CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Milieueffectrapport Masterplan Overvecht Centrum

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Masterplan Overvecht Centrum; Vaststelling inrichting en beheerniveau29.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voorafgaand aan vaststelling van deze besluiten moet nagegaan worden of deze passen binnen de kaders en adviezen uit dit MER. Advies Commissie mer en aanvulling op het MER Op 11 maart 2025 bracht de Commissie mer het Toetsingsadvies voor de milieueffectrapportage van het Masterplan Overvecht Centrum in de gemeente Utrecht uit. Hoewel de Commissie mer de zorgvuldigheid van het open planproces en de kwaliteit van de plannen waardeert, ontbreekt er volgens hen belangrijke informatie in het MER. Zo is het voor in ieder geval de onderwerpen mobiliteit en energie onduidelijk welke inrichtingsvarianten bij het open planproces aan de orde zijn gekomen, en in hoeverre milieuoverwegingen een rol hebben gespeeld bij de uiteindelijk gemaakte keuzes in het Masterplan. De referentiesituatie voor bodemkwaliteit is onvolledig. Daarnaast biedt het MER onvoldoende inzicht in het aantal en type woningen in en rondom het plangebied, en de hinder van het plan voor bewoners. Er ontbreken criteria uit het Regionaal

27/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

mobiliteitsprogramma, waardoor de effecten niet goed zijn in te schatten. Ook is onduidelijk of aanvullende maatregelen tot minder emissies kunnen leiden. Verder beschrijft het MER niet volledig welke bandbreedte in aantallen parkeerplaatsen in het open planproces zijn overwogen en welke milieuoverwegingen daarbij zijn gemaakt. De effecten van de aanleg zijn onvoldoende duidelijk benoemd. Tot slot zijn de geureffecten van de RWZI voor Overvecht Centrum niet duidelijk, waardoor onvoldoende inzicht is in de gezondheidseffecten voor de nieuwe bewoners. De Commissie mer adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het Masterplan. Het advies van de Commissie mer is ter harte genomen en in deze versie van het MER zijn de volgende aanvullingen gedaan:  De exacte aantallen te slopen woningen en de woningen die in het gebied zijn gebleven, zijn verwerkt in het MER (zie paragraaf 2.3.1)   

Ook is er een toelichting geschreven over de varianten van parkeerplaatsen en energieoplossingen, inclusief de relevante milieueffecten (zie paragraaf 4.1 en 4.10) De referentiesituatie voor bodemkwaliteit is aangevuld en mogelijke effecten zijn beschreven (zie paragraaf 4.8) Daarnaast zijn de sociale effecten van en mitigerende maatregelen voor de verhuizingen door het plan toegelicht (zie paragraaf 2.3.1)

Er is duidelijk omschreven dat de voetganger leidend is geweest bij het bepalen van de ruimtelijke basisstructuur, en de focus op de fiets is duidelijker naar voren gebracht (zie paragraaf 2.3)

Er is geanalyseerd welk effect strengere parkeerregulering heeft op de verkeersgeneratie van het gebied en welk effect dit heeft op emissies (zie paragraaf 4.1) De effecten van hinder in de aanlegfase zijn toegevoegd (zie paragraaf 4.12)

  

De beoordeling van geur is uitgebreid op basis van recente data (zie paragraaf 4.12) Er is ook een beschrijving toegevoegd over de manier van de behoeftebepaling voor de (maatschappelijke) voorzieningen (zie paragraaf 4.5)

 

De uitgangspunten ten aanzien van stikstofdepositie zijn verduidelijkt (zie paragraaf 4.3.4) Tot slot is drinkwatervoorziening als aandachtspunt opgenomen (zie paragraaf 7.2)

Alle aanvullingen in deze versie van het MER n.a.v. het advies van Commissie mer zijn grijs gearceerd.

1.6

Opbouw van dit milieueffectrapport

Hoofdstuk 2 van dit rapport bevat een toelichting op het Masterplan Overvecht Centrum met onder andere een beschrijving van de doorlopen stappen van het Masterplanproces, de uitgangspunten van de gebiedsopgave, en wat de voorgenomen gebiedstransformatie in hoofdlijnen behelst, de kaders en speelveld van het plangebied en waarom de gemeente Utrecht een Masterplan opstelt. Hoofdstuk 3 behandelt de onderzoeksmethode van het MER. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieueffecten per onderzoeksthema en hoofdstuk 5 gaat in op de mitigerende maatregelen om negatieve effecten te verminderen of weg te nemen. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens gekeken naar het doelbereik van de ambities die de gemeente op voorhand heeft opgesteld voor de

28/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

ontwikkeling. In hoofdstuk 7 komen de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 4, 5 en 6 aan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 aandacht besteed aan leemten in kennis en de mogelijkheid tot evaluatie van de ontwikkeling.

29/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

2 Het Masterplan Overvecht Centrum 2.1

Doorlopen stappen in het Masterplanproces en samenhang met de merprocedure

In Figuur 2.1 zijn de processtappen voor het opstellen van Masterplan Overvecht Centrum beschreven. Bij alle doorlopen processtappen is er een nauwe samenwerking tussen Team Overvecht Centrum (een vaste groep betrokken inwoners en ondernemers), de Team Eigenaars (pand- en grondeigenaren) en Team Gemeente.

• 20 december 2021 - 19 mei 2022 • Eind 2021 nam de gemeenteraad het besluit om een toekomstplan (Masterplan) te gaan maken voor het gebied Overvecht Centrum. In deze fase is een plan van aanpak voor de samenwerking Verkenning en voorbereid en zijn de eerste stappen gezet in het formuleren van een gebiedsopgave (zie paragraaf 1.7). voorbereiding

• 20 mei 2022 - 4 juli 2022 • In deze fase is een uitgebreide inventarisatie van het projectgebied uitgevoerd. Inventariseren

Schetsen

Ontwerpen

Aanpassen

• 5 juli 2022 - 18 januari 2023 • Het Team Overvecht Centrum (een groep van betrokken inwoners en ondernemers uit Overvecht), de pand- en grondeigenaren en de gemeente werkten in deze fase intensief met elkaar samen in gezamenlijke schetssessies aan eerste ontwerpen. Als resultaat van de fase hebben we met elkaar de ruimtelijke basisstructuur voor Overvecht Centrum bepaald • Tussen de fase schetsen en ontwerpen heeft de NRD voor Masterplan Overvecht Centrum ter inzage gelegen. • 1 september 2023 - 21 mei 2024 • In de fase Ontwerpen wordt gewerkt aan het ontwerp van het Masterplan Overvecht Centrum. • De ruimtelijke basisstructuur is verder uitgewerkt naar een Masterplan 1.0 en 1.5. Hierover wordt nog geen besluit genomen. • In deze fase zijn de milieuonderzoeken ten behoeve van het MER uitgevoerd.

• 22 mei 2024 - november 2024 • Op basis van de feedback, reacties en uitkomsten van de studies is in deze fase de definitieve versie van het Masterplan Overvecht Centrum gemaakt. • Indien nodig wordt het Masterplan aangepast op basis van de resultaten van het milieuonderzoek of het MER. (zoals gedaan in Masterplan 2.0 met aanpassen bouwvolumes om negatieve effecten van windhinder te voorkomen ).

• november 2024 - Q2 2025 • In deze fase wordt het ontwerp Masterplan ter inzage gelegd samen met voorliggende planMER, wordt advies gevraagd aan de commissie mer en wordt het Masterplan ter besluitvorming voorgelegd aan de Besluitvorming gemeenteraad. en vervolg

Figuur 2.1 Processtappen Masterplan Overvecht Centrum

30/202

Kenmerk

2.2

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Gebiedsopgave Overvecht Centrum

In de gezamenlijke Gebiedsopgave Overvecht Centrum zijn de uitgangspunten en doelen voor de transformatie van Overvecht Centrum vastgelegd. Alle beleidsdoelen en wensen vanuit de gemeente, de pand- en grondeigenaren en de wijk zijn verzameld en vormen één set met herleidbare doelen voor iedereen. De doelen waren in eerste instantie verdeeld over vier thema’s, maar zijn later uitgebreid naar zes thema’s: leefomgeving, wonen, sociaal, economie, mobiliteit en duurzaamheid. Gedurende het ontwerpproces van het Masterplan zoekt de gemeente Utrecht naar een set ingrediënten, ideeën en oplossingen waarmee zo goed mogelijk alle doelen kunnen worden ingevuld. Op 23 december 2021 heeft de gemeenteraad een aantal basisprincipes vastgesteld en extra onderzoeksvragen gesteld.

2.3

Ruimtelijke basisstructuur en Masterplan 1.5

De Ruimtelijke Basisstructuur is de eerste schets voor de opzet van het centrumgebied. Het laat zien waar:  De auto, fietser en voetganger in het centrumgebied wel en niet komen   

Pleinen en groene plekken komen en hoe groot deze pleinen ongeveer zijn Straten komen en hoe breed deze ongeveer zijn Auto’s en fietsers straks ongeveer kunnen parkeren

De ruimte die overblijft tussen straten en pleinen in is de plek waar gebouwen met woningen, voorzieningen en parkeerplekken kunnen komen. Gemeente Utrecht wil Overvecht Centrum ontwikkelen tot een verbonden, aantrekkelijk en divers hoogstedelijk gebied. Om de kwaliteit van de leefomgeving aantrekkelijker te maken, wordt de focus verlegt. De auto, nu nog dominant aanwezig op straat, verdwijnt uit zicht waardoor ruimte ontstaat voor groen, ontmoeten en verblijven. De ruimtelijke structuur is opgebouwd vanuit de voetganger. In het gebied krijgt de voetganger prioriteit. De voetganger is leidend bij de inrichting van de leefomgeving. Fietsers zijn welkom in het gehele gebied, behalve in het voetgangersgebied. De auto verdwijnt uit het straatbeeld. Auto’s worden zoveel mogelijk geconcentreerd aan de randen van het gebied. In die randen komen de ingangen naar de parkeergarages voor bewoners en bezoekers.

31/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 2.2 Ruimtelijke basisstructuur (bron: gemeente Utrecht, Masterplan 1.5 Overvecht Centrum)

Het Masterplan 1.0 bouwt voort op de Ruimtelijke Basisstructuur uit januari 2023. De Ruimtelijke Basisstructuur is in de ontwerpfase aangepast, met name doordat het winkelcentrum een stedenbouwkundig model heeft uitgewerkt voor hun gebied en dit model deels in de ruimtelijke basisstructuur is opgenomen. Het verhaal is opgebouwd uit verschillende ‘bouwstenen’. Een bouwsteen geeft richting aan het verhaal. De bouwstenen zijn: 1. Verbonden centrum (ernaartoe gaan en er komen) 2. 3. 4.

Routes en bestemmingen (er zijn en erdoor bewegen) Gemengd stedelijk centrum (er welkom voelen en kunnen kiezen) Gezonde en groene leefomgeving (er goed voelen)

5.

Gebouwen en menselijke maat (er prettig en fijn voelen)

Ten opzichte van de Ruimtelijke Basisstructuur zijn de bouwstenen verder uitgewerkt. Ook zijn er ontwerpkeuzes voorgesteld over de aantallen en de wijze van het autoparkeren. Er is een ondergrondse parkeergarage opgenomen voor bezoekers en collectieve bovengrondse parkeergarages voor bewoners. Ook wordt duidelijk waar welk programma ongeveer kan landen en waar in het gebied rust en waar reuring is. Ook geeft het Masterplan 1.0 een indicatie van het bouwvolume dat in het gebied gerealiseerd kan worden. De exacte positie van de hoogbouw moet nog bepaald worden in de volgende fase. Ook is er een financiële doorrekening van het Masterplan 1.0 Overvecht Centrum gemaakt. Gekeken is wat het financieel effect is van het huidige concept stedenbouwkundig ontwerp. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt wat de financiële impact is van een aantal ‘draaiknoppen’. Ook

32/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

wordt het verschil tussen de theorie en de praktijk toegelicht: in de financiële doorrekening zijn aannames en scenario’s gebruikt om de haalbaarheid van de totale ontwikkeling te beoordelen. Maar in de werkelijkheid is de situatie complexer. De eigenaren beslissen individueel of en wanneer ze herontwikkelingen willen uitvoeren. Wanneer herontwikkeling plaatsvindt, moeten eigenaren bijdragen aan gemeenschappelijke kosten in het gebied. Dit omvat een financiële bijdrage voor zaken als de parkeervoorzieningen, de inrichting van openbare ruimtes en de ontwikkelingskosten van het project. Het Masterplan 1.0 is vervolgens uitgewerkt naar een Masterplan 1.5. Het Masterplan 1.5 is de basis voor de effectbeoordeling. Mede op basis van de milieuonderzoeken is Masterplan 1.5 opgewerkt naar Masterplan 2.0. Vervolgens is in dit MER het Masterplan 2.0 voor de gewijzigde thema’s beoordeeld op milieueffecten. Dit zijn:  Het meest recente onderzoek naar windhinder, bezonning en daglicht van bureau DGMR op 

basis van het 3D-model van het plangebied De geactualiseerde data voor de mate van vergroening en de bomenbalans

Figuur 2.3 3D-model Masterplan 1.5 Overvecht Centrum

2.3.1

Te bouwen en slopen aantallen woningen

Tabel 2.1 geeft een overzicht van het huidige aantal woningen, het aantal te slopen woningen, het aantal toe te voegen woningen en het totale uiteindelijke aantal woningen in het plangebied, onderverdeeld naar woningtypen (sociale huur, koop, studenten).

33/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Tabel 2.1 Overzicht van woningen in het plangebied Woningtypen

Huidig

Sloop

Uitgangspunten toe

Totaal (incl.

te voegen

huidig)

Sociaal

991 woningen

352 woningen

759 woningen

639 woningen

Midden

130 woningen

0 woningen

885 woningen

130 woningen

Vrij

235 woningen

22 woningen

885 woningen

213 woningen

TOTAAL

1.356 woningen

374 woningen

2.529 woningen

3.511 woningen

In het masterplan wordt er nu vanuit gegaan dat op termijn alle eigenaren meedoen. Dit betekent ook dat er mensen moeten verhuizen vanwege de herontwikkeling. Het gaat hier om sociale huurwoningen, koop- en studentenwoningen boven het winkelcentrum. Het zijn circa 374 woningen. Het plan wordt gefaseerd uitgevoerd waardoor er mogelijkheden voor verhuizen binnen het gebied zijn. Op basis van de huidige fasering speelt het vraagstuk van sloop van de bestaande koopwoningen boven winkelcentrum in het plangebied over 10 - 15 jaar, in fase 3 van de gebiedsontwikkeling. De gemeente stelt dat er nog voldoende tijd is om in gesprek met de Vereniging van Eigenaren en individuele bewoners om tot een oplossing te komen. Denk hierbij aan het aankopen van de woning door gemeente of het aanbieden van een vergelijkbare woning in Overvecht Centrum. Als de bewoners graag bij elkaar willen blijven wonen, dan kan volgens gemeente Utrecht de mogelijkheden hiervoor onderzocht worden. De complexen met sociale huurwoningen zijn nu opgenomen in fase 5. Dit speelt over 20 jaar. Sloop/nieuwbouw doen de woningcorporaties niet zonder vooraf met bewoners hierover in gesprek te gaan. Er is een Algemeen Sociaal Plan dat de rechten en plichten van huurders van corporatiewoningen regelt bij sloop, nieuwbouw en renovatie.

De woningcorporatie heeft ook met haar huurdersvertegenwoordiging afspraken gemaakt over zaken waar zij recht op hebben en wat hun plichten zijn. Op basis van de huidige fasering speelt het vraagstuk van sloop van de bestaande studentenwoningen boven winkelcentrum in het plangebied over 15 jaar en verder, in fase 4 en 5 van de gebiedsontwikkeling. De huurders hebben huurbescherming op grond van het huurrecht.

2.4

De kaders en het speelveld

Het Masterplan Overvecht is in een periode van twee jaar tot stand gekomen. Voorafgaand aan en in die periode zijn kaders geschetst waarbinnen het Masterplan moet worden vormgegeven. Deze kaders hebben gediend als randen van het speelveld. Op dit speelveld zijn opties, scenario’s en overwegingen onderzocht. In deze paragraaf beschrijven we de kaders en het speelveld. 2.4.1

Kaders

De gemeenteraad is de opdrachtgever van het Masterplan. Het vertrekpunt voor het Masterplan is het Raadsvoorstel ‘Gebiedsontwikkeling Overvecht Centrum: uitwerken basisprincipes en onderzoeksvragen ruimtelijke en financiële verkenning in een Masterplan’ uit juni 2021, plus de meegegeven amendementen en onderzoeksvragen. Dit is vervolgens vertaald in een lijst ‘Wat

34/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

staat niet ter discussie?’. Deze lijst is opgenomen in de Gebiedsopgave Overvecht Centrum – Startdocument voor het Masterplan’ van 30 juni 2022. De lijst ‘Wat staat niet ter discussie?’ is:  De gemeente Utrecht gaat verdichten in Overvecht Centrum. Dit betekent dat er meer woningen bij komen. De gemeente volgt hierin de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU2040) 

van de gemeente Verdichten is meer dan het toevoegen van woningen alleen. Het is belangrijk dat er naast woningen ook andere voorzieningen bij komen. Bijvoorbeeld werkplekken, zorg, cultuur,

sport- en speelplekken De (verblijfs)kwaliteit wordt beter. Dit wil de gemeente realiseren door het gebied groener, comfortabeler, aantrekkelijker en autoluwer te maken

 

Het is een gebiedsontwikkeling en geen plotontwikkeling De gemeente kan het gebied enkel verdichten en de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren als de auto’s die nu op straat staan, minder ruimte op straat inneemt

Het Masterplan moet financieel haalbaar zijn. Het Masterplan moet ervoor zorgen dat het interessant is voor eigenaren om hun eigendom in de toekomst te willen veranderen

Bovenstaande punten zijn deels met elkaar verbonden. Zo is verdichtingsopgave niet alleen een doel om onder meer extra woningen te creëren, maar is ook noodzakelijk voor de financiële haalbaarheid van het plan en het creëren van benodigd draagvlak onder alle pand- en grondeigenaren om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. De financiële haalbaarheid is er mede van afhankelijk dat alle eigenaren mee doen, bijvoorbeeld vanwege de collectieve parkeervoorzieningen en de vereveningsbijdrage voor vastgoedeigenaren. Ook de Omgevingsvisie Overvecht is een kader waarbinnen het Masterplan is opgesteld. Deze MER is niet voor niets een verdieping op de Omgevingsvisie. Vanwege de concept-status van de Omgevingsvisie en de verschillen met de Omgevingsvisie in abstractieniveau en timing van uitvoering, voegen we een gevoeligheidsanalyse toe aan deze MER (paragraaf 4.13). De gevoeligheidsanalyse geeft inzicht in de effecten op verkeer en geluid als de Omgevingsvisie niet wordt vastgesteld of als er een tijdelijke situatie ontstaat waarin maatregelen uit de Omgevingsvisie nog niet zijn genomen maar Overvecht Centrum al wel wordt ontwikkeld. Deze analyse is dus toepasbaar op zowel de tijdelijke situatie als de definitieve situatie.

Tijdelijke betekent: het autonetwerk in Overvecht is nog niet (geheel) aangepast conform Omgevingsvisie terwijl de nieuwbouw conform Masterplan Overvecht Centrum al gerealiseerd is. De definitieve situatie beschrijft dezelfde situatie, maar gaat ervan uit dat het autonetwerk in Overvecht überhaupt niet wordt aangepast conform Omgevingsvisie. De gevoeligheidsanalyse richt zich op de thema’s verkeer en geluid omdat de verwachting is dat de impact van het niet of later uitvoeren van maatregelen uit de Omgevingsvisie hierop het grootst is. 2.4.2 Speelveld Het Masterplan is op een bijzondere manier tot stand gekomen, in de vorm van een open planproces. Hierbij werken de gemeente (Team Gemeente), de verschillende pand- en grondeigenaren (Team Eigenaren) en betrokken inwoners en ondernemers uit de wijk (Team Overvecht Centrum) vanaf het begin op een gelijkwaardige manier samen.

35/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Samen werkten deze partijen in fases toe naar een definitief, vastgesteld Masterplan. De fases die doorlopen werden zijn: Verkenning en voorbereiding, Inventariseren, Schetsen, Ontwerpen, Aanpassen en Besluitvorming en vervolg (zie ook Figuur 2.1 in paragraaf 2.1). Deze procedure is openbaar en tot in detail navolgbaar. De beschrijving van de fases en alle relevante, bijbehorende documenten zijn terug te vinden op de DenkMee-pagina van Overvecht Centrum: Project: Hoe we werken | de gemeente Utrecht. In de fase Ontwerpen hebben partijen het speelveld in kaart gebracht middels onderzoeken en ontwerpen. Dit heeft geleid tot een Speelvelddocument (voorgaande link staat op pagina Bijdrage: Terugblik bijeenkomsten augustus: Speelvelddocu... | de gemeente Utrecht). Om het speelveld in kaart te brengen en onderbouwde keuzes te maken, is er een waaier aan (deels externe) onderzoeken uitgevoerd. Thema’s waarvan het speelveld in beeld is gebracht, zijn onder andere: wegverkeer- en industrielawaai, energiesystemen, circulariteit, groen, klimaatadaptatie, volksgezondheid en parkeren. Op basis van de keuzes die partijen in het open planproces gezamenlijk maakten, is het Masterplan vormgegeven.

Een greep uit de onderwerpen waarin gezamenlijk keuzes zijn gemaakt: positie van het winkelcentrum, parkeeroplossingen, bouwvolumes, inrichting van pleinen en de verdeling van wonen- en niet-wonenprogramma over het gebied. Ter illustratie worden in dit MER voor concrete voorbeelden (parkeren en impact van bouwvolumes) uitgelicht. Hierin wordt beschreven hoe – binnen de randen van het speelveld – afwegingen zijn gemaakt om te komen tot de beste oplossing met de gunstigste milieueffecten. Deze voorbeelden zijn te vinden in tekstvakken in de onderdelen Verkeer en parkeren (paragraaf 4.1.4) en Windhinder en bezonning (paragraaf 4.12.2).

2.5

Uitgangspunten uit de Omgevingsvisie

In de Omgevingsvisie wordt een aantal ambities geformuleerd en keuzes gemaakt voor Overvecht Centrum:  Overvecht Centrum wordt ontwikkeld tot een subcentrum van Utrecht én het hart van de wijk Overvecht. Er is ruimte voor minimaal 2.000 nieuwe woningen en plek voor ontmoeting,   

markten en kleinschalige culturele evenementen De infrastructuur voelt nu op veel plekken als een barrière. Voor de Einsteindreef en Zamenhofdreef wordt de oversteekbaarheid verbeterd De Zamenhofdreef en Carnegriedreef worden autovrij. Ze gaan fungeren als boulevards die noord en zuid en de parken met elkaar verbinden De versteende openbare ruimte in Overvecht Centrum wordt sterk vergroend

Deze uitgangspunten worden ook meegenomen in het ontwerpproces en de milieuonderzoeken voor Overvecht Centrum.

2.6

Waarom een Masterplan?

Overvecht Centrum is een belangrijk centrumgebied voor de wijk Overvecht. Het is een populair boodschappencentrum in dit deel van Utrecht. Het gebied kampt echter ook met problemen, zoals

36/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

de teruglopende winkelkwaliteit, en met uitdagingen, zoals (verkeers)veiligheid, leefbaarheid die onder drukt staat, achterstallig onderhoud en het ontbreken van aantrekkelijke verblijfsplekken en groen. Er worden al twintig jaar plannen gemaakt voor Overvecht Centrum, maar het gewenste resultaat is nog niet behaald. Vanwege de complexiteit van het versnipperde eigendom en de grote hoeveelheid belangen en standpunten is besloten dit Masterplan via een open planproces op te stellen. In het Masterplan worden de kaders en spelregels voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd. Het Masterplan wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Een gemengde hoogstedelijke buurt In de toekomstige ontwikkeling van Overvecht Centrum is het plan om een gemengde hoogstedelijke buurt te creëren. Er komen ongeveer 2.500 nieuwe woningen en 55.000 m² aan voorzieningen, waaronder een Mercado (markthal) en een culturele trekker. Het doel is om het winkelhart van Overvecht Centrum te transformeren tot een economisch centrum dat bezoekers uit de wijk, de stad en daarbuiten trekt. Het winkelgebied zal worden geherstructureerd tot een compact winkelrondje en divers aanbod van winkels en horecagelegenheden. Bereikbaar Gemeente Utrecht streeft met Overvecht Centrum in de toekomst naar goede verbindingen met omliggende buurten door het creëren van logische routes.

Het Masterplan ambieert een groene, comfortabele en veilige openbare ruimte waar mensen graag verblijven. Het gebied zal worden voorzien van duidelijke hoofdroutes en herkenbare plekken, zoals het nieuwe winkelrondje, het Mercadoplein (met de weekmarkt) en het centraal gelegen O-plein. Bezoekers die met de auto of de fiets komen, zullen gemakkelijk en snel van de beschikbare parkeergarages of fietsenstallingen gebruik kunnen maken. Verdichten vanuit de menselijke maat Het Masterplan betekent een grote verdichting van Overvecht Centrum. In het plan is zorgvuldig ontworpen hoe Overvecht Centrum ondanks deze verdichting een aangename omgeving blijft. Door het slim organiseren van licht, lucht en ruimte in pleinen, brede straten en binnenhoven wordt heir in het Masterplan aandacht besteed. Hoge gebouwen worden strategisch geplaatst op plekken waar ze zo min mogelijk schaduw geven op bestaande woningen in de omgeving en op de pleinen, straten en binnenhoven. Op bijna alle plekken in het gebied wordt rekening gehouden met een geschikt windklimaat om aangenaam te verblijven. Fasering en samenwerking De ontwikkeling van Overvecht Centrum vraagt veel van eigenaren, ondernemers, bewoners, gebruikers en de gemeente, want er wordt een compleet nieuw centrumgebied gerealiseerd.

In de eindsituatie is het gebied totaal getransformeerd, alleen de nieuwbouw in de NPD-strook en de drie monumenten (het C&A-gebouw, de apotheek en de Eneco warmtecentrale) blijven staan. Dit plan is gemaakt met als uitgangspunt dat alle eigenaren meedoen. Het plan kan gefaseerd worden uitgevoerd, en biedt flexibiliteit als eigenaren (nog) niet mee willen doen.

37/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

3 Onderzoeksmethode Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeksmethode die is toegepast in het MER. Hierbij wordt ingegaan op de methode voor het onderzoek, naar de scope van het onderzoek, hoe de milieueffecten worden onderzochten en hoe het doelbereik wordt beoordeeld. Het MER voor Masterplan Overvecht Centrum is een verdieping op het MER dat voor de Omgevingsvisie Overvecht is opgesteld. Overvecht Centrum is namelijk onderdeel van de wijk Overvecht. Waar dit leidt tot wijzigingen in relatie tot de eerder opgestelde en gepubliceerde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht.

3.1

Onderzoeksalternatieven & maximale programma

Veelal wordt in een MER gekeken naar de voorgenomen activiteit en alternatieven op de voorgenomen activiteit. Omdat voor de ontwikkeling van Overvecht Centrum een geheel andere invulling of veel groter of kleiner bouwprogramma niet mogelijk is, wordt in deze verdieping van het MER niet gekeken naar alternatieven. Een significant groter bouwprogramma is vanuit het oogpunt van stedenbouwkundige kwaliteit niet wenselijk. Een significant kleiner programma leidt tot een onhaalbare business case. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is beschreven dat er een bandbreedte van 10 % voorgeschreven zou worden. In plaats daarvan is in het MER gekozen om het maximale programma op milieueffecten te onderzoeken. Waar nodig zijn de uitkomsten van milieuonderzoeken gebruikt om het Masterplan aan te passen om negatieve effecten te voorkomen. Dit is het geval voor windhinder en bezonning in relatie tot hoogbouw, de hoogte van de stedelijke laag (straatwanden variëren van 3 tot 6 bouwlagen) en de positie en omvang van de openingen in de stedelijke laag (snedes). Om voor dit aspect negatieve effecten te voorkomen zijn aanpassingen gemaakt in de bouwvolumes in het Masterplan 2.0 ten opzichte van Masterplan 1.5.

3.2

Methodiek effectenonderzoek

De milieueffecten hebben betrekking op het plan- en studiegebied. Het studiegebied is het gebied waar effecten van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen optreden. Dit betreft het plangebied én de omgeving daarvan. Het is afhankelijk van het milieuaspect tot hoever de grenzen van het studiegebied reiken. In de milieuonderzoeken die worden uitgevoerd ten behoeve van het MER is per milieuthema het studiegebied bepaald. 3.2.1 Beoordelingskader Het doel van het MER is om de relevante milieueffecten van de beoogde ingreep op een objectieve manier inzichtelijk te maken. In deze paragraaf wordt ingegaan op de te onderzoeken beoordelingscriteria en de typologie van het onderzoek. Voor de thema’s overstromingsrisico en CO2 wordt verwezen naar het planMER voor de Omgevingsvisie Overvecht. Deze zijn al voldoende onderzocht in het planMER Omgevingsvisie en worden niet meegenomen in deze verdieping voor Overvecht Centrum. In paragraaf 4.5.4 volgt een specifieke aanvulling voor Overvecht Centrum voor luchtkwaliteit ten opzichte van de

38/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

beoordeling van luchtkwaliteit in het MER Omgevingsvisie Overvecht. In onderstaande tabel is te zien welke thema’s voor deze verdieping zijn beoordeeld. Thema

Aspect

Indicator

Type onderzoek

Verkeer en parkeren

Geluid

Verkeersintensiteit

Verkeersafwikkeling

Kwantitatief

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid

Kwalitatief

Parkeren

Parkeerdruk

Kwantitatief

Wegverkeerslawaai

Mate waarin geluidbelasting verandert

Kwantitatief

voor bestaande woningen en hoogte geluidbelasting voor nieuwe woningen Geluidbelasting

Hoogte van geluidbelasting van

hulpwarmtecentrale

hulpwarmtecentrale op nieuwe woningen

Kwantitatief

Cumulatie

Cumulatieve geluidsbelasting

Kwantitatief

Stikstofdepositie op

Depositie van stikstof in

Kwantitatief

Natura 2000-gebieden

mol/hectare/jaar op stikstofgevoelige habitattypen

Natuur en biodiversiteit

Beschermde

Aanwezigheid van beschermde soorten

soorten en

en biodiversiteit in het plangebied

Kwalitatief

biodiversiteit Gezondheid

Sport en bewegen

Mate waarin de omgeving sport en

Kwalitatief

bewegen bevordert Groen in het gebied

Het aandeel en kwaliteit van groen in het

Kwalitatief

gebied Sociale cohesie

Aanwezigheid van maatschappelijke

Kwalitatief

voorzieningen en plekken voor ontmoeting Klimaatadaptatie en

Hittestress

Gevoelstemperatuur

Kwantitatief

Wateroverlast

Piekbui 70 mm in 1 uur zonder schade

Kwantitatief

water

aan panden en infrastructuur Droogte Omgevingsveiligheid

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit

Mate van gevoeligheid voor droogte

Kwalitatief

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

Kwalitatief en

(aandachtsgebieden)

kwantitatief

Aanwezigheid van zorgmaatregelen en

Kwalitatief

verontreinigingscontouren (grond en grondwater) Archeologie en

Archeologie

cultuurhistorie

Kwalitatief

archeologische verwachting Cultuurhistorie

Energie

Behoud archeologische waarden en

Behoud cultuurhistorische waarden

Kwalitatief

Energievraag ten opzichte van

Kwantitatief

energieopwekking Circulariteit

Hergebruik bestaand materiaal

Kwalitatief

39/202

Kenmerk

Thema

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Aspect

Indicator

Type onderzoek

Bedrijven- en

Gevoelige bestemmingen in gebied met

milieuzonering

milieucategorie

Windhinder en

Windhinder

Kwantitatief

Windgevaar

Kwantitatief

Windklimaat

Kwantitatief

Bezonning

Aantal zonuren

Kwantitatief

Daglicht

Kwaliteit van daglicht

Kwantitatief

bezonning

De hoge bebouwingsdichtheid en hoogbouw in Overvecht Centrum vraagt om extra aandacht voor windhinder en bezonning. Voor de ontwikkeling moet met een wind- en bezonningsonderzoek worden aangetoond dat de bebouwing niet leidt tot een onaangenaam verblijfsklimaat. Waar nodig moet het ontwerp hier op worden aangepast. Daarom is het thema windhinder en bezonning toegevoegd aan het beoordelingskader. In dit MER worden de conclusies van het onderzoek beschreven. Vanwege een andere systematiek van de beoordeling van windhinder en bezonning is hiervoor in dit MER een effectbeschrijving opgenomen – en dus geen effectbeoordeling met plussen en minnen, zoals voor de overige indicatoren. 3.2.2 Niet verder beschouwd thema Het thema bodemkwaliteit is niet meegenomen in de effectbeoordeling van dit MER. Ondanks dat bodemkwaliteit niet wordt beoordeeld in dit MER is het wel relevant voor de ontwikkeling van Overvecht Centrum, maar pas in een later stadium. Het Masterplan biedt het kader voor verdere ontwikkeling. Voor de ontwikkeling van deelgebieden zullen ruimtelijke besluiten nodig zijn, waarvoor een ruimtelijke onderbouwing en onderzoeken nodig zijn. Een van die onderzoeken is naar bodemkwaliteit. Dan zal onderzoek nodig zijn om vast te stellen of de bodem gesaneerd dient te worden voordat de bouw kan beginnen.

3.2.3 Referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkelingen) In het MER worden de milieueffecten van het Masterplan Overvecht Centrum beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. In de referentiesituatie wordt de huidige situatie van het plangebied en omgeving beschreven en wordt aangegeven wat de zogenaamde autonome ontwikkelingen zijn. Dit zijn de ontwikkelingen die hier de komende 10 à 20 jaar plaats zullen vinden, waar al een besluit over is genomen, zonder dat de voorgenomen activiteit wordt uitgevoerd. Dat kan omdat al een (ontwerp) ruimtelijk plan is vastgesteld of een ander besluit is genomen. Voor de referentiesituatie wordt in principe uitgegaan van 2040 als richtjaar. Per thema kan dit variëren. Zo wordt voor klimaatadaptatie en water uitgegaan van 2050, omdat het KNMI in haar klimaatscenario’s van dat richtjaar uitgaat. In hoofdstuk 4 wordt per thema gekeken naar de referentiesituatie. Hierop wordt beoordeeld wat het milieueffect van het Masterplan naar verwachting is. Hierbij wordt enkel gekeken naar informatie die specifiek voor Overvecht Centrum geldt. Voor overige, contextuele informatie wordt verwezen naar het hoofdrapport MER Omgevingsvisie Overvecht.

40/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

De autonome ontwikkelingen die relevant zijn in het kader van Masterplan Overvecht Centrum zijn de ontwikkelingen aan de Ivoordreef, De Mix: Camera Obscuradreef, Het Groene Lint, de plaatsing van vier grote warmtepompen bij de RWZI en de rioolvervanging. 

Ivoordreef Sloop van verouderd appartementengebouw Realisatie van 160 sociale huurappartementen, 75 middeldure huurappartementen en 75 koop eengezinswoningen Relevantie: ontwikkeling is gelegen op circa 400 meter van Overvecht Centrum De Mix: Camera Obscuradreef -

Het Groene Lint Herinrichting van groene ruimte tussen Park de Gagel en Park de Watertoren (Carnegiedreef) -

Sloop van 80 woningen Realisatie van 180 middeldure huurwoningen Relevantie: ontwikkeling is gelegen op circa 300 meter van Overvecht Centrum

Relevantie: Het Groene Lint grenst aan Overvecht Centrum. In de strook komt meer groen en voorzieningen die de ruimtelijke kwaliteit en gezondheid van omwonenden te verbeteren

Warmtepomp RWZI Op het terrein van de RWZI worden vier grote warmtepompen geplaatst om restwarmte uit het gezuiverde afvalwater van de RWZI nuttig te gebruiken -

Relevantie: de RWZI grenst aan Overvecht Centrum en de pompen leiden mogelijk tot geluidseffecten op het plangebied van het Masterplan Vervanging riolering (Nota beheer en openbare ruimte) -

Riolering wordt vervangen in de periode 2027-20235

Naast bovengenoemde autonome ontwikkelingen wordt er ook gewerkt aan de Omgevingsvisie Overvecht. Deze Omgevingsvisie is nog niet vastgesteld en daarom niet als autonome ontwikkeling te beschouwen, maar wel als raakvlakproject. Het Masterplan Overvecht Centrum borduurt voort op de keuzes die in de Omgevingsvisie Overvecht zijn opgenomen. Dit betreft de volgende infrastructurele maatregelen:  Carnegiedreef, Marnedreef, Moezeldreef en groot deel Zamenhofdreef worden autovrij  Carnegiedreef en Zamenhofdreef wel toegankelijk voor OV   

Diverse knips voor autoverkeer in bestaande wegenstructuur (onder andere Tigrisdreef, Neckardreef), inprikkersysteem vanaf de hoofdwegen Knip voor autoverkeer tussen Tuindorp en Overvecht bij Meester Tripkade Gebiedsontsluitingswegen zoals Brailledreef, Franciscusdreef en Einsteindreef afwaarderen naar 2x1 waar mogelijk (Einsteindreef zit qua intensiteiten vrij hoog, hier zal 2x2 rijstroken in het begin nog echt nodig zijn, Brailledreef kan naar verwachting wel naar 2x1 rijstroken)

En de volgende beleidsmaatregelen:  Maximale inzet op wandel-, fiets- en OV-verbindingen (mobiliteitstransitie), om zo autogebruik niet te laten groeien

41/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Maximale OV-impuls met OV-as over Carnegiedreef, aangevuld met ontsluitend wijk-OV

(buurtbussen) voor minder validen Extra lage parkeernorm voor nieuwe ontwikkelingen

In dit MER wordt voor het thema verkeer en geluid (paragraaf 4.13) met een gevoeligheidsanalyse beschreven wat de effecten zijn als de maatregelen uit de Omgevingsvisie niet door zouden gaan.

3.3

Doelbereik

Naast dat het milieueffect van het Masterplan Overvecht Centrum wordt onderzocht, wordt ook gekeken naar het verwachte doelbereik van het Masterplan. Hierbij is de hoofdvraag: In welke mate worden de ambities uit de gebiedsopgave Overvecht Centrum bereikt met het Masterplan? In de gebiedsopgave zijn zes ambitiethema’s benoemd (leefomgeving, wonen, sociaal, economie, mobiliteit en duurzaamheid). Per thema zijn in het doelenkader (Figuur 3.1) een hoofddoel en bijbehorende subdoelen benoemd die de gemeente Utrecht wil bereiken met de ontwikkeling van het plangebied. Voor de beoordeling van het doelbereik wordt op kwalitatieve wijze gekeken hoe haalbaar deze ambities zijn.

Figuur 3.1 Doelenkader (Bron: verdieping en achtergrond Masterplan 2.0)

42/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

4 Milieueffecten 4.1

Verkeer en parkeren

4.1.1 Relevant beleid Voor relevant beleid omtrent verkeer en parkeren wordt verwezen naar het planMER voor de Omgevingsvisie Overvecht. In onderstaande paragrafen is de verkeerskundige situatie in beeld gebracht voor vier situaties:  Huidige situatie: hoe is de situatie op dit moment, zonder alle geplande wijzigingen 

Referentiesituatie (autonoom): de situatie zonder ontwikkeling van Overvecht Centrum, maar met de maatregelen en geplande woningbouw uit de Omgevingsvisie2 en de geplande ontwikkelingen voor de rest van Overvecht (en Utrecht)

Plansituatie: Dit betreft de autonome situatie, aangevuld met de ontwikkeling van Overvecht Centrum. Hierdoor wordt het planeffect van Overvecht Centrum inzichtelijk Plansituatie zonder maatregelen Omgevingsvisie Overvecht: doorkijk naar de effecten zonder

infrastructurele maatregelen die in de Omgevingsvisie voor heel Overvecht worden meegenomen De varianten zijn in onderstaande tabel voor de volledigheid weergegeven. Variant

Modeljaar

Vastgestelde

Omgevingsvisie

plannen

Overvecht Centrum

Huidige situatie

2015

Nee

Nee

Nee

Referentiesituatie

2030

Ja

Ja

Nee

2030

Ja

Ja

Ja

2030

Ja

Nee

Ja

(autonoom) Plansituatie met Overvecht Centrum Plansituatie zonder maatregelen Omgevingsvisie

4.1.2

Referentiesituatie

4.1.2.1 Huidige situatie Verkeersafwikkeling Voor beoordeling van de verkeersafwikkeling is gekeken naar de capaciteit van wegen in de directe omgeving van Overvecht Centrum en hoe op deze wegen de functie, vormgeving en het gebruik op elkaar aansluiten. Wanneer dit het geval is, zijn wegen in staat verkeer op een goede

2

In deze studie is uitgegaan van de voorgestelde maatregelen en Sociaal Economische Gegevens (SEG’s) uit de Ontwerp Omgevingsvisie uit april 20204.

43/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

én veilige manier af te wikkelen. Daarnaast is gekeken naar de capaciteit van kruispunten in de directe omgeving. Door de gescheiden verkeersstructuur met 2x2 profielen zijn de Einsteindreef en de Brailledreef goed in staat de huidige intensiteiten van respectievelijk 17.400 en 13.700 motorvoertuigen per etmaal af te wikkelen. Ook de Zamenhofdreef kan het verkeer in de huidige situatie goed en veilig afwikkelen. De vormgeving sluit aan op de functie van de weg en de intensiteit van circa 8.000 motorvoertuigen per etmaal past bij de inrichting van de weg. Op het noordelijk deel van de Zamenhofdreef ligt de intensiteit nog lager met circa 6.500 motorvoertuigen per etmaal. Het winkelcentrum wordt in het verkeersmodel via drie wegen ontsloten. De in-/uitgang aan de westkant (Einsteindreef) is het rustigst met ongeveer 1.500 mvt/etm. Dit komt mede omdat dit een halve aansluiting betreft. De aansluiting aan de oostzijde (Zamenhofdreef) is met 4.900 mvt/etm het drukst van de drie. In de praktijk zijn er meer aansluitingen op het wegennet (onder andere Montalbaendreef). In Figuur 4.1 zijn alle in- en uitgangen weergegeven.

Figuur 4.1 Verkeersintensiteiten huidige situatie in mvt/etm (basisjaar verkeersmodel regio Utrecht, 2015)

De wegvakken rondom Overvecht Centrum zijn in staat het verkeer goed af te wikkelen. Ze bieden voldoende capaciteit en de vormgeving van de wegen sluit aan op de functies. Daarnaast zijn in een stedelijk gebied kruispunten ook sterk bepalend voor de verkeersafwikkeling. In het MER Omgevingsvisie Overvecht zijn voor verschillende kruispunten de verhoudingen tussen de intensiteit en capaciteit in beeld gebracht. Voor de kruispunten tussen de Einsteindreef,

44/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Brailledreef en Zamenhofdreef geldt dat ze met name in de avondspits een matige verkeersafwikkeling hebben (zie onderstaande tabel). Tabel 4.1 Verzadigingsgraad voor kruispunten rondom Overvecht Centrum in 2015 (basisjaar verkeersmodel) Kruispunt

Ochtendspits

Avondspits

Einsteindreef – Brailledreef - Paranadreef

0,85

0,90

Einsteindreef – Zamenhofdreef – Carnegiedreef

0,65

0,85

Zamenhofdreef – Theemsdreef

0,27

0,27

Zamenhofdreef - Brailledreef

0,61

0,85

Verkeersveiligheid Routes in het gebied De huidige situatie is sterk ingericht op verplaatsingen met de auto. Fietsers en voetgangers hebben binnen het gebied geen eigen routes waardoor er veel gemengd verkeer is en zijn er veel kruisingen tussen gemotoriseerd- en langzaam verkeer. Dat hoeft niet direct tot gevaarlijke situaties te leiden, mits de inrichting hier passend bij is. In de huidige situatie is echter sprake van brede geasfalteerde rijbanen, waardoor gemotoriseerd verkeer relatief hard kan rijden en fietsers zich minder veilig voelen. Daarnaast is een groot deel van het gebied ingericht met parkeerplaatsen, waar door de auto het gebied domineert. De inrichting past dus niet bij de locatie en het beoogde gebruik/gedrag. De expeditie van de winkels gaat via dezelfde route als de bezoekers, ontmoetingen tussen vrachtverkeer en winkelend verkeer geven altijd een verhoogd risico, omdat de doelgroepen met een eigen mindset het gebied ingaan (winkelen/vrijetijd versus werktijd). Ook de omvang van de voertuigen speelt hierin een rol, waardoor chauffeurs voetgangers of fietsers in de dode hoek niet zien. Routes naar het gebied toe Het winkelcentrum wordt omgeven door drie grote wegen, namelijk de Einsteindreef, Zamenhofdreef en Brailledreef. In onderstaande figuur zijn de kruispunten rondom het winkelcentrum en de in-/uitgangen weergegeven.

Alle in-/uitgangen zijn toegankelijk in twee richtingen, uitgezonderd de Prins Lanseloetdreef, dit is enkel een uitgang richting de Brailledreef.

45/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 4.2 Kruispunten rondom Overvecht Centrum (blauw gearceerd)

Fietsers en voetgangers die naar het gebied toe komen hebben diverse routes tot hun beschikking. Tot aan het gearceerde gebied hebben fietsers vrijliggende fietspaden. De grote kruispunten zijn geregeld, waarmee de oversteekbaarheid in principe goed is. Een aandachtspunt is de verkeerveiligheid bij het ongeregelde kruispunt Zamenhofdreef – Marnedreef. Fietsers vanaf de Marnedreef moeten de Zamenhofdreef kruisen. Op de plek van de kruising gaat de Zamenhofdreef over van reguliere rijbaan naar busbaan (zie Figuur 4.3). Voor overstekende fietsers (en voetgangers) kan het soms onduidelijk zijn welke voertuigen waar vandaan kunnen komen.

Figuur 4.3 Huidige situatie bij kruising Zamenhofdreef – Marnedreef

46/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Het tweede voorbeeld betreft de situatie aan de westkant van het winkelcentrum, bij de Einsteindreef. Bezoekers van/naar het winkelcentrum toe kunnen de Einsteindreef op twee plekken kruisen. Dit betreffen de geregelde oversteken bij de Brailledreef (locatie 1) en Zamenhofdreef (locatie 3). In de huidige situatie steken veel voetgangers echter ook tussen deze twee kruispunten over, ter hoogte van de Seinedreef. De uitgesleten ‘olifantenpaden’ tonen dit aan (zie Figuur 4.4). Voetgangers hebben dus behoefte aan een snellere/directere verbinding tussen herkomst en bestemming. De huidige situatie, waarin voetgangers twee keer twee rijstroken moeten oversteken kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Figuur 4.4 Huidige situatie op Einsteindreef, ter hoogte van Seinedreef

Parkeerdruk In de huidige situatie zijn er diverse parkeergelegenheden rondom het winkelcentrum. Alle parkeerplaatsen zijn op maaiveld gelegen. Er zijn in totaal 5 gebieden om te parkeren (weergegeven in onderstaande figuur), waarvan het parkeerterrein aan de zuidwestzijde het grootste is. Zoals ook al genoemd bij het aspect verkeersveiligheid genoemd is er sprake van gemengd verkeer. Daarnaast zijn er nog enkele bewonersgarages onder de NPD strook aan de zuidzijde van het gebied.

47/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 4.5 Huidige parkeergelegenheden (witte vlakken) bij Overvecht Centrum

Parkeren rondom en in Overvecht Centrum is gratis, er is geen parkeerregulering in het gebied. Hierdoor is het voor bezoekers aantrekkelijk om met de auto naar het gebied te gaan. Dit zorgt voor een hoge parkeerdruk, met name op zaterdag. Een parkeerdrukmeting uit 2023 (DUFEC) laat dit zien (zie onderstaande figuur).

Figuur 4.6 Parkeerdruk op maatgevende momenten van 30 januari t/m 5 februari 2023. Bron: DUFEC

Figuur 4.6 laat zien dat de parkeerdruk met name op de zaterdag erg hoog is (in de middag boven de 90 %). Op de dinsdag is de parkeerdruk het laagst met maximaal circa 60 %.

48/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 4.7 Parkeerdruk op zaterdag 11 februari tussen 14:30 – 15:00, onderverdeeld naar parkeersecties. Bron: DUFEC

4.1.2.2

Referentiesituatie (autonome ontwikkeling)

De autonome ontwikkeling betreft de situatie zonder ontwikkeling van Overvecht Centrum, maar met de geplande ontwikkelingen voor de rest van Overvecht (en Utrecht). In deze variant is het netwerk van toepassing wat wordt voorgesteld in de Omgevingsvisie Overvecht. Dit houdt onder andere in dat de Carnegiedreef-Zamenhofdreef autovrij wordt. Daarnaast komen er knips tussen wijken. Iedere buurt blijft met de auto bereikbaar, maar is niet langer overal met elkaar verbonden. Rondom het winkelcentrum Overvecht zijn er knips voorzien bij de Zamenhofdreef. Hierdoor worden de Rhonedreef en Theemsdreef niet meer op de Zamenhofdreef ontsloten en wordt de Marnedreef autovrij. Het winkelcentrum zelf wordt ontsloten via drie in- en uitgangen. De toegang aan de noordzijde (Zamenhofdreef) vervalt. Hiervoor in de plaats komt er een volledige aansluiting aan de westzijde (Einsteindreef) en komt er een volledige aansluiting aan de zuidzijde, welke aansluit op de Brailledreef. Alle wijzigingen zijn te zien in onderstaande figuur.

49/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 4.8 Netwerkwijzigingen conform Ontwerp Omgevingsvisie Overvecht

Verkeersafwikkeling Als gevolg van autonome groei en de netwerkaanpassingen zijn er verschillen te zien in intensiteiten rondom het plangebied. De Einsteindreef krijgt een intensiteit van circa 26.900 en de Brailledreef een intensiteit van circa 15.500 motorvoertuigen per etmaal. Op de Zamenhofdreef (oostzijde) neemt de intensiteit af tot 4.200 motorvoertuigen per etmaal. De toegang vanaf de Einsteindreef tot het winkelcentrum wordt wel een stuk drukker. De verkeersintensiteit neemt hier toe tot circa 9.100 motorvoertuigen per etmaal. De verklaring hiervoor is dat de noordelijke toegang (vanaf Zamenhofdreef) niet meer mogelijk is door de netwerkaanpassingen. Daarvoor in de plaats wordt de in-/uitgang Seinedreef - Einsteindreef een volledige (geregelde) aansluiting. De intensiteiten nemen op geen van de wegen in de directe omgeving dusdanig toe dat de beoordeling van de relaties tussen functie-gebruik-vormgeving verandert.

50/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Figuur 4.9 Verkeersintensiteiten in de autonome situatie in mvt/etm. Rood betreft een toename, groen een afname. Verschillen zijn ten opzichte van de huidige situatie

Op kruispuntniveau zorgt de autonome groei voor hogere I/C-verhoudingen, en daarmee een slechtere verkeersafwikkeling. De kruispunten van de Einsteindreef met de Brailledreef en Zamenhofdreef hebben nog steeds een matige verkeersafwikkeling in de avondspits. Daarnaast is als gevolg van de autonome groei ook de verkeersafwikkeling in de ochtendspits matig geworden. Het verkeer kan nog wel afgewikkeld worden, maar er is sprake van een grote kans op filevorming. Voor het kruispunt Zamenhofdreef-Brailledreef geldt dat de verkeersafwikkeling in de avondspits verbetert, maar de verkeersafwikkeling in de ochtendspits verslechtert. Dit komt doordat de intensiteiten op de Brailledreef iets toenemen, maar op de Zamenhofdreef juist dalen tot 4.200 mvt/etm (was 8.000 mvt/etm in de huidige situatie). Verkeersveiligheid In de autonome situatie vinden er netwerkaanpassingen voor de verschillende modaliteiten in heel Overvecht plaats. Doorgaand verkeer in de wijken wordt tegengegaan. Als gevolg van de aanpassingen in de wijk Overvecht zal de verkeersdruk op de gebiedsontsluitingswegen zoals de Einsteindreef en Brailledreef toenemen. Per locatie/kruispunt is daarom gekeken wat het effect op de oversteekbaarheid is. De Einsteindreef wordt drukker, maar fietsers en voetgangers hebben in de autonome situatie drie locaties om met een verkeerslicht deze weg over te steken.

Wellicht moeten fietsers en voetgangers wel wat langer wachten, doordat de Einsteindreef een nog belangrijke rol gaan spelen in de ontsluiting van Overvecht. Daar staat tegenover dat de oversteek bij de Seinedreef

51/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

wel veiliger wordt dan in de huidige situatie. Waar deze nu alleen door voetgangers gebruikt wordt (olifantenpaden), wordt dit in de autonome situatie een nieuwe oversteek voor fietsers. Op de Zamenhofdreef (noordzijde) rijdt in de autonome situatie enkel busverkeer. Hiermee verbetert de oversteekbaarheid voor gebruikers die naar het winkelcentrum willen. Aan de oostkant is er geen gemotoriseerd verkeer meer toegestaan op de Marnedreef. Daarmee wordt de verkeersituatie hier verduidelijkt. Fietsers en voetgangers vanaf de Marnedreef hoeven enkel de busbaan over te steken. Aan de zuidoostzijde (Zamenhofdreef) vervalt de aansluiting met de Rhonedreef voor gemotoriseerd verkeer. Hiermee vereenvoudigt het kruispunt. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers die hier de Zamenhofdreef willen oversteken. In het gebied zelf verandert er niets. Het winkelcentrum is nog steeds sterk ingericht op verplaatsingen met de auto. Fietsers en voetgangers hebben binnen het gebied geen eigen routes waardoor er veel gemengd verkeer is en zijn er veel kruisingen tussen gemotoriseerd- en langzaam verkeer. Dat hoeft niet direct tot gevaarlijke situaties te leiden, mits de inrichting hier passend bij is. In de autonome situatie is echter sprake van brede geasfalteerde rijbanen, waardoor gemotoriseerd relatief hard kan rijden en fietsers zich minder veilig voelen.

De inrichting past dus niet bij de locatie en het beoogde gebruik/gedrag. Hetzelfde geldt voor de expeditie; ook hier is kans op conflicten doordat vrachtverkeer gebruik maakt van dezelfde routes als bezoekers. Per saldo blijft de verkeersveiligheid daarmee naar verwachting ongeveer gelijk aan de huidige situatie. Parkeerdruk In en rond Overvecht Centrum zijn geen veranderingen te verwachten omtrent het aanbod van parkeergelegenheid in de autonome situatie. Op 25 april 2024 is door de gemeenteraad besloten om betaald parkeren in heel Utrecht in te voeren. Voor de wijk Overvecht wordt dit waarschijnlijk tussen 2026 en 2030 ingevoerd. In het verkeersmodel zit dit verwerkt in de planvarianten (niet in de referentiesituatie). De invoering van betaald parkeren zal voor enige daling in de parkeerdruk zorgen. Ook de infrastructurele maatregelen (knips) zorgen ervoor dat het een iets minder aantrekkelijkere optie wordt om met de auto naar winkelcentrum Overvecht te gaan. Daar staat tegenover dat autonome ontwikkelingen in de rest van Overvecht (en Utrecht) voor een toename van het autoverkeer zorgen. Per saldo zorgt dit er voor dat de parkeerdruk naar verwachting gelijk zal blijven aan de huidige situatie.

52/202

Kenmerk

4.1.3

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Beoordelingskaders

Tabel 4.2 Beoordelingskader verkeersafwikkeling Verkeersafwikkeling Beoordeling

Effect

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect

In zeer sterke mate sprake van verbetering verkeersafwikkeling

+

Positief effect

In enige tot sterke mate sprake van verbetering verkeersafwikkeling

0

Geen effect (neutraal)

Effect op verkeersafwikkeling neutraal

-

Negatief effect

In enige tot sterke mate sprake van verslechtering verkeersafwikkeling

--

Zeer negatief effect

In zeer sterke mate sprake van verslechtering verkeersafwikkeling

Tabel 4.3 Beoordelingskader verkeersveiligheid Verkeersveiligheid Beoordeling

Effect

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect

In zeer sterke mate sprake van verbetering verkeersveiligheid

+

Positief effect

In enige tot sterke mate sprake van verbetering verkeersveiligheid

0

Geen effect (neutraal)

Effect op verkeersveiligheid neutraal

-

Negatief effect

In enige tot sterke mate sprake van verslechtering verkeersveiligheid

--

Zeer negatief effect

In zeer sterke mate sprake van verslechtering verkeersveiligheid

Tabel 4.4 Beoordelingskader parkeerdruk Parkeerdruk Beoordeling

Effect

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect

In zeer sterke mate sprake van verbetering parkeerdruk

+

Positief effect

In enige tot sterke mate sprake van verbetering parkeerdruk

0

Geen effect (neutraal)

Effect op parkeerdruk neutraal

-

Negatief effect

In enige tot sterke mate sprake van verslechtering parkeerdruk

--

Zeer negatief effect

In zeer sterke mate sprake van verslechtering parkeerdruk

4.1.4 Effectbeoordeling In deze paragraaf wordt het planeffect beschreven. Dit wordt gedaan aan de hand van dezelfde thema’s als die bij de autonome ontwikkeling zijn beschreven in paragraaf 4.1.2, aangevuld met een score aan de hand van de beoordelingskaders uit paragraaf 4.1.3. 4.1.4.1

Plansituatie

De plansituatie betreft de situatie met ontwikkeling van Overvecht Centrum. Dit betekent dus een toename van circa 2.500 woningen en diverse voorzieningen. Daarnaast worden ook de autonome ontwikkelingen verondersteld. Dit betreffen de vastgestelde plannen in de rest van Overvecht en de infrastructurele- en beleidsmaatregelen uit de Omgevingsvisie Overvecht. Het is van belang om hierbij in het achterhoofd te houden dat er bij de plansituatie een specifieke focus ligt op de keuzes die binnen het plangebied Masterplan Overvecht Centrum worden

53/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

genomen, maar dat de maatregelen eromheen die nu tot de autonome situatie worden geschaard niet volledig los te zien zijn van de herontwikkeling van Overvecht Centrum, omdat de herontwikkeling van Overvecht Centrum ook onderdeel uitmaakt van de visie. Tabel 4.5 Beoordelingstabel verkeer en parkeren voor de plansituatie inclusief ontwikkeling Overvecht Centrum Indicator Verkeersafwikkeling

Beoordeling -

Effect

Klassegrenzen

Negatief

In enige tot sterke mate sprake van verslechtering verkeersafwikkeling

Verkeersveiligheid

+

Positief

In enige tot sterke mate sprake van verbetering verkeersveiligheid

Parkeerdruk

0

Neutraal

Effect op parkeerdruk neutraal

Optimalisatie binnen het speelveld: Parkeeroplossing Bij het ontwikkelen van de parkeerstrategie stond de partijen in het open planproces voor enkele dilemma’s. De betrokken partijen willen een gebied scheppen waar mensen comfortabel kunnen parkeren dichtbij hun bestemming (winkels, voorzieningen). Tegelijkertijd willen partijen een hoge verblijfskwaliteit en verkeersveiligheid. Dat was het dilemma: hoe (1) ontwerp je een modern en aantrekkelijk centrumgebied met nadruk op voetgangers en fietsers én (2) voldoe je aan de vraag naar voldoende comfortabele parkeervoorzieningen dichtbij bestemmingen én (3) speel je in op het verwachte afnemend autobezit in de toekomst? Hiervoor zijn boven- en ondergrondse parkeergarages vergeleken. Partijen constateren dat bovengrondse parkeergarages goedkoper zijn. Ze bieden bovendien de flexibiliteit om ze in de toekomst, als de vraag naar parkeerplaatsen mogelijk afneemt, te transformeren naar een andere bestemming. Tijdens de realisatie van Overvecht Centrum zou zelfs kunnen blijken dat niet alle bovengrondse parkeergarages hoeven te worden gebouwd. Echter, bovengrondse garages beperken de ruimte voor ander programma. Ze vormen verder een bedreiging voor de leefbaarheid. Daartegenover staat weer dat ondergrondse parkeergarages duurder zijn en inflexibeler: ze zijn nauwelijks te transformeren.

Wel bieden ze meer ruimte voor bovengronds programma en leiden ze tot hogere verblijfskwaliteit in het gebied. De oplossing: een combinatie tussen boven- en ondergrondse garages. Partijen hebben ervoor gekozen de parkeervraag gebouwd en gemeenschappelijk op te lossen. De oplossing wordt als volgt opgesplitst: Voor bezoekers: een ondergrondse parkeergarage centraal in het gebied Voor bewoners: twee bovengrondse parkeergarages in de randen van het gebied Dankzij deze oplossing kunnen bezoekers van de winkels en andere voorzieningen dicht bij

54/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

Dankzij deze oplossing kunnen bezoekers van de winkels en andere voorzieningen dicht bij hun bestemming parkeren, zonder dat de auto op maaiveld ver het gebied in gaat. De bezoekersgarage functioneert goed dankzij strategisch gesitueerde voetgangersentrees aan het winkelhart en pleinen. Als in de avonduren de bewonersgarages vol zijn, dan heeft de bezoekersgarage nog plek. De ondergrondse garage doet dan dienst als overloopmogelijkheid voor parkerende bewoners. Partijen kiezen voor een ondergrondse bezoekersparkeergarage, omdat de vraag naar parkeerplekken voor bezoekers minder afhankelijk is van deelauto’s of andere mobiliteitsoplossingen. De vraag naar deze parkeerplekken zal hierdoor minder snel veranderen. Indien de parkeeraantallen in de toekomst dalen, kan de parkeerbehoefte wellicht volledig ondergronds opgelost worden. Een investering in een ondergrondse garage is daarmee duurzaam op lange termijn. Partijen kiezen voor een bovengrondse bewonersgarages, omdat daarmee flexibiliteit is gegarandeerd voor de toekomst. Als de vraag naar parkeren afneemt, bijvoorbeeld door een afname van het privé-autobezit of een toename van openbaar vervoer, fietsen en lopen, kunnen partijen de bovengrondse parkeergarages herontwikkelen voor andere bestemmingen.

Verkeersafwikkeling Als gevolg van de ontwikkeling van Overvecht Centrum nemen de intensiteiten rondom het plangebied toe. Op de Einsteindreef en Brailledreef nemen de intensiteiten toe tot respectievelijk 27.400 (+2 %) en 18.700 (+21 %) motorvoertuigen per etmaal (zie Figuur 4.10 op de volgende pagina). Beide wegen hebben voldoende capaciteit om dit verkeer af te kunnen wikkelen. In de Omgevingsvisie voor heel Overvecht is benoemd dat voor een deel van de wegvakken een transformatie tot stadsboulevard (2x1 rijstrook) gewenst is. De toenames zijn echter dusdanig dat dit niet overal direct mogelijk is. Wegen met meer dan 20.000 mvt/etm hebben in eerste instantie 2x2 rijstroken nodig om het verkeer acceptabel te kunnen verwerken. Inzet op extra scherp parkeerbeleid, dynamisch verkeersmanagement en mobiliteitsmanagement is nodig om de groei beperkt te houden. Op het zuidelijk deel van de Zamenhofdreef neemt de intensiteit toe tot 7.700. Ook hier sluit het gebruik van de weg in de toekomstige situatie mét ontwikkeling Overvecht Centrum goed aan op de functie en vormgeving van de weg. Verkeer kan op het wegvak goed en veilig worden afgewikkeld. Wat betreft de overige modaliteiten zien we dat het fietsgebruik rondom Overvecht Centrum flink toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie.

Met name de Carnegiedreef en in mindere mate de Brailledreef worden belangrijke noord-zuid verbindingen. Het fietsgebruik verdubbelt hier naar respectievelijk circa 11.000 en 8.000 fietsers. Ook de fietspaden langs de Einsteindreef worden intensiever gebruikt. Het gebruik neemt hier met 75 % tot 85 % toe tot intensiteiten tussen de

55/202

Kenmerk

R002-1287850JAJ-V06-efm-NL

6.700 (ter hoogte van Seinedreef) en 13.400 (Marnixlaan). Op al deze wegen is sprake van vrijliggende fietspaden, waarmee de verkeersafwikkeling niet direct onder druk komt te staan. De wachttijden bij kruispunten zijn wel een aandachtspunt bij de verdere uitwerking. Het OV-gebruik neemt fors toe als gevolg van het aanbieden van een HOV-as door het hart van de wijk over de Carnegiedreef en Zamenhofdreef. Waar er in de referentie circa 5.500 reizigers gebruik maakten van het OV rond Overvecht Centrum (Zamenhofdreef noord), is dit in de plansituatie gegroeid naar ruim 20.000. Dit komt deels door de bundeling van lijnen, maar ook door de hogere frequentie die met een HOV-as wordt geboden. De Zamenhofdreef en Carnegiedreef is enkel voor bussen toegankelijk in de plansituatie. Hiermee staat de verkeersafwikkeling voor deze modaliteit niet onder druk. Kruising met de Einsteindreef is wel een aandachtspunt waar bij verdere uitwerking in detail naar moet worden gekeken.

Figuur 4.10 Verkeersintensiteiten in de plansituatie in mvt/etm. Rood betreft een toename, groen een afname. Verschillen zijn ten opzichte van de huidige situatie

Op kruispuntniveau is er rondom Overvecht Centrum niet overal sprake van goede verkeersafwikkeling. Op het kruispunt Einsteindreef – Brailledreef – Paranadreef neemt de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit in de avondspits toe tot boven de 1, wat indiceert dat er sprake zal zijn van structurele filevorming. Bij het noordelijke kruispunt Einsteindreef – Zamenhofdreef – Carnegiedreef is de verkeersafwikkeling in beide spitsen matig. De andere kruispunten in de directe omgeving van Overvecht Centrum zijn wel in staat het verkeer af te wikkelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=397c1f7b-211c-449c-8ab3-a9bbc9d72c45