Meerjaren Perspectief Ruimte 2025
Tekst van het document
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Maatschappelijke voorzieningen Actuele ontwikkelingen We werken door aan het uitvoeren van het investeringspakket Groei in balans, onderdeel van het coalitieakkoord 2022-2026. De laatste jaren zijn er geen extra financiële middelen beschikbaar in het MPR voor nieuwe investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Dit MPR 2025 stellen wij voor knelpunten in de lopende programmering van maatschappelijke voorzieningen op te lossen door herbestemming van het budget voor “Investeringen randvoorwaardelijk voor woningbouw op korte termijn”: dit budget wordt in 2029 en in latere jaren structureel ingezet ter dekking van de structurele tekorten in diezelfde jaren. Hiermee worden middelen verschoven van begrotingsprogramma Duurzame bereikbaarheid naar begrotingsprogramma Levendige en gezonde stad. We werken aan een nieuwe bestendige bekostigingssystematiek om de uitgaven verbonden aan de groei van de stad (inclusief maatschappelijke voorzieningen) te kunnen betalen. Een herziening van de investeringsstrategie is noodzakelijk om groeien in balans mogelijk te maken voor de maatschappelijke voorzieningen.
financiële krapte constateren we dat we steeds verder achterlopen bij het bereiken van onze vastgestelde ambitie.
In het maatschappelijk vastgoed is een aantal ontwikkelingen van belang: gestegen bouwkosten en de toekomstige exploitatiekosten maatschappelijk vastgoed. De bouwkostenramingen van het te realiseren maatschappelijk vastgoed staan onder druk door de sterke stijgingen de laatste jaren. Het gevolg is dat de kostprijs omhoog gaat en in de structurele exploitatie hogere verhuurprijzen nodig zijn. Dit bemoeilijkt het vinden van maatschappelijke huurders. Vanwege de gestegen kosten moeten beheersmaatregelen worden getroffen om binnen de budgettaire kaders te blijven. Dit wordt voor een deel van de maatschappelijke voorzieningen uitgewerkt, bijvoorbeeld in de vorm van versobering (zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit). Door de
Cultuur Conform de Barcode streeft de gemeente Utrecht naar 25 culturele wijkvoorzieningen in 10 wijken (15.625 m²) voor 2040. Daarnaast willen we tegen die tijd zowel een grotere als een kleinere stedelijke culturele voorziening toevoegen aan de stad. Vanwege schaarse middelen hebben we er eerder voor gekozen om de realisatie van wijkcultuurhuizen en stedelijke voorzieningen te temporiseren. Projecten zonder vastgestelde locatie schuiven door. Tegelijkertijd werken we ook de komende periode aan de realisatie van vier nieuwe culturele wijkvoorzieningen.
Sport We gaan door met de lopende projecten van sport, zodat meer Utrechters blijvend sporten en bewegen. Daarom investeren we in sportvelden, sporthallen en een zwembad. In het vorige meerjarenperspectief meldden we nog dat de uitbreiding van de meeste sportvoorzieningen in de pas loopt met de groei van de stad, behalve de sportvelden. Inmiddels zien we dat naast de sportvelden ook de binnensport en zwembaden onvoldoende meegroeien. We constateren dat we achterlopen op onze vastgestelde ambities en doelstellingen: • In 2030 is er een tekort van1 sporthal en dit loopt op naar een tekort van 5,5 sporthallen in 2040. • We verwachten in 2040 een tekort van 8 hockeyvelden, 7 voetbalvelden (op zaterdag), 2 rugbyvelden en 62 tennisbanen. • Het zwembad Maximapark staat gepland in 2029.
Voor de realisatie van 80.000 m² extra werkruimte voor de culturele en creatieve sector is in de RSU2040 reeds 30.000 m² geprogrammeerd, waaronder in het Werkspoorkwartier, Nieuw-Overvecht , Beurskwartier en de Merwedekanaalzone – dit vertalen we naar concrete projecten. In de programmatische verkenning van Rijnenburg is aanvullend 7.000 tot 14.000 m² opgenomen. Voor de resterende 45.000 m² zoeken we naar geschikte locaties. Door veranderde marktomstandigheden en het stoppen van locaties hebben we in de afgelopen periode circa 5.000 m² gerealiseerd. Daarmee blijven we achter op onze ambitie, maar de ontwikkeling van nieuwe locaties loopt door. Zo voegen we de komende tijd nieuwe locaties toe, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen (Zonnebaan), in tijdelijke panden (zoals Parkeergarage Paardenveld en het Attleeplantsoen) en nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals Tussen de Rails. Welzijn Tot 2030 zijn buurtcentra, buurtkamers en jongerenhuiskamers geprogrammeerd. Tussen 2030 en 2040 zijn er op basis van de actuele bevolkingsprognose stadsbreed nog zes buurtcentra inclusief jongerenhuiskamer nodig. De locaties zijn nog niet bepaald. We onderzoeken de komende jaren de behoefte aan overige welzijnsaccommodaties (beheerde speeltuinen, scouting en volkstuinen). De welzijnsaccommodaties groeien mee volgens de in beleid vastgestelde normen per type wijk.
MPR 2025
26
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Maatschappelijke voorzieningen Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting inclusief programmering komt aan bod in het IHP. Omdat onderwijshuisvesting een wettelijke taak van de gemeente is met vastgestelde normen met betrekking tot capaciteit voor huisvesting, groeit het aantal schoolgebouwen automatisch mee bij de ontwikkeling van nieuwe wijken. We hebben te maken met een strak financieel kader waardoor we middelen hebben voor kwalitatief goede gebouwen, maar niet automatisch voor aanvullende beleidsdoelen zoals inclusief onderwijs en klimaatadaptief- en circulair bouwen. Ook knelt het financieel bij het bouwen van nieuwe scholen in nieuwe wijken waar wordt verdicht binnen de bestaande stad, zoals de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. De betaalbaarheid van kinderopvangruimte bij schoolgebouwen is hierbij een vraagstuk. Momenteel wordt onderzocht hoe hiermee om te gaan. Programmering Sport • De realisatie van het zwembad Maximapark staat gepland in 2029.
• De voorbereidingen voor de sporthallen Cartesiusdriehoek (in gebruik name 2027), Merwedekanaalzone (2028) en de binnensportvoorziening in Vleuten (2027) en sporthal Overvecht (2029) lopen. • We zetten in de komende twee jaar nog twee natuurgrasvelden om in kunstgras (de Dreef en Voordorp). • Uitbreiding/inpassing sportvelden: Nieuw Welgelegen (twee sportvelden 2027) en Rijnvliet (rugbyveld 2025), hockeyveld Rijnvliet (2025/2026 variantenstudie Strijkviertel).
Onderwijshuisvesting In lijn met het Meerjarenplan Onderwijshuisvesting 2016 – 2025 gaan wij de komende jaren een aanzienlijke uitbreiding realiseren van het primair- en voortgezet onderwijs. • Er komen lagere scholen bij in de buurten Haarrijn, Leeuwesteyn en Groenewoud (Leidsche Rijn), Merwedekanaalzone, Cartesiusdriehoek en het Beurskwartier. • Het voortgezet onderwijs breidt uit in Merwedekanaalzone, Leidsche Rijn, Overvecht en Vleuten-De Meern en in het Utrecht Science Park/Rijnsweerd. Welzijn • We realiseren een nieuw buurtcentrum en jongerenhuiskamer in de Merwedekanaalzone en twee kleinere buurtcentra in Overvecht. Voor Overvecht betrekken we dit bij de Programmatische uitgangspunten doorontwikkeling maatschappelijk vastgoed Overvecht. • Bij de ontwikkeling van de Kruisvaartkade (Zuidwest) en het Lombokplein/Beurskwartier zijn buurtkamers voorzien. De middelen voor deze uitbreiding zijn nog niet beschikbaar.
• •
•
Overvecht en Rijnenburg Herontwikkeling bestaande voorzieningen (geen MPR-dekking nodig) Kanaleneiland: nieuwbouw jongerencultuurhuis BOKS (gereed in 2026) Overvecht: zoektocht naar toekomstbestendige locatie (Rhonedreef 40)
Stedelijke culturele voorzieningen: • Cultuurcluster Berlijnplein: 9.200 m² voor dans, theater, beeldende kunst, mode, design, amateurkunst en werkruimte (oplevering medio 2028) • Overvecht Centrum: ontwikkeling bovenstedelijke voorziening binnen het Masterplan; concept en financiering worden nader uitgewerkt Werkruimte culturele en creatieve sector: • Ca. 2.000 m² Attleeplantsoen 39, tijdelijk beschikbaar • Ca. 2.250 m² op een etage van parkeergarage Paardenveld, tijdelijk beschikbaar • 1.200–2.400 m² via uitgifte in Tussen de Rails voor een broedplaats (15 jaar)
Cultuur Wijk- en jongerencultuurhuizen: • Wijkcultuurhuis Merwede • Jongerencultuurhuis Berlijnplein (onderdeel Cultuurcluster, Leidsche Rijn) • Jongerencultuurhuis De Tol (Vleuten-De Meern) • Wijkcultuurhuis De Musketon (Lunetten – haalbaarheidsonderzoek loopt) • Zoekgebieden voor nieuwe initiatieven: USP/Rijnsweerd, Papendorp/Groenewoud, Noordwest, Centrum, Oost, Beurskwartier,
MPR 2025
27
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Maatschappelijke voorzieningen Knelpunten in de investeringsprogrammering Dit MPR 2025 stellen we voor om knelpunten in de lopende programmering van de maatschappelijke voorzieningen op te lossen door herbestemming van budget (zie ook pagina 30). Vorig jaar kon de prijsindexering niet doorgevoerd worden als gevolg van bezuinigingen. Voorzieningen in de VJN 2024 zijn dus gebaseerd op prijspeil 2022. De bouwprijzen zijn verder doorgestegen. Inmiddels zijn de bedragen geactualiseerd naar prijspeil 2024. Daarnaast is de interne rekenrente gestegen van 1,5% naar 2%. Beide factoren leiden ertoe dat de opgenomen jaarlasten van de maatschappelijke voorzieningen niet meer afdoende zijn. Een overzicht van de knelpunten volgt hieronder. Buurtcentrum Merwedekanaalzone In de Samenwerkingsovereenkomst Merwedekanaalzone is exact vastgelegd in welk blokken de maatschappelijke voorzieningen terecht komen en wie beoogd eigenaar is (meestal de gemeente). De meeste maatschappelijke voorzieningen zoals het Buurtcentrum zijn onderdeel van bouwblokken die door marktpartijen worden gerealiseerd. Het buurtcentrum is opgenomen in blok 9. Gezien de omvang van MWKZ met circa 10.000 nieuwe woningen is het buurtcentrum één van de noodzakelijke basisvoorzieningen.
Het actualiseren van de kostenraming naar prijspeil 2024 zorgt ervoor dat de beschikbare middelen niet voldoende zijn voor de aankoop, afbouw en exploitatie. Er is structureel 86.000 euro extra nodig vanaf 2027. Gezondheidscentrum Merwedekanaalzone Het gezondheidscentrum is opgenomen in blok 8. Gezien de omvang van MWKZ met circa 10.000 nieuwe woningen is het gezondheidscentrum één van de noodzakelijke basisvoorzieningen. Met
de ontwikkelaar van dit blok wordt al lange tijd gesproken over het ontwerp van centrum. Inmiddels bestaat er overeenstemming over het Definitief Ontwerp. De kostprijs dekkende huur ligt naar verwachting hoger dan de huur die eerstelijns zorg partijen kunnen betalen vanuit de zorgvergoeding. Er is structureel 42.000 euro nodig. Buurtcentra Overvecht Buurtcentra Overvecht is gesplitst in twee onderdelen (alleen het totaal is opgenomen in het overzicht); buurtcentrum Burezina in Overvecht Zuid en een buurtcentrum in Overvecht Noord (locatie nog nader te bepalen, mogelijk bij de locatie nieuwe sporthal Overvecht. In de VJN 2024 zijn middelen opgenomen voor buurtcentra Overvecht. Het actualiseren van de kostenraming naar prijspeil 2024 zorgt ervoor dat de beschikbare middelen niet voldoende zijn voor de aankoop, afbouw en exploitatie. Er is structureel 40.000 euro extra nodig vanaf 2026.
‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. De kostprijs dekkende huur zal structureel met €110.000 naar beneden moeten worden gebracht om exploitatie vergelijkbaar te houden met andere wijkcultuurhuizen. Met een verwachte oplevering in 2026 is er geen budget beschikbaar voor de losse inventaris en een inbouwpakket (deel demarcatie gebruiker). Hiervoor ramen we momenteel €300.000 (€300 x 1.000 m²). Per saldo leidt dit tot een knelpunt van €410.000 in 2026 en €110.000 vanaf 2027.
Wijkcultuurhuis Lunetten Lunetten heeft in vergelijking met de rest van de stad weinig culturele voorzieningen. Daarom is de realisatie van dit wijkcultuurhuis één van onze prioriteiten. In de huidige financiële situatie zal door de hoge kostprijs dekkende huur de exploitatie van het wijkcultuurhuis in de Musketon zwaar onder druk komen te staan, waardoor reguliere culturele programmering zoals uitgevoerd in andere wijkcultuurhuizen niet haalbaar is. Zonder budget voor losse inventaris en inbouw zal de oplevering van het gebouw vertraging oplopen of niet volledig functioneel zijn. Het niet oplossen van deze knelpunten zal leiden tot een structurele verarming van het culturele en sociale leven in Lunetten, een wijk die juist behoefte heeft aan laagdrempelige voorzieningen om verbinding te stimuleren. Hiermee voldoen we minder aan het principe
MPR 2025
28
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Maatschappelijke voorzieningen Thema
Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone Het structurele tekort voor dit wijkcultuurhuis wordt voorlopig geraamd op €50.000. Dit tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door ophoging van de interne rekenrente van 1,5% naar 2%. Het niet oplossen van het tekort betekent dat de sociale- en culturele infrastructuur in dit cruciale gebied niet op het gewenste niveau kan worden gebracht, met gevolgen voor het welzijn van de bewoners en de sociale cohesie. Zonder deze voorziening ontstaat een mismatch tussen de vraag naar- en het aanbod van sociale en culturele activiteiten, en voldoen we minder aan het principe ‘groei in balans’.
0
1.608
2.300
25
363
363
153
153
Sport
Nieuw Welgelegen (aanleg hockeyveld met kleedvoorziening)
Zuidwest
121
121
121
121
Sport
Rijnvliet, inpassingskosten
LR-VdM
1.037
11
11
11
11
11
Sport
Rijnvliet (rugbyveld)
LR-VdM
113
113
113
113
113
113
Sport
Cartesiusdriehoek, sporthal (combi met onderwijs, incl grondkosten)
West Noordwest 0
0
810
810
810
810
Sport
MWKZ, sporthal (combi met onderwijs, incl grondkosten)
Zuidwest
770
770
770
Sport
MWKZ. sporthal voorbereidingskrediet
Zuidwest
42
Sport
Overvecht , sporthal (combi met onderwijs, incl grondkosten)
Overvecht
735
735
Sport
Overvecht , sporthal voorbereidingskrediet
Overvecht
Sport
Voetbalveld, omzetting natuurgras naar kunstgras De Dreef
Overvecht
Sport
Voetbalveld, omzetting natuurgras naar kunstgras Hercules
NOOZ
Sport
Zwembad Maximapark (extra zwembad)
LR-VdM
Sport
Zwembad Maximapark voorbereidingskrediet
LR-VdM
Sport
Hockeyveld ntb locatie/voorkeur Maarschalkerweerd (ex. inpassingskosten)
NOOZ
0
Welzijn
Gezondheidscentrum MWKZ Zuidwest
Welzijn
Buurtcentrum Overvecht
Overvecht
-238 40
40
40
40
40
Cultuur
Wijkcultuurhuis Lunetten
NOOZ
0
110
110
110
110
Cultuur
Wijkcultuurhuis MWKZ
Zuidwest
0
50
50
286
328
Sport In het MPR is programmering van de uitbreiding van sport- en beweeg accommodaties opgenomen. Hiernaast volgt de actualisatie van het investeringsprogramma ten opzichte van het MPR 2024. Het gaat om veranderingen in planning, kosten en kasritmes (bedragen *€1.000).
354
153
Zuidwest
236
Stadsbreed
153
Buurtcentrum MWKZ
236
struc
354
Zuidwest
Welzijn
-238 190
2029
354
Nieuw Welgelegen (aanleg voetbalveld met kleedvoorziening)
2025 2026 2027 2028 2029 struc
Totaal cultuur en welzijn
2028
354
Sport
Gebied
410
2027
354
Nieuw Welgelegen, inpassingskosten twee sportvelden Zuidwest
.
86
2026
354
Sport
Project
86
2025
Kapitaallasten voor afgeronde projecten
Thema
86
Gebied
Sport
Hieronder volgt een totaaloverzicht van de knelpunten in de lopende programmering van Welzijn en Cultuur (bedragen *€1.000).
-260
Project
86
18
10
26
18
18
10
10
10
107
107
107
107
107
107
107
107
107
1.535
1.535
121
121
121
26
26
26
Subtotaal
1.558
2.247
4.130
2.728
5.300
5.300
MPR 2024
1.538
2.909
5.292
3.118
4.916
4.916
Totaal Sport
20
-662
-1.162
-390
384
384
MPR 2025
29
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Maatschappelijke voorzieningen Dekking voor knelpunten In de jaren 2025-2028 is er sprake van meevallers vanwege actualisaties van de planningen: enkele projecten schuiven naar achter in de tijd. Deze bedragen worden toegevoegd aan de reserve Groei in balans en houden we beschikbaar om in te kunnen zetten bij de invoering van een nieuwe bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad. In 2029 en latere jaren zijn er structurele tegenvallers. In het coalitieakkoord is een jaarlijks budget van 669.000 euro opgenomen voor “investeringen randvoorwaardelijk voor woningbouw op korte termijn”. Dit budget zetten wij in 2029 en latere jaren in voor het oplossen van knelpunten in investeringen die een gevolg zijn van woningbouw op korte termijn: investeringen in buurtcentra en sportvoorzieningen. Met deze budgetoverheveling van het begrotingsprogramma Duurzame bereikbaarheid naar begrotingsprogramma Levendige en gezonde stad bevorderen wij het integraal werken aan onze opgaven.
Thema
2025
2026
2027
2028
2029
struc
Cultuur en Welzijn
-238
190
236
236
286
328
Sport
20
-662
-1162
-390
384
384
Totaal mee- en tegenvallers
-218
-472
-926
-154
670
712
-669
-669
Inzet budget investeringen randvoorwaardelijk voor woningbouw op korte termijn
Maatschappelijke Ontwikkeling onderzoekt op welke wijze het resterend knelpunt in de bestaande programmering (structureel 43.000 euro vanaf 2030) kan worden opgelost. Binnensportcapaciteit De noodzakelijke investering in extra binnensportcapaciteit is als bijsturing opgenomen in de VJN 2025 voor een bedrag van structureel 250.000 euro per jaar vanaf 2026.
Thema
Project
2026
2027
2028
2029
struc
Sport
Binnensportcapaciteit
250
250
250
250
250
Dekking
Financieel beeld VJN
-250
-250
-250
-250
-250
MPR 2025
30
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
Duurzame mobiliteit Ambitie van de opgave We houden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid zo goed mogelijk op peil. Om gezond stedelijk leven en de groei van de stad mogelijk te maken, zetten we in op de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit). We streven naar een stad waarin mobiliteit en bereikbaarheid voor iedereen op orde is. We werken hierbij vanuit de kaders van de RSU2040 en het Mobiliteitsplan 2040. Actuele ontwikkelingen Verdere verlaging MPB-investeringsbudget In het hoofdstuk Ruimtelijke koers van dit MPR is te lezen dat de Hervormingsbezuinigingen leiden tot een structurele verlaging van het investeringsbudget. Voor mobiliteit gaat het om 1,76 miljoen euro per jaar vanaf 2027 (80% hiervan vanaf 2026). Samen met de eerdere bezuiniging van structureel 3 miljoen euro per jaar vanaf 2026, betekent dit dat er tot en met 2040 in totaal 71 miljoen euro minder beschikbaar is voor investeringen in mobiliteit. Dit heeft als gevolg dat we moeten temporiseren en scherpe keuzes moeten maken. Voor bereikbaarheid betekent dit dat we focussen op de schaalsprong fiets en op het verbeteren van het voetgangersnetwerk. Daarbij geldt het uitgangspunt dat we de bezuinigingsopgave invullen door niet te bezuinigen op de schaalsprong ov, randvoorwaardelijke investeringen voor woningbouw of verkeersveiligheid.
De bezuinigingsopgave van structureel 1,76 miljoen euro per jaar zorgt er concreet voor dat we op korte termijn (vanaf 2026) een aantal projecten niet programmeren: Fietsbewegwijzering (vanaf 2027) en Multimodaal Verkeersmanagement. Daarnaast passen we de
programmering aan voor de volgende projecten: NRU, Mobiliteitsmanagement (vanaf 2030) en Dom tot Dam route (inclusief Demkabrug). Ook op de middellange termijn (vanaf 2030) kunnen we minder investeringen programmeren. Zoals ook in de Voorjaarsnota opgenomen: specifiek voor de NRU passen we een kasschuif toe voor wat betreft de gereserveerde middelen voor de NRU (jaarlijks 1 miljoen euro), omdat op dit moment onzeker is of de investeringen op korte termijn noodzakelijk zijn. Mocht onze inzet toch resulteren in eerdere realisatie dan zal hier alsnog incidenteel geld voor vrij worden gemaakt. Hiertoe nemen we een risico op in het weerstandsvermogen.
Als uitgangspunt hanteren we de richtlijn van sobere mobiliteitsherinrichtingen met een meer natuurlijke manier voor realisatie van groen in projecten met meer hergebruik van materialen, zoals klinkers. Ook proberen we werkzaamheden maximaal te combineren met beheer en onderhoud, wat leidt tot minimale verkeershinder en minimale kosten in relatie tot onze doelstellingen.
De bereikbaarheid in de stad staat onder druk doordat de netwerken voor auto, fiets en ov aan de grenzen van hun capaciteit zitten. Deze druk neemt ook toe door een groeiend aantal inwoners en werknemers. We zetten de beschikbare middelen zo in dat we de groei van de stad met nieuwe woningen en banen zo goed mogelijk faciliteren. Relevante links met andere monitoringsinstrumenten Voor de laatste cijfers over de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit verwijzen we naar de Monitor Mobiliteitsplan, die we naar verwachting in Q2 2025 actualiseren. De voortgang van alle geprogrammeerde projecten is te vinden in de Voortgangrapportages VGR voorjaar 2024 en VGR najaar 2024.
Programmering Voor een volledige programmering van de investeringen in mobiliteit verwijzen we naar de geheime bijlage met de projecten van het MPR. In deze bijlage geven we ook aan bij welke projecten wordt samengewerkt met Beheer Openbare Ruimte (BOR).
Transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit Om de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit zo goed mogelijk te realiseren en de bereikbaarheid en verkeersveiligheid met de beschikbare middelen zo goed mogelijk op orde te houden, gaan we door met investeren in de schaalsprong fiets en het verbeteren van het voetgangersnetwerk. Het investeringsbudget loopt terug, dus zullen we een minder grote transitie naar duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit realiseren.
MPR 2025
31
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
Toelichting op financiën en programmering MPB 2025 We actualiseren jaarlijks het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB). Projecten lopen meerjarig en leggen beslag op de middelen in de komende jaren. Bij de actualisatie van het MPB worden de verwachte uitgaven van de projecten over de komende jaren bijgesteld (kasritme). Daarnaast bepalen we welke financiële ruimte er beschikbaar is als gevolg van afgesloten projecten bij de jaarverantwoording, bijdragen van derden en indexeringsmiddelen. In deze paragraaf lichten we toe welke middelen beschikbaar zijn voor herprogrammering, hoe deze worden ingezet en wat de actualisatie betekent voor het financiële beeld van het programma Duurzame bereikbaarheid. Toelichting financiële methodiek Jaarlijks voegen we een bedrag vanuit de gemeentelijke middelen toe aan het Meerjarig Investeringsprogramma Bereikbaarheid (MIB). Daarnaast dekken we een deel van de investeringen vanuit gelden van derden (met name subsidies). Met dit beschikbare meerjarige investeringsbudget programmeren we projecten over de jaarschijven.
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Deze jaarschijven nemen we op in de begroting. Bij programmering maken we onderscheid tussen knelpunten en aanvullende noodzakelijke investeringen. Knelpunten zijn extra kosten op lopende projecten die niet kunnen worden opgevangen binnen het bestaande projectenbudget. Een knelpunt niet programmeren, betekent dat we een project niet kunnen voortzetten. Aanvullende noodzakelijke investeringen zijn investeringen waarvan we het noodzakelijk vinden dat deze plaatsvinden. Binnen het MIB is een reserve ingesteld waardoor de fasering van uitgaven in een jaar niet gelijk hoeft te lopen met de beschikbare budgetten in een bepaald jaar. De verschillen worden verrekend met de reserve. Deze reserve mag niet onder nul uitkomen. Daarmee wijkt deze financiële systematiek voor het investeringsprogramma bereikbaarheid af van de reguliere systematiek van jaarlijks in de begroting terugkerende budgetten en bestedingen. De financiële voordelen uit afgesloten projecten worden ingezet binnen het programma waarmee, onder andere, tegenvallers op lopende
GRONDEXPLOITATIES
projecten kunnen worden opgevangen. Jaarlijks worden de uitvoeringsplanning en de verwachte bijbehorende uitgaven van projecten over de komende jaren bepaald en eventueel bijgesteld (kasritme). Naast de resultaten op afgesloten projecten bepaalt deze geactualiseerde uitvoeringsplanning de ruimte in de reserve. Planningsoptimisme Bij het bepalen van de te verwachte uitgaven in een jaar houden we rekening met een planningsoptimisme van 20%. De verwachte totale uitgaven van alle projecten in een jaar verlagen we met 20%. Dit doen we omdat nooit alle uitgaven van alle projecten conform planning verlopen. Middelen blijven beschikbaar voor het project (waarvoor ook krediet is vrij gevraagd) en schuiven daarom in de planning door naar een volgend jaar. Tevens is het belangrijk dat we projecten pas opnemen in de uitvoeringsplanning als we deze daadwerkelijk kunnen starten, in verband met krapte op de arbeidsmarkt.
MPR 2025
32
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Voor- en nadelen op afgesloten en lopende projecten Bij de Verantwoording 2024 sluiten we dit jaar acht projecten af. Dit leidt per saldo tot een aanvulling van de reserve van 0,35 miljoen euro. De lijst van projecten inclusief toelichting is te vinden in de Jaarstukken onder Paragrafen; Af te sluiten investeringsprojecten; Bereikbaarheid. We hebben daarnaast drie aanvullende wijzigingen op lopende projecten. In 2024 hebben we structureel middelen geprogrammeerd voor taxibeleid (0,25 miljoen euro). Hiervan is uiteindelijk 0,09 miljoen euro benodigd geweest. Het verschil (0,16 miljoen euro) valt vrij ten behoeve van de toekomstige programmering. Dit geldt ook voor de middelen die zijn geprogrammeerd voor Verkeersveiligheid (structureel 0,49 miljoen) in het MPB 2024. Deze waren per abuis dubbel begroot. Dit corrigeren we in dit MPB. Voor het project Europalaan-Noord verlagen we incidenteel het budget met 0,6 miljoen euro door meevallers in kosten. Tot slot is in 2024 het Uitvoeringsprogramma GoedopWeg 2020-2024 afgerond met een positief resultaat en zijn de prognoses voor de komende jaren bijgesteld. Deze middelen (2,15 miljoen euro) vallen vrij ten gunste van de vrije programmeringsruimte. Onderstaande tabel toont het totaaloverzicht van voor- en nadelen op afgesloten en lopende projecten: Projecten (Bedragen x € 1.000,-)
Bedrag
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Inzet budget loon- en prijscompensatie De jaarlijks toegekende middelen voor loon- en prijscompensatie 2025 bedragen 0,57 miljoen euro structureel. We gebruiken deze middelen om knelpunten op bestaande projecten op te lossen. Bij een volgende fase van een project (bijvoorbeeld van schetsontwerp naar voorlopig ontwerp) beoordelen we of ophoging van het budget noodzakelijk is in verband met prijsstijgingen of om andere redenen. Het uitgangspunt is dat investeringsbudgetten taakstellend zijn, maar voor lang lopende projecten kan bijvoorbeeld gelden dat sterk gestegen prijzen niet kunnen worden opgevangen binnen het oorspronkelijke budget en de (risico)reserveringen die hiervoor zijn geraamd. De jaarlijks toegekende middelen voor loon- en prijscompensatie zorgen voor een structurele ophoging van het investeringsbudget bereikbaarheid. Door het totale investeringsbudget te indexeren, voorkomen we dat we steeds minder kunnen doen voor hetzelfde budget. Ruimte in de reserve voor knelpunten In de reserve (meerjarige investeringen bereikbaarheid) houden wij ruimte om knelpunten op lopende projecten op te kunnen vangen. We streven er naar om een buffer van circa 10% van het jaarlijkse gemeentelijke budget aan te houden.
Wanneer dit niet toereikend is om knelpunten gedurende het jaar op te lossen, sturen we bij door middel van versoberen, prioriteren, uitstellen (of stopzetten) van lopende projecten. Bij een volgende integrale afweging maken we dan opnieuw een prioritering tussen knelpunten en noodzakelijke aanvullende investeringen.
GRONDEXPLOITATIES
Subsidies: technische mutaties Deze technische mutaties betreffen subsidies die nog niet in de begroting zijn verwerkt. Hiermee verhogen we de projectbudgetten, waar we in de bestuursrapportages het krediet voor vrij vragen. We hebben in totaal 9,74 miljoen euro aan nieuwe subsidies ontvangen t.o.v. MPR 2024. Hiervan komt 3,13 miljoen euro van het Rijk, 2,76 miljoen euro van de provincie Utrecht en 3,85 miljoen euro van overige partijen (o.a. UNED en EU). Projecten (Bedragen x € 1.000,-)
Bedrag
Investeringsbudget schaalsprong Fiets
20
Herinrichting Maliebaan subsidie
300
Fietsroute Lunetten - Galgenwaard
2.900
Doorfietsroute Amersfoort
351
Looproutes Tolsteegplantsoen/Briljantlaan
69
Koningsweg
700
Subsidie Woningbouwimpuls/Versnelling woningbouw voor DVM Zuidwest
2.575
CDOKE mobiliteit (Anders Reizen)
502
Spuk Stadshaltes
50
Europalaan Noord
150
ov-inframaatregelen (ov-doorstroming)
267
Toegankelijkheid bushaltes
500
Busstation LRC
274
ov-inframaatregelen nav vervoersplan
53
Saldo 8 projecten afgesloten in Verantwoording 2024
350
Taxibeleid (structureel)
160 490
Aanpak verkeersveiligheid projectenbudget
405
Verkeersveiligheid (structureel)
600
Niels Bohrweg
177
Europalaan-Noord
2.150
Donaudreef
400
Reallocate
47
Uitvoeringsprogramma GoedopWeg 2020-2024
Totaal voor- en nadelen op afgesloten en lopende projecten
3.750
Totaal technische mutaties (subsidies)
9.740 MPR 2025
33
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Knelpunten op lopende projecten Projectbudgetten zijn kaderstellend. Op basis van een (globale) verkenning wordt het projectbudget bepaald. Bijstelling van het budget kan gaandeweg nodig zijn, bijvoorbeeld omdat een project langer loopt dan vooraf gepland of vanwege prijsstijgingen. Daarnaast kunnen extra noodzakelijke onderzoeken of scopewijzigingen (o.a. als gevolg van participatie/consultatie) leiden tot hogere kosten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ingepaste knelpunten. Deze knelpunten zijn weergegeven exclusief rente, in het geval dat dekking van het knelpunt loopt via kapitaallasten. Dit is van toepassing voor de projecten Amsterdamsestraatweg (ASW), Westelijke Stadsboulevard (WSB) en Kanaalstraat – Damstraat. Knelpunten (Bedragen x € 1.000,-)
Bedrag
1. Amsterdamsestraatweg (ASW)
4.600
2. Westelijke Stadsboulevard (WSB)
1.400
3. Niels Bohrweg
775
4. Kanaalstraat – Damstraat
500
5. Bestemming Catharijnesingel
400
6. Weerdsingel Oostzijde
150
7. Donaudreef
400
8. Ledig Erf – Bleekstraat – Vondellaan (Zuidpoort)
3.800
9. P+R Westraven fietsenstalling
800
10. Kruising Blauwkapelseweg (BKW)
200
Totaal knelpunten
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Voor alle projecten (uitgezonderd P+R Westraven fietsenstalling en Kruising Blauwkapelseweg) geldt dat deze te maken hebben met gestegen uurtarieven en materiaalkosten wat leidt tot kostenverhogingen. Deze kostenverhogingen zijn onderdeel van het knelpunt. Daarnaast zijn er project specifieke oorzaken die leiden tot kostenstijgingen, welke we hieronder per project kort omschrijven. 1. Amsterdamsestraatweg (ASW) In de realisatiefase van dit project zijn extra kosten gemaakt die bestaan uit meerwerk en onvoorziene kosten, waaronder een extra risicoreservering en nadeelcompensatie voor ondernemers. 2. Westelijke Stadsboulevard (WSB) Dit project bevindt zich in de realisatiefase, waarbij meerwerk is opgetreden: geluidsmaatregelen (verplichte nieuwe meetmethode en duurdere materiaalkosten), extra kosten Dynamisch VerkeersManagement (DVM) systeem, ‘zwevende’ bushalte, naar voren halen rechtsaffer en extra kosten voor bomen in deelgebieden 4 en 5. 3. Niels Bohrweg Op basis van de actuele raming (ontwerpfase) is er een tekort. Enerzijds door hogere plankosten als gevolg van een in 2023 uitgevoerde integrale variantenstudie met een langer dan geplande doorlooptijd. Anderzijds door hogere plan- en realisatiekosten om eind 2024 via snelle maatregelen een eerste verbetering te realiseren voor een verkeersveiligere inrichting.
13.025
De voorkeursvariant die uit de variantenstudie is gekomen betreft een sobere herinrichting, zonder bijvoorbeeld invulling voor extra groen. Het ontwerp gaat uit van herinrichting op een beperkte set van maatregelen (vooral vrij liggend fietspad realiseren) waarmee we de verkeersveiligheid verbeteren. Ook richten we ons alleen op
GRONDEXPLOITATIES
verhardingswerkzaamheden. Een bijdrage van BOR en subsidies van provincie en Rijk zijn onderdeel van het huidige beschikbare budget. Zie ook Raadsbrief Niels Bohrweg. 4. Kanaalstraat – Damstraat In de realisatiefase van dit project is meerwerk ontstaan zoals benoemd in Raadsbrief Kanaalstraat en zijn onvoorziene kosten ontstaan als gevolg van een langere doorlooptijd en een hoger uitgevallen aanbestedingsresultaat.
5. Bestemming Catharijnesingel De extra kosten bestaan uit extra plankosten door langere doorlooptijden in verband met bezwaren(procedure), extra werkzaamheden voor het WOO verzoek en extra kosten voor de camerahandhaving, zie ook Raadsbrief Bestemming Catharijnesingel. 6. Weerdsingel Oostzijde Een langere doorlooptijd van dit project leidt tot meer plankosten dan initieel geraamd. 7. Donaudreef Op basis van de actuele raming (voorbereiding realisatiefase) is er een tekort ontstaan door gestegen engineering kosten, langere doorlooptijden en problemen in de ondergrond (kabels en leidingen). 8. Ledig Erf – Bleekstraat – Vondellaan (Zuidpoort) Na het raadsbesluit Ruimtelijke Toekomstvisie Zuidpoortstudie en akkoord start 1e fase in januari 2024, zijn alle Zuidpoortprojecten voor de eerste fase ten behoeve van de start van de afzonderlijke projecten opnieuw geraamd. Uit deze raming blijkt dat er onvoldoende budget is om een aantal projecten op het ambitieniveau te realiseren zoals in de Zuidpoortstudie beschreven en akkoord is bevonden door de raad.
MPR 2025
34
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
9. P+R Westraven fietsenstalling In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) rondom
Merwedekanaalzone is afgesproken dat de gemeente Parkeren op Afstand realiseert in P+R Westraven. We breiden P+R Westraven daarom in 2025 uit met een bewaakte fietsenstalling, waarvoor een eenmalige investering van 0,8 miljoen euro noodzakelijk is. Hierdoor kunnen we in 2027 de eerste bewoners van Merwede verwelkomen die gebruik maken van het product Parkeren op Afstand, waarbij de auto wordt geparkeerd op deze P+R. 10. Kruising Blauwkapelseweg (BKW) We voorzien extra kosten in de definitiefase van het project. Deze extra kosten zijn het gevolg van een langere voorbereidingstijd dan eerder werd voorzien. Met het programmeren van deze middelen borgen we dat we onderhoudswerkzaamheden (het vervangen van het wegdek en de brug) combineren met herinrichtingen (aanpassing van de kruising) en voorkomen we dat de integrale weerwaarde komt te vervallen.
MPR 2025
35
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Ingepaste aanvullende noodzakelijke investeringen in het MPB voor de periode 2025 – 2029 Naast knelpunten passen we ook aanvullende noodzakelijke investeringen in. We programmeren deze nu omdat ze een uitwerking zijn van vastgesteld beleid, reeds in voorbereiding zijn of omdat zicht op dekking noodzakelijk is om verdere afspraken met andere partijen te maken. We passen onderstaande aanvullende investeringen in voor de periode 2025-2029, als de investering hierbuiten valt doen we een reservering. Voor het project Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding is de investering exclusief rente weergegeven omdat dekking van deze investering loopt via kapitaallasten (structureel vanaf 2030). Aanvullende noodzakelijke investeringen (Bedragen x € 1.000,-)
Bedrag
1. Fietsparkeren vooroorlogse buurten
900
2. Fietsparkeren stations
750
3. Aanpak voetganger
2.900
4. Ontwikkelend beheer BOR (verhardingen, riolering en VRI)
2.300
5. Doorfietsroute Utrecht-Houten (Gansstraat)
1.250
6. Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding
8.840
7. Dom tot Damroute voorbereidingsfase
1.293
8. Nicolaas Beetsstraat voorbereidingsfase
2.250
9. UPGV 2027-2030 + ketenregie Intelligente toegang
1.800
10. Onderzoeksagenda mobiliteit
325
11. Actieagenda Publieke Mobiliteit
150
12. Programma Vervoersongelijkheid
400
13. Fietsdeals 2026 – 2029
875
14. Noodzakelijke investeringen Verkeersveiligheid
766
Totaal aanvullende noodzakelijke investeringen
24.799
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
1. Fietsparkeren vooroorlogse buurten In het coalitieakkoord 2022 - 2026 is de ambitie opgenomen om de tekorten aan fietsparkeerplekken in vooroorlogse buurten te verminderen. Het Uitvoeringsprogramma hiervoor loopt nu. Met deze aanvullende investering voor 2026-2029 kunnen we dit programma in vier jaar afronden. Zie ook Raadsbrief Fietsparkeren vooroorlogse buurten 2. Fietsparkeren stations Met deze investering kunnen wij bijna 500 extra fietsparkeerplekken realiseren op de stations Vleuten en Lunetten en geven we uitvoering aan studies die reeds zijn toegezegd (zie ook Raadsbrief Uitbreiding fietsparkeren ) voor het toevoegen van fietsparkeerplekken bij de stations Overvecht , Zuilen en Leidsche Rijn. Hierbij werken we samen met onze cofinancier ProRail en zijn we in gesprek met provincie Utrecht over cofinanciering. 3. Aanpak voetganger In het coalitieakkoord 2022 - 2026 staat dat we ruimte maken voor de voetganger door groene ommetjes en door een hoofdwandelnetwerk te ontwikkelen dat belangrijke voorzieningen toegankelijk en veilig bereikbaar maakt. In de zomer 2025 geven we de Beleidsnota voetganger vrij voor inspraak. Met dit budget starten we de uitvoering van het beleid uit deze nota. Het gaat om kleinschalige investeringen voor de voetganger (zoals obstakels, groene ommetjes, knelpunten in netwerk en toegankelijkheid ov-haltes).
Tegelijkertijd maken we een Ontwerpwijzer en een wijkuitwerking van het gewenste voetgangersnetwerk. Het inschrijven op/benutten van (co-) financiering van derden (EU-programma’s en provinciale subsidies) is onderdeel van de aanpak. Waar mogelijk maken we combinaties met beheer- en onderhoud (werk-met-werk). Met deze aanpak geven we uitvoering aan o.a. Motie M364 en Motie M301. 4. Ontwikkelend beheer BOR (verhardingen, riolering en VRI) Met dit budget kunnen we onze beleidsdoelen integreren met de geplande onderhoudsprojecten uit het MJIP (van BOR).
GRONDEXPLOITATIES
Met beperkte extra middelen zorgen we ervoor dat we straten, die toch worden aangepakt, een kwaliteitsimpuls geven. Daarmee is dit werk-met-werk-budget een beheersmaatregel om de gevolgen van de bezuinigingen te verminderen. Het budget wordt verdeeld in 0,08 miljoen euro per jaar voor VRI en 0,50 miljoen euro per jaar voor verhardingen en riolering. We hebben een concrete lijst met projecten vanuit het MJIP (BOR) voor de komende vier jaar waar zich koppelkansen voordoen. 5. Doorfietsroute Utrecht-Houten (Gansstraat) Doorfietsroute Utrecht-Houten is nieuw opgenomen in het provinciale Bereikbaarheidsprogramma, waardoor tot 65% aan cofinanciering mogelijk is. Met de aanleg maken we van de Gansstraat een fietsstraat, aansluitend op fietsstraat Koningsweg (in huidige programmering opgenomen). Hiermee ontstaat een doorgaande, herkenbare, verkeersveilige en comfortabele fietsroute vanuit Houten en Bunnik naar de binnenstad. 6. Boorstraat fiets- en voetgangersverbinding Het project Boorstraat is een systeemsprong voor de infrastructuur in de stad. Het voegt een verkeersveilige verbinding toe voor voetgangers en fietsers tussen de wijken Pijlsweerd en Daalsebuurt en stimuleert een gezonde manier van verplaatsen. Het is een onmisbare schakel voor het toekomstig fietsnetwerk van de stad.
Daarnaast ontsluit de verbinding het Wisselspoorgebied en Cartesiusdriehoek , die een belangrijke bijdrage leveren aan de woningbouwopgave van de stad. Voor de totale benodigde investering van ongeveer 40 miljoen euro (raming 2023) hebben de gemeente, het Rijk en de NS 23 miljoen euro gereserveerd (waarvan 7 miljoen euro voor rekening van de gemeente, zie ook Raadsbrief Boorstraat). Voor de resterende benodigde 17 miljoen euro heeft de provincie cofinanciering van 8 miljoen euro toegezegd. Het restant, zijnde 8,84 miljoen euro, is onderdeel van de investering in dit MPR. Dekking voor de totale investering van 40 miljoen euro is noodzakelijk om dit jaar het overdrachtsdossier naar ProRail te kunnen afronden, zie ook TunnelAlliantie | ProRail.
MPR 2025
36
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
7. Dom tot Damroute voorbereidingsfase We werken aan een fietsroute die Utrecht (vanaf de Dom) met Amsterdam (tot aan de Dam) verbindt. Deze investering bestaat uit twee onderdelen van deze route, waarvoor we de planvoorbereiding starten. Het eerste onderdeel is het tracé centrum naar de Boorstraat en het tweede onderdeel het tracé langs het Wisselspoor (Boorstraat– St Josephlaan). Beide onderdelen zijn cruciaal voor zowel het functioneren van de Boorstraattunnel (zie 6) als voor de ontsluiting van Wisselspoor en Cartesiusdriehoek. Met de voorbereiding van deze twee deelprojecten kunnen we bepalen welk investeringsbudget nodig is, alvorens we een dekkingsvoorstel kunnen doen voor de uitvoering na 2029. We zetten voor de gehele Dom-tot-Dam route in op cofinanciering van het Rijk en de provincie Utrecht. 8. Nicolaas Beetsstraat fiets- en voetgangersverbinding voorbereidingsfase Het project Nicolaas Beetsstraat is een systeemsprong voor het fietsen voetgangersnetwerk in de stad. Het voegt een verkeersveilige verbinding toe voor voetgangers en fietsers voor het kruisen van de spoorbarrière in het centrum. Tussen de Van Sijpesteijntunnel en de Bleekstraat is er over een lengte van 1.700m geen goede verbinding onder de sporen door (terwijl een maaswijdte voor fietsers van 500m wenselijk is). We verwachten de eerste haalbaarheidsstudie in Q2 2025 af te ronden.
Daarna loopt de voorbereidingsfase door met een studie naar o.a. de technische haalbaarheid (bouwmethode), het opstellen van een Integraal Programma van Eisen, het Functioneel Ontwerp voor de openbare ruimte en het opstellen van het overdrachtsdossier naar ProRail. We zetten voor de realisatie van dit project in op cofinanciering van het Rijk en de provincie Utrecht. 9. Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer (UPGV) 2027-2030 + ketenregie Intelligente toegang Het huidige UPGV loopt t/m 2026. Hiervoor is een uitvoeringsbudget van 0,85 miljoen euro per jaar beschikbaar. We willen de ingezette transitie naar duurzame en efficiënte stadslogistiek voortzetten en daarvoor is vanaf 2027 aanvullend budget nodig. Het programma
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
bestaat uit een aantal actielijnen zoals modal shift (uitbreiding van goederenververoer over water en met kleine elektrische voertuigen), intelligente toegang (in autoluwe gebieden als Merwede en Beurskwartier), doorontwikkelen van het toegangsbeleid voor de binnenstad, slim sturen van logistiek met data, het zekerstellen van de benodigde plekken voor logistieke hubs/bundeling en faciliteren van efficiënte bouwlogistiek naar de vele bouwprojecten in de stad (zie ook Raadsbrief Voortgang UPGV 2023-2026 ). Gekoppeld aan, en voortkomend uit het UPGV, is budget benodigd om ketenregie te voeren op plekken waar we met intelligente toegang werken. Op deze plekken, zoals bijvoorbeeld bestemming Catherijnesingel, Domplein en toekomstige wijken Merwede en Beurskwartier, moeten we na invoering van de maatregel de verkeersituatie blijven monitoren en op basis daarvan handhaving en beheer aansturen. Deze werkzaamheden zijn nu onvoldoende geborgd binnen de organisatie. 10. Onderzoeksagenda mobiliteit De onderzoeksagenda bevat onderzoeksvragen (inclusief prioritering hiervan) die voort zijn gekomen uit de Monitor Mobiliteitsplan. Doel is om meer begrip te krijgen van de werking van ons beleid, om zodoende gerichter te kunnen sturen op onze doelen.
Het dient als hulpmiddel om te prioriteren in de werkzaamheden van het Mobiliteitsonderzoek, iets wat in tijden van bezuinigingen extra relevant is omdat we scherpe keuzes moeten maken in waar we ons investeringsbudget op inzetten. De onderzoeksagenda draagt bij aan het leveren van beslisinformatie voor dit soort keuzes.
11. Actieagenda Publieke Mobiliteit Het Rijk en de provincie Utrecht zijn dit jaar gestart met een uitvoeringsprogramma en regio Utrecht (Midden-Nederland) is aangewezen als koploper op het gebied van publieke mobiliteit. Ambitie is om naar een meer collectief mobiliteitssysteem te ontwikkelen dat voorziet in de deur tot deur verplaatsing voor reizigers. Bestaande uit alle collectieve vervoersmodaliteiten: openbaar vervoer, flexbussen, (deel)taxi, (e-)deelfiets, et cetera.
GRONDEXPLOITATIES
We willen als gemeente invulling geven aan deze koploperspositie door het opzetten van een actieprogramma met specifieke projecten waarbij we inzetten op cofinanciering van het Rijk en de provincie Utrecht en samenwerking met het Sociale Domein. We zetten hiermee de eerste stappen voor de ontwikkeling van een meer toegankelijk publiek systeem, vooruitlopend op een uiteindelijke nieuwe ov-concessie van de provincie (2035). Het budget wordt gebruikt om het actieprogramma op te zetten in de periode 2026-2028. 12. Prioritaire maatregelen binnen Programma Vervoersongelijkheid Het Uitvoeringsprogramma vervoersongelijkheid is in mei 2023 tot stand gekomen. We geven hiermee invulling aan ongelijk investeren voor gelijke kansen en willen de drempels verlagen voor groepen inwoners die ongelijkheid ervaren ten aanzien van vervoer. Voor de periode 2026-2029 willen we uitvoering geven aan vier prioritaire maatregelen. Allereerst een subsidie aan de vrijwillige vervoersdienst Buurtmobiel. Daarnaast een subsidie aan Al Amal om actief in te zetten op het meer zelfstandig laten reizen van ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond in het ov. Verder willen we twee onderzoeken starten. Een onderzoek naar een Informatiepunt ov (in eigen taal) en een onderzoek naar hoe we fietsen met zijwielen en omgebouwde fietsen kunnen borgen in de Wmo. Hierbij werken we samen met het Sociale Domein. 13.
Fietsdeals 2026 – 2029 In het coalitieakkoord 2022 - 2026 is opgenomen dat we fietsdeals (het aanbieden van een fiets voor 30 euro inclusief een jaar onderhoud voor U-pashouders) voortzetten zolang er vraag is. De vraag naar fietsdeals is groot en blijft dat ook naar verwachting. Het afgelopen jaar is er een extra uitreikpunt voor fietsdeals bijgekomen waardoor meer mensen gebruik maken van de fietsdeal. We hebben recent een Europese aanbesteding afgerond, waarbij we meerjarig een samenwerking zijn aangegaan. De huidige budgetten zijn toereikend tot eind 2025. Deze aanvullende investering borgt dekking t/m 2029.
MPR 2025
37
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
14. Noodzakelijke investeringen Verkeersveiligheid Bijna alle dodelijke ongevallen in de afgelopen jaren betreffen fietsers en voetgangers die een 50 km/u (of 70 km/u) weg overstaken. Wij willen daarom fiets- en voetgangersoversteken verkeersveiliger maken. Door middel van dataonderzoek hebben wij oversteken in beeld gebracht en zijn deze geprioriteerd, waarbij is gekeken naar mogelijke verbetermaatregelen voor de verkeersveiligheid. Het resultaat is circa 70 oversteken die niet goed zijn ingericht. Op een aantal van deze locaties lopen al projecten gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid. De investering in dit MPB richt zich op de 7 meest onveilige oversteken die we verkeersveiliger willen maken. We zetten hierbij in op cofinanciering van het Rijk en de provincie Utrecht.
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
GRONDEXPLOITATIES
fietspaden blijven rijden. Op deze locaties verwachten wij dat camera handhaving bijdraagt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Deze aanvraag heeft betrekking op aanvullend budget voor 2026 om de huidige camera in stand te houden en om een extra camera toe te voegen. Zie ook Raadsbrief Voortgang programma VV najaar 2024 .
Daarnaast is dekking nodig om in 2025 en 2026 nieuwe verkeersveiligheidsprojecten te kunnen initiëren voor dodelijke/zware verkeersongevallen waarbij uit analyse blijkt dat de weginrichting onvoldoende verkeersveilig is. Helaas kennen we in 2025 al een voorbeeld van deze noodzakelijke investering. Op vrijdagnacht 31 januari heeft een dodelijk verkeersongeluk plaatsgevonden op de Draaiweg. Als gevolg hiervan starten we een onderzoek gericht op de mogelijkheden om de verkeersveiligheid en de verkeerscirculatie in het gebied van de Draaiweg en omgeving te verbeteren. De kosten voor dit onderzoek zijn niet geprogrammeerd en kunnen niet gedekt worden vanuit het Actieplan Verkeersveiligheid. Vanuit deze investeringsaanvraag zal een deel worden ingezet als dekking voor dit onderzoek en voor de, naar verwachting, te treffen verbetermaatregelen o.b.v. de aanbevelingen uit het onderzoek. Tot slot willen wij een deel van de investeringsaanvraag inzetten voor camerahandhaving voor snor- en bromfietsers. Deze moeten in Utrecht sinds juli 2021 in grote delen van de stad op de rijbaan rijden. Vanuit verkeersveiligheid monitoren wij de naleving van dit beleid en nemen wij acties op de naleving hiervan. Uit recente metingen in 2024 blijkt dat de naleving van deze regel nog onvoldoende is: 55% van de snorfietsers rijdt op het fietspad, op plekken waar rijden op de rijbaan verplicht is.
Er zijn vaste plekken waar snorfietsers doorsteken of op MPR 2025
38
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Programmering waarover eerder is besloten / wijziging van inzet geprogrammeerde middelen Ov-schaalsprong We sparen voor de ov-schaalsprong. Budgetten hiervoor willen we in de komende jaren gebruiken voor ov-investeringen zoals de gemeentelijke bijdrage aan de realisatie van de Merwedelijn, andere toekomstige investeringen in andere ov-verbindingen en verbeteringen in ov-netwerk op korte- en middellange termijn.
Dit budget gebruiken wij voor de dekking van de niet-activeerbare voorbereidingskosten en als reservering (spaarpot) voor toekomstige investeringslasten. Deze reservering labelen we apart binnen de reserve voor meerjarige investeringen bereikbaarheid (MIB-reserve, zie pagina 40). Deze reserve zal daardoor in de komende jaren toenemen. Vanaf start bouw van de Merwedelijn zullen de middelen in de reserve worden ingezet. Ook niet-activeerbare voorbereidingskosten kunnen met de reserve worden verrekend.
Binnen het totale ov-schaalsprongbudget bestemmen wij vanaf 2025 jaarlijks 10 miljoen euro voor de Merwedelijn. De realisatie van de Merwedelijn is noodzakelijk voor woningbouw in Groot-Merwede en Rijnenburg. Deze gebieden vormen samen de grootste woningbouwlocatie van Nederland met 75.000 nieuwe woningen. Met het budget voor de Merwedelijn verwachten wij in ieder geval onze toezegging uit het BO-MIRT 2022 te kunnen nakomen om vanuit de gemeente 200 miljoen euro bij te dragen aan de realisatie van de Merwedelijn.
Na de opleveringsdatum leidt de (gemeentelijke bijdrage aan de) investering in de Merwedelijn tot kapitaallasten voor de gemeente. Daarvoor is na oplevering jaarlijks dekking nodig in de begroting. Hiervoor zetten wij het jaarlijkse budget van 10 miljoen euro in.
Bij het BO-MIRT in het najaar 2025 worden naar verwachting afspraken gemaakt over een voorkeurs-alternatief voor de Merwedelijn t/m Nieuwegein (onderdeel MIRT-verkenning ov en wonen). Daarvoor is méér budget nodig dan de 1,2 miljard euro die tot nu toe is toegezegd door de rijksoverheid, provincie en gemeenten. Zoals wij uw raad hebben gemeld in Raadsbrief voortgang verdiepingsfase MIRTverkenning streven wij naar verhoging van de rijksbijdrage voor aanleg van de Merwedelijn, bovenop de bijdragen die zijn toegezegd in het BO-MIRT 2022. Om daartoe te komen zal ook verhoging nodig zijn van de gemeentelijke bijdrage aan de Merwedelijn, boven op de 200 miljoen euro die de gemeente eerder heeft toegezegd. Daartoe gaan we ook zelf op zoek naar een verhoging van de gemeentelijke cofinanciering voor de Merwedelijn met 100 miljoen euro. Met het budget van 10 miljoen euro per jaar kunnen we de eerder toegezegde 200 miljoen bekostigen plus een gedeelte van de verhoging met 100 miljoen euro. Het budget van 10 miljoen euro per jaar wordt gedekt vanuit de MIB-reserve (deel ov-schaalsprong).
De precieze hoogte van de kapitaallasten na oplevering is afhankelijk van vele factoren, die nu nog niet allemaal bekend zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de compensatie voor bouwkostenstijgingen tijdens de aanleg, om de afschrijvingstermijn en afschrijvingsmethode die van toepassing gaan zijn en om de vraag wie de infrastructuur in bezit krijgt (gemeente of provincie). Over deze factoren worden komend jaar afspraken gemaakt met de andere belanghebbende partijen. Ook de ontwikkeling van het rentepeil is een belangrijke factor in de kostenontwikkeling. Per saldo is er nog geen volledig zekere dekking in beeld voor de kapitaallasten die voortvloeien uit de mogelijke verhoging van onze bijdrage met 100 miljoen euro. We nemen dit mee bij de uitwerking van een bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad. Ov-schaalsprong voor korte- en middellange termijn Het koesteren en versterken van het ov-netwerk op de korte en middellange termijn is een noodzakelijk onderdeel van de ovschaalsprong. Om dit te bereiken zijn investeringen nodig in het verbeteren van belangrijke ov-verbindingen, het verbeteren van de kwaliteit van haltes, hubs en knooppunten en het aanbieden van specifieke gemeentelijke ov-producten.
GRONDEXPLOITATIES
In samenwerking met de provincie Utrecht (de ov-alliantie) hebben we hiervoor een ontwikkelagenda opgesteld. Van het totale ovschaalsprongbudget bestemmen we hiervoor in totaal 16,9 miljoen euro t/m 2035 als gemeentelijk deel. Dit bedrag is inclusief 0,3 miljoen euro per jaar aan programmakosten. Budget Doorsteek Papendorp deels inzetten voor verkenning Europaplein We herprogrammeren 0,8 miljoen euro voor verkenning herinrichting Europaplein uit het budget voor de Doorsteek Papendorp (3,7 miljoen euro). De herinrichting van het Europaplein dient hetzelfde doel als de vanuit de studie Zuidwest voorgenomen doorsteek in Papendorp: de ontsluiting van de Merwedekanaalzone (MWKZ) richting de A12 verbeteren. De herinrichting van het Europaplein vinden wij urgenter dan de doorsteek Papendorp. We zien dat het Europaplein in 2030 tegen zijn maximale belasting aanloopt, ook gezien de (gestarte) bouw van woningen in de Merwedekanaalzone. We starten in 2025 met de verkenning en zullen in Q4 2025 met een raadsbrief komen met een uitgebreidere update over het Europaplein. Herprogrammeren nieuwe fietsenstallingen We herprogrammeren 4,8 miljoen euro voor Fietsenstallingen uit het budget van Jaarbeurspleingebouwstalling (4,8 miljoen euro) dat vrijvalt vanwege het tegenvallend aantal fietsparkeerplekken dat in het gebouw gerealiseerd kan worden (ongeveer 1.600 fietsparkeerplekken t.o.v.
doelstelling maximaal 2.200 plekken). We hebben dit budget en de budgetten van P1/P4 Hoog Catharijne (4,5 miljoen euro) en uitbreiding van de bestaande Knoopstalling (2,16 miljoen euro) samengevoegd tot één budget ("Fietsenstallingen”) van 11,46 miljoen euro om de voorbereiding en realisatie van verschillende stallingen mogelijk te maken. Het gaat hierbij om de planvorming voor de bouw van een extra binnenstadsstalling, de toevoeging van stallingen in garages P1 en P4 Hoog Catharijne en de uitbreidingen van de Vaartsche Rijnstalling (zie Raadsbrief Uitbreiding fietsparkeren Station Vaartsche Rijn) en de Knoopstalling. MPR 2025
39
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Verloop van de reserve Bereikbaarheid (financieel beeld komende 10 jaar) Onderstaande grafieken laten het verloop zien van de reserve Meerjarige Investeringen Bereikbaarheid (reserve MIB) voor de komende 10 jaar. Hierin zijn verwerkt: • De knelpunten, aanvullende noodzakelijke investeringen en wijziging van inzet geprogrammeerde middelen zoals genoemd op voorgaande pagina’s, evenals de structurele verlaging van het investeringsbudget bereikbaarheid (1,76 miljoen) als gevolg van de bezuinigingsopgave. Dit resulteert in een laagste stand van de reserve in 2028 van 2,58 miljoen euro. Deze resterende stand en het verloop naar de toekomst betreft ruimte voor toekomstige
•
•
knelpunten en aanvullende noodzakelijke investeringen die nu nog niet zijn geprogrammeerd. De kasschuif met betrekking tot de parkeerinkomsten conform begroting 2024 (in de jaarlijkse toegevoegde budgetten). De inkomsten uit betaald parkeren gaan in de toekomst toenemen. Voor de eerste jaren dekken we een deel van de investeringen in het kader van groei in balans uit de middelen schaalsprong ov en in de toekomst wordt deze voorfinanciering weer teruggestort. Financieel technische wijziging waardoor individuele projectbudgetten niet meer worden belast met een tariefopslag voor overhead. Door het verlagen van zowel het investeringsbudget als de individuele projectenbudgetten, betreft dit per saldo een budget neutrale wijziging in het MPB.
•
GRONDEXPLOITATIES
In het MPB 2024 hebben we aangegeven dat de voorfinanciering van de aanloopverliezen van de Mobiliteitshub XL zijn verwerkt in de geraamde onttrekkingen. Met de besluitvorming over deze hub in december 2024 is dit niet meer van toepassing en zetten wij 2,9 miljoen euro in ten behoeve van de Mobiliteitshub XL. De voorbereidingen voor de realisatie zijn inmiddels gestart, zie ook Raadsvoorstel Kredietaanvraag Mobiliteitshub XL.
Verloop reserve MIB
Verloop vrije programmeringsruimte MILJOENEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
€200
€70
€180
€60
€160
€50
€140 €120
€40
€100
€30
€80
€20
€60 €40
€10
€20 €2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Jaarlijkse toevoeging (budget)
Uitgaven en spaarbedragen
Stand vrije programmeringsruimte MIB reserve
Ondergrens (10% budget)
2034
2035
€2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
MPR 2025
40
Stand vrije programmeringsruimte MIB reserve Sparen OV schaalsprong (incl. Merwedelijn) cumulatief
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Actualisatie Parkeerbegroting
naheffingen en hogere opbrengsten garageparkeren), het jaarlijks opheffen van parkeerplaatsen en de ambities voor fietsparkeren.
In dit hoofdstuk benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen ten aanzien van fiets- en autoparkeren. We rapporteren over het opheffen van parkeerplekken. Tevens actualiseren we de begroting en lichten we de mutaties toe.
Er zijn verschillende oorzaken voor de lagere parkeeropbrengsten. Bij Toelichting mutaties parkeerbegroting op pagina 42 gaan we hier nader op in.
Parkeerinkomsten autoparkeren Voor de parkeerinkomsten vanaf 2025 is de raming bijgesteld. Dit gebeurt jaarlijks waarbij we de actuele realisatiecijfers gebruiken om de raming te verbeteren. Hierbij houden we rekening met de ontwikkelingen betreft het stadsbreed invoeren van betaald parkeren (in 2024 onder andere lagere opbrengsten straatparkeren, hogere
Meerjarenraming parkeerbegroting
In 2025, 2026 en 2027 dekken we het verwachte tekort uit de egalisatiereserve parkeren. Met het incidentele resultaat van 2024 heeft de reserve een omvang van bijna 15% van de parkeerbaten waardoor dit mogelijk is.
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
Uitvoeren maatregelen autoparkeren
-79.299
-88.660
-93.434
-96.981
-99.303
-103.121
Uitvoeren maatregelen fietsparkeren
-1.539
-1.477
-1.477
-1.477
-1.477
-1.477
Totaal Baten
-80.838
-90.137
-94.911
-98.458
-100.780
-104.598
Uitvoeren maatregelen autoparkeren
27.465
33.907
35.903
36.889
37.838
39.509
Uitvoeren maatregelen fietsparkeren
11.990
13.494
12.503
12.973
12.915
12.716
Totaal Lasten
39.455
47.401
48.406
49.862
50.753
52.225
Saldo baten en lasten
-41.382
-42.736
-46.505
-48.596
-50.027
-52.373
Mutatie reserves
-286
69
190
-83
-284
Toevoeging reserves
238
353
474
201
0
Onttrekking reserves
-524
-284
-284
-284
-284
-43.022
-46.436
-48.406
-50.110
-52.657
Bedragen x €1.000
GRONDEXPLOITATIES
Onzekerheid in ramingen Voor 2025 en verder stellen we de inkomsten uit de parkeerexploitatie nog niet structureel neerwaarts bij. We willen eerst beter onderzoeken welke ontwikkelingen structureel van aard zijn. Daarnaast kijken we naar bijsturingsmogelijkheden. Eén van de mogelijke bijsturingen is het verhogen van de inkomsten van de parkeergarages, onder meer door het verhogen van de bezetting.
Baten
Lasten
Saldo na mutatie reserves
MPR 2025
41
RUIMTELIJKE KOERS
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Voor de nieuwe raming geldt dat de realisatiecijfers in de komende jaren kunnen afwijken van de raming. Het financiële effect kan zowel hoger als lager uitpakken. De parkeerinkomsten kunnen niet met 100% zekerheid worden voorspeld; er zijn verschillende factoren zoals het parkeergedrag in gebieden waar betaald parkeren wordt ingevoerd en de algemene economische situatie.
•