Meerjaren Perspectief Ruimte 2024
Tekst van het document
In 2024 zullen we het Koersdocument herijken. We zien dat de congestie op het elektriciteitsnet tot gevolg heeft dat nieuwe voorzieningen voorlopig geen elektriciteitsaansluiting kunnen krijgen. Dit is een urgent knelpunt waarvoor we met de netbeheerders
werken aan oplossingen. Inhaalslag nodig voor maatschappelijke voorzieningen Met het huidige groeitempo en de schaarse middelen voor nieuwe investeringen lukt het onvoldoende om het voorzieningenniveau te laten meegroeien met het aantal inwoners. Daarvoor is onvoldoende geld en ruimte beschikbaar. Investeringen die nu niet worden gedaan, kunnen in sommige gevallen niet meer worden ingehaald. Bijvoorbeeld als het gaat om de bouw van sporthallen in plaats van gymzalen; als de gymzalen eenmaal zijn gerealiseerd kan er later niet alsnog een sporthal worden ingepast.
een risico waarvoor we momenteel maatregelen en alternatieven uitwerken. In plaats van de aanvankelijk voorziene sporthal in Vleuten kiezen we ervoor 3 gymlokalen te realiseren als gevolg van de krapte aan financiële ruimte. Om dezelfde reden stellen we de realiastie van het zwembad in het Maximapark uit naar 2029.
. Actuele ontwikkelingen Sport: complexe financiële en ruimtelijke opgave, vooral voor sportvelden In 2024 laten we opnieuw het vraag-en aanbodonderzoek sport door het Mulier instituut uitvoeren. Dit doen we om goed de trends mee te nemen en rekening te houden met veranderingen in de woningbouwplanning. De woningaantallen in de gebiedsontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone en het Beurskwartier vragen om extra capaciteit aan sportvoorzieningen. Daarom wordt er ingezet op uitbreiding van sporthallen, zwembaden, sporten in de openbare ruimte en sportvelden. De uitbreiding van de meeste sportvoorzieningen loopt in de pas met de groei van de stad. Uitbreiding van sportvelden blijft echter achter bij de groei van de stad. Als de sportvelden niet meegroeien, leidt dit tot verdere wachtlijsten en een negatief effect op de sportdeelname van vooral de jeugd. Voor de realisatie van de geplande sporthallen en het zwembad Maximapark vormt netcongestie
MPR 2024
24
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Maatschappelijke voorzieningen Voor wat betreft de behoefte aan sportvelden voorzien we in 2040 een tekort van 7 voetbalvelden, 5 trainingsvelden (kunstgras) voetbal, 9 . hockeyvelden, 3 à 4 rugbyvelden en 54 tennisbanen. Om plek te vinden voor uitbreiding van velden lopen er drie variantenstudies. Uit de (voorlopige) opbrengsten kan geconcludeerd worden dat uitbreiding op alle drie de locaties mogelijk is, maar dat dit alleen kan door verplaatsingen en herstructureringen die gepaard gaan met aanzienlijke inpassings- en/of verwervingskosten. Deze zijn niet voorzien in het groeikader. Voor een deel hiervan is financiering beschikbaar in de vorm van externe financiering en ruimte die vrij komt door andere investeringen te temporiseren. Voor de resterende benodigde middelen zal in latere jaren de dekking gevonden moeten worden. De variantenstudie Maarschalkerweerd Noord is een integrale ingreep die een belangrijke bijdrage levert aan meerdere doelen van het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd door het ontwikkelen van een parklandschap. In de ontwikkelde varianten wordt er niet alleen ingezet op uitbreiding van sportcapaciteit, maar ook op het vergroten van het Kromme Rijn Oeverpark, biodiversiteit, verbetering verkeersveiligheid en toevoeging openbare ruimte voor bewegen.
De hier geplande investeringen worden voor onbepaalde tijd uitgesteld omdat de dekking voor de inpassings- en verwervingskosten nog niet voorhanden is. Voor voldoende sportvelden bij de Merwedekanaalzone loopt de variantenstudie sportpark Nieuw Welgelegen. Uitbreiding van sportvelden is hier alleen mogelijk door verplaatsingen, verwervingen of een slimme herverkaveling. Een dergelijke ingreep vraagt om forse investeringen. Hiervoor is inmiddels co-financiering vanuit rijksmiddelen aangevraagd en gehonoreerd. Met de inzet van deze middelen en door uitstel van andere investeringen kunnen we hier de komende jaren
uitbreiden met twee velden en is verder uitbreiding in de toekomst mogelijk als meer middelen beschikbaar komen. Zelfs als uiteindelijk de volledige potentie van de drie locatiestudies gerealiseerd gaat worden, dan is er meer ruimte nodig om sport(velden) mee te kunnen laten groeien. Hiervoor zijn extra locaties nodig. Er wordt in beeld gebracht of daar nieuwe studielocaties voor zijn. Zoals de Voordorpse Polder, Overvecht, Romal en Rijnenburg. In de nieuwe sportnota gaan wij hier nader op in met als uitgangspunt om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen vanaf de start voldoende ruimte te reserveren voor de veldsport. Ook de uitbreiding met één korfbalveld in Hoograven en de aanleg van twee hockeyvelden op nader te bepalen locaties schuift door in de tijd. Onderwijs: aanzienlijke uitbreidingen van het primair en voortgezet onderwijs. Onderzoek naar de behoefte op termijn In 2023 en 2024 werken we aan een nieuw Integraal huisvestingsplan Onderwijs (IHP) voor de periode vanaf 2026 tot 2041. In het IHP vindt een nadere uitwerking en programmering plaats van Onderwijshuisvesting voor de jaren 2026-2041, waarbij we aangeven welke scholen op welk moment zullen worden gebouwd dan wel verbouwd. De programmering houdt rekening met de huidige staat van de schoolgebouwen, de bevolkings- en leerlingenprognoses, geplande gebiedsontwikkelingen en beleid/ambities.
Welzijn: Geplande nieuwe welzijnsaccommodaties in de Merwedekanaalzone en in Overvecht. Daarnaast nog stadsbreed zes buurtcentra inclusief jongerenhuiskamer nodig. Tot 2030 zijn enkele buurtcentra, buurtkamers en jongerenhuiskamers geprogrammeerd. Tussen 2030 en 2040 zijn er op basis van de actuele bevolkingsprognose stadsbreed nog zes buurtcentra inclusief
jongerenhuiskamer nodig. De locaties daarvan zijn nog niet bepaald, daarvoor wordt nog een afweging gemaakt waarbij we onder andere aan Papendorp/Groenenwoud denken. We onderzoeken de behoefte aan overige welzijnsaccommodaties (beheerde speeltuinen, scouting en volkstuinen) de komende jaren. De welzijnsaccommodaties groeien mee volgens de in ons beleid vastgestelde normen per type wijk. Zorgvoorzieningen: stijgende huisvestingslasten In toenemende mate melden huisartsen en zorginstellingen zich bij de gemeente omdat zij geen huisvesting kunnen vinden of de stijgende huisvestingslasten niet meer kunnen opbrengen. De gemeente heeft voor dit soort voorzieningen geen huisvestingsplicht, maar we zien natuurlijk de noodzaak van dergelijke voorzieningen in de stad. We verkennen samen met de betreffende sectoren oplossingsrichtingen en kijken naar goede voorbeelden uit andere steden. Cultuur: voor iedereen dichtbij Nieuwe culturele voorzieningen zullen we voornamelijk laagdrempelig en dichtbij realiseren. Met de recent vastgestelde Kadernota Cultuurparticipatie 2022-2030 en het Uitvoeringsprogramma 2024-2028 zijn de inhoudelijke kaders voor cultuur in de wijken verder aangescherpt. Dit betekent dat we, naast de kwantitatieve kaders vanuit de RSU2040, ook heldere inhoudelijke keuzes kunnen maken voor de wijkvoorzieningen.
Vanwege schaarse middelen kiezen we ervoor de realisatie van wijkcultuurhuizen te temporiseren. Geplande investeringen waarvoor nog geen definitieve locatie bepaald is schuiven naar achteren,
MPR 2024
25
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Maatschappelijke voorzieningen In 2024 wordt bekend welke culturele partijen van 2025-2028 worden gesubsidieerd in het kader van de cultuurnota. Deze nota roept op tot vernieuwing en experiment in de cultuursector; wellicht dat hier ook nieuwe ruimtebehoefte uit voortkomt. Bij de recente vaststelling van de Nachtvisie 2030 hebben we een ‘vindopdracht’ van de raad gekregen voor minimaal drie extra locaties voor nachtcultuur in 2030. Programmering Sport (zie paragraaf 5.6) • De realisatie van het zwembad Maximapark wordt verschoven naar 2029. • We zijn gestart met de voorbereidingen voor de sporthallen Cartesiusdriehoek (in gebruik name 2025), Merwedekanaalzone (2027) en 3 gymlolaken in Vleuten (2027). • Vanaf 2025-2026 realiseren we een extra rugbyveld (variantenstudie Strijkviertel) • We zetten in de komende vier jaar 3 natuurgrasvelden om in kunstgras. • Voor de wijk Overvecht ronden we het locatieonderzoek voor de voortgezet onderwijslocatie met sporthal af (zie hoofdstuk 5.6 sportprogrammering). Onderwijs In lijn met het Meerjarenplan Onderwijshuisvesting 2016 – 2025 gaan wij de komende jaren een aanzienlijke uitbreiding van het primair en het voortgezet onderwijs realiseren. • Er komen lagere scholen bij in de buurten Haarrijn, Leeuwesteyn en Groenewoud (Leidsche Rijn), in Merwedekanaalzone, Cartesiusdriehoek en het Beurskwartier.
•
Het voortgezet onderwijs breidt uit in Merwedekanaalzone, Leidsche Rijn, Overvecht en Vleuten-De Meern en in het Utrecht Science Park/Rijnsweerd.
Welzijn • We realiseren een nieuw buurtcentrum en jongerenhuiskamer in de Merwedekanaalzone en twee kleinere buurtcentra in Overvecht. Voor Overvecht betrekken we dit bij de Programmatische uitgangspunten doorontwikkeling maatschappelijk vastgoed Overvecht. • Bij de ontwikkeling van de Kruisvaartkade (Zuidwest) en het Lombokplein/Beurskwartier zijn buurtkamers voorzien. De middelen voor deze uitbreiding zijn nog niet beschikbaar Cultuur • Reeds geprogrammeerde voorzieningen zijn het wijkcultuurhuis Merwede en jongerencultuurhuizen in Leidsche Rijn en Vleuten de Meern • In 2024 gaan we concreet op zoek naar vier nieuwe locaties voor wijk- of jongerencultuurhuizen. Vanaf 2028 en verder willen we (afhankelijk van de groei van de stad) nog 7 tot 11 extra plekken voor cultuurparticipatie realiseren, waarvan we een aantal (in het kader van slim ruimtegebruik) hopen te kunnen ontwikkelen in combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld welzijn of onderwijs). Daarnaast zijn er plannen om het jongerencultuurhuis Overvecht te verhuizen naar een nieuwe locatie en realiseren we nieuwbouw van het Jongerencultuurhuis Kanaleneiland. • Voor stedelijk culturele voorzieningen werken we aan verschillende projecten, waaronder een muzikale broedplaats in het gebied
•
•
•
‘tussen de rails’ en een permanente culturele invulling van het Zomerhuis bij de cultuuras Leidsche Rijn. De realisatie van cultuurcluster Berlijnplein lijkt een beperkte vertraging op te lopen, onder meer door netcongestie (oplevering nu voorzien in 2026). Per culturele deelsector inventariseren we de specifieke behoeftes en kijken we waar we deze kunnen realiseren in de reeds geprogrammeerde ruimte in gebiedsontwikkelingen of op nieuwe plekken. Voor de bovenregionale voorziening die eerder gepland was in het Jaarbeurspleingebouw, onderzoeken we nu de mogelijkheden in Overvecht Centrum, één van de stedelijke knooppunten én een wijk waar uitbreiding van de culturele voorzieningen gewenst is. We nemen deze ambitie mee in het Masterplan centrum Overvecht en de omgevingsvisie Overvecht. Voor de realisatie van 80.000 m2 extra creatieve werkruimte hebben we in de RSU2040 reeds 30.000m2 geprogrammeerd, waaronder in het Werkspoorkwartier, Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. Voor het programmeren van de overige 50.000 m2 zoeken we naar kansen op bedrijventerreinen (zoals Nieuw-Overvecht), in tijdelijke locaties (zoals Parkeergarage Paardenveld), nieuwe gebiedsontwikkelingen en in wijken waar nog weinig culturele voorzieningen en/of broedplaatsen zijn. We stimuleren daarbij ook het realiseren van meerwaarde voor wijk en omgeving door functies en doelgroepen te combineren.
We zetten in op behoud van de huidige betaalbare werkplekken in de stad. En om nieuwe betaalbare werkplekken mogelijk te maken hebben we, samen met het broedplaatsennetwerk, een nieuwe nadere regel voor broedplaatsen uitgewerkt en een nieuwe bestemmingsplanregel voor culturele broedplaatsen opgesteld.
MPR 2024
26
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Duurzame mobiliteit Ambitie We houden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid zo goed mogelijk op peil. Om gezond stedelijk leven en de groei van de stad mogelijk te maken, zetten we in op de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit). We streven naar een stad waarin mobiliteit en bereikbaarheid voor iedereen op orde is. Actuele ontwikkelingen Verlaging MPB-investeringsbudget In het hoofdstuk Koers op pagina 9 -12 van dit MPR is te lezen dat het bezuinigingspakket voor Mobiliteit (MPB) leidt tot een verlaging van het investeringsbudget met 3 miljoen euro per jaar vanaf 2026. Deze bezuiniging betekent dat er tot en met 2040 48 miljoen euro minder beschikbaar is voor investeringen bereikbaarheid. Dit heeft als gevolg dat de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid structureel achteruit zullen gaan en we bij herinrichtingen gaan inboeten op de kwaliteit van de inrichting voor het verkeer en het groen.
die we naar verwachting in juni 2024 naar de Raad sturen. De bereikbaarheid in de stad staat onder druk, doordat de netwerken voor auto, fiets en ov aan de grenzen van hun capaciteit zitten. Tegelijk groeit het aantal inwoners en werknemers, waardoor de bereikbaarheid verder onder druk komt te staan. We zetten de beschikbare middelen voor bereikbaarheid zo in dat we groei van de stad met nieuwe woningen en banen zo goed mogelijk faciliteren. Tot slot blijven we inzetten in verkeersveiligheid en op vervoer voor iedereen (uitvoeringsprogramma vervoersongelijkheid), onder meer door toegankelijk ov en fietsdeals voor mensen met een kleine portemonnee. Ook deze inzet wordt geraakt door de bezuiniging. We zetten de beschikbare middelen om de verkeersveiligheid te verbeteren in om de grootste knelpunten zo goed mogelijk op te lossen.
Transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit, bereikbaarheid en verkeersveiligheid Om de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit zo goed mogelijk te realiseren en de bereikbaarheid en verkeersveiligheid met de beschikbare middelen zo goed mogelijk op orde te houden, gaan we door met investeren in de schaalsprong fiets en het verbeteren van het voetgangersnetwerk. Het investeringsbudget loopt terug, dus zullen we een minder grote transitie naar duurzaam en ruimte-efficiënte mobiliteit realiseren. Voor de laatste cijfers over de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit, verwijzen we naar de Monitor Mobiliteitsplan,
MPR 2024
27
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Duurzame mobiliteit Kwaliteit openbare ruimte door mobiliteitsinvesteringen De bezuiniging heeft als gevolg dat een sobere inrichting als uitgangspunt geldt bij herinrichtingen voor mobiliteit. Hierbij past een meer natuurlijke manier voor realisatie van groen in de projecten en meer hergebruik van materialen zoals klinkers. Vanuit herinrichtingen hanteren we het uitgangspunt dat we werkzaamheden maximaal combineren met beheer en onderhoud.
mobiliteit. Programmering De totale programmering is te vinden in de geheime bijlage MPB. In deze bijlage geven we ook aan bij welke projecten Mobiliteit samenwerkt met Beheer Openbare Ruimte (BOR). De nadere toelichting over knelpunten en overige noodzakelijk investeringen in het MPB staat in het financieel beeld (H5.3 en 5.4).
Actuele geprogrammeerde projecten uitgelicht Hieronder lichten we drie actuele ontwikkelingen in relatie tot het Mobiliteitsplan 2040 uit. De voortgang van alle geprogrammeerde projecten is te vinden in de Voortgangrapportages VGR voorjaar 2023 en VGR najaar 2023. 1. Alternatief Ring Utrecht (ARU) voorstel afgerond en gepresenteerd: met het alternatief sparen we Amelisweerd, precies zoals het coalitieakkoord beoogt. De uitvoering van ARU brengt daarnaast aanzienlijk lagere kosten met zich mee, die in overleg met Rijk en regio eventueel ervoor kunnen zorgen dat er een deel van de dekking wordt gevonden voor het verbeteren van alternatieven voor de auto. Het gaat hierbij om regionale projecten die de beoogde mobiliteitstransitie moeten bewerkstelligen. 2. Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort is vastgesteld na een uitgebreid participatietraject. Zuidpoort is het zuidelijke entreegebied van de binnenstad rondom het Ledig Erf en station Vaartsche Rijn. Een van de uitgangspunten is het weren van doorgaand autoverkeer bij het Ledig Erf. 3. Versnellen van de transitie van bezit naar gebruik: dit jaar 14 deelmobiliteitshubs opgeleverd (zie afbeelding) die bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en de transitie naar duurzame MPR 2024
28
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen Ambitie van de opgave Groen Utrecht wil een gezonde, duurzame en circulaire stad zijn waar mensen wonen, werken en verblijven in een gezond leefklimaat. Het is nodig om de stad actief te vergroenen in verband met de groeiende druk op de openbare ruimte, om in te spelen op klimaatveranderingen en om een bijdrage te leveren aan het herstel van de biodiversiteit. Een robuuste, groene openbare ruimte is essentieel voor het welbevinden en de gezondheid van onze inwoners en voor dieren en draagt daarnaast positief bij aan de waarde van vastgoed. De ambitie in de RSU 2040 is dat groen en verdichting gelijk opgaan. Bij de toename van 60.000 woningen betekent dit dat 450 hectare extra groen binnenstedelijk moet worden gerealiseerd. Naast het toevoegen van voldoende groen is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het groen ook goed benut kan worden. We realiseren extra plekken in het groen voor sporten, spelen en bewegen en zorgen dat de openbare ruimte uitnodigt tot ontmoeting en ontspanning. Bij herontwikkeling van de openbare ruimte passen we ontwerpprincipes toe die bij verplaatsen en verblijven ontmoeting stimuleren.
Dank aan het ontwerp van routes, parkjes en pleintjes met oog voor goede verblijfskwaliteit (mogelijkheden om te zitten in de zon en in de schaduw), bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een lichamelijke, visuele of auditieve beperking. We onderscheiden in deze opgave vijf schaalniveaus:
1.
Groene straten, bestaand en nieuw (circa 200 ha.)
2. 3. 4. 5.
Groenblauwe routes (circa 100 ha.) Nieuwe parkgebieden in de stad (circa 120 ha.) Groene scheggen die stad en landschap verbinden (circa 30 ha) Groen om de stad (circa 250 ha. nieuw recreatief groengebied in de directe omgeving van de stad).
drukke straat over te hoeven steken. We willen dat de sport- en speelruimte gevarieerd en uitdagend is ingericht. Op die manier is er voor alle leeftijden en verschillende interesses iets te doen. Klimmen, klauteren, op de glijbaan, met water spelen, verstoppen tussen het hoge gras of juist lekker voetballen: overal moet een plek voor zijn.
Daarnaast heeft Utrecht, vanuit dezelfde doelstellingen voor klimaat en gezondheid, de ambitie om bomen toe te voegen: voor elke nieuwe woning een extra boom, leidend tot 60.000 bomen in 2040. Bij elke ruimtelijke ingreep brengen we de kansen voor vergroening in beeld en benutten we deze door toepassing van het ontwerpprincipe ‘groen, tenzij’. Dit houdt in dat we in Utrecht straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels groen inrichten, tenzij dat op een specifieke plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit. Sporten, Spelen en bewegen Buiten spelen is belangrijk voor opgroeiende kinderen. Ze leren er samen spelen en ze ontwikkelen kracht en lenigheid in hun lichaam. De gemeenteraad heeft de nota ‘Spelen in je eigen buurt’ in 2022 vastgesteld en middelen beschikbaar gesteld. ‘Spelen in je eigen buurt’ is een uitwerking van ambities die zijn uitgesproken in de Ruimtelijke Strategie 2040, de Nota Volksgezondheid en Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke voorzieningen. Met deze visie willen we de ambities voor een stad waarin ruimte is om te sporten, spelen en bewegen concreet maken. We willen dat elk kind in de buurt van zijn woning buiten kan sporten, spelen en bewegen. In een ingerichte speeltuin of op een andere veilige plek, zoals een grasveld of plein. Binnen 200 meter moet elk kind zo’n plek kunnen bereiken, zonder een
MPR 2024
29
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen Actuele ontwikkelingen Vergroening nog niet in balans met groei van de stad In de RSU is de doelstelling opgenomen om de hoeveelheid groen en bomen te laten meegroeien met het aantal woningen in de stad. Om gelijke tred te houden met de groei van het aantal woningen moet de aanleg van nieuw groen toenemen van de huidige 4-6 hectare per jaar, naar minstens 20 hectare per jaar. Dit realiseren we met behulp van specifieke vergroeningsprojecten (zoals de aanleg van parken en het uitvoeren van vergroeningsprojecten met bewoners op straatniveau), en door een verbeterde verankering van groen in zowel de projectprogramma’s van integrale vervangingsprojecten van stadsbedrijven in de openbare ruimte als in woningbouwof gebiedsontwikkelingsprojecten en mobiliteitsprojecten. De huidige coalitie heeft al substantieel investeringsmiddelen vrijgemaakt voor een inhaalslag van groen op de woningbouw. De concrete doelstellingen voor de collegeperiode zijn: 1. plannen ontwikkelen om voor elke nieuwe woning een extra boom te planten. 2. ontwikkelen van extra 45 hectare groen. Voor deze doelstelling voor de komende jaren wordt de ambitie nog niet volledig waargemaakt in het gewenste tempo. Voor de lange termijn naar 2040 is méér nodig, zowel in financiële zin als ook in aanpak.
Vanuit het MPR en de MJIP ontwikkelen we een samenhangende benadering van de openbare ruimte. Voor de Groene Schaalsprong wordt een aanpak ontwikkeld, dat beschrijft hoe de vergroening van de stad kan worden versneld door onder andere een betere beleidsmatige verankering, een verbreding van het
eigenaarschap over de opgave en een betere financiering. In het verlengde van de visie klimaatadaptatie werken we aan een aanpak voor het stimuleren van de vergroening van de private ruimte. Voor de Groene Schaalsprong is een veelvoud van de nu in de MPR beschikbare financiële middelen nodig. We werken aan de uitwerking en uitvoering van de groene schaalsprong per schaalniveau om dit nauwkeuriger inzichtelijk te maken, ook naar samenwerkingspartners en naar andere overheden. Zo kunnen we de samenwerking ook verder vormgeven.
volgende initiatieven in gang gezet. 1.
We werken aan integrale projecten (zoals rioleringsen mobiliteitsprojecten) waar vergroening in mee wordt genomen. De komende jaren gaat het o.a. om de projecten Bernadottelaan, Vasco da Gamalaan, Amazonekwartier en Taagdreef.
2.
We werken aan individuele groenprojecten, waarin straten vergroend worden. We zijn bezig in Rivierenwijk, Noordwest en West en in Overvecht en breiden dit uit naar
Ook sporten, spelen en bewegen nog niet in balans met de groei van de stad. Voor de opgave Sporten, spelen en bewegen zijn de ambitie én de realisatie nog niet in balans met de groei van de stad. Momenteel zijn er middelen beschikbaar voor tot 2035 (tot 2030 voor investeringen en beheer, vanaf 2031 alleen voor beheer). De opgave is, op basis van de speelruimtescans van de verschillende wijken, mogelijk groter. Ter zijner tijd zal bekeken moeten worden in hoeverre er nog meer plekken moeten worden aangelegd en middelen beschikbaar zijn of moeten komen. Ook is duidelijk dat in veel vooroorlogse wijken de opgave weliswaar groot is maar de druk op de openbare ruimte ook. Dit vraagt scherp prioriteiten stellen en koppelingen maken met andere beleidsvelden. De mobiliteitstransitie en het verminderen van het aantal parkeerplekken kunnen effectief ruimte voor sporten, spelen en bewegen maken.
Noordoost en Centrum. 3.
We hebben een toegankelijke online pagina voor vergroeningsaanvragen en de opheffing van parkeerplaatsen opgezet. Via deze pagina kunnen inwoners een aanvraag indienen
voor de vergroening van hun straat. Met deze initiatieven verwachten we de komende coalitieperiode circa 9 hectare groene straten te realiseren.
Programmering Voor de realisatie van 200 hectare aan groene straten zijn de
MPR 2024
30
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen We willen diverse groenblauwe routes parallel aan de water-
Voor de realisatie van 30 hectare aan groene scheggen werken we
houden als we grotere hoeveelheden bomen gaan planten in
en/of weginfrastructuur van Utrecht realiseren. Om circa 100
aan twee projecten.
de toekomst. Ook zoeken we naar manieren om nieuwe bomen te
hectare aan groenblauwe routes te realiseren, staat een aantal
Voor de Kromme Rijnscheg voegen we groen toe
financieren.
projecten gepland. Van het project Wagenaarkade is Fase 1 reeds
in Maarschalkerweerd (Lunettenpark) en voor de Vechtscheg werken
gerealiseerd, en is Fase 2 in voorbereiding. Verder wordt in de huidige
we aan Natuurgebied Zuilen. Deze projecten leveren naar verwachting
Sporten, spelen en bewegen
coalitieperiode het project Fortlaan (Vechtzone) gerealiseerd. Met de
28 ha nieuwe natuur op. In de komende coalitieperiode gaat het om
Ten behoeve van de programmering en uitvoering zijn
herinrichting van de Jutfaseweg (fietsproject) realiseren we een
circa 13 hectare, opgeleverd in 2027. We liggen hiermee op koers om
speelruimtescans opgesteld die een beeld geven van de opgave per
groenblauwe verbinding langs de Vaartse Rijn Voor het project Rondje
de doelen uit de RSU te halen.
wijk op basis van o.a. de bevolkingsontwikkeling, bekende wensen van
Stadseiland is het kader door de raad vastgesteld, en de realisatie
bewoners en wijkinstellingen en benodigde sport- en speelruimte voor
hiervan wordt deels meegenomen in de
We werken met de regio aan Groen Groeit mee, om in totaal 250
de verschillende leeftijdsgroepen. Op basis van de scans wordt een
geplande gebiedsontwikkelingen. Ook hebben we subsidie gekregen
hectare aan nieuw recreatief groengebied te realiseren.
programma verder uitgewerkt en uitgevoerd zodat er tegelijkertijd
om deelgebied 3 bij de Jaarbeurs te realiseren. Deze coalitieperiode
Onderdeel hiervan is dat we werken met de regio aan het Kromme
gewerkt aan de aanpak van de speelplekken. Hierbij wordt waar
realiseren we naar verwachting 11 hectare aan vergroening. Meer
Rijn Linielandschap. Bij Ockhuizen is een integrale gebiedsontwikkeling
mogelijk aangesloten bij andere projecten in de openbare ruimte om
middelen kunnen leiden tot versnelling.
waar energie, biodiversiteit en recreatie gecombineerd kunnen worden.
werk met werk te maken. We werken in 2024 o.a. aan de speelplekken
Dit levert de komende jaren circa 7 hectare groen op en op de lange
Bataviastraat, Park de Watertoren, Makassarstraat, Van Eysingalaan
Om 120 hectare aan nieuwe parkgebieden te realiseren, werken
termijn (over 30 jaar) circa 42 hectare groen. Tenslotte kan –nu
en een nieuwe speelplek in de Binnenstad Noord. Verder worden er
we aan een aantal projecten in Utrecht.
de Nedereindse Plas deels gesaneerd is –het gebied ingericht worden
bijdrages geleverd ter bevordering van het spelen aan speelplekken bij
In de binnenstad is de eerste fase van het
als natuur- en recreatiegebied. Onderdeel van de deelopgave Groen
o.a. Keerkring, Lumbrusplein, Jermiestraat, locatie bij Azotod, Ingen
project MoreelseTuinen in uitvoering. Daarnaast werken we aan een
om de stad is inspelen op kansen die zich voordoen, bijvoorbeeld ook
Houszstraat en Wisselspoor.
kwaliteitsimpuls en verbetering van Park Transwijk en kan (op termijn)
door de transformatie van landbouwgronden.
het Wilhelminapark uitgebreid worden door de verwijdering van verharding. Ook werken we Singelpark Noord. Ondertussen zijn we op
Bomen
zoek naar nieuwe locaties in de stad waar parken gerealiseerd kunnen
Deze periode is gericht op het bepalen van locaties voor de eerste
worden. Deze coalitieperiode realiseren we naar verwachting circa
15.000 bomen, op het doen van onderzoek en nemen van maatregelen
13 hectare aan vergroening bij parken. Meer middelen kunnen leiden
om onze bestaande en nieuw te planten bomen beter te verzorgen en
tot versnelling.
te beschermen. We planten kleine hoeveelheden bomen samen met collega’s en de stad, zodat we leren waar we rekening mee moeten MPR 2024
31
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Energie Ambitie van de opgave De ambitie voor de opgave Energie is dat het energieverbruik in de gebouwde omgeving in 2050 met 35% is afgenomen ten opzichte van 2020, dat alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut, en dat energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen.
Om onze ambitie te bereiken ordenen we onze activiteiten en projecten voor de energietransitie in drie sporen: Gebouwen verduurzamen, Infrastructuur aanpassen en bronnen verduurzamen. We beschrijven aan de hand van deze drie sporen en de meerjarendoelstellingen die daarvoor geformuleerd zijn, welke doelen en activiteiten we voor ogen hebben. Gebouwen verduurzamen: Het energieverbruik van de gebouwde omgeving is in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020. Aanpassen Energie-infrastructuur: De energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen. Bronnen verduurzamen: Alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie die goed uit de plan m.e.r. komen zijn benut en we zetten stevig in op zon op dak (in 2030: 120 GWh kleine daken en 168 GWh op grote daken). Actuele ontwikkelingen Netcongestie Netcongestie is een opgave die ook in 2024 veel van ons gaat vragen. Zo is er een Programma Elektriciteit en Netcongestie opgesteld. Wij actualiseren dit programma jaarlijks met nieuwe inzichten. In het
Uitvoeringsprogramma hanteren wij twee programmalijnen: • Programmalijn 1 is gericht op de ruimtelijke inpassing van de boven- en ondergrondse elektriciteitsinfrastructuur inclusief lange termijn planning van het elektriciteitsnet. • Programmalijn 2 is gericht op het ontwikkelen van Utrecht als een ‘netbewuste stad’; ‘groei in balans’ en ‘verduurzaming van de bestaande stad’ kunnen alleen als we rekening houden met de beperkingen van het elektriciteitsnet.
• •
ontzorgen om maatregelen voor energie besparen te nemen. Uitvoeringsprogramma verduurzamen bedrijventerreinen We richten ons specifiek op de vastgoedeigenaren om hen te stimuleren hun bedrijfsvastgoed te verduurzamen.
De actuele ontwikkelingen rond netcongestie zijn ook onder het hoofdstuk 2 Ruimtelijke koers opgenomen. Ontwikkelingen in het landelijke beleid, wetgeving en lobby Om wijken en buurten voortvarend aardgasvrij te maken is (snelle) invoering gewenst van de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). We moeten afwachten hoe de Tweede Kamer deze wetsvoorstellen besluit. Programmaring Gebouwen verduurzamen: 10.000 maatregelen per jaar (isolatie van vloer, dak, glas of muur). Voortzetten en opschalen van de bestaande aanpak, bv: • Isolatievouchers voor particuliere woningeigenaren (hiervoor benaderen we minimaal 800 woningeigenaren) • Reguliere inkoopacties • “Samen isoleren “(groepsgewijze begeleiding voor samenwerkende bewoners: 300-600 adressen) • De uitvoering van de VVE-aanpak Bedrijven en maatschappelijke ondernemingen: • We zetten een collectieve inkoopactie op voor het MKB om hen te MPR 2024
32
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Energie Aanpassen Energie-infrastructuur: Warmte-infrastructuur • Herijking Transitievisie Warmte (Warmteprogramma) op onderdelen afgerond inclusief bronnenstrategie en voorlopige kavelindeling
Overvecht-Noord aardgasvrij. De evaluatie van het project OvervechtNoord vindt de komende maanden plaats. Over de gewijzigde koers voor Overvecht-Noord en over de evaluatie van het project OvervechtNoord informeren we de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van dit jaar.
Buurtaanpak Aardgasvrij • Onderzoek in volgende clusters en we ontwikkelen een methodiek voor afweging van warmte-alternatieven Publiek eigendom • Duidelijkheid over hoe we ons als gemeente verhouden tot een publiek warmtebedrijf • Duidelijkheid over rolneming publiek eigendom energiebronnen (is een eigen ontwikkelbedrijf nodig) • We laten een planMER uitvoeren op het gehele warmteprogramma.
Bronnen verduurzamen: • Voor Ockhuizen doorlopen we het vergunningtraject voor zonneveld (en integrale gebiedsontwikkeling) • Voor windpark Rijnenburg en Reijerscop ronden we de planologische procedure voor de omgevingsvergunning en -plan af. • Als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Rijnenburg werken we aan de inrichting en vormgeving van het energielandschap. • Voor de Nedereindse Plas start de planologische procedure voor de omgevingsvergunning van de zonne-eilanden, waarbij de gemeente de regie pakt en zelf de vergunning aanvraagt. • We werken aan de nota zoekgebieden duurzame opwek. • Zodra de nota zoekgebieden duurzame opwek is vastgesteld starten we met de eerste uitwerking van de focusgebieden (Energielandschap Rijnenburg en Lage Weide).
In de week van 1 april 2024 is de samenwerking met Eneco voor wat betreft de uitbreiding van hun warmtenet in Overvecht-Noord beëindigd. Er start nu een fase waarin we ons gaan beraden op een nieuwe koers. We gaan alternatieve warmteoplossingen en andere aanpakken verkennen en bereiden een aantal scenario’s voor. Voor het zomerreces informeren we de raad over de scenario’s die we in het tweede half jaar willen uitzoeken. De in de raadsvergadering van 25 april aangenomen motie over de verschillende nieuwe opties nemen we mee in de scenario’s. Het opstellen van de scenario’s doen we in samenhang met de initiatieven uit blok 1 uit de Transitievisie Warmte, en we betrekken ook de bewoners bij dit proces. In de raadsvergadering van 25 april is in aanvulling op het onderzoek van de Rekenkamer ook een evaluatie toegezegd waarbij wordt ingezet op de geleerde lessen uit het project
MPR 2024
33
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Beheer openbare ruimte: integrale aanpak Ambitie van de opgave Utrecht streeft naar een groene en aantrekkelijke leefomgeving. Om de openbare ruimte (de leefomgeving) veilig en functioneel te kunnen gebruiken, de kwaliteit op peil te houden en te verbeteren, is goed beheer en onderhoud een randvoorwaarde. In delen van de stad zijn de openbare ruimte en de riolering op leeftijd, waardoor vervanging en vernieuwing noodzakelijk zijn. Ook zorgt de toenemende druk op de openbare ruimte voor een grotere beheeropgave. Tot slot kent de openbare ruimte grote transitieopgaves om toekomstbestendig, te weten verkeersveilig, klimaatbestendig, circulair en groener te worden. Vanuit de RSU2040 en het coalitieakkoord is de ambitie om openbare ruimte met een integrale aanpak toekomstbestendig te maken. In de Nota Beheer Openbare Ruimte en de Visie Water en Riolering is dit vertaald in het streven om de openbare ruimte ‘ontwikkelend te beheren’: bij groot onderhoud of vervangingswerkzaamheden in de openbare ruimte proberen we meteen de veranderende maatschappelijke behoeften en bredere (gemeentelijke) ambities te realiseren mits hiervoor de noodzakelijke financiële middelen en andere voorwaarden beschikbaar zijn. De ambitie van ontwikkelend beheer komt onder druk te staan door de voorgenomen bezuinigingen vanaf 2026.
Zonder budget voor gelijktijdige vergroening of andere opgaven is geen integrale vernieuwing van de openbare ruimte mogelijk. Integrale vernieuwing van de openbare ruimte is duurder dan uitvoering van reguliere vervangingsprojecten. Vanwege de schaarste aan middelen zullen we bij een technische noodzaak tot vervanging vaker moeten overgaan tot een één op één vervanging of groot onderhoud,
Specifiek voor het water in de stad geldt dat we samen met de waterschappen werken aan het realiseren van de waterkwaliteitsdoelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water die in 2027 gerealiseerd moeten zijn. We verwachten in het najaar van 2024 een gezamenlijk uitvoeringsprogramma Gezond Water te kunnen presenteren. Ook streven we ernaar dat de waterkwaliteit overal zo goed is dat de waterkwaliteit geen belemmering vormt om ergens te kunnen zwemmen. Tot slot hebben we als opgave om de stad voor te bereiden op extreem weer in de vorm van langdurige droogte en hevige neerslag. Hierbij richten we ons ook op alle andere eigenaren in de gemeente Utrecht via ons programma Waterproof030. Zie voor de actuele stand van zaken het Programma Water en Riolering 20252029, dat separaat met het MPR aan de raad wordt aangeboden. Actuele ontwikkelingen Het lukt ons steeds beter om werk met werk te maken en opgaves te koppelen, wat we terugzien in de programmering door een toename van het aantal integrale projecten en bijdragen vanuit de beheeropgave hieraan. Deze integrale aanpak zorgt er enerzijds voor dat we binnen projecten meer doelstellingen kunnen realiseren of hier aan kunnen bijdragen.
Anderzijds zorgt de integrale aanpak ervoor dat deze projecten complexer worden en meer burgerparticipatie vragen waardoor projecten zowel in de voorbereiding als uitvoering meer capaciteit kosten en een langere doorlooptijd kennen. Dit gegeven, in combinatie met schaarste qua capaciteit intern en extern voor projecten, zorgt ervoor dat de realisatie van het aantal projecten slechts beperkt, maar gestaag toeneemt. Hiermee lukt het nog niet om het gewenste tempo van de rioolvervangingen te realiseren. Ook zijn de integrale projecten duurder en zien we dat structurele financiering voor de meerkosten ontbreekt, waardoor het
per project zoeken is naar de benodigde aanvullende middelen. Met de huidige financiële prognoses is het de verwachting dat dat steeds minder vaak zal lukken.
In met name de naoorlogse wijken en buurten, zoals Overvecht, Kanaleneiland, Hoograven en de oude kernen van Vleuten en de Meern liggen in de komende jaren kansen voor een integrale aanpak, mits daarvoor tijdig extra budget vrijgemaakt kan worden. In deze wijken is het streven achterstallig onderhoud weg te werken en om dit te koppelen aan klimaatadaptatie, vergroening, mobiliteit, woningbouw en de energietransitie. Taagdreef, Bernadottelaan en Vasco da Gamalaan zijn aansprekende voorbeelden van integrale projecten die worden voorbereid en richting de uitvoering gaan. De Westelijke Stadsboulevard is een goed voorbeeld waar vanuit beheer wordt bijgedragen om beheeropgaven zoals vervangen van en onderhoud aan riolering, verkeerslichten en openbare verlichting binnen een mobiliteitsproject te realiseren. Voor Overvecht en Kanaleneiland is een integrale planning opgesteld om de gehele wijk aan te pakken en te vernieuwen, alleen ontbreekt het nog aan de benodigde middelen om die uit te kunnen voeren. Het ontbreken van deze middelen voor een integrale uitvoering kan leiden tot vertraging van integrale projecten of tot het omvormen naar een beheerproject vanwege de noodzaak vanuit beheer om een vervanging of groot onderhoud tijdig uit te voeren om aan onze zorgplicht te voldoen.
Door het stopzetten van de samenwerking met Eneco voor de aanleg van het warmtenet in Overvecht-Noord wordt de eventuele integrale aanpak in Overvecht in het komende jaar herzien.
MPR 2024
34
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Beheer openbare ruimte: integrale aanpak Achterstallig onderhoud wordt weggewerkt We liggen op koers met het wegwerken van het achterstallig onderhoud. Ook in 2023 is weer 1/10 deel van het in de Nota Beheer Openbare Ruimte vastgestelde achterstallig onderhoud weggewerkt. Om het gemeentelijk rioolstelsel op orde te houden vervangen we de komende 5 jaar ca. 49 kilometer aan riolering, waarvan 8,2 kilometer in 2025. Hierbij is het scheiden van de schoon- en vuilwaterstroom uitgangspunt en houden we zo veel mogelijk regenwater vast op de plek waar het valt. We doen dit bij voorkeur integraal met andere opgaven en buurtgewijs. Programmering Bij de programmering van beheer en onderhoud geven we een verdere invulling aan ontwikkelend beheer en het streven om met een integrale aanpak een toekomstbestendige openbare ruimte te realiseren. Vanaf 2025 starten en dragen wij bij aan de voorbereiding en uitvoering van projecten met een integrale aanpak, in het oog springen de volgende projecten: • Blauwkapelsebrug: een herinrichting vanuit beheer openbare ruimte project vanuit civiele constructies, verharding en verkeerslichten met een grote bijdrage vanuit mobiliteit. • Welgelegen den Hommel: een herinrichting vanuit beheer openbare ruimte project vanuit riolering, verharding, groen en openbare verlichting met een grote bijdrage vanuit mobiliteit.
• Bernadottelaan: een herinrichting vanuit beheer openbare ruimte project vanuit riolering, verharding, groen en verkeerslichten met een grote bijdrage vanuit mobiliteit. • Vasco da Gamalaan: een herinrichting vanuit beheer openbare ruimte project vanuit riolering, verharding, oppervlakte water en
•
•
groen met een grote bijdrage vanuit mobiliteit. Fietsroute om de Noord: een herinrichting vanuit een mobiliteitsproject met een grote bijdrage vanuit beheer openbare ruimte o.a. op het gebied van riolering, verharding, verkeerslichten en openbare verlichting. Tuinwijkroute: een herinrichting vanuit een mobiliteitsproject met een grote bijdrage vanuit beheer openbare ruimte o.a. op het gebied van riolering en openbare verlichting.
Met deze projecten dragen we bij aan de ambities van groeien in balans en ongelijk investeren in gelijke kansen door beheeropgaven integraal aan te pakken en te combineren met de stedelijke opgaven duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat, klimaatadaptatie en energie waar mogelijk. Om een goed beeld te geven waar vanuit beheer openbare ruimte integraal wordt samengewerkt met, of bijgedragen aan, alle thematische opgaven en/of gebiedsontwikkelingen is in de geheime bijlagen van het MPR aangeven bij welk project Beheer Openbare Ruimte samenwerkt met de Ontwikkel Organisatie Ruimte. Een volledig overzicht van deze beheerprojecten is ook te vinden in het MJIP 20252034, dat gelijktijdig aan het MPR aan de raad wordt aangeboden
Foto: Kroeze Infra B.V.
MPR 2024
35
Gebiedsontwikkeling
MPR 2024
36
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gebiedsontwikkeling
In dit hoofdstuk tonen we per gebied de investeringen die in MPR/Voorjaarsnota 2024 nieuw worden toegevoegd. Ook benoemen we per gebied de opgaven voor de thema’s wonen, werken, maatschappelijke voorzieningen, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat inclusief groen, energie en beheer openbare ruimte. We geven aan in hoeverre we op koers liggen met de realisatie van deze opgaven. In dit hoofdstuk onderscheiden we zeven gebieden, die hiernaast worden genoemd. Ook besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan “gebiedsoverstijgende investeringen”. Dit zijn investeringen de grenzen tussen de gebieden overschrijden.
1. Centrum 2. Zuidwest inclusief Merwedekanaalzone 3. Leidsche Rijn, Vleuten-De Meern en Rijnenburg 4. Utrecht Science Park en Rijnsweerd 5. Noordoost, Oost en Zuid 6. West en Noordwest 7. Overvecht
MPR 2024
37
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gebiedsontwikkeling
Introductie Per gebied geven we per thema aan in hoeverre we op koers liggen met het
daar weer doorheen komen, verwachten we te versnellen. Maar veel vaker gaat
behalen van de doelen uit de RSU2040. In de gebieden komen de ambities van
het om complexe businesscases die steeds minder vaak haalbaar zijn. Het
de verschillende thema’s samen.
dilemma is bekend: we bouwen de stad voor de komende honderd jaar, maar we hebben nu te dealen met de marktomstandigheden. Steeds vaker doen we
Het knelt. Door de oogharen heen maken we in alle gebieden vorderingen en
concessies of maken we pijnlijke keuzes. Gymzalen in plaats van sporthallen,
doen we dat overwegend 'in balans'. In het ene gebied maken we op dit moment
concessies op verduurzaming of doelgroepen bijvoorbeeld om de projecten rond
meer vorderingen met wonen dan met andere opgaven. Of met werken. Of met
te krijgen. Stadsbreed blijven we daarmee tot nog toe redelijk 'balans', maar niet
energietransitie. Maar overwegend kunnen we stadsbreed zeggen dat we de
op alle opgaven op alle plekken tegelijk. We voorzien dat de komende periode
balans goed behouden en bewaken. En als er al opgaven uitspringen waar we
het dilemma tussen temporiseren of concessies doen steeds vaker en harder op
stadsbreed meer op koers liggen dan op andere opgaven, dan zijn dat –
tafel zal komen, ook al omdat we de middelen niet hebben om als onze ambities
kwantitatief gezien – vooral wonen en werken. Kwalitatief gezien blijven we ook
te realiseren.
Per gebiedsopgave geven we in het MPR weer in hoeverre we op koers liggen per thema. Als hulpmiddel voor de lezer wordt dit ook visueel weergegeven. Dat gebeurt met een schaalverdeling in balkjes. Deze kunnen worden geïnterpreteerd als een indicatie van de ontwikkeling richting 2040: liggen we op koers om de doelen uit de RSU2040 te halen? Het gaat dus niet om de huidige situatie maar om een indicatie van hoe we op koers liggen om de doelen uit de RSU2040 te behalen.
daar achter. Jaarlijks investeren partners een miljard in de stad. Die investeringen hebben Er is namelijk ook een ander verhaal. Het tempo waarmee we ontwikkelen is
we hard nodig om te kunnen voorzien in de groeiende vraag. Die investeringen
nog steeds lager dan we ons zouden wensen en waarin kwetsbare functies en
hebben we ook hard nodig om alle bewoners van de stad een goede
groepen onder grote druk staan. Het tempo waarmee we ontwikkelen is lager
leefomgeving te kunnen bieden – nu en in de toekomst. Die investeringen van
dan we ons zouden wensen. In geen enkel gebied vinden we dat we vol op alle
partners trekken we enkel aan als we (anticyclisch) meebewegen met het
opgaven kunnen leveren. In Leidsche Rijn Vleuten-De Meern en lukt het nog het
investeringsklimaat. Steeds vaker doen we daarom concessies aan onze eisen.
beste om zowel in kwaliteit als in tempo op koers te blijven, in USP het minst
Alleen als dat hard onderbouwd kan worden. Met De Utrechtse Aanpak
goed. Niet zo gek want daar zijn we sterk afhankelijk van partners.
ontwikkelen we in een aantal projecten iets minder ambitieus op energie,
0%
100%
doelgroepenhuisvesting of voorzieningen, of bouwen we juist wat hoger om de Het aantal belemmeringen dat we ondervinden (grondstofprijzen, stijgende
businesscase rond te krijgen. We monitoren stadsbreed dat dat 'in balans' blijft,
rentelasten, netcongestie, arbeidsmarkttekorten) maken het investeringsklimaat
want op de ene plek is een businesscase makkelijker rond te krijgen dan op de
onzeker en beperken de uitvoeringskracht. In combinatie met de stapeling van
andere. Steeds vaker zetten we ook 'harde' instrumenten in om positie te
(kwaliteits)eisen die we onszelf en onze partners opleggen maakt dat de
nemen. Zo kunnen we toch blijven 'leveren' op zo veel mogelijk opgaven.
businesscases voor project en gebiedsontwikkelingen steeds meer onder druk staan. Soms zitten we in onderhandelingen met de grote partners in een gebied, waardoor de realisatie vertraagd. USP is daar het beste voorbeeld van. Als we MPR 2024
38
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gebiedsontwikkeling
Centrum Ambitie voor dit gebied Het centrum is het economisch en culturele knooppunt van Utrecht. Zowel lokaal, regionaal, nationaal en in toenemende mate ook internationaal. Maar het is ook de huiskamer van de bewoners van de stad. De opgave is om het centrum een samenhangend geheel te laten vormen van historische binnenstad, stationsgebied en het te ontwikkelen Beurskwartier (inclusief Jaarbeurs) en het Lombokplein. De ambitie van de opgave Centrum is om ruimte te bieden aan diversiteit van mensen en functies en als geheel veelzijdig te zijn. We stellen ontmoeten en verblijven in de openbare ruimte centraal; dit vraagt om hoogwaardige verblijfsplekken. De komende jaren ligt er in dit gebied ook een forse woningbouwopgave, vooral in het Beurskwartier. Belangrijke aandachtspunten zijn het behoud van diversiteit in het woonaanbod, maar zeker ook het aanbod aan groen en voorzieningen dat hierin mee moet groeien. Daarnaast ligt er de opgave voor het toevoegen van veel arbeidsplaatsen, zoals opgenomen in de RSU2040, waarbij de focus in en rond het Stationsgebied ligt op kantoren. Door de groei neemt het gebruik van de binnenstad verder toe. Met de centrumontwikkeling proberen we het centrum te vergroten. De historische binnenstad van Utrecht blijft de plek waar nu nog alles samenkomt: wonen, werken, winkelen, studeren en uitgaan.
Vooral het gebruik en beheer van de openbare ruimte vraagt om extra aandacht (fietsparkeren, afvalinzameling, verminderen autoparkeren, obstakels
wegnemen, vergroenen), met als doel meer rust en ruimte voor met name voetgangers. Komende jaren wordt het centrum vooral verder ontwikkeld aan de westkant van het spoor (o.m. Jaarbeurspleingebouw Oopen, de Knoop, Rabo/Matserterrein, Kruisvaartkade, Beurskwartier, Jaarbeurs, Lombokplein). In de historische binnenstad vinden meer lokale interventies plaats (Wolvenplein, Museumhotel, herontwikkeling parkeergarages Springweg en Paardenveld etc.). Voor de binnenstad is de Omgevingsvisie Binnenstad de leidraad voor de ambitie en deze voeren we stapsgewijs uit. Ook voor Lombokplein zijn Omgevingsvisie, Integraal programma van eisen/ functioneel ontwerp (IPVE/FO), voorlopig ontwerp (VO) en bestemmingsplan vastgesteld. Voor Beurskwartier zijn de omgevingsvisie, het bestemmingsplan en het Stedenbouwkundig Plan vastgesteld. De Jaarbeurs staat aan het begin van een nieuwe herijking en het Stationsgebied is bijna voltooid. Met name bij de grote ontwikkeling van Beurskwartier, maar ook bij Lombokplein heeft de gemeente een sturende rol en kan de gemeente de ambities uit het coalitieakkoord vormgeven. Bij een aantal andere ontwikkelingen blijven we afhankelijk van externe partijen, het meest zichtbaar bij de ontwikkeling van Jaarbeurs.
MPR 2024
39
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Centrum: liggen we op koers? Wonen
We realiseren met de woningbouwplannen in het gebied een omvangrijke woningbouwopgave in verschillende (prijs)segmenten zoals in Beurskwartier 1 (2500+), Lombokplein (350), Smakkelaarspark (150) en Kruisvaartkade (560-600) die in de komende jaren in uitvoering gaan. Recent heeft de Jaarbeurs haar koers verlegd en concentreert zich eerst op de vernieuwing van de hallen en het parkeren. Hiermee is woningbouw op Beurskwartier 3 (de huidige parkeerplek van de Jaarbeurs, ca. 2000 tot 4000) voorlopig van de baan, de woningen maakte onderdeel uit van de zachte plancapaciteit). Door de hoge bouwkosten staan de betaalbaarheid en het tempo van bouwen onder grote druk. Daarnaast levert netcongestie een steeds grote belemmering op. Bij het Beurskwartier laat een uitspraak van de Raad van State over enkele beroepen die op het Omgevingsplan zijn ingediend, al ruim 2 jaar op zich wachten, ondanks dat het Omgevingsplan onder de Crisis en Herstelwet valt.
Werken
We realiseren in het Centrum, met name het Stationsgebied, een fors programma werkfuncties (bv. Knoop 2, Jaarbeurspleingebouw/Oopen, Beurskwartier) waarvan een belangrijk deel kantoren. Met dit programma worden alleen al in Beurskwartier 5.000 werkplekken gerealiseerd. Hierbij hebben we ook aandacht voor specifieke doelgroepen als creatieve en innovatieve start ups zoals blijkt uit de tender voor Jaarbeurspleingebouw, waar 10% goedkopere units zijn uitgevraagd. Naast het Jaarbeurspleingebouw zit ook de Knoop 2 en 3 en de
herontwikkeling en uitbreiding van Hojel 2 in de planning. Voor de langere termijn zien we kansen voor de ontwikkeling van de Westflank in het Stationsgebied (afhankelijk van keuzes in de MIRT). De winkelleegstand in de binnenstad is continu aandachtspunt vanuit het programma Morgen Mooier Maken. Resumerend liggen we voor het werkprogramma zoals opgenomen in de RSU2040 op koers. De omstandigheden om nieuwe werkgebouwen te ontwikkelen zijn de komende jaren echter niet eenvoudig. De hoge rente, inflatie, bouwkosten en het probleem van netcongestie kunnen vertragend gaan werken op nieuwbouwplannen.
zien van een gesubsidieerde culturele voorziening in het Jaarbeurspleingebouw vanwege ontbrekende financiële dekking. Wel heeft de geselecteerde ontwikkelaar conform de tender in de plint van het gebouw een grootstedelijk sociaal programma opgenomen, met sport, cultuur en nachthoreca voor een bruisend Jaarbeursplein. Ambities die nog niet geprogrammeerd zijn betreffen een buurthuiskamer en ateliers aan het Lombokplein en een Voorgezet onderwijs school op het Jaarbeursterrein. Gezond leefklimaat met ruimte voor groen
Maatschappelijke voorzieningen
In het centrum zijn veel stedelijke voorzieningen die de gehele stad bedienen. De uitdagingen zitten in het waarborgen van de betaalbaarheid, met name van eerstelijnszorg en op passende voorzieningen voor een diversiteit aan doelgroepen. Tegelijkertijd werken we aan de verspreiding van stedelijke voorzieningen naar de westkant van het centrum, de Zuidpoort, Hoog Catharijne en naar de randen van de stad voor een betere balans en verlichting van binnenstad.
We willen onder andere met de gebiedsontwikkelingen in Centrum extra groen en water toevoegen zoals op het Lombokplein (circa 12.000 m2 extra groen en water), Beurskwartier (twee parken), eerste fase van Tuinen van Moreelse en park Paardenveld (investeringspakket Groei in Balans). Vergroening is met name noodzakelijk voor de groenarme binnenstad. Vergroening is ook nodig vanwege de hittestress op het Jaarbeursplein en omgeving. In studies verkennen we de mogelijkheden, bijvoorbeeld bij opheffen autoparkeerplaatsen en het verbeteren van het rondje singel aan de noordkant van de binnenstad. Voor Domplein is een concept gebiedsprofiel opgesteld.
In de grote ontwikkelingen zijn maatschappelijke voorzieningen opgenomen zoals een basisschool met kinderopvang, gymzaal, supermarkt, creatieve werkruimtes, leisure-functies en gezondheidscentrum in Beurskwartier 1 en een broedplaats voor sport, leisure en cultuur aan het Paardenveld. Het Literatuurmuseum en het Kinderboekenmuseum komt in de binnenstad en in het Beurskwartier komt een digitale kunst plek in Wonderwoods. In toenemende mate zien we dat grote eigenaren in de plint ook maatschappelijke functies willen faciliteren. We hebben af moeten MPR 2024
40
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Centrum: liggen we op koers? Duurzame Mobiliteit
In het Centrum blijft de druk op de openbare ruimte onverminderd groot. Dit vraagt om inzet vanuit de Opgave Duurzame Mobiliteit om gezond stedelijk leven te kunnen borgen. Er loopt een verkenning voor een nieuwe verbinding onder het spoor (Nicolaas Beetsstraattunnel, het haalbaarheidsonderzoek wordt naar verwachting eind 2024 afgerond). Daarnaast is het voetgangersgebied uitgebreid en komen er meer fietsenrekken. Verder komen er nieuwe inpandige stallingen en uitbreiding capaciteit fietsparkeren stationsgebied vanaf 2026 en 2027. Voor de lange termijn (na 2028) staan de Dubbele Knoopstalling en Jaarbeurspleingebouwstalling gepland. Tot slot is er een studie gestart naar een HOV-lightrail-uitvoering van de Binnenstadsas, als verlengde van de Merwedelijn.
met beheer, ontwikkeling, energietransitie & autovrij maken om te komen tot een integrale aanpak per straat of buurt. Dit is een langere termijn kwestie. Netcongestie vormt een groot risico voor ontwikkelingen in het gebied (zie hoofdstuk 2). Projecten kunnen vertraging oplopen als gevolg van netcongestie.
Energie
Het stationsgebied maakt hoofdzakelijk gebruik van WKO-bronnen (warmte koude opslag). We hebben een concessie verleend aan Eneco om voor het Beursgebied (is groter dan Beurskwartier) collectief Warmte en Koude te leveren. Hierbij is essentieel dat de bronnen in het tweede watervoerend pakket aangelegd mogen worden. Hiervoor is een pilot gestart. De kosten van de aanleg van het Beursnet blijken hoog in relatie tot alle eisen die we eraan stellen. Voor de binnenstad is maatwerk nodig. We programmeren samen
MPR 2024
41
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Centrum: overzichtskaart ruimtelijke investeringen MPR 1. Herinrichting Park Paardenveld 2. Omgeving Weerdsluis, herinrichting1 3. Tuinen van Moreelse1 4. Lombokplein (herinrichting Westplein, Leidse Rijn en Graadt van Roggenweg) 1 5. Vergroenen binnenstad 6. Rondje Stadseiland, deelgebied 3, Jaarbeurs 7. Fietsparkeervoorzieningen binnenstad (diverse locaties) 8. Fietsonderdoorgang Lombokplein 9. Onderwijshuisvesting Beurskwartier/Lombokplein 10. Aanleg speelvoorziening (blokplek) binnenstad Noord 11. Doorfietsroutes Noordelijke Singelring 12. Verbetering verblijfskwaliteit Neude 13. Verbeteren fietsparkeren Mariaplaats 14. Herinrichting kop Lucasbolwerk/Wittevrouwenstraat 15. Straten TivoliVredenburg 16. Definitieve markering entrees voetgangersgebied (diverse locaties) 17. Binnenstad Autoluw / opheffen parkeren (diverse locaties) 18. Bestemming Catharijnesingel 1 = in samenwerking met Beheer Openbare Ruimte (Stadsbedrijven)
Een interactief overzicht van de ruimtelijke projecten is te bekijken via de website www.ruimtelijkeprojectenutrecht.nl. • Gemeentelijke investeringen uit het MPR voor Groen, Mobiliteit, Maatschappelijke voorzieningen en sporten, spelen en bewegen zijn op de kaart hiernaast weergegeven met nummers. • Gebiedsontwikkelingen zijn op de kaart hiernaast weergeven met vlakken (oranje en paars gearceerd).
MPR 2024
42
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Gebiedsontwikkeling
Zuidwest inclusief Merwedekanaalzone Ambitie voor dit gebied
aangevraagd en toegekend, waarmee - na onherroepelijk worden -
Rivierenwijk als Dichterswijk vallen in het eerste blok van de
De wijk Zuidwest bestaat uit de buurten Merwedekanaalzone,
gestart zou kunnen worden met bouwen. Vanwege de stagnatie van de
energietransitie in Utrecht, dit betekent dat de woningen in 2034
Kanaleneiland, Transwijk, Rivierenwijk, Dichterswijk en het
(woning)bouw zijn aanvullende afspraken gemaakt met de
aardgasvrij moeten zijn.
bedrijvengebied Woonboulevard en Westraven.
marktpartijen om te komen tot start bouw in 2024 en 2025 middels een addendum op de SOK. Deelgebied 6 is onder te verdelen in een
Kanaleneiland en Transwijk
Merwedekanaalzone
oostelijk en westelijk deel. De herontwikkeling van het westelijk deel
In lijn met de vastgestelde Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk
De Merwedekanaalzone (deelgebieden 4, 5 en 6) is aangewezen als
(fase 2) wordt pas op een latere termijn voorzien. Daarvoor is o.a. meer
willen we in deze wijken 1.500 - 2.000 woningen en andere functies
één van de belangrijke verdichtingslocaties om de groei van de stad
duidelijkheid nodig over hoe het tracé van de Merwedelijn wordt
toevoegen, met meer variatie in grootte, type en prijs waarbij we het
binnenstedelijk op te vangen. Merwedekanaalzone wordt een unieke
ingepast, waar de haltes komen en hoe wordt omgegaan met de
aandeel sociaal gelijk willen houden. Een forse opgave is de aanpak
wijk. Het wordt een hoogstedelijke wijk met de hoogste dichtheid
ontsluiting van de A12. In 2022 is een voorkeursrecht gevestigd op
van de grotendeels verouderde openbare ruimte. In Kanaleneiland en
waarin Utrecht tot nu toe heeft gebouwd, maar waar leefbaarheid
percelen in het oostelijk deel van deelgebied 6. Bij vaststelling van de
Transwijk is het doel om ca. 7 hectare te vergroenen, bestaand groen
voorop staat. Hier worden 10.000 woningen gebouwd met
Omgevingsvisie heeft de raad gevraagd eerst een Nota van
zoals Park Transwijk te verbeteren en groen beter op elkaar aan te
bijbehorende werkgelegenheid en voorzieningen, zoals scholen,
Uitgangspunten (NvU) voor te leggen, voordat er een Omgevingsplan
sluiten en de openbare ruimte klimaatbestendig te maken. Daarnaast is
(kleine) bedrijven, winkels, horeca en een gezondheidscentrum.
wordt opgesteld. De verwachting is dat in het 2e kwartaal van 2024