Meerjaren Perspectief Ruimte 2021.pdf
Tekst van het document
Ook leidt verdere automatisering in industrie, maar ook zakelijke dienstverlening, ertoe dat er steeds minder mensen nodig zijn terwijl de werkgelegenheid als gevolg van de nieuwe economie nog op gang moet komen. Daarbij neemt het werken op afstand toe en vragen de technologische trends om de juiste opleidingen en vaardigheden van mensen om aantrekkelijk te blijven op de arbeidsmarkt.
MPR2021 | Mei 2021
25/102
Door de coronacrisis is de digitalisering van de retail in een versnelling gekomen en zijn de ondernemers in horeca en (non-food) retail en evenementen hard geraakt. Samen met hen werken we aan plannen om leegstand in winkelcentra zoveel mogelijk te beperken en ondernemers zo snel mogelijk terug te laten veren van de crisis. Een eerste aanzet is gegeven met het plan ‘Morgen Mooier Maken’, dat samen partners in de stad uitgevoerd gaat worden en in gaat op korte en lange termijn initiatieven om de leegstand in de binnenstad zo veel mogelijk te beperken. Voor wat betreft kantoren voorzien we een structuurverandering: een deel van de grote kantoorgebruikers zullen bij het oversluiten van huurcontracten minder ruimte gaan afnemen; tegelijk weten we dat een deel ook zijn bestaande kantoorvolume in de stad zal aanhouden, dat sommigen zelfs zullen intensiveren in de stad, omdat ze activiteiten hier concentreren en elders in het land afbouwen. Focus op toekomstbestendige werkgelegenheid en brede welvaart We focussen ons op vier marktgroepen: ‘IT & digitale vaardigheden’, ‘gezondheid’, ‘onderwijs’ en ‘bouw, techniek & energietransitie’. We denken dat deze markten de meeste potentie hebben voor toekomstbestendige, duurzame werkgelegenheid op de (middel)lange termijn, en ze sluiten aan bij de opgaven van Utrecht in gezonde verstedelijking.
Snelgroeiende en grote werkgevers uit de marktgroepen moeten in de regio excellente beschikbaarheid vinden op de meest belangrijke vestigingsvoorwaarden: de aanwezigheid van kennis en talent, technologische infrastructuur, voldoende en passende werklocaties en (bedrijfs-)huisvesting, een hoogwaardig voorzieningenniveau en een aantrekkelijke levendige stad. Zoals in het Actieplan Utrecht Circulair 2020-2023 aangegeven willen we het vestigingsklimaat voor circulaire bedrijven versterken en de samenwerking met de Utrechtse onderwijsinstellingen verstevigen als het gaat om circulaire economie. Werklocaties en winkelgebieden Om de werkgelegenheid in balans te houden met de bevolkingsgroei zijn er tot 2040 in de regio 80.000 extra banen nodig, waarvan ongeveer 70.000 in onze stad. Dit betekent dat de werkgelegenheid in de stad Utrecht met gemiddeld 1,7% per jaar zal moeten groeien tot 2030; voor de periode 2030-2040 moet het aantal banen groeien met circa 0,4% per jaar. Hiervoor hebben we een goede uitgangspositie. De Metropoolregio Utrecht onderscheidt zich met een zeer aantrekkelijke woon- en werkomgeving en centrale ligging in het land. Ook zijn Utrechtse bedrijven en kennisinstellingen goed gepositioneerd om in de wereld van vandaag en morgen een bijdrage te leveren aan economische groei, ontwikkeling van innovaties en werkgelegenheid.
Maar de match tussen de vraag naar en het aanbod van werklocaties - kantorenlocaties, bedrijventerreinen en (informele) werklocaties - staat onder druk. Veel van de huidige werklocaties zitten vol en zelfs onder het niveau van frictieleegstand, en het merendeel van de locaties voor bedrijventerreinen is vergeven. Met Strijkviertel wordt het laatste geprogrammeerde bedrijventerrein uitgegeven. Dit maakt het steeds lastiger een goede plek te vinden voor groeiende bedrijven die zich al in Utrecht bevinden of die zich van elders hier willen vestigen. Vitale winkelgebieden zijn essentieel voor het voorzieningenniveau in wijken, in de nabijheid van de inwoners en ze zorgen bovendien voor levendigheid en aantrekkelijkheid o.a. door aanvullende voorzieningen zoals horeca, sport- en zorgfuncties. Door eerdergenoemde trends, de coronacrisis en ontwikkelingen in het winkelaanbod (toenemende leegstand met name van winkels met niet-dagelijks aanbod) zijn goed functionerende winkelgebieden echter geen vanzelfsprekendheid. Dit betekent dat we in Utrecht aandacht moeten houden voor de kwaliteit van de winkelgebieden en de transformatie van pure aankoopplaatsen naar ontmoetingsplaatsen. Om onze ambitie waar te maken werken we een plan van aanpak uit voor de meest kwetsbare winkelgebieden. Deze gaat uit van de retailhoofdstructuur die in de concept RSU is opgenomen en omvat verder o.a.
een aanpak voor de binnenstad en voor de overige meest kwetsbare winkelgebieden, maar ook een subsidieregeling.
MPR2021 | Mei 2021
26/102
Sturen We willen schaarse ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. Daarom hanteren we de volgende ruimtelijke principes: ▪ We verdichten, bij zowel bestaande als nieuwe locaties: het aantal banen per hectare moet omhoog, mits passend bij de karakteristiek van de werklocatie (dus geen intensieve kantorenbanen op bedrijventerreinen toevoegen, maar daar passende intensieve bedrijventerreinenbanen realiseren. ▪ Dit realiseren we bij voorkeur rondom grote OV-/stedelijke knooppunten, om de drukke verkeersstromen van en naar de werklocaties zoveel mogelijk in goede banen te leiden en landschap en groen te beschermen. ▪ Functiemenging van wonen, werken en voorzieningen is het standaard uitgangspunt, tenzij dit echt niet past. Deze functiemenging vindt voor een belangrijk deel in wijken plaats waar 24.000 van de beoogde 70.000 banen aan nieuwe werkgelegenheid terecht moet komen. Naast de behoefte aan werkfuncties en-locaties in wijken vanwege de nabijheid van klanten, zorgt werk ook een levendige omgeving in wijken. ▪ We blijven inzetten op concentratie van retail in compacte, toekomstbestendige winkelgebieden binnen de retailhoofdstructuur uit de concept RSU. We voegen alleen nieuwe retailconcentraties toe bij gebiedsontwikkelingen en met een omvang die passend is bij het draagvlak en rekening houdend met de omliggende voorzieningenstructuur.
Deze principes passen we toe op alle ontwikkelingen van werklocaties en winkelgebieden in de stad. De komende periode heeft een aantal locaties onze bijzondere aandacht. In Overvecht stellen we samen met de georganiseerde ondernemers een visie op de ontwikkeling van bedrijventerrein op. Op het Utrecht Science Park en in het centrum zetten we op bovengenoemde principes in bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Het bedrijventerrein dat wordt uitgegeven op Strijkviertel is een belangrijke
MPR2021 | Mei 2021
27/102
bouwsteen voor de toevoeging van werklocaties. In de Merwedekanaalzone zetten we in op substantiële uitbreiding van de werkgelegenheid en menging van wonen en werken.
4.3
Duurzame mobiliteit
Utrecht is een aantrekkelijke stad. Dat merken we aan het toenemend aantal inwoners en bezoekers. Intussen moeten we het met dezelfde ruimte blijven doen. Om onze groeiende stad gezond en bereikbaar te houden, geven we daarom voorrang aan schone manieren van vervoer die zo min mogelijk ruimte innemen. Lopen, fietsen en openbaar vervoer dus. Zo maken we de lucht schoner en de straat rustiger en veiliger. Gelukkig is de afgelopen jaren al te zien dat de inzet op actieve en schone vormen van mobiliteit succesvol is: het gebruik van fiets en OV in de stad groeit ten opzichte van het autogebruik. Met de actualisatie van het mobiliteitsplan zetten we in op het doorzetten van deze positieve ontwikkeling. Het mobiliteitsplan wordt in 2021 geactualiseerd. In de periode 8 december 2020 - 1 februari 2021 heeft het concept ter inzage gelegen en wordt deze zomer ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Met het mobiliteitsplan 2040 wordt de beleidslijn van het vorige mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (SRSRSB) voortgezet en op onderdelen aangescherpt. Het mobiliteitsplan heeft als planhorizon 2040 en vormt de basis voor de programmering van het meerjarenprogramma bereikbaarheid.
Waar mobiliteitsbeleid traditioneel op de drie aspecten bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid focust, kiezen we nadrukkelijk voor een bredere benadering: stedelijke kwaliteit, door een bijdrage aan meerdere, bredere doelen. Dit is samengevat in onderstaande vijfhoek:
Het concept mobiliteitsplan 2040 is opgesteld in samenhang met de concept Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Daarmee is een sterkere relatie gelegd met de verstedelijkingsopgave.
MPR2021 | Mei 2021
28/102
Waar werken we naar toe? Als we kijken naar het jaar 2040, hoe ziet Utrecht er dan uit en hoe verplaatsen we onszelf? Utrecht houdt vast aan de keuze om woningen, werkgelegenheid en voorzieningen te realiseren in de bestaande stad, met veel aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving en het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Vrijwel elke wijk heeft een centrum waar sprake is van een mix van wonen, werken en andere functies. Hiermee bieden we mensen meer voorzieningen binnen hun bereik. We willen de groei van de mobiliteit opvangen met lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit. Dit zijn gezonde en ruimte-efficiënte vervoerwijzen. We kiezen voor meer ruimte voor groen, spelen en verblijven door verkeers- en parkeerruimte anders in te richten. Zo zorgen we voor relatief minder (hinder van) verkeer en een betere bereikbaarheid. Alle bestemmingen zijn per auto bereikbaar, maar niet altijd via de kortste of snelste route. Utrecht wil een inclusieve stad zijn. We werken aan het wegnemen van zowel fysieke als niet-fysieke barrières en belemmeringen. Zo kun je voorzieningen zoals supermarkten en scholen goed te voet bereiken en zijn er maatwerkoplossingen voor bijvoorbeeld mensen met een fysieke of andere beperking. Voor wie er geen geschikt alternatief voor de auto is, blijft het gebruik ervan mogelijk.
Hoe gaan we dat doen? Om de groeiende stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar te houden, moeten we keuzes maken. We gaan voor ‘de Utrechtse mobiliteitsaanpak’; 5 stappen die samenhangen, maar niet verplicht in deze volgorde. We zetten ze tegelijkertijd in om gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk te maken. Het concept mobiliteitsplan 2040 verduidelijkt deze stappen en is het uitgangspunt voor programma’s en projecten. We houden goed in de gaten hoe de mobiliteit zich ontwikkelt in de stad en wat de effectiviteit is van de genomen maatregelen zodat we tussentijds kunnen bijsturen.
De opgave voor de korte en lange termijn wordt in het concept mobiliteitsplan 2040 uitgebreid toegelicht aan de hand van de vijf stappen in de Utrechtse mobiliteitsaanpak.
MPR2021 | Mei 2021
29/102
Fasering op hoofdlijnen Dit concept mobiliteitsplan geeft een beeld voor een mobiliteitsaanpak voor de periode van 2021 tot aan 2040. Sommige maatregelen zijn geschikt om ‘morgen’ mee te beginnen of zijn al in voorbereiding, andere maatregelen vergen een langere voorbereidingstijd doordat bijvoorbeeld besluitvorming nodig is waarbij meerdere overheden betrokken zijn of doordat er hoge investeringskosten zijn waarvoor eerst dekking geregeld moet worden. De gewenste volgorde van het voorbereiden en uitvoeren van alle maatregelen is echter niet willekeurig. De aanpak heeft ook in zich dat sommige maatregelen randvoorwaardelijk zijn voor andere maatregelen en/of dat maatregelen prioriteit hebben om een probleem op te lossen of een ontwikkeling mogelijk te maken. Tenslotte: de middelen en de uitvoeringscapaciteit zijn er niet om alles tegelijkertijd uit te voeren. Wat kunnen we dan zeggen over een logische en gewenste fasering? We onderscheiden hierin drie termijnen voor de uitvoering van beleid en maatregelen. Naarmate we verder in de toekomst kijken neemt de onzekerheid over programmering, uitvoerbaarheid en doorlooptijd van projecten toe. Daardoor overlappen de middellange en langere termijn elkaar gedeeltelijk. In elke periode zijn maatregelen vanuit de vijf stappen van de mobiliteitsaanpak nodig.
In het concept mobiliteitsplan wordt dit uitvoerig beschreven, hieronder staat de hoofdlijn.
Foto: Nachtegaalstraat 2021-2025: de korte termijn (‘ruimte creëren’) De komende vier à vijf jaar gaan we vooral door met wat we al doen. We realiseren de projecten die al in het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) geprogrammeerd staan. Daarnaast kunnen we ook aan de slag met een aantal nieuwe of aangescherpte maatregelen die een groot effect kunnen hebben en daarmee ruimte scheppen voor groei. Sommige maatregelen voor deze periode kunnen een tijdelijk karakter hebben, omdat het een route betreft die in de komende 10 jaar nog belangrijk is, maar daarna mogelijk niet meer. 2025-2035: de middellange termijn (‘alternatieven op orde in zuidwest’) In deze periode gaan we verder met het spreiden van het fietsverkeer door het realiseren van fietsbruggen en ontbrekende verbindingen, ook van en naar de OV-knooppunten van het Wiel met Spaken. Het gaat hierbij ook om het verbeteren van de routes via deze nu nog missende schakels (stap MPR2021 | Mei 2021
30/102
3). De eerste grote uitbreiding in het kader van het Wiel met Spaken is niet eerder dan 2030 haalbaar. Bij start van de planvoorbereiding in 2021 en snelle besluitvorming is zeker 10 jaar nodig voor zo’n project uitgevoerd kan worden. 2030-2040: de lange termijn (‘alternatieven op orde voor Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’) Deze termijn betreft de adaptieve doorontwikkeling van het Wiel met Spaken, het netwerk van P+R en het fietsnetwerk, verder te concretiseren op basis van de verstedelijkingskeuzes van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Voor specifieke ontwikkelgebieden zijn aanvullende fiets, OV- en autoinfrastructuur nodig en aanpassingen aan bestaande netwerken op basis van integrale keuzes. We doen veel, maar meer is nodig Met de geprogrammeerde projecten zetten we de komende paar jaar belangrijke stappen in de realisatie van een duurzaam mobiliteitssysteem, maar om de stad aantrekkelijk en bereikbaar te houden zijn nu extra investeringen nodig. Utrecht zet hierbij in op ruimte-efficiënte en gezonde vormen van vervoer (lopen, fietsen en OV) die een volwaardig alternatief bieden voor de auto. Voor de middellange termijn is de bottleneck niet zozeer de woningbouwproductie of de bouw van kantoren, onderwijsinstellingen enzovoort.
Het gaat om de vraag: hoe komen we straks bij die woningen en werkplekken? Het simpelweg uitbreiden van het huidige mobiliteitssysteem is geen optie, een systeemsprong is nodig. Bij deze systeemsprong in mobiliteit liggen de oplossingen niet alleen in de stad, maar ook in de regio en gaan niet-fysieke maatregelen als parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding hand in hand met ingrepen in de infrastructuur én openbare ruimte. Daarom werken wij ook met Rijk, Provincie en andere gemeenten aan het mobiliteitssysteem van de toekomst (wiel met spaken); de afspraken in UNed-verband over de korte termijnaanpak, no regret maatregelen, MIRT-verkenning en het MIRT-onderzoek brengen de systeemsprong voor de fiets en het openbaar vervoer een stapje dichterbij. Om op korte termijn hierin de eerste stappen te maken programmeren we, conform de afspraken uit het BO MIRT, de resterende gemeentelijke bijdrage aan de korte termijn aanpak en de no-regretmaatregelen. De financiële opgave voor de systeemsprong mobiliteit bedraagt volgens de huidige inschatting tot 2040 enkele miljarden, afhankelijk van de gekozen oplossingen met Rijk en regio. Een aanvraag van 2,1 miljard euro voor de aanleg van een nieuw treinstation Lunetten-Koningsweg en twee lightraillijnen bij het groeifonds, werd vrijdag 9 april door het demissionair kabinet afgewezen. We richten ons op de formerende partijen en het nieuwe kabinet.
De investeringen in bereikbaarheid blijven noodzakelijk voor de bouw van 73.000 woningen en de komst van 50.000 extra arbeidsplaatsen. Wij zullen moeten bijdrage aan de regionale cofinanciering voor de systeemsprong OV, passend bij een miljardeninvestering van het Rijk. Daarom reserveren we binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid 32 miljoen euro, als eerste stap richting deze bijdrage. De middelen reserveren we binnen het budget ‘systeemsprong mobiliteit’. De financiële actualisaties van het meerjarenprogramma bereikbaarheid (MPB) en de parkeerexploitatie worden toegelicht in hoofdstuk 6. Bij de Voorjaarsnota vindt besluitvorming plaats over aanvullende investeringsvoorstellen voor het onderdeel mobiliteit.
4.4
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen
Utrecht wil een gezonde, duurzame en circulaire stad zijn waar mensen wonen, werken en verblijven in een gezond leefklimaat. Met de keuze voor binnenstedelijke verdichting vinden we een hoogwaardige, groene en toegankelijke openbare ruimte van groot belang met voorzieningen om de groei op te vangen. Ook is door de coronacrisis er een toename in het gebruik en de herwaardering van de openbare ruimte en groen. In MPR2021 | Mei 2021
31/102
de RSU 2040 geven we aan twee hoofdstructuren voorop te stellen waaronder de groenstructuur. Deze zijn leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad en voor de bestaande stad en vormen belangrijke elementen van de Utrechtse barcode. We werken op verschillende terreinen aan een toekomstbestendige leefomgeving waar het goed toeven is in een gezonde en veilige openbare ruimte. De leefomgeving wordt zoveel mogelijk klimaatbestendig ingericht, zodat we voorbereid zijn op veranderingen in het klimaat. Zoals wateroverlast, hittestress en verdroging. We werken aan gezonde lucht, een prettig en acceptabel geluidsniveau en een gezonde flora en fauna in en om de stad. We streven naar het versneld behalen van de advieswaarden voor gezonde lucht van de Wereldgezondheidsorganisatie. De afgelopen jaren hebben we onderzoek laten doen naar de beste manier om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Uit het onderzoek blijkt dat verkeer op lokale wegen, mobiele werktuigen en houtstook de belangrijkste bronnen zijn waarop we als gemeente invloed hebben. Daarom is in december 2020 het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en -uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ vastgesteld. Hiermee is besloten tot het nemen van maatregelen waarmee de uitstoot van lokale luchtverontreinigende bronnen versneld kan worden teruggedrongen.
Zoals het strenger maken van de milieuzone, een voorlichtingscampagne om schoner en minder hout te stoken en het verplaatsen van snorfietsers van het fietspad naar de rijbaan op een samenhangend netwerk van wegen. Dit zorgt voor gezondere lucht voor de fietsers. De oplaadinfrastructuur voor elektrische auto’s wordt verder uitgerold. Voor de Omgevingsvisie werken we aan het actualiseren van het beleid op gebied van geluid, bodem (waaronder regie op de ondergrond) en externe veiligheid. Daarnaast zorgen we er voor dat de openbare ruimte voor iedereen makkelijk toegankelijk is, zodat die gebruikt kan worden voor gezond stedelijk leven. In de directe woonomgeving is het gemakkelijk om te verblijven, sporten, spelen, bewegen en recreëren voor alle leeftijdsgroepen. Wat betreft circulariteit willen we in 2050 een stad zijn die volledig draait op hernieuwbare materialen en die afval gebruikt als grondstof. Die circulaire stad bereiken we niet van vandaag op morgen maar in een aantal stappen. De uitwerking van de eerste stap staat opgeschreven in het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023. Prioriteit in dit actieprogramma voor een groeiende stad is om zoveel mogelijk circulair te bouwen. Daarom heeft Utrecht twintig gebiedsontwikkelingen en projecten geselecteerd waar circulariteit prioriteit heeft.
Naast (het aanjagen van) circulair bouwen gaat de gemeente zelf steeds meer circulair werken. Zo wil de stad in 2023 minimaal een derde van de producten en diensten circulair inkopen. Daarnaast versterken we het vestigingsklimaat voor bedrijven die hieraan bijdragen en werken we nauw samen met onderwijsinstellingen. Ook wordt de afvalinzameling steeds meer circulair ingericht. Ruimte voor groen Vanuit de klimaatopgave, vanuit de verduurzaming van de stad en vanuit gezondheid is meer groen een noodzaak. Dat betekent dat wij bij elke ruimtelijke ingreep de kans voor groen benutten. We wíllen niet alleen, maar moéten gezondheid bevorderen, klimaat adaptief zijn en biodiversiteit vergroten. Met de groei van het aantal inwoners neemt de druk op het bestaande groen toe. Dat vraagt ook om meer groen dichtbij en groen bereikbaar voor iedereen. Dit is extra tot uitdrukking gekomen tijdens de coronapandemie. Inwoners zijn een groene omgeving meer gaan waarderen en parken zijn ontmoetingsplekken geworden. De ambitie dat groen en verdichting gelijk opgaan, is in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 vertaald in een barcode. Daarbij betekent de toename van 60.000 woningen dat 440 hectare extra binnenstedelijk groen moet worden gerealiseerd. Dit noemen we de Groene Schaalsprong. Hierbij is rekening gehouden dat een aantal wijken op dit moment een achterstand heeft met het groen.
De Groene Schaalsprong is nodig om die verdichting mogelijk te maken voor een gezond en klimaat adaptief leefmilieu. Daarbij nemen we de stedelijke en landschappelijke structuur als basis. Die gaan we verder ontwikkelen en vergroten. Dat leidt tot de uitwerking in de Schaalsprong Groen.
MPR2021 | Mei 2021
32/102
Dit betekent veel meer groen in de openbare ruimte, zowel in nieuwe ontwikkelgebieden als in de bestaande stad (Groen Tenzij). Meer recreatieve mogelijkheden om de hoek voor sport, speelplekken in de buurt en groene ommetjes. Met het opruimen van een overmaat aan verharding willen we de stad van grijs naar groen laten kleuren. Waar dat kan gebeurt dat vanuit initiatieven uit de buurt, door corporaties en grotere grondeigenaren om hun eigendom te vergroenen, en zo bij te dragen aan de groene stad van de toekomst. In 2040 willen we die groene(re) stad zijn, ‘de groene omgeving begint al bij de voordeur’ en loopt via groene verbindingen, plantsoenen, parken en groene scheggen naar de grotere groengebieden rondom de stad. In het groen wordt gesport, gespeeld en ontmoeten Utrechters elkaar. In het groen is ruimte voor biodiversiteit, voor planten en dieren. In het groen is ruimte voor langzaam verkeer. De vergroening in de stad zorgt er tegelijk voor dat het in de zomer minder warm is en hevige regenbuien opgevangen kunnen worden. Schaalsprong Groen op vijf schaalniveaus in de RSU De Groene Schaalsprong van 440 hectare is in de grote stedelijke groeiopgave uitgewerkt in vijf schaalniveaus. Vanuit het Meerjaren Groenprogramma Ruimte voor Groen pakken we de kansen op binnen deze schaalniveaus. Daarnaast dienen we investeringswensen in.
Dit is echter niet toereikend om de ambitie te halen. De Groene Schaalsprong is onderdeel van de RSU 2040 en in dat kader wordt een financieringsstrategie opgesteld. Schaalniveau 1: Groene straten: bestaand en nieuw Hoe dichterbij het groen, hoe beter het is voor de gezondheid van inwoners. Groen in de buurt is belangrijk voor bewegen en een groen ommetje in de buurt. Het vergroenen van buurten vraagt om samen met de bewoners hun omgeving groener in te richten. We hebben de ambitie dat iedere woning op loopafstand (binnen 200 meter) van een plantsoen of buurtparkje ligt. Deze groene plekken zijn belangrijk als ‘coolspots’ op warme dagen en bieden ruimte voor spelen, sporten, bewegen en verblijven voor kinderen en kwetsbare groepen. Kansen om groen toe te voegen liggen er o.a. door het weghalen van overbodige verharding, door een andere balans in parkeren op straat, de ondergrond te ordenen en door de herinrichting van straten van 50 naar 30 km/uur, groene daken en groene schoolpleinen. Het aandeel van het vergroenen van straten in de schaalsprong is een enorme opgave van ca. 200 ha. Dit betekent dat tot 2050 (klimaat adaptief) zeker 800 straten vergroend moeten worden. Dit zijn 27 straten per jaar, oftewel vijf tot zeven ha per jaar. Een enorme opgave, waarvoor de financiën nog moeten worden geregeld in samenhang met andere opgaven in de Ruimtelijke Strategie en Klimaatopgave.
We doen dit door enerzijds werk met werk te maken. Zo wordt groen onderdeel van integrale projecten geïnitieerd vanuit de vervanging van riolering, groot onderhoud of opnieuw inrichten van wegen, verkeersveiligheid, etc. Voorbeelden hiervan zijn het Amazonekwartier, Welgelegen en Rubenskwartier. Anderzijds gaan we in de straten, waar de komende 20 à 30 jaar nog geen integrale projecten opgezet worden, van start vanuit uit het Meerjaren Groenprogramma Ruimte voor Groen 20212025. Concreet gaan we in de komende jaren aan de slag met vergroening van Rivierenwijk, de uitvoering van het Groene Lint Overvecht en realisatie van diverse ommetjes in wijken. Daarnaast reageren we op bewonerswensen door verharde plekken (zoals Hooghiemstraplein) te vergroenen. Door o.a. de uitvoering van een gedenkboom voor elke wijk (te planten in 2022, het jaar dat Utrecht 900 jaar bestaat) en het vervolgen van de actie ‘Gratis Boom’ voor particulieren en het planten van bomen in de openbare ruimte voegen we bomen toe in de stad.
MPR2021 | Mei 2021
33/102
Foto: Croeselaan Schaalniveau 2: Groenblauwe routes Door Utrecht lopen groene- en groenblauwe routes. Deze routes verbinden de buurten en wijken en de stad met het omliggende landschap. Deze routes zijn verbonden aan de waterlopen van Utrecht zoals kanalen (Rondje Stadseiland), rivieren (Kromme Rijn en Vecht) en singels. Groene routes bestaan uit onder andere oude bebouwingslinten, zoals de Koningsweg en doorgaande fiets- en wandelroutes, zoals de Oosterspoorbaan. Het groenblauwe netwerk is van belang voor ecologie, biodiversiteit, klimaatbestendige stad, beleving, beweging en ook om te ontspannen. De opgave is het verder vergroenen van de routes door de aanleg van natuurvriendelijke en recreatieve oevers, door fiets- en wandelroutes en het opheffen van barrières. We verwachten dat we met de groene routes ca. 100 ha groen kunnen toevoegen in de komende 20 jaar. Daarvoor moeten we ca. 20 barrières (samen met mobiliteitsopgaven) opheffen. Dit betekent dat we de routes vergroenen met drie à vier ha per jaar en 2 barrières per jaar opheffen. Voorbeelden zijn o.a. de groenblauwe route langs de Vaartse Rijn (Jutphaseweg) en Vechtoevers in het stedelijke deel.
Vanuit het Meerjaren Groenprogramma 2021-2025 gaan we aan de slag met het vergroenen van oevers langs de binnenstedelijke Vecht, waaronder uitbreiding Nifterlakepark bij de Fortlaan, meer groen langs de Kromme Rijn (rondom nieuwbouw Mytylschool en meer ruimte voor groen bij het Pieter Baancentrum). Daarnaast is onderdeel van het Groenprogramma het opheffen van barrières voor planten en dieren (Groene web) en uitwerking van groene (wandel)routes samen met programma Mobiliteit. Onderdeel van de stedelijke opgave uit de RSU is het Rondje Stadseiland waar we eerste stappen zetten samen met de woningbouwontwikkeling ‘Meer Merwede’. Vanuit het Groenprogramma voeren we de onderdelen uit langs de Johan Wagenaarkade met aanvullend een investeringsclaim om de hele Johan Wagenaarkade uit te voeren samen met omgeving Ravellaan. Schaalniveau 3: Nieuwe parkgebieden in de stad Bij de groei van de stad zijn nieuwe stadsparken noodzakelijk, omdat de gebruiksdruk op de bestaande parken toeneemt en de nieuwe inwoners straks binnen 500 meter toegang moeten hebben tot parken. Groene longen in de stad die zorgen voor ruimte, rust, verkoeling en natuur. Nieuwe parken zijn daarvoor noodzakelijk. Een parkachtige omgeving kan ook worden gerealiseerd door woonbuurten zo te vergroenen dat deze samen een parkachtige setting vormen. Naast de aanleg van nieuwe parken en het MPR2021 | Mei 2021
34/102
aaneensmeden van groene buurten, willen we bestaande groengebieden, zoals begraafplaatsen en moestuincomplexen, toegankelijk maken en zo ook benutten. Het aandeel van de nieuwe parkgebieden in de groene schaalsprong is 120 ha. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op vergroenen, zodat we meer parkachtige settingen kunnen ontwikkelen. Dit doen we samen met de mobiliteitsopgaven waar verkeer ruimte maakt voor groen. Nadruk op voeten fiets- en minder op autoverkeer. Zo kunnen verkeersaders parken worden. De westelijke stadsboulevard wordt zo aangepakt. Kansen voor nieuwe parken zijn o.a. de ontwikkeling van de Tuinen van Moreelse als nieuw park in de binnenstad en het Maliebaanpark. We gaan aan de slag met een nieuw park in het Werkspoorkwartier. We werken aan een verbetering van het Julianapark, dat we ook graag laten aansluiten op de Carthesiusdriehoek. We willen de omgeving Wilhelminapark minder stenig maken en aansluiten op andere grotere groengebieden. Het Park Kasteeltuin Nijevelt richten we opnieuw in, rekening houdend met de historische context, en realiseren hiermee een ontmoetingsruimte voor heel Veldhuizen.
Foto: Tiny forest (Terwijde) Schaalniveau 4: Groene scheggen die stad en landschap verbinden Groene scheggen verbinden de stad met het buitengebied. Een scheg is een aaneengesloten groengebied dat vanuit het buitengebied diep de stad insteekt. Daarmee krijgt het stedelijk gebied van Utrecht een steviger verbinding met de waardevolle natuur- en cultuurhistorische gebieden om de stad; Limes, Nieuwe Hollandse Waterlinie, landgoederen, Utrechtse Heuvelrug, Veenweidegebied en meer. De groenblauwe routes langs rivieren en kanalen zijn vaak onderdeel van een scheg. In het landschap wordt de scheg verbreed tot een landschapspark. Integraal verbonden met de aanleg van groene scheggen is het beter benutten van het landschap, het verbeteren van de bereikbaarheid en het toevoegen van recreatiegebied. Voor de Groene schaalsprong is circa 30 ha nodig voor scheggen. Dit kunnen we realiseren door functieverandering en waar mogelijk verwerving. We werken er bijvoorbeeld aan om Maarschalkerweerd vanuit haar groene, landschappelijke basis verder te ontwikkelen tot een meervoudig intensief gebruikt parklandschap. Vanuit het Meerjaren Groenprogramma 2021-2025 dragen we bij aan het Lunettenpark (Maarschalkerweerd). Ook werken we aan het landschapspark Oud Zuijlen.
MPR2021 | Mei 2021
35/102
Schaalniveau 5: Groen om de stad De groei van onze stad, samen met de groei van de regio, vraagt dat we voortvarend aan de slag gaan met de regionale groenontwikkeling. In de Ruimtelijke opgave van de U10 is een groene ambitie tot 2040 geschetst die met natuur, recreatie en verbindingen de groei van stad en regio moet ondersteunen. Deze ambitie sluit aan bij onze groenambitie zoals die in de is RSU opgenomen. De opgave bevat ca. 250 ha nieuw recreatief groengebied in de directe omgeving van de stad, plus recreatief medegebruik van het landschap rondom Utrecht. De ambities voor groen en landschap en een aanzet voor de ruimtelijke vertaling daarvan is overgenomen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U10. De volgende stap binnen deze regionale samenwerking is het uitwerken van de opgave en de financiering daarvan in gebiedssamenwerkingen. Met de Utrechtse regio’s en de provincie concretiseren we deze groenopgave binnen het programma Groen Groeit Mee. We brengen de ruimtelijke en financiële opgave in beeld voor zowel inrichting als beheer. Langs de lijn van de RSU concretiseren we de opgave die wij voorzien voor de inwoners van de stad in de stadranden. In gebiedssamenwerkingen met buurgemeenten willen we de Utrechtse en de gezamenlijke doelen voor natuur, groen en recreatie concretiseren in landschap rondom de stad.
Via een apart traject werken we met alle betrokken deelnemers in de recreatieschappen aan de transitie van de recreatieschappen (Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht) en de uitvoeringsorganisatie (Recreatie Midden Nederland), zodat het beheer van de gezamenlijke recreatieterreinen, paden en routes eenvoudig en doelmatig geregeld is. Vanuit het Meerjaren Groenprogramma 2021-2025 dragen we bij aan de ontwikkelingen bij Parkbos Haarzuijlens, Ockhuizerweg Haarzuijlens en Route Hollandse IJsselbos. En bij het energielandschap Rijnenburg onderzoeken we of bij de noodzakelijke routes groen en ecologie kan worden toegevoegd om het landschap beter te ontsluiten. Het Meerjaren Groenprogramma (MGP) – Ruimte voor Groen 2021-2025, als bijlage bij het MPR, geeft inzicht in het jaarlijks investerings-en uitvoeringsprogramma van de gemeente. Bij de Voorjaarsnota vindt besluitvorming plaats over aanvullende investeringsvoorstellen voor het onderdeel groen om de stad te vergroenen en toekomstbestendig te maken.
MPR2021 | Mei 2021
36/102
4.5
Energie
De opgave energietransitie werkt aan het zo snel mogelijk energieneutraal maken van de stad Utrecht. Dat vraagt extra investeringen in de stad van de gemeente maar met name van andere partijen (woningbouwcorporaties, gebouweigenaren, eigenaarbewoners, zakelijk en maatschappelijk vastgoed, netbeheerder, warmtebedrijven). In de raadsbrief uit maart 2018 hebben we de omvang van de investeringsopgave geschetst in diverse scenario’s die is gemoeid met de Energietransitie in Utrecht. De aanpak kent drie deelopgaven met voor elk terrein een andere selectie van partijen die investeren. De gemeente heeft in alle deelopgaven ook een rol. Soms vanuit haar wettelijke taken als beheerder van de ruimtelijke ontwikkeling, maar soms ook als investeerder, garantieverlener, aanjager en subsidieverlener voor de onrendabele top bij innovaties etc. 1. Verduurzamen bronnen voor de energievoorziening: warmte en elektra Partijen als Eneco en HDSR (waterschap) zetten hun eigen bronnen of bronnen van derden in om de stadsverwarming te verduurzamen. Concrete voorbeelden zijn de investering in een BiomassaWarmteInstallatie (BWI, eigendom Eneco), of de bouw van een warmtepomp naast de RWZI van de rioolwaterzuivering als duurzame bron voor het warmtenet in Utrecht en Nieuwegein (Eneco samen met HDSR).
Daarnaast is er een plan om Merwede en Amsterdam-Rijnkanaal te gaan gebruiken als warmtebron voor collectieve netten (HDSR, Rijkswaterstaat). Ten aanzien van de productie van duurzame stroom investeren onder andere energiebedrijven, corporaties en bewonercoöperaties in de komende jaren in zonnevelden en windenergie. Over de bijdrage van de gemeente Utrecht worden in 2021 afspraken gemaakt in regionaal verband (Regionale Energiestrategie Regio U16). De gemeente heeft hier een faciliterende rol op gebied van ruimtelijke ordening: voorbeelden zijn planologische ruimte reserveren voor zon en wind en het verdelen van schaarse ruimte ten behoeve van warmte uit oppervlaktewater in samenwerking met andere overheden als HDSR, Rijkswaterstaat en provincie. Daarnaast hebben wij een financierende rol. Indirect via het Energiefonds (samen met Provincie) en via het bevorderen van nationale en Europese subsidiekanalen zoals EFRO en REACT. 2. Aanpassing energie-infrastructuur en energiegebouwen De komende jaren wordt fors geïnvesteerd in uitbreiding van het warmtenet door een warmtebedrijf en de aanleg van warmtekoudeopslag (WKO) door gebouweigenaren of warmtebedrijven. Dat geldt ook voor de uitbreiding/verzwaring van het elektriciteitsnet en de verwijdering van het gasnetwerk door Stedin.
Dit vertaalt zich in (soms forse) investeringen in het leidingwerk onder de grond én in de energiegebouwen. Stedin heeft een masterplan gemaakt waarin zij ook de investeringen zichtbaar maakt. Boven de grond zijn warmteoverdrachtstations nodig en warmtebuffers (Eneco). Bij elektra zijn dat kleinere trafohuisjes, maar bijvoorbeeld ook middenspanningsstations. De gemeente heeft hier niet alleen een faciliterende rol op het gebied van ruimtelijke ordening, maar verandert stapsgewijs in de rol van juridisch eigenaar, voorfinancier van bijvoorbeeld een WKO, medeinvesteerder, of verleent een bijdrage aan de onrendabele top bij warmtenetten. Doordat de gemeenten in het Klimaatakkoord een regierol hebben gekregen in de realisatie van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving is onze rol aan het veranderen. De doorwerking hiervan op de positionering voor de energie-infrastructuur staat op de agenda voor 2021 onder andere in het kader van de besluitvorming over de Transitievisie Warmte. 3. Isoleren en verdere verduurzaming van woningen en gebouwen In deze deelopgave zijn de gebouweigenaren aan zet: isoleren en bijbehorende ventilatie, elektrisch koken en een andere warmtevoorziening voor warm water en verwarming.
In het collegeakkoord is vastgelegd dat al het gemeentelijk kernvastgoed (maatschappelijk vastgoed en kantoorgebouwen), in stappen van vijf jaar, uiterlijk in 2040 energieneutraal is.
MPR2021 | Mei 2021
37/102
In alle gevallen geldt dat we naar een energieneutrale stad willen en die per wijk ook nog eens aardgasvrij wordt. Dit vraagt ook investeringen vanuit de gemeente en daarom is nu voor de eerste wijk Overvecht-Noord zowel een rijksbijdrage als een gemeentebijdrage (Programmabegroting 2021 in coronamaatregelenpakket ‘Investeren met maatschappelijk rendement’) beschikbaar gesteld. Andere knoppen om aan te draaien zijn onderhandelingen met het warmtebedrijf, via fiscale rijksmaatregelen en innovaties in de bouw.
Foto: Leeuwesteyn De gemeente als investeerder Zoals uit bovenstaande blijkt, is de gemeente op verschillende onderdelen investeerder in het bijdragen aan en realiseren van de energietransitie. Dit geldt onder andere voor het eigen kernvastgoed, subsidies voor zonne-energie, advisering bij verduurzaming van woningen, duurzaamheidsleningen en Energiefonds. De gemeente is actief betrokken bij een groeiend aantal grotere collectieve warmtekoude-systemen, waarbij ook (juridisch) eigenaarschap wordt overwogen. In de aankomende jaren (t/m 2025) wordt op verschillende plekken in de stad door partijen geïnvesteerd zoals onder andere in WKO’s in de gebiedsontwikkelingen Merwedekanaalzone deelgebied 5, Beurskwartier en Zuilense Vecht maar ook op het Utrecht Science Park, Overvecht noord (aardgasvrij maken) en zonnevelden op de Meijewetering en Haarrijnseplas.
MPR2021 | Mei 2021
38/102
5 Gezonde gebiedsontwikkeling In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opgave gezonde gebiedsontwikkeling. Hierin schetsen we voor de gebieden in de stad de opgaven op het gebied van wonen, werken, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat met ruimte voor groen en energie. Daarbij laten we zien wat we daarvoor doen en waar we bijsturen. Hierbij onderscheiden we de gebieden Centrum (Stationsgebied/Binnenstad), Zuidwest inclusief Merwedekanaalzone, Leidsche Rijn en Vleuten – De Meern inclusief Rijnenburg, Utrecht Science Park (USP) en Rijnsweerd, Noordoost, Oost en Zuid, West en Noordwest en Overvecht. Elk van deze gebieden in de stad heeft een ruimtelijk regisseur die ruimtelijke initiatieven begeleidt van initiatief tot uitvoering. 5.1
Centrum (Stationsgebied/ Binnenstad)
De opgave Centrum omvat vier deelgebieden: Stationsgebied, Beurskwartier, Lombokplein en Binnenstad. We willen de komende jaren beleidsmatig en organisatorisch de samenhang van de Binnenstad met het Stationsgebied, Beurskwartier en Lombokplein verder versterken, zodat één vergroot centrum ontstaat. De eerste stappen daarvoor (Jaarbeursplein) zijn al gezet. Juist in deze hoogstedelijke omgeving ligt onze focus op Gezond Stedelijk Leven voor iedereen. Dat betekent dat we stimuleren dat een gezonde leefomgeving wordt gerealiseerd met voldoende groen op onder andere gevels en daken (Wonderwoods is een goed voorbeeld), water wordt zoveel mogelijk teruggebracht (Catharijnesingel is sinds september 2020 weer rond en helemaal bevaarbaar, de Leidse Rijn bij Lombokplein en Smakkelaarsveld wordt doorgetrokken), duurzaamheid, een aantrekkelijke en groene openbare ruimte, veel ruimte voor voetgangers en fietsers en een fijnmazige structuur (denk ook aan de mogelijkheid van toevoegen van fietsverbindingen zoals bv. ter hoogte van de Nicolaas Beetsstraat); de mobiliteitstransitie krijgt steeds meer vorm. In samenhang met de parkeervisie werken we aan het autoluw maken van de binnenstad. We kijken naar alternatieven in de vorm van deelauto’s of andere parkeeroplossingen en bezien of en waar plekken gecompenseerd kunnen worden in garages, ook ‘op afstand’.
Een besluit over de toekomst van de parkeergarages Springweg en later ook Paardenveld zijn daarbij belangrijk. Helaas is de laatste tijd de leegstand in het kernwinkelgebied opgelopen en ook structureel van aard. De verwachting is dat deze leegstand nog sneller zal oplopen in de loop van dit jaar als gevolg van de coronacrisis. In de afgelopen maanden is in samenwerking met de Vereniging van Commercieel onroerend goed eigenaren Utrecht Centrum (VCOC) en Centrummanagement Utrecht (CMU), het samenwerkingsplan ‘Morgen Mooier Maken’ opgesteld. Dit voorziet in een aanpak van leegstand op korte termijn en verdere transformatie van een aantal winkelstraten op de langere termijn. Stationsgebied Deze gebiedsontwikkeling is cruciaal voor de groei en verdichting van de stad, zowel voor gezonde verstedelijking als voor het economisch vestigingsklimaat. Het Stationsgebied bevindt zich in de eindfase van de realisatie, zowel van vastgoed als de inrichting van de openbare ruimte. Enkele grote projecten worden na 2022 opgeleverd: Smakkelaarspark, Jaarbeurspleingebouw, Westflank Noord. We studeren momenteel op de mogelijkheden van bouwen langs het spoor en het toevoegen van extra fietsparkeerplaatsen. De druk op de kantoren- en woningmarkt wordt wellicht anders na de coronacrisis, maar blijft onveranderd hoog in het stationsgebied.
Zoals eerder aangekondigd in de programmabegroting, is de programmatabel Stationsgebied (fase 1) herzien.
MPR2021 | Mei 2021
39/102
Lombokplein Het Westplein wordt Lombokplein, met woningbouw en een park aan de doorgetrokken en bevaarbare Leidse Rijn. Met minder ruimte voor auto’s, meer ruimte voor fiets en lopen en een groener Lombokplein waar het prettig is om te wonen en te leven. Er is een relatief fors aantal woningen in de sociale en middensector gepland. Een belangrijke en tegelijk ook complexe maatregel is het terugdringen van het autoverkeer over het Westplein. Op 25 maart 2021 heeft de raad het programma van eisen en het functioneel ontwerp Lombokplein vastgesteld, inclusief een ongelijkvloerse kruising van de fietsroute langs het Lombokplein. De planvorming hangt samen met de aanpak van de verkeersreductie in noordwest, waaronder een knip Catharijnesingel (Mobiliteitsplan 2040). Beurskwartier Het Beurskwartier wordt een centrumgebied voor iedereen om te wonen, werken en ontspannen. Er komen zo’n 2.500 nieuwe woningen (exclusief de plannen van de Jaarbeurs) in verschillende prijscategorieën, 5.000 werkplekken, parken en diverse voorzieningen op het gebied van cultuur, uitgaan en recreatie. De daadwerkelijke bouw van het Beurskwartier begint in 2023, maar we zijn al gestart met de voorbereidingen, zoals het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan. De Foreest zal onderdeel vormen van het stedenbouwkundig plan van eisen voor de Rabolocatie.
De planontwikkeling voor de herontwikkeling van Jaarbeurs (en Beatrixgebouw) is gestart en de complexvernieuwing Jaarbeurs, inclusief woningbouw (2.000-4.000) en toevoeging van groen, wordt afgestemd met de ontwikkeling van Beurskwartier. De grote uitdaging van beide, Beurskwartier en Jaarbeurs, is om de hoge ambities waar te maken. Wat betreft de bereikbaarheid zijn deze ontwikkelingen afhankelijk van het nog op te bouwen mobiliteitssysteem gebaseerd op beter OV, betere fietsverbindingen en effectuering van parkeren op afstand waaronder de mobiliteitshub Papendorp.
Foto: Galaxy Binnenstad De opgave van de historische binnenstad is van een andere aard. Doel is in de binnenstad het economisch functioneren op peil te houden, met behoud van evenwicht tussen levendigheid en rust. We streven naar een goede balans tussen de verschillende functies die de binnenstad heeft, maar ook
MPR2021 | Mei 2021
40/102
binnen opgaven zoals het woonbeleid en mobiliteit. Ook sociale cohesie, veiligheid en bereikbaarheid staan op de agenda. We willen een aantrekkelijke openbare ruimte met zo min mogelijk obstakels. We werken in de binnenstad samen met een uitgebreid netwerk aan stakeholders om synergie in investeringen en activiteiten te bewerkstelligen en te beïnvloeden zodat deze maximaal bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Er loopt een groot aantal projecten om de openbare ruimte te verbeteren, zoals de Tolsteegbarrière, Vinkenburgstraat, Tuinen van Moreelse en het verminderen van autoparkeren op straat. Daarnaast zijn diverse vastgoedontwikkelingen in voorbereiding en uitvoering, vaak ook met een sociale, maatschappelijke of culturele functie (Wolvenplein, Museumhotel en uitbreiding Nijntjemuseum, ABCstraat). De omgevingsvisie voor de binnenstad wordt rond de zomer ter vaststelling aangeboden aan de raad. Deze bepaalt de ontwikkelrichting voor de binnenstad tot 2040.
5.2
Zuidwest (inclusief Merwedekanaalzone)
Het gebied Zuidwest is volop in ontwikkeling en ook de komende jaren wordt er veel geïnvesteerd. Kanaleneiland/Transwijk In de in ontwikkeling zijnde Omgevingsvisie voor Kanaleneiland & Transwijk wordt de basis voor de verdere ontwikkeling van de wijken vastgelegd. Hierbij is ook aandacht voor diverse onderwerpen die spelen in dit gebied, zoals: ▪ het versterken van de maatschappelijke voorzieningen; ▪ het toevoegen van andere woningcategorieën (met het behoud van de sociale voorraad); ▪ het klimaatadaptief en groener maken van (delen van) de wijk; ▪ de grote opgave om het openbaar gebied aan te pakken; ▪ de verbindingen met de omliggende gebiedsontwikkelingen (Merwedekanaalzone, Jaarbeurs, Groenewoud). Met name in Kanaleneiland en Transwijk is de openbare ruimte aan vernieuwing toe. Door diverse werkzaamheden, zoals vervanging van de riolering, vergroenen en klimaatadaptief maken van de bestaande wijken en (woningbouw)ontwikkelingen te combineren, proberen we een flinke slag te maken in de openbare ruimte. Door de aanpak van de openbare ruimte is tevens de mogelijkheid om bestaande wijkstructuren te veranderen zodat de verkeersveiligheid toeneemt. Door de diverse (woningbouw)ontwikkelingen ontstaat er tevens een meer gebalanceerd woningaanbod in de wijk waarbij het absolute aantal sociale woningbouw gelijk blijft.
Hiermee leveren we een bijdrage aan de doelstellingen van de woonvisie. Tegelijk voeren de woningcorporaties de komende jaren weer een groot aantal renovaties uit. De kwaliteit van het woningaanbod wordt de komende jaren sterk verbeterd. Merwedekanaalzone In de Ruimtelijke Strategie Utrecht is de Merwedekanaalzone (deelgebieden 4, 5 en 6) aangewezen als één van de belangrijke verdichtingslocaties om de groei van de stad binnenstedelijk op te vangen. Er komen maximaal 10.000 woningen en bijbehorende werkgelegenheid en voorzieningen, zoals scholen, (kleine) bedrijven, winkels, horeca en een gezondheidscentrum. Daarbij komt een hoogwaardige openbare ruimte met veel groen en mogelijkheden voor ontmoeting. Op welke wijze we dit doen is vastgelegd in de Omgevingsvisie deel 2 en Stedenbouwkundig Plan Merwede, welke ter besluitvorming aan de raad zijn aangeleverd. Met de realisatie van de Merwedekanaalzone wordt een grote bijdrage geleverd aan het verminderen van de woningnood: ▪ Deelgebied 4 is met de Wilhelminawerf en Merwedekanaalzone 4: Defensieterrein reeds in uitvoering en is gebaseerd op de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone, deel 1 ’de Ruimtelijke MPR2021 | Mei 2021
41/102
▪
agenda’. Met de ontwikkelaar van het Defensieterrein hebben we overeenstemming bereikt over de toevoeging van 100 sociale en 100 middeldure woningen. Daarmee komt het totale aantal woningen op 800. We onderzoeken of er daarnaast 150 betaalbare koopwoningen kunnen worden toegevoegd. Voor deelgebied 5 Merwede (tussen de Koningin Wilhelminalaan en de Beneluxlaan), is samen met de marktpartijen het Stedenbouwkundig Plan Merwede uitgewerkt. Hierbij zijn afspraken gemaakt over het woningbouwprogramma. Er is gekozen om te bouwen in hoge dichtheid van 6.000 woningen op 24 hectare. Van de 6.000 woningen wordt (naast City Campus Max en Lux et Pax) 30% sociale woningbouw en 25% middeldure huur en koop gerealiseerd. Hiermee maken we wonen in Merwede bereikbaar voor een grote groep mensen.
Foto: Defensieterrein We zetten stevig in het realiseren van woningen en werkgelegenheid in de Merwedekanaalzone. Dit kan alleen met een innovatieve mobiliteitsstrategie, waarmee we de druk op het omliggende wegennet hanteerbaar houden. Deze strategie bestaat uit een pakket met maatregelen zoals een fijnmazig fiets- en voetgangersnetwerk, hoogwaardig openbaar vervoer, deelmobiliteit en betaald parkeren in de omgeving en een lage parkeernorm. De automobiliteit is de beperkende factor voor de realisatie van het maximale programma in de Merwedekanaalzone. Zodoende is voor heel Zuidwest Utrecht een mobiliteitsaanpak (als onderdeel van het mobiliteitsplan 2040) uitgewerkt. Om de tweede fase van deelgebied 5 en de start van deelgebied 6 mogelijk te maken, zijn een doorsteek in Papendorp in combinatie met Dynamisch Verkeersmanagement rondom de Europalaan nodig. Uiteraard in combinatie met een breder pakket voor voetganger, fiets en OV en parkeren op afstand, onder andere door middel van een mobiliteitshub in Papendorp. In de Merwedekanaalzone gaan we uit van energieneutrale gebouwen in een zoveel mogelijk energieneutraal gebied. Dit betekent dat er in de Merwedekanaalzone genoeg hernieuwbare energie wordt opgewekt om (minimaal) te voorzien in de gebouwgebonden jaarlijkse energievraag. Hierbij is uitgegaan van bewezen oplossingen op het gebied van energie.
In het algemeen geldt dat bij gebouwen vanaf zes lagen de hoeveelheid dakoppervlak kritisch wordt om de ambitie energieneutraal te halen. In Merwede is dit al vanaf drie bouwlagen omdat de helft van de daken groen is en niet gebruikt kan MPR2021 | Mei 2021
42/102
worden voor zonnepanelen. Er zal dus nog wel duurzame opwek gerealiseerd moeten worden buiten de Merwedekanaalzone om de resterende elektriciteitsvraag (voor apparaten, etc.) te dekken. Verbinding in Zuidwest Door de transformatie wordt de verbinding in Zuidwest verbeterd. Zo wordt de nieuwe stadswijk verbonden met de omliggende buurten met nieuwe langzaam verkeersroutes en wandel- en fietsbruggen. Hierbij kijken we direct naar kansen voor vergroening en verbeteringen van de kwaliteit van de openbare ruimte in deze omliggende buurten zoals de Rivierenwijk en Transwijk. Met de aanleg met de nieuwe langzaam verkeersroutes worden maatschappelijke en commerciële voorzieningen in de diverse buurten in Zuidwest makkelijker bereikbaar. Ook worden recreatieve verbindingen gelegd. De investeringen in de Merwedekanaalzone beperken zich dus niet alleen tot het gebied zelf, maar betekenen flinke investeringen in bovenwijkse maatregelen, zoals dus betere verbindingen, vergroening, maar ook kwaliteitsslag Park Transwijk en herinrichting van het noordelijke deel van de Europalaan.
5.3
Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern inclusief Rijnenburg
In Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern blijven we de komende jaren volop werken aan de ontwikkeling van de stad. Het wordt een volwaardige en levensloopbestendige woonwijk voor alle leeftijden met gemengde centra die zijn gelegen nabij vervoersknooppunten. Het gebied biedt de mogelijkheid fors aan de stedelijke ambities bij te dragen, waaronder het toevoegen van veel aanbod op de Utrechtse woningmarkt zoals betaalbare en duurzame (huur)woningen, het realiseren van diverse voorzieningen en het creëren van meer werkgelegenheid. Zo streven we ernaar om de komende 4 jaar ruim 5.000 in aanbouw te nemen. Daarnaast onderzoeken we, in lijn met de concept RSU 2040, naar mogelijkheden voor verdere verdichting in het gebied om daarmee circa 1.000 extra woningen te kunnen realiseren. We denken hierbij aan de knooppunten Leidsche Rijn Centrum en Papendorp en de directe omgeving. We verhogen de duurzaamheidsrandvoorwaarden in de projecten, nemen ecologische maatregelen, dragen bij aan de energietransitie, verbeteren de kwaliteit van de openbare ruimte en faciliteren ontmoeting en beweging. Ook is er aandacht voor het inpassen van huisvesting van (kwetsbare) doelgroepen. De gemeente ontwikkelt Rijnenburg om te beginnen als energielandschap en biedt daarbij ruimte voor bijvoorbeeld natuur, sport en recreatie.
Gestart wordt allereerst met een ontwerpstudie, als vervolg op de Quickscan verstedelijking Rijnenburg. Begin 2022 wordt deze studie opgeleverd. De strategische opgaven concentreren zich rond de in te passen HOV-verbinding vanuit Leidsche Rijn Centrum richting Papendorp-Westraven. Daarmee wordt Papendorp een belangrijke knoop in het Wiel met Spaken, zowel bij het Taatsenplein als bij de afrit A2/Marinus van Tyrusviaduct. Dat is de locatie waar we de kans zien om verschillende mobiliteitsaspecten te koppelen in een duurzame mobiliteitshub. Hier krijgt parkeren op afstand voor de hoog stedelijke gebieden (zoals Merwedekanaalzone en Beurskwartier) in de stad vorm. In 2021 werken we aan het ontwerp van de voorziening, zodat in 2024 kan worden gestart met de realisatie. Daarnaast ligt er een aandachtspunt bij het versterken van het fietsnetwerk door het realiseren van een fietsbrug aan de zuidzijde van de Meernbrug. Ook wordt het nieuwe stedelijke knooppunt in Leidsche Rijn Centrum op termijn opgewaardeerd, waardoor intercitytreinen het station kunnen aan doen. Daarnaast worden de verbindingen voor fietsers en voetgangers van Leidsche Rijn Centrum naar het Werkspoorkwartier en Lage Weide verbeterd. Zo zijn er ruime ontwikkelkansen voor het vergroten van de werkgelegenheid rond knooppunt NS-station Utrecht Leidsche Rijn.
De uitdaging is om de gebieden Leidsche Rijn, Lage Weide en het Werkspoorkwartier fysiek te verbinden, elkaar te laten versterken en functies meer op de grotere schaal te mengen. Op een enkele locatie kan bouwen over het spoor interessant zijn in dit gebied.
MPR2021 | Mei 2021
43/102
Foto: Leidsche Rijn Centrum Een aansprekende woningbouwontwikkeling betreft de hoogbouwkavel in Leidsche Rijn Centrum. In de vorm van een soort verticaal dorp met drie hoge woontorens waarvan één met een maximale hoogte van 140 meter, worden maximaal 1.200 huur- en koopwoningen gerealiseerd. Op diverse andere bouwkavels in het gebied komen daarnaast nieuwe woningen in verscheidene woningtypes en categorieën in een stedelijk woonmilieu. De duurzame woonbuurten Hoge Weide, Leeuwesteyn en Haarzicht ronden we af. In Rijnvliet groeit de openbare ruimte door tot een eetbare woonbuurt. In Het Zand verrijzen diverse appartementencomplexen langs de Vleutensebaan en daarmee krijgt deze stedelijke as vorm. In de bestaande woonbuurten begeleiden we allerlei particuliere initiatieven. We sturen maximaal op functiemenging en differentiatie in de gebieden. In Papendorp/Groenewoud voegen we minimaal 2.350 woningen toe. Verdere intensivering moet ertoe leiden dat hier dynamisch gebied ontstaat met wonen, werken en bijbehorende voorzieningen. Voor woonbuurt Haarrijn aan de Haarrijnseplas blijkt de stikstofproblematiek mee te vallen en realiseren we de ontwikkelmogelijkheden door het in procedure brengen van het bestemmingplan en selecteren we een partij voor de zonneenergie eilanden in de Haarrijnseplas. Ook in Ockhuizen onderzoeken we de mogelijkheden voor realisatie van een zonneveld.
Deze projecten dragen onder andere bij aan het Utrechtse aanbod in de Regionale Energie Strategie. In de komende 10 jaar staat gronduitgifte ten behoeve van de bouw van 100.000 m² bvo kantoren geprogrammeerd. Voor de daaropvolgende 10 jaar wordt verwacht dat ruimte nodig is voor toevoeging van nog eens minimaal 100.000 m² bvo en mogelijk zelfs 225.000 m² bvo kantoren. Dat is een forse inpassingsopgave. Daarnaast is er voor de werkgelegenheid in Utrecht in Leidsche Rijn nog ruimte voor de realisatie van bijna 40 hectare bedrijven. Met de ontwikkeling van de diverse werklocaties, waaronder het nieuwe circulaire bedrijventerrein Strijkviertel, dragen we bij aan meer toekomstgerichte arbeidsplaatsen in de stad. Langs de rijksweg A2 zijn naast kantoorontwikkeling Helix nog diverse kavels beschikbaar voor andere vernieuwende werkconcepten. We maken maatwerkafspraken om aan het bijzondere gebouw van de The Wall een gepaste invulling te geven. We begeleiden het St. Antonius Ziekenhuis bij haar regionale ontwikkelplannen. Op De Wetering-zuid vestigen zich medische bedrijven die elkaars positie kunnen versterken. In Haarrijn komen nieuwe bedrijven en het gebied dragen we over aan het Parkmanagement. Voor de circulaire ontwikkeling van bedrijventerrein Strijkviertel ronden we MPR2021 | Mei 2021
44/102
een Stedenbouwkundig Plan af, waarbij we sturen op toekomstgerichte marktgroepen en hiervoor wordt ook een uitgiftestrategie ontwikkeld. Onderdeel van het plan is ook het ondergronds brengen van de aanwezige hoogspanningsleiding. Ook wordt dit jaar gestart met de uitgifte van kavels op Hooggelegen. Voor Oudenrijn ligt een vernieuwingsopgave en sturen we op intensivering om bij te dragen aan de stedelijke ambities. De inpassing van diverse maatschappelijke voorzieningen, woon-zorgcomplexen, 1ste lijns- zorgcentra, nieuwe basisscholen, gymzalen en twee middelbare scholen, een sporthal, een nieuw extra zwembad en uitbreiding van de sportvelden in Rijnvliet wordt door ons begeleid. Ook sturen we op mogelijkheden om het sportaanbod in het gebied te vergroten en aan te laten sluiten op de vraag. We onderzoeken tevens optimalisatiemogelijkheden voor sportpark Papendorp. We sturen de ontwikkeling van de cultuurkavel Berlijnplein, het culturele hart van Leidsche Rijn met als thema ‘De toekomst van de stad’ aan. In Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern is door de snelle groei van het gebied een demografisch afwijkend beeld. Aanvullende speelplekken, jongerenplekken- en activiteiten worden gerealiseerd voor de sterk groeiende groep van 12 tot en met 17-jarigen om deze maatschappelijke opgave aan te pakken. In Leidsche Rijn is gestart met de pilot MaaS (Mobility as a Service).
Met behulp van een app wordt gewerkt aan het verbeteren van het aanbod van vraag gestuurde mobiliteitsdiensten en reismogelijkheden voor bewoners, werknemers, scholieren en recreatief verkeer. Het terugbrengen van het autogebruik biedt op termijn fysieke ontwikkelkansen en mogelijkheden voor een kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte. De mobiliteit in Vleuten-De Meern wordt actief gemonitord om de leefbaarheid en veiligheid hier te vergroten door vermindering van verkeersbewegingen. Op het gebied van energietransitie ligt er ook een opgave in de dorpskernen. De gasleidingen zijn op de middellange termijn aan vervanging toe. Aanvullend daarop moet voor heel de wijk Vleuten-De Meern uiteindelijk een transitieplan worden gemaakt. De grote groene percelen in de bestaande linten en groene hoofdstructuren ten bate van biodiversiteit, recreatie en klimaatadaptie worden behouden. Ruimte wordt geboden voor doorstroming in de woningmarkt, om de vergrijzing in Vleuten-De Meern op te kunnen vangen. In het Máximapark is inmiddels het noordelijk deel van de Vikingrijn aangesloten op de watergang Hindersteinlaan. Hiermee ontstaat een directe waterverbinding vanuit Vleuten en Terwijde met het park. De recreatieve mogelijkheden nemen daarmee toe. Het strand aan de Haarrijnseplas wordt versterkt met schaduwplekken, zonneheuvels, speelplekken en twee strandwachtersposten met toiletten.
Het komende jaar werken we verder aan het versterken van de opgave van Leidsche Rijn met het verkennen van kansen voor bijdragen aan de versnellingsopgave van woningbouw door verdichting in en aan het gebied, het bijdragen aan het mobiliteitsconcept mede ter ondersteuning van de opgave binnen Utrecht Zuidwest, het creëren van kwantitatief en kwalitatief meer ruimte voor bio divers groen en de energietransitie. Ook de langzaam veranderende vraag naar andersoortige maatschappelijke voorzieningen en het benodigde fysieke ruimtebeslag hiervoor maakt onderdeel uit van onze versterking van het gebied Leidsche Rijn en omgeving. Kansen voor werkgelegenheid en economie zitten vooral in de omgeving van Leidsche Rijn Centrum en knooppunt Papendorp. Met een beknopt visiedocument ondersteunen we de huidige opgave en geven we richting voor de komende jaren aan uitwerking van de RSU.
MPR2021 | Mei 2021
45/102
5.4
Utrecht Science Park (USP) en Rijnsweerd