Meerjaren Perspectief Ruimte 2024
Tekst van het document
Meerjaren Perspectief Ruimte 2024
MPR 2024
1
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Ruimtelijke koers
3. Thematische ruimtelijke opgaven
4. Ontwikkelingen per gebied
5. Financieel beeld
We beschrijven het doel van dit MPR, geven aan wat de relatie is tussen het MPR en de voorjaarsnota.
In de ruimtelijke koers geven we aan hoe we ervoor staan en welke keuzes we maken.
Per thema kijken we naar de opgave tot 2040, geven we de actuele ontwikkelingen weer en geven we inzicht in de ruimtelijke programmering.
Per gebied kijken we naar de opgave tot 2040, geven we de actuele ontwikkelingen weer en geven we inzicht in de gebiedsontwikkelingen en de ruimtelijke investeringen per gebied.
We lichten de financiële actualisaties en ontwikkelingen toe.
MPR 2024
2
Inleiding Inleiding
MPR 2024
3
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Inleiding De Doelen van het MPR Utrecht staat voor een grote verstedelijksopgave, wil bijdragen aan het oplossen van nationale problemen op het gebied van wonen, leefomgeving, economische transities, klimaat en bereikbaarheid. Hoe? Utrecht heeft haar koers t/m 2040 vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040) en de oplegger bij de RSU. Het MPR is het monitoring en uitvoeringsprogramma van de RSU. In het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) analyseren we jaarlijks de voortgang van de uitvoering van de ambities uit de RSU2040 en geven we weer hoe we de beschikbare middelen de komende jaren programmeren om onze ambities te realiseren. Het realiseren van de gestelde ambities is alleen mogelijk door integraal te programmeren en investeringen in gebiedsontwikkeling, groen, maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit, water, riolering en beheer openbare ruimte in samenhang te bezien. In het MPR komen de verschillende ruimtelijke opgaven samen. Per opgave geven we aan wat onze ambitie is, wat de stand van zaken is ten opzichte van die ambitie en wat de programmering is. Ook biedt het MPR inzicht in financiële ontwikkelingen die relevant zijn voor uitvoering van onze ambities. In het MPR laten we zien hoeveel geld ingezet kan worden voor ruimtelijke ambities.
Daarvoor bieden we actueel inzicht in de ontwikkeling van het groeikader, van de parkeerinkomsten en van de inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling en we geven inzicht in de hierbij relevante reserves. Nieuw is dat we dit jaar beheer openbare ruimte als extra thematische opgave hebben opgenomen in het MPR om de integrale verbanden met beheer weer te geven. De financiële ontwikkelingen van beheer
worden niet in het MPR weergegeven maar in de uitvoeringsprogramma’s van beheer openbare ruimte zelf. In het MPR beschrijven we de koers die we de komende jaren volgen om onze ambities te realiseren. De kaders van de Omgevingsvisie Utrecht (waarvan de RSU2040 onderdeel uitmaakt) en het coalitieakkoord geven richting aan het afwegen van de verschillende belangen en ambities.
Ambities uit de RSU De Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is de koers van waaruit we werken. In de oplegger bij de RSU zijn Groei in Balans en de kwaliteit en leefbaarheid van de stad leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad opgenomen als extra uitgangspunten in de RSU2040. Bij de groei van de stad gaat het niet alleen om de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen, dit moet gepaard gaan met de groei van groen, duurzame mobiliteit, en maatschappelijke voorzieningen. In de oplegger is, in lijn met het coalitieakkoord, het tegengaan van ongelijkheid in de stad opgenomen. Daarbij hanteren we als leidend principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’, zowel voor het sociaal als fysiek domein. Dat houdt in dat we bij de programmering (verdeling van investeringen over de stad) ook kijken naar welke mensen en locaties deze het hardst nodig hebben. Kansenongelijkheid is in de ene wijk een groter probleem dan in de andere. We weten ook dat ruimtelijke condities en ontwerpkeuzes voor de openbare ruimte en de gebouwde omgeving invloed hebben op gezondheid, mogelijkheden om te ontmoeten, te sporten en te spelen, en op goede bereikbaarheid en toegankelijkheid.
Integraal programmeren Met ruimtelijke investeringen bereiken we uiteenlopende ambities. Door ruimtelijke investeringen in samenhang met alle programmeringen in de openbare ruimte af te wegen proberen we onze ambities zo goed mogelijk te realiseren. 'In samenhang' betekent gezamenlijk programmeren met de verschillende thematische opgaven Groen, Mobiliteit, Maatschappelijke Voorzieningen, Gebiedsontwikkelingen, Water en Riolering en Beheer Openbare Ruimte. Dit gaat over het maken van afwegingen voor ruimtelijke investeringen, en het op elkaar af stemmen van investeringen om waar mogelijk werk met werk te maken. Vanuit een integrale aanpak koppelen we waar mogelijk groot onderhoud en vervangingsinvesteringen voor o.a. riolering en verharding vanuit beheer aan mobiliteitsingrepen, verbeteringen van de kwaliteit van de openbare ruimte, gebiedsontwikkelingen en/of toevoegingen van groen onder het motto “in één keer goed”. Relatie tussen MPR en de Voorjaarsnota Besluitvorming over wijziging van financiële kaders gebeurt in de voorjaarsnota. De Voorjaarsnota is kaderstellend; daarin worden de financiën van alle opgaven van de gemeente integraal afgewogen. Het MPR is een uitvoeringsprogramma waarin de financiële besluiten in de voorjaarsnota voor het ruimtelijk domein worden uitgewerkt. Het MPR wordt daarom gelijktijdig met de voorjaarsnota aan de raad voorgelegd.
MPR 2024
4
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
MPR als instrument voor Stedelijk Sturing ruimtelijk domein Ieder jaar maken wij in het MPR de balans op waar wij staan als stad ten opzichte van onze koers. De doorontwikkeling van de stedelijke sturing en het MPR verlopen stapsgewijs. We bouwen aan een gezonde stad voor al onze bewoners nu en in de toekomst. Tegelijk kunnen we niet op elke plek op elk moment alle ambities realiseren. Door ontwikkeling vanuit gebieden, en thema’s op stedelijk niveau op te tellen en monitoring te combineren, kunnen we beter onderbouwd toekomstige investeringen programmeren en keuzes maken. Juist nu, nu het knelt door de marktomstandigheden, de bezuinigingsopgave en het risico op netcongestie. De confrontatie tussen ruimtevraag- en aanbod maakt het mogelijk om scherper en transparanter te programmeren in de keuzes die wij maken als stad. Daarom organiseren we gemeentebrede programma-ateliers waarbij we alle disciplines (ruimtelijk, maatschappelijk en de keten van beleid, uitvoering en beheer) bij elkaar brengen voor het maken van afwegingen, keuzes en het bij elkaar brengen van planningen (integraal programmeren). Dit doen we gemeentebreed op het ruimtelijke gebied en we leggen hierbij verbindingen met het Meerjaren Investeringsprogramma 2024-2029 van Stadsbedrijven en Maatschappelijke Ontwikkeling.
Door dit proces elk jaar te verfijnen krijgen we steeds beter overzicht en grip op het geheel van de ontwikkeling van de stad, en kunnen wij nog beter (bij)sturen op groei in balans en op ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dat helpt de gemeente met afwegingen en dat helpt onze investerende partners in en buiten de regio. Op basis van onder andere de barcode als stedelijk hulpmiddel hebben we het afgelopen jaar in beeld gebracht hoe de stad er nu voor staat. Het geeft inzicht in het huidige ruimtegebruik en stelt ons in staat om afwegingen te maken in dit MPR. Het overzicht van waar we staan komt met name terug in de beschrijving van de thematisch opgaven en
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
gebieden (hoofdstukken 3 en 4).
Overzicht Bijlagen MPR
We verfijnen onze informatie steeds meer, waarbij we naar zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten kijken, zoals de balans in ruimtegebruik (de Barcode), de nabijheid van functies (10-minutenstad) en de waardering van Utrechters (via o.a. de Utrechtmonitor). Het MPR benutten we in de doorontwikkeling van de stedelijke sturing. Met de Stedenbouwvisie die we in 2024 aan de Raad voorleggen, geven we nog meer richting aan het kwalitatieve deel. Door ook daar uitgangspunten te formuleren maken we het gesprek met partners eenduidiger en makkelijker.
-
Daarnaast zetten we erop in om het MPR leesbaarder en overzichtelijker te maken. Zo hebben we dit MPR onder andere meer kaartmateriaal gebruikt om de ruimtelijke investeringen overzichtelijker weer te geven. Leeswijzer In dit MPR gaan we eerst in op de koers. We beschrijven de hoofdlijn voor de afwegingen die we maken in het MPR. Daarna gaan we in hoofdstuk 3 in op de thematische ruimtelijke opgaven en in hoofdstuk 4 op de gebiedsontwikkelingen. We gaan per opgave in op de ambitie, de stand van zaken in relatie tot de ambities beschreven in de RSU en de programmering. We geven per gebiedsopgave aan of we op koers liggen met het behalen van onze ambities. In hoofdstuk 5 gaan we in op de financiële uitwerkingen van de verschillende thema’s binnen in het MPR en de stand van zaken van de grondexploitaties. Daarnaast geven we toelichting op de actualisatie van de reserve inzet middelen betaalbaar wonen en de reserve inzet ruimtelijke ontwikkelingsprojecten.
-
Projectenlijst woningbouwprojecten 100+ Overzicht Middenhuurprojecten 3e tranche maatregelen op gang houden woningbouw Stand van zaken Utrechtse aanpak woningbouw Overzicht projecten reserve betaalbaar wonen (geheime bijlage) Programmering ruimtelijke ontwikkelingsprojecten 2024 (geheime bijlage) Meerjaren Programma Groen Ruimte voor Groen uitvoeringsprogramma 2024 – 2028 Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid (geheime bijlage) Gegevens grondexploitatieprojecten Gemeente Utrecht (geheime bijlage) Toelichting financieel kader Lombokplein (geheime bijlage)
MPR 2024
5
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Projecten op de kaart In het MPR hebben we per gebied de ruimtelijke investeringen uit het MPR op de kaart weergegeven. Daarnaast zijn via de website ruimtelijkeprojectenutrecht.nl alle ruimtelijke projecten en gebiedsontwikkelingen op de kaart weergegeven.
MPR 2024
6
Ruimtelijke koers
MPR 2024
7
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Veranderende context en macro-economische omstandigheden
en onze partners opleggen maakt dat de businesscases voor project
op onderwerpen als grondposities (vestigen Wet Voorkeursrecht
De mate waarin ontwikkelingen in Nederland en ook in de stad op
en gebiedsontwikkelingen steeds meer onder druk staan. Het dilemma
Gemeente), blijven investeren in sociale huisvestingsvraagstukken/
koers liggen met de RSU2040, zowel tempo, kwantitatieve als de
is bekend: we bouwen de stad voor de komende honderd jaar, maar
tijdelijke huisvesting, zo optimaal mogelijk gebruik maken van de
kwalitatieve ontwikkeling, deint mee met de economische ontwikkeling
we hebben nu te maken met de huidige marktomstandigheden. Steeds
rijkssubsidies om woningbouwprojecten toch te laten starten maar ook
van het land en de landen om ons heen. We staan in Nederland voor
vaker doen we concessies of maken we pijnlijke keuzes. Gymzalen in
concessies te doen op eerder vastgesteld beleid. Het anticyclisch
grote opgaven op het gebied van verstedelijking, wonen, leefomgeving,
plaats van sporthallen, concessies op verduurzaming of
meebewegen in een economie waar tegenwind wordt ervaren is hierbij
economische transities en klimaat. Macro-economische ontwikkelingen
doelgroepen bijvoorbeeld om de projecten rond te
van belang.
zijn onlosmakelijk verbonden met de (on)mogelijkheden die wij als
krijgen. Stadsbreed blijven we daarmee tot nog toe redelijk in 'balans',
stad hebben om koers te houden. Sinds de oorlog in Oekraïne zien
maar niet op alle opgaven op alle plekken tegelijk. We voorzien dat de
In het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) staan ruimtelijke
we wereldwijd kostenstijgingen ontstaan en onzekerheid in
komende periode het dilemma tussen temporiseren of concessies doen
investeringen centraal. Met ons gemeentelijke investeringsprogramma
de financiële markten. Dit heeft effect gehad op
steeds vaker en harder op tafel zal komen, ook al omdat we
dragen we bij aan “groei in balans”, inclusief de collegeprioriteiten voor
bijvoorbeeld rentestanden en inflatieontwikkelingen. Hierdoor stellen
de middelen niet hebben om als onze ambities te realiseren.
klimaat, wonen en kansengelijkheid. De basis voor het ruimtelijke
veel investeerders hun investeringsbeslissingen uit.
investeringsprogramma is RSU2040. Deze laat zien hoe we Met dit gegeven en de benoemde ambities in de RSU2040, moeten we
verschillende ambities voor ontwikkeling van de stad met elkaar
Ook maatschappelijke ontwikkelingen en trends blijven de agenda
op dit moment constateren dat het realiseren van deze ambities verder
combineren. De “Utrechtse barcode” staat daarin centraal. De barcode
bepalen van onze stad. Zo zien we de versnelde problematiek op het
weg komt te liggen. In de context waarin de RSU2040 is
toont dat een groeiende stad niet alleen behoefte heeft aan meer
elektriciteitsnet een behoorlijk impact maken op het tempo van de groei
opgesteld waren de marktomstandigheden veel gunstiger. Het is al
woningen, maar ook aan extra werkplekken, groen, maatschappelijke
van de stad; op woningbouw, op het vestigen van bedrijven in
complex om alle ambities te realiseren en in te passen in
voorzieningen, energie-infrastructuur et cetera. Alle opgaven die
Utrecht, verduurzaming van bestaand vastgoed en natuurlijk op de
de ontwikkelingen in gunstige omstandigheden, laat staan in de huidige
daarvoor relevant zijn komen in het MPR aan bod.
ambities en de doelstellingen op de energietransitie. De enorme
situatie. Het opgestelde beleid willen we graag een plek geven in de
druk op de woningmarkt, de vraag naar betaalbare en sociale
plannen, maar ook dienen we rekening te houden met de belangen en
Ook de hoofddoelen uit het coalitieakkoord blijven onverminderd van
woningen in combinatie met de opgave van de zoektocht om
wensen van andere belanghebbenden, zoals bedrijven, marktpartijen,
belang voor de bijstelling van het investeringsprogramma in dit
vluchtelingen en asielzoekers te huisvesten, leggen een extra druk om
corporaties en niet te vergeten de inwoners. Dit legt spanning op het
MPR2024: wonen, klimaat en kansengelijkheid. We zien dat de druk op
de ruimtelijke inpassing, bekostiging en keuzes die ten koste gaan van
snel realiseren van de ontwikkelingen binnen de hiervoor beschikbare
de woningmarkt continu hoog blijft. Met name voor kwetsbare
andere - ook dringende – dossiers.
budgetten.
doelgroepen is dit probleem urgent; voor hen zijn er onvoldoende woningen beschikbaar. Het tegengaan van kansenongelijkheid in onze
Het knelt
Groei zo veel mogelijk in balans
stad is belangrijk om de groeiende kloof in de maatschappij te dichten.
Het knelt. Het tempo waarmee we ontwikkelen is nog steeds lager dan
Dat het knelt wil niet zeggen dat er geen oplossingen zijn om toch zo
En tot slot zijn de inzet op klimaat en de noodzaak om ons voor te
we ons zouden wensen. Grondstofprijzen, stijgende rentelasten,
veel mogelijk tempo te blijven maken. In 2023 zijn we gestart met
bereiden op klimaatverandering essentieel voor een gezonde groei van
netcongestie, arbeidsmarkttekorten maken het
het nemen van maatregelen om ontwikkelingen te blijven stimuleren
onze stad.
investeringsklimaat onzeker en beperken de uitvoeringskracht. In
om toch tempo te maken en daarbij rekening te houden met de 'groei
combinatie met de stapeling van (kwaliteits)eisen die we onszelf
in balans' doelstellingen. Dit uitte zich in bijvoorbeeld regie te nemen MPR 2024
8
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Met ons investeringsprogramma streven we ernaar dat het
het coalitieakkoord centraal stellen. Daarbij gaat het met name om de
tegenkomen. Deze maakt dat we in verschillende wijken met voorrang
voorzieningenniveau meegroeit met het aantal inwoners van de stad,
doelstellingen Groei in Balans en de kwaliteit en leefbaarheid van de
achterstanden willen inhalen, bijvoorbeeld op het gebied van
met extra aandacht voor wijken waar meer kansengelijkheid wenselijk
stad leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad
sportvoorzieningen, vergroening, klimaatadaptatie, verkeersveiligheid
is. De ambities uit de RSU2040 zijn hoog en de middelen om deze te
Deze twee doelstellingen zijn naar aanleiding van het coalitieakkoord
en de transitie naar duurzame vormen van mobiliteit (voetganger, fiets,
bereiken zijn beperkt. In het MPR beschrijven we per thema en gebied
toegevoegd aan de koers van de stad, met vaststelling van de oplegger
ov).
wat de stand van zaken is in het realiseren van de ambitie.
RSU2040. Daarbij hanteren we als leidend principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’, zowel voor het sociaal als fysiek domein.
Bezuinigingsopgave
De investeringsruimte die beschikbaar blijft, willen we gericht inzetten waar dat het hardste nodig is. Hierbij geven we voorrang aan plekken
De gemeentebrede bezuinigingsopgave (zie Voorjaarsnota2024) maakt
De bezuinigingsopgave heeft impact op kwaliteit en tempo waarmee
in de stad waar kansenongelijkheid zich concentreert. Vooral daar
dat we de investeringen in het ruimtelijk domein kritisch tegen het licht
we ambities uit de RSU2040 en het coalitieakkoord realiseren. De
willen we achterstanden inlopen, bijvoorbeeld met maatregelen tegen
moeten houden. Gezien de opgaven waarvoor wij staan, ook buiten het
toevoeging van nieuwe voorzieningen, de vergroening van de stad en
hittestress en met toevoeging van speelplekken in de openbare ruimte.
ruimtelijk domein, achten we het verantwoord structureel 7,325 mln
de omslag naar duurzame vormen van mobiliteit zal meer tijd vergen
euro per jaar te bezuinigen op ruimtelijke investeringen. Daarbovenop
en we zullen vaker genoegen moeten nemen met minder hoge
Op peil houden van woningbouw
dragen dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen 0,321 mln euro
kwaliteit. Daarin zien we geen aanleiding om de visie voor de lange
De huidige marktomstandigheden hebben invloed op het tempo
structureel bij aan het gemeentebrede financiële beeld. Door deze
termijn inhoudelijk bij te stellen, bijvoorbeeld door minder in te zetten
waarmee we woningbouw en gebiedsontwikkelingen kunnen
budgettaire aanpassingen is er tot en met 2040 115 mln euro minder
op woningbouw of door thematische doelstellingen aan te passen.
realiseren. Door de hogere rente en gestegen bouwkosten blijven
beschikbaar voor ruimtelijke investeringen.
Sommigen suggereren dat het noodzakelijk is te kiezen voor woning-
projecten vertraging oplopen. Daarbovenop is netcongestie een urgent
bouw of voorzieningen. Wij blijven daarbij weg; het gaat om de balans.
risico. Het valt niet uit te sluiten dat bouwprojecten stilvallen (zowel
We constateren dat investeringsbudgetten voor mobiliteit, vergroening
woon- als werklocaties), doordat ze niet op het elektriciteitsnet kunnen
en maatschappelijke voorzieningen nu geen gelijke tred kunnen
Wonen is een basisvoorwaarde voor bestaanszekerheid. Een lagere
houden met investeringsambities zoals vastgelegd in de RSU2040,
prioriteit voor woningbouw zou leiden tot extra druk op de woningmarkt
mede vanwege bezuinigingen. Dat heeft gevolgen in de stad. We
voor alle doelgroepen, met de grootste impact voor kwetsbare groepen
Netcongestie
kunnen de kwaliteit van de openbare ruimte bijvoorbeeld niet overal
en extra druk in andere domeinen (bijvoorbeeld bij maatschappelijke
fors verhogen waar dat wenselijk is. De toevoeging van groen in en om
opvang). Inzetten op woningbouw is daarmee een sociale keuze. We
de stad gaat niet gelijk op met het aantal woningen en we kunnen
blijven daarom inzetten op woningbouw en de randvoorwaarden om
minder investeren in bereikbaarheid (voetganger, fiets, ov). Ook de
woningbouw mogelijk te maken. Denk hierbij aan scherp gerichte
investeringen in maatschappelijke voorzieningen blijven achter bij het
investeringen, zoals mobiliteitsmaatregelen die nodig zijn om
ambitieniveau uit de RSU, met name voor sport.
bestemmingsplannen mogelijk te maken.
Netcongestie vormt een groot risico voor de ontwikkeling van de stad. Rijk, netbeheerders en regio stellen een noodplan op om verdere verslechtering te voorkomen. De Utrechtse inzet is dat de ontwikkeling van de stad, met name gebiedsontwikkelingen, door kunnen gaan. Vereiste is mogelijk wel dat deze vanaf nu ‘netbewust’ worden uitgevoerd, om piekbelasting van het stroomnet te voorkomen. Mogelijk zijn er op termijn nog meer onorthodoxe maatregelen nodig.
Tegelijkertijd is ook het voorzieningenniveau in de stad van groot Bij deze bezuinigingen blijven we de doelstellingen uit de RSU2040 en
belang, onder meer vanwege de kansenongelijkheid die we in de stad
worden aangesloten.
MPR 2024
9
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
We zien dat door de dip de afgelopen periode het aantal opleveringen in 2024 nog ver van onze ambitie ligt. Wel zien we het aantal verleende omgevingsvergunningen toenemen. Op basis van de prognose is onze inschatting dat er in 2025 een toename te verwachten valt in de woningbouwproductie (start bouw). Daarnaast realiseren we in 2024 en 2025 op verschillende locaties tijdelijke woningen om de grote krapte in de sociale huursector op korte termijn tegen te gaan. We zetten op verschillende vlakken in om de woningbouw op korte termijn vlot te trekken en op de lange termijn op peil te houden. Met het oog op woningbouwambities in Groot-Merwede bezuinigen we niet op mobiliteitsbudgetten die nodig zijn voor de ov schaalsprong. Dit jaar verwachten we met rijk en provincie een besluit te kunnen nemen over aanleg van de Merwedelijn en andere elementen uit de MIRTverkenning OV en Wonen (Papendorplijn, Waterlinielijn en frequentieverhoging van tram 22). In 2022 hebben wij toegezegd daaraan 200 mln euro bij te dragen. In ons mobiliteitsbudget hebben we daarvoor spaarbedragen beschikbaar. Deze zullen we naar verwachting nagenoeg volledig moeten inzetten om onze toezegging na te komen. Om woningbouw op peil te houden blijven we doorgaan met de “Utrechtse aanpak” .
Dit is onze werkwijze om in overleg met zowel marktpartijen als corporaties woningbouwprojecten die stil zijn gevallen of dreigen stil te vallen, weer op gang te helpen of een duwtje in de rug te geven. Dit doen we door een afgewogen en gebalanceerd proces te doorlopen waarbij de belangrijkste elementen zijn: maatwerk, nadruk op betaalbaar wonen, wederkerigheid, open boeken en transparantie. Het streven is er om ieder kwartaal een aantal projecten op basis van de Utrechtse aanpak (tranches) aan de Raad voor te leggen. Negatieve impact van netcongestie voelbaar, vooruitzicht onzeker Wij kunnen op dit moment niet finaal overzien (overigens niemand) wat de consequenties zijn van netcongestie voor de
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
ruimtelijke investeringen. De enige zekerheid op dit moment is dat projecten die al een aansluit- en transportovereenkomst met de netbeheerder hebben daadwerkelijk stroom krijgen. Onder het huidige congestieregime gelden de volgende regels voor nieuwe aansluitingen: 1. Aanvragen voor kleinverbruik aansluitingen worden gehonoreerd 2. Aanvragen voor grootverbruik aansluitingen komen op een wachtlijst, waarschijnlijk tot 2029 3. Aanvragen voor grootverbruik aansluitingen voor louter woningbouw, en louter gebouwgebonden installaties, vallen onder maatwerk. Op dit moment worden aanvragen voor projecten met gemengde functies (wonen + kantoor/winkel/school/laadplein) of voor voorzieningen als scholen en laadpleinen niet gehonoreerd. Als de congestiesituatie verslechtert, komen alle aanvragen op een wachtlijst, ook de categorieën 1 en 3. Om dit te voorkomen wordt door regio en rijk een noodplan uitgewerkt. Of dit noodplan de congestiesituatie gaat stabiliseren en welke ruimte het noodplan gaat bieden voor de realisatie van bouwprojecten is onzeker.
FINANCIEEL BEELD
beoordeling per project niet mogelijk. Voor die budgetten geldt: “Hoe groter de structurele bezuiniging, hoe minder investeringen mogelijk zijn die bijdragen aan ‘balans in de stad’ en hoe minder impact op kansengelijkheid.” Per structureel investeringsbudget hebben we beoordeeld welke bijdrage redelijk is bij oplopende totale bezuinigingsopgaven.
Bezuinigingen op het domein van ruimtelijke investeringen Vanwege de bezuinigingsopgave van dit jaar moeten we het investeringsprogramma aanpassen. Daartoe zijn alle reeds geprogrammeerde en nog te beïnvloeden investeringsprojecten (o.a. sport, groen, cultuur) inhoudelijk gewogen aan de hand van drie vragen. Is de investering urgent van belang voor woningbouw en/of het tegengaan van kansenongelijkheid? En voor groei in balans? En zijn er financieel-technische redenen die afzien van de investering onwenselijk maken? Bijvoorbeeld omdat daarmee een eenmalige kans voorbijgaat, of omdat een bijdrage van provincie of rijk daarmee zou vervallen? Hoe meer van deze vragen met “ja” worden beantwoord, hoe minder wenselijk het is om erop te bezuinigen. Bij structurele budgetten voor toekomstige programmering (met name mobiliteit, groen en spelen in openbare ruimte) is een inhoudelijke MPR 2024
10
INLEIDING
THEMATISCHE OPGAVEN
RUIMTELIJKE KOERS
Hoofdlijnen bezuinigingspakket • Mobiliteit: een verlaging van het investeringsbudget met 3 mln euro per jaar, in te vullen zonder bezuinigingen op schaalsprong ov of op andere randvoorwaardelijke investeringen voor woningbouw. In hoofdstuk 5 lichten we toe welke impact dit heeft op de investeringsprogrammering. • Groen: een verlaging van het investeringsbudget met 1 mln euro per jaar. Dit betekent dat minder geïnvesteerd kan worden in het vergroenen van straten, dat minder bijgedragen kan worden aan integrale projecten openbare ruimte en/of interen op vrije ruimte om in te spelen op kansen en knelpunten. • Spelen: minder toevoeging van speelplekken (circa 15% budgetverlaging, 0,3 mln euro per jaar). • Sport: per saldo 0,15 mln euro budgetverlaging per jaar, wat onder meer betekent dat vooralsnog geen investeringen mogelijk zijn in Maarschalkerweerd-Noord (sportvelden), en dat we afzien van bouw van een sporthal in Vleuten. Oplevering van een extra zwembad Maximapark wordt uitgesteld tot 2029. • Cultuur: 0,4 mln bezuiniging op wijkcultuurhuizen en 0,2 mln uitbouw muzikale oefenstudio’s. Bezuinigingen per opgave Mobiliteit
2024 2025 2026 2027 2028 Struct. 0 0 3.000 3.000 3.000 3.000
Gezond leefklimaat (Groen) Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte
50 200 1.050 1.050 1.050 1.050 0 150 300 300
300
Sport Cultuur
263 -191 386 -398 1.950 0 25 328 570 623
152 623
Vrijval in budget Lombokplein
0
0
0
0 3.350 2.200 2.200
subtotaal bezuinigingen Verrekening met reserve Groei in balans
313 34 4.914 7.872 9.123 7.325 -203 191 -386 398 0 0
Bijdrage aan financieel beeld
110 225 4.528 8.270 9.123 7.325
•
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Project Lombokplein: Wij stellen voor het project Lombokplein te splitsen in een grondexploitatie Lombokplein en een investeringskrediet voor Graadt van Roggenweg. Deze splitsing maakt herbestemming mogelijk van een deel van het structureel beschikbare budget (2,2 mln euro per jaar).
Investeringsdeel van het groeikader: naar beneden bijgesteld Door groei van de stad nemen de inkomsten toe die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds en OZB. Een deel hiervan zetten we in voor het ruimtelijke investeringen: “het investeringsdeel van het groeikader”.
Ontwikkeling van budget voor ruimtelijke investeringen Om ruimtelijke investeringen te kunnen betalen zetten we drie verschillende dekkingsbronnen in: • Investeringsdeel van het groeikader • Parkeerinkomsten • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling. Hieronder lopen we per dekkingsbron de belangrijkste ontwikkelingen langs (uitvoeriger toelichtingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5). Ook komen knelpunten aan de orde die met inkomsten verrekend moeten worden.
De omvang van het investeringsdeel van het groeikader is bepaald in de Voorjaarsnota 2024. In 2025 is er een kleine positieve bijstelling (0,094 mln euro). In latere jaren is de neerwaartse bijstelling fors: -2,7 mln euro in 2026, -6,0 mln euro in 2027 en vanaf 2028 -2,56 mln euro per jaar. Investeringsdeel groeikader Groeikader volgens MPR2023
Ontwikkeling investeringsbudget MPR 2024 2025 2026 2027 2028 Struct. Investeringsdeel van het groeikader
0
94 -2.720 -5.985 -2.560 -2.560
Parkeerinkomsten 3.523 3.530 3.545 2.996 Inkomsten woningbouw en gebiedsontw. 0 0 0 0 Knelpunten Saldo parkeerinkomsten en groeikader Toevoeging en onttrekkingen reserve GiB Saldo
7 0
2.996 0
-115
-115
3.523 3.509
710 -2.989 -2.668
321
-3.023 -3.509
-710 2.989 2.668
0
500
-115
0
-115
0
0
0
0
0
2024 2025 2026 2027 2028 Struct. 0 4.400 9.152 14.707 14.707 14.707
Actuele raming groeikader (MPR2024)
0 4.494 6.432 8.722 12.147 12.147
Bijstelling in MPR2024
0
94 -2.720 -5.985 -2.560 -2.560
De omvang van het groeikader heeft invloed op de investeringen die we kunnen inzetten om de woningbouwambities en de groei van de stad te faciliteren. Als er minder middelen beschikbaar zijn heeft dit gevolgen voor onze ambities om te groeien in balans. Tegelijkertijd hebben investeringen die woningbouw mogelijk maken, op termijn ook impact op het toekomstige groeikader. Als we minder woningen bouwen, dan hebben we in de toekomst ook minder middelen beschikbaar.
321
Per saldo dragen deze dekkingsbronnen structureel 0,321 mln euro bij aan de bezuinigingsopgave. In 2024 wordt incidenteel 0,5 mln euro bijgedragen aan de gemeentebrede bezuinigingsopgave.
MPR 2024
11
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
Parkeerinkomsten: structurele meevaller Voor de parkeerinkomsten vanaf 2024 is een nieuwe raming opgesteld. Dit gebeurt jaarlijks, waarbij ieder jaar nieuwe actuele realisatiecijfers worden gebruikt om de raming verder te verbeteren. De nieuwe raming wijst uit dat vanaf 2024 structureel meer parkeerinkomsten worden verwacht dan was opgenomen in de raming van een jaar geleden (MPR2023). Het verschil bedraagt structureel 3 mln euro, na verrekening met knelpunten (noodzakelijke vervanging fietsdepot). Tegenover deze meevaller staat een tegenvaller in het groeikader (zie vorige bladzijde).
Toevoegingen en onttrekkingen reserve Groei in balans Zoals in de Voorjaarsnota is aangekondigd werken we richting Voorjaarnota 2025 aan een toekomstbestendige berekeningssystematiek voor het groeikader. Die kan aanleiding geven om investeringsbudgetten aan te passen. De reserve Groei in balans zetten we in om de overgang met zo min mogelijk schokken te laten verlopen. Incidentele overschotten en tekorten in de dekkingsbronnen voor ruimtelijke investeringen verrekenen we daarom met de reserve Groei-in-balans. Zo anticiperen we op eventuele bijstellingen van het groeikader in de Voorjaarsnota 2025.
Parkeerinkomsten bijstelling raming (MPR2024) Op te lossen tekort (MPR2023) knelpunt fietsdepot Parkeerinkomsten, saldo
Knelpunten Voor het opvangen van knelpunten bij natuur- en milieueducatie is in 2025 en in 2026 incidenteel 115 duizend euro nodig. In de Voorjaarsnota 2026 beoordelen we of in 2027 opnieuw zo'n bedrag nodig is en beschikbaar gesteld kan worden. In de dekking voor het activiteitencentrum Wij3.0 in de Merwedekanaalzone is een knelpunt ontstaan van 115 duizend euro per jaar (kapitaallasten). Afhankelijk van de opleveringsdatum drukken deze kapitaallasten vanaf 2027 of 2028 op de begroting. Eventuele kapitaallasten in 2027 kunnen gedekt worden uit een dotatie die we nu doen in de reserve Groei in balans. Bij de Voorjaarsnota 2026 kunnen we boordelen of dat nodig is. Zo niet, dan kan dit bedrag te zijner tijd een andere bestemming krijgen. Bovendien onderzoeken we of bespaard kan worden op de inrichtingskosten van het activiteitencentrum. Eventuele besparingen die daaruit voortkomen vloeien terug naar het sociaal domein.
2024 2025 2026 2027 2028 Struct. 3.523 3.960 3.975 3.426 3.426 3.426 0 0 0 0 -2.989 0 0 -430 -430 -430 -430 -430 3.523 3.530 3.545 2.996 7 2.996
Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling We verwachten in de komende jaren geen extra inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (grex’en, kostenverhaal en erfpacht) die nu ingezet kunnen worden voor extra ruimtelijke investeringen of voor bijdragen aan het gemeentebrede financiële beeld. De jaarlijkse actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wijst uit dat op dit moment geen dotatie nodig is aan de reserve grondexploitaties. Ook kan geen budget aan deze reserve worden onttrokken. Sinds 1 januari 2024 passen we in nieuwe anterieure overeenkomsten de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen toe, die vorig jaar door de raad is vastgesteld. Wanneer we op grond van afgesloten overeenkomsten zekerheid hebben over inkomsten die hieruit voortvloeien, nemen wij deze op in de begroting. Dat is nu nog niet het geval.
FINANCIEEL BEELD
cultuurvoorzieningen, sportaccommodaties en speelvoorzieningen in de openbare ruimte. Vanuit inkomstenbronnen voor ruimtelijke investeringen wordt daarbovenop ook 0,321 mln euro per jaar bijgedragen aan het gemeentebrede financiële beeld. Door deze budgettaire aanpassingen is er tot en met 2040 115 mln euro minder beschikbaar voor ruimtelijke investeringen.
Ondertussen blijven we met de “Utrechtse aanpak” volop inzetten op voortgang van woningbouw. Waar woningbouwprojecten niet van de grond komen, bekijken we per project welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om toch te kunnen starten met bouwen. Met dit MPR bieden we inzicht in de ruimtelijke ontwikkeling in de stad en de gemeentelijke investeringen die daaraan bijdragen. Met het investeringsprogramma in dit MPR blijven we inzetten op de ambities uit de RSU2040, met bijzondere aandacht voor betaalbaar wonen, klimaat en kansenongelijkheid. Daarbij realiseren we ons dat investeringsbudgetten geen gelijke tred kunnen houden met investeringsambities zoals vastgelegd in de RSU2040, mede vanwege bezuinigingen.
Samenvattend In dit MPR hebben we voor een bedrag van 7,325 mln euro per jaar aan structurele bezuinigingen verwerkt. Deze bezuinigingen leiden tot lagere investeringsbudgetten voor mobiliteit, groen, MPR 2024
12
Thematische ruimtelijke opgaven
MPR 2024
13
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen Werken Maatschappelijke voorzieningen Duurzame mobiliteit Gezond leefklimaat Energie Beheer openbare ruimte
Thematische ruimtelijke opgaven MPR 2024
14
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen Ambitie van de opgave De vraag naar woningen in Utrecht blijft onverminderd hoog. De Utrechtse woningmarkt is steeds moeilijker bereikbaar geworden voor veel woningzoekenden. Ook zien we dat mensen die nog wel een woning kunnen kopen of huren, eerder genoegen nemen met een woning die niet aansluit bij hun woonwensen. Met name mensen met een kleine portemonnee, kwetsbare groepen, spoedzoekers en starters komen steeds moeilijker aan een woning. Wij willen deze opgave aanpakken door te groeien in balans. Het doel daarbij is een betaalbare woning voor iedereen die in Utrecht wil (blijven) wonen. We willen dat mensen die een woning zoeken een passende woning kunnen vinden, zowel qua prijs, kwaliteit als grootte. Eén van de doelen van de RSU is om de woningbouw te faciliteren om te voorzien in de woningbehoefte. Gezien de behoefte aan woningen nu en in de toekomst wil de gemeente de Utrechtse woningvoorraad in de periode tot 2040 met ongeveer 60.000 woningen laten toenemen. Hierbij streven we naar een woningvoorraad in 2040 die bestaat uit 35% sociale huur, 25% middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop) en 40% vrije sector (huur en koop). Om deze streefpercentages in 2040 te halen zet de coalitie in op de realisatie van 40% sociale huurwoningen, 35% woningen uit het middensegment en 25% vrije sector woningen.
Actuele ontwikkelingen Er zijn sinds 2020 bijna 12.000 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Dit is gemiddeld 3.000 woningen per jaar. Het afgelopen jaar zijn slechts 2.156 woningen toegevoegd. Ook voor dit
jaar verwachten we een lager aantal op te leveren woningen. De terugval is het gevolg van veranderende marktomstandigheden; we zien dat dat de financiële haalbaarheid van projecten onder druk staat. De oorzaken van deze veranderende marktomstandigheden zijn de gestegen rentetarieven, de toenemende bouwkosten, gebrek aan arbeidskrachten, toekomstige wet- en regelgeving ten aanzien van het middenhuursegment en stikstofruimte. Ook zien we dat besluitvormingsprocessen in combinatie met de complexiteit van de integrale opgaven bij een aantal projecten meer tijd en aandacht vergen. Tot slot zien we dat netcongestie een steeds groter risico vormt in gebiedsontwikkelingen. Momenteel kunnen projecten waar alleen woningbouw plaatsvindt nog doorgaan. De vooruitzichten rond netcongestie zijn onzeker. Als woningen niet meer aangesloten kunnen worden op het net dan kan de bouwproductie stagneren.
De wachtlijst voor een sociale huurwoning neemt toe. Ook het aantal woningzoekenden uit aandachtsgroepen neemt toe. De sociale huurvoorraad in bezit van corporaties groeit in aantal, maar blijft procentueel ten opzichte van de totale voorraad gelijk. Het aantal en aandeel sociale huurwoningen van particulieren neemt af. In het middensegment zien we dat als gevolg van prijsstijgingen het aandeel betaalbare koop afneemt. De nieuwbouwproductie van middenhuurwoningen en betaalbare koop kan de vraag niet bijbenen. Dit betekent dat doelgroepen die afhankelijk zijn van dit segment het steeds lastiger krijgen in de stad. Als dit doorgaat leidt dit tot een onevenwichtige samenstelling van de samenleving in de stad. Om de ambities uit de RSU2040 en Woonvisie waar te maken, moet extra ingezet worden op het sociale huursegment en het middensegment. Hier ligt een belangrijke opgave voor corporaties en marktpartijen.
Tegelijkertijd constateren we dat de corporaties onvoldoende leencapaciteit richting 2030 hebben om het gewenste aantal woningen vastgelegd in de Woondeal te realiseren. Met de huidige verdeling in de plannen (zie pagina 18) redden we de beoogde verdeling naar segmentatie zoals in de RSU is vastgelegd niet. Maatregelen om woningmarkt op gang te houden Met oog op de urgente vraag aan woningen op de (zeer) korte termijn, is komende jaren extra aandacht en inzet nodig voor het op tempo houden van de bouwproductie. Hiervoor zetten we in op vijf treden: 1. Permanente woningbouw 2. Samenwerking in de regio 3. Optimaliseren van de bestaande voorraad 4. Inzet van eigen vastgoed / aankoop van vastgoed 5. Tijdelijke woningbouw
MPR 2024
15
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen In het MPR rapporteren we over trede 1 Permanente woningbouw en trede 5 Tijdelijke woningbouw. De uitvoering van deze twee treden vindt plaats op basis van onderstaande punten: • Continue aandacht en interventies om de planvorming, besluitvorming en uitvoering van de woningbouwprojecten (in samenhang met de andere opgaven) te optimaliseren, opdat vertragingen worden voorkomen c.q. versnellingen worden gerealiseerd middels de Utrechtse Aanpak om de woningbouw op gangs te houden . • Inzetten op het realiseren van tijdelijke woonruimte (zie raadsbrief Aanpak realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment). Utrechtse Aanpak om woningbouw op gang te houden Om de Utrechtse woningmarkt op gang te houden hebben we in het MPR 2023 de Utrechtse aanpak geïntroduceerd met als doel om permanente woningbouw projecten die stilliggen of vertragen toch doorgang te laten vinden. Deze maatregelen zijn aanvullend aan maatregelen van het Rijk en de provincie die met de startbouwimpuls (SBI) en woningbouwimpuls (WBI) subsidie regelingen in het leven hebben geroepen om woningbouwontwikkelingen vlot te trekken. Met de Utrechtse aanpak nemen we specifieke maatregelen om een aantal projecten die binnen afzienbare termijn starten met bouwen, vlot te trekken.
De Utrechtse aanpak gaat uit van versnelling van woningbouw door maatwerk, projectspecifieke maatregelen (wijziging ambities, beleid, programmatisch of financieel), op korte termijn starten met bouwen, transparant (open boeken), op basis van wederkerigheid en gericht op betaalbare woningbouw. Dit doen we in verschillende tranches. Bij het MPR 2023 hebben we de eerste tranche aan de raad
voorgelegd en in de eerste helft van het jaar is de 2 e tranche ter besluitvorming voorgelegd. In dit MPR leggen we de 3 e tranche aan de Raad voor (zie paragraaf 5.8 en bijlage 3e tranche maatregelen op gang houden woningbouw)
zorgen we voor de randvoorwaarden voor oplevering van 577 woningen in 2024 (Pagelaan, Befu en Wetering-Zuid) en voor haalbare businesscases van zo’n 1100 extra woningen in 2024 en 2025, dat is inclusief 450 woningen ‘tussen de rails’ in Lunetten.
Met de Utrechtse aanpak trekken we projecten vlot die vertragen of stilliggen om zo doelgroepen te bedienen die op zoek zijn naar een woning in Utrecht. Daarbij laten we bovenwettelijke ambities gewogen los. We zorgen hierbij voor een afgewogen pakket. Dit vergt altijd een stedelijke en projectspecifieke afweging tussen het op gang houden van projecten en bovenwettelijke eisen zo veel mogelijk in stand houden. In de Geheime bijlage stand van zaken Utrechtse Aanpak woningbouw rapporteren we specifiek op de projecten waarover besloten is. Bijvoorbeeld voor de projecten Smakkelaarsveld en Merwede Deelgebied 5, voor beide projecten zijn de vergunningen inmiddels verstrekt. De Startbouw Impuls regeling heeft ook bijgedragen aan het continueren van de woningbouwproductie. Dit heeft geresulteerd in de geplande startbouw in 2024 van ca. 1856 woningen op een planning in de prognose van het MPR van 2527 woningen. Daarnaast heeft het Rijk een Woningbouwimpuls-subsidie van € 22,1 miljoen toegekend voor de projecten Beurskwartier, Zuilense Vecht en Galgenwaard. Inzetten op het realiseren van tijdelijke woonruimte Ons doel is om in totaal circa 1.100 tijdelijke woningen in 2024 en 2025 te realiseren, binnen de gestelde financiële kaders, in samenwerking met corporaties en voor het merendeel in nieuwbouwkwaliteit. Dit aantal kunnen we alleen behalen als alles meezit.
De realisatie blijkt door verschillende factoren weerbarstiger dan voorzien. Desondanks MPR 2024
16
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen: planvoorraad De actuele plancapaciteit woningbouw 2024 - 2040 is circa 60.000 tot 70.000 woningen (inclusief woningen taskforce tijdelijke woonruimte). Het gaat om dynamische gegevens die continu in beweging zijn, zeker naarmate potentiële locaties, projecten en initiatieven later op de planning staan. Het gaat dus om prognoses. Jaarlijks brengen we in het MPR binnen de plancapaciteit drie categorieën in beeld: 1. Harde plancapaciteit. Van de plancapaciteit vallen 20.000 woningen onder de door ABF (en Rijk) gehanteerde strikte definitie van harde plancapaciteit (minimaal vastgesteld of onherroepelijk planologisch juridisch kader). Dit is een lichte afname ten opzichte van de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling 2023 (peildatum 1 juli 2023). 2. Aanvullende harde plancapaciteit. De gemeente hanteert een ruimere definitie van harde plancapaciteit¹. Deze gemeentelijke definitie resulteert in een ‘harde’ plancapaciteit van ruim 38.000 – 40.000 woningen. Onder deze categorie vallen dus ook projecten die zich in een vroeg planstadium bevinden en waarbij we de intentie hebben uitgesproken om mee te werken of (bij eigen initiatief) te realiseren. Echter, daadwerkelijke realisatie is afhankelijk van vele voorwaarden op het gebied van mobiliteit, overeenkomst met ontwikkelende partijen, grondeigenaren, etc.
Plancapaciteit woningbouw 2024-2040 (opleveringen) 40.000 35.538 35.000
30.000
27.264 19.505
25.000
Tijdelijke woonruimten
7.944
Potentiele locaties / zacht 20.000
Aanvullend 'hard' conform def. GU
4.368
‘Hard' conform ABF definitie
15.000
totaal 10.257
10.000 14.952 5.000
0
2.230 633 1.597
2024
5.776
2025-2029
2030-2040
. De gemeente Utrecht hanteert een ruimere definitie en definieert projecten die aan een van onderstaande criteria voldoen als harde plancapaciteit: Intentiedocument/startdocument bestuurlijk vastgesteld door college; onderdeel gemeentelijke grondexploitaties;
MPR 2024
17
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen: planvoorraad 3. Zachte plancapaciteit. Aanvullend onderscheiden we nog een zachte potentiële plancapaciteit van ongeveer 23.000 - 30.000 woningen. Aanvullend is sinds medio 2021 het Realisatieteam tijdelijke huisvesting gestart. Doel van het Realisatieteam is op korte termijn te kunnen voldoen aan de urgente woningvraag in het sociale huursegment. Voor 850 tot 1.650 woningen is een aantal locaties bepaald. Inzet is om deze in de komende jaren te realiseren. Door het vaststellen van bestemmingsplannen voegen we woningen toe aan de harde plancapaciteit (conform ABF) en maken we ontwikkelingen mogelijk. Er zijn investeringen nodig in randvoorwaarden als mobiliteit, groen en voorzieningen om de bouwproductie aan te jagen. Tegelijkertijd zijn we afhankelijk van de medewerking van marktpartijen, die bij diverse projecten tevens de grondeigenaar zijn. Permanente woningen bouwen duurt gemiddeld 8 à 10 jaar. Daarom willen we met verkorte procedures en versnelde voorbereiding, besluitvorming en uitvoering van tijdelijke woonruimte de productie de komende jaren op peil houden. Door de verdeling van de plancapaciteit bij te sturen proberen wij onze ambitie bij de verdeling van de woningvoorraad in 2040 te realiseren.
percentages liggen gelijk aan de gelijk aan MPR 2023 en de Peilstok SO (peildatum 1 juli 2023). Hierbij moet worden opgemerkt dat onzelfstandige eenheden in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen’ (BAG) -en daarmee in de woningvoorraad -niet worden geregistreerd.
Verdeling 'harde' plancapaciteit 2024-2040 (definitie gemeente Utrecht) Studenten onzelfstandig
4% 15% Van de totale plancapaciteit valt 27% in het middensegment (koop en huur). Dit valt uiteen in 17% middenhuur en 10% betaalbare koop. In de Woonvisie wordt gestreefd naar een woningvoorraad in 2040 in het middensegment van 25%. Doordat woningen duurder worden verschuiven betaalbare koopwoningen steeds meer naar de vrijesector. Het gevolg is dat er in het middensegment steeds meer woningen verschuiven naar het dure segment. Om in 2040 de gewenste samenstelling van de woningvoorraad te bereiken is extra inspanning nodig. Daarom is in het Coalitieakkoord 2022-2026 opgenomen dat bij nieuwe projecten een prijsklasseverdeling van 40% sociale huurwoningen en 35% uit de midden-categorie (huur en koop) wordt gehanteerd.
Sociale huur < €879,66 per mnd. (zelfstandige studenteneenheden) Sociale huur < €879,66 per mnd. (regulier)
7%
Betaalbare koop
17%
27% Koop > NHG
19%
11%
Beleggershuur middensegment €879,66€1.177,61 per mnd. Beleggershuur > €1.177,61 per mnd.
Verdeling plancapaciteit De verdeling in figuur hiernaast laat zien dat de harde plancapaciteit voor 34% bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen waarvan 7% zelfstandige studenteneenheden en 27% reguliere sociale huurwoningen. Op dit moment is het aandeel onzelfstandige studenteneenheden 4% van de harde plancapaciteit. Deze
MPR 2024
18
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
Wonen: planvoorraad Start- bouw productie In het MPR en de Peilstok wordt twee keer paar jaar een prognose start bouw voor de korte termijn (3 jaar) gepresenteerd. Daarbij is per project de stand van zaken beoordeeld en vertaald in de planning. Vervolgens is, op basis van ervaringscijfers van en een analyse per jaarschijf, een percentage voor aftopping (40%) bepaald (zie kader pagina 22). We stellen uiteraard ons als doel om jaarlijks de bovenkant van de geprognosticeerde start bouw te realiseren, maar gelet op de factoren die de woningbouwproductie beïnvloeden, is het vanuit behoedzaamheid wenselijk om een realistische bandbreedte te hanteren. De omvang en verdeling van de plancapaciteit zijn dynamisch en worden jaarlijks bijgesteld op basis van de actuele projectinformatie. In 2023 zijn er circa 3.850 woningen in aanbouw genomen, hiermee hebben we onze doelstelling gerealiseerd. Op dit moment verwachten we ongeveer 2.500 woningen in 2024 in aanbouw te nemen, dit is inclusief tijdelijke woningen. Afgelopen jaar zien we een toename van het aantal verleende vergunningen. Het feit dat dit jaar minder woningen in aanbouw worden genomen dan het streven is het gevolg van stagnatie van projecten in de voorgaande jaren.
We zien een verschuiving van projecten; dat resulteert aanvankelijk in een lagere productie en waarschijnlijk in een hogere bouwproductie voor de direct daaropvolgende jaren. Voor de komende jaren zien we dat dit zich o.a. voltrekt doordat de bouw van de eerste bouwfasen van de gebiedsontwikkelingen Kruisvaartkade en Merwedekanaalzone zijn vertraagd.
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Stedelijke prognose woningbouw (start bouw) 2024-2026 per hoofdcategorie incl aftopping voor mogelijke planuitval (40%) 6.000
5.397 5.002
Tijdelijke woningen
5.000
2.159 4.000
Aftopping
Koop > NHG
2.001
Betaalbare koop
3.000
2.527
458
461
212
350
643
332
419
490
801
918
748
443
0 6 2024
180 0 2025
353
297 2.000
270
0 498
317
279 291 1.000
0
Beleggershuur > €1.177,61 per mnd. Beleggershuur middensegment €879,66-€1.177,61 per mnd.
Sociale huur < €879,66 per mnd. (regulier) Sociale huur < €879,66 per mnd. (zelfstandige studenteneenheden) Studenten onzelfstandig
2026 MPR 2024
19
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen: planvoorraad Tegelijkertijd zien we de productie in 2025 herstellen door onder andere de Utrechtse Aanpak en de Start bouwimpuls (SBI) subsidie van het Rijk. Hiermee worden bijvoorbeeld woningen in de Merwedekanaalzone mogelijk gemaakt. Voor zowel 2025 als 2026 is de prognose dat voor 3.000 woningen wordt gestart met de bouw. We verwachte aankomende drie jaren gemiddeld is 2.900 woningen in aanbouw nemen (inclusief de tijdelijke woonruimtes van de taskforce). Een gemiddelde jaarlijkse productie van 3.000 woningen sluit aan bij de behoefte aan 60.000 extra woningen t/m 2040 zoals beschreven in de RSU2040 (Primos, 2019). Opleveringen We zien dat het aantal opleveringen in 2024 en 2025 onder onze ambitie ligt. Dit komt omdat er de afgelopen jaren door de lastigere marktomstandigheden verschillende projecten vertraagd zijn. Voor 2026 is de verwachting dat er weer meer woningen worden opgeleverd. Een aantal grotere projecten zijn geprognotiseerd voor oplevering in 2026, waaronder High Five op het Utrecht Science Park en woningen in verschillende deelfasen van zowel Cartesiusdriehoek als Wisselspoor.
Stedelijke prognose opleveringen woningen per jaar (inclusief onzelfstandige studenten woningen) 4.500 4.000 Tijdelijke woonruimten in planvorming/ voorbereiding
3.500 1.254 3.000
Tijdelijke woonruimten in aanbouw
2.500 2.000
633
1.500
121
2.591
1.000
1.597 500
Het aantal opleveringen is een inschatting op basis van start bouw datum en bouwtijd. Het is mogelijk het daadwerkelijk aantal gerealiseerde woningen anders is dan onze inschatting. De bouwtijd kan uitlopen of juist sneller gaan dan verwacht. Daarnaast rekenen wij in onze inschatting onzelfstandige woningen mee als aparte woningen.
Woningen in planvorming/ voorbereiding
450
Woningen in aanbouw 1.284
0 2024
2025
2026
MPR 2024
20
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Wonen: planvoorraad Voortgang 100+ projecten/gebiedsontwikkelingen Om meer inzicht te geven in de voortgang van de woningbouwproductie rapporteren we vanaf het MPR 2021 halfjaarlijks specifiek over de projecten (of gebiedsontwikkelingen) met meer dan 100 woningen (bijlage voortgang woningbouwprojecten 100+). In totaal gaat het op dit moment om circa 50 (deel)projecten. We zien dat er verschillende factoren zijn die de doorlooptijd van projecten beïnvloeden. De oorzaken van bijstelling in prognoses zijn divers; in de bijlage Voortgang woningbouwprojecten 100+ worden deze oorzaken benoemd in de kolom met toelichting. Planningen zijn onder andere bijgesteld vanwege de veranderde woningmarktomstandigheden en de complexiteit van sommige gebiedsontwikkelingen. Daarnaast vormt netcongestie in veel projecten in risico op vertraging.
Behoedzaamheid in prognoses In gebiedsontwikkeling is altijd sprake van onzekerheid in de prognoses. Gezien de onzekere marktomstandigheden en de hogere rente zien we dat investeringsbesluiten naar achter worden geschoven tot vlak voor start bouw. Grote en complexe gebiedsontwikkelingen profiteren minder van het herstel van de particuliere markt voor bestaande koopwoningen. Lange bouwperiodes vormen een obstakel voor particuliere kopers en leiden tot hogere financieringslasten. Een bouwtijd van 3 jaar komt veel voor. Voor particulieren betekent dit dubbele lasten en voor investeerders een lange periode zonder rendement, maar met financieringslasten. Daarnaast zien we dat netcongestie een
Daarnaast rapporteren we in de bijlage projectenlijst middenhuur specifiek over middenhuurprojecten. Dit doen we naar aanleiding van het rekenkamerrapport over middenhuur en de raadsbrief naar aanleiding van het rapport met de toezegging om meer inzicht te bieden in hoeveel middenhuur we realiseren. Op dit moment zien we door de onzekerheid rond de landelijk wet- en regelgeving rond middenhuur en door de ongunstigere marktomstandigheden dat middenhuur meer onder druk komt te staan en dat het lastiger is om middenhuurwoningen te realiseren in projecten.
groot risico vormt voor vertraging in projecten. Door gebruik te maken van een aftopping van 40% voor 2025 en
2026 proberen we een realistischer en behoedzamer beeld te schetsen van de verwachte aantallen start bouw van woningen. In het MPR2021 hebben wij de systematiek ten aanzien van de prognose en aftopping nader toegelicht. We hanteren een aftopping om mogelijke planuitval in te calculeren. De woningaantallen moeten geïnterpreteerd worden als bandbreedtes.
MPR 2024
21
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Werken Ambitie van de opgave Utrecht wil een toekomstbestendige economie met een goed en fijnmazig voorzieningenniveau en voldoende werkgelegenheid op alle niveaus. De ambitie in de RSU2040 is om te groeien in balans. Dat betekent een groei van 70.000 arbeidsplaatsen in 2040 ten opzichte van 2021. Onder andere werklocaties en bedrijfshuisvesting in de stad moeten hierin meegroeien. De opgave van +70.000 banen is opgedeeld in vijf segmenten: kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel, wetenschap (m.n. het Utrecht Science Park (USP)) en werken in de wijken. De doorvertaling van de werkopgave uit de RSU2040 wordt in 2024 nader uitgewerkt in de Beleidsnota Werklocaties. Een belangrijke ambitie daarin is het vinden en behouden van ruimte voor ambities rond circulaire economie. De opgave heeft daarnaast de ambitie om de groeiende mismatch op de arbeidsmarkt tegen te gaan door het stimuleren van kwalitatieve banen en werklocaties. Ook in de wijken moet, naast wonen en andere voorzieningen, ruimte zijn voor werken. Actuele ontwikkelingen In 2023 nam het aantal in Utrecht geregistreerde banen toe met 5%, ofwel 15.780 (bron: Provinciaal Arbeidsplaatsen Register). Dit is een flinke toename. Echter, een deel van deze groei betreft een administratieve verschuiving van banen naar met name hoofdkantoren in onze gemeente, terwijl in de praktijk de banen (grotendeels) elders worden ingevuld.
Voor ondernemers, bedrijven en organisaties is het steeds moeilijker om in de wijken, op bedrijventerreinen en op kantoorlocaties een goede (en betaalbare) plek te vinden om zich te vestigen of uit te breiden.
Bovendien zetten netcongestie, stijgende prijzen en de druk op de ruimte voor werken steeds meer een rem op de groei. Dit kan bedrijfsverplaatsingen die wenselijk zijn voor gebiedsontwikkelingen bemoeilijken. Ook kan het gebeuren dat nieuwe werkgevers die gewenst zijn (gezond, duurzaam, sociaal, innoverend, verzorgend) naar elders moeten uitwijken. Daarmee neemt de diversiteit van het werken in Utrecht af. Bovenstaande ontwikkelingen hebben invloed op alle segmenten. Per segment zien we nog de volgende aandachtspunten: • Kantoren: De leegstand van kantoren ligt inmiddels onder frictieniveau. Daardoor is er te weinig schuifruimte, en is er op alle niveaus te weinig beschikbaar aanbod in de stad. Dit drijft de prijzen op. • Bedrijventerreinen: ook op bedrijventerreinen ligt de leegstand onder frictieniveau. Beter benutten van bestaande terreinen is van belangen daarnaast blijft behoefte bestaan aan nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Met een eerste aankoop hebben we een stap gezet richting verdichting op Lage Weide. Maar deze processen zijn erg ingewikkeld, en om grote stappen te zetten richting verdichting is er meer nodig. De complexiteit op bedrijventerreinen leidt tot stagnatie bij de realisatie van nieuwe werkgebouwen. • Detailhandel: Na de coronapandemie is nu duidelijk herstel ingetreden.
De binnenstad wordt goed bezocht en de winkelgebieden daarbuiten functioneren ook goed. Maar retailers hebben te maken met uitgestelde belastingen die moeten worden terugbetaald, stijgende huren, hogere personeelskosten en krimpende marges. • Wetenschap (m.n. USP): Dit jaar gestart met de bouw van Plus
•
Ultra: een multi-tennant gebouw met labruimtes en kantoren. Werken in de Wijk: In verschillende wijken zien we dat de ruimte voor werken afneemt, doordat locaties worden getransformeerd naar woningen.
MPR 2024
22
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Werken Programmering De beschikbaarheid en betaalbaarheid van voldoende en goede bedrijfsruimte en kantoren is een belangrijk thema voor de komende jaren. De komende jaren investeren we (verder) in: • Kantoren: de vraag naar kantoren is onverminderd hoog. Naast de aandacht voor betaalbaarheid en beschikbaarheid van kantoren ook in het lagere segment, werken we mee aan het toevoegen van kantoren op de knooppunten die in de RSU benoemd zijn, zoals het stationsgebied en Leidsche Rijn. • Bedrijventerreinen: o Lage Weide: verdichting (strategische en anticiperende verwervingen met cofinanciering OntwikkelingsMaatschappij Utrecht (OMU) verduurzaming en verbeteren kwaliteit. Hiervoor wordt in 2024 de visie Lage Weide opgesteld. Investeringen in de ontsluiting van het terrein zijn cruciaal voor verdere doorontwikkeling en verdichting. o Toevoegen en verbeteren kwaliteit ruimte voor werken in de A12-zone (Merwedekanaalzone deelgebied 6, Woonboulevard en Westraven) o Inzetten op verdichting in andere werklocaties, in samenwerking met de OMU, zoals Werkspoorkwartier, Oudenrijn, Overvecht. o Onderzoek provincie Utrecht voor een nieuw regionaal bedrijventerrein, waardoor de druk op de Utrechtse markt enigszins afneemt. o Ontwikkeling circulair bedrijfspark Strijkviertel. Efficiënt en meerlaags, met een hoge dichtheid en focus op MKBwerkgelegenheid.
• Detailhandel: verwachting is dat de hoeveelheid vierkante meters retail dankzij de bevolkingsgroei redelijk stabiel blijft. Nieuwe
•
•
ontwikkelingen vinden plaats bij de grote gebiedsontwikkelingen, zoals de MWKZ. Wetenschap: het benutten van de ontwikkelruimte op het USP, en hoe mogelijk de omliggende gebieden daar ook een plek in krijgen. Een belangrijke randvoorwaarde zijn investeringen in mobiliteit. Werken in de wijk: Wijkontwikkelingsmaatschappijen: meerdere aankopen verouderd vastgoed, renovatie en verduurzaming panden. Evaluatie in 2024, vervolgens op basis van advies mogelijk wijziging van WOM’s.
MPR 2024
23
INLEIDING
RUIMTELIJKE KOERS
THEMATISCHE OPGAVEN
ONTWIKKELINGEN PER GEBIED
FINANCIEEL BEELD
Maatschappelijke voorzieningen Ambitie van de opgave Groei in balans en Ongelijk investeren voor gelijke kansen Onze inzet is dat Maatschappelijke voorzieningen meegroeien met de stad, vanwege hun belang voor de ontwikkeling, beleving, ontmoeting en ondersteuning van alle inwoners. Het gaat om scholen, sportaccommodaties, buurtcentra, culturele voorzieningen en om speelruimte. Met de oplegger bij de RSU2040 heeft de Raad twee belangrijke uitgangspunten aan de RSU2040 toegevoegd. De kwaliteit en leefbaarheid moeten centraal staan bij de verdere ontwikkeling van de stad en we willen groeien in balans. Dit doen we onder andere door vooral te investeren in buurten en inwoners die dat het hardste nodig hebben (ongelijk investeren voor gelijke kansen). Ruimtelijke keuzes hebben grote invloed op gezondheid, leefbaarheid en kansengelijkheid. Daarom investeren we vooral in buurten waar de kansenongelijkheid het grootst is; hiervoor is gekeken naar de scheidslijnenmonitor van de gemeentelijke afdeling Onderzoek en Statistiek. Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen In de RSU 2040 en het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen en de thematische huisvestingsnota’s beschrijven onze ambities. Dit leidt tot een concrete programmering voor de eerstkomende jaren en tot een programmering op hoofdlijnen voor de langere termijn.