gevolgen en daarmee een eventuele vergunning- of meldingsplicht ingevolge de Omgevingswet. De meest nabije Natura 2000-gebieden zijn (zie figuur 1.2): • Oostelijke Vechtplassen (circa 7½ km noordelijk) • Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (circa 16 km noordwestelijk) • Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (circa 19 km zuidwestelijk) • Uiterwaarden Lek (circa 11 km zuidelijk)

Figuur 1.2: Planlocatie (zwart) en omliggende Natura 2000-gebieden (groen)

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst in hoofdstuk 2 ingegaan op het wettelijke kader, waarna in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gehanteerde onderzoeksopzet en de gebruikte invoergegevens. In hoofdstuk 4 komen de berekeningsresultaten aan de orde. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met de conclusies.

2

Wetgeving

Conform de specifieke zorgplicht van de Omgevingswet (artikel 11.6, Besluit activiteiten leefomgeving) dient bij activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. Dat betreft hier dan zowel de bouwfase als de gebruiksfase van een plan. In de beslisboom (figuur 2.1) zijn de stappen om vergunningsplicht vast te stellen beschreven.

Figuur 2.1. Beslisboom Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten Ministerie BZK

3

Onderzoeksopzet en invoergegevens

In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor het stikstofdepositieonderzoek uitgewerkt. Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (versie 2024.1.2). Dit is het rekenmodel voor de berekening van de stikstofdepositie. In het onderzoek zijn zowel de gebruiksfase als de bouwfase onderzocht.

3.1

Gebruiksfase

3.1.1

Gebouwen

De nieuw aan te leggen woningen en voorzieningen zullen gasloos verwarmd worden. Er is daarom geen sprake van emissies vanuit de gebouwen tijdens de gebruiksfase. 3.1.2

Verkeer

Voor de gebruiksfase is voor het verkeer uitgegaan van een totale verkeersgeneratie van 1.241 mvt/etm. Hierbij is uitgegaan dat 5% van al het verkeer middelzwaar verkeer zal zijn, het overige bestaat uit licht verkeer. Voor de bron “koude start” is uitgegaan dat de helft van het verkeer een koude start maakt. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze verkeersgeneratie worst-case is. De werkelijke verkeersgeneratie zal door het beperkt aantal parkeergelegenheden en laag autobezit lager zijn dan 1.241 mvt/etm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=64ec8aa9-f3b7-42f8-81ed-c0b512b0050e