Nadere onderzoeken_ Heritage, externe veiligheid, archeologie en bezonning
Tekst van het document
van positieve of negatieve impact beoordeeld.
zichtpunt is gelegen op de Zandlaan.
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
7
A27
1 eg w ie
lin 2
Rivierenwijk
er at W
3
Lunetten
4
Fort Rijnauwen Plangebied
5a 6 Lunetten noord
5b Hoograven
A12
A27 Lunetten zuid
A12 Fort Vechten Knooppunt Lunetten
8
Fort t’Hemeltje 39
Huidig
Lunet III
Zichtpunt 1 Zichtpunt: 4, Vanaf verdedigd gebied richting de hoofdverdedigingslijn
HVL
Coördinaten zichtpunt: 52.074649, 5.134260
Vanaf dit zichtpunt, gelegen op Begraafplaats Kovelswade, is de noordelijke spoorlijn en de naastgelegen trambaan goed zichtbaar. Even verderop ligt het viaduct behorende tot de Waterlinieweg, tevens de hoofdverdedigingslijn. Aan de rechterzijde, achter de hoofdverdedigingslijn is de beplanting behorende tot Lunet III goed zichtbaar. Onder de hoofdverdedigingslijn door is zicht op een open gebied met weinig beplanting en bebouwing. Vanaf dit zichtpunt is de strategische ligging van de militaire werken in het systeem van de Waterlinie goed te zien en begrijpen. Doordat de sporen in een rechte lijn onder de hoofdverdedigingslijn doorlopen wordt de strategische ligging van de Lunetten ten opzichte van deze kwetsbare accessen zichtbaar.
40
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Het initiatief is vanaf dit zichtpunt goed zichtbaar. De realisatie van bebouwing aan de onveilige zijde van de hoofdverdedigingslijn vertroebelt het contrast tussen de bebouwde veilige zijde en de onbebouwde onveilige zijde. De openheid van de inundatievelden en de verboden kringen van de Lunetten neemt af. Ook de leesbaarheid van het gebied achter de hoofdverdedigingslijn als het acces ‘de Houtense vlakte’ neemt af door de bebouwing. De strategische ligging van de Lunetten langs de kwetsbare accessen aan de rand van de stad is door de bebouwing minder begrijpbaar. De bebouwing is door de beperkte hoogte beperkt dominant aanwezig. De visuele impact van het initiatief op zichtpunt 1 is matig negatief.
Matig 41
Huidig
‘Houtense Vlakte’
Lunet III
Zichtpunt 2 Zichtpunt: 1, Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting de inundatievelden Coördinaten zichtpunt: 52.072755, 5.136533
Dit zichtpunt bevindt zich op de voormalige hoofdverdedigingslijn, de Waterlinieweg, en kijkt uit over de inundatievelden van de Houtense Vlakte. Het kruispunt tussen de hoofdverdedigingslijn, de inundatiekade, de gedeelde gracht van de lunetten II en III, de gedekte gemeenschapsweg en de spooraccessen heeft door de jaren heen verschillende vormen gekend. De huidige vorm, waarbij de Waterlinieweg over de acessen heen loopt, is tot stand gekomen in 1938. Vanaf dit zichtpunt is de strategische ligging van de militaire werken in het vlakke inundatielandschap met de doorlopende accessen goed te zien en begrijpen. Aan de rechterkant is Lunet III en de bijbehorende gracht goed zichtbaar. Het is goed te begrijpen hoe de Lunetten werden ingezet om de kwetsbare toegangen tot de stad te verdedigen. Door het vlakke en grotendeels onbebouwde landschap is het mogelijk een voorstelling te maken van de vroegere inundeerbaarheid van het gebied en de reikwijdte van de verboden kringen van de Lunetten. De boerderij met bijgebouwen doet afbreuk aan de beleving van de verboden kringen. 42
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Vanaf dit zichtpunt is goed te zien hoe het initiatief gelegen is tussen de twee accessen. De realisatie van bebouwing aan de onveilige zijde van de hoofdverdedigingslijn vertroebelt het contrast tussen de bebouwde veilige zijde en de onbebouwde onveilige zijde hoewel deze relatie vanaf dit zichtpunt al beperkt is door de bestaande bebouwing. De openheid van de inundatievelden en de verboden kringen van de Lunetten neemt af. Ook de leesbaarheid van het gebied als het brede acces ‘de Houtense vlakte’ neemt af door de bebouwing. De strategische ligging van de Lunetten langs de kwetsbare accessen aan de rand van de stad is door de niuewe bebouwing nog minder goed te zien en te begrijpen. De bebouwing is door de beperkte hoogte beperkt dominant aanwezig. De visuele impact van het initiatief op zichtpunt 2 is matig negatief.
Matig 43
Huidig
Zichtpunt 3 Zichtpunt: 6, Vanaf Lunet II richting de inundatievelden Lunet II Coördinaten zichtpunt: 52.072878, 5.138784
Dit zichtpunt bevindt zich op Lunet II op de Houtense Vlakte. Door de beplanting rond het verdedigingswerk is het goed mogelijk een voorstelling te maken van de verborgen ligging van het verdedigingswerk. Tussen de beplanting door zijn de inundatievelden op de Houtense Vlakte te zien. Door de boerderij met bijgebouwen wordt de openheid van het inundatieveld ingeperkt. Ook de reikwijdte van de verboden kringen is niet meer/minder inzichtelijk door de bebouwing in de nabije omgeving. De relatie tussen de verdedigingswerken en het water als verdedigende maatregel is vanaf hier goed te zien door de brede gracht rondom het Lunet.
44
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Vanaf Lunet II is de beoogde ontwikkeling beperkt zichtbaar. De bebouwing is hoger dan de op de voorgrond gelegen bestaande bebouwing waardoor de rijkweidte van de verboden kring nog minder zichtbaar wordt. De algehele openheid van de verboden kringen wordt nog verder ingeperkt door de bebouwing. Ook de beleving van het gebied als ‘inundeerbaar’ of als onbebouwde onveilige zijde wordt verder beperkt. Door de beperkte zichtbaarheid is de visuele impact van het initiatief op zichtpunt 3 gering negatief.
Gering 45
Huidig
Zichtpunt 4 Zichtpunt: 6, Vanaf Lunet III richting de inundatievelden
Coördinaten zichtpunt: 52.072157, 5.136559
Lunet III
Dit zichtpunt bevindt zich op Lunet III op de Houtense Vlakte. Door de beplanting rond het verdedigingswerk is het goed mogelijk een voorstelling te maken van de verborgen ligging van het verdedigingswerk. De relatie tussen de verdedigingswerken en het water als verdedigende maatregel is vanaf hier goed te zien door de brede gracht rondom het Lunet. Vanaf dit zichtpunt is de strategische ligging van de militaire werken in het vlakke inundatielandschap met de doorlopende accesen goed te zien en begrijpen. Het Lunet en de bijbehorende gracht zijn goed zichtbaar. Het is goed te begrijpen hoe de Lunetten werden ingezet om de kwetsbare toegangen tot de stad te verdedigen. Door het vlakke en grotendeels onbebouwde landschap is het mogelijk een voorstelling te maken van de vroegere inundeerbaarheid van het gebied en de reikwijdte van de verboden kringen van de Lunetten. De bebouwing links beperkt de beleving van de verboden kringen enigszins.
46
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Het initiatief is vanaf dit deel van Lunet III gedeeltelijk zichtbaar. Het is goed te zien hoe het initiatief zich tussen de twee spooraccessen bevindt. De realisatie van bebouwing aan de onveilige zijde van de hoofdverdedigingslijn vertroebelt het contrast tussen de bebouwde veilige zijde en de onbebouwde onveilige zijde hoewel deze relatie vanaf dit zichtpunt al beperkt is door de bestaande bebouwing. De openheid van de inundatievelden en de verboden kringen van de Lunetten neemt af. Ook de leesbaarheid van het gebied als het brede acces ‘de Houtense vlakte’ neemt af door de bebouwing. De strategische ligging van de Lunetten langs de kwetsbare accessen aan de rand van de stad is door de bebouwing minder goed te zien en te begrijpen. De bebouwing is door de beperkte hoogte beperkt dominant aanwezig. De visuele impact van het initiatief op zichtpunt 4 is matig negatief.
Matig 47
Huidig
Zichtpunt 5 - Akker Zichtpunt: 2, Vanaf onveilig gebied (property) richting de hoofdverdedigingslijn Coördinaten zichtpunt: 52.068334, 5.153260
Dit zichtpunt is gelegen binnen de property van het werelderfgoed aan de overzijde van de A27 ten opzichte van de Lunetten op het acces Koningsweg. Vanaf hier is goed te zien dat dit deel van de Hollandse Waterlinie een hogere ligging heeft waardoor inundatie bemoelijkt wordt. De rol van de Houtense Vlakte als vlak en hooggelegen gebied en dus als acces is vanaf hier goed zichtbaar. De beplanting rond de A27 ontneemt het zicht op de Lunetten en de Hoofdverdedigingslijn waardoor de waterlinie verder in mindere mate te beleven is op dit punt.
48
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Indicatie massa
Vanaf dit zichtpunt is het initiatief niet zichtbaar. De beoogde ontwikkeling heeft vanaf dit zichtpunt geen invloed op de visuele integriteit van het Werelderfgoed. De impact op zichtpunt 5, akker, is neutraal.
Neutraal 49
Huidig
Zichtpunt 5 - Golfbaan Zichtpunt: 2, Vanaf onveilig gebied (property) richting de hoofdverdedigingslijn Coördinaten zichtpunt: 52.063891, 5.153262
Dit zichtpunt is gelegen binnen de property van het werelderfgoed aan de overzijde van de A27 ten opzichte van de Lunetten op de golfbaan. Vanaf hier is goed te zien dat dit deel van de Hollandse Waterlinie een hogere ligging heeft waardoor inundatie bemoelijkt wordt. De rol van de Houtense Vlakte als vlak en hooggelegen gebied en dus als acces is vanaf hier goed zichtbaar. De beplanting rond de A27 ontneemt het zicht op de Lunetten en de Hoofdverdedigingslijn waardoor de waterlinie verder in mindere mate te beleven is op dit punt.
50
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Visualisatie
Indicatie massa
Vanaf dit zichtpunt is het initiatief niet zichtbaar. De beoogde ontwikkeling heeft vanaf dit zichtpunt geen invloed op de visuele integriteit van het Werelderfgoed. De impact op zichtpunt 5, golfbaan, is neutraal.
Neutraal 51
Huidig
Zichtpunt 6 Zichtpunt: 2, Vanuit de inundatievelden richting de hoofdverdedigingslijn en de Lunetten Coördinaten zichtpunt: 52.067550, 5.144325
Dit zichtpunt bevindt zich in de inundatievelden van de Lunetten in het deelgebied Tussen de Rails. Het water op de voorgrond is de Oud Wulverbroekwetering die verderop uitmondt in de Kromme Rijn. Aan de linkerzijde is het zuidelijke spooracces Utrecht-Den Bosch te zien dat verderop de Lunetten doorkruist. Aan de overzijde van het spoor is de bebouwing van de woonwijk Lunetten te zien. Het acces zelf maakt geen onderdeel uit van de property van het Werelderfgoed en vanaf dit zichtpunt zijn de Lunetten en de hoofdverdedigingslijn niet zichtbaar. Waar dit zichtpunt in theorie de relatie tussen de inundatievelden en de Lunetten en de hoofdverdedigingslijn in beeld zou moeten brengen wijst de praktijk uit dat deze visuele relatie op dit punt niet aanwezig is. Het zichtpunt toetst hierdoor niet de visuele impact van het initiatief op de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed binnen de property en wordt dus niet verder meegenomen in dit onderzoek.
52
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Huidig
Fort Rijnauwen
Zichtpunt 7 Zichtpunt: 3, Vanaf de hoofdverdedigingslijn bij fort Rijnauwen richting verdedigd gebied Coördinaten zichtpunt: 52.080574, 5.176139
Dit zichtpunt bevindt zich op de hoofdverdedigingslijn uit 1940 in de buurt van fort Rijnauwen. Vanaf dit zichtpunt is de hogergelegen stroomrug, de Houtense Vlakte zichtbaar. Het gebied is leeg en onbebouwd met een agrarische functie die van oorsprong hoort bij dit deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De hoog opgaande beplanting aan de linker kant behoort tot het fort Rijnauwen en draagt bij aan de verborgen ligging van het fort in het landschap.
53
Visualisatie
Vanaf dit zichtpunt is het initiatief niet zichtbaar. De beoogde ontwikkeling heeft vanaf dit zichtpunt geen invloed op de visuele integriteit van het Werelderfgoed. De impact op zichtpunt 7 is neutraal.
Neutraal 54
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Huidig
Fort Vechten
Zichtpunt 8 Zichtpunt: 3, Vanaf de hoofdverdedigingslijn bij Fort Vechten richting verdedigd gebied Coördinaten zichtpunt: 52.055514, 5.163887
Dit zichtpunt bevindt zich op de hoofdverdedigingslijn uit 1940 in de buurt van fort Vechten. Vanaf dit zichtpunt is de hogergelegen stroomrug, de Houtense Vlakte zichtbaar. Het gebied is leeg en onbebouwd met een agrarische functie die van oorsprong hoort bij dit deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het voetgangerspad lijdt naar het Romeinse castellum Fectio, onderdeel van de Limes. De hoog opgaande beplanting aan de rechterkant behoort tot het fort Vechten en draagt bij aan de verborgen ligging van het fort in het landschap.
55
Visualisatie
Vanaf dit zichtpunt is het initiatief niet zichtbaar. De beoogde ontwikkeling heeft vanaf dit zichtpunt geen invloed op de visuele integriteit van het Werelderfgoed. De impact op zichtpunt 8 is neutraal.
Neutraal 56
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Zichtpunt
Visuele integriteit
Impact
1
Vanaf het verdedigde gebied richting de hoofdverdedigingslijn. Dit zichtpunt bevindt zich op begraafplaats Kovelswade.
Matig
2
Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting de inundatievelden. Dit zichtpunt bevindt zich op de Waterlinieweg,
Matig
Vanaf Lunet II richting de inundatievelden.
Gering
Vanaf Lunet III richting de inundatievelden.
Matig
3
4
5
Vanuit de property/het onveilige gebied richting de hoofdverdedigingslijn. Zichtpunt 5a bevindt zich op de Koningsweg.
Neutraal
5
Vanuit de property/het onveilige gebied richting de hoofdverdedigingslijn. Zichtpunt 5b bevindt zich op Glofterrein Amelisweerd.
Neutraal
6
Vanuit de inundatievelden richting de hoofdverdedigingslijn en de Lunetten. Dit zichtpunt is gelegen op het fietspad naast de Oud Wulverbroekwetering.
N.v.t
7
Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting het verdedigde gebied bij fort Rijnauwen. Dit zichtpunt is gelegen op de Zandlaan.
Neutraal
8
Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting het verdedigde gebied bij fort Vechten. Dit zichtpunt is gelegen op de Marsdijk.
Neutraal
57
6. Conclusies en aanbevelingen
58
In
dit
Heritage
de
verwachte
zijn
de visuele integriteit. Hierbij valt bijvoorbeeld
Universal Value onvervangbaar is. Een grote en
tijdelijke
te denken aan effecten als verdwerging of
een kleine negatieve impact mogen dus niet
ontwikkeling in het gebied ‘Tussen de Rails’
verstoring
in de gemeente Utrecht in beeld gebracht.
waterliniesysteem.
Het plangebied is gelegen in de attentiezone
beoordeling
van het UNESCO Werelderfgoed de Hollandse
kernkwaliteiten van het Werelderfgoed. Voor
Grote impact
Waterlinies.
het maken van de visualisaties is gebruik
De kernkwaliteiten worden aanzienlijk aangetast
initiatief voor het realiseren van ongeveer 500
gemaakt
of
tijdelijke woningen, werkgelegenheid en ruimte
beschikbaargestelde 3D modellen in combinatie
maatregelen is het enkel mogelijk de impact
voor cultuur met een exploitatietermijn van 10
met ooghoogte foto’s uit het veld. De montages
terug te brengen tot een matig niveau.
tot 15 jaar. Aanvullend ligt er een voorstel voor
zijn gemaakt in Photoshop. Voor elk van de
Matige impact
een
zichtpunten is de visuele integriteit beschreven
De
van de groen-blauw structuren in het gebied.
alvorens de visuele impact te beoordelen.
versterkt.
Het project is een voorloper van een mogelijke
De impact beoordeling is uitgevoerd aan de
maatregelen kan het mogelijk zijn de negatieve
permanente ontwikkeling van het gebied als
hand van de recent door UNESCO gepubliceerde
impact terug te brengen naar een gering niveau.
stedelijke knoop. In dit onderzoek zijn de
leidraad:
mogelijke effecten van het initiatief op de
Assessment in a World Heritage Context (2022).
De kernkwaliteiten worden gering aangetast
kernkwaliteiten
Werelderfgoed
Voor de beoordeling van de impact wordt in de
of
de Hollandse Waterlinies geanalyseerd. Gezien
leidraad een 7 punts schaal gehanteerd. Deze
maatregelen kan het mogelijk zijn de negatieve
de ligging van het initiatief in de attentiezone
schaal loopt van een grote, matige en geringe
impact te vermijden of terug te brengen tot een
van
initiatief
negatieve impact, langs een neutrale impact
verwaarloosbaar niveau.
geen directe impact op de integriteit en de
richting een geringe, matige en grote positieve
Neutrale impact
authenticiteit van het Werelderfgoed, enkel op
impact. UNESCO benadrukt dat de Outstanding
De
effecten
De
Assessment van
ontwikkeling
gedeeltelijke
het
Impact
permanente
van
UNESCO
Werelderfgoed
heeft
de
betreft
een
opwaardering
het
van
de
van
van
begrijpbaarheid De
de
de
Guidance
analyse
visuele
door
de
van
het
tegen elkaar opgewogen worden om zo tot een
betrof
de
matig negatief effect te komen. De maten van
de
impact worden als volgt gedefinieerd:
impact
op
opdrachtgever
and Toolkit for Impact
versterkt.
Met
behulp
kernkwaliteiten Met
van
worden
behulp
mitigerende
aangetast
van
of
mitigerende
Geringe impact versterkt.
Met
kernkwaliteiten
behulp
worden
van
niet
mitigerende
aangetast
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
of versterkt.
versterkende
impact heeft op de visuele integriteit van het
maatregelen kan het mogelijk zijn een positieve
UNESCO Werelderfgoed. De matige negatieve
impact te creëren.
impact komt tot voort uit zichtpunten 1, 2 en
6.1
Met
behulp
van
4 waarbij de impact vanaf zichtlijn 2 het meest
Conclusies
significant is.
De attentiezone en de property van het UNESCO
Het plangebied valt met zijn ligging binnen
Werelderfgoed
is
de
Cultuurhistorische
Hoofdstructuur
rondom Utrecht voor een deel verweven in
de
provincie
en
de contouren van de stad. Rondom Utrecht
aanvullende
Oost
is niet de impact op de Cultuurhistorische
mogelijk is moet de impact zo veel mogelijk
Hoofdstructuur in beeld gebracht.
beperkt worden. Het herstellen, verminderen
komt
de
de
Hollandse
complexiteit
Waterlinies
onder
andere
tot uitting door de dubbele fortenlinie, de vooruitgeschoven hoofdverdedigingslijn en de
Utrecht
bescherming.
In
van
geniet
daarmee
dit
onderzoek
mitigatie
hiërarchie van
UNESCO wordt
de voorkeur gelegd op het volledig vermijden van
of
Matig negatief
gedeeltelijke verstedelijking in het tussengebied.
de
de
negatieve
compenseren
impact.
van
Indien
negatieve
dit
impact
niet
is
nadrukkelijk niet toegestaan. Gezien de ligging
Dit onderzoek toont aan dat deze verwevenheid
van het initiatief in de attentiezone van het
van de stad met het Werelderfgoed complexe
Werelderfgoed ligt de focus in de mitigerende maatregelen
Uit dit Heritage impact Assessment blijkt dat de
6.2 Aanbevelingen en mitigerende maatregelen
beoogde ontwikkeling een neutrale tot matige
UNESCO adviseert om bij ieder initiatief te
beleefbaarheid van de waterlinie als systeem.
negatieve impact heeft op de visuele integriteit
onderzoeken of er mitigerende maatregelen
De maatregelen zijn opgedeeld in de door
van het Werelderfgoed. Aangezien het niet
mogelijk
UNESCO voorgeschreven categoriën: vermijden,
mogelijk is de negatieve impact tegen elkaar op
vermijden, te beperken of terug te brengen
beperken
te wegen kan de conclusie worden getrokken
naar
maatregelen
dat het beoogde initiatief een matige negatieve
eventuele positieve impact te versterken. In
ruimtelijke vraagstukken met zich meebrengt.
zijn
een
om
de
negatieve
verwaarloosbaarniveau
impact én
te om
de
vooral
beeldkwaliteit
en
op
het
en
de
versterken. zijn
versterken
van
leesbaarheid
en
De
beperkende
randvoorwaarden
om
de
visuele impact terug te brengen naar een gering negatief niveau. 59
zichtbaarheid
de
met beplanting. Dit verzacht de visuele impact
Om de negatieve impact van het initiatief op het
kringenwet en maakt de radiale structuur van
van de bebouwing. Door de groene bekleding
Werelderfgoed in zijn geheel te voorkomen zou
de verboden kringen inzichtelijk.
gaat de bebouwing meer op in de omliggende
Vermijden
en
de
leesbaarheid
van
gezocht kunnen worden naar een alternatieve locatie.
In
dit
geval
heeft
de
gemeente
beplanting en valt het meer weg uit het zicht. » Accessen
Utrecht dit onderzoek al uitgevoerd en is er
Realiseer
opgaande
Versterken
geconcludeerd dat een alternatieve locatie niet
beplanting langs de accessen. Dit versterkt de
» Uitkijkpunten
tot de mogelijkheden behoort.
lineaire structuur van de accessen en maakt
Realiseer een uitkijkpunt op een van de daken
deze nog beter leesbaar in het landschap.
vanaf
Vanaf de Lunetten ontneemt de beplanting het
zichtbaar zijn en het linielandschap te beleven
Om de negatieve impact terug te brengen naar
zicht op de beoogde ontwikkeling waardoor de
is.
een
visuele dominantie ingeperkt wordt.
Beperken gering
effect
moeten
alle
beperkende
groene
stroken
met
waar
Lunetten
en
Fort
Vechten
» Water
maatregelen doorgevoerd worden.
Gebruik
inundatie
als
inspiratie
voor
» Bouwhoogten
waterberging in het ruimtelijk ontwerp. Volg
Stel de bouwhoogte af op de verboden kringen
hierbij het oorspronkelijke verkavelingspatroon
van de Lunetten. Hoe dichter bij de lunetten,
om de inundatievelden zichtbaarder te maken.
hoe
lager de
300m
60
de
bebouwing.
Dit versterkt
de
600m 1000m Variëren met bouwhoogten in de verboden kringen
» Gevelbekleding Bekleed de gevels met hout en kies eventueel
» Beplantingsplan
voor een stenen of betonnen voet van maximaal
Richt de buitenruimte en de binnenplaatsen
50 cm. Dit is in navolging van de regelgeving
in
uit de Kringenwet. Aanvullend daarop zou het
ondergronden
mogelijk kunnen zijn de gevels te bekleden
herkenbaar blijven.
met
inheemse zodat
beplanting de
voor
natte
inundatievelden
Land-iD | HIA Tussen de Rails | UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies | 2024 |
Inspiratie beeldkwaliteit. Bron: NL Architects, Frankfurt.
Inspiratie beeldkwaliteit. Bron: BIG, Stockholm.
» Ontsluiting
» Inrichting openbare ruimte
Sluit met de ontsluitingswegen zo veel mogelijk
Maak bij de inrichting van de openbare ruimte
aan op bestaande accessen en toegangswegen.
met
Beperk het aantal overgangen over de Oude
overige
Wulverbroekwetering om de doorlopende lijn
materialen die passen bij de waterlinie. Denk
van de waterweg te behouden. Kies bij voorkeur
hierbij aan bijvoorbeeld baksteen, beton, hout
voor het aanleggen van een brug in plaats van
en cortenstaal.
bordjes,
bankjes,
Inspiratie beeldkwaliteit. Bron: Arons en Gelauff Architecten, Amsterdam.
straatverlichting
inrichtingselementen
gebruik
en van
een duiker om het water een prominente rol te » Informatievoorziening
geven in het ruimtelijke ontwerp.
Maak bij de inrichting van de boerderij als » Geleding van de gevel
maatschappelijk
Varieer in geveldiepte of gevelbekleding en
mogelijkheid om informatie over de waterlinie
wissel
elementen
te verstrekken. Vertel op een creatieve manier
af. Hierdoor krijgt de bebouwing een minder
het verhaal van de Hollandse Waterlinie en het
massieve uitstraling.
plangebied.
horizontale
en
verticale
centrum
gebruik
van
de
61
Land-iD Kantoorgebouw De Enk Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem www.land-id.nl
62
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Project Datum
235278 29 september 2023
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Project
235278
Datum
29 september 2023
Auteurs
Versie nr.
1
Opdrachtgever
RUD Utrecht Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Ligging planlocatie ___________________________________________ 9 3.2 RBM II ____________________________________________________ 9 3.3 Bebouwing ________________________________________________ 11 3.4 Bovengrondse propaantank __________________________________ 12 4 Resultaten A27 _______________________________________________ 13 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 13 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 13 4.3 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 15 5 Resultaten spoorlijn ___________________________________________ 16 5.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 16 5.2 Groepsrisico_______________________________________________ 16 5.3 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 18 6 Conclusies ___________________________________________________ 19 6.1 A27 _____________________________________________________ 19 6.2 Spoorlijn __________________________________________________ 19 6.3
Bovengrondse propaantank __________________________________ 20 Referenties _____________________________________________________ 21 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 22
3
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
1 Inleiding Men is voornemens tijdelijke woningen met meerdere functies te ontwikkelen in Utrecht. Zo zijn in het gebied, naast 200 studentenwoningen en 500 reguliere woningen, ook commerciële dienstverlening, horeca en maatschappelijke functies voorzien. De studentenwoningen vormen de eerste fase van de tijdelijke invulling van het gebied ‘Tussen de Rails’. De overige functies worden in de tweede fase gerealiseerd. De planlocatie ligt nabij de rijksweg A27 en de spoorlijn Breukelen - Betuwe Meteren (route 71). Beiden maken onderdeel uit van het Basisnet. Daarnaast staat binnen de planlocatie een propaantank. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.
De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet [4].
5
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
2.2.1
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object
Omgevingsbesluit
Kwetsbare objecten
Grenswaarde PR 10-6
Beperkt kwetsbare objecten
Richtwaarde PR 10-6
Tabel 1.
Normen plaatsgebonden risico
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
2.2.2
Groepsrisico Indien een planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de
6
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld.
Oriëntatiewaarde
Figuur 1.
Voorbeeld groepsrisico transportroute
Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: 1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft;
7
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.
8
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Ligging planlocatie Figuur 2 toont de ligging van de planlocatie ten opzichte van de te beschouwen risicobronnen. De in de berekeningen gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 2.
3.2
Risicobronnen omgeving van planlocatie
RBM II De groepsrisicoberekeningen worden uitgevoerd met het rekenprogramma RBM II [8] conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen. Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een tankauto met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt.
9
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in vlakken langs de route met een uniforme dichtheid per vlak. De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Soesterberg gebruikt. 3.2.1
Rijksweg A27 De planlocatie ligt binnen de 200 m zone rond de A27 waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over het groepsrisico. Voor de transportintensiteit van de A27 is, conform de regeling basisnet, uitgegaan van 7298 transporten van stofcategorie GF3 (brandbare gassen zoals LPG) [4]. Standaard wordt aangenomen dat 61% van het transport gedurende de werkweek en overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur [5]. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 8.3 10 -8 /vtg-km (voertuigkilometer) voor een autosnelweg. In de berekening is uitgegaan van een wegbreedte van 40 m.
3.2.2
Transportintensiteit spoorlijn De planlocatie ligt binnen de 200 m zone rond de spoorlijn Breukelen – Betuwe Meteren waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over het groepsrisico. Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Deze worden getoond in tabel 2. Ook de zogenoemde warme/koude Bleve-verhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5]. Hoofdcategorie
Stofcat.
Voorbeeldstof
Brandbaar gas
A
Propaan
600
Toxisch gas
B2
Ammoniak
200
B3
Chloor
Brandbare vloeistof
C3
Pentaan
2750
Toxische vloeistof
D3
Acrylnitril
200
D4
Acroleïne
100
Warme/koude
A
Propaan
0.00
Bleve-verhouding
B2
Ammoniak
1.98
Tabel 2.
Aantal
0
Vervoershoeveelheden cf. Regeling Basisnet
10
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
3.2.3
Trajecteigenschappen Het te beschouwen deel van de spoorroute valt in de breedtecategorieën 0-24 m. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 6.07 10-8 /skw-km (spoorketelwagenkilometer) voor een hoge snelheidstraject met wisseltoeslag (trajectdeel 71 O) en de standaard uitstromingsfrequentie van 2.77 10-8 /skwkm voor een hoge snelheidstraject zonder wisseltoeslag (trajectdeel 71 P). De trajectdelen zijn weergeven in figuur 3.
Figuur 3.
3.3
Trajectdelen spoorlijn
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van te beschouwen risicobronnen is opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
11
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
3.4
Bovengrondse propaantank Binnen de planlocatie bevindt zich een bovengrondse propaantank. Figuur 4 toont de positie van de tijdelijke gebouwen ten opzichte van propaantank en de aan te houden veiligheidsafstand zoals weergegeven op de EV-signaleringskaart [12]. Het gaat om de veiligheidsafstand tot buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 20 m voor een tank met een inhoud van minder dan 5 m 3 én meer dan 5 bevoorradingen per jaar conform tabel 3.28 van het Activiteitenbesluit milieubeheer [11].
Figuur 4.
Bovengrondse propaantank binnen planlocatie
Twee tijdelijke gebouwen liggen gedeeltelijk binnen de veiligheidsafstand. Deze gebouwen kunnen worden aangemerkt als kwetsbaar. De propaantank vormt daarmee een belemmering voor het planvoornemen.
12
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
4 Resultaten A27 4.1
Plaatsgebonden risico Bij het basisnet Weg gelden de afstanden die in bijlage 1 van de regeling basisnet zijn opgenomen [4]. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling geldt een PR-plafond van 23 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 23 m afstand vanaf het midden van weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. De planlocatie ligt op minstens 170 m van de A27. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de planlocatie.
4.2
Groepsrisico Figuur 5 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie. Tabel 3 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde.
Figuur 5.
Groepsrisico A27 Oriëntatiewaarde Huidig Toekomstig
In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.033 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico meer dan 30 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.033
Toekomstig
0.036
Tabel 3.
Groepsrisico A27 als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
13
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Uit figuur 5 en tabel 3 blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Conform art. 8 van het Bevt kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient conform art. 7 van het Bevt de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied [2]. Figuur 6 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico. De ligging van de planlocatie is aangeduid met een zwarte ovaal.
Figuur 6.
Geografische groepsrisico A27, toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde
14
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
4.3
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van een weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Voor de rijksweg geldt een PAG [4]. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste kantstrepen. De planlocatie ligt minstens 170 m van de A27 en daarmee ruimschoots buiten het PAG.
15
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
5 Resultaten spoorlijn 5.1
Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [4]. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling geldt een PR-plafond van maximaal 15 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 15 m afstand, gemeten vanaf het midden van de spoorbundel, niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. De planlocatie ligt minstens 25 m van de spoorbundel. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de planlocatie.
5.2
Groepsrisico Figuur 7 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie. Tabel 4 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde.
Figuur 7.
Groepsrisico spoorlijn Oriëntatiewaarde Huidig Toekomstig
Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor van 0.14 betekent dat het groepsrisico meer dan 7 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.01
Toekomstig
0.14
Tabel 4.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
16
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Uit figuur 7 en tabel 4 blijkt dat het groepsrisico in de toekomstige situatie met meer dan 10% toeneemt tot boven 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Conform art. 8 van het Bevt dient het groepsrisico te worden verantwoord en dient de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied [2]. Figuur 8 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd zijn de ongevalspunten die de grootste bijdrage leveren aan het groepsrisico. Het dichtstbij gelegen gele punt bevindt zich tegenover de planlocatie waarvan de ligging is aangeduid met de zwarte ovaal.
Figuur 8.
Geografische weergave van het toekomstige groepsrisico spoorlijn Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR tussen 0.1 en 1 keer de oriëntatiewaarde Overige deel van het traject met een GR tussen 0.1 de oriëntatiewaarde
17
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
5.3
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van de spoorbundel waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Voor deze spoorlijn geldt geen PAG [4]. Het PAG vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen.
18
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
6 Conclusies In verband met de plannen om het gebied “Tussen de Rails” te Utrecht te ontwikkelen, zijn de externe veiligheidsrisico’s van de nabij gelegen bronnen beoordeeld. Dit heeft geleid tot de volgende conclusies.
6.1
A27 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de planlocatie. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. Wel dient conform art. 7 van het Bevt de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
6.2
Spoorlijn Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de planlocatie. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner dan de oriëntatiewaarde, maar neemt met meer dan 10%. Conform art. 8 van het Bevt dient het groepsrisico van dit traject te worden verantwoord en dient de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. Plasbrandaandachtsgebied Voor deze spoorlijn geldt geen plasbrandaandachtsgebied.
19
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
6.3
Bovengrondse propaantank Twee tijdelijke gebouwen liggen gedeeltelijk binnen de aan te houden veiligheidsafstand van 20 m rond de propaantank. Deze gebouwen kunnen worden aangemerkt als kwetsbaar. De propaantank vormt daarmee een belemmering voor het planvoornemen.
20
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250. Laatst gewijzigd Stb. 2015, 450
2.
Ministerie I&M
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465
3.
Ministerie I&M
2014
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding risicoanalyse transport (Hart), versie 1.2
6.
Ministerie I&M
2013
RBM II versie 2.3
7.
IOV
2023
BAG-populatieservice, versie juli 2023 https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl
8.
IOV
2018
Handleiding Populatieservice, versie 1.0
9.
Geonovum
2022
www.ruimtelijkeplannen.nl
10.
RUD Utrecht
2023
e-mailbericht, dd. 7 maart 2023
11.
Ministerie IenM
2008
Activiteitenbesluit (Barim) Stb. 2007, 415
12.
IPO
2023
https://nl.ev-signaleringskaart.nl
21
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1 Planlocatie In de huidige situatie bevindt zich binnen de planlocatie alleen een boerderij. Op basis van gegevens van de BAG-populatieservice is gerekend met de aanwezigheid van 3 personen overdag en 5 personen ’s nachts [7]. In de toekomstige situatie worden meerdere tijdelijke functies binnen de planlocatie gerealiseerd. De toekomstige bebouwing wordt getoond in figuur 9. De tijdelijke functies en oppervlakten in m2 BVO (bruto vloeroppervlak) zijn door de opdrachtgever aangeleverd [10]. Het gaat om: 200 studentenwoningen (Bouwvlek A); 500 reguliere woningen (Bouwvlekken B, C, E en F); Maximaal 10.000 m2 aan maatschappelijke voorzieningen, horeca, en commerciële dienstverlening, verdeeld over alle bouwvlekken. In fase 1 worden 200 woningen gerealiseerd. In fase 2 worden de overige bouwvlekken gerealiseerd.
Figuur 9.
Toekomstige invulling tijdelijke woningen in Utrecht
Voor de woningen is uitgegaan van 2.4 personen per reguliere woning, waarvan 50% aanwezig overdag en 100% ’s nachts [8]. Voor de maatschappelijke voorzieningen is gerekend met één persoon per 50 m2, waarvan wordt verondersteld dat de aanwezigen zowel overdag als ’s nachts 100% aanwezig zijn. Het resulterende aantal personen is samengevat
22
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
in Error! Reference source not found.. De verdeling per bouwvlek is samengevat in tabel 6. Betreft
Fase
Aantal
Kental
Aantal personen Overdag
‘s Nachts
Studentenwoningen
1
200
1.2
120
240
Reguliere woningen
2
500
2.4
600
1200
2
10000 m2
50
200
200
920
1640
Overige functies Totaal Tabel 5.
Veronderstelde aantallen personen binnen planlocatie
Bouwvlek
Aantal Woningen
Personen in overige functies
Aantal personen Overdag
‘s Nachts
A (5-7 lagen)
200
--
120
240
B (5-7 lagen)
120
40
184
328
C (5-7 lagen)
120
40
184
328
D (2000 m2)
20
40
64
88
E (5 lagen)
120
40
184
328
F (5 lagen)
120
40
184
328
920
1640
Totaal Tabel 6.
Veronderstelde verdeling personen per bouwvlek
1.2 Omgeving Binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is de aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Voor de omzetting naar de inputfile voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 25 personen per pand. Boven deze waarde wordt bevolking geleverd in afzonderlijke vlakken, beneden deze waarde wordt bevolking verdeeld over een bevolkingsgrid met een gridgrootte van 50x50 m. Bestudering van ruimtelijkplannen.nl geeft aanleiding tot het toevoegen van extra bevolkingsvlakken [9]. De toegevoegde bevolkingsvlakken bestaan uit volkstuinen, sportvelden en een golfbaan. Om de bevolkingsaantallen van de toegevoegde bouwvlakken te bepalen, is gebruik gemaakt van kentallen van de handleiding populatieservice [8]: Voor de volkstuinen wordt aangenomen dat de personen zijn 134 dagen per jaar, 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts aanwezig binnen de volkstuin. Voor de sportvelden zijn de personen 183 dagen per jaar, 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts aanwezig. De golfbaan is gemodelleerd als een bijeenkomstfunctie, waarbij uit wordt gegaan van 5 personen/ha. Verondersteld wordt dat de aanwezigen personen 183 dagen per jaar, 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts op het terrein aanwezig zijn.
23
Externe veiligheid / Tijdelijke ontwikkeling Tussen de Rails in Utrecht
Figuur 10 toont de bebouwing en toegevoegde vlakken binnen het invloedsgebied van de risicobronnen.
Figuur 10.
BAG-pandselectie binnen invloedsgebied
24
Transect-rapport 5639 Utrecht, Tussen de Rails 3-5 Gemeente Utrecht (UT) Inventariserend Veldonderzoek (karterende fase)
Auteur Versie
Versie 1.1
Projectcode
24070125
Gemeentelijke code
TDR02
Datum
04-12-2024
Opdrachtgever
Gemeente Utrecht Ontwikkelorganisatie Ruimte Postbus 16200 3500 CE Utrecht
Uitvoerder
Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Veldonderzoek
Onderzoeksmelding
5661490100
Bevoegde overheid
Gemeente Utrecht
Status
Nog te beoordelen
Adviseur namens gemeente
Gemeente Utrecht, Ontwikkelorganisatie Ruimte
Beheer documentatie
Transect b.v., Nieuwegein
Autorisatie Naam
Datum
Paraaf
16-12-2024 (Senior KNA Prospector)
ISSN: 2211-7067
© Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van de gemeente Utrecht heeft Transect een karterend booronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Tussen de Rails in Utrecht (gemeente Utrecht). De aanleiding voor het onderzoek vormt het plan om 300 tot 450 tijdelijke woningen met bijbehorende infrastructuur en nutsvoorzieningen te realiseren. Op grond van het archeologisch beleid van de gemeente Utrecht is voor de realisatie van het plan een archeologisch onderzoek nodig, omdat de vrijstellingsregels van het gebied worden overschreden. De vraagstelling van dit onderzoek richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het karterend booronderzoek is vastgesteld dat het plangebied op de Oudwulverbroek stroomrug ligt, grotendeels op een oude riviergeul. De stroomrug is actief geweest sinds 1150 v. Chr. en door een rivierbochtafsnijding van de Kromme Rijn rond 110 na Chr. inactief geworden. Daarna is de restgeul verland. De restgeul staat stroomopwaarts in verbinding met Fort Vechten, waar zich in de Romeinse tijd een legerkamp bevond.
Uit het onderzoek blijkt dat de randzone van de restgeul naar de voormalige oever, in het rapport de Overgangszone, een hoge archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit natte context. Er zijn immers binnen deze zone op twee plekken vondsten gedaan die mogelijk duiden op dumpzones. De dumpzones vormen een aanwijzing dat in de hele Overgangszone archeologische, water-gerelateerde resten aanwezig kunnen zijn. De kans hierop is in het oosten van het plangebied, de Restgeulzone, kleiner. De Hoge oeverzone in het westen van het plangebied is verstoord geraakt. Er is binnen het plangebied tevens sprake van een derde vindplaatszone. Deze omvat het erf van de Ketel, een boerderij die staat gekarteerd op een vroeg-19e eeuwse kaart en die waarschijnlijk al in de 17e eeuw bestond. De vondst van solide baksteen op de plaatsen waar deze bebouwing op de oude kaart staat aangegeven doet vermoeden dat in de ondergrond van het gebied resten van funderingen, vloeren en muren aanwezig zijn. In bijlage 8 van dit rapport is een archeologische verwachtingskaart als resultaat van het karterend booronderzoek is weergegeven.
Advies Om aan te tonen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn (en er dus rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van resten) adviseren wij om in het centrale deel van het plangebied, in de Overgangszone, een vervolgonderzoek uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of hier waardevolle archeologische resten aanwezig zijn (zoals goed geconserveerde afvaldumps of andere water-gerelateerde resten). Het karterend booronderzoek heeft namelijk aanwijzingen opgeleverd dat deze hier wellicht aanwezig zouden zijn. Een vervolgonderzoek zou hier bestaan uit een karterend/waarderend proefsleuvenonderzoek, waarbij een of meerdere proefsleuven parallel of dwars door de Overgangszone worden aangelegd om te kijken of en in hoeverre er waardevolle archeologie aanwezig is, in het bijzonder in de restgeulafzettingen. Het is vrijwel zeker dat in het plangebied resten van het oude erf ‘De Ketel’ aanwezig zijn. Dit blijkt uit de aanwezigheid van muur- en/of vloerresten in de ondergrond. Deze resten bevinden zich in principe direct onder de bouwvoor. Het grootste deel van het erf blijft echter behouden binnen de huidige plannen, omdat de tuin en boerderij zoals deze nu in het plangebied aanwezig zijn, blijven bestaan. Alleen zal de zuidrand van het oude erf met de aanleg van het wegcunet worden aangetast. Het
verdient daar de aanbeveling om dit deel van het erf te onderzoeken door middel van een opgraving, eventueel ten tijde van de aanleg van het cunet. Voor de Restgeulzone doen wij op dit moment geen aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Er lijken hier geen diepreikende bodemingrepen plaats te gaan vinden. De sanering richt zich namelijk op het verwijderen van modern opgebrachte grond in het gebied, waarin de verontreiniging zich bevindt. Het is echter niet uitgesloten dat in dit gebied water-gerelateerde resten aanwezig zijn. Het betreffen hier dan eerder puntvondsten, zoals scheepswrakken. Mochten in dit deel van het gebied op een later moment diepreikende bodemingrepen gepland worden (beneden 1,5 tot 2,0 m -Mv) dan zou afgewogen kunnen worden om ook hier lange proefsleuven aan te leggen om de verwachting op archeologische resten uit natte context te toetsen. Voor het al het gravend archeologisch onderzoek is een Programma van Eisen nodig, waarin de randvoorwaarden voor het onderzoek worden vastgesteld. Dit PvE moet op voorhand van het onderzoek worden goedgekeurd door de gemeente Utrecht (afdeling Erfgoed). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Utrecht) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
.
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het karterend booronderzoek
2
3.
Afbakening van het plangebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
5
5.
Beleidskader
6
6.
Achtergrondinformatie en gespecificeerde archeologische verwachting
7
7.
Werkwijze
8
8.
Resultaten veldonderzoek
10
9.
Beantwoording onderzoeksvragen
14
10. Conclusie en Advies
16
11. Geraadpleegde bronnen
18
Bijlage 1: Tekening van de toekomstige situatie
19
Bijlage 2: Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht
20
Bijlage 3-1: Lithogenetisch profiel (boringen 117, 114, 112, 111, 49, 37, 26, 17, 10, 6, 4, 104, 103 en 105)
21
Bijlage 3-2: Lithogenetisch profiel (boringen 96, 90, 78, 66, 55, 43, 32, 23, 16, 100, 99 en 101)
22
Bijlage 4: Boorpuntenkaart
23
Bijlage 5: Resultatenkaart
26
Bijlage 6: Dikte verstoorde / opgebrachte grond
28
Bijlage 7: Top intacte ondergrond (NAP)
30
Bijlage 8: Archeologische verwachtingskaart
32
Bijlage 9: Foto’s van de boringen
34
Bijlage 10: Beschrijving van de boringen
35
1. Aanleiding In opdracht van de gemeente Utrecht heeft Transect1 een karterend booronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Tussen de Rails in Utrecht (gemeente Utrecht). De aanleiding voor het onderzoek vormt het plan om 300 tot 450 tijdelijke woningen met bijbehorende infrastructuur en nutsvoorzieningen te realiseren. Hiervoor zullen graafwerkzaamheden nodig zijn, waarbij de oorspronkelijke bodem en eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied zullen worden verstoord. Op grond van het archeologisch beleid van de gemeente Utrecht is voor de realisatie van het plan een archeologisch onderzoek nodig, omdat de vrijstellingsregels van het gebied worden overschreden. Het onderzoek moet uiteindelijk leiden tot een archeologische waardestelling van het terrein. In 2023 zijn in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning in het plangebied een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd ( 2023). Op basis van de resultaten van deze onderzoeken heeft de gemeente Utrecht besloten om een karterend booronderzoek uit te laten voeren. Dat onderzoek heeft in november 2024 plaatsgevonden. Dit rapport beschrijft de resultaten van het karterend booronderzoek en geeft invulling aan het gemeentelijk besluit.
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij de RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het karterend booronderzoek Het doel van het karterend booronderzoek is het toetsen en vaststellen van de archeologische verwachting van het gebied door het met behulp van boringen systematisch te onderzoeken op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen. Het booronderzoek richt zich hier in het bijzonder op het fijnmaziger uitkarteren van de resultaten van het verkennend onderzoek om zodoende de uitspraken die in dit onderzoek worden gedaan te toetsen dan wel beter te onderbouwen ( 2023). De kartering richt zich naast op de aanwezigheid van archeologische resten ook op een verfijning van het landschappelijk beeld. Op basis van de resultaten wordt op de volgende vragen antwoord gegeven: • •
•
• • •
Wat is de bodemopbouw en komt deze overeen met de resultaten van het verkennend booronderzoek? Zijn in het plangebied archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja, welke, en op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? En wat is de aard van de afzetting waarin de indicatoren zijn aangetroffen? Is er sprake van een archeologische vindplaats? Zo ja, wat is hiervan de (diepte)ligging, omvang, aard, ouderdom, gaafheid en conservering? Konden de begrenzingen van de vindplaats voldoende worden vastgesteld? Dient de archeologische verwachting te worden bijgesteld op basis van het karterend booronderzoek? In hoeverre worden archeologische resten bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methodes moeten hierbij ingezet?
Het resultaat van het karterend booronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt de bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat, waar mogelijk, gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA 4.2) en het voor dit onderzoek opgestelde Plan van Aanpak (Nales, 2024). Tevens is voor het onderzoek de richtlijnen voor archeologisch onderzoek in Utrecht gevolgd 2.