Meerjaren Perspectief Ruimte 2021.pdf
Tekst van het document
Dit wordt steeds verder ingekleurd naarmate de realisatie van de ambities dichterbij komt. Voor de bekostiging zijn naast de gemeentelijke ook subsidies uit fondsen van het Rijk en andere overheden nodig. Gezien de omvang van de mobiliteitsopgave is het belangrijk voldoende investeringsbudget beschikbaar te hebben om de kans op cofinanciering te benutten. Stijgende prijzen en de druk op de markt maken daarbij dat we met hetzelfde budget steeds minder kunnen doen. Op de lange termijn verwachten we op basis van de inzichten vanuit UNed een financiële opgave tot 2040 van enkele miljarden, afhankelijk van de gekozen oplossingen met rijk en regio. In 2021 wordt in UNed programma verder gewerkt aan de MIRT verkenning waarbij een kansrijk maatregelpakket van 500 miljoen euro voor OV en wonen in de regio Utrecht wordt ontwikkeld. Om voldoende zicht op bekostiging van dit pakket te hebben, reserveren Rijk en regio samen 380 miljoen euro. Wij sparen voor de cofinanciering van deze systeemsprong. Utrecht blijft inzetten op de aanleg van een nieuw treinstation Lunetten-Koningsweg en twee lightraillijnen. Een aanvraag van 2,1 miljard euro voor de aanleg van een nieuw treinstation LunettenKoningsweg en twee lightraillijnen bij het groeifonds, werd vrijdag 9 april door het demissionair kabinet afgewezen. We richten ons op de formerende partijen en het nieuwe kabinet.
De investeringen in bereikbaarheid blijven noodzakelijk voor de bouw van 73.000 woningen en de komst van 50.000 extra arbeidsplaatsen. Wij zullen moeten bijdrage aan de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV, passend bij een miljardeninvestering van het Rijk. Daarom reserveren we binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid 32 miljoen euro, als eerste stap richting deze bijdrage. De middelen reserveren we binnen het budget ‘systeemsprong mobiliteit’.
MPR2021 | Mei 2021
68/102
Voor een financieel overzicht van alle projecten die binnen het programma bereikbaarheid worden uitgevoerd verwijzen wij naar de vertrouwelijke bijlage ‘Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid’. Het huidige financiële beeld laat zien dat het programma bereikbaarheid tot en met 2028 volledig is geprogrammeerd met projecten of bestemd is voor specifieke doeleinden, zoals bijvoorbeeld de systeemsprong mobiliteit, schaalsprong fiets en aanpak 30km/u en verkeersveiligheid. 6.3.1
Budget beschikbaar voor herprogrammering
Voor 2021 is in totaal 12,569 miljoen euro beschikbaar voor herprogrammering. Dit bedrag voegen we toe aan het budget voor toekomstige investeringen in het mobiliteitsplan. Dit bedrag is beschikbaar gekomen door:
Hieronder lichten we de onderdelen toe: Voor- en nadelen op af te sluiten projecten Bij de jaarrekening 2020 zijn de volgende projecten afgesloten met een per saldo voordelig resultaat afgesloten:
Voor een verdere toelichting op de voor- en nadelen verwijzen we naar de jaarrekening 2020 (onderdeel paragrafen, af te sluiten investeringen). Inzet budget loon- en prijscompensatie: De gemeentelijke compensatie voor loon- en prijsstijgingen bedragen 0,6 miljoen euro incidenteel in 2020 en 0,303 miljoen euro structureel vanaf 2021, in totaal t/m 2040 een bedrag van 6,660 miljoen euro. De gemeentelijke bedragen voor loon- en prijscompensatie worden jaarlijks toegevoegd aan het programma om te voorkomen dat we steeds minder kunnen doen voor hetzelfde budget. Primair worden deze bedragen voor loon- en prijscompensatie gebruikt om knelpunten op bestaande projecten, in verband met indexatie, op te lossen. Het uitgangspunt is dat de budgetten voor de investeringen taakstellend zijn maar voor lang lopende projecten kan gelden dat sterk gestegen prijzen niet kunnen worden opgevangen binnen het oorspronkelijke budget. Deze prijsstijgingen moeten dan worden gecompenseerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Noordelijke Randweg Utrecht. Bij een volgende fase van een project (bijvoorbeeld van schetsontwerp naar voorlopig ontwerp) zal worden beoordeeld of ophoging van het budget in verband met prijsstijging noodzakelijk is. Het niet bestede deel voegen we toe aan het “Investeringsbudget Mobiliteitsplan t/m 2040” zodat het beschikbaar blijft voor toekomstige investeringen.
Deze bedragen kunnen betrokken worden bij de herprogrammering in het MPB nu en in de toekomst. Permanent prioriteren MPR2021 | Mei 2021
69/102
Bij vaststelling van de programmabegroting 2021 is besloten om gedurende 4 jaar 0,2 miljoen euro te korten op het budget voor mobiliteit, dit betekent dat we per saldo 0,8 miljoen euro minder aan projecten kunnen besteden. Bijdrage goederenvervoer Bij de vaststelling van de programmabegroting 2021 is besloten om voor het jaar 2021 0,150 miljoen euro te programmeren voor de voortzetting van de aanpak goederenvervoer tot medio 2021 en dit te dekken uit de reserve bereikbaarheid. Financiële techniek Bij het doorrekenen van de kasritmes van de projecten ontstaan afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren. Per saldo leiden deze afwijkingen tot een voordeel van ruim 2 miljoen euro dat beschikbaar is voor herprogrammering. Dit voordeel kan voor het grootste gedeelte worden verklaard doordat de vorming van vaste activa reserves van projecten vooruitloopt op de kosten die gemaakt zijn voor projecten. Hiervoor hebben we een correctie doorgevoerd in het programma bereikbaarheid, waardoor er per saldo minder uit de reserve bereikbaarheid onttrokken hoeft te worden. Verlaging kasritme uitvoeringsplanning naar 20% Bij de actualisatie van het kasritme in 2020 is een nieuwe systematiek ingevoerd ten opzichte van voorgaande jaren. Hierbij is het jaarlijkse kasritme van de uitvoeringsplanning aan de voorkant verlaagd met 10%.
Dit omdat we zien dat er in de afgelopen jaren minder is uitgegeven dan voor het betreffende jaar was begroot. De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn een ander kasritme bij de uitvoering van de projecten dan van te voren is ingeschat, en door het afsluiten van projecten met een positief resultaat. Gezien het beeld van afgelopen jaren dat het percentage onderbesteding een stuk hoger ligt dan deze verlaging van 10%, stellen we voor om het percentage onderbesteding vanaf 2021 te verhogen naar 20%. De bedragen van de onderbesteding in het ene jaar worden in het daarop volgende jaar telkens weer opgenomen in het kasritme omdat we weten dat de projecten moeten worden uitgevoerd. Dit levert eenmalig 1,1 miljoen euro aan financiële ruimte op in het kasritme. Budget voor opheffen parkeerplekken In 2020 is een bedrag van 2,9 miljoen euro beschikbaar gekomen als compensatie voor het opheffen van parkeerplaatsen in het stationsgebied. In 2020 hebben we deze middelen voor dit doel beschikbaar gehouden, mede gezien de nog op te heffen parkeerplekken in het stationsgebied/ beurskwartier. Omdat we niet verwachten deze middelen nog nodig hebben voor gederfde parkeeropbrengsten, kiezen we er voor deze bestemming eraf te halen. Hierdoor zijn deze middelen beschikbaar voor herprogrammering. 6.3.2
Inpassing van knelpunten en wensen en overige actualisatie
Zoals toegelicht wordt jaarlijks bij de actualisatie de beschikbare financiële ruimte ingezet voor nieuwe of lopende projecten (her)programmering) en wordt de uitvoeringsplanning van lopende en nieuwe projecten over de jaren bepaald en eventueel bijgesteld (kasritme). Bij de actualisatie zijn de volgende aanpassingen verwerkt: a. Herprogrammering knelpunten en investeringswensen b. Wijziging besteding binnen bestaande projecten c. Inpassing kasritme / jaarlijkse uitvoeringsplanning d. Budgettair neutrale aanpassingen Deze mutaties worden hieronder toegelicht. a. Herprogrammering knelpunten en investeringswensen Vanuit de incidenteel beschikbare middelen lossen we voor 15,935 miljoen euro aan knelpunten op. Dit is hoger is dan het beschikbare budget dat we toevoegen aan de reserve (12,569 miljoen euro). Per saldo is er hierdoor 3,368 miljoen euro minder in de reserve beschikbaar voor programmering t/m 2040. We lossen knelpunten op lopende projecten op en knelpunten die voortvloeien uit de uitvoering van bestaande projecten. Daarnaast programmeren we de middelen om aan bestuurlijke afspraken uit het
MPR2021 | Mei 2021
70/102
BO MIRT te voldoen, het gaat om de gemeentelijke bijdrage aan de no regretmaatregelen en het vervolg van de korte termijn aanpak. Tot slot sparen we aanvullend voor de As Votulast.
Knelpunten lopende projecten Voorrangsplein ’t Goylaan De aanpassingen aan het voorrangsplein op ’t Goylaan zijn in 2020 uitgevoerd. Een aantal werkzaamheden lopen nog door in 2021. De uitvoering kost naar verwachting 0,075 miljoen euro meer dan begroot. Het project wordt bij de jaarrekening 2021 afgesloten. Autobewegwijzering Voor autobewegwijzering is Utrecht opgeknipt in zes gebieden. Voor drie gebieden is de autobewegwijzering inmiddels aangepast. Voor de resterende drie gebieden worden de plannen afgerond en in 2021 uitgevoerd. Voor het afronden van de plannen en het aanpassen van de bewegwijzering op straat is het resterende budget onvoldoende, we voegen daarom 0,125 miljoen euro toe aan het budget. Mitigerende maatregelen n.a.v. uitvoering Vondellaan/Ledig Erf (Linschotensingel en Diamantweg) Uit de studie Zuidpoort blijkt dat met de aanpassingen op de Vondelaan/Ledig Erf en ’t Goylaan het drukker wordt op de Linschotensingel. Bij de verkeerslichten ontstaat hierdoor een nadelige situatie voor de leefbaarheid (wachtrijvorming). Uit de proef met het uitzetten van deze verkeersregeling bleek een oplossend effect met minder wachtrijvorming maar ook dat extra maatregelen op de Linschotensingel moeten worden genomen. Daarnaast verschuift de druk van het autoverkeer van de Vondellaan/Baden Powellweg naar de route over de Oranjebrug via de Waalstraat en de Diamantweg.
Om ervoor te zorgen dat de intensiteiten van het autoverkeer rond de huidige 5000 mvt/etmaal blijven zijn maatregelen noodzakelijk. Het betreft het autoluw inrichten van de Diamantweg naar een fietsstraat met een regime van 30 km/uur. Voor het totaal van deze maatregelen (Linschotensingel en Diamantweg) programmeren we 1,065 miljoen euro. De benodigde maatregelen voor de Waalstraat worden nader onderzocht. Bijdrage aan ontsluiting van ontwikkeling Fort de Gagel Fort de Gagel wordt in opdracht van de Vastgoedorganisatie Utrecht (VGU) in 2021/2022 gerestaureerd en herontwikkeld. De aanpak van het fort heeft een relatie met de gebiedsontwikkeling van het Noorderpark gezamenlijk met Staatsbosbeheer en de provincie. Voor de ontsluiting van het fort was een bijdrage van 0,185 miljoen euro uit het project Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) voorzien. Doordat de NRU is vertraagd, is deze bijdrage niet tijdig beschikbaar. Om de ontwikkeling van Fort de Gagel inclusief het omliggende gebied in 2022 af te ronden programmeren we de bijdrage aan de ontsluiting. Plankosten Ring Utrecht t/m 2022 MPR2021 | Mei 2021
71/102
De Ring Utrecht is een project waarin we de belangen van de gemeente zo goed mogelijk behartigen bij de ontwikkelingen en planning van Rijkswaterstaat over de A27. Gelet op de politieke ontwikkelingen, afspraken met het Rijk en de motie van de Raad om de omgeving te ondersteunen, programmeren we de dekking voor de voortzetting van de personele inzet. Anderzijds is een vertraging in planvorming en inzet mogelijk als gevolg van de uitspraak van de Raad van State over de A15. Mobiliteitsplan Het nieuwe mobiliteitsplan is eind 2020 vrij gegeven voor inspraak. In 2021 worden de reacties verwerkt in een reactienota en wordt het aangepaste mobiliteitsplan voorgelegd aan de raad. De geschatte kosten voor deze afrondende werkzaamheden in 2021 bedragen 0,3 miljoen euro. Programmering nieuwe investeringen
As Votulast (aanvullend reserveren)
Voor de As Votulast is ten behoeve van de leefbaarheid een volledige herinrichting gewenst, waarbij naar verwachting ook maatregelen nodig zijn in omliggende straten zoals de David van Mollemstraat, Draaiweg en de Johannes de Bekastraat. Op dit moment wordt gewerkt aan een ontwerp voor de (tijdelijke) inrichting van de Kop Oudenoord en Kaatstraat. Om de verkeersintensiteit op dit gedeelte te verlagen is éénrichtingsverkeer (gedeeltelijke knip) op de Kaatstraat uitgangspunt. Hierdoor is het noodzakelijk om ook de Oudenoord (het gedeelte tussen Monicabrug en Kaatstraat en het kruispunt) aan te passen. Dit wordt zoveel mogelijk gedaan met het oog op de definitieve inrichting waarbij vergroening de ambitie is. Deze herinrichtingsmaatregelen worden bekostigd met EIF-middelen (0,7 miljoen euro) en met de aanvullende middelen euro die hiervoor in 2019 gereserveerd zijn in het MPB (0,9 miljoen euro). Dit jaar wordt 2 miljoen euro geprogrammeerd voor de uitvoering van de Adelaarstraat in het kader van de no-regretmaatregel, en reserveren we aanvullend een bedrag van 0,3 miljoen euro voor het resterende deel van de As Votulast. Het totaal geprogrammeerde bedrag komt hiermee op 3,9 miljoen euro. Het benodigde budget voor een volledige inrichting van de gehele As Votulast en maatregelen op de Oudenoord bedraagt 8,5 miljoen euro.
Dit betekent dat we komende jaren nog een bedrag van 4,6 miljoen euro moeten programmeren. Herstel fietspad Waterlinieweg/Opaalweg/Amethistweg Voor de uitvoering van de motie voor het herstel van de fietsroute Waterlinieweg/Opaalweg/Amethistweg programmeren we 0,3 miljoen euro. We vragen daarnaast een subsidie aan bij de provincie in het kader van regionale fietsroutes. Toegankelijke bushaltes In samenwerking met provincie en vervoerder zijn de bushaltes geïnventariseerd die kansrijk zijn om te verbeteren qua toegankelijkheid. Voor de uitvoering van deze haltes selecteren we op gebruik (aantal instappers), kansen werk met werk maken met geplande herinrichtingen en onderhoudsprojecten en op de aanwezigheid van voorzieningen in de buurt van de halte. We programmeren 0,25 miljoen euro om komend jaar een aantal haltes aan te pakken, we zijn daarnaast in overleg met de provincie om cofinanciering te organiseren voor het verder toegankelijk maken van bushaltes. Deelmobiliteit Utrecht zet sterk in op het vergroten van het gebruik en aanbod van deelmobiliteit. Vanaf 2021 heeft Utrecht een vergunningstelsel voor deelmobiliteit. Alleen deelbakfietsen (nu nog in pilotfase) en deelauto's (eigen regelgeving) maken nog geen onderdeel uit van dit vergunningstelsel. In 2021-2025 willen we verder investeren om de bekendheid van deelmobiliteit te vergroten.
Daarnaast willen we 4 buurthubs realiseren, bij belangrijke overstappunten en eindbestemmingen in de openbare ruimte maximaal 25 mobiliteitshubs realiseren en nog eens 5000 Utrechters stimuleren van deelmobiliteit gebruik te maken. Hiervoor programmeren we 0,3 miljoen euro. Pilot speedpedelec De speedpedelec heeft de potentie om automobilisten te verleiden om ook op de langere afstanden de fiets te nemen in plaats van de auto. De speedpedelec wordt gezien als brommer en moet daarom in de MPR2021 | Mei 2021
72/102
stad op de rijbaan tussen de auto’s rijden, wat veel potentiële gebruikers weerhoudt om de speedpedelec te gebruiken. De pilot speedpedelec is erop gericht om speedpedelec berijders de keuze te geven (door middel van een individuele vergunning) tussen met aangepast snelheid meerijden op het fietspad, of sneller op de rijbaan. Daarnaast voeren we een uitgebreide informatie campagne voor alle weggebruikers en zijn er monitoringskosten en handhavingskosten. De geraamde kosten zijn 0,4 miljoen euro. Goederen vervoer In de MPR/VJN 2020 zijn incidenteel middelen toegekend ten behoeve van beleidsinzet Goederenvervoer, de ontwikkeling van een nieuw uitvoeringsprogramma en de bekostiging van maatregelen tot en met de 1e helft van 2021. In de tweede helft van 2021 willen we de data op orde brengen om goederen vervoer te kunnen meten en monitoren en willen we het subsidieprogramma efficiënte en duurzame stadslogistiek actualiseren en aanvullen. Om deze acties uit te voeren programmeren we 0,1 miljoen euro. Gemeentelijke bijdrage aan bestuurlijke afspraken Gemeentelijke bijdrage Korte Termijn Aanpak (KTA) In het BO MIRT(november 2019) hebben Rijk en Regio afgesproken de KTA te verlengen van 2021 naar 2024 en tevens te versterken.
De KTA richt zich op korte termijn maatregelen op het gebied van mobiliteit- en verkeersmanagement en smart mobility die moeten bijdragen aan bereikbaarheids-, leefbaarheids- en duurzaamheidsopgaven in de regio Utrecht. Hiervoor dragen Rijk en regio in totaal 20 miljoen euro bij, waarvan het rijk 10 miljoen. Op basis van de voorlopige regionale verdeling is de bijdrage voor de gemeente Utrecht 4,28 miljoen euro. Binnen het programma bereikbaarheid was hiervoor bij het MPR 2020 1,55 miljoen euro gereserveerd. Het resterende bedrag van 2,73 miljoen euro voegen we nu toe aan dit budget. Bijdrage UNed no regretmaatregelen In het BO MIRT van november 2020 is afgesproken dat Rijk en regio in 2021 een bestuursovereenkomst (convenant) tekenen voor de uitvoering van de 1e tranche no-regretmaatregelen. In de bestuursovereenkomst worden de afspraken vastgelegd over onder andere de dekking van de maatregelen. Het Rijk zal maximaal 33% van de kosten van deze tranche bijdragen met een maximum van 15 miljoen euro (incl. btw). De provincie Utrecht en de gemeente Utrecht dragen elk maximaal 33% van de kosten met een maximum van 15 miljoen euro (excl. btw).
De eerste tranche maatregelen binnen de gemeentegrens van Utrecht bestaat uit de volgende projecten: ▪ de fietsmaatregelen; de zogenaamde route om de zuid en de route om de noord, ▪ de busbaan Merwedekanaalzone (Europalaan Zuid), ▪ de OV verbinding tussen Station Overvecht en USP. De gemeentelijke bijdrage van 15 miljoen euro was voor 5,594 miljoen euro geregeld met reeds geprogrammeerde projecten en gereserveerde bedragen. Dit jaar programmeren we het resterende budget van 9,406 miljoen euro waarmee we voldoen aan de gemaakte afspraken in het BO MIRT. Hieronder een samenvatting van de projecten die vanuit de gemeentelijke bijdrage worden en bekostigd:
MPR2021 | Mei 2021
73/102
Naast bovenstaande gemeentelijke middelen ontvangen we voor fietsmaatregelen om de Zuid een provinciale subsidie van 1,381 miljoen euro voor het project fietsroute richting Lunetten. Ook is in het BO MIRT overeengekomen dat de gemeente Utrecht een aantal projecten uitvoert waarvoor we subsidie van de provincie ontvangen, bij de budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen is opgenomen welke projecten dit betreft. b. Wijziging besteding binnen bestaande projecten Onderzoek Demkabrug en opstarten fietsroute langs spoor Amsterdam Per saldo herprogrammeren we een bedrag van 0,287 miljoen euro voor het onderzoek naar de Demkabrug en het opstarten van het project fietsroute langs spoor Amsterdam vanuit de beschikbare middelen schaalsprong fiets en de resterende middelen van het project regionale fietsroutes. Het oorspronkelijke projectbudget voor het project fietspad langs spoor Amsterdam blijft ook dit jaar ‘on hold’ voor het mogelijk benutten van kansen voor inpandige fietsstallingen in de binnenstad en stationsgebied. Dit budget is vooralsnog aanvullend nodig op de middelen die we in het integraal investeringspakket programmeren voor de inpandige fietsstallingen. We willen het onderzoek naar de Demkabrug en de fietsroute opstarten omdat we ook de middelen programmeren voor het onderzoek naar de spooronderdoorgang Boorstaat, zie daarvoor ook het integraal investeringsvoorstel.
Hierdoor kan het traject van Demkabrug tot en met Boorstraat in zijn geheel worden onderzocht. Noordelijke Randweg Utrecht De focus bij de planvorming NRU wordt verlegd naar het onderzoeken van kansrijke alternatieven (spoor 2), gezamenlijk met het Ministerie van I&W en de Provincie Utrecht. De kosten voor deze verdere uitwerking (reguliere projectkosten) vallen binnen het voorbereidingskrediet. Wij stellen voor specifieke bestedingen voor spoor 2 zoals de extra kosten voor specifieke onderzoeken (0,150 miljoen euro), koop stikstofrechten (0,278 miljoen euro) en verwerving gronden (0,025 miljoen euro), te dekken uit dit voorbereidingskrediet. Ook een alternatieve oplossing voor de NRU zal naar alle waarschijnlijkheid stikstofneerslag veroorzaken in Natura-2000 gebieden. Daarom is het proces in gang gezet om stikstofrechten van een veehouder in Stichtse Vecht aan te kopen waarmee de toekomstige toename van stikstofdepositie door de nieuwe NRU extern kan worden gesaldeerd. De veehouder is bereid zijn stikstofrechten te verkopen wanneer hij met de gemeente Stichtse Vecht tot afspraken kan komen over bestemmingsplanwijziging van zijn perceel. De minnelijke verwerving betreft een strook grond op de kruising Einsteindreef/NRU.
MPR2021 | Mei 2021
74/102
Binnen het reeds beschikbaar gestelde gemeentelijk budget voor de NRU is voldoende dekking voor de projectkosten en deze specifieke uitgaven. c. Inpassing kasritme Hier lichten we toe bij welke projecten we een substantiële verschuiving voorstellen in de uitvoeringsplanning (kasritme), dit heeft effect op de beschikbare ruimte in de reserve.
As Votulast In 2019 is in het programma bereikbaarheid een bijdrage van 0,9 miljoen euro gereserveerd voor de As Votulast in 2024. Omdat we deze bijdrage willen inzetten voor de uitvoering van de eerste fase (de gedeeltelijke knip Kaatstraat en Maatregelen David van Mollemstraat ‐ Draaiweg ‐ Johannes de Bekastraat) moeten we in 2022 al over dit geld kunnen beschikken. Gemeentelijke bijdrage maatregelenpakket minder hinder De komende jaren wordt op diverse tracés gewerkt aan de verbetering van de doorstroming van het snelwegennet rond Utrecht. Het gaat hierbij om de Rijkswaterstaatprojecten Ring Utrecht (A12/A27), A27 Houten-Hooijpolder, knooppunt Hoevelaken (A1/A28) en om de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). Rijkswaterstaat, provincie en gemeente werken aan een gezamenlijk plan om de hinder voor alle verkeersdeelnemers tijdens de deels gelijktijdige uitvoering van deze werkzaamheden zoveel mogelijk te beperken. Gelijktijdig worden kansen voor gedragsverandering van de automobilist voor duurzaam mobiliteitsgebruik benut. Partijen hebben in een gezamenlijke Minder Hinder-aanpak een pakket van maatregelen opgesteld op het gebied van slim plannen, slim bouwen, communicatie en mobiliteits- en verkeersmanagement. Bestuurlijk is afgesproken dat de gemeente Utrecht 5 miljoen euro bijdraagt aan dit maatregelenpakket. Door vertragingen in de projecten (o.a.
door het stikstofdossier) en omdat de dekking voor dit pakket eerst van RWS/project Ring Utrecht komt is de gemeentelijke bijdrage pas in 2026 nodig d. Budgettair neutrale aanpassingen Onderstaande aanpassingen betreffen mutaties van projectenbudgetten waar bijdragen van derden (subsidies) tegenover staan. Deze aanpassingen zijn daarom budgettair neutraal.
Stimuleringsregeling verkeersveiligheid Door de provincie is een subsidie toegekend van 1,447 miljoen euro voor het uitvoeren van kosteneffectieve en risico gestuurde infrastructurele maatregelen op het onderliggende wegennet om de verkeersinfrastructuur verkeersveiliger te maken. De subsidie is onder andere bestemd voor het verbeteren van de openbare ruimte in de buurt Taagdreef, voor het aanleggen van een rotonde op de
MPR2021 | Mei 2021
75/102
Moldaudreef, voor het verbeteren van de inrichting van de Johan Wagenaarkade en voor de aanleg van schoolzones. Budgetten afkoop allonge Uithoflijn Bij de afwikkeling van de allonge Uitholfijn is een bedrag beschikbaar gesteld van 0,511 miljoen euro. Hiervan is een bedrag van 0,4 miljoen euro bestemd voor de Padualaan. Dit bedrag voegen we toe aan het project “nieuwe route Rijnsweerd-noord” en het krediet verhogen we overeenkomstig. Het resterende bedrag van 0,111 miljoen euro wordt besteed aan het vestigen van zakelijke rechten voor de Uithoflijn. OV-doorstroming De provincie draagt bij aan maatregelen die de gemeente Utrecht uitvoert ten behoeve van de doorstroming van het openbaar vervoer. De maatregelen zijn het resultaat van het onderzoek naar de doorstroming van het OV op 5 trajecten. Vechtroute De bijdrage van de Provincie van 1 miljoen euro is bestemd voor de westzijde van de Vechtroute, het deel tussen de David van Mollembrug en Rode Brug. Busbaan Dichterswijk/ Nelson Mandelabrug Hergebruik van het brugdek van de Nelson Mandelabrug, onderdeel van het tracé busbaan Dichterswijk, is niet mogelijk. Het huidige brugdek kan niet minimaal 20 jaar mee zonder buitensporige onderhoudslasten en voldoet niet aan de wettelijke Europese richtlijnen.
De tijdelijke situatie is voor een veilig gebruik gedurende maximaal 3 jaar tegen de laagst mogelijke kosten ingevuld en er wordt over gegaan tot de aanschaf van een nieuw brugdek. Uiterlijk in 2023 dient het brugdek te zijn vervangen. De aanbesteding voor de selectie van een aannemer is opgestart. Voorgesteld wordt om, als uitzondering op de afschrijvingstabel voor investeringen in maatschappelijk nut, deze tijdelijke investering van 2 miljoen euro in 3 jaar lineair af te schrijven (regulier is 15 jaar). Deze verkorte afschrijvingsduur kan worden gedekt uit het krediet Busbaan Dichterswijk. Proof of Concept (PoC) In navolging van de oplevering van het PoC project transitie 2020 is door de provincie Utrecht een aanvullende opdracht gegeven voor het verder toepassen van het Dynamisch Verkeersmanagementsysteem in Utrecht Zuid voor een bedrag van 0,306 miljoen euro. Deze middelen worden in de investeringsstaat toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor verkeersmanagement. Slimme kruisingen In opdracht van de provincie voeren we diverse werkzaamheden uit op het gebied van intelligente Verkeersregelinstallaties en glasvezelverbindingen. De kosten (1,29 miljoen euro) worden volledig vergoed voor de provincie.
Elektrisch Vervoer Binnen het project Elektrisch Vervoer zijn afspraken gemaakt met de andere G4 steden om binnen diverse deelprojecten een bijdrage te leveren op de (beleids)inzet die vanuit de gemeente Utrecht plaatsvindt. De totale bijdrage van de andere G4 gemeenten bedraagt € 215.000. Deze middelen worden in de investeringsstaat toegevoegd aan de beschikbare middelen voor Aanpak Luchtkwaliteit. Onderdoorgang Locomotiefstraat De beschikking van 4,1 miljoen euro van de provincie voor de onderdoorgang van de Locomotiefstraat (Cartesiusdriekhoek) is ontvangen. Daarnaast draagt de NS een bedrag van 1,5 miljoen euro bij op basis van een anterieure overeenkomst. In de kostenraming van het project was hiermee al rekening gehouden. We vragen dit krediet nu ook vrij bij de 1e bestuursrapportage 2021.
MPR2021 | Mei 2021
76/102
Foto: Spooronderdoorgang Locomotiefstraat Provinciale bijdragen no-regretmaatregelen Zoals hierboven toegelicht is in het BO- MIRT ook overeengekomen dat de gemeente Utrecht een aantal projecten uitvoert, waarvoor we subsidie van de provincie ontvangen.
6.3.3
Financieel beeld programma bereikbaarheid t/m 2040
In onderstaande tabel is het beschikbare budget binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid opgenomen voor de periode 2021-2040. Dit betreft het budget voor geprogrammeerde investeringen, gelabelde programmabudgetten, de gemeentelijke bijdrage voor de systeemsprong en het overige investeringsbudget. De bedragen zijn de totaal beschikbare bedragen voor de investeringen, inclusief het al bestede deel in afgelopen jaren.
MPR2021 | Mei 2021
77/102
In de vertrouwelijke bijlage “Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid “ is te zien welk deel van de budgetten nog beschikbaar is. Het geprogrammeerde investeringsbudget bestaat uit alle lopende investeringen, waarvoor de kredieten (gedeeltelijk) zijn vrij gegeven. De gelabelde programmabudgetten zijn alle meerjarige budgetten (opgeteld t/m 2040) die bij de voorjaarsnota 2018 ter beschikking zijn gesteld. Dit zijn de budgetten voor systeemsprong fiets, aanpak 30 km/u, verkeersveiligheid, mobiliteitsmanagement, verkeersmanagement en luchtkwaliteit. Besteding van deze gelden vindt plaats conform de doelstellingen van deze budgetten. Wanneer we nog geen concrete invulling voor deze budgetten hebben, is het kasritme opgenomen in het jaar waarin de budgetten beschikbaar gesteld worden. In het algemeen geldt dat voor de korte termijn het merendeel van deze budgetten is ingevuld. Voor de langere termijn kunnen we hier nog een invulling geven. Per budget lichten we dit hierondertoe: ▪ Vanuit het budget voor de schaalsprong fiets (33,7 miljoen) worden op korte termijn onder andere de maatregelen uit coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’, onderzoeken naar regionale- en snelfiets-routes en de onderdoorgang Nicolaas Beetsstraat uitgevoerd.
Daarnaast voegen we de budgetten die vanuit de programmering voor Speedpedelecs en het uitvoeren van de motie Herstel Waterlinieweg beschikbaar zijn gekomen, toe aan het budget voor de schaalsprong Fiets. ▪ Vanuit het actieplan verkeersveiligheid (24,9 miljoen euro) en de 30 km zone (18,3 miljoen euro) zijn voor de periode tot en met 2024 projecten geprogrammeerd. Daarnaast voeren we vanuit deze budgetten ook een aantal maatregelen in het kader het coronamaatregelenpakket ‘investeren met maatschappelijk rendement’ uit. ▪ Voor mobiliteits- en verkeersmanagement (26,3 miljoen euro) is een structureel budget beschikbaar van 1,140 miljoen euro. Daarnaast is er tot en met 2024 geld geprogrammeerd voor de uitvoering van projecten, waaronder de gemeentelijke bijdrage voor de Korte termijn Aanpak en het opstarten van deelmobiliteit. ▪ Voor maatregelen Luchtkwaliteit (24,3 miljoen euro) is het budget tot en met 2024 geprogrammeerd. ▪ Tot en met 2040 sparen we voor de systeemsprong een bedrag van 144,5 miljoen euro. In het kader van U-Ned leveren vanuit dit budget een bijdrage van 112,5 miljoen euro aan de BO-MIRT verkenning en daarnaast reserveren we binnen dit budget de resterende 32 miljoen euro als eerste stap in de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV. Naast bovenstaande gelabelde budgetten bevat het MPB nog het ‘investeringsbudget Mobiliteitsplan’.
De middelen binnen het budget zitten nog niet in het kasritme en daardoor loopt de reserve in het huidige financiële beeld op tot 121,1 miljoen euro. Met het mobiliteitsplan 2040 scherpen we de keuzes aan die nodig zijn voor een groeiende stad. Het mobiliteitsplan 2040 is daarmee richtinggevend voor de prioritering van projecten. Tegelijkertijd brengt het plan een aanzienlijke financiële opgave met zich mee. De totale investeringen die benodigd zijn om de ambities uit het plan te realiseren worden geschat op zo’n 2,5 tot 4 miljard euro. Voor een substantieel deel daarvan zal een beroep worden gedaan op andere overheden. Het aandeel van de gemeente in de dekking zal deels moeten komen uit het ‘investeringsbudget Mobiliteitsplan’. MPR2021 | Mei 2021
78/102
6.3.4
De stand van de reserve bereikbaarheid
In onderstaande tabel is de jaarplanning voor de komende 10 jaar opgenomen. De jaarlijkse toevoeging betreft de budgetten die beschikbaar zijn vanuit de gemeentelijke begroting voor investeringen binnen het programma bereikbaarheid. De jaarlijkse onttrekking betreft de netto verwachte uitgaven (dus alleen de gemeentelijke budgetten) op basis van de uitvoeringsplanning van projecten voor komende jaren, inclusief de herprogrammering 2021 en de verwerking van coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’ bij de programmabegroting 2021. Hierbij zijn alle mutaties (a t/m c) zoals in dit hoofdstuk toegelicht verwerkt. Dit leidt tot het volgende beeld van de verwachte jaarlijkse uitgaven bereikbaarheid en de stand van de reserve.
Op basis van de jaarafsluiting 2020 is de eindstand van de reserve bereikbaarheid 14,770 miljoen euro na verwerking van de bestedings- en dekkingsvoorstellen. Dat is 7,081 miljoen euro hoger dan begroot. Bij de begroting 2020 was rekening gehouden met 10% vertraging in de uitgaven, wat neerkomt op een bedrag van 3,7 miljoen euro. De werkelijke onderbesteding is 10,781 miljoen euro. (zie ook 3e W in de jaarrekening 2020). In de grafiek wordt de ontwikkeling van de stand van de reserve weergegeven na verwerking van de herprogrammering en de nieuwe uitvoeringsplanning.
MPR2021 | Mei 2021
79/102
De stand van de reserve tot 2040 loopt op tot een bedrag van 121,1 miljoen euro (zie grafiek). Dit is het nog niet geprogrammeerde en gelabelde investeringsbudget Mobiliteitsplan 1. Dit bedrag is bestemd voor investeringen op middellange en lange termijn in het kader van het mobiliteitsplan en is beschikbaar voor invulling door toekomstige colleges. Het bedrag is verlaagd met 3,368 miljoen euro ten opzichte van 2020. Deze verlaging komt doordat we per saldo minder middelen toevoegen dan onttrekken aan het beschikbare investeringsbudget Mobiliteitsplan. De toevoeging bedraagt 12,569 miljoen euro. We lossen 15,936 miljoen euro aan knelpunten en wensen op. Dus per saldo neemt het investeringsbudget Mobiliteitsplan af met 3,368 miljoen euro.
6.4
Actualisatie Parkeerexploitatie
Inleiding In de gemeente Utrecht is gekozen voor groei binnen de bestaande stad, met de ambitie om de groeiende stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar te houden voor iedereen. Een goed georganiseerde stedelijke mobiliteit is een belangrijke voorwaarde om deze ambities waar te maken. Het parkeerbeleid voor fietsen en auto’s is als onderdeel van het mobiliteitsbeleid, een belangrijk instrument dat we kunnen inzetten om de stad leefbaar en bereikbaar te houden. Dit doen we o.a. door de parkeerdruk te reguleren, alternatieven voor straatparkeren te bieden en voldoende ruimte te geven aan fietsparkeren. In de toekomst zien we de volgende ontwikkelingen in het parkeerbeleid die invloed zullen hebben op de baten en lasten van de parkeerexploitatie. De verwachting is dat zowel de baten als de lasten in de toekomst zullen toenemen en dat de opbrengst uit de parkeerexploitatie per saldo zal afnemen. In onderstaand tabel is het verloop van de parkeerbaten en -lasten tot 2040 weergeven. Het verloop is gebaseerd op een prognose van aannames en is geen weergave van reeds genomen besluiten. Ontwikkelingen die we zien bij de parkeerbaten en -lasten zijn: ▪ Noodzakelijke uitbreiding betaald parkeren in verband met gebiedsontwikkeling ▪ Gewenste uitbreiding betaald parkeren (betalen voor gebruik van openbare ruimte) ▪ Opheffen parkeerplekken o.a.
binnenstad (verbeteren kwaliteit van de openbare ruimte) ▪ Realisatie van voorzieningen om parkeren op afstand te realiseren; de verwachting is dat deze voorzieningen niet kostendekkend kunnen worden geëxploiteerd. ▪ Uitbreiding fietsparkeren (o.a. stationsgebied en binnenstad): Op Utrecht Centraal zijn op dit moment voldoende inpandige plekken fietsparkeren beschikbaar maar voor 2030 voorzien we een tekort van 9100 plaatsen. Het Rijk kan 40% van de investeringskosten bijdragen; kansrijke locaties worden onderzocht. In de binnenstad wordt capaciteit toegevoegd door de opening van House Modernes, maar daarmee is het tekort nog niet opgelost. Er lopen gesprekken over uitbreiding van gebouwde fietsparkeervoorzieningen aan de Catharijnesingel en bij het Moreelsepark.
In het MPR2020 was het nog te programmeren investeringsbudget Mobiliteitsplan opgeknipt in investeringsbudget verbindingswegen, investeringsbudget OVT na pilot en investeringsbudget SRSRSB. Deze budgetten zijn vanaf dit jaar samengevoegd.
1
MPR2021 | Mei 2021
80/102
Actualisatie meerjaren parkeerbegroting In het MPR wordt jaarlijks de meerjaren parkeerbegroting geactualiseerd. Alleen mutaties waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden worden verwerkt in de actualisatie en vervolgens als begrotingswijziging opgenomen in de gemeentelijke programmabegroting. We zien de volgende ontwikkelingen die invloed hebben op de parkeerexploitatie 2021 en verder: ▪ Corona pandemie; De lagere parkeerbaten als gevolg van de Corona-crisis zijn niet verwerkt in de geactualiseerde parkeerbegroting. Over de afwijking van de gerealiseerde baten ten opzichte van de begrote baten wordt gerapporteerd in de bestuursrapportage. Hiermee blijven de gevolgen van de Corona-crisis goed inzichtelijk. ▪ De gerealiseerde baten in 2020 wijken af van de werkelijke begroting. Bij autoparkeren zijn de baten lager als gevolg van de coronacrisis, en bij fietsparkeren hoger door onder andere het exploiteren van de stationsstallingen Utrecht CS. ▪ Achterblijvende oplevering van de geplande gebiedsontwikkelingen bij de parkeergarage Croeselaan; Hierdoor zijn de parkeeropbrengsten lager dan verwacht bij de oorspronkelijke businesscase. Daarnaast hebben parkeerders (goedkopere) alternatieven in de buurt gevonden. Door de parkeervraag van toekomstige gebiedsontwikkelingen zal het gebruik van parkeergarage Croeselaan gaan toenemen.
Daarnaast zullen ook maatregelen worden genomen om het gebruik te optimaliseren. ▪ Wanneer de financiële ruimte het toelaat zal, conform het coalitieakkoord, de Oude Gracht en Janskerkhof parkeervrij worden gemaakt. ▪ De kosten voor exploitatie van de huidige stations fietsenstallingen Utrecht CS worden tot medio 2021 gedeeld met ProRail en NS. Vanaf medio 2021 vervalt de bijdrage van ProRail aan de exploitatie. Verlenging van de samenwerkingsovereenkomst met NS wordt voorbereid. ▪ Met Kleppiere, de eigenaar van Hoog Catharijne, zijn we in gesprek over het realiseren van extra fietsenstallingen in Hoog Catharijne. ▪ Voor station Lunetten en Vaartsche Rijn lopen onderzoeken naar uitbreiding van de fietsparkeercapaciteit. Dit doen we samen met ProRail.
MPR2021 | Mei 2021
81/102
In de tabellen mutaties autoparkeren en fietsparkeren is opgenomen welke aanpassingen hebben plaatsgevonden op de geactualiseerde parkeerexploitatie. 1. Mutaties autoparkeren
Toelichting: ▪ Zoals reeds toegelicht bij de ontwikkelingen blijven de parkeerbaten van de parkeergarage Croeselaan achter. De verwachting was dat de exploitatie vanaf 2021 positief zou zijn. Op basis van nieuwe doorrekening door een extern adviesbureau, verwachten wij tot en met 2025 een jaarlijks tekort tussen de 1,3 en 1,8 miljoen euro voor de parkeergarage Croeselaan. Na MPR2021 | Mei 2021
82/102
▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
realisatie van de geplande ontwikkelingen rondom de Croeselaan is de verwachting dat de daarmee samenhangende inkomsten vanaf 2026 alsnog gerealiseerd zullen worden waarmee voor de gehele investeringsperiode er alsnog een sluitende businesscase zal zijn. De beheerlasten van de parkeergarage Croeselaan vallen iets lager uit door een wijziging in de bemensing (0,225 miljoen euro). P+R Papendorp is verplaatst en uitgebreid en zal in 2021 gereed worden gemeld. De gereedmelding zal vanaf 2022 leiden tot lagere kapitaallasten i.v.m. het niet volledig benutten van het investeringskrediet. In het laatste exploitatiejaar is rekening gehouden met hogere lasten in verband met opruimkosten van het parkeerterrein (0,306 miljoen euro). Het contract voor tijdelijke parkeerplaatsen bij het NH-hotel is vervallen na herinrichting van het gebied (lagere baten); Dit is nog niet structureel verwerkt in de begroting. De lagere baten en lasten voor de combikaart is het gevolg van het nieuwe P+R product. Doordat het OV-deel voortaan rechtstreeks met de vervoerders wordt afgerekend, vervalt het systeem dat de gemeente deze inkomsten ontvangt en vervolgens weer afdraagt aan de OVmaatschappij. De uitbreiding van betaald parkeren vanaf april 2020 levert extra baten op.
Aangezien dit woonwijken betreft levert het per saldo geen extra opbrengsten op omdat de kosten van het verlenen van vergunningen en handhaven nagenoeg even hoog zijn. De aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen is aanbesteed en leidt tot hogere kosten.
Binnen de parkeerexploitatie is zoveel mogelijk gezocht naar beschikbare ruimte om het tekort van de parkeergarage Croeselaan te dekken en hiervoor zo min mogelijk uit de parkeerreserve te hoeven onttrekken. Het voorstel is om de volgende budgetten in te zetten voor de derving van de parkeeropbrengsten Croeselaan: ▪ Een deel van het budget voor positieve en stimulerende fietsmaatregelen (tot en met 2025 jaarlijks 0,3 miljoen euro). ▪ Fietsenstalling Lange Koestraat wordt met de opening van House Modernes omgebouwd van een openbare fietsenstalling naar een buurtstalling zonder bemensing. Door de opening van House Modernes eind 2021 is er een goed alternatief in de buurt. Daarmee vallen de exploitatiemiddelen van deze fietsenstalling vrij (0,22 miljoen euro). ▪ De fietsenstalling in de openbare ruimte op het Smakkelaarsveld is opgeheven. Het vrijgevallen budget (0,288 miljoen euro) kan hiermee t/m 2025 voor 0,2 miljoen euro ingezet ter dekking van het exploitatietekort Croeselaan. ▪ Het overige tekort Croeslaan wordt gedekt vanuit de parkeerreserve. Vanaf 2026 zullen de budgetten voor positieve en stimulerende fietsmaatregelen, het budget Lange Koestraat en het budget Smakkelaarsveld worden ingezet voor onderzoek, inrichting en exploitatie van nieuwe fietsenstallingen in o.a. het stationsgebied.
MPR2021 | Mei 2021
83/102
2. Mutaties fietsparkeren
Toelichting: ▪ Het beheer van het fietsdepot en de opkoopregeling van gehandhaafde fietsen die niet door de eigenaar worden opgehaald zijn aanbesteed. De aanbestedingen hebben geleid tot een lagere prijs per fiets in de opkoopregeling (0,1 miljoen euro) en hogere beheerkosten voor het fietsdepot (0,06 miljoen euro). ▪ Aan de Nieuwe Keizersgracht is een buurtstalling gehuurd (0,021 miljoen euro). ▪ Het beheer en onderhoud van de fietsenstallingen aan de Vaartsche Rijn wordt door de NS uitgevoerd en aan de gemeente gefactureerd. ▪ De kosten voor het afvoeren van gehandhaafde weesfietsen in NS-stallingen vallen hoger uit. ▪ Het contractbeheer van het Fietsroute Informatiesysteem (FRIS) wordt voor de komende vijf jaar uitgevoerd door de firma Lumiguide, die het systeem ook heeft ingericht. Dit betreft een budget neutrale mutatie. ▪ Het huidige fietsdepot aan de Kanaalweg moet in verband met de herontwikkeling Merwedekanaalzone verhuizen. Op het industrieterrein Overvecht is een tijdelijke vervangende ruimte gehuurd waar het depot medio 2021 naar toe zal verhuizen. De huur van het tijdelijke depot is lager dan het budget dat hiervoor in de begroting is opgenomen. Het budget valt met de verhuizing vrij (0,212 miljoen euro) en wordt ingezet om de andere mutaties in de exploitatie op te vangen.
▪ De verhuizing van het fietsdepot leidt in 2021 incidenteel tot hogere kosten (0,778 miljoen euro) en bestaat uit; verhuis- en inrichtingskosten van het nieuwe depot (0,555 miljoen euro), tijdens de verhuizing is het depot aan de kanaalweg nog in gebruik en zal er in verband met dubbel gebruik de huurkosten tot medio 2021 doorbetaald worden (0,095 miljoen euro). Daarnaast heeft het huidige fietsdepot op moment van verhuizen een boekwaarde die afgewaardeerd moet worden (0,128 miljoen euro). ▪ De verhuizing van het fietsdepot (0,778 miljoen euro) wordt deels gedekt uit het exploitatiebudget House Modernes die vanwege latere opening vrijvalt, en deels worden gedekt uit de parkeerreserve.
MPR2021 | Mei 2021
84/102
3. Toelichting parkeer- en onderhoudsreserve Parkeerreserve Het doel van de egalisatiereserve parkeren is om schommelingen in bepaalde baten of lasten tussen de jaren te egaliseren. Dit kunnen verwachte en onverwachte schommelingen zijn. De reserve heeft een plafond van maximaal 15% van de parkeerbaten. Begrote onttrekkingen in een jaar zullen alleen in werkelijkheid plaatsvinden wanneer dit nodig is voor een sluitende begroting.
Daarnaast wordt jaarlijks uit de reserve meerjarige investeringen bereikbaarheid (MIB reserve) een bedrag van 0,053 miljoen euro onttrokken tot en met 2024. Dit bedrag is ter compensatie van de inkomstenderving Mariaplaats vanwege het opheffen van de straat parkeerplekken. Onderhoudsreserve De onderhoudsreserve is ingesteld om de schommelingen van het meerjarig groot onderhoud aan parkeergarages, transferia en stallingsvoorzieningen op te kunnen vangen. In de jaren 2022 en 2023 is de verwachting dat het regulier onderhoudsbudget voldoende is en zullen er geen onttrekkingen plaatsvinden.
MPR2021 | Mei 2021
85/102
6.5 6.5.1
Financieel beeld gebiedsopgaven Parameters en uitgangspunten bij de actualisatie van grondexploitatieprojecten
Het nog te realiseren deel van de grondexploitaties wordt doorgerekend op basis van een veelheid aan aannames. Deze paragraaf geeft een toelichting bij de belangrijkste kosten- en opbrengstenparameters en de hierbij gehanteerde uitgangspunten. De mogelijke beweging rond deze parameters is vertrekpunt voor de scenario’s zoals die zijn beschreven in dit hoofdstuk voor de onderdelen binnenstedelijke grondexploitaties, Leidsche Rijn en Stationsgebied. Bij de actualisatie 2021 zijn de parameters indexering woningbouw beperkt gewijzigd ten opzichte van de actualisatie 2020. Discontovoet De discontovoet is dit jaar bijgesteld van 1,72% naar 1,65% . De discontovoet is hierdoor gelijk aan de rekenrente, die ook is verlaagd van 1,72% naar 1,65%. Toegerekende rente 2020 De werkelijke rente in 2020 bedroeg 1,56% en is over 2020 ook daadwerkelijk toegerekend op basis van het onderhandenwerksaldo per grondexploitatie per 1 januari. Indexering kosten Standaard is een jaarlijkse indexatie van de kosten 2%. Vanwege onzekerheden als gevolg van het coronavirus is gekozen om wel een kostenstijging op te nemen, maar in mindere mate dan vorig jaar. Voor de kostensoort “verwerving” is een indexering van respectievelijk 3% gehanteerd in 2021 vanwege de aanhoudende hoge woningprijzen. Indexering opbrengsten Standaard is een indexatie van de opbrengsten conform de contractvoorwaarden.
Daar waar geen contractpositie aanwezig is, worden de nog te realiseren opbrengsten jaarlijks geïndexeerd met 1%. Het kantoorprogramma, bedrijfskavels, detailhandel en horeca wordt niet geïndexeerd.
Fasering woningbouw-, bedrijventerrein- en kantorenprogramma Voor zowel de programmering van de woningbouw als voor bedrijventerreinen geldt, dat op basis van marktontwikkelingen, de programmering stedelijk wordt afgestemd. Na stedelijke afstemming wordt de fasering opgenomen in de grondexploitatie. Herijking van de programmering, is een jaarlijks stedelijk proces dat voorafgaand aan de actualisatie van de grondexploitatie wordt uitgevoerd. Voor kantoorprogrammering geldt naast bovenstaand proces aanvullend nog provinciale afstemming. Grondprijzen In de grondexploitatie wordt de grondprijs die volgt uit een contractpositie opgenomen. Daar waar (nog) geen contractpositie aanwezig is, wordt de bandbreedte van de Grondprijzenbrief 2021 aangehouden. In 2019 en 2020 zijn alle uitgiften minimaal binnen de bandbreedte van de grondprijzenbrief gerealiseerd.
MPR2021 | Mei 2021
86/102
Plan- en VATkosten Per deelproject is een raming aanwezig waarin per projectfase de plan- en VAT-kosten zijn begroot. De plan- en VAT-kosten zijn voor alle grondexploitatieprojecten tot einde werk begroot. Ramingen BRM (bouwrijpmaak kosten) en WRM (woonrijpmaak kosten) In de grondexploitatie worden de budgetten voor BRM en WRM conform contractpositieaanbestedingsresultaat opgenomen. Daar waar (nog) geen contractpositie aanwezig is, wordt een realistische raming, mede gebaseerd op de meest recente aanbestedingsresultaten, opgenomen. Vennootschapsbelasting positie grondexploitatieprojecten gemeente Utrecht Per 1 januari 2016 is de belastingplicht ingevoerd voor ondernemingen van overheden voor de vennootschapsbelasting. Met uitoefening van het vigerende grondbeleid, beweegt de gemeente Utrecht zich zeer beperkt op een concurrerende markt. Slechts in de combinatie van een falende markt en een gemeentelijke ambitie dan wel stedelijke urgentie wordt actief grondbeleid als instrument ingezet. Het aantal grondexploitatieprojecten neemt sinds 2012 af en de nog wat langer doorlopende grote gemeentelijke gebiedsontwikkelingen Leidsche Rijn en Stationsgebied zijn na correctie op inzet van rijkssubsidie en gemeentelijke bijdragen verlieslatend.
Zowel bezien op de drie aparte onderdelen Leidsche Rijn, Stationsgebied en Binnenstedelijke grondexploitaties als op het totaalniveau, zijn de grondexploitatieprojecten structureel fiscaal verlieslatend. Daarmee lijkt aan een eerste vereiste van ondernemerschap, namelijk winstgevendheid, al niet voldaan te kunnen worden. Bij de actualisatie van de grondexploitatieprojecten wordt dan ook geen rekening gehouden met Vpb-druk op de grondexploitatieprojecten. Tussentijdse winstneming Conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) is het voorgeschreven om eerder dan bij het afsluiten van een grondexploitatieproject tussentijds winst te nemen volgens de POC-methodiek (percentage of completion). Met deze methode wordt, op basis van de verhouding blijkend uit de gerealiseerde kosten en opbrengsten versus de totale omvang van de kosten en opbrengsten, bepaald hoeveel van het positieve saldo van een grondexploitatie toe te rekenen is aan de reeds gerealiseerde kosten en opbrengsten. De formule is daarmee: Gerealiseerde kosten X Gerealiseerde opbrengsten = .. % Totale kosten Totale opbrengsten Het berekende percentage van bijvoorbeeld 40% geeft aan dat 40% van het positieve saldo op eindwaarde als tussentijdse winst genomen moet worden.
Er wordt in de methode geen rekening gehouden met het saldo onderhandenwerk of het risicoprofiel op de nog te realiseren kosten en opbrengsten en is daarmee minder behoedzaam dan voorheen binnen de gemeente Utrecht gehanteerd. Risicomanagement en weerstandsvermogen Conform de door de raad vastgestelde nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015-2018, worden de risicoanalyses voor de gemeentelijke grondexploitaties twee keer per jaar geactualiseerd (bij de Jaarstukken en bij de Programmabegroting). Het weerstandsvermogen voor het opvangen van de risico’s van de grondexploitatie Stationsgebied is onderdeel van het gemeentebrede weerstandsvermogen. Voor het opvangen van de risico’s grondexploitatie Leidsche Rijn en de binnenstedelijke grondexploitaties is op basis van het actuele financiële beeld geen gemeentebreed weerstandsvermogen nodig. Deze risico’s kunnen worden opgevangen binnen respectievelijk de grondexploitatie Leidsche Rijn en de Reserve Grondexploitatie. In de volgende paragrafen wordt het financiële beeld van respectievelijk de binnenstedelijke grondexploitaties, de grondexploitatie Stationsgebied, de grondexploitatie Leidsche Rijn en de gebiedsopgave Merwedekanaalzone toegelicht, evenals bijbehorende risico’s, scenario’s en beheersmaatregelen.
MPR2021 | Mei 2021
87/102
6.5.2
Financieel beeld binnenstedelijke grondexploitatieprojecten
Actuele stand grondexploitaties In deze paragraaf wordt het financiële beeld geschetst van alle 9 binnenstedelijke grondexploitaties. Eind 2020 zijn de grondexploitatieprojecten Veemarkt, Uitbreiding Bedrijventerrein Overvecht en Kanaleneiland afgesloten. Er zijn geen grondexploitatieprojecten geopend in 2020.
Het saldo op netto contante waarde van de grondexploitaties vorig jaar bedraagt 21,1 miljoen euro negatief (prijspeil 2020). Dit saldo is in de loop van 2020 verbeterd naar 16,8 miljoen euro negatief vóór tussentijdse winstnemingen. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds mutaties binnen de grondexploitaties en anderzijds het effect van de afgesloten grondexploitaties. Inclusief tussentijdse winstneming komt het Saldo MPR 2021 uit op 17,6 miljoen euro negatief. Toelichting bij mutaties Het saldo mutaties in de diverse lopende projecten levert een verbetering op van 2,6 miljoen euro. De verbetering van het saldo wordt met name veroorzaakt door de projecten Merwedekanaalzone deelgebied 4: Defensieterrein (2,8 miljoen euro positief), Hart van de Meern (0,3 miljoen euro positief) en Oudenrijn West (0,1 miljoen euro positief). Daar tegenover staan enkele projecten die licht negatiever zijn geworden zoals Centrumplan Vleuten (0,1 miljoen euro negatief). De overige lopende grondexploitaties zijn in totaal ca. 0,2 miljoen euro negatiever geworden. De afgesloten grondexploitaties zijn 0,3 miljoen euro negatiever afgesloten dan verwacht. Dit betreft voornamelijk het project Veemarkt. De stand van zaken van de individuele grondexploitaties is terug te vinden bij het onderdeel ‘Projecten’. Met behulp van een filter zijn de binnenstedelijke grondexploitaties te selecteren.
Wie op een project klikt, komt via de knop ‘lees meer’ bij de inhoudelijke en financiële toelichting op het project. Effect afsluiten projecten Door het afsluiten van grondexploitaties verandert het saldo, doordat in het saldo alleen de actieve grondexploitaties worden meegerekend, met 1,7 miljoen euro. Per ultimo 2020 zijn de volgende grondexploitatieprojecten afgesloten: ▪ Veemarkt ▪ Kanaleneiland Centrum ▪ Uitbreiding Bedrijventerrein Overvecht De grondexploitatie uitbreiding bedrijventerrein Overvecht is met een positief eindresultaat afgesloten van 0,1 miljoen euro. De grondexploitaties Veemarkt (0,1 miljoen euro negatief) en Kanaleneiland centrum (1,7 miljoen euro negatief) zijn met een negatief eindresultaat afgesloten. De afsluiting van deze grondexploitatieprojecten betekent een afname van het saldo met dit bedrag. Er zijn dit jaar geen nieuwe binnenstedelijke grondexploitatieprojecten geopend. Saldo binnenstedelijke grondexploitaties 2020 (vóór winstneming) Het nieuwe saldo van de binnenstedelijke grondexploitaties, na verwerken van de mutaties 2020 en het afsluiten van de drie genoemde projecten, bedraagt 16,8 miljoen euro negatief (vóór winstneming). Tussentijdse winstnemingen
MPR2021 | Mei 2021
88/102
Bij een beoordeling van de actieve binnenstedelijke grondexploitaties per eind 2020, op basis van de voorgeschreven POC-methode, waren er twee binnenstedelijke grondexploitaties met een positief saldo op netto contante waarde, waarbij het verplicht is om tussentijds winst te nemen: ▪ Merwedekanaalzone deelgebied 4 (defensieterrein); ▪ Oudenrijn West; Uit deze twee grondexploitatieprojecten is samen 0,8 miljoen euro winst genomen. De winstnemingen zijn toegevoegd aan de reserve grondexploitaties. Voor toelichting op de tussentijdse winstneming Leidsche Rijn verwijzen wij naar het onderdeel Financieel beeld Leidsche Rijn. Saldo binnenstedelijke grondexploitaties 2021 na winstneming Door deze afdrachten neemt het saldo van de grondexploitaties af en de reserve grondexploitatie neemt toe. Dit resulteert in een contant saldo van 17,6 miljoen euro negatief (prijspeil 2021) voor binnenstedelijke grondexploitaties. Voor de grondexploitaties met een negatief saldo bestaat een voorziening: de voorziening negatieve grondexploitaties. De tussentijdse winstnemingen leiden niet tot een aanpassing van de voorziening negatieve grondexploitaties. De winstnemingen zijn uitsluitend gedaan bij grondexploitaties met een positief saldo.
De winstneming Merwedekanaalzone deelgebied 4 (defensieterrein) hebben we op basis van een besluit bij de Programmabegroting 2021 gereserveerd voor de bovenwijkse investeringen in de Merwedekanaalzone. Dit lichten we toe in het onderdeel Financieel Beeld Merwedekanaalzone. Risico's De binnenstedelijke grondexploitatieprojecten worden doorgerekend op basis van een veelheid aan aannames. Bij de actualisatie zijn de meest waarschijnlijke en realistische aannames verwerkt in de voorliggende grondexploitaties. De mogelijke beweging rondom deze aannames is vertrekpunt voor de scenario’s die in deze risicoparagraaf zijn opgenomen. Scenario’s en mogelijke beheersmaatregelen De belangrijkste scenario’s, inclusief eventuele mogelijke beheersmaatregelen ultimo 2020, worden hieronder kort beschreven en waar mogelijk voorzien van denkrichtingen van beheersing. Effecten van bestuurlijke besluitvorming zijn hierin niet opgenomen. Voor alle scenario’s geldt dat het mogelijke ontwikkelingen zijn. Gezien de huidige coronacrisis is de nabije toekomst onzeker. Met name aan de opbrengstenkant kan de invloed van de coronacrisis merkbaar zijn. De eerste drie scenario’s laten een mogelijk effect zien van tegenvallende opbrengsten en/of vertraging. Er is echter vooralsnog geen indicatie dat de scenario’s zich voordoen.
Scenario 1: vertraging Korte toelichting: de opbrengsten van de binnenstedelijke grondexploitaties vertragen één jaar. Effect: verslechtering met ongeveer 0,5 miljoen euro. Beheersing: Dit effect kan binnen de reserve grondexploitatie opgevangen worden. Mate van waarschijnlijkheid conform Nota Weerstandsvermogen: categorie 2 (klein). Scenario 2: aanpassing grondprijzenbeleid Korte toelichting: de grondprijzen dalen eenmalig met gemiddeld 2,5 %. Effect: lagere opbrengst van ongeveer 1,4 miljoen euro in de periode tot 2027. Beheersing: dit effect kan binnen de reserve grondexploitatie opgevangen worden. Mate van waarschijnlijkheid conform Nota Weerstandsvermogen: categorie 2 (klein). Scenario 3: uitblijven opbrengstenstijging Korte toelichting: de opbrengsten in de binnenstedelijke grondexploitaties stijgen niet met gemiddeld 1% per jaar (opbrengstenindex is 0%). Effect: lagere opbrengst van ongeveer 1,2 miljoen euro in de periode tot 2027. Beheersing: dit effect kan binnen de reserve grondexploitatie opgevangen worden. MPR2021 | Mei 2021
89/102
Mate van waarschijnlijkheid conform Nota Weerstandsvermogen: categorie 2 (klein). Scenario 4: renteverhoging van 1,65% naar 3% Korte toelichting: de rekenrente van de gemeente Utrecht (nu 1,65%) stijgt vanaf 2021 tot einde looptijd naar 3%. Effect: verslechtering met ongeveer 0,8 miljoen euro. Beheersing: dit effect kan binnen de reserve grondexploitatie opgevangen worden. Mate van waarschijnlijkheid conform Nota Weerstandsvermogen: categorie 2 (klein). Scenario 5: hogere kostenstijging, ieder jaar +1% Korte toelichting: Elke jaar wordt de kostenstijging 1% opgehoogd tot en met 2027. Effect: Verslechtering van ca. 1,7 miljoen euro. Beheersing: dit effect kan binnen de reserve grondexploitatie opgevangen worden. Mate van waarschijnlijkheid conform Nota Weerstandsvermogen: categorie 2 (klein). Ontwikkeling risicoprofiel De hierboven beschreven generieke scenario’s worden gewogen op basis van de mate van waarschijnlijkheid. Het gewogen risicoprofiel van de generieke scenario’s bedraagt 1,4 miljoen euro negatief. Dit risicoprofiel is 0,2 miljoen euro lager dan vorig jaar. Het totale risicoprofiel bestaat naast de generieke scenario’s ook uit project specifieke risico’s. Hierbij worden alleen de negatieve project specifieke risico’s meegenomen. Het project specifieke risicoprofiel bedraagt 2,0 miljoen euro negatief. Dit is 1,3 miljoen euro lager dan vorig jaar.
De ontwikkeling van het totale risicoprofiel laat ten opzichte van het MPR 2020 een afname zien. Het totale risicoprofiel voor de binnenstedelijke grondexploitaties in het MPR 2021 is ingeschat op 3,4 miljoen euro negatief tegenover 4,9 miljoen euro negatief vorig jaar.
MPR2021 | Mei 2021
90/102
Reserve grondexploitatie
De reserve grondexploitatie heeft een positief meerjarig beeld. Dit meerjarig positieve beeld is een realistische weergave van de huidige situatie. Op basis van huidige bekende inzichten is het verloop van de reserve grondexploitatie voor de periode 2021 – 2025 als volgt weer te geven:
Hieronder volgt een toelichting op de onderdelen van de reserve. Bestedings- en dekkingsvoorstellen 2020 Voor de inhoudelijke toelichting van deze voorstellen verwijzen we naar het raadsvoorstel Resultaatbestemming 2020. In bovenstaande tabel zijn de storting van de robuuste ramingen in de grondexploitatie Leidsche Rijn en de daaraan gerelateerde reserveringen niet verwerkt. Deze beide posten hebben geen effect op de financiële ruimte in de reserve grondexploitatie. Stortingen Het afsluiten van grondexploitatieprojecten met een positief eindsaldo heeft direct effect op de reserve grondexploitatie. De saldi van positieve grondexploitatieprojecten worden in het jaar van afsluiten toegevoegd aan de reserve grondexploitatie (tegenover grondexploitaties met een negatief eindsaldo staat de voorziening negatieve grondexploitaties. Bij afsluiting valt het eindsaldo van het project weg tegen het deel van de voorziening dat hiervoor was gereserveerd). Naast deze verwachte stortingen zijn ook de toekomstige winstnemingen (obv POC-methode) voor Leidsche Rijn opgenomen onder de stortingen. Op basis van de huidige planning worden in de jaren 2021-2025 de volgende projecten afgesloten ten gunste van de reserve grondexploitatie: