CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjaren Perspectief Ruimte 2022.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 202242.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Daar waar mogelijkheden zich in de toekomst voor doen voor het realiseren van extra onzelfstandige studenteneenheden worden deze toegevoegd aan het overzicht met voorstellen. De daadwerkelijk te leveren bijdrages worden bij de besluitvorming over de financiële kaders van de projecten aan de raad voorgelegd. 5.1.3

Voorziening meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties

Toelichting voorziening meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties In de prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties is vastgelegd dat 2/3e van de meerwaardeafdracht bij bestemmingswijzigingen van sociale huurwoningen beschikbaar komt voor de reserve Investeringsimpuls RSU. Deze meerwaardeafdrachten worden gestort in de voorziening ‘Meerwaarde prestatieafspraken woningcorporaties’. In 2021 hebben de STUW-corporaties in totaal voor ruim 7,4 miljoen euro aan economische meerwaarde afgedragen aan de gemeente, waarvan 2/3e volgens de afspraak is toegevoegd aan de voorziening. Dat komt neer op een totaalbedrag van 4,962 miljoen euro. In 2021 zijn onttrekkingen gedaan voor een project aan de Apollo-, Centaurus- en Atlasdreef (2,8 miljoen euro), voor een project in Hoge Weide (0,55 miljoen euro) en voor het project Poortrijk in Leeuwesteyn (0,14 miljoen euro) conform besluitvorming MPR 2021. Bestedingsvoorstel meerwaardeafdracht woningcorporaties Het proces om met de woningcorporaties en huurdersorganisaties tot een bestedingsvoorstel voor aanwending van de meerwaarde afdracht over 2021 van 4,962 miljoen euro te komen, heeft langer geduurd dan verwacht.

Daarom stellen wij voor om na installatie van een nieuw college alsnog met woningcorporaties en huurdersorganisaties tot een dergelijk bestedingsvoorstel te komen en dit voorstel bij de Programmabegroting 2023 voor te leggen aan de raad.

MPR2022 | Mei 2022

66/104

5.2 Actualisatie meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) Inleiding Jaarlijks wordt het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) geactualiseerd. Projecten lopen meerjarig en leggen beslag op de middelen in de komende jaren. Bij de actualisatie van het MPB worden de verwachte uitgaven van de projecten over de komen jaren bijgesteld (kasritme). Daarnaast wordt bepaald welke financiële ruimte er beschikbaar is gekomen als gevolg van bijvoorbeeld afgesloten projecten bij de jaarverantwoording en bijdragen van derden. In dit hoofdstuk lichten we toe welke middelen beschikbaar zijn voor herprogrammering, hoe deze worden ingezet en wat de actualisatie betekent voor het financiële beeld van het programma bereikbaarheid. In dit MPR zijn als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen, onderwerpen opgenomen waarover besluitvorming niet kan wachten tot het najaar. Het betreft besluitvorming t.a.v. lopende projecten, waarover afspraken zijn gemaakt met derden, het oplossen van acute (personele) knelpunten of waarbij het gaat om een technische financiële actualisatie. Daarnaast programmeren we enkele aanvullende wenselijke investeringen op lopende ontwikkelingen die we graag zouden willen regelen om voortgang te behouden. Door de investeringen nu te programmeren houden we hier al rekening mee in het financiële beeld.

Bij de integrale afweging bij de programmabegroting zal de definitieve keuze worden gemaakt over de inzet van deze middelen ten behoeve van deze projecten. De nota Beheer Openbare Ruimte (BOR) die in 2021 is vastgesteld, leidt gemeente breed tot een verlenging van de termijn waarover wordt afgeschreven. Binnen het MPB leidt dit voor projecten waarover we afschrijven zonder kapitaallastenreserve, tot lagere afschrijvingslasten per jaarsnede (de afschrijvingslasten lopen uiteraard wel langer door). De financiële ruimte die hierdoor ontstaat benutten we voor oplossen van personele knelpunten. Meer toelichting over de consequenties nota BOR hebben we opgenomen in dit hoofdstuk onder ‘Budget beschikbaar voor herprogrammering’. We zien dat de inflatie uitzonderlijk hoog is onder andere door sterk stijgende bouwkosten, een krappe arbeidsmarkt en logistieke problemen. Ook is het op dit moment nog moeilijk te voorspellen wat de huidige internationale maatschappelijke onrust voor effecten zal hebben. In de reserve houden wij daarom ruimte om urgente knelpunten op lopende projecten ten gevolge van deze ontwikkelingen gedurende het jaar op te kunnen vangen. Daarbij streven we ernaar om een buffer van circa 10% van het jaarlijkse gemeentelijke budget aan te houden.

Financiële systeem Jaarlijks wordt een bedrag vanuit gemeentelijke middelen toegevoegd aan het meerjaren investeringsprogramma bereikbaarheid. Daarnaast wordt een deel van de investeringen gedekt vanuit gelden van derden (met name subsidies). Met dit beschikbare meerjarige investeringsbudget programmeren we projecten over de jaarschijven. Deze jaarschijven worden opgenomen in de begroting. Binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid is een reserve ingesteld waardoor de fasering van de uitgaven in een jaar niet gelijk hoeven te lopen met de beschikbare budgetten in een bepaald jaar. De verschillen worden verrekend met de reserve en deze reserve mag niet onder nul uitkomen. Daarmee wijkt deze financiële systematiek voor het investeringsprogramma bereikbaarheid af van de reguliere systematiek van jaarlijks in de begroting terugkerende budgetten en bestedingen. De financiële voordelen uit afgesloten projecten worden ingezet binnen het programma waarmee o.a. tegenvallers op lopende projecten kunnen worden opgevangen. Jaarlijks worden de uitvoeringsplanning en de verwachte bijbehorende uitgaven van projecten over de jaren bepaald en eventueel bijgesteld (kasritme). Naast de resultaten op afgesloten projecten bepaalt de geactualiseerde uitvoeringsplanning de ruimte in de reserve.

MPR2022 | Mei 2022

67/104

Financiële context Voor de realisatie van de ambities van het mobiliteitsplan 2040 en de RSU zetten we de komende paar jaar belangrijke stappen met de reeds geprogrammeerde en geplande projecten. In het mobiliteitsplan 2040 is een fasering in drie tijdsblokken beschreven. In de agenda mobiliteitsplan werken we een indicatieve fasering op hoofdlijnen uit. De agenda mobiliteitsplan is een instrument om te kunnen sturen op de langjarige koers en geeft richting aan de nog te programmeren maatregelen en projecten. Het huidige financiële beeld laat zien dat het MPB tot 2027 bijna volledig geprogrammeerd met projecten of bestemd is voor specifieke doeleinden, zoals bijvoorbeeld de systeemsprong mobiliteit, schaalsprong fiets, aanpak 30 km-uur en verkeersveiligheid. Voor een financieel overzicht van alle projecten die binnen het programma bereikbaarheid worden uitgevoerd verwijzen wij naar de vertrouwelijke bijlage ‘Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid’. 5.2.1

Budget beschikbaar voor herprogrammering

In het MPB 2022 is in totaal 23,238 miljoen euro beschikbaar voor herprogrammering. Dit bedrag is beschikbaar gekomen door:

Hieronder lichten we de beschikbare budgetten toe: Voor- en nadelen op af te sluiten projecten Bij de jaarrekening 2021 worden onderstaande projecten afgesloten wat per saldo leidt tot een eenmalige vrijval van 4,855 miljoen euro. Voor meer toelichting over de vrijval per project verwijzen wij naar de jaarrekening 2021, naar de paragraaf “af te sluiten investeringen”.

MPR2022 | Mei 2022

68/104

Inzet budget loon- en prijscompensatie De middelen voor loon- en prijscompensatie worden jaarlijks toegekend en het bedrag voor 2022 bedraagt 0,510 miljoen euro structureel. Primair gebruiken we de bedragen voor loon- en prijscompensatie om knelpunten op bestaande projecten, o.a. in verband met indexatie, op te lossen. Het uitgangspunt is dat de budgetten voor de investeringen taakstellend zijn maar voor lang lopende projecten kan gelden dat sterk gestegen prijzen niet kunnen worden opgevangen binnen het oorspronkelijke budget en de (risico)reserveringen voor o.a. prijsstijgingen. Bij een volgende fase van een project (bijvoorbeeld van schetsontwerp naar voorlopig ontwerp) beoordelen we of ophoging van het budget in verband met prijsstijging noodzakelijk is. Het niet bestede deel voegen we toe aan het “Investeringsbudget Mobiliteitsplan t/m 2040” zodat het beschikbaar blijft voor toekomstige investeringen. Hierdoor voorkomen we dat we steeds minder kunnen doen voor hetzelfde budget. Binnen de bouwwereld zien we twee majeure knelpunten: ▪ Beschikbaarheid van (bouw)materialen en personeel, ▪ Sterke prijsstijgingen. Deze ontwikkelingen hebben, bij ongewijzigd beleid, een impact op de kosten van een project of contract. Hierdoor zal de spanning op de beschikbare steeds budgetten groter worden.

Zie de uitgebreidere toelichting hierover in de 1e bestuursrapportage en de raadsbrief Stand van zaken (bouw)kostenstijging. In de reserve houden wij ruimte om urgente knelpunten op lopende projecten ten gevolge van deze prijsstijgingen gedurende het jaar op te kunnen vangen. Daarbij streven we ernaar om een buffer van circa 10% van het jaarlijkse gemeentelijke budget aan te houden. Wanneer dit niet toereikend is zullen we bijsturen door middel van versoberen, prioriteren, uitstellen (of stopzetten) van een project. Bij een volgende integrale afweging zal dan opnieuw een prioritering gemaakt moeten worden tussen directe noodzaak en ambities. Maliebaan ten laste van loon- en prijscompensatie Conform het raadsbesluit Maliebaan d.d. 3 februari 2022 verhogen we het krediet voor de Maliebaan met 1 miljoen euro ten laste van het budget voor loon- en prijscompensatie. Dit programmeren we in de jaarschijven 2023 en 2024. Bij de raadsbehandeling van het IPVE/FO Herinrichting Maliebaan van 3 maart 2022 hebben wij toegezegd (22/T20) een eerste schetsontwerp te maken voor de Snellenlaan en bij de MPR in kaart te brengen wat de kosten zouden zijn van de nadere uitwerking en de daadwerkelijke uitvoering. Een eerste, grove verkenning van dit vraagstuk laat het volgende zien.

Een goede aansluiting van de Maliebaan (na de herinrichting zoals in het FO geschetst) op de Snellenlaan zal ongeveer 1,3 tussen de 1 en 2 miljoen euro zal gaan kosten. Dat betreft dan het plangebied waar op dit moment een rotonde ligt. De Snellenlaan zelf, ten noorden van de rotonde tot aan de Biltstraat, is recent heringericht. Deze aanvullende investering is niet verwerkt in de MPB. Busbaan Dichterswijk De HOV Leidsche Rijn bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ Busbaan Rijnvliet (Z50) ▪ Busbaan Leidsche Rijn Centrum (N40) ▪ Busbaan Leidsche Rijn Centrum (N50) MPR2022 | Mei 2022

69/104

▪ Busbaan Transwijk (Z80) ▪ Busbaan Dichterswijk/Van Zijstweg (Z90) Voor deze projecten heeft de provincie in 2013 een beschikking verleend waarbij de gemeente een verplichte cofinanciering levert van 5%, en een aanvullende beschikking ten behoeve van de onderdoorgangen van de Z80 waarvoor geen cofinanciering is vereist. De eerst 4 projecten zijn afgesloten bij de jaarrekening 2021. Het resterende deel van de provinciale subsidie zetten we in voor de Busbaan Dichterswijk (o.a. voor de noodzakelijke vervanging van het brugdek van de Nelson Mandela brug). De verwachting is dat de gemeentelijke bijdrage aan dit project 8,283 miljoen euro lager wordt, waardoor een deel van de kapitaallasten voor de busbaan Dichterswijk kan vrijvallen.

Foto: Fietsonderdoorgang van Zijstweg

Fietsverbinding Opaalweg – Waterlinieweg Naar aanleiding van de motie van ‘Herstel Fietsroute Opaalweg – Waterlinieweg’ hebben wij de haalbaarheid en wenselijkheid onderzocht. Op basis hiervan concluderen wij dat aanleg van de fietsverbinding Opaalweg – Waterlinieweg niet wenselijk is en het hiervoor gereserveerde budget kan vrijvallen. De aantasting van natuurwaarde is onevenredig groot, terwijl voor de fietsverbinding in de directe omgeving alternatieven voorhanden zijn (raadsbrief 8 maart 2022). Samenwerkingsovereenkomst Doorfietsroute IJsselstein (Socrateslaan) Voor de doorfietsroute IJsselstein (Socrateslaan) is in de samenwerkingsovereenkomst een bedrag van 1,134 miljoen euro vanuit de provincie beschikbaar. Samen met de geprogrammeerde gemeentelijke middelen bedraagt het beschikbare budget voor Socrateslaan 6,1 miljoen euro. De actuele kostenraming van dit project bedraagt 5,5 miljoen euro. Daarmee komt 0,6 miljoen euro beschikbaar voor herprogrammering. Waarderen, Activeren en Afschrijvingen van Vaste Activa (WAAVA) In 2021 is de Nota Beheer Openbare Ruimte (BOR) vastgesteld. Hierin is een aantal wijzigingen opgenomen die gemeentebrede consequenties hebben. In de nieuwe concept nota WAAVA (waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa) zijn de wijzigingen verwerkt. Deze nieuwe nota is nog niet

MPR2022 | Mei 2022

70/104

vastgesteld door de Raad, maar deze wijzigingen gelden door de vastgestelde Nota BOR wel al, en worden daarom in dit MPB al verwerkt. De wijzigingen hebben betrekking op: 1. De verlaging van de activeringsgrens van investeringen met maatschappelijk nut van 5 miljoen euro naar 0,1 miljoen euro; In de investeringsstaat nemen we alleen nog activeringswaardige investeringen op. 2. Verlengen van de afschrijvingstermijn van 15 jaar naar 40 jaar en voor bruggen naar 50 jaar; Op korte termijn ontstaat ruimte in het investeringsbudget doordat de kapitaallasten voor investeringen waarover we afschrijven zonder kapitaallastenreserve per jaarsnede lager worden. De afschrijvingen lopen wel langer door. Ook worden de rentekosten hoger doordat de investeringskosten langer lopen. Dit geldt overigens alleen voor nieuwe projecten. Voor lopende projecten worden de hogere interne rentekosten als gevolg van de verlenging van de afschrijvingstermijnen, gecompenseerd. Zie bijlage ‘toelichting effect nota WAAVA op MPB’ voor een uitgebreidere toelichting. 5.2.2

Inpassing van knelpunten en wensen en overige actualisatie

Zoals toegelicht wordt jaarlijks bij de actualisatie, de beschikbare financiële ruimte ingezet voor nieuwe of lopende projecten ((her)programmering) en wordt de uitvoeringsplanning van lopende en nieuwe projecten over de jaren bepaald en eventueel bijgesteld (kasritme). Dit jaar lossen we met de beschikbare middelen knelpunten binnen lopende projecten op en organiseren we de dekking voor het voortzetten van werkzaamheden. Daarnaast programmeren we enkele aanvullende wenselijke investeringen waarover de besluitvorming zal plaatsvinden bij de integrale afweging. In verband met de coalitieonderhandelingen verschuift de programmering van nieuwe projecten naar het najaar 2022. In de actualisatie is het volgende verwerkt: a. Herprogrammering knelpunten en voortzetten werkzaamheden b. Aanvullende wenselijke investeringen voor 2023 c. Bijdrage mobiliteitshub XL d. Inpassing kasritme/jaarlijkse uitvoeringsplanning e. Budgettair neutrale aanpassingen De mutaties worden hieronder toegelicht. a. Herprogrammering knelpunten en voortzetten werkzaamheden We lossen voor een bedrag van 7,546 miljoen euro knelpunten op lopende projecten. Ook organiseren we dekking voor werkzaamheden waarvan structurele middelen vanaf komend jaar lager zijn of incidenteel waren geregeld en anders zouden leiden tot onnodige belemmering in de continuering van de uitvoering.

Inpassing knelpunten lopende projecten Projectbudgetten zijn taakstellend. Op basis van een (globale) verkenning wordt het projectenbudget bepaald. Tijdens de verschillende fases van het project kan blijken dat bijstelling noodzakelijk is bijvoorbeeld doordat een project langer loopt dan vooraf is voorzien waardoor projectkosten hoger zijn of waardoor prijsstijgingen hoger zijn dan voorzien. Daarnaast kunnen extra noodzakelijke onderzoeken of scopewijziging (o.a. als gevolg van participatie/consultatie) leiden tot hogere kosten. We streven ernaar om zoveel mogelijk kansen op werk-met-werk te benutten, waardoor er ook bijdragen vanuit andere programma's ingezet kunnen worden. Ook kijken we naar de mogelijkheden voor besparingen/optimalisaties. Voor de volgende lopende projecten stellen we voor het projectbudget in dit MPB op te hogen:

MPR2022 | Mei 2022

71/104

Amsterdamsestraatweg; 0,7 miljoen euro Het IPvE/FO is vastgesteld door het college. Het totaal benodigde budget bedraagt 9,8 miljoen euro. Hierover bent u geïnformeerd met de raadsbrief van 10 maart 2022. Op basis van consultatie zijn aanvullende maatregelen opgenomen en wordt het project uitgebreid met het plein aan de Herenweg. Het resterende benodigde budget bedraagt 0,7 miljoen euro. De herinrichting van de Amsterdamsestraatweg is een project waarover wordt afgeschreven zonder kapitaallasten reserve. De extra kapitaallasten kunnen worden opgevangen binnen het structurele budget voor loon-en prijscompensatie 2022. Doorfietsroute Amersfoort:1,136 miljoen euro Op basis van de meest recente kostenraming bedraagt het verwachte tekort op het project in totaal 1,136 miljoen euro op de totale projectkosten van 3,953 miljoen euro. Het tekort is onder meer ontstaan doordat de scope van het project sinds de start verbreed is naar een integrale aanpak (i.c.m. riolering en vergroening) van de betreffende straten wat heeft geleid tot een langere voorbereidingstijd en daarbij behorende hogere voorbereidingskosten. Bovendien zijn bij de oorspronkelijke raming van de Provincie – die ten grondslag heeft gelegen aan de subsidieverlening - onjuiste aannames gedaan in onze ogen. Daardoor kwam deze raming te laag uit en daarmee ook het verleende subsidiebedrag.

Wij gaan hierover in gesprek met de Provincie en dat zal mogelijk leiden tot een verhoging van het subsidiebedrag vanuit de Provincie. Tenslotte is indexatie tot en met 2024 nu verwerkt in de raming. Vooruitlopend op de uitkomst van het gesprek met de Provincie programmeren we nu het gehele tekort in het MPB om te voorkomen dat er verdere vertraging bij de uitvoering van het project ontstaat. Daarmee kan het concept IPVE/FO vrijgegeven worden ter consultatie in de buurt en na toekenning van de extra dekking in het MPB het definitieve IPVE/FO worden vastgesteld door het college. Weerdsingel Oostzijde: 0,15 miljoen euro Het participatieproces voorafgaand aan de het vrijgeven van het IPvE/FO voor consultatie is uitgebreid met een verdiepingsslag. Met een bewonersdelegatie verkennen we de herinrichting van de Weerdsingel Oostzijde. Dit leidt tot een langere doorlooptijd van het project en daarmee hogere kosten van de planvoorbereiding. Het IPvE/FO willen we in de loop van 2022 ter besluitvorming aanbieden. Op basis van de voorlopige kostenraming voorzien we een tekort van 0,15 miljoen euro op het totaal beschikbare budget van 3,250 miljoen euro. Mytylbrug; 0,2 miljoen euro Voor dit project is een startdocument in voorbereiding.

Daarbij is de oorspronkelijke raming ook tegen het licht gehouden en moeten we constateren dat enkele uitgangspunten gewijzigd zijn en de plankosten en indexering onvoldoende zijn opgenomen. Dat is inmiddels wel aangepast, maar dit leidt wel tot een tekort ten opzichte van de oorspronkelijke raming (1 miljoen euro). Het IPvE/FO willen we in de loop van 2022 ter besluitvorming aanbieden. Op basis van voorlopige kostenraming voorzien we een tekort van 0,2 miljoen euro. Nieuwe fietsroute Platolaan – USP: 0,7 miljoen euro Zoals toegelicht in de raadsbrief (21 februari 2022) komt de raming van het uitgewerkte ontwerp hoger uit dan de eerdere globale kostenindicaties uit de variantenstudie, waarop het beschikbaar gestelde budget

MPR2022 | Mei 2022

72/104

van 1,3 miljoen euro is gebaseerd. Dit komt onder andere door de extra onderzoeken, boombeschermende maatregelen, aanpassingen aan de VRI-installaties en de aanleg van het kruispunt Padualaan. Het nieuwe ontwerp is geoptimaliseerd om het tekort te beperken, maar zonder te veel op de ruimtelijke kwaliteit in te leveren. Het benodigde aanvullende budget komt daarmee uit op 0,7 miljoen euro. Europalaan Noord; 1,667 miljoen euro De kostenraming van het project Europalaan Noord hebben we geactualiseerd en dit leidt tot een bijstelling van het benodigde budget met 1,667 miljoen euro tot 7,667 miljoen euro. De plankosten zijn hoger dan oorspronkelijk begroot en ook door de benodigde verlegging van kabels en leidingen en de stortkosten van vrijkomende (vervuilde) grond sluit de raming niet meer aan op de eerdere raming. Ten gevolge van deze extra kosten stijgen ook de posten bijkomende kosten en de risicoreservering aangezien dit percentages van de bouw- en investeringskosten zijn. Uitbreiding voetgangersgebied: 70.000 euro Het voetgangersgebied is uitgebreid en hiervoor zijn basismaatregelen (verkeersbesluiten, bebording en communicatie) uitgevoerd. Voor de permanente inrichting zijn nog een aantal maatregelen nodig, zoals herschikking invalidenparkeerplaatsen, kleine fysieke aanpassing en monitoring. Hiervoor programmeren we 70.000 euro.

Indexatie no regret-maatregelen: 0,923 miljoen euro In de bestuursovereenkomst ‘no regret-maatregelen' zijn afspraken gemaakt over de beschikbare budgetten. Iedere partij draagt 15 miljoen euro bij (prijspeil 2018) en zorgt voor indexering op het niveau van 2021. In het MPR 2021 hebben we de resterende bijdrage voor de 15 miljoen euro geprogrammeerd. De indexering van de bijdrage op het niveau van 2021 moeten we in lijn met de afspraken nog regelen. Het gaat om een bedrag van 0,923 miljoen euro. Voortzetten werkzaamheden Anders reizen (verkeersmanagement en mobiliteitsmanagement) 1,930 miljoen euro (en 70.000 euro in 2022) In het coalitieakkoord Ruimte voor iedereen uit 2018 zijn er voor het voorzetten van de koers Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen middelen beschikbaar gesteld in de jaren 2020 t/m 2022 voor de deelopgaven Verkeersmanagement, Mobiliteitsmanagement, Deelmobiliteit en Smart Mobility. Doordat deze middelen niet doorlopen in 2023 betekent dit dat activiteiten niet kunnen worden gecontinueerd terwijl deze noodzakelijk zijn om de groeiende stad op korte en lange termijn leefbaar, aantrekkelijk en duurzaam bereikbaar te houden. De keuze om te continueren kunnen we niet uitstellen tot het najaar want zal invloed hebben op keuzes en werkzaamheden voor 2022.

Wel stellen we nu voor het budget alleen voor 2023 te regelen want structurele dekking maakt onderdeel uit van de integrale afweging. Deze activiteiten hebben betrekking op: ▪ Slim sturen; door inzet van dynamisch verkeersmanagement en iVRI’s doorstroming verbeteren, prioriteit geven aan fiets en voetganger en drukte en knelpunten in de stad voorkomen ▪ Anders Reizen; geen toename van autoverkeer en stimuleren van reizen op een ander tijdstip en met een schoner alternatief o.a. door inzet op deelmobiliteit en innovaties (smart mobility) te integreren in herinrichtingsprojecten en gebiedsontwikkelingen. Om werkzaamheden te continueren op bovenstaande terreinen en de basis op orde te houden is in 2023 1,930 miljoen euro nodig. Hiermee kunnen bestaande werkzaamheden worden gecontinueerd voor deelmobiliteit die gericht zijn op het reguleren van de openbare ruimte zoals het uitvoeren en beheren vergunningstelsel deeltweewielers, ontwikkeling van het model autodelen, activiteiten voor dashboarding en monitoring. Kunnen we tegemoet blijven komen aan toegezegde/verplichte co-financieringsafspraken voor regionaal multimodaal verkeersmanagement en Slimme Kruisingen (iVRI's) en kunnen we prijsstijgingen voor onder andere bewegwijzeringen opvangen. Ook kunnen we bestaande activiteiten voortkomend uit de korte termijn aanpak Goederenvervoer, die in juli 2022 afloopt, voorzetten.

Deze activiteiten richten zich op bundeling van efficiënte logistieke bevoorrading en inzet van schone lichte

MPR2022 | Mei 2022

73/104

voertuigen. Het betreffen allemaal reeds ingezette werkzaamheden die vragen om blijvende inzet en nodig zijn om grip en sturing te houden op verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement, deelmobiliteit en goederenvervoer. Dekking personeel en organisatie

De opgaven vragen de komende jaren ook om een doorontwikkeling van de organisatie, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de huidige organisatie balanceren we op de rand van wat we kunnen leveren, met als gevolg dat mensen soms over hun grenzen gaan. Het is tijd om deze fragiele balans te verstevigen. We zullen hiervoor extra kennis en strategische capaciteit in huis moeten halen. Tegelijk zullen we ook kwalitatief moeten ontwikkelen. Dat betekent onder meer dat we steeds meer zullen gaan samenwerken, onder meer op de terreinen verstedelijking, stedenbouw, groen en sociale aspecten. Op de korte termijn kunnen we de benodigde ontwikkelingen realiseren door de keuze te maken te investeren in structureel budget voor aanvullende personele capaciteit. Dit is voor onder andere verkeersveiligheid, fiets en voetganger, anders reizen, parkeren en minder hinder. Hiervoor is in totaal circa 1,4 miljoen euro structureel benodigd (waarvan 0,3 miljoen in verband met het vervallen van incidenteel budget voor beleidscapaciteit met ingang van 2023). Met deze capaciteit kunnen we zorgen voor een goede uitvoering. We dekken dit uit het MPB en dit betekent dat we minder kunnen besteden aan de investeringen in mobiliteit. Om te kunnen investeren in personeel moeten we nu een structurele keuze maken en ook structureel budget regelen.

Zoals gemeld in de inleiding biedt de nieuwe termijn van afschrijvingen de mogelijkheid om de dekking voor personeel en organisatie structureel op te lossen binnen het MPB. b. Aanvullende wenselijke investeringen voor 2023 In dit MPB doen we een voorstel voor enkele aanvullende investeringen. De reden dat wij deze nu voorstellen te programmeren is omdat ze een uitwerking zijn van reeds vastgesteld beleid en/of reeds in voorbereiding zijn en/of zicht op dekking noodzakelijk is om verdere afspraken met andere partijen te maken. Door de investeringen nu te programmeren houden we hier al rekening mee in het financiële beeld. Bij de integrale afweging bij de programmabegroting zal de definitieve keuze worden gemaakt over de inzet van deze middelen ten behoeve van deze projecten. Het betreffen de volgende aanvullende investeringen:

Verkeersveilige inrichting Herculeslaan Op het kruispunt van de Herculeslaan met de Weg tot de Wetenschap zijn herinrichtingsmaatregelen in voorbereiding. Deze herinrichting, waarvoor een eerste schetsontwerp gemaakt is, volgt uit een analyse binnen het lopende project ov-doorstroming waarvoor in 2021 vijf knelpuntenlocaties zijn geprioriteerd. Naast het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer, willen we met de herinrichting verbeteringen voor de verkeersveiligheid van voetganger en fietsers meenemen en aanpassingen doen aan oversteekbaarheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte voor mindervaliden. Voor de planvorming is in totaal 0,11 miljoen euro beschikbaar vanuit de provinciale subsidie en het programma

MPR2022 | Mei 2022

74/104

Verkeersveiligheid. Voor de integrale uitvoering van de herinrichting is aanvullend 0,65 miljoen euro nodig. Regionale fietsroutes (Gageldijk, Houten, Hilversum) In 2023 voert stadsbedrijven onderhoudswerkzaamheden uit op de Gageldijk, de werkzaamheden worden nu voorbereid. In lijn met de aangenomen motie 187 ‘Fiets 'm erlangs’ willen we in combinatie met deze werkzaamheden de Gageldijk inrichten tot een fietsstraat. De herinrichting van de Gageldijk is kansrijk voor 50% subsidie vanuit de provincie. De subsidieaanvraag is inmiddels ingediend, aankomende zomer verwachten we de beschikking. Daarnaast is er gemeentelijke inzet nodig om de regionale fietsroutes naar Houten en Hilversum een stap dichterbij te brengen. Voor de gemeentelijke bijdrage aan de regionale fietsroutes programmeren we 0,8 miljoen euro. Ontwerpfase fietsverbinding Boorstraat Op dit moment voeren we samen met ProRail een variantenstudie uit naar een fietsverbinding bij de Boorstraat. De dekking voor deze studie is bij de vaststelling van de voorjaarsnota 2021 beschikbaar gesteld. Voor de uitwerking van de voorkeursvariant tot een ontwerp (0,750 miljoen euro) ontbreekt de dekking. Op basis van het ontwerp en kostenraming kunnen we ook met Rijk en Provincie in overleg over een bijdrage voor de realisatie.

Stimuleren alternatieve fietsroutes langs de binnenstad Tijdens de herinrichting van de Voorstraat - Wittevrouwenstraat en als maatregelen gedurende de corona-pandemie hebben we, om de druk op de binnenstadsas te verlagen, het fietsverkeer gespreid met behulp van alternatieve routes door en langs het centrum. Nu corona minder effect heeft op het dagelijks leven zien we de druk op de fietsroutes toenemen en is het noodzakelijk om fietsers te blijven wijzen op de alternatieve routes. Hiervoor programmeren we 0,1 miljoen euro. Bernsteinkade Naar aanleiding van meldingen bewoners over onduidelijke verkeerssituatie werken we aan een plan voor het vergroenen en verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de Bernsteinkade. In het voortraject hebben wij de meldingen onvoldoende afgehandeld, waardoor wij nu actie moeten ondernemen op dit dossier. Op korte termijn wordt een keuze gemaakt over het verkeersregime. De aanpassing is te groot om te dekken uit het beschikbare budget voor aanpassingen in de wijk. Voor de realisatie is 0,1 miljoen euro nodig. c.

Bijdrage mobiliteitshub XL De mobiliteitshub XL speelt een belangrijke rol bij de uitwerking van het Mobiliteitsplan 2040. Deze voorziening is randvoorwaardelijk voor de grote ontwikkelgebieden in Zuidwest Utrecht. In het MPB programmeren we een bijdrage van 2,8 miljoen euro aan de stichtingskosten in de vorm van kapitaallasten. Deze bijdrage is afhankelijk van besluitvorming over de andere benodigde investeringsmiddelen voor de mobiliteitshub XL. d. Inpassing kasritme NRU In dit MPB wijzigen we het kasritme van de gemeentelijke bijdrage aan het voorbereidingskrediet voor de Noordelijke Randweg Utrecht. We halen onze bijdrage naar voren in verband met een andere verdeling van de voorbereidingskosten zoals is gemeld in de voortgangsrapportage. Het nieuwe kabinet beschouwt momenteel een breder geheel aan mobiliteitsoplossingen rond Utrecht. Hierdoor zal realisatie van een eventuele reconstructie van de NRU later plaatsvinden dan waar in het verleden rekening mee is gehouden. Onderhoud aan het asfalt is gepland voor 2023. Daarbij wordt bekeken of met no regret-maatregelen met name de leefbaarheid voor omwonenden vergroot kan worden. Hiervoor is reeds een onderzoek gestart zoals gemeld in de raadsbrief van 23 februari 2022.

De aanwending van het voorbereidingskrediet ten behoeve van het onderzoek naar de mogelijke verbetermaatregelen die uit de quick scan zijn gekomen (no-regret maatregelen) leggen we bij de besluitvorming over het MPR aan de raad voor. We streven ernaar om in het najaar de resultaten van het onderzoek met I&W en de provincie Utrecht te bespreken. In het geval we spoor 1 niet gaan continueren

MPR2022 | Mei 2022

75/104

en andere maatregelen gaan nemen, dan leggen we een voorstel voor alternatieve aanwending van het NRU (spoor1-)budget aan uw raad voor. In 2022 lopen daarnaast ook de reguliere projectkosten door. e. Technische verwerking van bijdragen derden en besluitvorming Voorjaarsnota 2021 In de actualisatie van het MPB worden de bijdragen van derden en de besluitvorming over de voorjaarsnota 2021 verwerkt. Dit zijn technische mutaties waarmee projectbudgetten worden verhoogd en middelen aan het programma worden toegevoegd. We stellen voor onderstaande budgetten te programmeren en toe te voegen aan onderstaande projecten:

Schaalsprong fiets Binnen het budget voor de schaalsprong fiets is in totaal 0,946 miljoen euro subsidie toegekend voor de volgende projecten: ▪ 0,219 voor de doorfietsroute richting Woerden. We passen drie kruisingen aan naar snelfietsroute-kwaliteit, namelijk het kruispunt Zandweg-Europaweg, fietspadenkruispunt De Meernbrug-Kennedylaan en kruispunt Pijperlaan. Daarnaast verruimen we de bocht bij het Rhijnoordviaduct. ▪ 0,237 miljoen euro voor het inrichten van de Bastionweg als '30 km-zone' en fietsstraat in rood asfalt, inclusief een knip/aansluiting bij de Einthovendreef. De totale kostenraming van het project bedraagt 0,474 miljoen euro. Het restant wordt bijgedragen vanuit het actieplan verkeersveiligheid. Uitvoering vindt in 2022 plaats. ▪ 0,49 miljoen euro voor de inrichting van de Mereveldseweg. Samenwerkingsovereenkomst doorfietsroute Amersfoort De provinciale subsidie SOK doorfietsroute Amersfoort is voor het aanleggen en aanpassen van fietspaden. Samenwerkingsovereenkomst Doorfietsroute IJsselstein (Socrateslaan) Voor de doorfietsroute Socrateslaan is in de samenwerkingsovereenkomst een bedrag van 1,134 miljoen euro vanuit de provincie beschikbaar. Samen met de geprogrammeerde gemeentelijke middelen bedraagt het beschikbare budget voor Socrateslaan 6,1 miljoen euro. De actuele kostenraming van dit project bedraagt 5,5 miljoen euro.

Het gemeentelijke budget dat hierdoor vrijvalt (0,6 miljoen euro) is opgenomen onder 2 ‘budget beschikbaar voor herprogrammering'. OV-doorstroming Bovenop het in het MPB2021 opgenomen bedrag draagt de provincie 0,218 miljoen euro extra bij aan maatregelen die de doorstroming van OV bevorderen. De totale provinciale bijdrage komt hiermee op een bedrag van 2,124 miljoen euro.

MPR2022 | Mei 2022

76/104

Moldaudreef Vanuit de stimuleringsmaatregel verkeersveiligheid bij de provincie ontvangen we een bedrag van 0,4 miljoen euro voor diverse projecten. Een bedrag van 0,246 miljoen euro is bestemd voor de Moldaudreef. Wij stellen voor deze subsidie toe te voegen aan het project Moldaudreef. Aanpassing provinciale bijdragen No regret-maatregelen In de definitieve bestuursovereenkomst die we met de provincie Utrecht en regiogemeenten hebben afgesloten zijn provinciale bijdragen voor No regret iets gewijzigd ten opzichte van de bedragen die we in herprogrammering bij het MPB 2021 hadden opgenomen. Om weer aan te sluiten bij de beschikkingen die we van de provincie hebben ontvangen, nemen we onderstaande herprogrammering mee in het MPB 2022.

Fietsenrekken bij bushaltes De provincie heeft voor de tweede tranche van het realiseren van fietsenrekken bij bushaltes vanaf 2022 een bedrag beschikbaar gesteld van 0,376 miljoen euro. Voor dit bedrag moeten de komende twee jaar 402 fietsparkeerplekken bij 25 bushaltes worden gerealiseerd en een overkapping bij de halte De Meern Oost. Busbaan Dichterswijk Het resterende deel van de provinciale subsidie (13,644 miljoen euro) voor HOV Leidsche Rijn zetten we in voor de Busbaan Dichterswijk (o.a. voor de noodzakelijke vervanging van het brugdek van de Nelson Mandela brug). De geactualiseerde kostenraming komt op 41,698 miljoen euro, waardoor er per saldo 8,283 miljoen euro gemeentelijk budget vrij valt (zie ook de toelichting bij beschikbare middelen voor herprogrammering). Anders Reizen Het Europese subsidieproject Distributed Intelligence and Technology for Traffic and Mobility (DIT4TraM) 0,229 miljoen euro. Het doel van het project is het ontwikkelen, implementeren en testen van een generiek systeem (o.a. machine learning) toepasbaar op het niveau van verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en deelmobiliteit die op alle stedelijke schaalniveaus kunnen worden ingezet. Verkeersveiligheid In totaal wordt 0,22 miljoen euro toegekend voor het uitvoeren van verkeersveilige aanpassingen op 11 locaties.

Voor de 8 projecten die vanuit het actieplan verkeersveiligheid worden uitgevoerd wordt de subsidie voor een bedrag van 0,147 miljoen euro toegevoegd aan de beschikbare middelen van het actieplan verkeersveiligheid. Elektrisch Vervoer Binnen het project Elektrisch Vervoer zijn afspraken gemaakt met de andere G4 steden om binnen diverse deelprojecten een bijdrage te leveren op de (beleids)inzet die vanuit de gemeente Utrecht plaatsvindt. De totale bijdrage van de andere G4 gemeenten bedraagt 0,08 miljoen euro.

MPR2022 | Mei 2022

77/104

Verwerken van besluitvorming VJN 2021 (vanaf jaarschijf 2022) Bij de Voorjaarsnota 2021 is besloten om onderstaande bedragen toe te voegen aan het meerjarenprogramma bereikbaarheid.

5.2.3

Financieel beeld programma bereikbaarheid t/m 2041

Met de actualisatie van het MPB geven we jaarlijks een inzicht in het beschikbare budget binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid voor de komende 20 jaar. Dit betreft het budget voor reeds geprogrammeerde investeringen, de gemeentelijke bijdrage voor de systeemsprong, het overige investeringsbudget en de gelabelde 'budgetten voor specifieke maatregelen’.

De investeringsbedragen zijn de totaal beschikbare bedragen voor de investeringen, inclusief het al bestede deel in afgelopen jaren. Bij het afsluiten van het project worden de investeringen van deze lijst gehaald. Zie de vertrouwelijke bijlage “Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid“. De stand van de reserve tot 2042 loopt op tot een bedrag van 148,9 miljoen euro. Dit is het nog niet geprogrammeerde en gelabelde investeringsbudget Mobiliteitsplan. Tot en met 2041 sparen we voor de systeemsprong een bedrag van 151,1 miljoen euro. In het kader van U-Ned leveren we vanuit dit budget een bijdrage van 112,5 miljoen euro aan de BO-MIRT verkenning en daarnaast reserveren we binnen dit budget de resterende middelen als eerste stap in de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de reserve voor de komende 10 jaar opgenomen. De jaarlijkse toevoeging betreft de budgetten die beschikbaar zijn vanuit de gemeentelijke begroting voor investeringen binnen het programma bereikbaarheid. De jaarlijkse onttrekking betreft de netto verwachte uitgaven (dus alleen de gemeentelijke budgetten) op basis van de uitvoeringsplanning van projecten voor komende jaren inclusief de herprogrammering 2022. Hierbij zijn alle mutaties zoals in dit hoofdstuk toegelicht verwerkt.

Dit leidt tot het volgende beeld van de verwachte jaarlijkse uitgaven bereikbaarheid en de stand van de reserve.

MPR2022 | Mei 2022

78/104

Op basis van de jaarafsluiting 2021, na verwerking van de bestedings- en dekkingsvoorstellen, is de beginstand van de reserve bereikbaarheid 24,481 miljoen euro per 1 januari 2022. Dat is 8,810 miljoen euro hoger dan begroot in het MPB 2021. Het verschil betreft een storting van 4,2 miljoen euro voor inpandige fietsenstallingen in het stationsgebied (toegekend de voorjaarsnota 2021), de resultaten op projecten en de afwijkingen in het kasritme.

MPR2022 | Mei 2022

79/104

5.3 Actualisatie Parkeerexploitatie Inleiding In de gemeente Utrecht is gekozen voor groei binnen de bestaande stad, met de ambitie om de groeiende stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar te houden voor iedereen. Een goed georganiseerde stedelijke mobiliteit is een belangrijke voorwaarde om deze ambities waar te maken. Het parkeerbeleid voor fietsen en auto’s is als onderdeel van het mobiliteitsbeleid, een belangrijk instrument dat we kunnen inzetten om de stad leefbaar en bereikbaar te houden. Dit doen we o.a. door de parkeerdruk te reguleren, alternatieven voor straatparkeren te bieden en voldoende ruimte te geven aan fietsparkeren. De ontwikkelingen rondom het parkeren leiden tot een toename van zowel de parkeerbaten als -lasten. Door onder andere te investeren in het fietsparkeren en voorzieningen die het parkeren op afstand mogelijk maken verwachten we dat de netto-opbrengst uit de parkeerexploitatie per saldo af zal nemen. Op de korte termijn zien we de volgende ontwikkelingen die invloed zullen hebben op de baten en lasten van de parkeerexploitatie. ▪ In de zoektocht naar een definitieve locatie fietsdepot verkennen we de huidige locatie van het museumdepot op het bedrijventerrein Cartesius als mogelijke locatie voor een fietsdepot. Het museumdepot voldoet aan de minimale eisen en zal naar verwachting in 2024/2025 beschikbaar zijn.

▪ Op Utrecht Centraal voorzien we voor 2030 een tekort van circa 9.100 inpandige fietsparkeerplekken. Ook voor Vaartsche Rijn, Lunetten en Zuilen is uitbreiding van het aantal fietsparkeerplekken nodig. Samen met de provincie en het Rijk worden kansrijke locaties onderzocht. ▪ In de binnenstad is de laatste jaren capaciteit toegevoegd, daarmee is het tekort aan fietsparkeerplekken nog niet opgelost. In de module fietsparkeren hebben we de strategie geschetst waarbij we inzetten op fietsenrekken op straat en inpandige fietsparkeervoorzieningen. ▪ In de nieuwbouwontwikkelingen van Leidsche Rijn en Merwede worden openbare stallingen gebouwd. ▪ Met de NS zijn er afspraken gemaakt over de exploitatie van de stationsstallingen Utrecht CS tot eind 2022. Met het Rijk, NS en provincie zijn we in gesprek over structurele afspraken over de exploitatie van de stationsstallingen Utrecht CS. ▪ Voor het parkeren op afstand voor bewoners van de Jaarbeurskwartier en Merwedekanaalzone zal er in Papendorp een Mobilititeitshub XL met een capaciteit van max 2.000 parkeerplaatsen gevestigd worden. De verwachting is dat deze voorziening niet kostprijs dekkend kan worden geëxploiteerd. ▪ Door onder andere gebiedsontwikkeling is uitbreiding van betaald parkeergebieden noodzakelijk.

Onderdeel van de integrale afweging is om bij gebiedsuitbreidingen betaald parkeren bij de opbrengsten rekening te houden met een lager bedrag omdat aan de andere kant ook betaald parkeerplekken worden opgeheven. ▪ Voor de openbare parkeergarages en P+R voorzieningen zijn we een onderzoek gestart naar de staat van de panden en het verwachte onderhoud. De resultaten worden eind 2022 verwacht en gaan als basis dienen voor onze meerjaren onderhoudsplanning parkeervastgoed. Actualisatie meerjaren parkeerbegroting De parkeerexploitatie is meerjarig geactualiseerd. In de actualisatie is zijn de besluiten verwerkt die reeds zijn geëffectueerd, zoals de uitbreiding betaald parkeren 2021 en de exploitatie van de stationsstallingen Utrecht CS. Het (structurele) effect van de coronacrisis op toekomstig werkgedrag van mensen is een onzekerheid die nog niet is verwerkt in deze meerjaren actualisatie. De lagere baten als gevolg van de coronamaatregelen in de eerste maanden van 2022 worden waarschijnlijk gecompenseerd door het Rijk.

MPR2022 | Mei 2022

80/104

Toelichting mutaties parkeerexploitatie In de onderstaande tabel ‘mutaties auto- en fietsparkeren’ zijn de aanpassingen verwerkt die we hebben opgenomen in de geactualiseerde parkeerexploitatie.

1. Mutaties autoparkeren ▪ In 2021 is het parkeerareaal uitgebreid met een aantal betaald parkeergebieden. Het surplus van de ingevoerde gebieden bedraagt 0,681 miljoen euro. ▪ Door verdere optimalisatie van de inzet van scanauto’s worden er meer controles uitgevoerd. Per saldo leidt dit tot meer naheffingsaanslagen (0,485 miljoen euro). Daarnaast leiden de parkeerplaatsgelden tot hogere baten (per saldo 0,03 miljoen euro). Parkeerplaatsgelden worden

MPR2022 | Mei 2022

81/104

▪

▪

▪

▪ ▪

▪

betaald wanneer er in een betaald parkeergebied werkzaamheden zijn waarbij er gebruik wordt gemaakt van een betaald parkeervak. In dit MPR is er ruimte gevonden om parkeerplekken in betaald parkeergebied binnenstad op te heffen: 10 plekken in 2022 oplopend naar 50 plekken ultimo 2023 (structureel 0,175 miljoen euro minder inkomsten). Met het verminderen van deze parkeerplaatsen komt er meer ruimte voor ontmoeten, lopen, verblijven en fietsen in de binnenstad. Met de raadsbrief van 16 juni 2020 bent u geïnformeerd over hoe wij aan het voornemen uit het coalitieakkoord 2018 van ‘autoluwe binnenstad’ invulling zouden geven; namelijk middels het stapsgewijs opheffen van de plekken en bij de momenten in de P&C-cyclus bekijken welke financiële ruimte hiervoor is. Door de coronacrisis en de gevolgen hiervan voor de parkeeropbrengsten was er eerder geen mogelijkheid om hier invulling aan te geven. We hebben een digitale parkeerondergrond ontwikkeld die continue inzicht geeft in de parkeercapaciteit van de stad. Met het bepalen van de parkeerdruk is het mogelijk te sturen en te adviseren bij de herverdeling en sanering van parkeervoorzieningen. Daarnaast maakt de parkeerondergrond het mogelijk om efficiënter te handhaven omdat onderscheid gemaakt kan worden tussen niet betalers en foutparkeerders in de openbare ruimte.

Nieuwe en complexe beheer- en ontwikkelvraagstukken nemen bij zowel auto- als fietsparkeren toe. Deze toename heeft onder andere te maken met het uitbreiden betaald parkeren, toenemende vraagstukken omtrent het parkeren bij gebiedsontwikkelingen en het parkeren op afstand, de afronding en implementatie van de parkeermodules en de expertise ten aanzien van het parkeervastgoed waarbij het doel is om deze expertise en kennis binnen de gemeente Utrecht te houden. Om aan de groeiende vraag te voldoen is uitbreiding van de ambtelijke organisatie parkeren bij de organisatieonderdelen Ruimte en VGU noodzakelijk en om te kunnen investeren in personeel moeten we nu een structurele keuze maken en de dekking hiervoor regelen. Bij P+R Papendorp vallen de beheerkosten groenonderhoud hoger uit. In de Schepenbuurt en Cartesiusweg wordt betaald parkeren zonder draagvlakmeting ingevoerd. Uit het participatieproces met bewoners, die door reviewpanels zijn vertegenwoordigd, blijkt de wens om (incidenteel in 2023) de opbrengst van betaald parkeren ten goede te laten komen aan initiatieven van bewoners van de Schepenbuurt en Cartesiusweg die bijdragen aan de leefbaarheid van de wijk (0,02 miljoen euro).

De overige incidentele kosten autoparkeren worden gemaakt in het kader van het verbeteren van de bewegwijzering en beschikbaarheid parkeergarages (0,3 miljoen euro), het aanleggen van een netwerkverbinding parkeergarage Croeselaan (0,05 miljoen euro) en leidt de hoge luchtvochtigheid en lekkages in de parkeergarage Berlijnplein tot hogere exploitatielasten (0,05 miljoen euro).

2. Mutaties fietsparkeren ▪ De uitbreiding capaciteit fietsklemmen is deels het gevolg van prijsstijgingen van materialen en werk, maar voor het grootste deel gevolg van de toename van aanvragen door inwoners. Of de toename het gevolg is van de coronapandemie en meer thuiswerk of dat er sprake is van een inhaaleffect is nog niet bekend. ▪ De uitbreiding fietstrommels leidt tot structurele hogere lasten (0,015 miljoen euro). In 2022 en 2023 zullen de huidige fietstrommels worden vervangen. Dit leidt tot incidentele hogere lasten in 2022 (0,1 miljoen euro) en in 2023 (0,06 miljoen euro). ▪ De exploitatielasten van het tijdelijke fietsdepot in Overvecht zijn lager dan in de parkeerbegroting is verwerkt (0,05 miljoen euro). ▪ Fietsenstalling Vredenburg draait zodanig goed dat er op meer momenten een dubbele bezetting nodig is om mensen in – en uit te checken. ▪ In Leidsche Rijn zijn twee stallingen in ontwikkeling die naar verwachting in 2024/2025 voor het publiek worden geopend. Het gaat om de stalling Berlijnplein onder het cultuurcluster en de stalling Stadstuin onder het plantsoen van Boedapest. Voor de jaarlijkse exploitatielasten fietsenstaling Stadstuin is 0,2 miljoen euro geprogrammeerd.

MPR2022 | Mei 2022

82/104

Foto: Fietsenstalling House Modernes

Toelichting parkeerreserve en onderhoudsvoorziening Parkeerreserve In het MPR 2021 zijn de verwachte aanloopverliezen van de parkeergarage Croeselaan geactualiseerd naar aanleiding van een onderzoek en meerjarig in de parkeerbegroting verwerkt. De aanloopverliezen van parkeergarage Berlijnplein zijn nog gebaseerd op de oorspronkelijke businesscase. Vooralsnog is er geen aanleiding om de aanloopverliezen van beide parkeergarages te herzien, door corona en tijdelijke sluiting van parkeergarage Berlijnplein ontbreekt hiervoor de informatie. In het huidige MPR verwachten we in 2022 0,3 miljoen euro aanvullend te onttrekken om de kosten van de bewegwijzering en beschikbaarheid parkeergarages te verbeteren te dekken. In 2023 verwachten we eenmalig het surplus van de parkeerinkomsten 2023 te storten (0,120 miljoen euro).

Onderhoudsvoorziening De onderhoudsvoorziening is ingesteld om de schommelingen van het meerjarig groot onderhoud aan parkeergarages, transferia en stallingsvoorzieningen op te kunnen vangen. Tot en met 2021 betrof het een onderhoudsreserve. Bij de jaarverantwoording 2021 is dit gecorrigeerd naar een voorziening. Het

MPR2022 | Mei 2022

83/104

saldo (1,108 miljoen euro) van de onderhoudsreserve zal in 2022 gestort worden in de onderhoudsvoorziening, vervolgens zal de onderhoudsreserve opgeheven worden.

MPR2022 | Mei 2022

84/104

5.4 Financieel beeld gebiedsopgaven Inleiding In deze paragraaf wordt het financiële beeld geschetst van alle grondexploitaties. Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd. Grondexploitaties lopen meerjarig en bij de actualisatie worden de verwachte lasten en baten over de komende jaren bijgesteld. Voor een gedetailleerde toelichting op het resultaat 2021 verwijzen wij naar de Jaarstukken 2021. Deze paragraaf start met de toelichting op parameters en uitgangspunten bij de actualisatie (5.4.1). Daarna volgt het financieel beeld van de grondexploitaties (5.4.2), behalve de grondexploitaties Leidsche Rijn en Stationsgebied en de gebiedsontwikkeling Merwedekanaalzone. De toelichting op deze grondexploitaties volgt in de aparte paragrafen 5.4.3 en 5.4.4. De totale ontwikkeling van de Merwedekanaalzone wordt beschreven in paragraaf 5.4.5. De paragraaf sluit af met de toelichting op het verloop van de reserve grondexploitaties (5.4.6). 5.4.1

Parameters en uitgangspunten bij de actualisatie van grondexploitatieprojecten

Het nog te realiseren deel van de grondexploitaties wordt doorgerekend op basis van een veelheid van aannames. Deze paragraaf geeft een toelichting op de belangrijkste kosten- en opbrengstenparameters en de hierbij gehanteerde uitgangspunten. De mogelijke beweging rond deze parameters is vertrekpunt voor de risico’s zoals die zijn beschreven in dit hoofdstuk voor de onderdelen binnenstedelijke grondexploitaties, Leidsche Rijn en Stationsgebied. Bij de actualisatie 2022 zijn de parameters voor de komende jaren beperkt gewijzigd ten opzichte van vorig jaar.

Prijspeil 1-1-2022 Plankosten en bouw- en woonrijp maak kosten Gezien de huidige ontwikkelingen in de markt, met name de hogere bouw- en personeelskosten, is in 2021 gekozen om het op prijspeil brengen van de bedragen in de grondexploitaties eenmalig te verhogen met 5% voor het bouw- en woonrijp maken en 4% voor de plankosten. Dit geldt alleen voor de kostenposten waar afgelopen jaar geen nieuwe kostenraming is opgesteld. Normaliter brengen we de bedragen op prijspeil met de percentages die vorig jaar zijn vastgesteld, tenzij er gemotiveerde redenen zijn om af te wijken. Deze maatregel zorgt ervoor dat de omvang van de kosten in de grondexploitaties zijn toegenomen. Sociale grondprijzen Zoals elk jaar sluiten de sociale grondprijzen binnen de grondexploitaties aan op de grondprijzenbrief 2022. Normaliter worden de nieuwe grondprijzen voor sociaal geïndexeerd met een gemiddelde van de CPI-index en de BdB-index. Vanwege de hoge inflatie over 2021 komt dit percentage boven de 5% uit. Ondanks de gestegen bouwkosten is het niet wenselijk om de grondprijzen voor sociaal te indexeren met 5%. Daarom is het voorstel gedaan om aan te sluiten op de index van de huren en worden de grondprijzen sociaal geïndexeerd met 1,48%. MPR2022 | Mei 2022

85/104

Afwijkingen op bovenstaande parameters Niet elke grondexploitatie wordt geïndexeerd conform bovenstaande parameters. Bovenstaand gaat het om een gemeentebrede set aan parameters, die voor bepaalde projecten mogelijk niet wenselijk zijn. Daarom wordt de ruimte geboden om af te wijken. Binnen de grondexploitaties Merwedekanaalzone deelgebied 5 OPG en Busstalling, Zuilense Vecht en Beurskwartier is gemotiveerd afgeweken van deze parameters. Dit is terug te lezen in de geheime bijlage. Discontovoet De discontovoet is dit jaar bijgesteld van 1,65% naar 1,34%. De discontovoet is hierdoor gelijk aan de rekenrente, die ook is verlaagd van 1,65% naar 1,34%. Toegerekende rente 2021 De werkelijke rente in 2021 bedroeg 1,37% en is over 2021 ook daadwerkelijk toegerekend op basis van het onderhandenwerksaldo per grondexploitatie per 1 januari. Indexering kosten Standaard is een jaarlijkse indexatie van de kosten 2%. Vanwege onzekerheden als gevolg van de huidige marktontwikkelingen is over 2022 een hogere kostenstijging gehanteerd. Voor de kostensoort “verwerving” is in tegenstelling tot voorgaande jaren geen algemene indexering meer voorgeschreven. Indexering opbrengsten De indexatie van de opbrengsten gaat conform de contractvoorwaarden. Daar waar geen contractpositie aanwezig is, worden de nog te realiseren opbrengsten jaarlijks geïndexeerd met 1%.

Het kantoorprogramma, bedrijfskavels, detailhandel en horeca worden niet geïndexeerd. Fasering woningbouw-, bedrijventerrein- en kantorenprogramma Voor zowel de programmering van de woningbouw als voor bedrijventerreinen geldt, dat op basis van marktontwikkelingen, de programmering stedelijk wordt afgestemd. Na stedelijke afstemming wordt de fasering opgenomen in de grondexploitatie. Herijking van de programmering is een jaarlijks stedelijk proces dat voorafgaand aan de actualisatie van de grondexploitatie wordt uitgevoerd. Voor kantoorprogrammering geldt naast bovenstaand proces aanvullend nog provinciale afstemming. Grondprijzen In de grondexploitatie wordt de grondprijs die volgt uit een contractpositie opgenomen. Daar waar (nog) geen contractpositie aanwezig is, wordt de bandbreedte van de Grondprijzenbrief 2022 aangehouden. In 2020 en 2021 zijn alle uitgiften minimaal binnen de bandbreedte van de grondprijzenbrief gerealiseerd. Plan- en VAT-kosten Per deelproject is een raming aanwezig waarin per projectfase de plan- en VAT-kosten zijn begroot. De plan- en VAT-kosten zijn voor alle grondexploitatieprojecten tot einde werk begroot. Ramingen BRM (bouwrijpmaak kosten) en WRM (woonrijpmaak kosten) In de grondexploitatie worden de budgetten voor BRM en WRM conform contractpositieaanbestedingsresultaat opgenomen.

Daar waar (nog) geen contractpositie aanwezig is, wordt een realistische raming, mede gebaseerd op de meest recente aanbestedingsresultaten, opgenomen. Vennootschapsbelasting positie grondexploitatieprojecten gemeente Utrecht Per 1 januari 2016 is de belastingplicht ingevoerd voor ondernemingen van overheden voor de vennootschapsbelasting. Met uitoefening van het vigerende grondbeleid, beweegt de gemeente Utrecht zich zeer beperkt op een concurrerende markt. Slechts in de combinatie van een falende markt en een gemeentelijke ambitie dan MPR2022 | Mei 2022

86/104

wel stedelijke urgentie wordt actief grondbeleid als instrument ingezet. Het aantal grondexploitatieprojecten neemt sinds 2012 af en de nog wat langer doorlopende grote gemeentelijke gebiedsontwikkelingen Leidsche Rijn en Stationsgebied zijn na correctie op inzet van rijkssubsidie en gemeentelijke bijdragen verlieslatend. Zowel bezien op totaalniveau als op de aparte onderdelen Leidsche Rijn, Stationsgebied zijn de grondexploitatieprojecten structureel fiscaal verlieslatend. Daarmee lijkt aan een eerste vereiste van ondernemerschap, namelijk winstgevendheid, al niet voldaan te kunnen worden. Bij de actualisatie van de grondexploitatieprojecten wordt dan ook geen rekening gehouden met Vpb-druk op de grondexploitatieprojecten. Tussentijdse winstneming Conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) is het voorgeschreven om eerder dan bij het afsluiten van een grondexploitatieproject tussentijds winst te nemen volgens de POC-methodiek (percentage of completion). Met deze methode wordt, op basis van de verhouding blijkend uit de gerealiseerde kosten en opbrengsten versus de totale omvang van de kosten en opbrengsten, bepaald hoeveel van het positieve saldo van een grondexploitatie toe te rekenen is aan de reeds gerealiseerde kosten en opbrengsten.

De formule is daarmee: Gerealiseerde kosten X Gerealiseerde opbrengsten = …% Totale kosten Totale opbrengsten Het berekende percentage van bijvoorbeeld 40% geeft aan dat 40% van het positieve saldo op eindwaarde als tussentijdse winst genomen moet worden. Er wordt in de methode geen rekening gehouden met het saldo onderhandenwerk of het risicoprofiel op de nog te realiseren kosten en opbrengsten en is daarmee minder behoedzaam dan voorheen binnen de gemeente Utrecht gehanteerd. Risicomanagement Conform de door de raad vastgestelde nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen, worden de risicoanalyses voor de gemeentelijke grondexploitaties twee keer per jaar geactualiseerd (bij de Jaarstukken en bij de Programmabegroting). Het weerstandsvermogen voor het opvangen van de risico’s van de grondexploitatie Stationsgebied is onderdeel van het gemeentebrede weerstandsvermogen. Voor het opvangen van de risico’s grondexploitatie Leidsche Rijn en de binnenstedelijke grondexploitaties is op basis van het actuele financiële beeld geen gemeentebreed weerstandsvermogen nodig. Deze risico’s kunnen worden opgevangen binnen respectievelijk de grondexploitatie Leidsche Rijn en de reserve grondexploitaties.

In de volgende paragrafen wordt het financiële beeld van de binnenstedelijke grondexploitaties, de grondexploitatie Stationsgebied, de grondexploitatie Leidsche Rijn en de gebiedsopgave Merwedekanaalzone toegelicht, evenals bijbehorende risico’s, scenario’s en beheersmaatregelen. 5.4.2

Financieel beeld grondexploitatieprojecten

Actuele stand grondexploitaties Naast de reeds lopende grondexploitaties zijn in 2021 drie grondexploitaties geopend, namelijk Zuilense Vecht, Beurskwartier en Merwedekanaalzone deelgebied 5 OPG en Busstalling. Begin 2022 is de grondexploitatie Befu-terrein afgesloten. Gelijktijdig is de nieuwe grondexploitatie Befu geopend. Verder worden de kosten voor de herinrichting van het parkeerterrein uit de grondexploitatie Overvecht Centrum gehaald. Deze mutaties zijn daarom ook onderdeel van het saldo MPR 2022. Daarmee kent de gemeente Utrecht 14 grondexploitaties. Naast de in 2021 en 2022 geopende exploitaties zijn dit Merwedekanaalzone deelgebied 4 Defensieterrein, NPD-strook, Nieuwe Zandpad, Oudenrijn-West, Centrumplan Vleuten, Hart van De Meern, Opaalweg/Amethistweg, Isotopenweg, Leidsche Rijn en Stationsgebied. De toelichting in deze paragraaf gaat in op deze grondexploitaties, met uitzondering van Leidsche Rijn en Stationsgebied, die volgen in 5.4.3 en 5.4.4.

MPR2022 | Mei 2022

87/104

Het saldo op netto contante waarde (NCW) van de grondexploitaties vorig jaar bedraagt 17,6 miljoen euro negatief (prijspeil 2021). Dit saldo is in 2021 en 2022 verbeterd naar 15,3 miljoen euro positief vóór tussentijdse winstnemingen. Dit wordt veroorzaakt door de geopende grondexploitaties, de mutaties binnen de grondexploitaties en het afsluiten van één grondexploitatie. Na de tussentijdse winstneming komt het saldo MPR 2022 uit op 12,6 miljoen euro positief. Toelichting bij mutaties In deze paragraaf lichten wij de belangrijkste mutaties op het geprognosticeerd resultaat op lopende grondexploitaties toe. Ook wordt kort stil gestaan bij de geopende grondexploitaties. Voor het actuele financieel beeld van alle grondexploitaties: zie de geheime bijlage. Algemeen De mutaties zijn een optelsom van mee- en tegenvallers. Dit jaar geeft de som van de mutaties een positief beeld. Een groot deel van de mutaties is te verklaren uit de aanpassing van de rente/disconteringsvoet. Door deze aanpassing verbetert het saldo van de grondexploitaties met 1,5 miljoen euro. Een andere grote positieve mutatie komt voort uit de afgesloten grondexploitatie Befuterrein, deze grondexploitatie is bij afsluiting met 1,8 miljoen euro verbeterd. Zuilense Vecht Op 20 mei 2021 heeft de raad ingestemd met het vaststellen van het IPvE, SPvE en het openen van de grondexploitatie Zuilense Vecht.

Zuilense Vecht is een gezamenlijke ontwikkeling met gemeente Stichtse Vecht. Zuilense Vecht zorgt voor een open, groene recreatieve (en sportieve) verbinding tussen de bestaande wijken Zuilen en OpBuuren. De sportparken worden compacter, toekomstig bestendiger en breder toegankelijk. Daarnaast worden 200 tot 300 woningen toegevoegd met 35% sociaal en 25% middelduur programma. Met een geprognotiseerd eindresultaat van 2,3 miljoen euro betreft het bij opening een positieve grondexploitatie. Hier tegenover staat een bedrag is aangewezen als uitvoeringskrediet van 2,3 miljoen euro voor het nieuwe sportpark, dat wordt gedekt uit de reserve grondexploitaties. Bij de actualisatie 2021 is het saldo op netto contante waarde van de grondexploitatie nagenoeg gelijk gebleven. Wel zijn zowel aan de kostenkant als aan de opbrengstenkant wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de stijgende kosten op het bouw- en woonrijp maken en op toenemende eisen met betrekking tot duurzaamheidsaspecten. De grondopbrengsten zijn gestegen als gevolg van de sterk stijgende v.o.n.-prijzen. Beurskwartier Op 25 november 2021 heeft de raad ingestemd met het openen van de grondexploitatie Beurskwartier. Beurskwartier is een gemengde hoogstedelijke ontwikkeling op loopafstand van het Centraal Station.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3d331bb8-ceee-439f-95ce-f7ab7e7c1a6e