CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjaren Perspectief Ruimte 2022.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 202242.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Het is bovendien van belang om bereikbaarheid voor iedereen te realiseren: een inclusieve stad. Dat doen we door een goede en verkeersveilige inrichting van de openbare ruimte, waarbij het openbaar vervoer voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Tenslotte omvat de transitie naar duurzame mobiliteit dat we inzetten op klimaatneutrale mobiliteit. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld: we verduurzamen het gemeentelijk wagenpark en de gemeentelijke vaartuigen.

Foto: Burgemeester Reigerstraat

Bereikbaarheid blijvend op orde: schaalsprong voetganger, fiets en ov Utrecht is op dit moment de snelst groeiende stad van Nederland. Utrecht kiest daarbij voor verdichting van de bestaande stad: de plekken die daarvoor geschikt zijn, zetten we in voor nieuwe woningen en werklocaties. Om tot 2040 60.000 woningen en 70.000 arbeidsplaatsen te realiseren zijn investeringen in MPR2022 | Mei 2022

26/104

het mobiliteitsysteem randvoorwaardelijk. Op korte termijn realiseren we veel woningen in bijvoorbeeld de Merwedekanaalzone, Centrum (inclusief Stationsgebied) en Cartesiusdriehoek. Met het intensiveren van werklocaties zoals Lage Weide, Overvecht en USP/Rijnsweerd worden veel arbeidsplaatsen toegevoegd. We zien dat de ‘modal shift’ van auto naar wandelen, fietsen en openbaar vervoer van groot belang is om ruimte te creëren voor verdere groei. Een 'schaalsprong' in het voetpadennetwerk, fietsroutenetwerk en het openbaar vervoersysteem is hiervoor hard nodig. Deze omvorming van de stad vraagt grote investeringen in het mobiliteitssysteem, zoals nieuwe bruggen en tunnels om voor goede en vlotte verbindingen door de stad te zorgen en voldoende plek om de fiets te kunnen stallen. Maar ook ovverbindingen, parkeerhubs, mobiliteitsknooppunten waar reizigers kunnen overstappen op openbaar vervoer of fiets. De oplossingen liggen niet alleen in de stad, maar ook in de regio. Niet-fysieke maatregelen als parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding gaan hand in hand met ingrepen in de infrastructuur én openbare ruimte. Voor de schaalsprongen zijn bijdragen vanuit de regio en het Rijk noodzakelijk. Voor het aanpakken van deze opgaven moeten we keuzes maken. We gaan voor ‘de Utrechtse mobiliteitsaanpak’; vijf stappen die samenhangen, maar niet verplicht in deze volgorde.

We zetten ze tegelijkertijd in om gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk te maken. Het mobiliteitsplan 2040 verduidelijkt deze stappen en is het uitgangspunt voor programma’s en projecten.

Met de Monitor Mobiliteitsplan houden we goed in de gaten hoe de mobiliteit zich ontwikkelt in de stad en wat de effectiviteit is van de genomen maatregelen zodat we tussentijds kunnen bijsturen. In de agenda mobiliteitsplan werken we een indicatieve fasering op hoofdlijnen uit. De agenda mobiliteitsplan is een instrument om te kunnen sturen op de langjarige koers en geeft richting aan de nog te programmeren maatregelen en projecten. De mobiliteitstransitie in huidige en toekomstige plannen Conform de RSU en het Mobiliteitsplan 2040 willen we de groei van de stad faciliteren met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. We geven voorrang aan lopen en fietsen en verbeteren de verkeerveiligheid. Dit doen we bijvoorbeeld met de herinrichting van de Nachtegaalstraat/Burgemeester Reigerstraat, Lombokplein en de Westelijke Stadsboulevard. Bij herinrichtingen verminderen het aantal autoparkeerplekken voor meer leefruimte, plek voor fietsparkeren en groen. MPR2022 | Mei 2022

27/104

Verkeer ontwikkelt zich door aanbod van infrastructuur en de 'vraag' van mensen om zich te verplaatsen. Die vraag is geen vast gegeven, maar beïnvloeden we met beleid en regels, zoals parkeervoorzieningen en parkeerkosten, reiskostenvergoedingen, de fiscale voorzieningen voor de auto van de zaak, beprijzing van het openbaar vervoer tijdens de spits om de reizigers meer te spreiden en afspraken met werkgevers en onderwijsinstellingen over werk- en lestijden. Het autoverkeer sturen we zo dat het zoveel mogelijk de hoofdwegen gebruikt en de leefbaarheid op straat zo goed mogelijk is. Op langere termijn kunnen we met verkeersmanagement de verkeersruimte in de stad steeds beter benutten en vraag en aanbod bij elkaar brengen. Zo kunnen we bijvoorbeeld op drukke momenten bij de Jaarbeurs tijdelijk voorrang geven en bevorderen dat mensen bij voorkeur vervoer gebruiken dat schoon is en weinig ruimte gebruikt. Op dit moment voeren we verkeersmanagementsystemen daar in waar we wegen herinrichten. Pas als het verkeersmanagementsysteem in de hele stad is ingevoerd, kunnen we de verkeersruimte optimaal benutten en sturen op ‘gezond stedelijk leven’.

Foto: Malieblad

De meeste randvoorwaardelijke mobiliteitsinvesteringen voor de groei van de stad op korte termijn zijn in voorbereiding, zoals de Europalaan-Noord, mobiliteitshub Papendorp en de langzaam verkeer bruggen Merwedekanaalzone. De spooronderdoorgang Locomotiefstraat is in 2021 opgeleverd en we onderzoeken de spooronderdoorgang ter hoogte van de Boorstraat, de Nicolaas Beetsstraat en de verbreding van de Demkabrug. Verbeteringen aan het fijnmazige fietsnetwerk rondom de grote woningbouw- en werklocaties moeten we op korte termijn in voorbereiding nemen. Om de woningbouw- en werklocaties middellange en lange termijn bereikbaar te houden werken we met Rijk, Provincie en andere gemeenten aan het mobiliteitssysteem van de toekomst. Met onze eigen inzet voor de uitvoering van de doelen van het Mobiliteitsplan in combinatie met de samenwerking met het Rijk en de regio brengen we de schaalsprong voor de voetganger, fiets en het openbaar vervoer stap voor stap tot uitvoering. Zo werken we in U Ned aan de uitvoering van de no-regretmaatregelen en het verkennen van nieuwe ov-verbindingen in de MIRT-verkenning ov en wonen. Liggen we op koers RSU 2040? Bovenstaande geeft aan dat mobiliteitstransitie een grote opgave is die tientallen jaren gaat kosten. We zijn op alle terreinen van mobiliteit hard aan de slag en maken goede vorderingen, getuige de MPR2022 | Mei 2022

28/104

voortgangsrapportages over mobiliteit en verkeersveiligheid. We kunnen met de beschikbare middelen in het MPB de ambities voor 2040 van het mobiliteitsplan en de RSU niet tijdig realiseren. Dat betekent dat we moeten prioriteren. Zo zetten we eerst in op de belangrijkste bruggen en tunnels voor het fietsnetwerk, faseren de invoering van 30 km/uur als maximumsnelheid en focussen op de verbetering van de verkeersveiligheid op de plekken met de grootste risico's. We proberen de middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten door werk met werk te maken, bijvoorbeeld door onderhoudswerkzaamheden aan wegen en riolering te combineren met de herinrichting voor 30 km/uur en meer ruimte voor fiets en voetganger. De integrale aanpak leidt echter tot complexere projecten die meer tijd en geld kosten. Voor de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen in de stad zijn mobiliteitsinvesteringen randvoorwaardelijk. Om de groei mogelijk te maken zijn investeringen nodig bovenop de huidige middelen in het MPB. We zetten erop in om als regio met het Rijk tot afspraken te komen over de benodigde gezamenlijke investeringen. De financiële actualisaties van het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) en de parkeerexploitatie lichten we toe in hoofdstuk 5.2.

MPR2022 | Mei 2022

29/104

3.4 Gezond leefklimaat met ruimte voor groen De opgave Utrecht wil een gezonde, duurzame en circulaire stad zijn waar mensen wonen, werken en verblijven in een gezond leefklimaat. Met de keuze voor binnenstedelijke verdichting vinden we een hoogwaardige, groene en toegankelijke openbare ruimte extra belangrijk. Deze moet dan ook meegroeien met de groei van de stad. We werken op verschillende terreinen aan een toekomstbestendige leefomgeving waar het goed toeven is in een gezonde en veilige openbare ruimte voor mens en dier. De leefomgeving wordt klimaatbestendig ingericht, zodat we wateroverlast, hittestress en verdroging voorkomen. Dit betekent dat de stad flink vergroend moet worden. Verder betekent dit dat de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk moet zijn en iedereen in de directe woonomgeving elkaar gemakkelijk kan ontmoeten, kan sporten, spelen, bewegen en recreëren. In de RSU 2040 geven we aan twee hoofdstructuren voorop te stellen: de groenstructuur en de mobiliteitsinfrastructuur. Daarmee is het groen in de stad leidend voor het ordenen van de bestaande stad en van de nieuwe plekken in de stad. Tijdens de coronacrisis is eens te meer gebleken hoe belangrijk de directe leefomgeving voor mensen is. Om klimaatverandering tegen te gaan willen we in 2050 een stad zijn die volledig draait op hernieuwbare materialen en waar afval grondstof is.

Foto: Groot Meestersplein

Het actief vergroenen van Utrecht is randvoorwaardelijk voor de grotere druk op de openbare ruimte én voor het inspelen op de klimaatveranderingen. Daarnaast levert het een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit. Een robuuste, groene openbare ruimte is essentieel voor het welbevinden en de gezondheid van onze inwoners, voor spelende kinderen, voor de waarde van vastgoed. Als we kijken naar de huidige staat van de openbare ruimte zien we dat het beeld sterk varieert per wijk. Van de totale oppervlakte van de gemeente Utrecht is 42% verhard, 37% groen en 21% water. De Binnenstad en Noordwest hebben zowel absoluut als per huishouden het minste groen. Vleuten-De Meern, Leidsche Rijn en Overvecht zijn de wijken met absoluut en per huishouden het meeste groen. Verschillen zien we ook in de tevredenheid over het groen en parken in de eigen buurt. Twee derde van de Utrechters is (zeer) tevreden over het groen en driekwart is tevreden over de parken in de buurt. In Noordwest geldt

MPR2022 | Mei 2022

30/104

dat slechts de helft van de inwoners tevreden is over het groen in tegenstelling tot de wijken Zuid, Oost en Overvecht (alle drie ongeveer driekwart tevreden). In de wijken Zuidwest en Binnenstad is maar de helft van de bewoners te spreken over de parken in eigen buurt (Utrecht Monitor, 2021). Hoewel er altijd verschillen tussen wijken zullen zijn, is het nodig meer evenwicht in de huidige situatie te brengen. Met name groenarme wijken, zoals de vooroorlogse wijken, moeten een been bijtrekken in de vergroeningsopgave, om klimaatbestendig te worden. In de RSU 2040 hebben we als ambitie gesteld dat groen en verdichting gelijk opgaan. Bij de toename van 60.000 woningen betekent dit dat 440 hectare extra binnenstedelijk groen moet worden gerealiseerd. Om deze vergroening te bereiken is een trendbreuk nodig; dit noemen we de Groene Schaalsprong. De vergroening moet plaatsvinden op vijf niveaus: Groene straten, bestaand en nieuw (ca. 200 hectare groen), Groenblauwe routes (ca. 100 hectare groen), nieuwe parkgebieden in de stad (ca. 120 hectare groen), Groene scheggen die stad en landschap verbinden (ca. 30 hectare groen) en Groen om de stad (ca. 250 hectare nieuw recreatief groengebied in de directe omgeving van de stad). De nadere toelichting hierop is te vinden in de RSU2040.

Uitgangspunt is dat we op stedelijk niveau streven naar 75 m² openbaar groen en 30 m² water per huishouden in de stad plus 40 m² groen om de stad. Op dit moment voldoen we hier net aan met 106 m² groen en water in de stad en 42 m² om de stad. De opgave is echter niet alleen kwantitatief van aard maar juist ook kwalitatief. Zo zetten we naast uitbreiding van groen en water ook in op een kwaliteitsimpuls en op een betere toegankelijkheid van bestaand groen op verschillende plekken in de stad. Bijvoorbeeld in Overvecht door een groen lint aan te leggen, in Park Transwijk door deze voor meer mensen aantrekkelijk te maken en in Maarschalkerweerd door een voormalig tuinbouwgebied om te zetten in recreatief groen. De ambities betekenen onder andere dat wij bij elke ruimtelijke ingreep de kans voor groen benutten. Dit komt onder andere naar voren in het principe ‘groen, tenzij’. Dit houdt in dat we in Utrecht straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels groen inrichten, tenzij dat op een specifieke plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit. Of het nu gaat om onderhoud aan wegen, om aanleg van energieinfrastructuur, om vernieuwing van riolering of welke andere ingreep dan ook: telkens moeten we integraal in het project meenemen dat we de stad groener willen maken.

Door werk met werk te maken kunnen we op die manier efficiënt de kwantiteit en kwaliteit van het groen in Utrecht verhogen. Ook gebiedsontwikkelingsprojecten dragen bij aan de groene schaalsprong en zijn klimaatbestendig. Groen in lopende en toekomstige plannen Uit de analyse van de harde plannen3 blijkt dat er in de aankomende 10 jaren per jaar gemiddeld tussen de 6 en 7 hectare openbaar toegankelijk groen wordt toegevoegd. Als we kijken naar de netto toevoeging van water gaat het in totaal om enkele hectares. De vergroening gebeurt op verschillende plekken in de stad zoals de vergroening van straten en pleinen in rivierenwijk, de aanleg van (delen van) Rondje Stadseiland, integrale herinrichtingen van de openbare ruimte in Kanaleneiland maar ook door middel van gebiedsontwikkelingen zoals Cartesiusdriehoek waar minimaal 30% van de wijk groen wordt ingericht. Toch zien we dat de verdeling niet gelijk is over de wijken en dat groen niet voor iedereen toegankelijk is. Een aanzienlijk deel van het openbaar groen en water wordt aangelegd in de wijk Leidsche Rijn. Een wijk met nu al per huishouden het meeste groen en dat logischerwijs hoog scoort op tevredenheid van de buurtbewoners. Alleen met de lopende plannen redden we het niet.

De RSU 2040 laat met de groene schaalsprong zien waar mogelijkheden liggen om in en om de stad substantieel extra te vergroenen, om het groen van een extra kwaliteitsimpuls te voorzien en/of het groen beter toegankelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld op korte termijn om Landschapspark Oud Zuilen (toegankelijk maken van 25 hectare openbaar groen), vervolgfasen van Parklandschap Maarschalkerweerd, Tuinen van Moreelse, Landschapspark Groot-Amelisweerd, het afmaken van groenblauw ronde stadseiland maar ook het substantieel investeren in het vergroenen van straten in groenarme wijken als Binnenstad, West, Noordwest en Noordoost en structureel investeren in integrale projecten zoals in Overvecht (Amazonekwartier en Taagdreef), West (Welgelegen) en Kanaleneiland. Liggen we op koers richting RSU 2040? 3

Voor de groenprojecten waarvoor nog geen volledige dekking is, is een inschatting gemaakt hoeveel netto openbaar toegankelijk groen wordt gerealiseerd met het huidige beschikbare budget. MPR2022 | Mei 2022

31/104

We zien dat in alle gebieden de groenopgave met urgentie wordt opgepakt. Dit blijkt onder andere uit het 'groen tenzij’ principe dat wij in projecten hanteren. Desondanks is er een trendbreuk nodig om de vergroeningsdoelstellingen van de RSU 2040 te halen. We zien dat de huidige harde plancapaciteit voor ‘toevoeging groen’ voor zowel de korte als de lange termijn niet omvangrijk genoeg is om mee te groeien met het aantal huishoudens. We verwachten tot 2030 ongeveer 30.000 woningen toe te voegen; dat vraagt volgens het uitgangspunt uit de RSU (75 m2 groen per huishouden in de stad) om 225 hectare extra groen in deze periode. Gelet op de ambitie om vergroening en verdichting gelijk op te laten gaan, is het huidige tempo dus onvoldoende en zijn aanvullende investeringen noodzakelijk. Het Meerjaren Groenprogramma (MGP) – Ruimte voor Groen 2022-2026, als bijlage bij het MPR, geeft inzicht in het jaarlijks investerings-en uitvoeringsprogramma van de gemeente.

Foto: Vergroening Maasplein

MPR2022 | Mei 2022

32/104

3.5 Energie De opgave In Parijs (2015) en in het nationaal Klimaatakkoord (2019) zijn afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. De Europese doelstelling voor 2030 is alweer aangescherpt naar -55% in 2030. Het regeerakkoord gaat nog weer verder en mikt op -60%. De stad Utrecht wil daaraan bijdragen en zo snel mogelijk doch uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. Hiervoor moeten we onder andere het energieverbruik van woningen en gebouwen drastisch verlagen, de energie die gebruikt wordt duurzaam opwekken en de energie-infrastructuur aanpas-sen op gebruik van elektriciteit en warmtenetten in plaats van aardgas. De gemeente heeft hierin ook een belangrijke rol. Soms vanuit haar wettelijke taken als beheerder van de ruimtelijke ontwikkeling, maar soms ook als investeerder, garantieverlener, aanjager en subsidieverlener voor de onrendabele top bij innovaties etc. Om de energietransitie te versnellen zetten we in op drie pijlers. 1. Energie besparen: voor het besparen van energie zijn de gebouweigenaren aan zet. Denk aan isoleren en bijbehorende ventilatie, elektrisch koken en een andere warmtevoorziening voor warm water en verwarming. De gemeente is daarbij zelf aan zet voor al het gemeentelijk kernvastgoed (maatschappelijk vastgoed en kantoorgebouwen); de opgave is dat het deze in 2040 energieneutraal is. 2.

Bronnen verduurzamen en duurzame opwekking: Voor de groei van de stad conform de ambities uit de RSU is minimaal 0,04 terrawattuur (TWh) elektriciteit nodig. Voor de verduurzaming van het energieverbruik van de bestaande stad (4 TWh elektriciteit, 8.5 PJ aardgas en 2 PJ warmte (afname)) is meer nodig, maar daarvoor hebben we nog geen concrete doelstellingen. Met Eneco is wel afgesproken dat in 2040 de warmte volledig gevoed wordt door duurzame bronnen. Op dit moment is dat circa 40% door de BioWarmteInstallatie (BWI) op Lage Weide. We hebben regionaal de opgave om in 2030 1,8 TWh aan wind- en zonne-energie op te wekken. Dat staat gelijk aan elektriciteitsverbruik van 540.000 huishoudens. Hiervoor hebben we in de Regionale Energiestrategie Regio U16 zoekgebieden en projecten vastgelegd. De Utrechtse inzet is gericht op 0,523 TWh aan projecten inclusief grootschalig zon op dak. We hebben hierbij de ambitie om geen enkel dak onbenut te laten. Op dit moment heeft bijna een kwart van de daken in Utrecht zonnepanelen. 3. Infrastructuur aanpassen: De opgave is dat alle gebouwen in 2050 zonder aardgas verwarmen en koken. Hiervoor moet het elektriciteitsnet en warmtenet(ten) uitgebreid en verzwaard worden en het gasnetwerk worden verwijderd. Dit is een grote opgave, want ongeveer 130.000 Utrechtse gebouwen zijn nu nog op aardgas aangesloten.

In de transitievisie warmte staat hoe Utrecht op een haalbare en betaalbare manier overstapt naar een duurzame manier van verwarmen. Dit vraagt (soms forse) investeringen in het leidingwerk onder de grond én in de energiegebouwen. Boven de grond zijn warmteoverdrachtstations nodig en warmtebuffers (Eneco). Bij elektra zijn dat kleinere trafohuisjes, maar bijvoorbeeld ook middenspannings- en hoogspanningsstations. Uiterlijk in 2025 moeten we de locaties voor fysieke inpassing gevonden hebben, bij voorkeur zoeken we inpandige oplossingen. Daarnaast streven we ernaar om de bodem en het oppervlaktewater zo optimaal mogelijk te benutten voor de energietransitie. Op dit moment benutten we bijvoorbeeld circa 10% van de inzetbare capaciteit van de bodem voor bodemenergie (buffercapaciteit) maar winnen we nog geen warmte uit het oppervlaktewater. We werken aan een Energievisie. Hierin komen doelstellingen te staan en een uitvoeringsstrategie voor de vertaling van deze doelstellingen naar omgevingsprogramma’s met maatregelen en omgevingsplannen met regels. We verwachten de energievisie, na afronding van de plan-MER, eind 2022 aan te bieden aan de raad. Een aantal omgevingsprogramma’s worden of zijn vastgesteld voorafgaand aan de Energievisie: transitievisie warmte, programma zon op dak en programma energiebesparing.

Energietransitie in lopende en toekomstige plannen De komende jaren wordt fors geïnvesteerd in uitbreiding van het warmtenet door een warmtebedrijf en de aanleg van warmtekoudeopslag (WKO) door gebouweigenaren of warmtebedrijven. Dat geldt ook voor de uitbreiding/verzwaring van het elektriciteitsnet en de verwijdering van het gasnetwerk door Stedin. In MPR2022 | Mei 2022

33/104

Overvecht zijn we als eerste begonnen met de grote stappen te zetten naar het aardgasvrij maken van de vier noordelijke woonbuurten. De vier zuidelijke buurten volgen nog voor 2030. De ondergrondse ruimte is schaars en verdere uitbreiding moet in samenhang met andere functies en belangen bekeken worden. Hiervoor gaan we in 2022 een visie ondergrond opstellen en actief regie voeren op het gebruik van de ondergrond. Er liggen plannen voor het gebruik van warmte uit oppervlaktewater voor verschillende nieuwbouwprojecten, zoals Merwedekanaalzone deelgebied 5 en Beursgebied. Voor de warmteopgave zetten partijen als Eneco en HDSR (waterschap) hun eigen bronnen of bronnen van derden in om de stadsverwarming te verduurzamen. Concrete voorbeelden zijn de investering in een BiomassaWarmteInstallatie (BWI, eigendom Eneco), of de bouw van een 27 megawatt warmtepomp naast de RWZI met rioolwater als duurzame bron voor het warmtenet in Utrecht en Nieuwegein (Eneco samen met HDSR). Eneco start ook met vier locaties in Utrecht (Overvecht, Rijnsweerd, Merwedekanaalzone/Kanaleneiland en Lage Weide) en één in Nieuwegein voor warmtebuffers. Deze buffers met een volume van zo'n 5000 m3 water kunnen warmte opslaan uit het warmtenet zodat tijdens de dagpieken hieruit getapt kan worden. Deze buffers verhogen de systeemefficiëntie van het net waardoor ook duurzame bronnen beter ingepast kunnen worden.

Daarnaast is er een plan om het Merwedekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal te gaan gebruiken als warmtebron (aquathermie, thermische energie uit oppervlaktewater) voor collectieve netten (HDSR, Rijkswaterstaat). Voor de duurzame energieopwekking (zon en wind) zit er, aanvullend op de gerealiseerde 0,1 TWh zon op dak, op dit moment 0,0045 TWh in de harde plancapaciteit: zonneveld Meijewetering en zonnepanelen op de geluidwal langs de A12. Daarnaast verwachten we met de locaties Rijnenburg (0,05-0,24 TWh), Nedereindse Plas (maximaal 0,033 TWh) en Haarrijnseplas (0,004 TWh) op termijn maximaal 0,28 TWh duurzaam op te wekken. Voor de langere termijn zien we potentiële locaties in USP, Voordorpse Veld en Ockhuizen met een totale verwachte opbrengst van circa 0,07 TWh. Tot 2040 tellen deze plannen op tot maximaal 0,45 TWh inclusief een nog groeiend aandeel voor zon op het dak.

Foto: Hogeweide (Leidsche Rijn)

MPR2022 | Mei 2022

34/104

Liggen we op koers richting RSU 2040? Op dit moment is het niet goed mogelijk om aan te geven of we op koers liggen, omdat we geen complete set doelstellingen hebben voor middellange en langere termijn. Wel weten we dat er nog maar weinig woningen afgesloten zijn van het aardgas en er congestie is op de elektriciteitsinfrastructuur. 4% van ons elektriciteitsverbruik wordt duurzaam opgewekt met zonnepanelen op daken en 40% van het warmtenet is verduurzaamd door het gebruik van biomassa. Het energieverbruik daalt met ongeveer 1% per jaar. In de Energievisie vertalen we op een structurele manier de ambities en doelen naar maatregelen en instrumenten, zodat duidelijker wordt welke maatregelen bijdragen aan welke doelstellingen. Met name voor de gebouwde omgeving en duurzame energieopwekking ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij gemeenten. Een verantwoordelijkheid die gepaard gaat met nieuwe rollen en nieuwe bevoegdheden bij het maken van afwegingen in o.a. het ruimtelijk domein. Nieuw is dat de energietransitie een grotere claim doet op de ruimte dan de afgelopen decennia. Er zijn ook meer keuzes te maken in de energievoorziening en de sturing van besparing bij gebruikers. Het is daarom van belang dat energie een prominentere plek krijgt in het ruimtelijke beleid en aan de voorkant van planologische ontwikkeling.

Rond zoekgebieden voor duurzame opwekking van energie (wind en zon) lopen we in sommige gebieden tegen knelpunten aan. In Noordoost, Oost en Zuid en in het USP zien we dat veel grond in particulier eigendom is. Bovendien werpt het afwegingskader van de Provincie enkele beperkingen op. In West/Noordwest is Lage Weide een belangrijke zoeklocatie, maar de mogelijkheden voor gebiedsontwikkelingen worden daar sterk beperkt door het vastlopende mobiliteitsnet. Er zijn nieuwe en betere verbindingen nodig (ov en fiets) om verder ontwikkeling van het gebied mogelijk te maken.

MPR2022 | Mei 2022

35/104

3.6 Maatschappelijke voorzieningen De opgave Maatschappelijke voorzieningen zijn onmisbaar in een stad die staat voor ontwikkeling, beleving en ontmoeting. Het gaat onder meer om scholen, sportaccommodaties, buurtcentra, culturele voorzieningen en ook om speelruimte. Om te blijven voorzien in de behoefte moet het aanbod aan maatschappelijke voorzieningen meegroeien met de groei van de stad. Daarnaast hebben trends als vergrijzing en extramuralisering gevolgen voor de behoefte aan bepaalde voorzieningen zoals ontmoetingsruimte. Ons beleid is vastgelegd in het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen en in thematische huisvestingsnota’s. In de RSU 2040 zijn de kwantitatieve normen die we hanteren vertaald naar de barcode op wijk- en stedelijk niveau. Die vertalen we naar een programmering die voor de komende jaren concreet is ingevuld en voor de langere termijn op hoofdlijnen. Lopende en toekomstige plannen Sport De opgave voor sport t/m 2040 is berekend o.b.v. de bevolkingsprognoses (harde planvoorraad) en vraag/aanbod onderzoek van Mulier-instituut uit 2020. In 2022 vindt een actualisatie plaats. Voor uitbreiding van sportvelden wordt uitgegaan van een efficiënter gebruik van de huidige sportparken, maar daarnaast is ook uitbreiding van capaciteit nodig.

De uitbreiding van sportvelden zoeken we zoveel mogelijk gekoppeld aan bestaande sportparken of door verplaatsing van (te) kleine sportparken naar nieuwe, grotere sportparken. Nieuwe sporthallen koppelen we aan nieuwe scholen voor voortgezet onderwijs. Bij uitbreidingsprojecten zien we dat de voorbereidende fase langer duurt door grotere uitdagingen bij de gebiedsontwikkelingen, integrale afweging van ambities en inbreiding. Door de tegenvallende inwonersgroei hebben we ervoor gekozen de realisatie van sporthal Voordorp en het zwembad Maximapark door te schuiven naar 2026; respectievelijk twee en één jaar later dan gepland. Binnen de behoefteberekening is deze verschuiving te verantwoorden. Ook schuiven we het extra voetbalveld en twee hockeyvelden voor sportpark Nieuw Welgelegen door naar 2025. Deze stonden eerder gepland voor 2023. Voor Nieuw Welgelegen wordt op dit moment een variantenstudie uitgevoerd voor inpassing van deze velden. Hiervoor wordt nog ruimte gezocht en is waarschijnlijk herbestemming van grond nodig en/of een verplaatsing van functies. Daardoor is doorschuiven naar 2025 realistisch. 2022-2025 In 2022 wordt de sporthal Bontekoelaan opgeleverd (Zuidwest), samen met het Globe College. De sporthal Berlijnplein (Leidsche Rijn) wordt momenteel gerealiseerd in combinatie met Academie Tien (oplevering 2023).

En sporthal Cartesiusdriehoek staat op de planning voor 2025. Vanaf 2023 start de voorbereiding voor de realisatie van vier sporthallen en voor het zwembad Maximapark. Voor 2024 is de omzetting van een natuurgrasveld naar kunstgras opgenomen voor sportpark Nieuw Welgelegen en de uitbreiding van 1 hockeyveld op Strijkviertel. In 2025 staat de uitbreiding van 1 hockeyveld op Strijkviertel, 2 hockeyvelden Nieuw Welgelegen, 1 voetbalveld en/of 1 hockeyveld Maarschalkerweerd geprogrammeerd. Genoemde locaties zijn echter allemaal nog onder voorbehoud van de uitkomsten van de locatiestudies Maarschalkerweerd Noord, Strijkviertel en Nieuw Welgelegen. Het is nog onduidelijk voor hoeveel velden er daadwerkelijk ruimte is in deze gebieden. 2026-2030 Vanaf 2025-2026 zijn minimaal een extra rugbyveld (locatiestudie Strijkviertel ) en een extra korfbalveld (zoekgebied Hoograven) nodig. In 2026 breiden we uit met 1 voetbalveld en 1 hockeyveld (beide nog locatie te vinden). Tevens realiseren we dan de sporthallen Voordorp en Merwedekanaalzone. Er staat een zesde sporthal op de meerjarenplanning met als zoekgebied Overvecht, te combineren met een VOschool. Aanvullend kiezen we bij de nieuwe VO school in Vleuten De Meern eveneens voor uitbreiding met een sporthal.

De voorlopige uitkomsten van het onderzoek naar het kengetal binnensport laten zien dat er behoefte is aan extra sporthallen in de stad.

MPR2022 | Mei 2022

36/104

2030-2040 en verder Op basis van de Mulierrapportage 2019 (harde planvoorraad) is er nog minimaal een tekort van 6 hockeyvelden en 3 voetbalvelden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de eerdergenoemde locatiestudies (Maarschalkerweerd Noord, Nieuw Welgelegen en Strijkviertel) voldoende velden opleveren. Mocht dit niet het geval zijn dan wordt het tekort groter. De eerste resultaten van de nieuwe behoefteberekening (Mulier 2022) laten ook zien dat er een tekort aan tennisbanen in de stad gaat ontstaan en dat het tekort aan andere sportvelden nog iets groter wordt dan in de prognoses van 2019. Hiervoor is nog een nadere analyse nodig. Aanvullend op de capaciteitsberekeningen van Mulier (gebaseerd op de harde planvooraad) zijn er nog een aantal zoekgebieden van in totaal 14 hectare aan sportvelden geformuleerd bij de te ontwikkelen stedelijke knooppunten. In deze periode zal ook bij de zwembaden Den Hommel en De Kwakel uitbreiding nodig zijn met elk 1 bad. Onderwijs In de periode tot en met 2026 realiseren we een aanzienlijke uitbreiding van zowel het primair als het voortgezet onderwijs. Er komen lagere scholen bij in de buurten Haarrijn, Leeuwesteijn en Groenewoud (Leidsche Rijn), in de Merwedekanaalzone, de Cartesiusdriehoek, het Beurskwartier en het Jaarbeurskwartier.

Het voortgezet onderwijs breidt uit in de Merwedekanaalzone, in Leidsche Rijn, Overvecht, Vleuten de Meern en in het USP/Rijnsweerd (internationale school). Het meerjaren onderwijshuisvestingsplan wordt dit jaar geactualiseerd. Het geeft inzicht in de behoefte op de middellange - en lange termijn op basis van de meeste recente bevolkingsprognoses. De locaties van de tussen 2027 en 2040 nog te realiseren scholen zijn veelal nog niet bekend. Welzijn In de periode tot en met 2026 komen er nieuwe buurtcentra in de Merwedekanaalzone en in Overvecht. Bij de ontwikkeling van de Kruisvaartkade (Zuidwest) is een buurtkamer voorzien. Voor 2028 is een buurtkamer in het gebied Beurskwartier/Lombokplein gepland. Verdere programmering van buurtcentra en buurtkamers na 2026 is afhankelijk van omvang en tempo van nieuwe gebiedsontwikkelingen. De buurtcentra en buurtkamers groeien mee volgens de in ons beleid vastgestelde normen per type wijk. Maatschappelijke trends als vergrijzing en extra-muralisering vragen in de toekomst wellicht om meer plekken voor ontmoeting en activiteiten binnen wooncomplexen. Niet alleen de gemeente kan daar een rol in spelen maar ook woningbouwcorporaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars. Cultuur In de periode tot en met 2026 worden het jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en het wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone gerealiseerd.

De stedelijke/bovenregionale culturele cross-overvoorziening voor podium- en beeldende kunst in het Jaarbeurspleingebouw staat geprogrammeerd voor 2027. De ambitie is om tot 2040 25 culturele wijkvoorzieningen toe te voegen, verspreid over alle wijken. Het kan daarbij gaan om herontwikkeling van bestaand gemeentelijk maatschappelijk vastgoed en om nieuwbouw, bij voorkeur in combinatie met andere maatschappelijke functies, maar ook om het toevoegen van cultureel programma op bestaande locaties voor bijvoorbeeld welzijn of onderwijs. Liggen we op koers richting RSU 2040? We zien een aantal dilemma’s en knelpunten optreden bij het realiseren van de opgave Maatschappelijke Voorzieningen. Die zijn zowel financieel als inhoudelijk van aard. Meerkosten en inpassingskosten Onze eigen ambities ten aanzien van met name duurzaamheid, de specifieke eisen die het bouwen in hoog stedelijk gebied met zich meebrengt, de snel oplopende inflatie en de stijgende bouwkosten door krapte op de markt leiden tot een stapeling van meerkosten aan de investeringskant. Dit doet zich overal in de stad voor, bij nieuwbouw binnen en buiten de ontwikkelgebieden en ook bij renovatie en eigenaarsonderhoud. De kostenstijging is het hoogst voor de nieuw te realiseren voorzieningen in hoog stedelijk gebied zoals de Merwedekanaalzone.

Daar zien we bovendien dat de inpassingskosten zoals kosten voor infrastructuur voor verkeer en parkeren, bijvoorbeeld door het verdiept aanleggen van fietsparkeervoorzieningen, hoger zijn dan elders in de stad. Dit vraagt om aanpassing van de normbedragen voor maatschappelijke voorzieningen en een brede en slimme systematiek van bekostiging. MPR2022 | Mei 2022

37/104

Daarnaast zien we de kosten aan de exploitatiekant oplopen door de stijgende energielasten. Dit drukt zowel op de exploitatielasten van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed als op de budgetten van gesubsidieerde maatschappelijke instellingen zoals buurtteams die veelal gebruik maken van particulier vastgoed en die te maken krijgen met sterke huurverhogingen. Gebrek aan ruimte Het meegroeien van de maatschappelijke voorzieningen betekent een aanzienlijk ruimtebeslag, terwijl de beschikbare ruimte beperkt is, mede als gevolg van de verdichting. Grote ruimtevragers zoals sportparken zijn de afgelopen jaren niet evenredig meegegroeid met de behoefte en niet opgenomen in hoogstedelijk ontwikkelgebied zoals de Merwedekanaalzone. Dit verhoogt de druk op de voorzieningen in de bestaande stad en het leidt tot een omvangrijke zoekopgave. Zoekgebieden aan de rand van de stad brengen dilemma’s met zich mee. Als locaties te ver weg liggen of niet goed ontsloten zijn, beperkt dat de bruikbaarheid voor de jeugdsport, waar we juist vanuit onze ambitie op gezondheid en sociale cohesie in willen voorzien. Ook leidt het tot ongewenste automobiliteit. Een deel van de zoekgebieden is mogelijk niet bruikbaar vanwege beperkingen op het gebruik door het aanwezig erfgoed. Bovendien is een deel van de zoekgebieden ook in beeld voor andere opgaven.

Ook behoefte aan niet-gemeentelijke maatschappelijke voorzieningen De groei van de stad vraagt ook om het meegroeien van maatschappelijke voorzieningen die de gemeente niet zelf ontwikkelt en/of financiert. Voorzieningen van groot maatschappelijk belang die wij niet financieren zijn onder andere gezondheidscentra, voorzieningen vanuit de wet langdurige zorg voor beschermd wonen voor mensen met een licht verstandelijke beperking en verpleeghuizen. Wij willen de behoefte hieraan scherper krijgen en bezien wat er nodig is om deze voorzieningen een plek te geven in de gebiedsontwikkelingen. Nieuwe maatschappelijke behoefte Corona heeft de behoefte aan openbare ruimte waarin inwoners kunnen sporten, spelen en bewegen nog meer dan daarvoor zichtbaar gemaakt. Incidenteel zijn daar middelen voor de korte termijn voor beschikbaar gesteld. In ontwikkelgebieden nemen we dit mee in de planontwikkeling.

MPR2022 | Mei 2022

38/104

4 Gezonde gebiedsontwikkeling In dit hoofdstuk staat de opgave gezonde gebiedsontwikkeling centraal. Hierin schetsen we voor de gebieden in de stad de opgaven op het gebied van wonen, werken, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat met ruimte voor groen, energie en maatschappelijke voorzieningen. Daarbij laten we zien wat we daarvoor doen en of we op koers liggen. Hierbij onderscheiden we de volgende gebieden: ▪ Centrum (Stationsgebied/Binnenstad), ▪ Zuidwest inclusief Merwedekanaalzone, ▪ Leidsche Rijn en Vleuten – De Meern inclusief Rijnenburg, ▪ Utrecht Science Park (USP) en Rijnsweerd, ▪ Noordoost, Oost en Zuid, ▪ West en Noordwest, ▪ Overvecht. Elk van deze gebieden in de stad heeft een ruimtelijk regisseur die verantwoordelijk is voor (omgevings)visies en ruimtelijke ontwikkelingsprojecten in het betreffende gebied. Hierbij gaat het zowel om de ontwikkeling van vastgoed als van openbare ruimte en om initiatieven van zowel gemeente als marktpartijen.

4.1 Centrum (Stationsgebied/ Binnenstad) De opgave Het Centrum is een economisch knooppunt lokaal, regionaal en nationaal, maar ook een huiskamer van en voor iedereen in de stad (en regio). De historische binnenstad vormt hierbij een samenhangend geheel met het Stationsgebied en het te ontwikkelen Beurskwartier (inclusief Jaarbeurs) en Lombokplein. Het Centrum biedt ruimte aan diversiteit van mensen en functies en is als geheel veelzijdig. Het is hierbij van belang dat we het niveau van maatschappelijke voorzieningen op peil houden. We stellen het ontmoeten en verblijven in de openbare ruimte centraal; dit vraagt om hoogwaardige verblijfsplekken. De komende jaren groeit de stad en daarmee neemt het gebruik van de binnenstad verder toe. De binnenstad van Utrecht is een plek waar alles samenkomt: wonen, werken, winkelen, studeren, uitgaan en ga zo maar door. Maar soms schuren die functies en zitten ze elkaar (deels) in de weg. Bijvoorbeeld op plekken waar wonen en uitgaan samenkomen. Voor de toekomst moeten er daarom keuzes gemaakt worden. Hiervoor hebben we de Omgevingsvisie Binnenstad opgesteld die de komende jaren stapsgewijs wordt uitgevoerd. Centrum is de plek waar we de komende jaren onder andere een forse woonopgave zien met bijvoorbeeld plannen voor het Beurskwartier, Lombokplein en Kruisvaartkade.

Behoud van diversiteit in het woonaanbod maar zeker ook het aanbod aan groen en voorzieningen dat hierin mee moet groeien zijn belangrijke aandachtspunten. Daarnaast ligt er de opgave voor het toevoegen van duizenden arbeidsplaatsen waarbij de focus in en rond het Stationsgebied ligt op kantoren. In de binnenstad zal de situatie ten aanzien van werken niet drastisch wijzigen, maar is wel extra aandacht nodig voor het ombouwen van het kernwinkelgebied van een plaats om te kopen naar een plaats om te zijn (Programma ‘Morgen Mooier Maken’). Verder stimuleren we wonen boven winkels om de levendigheid van de binnenstad te bevorderen. Het gebied leent zich niet voor grootschalige energieopwekking, maar toevoegen van zonnepanelen op daken en WKO-systemen moeten bijdragen aan de energieopgave. In Centrum zal door de schaarse ruimte de balans tussen de hoeveelheid groen en vastgoed (wonen/ werken) anders zijn dan in andere gebieden. Maar ook dit gebied willen we vergroenen en klimaatbestendig maken door bijvoorbeeld het opheffen van straatparkeren, het realiseren van groene daken en gevels en het verbeteren van bestaand groen. Door toenemende drukte is er behoefte aan meer ruimte voor de voetganger, een fijnmazig fietsnetwerk en (inpandige) fietsparkeerplaatsen. Het beslechten van barrières door spoor (bijvoorbeeld Fietstunnel Nicolaas Beeststraat), weg (bijvoorbeeld

MPR2022 | Mei 2022

39/104

Binnenstadsas) en water (bijvoorbeeld Weerdsluis) is hier onderdeel van. Grote structuuringrepen zoals de Merwede- en Papendorplijn moeten het Centrum op lange termijn met OV bereikbaar houden.

Foto: Fietsenstalling House Modernes

Lopende en toekomstige plannen Als we kijken naar de actuele harde plancapaciteit woningbouw voor het centrum zien wat dat met deze plannen ongeveer 4.800 woningen worden gerealiseerd. Dit gebeurt onder andere in Beurskwartier 1, Lombokplein, Wonderwoods en Kruisvaartkade. Hierin is nog geen rekening gehouden met Beurskwartier 2 t/m 4 (Masterplan Jaarbeurs) waarvoor we samen met Jaarbeurs zoeken naar mogelijkheden om de plannen voor een nieuw levendige en stedelijke wijk tot ontwikkeling te brengen. In de lopende plannen (exclusief Jaarbeurs 2 t/m 4) zijn ongeveer 275.000 m² bvo aan werkfuncties opgenomen waarvan een belangrijk aandeel kantoren. Zo is de aanbesteding gestart voor het Jaarbeurspleingebouw met een divers programma. Hiervan is onder andere minimaal 10% van het totale kantorenprogramma bestemd voor creatieve en innovatieve start ups met bijbehorend huurniveau. In de grote ontwikkelingen nemen we ook maatschappelijke voorzieningen mee. Zoals een lagere school in het Beurskwartier, een middelbare in Beurskwartier 3, een kleinschalige variant op Place2BU in Lombokplein en een grote culturele voorziening (inclusief nachthoreca en rooftopbar) in het Jaarbeurspleingebouw. In het Beurskwartier onderzoeken we of we op een verantwoorde manier voor milieu en gezondheid een (nieuwe) WKO kunnen aanleggen.

Voor het verbeteren en vergoenen van de openbare ruimte tot hoogwaardige verblijfsplekken werken we aan het autoluw en zo mogelijk autovrij maken van de binnenstad. We kijken naar alternatieven in de vorm van deelauto’s of andere parkeeroplossingen en bezien of en waar plekken gecompenseerd kunnen worden in garages, ook ‘op afstand’. De parkeergarage Springweg zal in 2028 worden gesloopt, een besluit over de toekomst van Paardenveld zal komend jaar genomen moeten worden. We voegen ook hectares groen toe in de grotere gebiedsontwikkelingen. Dit doen we bijvoorbeeld met de herinrichting van Lombokplein waar we ook de Leidse Rijn doortrekken. Ook in de ontwikkeling van Beurskwartier voegen we met twee parken groen toe aan het gebied. Op termijn voorzien we de vergroening van het centrum met de realisatie van de Visie Tuinen van Moreelse en een kwaliteitsslag in

MPR2022 | Mei 2022

40/104

Paardenveld en Wolvenplein en het singelpark “om de noord”. Hiervoor zijn aanvullende investeringen benodigd. De druk op de openbare ruimte neemt toe, daarom is het voetgangersgebied onlangs uitgebreid. Om de verwachte groei van het fietsverkeer te accommoderen en fietsgebruik verder te stimuleren, is een uitbreiding en kwaliteitsverbetering van het fietsnetwerk en nog fors extra gebouwde fietsvoorzieningen nodig. We zijn gestart met de studie naar een fietsverbinding onder of over het spoor ter hoogte van de Nicolaas Beeststraat en ook de studie naar een brug bij de Weerdsluis loopt. De Mobiliteitshub XL die nodig is voor de ontwikkeling van Merwede, Beurskwartier, Papendorp en Groenewoud en op langere termijn ook Jaarbeurs is in voorbereiding. Omdat de investeringen in de schaalsprong OV veel voorbereidingstijd vragen, moeten we op korte termijn de voorbereidingen starten voor de Merwede- en Papendorplijn. Deze investeringen zijn randvoorwaardelijk voor de groei op lange termijn. De groei van de stad maakt het noodzakelijk na te denken over overbelasting van de binnenstadsas. We zien voor de langere termijn wel aandachtspunten in het gebied. De plannen voor de herontwikkeling van de Jaarbeurs zijn, onder andere door Corona, in een nieuw daglicht gekomen en fors vertraagd. Met de Jaarbeurs zijn we momenteel in overleg over een nieuwe strategie.

Foto: Galaxytoren

MPR2022 | Mei 2022

41/104

Liggen we op koers richting RSU 2040? In onderstaande tabel is per barcodethema in hoofdlijnen aangegeven in hoeverre we in dit gebied op koers liggen in relatie tot de RSU 2040. Daarbij geven we waar mogelijk een of meerdere voorbeelden van concrete projecten waarmee we stappen willen zetten ten aanzien van de gestelde ambities in de RSU. Ook geven we per barcodethema aan of we op dit moment kansen of bedreigingen zien om verdere invulling te geven aan onze ambities. Op basis van deze analyses per gebied concluderen we in hoofdstuk 2 in hoeverre we op stedelijk niveau op koers liggen.

Maatschappelijke voorzieningen

Energie

Mobiliteit

Groen

Werken

Wonen

We realiseren met de harde plannen in het gebied een omvangrijke woningbouwopgave in verschillende (prijs)segmenten zoals in Beurskwartier 1, Lombokplein en Kruisvaartkade die in de komende jaren in uitvoering gaan. Aandachtspunt is deelgebied 3 Beurskwartier omdat deze ontwikkeling, onder andere door Corona, in een nieuw daglicht is gekomen en fors vertraagd. Met de Jaarbeurs zijn we momenteel in overleg over een nieuwe strategie. We realiseren in het gebied een fors programma werkfuncties waarvan een belangrijk deel kantoren. Hierbij hebben we ook aandacht voor specifieke doelgroepen als creatieve en innovatieve start ups zoals blijkt uit de tender voor Jaarbeurspleingebouw. Voor de langere termijn zien we kansen voor de ontwikkeling van de Westflank in het Stationsgebied (boven busstation/busbuffer). We willen onder andere met de gebiedsontwikkelingen in Centrum extra groen toevoegen zoals op het Lombokplein, Beurskwartier (twee parken) en de herinrichting van de Laan van puntenburg (eerste fase van Tuinen van Moreelse). Vergroening is met name ook noodzakelijk voor de groenarme binnenstad. Met de lopende projecten voegen we onvoldoende groen toe om onze groenambities te realiseren. Daarbij komt dat het vergroenen en verbeteren van de openbare ruimte veel tijd en geld vergt.

Denk hierbij aan het compenseren van het verlies aan inkomsten van parkeren op straat en de kosten voor het herinrichten van deze plekken. Op korte termijn zal de druk op de openbare ruimte blijven. Dit vraagt onder andere om aanvullende investeringen in fietsparkeren (Jaarbeurspleingebouw, Knoop en in vastgoed van Klépierre), het fietsnetwerk en het beslechten van barrières (zoals op termijn Nicolaas Beetstunnel en Binnenstadsas). Op korte termijn zijn besluiten nodig over onderdelen van de schaalsprong OV om de groei van de stad in de toekomst mogelijk te maken. Wat betreft de energietransitie zijn doelen geformuleerd die voor de gehele stad gelden en in een aantal gevallen een gebiedsspecifieke doelstelling of actie kennen. De Energievisie (voorzien voor eind 2022) zal op deelgebieden en op specifieke locaties doelen en maatregelen verder uitwerken. Bij de uitwerking van de Transitievisie warmte zal ook de volgorde van de aanpak van de wijken in de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij concreet worden gemaakt. De consequenties van het verzwaren en flexibeler maken van de energie infrastructuur zal in de komende jaren in vrijwel alle wijken in de stad zichtbaar worden. In de grote ontwikkelingen worden ook de maatschappelijke voorzieningen opgenomen zoals een lagere school in Beurskwartier 1.

De financiering van de culturele voorziening Jaarbeurspleingebouw is een aandachtspunt. Op langere termijn kijken we naar het realiseren van een middelbare school in Beurskwartier 3.

MPR2022 | Mei 2022

42/104

4.2 Zuidwest (inclusief Merwedekanaalzone) De opgave In de RSU 2040 is Zuidwest met daarin de Merwedekanaalzone (deelgebieden 4, 5 en 6) aangewezen als één van de belangrijke verdichtingslocaties om de groei van de stad binnenstedelijk op te vangen. In de Merwedekanaalzone komen maximaal 10.000 woningen en bijbehorende werkgelegenheid en voorzieningen, zoals scholen, (kleine) bedrijven, winkels, horeca en een gezondheidscentrum. Daarbij komt een hoogwaardige openbare ruimte met veel groen en mogelijkheden voor ontmoeting. In dit gebied gaan we uit van energieneutrale gebouwen in een zoveel mogelijk energieneutraal gebied. Dit betekent dat er in de Merwedekanaalzone genoeg hernieuwbare energie wordt opgewekt om (minimaal) te voorzien in de gebouwgebonden jaarlijkse energievraag. Op welke wijze we dit doen is vastgelegd in de Omgevingsvisies deel 1 en 2 en Stedenbouwkundig Plan Merwede. Daarnaast lopen momenteel gebiedsonderzoeken in het kader van Utrecht Nabij (U Ned); binnen het gebiedsonderzoek A12 wordt voor het nieuw te ontwikkelen stedelijk knooppunt A12 nader bekeken welke mogelijkheden er zijn voor verdere verstedelijking met een passende mobiliteitsinfrastructuur. Dit moet optimaal aansluiten bij de ontwikkelingen in de Merwedekanaalzone.

We zetten stevig in op het realiseren van woningen en werkgelegenheid in de Merwedekanaalzone; als tegenhanger moeten we daarom veel aandacht hebben voor kwalitatief groen en water. De openbare ruimte zal zo veel mogelijk bestaan uit toegankelijk kwalitatief groen en door het rondje Stadseiland en verbindingen naar Kanaleneiland en Transwijk ontstaan gemakkelijke en snelle wandel- en fietsroutes naar parken en plantsoenen in de directe omgeving. Het bouwen in hoge dichtheden kan alleen met een innovatieve mobiliteitsstrategie, waarmee we de druk op het omliggende wegennet hanteerbaar houden. Deze strategie bestaat uit een pakket met maatregelen zoals een fijnmazig fiets- en voetgangersnetwerk, hoogwaardig openbaar vervoer, deelmobiliteit en betaald parkeren in de omgeving en een lage parkeernorm. De automobiliteit is de beperkende factor voor de realisatie van het maximale programma in de Merwedekanaalzone. Zodoende is voor heel Zuidwest Utrecht een mobiliteitsaanpak (als onderdeel van het mobiliteitsplan 2040) uitgewerkt. Naast de Merwedekanaalzone bestaat Zuidwest ook uit Kanaleneiland en Transwijk. Hiervoor wordt binnenkort de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. In samenhang met de plannen voor Merwedekanaalzone ontstaat daarmee een integrale visie op Zuidwest.

In Kanaleneiland en Transwijk ligt de opgave om ongeveer 2.000 woningen toe te voegen, met meer variatie in grootte, type en prijs. Ook in de komende twintig jaar blijven de wijken betaalbaar voor mensen met een laag en middeninkomen. Daarom is het streven het aandeel sociale huurwoningen te handhaven. Nieuwbouw, verbouw en renovatie maken het mogelijk nieuwe kwaliteit toe te voegen voor verschillende doelgroepen, met name voor ouderen. Met nieuwe woon-werk concepten komen de wijken tegemoet aan de veranderende behoeften van onder andere zzp-ers, kleine (creatieve) ondernemingen en thuiswerkers. Bij renovatie is een (bijna) energieneutrale flat het principe. Ook willen we platte daken benutten voor wateropvang, groen en/of voor energie. Voor Kanaleneiland en Transwijk lijkt lage temperatuur warmtenetten de meest logische vormen van verwarming als alternatief voor aardgas De hoofdwinkelstructuur in Utrecht bestaat uit een variatie aan winkelgebieden verspreid over de stad. Winkelcentrum Nova en winkelcentrum Vasco da Gamalaan maken deel uit van de Utrechtse hoofdwinkelstructuur. In de loop der jaren hebben zich er meer functies omheen verzameld zoals maatschappelijke voorzieningen en horeca waardoor de aantrekkingskracht op wijkbewoners en werkenden in de wijk verder is versterkt. Er is extra behoefte aan sportvoorzieningen, recreatie en horeca.

Voor de openbare ruimte ligt er de opgave om te vergoenen, klimaatbestendig te maken en het verbeteren van bestaand groen. De aanpak hiervan zien we veelal in combinatie met onderhoudswerkzaamheden aan wegen en riolering, het aanpassen van de verkeersstructuur en verbetering van de verkeersveiligheid. Met het aanpassen van de verkeerstructuur door bijvoorbeeld doorgaande autoverbindingen te knippen en oost-west-georiënteerde langzaam verkeer verbindingen te

MPR2022 | Mei 2022

43/104

realiseren krijgen buurten een eigen identiteit. Voor de lange termijn is de ambitie om een hoogwaardige openbaar vervoer verbinding te realiseren via de Beneluxlaan-Noord over de Prins Clausbrug richting Papendorp. In dat geval wordt het zuidelijk deel van de Beneluxlaan vrij van tramrails. Mede door al deze ingrepen kan de Beneluxlaan veel groener en beter oversteekbaar worden. Lopende en toekomstige plannen Uit analyse van de actuele harde plancapaciteit woningbouw blijkt dat we in Zuidwest met de lopende plannen ongeveer 9.800 woningen realiseren. Voor een belangrijk deel gebeurt dit in de Merwedekanaalzone waar onder andere woningen worden gerealiseerd op het Defensieterrein (950), Eendrachtlaan 10 (ruim 200 woningen) en de nieuwe stadswijk Merwede (6.000 woningen). Daarnaast verrijzen er in de aankomende jaren woningen in Transwijk en Kanaleneiland op de Beneluxlaan 901 en Lomanlaan 103-105 maar ook in Dichterswijk (Heycopstraat) en Rivierenwijk (Reitdiepstraat). Boven op deze harde plannen zien we nog mogelijkheden in Merwedekanaalzone (als onderdeel van de 10.000 woningen in de omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 2) en in Kanaleneiland en Transwijk (de concept omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk gaat uit van in totaal ongeveer 1.500-2.000 woningen). Maar de opgave in Zuidwest is natuurlijk veel meer dan alleen woningbouw.

Zo kijken we in Kanaleneiland-zuid waar een nieuw jongerencentrum kan worden ingepast en onderzoeken we de uitbreidingsmogelijkheden van Sportpark Nieuw Welgelegen in verband met de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone. In de nieuwe stadswijk Merwede (deelgebied 5 Merwedekanaalzone) zelf wordt, onder meer met het oog op het werken in wijken, ruim 100.000 m² aan voorzieningen (waaronder kantoorruimte, horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen) gerealiseerd waarbij ook bestaande gebouwen en functies worden ingepast. Voor de lange termijn onderzoeken we de mogelijkheden voor de A12-zone met ruimte voor kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid, gemengd met andere stedelijke functies zoals woningen en voorzieningen.

Foto: Merwedekanaalzone deelgebied 4

Om deze nieuwe woningen en werkplekken te ontsluiten zijn de randvoorwaardelijke mobiliteitsmaatregelen in voorbereiding, zoals de langzaam verkeer bruggen over het Merwedekanaal, de Europalaan-Noord inclusief Dynamisch Verkeersmanagement en de doorsteek voor de auto via MPR2022 | Mei 2022

44/104

Papendorp. Ook de Mobiliteitshub XL die onder andere nodig is voor de ontwikkeling van Merwede is in voorbereiding. Voor de ontwikkelingen op lange termijn onderzoeken we in U-Ned de mogelijkheden voor verdere verstedelijking met een passende mobiliteitsinfrastructuur. De ontwikkeling van de Merwedekanaalzone vereist ook dat we in en om het gebied inzetten op het groen. Dit doen we bijvoorbeeld met de buurtgerichte aanpak in Dichterswijk en Rivierenwijk en het aanleggen van Rondje Stadseiland in deelgebied 4 en 5 in de Merwedekanaalzone. Op langere termijn volgt het deel ter hoogte van deelgebied 6. Daarnaast investeren we in de kwaliteit van Park Transwijk. In Kanaleneiland en Transwijk zetten we in op een integrale aanpak van de openbare ruimte. In combinatie met werkzaamheden aan de riolering, zoals nu concreet op de Bernadottelaan en Vasco da Gamalaan, geven we invulling aan de vergroeningsopgave en maken we de wijk klimaatbestendig.

Werken

Wonen

Liggen we op koers richting RSU 2040? In onderstaande tabel is per barcodethema in hoofdlijnen aangegeven in hoeverre we in dit gebied op koers liggen in relatie tot de RSU 2040. Daarbij geven we waar mogelijk een of meerdere voorbeelden van concrete projecten waarmee we stappen willen zetten ten aanzien van de gestelde ambities in de RSU. Ook geven we per barcodethema aan of we op dit moment kansen of bedreigingen zien om verdere invulling te geven aan onze ambities. Op basis van deze analyses per gebied concluderen we in hoofdstuk 2 in hoeverre we op stedelijk niveau op koers liggen. In de omgevingsvisies Merwedekanaalzone (MWKZ) en omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk (KET) zijn, in lijn met de woonvisie, de specifieke richtingen voor dit gebied bepaald. De productie loopt op schema: in het gebied wordt volop gebouwd, zoals in Merwedekanaalzone deelgebied 4 en de Heycopstraat, en zijn veel projecten in voorbereiding. Aandachtspunt hierbij is wel dat de haalbaarheid van projecten, gezien de vele ambities waaronder betaalbaarheid, flink onder druk staan en er grote onzekerheid is over de oplopende bouwkosten. Een ander aandachtspunt voor de doorontwikkeling is dat we zicht moeten hebben op het kantelpunt voor de Merwedekanaalzone deelgebied 6. De milieueffectrapportage (MER) MWKZ stelt namelijk voorwaarden aan de doorgroei naar 10.000 woningen in de MWKZ.

De mogelijkheid voor doorgroei zal moeten worden aangetoond met passende mobiliteitsmaatregelen. Zonder mobiliteitsoplossing komt de productie in de Merwedekanaalzone tot stilstand. De kansen voor het toevoegen van woningbouw op de lange termijn wordt onderzocht in de U Ned gebiedsonderzoeken. In de omgevingsvisie MWKZ en omgevingsvisie KET zijn ook de specifieke richtingen m.b.t tot werken voor dit gebied bepaald. De programmering wordt meegenomen in de diverse planuitwerkingen. In Merwedekanaalzone deelgebied 5 wordt ruim 100.000 m² aan voorzieningen (waaronder kantoorruimte, horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen) gerealiseerd en in zowel dit deelgebied als deelgebied 6 zitten diverse scale-ups en broekplaatsen. Aandachtspunt in dit gebied is het (financieel) in verhouding met het toenemen van het aantal woningen we achterblijven in de groei van bedrijvigheid. Zodoende dat we in deelgebied 6 programmatisch ook nadrukkelijk naast wonen, werkgelegenheid onderzoeken. Een ander aandachtspunt is het blijven faciliteren van lokale bedrijvigheid in de wijk en het inpassen van broedplaatsen en creatieve bedrijvigheid. De kansen voor het toevoegen van werkfuncties op de lange termijn wordt onderzocht in de U Ned gebiedsonderzoeken.

MPR2022 | Mei 2022

45/104

Groen

In de omgevingsvisie MWKZ en omgevingsvisie KET hebben we enorme ambities gesteld om heel Zuidwest te vergroenen. De eerste inzet van de vergroening is al ingezet in Kanaleneiland Noord en in Dichterswijk lopen diverse initiatieven. In Kanaleneiland en Transwijk maken we de vergroening onderdeel van de integrale aanpak van de openbare ruimte. Daarnaast komen we met een plan van aanpak voor park Transwijk en een aanpak voor de vergroening Rivierenwijk en Dichterswijk. Bij het realiseren van fase 2 MWKZ komen middelen beschikbaar om Park Transwijk kwalitatief te verbeteren.

Mobiliteit

Voor de ambitieuze groenopgave in het gebied zijn onvoldoende financiële middelen beschikbaar voor de aanpak openbare ruimte KET. Met het invoeren van betaald parkeren, is er mogelijk een kans om meer te vergroenen. Voor de lange termijn is de verbinding van het groen in de A12 zone op stedelijk niveau van belang. In de studie Zuidwest staan diverse mobiliteitsmaatregelen genoemd. De meeste cruciale maatregelen kunnen worden gerealiseerd door de Woningbouwimpuls (WBI) subsidie en eerder beschikbaar gestelde middelen uit de Voorjaarsnota. De financiering van de HUB XL Papendorp is hierbij nog een aandachtspunt.

Maatschappelijke voorzieningen

Energie

Aandachtspunt voor de doorontwikkeling is dat we zicht moeten hebben op het kantelpunt voor de Merwedekanaalzone deelgebied 6. De milieueffectrapportage (MER) MWKZ stelt namelijk voorwaarden aan de doorgroei naar 10.000 woningen in de MWKZ. De mogelijkheid voor doorgroei zal moeten worden aangetoond met passende mobiliteitsmaatregelen. Zonder mobiliteitsoplossing komt de productie in de Merwedekanaalzone tot stilstand. De Merwedelijn (Wiel met spaken) is nu al wenselijk, maar wordt mogelijk bij de ontwikkeling van Merwedekanaalzone deelgebied 6 al noodzakelijk. Wat betreft de energietransitie zijn doelen geformuleerd die voor de gehele stad gelden en in een aantal gevallen een gebiedsspecifieke doelstelling of actie kennen. De Energievisie (voorzien voor eind 2022) zal op deelgebieden en op specifieke locaties doelen en maatregelen verder uitwerken. Bij de uitwerking van de Transitievisie warmte zal ook de volgorde van de aanpak van de wijken in de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij concreet worden gemaakt. De consequenties van het verzwaren en flexibeler maken van de energie infrastructuur zal in de komende jaren in vrijwel alle wijken in de stad zichtbaar worden. In de omgevingsvisie MWKZ en omgevingsvisie OV KET zijn de specifieke richtingen voor dit gebied bepaald. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen in Zuidwest.

Aandachtspunt is de werkelijke verplaatsing van de soft- en honkbal om extra sportvelden te realiseren en hier voldoende middelen voor beschikbaar te krijgen. Daarnaast bestaat de wens om horeca en een jongerenhuiskamer te realiseren in Kanaleneiland zuid.

MPR2022 | Mei 2022

46/104

4.3 Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern inclusief Rijnenburg De opgave In Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern blijven we de komende jaren volop werken aan de ontwikkeling van de stad. Het wordt een volwaardige en levensloopbestendige woonwijk voor alle leeftijden met gemengde centra die zijn gelegen nabij vervoersknooppunten. Het gebied biedt de mogelijkheid fors aan de stedelijke ambities bij te dragen, waaronder het toevoegen van veel aanbod op de Utrechtse woningmarkt zoals betaalbare en duurzame (huur)woningen, het realiseren van diverse voorzieningen en het creëren van meer werkgelegenheid. Specifiek is er aandacht voor het inpassen van huisvesting voor (kwetsbare) doelgroepen. Ruimte wordt geboden voor doorstroming in de woningmarkt, om de vergrijzing in Vleuten-De Meern op te kunnen vangen. Verder bestaat de opgave tot 2040 met name uit het toevoegen van meer dan 12.000 arbeidsplaatsen, begeleiden van de energietransitie en het bieden van ruimte voor duurzame energieopwekking in het gebied en de ontwikkeling van 100 hectare groen rondom de stad (Haarzuilens). De strategische opgaven concentreren zich rond de in te passen HOV-verbinding vanuit Leidsche Rijn Centrum richting Papendorp-Westraven. Daarmee wordt Papendorp een belangrijke knoop in het Wiel met Spaken, zowel bij het Taatsenplein als bij de afrit A2/Marinus van Tyrusviaduct.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3d331bb8-ceee-439f-95ce-f7ab7e7c1a6e