CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjaren Perspectief Ruimte 2026

Adviescommissie Controle en Financiën 28 mei 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: MPR40.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De ambitie om werk voor iedereen te bieden, raakt daarmee buiten beeld. Ook banen bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen, zoals huisartsen, zien we niet meegroeien met de bevolkingsgroei. Dat heeft invloed op het voorzieningenniveau, het zorgaanbod en daarmee op de leefbaarheid van wijken. De groei van het aantal banen vindt vooral plaats in de zorg en kantoorhoudende sectoren zoals zakelijke- en financiële dienstverlening en (semi-)overheid, in het topsegment kantoren in de stad; en veel minder op de typische bedrijventerrein-sectoren zoals bouw, maakindustrie, etc. ​ e krapte op zowel de kantorenmarkt als de bedrijfsruimtemarkt is D groot. Voor ondernemers, bedrijven en organisaties is het steeds moeilijker om in de wijken, op bedrijventerreinen en op kantoorlocaties een goede (en betaalbare) plek te vinden om zich te vestigen of uit te breiden. Bovendien zetten netcongestie, stijgende prijzen en de druk

op de ruimte voor werken steeds meer een rem op de groei. Dit zorgt ervoor dat met name de ambitie om diverse werkgelegenheid (werk voor iedereen) te bieden, onder druk staat. Op termijn kan het ook betekenen dat de functies die een stad nodig heeft om goed te kunnen functioneren, onvoldoende een plek kunnen krijgen. Denk aan ruimte voor stadslogistiek, installateurs, circulaire verwerking van reststoffen, loodgieters en aannemers. Nu al zien we dat nieuwe werkgevers die gewenst zijn (gezond, duurzaam, sociaal, innoverend, verzorgend) naar elders moeten uitwijken. Daarmee neemt de diversiteit van het werken in Utrecht af. We worden als stad daarmee kwetsbaarder, minder inclusief en bieden geen werk meer voor iedereen. Bovenstaande ontwikkelingen hebben invloed op alle segmenten. ​Per segment zien we nog de volgende aandachtspunten: • Kantoren: de leegstand van kantoren ligt onder frictieniveau. Dit drijft de prijzen op.​ Het onderste segment kantoren, erg belangrijk voor maatschappelijke instellingen, start- en scale-ups en creatieven die we als stad graag rijk zijn, staat sterk onder druk van de woningbouwopgave. Tegelijkertijd staan er aan de randen van Lage Weide en Oudenrijn kantoren die nauwelijks meer marktconform zijn en die we graag transformeren naar bedrijfsruimte. Dit hebben we opgenomen in de Beleidsnota Werklocaties 2035.

MPR 2026

23

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Werken •

•

•

Bedrijventerreinen: ook op bedrijventerreinen ligt de leegstand onder frictieniveau. Daardoor is er te weinig schuifruimte, waardoor ondernemers niet kunnen (door)groeien of verhuizen en de markt op slot zit. We ontwikkelen één nieuw bedrijventerrein: Strijkviertel. Ook in Rijnenburg moet straks voldoende ruimte voor bedrijvigheid zijn. Beter benutten van bestaande terreinen is uiteraard ook van belang, onder andere door te verdichten. Maar hiervoor moeten ook een aantal randvoorwaarden op orde zijn, zoals bereikbaarheid en netcapaciteit. Een aantal bedrijventerreinen staat onder druk van de woningbouwopgave, zoals Stadseiland-Zuid. Of door de grote vraag uit de logistieke markt, dat een prijsopdrijvend effect heeft waardoor MKB’ers in de knel komen. Met ons nieuwe beleid voor werklocaties willen we zorgen voor een divers en complementair palet bedrijventerreinen, de beschikbare ruimte optimaal benutten, en (regionaal) werken aan de planning en uitgifte van nieuwe terreinen. Winkelgebieden: binnen de detailhandel is een groot verschil tussen de ontwikkelingen van non-food en food: zo is het aantal (fysieke) kleding- en schoenenwinkels (niet-dagelijks) de afgelopen jaren fors teruggelopen. Supermarkten en speciaalzaken (dagelijks) doen het daarentegen onverminderd goed, hoewel daar de stijgende kosten voor onder andere personeel de marges verder onder druk zetten.

Vrijkomende panden worden vaak ingevuld met andere functies, zoals horeca of andere publieksgerichte voorzieningen. Dit geeft winkelstraten een andere uitstraling en beleving. De groei van het aantal inwoners van de stad zorgt voor meer vraag naar retail. Waardoor de afnemende algemene trend in de vraag naar vierkante meters winkelruimte voor een groot deel wordt gecompenseerd. Innovatielocaties: (vastgoed-)ontwikkelingen in en rond het USP laten een grote vraag naar ruimte zien. De activiteiten van de

•

bedrijven en kennisinstellingen zijn cruciaal om onze economische ambities op gebied van Heart of Health te behalen. Specifiek op het USP zijn aanvullende, grootschalige maatregelen (vooral bereikbaarheidsmaatregelen) nodig om de groei te faciliteren. Dit jaar is er naar verwachting één grote ontwikkelingen op het USP op het gebied van werkgelegenheid: oplevering van de huisvesting van het RIVM. We werken daarnaast aan een regionale ontwikkelstrategie innovatielocaties, en aan de lokale uitwerking daarvan. Wijkeconomie: we zijn in het kader van de regiodeal in Overvecht gestart met een traject om meer en passende ruimte voor werk in de wijk toe te voegen.

Programmering De beschikbaarheid en betaalbaarheid van voldoende en goede bedrijfsruimtes en kantoren is een belangrijk thema voor de komende jaren. Met de Beleidsnota Werklocaties 2035 hebben we ons beleid hierop aangescherpt. De komende jaren investeren we (verder) in:​ • Kantoren: de vraag naar kantoren is onverminderd hoog. Naast de aandacht voor betaalbaarheid en beschikbaarheid van kantoren in het lagere segment, werken we mee aan het toevoegen van kantoren op de knooppunten Stationsgebied en Leidsche Rijn. • Bedrijventerreinen:​ • Ontwikkeling circulair bedrijvenpark Strijkviertel: efficiënt en meerlaags, met een hoge dichtheid en focus op circulaire MKB-werkgelegenheid.​ Het omgevingsplan is vastgesteld. In 2026 volgt de tenderuitvraag. • Lage Weide:​ verschillende maatregelen en ambities werken we uit in de Deelomgevingsvisie Lage Weide, die in 2026

•

•

•

wordt aangeboden aan de raad. We continueren onze inzet op verdichting van het terrein en werken aan de lobby voor investeringen in de brug(gen) die het terrein ontsluit(en). We willen de Deelomgevingsvisie vervolgens uitwerken in een Uitvoeringsprogramma voor Lage Weide. • Inzetten op verdichting op andere werklocaties, in samenwerking met de OMU, zoals Werkspoorkwartier, Oudenrijn, Overvecht. • Onderzoek provincie Utrecht voor een nieuw regionaal bedrijventerrein, waardoor de druk op de Utrechtse markt enigszins afneemt.​ Winkelgebieden: verwachting is dat de hoeveelheid vierkante meters retail dankzij de bevolkingsgroei redelijk stabiel blijft. Nieuwe ontwikkelingen vinden plaats bij de grote gebiedsontwikkelingen, zoals de MWKZ. Innovatielocaties: het benutten van de ontwikkelruimte op het USP en de omliggende gebieden. We werken het regionale programma voor innovatielocaties lokaal uit. Wijkeconomie: we werken de verdere inzet voor wijkeconomie uit in het Uitvoeringsprogramma Werklocaties

MPR 2026

24

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Maatschappelijke voorzieningen Ambitie van de Opgave Groei in balans en Ongelijk investeren voor gelijke kansen De groei van de stad dient samen te gaan met een toename in de maatschappelijke voorzieningen, vanwege hun belang voor de ontwikkeling, beleving, ontmoeting en ondersteuning van alle inwoners. Het gaat om scholen, sportaccommodaties, buurtcentra, culturele voorzieningen en speelruimte. Uitgangspunt is om kwaliteit en leefbaarheid centraal te laten staan bij de verdere ontwikkeling van de stad: we willen groeien in balans. Voor een gezonde groei van de stad groeien de voorzieningen mee met de bevolking. Dit doen we onder andere door vooral te investeren in buurten en inwoners die dat het hardste nodig hebben.

•

•

• Onze ambities staan beschreven in de Sociale Visie Utrecht, de Ruimelijke Strategie Utrecht 2040, het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen en de thematische huisvestingsnota’s. Dit leidt tot een programmering op hoofdlijnen voor de langere termijn en meer concrete programmering voor de eerstkomende jaren. Netcongestie zorgt ervoor dat nieuwe voorzieningen voorlopig geen grootverbruik aansluiting kunnen krijgen, voor kleinverbruik dreigt een wachtlijst. We werken samen met het Rijk, de regio en netbeheerders aan oplossingen voor netcongestie. Beleidsnota’s, uitvoeringsprogramma’s en rapportages Per opgave in het maatschappelijk domein zijn ambities en doelstellingen vastgesteld. Het gaat om de volgende nota's: • Voor Cultuur is het Uitvoeringsprogramma cultuurparticipatie 20242028 en het Uitvoeringsprogramma Huisvesting Culturele en Creatieve Sector 2025-2028 leidend. Hierin zijn de kwantitatieve kaders vanuit de RSU2040 inhoudelijk aangescherpt. Ook is de

Nachtvisie 2030 vastgesteld. Op 27 maart 2025 heeft de gemeenteraad de nieuwe Beleidsnota Onderwijshuisvesting vastgesteld. In dezelfde periode heeft B&W het Uitvoeringsprogramma Onderwijshuisvesting 2026-2041 vastgesteld. Beleidsnota en uitvoeringsprogramma vormen samen het IHP (Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorziening). Besluitvorming over investeringen in onderwijshuisvesting loopt hierin mee. De Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 is begin 2025 vastgesteld door de raad. Hoe we de ambities en doelstellingen uit de nota bereiken, werken we in afstemming met de stad uit in vier uitvoeringsprogramma’s. Welzijn werkt vanuit de kadernota Meerjarig perspectief buurtcentra in buurten en wijken voor de periode 2022–2032.

Maatschappelijke voorzieningen blijven achter Met het huidige groeitempo en de schaarse middelen voor nieuwe investeringen lukt het niet om het voorzieningenniveau evenredig te laten meegroeien met het aantal inwoners, zoals beoogd is in de RSU. Daarvoor is onvoldoende geld en ruimte beschikbaar. Investeringen die nu niet worden gedaan, kunnen in sommige gevallen niet meer worden ingehaald. Bijvoorbeeld als het gaat om de bouw van sporthallen in plaats van gymzalen. Als de gymzalen eenmaal zijn gerealiseerd, kan er later niet alsnog een sporthal worden ingepast.

MPR 2026

25

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Maatschappelijke voorzieningen Actuele ontwikkelingen Sport Sport- en beweegaccommodaties zijn een basisvoorziening voor alle Utrechters. Tot en met 2030 investeren we daarom in nieuwe sportvelden, sporthallen en een nieuw zwembad. Door het ontbreken van middelen hebben we in voorgaande jaren geplande sportvoorzieningen moeten uitstellen of afstellen. We zien dat de investeringen die we doen tot en met 2030 niet genoeg zijn om de sportvoorzieningen in de stad voldoende (snel) mee te laten groeien met de groei van het aantal woningen. Daarmee lopen we achter op onze doelstellingen. We constateren dat op basis van de ontwikkelingen in de bestaande stad tot en met 2040 de tekorten verder oplopen. Voor sporthallen betekent dit dat we in 2030 één extra sporthal nodig hebben en in 2040 5,5 sporthallen. Voor voetbal geldt dat we in 2040 7 velden op de zaterdag tekort komen, voor hockey 8 velden, voor rugby 1 veld en voor tennis 62 banen. We blijven daarvoor zoeken naar geschikte locaties en middelen voor realisatie. Aanvullend daarop zorgen grote gebiedsontwikkelingen in de stad, waaronder Rijnenburg, voor een extra vraag naar sportvoorzieningen.​ Cultuur Onze ambitie is om 25 culturele wijkvoorzieningen in 10 wijken (15.625 m²) te realiseren voor 2040. Daarnaast willen we tegen die tijd zowel een grotere als een kleinere stedelijke culturele voorziening toevoegen aan de stad.

Vanwege schaarse middelen hebben we er eerder voor gekozen om de realisatie van wijkcultuurhuizen en stedelijke voorzieningen te temporiseren. Projecten zonder vastgestelde locatie

schuiven door. Tegelijkertijd werken we de komende periode aan de realisatie van vier nieuwe culturele wijkvoorzieningen.​ Voor de realisatie van 80.000 m² extra werkruimte voor de culturele en creatieve sector is in de RSU2040 reeds 30.000 m² als ambitie opgenomen, waaronder in het Werkspoorkwartier, Nieuw-Overvecht , Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. Dit vertalen we naar concrete projecten. In de programmatische verkenning van Rijnenburg is aanvullend 7.000 tot 14.000 m² opgenomen. Voor de resterende 45.000 m² zoeken we naar geschikte locaties. Door veranderde marktomstandigheden en het stoppen van locaties hebben we in de afgelopen periode circa 5.000 m² gerealiseerd. Daarmee blijven we achter op onze ambitie, maar de ontwikkeling van nieuwe locaties loopt door. Zo voegen we de komende tijd locaties toe, bijvoorbeeld in de Vlampijpateliers, in tijdelijke panden zoals Parkeergarage Paardenveld en het Attleeplantsoen en nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals Tussen de Rails. ​ Welzijn Tot 2030 zijn buurtcentra, buurtkamers en jongerenhuiskamers geprogrammeerd. Tussen 2030 en 2040 zijn er op basis van de actuele bevolkingsprognose stadsbreed nog vier buurtcentra inclusief jongerenhuiskamer nodig. De locaties zijn nog niet bepaald. We onderzoeken de komende jaren de behoefte aan overige welzijnsaccommodaties (beheerde speeltuinen, scouting en volkstuinen).

De welzijnsaccommodaties groeien mee volgens de in beleid vastgestelde normen per type wijk. ​

Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting inclusief programmering komt aan bod in het IHP (Beleidsnota en uitvoeringsprogramma onderwijshuisvesting). Omdat onderwijshuisvesting een wettelijke taak van de gemeente is met vastgestelde normen met betrekking tot capaciteit voor huisvesting, is het uitgangspunt dat we zodanig programmeren dat het aantal schoolgebouwen automatisch meegroeit bij de ontwikkeling van nieuwe wijken. In het uitvoeringsprogramma van het IHP hebben we voorzien in nieuwbouw en renovaties ten behoeve van voldoende en kwalitatief goede gebouwen. Er is echter geen geld vrij gemaakt voor aanvullende beleidsambities op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie, circulair bouwen of inclusieve onderwijshuisvesting. Bovendien zijn nog niet alle investeringen in het IHP op lange termijn (na 20235) financieel gedekt. Dit brengt het risico met zich mee dat we op lange termijn onvoldoende middelen hebben om aan onze wettelijke taak op het gebied van onderwijshuisvesting te voldoen. Ook blijft een aandachtspunt de financiële ontwikkelingen rond het bouwen van nieuwe scholen in nieuwe wijken waar wordt verdicht binnen de bestaande stad, zoals de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. Tenslotte is de betaalbaarheid van kinderopvangruimte bij diverse schoolgebouwen een uitdaging. We onderzoeken hoe hiermee om te gaan.

MPR 2026

26

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Maatschappelijke voorzieningen Programmering Sport • De realisatie van het zwembad Maximapark staat gepland in 2030. • Voorbereidingen lopen voor de sporthallen Cartesiusdriehoek (ingebruikname 2027), Merwedekanaalzone (2028) en de en sporthal Overvecht (2030). • We zetten de komende twee jaar nog twee natuurgrasvelden om in kunstgras (de Dreef en Voordorp). • Uitbreiding/inpassing sportvelden: Nieuw Welgelegen eerste fase (twee sportvelden 2030) en 5e hockeyveld Rijnvliet (2025/2026 variantenstudie Strijkviertel, realisatie 2028)​. • Sporthallen Voordorp, Vleuten en de uitbreiding met velden van Maarschalkerweerd Noord en Nieuw Welgelegen 2e fase zijn uitgesteld vanwege ontbrekende middelen. Onderwijshuisvesting In lijn met het Uitvoeringsprogramma Onderwijshuisvesting 20262041 gaan wij de komende jaren een aanzienlijke uitbreiding realiseren van het primair- en voortgezet onderwijs. • Er komen lagere scholen bij in de buurten Leeuwesteyn en Groenewoud (Leidsche Rijn), Merwedekanaalzone, Cartesiusdriehoek en het Beurskwartier. • Het voortgezet onderwijs breidt uit in Merwedekanaalzone, Leidsche Rijn, Overvecht en Vleuten-De Meern en in het Utrecht Science Park/Rijnsweerd. Welzijn • We realiseren een nieuw buurtcentrum en jongerenhuiskamer in de Merwedekanaalzone en twee kleinere buurtcentra in Overvecht. Voor Overvecht betrekken we dit bij de Programmatische

uitgangspunten doorontwikkeling maatschappelijk vastgoed Overvecht. Zorg • We realiseren een nieuw gezondheidscentrum in Merwedekanaalzone. Naast eerstelijnszorg komen hier ook KOOS en het Buurtteam. • Het activiteitencentrum WIJ 3.0 wordt ook in Merwedekanaalzone gerealiseerd.

•

beschikbaar​. 1.200–2.400 m² via uitgifte in Tussen de Rails voor een broedplaats (15 jaar)​.

Een overzicht van ​alle geprogrammeerde projecten is te vinden in de bijlage.

Cultuur De volgende wijk- en jongerencultuurhuizen zijn geprogrammeerd:​ • Wijkcultuurhuis Merwede​. • Jongerencultuurhuis Berlijnplein (onderdeel Cultuurcluster, Leidsche Rijn)​. • Jongerencultuurhuis De Tol (Vleuten-De Meern)​. • Wijkcultuurhuis De Musketon (Lunetten)​. • Zoekgebieden voor nieuwe initiatieven: USP/Rijnsweerd, Papendorp/Groenewoud, Noordwest, Centrum, Oost, Beurskwartier, Overvecht en Rijnenburg.​

Stedelijke culturele voorzieningen:​ • Cultuurcluster Berlijnplein: 9.200 m² voor dans, theater, beeldende kunst, mode, design, amateurkunst en werkruimte (oplevering medio 2028)​. Werkruimte culturele en creatieve sector (selectie):​ • Ca. 2.680 m² Vlampijpateliers, permanent​. • Ca. 2.000 m² Attleeplantsoen 39, tijdelijk beschikbaar​. • Ca. 2.250 m² op een etage van parkeergarage Paardenveld, tijdelijk MPR 2026

27

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Maatschappelijke voorzieningen Knelpunten in de investeringsprogrammering opgelost Het investeringspakket Groei in balans is onderdeel van het coalitieakkoord 2022-2026. In dit pakket zijn onder andere uitbreidingsvoorzieningen opgenomen voor sport, welzijn en zorg. Het betreft 3 sporthallen, de uitbreiding van sportparken Nieuw Welgelegen en Rijnvliet, zwembad Maximapark, en diverse welzijns- en zorg voorzieningen in Merwede en Overvecht. De toekomstige jaarlasten voor deze uitbreidingen zijn verwerkt in de begroting maar een bijgestelde raming op basis van actualisatie naar het juiste prijspeil en actuele ontwikkelingen laat een tekort zien ten opzichte van het eerder beschikbaar gestelde budget. Het gaat om de volgende voorzieningen: ▪ Sporthallen: Cartesius Driehoek, Merwede en Overvecht. ▪ Sportparken: twee velden op sportpark Nieuw Welgelegen, omzetten van twee natuurgras velden naar kunstgras velden op sportpark De Dreef en Voordorp. ▪ Zwembad Maximapark. ▪ Overvecht: buurtcentrum Burezina, buurtkamer Rozendaal. ▪ Merwede: Gezondheidscentrum, activiteitencentrum WIJ 3.0, en een buurtcentrum & jongerenhuiskamer. Alle ramingen zijn nu –conform de handleiding projectbeheersinggebaseerd op het prijspeil van oplevering. De geactualiseerde jaarlasten voor de opgenomen uitbreidingsvoorzieningen leiden tot meevallers in 2027 en 2028 en tegenvallers vanaf 2029.

De tegenvaller bedraagt vanaf 2030 €777.000 structureel. Het totale financiële beeld van meeen tegenvallers is onderdeel van de Voorjaarsnota 2026: daarmee zijn de knelpunten opgelost. Hierna volgt nadere informatie per investering.

Zwembad Maximapark De exploitatieraming is in 2025 herijkt. Als gevolg van netcongestie is een all-electric zwembad op dit moment niet mogelijk. In 2025 is onderzocht hoe om te gaan met netcongestie. Dit leidt tot aanvullende investeringen en exploitatielasten. De herijkte zwembadexploitatie en de netcongestieoplossing leidt tot € 395.000 aan structureel hogere jaarlasten voor het zwembad. Hiervan is € 153.000 hogere kapitaalslasten en € 242.000 hogere exploitatielasten. De aanvullende exploitatielasten voor de netcongestie oplossing (€140.000) zijn tijdelijk. Wanneer de beperkingen voor netcongestie zijn opgeheven, komen deze tijdelijke kosten te vervallen.

Knelpunt VJN in €1.000

2027

2028

2029

2030

struc

485

485

292

292

MPR 2026

28

Sport, zorg en welzijn (exploitatie) Sport, zorg en welzijn (kapitaallasten) -1.693

-1.187

152

Voorzieningen Merwede Ontwikkelaars hebben medio 2025 actuele koopprijzen afgegeven voor de welzijns- en zorgvoorzieningen in Merwede. Deze koopprijzen liggen hoger dan eerder afgegeven koopprijzen in 2023 en 2024. Daarnaast zijn alle exploitatielasten geraamd op prijspeil oplevering. Dit leidt tot € 272.000 aan structureel hogere jaarlasten. Hiervan is € 84.000 hogere kapitaalslasten en € 188.000 hogere exploitatielasten. Overige sportvoorzieningen Alle exploitatielasten zijn geraamd op prijspeil oplevering. Dit leidt tot € 110.000 aan structureel hogere jaarlasten. Hiervan is € 55.000 hogere kapitaalslasten en € 55.000 hogere exploitatielasten. Tegenover het structurele knelpunt, zorgt vertraging van een aantal reeds geprogrammeerde projecten ervoor dat het knelpunt voor 2029 gedempt wordt en dat er in 2027 en 2028 zelfs sprake is van forse meevallers.

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Duurzame mobiliteit Ambitie van de opgave Om gezond stedelijk leven en de groei van de stad mogelijk te maken, zetten we in op de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit). We streven naar een stad waarin mobiliteit en bereikbaarheid voor iedereen op orde is. Daarbij borgen we de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. We werken hierbij vanuit de kaders van de RSU2040 en het Mobiliteitsplan 2040. Actuele ontwikkelingen Traditioneel is het laatste jaar van de collegeperiode het beleidsarme jaar. In dit jaar worden daarom geen nieuwe aanvullende investeringen aangekondigd in het MPB. Wel lossen we knelpunten op voor lopende werken. De laatste actuele ontwikkelingen rondom diverse toezeggingen en moties zijn te vinden in Raadsbrief Verzamelbrief Mobiliteit . Voor de laatste cijfers over de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit verwijzen we naar de Monitor mobiliteitsplan 2025, die we naar verwachting in Q2 2026 actualiseren. De voortgang van alle geprogrammeerde projecten is te vinden in de Voortgangsrapportage Programma Duurzame Mobiliteit 2025, die we naar verwachting Q4 2026 actualiseren. Programmering Voor de volledige programmering van de investeringen vanuit het Programma Bereikbaarheid, verwijzen we naar de geheime bijlage met de projecten van het MPR.

In deze bijlage geven we ook aan bij welke projecten wordt samengewerkt met Beheer Openbare Ruimte (BOR).

MPR 2026

29

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Toelichting op financiën en programmering MPB 2026 We actualiseren jaarlijks het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB). Projecten lopen meerjarig en leggen beslag op de middelen in de komende jaren. Bij de actualisatie van het MPB worden de verwachte uitgaven van de projecten over de komende jaren bijgesteld (kasritme). Op basis hiervan bepalen we welke financiële ruimte er beschikbaar is om knelpunten op lopende werken op te lossen, waarbij we de resultaten van afgesloten projecten bij de jaarverantwoording, eventuele bijdragen van derden en indexeringsmiddelen meenemen. Hieronder lichten we toe welke middelen beschikbaar zijn voor herprogrammering, hoe deze worden ingezet en wat de actualisatie betekent voor het financiële beeld. Toelichting financiële methodiek Jaarlijks voegen we een bedrag vanuit de gemeentelijke middelen toe aan het Meerjarig Investeringsprogramma Bereikbaarheid (MIB). Daarnaast dekken we een deel van de investeringen vanuit gelden van

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

derden (met name subsidies). Met dit beschikbare meerjarige investeringsbudget programmeren we projecten over de jaarschijven. Deze jaarschijven nemen we op in de begroting. Knelpunten zijn extra kosten op lopende projecten die niet kunnen worden opgevangen binnen het bestaande projectenbudget. Een knelpunt niet programmeren, betekent dat we een project niet kunnen voortzetten. Binnen het MIB is een reserve ingesteld waardoor de fasering van uitgaven in een jaar niet gelijk hoeft te lopen met de beschikbare budgetten in een bepaald jaar. De verschillen worden verrekend met de reserve. Deze reserve mag niet onder nul uitkomen.

GRONDEXPLOITATIES

Planningsoptimisme Bij het bepalen van de te verwachte uitgaven in een jaar houden we rekening met een planningsoptimisme van 20%. De verwachte totale uitgaven van alle projecten in een jaar verlagen we met 20%. Dit doen we omdat programmabreed nooit alle uitgaven conform planning verlopen. Middelen blijven beschikbaar voor het project (waarvoor ook krediet is vrij gevraagd) en schuiven in de planning door naar een volgend jaar.

Daarmee wijkt deze financiële systematiek voor het investeringsprogramma bereikbaarheid af van de reguliere systematiek van jaarlijks in de begroting terugkerende budgetten en bestedingen.

MPR 2026

30

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

Voor- en nadelen op afgesloten en lopende projecten Bij de Jaarstukken 2025 sluiten we negen projecten af. Dit leidt per saldo tot een aanvulling van de reserve van 0,9 miljoen euro. De lijst van projecten inclusief toelichting is te vinden in de Jaarstukken onder Paragrafen; Af te sluiten investeringsprojecten; Bereikbaarheid.

Projecten (Bedragen x € 1.000,-)

Tot slot, zoals te lezen in deze Raadsbrief, hebben we besloten om te stoppen met het integrale project Blauwkapelseweg (BKW). De reeds gemaakte kosten van het Integrale Project (0,067 miljoen euro) zijn verrekend. Van het totaalbudget voor het integrale project van 0,9 miljoen euro valt 0,6 miljoen euro vrij. Dit gebruiken we voor een bijdrage aan de exploitatie van het Grondstoffendepot in 2026 en 2027. Het resterende budget van 0,233 miljoen euro zetten we in voor de mobiliteitsaanpak van de Kruising Blauwkapelseweg-Alexander Numankade.

Vrijval van de vaste activa reserve uit diverse projecten

Aanvullende subsidie verkenning naar locatie gebouwde stalling bij station Vaartsche Rijn

98

Fietsenstalling in P1/P4 (krediet fietsenstallingen)

558

Fietsenstalling Station Lunetten (krediet fietsparkeren stations)

300

Herinrichting Koningsweg - stedelijk deel

250

Looproutes toegankelijke Bushaltes

500

Doorstromingsprojecten

471

Westelijke Stadsboulevard - bushalten deelgebied 4 Majellaknoop

500

Totaal technische mutaties (subsidies)

1.262 387 4.526

896 1.772

Blauwkapelseweg t.b.v. Grondstoffendepot exploitatie 2026 -2027

600

Totaal voor- en nadelen op afgesloten en lopende projecten

3.268

Inzet budget loon- en prijscompensatie

200

Verkeersveiligheidssubsidie PU

Bedrag

Bedrag

Planstudie Fietsenstalling Vaartsche Rijn (krediet fietsenstallingen)

Investeringsimpuls Verkeersveiligheid (SPV subsidie) totaal 15 locaties

Onderstaande tabel toont het totaaloverzicht van voor-en nadelen op afgesloten en lopende projecten:

Saldo 9 projecten afgesloten in Jaarstukken 2025

GRONDEXPLOITATIES

Subsidies: technische mutaties Deze technische mutaties betreffen subsidies die nog niet in de begroting zijn verwerkt. Hiermee verhogen we de projectbudgetten, waar we in de bestuursrapportages het krediet voor vrij vragen. We hebben in totaal 4,5 miljoen euro aan nieuwe subsidies ontvangen t.o.v. MPR 2025. De subsidies komen vanuit de provincie Utrecht (3,2 miljoen euro) en het Rijk (SPV subsidie 1,3 miljoen euro).

We hebben daarnaast vrijval van middelen uit de vaste activa reserve vanwege diverse projecten die al eerder zijn afgesloten. Het betreft de Doorfietsroute Veenendaal, Herinrichting Wittevrouwen, Herinrichting Nachtegaalstraat en Fietsenstalling House Modernes. De totale vrijval bedraagt 1,77 miljoen euro.

Projecten (Bedragen x € 1.000,-)

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

MPR 2026

31

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

Knelpunten op lopende projecten Projectbudgetten zijn kaderstellend. Op basis van een (globale) verkenning wordt het projectbudget bepaald. Bijstelling van het budget kan gaandeweg nodig zijn, bijvoorbeeld omdat een project langer loopt dan vooraf gepland of vanwege prijsstijgingen. Daarnaast kunnen extra noodzakelijke onderzoeken of scopewijzigingen (o.a. als gevolg van participatie) leiden tot hogere kosten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ingepaste knelpunten. Deze knelpunten zijn weergegeven exclusief rente, in het geval dat dekking van het knelpunt loopt via structurele kapitaallasten. Dit is van toepassing voor het project Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding. Knelpunten (Bedragen x € 1.000,-)

Bedrag

1. Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding

7.000

2. Maliebaan

3.400

3. Socrateslaan

2.000

4. Grondstoffendepot

600

5. Bestemming Catharijnesingel

450

6a. Indexatie Merwedelijn spaarbedrag

270*

6b. Plankosten Merwedelijn

300*

7. Doorfietsroute om de noord

2.000

8. Doorfietsroute Utrecht – Hilversum Totaal knelpunten *structureel

1.950 17.840

Voor alle projecten (uitgezonderd grondstoffendepot) geldt dat deze te maken hebben met gestegen uurtarieven en materiaalkosten wat leidt tot kostenverhogingen. Deze kostenverhogingen zijn onderdeel van het knelpunt. Op deze pagina omschrijven we kort de specifieke oorzaken die leiden tot het knelpunt. Een uitgebreidere toelichting over de voortgang van alle lopende projecten – inclusief onderstaande projecten met een knelpunt - delen we in de Voortgangsrapportage Mobiliteit (verwachte publicatie is Q4 2026).

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

1. Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding Het project Boorstraat voegt een verkeersveilige verbinding toe voor voetgangers en fietsers tussen de wijken Pijlsweerd en Daalsebuurt en stimuleert een gezonde manier van verplaatsen. Daarnaast ontsluit de verbinding het Wisselspoorgebied en Cartesiusdriehoek, die een belangrijke bijdrage leveren aan de woningbouwopgave van de stad. Het knelpunt bevat naast hogere engineeringskosten en opslagen enkele scope wijzigingen: o.a. een ecologische verbinding, trappartijen aan de westzijde, extra groutankers en hogere bemalingskosten. Dekking voor de totale investering van 47 miljoen euro is noodzakelijk om dit jaar het overdrachtsdossier naar ProRail te kunnen afronden, zie ook TunnelAlliantie | ProRail. 2. Maliebaan Zoals ook benoemd in (Raadsbrief Verzamelbrief Mobiliteit ) hebben we te maken met een aantal aspecten die leiden tot hogere kosten. Het gaat om het bereikbaar houden van de omgeving, archeologische vondsten en wijzigingen in de ondergrond.

3. Socrateslaan Zoals ook benoemd in (Raadsbrief Verzamelbrief Mobiliteit) hebben we diverse meerwerken te melden: extra archeologisch onderzoek, extra legeskosten, stagnatiekosten, extra asfaltonderzoek en extra bodemonderzoek. 4. Grondstoffendepot Zoals ook gemeld op pagina 31, gebruiken we een gedeelte van het budget dat vrijvalt op het integrale project Blauwkapelseweg, voor een bijdrage aan het exploitatietekort van het Grondstoffendepot in 2026 en 2027.

GRONDEXPLOITATIES

het projectteam.

6a. Indexatie Merwedelijn spaarbedrag We verwachten dat de Bestuursovereenkomst (BOK) Merwedelijn waarin een indexatie wordt opgenomen - eind dit jaar in werking treedt. Alle partijen (Rijk, Provincie Utrecht en Gemeenten Nieuwegein en Utrecht) indexeren het budget vanaf dit jaar. Indexatie hebben we gebaseerd op de grondslag materiële kosten uit Programma Begroting 2026 en bedraagt 2,7%. Deze indexatie passen we per 2026 structureel toe op het spaarbedrag voor de Merwedelijn zoals omschreven in MPR 2025 (10 miljoen per jaar). 6b. Plankosten Merwedelijn In de programmering zit sinds MPR2025 een structurele post van 0,3 miljoen euro voor plankosten MIRT verkenning die vorig jaar niet apart is benoemd. Bij dezen doen we dat in dit MPR. 7. Doorfietsroute om de noord In het Definitief Ontwerp (DO) hebben we aanvullende werkzaamheden opgenomen die in het VO nog niet of beperkt waren voorzien, zoals volledige verwijdering van asfalt en fundering, verwerking van teerhoudend asfalt en een verder uitgewerkte groenen terreininrichting. 8. Doorfietsroute Utrecht – Hilversum Voor het Utrechtse deel van deze route (zie ook Doorfietsroute Hilversum - Utrecht (F27) | provincie Utrecht) hebben we een nieuwe raming opgesteld op basis van het Integrale Programma van Eisen (IPVE). Hierin hebben we een langere doorlooptijd opgenomen en een risicoreservering toegevoegd.

Het knelpunt kan in het lopende jaar kleiner worden na afstemming met de provincie over verhoging van bijdrage, dit levert dan in MPR 2027 mogelijk een vrijval op.

5. Bestemming Catharijnesingel Zoals ook benoemd in (Raadsbrief Verzamelbrief Mobiliteit en Raadsmemo Update Catharijnesingel ) zorgt de bezwaarprocedure voor extra juridische kosten en meer inzet vanuit MPR 2026

32

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Programmering waarover eerder is besloten / wijziging van inzet geprogrammeerde middelen Inzet CDOKE middelen Conform de motie (2025/M550 Vrije CDOKE is niet OK) gaan we in op de verdeling van de landelijke Klimaatmiddelen. Voor het Programma Duurzame bereikbaarheid gaat het in 2026 om activiteiten gericht op het regisseren van een aanbod en het stimuleren van het gebruik van elektrische deelauto's en de uitvoeringskosten van de monitoring van de registratie werkgebonden personenmobiliteit door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Het gaat hierbij om een totaal van 0,45 miljoen euro aan lasten. Inzet middelen Verkeersveiligheid Voor 2026 zetten we 0,14 miljoen euro vanuit middelen toegewezen in de Programmabegroting 2026 in voor de aanpak risicovolle oversteken (zie ook Raadsbrief Toezeggingen verkeersveiligheid Utrecht ). Herprogrammeren voor beheerdersruimte P+R Westraven We verbeteren P&R Westraven om de parkeergarage geschikt te maken voor parkeren op afstand (POA). We verbeteren de wachtruimte, de beheerdersruimte en de (fiets)parkeerervaring van de P+R. De benodigde middelen hiervoor hevelen we over van de parkeerexploitatie naar het investeringsbudget.

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Herprogrammeren voor onderdelen Dom tot Damroute We herprogrammeren 0,9 miljoen euro uit het budget Vechtroute dat vrijvalt (zie ook Raadsbrief Doorfietsroute langs de Vecht), voor de realisatie van onderdelen van de Dom tot Damroute (op Lage Weide: Rutherfordweg en Westkanaaldijk). De helft van de subsidie vanuit provincie Utrecht (circa 0,5 miljoen euro) gekoppeld aan de Doorfietsroute langs de Vecht komt daardoor te vervallen. Deze herprogrammering draagt bij aan de verkeersveiligheid op industrieterrein Lage Weide (zie ook A185 Verkeersveiligheid Lage Weide ). Het restbudget van de Doorfietsroute langs de Vecht bedraagt 0,25 miljoen euro en de resterende helft van de subsidie vanuit provincie Utrecht (circa 0,5 miljoen euro). Dit blijft beschikbaar voor maatregelen op deze route (omgeving rond Roode brug en Draaiweg). Herprogrammeren nieuwe fietsenstallingen Het resterend budget van 0,516 miljoen euro voor “Fietsenstallingen Binnenstad” voegen we toe aan het budget “Fietsenstallingen” zoals opgenomen in het MPR 2025. Daarmee is er totaal 12,569 (12,053 + 0,516) miljoen euro beschikbaar voor de planvorming en bouw van stallingen zoals een binnenstadsstalling, de uitbreidingen van de Vaartsche Rijnstalling en de Knoopstalling.

MPR 2026

33

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Verloop van de reserve Bereikbaarheid (financieel beeld) Onderstaande grafieken laten het verloop zien van de reserve Meerjarige Investeringen Bereikbaarheid (reserve MIB) voor de komende 6 jaar (t/m 2032). Hierin zijn verwerkt: - De knelpunten en wijziging van inzet geprogrammeerde middelen zoals genoemd op voorgaande pagina’s. Dit resulteert in een laagste stand van de reserve in 2028 van 4,5 miljoen euro. Deze resterende stand en het verloop naar de toekomst betreft ruimte voor toekomstige knelpunten en eventueel aanvullende noodzakelijke investeringen die nu nog niet zijn geprogrammeerd. - De stijgende lijn van vrije programmeerruimte vanaf 2031 is niet volledig beschikbaar voor nieuwe beleidsambities. In de praktijk is

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

deze ruimte lager doordat er de komende jaren investeringsopgaven ontstaan die in lijn liggen met onze huidige programmering en logischerwijs volgen uit lopende planstudies. Voorbeelden hiervan zijn: - De continuering van programmamiddelen binnen Anders Reizen (Goederenvervoer, Fietsdeals, Vervoersongelijkheid, Goed op Weg etc). - Het realiseren van de ontbrekende schakels in de Dom-totDam route, waaronder ook dekking voor de Werkspoorbrug/Demkabrug.

MPR 2026

34

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Actualisatie Parkeerbegroting In dit hoofdstuk benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen ten aanzien van fiets- en autoparkeren. We rapporteren over het opheffen van parkeerplekken. Tevens actualiseren we de begroting en lichten we de mutaties toe. Parkeerinkomsten autoparkeren Aan het begin van de raadsperiode 2022-2026 hebben we afspraken gemaakt over straatparkeren, onder meer een tariefverhoging en de stadsbrede invoering van betaald parkeren. In de Voorjaarsnota 2025 hebben we aangegeven te werken aan een verbetering van de ramingsfunctie van de parkeerexploitatie. In de commissie Veiligheid, Bestuur, en Financiën van 19 juni 2025 over de jaarstukken 2024 is toegezegd dat wij terugkomen op de ontwikkelingen in de parkeerramingen. Ten behoeve van de Voorjaarsnota 2026 en het MPR 2026 hebben we de verschillen tussen de begroting en realisatie in de afgelopen jaren geanalyseerd. Op basis van deze ervaringscijfers Meerjarenraming parkeerbegroting Bedragen x €1.000

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

van de afgelopen jaren hebben wij de meerjarenraming straatparkeren herijkt. Hierbij merken we op dat er altijd onzekerheden zijn in de baten, omdat deze afhankelijk zijn van menselijk gedrag. Ten opzichte van voorgaande jaren zien we een kortere parkeerduur, minder transacties en daling van de betalingsbereidheid. Door de daling van de betalingsbereidheid zien we een stijging in de aantallen naheffingen (parkeerboetes). In de komende vier jaren leidt dit conform de geactualiseerde meerjarenraming tot lagere opbrengsten dan begroot (waarbij rekening is gehouden met de financiële consequenties van het raadsbesluit over de planning van blok 2). Het verschil dekken we grotendeels uit de egalisatiereserve parkeren. Dit past bij het doel van deze reserve, het opvangen van schommelingen in de parkeerexploitatie. Hierdoor loopt de reserve terug richting nihil in 2030. Het deel dat niet uit de reserve gedekt kan worden, vormt een knelpunt dat onderdeel is van de Voorjaarsnota 2026. Gegeven de inherente onzekerheden blijven we de komende

GRONDEXPLOITATIES

jaren het verloop van de parkeerreserve monitoren en rapporteren we hierover in de Voorjaarsnota’s. Naast het bepalen van de financiële impact hebben we afspraken gemaakt over de begrotingsmethodiek. Jaarlijks actualiseren we de meerjarenraming integraal, zowel de raming van het parkeren op straat als in de garages. De actualisatie beslaat de periode tot en met de afronding van de stadsbrede invoering betaald parkeren. In de begroting verwerken we de aanpassingen voor het lopende jaar en de komende vier jaren. Eventuele bijstellingen worden verrekend met de egalisatiereserve parkeren. Daarmee sluiten we aan bij de binnen de gemeente gehanteerde begrotingsmethodiek en verwachten we een gezonde basis te creëren voor de komende raadsperiode.

Realisatie 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Begroot 2029

Begroot 2030

-88.878 -1.698 -90.576

-91.532 -1.512 -93.045

-96.086 -1.512 -97.599

-97.910 -1.512 -99.422

-99.507 -1.212 -100.719

-102.265 -1.512 -103.777

31.906 12.602

36.435 13.437

36.652 14.209

36.755 14.151

37.414 13.939

38.155 13.939

Baten Uitvoeren maatregelen autoparkeren Uitvoeren maatregelen fietsparkeren Totaal baten Lasten Uitvoeren maatregelen autoparkeren Uitvoeren maatregelen fietsparkeren Totaal lasten

44.508

49.872

50.861

50.906

51.353

52.094

Saldo baten en lasten

-46.068

-43.173

-46.738

-48.516

-49.366

-51.683

Mutaties reserves

2.582

-3.564

-2.623

-2.582

-3.623

-1.723

Toevoeging reserves

15.891

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

-13.309

-3.564

-2.623

-2.582

-3.623

-1.723

Saldo na mutaties reserves

-43.486

-46.736

-49.361

-51.098

-52.989

-53.406 MPR 2026

35

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

Overige ontwikkelingen autoparkeren • We hebben in 2025 de parkeergarage Paardenveld in gemeentelijk beheer genomen. In Q3 2025 heeft de raad een besluit genomen over de invulling van deze parkeergarage. Vanuit het parkeerdeel zullen inkomsten gegenereerd worden. Deze inkomsten vloeien rechtstreeks naar de exploitatie van de business case van de parkeergarage Paardenveld en zijn niet opgenomen in de parkeerbegroting zoals hierboven gepresenteerd. • In parkeergarages Kop van Lombok, Paardenveld en Springweg is sprake van structurele overlast en veiligheidsrisico’s. Eerder getroffen maatregelen in garage Kop van Lombok hebben de situatie verbeterd. Voor een structurele borging van veiligheid en beheersbaarheid zijn aanvullende eenmalige technische en bouwkundige maatregelen nodig, evenals doorlopende inzet op nachtbeveiliging, surveillance en extra schoonmaak. We dekken de kosten van 2026 voor garage Kop van Lombok en Springweg eenmalig uit de parkeerreserve. • We starten dit jaar met de aanbesteding voor het Parkeer-RouteInformatie-Systeem (PRIS): het parkeerverwijssysteem naar de garages in de binnenstad. • De planning voor invoeren betaald parkeren (IBP) blok 2 is vastgesteld door de gemeenteraad. IBP blok 2 gaat in 2026 met een half jaar uitstel van start.

Het uitstel geeft ruimte om de basis op orde te brengen van het parkeermanagementsysteem en verbeteringen door te voeren voordat blok 2 start.

•

•

• Ontwikkelingen fietsparkeren • Afgelopen jaren hebben we exploitatiebudget gereserveerd dat past bij de ambitie voor meer gebouwde en bemenste fietsenstallingen. Deze projecten worden later opgeleverd door vertragingen waardoor het budget vrijvalt.

•

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

Voor nieuwe stallingen gaan we werken met toezicht op afstand via camera’s en toegangspoortjes om fietsdiefstal en overlast te voorkomen. De NS gebruikt dit systeem voor stallingen bij een groot aantal stations. We willen twee nieuwe stallingen in Leidsche Rijn Centrum (Stadstuin en Cultuurcluster) inrichten met deze toegangspoortjes en camera’s. Omdat de projecten in verschillende jaren opgeleverd worden, spreiden we deze kosten over 2026 en 2027. Bij stations Vaartsche Rijn en Overvecht zien we dat fietsen buiten de rekken staan. En dat de groei van treinreizigers doorzet waardoor meer plekken nodig zijn. In 2025 hebben we onderzocht wat we kunnen doen aan de fietsen op de stoepen bij station Vaartsche Rijn totdat de uitbreiding van de fietsenstalling gereed is (we stuurden deze Brief). We hebben inmiddels markeringen aangebracht om duidelijk te maken waar fietsen wel en niet horen te staan en wat de route is naar de ingang van de stalling. Bij station Overvecht zien we dat aan de noordzijde veel fietsen buiten de rekken staan. We willen hier ook duidelijk maken waar fietsen wel en niet horen te staan én waar de ingang van de gebouwde NS-stalling is. We maken hiervoor in 2026 een plan. We zien pas op lange termijn kansen om het aantal plekken uit te breiden op een manier die past bij de Omgevingsvisie Overvecht en de gewenste kwaliteit in de openbare ruimte.

Hierdoor komen we fietsparkeerplekken tekort. Daarom kijken we in 2026 ook met ProRail en NS welke maatregelen we kunnen nemen om de komende jaren voldoende fietsparkeerplekken te hebben. We blijven werken aan het verminderen van tekorten aan fietsparkeerplekken in de stad (rekken en vakken). En gaan in de periode 2026 t/m 2029 door met de aanpak om fietsparkeerplekken te maken in de binnenstad en vooroorlogse buurten (we stuurden deze brief). Vanwege de schaarse openbare ruimte verschuift deze aanpak voor de binnenstad naar tijdelijke plekken. De kosten van het beheer van de NS stallingen zijn gestegen door hogere CAO lonen bij NS, meer inzet en door toename van het

GRONDEXPLOITATIES

aantal fietsers dat de stallingen gebruikt.. NS heeft het personeel van de stallingen in dienst genomen waardoor ze nu onder de CAO van NS vallen. Daarnaast hebben we extra ingezet op sociale veiligheid in de stallingen, bijvoorbeeld met projecties in de donkere uren. Om de vindbaarheid en bezetting van de bestaande stallingen te verbeteren, nemen we extra maatregelen.

MPR 2026

36

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

Toelichting mutaties parkeerbegroting Ten aanzien van de mutaties van de parkeerbegroting zien we per saldo lagere baten dan bij het MPR 2025 begroot. Zie de toelichting bij de tabel van de verschillende mutaties. Op basis van de ervaringscijfers 2025 stellen we in 2026 de begroting bij. De in 2026 tot en met 2030 verwachte tekorten dekken we vanuit de egalisatiereserve. Autoparkeren • Lagere baten straatparkeren Met het besluit tot invoeren betaald parkeren in de hele stad zijn de opbrengsten meerjarig verwerkt in de begroting. Op basis van de ervaringscijfers van de afgelopen jaren is de raming voor straatparkeren aangepast. We zien onder meer een kortere parkeerduur, daling betalingsbereidheid en minder transacties Dit leidt in de komende vier jaar tot lagere opbrengsten, waarbij tevens rekening is gehouden met de financiële gevolgen van het raadsbesluit over de planning van blok 2. Een deel van het tekort in 2030 is opgelost in de Voorjaarsnota 2026. • Lagere baten garageparkeren vanaf 2028 Het exploitatieresultaat op de parkeergarages is lager dan begroot, onder meer door achterblijvende opbrengsten van de parkeergarage Croeselaan sinds de oplevering. Daar is eerder incidenteel een ingroeipad voor ingericht, dat per 2026 afloopt. De bezetting en daarmee de opbrengsten zijn in de afgelopen jaren verbeterd maar nog niet op het niveau van de oorspronkelijke business case.

Het tekort wordt in de jaren 2026 en 2027 gecompenseerd door een overschot op de Springweggarage. Deze garage valt echter in 2028 weg uit de begroting, waarna een structureel tekort ontstaat. Dit tekort is opgelost in de Voorjaarsnota 2026. We monitoren het resultaat van de parkeergarages en houden de wijze van ramen van de baten tegen het licht. In het kader van het verbeteren van de parkeerramingen werken we een methodiek uit

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

waarmee we de baten en lasten van de parkeergarages meerjarig ramen. In 2026 richten we een proces in waarmee we een eenduidige en gestructureerde werkwijze organiseren in lijn met de integrale raming van de parkeerexploitatie, zodat we op vaste momenten een afgestemde prognose in de voorjaarsnota en begroting verwerken.

Mutaties parkeerbegroting

GRONDEXPLOITATIES

•

Eenmalige onttrekking uit reserve voor maatregelen tegen overlast garages Kop van Lombok en Springweg Voor 2026 is het nodig om dekking te regelen voor de maatregelen in de parkeergarages. Dit dekken we eenmalig vanuit de reserve.

2027

2028

2029

2030

-2.775 -870 - 622

-2.513 -595 -2.028

-2.499 -266 -2.316

-3.339 -477 -3.146

-1.439 -505 -1839

I I

-

-

-800

-800

621 -800

S

800

800

800

S

Bedragen x €1.000 Autoparkeren Straatparkeren (uitstel Blok2) Lagere baten straatparkeren (dekking reserve) Lagere baten straatparkeren (VJN2026) Lagere baten garageparkeren Lagere baten garageparkeren (VJN2026) Overlast parkeergarages binnenstad (Springweg, KopvL) Parkeren op orde Parkeer-Route-Informatie-Systeem (PRIS) Vrijval kapitaallasten Berlijnpleingarage Terugdraaien mutaties reserve MPR 2025 Fietsparkeren

Incidenteel of structureel

2026

I

-633

I

-1.000

I

-540 251

I I

639

110

83

284

284

0

0

0

0

I

Vrijval van middelen voor Fietsdepot

-300 430

Hogere exploitaitelasten NS fietsenstallingen

-430

Vrijval van exploitatiebudget fietsenstallingen binnenstad

500

220

I

-

500

I

Tijdelijke maatregelen stations Vaartsche Rijn & Overvecht

-200

-200

I

Stadsbreed fietsenrekken plaatsen + Maatregelen wayfinding stallingen binnenstad

-300

-

I

Vrijval Leidsche Rijn Stadstuin

200

Toegangssysteem (ZSF) voor 2 onbemenste stallingen LRC

-200

P+R Westraven

-300

Vrijval exploitatiebudget Jaarbeurspleingebouw

Saldo

-3.075

I I

I -520

I I

-2.513

-2.499

-3.339

-1.439 MPR 2026

37

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

• Parkeren op orde In de Voorjaarsnota 2025 is een bedrag van 1,5 miljoen euro toegekend om ‘Parkeren op orde’ te brengen en aan de reserve toegevoegd. Het resterende deel van dit budget wordt dit jaar ingezet. • PRIS-systeem We gaan dit jaar starten met de aanbesteding voor het nieuwe Parkeer-Route-Informatie-Systeem (PRIS). Het bedrag van 0,54 miljoen euro dat in 2025 was toegekend is in 2025 toegevoegd aan de reserve • Vrijval van kapitaallasten Berlijnpleingarage De oplevering van de Berlijnpleingarage is met één jaar vertraagd. Hierdoor gaan de kapitaallasten lopen vanaf 2027 en vallen de kapitaallasten in 2026 vrij. Fietsparkeren • De budgetneutrale verschuivingen zetten we in voor de projecten zoals genoemd bij de ontwikkelingen van fietsparkeren. De incidentele vrijval komt door latere oplevering voor de kapitaallasten van het fietsdepot en het exploitatiebudget van de fietsenstallingen binnenstad, Leidsche Rijn Centrum en Jaarbeurspleingebouw. • We verbeteren P&R Westraven om de parkeergarage geschikt te maken voor parkeren op afstand (POA). We verbeteren de wachtruimte, de beheerdersruimte en de (fiets)parkeerervaring van de P+R. De benodigde middelen hiervoor hevelen we over van de parkeerexploitatie naar het investeringsbudget.

MPR 2026

38

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Parkeerreserve De parkeerreserve egaliseert schommelingen in parkeerbaten en lasten tussen de jaren. De reserve heeft een plafond van maximaal 15% van de parkeerbaten. Door de dotatie van het positieve resultaat in 2025 is de reserve maximaal gevuld. Vanuit het saldo van baten en lasten van de Springweggarage is een reservering gemaakt voor de toekomstige sloopkosten (naar verwachting in 2028).

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

Verloopoverzicht Parkeerreserve

GRONDEXPLOITATIES

2026

2027

2028

2029

2030

14.477

10.913

8.291

5.709

2.086

Bedragen x €1.000 Stand per 1 januari Storting in de reserve Onttrekkingen

De onttrekkingen uit de egalisatiereserve parkeren worden hieronder toegelicht: • Conform amendement A174a wordt 0,15 miljoen euro onttrokken aan de egalisatiereserve parkeren om in te zetten voor opvolging van het onderzoek naar de verkeersveiligheid rondom De Meernbrug. • In 2026 wordt een bedrag aan de reserve onttrokken om in te zetten voor de aanpak van overlast in de parkeergarages Kop van Lombok en de Springweg. • In 2025 is 1,5 miljoen euro toegevoegd aan de reserve voor Parkeren op Orde. Hiervan is een deel in 2025 besteed en de rest wordt naar verwachting in 2026 besteed. • In 2025 is 0,5 miljoen euro toegevoegd aan de reserve voor het nieuwe Parkeer-Route-Informatie-Systeem (PRIS). De aanbesteding is gepland voor 2026. • Voor de periode 2026 t/m 2030 dekken we de verwachte tekorten uit de egalisatiereserve parkeerexploitatie. Onderhoudsvoorziening De onderhoudsvoorziening is ingesteld om de schommelingen van het meerjarig groot onderhoud aan parkeergarages, transferia en stallingsvoorzieningen op te kunnen vangen. In 2025 is de structurele jaarlijkse dotatie aan de voorziening verhoogd. Hierdoor blijft de onderhoudsvoorziening voldoende toereikend om het planmatige onderhoud uit het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) te dekken.

Onderzoek verkeersveiligheid De Meernbrug

-150

Overlast parkeergarages binnenstad (Springweg, KopvL)

-633 -1.000

Parkeren op orde

-540

Parkeer-Route-Informatie-Systeem (PRIS) Tekort parkeerexploitatie

-1.241

-2.623

-2.582

-3.623

-1.723

Stand per 31 december

10.913

8.291

5.709

2.086

363

Verloopoverzicht onderhoudsvoorziening Bedragen x €1.000 Stand per 1 januari

2026

2027

2028

2029

2030

2.080

1.941

2.241

3.018

4.342

-138

300

776

1.324

761

1.941

2.241

3.018

4.342

5.103

Onttrekkingen Mutaties voorziening (MJOP) Stand per 31 december

MPR 2026

39

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Actueel beeld stadsbreed invoeren betaald parkeren Voortgang invoering stadsbreed betaald parkeren De implementatie van het invoeren van betaald parkeren in de hele stad loopt. We voeren de komende jaren buurt voor buurt betaald parkeren in. Het duurt tot 2034 om in de hele stad het betaald parkeren in te voeren. De stad is ingedeeld in drie prioriteitsblokken die in het raadsbesluit zijn vastgelegd (zie afbeelding). De volgorde binnen de prioriteitsblokken wordt bepaald aan de hand van het afwegingskader. Naast parkeerdruk, meldingen en bouwontwikkelingen, is voor blok 2 bereikbaarheid als criterium toegevoegd. De planning voor invoeren betaald parkeren (IBP) blok 2 is vastgesteld door de gemeenteraad. IBP blok 2 gaat in 2026 met een half jaar uitstel van start Raadsvoorstel Planning invoeren betaald parkeren blok 2 Het uitstel geeft ons ruimte om de basis op orde te brengen van het parkeermanagementsysteem en verbeteringen door te voeren voordat blok 2 start. Het Uitvoeringsprogramma Invoering Betaald Parkeren 2025–2028 is vastgesteld Uitvoeringsprogramma Invoering Betaald Parkeren 20252028 . Het uitvoeringsprogramma is het plan van aanpak ter uitvoering van het raadsbesluit om in de hele stad parkeerbelasting te heffen. Hierin beschrijven we de voorbereiding, uitvoering en monitoring van het invoeren van betaald parkeren in de hele stad.

Per 1 november 2025 hebben we conform planning betaald parkeren ingevoerd in 13 gebieden: Dr. Schaepmanstraat e.o., KanaleneilandZuid en Noord, Egelantierstraat e.o., (deel) Elinkwijk, Oog in Al inclusief Halve Maan en Den Hommel, Grauwaart, IBB-laan, Van Lieflandlaan e.o., Th à Kempisplantsoen e.o. en Spinozaplantsoen e.o., Papendorp en Westraven. Hiermee is blok 1 volgens planning afgerond.

MPR 2026

40

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

DOELSTELLINGEN

RUIMTELIJKE KOERS

Opheffen parkeerplaatsen We hebben de ambitie om jaarlijks 0,5 tot 1% van de bestaande parkeerplaatsen op straat om te vormen naar ruimte voor lopen, fietsen, deelmobiliteit, verblijven en vergroening (zie raadsbrief). Dit is inclusief de toegevoegde parkeerplaatsen binnen bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen. In de meerjarenraming uitbreiden betaald parkeren hebben we rekening gehouden met de hiermee gepaard gaande inkomstenderving. Het beschikbare budget voor het opheffen van parkeerplaatsen is volledig geprogrammeerd. De effecten hiervan zijn vanaf 2024 verwerkt in de parkeerbegroting. Hierbij zijn de aanvankelijk berekeningen uit 2023 gebruikt. Een herijking staat voor het volgende

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

jaar gepland, bij de algemene herijking van het parkeermodel. Voor inrichting van de vrijgekomen ruimte is geen dekking beschikbaar binnen de parkeerbegroting. Daarvoor zetten we andere budgetten in, zoals het budget voor schaalsprong groen en het initiatievenfonds.

GRONDEXPLOITATIES

Jaarlijks herzien we de verdeling als dat nodig is.

In de binnenstad hebben we de ambities om jaarlijks 50 parkeerplaatsen op te heffen. Hieronder staat de doorkijk voor de planning voor 2026 en 2027: • 2026: Janskerkhof 37; Oudegracht Noord 6; Lepelenburg 2; bewonersinitiatieven 5. • 2027: Singelpark Noord 28; Achter Sint Pieter 7; flexibel 10; bewonersinitiatieven 5.

Opheffen parkeerplaatsen

2026

2027

2028

2029

151.454

150.492

149.535

148.493

Reductie zone A1

50

50

50

50

Reductie zone A1 project

20

20

Reductie zone A2

59

59

81

81

Reductie zone B1

95

95

184

184

Reductie gratis parkeren

738

733

727

722

Totaal op te heffen parkeerplaatsen

962

957

1.042

1.037

2026

2027

2028

2029

MPR 2022 (binnenstad)

175

175

175

175

Coalitieakkoord 2022-2026

1.108

1.476

1.843

2.209

Totaal (bedragen x € 1.000)

1.283

1.651

2.018

2.384

Totaal aantal parkeerplaatsen in Utrecht Reductie t.o.v. voorafgaand jaar

Beschikbare middelen

MPR 2026

41

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

DOELSTELLINGEN

ONTWIKKELINGEN PER GEBIED

GRONDEXPLOITATIES

Openbare Ruimte, Klimaat en Groen Ambitie van de opgave Om gezond stedelijk leven mogelijk te maken, zetten we in op het realiseren van het eindbeeld van de RSU2040 ‘de 10 minuten stad’, via 'Groei in Balans'. In de RSU2040 zijn de hoofdlijnen van het beleid (Groenstructuurplan, Visie Klimaatadaptatie en Bomenbeleid, Spelen in je eigen buurt) geïntegreerd, een combinatie van het dan geldende wettelijk kader en de ambities van gemeente Utrecht. We streven naar een stad en openbare ruimte waarin we hittestress voorkomen, die natuurinclusief is en uitnodigt tot spelen, sporten en bewegen. Vanuit onze doelstellingen op het gebied van de schone- en duurzame leefomgeving werken we ook aan de prioriteiten uit de beleidsnota Utrecht Circulair 2030. We richten ons onder andere op circulair bouwen in gebiedsontwikkeling, openbare ruimte en maatschappelijk vastgoed. Actuele ontwikkelingen Utrecht Circulair Door een brede samenwerking en het verwerven van fondsen realiseren wij twee upcyclecentra. Het upcyclecentrum in het Werkspoorkwartier is in het voorjaar geopend, de bouw van het upcyclecentrum bij het afvalscheidingsstation in Lunetten is gestart. Ook maken we de exploitatie van het grondstoffendepot mogelijk zodat materialen gratis verstrekt kunnen worden. Actuele ontwikkelingen Klimaatadaptatie, groen en bomen Wij leggen steeds meer nieuw groen aan en planten meer nieuwe bomen.

Dit lukt alleen niet evenredig met de groei van Utrecht, zoals beoogd in de RSU. De inzet is om het tempo van vergroening steeds verder te verhogen om rond 2040 'Groei in balans'' te realiseren. De versnelling willen we bewerkstelligen middels het veranderprogramma

Groene Schaalsprong. De toename van het uitvoeringsbudget van het Meerjarengroenprogramma vanaf 2026 is hiervoor een belangrijke stap. Vanaf 2026 kunnen we daardoor meer realiseren in de aanleg en versterking van de vitale stedelijke groenstructuurprojecten, bijdragen aan integrale projecten, meer bomen planten en vergroenen in wijken waar dat het hardst nodig is. Het verder versnellen van de vergroening is van andere factoren afhankelijk: • de kansen voor vergroening zijn afhankelijk van grote ingrepen in de openbare ruimte zoals de rioolvervanging, de mobiliteitstransitie en de warmtetransitie. Het tempo daarvan vertraagt. Het riool gaat bijvoorbeeld langer mee, de gevolgen daarvan voor de vergroening zijn in de raadsbrief van 25 februari in beeld gebracht. • steeds meer opgaven vragen extra ruimte in de openbare ruimte, zowel boven- (bv. transformatorhuisjes) als ondergronds (bv. warmteleidingen, verzwaring electriciteitnetwerk). Daardoor wordt de ruimte voor groen schaarser. Anderzijds geven we de auto minder ruimte. Dat levert ruimte op voor vergroening. • Naast fysieke knelpunten is meer afstemming nodig met externe partners. De principes van ‘Samen Stad Maken’ leiden tot meer gemeentelijke inspanning om belangen en wensen van bewoners mee te nemen en af te wegen.

• in de uitvoering zijn vaker vergaande en duurdere maatregelen nodig om groen en bomen in te passen in de bestaande stad.

Toelichting op Programmering Klimaatadaptatie, Groen en bomen We werken op de vijf schaalniveaus aan de vergroening waar dat van vitaal belang is voor de stedelijke opgaven of de biodiversiteit. Hierbij nemen we onderstaande afwegingen mee: • ligging in een groenarme buurt (ook vanwege hittestress). • ligging in een buurt met slechte gezondheid én lage Sociaal Economische Status (SES). • vitaal stedelijk groenproject (voorheen icoonproject) voor één van de vijf schaalniveaus (waarbij sprake is van: • activering van partners in de stad en/of; • geschikt voor buurtaanpak en/of; • combi-aanpak met andere opgaven. • Voor de jaren 2026-2027 geldt ook nog het criterium of het project al vergevorderd is, al in uitvoering is, en of financiële verplichtingen zijn aangegaan. Wij proberen zoveel als mogelijk aan te sluiten bij integrale projecten. Wanneer dat niet mogelijk is maar er wel sprake is van urgentie, voeren we zelfstandig projecten uit. In veel van deze projecten is sprake van cofinanciering via subsidies en bijdragen van derden.

We merken dat het steeds beter lukt om bij andere gemeentelijke projecten groen en bomen toe te voegen. We blijven komende jaren hierop inzetten.

MPR 2026

42

RUIMTELIJKE KOERS

INLEIDING

RUIMTELIJKE KOERS

Hieronder een aantal voorbeelden uit de programmering: • Groene straten incl. bomen: Integraal: rioolvervanging in Kanaleneiland en Overvecht. Solo: vergroening straten in Rivierenwijk en bewonersinitiatieven in Noordwest. Extra bomen planten doen we stadsbreed. • Groenblauwe Routes: Rondje Stadseiland: realisatie van de ontbrekende verbindingsbrug bij Parkzone Den Hommel, en natuurvriendelijke oevers na overdracht Merwedekanaal. • Parkgebieden: diverse projecten binnen Singelpark Noord om biodiversiteit toe te voegen en nieuwe- en bestaande bewoners en bezoekers een park te bieden waarin ze kunnen recreëren. • Scheggen: start uitvoering Natuurgebied Zuilen, onderdeel van de Vechtscheg. Verdere vergroening Maarschalkerweerd en Kromme Rijn Scheg. • Groen rondom de stad: samen met partners in de regio is een uitvoeringsprogramma opgezet en vastgesteld. We werken aan het voorbeeldgebied Noorderpark en Kromme Rijn Linielandschap. Ook investeren we samen met de Provincie Utrecht in het Nedereindse Park. Subsidies: technische mutaties Deze technische mutaties betreffen subsidies. Hiermee verhogen we de projectbudgetten en vragen we in de bestuursrapportage het bijbehorende krediet vrij. Dit betreft: • 0,15 miljoen euro, voor Royaards van de Hamhoff en Badhuisplantsoen. • 1 miljoen euro, voor Natuurgebied Zuilen. • 3 miljoen euro, voor Rondje Stadseiland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=15da6334-c725-4219-a7a6-b5a6cc98234d